CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

10.0 VNG_23-09-2026_Bijzondere ledenbrief Rijksbegroting 2027 en de gevolgen voor gemeenten

Raadsvergadering 20 oktober 2026, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken29.566 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Verdere ambities om de balans te herstellen zijn echter getemporiseerd. Voor alle gemeenten tezamen wordt het macrobudget voor de uitvoering van de Participatiewet (BUIG) in 2027 geraamd op € 8,3 miljard. In 2027 wordt hiervan een bedrag van € 16,6 miljoen gereserveerd voor de vangnetregeling 2025. Wat betekent dit voor gemeenten? In 2027 treden de laatste maatregelen van de Wet participatiewet in balans in werking. De VNG ondersteunt gemeenten bij de implementatie daarvan. De voorgenomen maatregel om de maximale duur van een WW-uitkering in te korten van 24 naar 12 maanden is met 1 jaar uitgesteld naar 1 januari 2029. Dit leidt theoretisch tot iets lagere uitgaven aan de Participatiewet dan aanvankelijk verwacht. Alle gemeenten met een tekort dat over 2025 meer bedraagt dan 7,5% en over 2023, 2024 en 2025 samen ook meer bedraagt dan 7,5% van het budget van 2025, kunnen een beroep doen op de vangnetregeling uit 2025, gefinancierd uit het macrobudget van 2027. Sinds 2026 is er ook een uitgebreider vangnet ingericht voor gemeenten met meerjarige tekorten van 5% of hoger. Re-integratie Wat wil het kabinet? In het coalitieakkoord is een bezuiniging van € 100 miljoen opgenomen op de re-integratie WIA/ WAO/WAZ/ZW/WW. Het kabinet werkt de komende maanden aan de invulling van deze bezuiniging.

43 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? De gevolgen voor de gemeenten van deze bezuiniging bij UWV zijn nog onduidelijk. Een vermindering van middelen bij UWV voor re-integratie kan ertoe leiden dat meer inwoners langer afhankelijk blijven van (financiële) ondersteuning van gemeenten zoals de bijzondere bijstand of andere lokale minimaregelingen. Ook kan dit de uitstroom naar werk bemoeilijken, waardoor de druk op gemeentelijke dienstverlening binnen het brede sociaal domein kan toenemen. Proactieve dienstverlening Wat wil het kabinet? Het kabinet vindt het belangrijk dat mensen de inkomenssteun krijgen waar ze recht op hebben. Daarom blijft het kabinet inzetten op het wetsvoorstel proactieve dienstverlening, dat het voor gemeenten mogelijk maakt om mensen die recht hebben op een uitkering of voorziening gericht te benaderen. Gemeenten ontvangen € 8,1 miljoen in 2027 voor de extra uitvoering en lasten van de algemene bijstand. Dat bedrag loopt op tot € 30 miljoen in 2030. De dekking daarvoor is gevonden in het kindgebonden budget. Daarnaast ontvangen gemeenten € 5,7 miljoen in 2027 voor het proactief aanbieden van schuldhulp. In het kader van ‘versobering’ zijn er echter geen middelen voorzien voor de extra kosten van de bijzondere bijstand.

Wat betekent dit voor gemeenten? Dit najaar vindt de besluitvorming plaats over het wetsvoorstel en de wetgeving over het kindgebonden budget. Bij positieve besluitvorming treedt het wetsvoorstel proactieve dienstverlening volgens planning van SZW begin 2027 in werking. Gemeenten kunnen er dan voor kiezen de algemene bijstand en lokale minimaregelingen proactief aan te bieden aan inwoners. De agentschappen BIDN en BKWI hebben de opdracht gekregen om via vergelijking van bestanden van UWV, SVB en gemeenten niet-gebruikers van regelingen in beeld te brengen en gegevens van deze inwoners te delen. De VNG gaat gegevensdeling mede ontwikkelen en beproevingen begeleiden. Handhaving sociale zekerheid Wat wil het kabinet? In 2027 treedt de Wet handhaving sociale zekerheid in werking. Dit is een grote stelselwijziging. Gemeenten en uitvoeringsorganisaties krijgen meer ruimte om rekening te houden met de persoonlijke situatie van mensen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn verantwoordelijk om een goede invulling te geven aan de handhaving. De invoering van de nieuwe wet geeft professionals in de uitvoering meer ruimte om afwegingen te maken en vraagt ook een andere manier van werken van hen. Het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid vergt wel een grote inspanning van de gemeentelijke professionals en heeft een korte implementatietijd.

De verwachting is ook dat niet alle gemeenten in staat zijn om de verordeningen en beleidsregels voor de inwerkingsdatum aan te passen. Alleenverdienersproblematiek Wat wil het kabinet? Voor de jaren 2025 tot en met 2027 zijn gemeenten bereid om een vaste tegemoetkoming te verstrekken aan huishoudens in de alleenverdienersproblematiek. Hiertoe is per 1 januari 2025 de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek in werking getreden. Gemeenten ontvangen financiering voor deze regeling via een decentralisatie-uitkering binnen het gemeentefonds. Hiervoor is in 2027 € 34,1 miljoen beschikbaar. De decentralisatie-uitkering zal in meerdere tranches worden uitgekeerd, zodat de middelen aansluiten op actuele gegevens over het aantal alleenverdienende huishoudens per gemeente. Elke tranche zal apart worden overgeheveld van de SZW-begroting naar het gemeentefonds. 44 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten beschikken over de nodige middelen om ook in 2027 aan de doelgroep een vaste tegemoetkoming te verstrekken op grond van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek (Wtrap). De definitieve lijst van alleenverdieners voor het jaar 2027 kunnen gemeenten begin 2029 verwachten. Vanaf 2028 wordt een structurele fiscale oplossing gerealiseerd via de inkomstenbelasting, die door de Belastingdienst wordt uitgevoerd.

De VNG is momenteel in overleg met het kabinet over de datum waarop deze tijdelijke regeling komt te vervallen. Vereenvoudiging Wat wil het kabinet? Het kabinet wil doorgaan met de vereenvoudigingsslag in de sociale zekerheid, belastingen, toeslagen en verlofregelingen. Het heeft hierbij ook oog voor de mensen in Caribisch Nederland. Voor het einde van 2026 komt het kabinet met een hervormingsagenda op verschillende onderdelen. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat werken moet lonen. Daarnaast gaat het kabinet door met de stelselherziening van de kinderopvang naar een eenvoudiger financieringsstelsel, waarbij ouders vooraf meer zekerheid krijgen over de kosten van kinderopvang. De kinderbijslag en het kindgebonden budget worden samengevoegd in 1 nieuwe kindregeling met 1 wettelijk kader binnen het stelsel van sociale zekerheid. Het wetsvoorstel vereenvoudiging en versterking gegevensbescherming in de sociale zekerheid moet transparantie bieden over gegevensgebruik door de overheid. Dit wetsvoorstel zal de bepalingen over de verwerking van persoonsgegevens in de Wet SUWI en de Participatiewet specifieker maken en een inzichtelijke en eenduidige opbouw geven. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen de komende jaren mogelijk te maken met grote veranderingen in de inkomensondersteuning en sociale zekerheid.

Dit gaat gevolgen hebben voor de gemeentelijke uitvoering van armoede- en schuldenbeleid, participatie en inkomensregelingen. De samenvoeging van de kinderbijslag en het kindgebonden budget tot één kindregeling kan bijdragen aan een eenvoudiger stelsel voor gezinnen en minder complexiteit in de uitvoering. Ook komt er nieuwe wetgeving voor gegevensverwerking in de sociale zekerheid, waardoor gemeenten hun processen rond gegevensuitwisseling en privacy mogelijk moeten aanpassen. Breed gedragen sociaal akkoord Wat wil het kabinet? Het kabinet wil toewerken naar een breed gedragen sociaal akkoord. Het kabinet wil hiervoor in gesprek met sociale partners. De bezuinigingen op de AOW en het maximumdagloon zijn van tafel. Bij de WIA, WW en de compensatieregeling transitievergoeding (CRTV) zet het kabinet voorlopig geen onomkeerbare stappen. Het kabinet stelt de voorgenomen inkorting van de maximale WW- duur uit met 1 jaar. Het kabinet wil ook in gesprek met sociale partners over de vormgeving van een effectief en eerlijk werkloosheidsstelsel inclusief de inzet op van werk naar werk. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is voor gemeenten belangrijk dat VNG betrokken is bij de totstandkoming van een breed sociaal akkoord. Voor gemeenten is het vervolg van de Banenafspraak een belangrijk onderdeel voor een sociaal akkoord.

Ondanks het uitstellen of schrappen van verschillende maatregelen wordt er fors bezuinigd op zorg en sociale zekerheid. Het blijft onduidelijk hoe toekomstige hervormingen van de WW en WIA eruit zullen zien en welke gevolgen deze zullen hebben voor gemeenten. Gemeenten zullen naar verwachting merken dat inwoners met een laag inkomen deze toenemende risico’s minder goed kunnen opvangen. Dit kan leiden tot een grotere druk op gemeentelijke regelingen, minimaregelingen en schuldhulpverlening. Wanneer mensen niet binnen 1 jaar uit de WW komen, zal dit bovendien leiden tot een grotere instroom in de Participatiewet. Daarmee neemt ook het beroep op lokale minimaregelingen en andere vormen van inkomensondersteuning toe. 45 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Beschut werk Wat wil het kabinet? Per 2027 verandert de verdeelsystematiek van de begeleidingsmiddelen voor beschut werk. De middelen worden dan verdeeld op basis van 30% positieve adviezen voor beschut werk en 70% gerealiseerde beschutte werkplekken. De nieuwe verdeling sluit beter aan bij de behoefte en realisatie van beschut werk bij gemeenten. De invoering van de nieuwe verdeelsystematiek volgt een ingroeipad tot 2029. Daarna geldt de nieuwe verdeling volledig. Daarnaast werkt het kabinet aan de wetswijziging voor de invoering van een forfaitaire loonkostensubsidie voor beschut werk.

Deze wijziging zorgt ervoor dat de financiering van de loonkostensubsidie voor beschut werk beter aansluit bij de praktijk. Het wetsvoorstel ligt momenteel bij de Raad van State voor advies. De verwachte inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2028. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van het wetsvoorstel zijn de begeleidingsmiddelen voor beschut werk in de voorjaarsnota van 2025 opgehoogd. Hiermee zijn gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven alvast tegemoetgekomen voor het financiële knelpunt bij beschut werk. De loonwaardesystematiek verandert pas na inwerkingtreding van het wetsvoorstel. Wat betekent dit voor gemeenten? Het ingroeipad van de nieuwe verdeelsystematiek start op 1 januari 2027. Daarbij wordt nog deels rekening gehouden met het oude verdeelmodel, gebaseerd op Wsw- en Wajonggegevens uit 2012 – 2014. In 2027 wordt twee derde van het budget verdeeld volgens het oude model en een derde volgens het nieuwe model. In 2028 verschuift dit naar twee derde volgens het nieuwe model en een derde volgens het oude model. Vanaf 2029 geldt volledig de nieuwe verdeelsystematiek. Hiermee wordt een geleidelijke overgang beoogd voor gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven. Vooruitlopend op de invoering van de forfaitaire loonkostensubsidie in 2028 zijn extra middelen toegevoegd aan de integratie-uitkering Participatie.

De ophoging bedraagt € 2.971 per gerealiseerde beschutwerkplek. Het budget van gemeenten wordt hierdoor in 2025, 2026 en 2027 verhoogd met € 2.971 vermenigvuldigd met de taakstelling beschut werk van de gemeente. Vanaf 2028 blijft de extra financiering voor beschut werk beschikbaar, maar wordt deze via het BUIG- budget verstrekt als onderdeel van de financiering van de forfaitaire loonkostensubsidie. Banenafspraak Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de banenafspraak verder verbeteren en bestaande knelpunten in het stelsel wegnemen. Daarbij werkt het kabinet aan een vernieuwde banenafspraak waarin de ondersteuningsbehoefte van mensen meer centraal komt te staan. Het kabinet wil daarnaast de doelgroep van de banenafspraak verbreden, onder meer door loonkostensubsidie mogelijk te maken voor mensen in de WIA, WW en Wajong. Ook heeft het kabinet de ambitie om de overgang tussen dagbesteding, beschut werk, banenafspraak en regulier werk te vereenvoudigen, zodat mensen gemakkelijker kunnen werken op de plek die het beste aansluit bij hun mogelijkheden. Het kabinet onderzoekt hoe re-integratie- en werkvoorzieningen verder kunnen worden geharmoniseerd. Wat betekent dit voor gemeenten? De voorgenomen wijzigingen raken de gemeentelijke dienstverlening aan inwoners met een arbeidsbeperking. Gemeenten krijgen mogelijk te maken met een bredere doelgroep voor de banenafspraak.

De VNG is hierover in gesprek met het ministerie van SZW, Divosa, Cedris, UWV en sociale partners. Voor gemeenten is het van belang dat het kabinet voldoende financiële middelen beschikbaar stelt om de voorgenomen aanpassingen uitvoerbaar te maken. Een uitbreiding van de doelgroep van de banenafspraak mag niet ten koste gaan van de ondersteuning en begeleiding van de huidige doelgroep. 46 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Noodfonds Energie Wat wil het kabinet? Met het Noodfonds Energie wil het kabinet mensen helpen die deze winter moeite hebben met het betalen van hun energierekening hun energierekening, door de gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten. Hiervoor is € 193 miljoen in totaal voor gereserveerd. € 103 miljoen wordt uit de enveloppe armoede en schulden ingezet. € 2 miljoen is bestemd voor Caribisch Nederland. Het streven van het kabinet is dat het fonds dit jaar open zal gaan. Naar schatting kunnen ongeveer een half miljoen huishoudens aanspraak maken op een tegemoetkoming van het Noodfonds Energie. Daarnaast streeft het kabinet ernaar om huishoudens weerbaar te maken tegen stijgende energieprijzen en zet het in op structurele oplossingen. Wat betekent dit voor gemeenten? Afgelopen jaar hebben gemeenten, het ministerie van SZW en het Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) samengewerkt om gegevensdeling tussen TNE en gemeenten mogelijk te maken.

Hierdoor konden gemeenten de doelgroep beter in beeld brengen. Inwoners konden bij hun aanvraag vrijwillig toestemming geven om hun gegevens met hun gemeente te delen. Uiteindelijk hebben 151.000 huishoudens hiervan gebruikgemaakt. In de Kamerbrief van 1 juli dit jaar heeft de minister van SZW aangekondigd met de VNG en TNE in gesprek te willen gaan over de mogelijkheid om de datadeling voort te zetten bij een toekomstige editie van het noodfonds. Kwaliteit schuldhulpverlening Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de kwaliteit van de schuldhulpverlening verbeteren. Dit gebeurt onder meer met het wetsvoorstel Schuldregelen en door de schuldhulpverlening verder te versterken. Het kabinet streeft naar meer coördinatie in het invorderingsproces zodat schulden duurzaam worden opgelost, onder andere via de evaluatie van de beslagvrije voet en het wetsvoorstel Bescherming inkomen bij beslagleggingen (voorheen: Stroomlijning keten voor derdenbeslag). Ook is het kabinet gestart met de voorbereidingen voor een wet op de overheidsincasso om als één overheid op te kunnen treden. Daarnaast heeft het kabinet aandacht voor het voorkomen van schulden door meer te investeren in vroegsignalering en financiële educatie bij kinderen en jongeren.

Wat betekent dit voor gemeenten? Het wetsvoorstel schuldregelen bevat onder meer een definitie en afbakening van het begrip ‘schuldregelen’ en wettelijke reactietermijnen voor schuldeisers en schuldregelaars. Het algehele beeld uit de VNG-uitvoeringstoets is dat dit wetsvoorstel voor gemeenten met de beoogde invoeringsdatum van 1 juli 2028 uitvoerbaar is. Wel heeft het voorstel gevolgen voor de werkzaamheden van schuldregelaars en de doorlooptijden in de uitvoering. Gemeenten moeten ook in de komende jaren aandacht houden voor de verbetering van de kwaliteit van de schuldhulpverlening. Gemeenten hebben naast hulpverlener bij schulden ook een rol als invorderaar. De toekomstige Wet bescherming inkomen bij beslaglegging en de beslagvrije voet zijn daarom ook van toepassing op gemeenten. Daarnaast moeten gemeenten aandacht hebben voor sociaal incasseren binnen hun invorderingsprocessen. Ontwikkelingen zoals de ketensignalering gerechtsdeurwaarders, de verbetermaatregelen vroegsignalering en de landelijke aanmeldknop zullen op termijn meer hulpvragen voor schuldhulp tot gevolg hebben. Vroegsignalering schulden Wat wil het kabinet? Het kabinet zet in op de verbetering van vroegsignalering. Hierover worden afspraken gemaakt met gemeenten en vastelastenpartners.

Vanaf 2027 wordt via het gemeentefonds structureel € 20 miljoen beschikbaar gesteld voor de intensivering van vroegsignalering. Partijen voeren verbetermaatregelen door met als doel om het bereik van de doelgroep te verdubbelen en de ongewenste uitval van de deelnemende doelgroep te halveren. 47 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG heeft zich hard gemaakt om de bezuiniging op vroegsignalering terug te draaien. Het is positief dat er nu vanaf 2027 structureel € 20 miljoen beschikbaar wordt gesteld. Gemeenten ontvangen € 19,7 miljoen in 2027 tot en met 2029 in het gemeentefonds voor de uitvoering van vroegsignalering schulden. Met deze middelen kunnen gemeenten verder werken aan het versterken en verbeteren van vroegsignalering en invulling geven aan de ambitie om bereik onder inwoners te vergroten. De enveloppe armoede en schulden bestaat uit € 150 miljoen. In 2027 gaat een groot gedeelte naar het Noodfonds Energie en vroegsignalering schulden. Naast deze doelen in de enveloppe armoede en schulden lijken de overige middelen binnen de € 150 miljoen nog niet bestemd te zijn vanaf 2028. Besparingsverlies bijstand asiel Wat wil het kabinet? Het kabinet-Schoof ging uit van een structurele besparing op de bijstand als gevolg van asielbeperkende maatregelen.

De besparing vindt naar verwachting niet plaats in 2027, het kabinet heeft daarom het gat gedicht voor 2027. Voor 2028 en verder is er geen budget om de ingezette besparing te herstellen. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet herstelt voor 2027 de eerder ingezette besparing als gevolg van de actuele situatie. Het is nog onzeker of de asielbeperkende maatregelen inderdaad tot een lagere bijstand leidt, onder meer omdat het verblijf van de ontheemden uit Oekraïne en een mogelijk recht op bijstand eerder tot hogere uitgaven zal leiden. Enveloppe opvolging commissie sociaal minimum Thodé Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft in het coalitieakkoord 2026-2030 vanaf 2027 structureel € 30 miljoen vrijgemaakt voor het verhogen van het voorzieningenniveau en de verdere opvolging van de aanbevelingen van de commissie-Thodé op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het faseert de uitwerking van deze middelen in de korte termijn (2027) en de lange termijn (2028 en verder). In 2027 richt het kabinet zich op de implementatie van een korte termijn-pakket met maatregelen om de bestaanszekerheid te verbeteren. Dit omvat een combinatie van het continueren van bestaande tijdelijke subsidieregelingen, ondersteuning voor betaalbare kinderopvang en een aantal incidentele investeringen om de nutsvoorzieningen en basisbehoeften op Saba, Sint Eustatius en Bonaire betaalbaar te houden.

Daarnaast werkt het kabinet verder aan het vaststellen van een pakket aan maatregelen voor de langere termijn. Wat betekent dit voor de openbare lichamen? Voor de begrotingen van de openbare lichamen is het noodzakelijk dat de bestemming van de middelen voor 2027 bekend zijn. Voor de middelen 2028 en verder is het belangrijk dat de doelen en prioriteiten van deze middelen samen tot stand komen tussen rijk, openbare lichamen en de VNG. De middelen zijn bedoeld voor aanvullende maatregelen die de kosten van levensonderhoud daadwerkelijk verlagen en niet voor het bekostigen van bestaande subsidieregelingen. Betaalbare energie Caribisch Nederland Wat wil het kabinet? In Europees Nederland komt er een Noodfonds Energie vanwege de gestegen energieprijzen. In Caribisch Nederland wordt er incidenteel geld beschikbaar gesteld voor de energietoeslag. In 2027 gaat het in totaal om € 5,25 miljoen, waarvan € 1,25 miljoen uit het maatregelenpakket Acties Weerbaarheid energieschok. Met deze € 1,25 miljoen extra kunnen de openbare lichamen, net zoals 48 Vereniging van Nederlandse Gemeenten in 2026, de toelage in 2027 verhogen en de doelgroep uitbreiden, om de gevolgen van de stijgende energieprijzen voor minimahuishoudens te mitigeren.

Wat betekent dit voor de openbare lichamen? De openbare lichamen ontvangen de middelen voor de verhoging en uitbreiding van de doelgroep van de energietoelage via de bijzondere uitkering. De openbare lichamen kunnen hiermee inwoners voorzien in een tegemoetkoming van de gestegen energieprijzen. De openbare lichamen kunnen dit ook koppelen aan maatregelen voor verduurzaming. De energieprijzen zijn echter sinds 1 juli 2026 dusdanig gestegen dat er meer nodig is om energie betaalbaar te maken en te houden. Door geopolitieke omstandigheden fluctueren de prijzen sterk en huishoudens op Saba, Sint Eustatius en Bonaire krijgen daar te maken hoge energierekeningen. Op de korte termijn is een extra noodmaatregel noodzakelijk om deze extreme prijsstijgingen te dempen. Tegelijkertijd is een structurele investering nodig in de energietransitie zodat huishoudens ook in Caribisch Nederland duurzaam beschermd worden tegen dit soort prijsstijgingen. Armoede en schulden Caribisch Nederland Wat wil het kabinet? Het kabinet stelt verschillende middelen voor via een bijzondere uitkering. De middelen zijn bestemd voor de financiering van initiatieven van de openbare lichamen met betrekking tot werken met een beperking, arbeidsbemiddeling, armoedebestrijding en schuldhulpverlening.

Het kabinet stelt in 2027 € 1 miljoen extra beschikbaar ter ondersteuning van de lokale aanpak van de openbare lichamen voor gezinnen met kinderen in armoede. In 2027 treedt daarnaast de werkloosheidsvoorziening BES in werking. Hiermee krijgen werknemers in Caribisch Nederland gedurende drie maanden recht op een werkloosheidsuitkering als zij hun baan verliezen. Ook wordt de kinderbijslagvoorziening BES per 1 januari 2027 verhoogd. Tenslotte werkt het kabinet aan een gelijkwaardig sociaal vangnet. Er wordt € 0,4 miljoen vrijgemaakt voor de kindplaatssubsidie voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Hierdoor kunnen kinderen van ouders in een financieel kwetsbare positie naar de kinderopvang. Daarnaast wordt er voor 2027 € 5,8 miljoen vrijgemaakt om het budgettaire tekort in de structurele subsidies van de nutsvoorzieningen te dichten. Ook worden er incidentele investeringen gedaan gericht op verduurzaming van de energievoorziening op Saba en Sint Eustatius, verbetering van de drinkwatervoorziening op Bonaire en Sint Eustatius en modernisering van het netwerk voor vast internet op Sint Eustatius. Deze maatregelen leiden tot lagere tarieven. Wat betekent dit voor de openbare lichamen? Het betreft veelal continuering van beleid en uitvoering. Toch heeft het zijn weerslag op de uitvoering van de openbare lichamen.

De openbare lichamen krijgen diverse incidentele middelen voor grote maatschappelijke opgaven. Het is belangrijk dat er gewerkt wordt aan structurele financiering. Er moet ook de hoogste prioriteit gegeven worden door het rijk aan structurele oplossingen om de nutsvoorzieningen betaalbaar te houden en te koppelen aan de demografische ontwikkelingen van de eilanden. Bij nieuwe wet- en regelgeving is het voor openbare lichamen van belang om dit in de praktijk te toetsen op uitvoerbaarheid, haalbaarheid en juridische houdbaarheid. Continuïteit van werk in crisissituaties Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt aan maatregelen om de continuïteit van werk en het behoud van personeel tijdens crisissituaties te ondersteunen. De Noodwet Arbeidsvoorziening wordt daarom herzien. Het kabinet wil het wetsvoorstel eind 2026 in consultatie brengen; de beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2028. Daarnaast is het wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis (Wpc) bij de Tweede Kamer ingediend. Het wetsvoorstel biedt werkgevers instrumenten om tijdens onvoorziene crises zo veel mogelijk werknemers te behouden. Werkgevers kunnen onder voorwaarden werknemers tijdelijk 49 Vereniging van Nederlandse Gemeenten herplaatsen of minder laten werken. Ook onderzoekt het kabinet samen met sociale partners wat nodig is om de verdeling van werk bij militaire en hybride dreigingen goed te laten verlopen.

Wat betekent dit voor gemeenten? De maatregelen zijn primair gericht op de continuïteit van werk en het behoud van personeel bij crises. De voorgestelde maatregelen kunnen ook relevant zijn voor de continuïteit van de lokale economie en arbeidsmarkt tijdens crisissituaties en voor de gemeente als werkgever. In deze passages staat geen directe uitvoeringsrol voor gemeenten. Arbeidsmarkt Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt door aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt en wil zorgen voor een gezonde balans tussen werkzekerheid voor werkenden en wendbaarheid voor ondernemers. Het kabinet gaat verder met de uitvoering van het arbeidsmarktpakket. Daarbij wordt onder meer geprobeerd werknemers meer zekerheid te bieden en tegelijkertijd meer duidelijkheid en zekerheid vooraf te geven over wanneer je als zelfstandige of met zelfstandigen kunt werken. Ook bereidt het kabinet een wet voor die moet waarborgen dat het inlenen van uitzendkrachten tijdelijk blijft. Verder werkt het kabinet aan het vereenvoudigen van het wettelijk verlofstelsel en aan gelijk loon voor vrouwen en mannen. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG vindt het goed dat het kabinet verder gaat met de uitvoering van het arbeidsmarktpakket. In hun rol als werkgever worden gemeenten daarmee geconfronteerd. Het is van belang dat werkgevers alert zijn op de gevolgen en zich tijdig voorbereiden.

De Wet meer zekerheid flexwerkers leidt vanaf 1 januari 2028 tot wijzigingen in het werken met flexibele arbeid. Verder zou de nieuwe Verlofwet de verlofregelingen voor werkgevers overzichtelijker en werkbaarder moeten maken. Wat betreft de Wet loontransparantie ziet de VNG dat rekening wordt gehouden met de uitvoerbaarheid voor werkgevers, maar dit blijft een zorgpunt door de vele administratieve lasten. De gemeente als werkgever Wat wil het kabinet? Het kabinet wil het voor werkgevers, vooral in het midden- en kleinbedrijf, makkelijker maken om met langdurig zieke werknemers om te gaan. Kleine en middelgrote werkgevers krijgen meer ruimte om in het tweede ziektejaar te kijken naar werk bij een andere werkgever. Ook moet het oordeel van de bedrijfsarts zwaarder gaan meewegen bij de beoordeling door het UWV. Daarnaast onderzoekt het kabinet hoe de regels rond re-integratie eenvoudiger kunnen, zodat werkgevers minder administratieve taken hebben. Ten aanzien van arbeidsongeschiktheid wordt de afschaffing van de compensatie transitievergoeding na langdurige arbeidsongeschiktheid uitgesteld tot 1 januari 2028. Wat betreft het Arbeidsongeschiktheidsfonds gaat vanaf 2027 de premie voor zowel kleine als grote werkgevers omhoog. Kleine werkgevers betalen in 2027 6,67% en grote werkgevers 8,03%.

Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit dat zij als werkgever bij de re-integratie van langdurig zieke medewerkers rekening moeten houden met de gewijzigde werkwijze rond de RIV-toets. Dit is de reïntegratieverslagtoets, die plaatsvindt als een werknemer na ongeveer 2 jaar ziekte een WIA- uitkering aanvraagt. Het uitstel van de afschaffing van de compensatie van de transitievergoeding na langdurige arbeidsongeschiktheid betekent dat werkgevers ook in 2027 nog compensatie kunnen aanvragen als zij een transitievergoeding moeten betalen bij ontslag na 2 jaar ziekte. De stijging van de Aof-premie is een lastenstijging voor alle werkgevers, dus ook de gemeente. 50 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Duurzame inzetbaarheid, zware beroepen en vervroegd uittreden Wat wil het kabinet? Duurzame inzetbaarheid van werknemers is een blijvend actiepunt voor het kabinet. Het belang neemt toe in tijden waarin de arbeidsproductiviteit stagneert en de druk van personeelskrapte en vergrijzing sterker wordt gevoeld. De Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden (MDIEU) stopt. Dit was een van de maatregelen uit het akkoord Gezond naar pensioen. De MDIEU wordt vanaf 2027 opgevolgd door een specifieke subsidieregeling Duurzaam aanpakken belastende werkzaamheden, voor (preventieve) maatregelen om belastende werkzaamheden te verlichten of voorkomen.

Het kabinet blijft de afspraken uit het pensioenakkoord wel jaarlijks monitoren, waaronder het gebruik van de Regeling vervroegd uitreden (RVU). Wat betekent het voor gemeenten? Met de MDIEU-subsidies heeft het A&O-fonds Gemeenten verschillende instrumenten kunnen ontwikkelen voor de sector om duurzaamheid inzetbaarheidsbeleid in de sector te verankeren. De Cao Gemeenten kent sinds 2026 een Regeling Vervroegde Uittreding (RVU). Daarmee kan een werknemer een uitkering van de werkgever krijgen om voor de AOW-leeftijd te kunnen stoppen met werken. De inventarisatie en identificatie van zware beroepen binnen onze sector levert relevante informatie op over preventieve maatregelen in relatie tot bijvoorbeeld de arbocatalogi die door de sociale partners worden ontwikkeld en die gemeenten kunnen gebruiken voor hun arbobeleid. 51 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 10 Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jeugdzorg Wat wil het kabinet? Het kabinet houdt vast aan de beweging die met de Hervormingsagenda Jeugd is ingezet: tijdig passende, kwalitatief goede jeugdhulp binnen een toekomstbestendig stelsel. Daarbij zet het kabinet onder meer in op een sterke basis en lokale teams. Het kabinet stelt dat de aanhoudende stijging van de jeugdzorguitgaven zoals we die de afgelopen jaren hebben gezien niet wenselijk is. Ook is dit niet houdbaar voor de toekomst.

Het is noodzakelijk om te sturen op afname van het gebruik van individuele specialistische jeugdhulp. Het kabinet verkent daarvoor mogelijkheden om beter te sturen op het macrobudget voor jeugdhulp. Het kabinet verwijst daarnaast naar het zwaarwegende en maatgevende advies dat de commissie-Van Ark in januari 2027 uitbrengt. Deze commissie spreekt zich onder meer uit over de uitvoering van de maatregelen uit de Hervormingsagenda en over wat deze maatregelen betekenen voor de ontwikkeling van de uitgaven. Daarnaast kijkt de commissie naar voorstellen om tot een stelsel te komen dat op de lange termijn houdbaar is. De besluitvorming over de opvolging van het advies loopt mee met de voorjaarsbesluitvorming in 2027. Tot slot houdt het kabinet vast aan het voornemen om per 2028 een eigen bijdrage voor jeugdhulp in te voeren. Wat betekent dit voor gemeenten? De gewenste ontwikkeling is voor veel gemeenten herkenbaar. Op veel plekken wordt al stevig ingezet op een sterke basis in de wijk, een goede samenwerking met het onderwijs en de opbouw van lokale teams. Tegelijkertijd geven gemeenten aan dat dit valt of staat met toereikend budget en (gekwalificeerd) personeel. Vooralsnog is het financiële vooruitzicht niet gunstig: in de rijksbegroting is vanaf 2028 een forse daling zichtbaar in de middelen voor jeugdhulp.

De VNG hecht er grote waarde aan dat het kabinet nogmaals heeft benadrukt dat de verplichtingen richting gemeenten worden nagekomen. Gemeenten moeten volledig gecompenseerd worden voor de kosten die zij maken bij de uitvoering van rijksbeleid. Wij rekenen erop dat het kabinet de uitkomsten van de commissie-Van Ark verwerkt in de begroting voor 2028 en de jaren daarna. Het is van het grootste belang dat het jeugdstelsel structureel houdbaar wordt. Dit vraagt om een effectievere, meer fundamentele aanpak dan het rijk tot nu toe heeft gepresenteerd in het wetsvoorstel reikwijdte. De impact van de eigen bijdrage wordt momenteel onderzocht. Ook loopt er een uitvoeringstoets. Later dit jaar start een internetconsultatie. De brede jeugd- en gezinsagenda en de sociaalpedagogische basis Wat wil het kabinet? In de begrotingen van de ministeries van SZW, VWS en OCW wordt op verschillende manieren aandacht besteed aan de brede jeugd- en gezinsagenda en het versterken van de sociaal pedagogische basis. VWS zet € 25 miljoen in 2027 oplopend tot € 62 miljoen structureel in voor de gemeentelijke en maatschappelijke ondersteuning van kwetsbare gezinnen met het programma Kansrijke Start. Ook krijgen het primair en voortgezet onderwijs middelen om kinderen gratis schoolfruit aan te bieden.

Hiervoor stelt het ministerie vanaf 2027 € 23,2 miljoen beschikbaar, oplopend tot € 80 miljoen structureel vanaf 2032. Voor sport wordt in 2027 € 25,5 miljoen gereserveerd, oplopend tot € 41 miljoen structureel vanaf 2032. Daarnaast wordt er in 2027 € 40 52 Vereniging van Nederlandse Gemeenten miljoen gereserveerd voor het versterken van wijken en buurten. Op de begroting van OCW (zie het hoofdstuk begroting OCW) worden de bezuinigingen op het onderwijs en het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid teruggedraaid. Het ministerie van SZW zet onder andere in op een stelselherziening kinderopvang en vereenvoudiging van kindregelingen tot 1 nieuwe kindregeling (zie het hoofdstuk begroting SZW). Wat betekent dit voor gemeenten? De erkenning van het rijk dat de aanpak van problemen in de jeugdhulp vraagt om een bredere aanpak vanuit bestaanszekerheid, opvoedondersteuning, gezinnen, onderwijs, kinderopvang en de gemeenschap is positief. De hierboven genoemde investeringen geven gemeenten meer financiële armslag om hierop in te zetten. Tegelijkertijd maken wij 3 kanttekeningen: • De langetermijnontwikkeling van het gemeentefonds is niet positief en remt (voor een deel) het potentieel positieve effect van bovengenoemde investeringen. Dat geldt in het bijzonder voor de middelen voor onderwijshuisvesting waar al jarenlang grote tekorten zijn ter hoogte van € 1,3 miljard per jaar.

Voldoende middelen voor het brede jeugd- en gezinsbeleid blijft een aandachtspunt voor ons gesprek met het rijk. • De noodzakelijke meerjarige samenwerkingen met onderwijs, kinderopvang, ouders, gemeenschappen, jeugdgezondheidszorg, welzijn en jeugdaanbieders vragen een behoorlijk tijdsinvestering en expertise van gemeenten. In het gesprek over de financiering van taken is daar onvoldoende aandacht en ruimte voor. • Een brede gezinsaanpak en het versterken van de sociaalpedagogische basis zijn noodzakelijk, maar zijn niet zo maakbaar als de rijksbeleidstheorie wel eens veronderstelt. Preventie rendeert niet onmiddellijk. Gemeenschappen, verenigingen en ouders maken hun eigen keuzes, los van overheidslogica. Aansluiten bij inwoners en gemeenschappen vraagt ook een verandering bij de overheid zelf. Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) Wat wil het kabinet? Met de ondertekening van het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) hebben gemeenten zich verbonden aan de beweging van zorg naar gezondheid. Het kabinet wil de inzet op gezondheid en preventie minder vrijblijvend maken. Daarom wordt de wettelijke verankering van gezondheidstaken voor gemeenten verkend, bijvoorbeeld voor de inzet op kansrijke start, valpreventie, mentaal welzijn en seksuele gezondheid.

Ook wordt geregeld dat gemeenten, in omgevingen waar veel kinderen en jongeren komen, maatregelen kunnen nemen om hen te helpen gezond te kiezen. Verder zegt het kabinet in de begroting in te zetten op een betere samenwerking met medeoverheden, bijvoorbeeld door bij alle nieuwe trajecten die medeoverheden raken een volledig UDO-proces (Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden) te doorlopen. Daarbij is het streven in 2027 om de UDO aan de voorkant in het proces al een plaats te geven en hier voldoende aandacht te besteden. Wat betekent het voor gemeenten? De wettelijke verankering van gemeentelijke inzet op gezondheid en preventie sluit aan op de afspraken die binnen het AZWA zijn gemaakt. Aan het AZWA is in augustus 2025 een UDO voorafgegaan, die onder andere voor gemeenten kanttekeningen plaatst bij financiële houdbaarheid op de lange termijn en het meten van de inzet van gemeenten. Deze is namelijk vaak gericht op het gezamenlijke belang en op effecten die pas op langere termijn zichtbaar worden. Het is belangrijk dat gemeenten voor deze taken ook structureel geld krijgen. In het AZWA zijn hierover al afspraken gemaakt voor de basisfunctionaliteiten. Door de UDO tijdig te starten komen de beleidsmatige, financiële en uitvoeringseffecten van een wetswijziging voor gemeenten tijdig in beeld.

Ook ontstaat aandacht voor taken en verantwoordelijkheden die buiten het gemeentelijk domein liggen, maar wel essentieel zijn voor de uitvoering door gemeenten. 53 Vereniging van Nederlandse Gemeenten AZWA Regio - passend zorglandschap Wat wil het kabinet? Het kabinet wil dat zorgaanbieders zich zo organiseren dat inwoners de best passende zorg op de beste plek krijgen, in de regio. Basiszorg moet dus dichtbij beschikbaar zijn. Door hechte wijkverbanden en samenwerking met het sociaal domein wil het kabinet medicalisering van hulpvragen voorkomen. Het wil actiever sturen op de organisatie van de zorg en de richtinggevende, regionale plannen voor een passend zorglandschap. Het kabinet creëert randvoorwaarden voor gelijkgericht handelen van zorgverzekeraars en ter voorkoming van meeliften (‘free-riding’) op investeringen van andere verzekeraars in de regio. Wat betekent dit voor gemeenten? De actieve sturing op de zorg in de regio en de samenwerking tussen zorgverzekeraars helpen bij de veranderingen die met het AZWA worden nagestreefd. In potentie kunnen gemeenten zo makkelijker tot afstemming komen. Naast VWS moeten ook gemeenten in positie zijn om te sturen op zorg, ondersteuning en publieke gezondheid. Deze rol is voor het (verlengd) lokaal bestuur.

IZA: SPUK transformatiemiddelen Wat wil het kabinet? De SPUK IZA transformatiemiddelen (IZA 2024-2028) regelt de financiering voor gemeenten bij de uitvoering van transformatieplannen, in lijn met de doelstellingen van het Integraal Zorgakkoord. Het aantal goedgekeurde transformatieplannen van gemeenten en daarmee samenhangende ingediende SPUK-aanvragen geeft aanleiding om het huidige budgetplafond van de regeling te verhogen. De verhoging van het budget wordt betaald uit de transformatiemiddelen voor premiegefinancierde zorguitgaven. Deze middelen worden overgeheveld naar de begrotingsgefinancierde uitgaven. Wat betekent dit voor gemeenten? De begrotingswijziging betreft helaas geen aanvullende middelen maar is enkel een correctie die nodig is voor de later goedgekeurde transformatieplannen. Eigen risico zorgverzekering / chronisch zieken / gemeentepolis Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft besloten om de verhoging van € 60 van het verplicht eigen risico in de Zorgverzekeringswet uit te stellen naar 1 januari 2028. Daarnaast wil het kabinet voorkomen dat mensen die gebruikmaken van medisch-specialistische zorg in 1 keer hun volledige verplichte eigen risico kwijt zijn. Daarom worden in 2027 voorbereidingen getroffen om het eigen risico te maximeren op € 150 per behandelprestatie.

De enveloppe van € 350 miljoen voor chronisch zieken wordt met een jaar uitgesteld omdat de verhoging van het eigen risico ook is uitgesteld. Daarnaast is het kabinet van plan de bestuursrechtelijke premie (BAZ-regeling) van het CAK af te schaffen. Inwoners die een betalingsachterstand van 6 maanden of langer hebben op hun zorgverzekering, worden momenteel door hun zorgverzekeraar aangemeld bij het CAK en betalen vervolgens een hogere zorgpremie. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten ondersteunen inwoners onder meer met (bijzondere) bijstand en schuldhulpverlening. De combinatie van een hoger eigen risico in de zorgverzekering en de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdhulp en de wijkverpleging kan er toe leiden dat meer inwoners in de knel komen. Dit kan er ook voor zorgen dat mensen bij klachten niet naar een arts gaan om kosten te voorkomen. Deze zorgmijding om financiële redenen is niet wenselijk. Om dit te voorkomen moeten zo veel mogelijk inwoners met een laag inkomen gebruik kunnen maken van de gemeentepolis, met een passend pakket verzekerde zorg tegen een aantrekkelijke premie. Zo verwachten we dat meer inwoners de gemeentepolis afsluiten. In het AZWA is dit onderwerp van gesprek tussen VWS, de 54 Vereniging van Nederlandse Gemeenten VNG en zorgverzekeraars.

Het is op dit moment onbekend wat het uitstel van de enveloppe voor chronisch zieken betekent voor gemeenten. Voor gemeenten betekent de afschaffing van de bestuursrechtelijke premie binnen de BAZ-regeling dat inwoners met een betalingsachterstand op hun zorgpremie niet langer worden geconfronteerd met een verhoogde premie. Dit voorkomt dat hun financiële situatie verder verslechtert en dat betalingsachterstanden en schulden verder oplopen. GGD / Pandemische paraatheid Wat wil het kabinet? Het kabinet zet in op pandemische paraatheid met een structurele investering van € 122 miljoen in onder andere de versterking van de GGD’en en een tweede wetswijziging van de Wet publieke gezondheid (Wpg). Daarmee krijgt de minister van VWS een directe aanwijzings- of sturingsbevoegdheid richting de directeuren publieke gezondheid (DPG’s) van de regionale GGD’en. In 2027 wordt € 0,7 miljoen ingezet voor het versterken van de GGD’en in Caribisch Nederland. Wat betekent dit voor gemeenten? Publieke gezondheid is vooral een taak en verantwoordelijkheid van gemeenten. De aansturing van de regionale GGD’en en hun DPG ligt bij het (verlengd) lokaal bestuur. Vaak is daarbij sprake van een opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie: de deelnemende gemeenten zijn de opdrachtgever en de regionale GGD is de opdrachtnemer.

Bij bijzondere omstandigheden, zoals een pandemie, kan een directe aanwijzings- of sturingsbevoegdheid richting de DPG’s passend zijn. Langdurige GGZ en mentale gezondheid Watwil het kabinet? Het kabinet wil inzetten op betere toegankelijkheid en betaalbaarheid van de Wet langdurige zorg, waaronder de langdurige ggz. Met ‘de beweging naar de voorkant’ wil het kabinet de taakstelling vanuit het coalitieakkoord - oplopend tot €990 miljoen in 2031 - realiseren. Voor 2027 is deze taakstelling alternatief ingevuld. Het kabinet trekt ook tariefmaatregelen voor de langdurige ggz terug. Dit vergroot de taakstelling verder. Het kabinet wil bestuurlijke afspraken maken om de taakstelling 2028 - 2031 alsnog te realiseren. Verder zet het kabinet in woorden in op mentale gezondheid en ziet het een groeiend beroep op professionele ondersteuning en zorg. Het kabinet signaleert de grote problemen in de geestelijke gezondheidzorg, benoemt de analyse die is geformuleerd in het IBO mentale gezondheid en ggz en kondigt een kabinetsreactie aan in Q3 2026. Voor de extra inzet op preventie van mentale gezondheidsproblemen is geen extra geld voor gemeenten beschikbaar. Wat betekent dit voor gemeenten? De keuze van het kabinet om een taakstelling voor de langdurige ggz zorg in te voeren heeft naar verwachting effect op de Wmo en meer specifiek op Beschermd Wonen.

Het is op dit moment nog niet duidelijk welke bestuurlijke afspraken het kabinet daarover met gemeenten wil maken. Gemeenten moeten de afspraken over mentale gezondheid uit de zorgakkoorden uitvoeren. Zorgfraude, toezicht en naleving Wat wil het kabinet? Het kabinet wil zorgfraude voorkomen, sneller stoppen en waar nodig bestraffen. Zo werkt het kabinet aan een wetsvoorstel om de eisen voor toetreding tot de zorg te versterken, naast diverse andere wettelijke verankeringen die al lopen of voorgenomen zijn. Ook zet het kabinet in op een meer structurele en risicogerichte toepassing van de Wet Bibob om malafide partijen beter uit de zorg te weren, wat ook raakt aan de inkoopprocedure van gemeenten. De aanpak van zorgfraude moet structureel € 50 miljoen opleveren. 55 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? De voornemens over zorgfraude raken alle zorgwetten en dus ook de wettelijke taken van gemeenten. Eerder zijn hierover in het kader van AZWA al afspraken gemaakt. Het uitbreiden van de vergunningplicht naar Wmo en Jeugdwet is een van de concrete initiatieven hiertoe. Dit wordt de komende tijd verkend en verder uitgewerkt in samenwerking tussen gemeenten, aanbieders, de VNG en de rijksoverheid. De taakstelling van € 50 miljoen als gevolg van de aanpak zorgfraude is bedoeld voor alle zorgdomeinen.

Er is nog geen concrete uitwerking per domein en het is dus ook nog onduidelijk of dit eventueel gevolgen heeft voor gemeenten. Palliatieve zorg, hospices, NPPV Wat wil het kabinet? In 2026 is de visie Samen leven tot het laatst gepresenteerd, inclusief een Toekomstagenda palliatieve zorg en ondersteuning 2027-2031. Uitgangspunt hierbij is dat palliatieve zorg en ondersteuning een vanzelfsprekend onderdeel moet worden van de reguliere zorg en het sociaal domein. Momenteel worden ook een visie en agenda voor de hospicezorg van de toekomst opgesteld. In 2027 is € 55,4 miljoen beschikbaar voor de Subsidieregeling Palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis, onder andere voor de inzet van vrijwilligers in een hospice of bij mensen thuis. In 2027 is er € 26,2 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de Toekomstagenda palliatieve zorg en ondersteuning en voor de lopende instellingssubsidies voor Stichting Palliatieve Zorg Nederland (PZNL), Agora, Vrijwilligers Palliatieve Zorg Nederland (VPTZ) en Kenniscentrum Kinderpalliatieve zorg. In totaal is er op dit budget voor 2027 € 81,6 miljoen beschikbaar. Wat betekent dit voor gemeenten? De beschikbare middelen gaan niet naar gemeenten, terwijl ook in de palliatieve zorg de beweging ‘naar de voorkant’ wordt beoogd.

Mogelijk vraagt dit voor 2027 en verder extra inspanning van gemeenten, maar hier zijn nog geen afspraken over gemaakt. Wmo: afschaffen huishoudelijke ondersteuning en invoer IVB Wat wil het kabinet? Het kabinet houdt vast aan de aangekondigde bezuiniging op het gemeentefonds van € 1,01 miljard per 2029. Dit moet bereikt worden door de huishoudelijke hulp niet meer als Wmo- maatwerkvoorziening aan te bieden. Daarbij is sprake van een vangnet voor mensen die niet zelf in deze hulp kunnen voorzien. Het kabinet wil dit verder uitwerken in samenhang met de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage (IVB) in de Wmo, die ook een besparing voor de rijksbegroting moet opleveren. Daarnaast wil het kabinet werken aan verdere maatregelen om de houdbaarheid van de Wmo te versterken. Wat betekent dit voor gemeenten? De maatregel is nog niet uitgewerkt. Daarom zijn de financiële en maatschappelijke gevolgen nog niet onderzocht. De invoering van deze maatregel is te onzeker en vraagt mogelijk meer tijd. Echter ervaren gemeenten, cliënten en aanbieders wel al de gevolgen door het inboeken van de bezuiniging per 2029. Deze situatie is zeer onwenselijk. Gelijktijdig past het afschaffen van het abonnementstarief en de invoer van de IVB bij de langjarige wens om voorzieningen in de Wmo vooral beschikbaar te houden voor inwoners die geen mogelijkheden hebben om het zelf te organiseren.

Ouderenhuisvesting Wat wil het kabinet? De regie en budgetten voor ouderenhuisvesting worden overgeheveld van het ministerie van VWS naar het ministerie van VRO. Het doel is om in 2030 totaal 290.000 woningen voor ouderen te realiseren. In de Woondealafspraken wordt gesproken over nultredenwoningen, geclusterde en 56 Vereniging van Nederlandse Gemeenten zorggeschikte ouderenwoningen. Over beoogde middelen voor gemeenschapsvorming in ouderencomplexen wil het kabinet afspraken maken in het Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg (HLO). Verder wil het kabinet kijken hoe de inzet van buurtverbinders kan worden gestimuleerd en voor het versterken van wijken en buurten is in totaal € 80 miljoen gereserveerd in de periode 2027-2029. Het kabinet stelt ook meerjarig geld beschikbaar voor de huisvesting van aandachtsgroepen. De gemeenschapsvorming past ook bij het gemeenschapsfonds van het ministerie van BZK. Wat betekent dit voor gemeenten? Bij de huisvesting van ouderen en andere aandachtsgroepen komen de woonopgave en het sociaal domein bij elkaar. Gemeenten werken immers aan passende en toekomstbestendige huisvesting voor verschillende groepen, met aandacht voor zorg, ondersteuning en leefbare en inclusieve wijken. De verschillende geldstromen financieren ieder een deel van deze opgave.

De meerjarige middelen in de Miljoenennota geven gemeenten meer mogelijkheden om passende huisvesting te realiseren. Bij aanvullende afspraken over het HLO kunnen gemeenten en ketenpartners mogelijk gezamenlijke activiteiten voor en door ouderen structureel vormgeven. Het doel is om dat zowel in bestaande wooncomplexen als nieuwbouw geclusterde woonvormen voor ouderen tot stand te brengen. Indexatie en volumecompensatie Beschermd Wonen Wat wil het kabinet? De prijsindexatie en volumecompensatie van de integratie-uitkering Beschermd wonen sluit sinds 2026 aan bij de groei van het accres. Vanaf 2027 wijzigt dit. De indexatie wordt dan niet meer vanaf de VWS-begroting overgeboekt, maar de fondsbeheerders voegen voortaan accres toe aan de IU. Dit past bij de verantwoordelijkheid van de fondsbeheerders voor het ramen van het accres. De indexatie met accres van deze integratie-uitkering wordt apart berekend en dus niet afgeroomd van het accres voor de rest van het Gemeentefonds. Wat betekent dit voor de gemeenten? De keuze om de indexatie te laten uitvoeren door de fondsbeheerders geeft gemeenten meer zekerheid over jaarlijkse toevoeging van accres. De afgelopen jaren is regelmatig bestuurlijk overleg gevoerd over de onzekerheid en het slechts beperkt bieden van volumecompensatie door het ministerie van VWS.

De accresraming wordt geactualiseerd aan de hand van het CEP en in het voorjaar vastgesteld en uitgekeerd aan centrumgemeenten. Daarmee verdwijnt ook het probleem dat de volume- en prijsindexatie op de VWS-begroting voorheen op verschillende momenten werd vastgesteld. Mantelzorg Wat wil het kabinet? Het kabinet komt binnenkort met een (vervolg)plan om mantelzorgers te ondersteunen en wil met de nieuwe mantelzorgagenda 2027-2030 samen met veldpartijen invulling geven aan de ondersteuning van mantelzorgers. Wat betekent dit voor de gemeenten? De eerdere afspraken vanuit het Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg (HLO) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) over de gelijkgerichte mantelzorgondersteuning in alle gemeenten en over de regionale afspraken over de logeerzorg worden in ieder geval onderdeel van de mantelzorgagenda. Op dit moment wordt de mantelzorgagenda opgesteld en moet duidelijk worden welke rol gemeenten verder krijgen. 57 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Lokale teams Wat wil het kabinet? Het kabinet zet in op stevige lokale teams die laagdrempelig en dichtbij inwoners kunnen opereren en op een structurele samenwerking tussen het medisch en sociaal domein. Zo kan zwaardere zorg vaker voorkomen worden. De versterking van lokale teams in de wijk wordt op landelijk niveau ondersteund door een convenant.

In het convenant spreken gemeenten, het rijk en uitvoeringspartners af om de werkwijze van lokale teams meer te uniformeren en te versterken. Wat betekent dit voor de gemeenten? Hiermee erkent het kabinet de beweging die gemeenten al zijn gestart met het Richtinggevend Kader en het convenant Stevige lokale teams, en spreekt het tegelijk de verwachting uit dat gemeenten die beweging ook waarmaken. In het convenant leggen gemeenten, het rijk en uitvoeringspartners vast hoe lokale teams dichtbij, integraal en met mandaat werken. De eerste module over jeugd en gezin is sinds 1 maart 2026 van kracht. Modules over de samenwerking met onderwijs en kinderopvang en de ondersteuning van volwassenen zijn in ontwikkeling. Aanpak dakloosheid / Maatschappelijke opvang Wat wil het kabinet? Het Nationaal Actieplan Dakloosheid (NAD) wordt doorgezet zonder extra budget voor maatschappelijke opvang en dakloosheid. De decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang (DUMO) en de middelen voor de Brede Aanpak Dakloosheid blijven in stand. De ministeries van VWS en SZW hebben samen € 12 miljoen beschikbaar gesteld voor pilots om niet-rechthebbende dakloze EU-burgers op te vangen. Wat betekent dit voor de gemeenten? Gemeenten moeten de aanpak dakloosheid blijven uitvoeren met gelijkblijvende middelen.

Ondertussen neemt de druk op de opvang toe, is een stijging van problematiek zichtbaar en vragen nieuwe groepen opvang. De pilots rond dakloze niet-rechthebbende EU-burgers bieden mogelijk perspectief, maar slechts aan een zeer beperkte groep. Aanpak mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag Wat wil het kabinet? Het kabinet gaat door met het landelijke Actieprogramma Grip op Onbegrip. Er wordt gewerkt aan proactieve bemoeizorg, een domeinoverstijgende aanpak, een goede aansluiting tussen reguliere en forensische zorg, meer woon(zorg)plekken, minder handelingsverlegenheid door gegevensuitwisseling, landelijke regie met lokale uitwerking en structurele financiering. Daarnaast beoogt het kabinet de zorg te verbeteren met de indiening van het wetsvoorstel waarmee de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd) worden gewijzigd. Voor de aanpak is in 2027 € 4,9 miljoen beschikbaar, onder andere voor de bijdrage aan de aanbieders van de levensloopaanpak, welke is bedoeld voor mensen die het meest kwetsbaar zijn binnen de groep van verwarde personen. Daarnaast worden er vanuit de curatieve ggz middelen beschikbaar gesteld voor complexe casuïstiek.

Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit dat vooral wordt ingezet op de noodzakelijke randvoorwaarden in de aanpak van personen met verward en onbegrepen gedrag, zoals gegevensuitwisseling en structurele en betrouwbare financiering. 58 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Geweld in afhankelijkheidsrelaties Wat wil het kabinet? Het kabinet wil een daadkrachtige aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Hiervoor werken de ministeries van VWS en JenV aan de implementatie van de EU-richtlijn. In verband hiermee stelt het kabinet met ingang van 2027 tot en met 2029 jaarlijks € 2 miljoen beschikbaar voor het centrum seksueel geweld. Daarnaast komt er € 10 miljoen beschikbaar voor de Filomena-aanpak (regionale inlooppunten). Voor de structurele bereikbaarheid van de chatfunctie van Veilig Thuis staat vanaf 2027 jaarlijks structureel € 2,5 miljoen op de VWS-begroting. Tot slot worden de eerder gereserveerde middelen voor het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming overgeheveld naar het gemeentefonds. Dit bedraagt € 18 miljoen in 2026 en € 17 miljoen in 2027. Bij overige intensiveringen wordt aangeven dat VWS middelen voor de opvang van slachtoffers van mensenhandel (vanaf 2027 € 2,5 oplopend tot € 7 miljoen structureel in 2030) beschikbaar stelt.

Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent de implementatie van de EU-richtlijn onder andere de verankering van ondersteuningsdiensten seksueel geweld (CSG) in de Wmo. Dit najaar wordt een uitvoeringstoets op de AMvB uitgevoerd, zodat er meer duidelijkheid komt over de impact. Vooralsnog is er voor de uitvoering van de EU-richtlijn € 2 miljoen opgenomen in de begroting. De aankomende periode wordt de inzet van de middelen voor de Filomena-aanpak nader uitgewerkt. Voor de gebundelde inzet van middelen voor het Toekomstscenario kind en gezinsbescherming verwijzen we naar het hoofdstuk van JenV. VN-verdrag handicap en gehandicaptenzorg Wat wil het kabinet? Het kabinet schetst de lopende activiteiten rond de uitvoering van het VN-verdrag Handicap, zodat mensen met een beperking van kinds af aan volop kunnen meedoen in de samenleving. Dit gebeurt onder meer via de nationale strategie voor mensen met een beperking en de eerste werkagenda VN-verdrag Handicap 2025-2030. Met de openbare lichamen wil het kabinet werken aan de ratificatie van het VN-Verdrag Handicap voor Caribisch Nederland. Verder is het kabinet in gesprek met vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties, zorgprofessionals, zorgaanbieders, zorgkantoren en gemeenten om te komen tot bestuurlijke afspraken over concrete oplossingen voor de opgaven voor de gehandicaptenzorg voor de komende jaren.

Wat betekent het voor gemeenten? Gemeenten hebben de wettelijke verplichting een Lokale Inclusie Agenda (LIA) op te stellen, samen met ervaringsdeskundige inwoners. Zo werken zij aan een toegankelijke gemeente waarin zoveel mogelijk mensen mee kunnen doen. In de huidige opzet ervaren veel gemeenten een tekort aan middelen en capaciteit om de LIA goed uit te kunnen voeren. Ook in de zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking is menskracht een knelpunt. Bij het opstellen van een nieuw akkoord en bij de ratificatie voor Caribisch Nederland is het van belang dat realistisch gekeken wordt naar haalbaarheid in de uitvoering. Zorg, jeugd en ondersteuning in Caribisch Nederland Wat wil het kabinet? Voor Caribisch Nederland wil het kabinet toewerken naar voorzieningen voor zorg, jeugd en ondersteuning die gelijkwaardig zijn aan die in Europees Nederland. Het uitgangspunt dat hierbij gehanteerd wordt is: zo dicht mogelijk bij huis, digitaal waar het kan en verder weg als het moet. Rond preventie wil het kabinet inzetten op bevorderen van bewegen, gezondheid en gezond leven. Concreet gaat het om speel- en ontmoetingsplekken, sport- en beweegactiviteiten voor scholieren en versterking van het tabaksbeleid.

59 Vereniging van Nederlandse Gemeenten • Enkele bijzondere uitkeringen aan de openbare lichamen betreffen het bestrijden van Huiselijk geweld en Kindermishandeling, Publieke Gezondheid en preventie (samen € 4,2 miljoen in 2027). • Verder is een budget van € 4,8 miljoen gereserveerd voor sport en voor het creëren van naschools activiteitenaanbod in Caribisch Nederland. • Daarnaast wordt in 2027 € 0,7 miljoen ingezet voor het versterken van de GGD’en in Caribisch Nederland. • Voor het versterken van wijken en buurten in Caribisch Nederland is een incidenteel budget van € 2 miljoen per jaar beschikbaar gesteld in de periode 2027 tot en met 2029. • Voor de realisatie van een gezinshuis op Bonaire, voor jonge kinderen met een complexe zorgvraag, wordt in 2026 € 426.000 beschikbaar gesteld, oplopend tot € 624.000 structureel vanaf 2031. Wat betekent dit voor de openbare lichamen? Het betreft veelal continuering van bestaand beleid en uitvoering. Alleen de € 2 miljoen per jaar voor het versterken van wijken en buurten is nieuw budget voor de openbare lichamen. Het toewerken naar een gelijkwaardig voorzieningenniveau past bij ‘comply or explain’ en geeft erkenning aan de behoefte aan zorg, hulp en ondersteuning van inwoners in Caribisch Nederland. De vrijgemaakte middelen passen bij de gewenste beweging van zorg naar gezondheid en het bevorderen van een gezonde leefstijl.

Sport Wat wil het kabinet? Het kabinet stelt voor sport € 33 miljoen extra beschikbaar in 2027, oplopend tot € 50 miljoen structureel vanaf 2028. Daarbinnen gaat € 25 miljoen structureel naar verhoging van de subsidieregeling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA) en € 8 miljoen structureel naar ondersteuning van gemeenten bij lokaal sport- en beweegbeleid. Daarnaast krijgt BOSA in 2027 incidenteel nog € 20 miljoen extra vanuit de coalitieakkoordmaatregel Versterken wijken en buurten. De nieuwe SPUK Sport en Bewegen 2027-2029 voegt vanaf 2027 2 bestaande geldstromen samen: de huidige SPUK Stimulering Sport voor investeringen in gemeentelijke sportinfrastructuur en de BRC voor onder andere buurtsportcoaches. Voor 2027 is hiervoor maximaal € 262,1 miljoen beschikbaar. Wat betekent dit voor gemeenten? Als gemeenten sport en bewegen weten te verbinden met gezondheid, sociaal domein, onderwijs, wijken en leefomgeving, ontstaat een veel bredere lokale investeringsagenda voor gezond en actief leven. • De eerste kans is om van de SPUK Sport en Bewegen 2027-2029 meer te maken dan een opvolger van bestaande regelingen. De combinatie met buurtsportcoaches en de structurele € 8 miljoen voor lokaal sport- en beweegbeleid biedt de mogelijkheid een sterkere lokale uitvoeringsinfrastructuur te bouwen. • De tweede kans ligt bij AZWA en de sociale basis.

De beweging van zorg naar gezondheid vraagt om voorzieningen dichtbij inwoners. Sportverenigingen, ondernemende sportaanbieders, buurtsportcoaches, welzijn, openbare ruimte en eerstelijnszorg kunnen daarin veel sterker met elkaar worden verbonden. • De derde kans ligt bij jeugd en kansengelijkheid. School & Omgeving, GOAB, Kansrijke Start en sport- en beweegbeleid kunnen bijdragen aan een rijke ontwikkelomgeving waarin gezond opgroeien, bewegen en participeren vanzelfsprekend zijn. • De vierde kans is de fysieke leefomgeving. De middelen voor gezonde leefomgeving en wijken bieden aanleiding om lopen, fietsen, spelen, sporten en ontmoeten structureel mee te nemen in gebiedsontwikkeling. 60 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 11 Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Wat wil het kabinet? Het kabinet wil met het internationale beleid bijdragen aan veiligheid, vrijheid en welvaart in Nederland en in de wereld. Binnen de ontwikkelingssamenwerking ligt daarbij nadruk op de verbinding tussen ontwikkeling, veiligheid, economische groei en geopolitieke belangen. De komende 3 jaar komt € 1,1 miljard extra beschikbaar voor ontwikkelingssamenwerking. Het kabinet onderstreept het belang van democratische waarden en investeert daarvoor in 2027 extra in democratische weerbaarheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/2e53791d-c34e-461a-9a04-62c2551fb2c1?agendaItemId=53d70ee7-8623-44b4-b71b-d1ac1641679f