CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

10.0 VNG_23-09-2026_Bijzondere ledenbrief Rijksbegroting 2027 en de gevolgen voor gemeenten

Raadsvergadering 20 oktober 2026, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken29.566 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

22 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG is in overleg met de ministeries van JenV, SZW en BZK en met Divosa en Sociaal Werk Nederland over een betere toegang tot het recht. Begin 2027 zal de kwartiermaker versterking sociaaljuridische hulp een eindrapport aanbieden aan de ministers van JenV, BZK en SZW en aan de VNG. Dit rapport bevat aanbevelingen over het tot stand brengen van een landelijk dekkend hulpnetwerk. De betrokken partijen ontwikkelen dan aansluitend beleid, gericht op het borgen van lokale toegang tot het recht voor alle inwoners. Ook voor 2027 zijn er zogenoemde POK-middelen (naar de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag) via het Gemeentefonds beschikbaar gesteld voor de actielijn versterking van de toegang tot het recht. Het programma Robuuste Rechtsbescherming van Divosa ondersteunt gemeenten op dit thema. Veiligheid online Wat wil het kabinet? Het ministerie van JenV heeft volop aandacht voor online veiligheid. Die richt zich onder meer op online criminaliteit, online seksuele misdrijven, online aangejaagde ordeverstoringen en online radicalisering. En op het verbeteren van weerbaarheid van burgers en specifiek jongeren hiertegen. Bij de aanpak heeft het kabinet aandacht voor het gehele veiligheidsstelsel.

Wat betekent dit voor gemeenten? Wanneer het mis gaat in de online leefwereld, dragen gemeenten een deel van de gevolgen. Bijvoorbeeld in de vorm van online bedreigingen van ambtsdragers, inmenging bij verkiezingen en desinformatie. In de openbare orde spelen online aangejaagde ordeverstoringen en conflicten een rol. Die kan ook extra druk op de jeugdzorg veroorzaken. Maar het beschermen van een veilige en gezonde digitale publieke ruimte is geen lokaal vraagstuk, het vraagt om een landelijke en Europese aanpak. De VNG blijft in gesprek met de verschillende departementen om de landelijke aanpak van een gezonde digitale publieke ruimte te versterken. Weerbare samenleving Wat wil het kabinet? Het kabinet wil dat inwoners, maatschappelijke organisaties en publieke voorzieningen zich tijdens een crisis zoveel mogelijk zelf en samen kunnen redden. De verantwoordelijkheden en middelen zijn verdeeld over verschillende ministeries. Het ministerie van VWS ziet zelf- en samenredzaamheid als belangrijk voor zorgcontinuïteit, maar heeft geen afzonderlijk budget voor maatschappelijke weerbaarheid. Het ministerie van BZK krijgt € 473 miljoen voor de weerbaarheid van medeoverhe- den. Ook komt er een Gemeenschapsfonds voor sociale samenhang. Hoe deze middelen worden besteed en hoe de zorg daarbij wordt betrokken, is nog niet uitgewerkt.

Het ministerie van JenV is verantwoordelijk voor crisisbeheersing, noodsteunpunten en de waarschuwingsketen. Voor de samenhang tussen deze maatregelen en verantwoordelijkheden bevat de rijksbegroting nog geen gezamenlijk programma, duidelijke taakverdeling of integrale financiering. Wat betreft de vervanging van het luchtalarm en het ontwikkelen van een civiel militaire waarschuwingsketen bij luchtdreigingen, waaronder vijandelijke drones, worden middelen beschikbaar gesteld vanuit de ministeries JenV en Defensie. Wat betekent dit voor gemeenten? Bij BZK is € 20 miljoen beschikbaar voor alle medeoverheden samen. Daarnaast is in 2027 € 30 miljoen beschikbaar voor het Gemeenschapsfonds. De verdeling, voorwaarden en gemeentelijke taken zijn nog niet bekend. Ook de categorie van 1,5% binnen de NAVO-norm staat niet meer in de Miljoenennota 2027. In 2026 bood deze categorie nog een mogelijke route voor structurele financiering van basisnoodzorg en zorgcontinuïteit. Het is nu onduidelijk of deze onderwerpen onder de bredere veiligheidsuitgaven vallen. De kern is dat het rijk maatschappelijke weerbaarheid financieel heeft erkend, maar voor de samenhang tussen zorgcontinuïteit, sociale basis en crisisbeheersing is in 2027 nog geen herkenbare structurele bekostiging geregeld.

23 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Het sirenenetwerk vervangt het bestaande Waarschuwings- en Alarmeringssysteem (WAS), dat aan vervanging toe is. Het nieuwe systeem wordt, als aanvulling op NL-Alert, gekoppeld aan een detectiesysteem van Defensie. De komende tijd wordt het plan verder uitgewerkt. Het bestaande netwerk van WAS-palen blijft in ieder geval nog tot 2028 operationeel. Hoewel het fysieke alarm landelijk of regionaal wordt gecoördineerd door de veiligheidsregio, heeft de gemeente een directe taak in de uitvoering en de communicatie met de lokale bevolking. 24 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Onderwijs Wat wil het kabinet? Het kabinet draait een aantal belangrijke bezuinigingen terug die bij het aantreden waren aangekondigd. Het gaat hierbij om € 60 miljoen voor het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid, € 121 miljoen op School en Omgeving, € 58 miljoen op de subsidie Brede Brugklassen en € 9 miljoen op de Specifieke Uitkering Volwasseneneducatie. Ook wijzigt het kabinet de verdeling van de Onderwijsachterstand-middelen. Wat betekent het voor gemeenten? Deze reparaties van het bezuinigingsbeleid van het vorige kabinet waren al bekend, maar zijn nu ook definitief in de begroting te zien. Deze correcties zijn onder meer het resultaat van de lobby van de VNG, in samenwerking met onderwijspartners.

Gemeenten kunnen hiermee hun staande beleid voortzetten op de genoemde terreinen. De gewijzigde verdeling van de Onderwijsachterstand- middelen zorgt voor onrust onder gemeenten omdat een deel van de gemeenten vanaf 2027 wordt geconfronteerd met forse financiële achteruitgang. De VNG gaat op korte termijn in gesprek met OCW om een overgangsjaar of ingroeipad voor de nieuwe verdeling te bespreken. Onderwijs in Caribisch Nederland Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de kwaliteit van het onderwijs in Caribisch Nederland verbeteren tot een naar Nederlandse maatstaven aanvaardbaar niveau. Concreet maakt het kabinet hiervoor in 2027 incidenteel € 7,5 miljoen vrij voor verbetering van de onderwijshuisvesting. Daarnaast ontvangen de openbare lichamen vanaf 1 augustus 2027 jaarlijks structureel € 0,5 miljoen voor volwasseneneducatie, via het BES-fonds. Voor aanpassingen aan de Wet Studiefinanciering BES is vanaf 2028 € 1,2 miljoen beschikbaar, zodat studenten uit Bonaire, Saba en Sint-Eustatius kunnen studeren in de Caribische regio, in Europees Nederland, in de Verenigde Staten of in Canada. De ‘Regeling praktijkleren’ is vanaf 2027 ook beschikbaar voor werkgevers op de 3 Caribisch- Nederlandse eilanden. Deze regeling stimuleert werkgevers om praktijk- en werkleerplaatsen aan te bieden door maximaal € 2.800 per werkplek te subsidiëren.

Wat betekent het voor de openbare lichamen? Er worden regelmatig incidentele middelen vanuit het rijk beschikbaar gesteld voor grote maatschappelijke opgaven. De middelen voor verbetering van onderwijshuisvesting kunnen een doorbraak geven in de samenwerking met de lokale schoolbesturen. Opgroeien in Caribisch Nederland levert dilemma’s op rond vervolgonderwijs en het vormgeven van een carrière. De mogelijkheid om van het eiland af te gaan voor studie zijn van belang, net als de stimulans voor werkgevers om kansen te geven aan talent. De ‘regeling praktijkleren’ is nieuw voor de openbare lichamen en sluit aan bij de werkwijze van Europees Nederlandse gemeenten. 25 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Cultuur & Bibliotheken Wat wil het kabinet? Het kabinet kondigt een grotere uitgave aan cultuur aan. In verband met de wijziging van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) wordt een wettelijke zorgplicht voor gemeenten en provincies opgenomen. De verhoging is terug te zien in 2027 (decentralisatie-uitkering) en vanaf 2028 (structureel in gemeentefonds). Voor kunst, cultuur en erfgoed zijn geen noemenswaardige verschuivingen. Het kabinet zet vanaf 2027 in op continuering van de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC) waar het ministerie van OCW met € 18 miljoen aan bijdraagt.

Wat betekent dit voor gemeenten? In 2027 stelt het kabinet eenmalig € 62 miljoen beschikbaar aan gemeenten via een decentralisatie- uitkering voor openbare bibliotheken. De hogere uitgaven aan cultuur vanaf 2028 zijn onder andere de bibliotheekmiddelen voor gemeenten die nog op de begroting van OCW staan. De bijdrage van OCW aan de BRC betreft de inzet van zowel cultuurcoaches als buurtsportcoaches, via de betreffende regeling. Deze middelen worden, zoals gebruikelijk, uitgekeerd aan gemeenten. De nieuwe regeling die geldt vanaf 2027 is nog niet gepubliceerd. Cultuur, erfgoed en bibliotheken in Caribisch Nederland Wat wil het kabinet? Het kabinet reserveert structureel geld voor losse projecten op cultuur en erfgoed. Het betreft het ondersteunen van bewustwording en herdenking van het slavernijverleden en de implementatie van de cultuuragenda die is opgesteld onder het cultuurconvenant 2025-2028. De openbare lichamen krijgen hier incidenteel geld voor. In de gewijzigde bibliotheekwetgeving wordt een Provinciale Ondersteuningsinstelling aangewezen die ondersteuning biedt aan de openbare bibliotheken in Caribisch Nederland en wordt extra budget beschikbaar gemaakt voor leesbevordering door openbare bibliotheken.

Via een bijzondere uitkering zijn extra middelen ingezet voor de aanpak van een toekomstgerichte bibliotheekvoorziening en voor het inzetten van cultuurcoaches in Caribisch Nederland om de toegankelijkheid van cultuur te vergroten en te verbinden met andere domeinen. Daarnaast brengt de gewijzigde bibliotheekwetgeving een zorgplicht voor de openbare lichamen die structureel wordt gefinancierd. Wat betekent dit voor de openbare lichamen? De aandacht voor cultuur, erfgoed en bibliotheken passen bij de inspanningen die de openbare lichamen leveren op deze onderwerpen. Ook past het bij de activiteiten die in Europees Nederland ondernomen worden op deze onderwerpen, waardoor meer synergie en gelijkwaardigheid mogelijk wordt. Nieuwe Archiefwet Wat wil het kabinet? Per 1 januari 2027 treedt de nieuwe Archiefwet in werking. Met de gemoderniseerde wet wil het kabinet ervoor zorgen dat overheidsorganisaties ook in een digitale omgeving hun informatie vanaf het moment van creatie goed beheren en duurzaam toegankelijk houden. Dit moet bijdragen aan betrouwbare en toegankelijke overheidsinformatie voor onder andere inwoners, journalisten, wetenschappers, rechters en de overheid zelf. In de OCW-begroting is voor 2027 ongeveer € 8,3 miljoen opgenomen voor de implementatie van de nieuwe Archiefwet.

Uit de begroting blijkt niet hoe dit bedrag wordt verdeeld en welk deel eventueel beschikbaar is voor medeoverheden. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten moeten vanaf 2027 uitvoering geven aan de nieuwe Archiefwet. Dat raakt de inrichting van het informatie- en archiefbeheer en vraagt dat digitale overheidsinformatie vanaf het ontstaan duurzaam toegankelijk wordt beheerd. De nieuwe wet stelt het aanstellen van een specifiek opgeleide archivaris verplicht voor ieder overheidsorgaan. Overheidsorganisaties kunnen niet meer 26 Vereniging van Nederlandse Gemeenten volstaan met algemene redenen voor het beperken van openbaarheid, maar moeten specifiek motiveren waarom zij bepaalde informatie niet openbaar kunnen maken. Omdat het moment van de inwerkingtreding al snel is, is de VNG is in gesprek met de toezichthouder om hier voorlopig soepel op te handhaven. De begroting voorziet in de bekostiging van extra taken voor het Nationaal Archief en diploma onderwijs. Er is vooralsnog geen compensatie voor de implementatie van de wet bij de medeoverheden. Wel zal het ministerie van OCW handreikingen en kennissessies beschikbaar stellen aan medeoverheden. Digitale vaardigheden Wat wil het kabinet? Het kabinet investeert in digitale vaardigheden in het onderwijs (van primair tot beroeps- en wetenschappelijk onderwijs).

Het kabinet heeft daarbij ook aandacht voor digitale vaardigheden van volwassenen, via het educatiebudget dat via een specifieke uitkering aan gemeenten verstrekt wordt. Wat betekent dit voor gemeenten? In 2027 ontvangen samenwerkende gemeenten via de 35 contactgemeenten in totaal € 96,5 miljoen voor volwasseneneducatie. Dit budget kan worden ingezet voor cursussen taal, rekenen en digitale vaardigheden. Gemeenten bepalen op basis van de behoeften van hun inwoners hoe zij dit aanbod organiseren. Emancipatie Wat wil het kabinet? Het kabinet verhoogt via het gemeentefonds de uitgaven aan emancipatiebeleid met ingang van 2027 tot en met 2031 met € 11 miljoen, voor met name gender- en LHBTI-gelijkheid. Wat betekent dit voor gemeenten? De nadere uitwerking en rol van gemeenten zijn nog niet bekend. 27 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5 Defensie Weerbare samenleving Wat wil het kabinet? Het kabinet stelt dat de internationale veiligheidssituatie is verslechterd door geopolitieke spanningen, hybride dreigingen en de oorlog in Oekraïne. Daarom wordt fors geïnvesteerd in een krijgsmacht die kan afschrikken, vechten, volhouden en vernieuwen. Juridische belemmeringen voor de militaire gereedstelling worden weggenomen.

Voor de binnenlandse veiligheid treft het kabinet diverse maatregelen, waaronder aanpassing van de Oorlogswet en de oprichting van het Nationaal Territoriaal Commando (NTC). Ook worden afspraken gemaakt met civiele autoriteiten over prioritering in hoofdtaak 3 (ondersteunen bij onder meer rampenbestrijding) tijdens een militair conflict. Defensie werkt aan grote uitbreidingsprojecten en voegt daar de opgaven uit het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) aan toe. De realisatie van het NPRD loopt via verschillende sporen, zoals grondverwerving, gebiedsprocessen met betrokken medeoverheden, vastgoedrealisatie en het organiseren van vergunningsruimte. Om de versterking van de krijgsmacht op korte termijn mogelijk te maken wil Defensie bovendien via het wetsvoorstel Wet op de defensiegereedheid juridische barrières wegnemen. Het defensiebudget stijgt naar € 28,9 miljard in 2027. Wat betekent dit voor gemeenten? Nederland wordt nu al dagelijks geraakt door cyberaanvallen, spionage, sabotage of desinformatie. Steeds meer veiligheidsvraagstukken hebben een lokale impact. Een concreet bedrag voor de gemeentelijke weerbaarheidsopgave wordt echter niet genoemd. Defensie zal in gesprek willen met gemeenten over de prioriteiten in hoofdtaak 3. Ook zal er in bepaalde gemeenten een ruimtelijke vraag van defensie zijn.

De toename van defensieactiviteiten roept vragen op over de inpassing daarvan binnen de schaarse lokale ruimte en de realisatie van maatschappelijke opgaven in het fysiek domein. 28 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6 Infrastructuur en Waterstaat Afval Wat wil het kabinet? Het kabinet draait een deel van de lastenverzwaring voor afvalverwerkers uit het vorige belastingplan terug. Destijds wilde het kabinet vanaf 2030 € 567 miljoen ophalen uit het verbranden en storten van afval. In het nieuwe voorstel wordt de belastingverhoging in 2029 met € 207 miljoen verlaagd. Vanaf 2035 is de verhoging structureel € 69 miljoen lager dan de eerder aangekondigde € 567 miljoen. Wat betekent dit voor gemeenten? Doordat de eerder beoogde lastenverzwaring niet volledig en trager wordt ingevoerd, stijgen de kosten van gemeenten voor het verbranden van huishoudelijk afval minder snel dan eerder gepland. Het effect is vooral de komende 2 jaar merkbaar. Dit geeft gemeenten meer tijd om zich aan te passen aan de strengere milieueisen. En de afvalstoffenheffing voor inwoners hoeft minder snel te stijgen. Digitaal Stelsel Mobiliteit Wat wil het kabinet? In lijn met de Europese ITS-Richtlijn (Intelligent Transport Systems-Directive) wil het kabinet via het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata afspraken maken met navigatiediensten en met wegbeheerders.

Deze afspraken gaan over het digitaal doorgeven van verkeersveiligheidswaarschuwingen in navigatieapps, bijvoorbeeld voor rode kruizen, wegafsluitingen en naderende nood- en hulpdiensten. Het doel hiervan is om met technologie verkeer en vervoer slimmer, veiliger, efficiënter en duurzamer te maken. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn als wegbeheerder straks verplicht data over het wegennetwerk beschikbaar te stellen. Ze kunnen ook gebruik maken van data die andere wegbeheerders beschikbaar stellen. De consequenties van de verplichtingen voor gemeenten worden in 2027 en 2028 met enkele gemeenten uitgewerkt en in een koplopersaanpak bekeken. Op basis van de uitkomsten hiervan worden afspraken gemaakt over kosten en implementatie. Beheer en onderhoud infrastructuur Wat wil het kabinet? Het kabinet maakt € 1,5 miljard extra vrij voor de instandhouding van het hoofdwegennet voor de periode 2029 tot 2035, waarvan € 100 miljoen in 2029 en € 200 miljoen in 2030. Wat betekent dit voor gemeenten? De € 1,5 miljard extra wordt alleen voor het hoofdwegennet toegekend. Daardoor ontvangen gemeenten geen extra middelen voor de instandhouding van de gemeentelijke infrastructuur, terwijl gemeenten de grootste wegbeheerder in Nederland zijn. Dit vergroot het risico dat gemeenten snelheids- of tonnageverlagingen moeten doorvoeren of wegen en bruggen moeten afsluiten.

29 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Bereikbaarheid en verduurzaming mobiliteit Wat wil het kabinet? Het kabinet maakt € 2,1 miljard vrij voor regionale mobiliteit en de ontsluiting van woningbouw tot en met 2035. Daarna wordt structureel € 300 miljoen per jaar vrijgemaakt. Op bereikbaarheid zet het rijk al ingezet beleid voort rond hubs, fietsen en deelmobiliteit. Daarnaast zet het rijk de verduurzaming van mobiliteit voort. Het komt met een inruilregeling voor fossiele auto’s om een tweedehandse elektrische auto te kopen, waarvoor in 2027 € 30,2 miljoen beschikbaar is en in 2028 € 22,2 miljoen. Aanvullend komt het rijk met € 75 miljoen uit de stikstofmiddelen voor Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) en paarse milieuzones met compensatiegebied (enkel vrachtwagens en autobussen met emissieklasse 6 of hoger toegestaan). Er is geen extra inzet op het veranderen en verminderen van mobiliteit. Wat betekent dit voor gemeenten? Extra middelen voor regionale mobiliteit en ontsluiting van woningbouw helpen om de hoge woningbouwambities te realiseren. Het is nog onbekend waar de middelen gealloceerd worden. Aanvullend beleid om de gevolgen van de herprioritering van het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds op te vangen ontbreekt. De extra inzet voor het verschonen van het wagenpark helpt met de overstap naar elektrische mobiliteit en het reduceren van CO2-uitstoot.

De middelen voor Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) en milieuzones bieden gemeenten extra ondersteuning voor maatregelen om de uitstoot van verkeer en bouwmaterieel terug te dringen. Vergunningverlening, toezicht en handhaving Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) versterken. Er wordt gewerkt aan wetgeving waarmee kan worden ingegrepen als provincies en gemeenten hun VTH-taken onvoldoende uitvoeren. Daarnaast moeten alle omgevingsdiensten voldoen aan vastgestelde robuustheidscriteria om een goed functionerend stelsel te waarborgen. Wat betekent dit voor gemeenten? Een sterk en effectief VTH-stelsel is van groot belang voor een veilige leefomgeving voor gemeenten en de samenleving als geheel. De VNG heeft zich in een eerdere consultatiereactie op de genoemde wetgeving kritisch uitgelaten over ingrijpen bij onvoldoende uitvoering van de VTH-taken. De lobby hierop zetten we voort. Deze is ook gericht op een betere balans tussen de structurele VTH-taken en de benodigde financiering. Luchtkwaliteit Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de luchtkwaliteit verbeteren, onder meer via het Schone Lucht Akkoord (SLA). Inzet is het halen van de aangescherpte EU-normen voor luchtkwaliteit in 2030, als tussendoel richting zero pollution in 2050.

Het kabinet stelt daarom geld beschikbaar aan Rijkswaterstaat en het RIVM voor monitoring van de luchtkwaliteit, ondersteuning van de uitvoering van het SLA, en voor uitvoerings- en onderzoeksopdrachten. En er gaat geld naar het KNMI, specifiek voor ondersteuning van het stookalert. Daarnaast begroot het kabinet geld voor maatregelen op aanpalende beleidsterreinen die van invloed zijn op luchtkwaliteit, zoals terugdringen van uitstoot van verkeer en bouwmaterieel (zie verduurzaming mobiliteit). Het kabinet reserveert echter niet zichtbaar geld voor een aanpak luchtkwaliteit, als opvolger van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daar komt bij dat er na 2027 geen middelen voor het SLA (looptijd 2020-2030) zijn begroot. De € 1 miljoen die voor 2027 voor het SLA is begroot betreft alleen de afwikkeling van eerdere SPUK-SLA toekenningen. 30 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? De extra inzet op het verschonen van het wagenpark draagt bij aan een schonere lucht in gemeenten. Dat na 2027 geld voor het SLA ontbreekt, staat op gespannen voet met het coalitieakkoord. Het SLA biedt gemeenten ondersteuning in kennis en uitvoering. Daarbij komt dat gemeenten in 2030 aan de aangescherpte luchtkwaliteitsnormen uit de EU-richtlijn moeten voldoen. Dit vergroot daarom de gemeentelijke uitvoeringslasten.

Dat maakt het belang van ondersteuning in kennis en uitzicht op geld voor een nationale (programmatische) aanpak en lokale luchtkwaliteitsplannen des te prangender. Waterkwaliteit Wat wil het kabinet? Het kabinet blijft inzetten op het verbeteren van de waterkwaliteit. Zo wordt ingezet op het halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW), de uitvoering van het KRW-impulsprogramma en de verankering van waterkwaliteit in het Nationaal Water Programma. In 2027 is de investering in waterkwaliteit het grootst, doordat diverse KRW-maatregelen en de naderende Europese KRW- deadline samenkomen. Na deze piek nemen de uitgaven geleidelijk af. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen de aankomende jaren gebruikmaken van de rijksinvesteringen, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij regionale programma’s. De middelen voor waterkwaliteit in de begroting gaan bijvoorbeeld naar het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, waarin gemeenten, waterschappen, agrarische (natuur)partijen en boeren gezamenlijk aan wateropgaven werken. Tegelijkertijd moeten gemeenten anticiperen op een situatie waarin de waterkwaliteitsopgave structureel blijft, terwijl de rijksinvesteringen afnemen. Bodem en ondergrond Wat wil het kabinet? Voor bodem en ondergrond groeit de begroting van € 121 miljoen in 2026 naar € 127,7 miljoen in 2027.

Voor het Meerjarenprogramma Bodem groeit de investering van € 65,5 miljoen in 2026 naar € 74,2 miljoen in 2027. De beleids- en onderzoeksmiddelen nemen af en dalen van € 24,5 miljoen in 2026 naar € 6,2 miljoen in 2027. De financiële inzet is met name gericht op de sanering van bodemverontreinigingen (met onder meer PFAS), ondersteuning van decentrale overheden en omgevingsdiensten, de beschikbaarheid van drinkwater en inrichten van de ruimte volgens het principe Water en Bodem Sturend (WBS). Veruit het grootste deel van het budget in 2027 gaat naar medeoverheden via het Meerjarenprogramma Bodem. Voor de Bedrijvenregeling blijft geld gereserveerd om de opgaven die voor januari 2008 zijn aangemeld te ondersteunen bij het saneren van gronden die zijn vervuild voor 1975. De rijksmiddelen komen daarmee vooral bij de uitvoering van bestaande opgaven terecht. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten ontvangen diverse middelen, voornamelijk via het Meerjarenprogramma Bodem. Het is positief dat gemeenten een beroep kunnen doen op financiële ondersteuning bij de sanering van PFAS, historische vervuiling, nazorglocaties en kennisontwikkeling. Tegelijkertijd wordt steeds meer van gemeenten verwacht.

Onder meer door goed rekening te houden met de bodemgesteldheid bij zaken als woningbouw en gebiedsontwikkeling en door een regierol in te nemen bij de verdeling van ondergronds ruimtegebruik. De VNG blijft in gesprek met het rijk over het behouden van voldoende financiële middelen voor het gemeentelijk bodembeleid en vraagt tegelijkertijd aandacht voor nieuwe middelen om structureel aan nieuwe opgaven te kunnen werken, ook na het aflopen van de huidige Bodemafspraken in 2030. 31 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Water en Bodem Sturend Wat wil het kabinet? In 2027 wordt Water en Bodem Sturend (WBS) als richtinggevend principe verankerd. Het doel is om publieke kosten voor risicomitigatie en schadelijke neveneffecten zo veel mogelijk te voorkomen en niet af te wentelen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten moeten ingewikkelde keuzes maken over ruimtelijke inrichting, landgebruik, waterbesparing, ruimte voor waterberging en de verdeling van beschikbare watervoorraden. Dit komt door de beperkte ruimte in de bodem, tekort aan zoetwater en de noodzaak om beter voorbereid te zijn op periodes van droogte en extreme regen. Daarom is het van belang dat gemeenten goed aangehaakt zijn bij de nationale en regionale gesprekken die de komende jaren over deze zaken worden gevoerd.

Die gesprekken raken aan bredere keuzes over prioritering van functies en de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen beter kunnen aansluiten op de mogelijkheden en grenzen van het water- en bodemsysteem. Funderingen Wat wil het kabinet? In 2027 gaat het kabinet verder met de Nationale Aanpak Funderingen. Daarin werken publieke, private en maatschappelijke partijen samen aan betrouwbare informatie, een volwassen markt, financiële instrumenten en (proces)ondersteuning. De middelen voor de aanpak van funderingsschade zijn onder meer bestemd voor het ontwikkelen van handelingsperspectief voor gebouweigenaren met funderingsschade en betrokken partijen op lokaal niveau, als onderdeel van de gebiedsgerichte leeraanpak. Ook vindt een nulmeting plaats in 2027 voor de monitoring van de funderingsproblematiek. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn onderdeel van de Nationale Aanpak Funderingen. Onder deze aanpak wordt gewerkt aan 10 verschillende thema’s die ook voor gemeenten relevant zijn, zoals gebiedsgerichte leeraanpakken. De eerste tranche van deze aanpak loopt tot en met 2028. Het risico dat er vanaf 2029 geen middelen beschikbaar zijn voor de funderingsaanpak, is ook terug te zien in deze begroting. Daarmee ontbreekt voor gemeenten langjarige steun vanuit het kabinet.

Klimaatadaptatie Wat wil het kabinet? In 2027 informeert het rijk de medeoverheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties over de nieuwe Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS). Deze wordt naar verwachting eind 2026 vastgesteld. Ook benoemt het kabinet dat rijk en regio in 2027 een maatregelenpakket uitbrengen voor de derde fase van het Deltaprogramma Zoetwater. Uitgangspunt is de aanpassing van de ruimtelijke inrichting en landgebruik aan toenemende waterschaarste, en aan verzilting in de kustgebieden. Het Deltaplan Zoetwater gaat een verplichting met de regio’s aan voor 2027, om de komende 6 jaar een financiële bijdrage te leveren. Hiervoor wordt een SPUK-regeling opgesteld. Ook in de begroting van BZK is aandacht voor klimaatadaptatie, met een uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie gebouwde omgeving. Wat betekent dit voor gemeenten? Met de nieuwe Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) eind 2026 en het recent herijkte Deltaprogramma is er uitgebreid aandacht voor de vele opgaven van gemeenten. Er ligt voor hen bijvoorbeeld een enorme opgave in het klimaatadaptief inrichten van de bestaande bebouwde omgeving, aanpassing van het landgebruik en het betrekken van inwoners en ondernemers bij het klimaatadaptatiebeleid en keuzes die door het veranderende klimaat nodig zijn. Voor klimaatadaptatie ontbreekt het nog steeds aan voldoende financiering.

De komende tijd lopen 32 Vereniging van Nederlandse Gemeenten er vanuit het rijk en deltaprogramma diverse verkenningen over hoe het gat tussen opgaven en beschikbare middelen kan worden overbrugd. Hierbij hebben we bijzondere aandacht voor de positie van de openbare lichamen, aangezien zij geen onderdeel zijn van het deltaprogramma en ook geen middelen ontvangen uit het Deltafonds. Verbinding weerbare samenleving en fysieke leefomgeving Wat wil het kabinet? Verschillende plannen van het kabinet in de fysieke ruimte dragen bij aan weerbaarheid. Het kabinet zet in op een veilig, bereikbaar en klimaatbestendig Nederland. Daarbij ligt de nadruk op versterken van de infrastructuur, bescherming tegen extreem weer en overstromingen, waarborgen van de drinkwater- en waterveiligheid en vergroten van de weerbaarheid van vitale netwerken zoals wegen, bruggen, tunnels en vaarwegen. Ook wordt ingezet op duurzame mobiliteit en een robuuste infrastructuur die bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering en maatschappelijke ontwrichting. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit dat weerbaarheid steeds nadrukkelijker onderdeel wordt van het lokale beleid. Gemeenten krijgen te maken met de gevolgen van klimaatverandering, zoals wateroverlast, droogte, hitte en overstromingsrisico’s.

Gemeenten moeten daarom samen met waterschappen, veiligheidsregio’s en andere partners investeren in een klimaatbestendige leefomgeving. Daarnaast vraagt de bescherming van vitale infrastructuur om aandacht voor bereikbaarheid tijdens crises, evacuatiemogelijkheden en de continuïteit van essentiële voorzieningen. De inzet van het kabinet biedt gemeenten kansen om projecten op het gebied van waterbeheer, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit en openbare ruimte verder te ontwikkelen. Tegelijkertijd vraagt dit om extra investeringen en een integrale aanpak waarbij ruimtelijke ordening, veiligheid, duurzaamheid en crisisbeheersing met elkaar worden verbonden. Voor een weerbare samenleving is het belangrijk dat gemeenten niet alleen de fysieke leefomgeving versterken, maar ook inwoners bewust maken van risico’s en hen stimuleren om voorbereid te zijn op mogelijke verstoringen of crises. Zo dragen gemeenten bij aan een samenleving die beter bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering, uitval van infrastructuur en andere maatschappelijke ontwrichtingen. Voorzieningen en projecten Caribisch Nederland Wat wil het kabinet? Het kabinet maakt op de begroting van IenW middelen vrij voor een aantal voorzieningen en projecten in Caribisch Nederland. Zo zijn middelen gereserveerd voor een betaalbare drinkwatervoorziening.

Hiermee kan het vaste (hoge) drinkwatertarief worden verlaagd op Bonaire en Sint-Eustatius. Op Saba worden de kosten van het transport van reverse-osmosiswater (sterk gezuiverd water) en de prijs van gebotteld drinkwater verlaagd. Ook zijn er incidentele investeringen in de drinkwatervoorziening en voor de afvalwatervoorziening en afvalbeheer op Bonaire. Daarnaast zijn er bijdragen voor havens en luchtvaart. Wat betekent dit voor de openbare lichamen? De middelen voor de nutsvoorzieningen zijn een noodzakelijke stap voor de openbare lichamen. Maar de investeringen in de fysieke infrastructuur in Caribisch Nederland zijn veelal projectmatig en incidenteel. Daarnaast constateren we dat er geen middelen vrijkomen voor Caribisch Nederland vanuit het Deltafonds en het Mobiliteitsfonds. Voor de openbare lichamen zijn structurele investeringen in duurzame, betaalbare en toegankelijke fysieke infrastructuur noodzakelijk. 33 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 7 Economische Zaken Regeldruk en dienstverlening aan ondernemers Wat wil het kabinet? Het kabinet intensiveert de aanpak van regeldruk en investeert daartoe in onder meer de MKB- Indicatorbedrijvenaanpak, in de Bedrijfseffectentoets, in het Adviescollege Toetsing Regeldruk en in de WetWijzer. Het bestaande budget stijgt van € 0,9 miljoen in 2026 naar € 3,7 miljoen in 2027 en blijft daarna boven de € 2 miljoen.

Daarnaast zet het kabinet in op goede en toegankelijke publieke dienstverlening aan ondernemers. Hoewel de Kamer van Koophandel (KvK) een centrale rol houdt voor de uitvoering van taken op onder meer voorlichting, regiostimulering en digitale en fysieke ondernemerspleinen, daalt de bijdrage aan de KvK met € 4,8 miljoen naar € 165,8 miljoen in 2027. De Actieagenda MKB-dienstverlening waarin rijk met medeoverheden en VNO-NCW/MKB-NL samenwerkt aan het verbeteren van de publieke dienstverlening wordt niet genoemd. Hiervoor zijn ook geen middelen opgenomen. Wat betekent dit voor gemeenten? Bij de aanpak van regeldruk kijkt het kabinet ook naar lokale regeldruk. Voor gemeentelijke aanpak van regeldruk zijn in de rijksbegroting geen middelen opgenomen. Er zijn ook geen middelen opgenomen voor de Actieagenda MKB-dienstverlening, waarin medeoverheden samenwerken om dienstverlening aan ondernemers op regionale schaal beter op elkaar te laten aansluiten. Onduidelijk is of de lagere bijdrage aan de KvK gevolgen heeft voor de gemeentelijke dienstverlening aan ondernemers. MKB-innovatiestimulering en digitalisering MKB Wat wil het kabinet? Het kabinet zet de MKB-Innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) voort. Het landelijke MIT-budget stijgt van € 3,0 miljoen in 2026 naar € 8,6 miljoen in 2027. Vanaf 2028 loopt het op tot ruim € 19 miljoen tot en met 2031.

De bijdrage aan de medeoverheden voor het instrument MIT daalt in 2029 naar nul. Vanaf 2028 daalt de bijdrage aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) van circa € 14 miljoen naar circa € 11,2 miljoen. Wat betekent dit voor gemeenten? De ROM’s zijn een belangrijke uitvoeringspartij voor regionaal-economisch beleid, waarin ook provincies en gemeenten financieel bijdragen aan de ROM’s. Voor gemeenten en regio’s is relevant hoe de regionale component van de MIT zich de komende jaren ontwikkelt en wordt gefinancierd. Dit is nu nog onduidelijk. Regionale innovatieclusters Wat wil het kabinet? Het kabinet intensiveert het gebiedsgericht economisch beleid en wil regionale innovatieclusters versterken. Hiervoor zijn middelen opgenomen; van € 0,9 miljoen in 2026 naar € 16,5 miljoen in 2027, oplopend naar € 24,7 miljoen structureel vanaf 2029. Het kabinet werkt een nieuwe regeling voor regionale innovatieclusters uit, waarbij samenwerking met regionale overheden en publieke cofinanciering worden voorzien. 34 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? De structurele middelen voor regionale innovatieclusters bieden gemeenten en regio’s kansen om regionale economische agenda’s en innovatieclusters sterker met het rijk te verbinden.

Dit sluit aan bij de inzet van de VNG in het kader van regionale samenwerking, met onder meer economic boards en bijbehorende regionale investeringsagenda’s. Ruimte voor economie Wat wil het kabinet? Het kabinet investeert in het versterken van de concurrentiekracht en het vestigingsklimaat. Daartoe zet het kabinet in op het oplossen van knelpunten zoals netcongestie, stikstof, regeldruk, vergunningverlening en bereikbaarheid, omdat deze de economische ontwikkeling belemmeren. Het oprichten van een Nationale Investeringsinstelling (NII, € 3,3 miljard) moet helpen bij het aanjagen van private investeringen. De beschikbare ruimte voor bedrijven en economische activiteiten staat in veel regio’s onder druk. Het kabinet werkt daarom samen met provincies, gemeenten en andere partners aan het uitvoeringsprogramma Ruimte voor Economie. Maar daarvoor is geen geld vrijgemaakt. Wat betekent dit voor gemeenten? Regionale economieën vormen de motor van de Nederlandse economie. Het is onduidelijk hoe de Nationale Investeringsinstelling wordt ingezet om de economische kracht en brede welvaart van alle regio’s te versterken. Er is geen geld vrijgemaakt voor het uitvoeringsprogramma Ruimte voor Economie, dit zorgt voor financiële druk bij onder meer gemeenten.

Arbeidsproductiviteit en innovatie Wat wil het kabinet? Het kabinet zet de Productiviteitsagenda voort en wil hiermee innovatie met arbeidsmarkt, onderwijs en Leven Lang Ontwikkelen (LLO) verbinden. Daarnaast investeert EZK in de periode 2027-2031 € 68,9 miljoen in de opschaling van 18 publiek-private samenwerkingen tussen het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven. Deze zijn gericht op talentontwikkeling en versterking van het innovatievermogen voor klimaattransitie en digitale transitie van met name het MKB. Voor bredere innovatie is in het coalitieakkoord structureel € 100 miljoen gereserveerd. In 2027 wordt hiervan ongeveer € 85 miljoen overgeheveld naar EZK. Deze middelen zijn bestemd voor verschillende innovatie-instrumenten, waaronder regionale innovatieclusters en academische spin-offs. Het betreft dus geen afzonderlijk budget voor ‘human capital’. Aanvullend investeert OCW in 2027 € 14,4 miljoen in regionale innovatie en samenwerking tussen MBO en MKB, oplopend tot € 28,2 miljoen structureel vanaf 2030. Het Regionaal Investeringsfonds voor het MBO (MBO RIF) wordt voortgezet en uitgebouwd. Wat betekent dit voor gemeenten? Deze investeringen bieden kansen om onderwijs, bedrijfsleven en arbeidsmarktbeleid sterker te verbinden. Gemeenten kunnen met deze investeringen aanjager zijn van regionale samenwerking op het gebied van technologie en innovatie.

De regionale Werkcentra kunnen daarbij fungeren als herkenbare toegang tot ondersteuning, scholing en werk. Door vanuit de Werkcentra verbinding te leggen met onderwijsinstellingen, werkgevers, publiek-private samenwerkingen en regionale innovatieclusters, kunnen inwoners en werkgevers meer profiteren van de kansen die de klimaattransitie en de digitale transitie bieden. 35 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en duurzame inzetbaarheid Wat wil het kabinet? Het kabinet wil leren en ontwikkelen in het MKB stimuleren en mensen ondersteunen bij scholing en overstappen naar sectoren die cruciaal zijn voor de toekomstige welvaart. Het kabinet werkt aan een nieuwe LLO-regeling, die bestaande middelen samenvoegt als ombuiging. Voor LLO is vanaf 2028 jaarlijks € 100 miljoen gereserveerd op de Aanvullende Post; de regeling wordt nog uitgewerkt. De toezegging over de LLO-Katalysator uit het Groeifonds (tranche 2) wordt nagekomen met een financiering van € 175 miljoen en loopt tot en met 2029. Wat betekent dit voor gemeenten? Het herstel van middelen voor basisvaardigheden ondersteunt gemeenten bij het bereiken van inwoners voor wie scholing en werk niet vanzelfsprekend zijn. De economische betekenis ervan ligt voor gemeenten in de aansluiting tussen de vaardigheden van inwoners op de personeelsbehoefte van regionale werkgevers.

De LLO-intensivering betekent niet zonder meer extra middelen voor de gemeentelijke arbeidsmarktregio’s. Nationale Talentstrategie, internationale studenten en digitale banen Wat wil het kabinet? Met de Nationale Talentstrategie wil het kabinet talent opleiden, aantrekken en behouden voor cruciale opgaven. Hiervoor is bijna € 1,3 miljard structureel opgenomen (waarvan veel ombuigingen). De strategie verbindt onderwijs, arbeidsmarktbeleid, slimmer organiseren van werk en gerichte internationale instroom. Het kabinet investeert € 24.9 miljoen in het aantrekken van internationale (tech)studenten en talent. Daarmee worden eerdere bezuinigingen teruggedraaid. Voor de inzet in het HBO en WO is in 2027 netto € 42,7 miljoen gereserveerd, oplopend tot ongeveer € 154 miljoen structureel vanaf 2031. Het mbo krijgt vanaf 2029 structureel € 200 miljoen voor een nieuw arbeidsmarktpact ‘Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst’. De focus ligt daar op samenwerking met regionale bedrijven in tekortsectoren. Het ministerie van EZK zet het Actieplan Groene en Digitale Banen voort om tekorten aan technici en digitale professionals aan te pakken. Hieronder valt de uitbreiding van omscholingstrajecten bij netbeheerders, met een specifiek voorschakeltraject voor statushouders. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen met de Nationale Talentstrategie vooruit.

Het is van belang dat de Nationale Talentstrategie aansluit op de regionale arbeidsmarktinfrastructuur en bestaande samenwerkingsverbanden, maar de verbinding tussen gemeenten en regionale partners moet nog nader worden uitgewerkt. De regionale Werkcentra kunnen hierbij een verbindende rol vervullen. Circulariteit Wat wil het kabinet? Vanaf 2027 worden de middelen voor circulaire economie vanuit de begroting van IenW overgeheveld naar EZK. Het gaat hierbij om € 78 miljoen voor 2027 aflopend naar € 33 miljoen in 2031. IenW behoudt een kaderstellende rol voor een gezonde, schone en veilige leefomgeving. Het kabinet benadrukt dat investeringen in verduurzaming, innovatie en circulaire economie essentieel zijn voor het toekomstig verdienvermogen van Nederland. Het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) is een van de instrumenten daarvoor, met extra aandacht voor samenwerking en het creëren van gunstige randvoorwaarden. De structurele financiering blijft echter achter en loopt vanaf 2027 verder terug dan vorig jaar al aangekondigd. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is samenwerking met het rijk belangrijk, onder meer via de uitvoering van het NPCE en de Krachtenbundeling rijk-regio voor circulaire economie.

De financiële inzet blijft achter 36 Vereniging van Nederlandse Gemeenten en daarmee ontbreken de middelen voor nieuwe maatregelen of ondersteuning van gemeenten bij de uitvoering van de transitie naar een meer circulaire economie (bekostiging van extra capaciteit, maatregelen om hergebruik te bevorderen en financiële prikkels). Zonder aanvullende stappen van het kabinet komt de transitie naar een circulaire economie verder onder druk te staan. Departementale Herverdeling Digitalisering Wat wil het kabinet? De verantwoordelijkheden voor digitalisering worden vanaf 2027 anders verdeeld tussen BZK en EZK. EZK krijgt de coördinerende en kaderstellende rol voor digitaliseringsbeleid voor samenleving en overheid, terwijl BZK verantwoordelijk blijft voor de realisatie van een slagvaardige digitale overheid en voor het beleid rond open overheid en de Woo. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit dat bij digitale vraagstukken vaker met zowel EZK als BZK zal worden samengewerkt, afhankelijk van de vraag of het gaat om beleidskaders of om uitvoering en realisatie. Digitale autonomie en soevereiniteit Wat wil het kabinet? Vanuit haar rol in het versterken van de digitale soevereiniteit, zet het kabinet in op het verminderen van afhankelijkheden van niet-Europese digitale technologie en infrastructuur.

Geopolitieke ontwikkelingen zorgen voor meer onzekerheid over de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van digitale voorzieningen. Het kabinet vindt het nodig om het versterken van digitale weerbaarheid en autonomie centraal te stellen. Daarbij ontwikkelt het kabinet digitale gemeenschapsgoederen in Europees verband. Nederland is als voorzitter van de Digital Commons EDIC (Europees Consortium voor digitale infrastructuur) goed gepositioneerd om gezamenlijke alternatieven te ontwikkelen. In 2026 is het rijksbrede cloudbeleid herzien met als doel de strategische afhankelijkheid van clouddiensten, waarbij ook een risico van buitenlandse inmenging bestaat, te verminderen. Op basis daarvan gaat het kabinet met provincies, gemeenten en waterschappen in gesprek om te komen tot een overkoepelend overheidsbreed cloudbeleid. Naast het verminderen van deze risico’s, biedt een dergelijk beleid ook meer kansen voor Nederlandse en Europese oplossingen. Als onderdeel van de NDS-prioriteit digitale weerbaarheid en autonomie werkt het kabinet samen met decentrale overheden aan een overheidsbrede routekaart en een referentiekader voor digitale autonomie, met vervolgactiviteiten voorzien in 2027. Voor cloudbeleid werkt het kabinet aan de uitwerking van een koers richting meer soevereine overheidscloudvoorzieningen.

Wat betekent dit voor gemeenten? Een eenduidige, vanuit de staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit gecoördineerde aanpak om de digitale autonomie en soevereiniteit van de overheid te versterken betekent dat gemeenten rekening kunnen houden met de oplevering van technische standaarden en voorzieningen waar zij zelf ook gebruik van kunnen maken. Met behulp van de routekaart kunnen gemeenten bepalen welke IT-zaken op basis van levenscyclusbeheer kunnen worden overgezet naar collectieve overheidsbrede voorzieningen. Ook kunnen gemeenten gebruik maken van instrumenten, zoals het referentiekader, om in hun eigen inkoop kwaliteitseisen op het gebied van digitale autonomie te stellen aan hun leveranciers. Tegelijkertijd maakt deze begroting duidelijk dat gemeenten niet kunnen rekenen op financiële middelen om de transitie richting digitale autonomie te versnellen. Digitale identiteit Wat wil het kabinet? Het kabinet blijft werken aan Europese Digitale Identiteit (EDI) wallets waarmee inwoners in de toekomst kunnen inloggen, zich authentiseren, gegevens delen en elektronische handtekeningen 37 Vereniging van Nederlandse Gemeenten zetten. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt vanwege de herverdeling van de digitaliseringsportefeuille verantwoordelijk voor het EDI-stelsel.

Wat betekent dit voor gemeenten? Vanwege het EDI-stelsel en de publieke EDI-wallet moeten gemeenten hun ICT-systemen en werkprocessen aanpassen. Ook moet personeel geschoold worden en moeten inwoners worden geïnformeerd en ondersteund. Er zijn kansen om de dienstverlening te verbeteren. Data en Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) Wat wil het kabinet? De Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) vormt voor het kabinet de leidraad voor de versterking van de digitale overheid en de interbestuurlijke samenwerking die daaraan ten grondslag ligt. Daarbinnen is het beleid op het gebied van data gericht op de realisatie van de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS). Concreet behelst dit de doorontwikkeling van het Stelsel van Basisregistraties naar een Federatief Data Stelsel (FDS), zodat overheden veilig, ethisch en betekenisvol data kunnen delen en beheren. Dit volgens het principe van data bij de bron, het verhogen van de datavolwassenheid van overheidsorganisaties en het ontwikkelen van een systematiek om knelpunten in gegevensdeling structureel op te lossen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen bij de dienstverlening aan inwoners en bedrijven en de aanpak van maatschappelijke opgaven profiteren van de data van andere partijen als die via het FDS beschikbaar worden gemaakt.

Ook de hulpmiddelen en de ondersteuning die geboden worden bij het vergroten van de datavolwassenheid kunnen gemeenten helpen bij het slimmer gebruik van data. Anderzijds zullen gemeenten de FDS-afspraken en -standaarden die ontwikkeld worden ook zelf moeten nakomen en implementeren, zodat ook gemeentelijke data voor hergebruik door andere partijen beschikbaar komen. Het stelsel gericht op gegevensdelingsknelpunten, moet uiteindelijk ook leiden tot het verhelpen van ervaren knelpunten die gemeenten ook ervaren. Een veilige en gezonde digitale samenleving Wat wil het kabinet? Het kabinet zet in op het borgen van een veilige, betrouwbare en inclusieve digitale samenleving in de digitale publieke ruimte. Het ministerie van EZK zet in op het versterken en beschermen van burgers en consumenten tegen risico’s in onze digitale samenleving. Daarbij is specifiek aandacht voor de bescherming van kinderen en jongeren tegen online risico’s, zoals verslavende algoritmes, schadelijke content en gebrekkige moderatie. Het online kinderrechten beleid wordt geïntensiveerd (€ 2,7 miljoen structureel). Daarnaast is structureel budget gereserveerd voor online discriminatie (€ 0,7 miljoen), digitale weerbaarheid van burgers (€ 0,6 miljoen) en de ontwikkeling van digitale gemeenschapsgoederen (€ 0,9 miljoen).

Het gaat daarbij om open, gedeelde digitale infrastructuur en opensourcesoftware die voor iedereen toegankelijk is. Wat betekent dit voor gemeenten? Wanneer het mis gaat in de online leefwereld, dragen gemeenten een deel van de gevolgen. Bijvoorbeeld bij het functioneren van de lokale democratie (online bedreigingen van ambtsdragers, inmenging bij verkiezingen, desinformatie), in de openbare orde (online aangejaagde ordeverstoringen, online ruzies ontsporen in jongeren geweld) of in druk op de jeugdzorg. Maar het beschermen van een veilige en gezonde digitale publieke ruimte is geen lokaal vraagstuk, het vraagt om landelijke en Europese aanpak. 38 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8 Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Geïntegreerd pakket stikstof en natuurherstel (Taskforce LNS) Wat wil het kabinet? Het kabinet ziet stikstof als een groot knelpunt dat investeringen in de weg staat. Om vergunningverlening op gebiedsniveau mogelijk te maken zet het kabinet in op natuurherstel en stikstofemissiereductie. Het eerste deel van het pakket van € 20 miljard komt beschikbaar met de ruim € 423 miljoen extra voor natuurbeheer en -herstel en € 231 miljoen om boeren te ondersteunen bij het aanpassen van hun bedrijfsvoering. Daarnaast wordt € 50 miljoen uitgetrokken voor innovaties.

Voor maatregelen op het gebied van stikstof, landbouw en natuur is tot en met 2035 € 20 miljard beschikbaar. 2027 staat in het teken van ambities concretiseren naar maatregelen. Dit richt zich onder andere op: • Verder concretiseren van een generieke aanpak voor stikstofemissiereductie. • Een aanpak voor prioritaire gebieden de Veluwe en de Peel (€ 108,9 miljoen in 2027). • Een aanpak voor de overige prioritaire gebieden en economische clusters (€ 100 miljoen in 2027). • Extra inzet in zones rondom kwetsbare Natura 2000-gebieden, beekdalen, grondwaterbeschermingsgebieden en veenweiden. Hiervoor is € 9 miljard vrijgemaakt uit het Stikstoffonds voor een gebiedsgerichte aanpak / zonering. Wat betekent dit voor gemeenten? De beleidsambities van het ministerie van LVVN zijn een belangrijke stap om vergunningverlening op gang te brengen. Het stikstoffonds is hierbij een randvoorwaarde. Uitvoerbaarheid, juridische borging en leefbaarheid blijven cruciaal. De opgave is groot en de stapeling van maatregelen complex. Ingrijpende keuzes om de aanpak verder te duiden volgen elkaar in rap tempo op. Met name voor boeren en gemeenten in het landelijk gebied is de impact enorm. Daarnaast is de rol van gemeenten niet altijd duidelijk en verschilt deze per gebied en provincie. Voor gemeenten vraagt dit strategisch veel van vaak beperkte capaciteit.

De inzet van het kabinet maakt nog niet voldoende concreet hoe versterking van leefbaarheid, sociaaleconomisch perspectief en lokale gemeenschappen op het platteland bereikt worden, ondanks de aanvullende middelen per 2027. Er zijn doelgerichte potjes voor de gebiedsgerichte aanpak, maar geen financiële ondersteuning voor een samenhangende aanpak. Hier blijft de VNG stevig op inzetten, in lijn met de interbestuurlijke uitvoeringsagenda landelijk gebied en de bouwstenen over emissiereductie en agrarisch natuur- en landschapsbeheer die we met medeoverheden en maatschappelijke partners publiceerden. Met als doel om vergunningverlening weer op gang te brengen en de stikstofimpasse te doorbreken. Landbouw Wat wil het kabinet? Het kabinet wil toewerken naar een toekomstbestendig landbouw- en voedselsysteem. Met bedrijfsspecifieke doelsturing komen er normen voor stikstof, waterkwaliteit en klimaat, waarbij boeren ruimte krijgen om zelf te bepalen hoe zij deze normen halen. Daarnaast zet het kabinet in op vrijwillige beëindiging en extensivering, een grondgebondenheidsnorm voor de melkveehouderij en ondersteuning van boeren bij investeringen in verduurzaming. Ook wordt ingezet op biologische landbouw, jonge boeren en innovatie.

39 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? De veranderingen in de landbouw hebben gevolgen voor het landelijk gebied en raken daarmee ook gemeenten. Voor hen is het belangrijk dat tijdig duidelijk wordt welke ruimtelijke en uitvoerende gevolgen nieuwe normen, extensivering en veranderingen in de bedrijfsvoering hebben. Hiervoor zijn duidelijke interbestuurlijke afspraken en voldoende uitvoeringscapaciteit nodig. Natuur Wat wil het kabinet? Het kabinet investeert onder meer in natuurherstel, agrarisch natuurbeheer en een gebiedsgerichte aanpak rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Daarmee vult het kabinet ook een deel van de doelen uit de Europese Natuurherstelverordening (NHV) in. Het kabinet werkt de NHV verder uit in het nationale Natuurplan, dat uiterlijk op 1 september 2027 naar de Europese Commissie gaat. De nadruk ligt daarbij op de doelen voor 2030 en het herstel van Natura 2000-gebieden. Daarnaast wil het kabinet eind 2027 binnen het Natuurpact 2.0 nieuwe afspraken maken over de verdeling en financiering van taken binnen het natuurbeleid. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief dat het kabinet investeert in de landbouw-, natuur- en wateropgaven. De inzet voor natuurherstel richt zich echter vooral op stikstofreductie en herstelmaatregelen in en rond Natura 2000-gebieden.

Voor de opgaven uit de Natuurherstelverordening die buiten deze gebiedsgerichte aanpak vallen, bevat de begroting nog geen duidelijke uitwerking of financiële dekking. Dit geldt in het bijzonder voor de stedelijke groenopgave uit artikel 8 van de NHV, met doelen voor stedelijk groen en boomkroonbedekking en voor andere onderdelen die gemeentelijke inzet vragen. Gemeenten en de VNG moeten daarom volwaardig worden betrokken bij de uitwerking van het Natuurplan en het Natuurpact 2.0. Nieuwe gemeentelijke taken moeten gepaard gaan met voldoende structurele middelen voor capaciteit en concrete maatregelen. Gewasbescherming Wat wil het kabinet? Het kabinet investeert in 2027 € 50 miljoen in het verminderen van chemische gewasbeschermingsmiddelen. De middelen zijn bedoeld voor natuurherstel, beperking van blootstellingsrisico’s en versterking van een toekomstbestendige plantaardige sector. Daarnaast ondersteunt het kabinet de ontwikkeling van weerbare teeltsystemen, precisielandbouw en robotisering. Wat betekent dit voor gemeenten? De inzet van het rijk op het beperken van blootstellingsrisico’s van gewasbeschermingsmiddelen en de aandacht voor de spanning tussen woningbouw en gezondheid enerzijds en agrarische belangen anderzijds is voor gemeenten belangrijk.

De VNG vindt het positief dat er nadrukkelijker aandacht is voor de knelpunten die gemeenten ervaren op lokaal niveau, zowel politiek-bestuurlijk als in de uitvoering. Wel blijft wetenschappelijke en technische ontwikkeling voor de lange termijn belangrijk voor gemeenten om juridisch houdbaar en met voldoende kader van het rijk hun verantwoordelijkheden in de ruimtelijke ordening te nemen. Voedselzekerheid Wat wil het kabinet? Toenemende geopolitieke spanningen en klimaatverandering vergroten het risico op verstoringen in de voedselvoorzieningsketen. Mede daarom werkt het kabinet samen met relevante stakeholders aan een Strategische Agenda Voedselzekerheid. Tot die tijd neemt het kabinet al de noodzakelijke stappen, waaronder het opstellen van het Landelijk Crisisplan Voedselzekerheid. 40 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? Vanuit het Landelijk Crisisplan en de Strategische Agenda zal duidelijk worden of deze leiden tot nieuwe verantwoordelijkheden, oefeningen, informatieverplichtingen of aanvullende eisen aan gemeentelijke crisisplannen. Voor gemeenten is het belangrijk dat de samenhang tussen de sectorale crisisplannen wordt bewaakt omdat veel crisisplannen samenkomen bij gemeenten en raken aan hun taken en verantwoordelijkheden.

41 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 9 Sociale Zaken en Werkgelegenheid Werkzekerheid en arbeidsmarkt Wat wil het kabinet? Het kabinet wil dat meer mensen duurzaam aan het werk kunnen en dat meer uren werken aantrekkelijker wordt. Met het actieprogramma Nederland Werkt zet het kabinet in op het beter benutten van talent, een leven lang ontwikkelen en begeleiding van werk naar werk. De regionale Werkcentra krijgen hierin een centrale positie. Het kabinet streeft ernaar de bijbehorende wet- en regelgeving medio 2027 in werking te laten treden. Wat betekent dit voor gemeenten? De Werkcentra bieden kansen om arbeidsmarktdienstverlening toegankelijker te organiseren en om de verbinding met regionaal economisch beleid en onderwijs verder te versterken. Daarmee kunnen scholing en begeleiding beter aansluiten bij de vraag van werkgevers en bij maatschappelijke opgaven, zoals de tekorten in de zorg, techniek, energie en het onderwijs. De VNG blijft met het rijk in gesprek over de financiële randvoorwaarden die gemeenten nodig hebben om deze rol duurzaam te kunnen vervullen. Werk, participatie en inburgering nieuwkomers Wat wil het kabinet? Het kabinet wil dat nieuwkomers sneller kunnen meedoen en hun talenten beter kunnen benutten.

Om gemeenten tegemoet te komen in de tekorten op de uitvoeringskosten inburgering en te zorgen dat zij hun wettelijke taken kunnen blijven uitvoeren, stelt het kabinet € 93 miljoen beschikbaar voor de jaren 2026, 2027 en 2028 samen. Daarnaast spreekt het kabinet de ambitie uit om in 2030 75.000 extra nieuwkomers aan het werk te hebben. Werk en taal krijgen een centralere plek binnen de inburgering en al tijdens het verblijf in de asielopvang wordt ingezet op taalverwerving, participatie en het vinden van werk. Ook wil het kabinet afspraken maken met werkgevers- en brancheorganisaties, onder meer over kansen in tekortsectoren, en belemmeringen voor werkgevers verminderen. Wat betekent dit voor gemeenten? De middelen die het kabinet beschikbaar stelt ter compensatie van het tekort op de uitvoeringskosten inburgering zorgen voor enige financiële verlichting, maar dekken niet het volledige tekort. Daarnaast vragen de nieuwe ambities van het kabinet dat gemeenten een centrale rol vervullen op het gebied van participatie, inburgering en regionale arbeidsmarktdienstverlening. Een goede verbinding tussen inburgering, taalverwerving en werk is daarbij essentieel, zodat nieuwkomers zo vroeg mogelijk kunnen werken aan hun toekomst en aan economische zelfstandigheid.

De regionale Werkcentra dienen als herkenbare toegang tot begeleiding, scholing en werk, in samenwerking met werkgevers, UWV en andere partners. De voorgestelde aanpak vraagt om een stevige inzet van gemeenten. Op dit moment zijn hiervoor nog geen aanvullende middelen beschikbaar gesteld. De VNG blijft daarom met het rijk in gesprek over voldoende financiering voor de uitvoering van inburgering en begeleiding naar werk. 42 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Antidiscriminatiebeleid Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de aanpak van discriminatie en racisme verder versterken. In 2027 wordt een voorstel voor de herziening van het stelsel van antidiscriminatievoorzieningen in procedure gebracht. Daarnaast bereidt het kabinet wetgeving voor om overheidshandelen onder de reikwijdte van de Algemene wet gelijke behandeling te brengen en geeft het opvolging aan de adviezen van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. Ook wordt geïnvesteerd in betere informatievoorziening, onder meer door de ontwikkeling van een actueel dashboard met discriminatiecijfers. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten wordt op dit moment geen nieuwe wettelijke taak voor lokaal antidiscriminatiebeleid aangekondigd.

Gemeenten kunnen wel binnen hun bestaande verantwoordelijkheden en beleidsruimte bijdragen aan het voorkomen en tegengaan van discriminatie, bijvoorbeeld via hun dienstverlening, werkgeversrol en beleid op terreinen als onderwijs, wonen, veiligheid en arbeidsmarkt. Ook kunnen zij de samenwerking met antidiscriminatievoorzieningen en lokale maatschappelijke partners versterken. De VNG blijft met het rijk in gesprek over de ondersteuning en middelen die nodig zijn om gemeenten hierbij goed te faciliteren. Participatiewet in balans Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de ervaren hardheden in de Participatiewet wegnemen door vertrouwen en menselijke maat te verankeren in de wet en door de uitvoering van de wet eenvoudiger te maken. Met de Wet participatiewet in balans krijgen gemeentelijke ambtenaren meer ruimte om te kijken naar individuele omstandigheden van inwoners. Het kabinet onderzoekt in 2027 hoe de groep arbeidsongeschikten in de Participatiewet op de langere termijn beter kunnen worden ondersteund. Die wet kent sterke verplichtingen en prikkels om weer aan het werk te gaan, terwijl mensen zonder arbeidsvermogen geen perspectief hebben op een betere situatie. Gedacht wordt aan een nieuwe individuele uitkering buiten de Participatiewet. Deze uitkering moet passen in de hervorming van het bredere arbeidsongeschiktheidsstelsel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/2e53791d-c34e-461a-9a04-62c2551fb2c1?agendaItemId=53d70ee7-8623-44b4-b71b-d1ac1641679f