10.1 GGD - Def Jaarstukken 2020 (jaarverslag en -rekening)_GGD IJsselland.pdf
Tekst van het document
De 29 vacatures zijn deels ingevuld met medewerkers die in dienst zijn gekomen (vaste/tijdelijke arbeidsovereenkomst), deels met flexkrachten en deels vervuld door interne mobiliteit. Op enkele vacatures zijn meerdere medewerkers in deeltijd aangenomen. Ter bestrijding van COVID-19 zijn in 2020 23 nieuwe functies opengesteld. Op deze functies zijn meerdere medewerkers aangenomen, voornamelijk flexkrachten. Een aantal medewerkers is aangenomen op een arbeidsovereenkomst. Stages GGD IJsselland investeert ook in haar imago als goed werkgever. Er zijn regelmatig stagiaires werkzaam van allerlei opleidingen op zowel HBO- als WO-niveau. Gedurende het hele jaar 2020 hebben in totaal 30 studenten stage gelopen bij GGD IJsselland. Zo is ook aan 20 HBO-V studenten in 2020 een stageplaats geboden. Ziekteverzuim Het gemiddelde ziekteverzuim binnen GGD IJsselland bedroeg 4,96 %. Het gemiddelde verzuimcijfer binnen de sector openbaar bestuur en overheidsdiensten van geheel 2020 (conform CBS) is nog niet bekend, echter tot en met het derde kwartaal 2020 bedraagt het verzuimcijfer 4,5 %. 4.3 Arbeidsomstandigheden In deze paragraaf volgt een overzicht van de activiteiten die in 2020 voor GGD IJsselland op het gebied van arbeidsomstandigheden hebben plaatsgevonden.
Arbodienst Net zoals voorgaand jaar is in 2020 structureel overleg geweest tussen de bedrijfsarts, leidinggevenden en HRM-medewerkers in de vorm van een sociaal medisch team (SMT). Het doel van het SMT is dat deze actoren per individuele situatie kunnen deelnemen aan het overleg om duurzame inzetbaarheid van de medewerkers te bevorderen. Indien noodzakelijk vindt maatwerk plaats. Medewerkers kunnen ook zelfstandig contact opnemen met de Arbodienst. In 2020 is daarnaast een nieuwe bedrijfsarts aangesteld en wordt samen met de Arbodienst gewerkt aan een arbodienstverlening die meer gericht is op duurzame inzetbaarheid en eigen regie. Ongewenst gedrag Gevolgen van ongewenste omgangsvormen kunnen een enorme impact hebben op medewerkers en in bijzondere situaties op de omgeving en de organisatie. Medewerkers kunnen gebruik maken van een speciaal opgeleide vertrouwenspersoon, gefaciliteerd door de Arbodienst. De werkzaamheden van de vertrouwenspersoon bestaan uit: eerste emotionele opvang, hulp aan de betrokken medewerker, advisering voor een plan van aanpak, ondersteuning bij het realiseren van de gewenste aanpak, eventuele doorverwijzingen en nazorg. In 2020 is 2 keer beroep gedaan op de vertrouwenspersoon.
De conclusie kan volgens de vertrouwenspersoon zijn dat het, gelet op de werkdruk bij de GGD in verband met de coronacrisis, goed gaat bij de GGD IJsselland op het vlak van ongewenste omgangsvormen. 30 Agressie & Geweld Onder agressie & geweld worden voorvallen verstaan waarbij een medewerker psychisch of fysiek wordt lastiggevallen, bedreigd of aangevallen tijdens het vervullen van de functie. Er bestaan verschillende vormen van agressie en geweld, namelijk: • telefonische agressie; • schriftelijke agressie; • verbale agressie; • (dreigende) fysieke agressie. In 2020 zijn bij de Arbo medewerker drie agressie & geweld incidenten gemeld. Het betrof één verbaal agressie incident tijdens een huisbezoek, één melding van een fysieke dreiging tijdens een huisbezoek en één melding van een fysieke en verbale dreiging bij de receptie van de Zeven Alleetjes. Deze incidenten zijn afgehandeld met betrokkenen en leidinggevende. Er is één melding gemaakt en één aangifte gedaan bij de politie. Prikaccidenten Een prikaccident is een voorval waarbij het risico van besmetting bestaat, zoals bij prik-, bijt-, spat-, snij- en krabaccidenten. In 2020 is vijf keer een prikaccident gemeld bij de Arbomedewerker. Deze prikaccidenten zijn afgehandeld volgens protocol. Ongevallen In 2020 zijn er geen (bijna)ongevallen gemeld aan de Arbo medewerker.
Dit geeft aanleiding om in 2021 meer in te zetten op het melden van (bijna)ongevallen. Bedrijfshulpverlening In 2020 is de organisatie door COVID-19 flink opgeschaald, zowel in personeel als in locaties. Dit betekent dat er ook flink is opgeschaald in het aantal BHV’ers. In 2020 is er één melding geweest waarbij BHV’ers eerste hulp hebben moeten verlenen bij een ongeval. Dit incident is afgehandeld met alle betrokkenen. Door de opschaling van het BHV-team is er in 2020 ingezet om voor de nieuwe locaties bedrijfsnoodplannen te ontwikkelen. Hier staan onder andere werkafspraken in over hoe de BHV’ers moeten optreden en hoe de BHV-organisatie is ingericht binnen de GGD. In 2021 wordt hier een vervolg aan gegeven binnen de organisatie en wordt de werkwijze zoals deze is beschreven in het plan geoefend en getraind. Naast het BHV-team is een alarmeringsteam (A-team) actief op locatie Zeven Alleetjes. Dit team treedt op, wanneer medewerkers zich bedreigd voelen. Een aantal BHV’ers maakt ook deel uit van het A-team. Deze medewerkers volgen hiervoor een aparte training. Het A-team heeft in 2020 één keer opgetreden tijdens een agressie incident. COVID-19 COVID-19 heeft een grote impact gehad op de arbeidsomstandigheden van GGD IJsselland. Er zijn namelijk 6 testlocaties, 1 L-testlocatie en twee nieuwe kantoren bijgekomen.
Op al deze locaties zijn samen met de arbodienst RI&E’s uitgevoerd om de risico’s te inventariseren en de arbeidsomstandigheden te optimaliseren waar nodig. 31 Naast dat er een aantal nieuwe locaties zijn bijgekomen, zijn ook de andere locaties van de GGD geheel ‘coronaproof’ gemaakt. In 2020 heeft een werkgroep zich gebogen over het realiseren van een inrichting waarbij op alle locaties en kantoren voldoende afstand gehouden kan worden en zijn aanvullende hygiëne maatregelen toegepast. Zo zijn onder andere het aantal werkplekken verminderd, wordt er extra schoongemaakt en zijn op veel plekken desinfectiepalen neergezet. Deze maatregelen zijn verwerkt in een coronaprotocol welke is getoetst door de Arbodienst. Thuiswerken Sinds maart 2020 werken de medewerkers van de GGD IJsselland zoveel mogelijk thuis. Dit heeft een grote impact gehad op de arbeidsomstandigheden van de medewerkers. GGD IJsselland kent al het flexibel werken, waarbij veel medewerkers binnen het dagvenster en in afstemming met de leidinggevende, de eigen werktijd kunnen bepalen. Het thuiswerken is dan ook niet nieuw, maar door de coronacrisis is het thuiswerken (in ieder geval tijdelijk) het ‘nieuwe normaal’ geworden. De verwachting is dat de coronacrisis niet op korte termijn voorbij zal zijn en daardoor het thuiswerken voor een deel van onze organisatie nog langer zal voortduren.
Om de medewerkers te ondersteunen zijn verschillende thuiswerktips met de medewerkers gedeeld ter voorkoming van zowel fysieke als psychische klachten en is ingezet op het ontwikkelen van thuiswerkbeleid. Daarnaast zijn er hulpmiddelen gefaciliteerd die nodig zijn om thuis een ergonomische werkplek te creëren. Als er nog maatwerk nodig is, wordt deze toegepast. 5. Kwaliteit 5.1 Inleiding GGD IJsselland rapporteert jaarlijks door middel van een kwaliteitsjaarverslag over het gevoerde kwaliteitsbeleid en de belangrijkste resultaten. In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens het kwaliteitsbeleid, een beschrijving van het kwaliteitsmanagementsysteem, de belangrijkste resultaten in 2020 en de klachtenafhandeling aan bod. 5.2 Kwaliteitsbeleid De missie (‘voor een gezonde samenleving’) en visie van GGD IJsselland geven richting aan de organisatie en het kwaliteitsbeleid. Het kwaliteitsmanagementsysteem is gericht op het verwezenlijken van deze missie en visie. Centraal hierin staan kwalitatief goede zorg en dienstverlening en het streven naar tevreden opdrachtgevers, klanten, ketenpartners en andere belanghebbenden. In combinatie met de missie en visie vormden de agenda Publieke gezondheid, de programmabegroting en de teamplannen het kwaliteitsbeleid van de GGD.
In de visie staan de volgende elementen centraal s: expertise inzetten en delen, samen(werken), zichtbaar nabij zijn, eigen regie versterken en durven doen. 5.3 Het kwaliteitsmanagementsysteem GGD IJsselland beschikt over een integraal kwaliteitsmanagementsysteem, waarbij het HKZ-model het kader vormt. Belangrijke instrumenten daarbinnen zijn: externe en interne audits, risicomanagement, 32 klantervaringenonderzoeken, incidentanalyses, de klachtenregeling, het leer- en ontwikkelprogramma voor medewerkers en het werken volgens diverse landelijke richtlijnen en professionele standaarden. 5.4 Doelstellingen en resultaten 2020 De GGD heeft een aantal doelstellingen geformuleerd gericht op de ontwikkeling van het kwaliteits¬managementsysteem. Een deel van deze doelstellingen heeft een looptijd van meerdere jaren, andere zijn al in 2020 gerealiseerd. Hieronder volgen de doelstellingen over het verslagjaar 2020. Bij iedere doelstelling volgt achtereenvolgens het behaalde resultaat en een korte toelichting. Doel: behouden HKZ-certificaat Publieke gezondheid Resultaat: in november 2020 vond een opvolgingsaudit plaats door de onafhankelijk certificatie-instelling Kiwa. Als gevolg van de maatregelen in het kader van de bestrijding van de coronapandemie vond de audit volledig online/ ‘remote’ plaats.
De audit heeft geresulteerd in een positief oordeel van Kiwa en daarmee behoud van het HKZ-certificaat Publieke gezondheidszorg. Hiermee is aantoonbaar dat GGD IJsselland kwaliteit van zorg- en dienstverlening hoog in het vaandel heeft staan en continu werkt aan de verdere ontwikkeling en verbetering daarvan. Doel: inzicht in klantervaringen Resultaten: GGD IJsselland toetst systematisch klantervaringen. De werkwijze is erop gericht goed inzicht te verkrijgen in de ervaringen en tevredenheid van onze klanten en ketenpartners, zonder daarbij ‘de klant’ teveel te belasten. Als gevolg van de coronapandemie en diverse tijdelijke wijzigingen in de zorg- en dienstverlening door GGD IJsselland zijn er noodgedwongen minder klantervaringenonderzoeken uitgevoerd. Er is op één consultatiebureau in Deventer feedback verzameld onder ouders/ verzorgers op basis van het ‘positive perception program.’ Het algemene beeld dat hieruit naar voren komt is, ondanks alle ontwikkelingen, zeer positief. Doelstelling is om in 2021 klantervaringenonderzoeken weer te intensiveren en te zoek naar alternatieve methoden. Toezichtonderzoek Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft op 27 juli 2020 een bezoek gebracht aan GGD IJsselland.
Dit bezoek vond plaats vanwege het toezichtonderzoek naar de uitvoering van het testen op onze testlocaties en het bron- en contactonderzoek, bij (mogelijke) besmettingen met het coronavirus. Toetsing vond plaats op vier thema’s: randvoorwaarden, kwaliteit, samenwerking en opschalen. Het overall oordeel van IGJ was zeer positief. 5.5 Klachten In 2020 zijn niet alleen klachten over reguliere werkzaamheden binnengekomen maar ook over werkzaamheden die zijn verricht als gevolg van COVID-19. In totaal zijn honderdzesendertig klachten binnengekomen. In dit totaal zijn alle schriftelijke klachten meegeteld en de telefonische klachten die bij de klachtenfunctionaris zijn gemeld. 33 5.5.1 Klachten over reguliere werkzaamheden Over reguliere werkzaamheden zijn vierenveertig klachten binnengekomen. Van deze klachten zijn er tien om verschillende redenen niet in behandeling genomen. Vier klachten waren bijvoorbeeld niet gericht tegen GGD IJsselland. In drie gevallen betrof het geen klacht maar een melding die ter afhandeling is doorgestuurd naar team Milieu & Gezondheid. Vierendertig klachten zijn door bemiddeling opgelost. Ook in 2020 heeft geen klacht tot een oordeel namens het dagelijks bestuur geleid.
In onderstaand overzicht is de afhandeling van de klachten over reguliere werkzaamheden in 2020 samengevat: Klachten over reguliere werkzaamheden in 2020 naar aard afhandeling Klachten (aard afhandeling) Aantal niet in behandeling genomen 10 door bemiddeling 34 door behandeling met een oordeel 0 Totaal 44 In 2020 zijn net als in 2018 en 2019 geen klachten over reguliere werkzaamheden van GGD IJsselland voorgelegd aan de Geschillencommissie Publieke Gezondheid of aan de Overijsselse Ombudsman. Klachten over reguliere werkzaamheden nader beschouwd De klachten over reguliere werkzaamheden die door bemiddeling zijn opgelost, zijn ingedeeld in vier categorieën. De verdeling van de klachten over de categorieën is als volgt: Klachten over reguliere werkzaamheden in 2020 opgelost door bemiddeling ingedeeld in categorieën Klachten (categorieën) Aantal Bejegening 7 Dienstverlening 18 Bereikbaarheid 0 Informatievoorziening 9 Totaal 34 Net als in 2019 vormen de klachten over dienstverlening de grootste categorie. Acties naar aanleiding van de klachten over reguliere werkzaamheden Dat klachten worden opgelost door bemiddeling betekent niet dat er naar aanleiding van deze klachten geen actie is ondernomen.
Naast specifieke acties naar aanleiding van een bepaalde klacht heeft er bij veel klachten een gesprek plaatsgevonden over de klacht tussen de bemiddelaar (de manager) en degene over wie geklaagd is. Klachten worden ook geregeld besproken in een team- of disciplineoverleg. De bemiddelaar stelt de klacht in een overleg aan de orde als ook andere medewerkers van de klacht kunnen leren. 34 5.5.2 Klachten over werkzaamheden als gevolg van COVID-19 Over werkzaamheden die GGD IJsselland in 2020 heeft verricht in het kader van de bestrijding van COVID- 19 zijn tweeënnegentig klachten binnengekomen. Van deze klachten zijn er tweeëntwintig niet in behandeling genomen omdat ze niet gericht waren tegen GGD IJsselland. Bijna al deze klachten zijn door de klachtenfunctionaris ter afhandeling doorgestuurd naar de landelijke servicedesk GGDGHOR. Zeventig klachten zijn door bemiddeling opgelost. Geen klacht heeft tot een oordeel namens het dagelijks bestuur geleid.
In onderstaand overzicht is de afhandeling van de klachten over werkzaamheden als gevolg van COVID-19 in 2020 samengevat: Klachten over werkzaamheden als gevolg van COVID-19 in 2020 naar aard afhandeling Klachten (aard afhandeling) Aantal niet in behandeling genomen 22 door bemiddeling 70 door behandeling met een oordeel 0 Totaal 92 Klachten over werkzaamheden als gevolg van COVID-19 nader beschouwd De klachten over werkzaamheden als gevolg van COVID-19 die door bemiddeling zijn opgelost, zijn ingedeeld in vier categorieën. De verdeling van de klachten over de categorieën is als volgt: Klachten over werkzaamheden als gevolg van COVID -19 in 2020 opgelost door bemiddeling ingedeeld in categorieën Klachten (categorieën) Aantal Bejegening 1 Dienstverlening 39 Bereikbaarheid 0 Informatievoorziening 30 Totaal 70 Wat opvalt is dat de categorieën ‘bejegening’ en ‘bereikbaarheid’ zeer weinig tot geen klachten bevatten. Een mogelijke verklaring voor het feit dat de categorie ‘bereikbaarheid’ geen klachten bevat is dat bereikbaarheid meer speelt bij de klachten die ter behandeling zijn doorgestuurd naar de landelijke servicedesk. Uit een korte analyse van deze klachten is inderdaad gebleken dat bereikbaarheid bij deze klachten een grotere rol speelt.
Acties naar aanleiding van de klachten over werkzaamheden als gevolg van COVID-19 Dat klachten worden opgelost door bemiddeling betekent niet dat er naar aanleiding van deze klachten geen actie is ondernomen. Het gaat hierbij met name om specifieke acties. Klachten bijvoorbeeld over de gang van zaken op een bepaalde testlocatie hebben soms geleid tot aanpassingen. 35 5.6 Bezwaarschriften In 2020 heeft het dagelijks bestuur een beslissing genomen over vijf bezwaarschriften die in 2019 zijn ingediend en waarover de algemene kamer van de bezwaarschriftencommissie in 2020 advies heeft uitgebracht. Alle bezwaarschriften waren gericht tegen besluiten over een maatwerkvoorziening beschermd wonen. Het dagelijks bestuur heeft in overeenstemming met de uitgebrachte adviezen besloten. Over twee van de vijf bezwaarschriften is nog geen definitief besluit genomen. Besloten is de uitspraak van de Rechtbank in drie andere vergelijkbare zaken af te wachten en dan definitief over de twee bezwaarschriften te besluiten. De Rechtbank heeft in 2020 echter nog geen uitspraak gedaan over de drie zaken. In 2020 zijn zestien bezwaarschriften binnengekomen. Ongeveer net zo veel als in 2019 (twintig bezwaarschriften) en 2018 (veertien bezwaarschriften). Nagenoeg alle bezwaarschriften die in 2020 zijn binnengekomen, zijn gericht tegen besluiten over een maatwerkvoorziening beschermd wonen.
In onderstaand overzicht is de afhandeling samengevat van de bezwaarschriften die in 2020 zijn ontvangen: Afhandeling bezwaarschriften die in 2020 zijn binnengekomen Bezwaarschriften Aantal ingetrokken door bezwaarmaker 10 beslissing door dagelijks bestuur 6 nog in behandeling op 01-01-2020 0 Totaal 16 Over tien van de zestien bezwaarschriften die in 2020 zijn binnengekomen heeft de algemene kamer van de bezwaarschriftencommissie geen advies uitgebracht. Deze bezwaarschriften zijn door de bezwaarmaker ingetrokken. In de meeste gevallen heeft intrekking plaatsgevonden omdat aan het bezwaar tegemoet is gekomen. De algemene kamer van de bezwaarschriftencommissie heeft over de in 2020 binnengekomen bezwaarschriften zes adviezen uitgebracht. Drie keer is geadviseerd een bezwaarschrift deels gegrond, deels ongegrond te verklaren. Bij deze adviezen heeft de algemene kamer aandacht gevraagd voor de motivering van de besluiten waartegen bezwaar is gemaakt. Twee keer is geadviseerd een bezwaarschrift ongegrond te verklaren. Een keer is geadviseerd het bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren. Het dagelijks bestuur heeft overeenkomstig de uitgebrachte adviezen besloten. De besluiten door het dagelijks bestuur zijn genomen namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar degene woont die bezwaar heeft gemaakt. 36 6.
Specifieke paragrafen 6.1 Algemeen Op grond van artikel 9 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten dient het jaarverslag aan aantal specifieke paragrafen te bevatten. Voor GGD IJsselland zijn dit: 1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2. Onderhoud kapitaalgoederen 3. Bedrijfsvoering 4. Verbonden partijen 5. Financiering De paragrafen grondbeleid en lokale heffingen zijn voor de GGD IJsselland niet van toepassing. 6.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandvermogen laat zien hoe GGD IJsselland tegenvallers en tekorten kan opvangen zonder dat het beleid of de uitvoering in gevaar komen. De weerstandscapaciteit betreft de middelen die beschikbaar zijn om de niet geraamde kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken en bestaat uit de algemene reserve en de post onvoorzien. Het algemeen bestuur heeft de norm ‘voldoende’ vastgesteld voor de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen in de vorm van voorzieningen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. Dit betekent dat de ratio tussen de 1,0 tot 1,4 moet liggen. Voor het afdekken van de risico’s in 2020 op basis van het risicoprofiel oktober 2019 ging het om een benodigde weerstandscapaciteit van tussen de € 452.000 en € 632.800.
De beschikbare weerstandscapaciteit bedroeg oktober 2019 € 519.000,-. Dat betekende dat met een ratio van 1,15 het weerstandsvermogen voldoende bedroeg. In 2020 hebben zich geen risico’s voorgedaan waarvoor een beroep op de beschikbare weerstandscapaciteit is gedaan. Voor een crisis als COVID-19 is, conform ons risicomanagement, geen bedrag opgenomen in het weerstandsvermogen. Om eventuele onvoorziene en ongedekte kosten vanwege COVID-19 te compenseren, heeft het algemeen bestuur bij het vaststellen van de jaarrekening 2019 besloten om hiervoor € 874.000 te reserveren. Dat we ondanks extra kosten voor het uitvoeren van COVID-19 gerelateerde taken en verlies aan inkomsten vanwege COVID-19, geen beroep hoeven doen op het weerstandsvermogen of het hiervoor gereserveerde bedrag, komt door de zogenaamde meerkostenregeling. Het Rijk vergoed ‘alle’ extra kosten en ook een deel van de nadelige effecten op de reguliere exploitatie kunnen we op basis van de regeling declareren bij het ministerie. We lopen dan ook geen financieel risico ondanks COVID-19. Na vaststelling van het jaarverslag en de jaarrekening 2020 is de stand van de reserves: • algemene reserve: € 482.340; • onvoorzien: € 150.000. In bijlage 6 staat een specificatie van de reserves met een toelichting.
37 Risicobeheersing Jaarlijks worden zowel de financiële als niet- financiële risico’s ingeschat qua mogelijke impact en kans dat deze zich voor doen. Alle significante risico’s, dat wil zeggen met een financiële impact boven de € 50.000,-, zijn meegenomen bij het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit. Hieronder volgt een overzicht van de significante risico’s en niet-financielerisico’s in de risicoklasse urgent op de aandachtsgebieden operationeel of reputatie/maatschappelijke impact. Dit betreft de risico’s, als onderdeel van het risicoprofiel, waarop de benodigde weerstandscapaciteit was gebaseerd. Risico Categorie Netto impact Faillissement van toeleveranciers Financieel € 150.000 Claims en juridische procedures Financieel € 100.000 Extra inzet van medewerkers bij uitbraak infectieziekte Financieel € 82.000 Arbeidsconflict met een medewerker leidt tot plaatsen op non-actief en ontslag Financieel € 60.000 Niet kunnen invullen vacatures als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt Financieel € 60.000 6.3 Financiële kengetallen Eén van de regels van het BBV betreft het verplicht opnemen van een uniforme basisset financiële kengetallen door gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. Hieronder een overzicht van de kengetallen, die voor ons van toepassing zijn.
Kengetallen Rekening 2019 Begroting 2020 Rekening 2020 Netto schuldquote 21% 27% 12% Solvabiliteitsratio 22% 14% 15% Structurele exploitatieruimte 0% 0% 0% Toelichting: Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote ook wel bekend als de netto-schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeenschappelijke regeling. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In de VNG-uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de jaaromzet (100%) dit als voldoende kan worden bestempeld, dit was tot de komst van COVID-19 ruimschoots het geval bij GGD IJsselland. In het jaar 2020 is de exploitatie (niet-structureel) verdubbeld wat een negatieve invloed heeft op de netto schuldquote. Als de inkomsten te zijner tijd weer structureel verlagen naar het niveau van voor COVID-19 zal de netto schuldquote positie ook herstellen. 38 Solvabiliteitsratio De solvabiliteit geeft aan of GGD IJsselland op lange termijn kan voldoen aan haar verplichtingen. De solvabiliteit wordt uitgedrukt in de verhouding tussen het eigen vermogen op de balans en het totale vermogen.
Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder de gemeenschappelijke regeling. Ten opzichte van de gemeenten, waarbij percentages van 30% - 40% normaal zijn, was de ratio van de GGD relatief laag met een percentage van circa 22%. Ook hier speelt COVID-19 een belangrijke rol want het totale vermogen is hiermee bijna verdubbeld zonder dat het eigen vermogen is toegenomen. Hiermee daalt de solvabiliteit in 2020 ten opzichte van 2019 significant. Ook hier zal de ratio herstellen zodra COVID-19 de balanstotalen niet langer beïnvloed. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. De begroting van GGD IJsselland wordt ieder jaar sluitend opgesteld. Op dit moment is er geen sprake van incidentele posten die kunnen zorgen voor een structurele exploitatieruimte. 6.4 Onderhoud kapitaalgoederen In het kader van deze paragraaf gaat het om de vaste activa waarvan de instandhouding structureel een substantieel beslag op de middelen legt. Buiten dit kader vallen de financiële activa en bedrijfsmiddelen, omdat die regelmatig worden vervangen. Door dit onderscheid komt in deze paragraaf alleen het onderhoud van het kantoorgebouw te Zwolle aan de orde.
In 2020 is ook nog gewerkt aan het opstellen van een meerjarenonderhoudsplan voor de CB-locaties (huurdersgedeelte) en de panden die in eigendom zijn. Sinds 2017 wordt jaarlijks een bedrag van € 50.000,- in de bestemmingsreserve groot onderhoud gestort. Er dient nog te worden vastgesteld of deze storting voldoende is om de kosten van onderhoud op langere termijn te dekken. De implementatie van het meerjarenonderhoudsplan is in 2020 nog niet geheel afgerond. 6.5 Bedrijfsvoering Algemeen Om het doelmatig beheer van middelen te blijven verbeteren is het financieel meerjarenperspectief verwerkt in de begrotingswijziging 2020/1 en is er gehandeld op basis van de opgedane inzichten met zero based budgetting. Verder is een deel van de aanvullende diensten jeugdgezondheidszorg conform gemaakte afspraken opgenomen in het basispakket. Per 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) in werking getreden. Alle medewerkers hebben per 1-1-2020 een nieuwe arbeidsovereenkomst gekregen en de nieuwe cao is toegepast. Ook is vanaf 1 januari 2020 de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) van kracht. Bij het inlenen van personeel en het tijdelijk uitbreiden van contracten van vast personeel is goed gekeken naar de regels van de WAB en de risico’s op ongewenste verplichtingen en transitievergoedingen.
Dit was met name een vraagstuk bij het uitbreiden van de formatie voor testen en BCO. De aandacht hiervoor heeft ertoe geleid dat in financieel opzicht er in 2020 geen bijzondere uitgaven als gevolg van de WAB zijn gedaan. 39 Vanwege de krappe arbeidsmarkt in de zorg, met name voor artsen en verpleegkundigen, voorzagen we voor bepaalde expertises hogere werkdruk en hogere kosten als gevolg van inhuur. Omdat een deel van de reguliere werkzaamheden stil heeft gelegen of anders georganiseerd is, zijn er minder problemen geweest dan verwacht. Door COVID-19 is er zeker wel sprake geweest van hogere werkdruk en hogere kosten maar het werven van personeel hiervoor was in veel gevallen geen probleem. Er waren veel mensen die graag hun steentje wilden bijdragen aan het bestrijden van het virus en werkzaam wilden zijn voor de GGD. Afdeling Bedrijfsvoering GGD IJsselland en Veiligheidsregio IJsselland hebben 1 gezamenlijke afdeling Bedrijfsvoering. Bij Bedrijfsvoering is de basis goed op orde en functioneren de teams met een grote mate van zelfstandigheid. Sturing van de vraag op de bedrijfsvoeringstaken vindt plaats tussen accounthouders van het MT GGD en de vier teamleiders van Bedrijfsvoering. HRM HRM heeft nagenoeg heel 2020 enorm veel inspanningen moeten leveren om te kunnen voorzien in de gevraagde medewerkers voor het uitvoeren van de aan COVID-19 gerelateerde taken.
Daarnaast is de normale HRM dienstverlening aan de reguliere GGD gewoon doorgegaan en is het MSS systeem in 2020 in gebruik genomen. Dit leidt tot snellere verwerking van personeelsmutaties en verhoging van de kwaliteit en de efficiency. Ook heeft HRM een adviserende rol gehad bij de uitvoering van de pilot Holocrary en het leiderschapstraject van de GGD. Verder hebben we de samenwerking gezocht met het traject positieve gezondheid om dit ook intern verder uit te rollen. Dit wordt in de nieuwe visie op duurzame inzetbaarheid, arbo en verzuim in 2021 verder uitgewerkt. Financien Met betrekking tot het financieel systeem zijn voorstellen gedaan ter verbetering van het proces van bestellen tot betalen. Deze worden in 2021 getest, waarna ze geïmplementeerd kunnen worden. Hier is door collega’s uit verschillende teams aan gewerkt. Daarnaast is een upgrade geweest van het financiële pakket waardoor de functionaliteit is verbeterd. Adviseurs van het team Financiën monitoren de financiële gevolgen van de uitbraak van het COVID-19-virus voor GGD IJsselland. Hierover staat meer in paragraaf 3.4 over de financiële stand van zaken. Facilitaire zaken In 2020 heeft Facilitaire zaken de inventarisatie voor het Meerjaren onderhoudsplan (MJOP) gebouwen afgerond.
De verwerking hiervan in Ultimo als beheersysteem is niet afgerond als gevolg van de forse werkdruk vanwege COVID-19 en ook de aantoonbare koppeling tussen MJOP en de begroting is niet volledig gerealiseerd. Verder zijn wel een aantal achterstallige huisvestingstaken afgerond. Naast de zeer forse bijdrage aan de realisatie van de test- en vaccinatiestraten heeft Facilitaire zaken, met de bestaande formatie, de reguliere taken weten bij te houden, zoals housekeeping, services, bestellingen en distributie van verbruiksartikelen, oplossen storingen en klachten. Naast de reguliere taken is alle beschikbare formatie ingezet op de COVID-19 bestrijding. 40 Informatisering & Automatisering Voor Informatisering & Automatisering stond 2020 in het teken van COVID-19. Met name de grote groei van de GGD in verband met bron- en contactonderzoek en de diverse testlocaties heeft veel werk met zich meegebracht. Er zijn veel nieuwe (tijdelijke) medewerkers ingestroomd die allemaal van ICT middelen en autorisaties zijn voorzien. Daarnaast zijn extra kantoren ingericht aan de Hanzelaan en de Meeuwenlaan in Zwolle. Ook voor de telefonische bereikbaarheid en de dienstverlening vanuit het klantcontactcentrum (KCC) zijn veel aanpassingen doorgevoerd. Voor het ondersteunen van het thuiswerken is veel werk verzet en is versneld MS Teams geïmplementeerd.
Daarnaast is voor de voorlichting aan bijvoorbeeld ketenpartners nieuwe webinar technologie geïmplementeerd. Door de grote werkdruk vanwege corona en opschaling van de GGD is een deel van de reguliere werkzaamheden vertraagd. Bijvoorbeeld het invoeren van de vernieuwde Citrix omgeving en de nieuwe Ms Office versie is later gestart dan gepland. 6.6 Verbonden partijen Deze paragraaf geeft inzicht in ‘derde rechtspersonen’ waarmee GGD IJsselland een bestuurlijke en financiële band heeft. Deze band is er door participatie in een vennootschap of deelneming in een stichting. Met een bestuurlijk belang wordt bedoeld een zetel in het bestuur van een deelneming of stemrecht. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de GGD middelen ter beschikking heeft gesteld en die zal verliezen bij faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij op de GGD kunnen worden verhaald. Van een financieel belang is ook sprake als de GGD bij liquidatie van een derde rechtspersoon middelen uitgekeerd kan krijgen. Op het moment van opstellen van de jaarrekening 2020 is bekend dat GGD IJsselland in dit kader 1 relatie kent: GGD GHOR Nederland GGD GHOR Nederland is de koepelorganisatie van de GGD'en en de GHOR.
Vanuit GGD GHOR Nederland wordt, voor en in samenspraak met de GGD’en, de lobby en belangenbehartiging voor de GGD’en gedaan richting politiek en stakeholders. Daarnaast voert GGD GHOR Nederland projecten uit, die vanuit efficiency oogpunt centraal moeten worden uitgevoerd en die randvoorwaarden en producten opleveren waarmee de GGD’en hun werkzaamheden kunnen verrichten. Bestuurlijk en financieel belang Het hoogste orgaan van GGD GHOR Nederland is de Raad van DPG'en. Hierin worden de 25 GGD’en en GHOR-bureaus vertegenwoordigd door hun directeur Publieke gezondheid (DPG). Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden van het algemeen bestuur. GGD IJsselland betaalt op jaarbasis een contributie aan GGD GHOR Nederland gebaseerd op een bijdrage per inwoner, voor 2020 bedroeg deze contributie € 61.571. Mate van beïnvloedbaarheid in bedrijfsvoering Een beperkte mate van beïnvloedbaarheid in de bedrijfsvoering is mogelijk via de afvaardiging van de directeur publieke gezondheid van GGD IJsselland (tevens GHOR) in zowel het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur. 41 6.7 Financiering Inleiding De paragraaf Financiering is één van de voorgeschreven paragrafen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
Artikel 13 van dit besluit schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille worden beschreven. In 2016 is een geactualiseerd treasurystatuut vastgesteld, dat voldoet aan de actuele regelgeving. Algemene ontwikkelingen De GGD kent een beperkt aantal investeringen. De investeringen voor ICT zijn ondergebracht bij Veiligheidsregio IJsselland. Dit biedt voordelen voor de financieringsruimte binnen de kasgeldlimiet. Schatkistbankieren Vanuit het Rijk is er regelgeving voor decentrale overheden inzake schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat saldi die door GGD IJsselland worden aangehouden op bankrekeningen worden afgeroomd en via een rekening-courant verhouding ten gunste van de Nederlandse schatkist worden gebracht. Hierdoor leent de Nederlandse staat minder geld op de financiële markten en neemt de staatsschuld af. Decentrale overheden krijgen op de deposito’s een rente vergoed die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. Momenteel liggen deze rentes rond de nul procent. Het gevolg van dit beleid is dat GGD IJsselland nagenoeg geen rente opbrengsten uit rekening courant verhouding ontvangt. Voor 2020 was dan ook geen raming opgenomen voor ontvangsten uit beleggingen.
Risicobeheer Dit onderdeel geeft een samenvatting van het (verwachte) risicoprofiel van de organisatie. Het bevat tevens de gegevens die op grond van de Wet Fido voor de toezichthouder nodig zijn waaronder de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Renterisicobeheer Voor het renterisicobeheer gelden de volgende criteria: 1. Conform de Wet FIDO wordt de kasgeldlimiet niet overschreden. 2. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. 3. De rentetypische looptijd (periode waarvoor de rente vaststaat) en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. De renterisiconorm beperkt het renterisico op de vaste schuld. Deze wettelijke norm bepaalt dat maximaal 20% van de totale omvang van de begroting in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. In de uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden zijn 2 modelstaten opgenomen om de risico’s in beeld te brengen te weten: - Berekening kasgeldlimiet (model A) - Renterisiconorm (model B). 42 Berekening kasgeldlimiet en bepaling financieringspositie 2020 De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt 8,2%. Het gaat bij de kasgeldlimiet om het beperken van renterisico’s op de korte schuld (korter dan een jaar).
Korte schuld is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. Daarom wordt de kasgeldlimiet gekoppeld aan het begrotingstotaal, dat wil zeggen de totale lasten van de begroting inclusief tegelijkertijd met de begroting vastgestelde begrotingswijzigingen. In de praktijk is dat de begroting zoals die naar de toezichthouder wordt gezonden. Als, naar het oordeel van de toezichthouder, de begroting doelbewust is opgeblazen, dan kan de toezichthouder maatregelen nemen om het totaal te corrigeren. De kasgeldlimiet voor GGD IJsselland bedraagt 8,2% van € 26.192.000 is € 2.148.000. Tot aan deze limiet kan kort (looptijd < 1 jaar) worden geleend. In 2020 heeft GGD IJsselland geen kasgeldlening aangetrokken. Kwartaal Gemiddelde vlottende schuld Gemiddelde vlottende middelen netto vlottend (+) of Overschot middelen (-) Kasgeldlimiet Ruimte (-) of overschrijding (+) 1e kwartaal 0 -4.940 -4.940 2.148 -7.088 2e kwartaal 0 -5.187 -5.187 2.148 -7.334 3e kwartaal 0 -4.982 -4.982 2.148 -7.130 4e kwartaal 0 -6.279 -6.279 2.148 -8.427 (bedragen x € 1.000,--) Renterisiconorm Door berekening van de renterisiconorm wordt inzicht verkregen in de omvang van de schuld waarover in enig jaar renterisico’s worden gelopen.
Omdat GGD IJsselland slechts 1 langlopende geldlening heeft afgesloten voor financiering van de huisvesting is alleen het risico in verband met herfinanciering als gevolg van renteaanpassingen van belang. In onderstaand overzicht wordt dit risico in beeld gebracht: Renterisiconorm en renterisico’s van de vaste schuld per 1 januari van het betreffende jaar: W 2020 (bedragen x € 1.000,-) 1. Renteherziening/herfinanciering 2. Aflossing 236 3. Renterisico (1+2) 236 4. Renterisiconorm 5.238 5a. Ruimte onder renterisiconorm (4>3) 5.002 5b. Overschrijding risiconorm (3>4) 4a. Begrotingstotaal 45.800 4b. Percentage regeling 20% 4. Renterisiconorm 9.160 43 Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte De liquiditeitspositie wordt wekelijks opgemaakt. Op basis hiervan wordt de samenstelling van de financiering bepaald. Met betrekking tot de lasten wordt de liquiditeitspositie bepaald door de uitgaven ten behoeve van de exploitatie en de investeringen. De exploitatie uitgaven zijn min of meer gelijkmatig over het jaar verdeeld. GGD IJsselland heeft 1 langlopende geldlening afgesloten voor financiering van de aankoop van het kantoorgebouw. De overige investeringen worden gefinancierd uit eigen vermogen. Door het beperkte aantal en de omvang van de investeringen ontstaan slechts geringe schommelingen in de financieringsbehoefte.
Met betrekking tot de baten wordt de liquiditeitspositie met name bepaald door de gemeentelijke bijdragen en de subsidies die in het kader van diverse projecten worden ontvangen. De gemeentelijke bijdragen worden 2 keer per jaar gefactureerd. Subsidies worden meestal vooraf beschikbaar gesteld. Gerelateerd aan een evenwichtige verdeling van de exploitatielasten over het jaar is er gedurende enkele maanden per jaar sprake van voorfinanciering. Vanwege COVID-19 zijn in 2020 regelmatig voorschotten aangevraagd bij zowel het Ministerie van VWS als bij het RIVM voor de labkosten. Aan deze geldstroom is constante aandacht besteed om doorlopend aan de financieringsbehoefte te kunnen voldoen. Rentevisie Voor 2020 was niet voorzien dat er langlopende geldleningen zouden worden afgesloten of dat overtollige financieringsmiddelen gedurende een langere periode dan een jaar zouden worden uitgezet. Het ontwikkelen van een rentevisie met betrekking tot financiering was derhalve niet zinvol. 44 Deel B: Jaarrekening 2020s '(bedragen.
* 1.000,=) BALANS PER 31 DECEMBER 2020 (voor bestemming van het gerealiseerd resultaat) Omschrijving der activa Vaste activa Materiële vaste activa 8.494 8.745 - Investeringen met een economisch nut 8.494 8.745 Totaal vaste activa 8.494 8.745 Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 5.163 1.139 - Uitzettingen in Rijksschatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 45 939 - Vorderingen op openbare lichamen 4.928 115 - Overige vorderingen 190 85 Liquide middelen 256 143 - Kassaldi 3 8 - Banksaldi 253 135 Overlopende activa 6.480 822 - Vooruitbetaalde bedragen 66 9 - Nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse 6.345 102 overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel - Overige nog te ontvangen bedragen 69 710 Totaal vlottende activa 11.899 2.104 Totaal generaal 20.393 10.849 2020 2019 Ultimo Ultimo 45 '(bedragen.
* 1.000,=) BALANS PER 31 DECEMBER 2020 (voor bestemming van het gerealiseerd resultaat) Omschrijving der passiva Vaste passiva Eigen vermogen 2.916 2.423 - Algemene reserve 1.357 482 - Bestemmingsreserves 1.266 886 - Gerealiseerd resultaat 293 1.055 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 5.047 5.283 - Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen 5.047 5.283 Totaal vaste passiva 7.963 7.706 Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 3.774 422 - Overige schulden 3.774 422 Overlopende passiva 8.656 2.720 - Vooruitontvangen bedragen 39 6 - Van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen 913 510 voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel - Nog te betalen bedragen 7.704 2.205 Totaal vlottende passiva 12.430 3.142 Totaal generaal 20.393 10.849 2020 2019 Ultimo Ultimo Ingediend bij het Dagelijks Bestuur van de Vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de GGD IJsselland d.d. 1-4-2021 GGD IJsselland d.d. 17-6-2021 De heer M.W.J. van Willigen, voorzitter De heer M.W.J. van Willigen, voorzitter Mevrouw A.M.
van den Berg, secretaris 46 6.8 Grondslagen voor waardering en resultaatbepalingen Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening GGD IJsselland 2019 ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het algemeen bestuur op 21-06-2019 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgelegd. In de toelichting is + = nadelig bedrag en een - = voordelig bedrag. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva worden opgenomen tegen nominale waarden. Alle in deze jaarrekening verantwoorde bedragen zijn vermeld in euro’s. Balans 1.1 Materiële vaste activa met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de historische verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. In die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden het jaar na ingebruikneming lineair afgeschreven volgens een stelsel afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
De afschrijving van de bedrijfsgebouwen/opstallen geschiedt volgens de annuïtaire methode. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. 1.2 Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Op basis van verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. 1.3 Liquide middelen Deze activa worden tegen de nominale waarde opgenomen. 1.4 Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting. Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen die oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaande aan de balansdatum, waarvan de omvang en/of het tijdstip op balansdatum onzeker zijn, doch redelijkerwijs en betrouwbaar zijn te schatten. Voor de afwikkeling van de verplichting is een uitstroom van middelen noodzakelijk. 47 1.5 Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossing. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. 1.6 Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Resultaatbepalingsgrondslagen De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar.
6.9 Toelichting op de balans Vaste activa Materiële vaste activa De investeringen met economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: Boekwaarde ultimo 31-12-2020 31-12-2019 Gronden en terreinen 800 800 Bedrijfsgebouwen 7.269 7.368 Vervoermiddelen 44 59 Machines, apparaten en installaties 275 338 Overige materiële vaste activa 105 178 8.494 8.745 48 Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer: De investeringen staan in het volgende overzicht vermeld. Per investering staat het ter beschikking gestelde krediet aangegeven, het in 2020 daadwerkelijk bestede bedrag en het totaalbedrag dat tot en met 2019 ten laste van het krediet is gebracht. Zie voor verdere toelichting bijlage 4 “Staat van activa”. Investeringen ten behoeve van COVID-19 gerelateerde activiteiten zijn rechtstreeks onder de lasten van COVID-19 activiteiten verantwoord en worden dus niet geactiveerd. Boekwaarde bedrijfsgebouwen In 2020 was in totaal een krediet beschikbaar gesteld van € 160.000 voor de volgende investeringen in het hoofdgebouw van de GGD aan de Zeven Alleetjes: - een krediet van € 45.000 voor de vervanging van een toiletgroep, deze investering is afgerond voor een bedrag van € 42.000. - een krediet van € 60.000 voor de renovatie van de liftinstallatie, deze investering is uitgesteld.
- een krediet van € 43.000 voor de renovatie van de toegangsdeuren, deze investering is afgerond voor een bedrag van € 34.000. - een krediet van € 12.000 voor het aanpassen van de receptie, deze investering is afgerond voor een bedrag van € 11.000. Boekwaarde Investe- Desinves- Afschrij- Bijdragen Boekwaarde 01-01-2020 ringen teringen vingen van derden 31-12-2020 Gronden en terreinen 800 800 Gebouwen 7.368 87 - 186 7.269 Vervoermiddelen 59 - 15 44 Machines, apparaten en installaties 338 - 63 275 Overige materiële vaste activa 178 - 73 105 8.745 87 - 338 - 8.494 Beschikbaar Werkelijk Cumulatief gesteld besteed besteed krediet in 2020 t/m 2020 Vervangen toiletgroep Zeven Alleetjes 45 42 42 Renovatie liftinstallatie 60 - Renovatie toegangsdeuren 43 34 34 Aanpassen receptie 12 11 11 160 87 87 49 Vlottende activa Uitzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Uitzettingen in Rijksschatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Het drempelbedrag voor het begrotingsjaar waarover verantwoording wordt afgelegd is € 250.000. Er zijn geen bedragen aan middelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden dat in het kader van het drempelbedrag door de GGD IJsselland buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden.
De hoogte van de uitzettingen in Rijksschatkist fluctueert door de jaren heen. In 2020 is dit saldo fors afgenomen met € 894.000 i.v.m. uitgaven voor COVID-19. Vorderingen op openbare lichamen Het saldo op vorderingen op openbare lichamen is in 2020 fors gestegen met € 4.813.000. Dit saldo wordt voornamelijk veroorzaakt door de vordering op het RIVM per 31-12-2020 van € 4,3 miljoen i.v.m. COVID-19. Overige vorderingen Het saldo op overige vorderingen is in 2020 toegenomen met € 105.000, dit saldo fluctueert ook jaarlijks. Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: De GGD IJsselland heeft bij de BNG een kredietfaciliteit van € 200.000. Er is bankgarantie afgegeven voor een bedrag van € 32.360 tot 31 augustus 2022. De bankgarantie is afgegeven ten behoeve van huur onroerend goed.
Boekwaarde per 31-12-2020 Voorziening voor oninbaarheid Balanswaarde per 31-12-2020 Balanswaarde per 31-12-2019 Uitzettingen in Rijksschatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 45 45 939 Vorderingen op openbare lichamen 4.928 4.928 115 Overige vorderingen 190 190 85 Totaal 5.163 - 5.163 1.139 31-12-2020 31-12-2019 Kassaldi 3 8 Banksaldi 253 135 256 143 50 Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Het drempelbedrag is bedoeld om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen: niet elke laatste euro hoeft in de schatkist te worden aangehouden. In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. In 2020 hebben wel overschrijdingen plaatsgevonden van het drempelbedrag. . Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: Zie voor verdere toelichting bijlage 9 “Overzicht overlopende activa en passiva”. Vooruitbetaalde bedragen Het saldo op vooruitbetaalde bedragen is in 2020 toegenomen met € 57.000, dit word voornamelijk doordat er in 2020 voor een bedrag van € 65.000 aan huurkosten is vooruitbetaald.
Verslagjaar (1) Drempelbedrag 250 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 231 225 229 229 (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 19 25 21 21 (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag - - - - Verslagjaar (4a) Begrotingstotaal verslagjaar 26.192 (4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 26.192 (4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat - (1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000 Drempelbedrag 250 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 21.024 20.489 21.102 21.107 (5b) Dagen in het kwartaal 91 91 92 92 (2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 231 225 229 229 Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (1) Berekening drempelbedrag 31-12-2020 31-12-2019 Vooruitbetaalde bedragen 66 9 Nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel 6.345 102 Overige nog te ontvangen bedragen 69 710 6.480 821 51 Nog te ontvangen voorschotbedragen openbare lichamen Het
saldo op nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel is in 2020 toegenomen met € 6.243.000. Dit is voornamelijk toe te wijzen aan nog te ontvangen bijdragen i.v.m. COVID-19 van het RIVM en het ministerie van VWS. Zie voor verdere toelichting bijlage 9 “Overzicht overlopende activa en passiva”. Overige nog te ontvangen bedragen Het saldo op overige nog te ontvangen bedragen is in 2020 afgenomen met € 641.000, hiervoor is géén specifieke oorzaak te benoemen. Dit wordt veroorzaakt doordat het saldo nog te factureren aanzienlijk lager is ten opzichte van 2019. Vaste passiva Eigen Vermogen Het in de balans opgenomen Eigen Vermogen bestaat uit de volgende posten: Het verloop in 2020 wordt in onderstaand overzicht per reserve weergegeven: 31-12-2020 31-12-2019 Algemene reserve 1.357 482 Bestemmingsreserves 1.266 886 2.623 1.368 Gerealiseerd resultaat 293 1.055 Totaal 2.916 2.423 Het verloop van het Eigen Vermogen is als volgt: Saldo per 1 januari 2020 1.368 Bij: storting batig saldo 2019 (cf. AB-besluit 18-6-2020) 1.055 Bij: overige stortingen 209 2.633 Af: onttrekkingen aan reserves 10 Saldo per 31 december 2020 2.623 52 Zie voor verdere toelichting bijlage 5 “Staat van reserves en voorzieningen” en bijlage 6 “Toelichting reserves”.
Resultaat Onder “gerealiseerd resultaat’ is het resultaat ná mutaties in de reserves opgenomen, hiervan wordt het volgende overzicht gegeven: Over de bestemming van het resultaat zal aan het algemeen bestuur een voorstel worden voorgelegd. Vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar De onderverdeling van de in de balans opgenomen langlopende schulden is als volgt: In onderstaand overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden over het jaar 2020: Reserves Boekwaarde 01-01-2020 Toevoeging/ onttrekking via resultaat bestemming Vermeerdering en ten laste van de exploitatie Vermindering ten gunste van de exploitatie Boekwaarde 31-12-2020 Algemene reserve 482 874 1.357 Publieke Gezondheidszorg Asielzoekers 302 302 Risicoreserve 412 88 500 Reserve SOA sense 23 71 94 Reserve Fase II project "Zelfmoord praat erover" 0 181 10 171 Reserve groot onderhoud gebouw 150 50 200 Bestemming saldo 2019 1.055 -1.055 0 Totaal 2.423 0 209 10 2.623 Totaal saldo van baten en lasten -493 Bij: aanwending reserves (zie de toelichting op de rekening van baten en lasten) -10 Af: toevoeging reserves (zie de toelichting op de rekening van baten en lasten) 209 Gerealiseerd resultaat -293 Op basis van het besluit van het Algemeen Bestuur van 18 juni 2020 is het voordelig resultaat over 2019 ad € 1.055.000 als volgt afgewikkeld: - Storting batig saldo in de Algemene reserve ter dekking van
kosten Coronavirus 874 - Storting batig saldo in een nieuw te vormen reserve ter financiering van fase II project "Zelfmoord praat erover" 181 1.055
53 De totale rentelast voor het jaar 2020 met betrekking tot de vaste schulden bedraagt € 175.000. Zie voor verdere toelichting bijlage 7 “Langlopende geldleningen”. Saldo 01-01-2020 Vermeer- deringen Aflossingen Saldo 31-12-2020 Onderhandse leningen 5.283 0 236 5.047 Totaal 5.283 0 236 5.047 54 Vlottende passiva Vlottende schulden korter dan één jaar De in de balans opgenomen kortlopende schulden kunnen als volgt gespecificeerd worden: Overige schulden Het saldo op overige schulden is in 2020 toegenomen met € 3.352.000, dit wordt veroorzaakt ook weer voornamelijk veroorzaakt door de gevolgen van COVID-19. Enerzijds gaat het om een fors bedrag voor lab- kosten van Isala van € 1.463.000 miljoen en anderzijds om extra kosten voor inhuur derden van € 970.000. Overlopende passiva De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: Zie voor verdere toelichting bijlage 9 “Overzicht overlopende activa en passiva”. Vooruit ontvangen voorschotbedragen openbare lichamen Het saldo op vooruit ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel is in 2020 toegenomen met € 403.000. Zie voor verdere toelichting bijlage 9 “Overzicht overlopende activa en passiva”. Vooruit ontvangen bedragen Het saldo op vooruit ontvangen bedragen is in 2020 toegenomen met € 33.000 ten opzichte van het saldo van 2019.
Overige nog te betalen bedragen Het saldo op nog te betalen bedragen is in 2020 toegenomen met € 5.499.000, dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de nog te betalen kosten voor labonderzoeken inhuur derden als gevolg van COVID-19. Financiële positie van de GGD IJsselland Gemeenten die aan de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland deelnemen, zijn wettelijk verplicht zodanig financieel bij te dragen aan de regeling dat de begroting daarvan altijd sluitend is. 31-12-2020 31-12-2019 Overige schulden 3.774 422 3.774 422 31-12-2020 31-12-2019 Van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel 913 510 Vooruitontvangen bedragen 39 6 Nog te betalen bedragen 7.704 2.205 8.656 2.720 55 Niet in de balans opgenomen financiële verplichtingen Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Deze personele lasten worden verantwoord in het jaar waarin de uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan verlofaanspraken. - Verlofsaldi: 14.899 uren. Dit totale saldo is ruim 8,1 fte (o.b.v. 1.836 bruto uren per fte) en heeft een waarde van ongeveer € 458.000.
Het betreft een aan kortlopende arbeidskosten gerelateerde verplichting met een jaarlijks vergelijkbaar volume, die op basis van het BBV niet op de balans mag worden opgenomen. - Meerjarige financiële raamcontracten. Ultimo 2020 kent de GGD diverse meerjarige financiële raamcontracten die niet in de balans zijn opgenomen. Dit betreft inleen overeenkomsten personeel met Driessen, Tempo Team en Maandag. Daarnaast huurcontracten voor m.n. CB-locaties. Niet in de balans opgenomen financiële recht(en) Voor de hoofdlocatie van GGD IJsselland geldt een niet verhandelbaar parkeerrecht voor de nabijgelegen parkeerplaats voor een periode van 20 jaar, dit recht vertegenwoordigt een waarde van € 200.000. Gebeurtenissen na balansdatum Alle ten tijde van het opmaken van de jaarrekening beschikbare informatie omtrent de feitelijke situatie per balansdatum is bij het opmaken van de jaarrekening in aanmerking genomen en verwerkt. Het COVID-19 (corona) virus heeft naast financiële gevolgen voor de jaarrekening 2020 ook voor veel beleidsterreinen van onze begroting 2021 en mogelijk voor de jaren daarna gevolgen. Hoe groot de financiële impact zal zijn, is nu onmogelijk te bepalen. In 2021 loopt de meerkostenregeling door, waardoor kosten Corona worden gedekt vanuit het Ministerie. Zie ook paragraaf 3.4 voor een nadere toelichting van deze meerkostenregeling.
Naar aanleiding van een recent datalek in de GGD-systemen, waarover veel publiciteit is geweest, is de Autoriteit Persoonsgegevens begin februari 2021 een onderzoek gestart naar de naleving door de GGD van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Daarbij heeft de Autoriteit Persoonsgegevens aangegeven het toezicht op de GGD te zullen intensiveren. Het is nog niet duidelijk wanneer de uitkomst van het onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens te verwachten is en wat de uiteindelijke bevindingen zullen zijn. Onderzoeken en besluiten van de Autoriteit Persoonsgegevens worden doorgaans openbaar gemaakt. We monitoren onze risico’s voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren. 56 7. Overzicht van baten en lasten 7.1 Totaaloverzicht baten en lasten GGD IJsselland Omschrijving (bedragen * € 1.000) Primitieve begroting 2020 Begroting na wijzigingen 2020 Realisatie 2020 Verschil realisatie t.o.v.
begroting na wijzigingen Lasten Programma Gezondheid 19.343 45.602 43.402 2.200 Programma Service en Samenwerking 170 198 186 12 Totaal lasten 19.513 45.800 43.588 2.212 Baten Programma Gezondheid -24.436 -45.557 -43.458 -2.099 Programma Service en Samenwerking -1.766 -189 -189 0 Totaal baten -26.203 -45.746 -43.647 -2.099 Saldo programma's Programma Gezondheid -5.093 45 -57 102 Programma Service en Samenwerking -1.596 9 -3 12 Totaal Saldo programma's -6.689 54 -61 114 Saldo algemene lasten en dekkingsmiddelen 266 -5.813 -5.786 -27 Overheadkosten 6.373 5.410 5.415 -5 Bedrag heffing vennootschapsbelasting 0 0 0 0 Gerealiseerd saldo van baten en lasten -50 -349 -431 82 Bij: onttrekkingen aan reserves Programma Gezondheid 0 0 0 0 Kostenplaatsen 0 0 0 0 Totaal onttrekkingen aan reserves 0 0 0 0 Af: stortingen in reserves Programma Gezondheid 0 0 0 0 Kostenplaatsen 50 149 138 11 Totaal stortingen in reserves 50 149 138 11 Saldo reserve mutaties 50 149 138 11 Gerealiseerd resultaat 0 -200 -293 93 57 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Bij de analyse van het resultaat is het gemaakte onderscheid tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming van groot belang.
Ingevolge het BBV wordt daarom een toelichting gegeven op het gerealiseerde saldo van baten en lasten vóór mutaties in de reserves, de mutaties in de reserves en het gerealiseerde resultaat ná mutaties in de reserves. In de programmarekening zijn de bedragen vóór mutaties in de reserves opgenomen. In het volgende overzicht wordt inzicht gegeven in de relatie tussen het gerealiseerde saldo van baten en lasten vóór mutaties in de reserves en het in de programmarekening opgenomen gerealiseerde resultaat ná de mutaties in de reserves. (bedragen x € 1.000,-) + = Nadeel (N), - = Voordeel (V) Gerealiseerd saldo van baten en lasten (vóór mutaties in de reserves): -431 Mutaties in de reserves Onttrekking aan bestemmingsreserves 0 Storting in bestemmingsreserves 138 Per saldo gestort in de reserves ten laste van de exploitatie 138 Gerealiseerd resultaat (ná mutaties in de reserves): -293 De belangrijkste verschillen tussen de realisatie 2020 en de begroting na wijziging 2020, vóór mutaties in de reserves, hebben zich voorgedaan op de volgende onderdelen: Programma’s: − Gezondheid (vanwege COVID-19) -103.000 − Service en Samenwerking -12.000 -115.000 Algemene lasten en dekkingsmiddelen: − Overig 27.000 − Overhead 5.000 32.000 _________ Totaal verschil vóór mutaties in de reserves -82.000 Afwijkingen mutaties reserves: − Hogere storting in risicoreserve -11.000 -11.000 Totaal verschil na