10.0 VNG_23-09-2026_Bijzondere ledenbrief Rijksbegroting 2027 en de gevolgen voor gemeenten
Tekst van het document
Het kabinet zet daarbij ook in op het versterken van lokaal inclusief openbaar bestuur. De extra middelen geven ruimte om te blijven investeren in stabiliteit en toekomstperspectief in fragiele en conflictgevoelige gebieden als randvoorwaarde voor meer welvaart en vrijheid, en daarmee vrede en veiligheid. Daarnaast worden er extra middelen geïnvesteerd in onder andere klimaat, water en voedselzekerheid, vrouwenrechten, humanitaire hulp en het maatschappelijk middenveld. Wat betekent dat voor gemeenten? De inzet van het kabinet biedt kansen om de rol van lokale overheden in internationale samenwerking verder te versterken. Goed en inclusief lokaal bestuur is een belangrijke basis voor democratische weerbaarheid, publieke dienstverlening, economische ontwikkeling en stabiliteit. Met de extra middelen voor internationale samenwerking wordt een eerste stap gezet om de eerdere bezuinigingen op het budget voor internationale samenwerking deels terug te draaien. Hiermee draagt Nederland bij aan stabiliteit, veiligheid, democratische waarden en economische groei wereldwijd. Die investeringen kunnen alleen duurzaam effect hebben als ook de lokale overheden in partnerlanden sterk genoeg zijn om ontwikkeling te dragen.
VNG International blijft in 2027 in 16 landen werken aan de uitvoering van het partnerschap met het ministerie van Buitenlandse Zaken: Sustainable Development through improved Local Governance (SDLG). Gemeenten met expertise kunnen hierin bijdragen aan het versterken van lokaal bestuur op bijvoorbeeld publieke dienstverlening, migratie en watermanagement. Wij pleiten ervoor om binnen de inzet van de extra middelen ook na 2027 structureel te blijven investeren in het versterken van goed functionerend lokaal bestuur en voor voldoende ruimte voor gemeenten om hun kennis en expertise internationaal te delen. EU en internationale samenwerking Wat wil het kabinet? Het kabinet wil in het beleid voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking sterker inzetten op het bundelen van Nederlandse en Europese middelen en op samenwerking met internationale en lokale partners. Daarbij wordt onder meer ingezet op de Global Gateway-strategie, Team Europe Initiatives en EU Delegated Cooperation. Via Delegated Cooperation kunnen EU- middelen worden ingezet voor projecten die door Nederlandse organisaties worden uitgevoerd. Zo wil het kabinet Nederlandse kennis en expertise beter verbinden aan Europese investeringen en grotere projecten in partnerlanden opschalen.
61 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? Voor succesvol Nederlands buitenlandbeleid is afstemming en samenwerking binnen de EU essentieel: Nederland kan het succes van zijn buitenlandbeleid slechts beperkt zelfstandig bepalen. Juist door samen te werken en actief coalities te bouwen rond thema’s als migratie, veiligheid, handel en klimaatadaptatie, kan grotere impact worden bereikt. Door kennis en expertise uit Nederlandse gemeenten beter te verbinden aan Europese investeringsagenda’s kan Nederland bijdragen aan duurzamere resultaten en tegelijk de eigen strategische positie versterken. 62 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 12 Asiel en Migratie Asielopvang Wat wil het kabinet? Het kabinet zet vanaf 2027 in op een meer structurele en voorspelbare organisatie van de asielopvang, waarbij de afhankelijkheid van kostbare noodopvang wordt verminderd. Het reguliere COA-budget wordt vanaf 2027 met circa € 1,9 miljard verhoogd en meerjarig gekoppeld aan de actuele Meerjaren Productie Prognose (MPP). Daarmee wordt de financiering beter afgestemd op de verwachte opvangopgave. Tegelijkertijd wil het kabinet de meerkosten voor crisisnoodopvang afbouwen van € 1,2 miljard in 2026 naar 0 in 2030. De Spreidingswet blijft van kracht en daarmee het bestaande wettelijke kader voor de verdeling van opvangplekken over gemeenten.
Daarnaast stelt het kabinet vanaf 2027 structureel € 6 miljoen beschikbaar voor de uitbreiding van verscherpt- toezichtlocaties, met in totaal 45 plekken voor asielzoekers die ernstige overlast veroorzaken. Wat betekent dit voor gemeenten? Doordat het COA meer financiële zekerheid heeft, kan dit leiden tot meer en duurzamere opvanglocaties. Het kabinet wil tegelijkertijd de inzet voor crisisnoodopvang afbouwen. Gemeenten willen dat ook en de Spreidingswet is daarvoor een belangrijk instrumentarium. Momenteel is er echter nog te weinig zicht op duurzame plekken, waardoor de noodzaak van crisisnoodopvanglocaties zeer reëel is. De extra middelen voor verscherpt-toezichtlocaties kunnen gemeenten ondersteunen bij de aanpak van ernstige overlast, maar de beschikbare capaciteit blijft met 45 plekken beperkt. Doelgroep Flexibele regeling (DFR) Wat wil het kabinet? Met de Doelgroep Flexibele regeling (DFR) versimpelt het kabinet de geldstroom voor gemeentelijke opvang voor zowel asielzoekers, statushouders als Oekraïense ontheemden. Dit geeft gemeenten meer financiële zekerheid voor de lange termijn. Daarnaast vergroot het de mogelijkheden om te investeren, doordat locaties flexibel in te zetten zijn voor verschillende doelgroepen. De DFR vervangt de huidige bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne waar in 2027 € 2,1 miljard voor gereserveerd staat.
Daarnaast bevat de DFR voor 2027 middelen ten behoeve van doorstroomlocaties (€ 30 miljoen) en het asieldeel (€ 15 miljoen). En voor de tijdelijke huisvesting van statushouders is voor 2027 een bedrag van € 40 miljoen beschikbaar, dat mogelijk wordt ondergebracht in de Doelgroep Flexibele Regeling (DFR). Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn gebaat bij het flexibel kunnen inzetten van locaties voor verschillende doelgroepen en bij meerjarige financiële zekerheid. De huidige termijn van 3 jaar is een stap in de goede richting, maar voor de huidige praktijk nog te kort. Momenteel loopt er een uitvoeringstoets naar de werking van de DFR in de praktijk. Huisvesting van statushouders Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de uitstroom van statushouders uit de opvang versnellen door meer variatie en aanvullende woonvormen, zoals flexwoningen, woningdelen en doorstroomlocaties. Flexibele 63 Vereniging van Nederlandse Gemeenten locaties kunnen een antwoord bieden op de huisvestingstaakstelling, en bovendien kansen bieden aan breder gebruik voor andere, lokale woningzoekenden zoals spoedzoekers. Wat betekent dit voor gemeenten? De inzet op flexibele en aanvullende woonvormen biedt gemeenten meer mogelijkheden om statushouders sneller te huisvesten en de huisvestingstaakstelling te realiseren.
Flexwoningen en woningdelen kunnen bovendien een kans bieden voor extra woonruimte voor andere woningzoekenden, zoals spoedzoekers. Tegelijkertijd vraagt deze aanpak om geschikte locaties, voldoende uitvoeringscapaciteit en lokaal draagvlak. Tijdelijke regelingen en financiering kunnen gemeenten ondersteunen, maar bieden niet altijd de continuïteit die nodig is voor structurele oplossingen. Voor gemeenten blijft daarom van belang dat financiële ondersteuning aansluit bij de omvang en duur van de huisvestingsopgave. Opvang van Oekraïense ontheemden Wat wil het kabinet? Vanwege een lager verwacht aantal Oekraïense ontheemden dat in Nederland komt en bescherming aanvraagt onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB), stelt het kabinet de budgetten naar beneden bij voor de gemeentelijke opvang van 2026 tot en met het einde van de RTB op 4 maart 2028. Het kabinet zet ook in op de bevordering van zelfredzaamheid en participatie van Oekraïense ontheemden met het oog op de situatie na afloop van de RTB, maar geeft niet aan welke middelen hiervoor beschikbaar zijn. Wat betekent dit voor gemeenten? Het naar beneden bijstellen van de budgetten voor de gemeentelijke opvang ten tijde van de RTB verhoudt zich niet tot de huidige situatie waarbij er nog steeds ontheemden uit Oekraïne naar Nederland vluchten.
Op dit moment wordt de inspanningsopgave van 109 duizend gemeentelijke opvangplekken nog niet behaald, waardoor deze bijstelling naar beneden niet overeen komt met de realiteit. Dat zorgt voor onzekerheid bij gemeenten. Daarnaast is er onvoldoende duidelijkheid over het beleid na afloop van de RTB. Gemeenten wordt geen duidelijkheid geboden over hun taken en verantwoordelijkheden rondom bijvoorbeeld opvang- dan wel huisvestingslocaties. De huidige bekostiging voorziet vooralsnog niet in de realisatie daarvan voor de periode na RTB. Het ontbreken van meerjarige financiering in de DFR versterkt die onzekerheid en leidt tot duurdere inzet. Arbeidsmigratie Wat wil het kabinet? Arbeidsmigratie levert een belangrijke bijdrage aan onze economie en kan tijdelijk verlichting brengen waar de arbeidskrapte het meest knelt. Tegelijkertijd is meer grip op de omvang van arbeidsmigratie nodig. Het kabinet wil sterker sturen op arbeidsmigratie die we echt nodig hebben. Daarnaast wil het misstanden aanpakken door onverminderd door te gaan met de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten en maatregelen treffen om oneigenlijke detachering van derdelanders tegen te gaan. Tot slot wil het kabinet inzetten op vermindering van de afhankelijkheid van laagbetaalde arbeidsmigratie.
Een aantal wetswijzigingen is of wordt hiervoor in gang gezet, zoals de inwerkingtreding van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) en een uitzendverbod in de vleesindustrie. Wat betekent dit voor gemeenten? Deze inzet van het kabinet is in lijn met de inzet en ambitie van gemeenten. 64 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 13 Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Extra financiële middelen voor het realiseren van woningen Wat wil het kabinet? Het kabinet reserveert voor de periode 2029 tot en met 2035 jaarlijks € 1 miljard (woningbouwenveloppe van 7x € 1 miljard) voor de aanpak van de woningnood. Hiermee wordt een breed scala aan maatregelen gefinancierd, met name via subsidiering van medeoverheden, corporaties en beleggers. Bestaande regelingen worden hiermee tot en met 2035 verlengd. Daarnaast komt er een objectsubsidie voor middenhuur. Het rijk zet deze middelen ook in voor een extra verlaging van de vennootschapsbelasting voor woningcorporaties als gevolg van het afschaffen van de ATAD (Anti Tax Avoidance Directive). Dit pakket is verbonden met de Taskforce versnelling woningbouw die op korte termijn zijn actieplan presenteert. Bestaande budgetten blijven grotendeels ongewijzigd.
Wat betekent dit voor gemeenten? Deze middelen zorgen ervoor dat, na uitputting van de huidige budgetten in 2028, tot en met 2035 middelen beschikbaar zijn voor gemeenten om woningen te realiseren. Het gaat hierbij om extra middelen voor de volgende regelingen: • Realisatiestimulans: € 7 duizend per woning, totaal circa € 2,3 miljard • Woningbouwimpuls: € 650 miljoen • Gebiedsbudget grootschalige woningbouwgebieden: € 940 miljoen • Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen: € 450 miljoen • Capaciteit medeoverheden: € 115,2 miljoen • Regeling grondverwerving: € 180 miljoen Daarnaast wordt, zoals aangekondigd in het coalitieakkoord, 7x € 135 miljoen vrijgemaakt in het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. De afschaffing van de ATAD voor corporaties levert naar verwachting € 6 miljard extra investeringsruimte op waardoor ook zij, samen met gemeenten, hun bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van extra sociale huurwoningen en verduurzaming. Aandachtspunt bij deze regelingen is dat het rijk ook terugvordert als gemeenten niet aan de voorwaarden voldaan hebben of de middelen niet volledig zijn benut. Dit roept de vraag op of de regelingen voldoende aansluiten bij wat gemeenten nodig hebben en of er voldoende is geleerd van de besteding van eerdere tranches.
Huisvesting van aandachtsgroepen en ouderen Wat wil het kabinet? Naast extra middelen voor de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen reserveert het kabinet aanvullend € 635 miljoen uit de woningbouwenveloppe voor zorggeschikte en ouderenwoningen via de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten en Ouderenhuisvesting (SOO) en Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen (SZGW). De € 420 miljoen die eerder beschikbaar 65 Vereniging van Nederlandse Gemeenten werd gesteld voor deze woningen wordt overgeheveld van de Realisatiestimulans naar deze regelingen. De SOO en de SZGW zijn regelingen bestemd voor verhuurders. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is relevant in hoeverre deze middelen aansluiten bij de bestaande opgave voor ouderenhuisvesting tot 2030 en bij de bredere woon-zorgopgave. Door het overhevelen van deze geoormerkte middelen van de Realisatiestimulans naar de SOO en de SZGW wordt vermeden dat gemeenten als tussenloket van het rijk fungeren. Daarnaast is niet alleen de omvang van het meerjarige budget van belang, maar ook de timing en de voorwaarden waaronder middelen beschikbaar komen.
Een belangrijk deel van de nieuwe woningbouwmiddelen komt pas vanaf 2029 beschikbaar, terwijl gemeenten in 2027 en 2028 al volop werken aan de uitvoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting, de huisvesting van aandachtsgroepen en de uitwerking van regionale afspraken samen met partners als woningcorporaties. Modernisering en vereenvoudiging bouwregelgeving Wat wil het kabinet? Voor bouwregelgeving en bouwkwaliteit daalt het budget van € 59,5 miljoen in 2026 naar € 47,4 miljoen in 2027 en € 45,5 miljoen in 2028. Vanaf 2029 volgt een scherpe terugval naar circa € 19,5 miljoen structureel. De decentralisatie-uitkering voor de uitvoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) stopt in 2027. Tegelijk staan juist omvangrijke stelselwijzigingen gepland: aanpassing en vereenvoudiging van het Besluit bouwwerken leefomgeving, implementatie van Europese regelgeving, publiek toezicht op energielabels en de eindevaluatie van de Wkb. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is een zorgelijke ontwikkeling dat de structurele financiering van de rijkstaken voor bouwregelgeving, gemeentelijk bouw- en woningtoezicht, kennisinfrastructuur en de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw achterblijft en zelfs wordt verminderd. De begroting dreigt productiebeleid en stelselkwaliteit financieel uit elkaar te trekken.
Het ontbreekt aan een duidelijke afzonderlijke dekking voor de vereenvoudigingsopgave, ook voor de implementatiekosten bij gemeenten. Het onderzoek naar de kosten voor gemeenten in het kader van de Wkb wordt pas eind 2027 opgestart. De Wkb kan niet verder worden uitgerold zonder aantoonbare uitvoerbaarheid, werkend toezicht, betrouwbare data en volledige dekking van gemeentelijke kosten. Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Wat wil het kabinet? De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden en het kabinet werkt in 2027 verder aan de doorontwikkeling en vereenvoudiging van het stelsel. Ook wordt verder gewerkt aan de afbouw, het beheer en de doorontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), met aandacht voor de gebruiksvriendelijkheid van het Omgevingsloket. Voor de Omgevingswet is in 2027 € 120,2 miljoen begroot, € 3,5 miljoen meer dan in de begroting 2026 was geraamd. De middelen zijn onder meer bestemd voor uitvoeringsondersteuning, onderzoeken en evaluaties en het beheer en de doorontwikkeling van het DSO. Vanaf 2028 loopt het begrote bedrag af naar € 109,6 miljoen en in 2029 naar € 89,5 miljoen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten blijven verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de uitvoering van de Omgevingswet en voor toezicht en handhaving op de bouwregelgeving.
De verhoging van de rijksraming voor 2027 geeft ruimte voor ondersteuning van gemeenten en doorontwikkeling van het DSO. Echter dekt het niet de eventuele gaten tussen de structurele kosten en baten van gemeenten. De financiële monitoring blijft daarom van belang om de daadwerkelijke kosten en financiële effecten voor gemeenten in beeld te brengen. 66 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Voor de Wkb wordt in 2027 specifiek gekeken naar de werking van het stelsel en de financiële middelen voor gemeentelijk toezicht en handhaving. De uitkomsten hiervan zijn van belang voor de verdere besluitvorming over de uitvoering en bekostiging. De VNG blijft de financiële effecten daarom nauwgezet monitoren en zich inzetten voor een passende bekostiging van de structurele gemeentelijke taken. Ruimte Wat wil het kabinet? Het rijk werkt in 2026 aan een nieuwe Nota Ruimte. Daarbij moet in 2027 een uitvoeringsstrategie komen, waarin duidelijk wordt gemaakt hoe het kabinet de keuzes uit de Nota Ruimte laat doorwerken met een passend nationaal instrumentarium en gebiedsgerichte samenwerking. Het kabinet zet middelen in om de Nota Ruimte tot stand te brengen, inclusief een PlanMER en voor de monitor NOVI en beleidsevaluatie. Het rijk lijkt de NOVEX-aanpak te intensiveren.
Het uitvoeringsbudget wordt in 2027 vrijwel verdubbeld: van € 2,1 miljoen in 2026 naar € 3,9 miljoen in 2027 en circa € 3,7 miljoen per jaar vanaf 2028. Dit wordt ingezet voor onder andere het gebiedsgericht tot stand laten komen van ruimtelijke strategieën, ontwikkelperspectieven en investeringsagenda’s en het versterken van uitvoeringskracht in gebiedsgerichte samenwerking. Wat betekent dit voor gemeenten? De NOVEX-aanpak kent een gebiedsgerichte aanpak tussen rijk en regio, de zogenoemde NOVEX- gebieden, waarvoor in 2027 regionale investeringsagenda’s vastgelegd worden. Ook wordt gekeken naar wat het rijk verstedelijkingsgebieden kan bieden. Via het andere NOVEX-spoor ‘provincies’ zet het rijk in op regie via de provincies met een doorlopende dialoog tussen rijk en provincie. In de praktijk moet blijken op welke manier gemeenten betrokken worden in deze gesprekken, afspraken en uitvoering. De begroting laat in ieder geval zien dat het rijk gerichter wil inzetten op deze 2 sporen. Geo-informatie en Dataspace Fysieke Leefomgeving Wat wil het kabinet? Met het oog op het belang en de urgentie van integrale, ruimtelijke keuzes en een gebiedsgerichte aanpak wil de minister van VRO vanuit haar regisserende rol voor geo-informatie en haar systeemverantwoordelijkheid voor de Nationale Geo-informatie-Infrastructuur (NGII) zorgen voor een betere informatievoorziening.
Onder de vlag van de meerjarenvisie Zicht op Nederland worden de mogelijkheden aan de hand van 3 programma’s verder uitgebouwd: het datafundament (met onder andere de geo-basisregistraties), digitale tweelingen (ontwikkeling van standaarden voor rekenmodellen, analyses en visualisaties) en data delen. In 2027 worden in het kader van het programma ‘data delen’ de eerste stappen gezet richting de realisatie van een Dataspace Fysieke Leefomgeving. De dataspace vergemakkelijkt het efficiënt en veilig uitwisselen van gebiedsinformatie tussen alle betrokken partijen, om complexe, maatschappelijke opgaven in onze leefomgeving aan te pakken. Zo blijven gegevens waar nodig afgeschermd, zonder onnodige belemmeringen te creëren. Wat betekent dit voor gemeenten? Doordat data niet langer versnipperd zijn en efficiënter gedeeld worden, kunnen gemeenten slagvaardiger optreden in gebiedsontwikkeling en interbestuurlijke programma’s. Data kunnen veiliger en eenvoudiger uitgewisseld worden en ondersteunen gemeenten bij integrale besluitvorming over complexe ruimtelijke keuzes (zoals voor woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie). Gemeenten zijn naast gebruiker ook belangrijke bronhouders en daarmee leverancier van geo-informatie.
De transformatie naar een breder, multifunctioneel datafundament betekent dat gemeentelijke, ruimtelijke data beter moeten aansluiten op standaarden en gegevensstructuren om als betrouwbare basis te dienen voor integrale analyses. Hogere eisen vertalen zich in hogere (bijhoudings)kosten. Hierover worden gesprekken gevoerd met VRO. 67 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Woningbouw Caribisch Nederland Wat wil het kabinet? Voor de jaren 2026 tot en met 2030 is er als bijdrage voor woningbouw binnen de Realisatiestimulans € 5 miljoen per jaar beschikbaar specifiek voor Caribisch Nederland. Verder worden er structurele uitkeringen verstrekt om huurprijzen te verlagen in de sociale en particuliere sector voor huurders met een laag inkomen. Op Sint Eustatius en Saba wordt gestart met het verlagen van huurprijzen in de particuliere sector. Dit gaat in eerste instantie om incidenteel budget. Daarnaast worden incidentele uitkeringen verstrekt voor voorbereidingen voor de huurcommissie op Bonaire en Sint Eustatius en renovaties op Sint Eustatius. Wat betekent dit voor de openbare lichamen? Er wordt een mooie stap gezet voor betaalbare woningbouw in Caribisch Nederland. Maar er zijn meer stappen nodig om te komen tot betaalbare en klimaatbestendige woningen in Caribisch Nederland.
68 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 14 Klimaat en Groene Groei Klimaatmitigatie en Energietransitie Wat wil het kabinet? Het kabinet houdt in de Miljoenennota vast aan bestaand beleid. Dit terwijl de Klimaat- en Energieverkenning van het Planbureau voor de Leefomgeving net als vorig jaar laat zien dat de klimaatdoelen voor 2030 en 2050 uit zicht raken. Er is dus meer nodig, ook wat betreft energieonafhankelijkheid en weerbaarheid. Het kabinet weet dit en werkt richting het voorjaar van 2027 aan nieuwe plannen. Tegen deze achtergrond is de inhoud van de Miljoenennota weinig verrassend. De uitvoeringsmiddelen voor gemeenten blijven stabiel. De kabinetsplannen focussen zich op kernenergie, wind op zee, waterstof en CO2-opslag. Om netcongestie tegen te gaan zet het kabinet in op het versneld uitbreiden van het elektriciteitsnet, het beter benutten van de bestaande netcapaciteit en betere samenwerking tussen landelijke en regionale overheden. Het kabinet wil de groei van zon- en windenergie op land benutten om vraag en aanbod van elektriciteit dichter bij elkaar te brengen. Daarnaast zet het in op ten minste 500 energiehubs in 2030 om het elektriciteitsnet efficiënter te benutten. Voor de gebouwde omgeving zet het kabinet het bestaande beleid voor isolatie en de warmtetransitie voort.
Ook zijn middelen beschikbaar voor eerder aangekondigde maatregelen om huishoudens weerbaarder te maken tegen hoge energieprijzen. In 2027 is onder meer € 103 miljoen geraamd voor het Warmtefonds en € 45 miljoen voor de aanpak van energiearmoede. Wat betekent dit voor gemeenten? De aangekondigde plannen van het kabinet kunnen meer gaan vragen van gemeenten. Ondertussen kunnen gemeenten door het stabiel blijven van de uitvoeringsmiddelen doorgaan op de ingeslagen weg en capaciteit behouden. Echter groeit het risico dat klimaat- en energiedoelstellingen verder uit zicht raken. Het kabinet biedt namelijk weinig nieuwe directe investeringsruimte voor de brede energietransitie waaronder duurzame opwek, warmtenetten, energiehubs, opslag, flexibiliteit en verduurzaming. De inzet op bestaand beleid in de gebouwde omgeving betekent dat er geen structurele oplossing is voor de betaalbaarheid van de energietransitie. Door de onzekerheid over de betaalbaarheid van warmtenetten en het doorzetten van subsidies na 2030 loopt de uitvoering van lokale warmtetransitie zoals de aanleg van warmtenetten vertraging op. De budgetten die in het voorjaar beschikbaar zijn gemaakt voor concrete acties helpen om de weerbaarheid van een deel van de burgers te vergroten, maar ze reiken minder ver dan een landelijke, structurele oplossing.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl september 2026