10.0 VNG_23-09-2026_Bijzondere ledenbrief Rijksbegroting 2027 en de gevolgen voor gemeenten
Tekst van het document
Bijzondere ledenbrief Rijksbegroting 2027 en de gevolgen voor gemeenten 2 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Inhoud Voorwoord 3 1 Gemeentefinanciën 4 2 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 8 3 Justitie en Veiligheid 19 4 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 24 5 Defensie 27 6 Infrastructuur en Waterstaat 28 7 Economische Zaken 33 8 Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur 38 9 Sociale Zaken en Werkgelegenheid 41 10 Volksgezondheid, Welzijn en Sport 51 11 Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking 60 12 Asiel en Migratie 62 13 Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 64 14 Klimaat en Groene Groei 68 3 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Voorwoord Geachte leden, De VNG ziet in de Miljoenennota en de principeafspraken over de samenwerkingsagenda tussen rijk, provincies, gemeenten en waterschappen belangrijke stappen naar een gelijkwaardiger samenwerking. Het kabinet is daarmee in belangrijke mate tegemoetgekomen aan de gegronde wensen van de VNG. Dit biedt vertrouwen voor de verdere samenwerking, mits de afspraken goed worden uitgewerkt en de rapporten van de commissie-Van Ark en Polman worden opgevolgd. Tegelijkertijd blijft de financiële positie van gemeenten zorgelijk. Zonder structurele passende financiering staan de uitvoering van maatschappelijke opgaven en wettelijke taken verder onder druk.
Gemeenten verwelkomen verschillende keuzes die het kabinet in de begroting maakt. De middelen die specifiek voor gemeenten beschikbaar komen voor weerbaarheid, vormen een belangrijke eerste stap naar sterkere en veerkrachtigere lokale gemeenschappen. Ook de investeringen in woningbouw, infrastructuur en stikstof zijn een broodnodige impuls voor de ontwikkeling van Nederland. Desondanks blijven financiële zorgen bestaan. De groei van het Gemeentefonds vlakt na 2027 af. Dat betekent dat veel gemeenten ook in de toekomst moeilijke keuzes voor de kiezen krijgen. Het wordt lastig om noodzakelijke investeringen dan ook daadwerkelijk te realiseren. Over de jeugdzorg blijft de VNG duidelijk. Gemeenten moeten volledig worden gecompenseerd voor de uitvoering van wettelijke taken. Zeker in het sociaal domein is structurele zekerheid noodzakelijk. De uitkomsten van de commissie-Van Ark over jeugdzorg, dat in januari 2027 verschijnt, zijn daarbij van groot belang en moeten in de begroting van 2028 worden verwerkt. Dit is een absolute randvoorwaarde voor de samenwerking met het rijk. Een specifiek aandachtspunt in de rijksbegroting is de positie van Caribisch Nederland. De VNG constateert dat de eilanden opnieuw nauwelijks profiteren van extra investeringen die voor Europees Nederland beschikbaar komen.
De openbare lichamen moeten op dezelfde betrokkenheid en investeringsbereidheid van het rijk kunnen rekenen als gemeenten in Europees Nederland. De VNG wil de handen in één slaan met de leden in het Caribisch deel van het Koninkrijk en samen de handschoen oppakken om de aangekondigde Top mede te organiseren. Uiteindelijk zijn het niet de afspraken op papier die het verschil maken, maar de resultaten voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Daarop zullen rijk en medeoverheden de komende jaren gezamenlijk worden afgerekend. De nieuwe samenwerkingsagenda biedt daarvoor een stevig vertrekpunt. De VNG ziet uit naar de verdere uitwerking van de agenda en blijft daarbij inzetten op wat gemeenten nodig hebben om hun maatschappelijke rol waar te maken: duidelijke afspraken, bestuurlijke gelijkwaardigheid en een solide financiële basis. dr. mr. L.K. Geluk Algemeen directeur VNG 4 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 1 Gemeentefinanciën Berekening accressen Wat wil het kabinet? Het Gemeentefonds wordt jaarlijks verhoogd met een accrespercentage om de stijgende kosten van gemeenten op te vangen. Dit jaarlijkse accres wordt afgeleid van de nominale ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp), oftewel de nominale economische groei in Nederland. De berekening van het accrespercentage voor een jaar wordt gesplitst in een prijs-accres en een reëel-accres.
Het prijs-accres wordt definitief bepaald met de geraamde ontwikkeling van het prijspeil bruto binnenlands product (bbp). Het reële-accres wordt gebaseerd op het gemiddelde van de volumegroei van het bbp in de achterliggende 8 jaar (t-9 t/m t-2), zodat de reële groei van het fonds stabiel is. Naast dit bbp-accres groeit of krimpt het fonds door algemene mutaties zonder taakwijziging. Gemeenten ontvangen jaarlijks structureel € 75 miljoen extra accres, omdat de Wmo-uitgaven door de vergrijzing sneller toenemen dan het bbp-accres. Het accres dat in 2023 tijdelijk is afgezonderd voor de woningbouwimpuls en stimulering volkshuisvesting wordt in 2026 weer aan de algemene uitkering toegevoegd. Daarnaast is in 2026 nog sprake van een deel van de korting incidenteel accres 22-25 en aanverwante mutaties, waaronder de rest van de accrestranche 2025 van € 675 miljoen die vanwege de vervroeging van de bbp-systematiek pas in 2026 wordt uitgekeerd. Tot slot zijn de indexatiefouten met een nieuwe methode om toekomstige toevoegingen aan en uitnamen uit het Gemeentefonds op het juiste prijspeil te brengen (nog) niet hersteld. Tabel 1 geeft de berekening van de actuele stand van de accressen 2026-2031. Tabel 1.
Accressen Septembercirculaire gemeentefonds 2026 Jaar (bedragen x miljoen euro) 2026 2027 2028 2029 2030 2031 Grondslag accresberekening 41.770 43.714 43.237 44.085 45.860 48.101 Percentage bbp-volume-accres 1,9% 1,8% 1,7% 1,6% 2,2% 1,6% Percentage bbp-prijs-accres 2,9% 3,1% 2,9% 2,5% 2,6% 2,4% Tranche BBP-accres 2.028 2.166 2.010 1.825 2.228 1.943 WMO-plus-accres 75 75 75 75 75 75 Retour accres 2023 250 Restant accreskorting 2022-2025 -1.385 -5 -32 -22 -53 0 Index.fouten opsch.krt., Wmo, jeugd -182 0 -584 0 0 0 Werkelijk accres 786 2.236 1.469 1.878 2.250 2.018 Saldo indexatie taakwijzigingen 263 -124 -134 -110 -10 2 Werkelijk accrespercentage 1,9% 5,1% 3,4% 4,3% 4,9% 4,2% 5 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? Het accres is afhankelijk van de nominale economische groei. De raming van de bbp-volume- ontwikkeling bedraagt 1,4% voor het jaar 2026 en 1,2% voor het jaar 2027. In totaal komt het bbp-volume-accres over de periode 2027-2031 cumulatief € 74 miljoen hoger uit door grondslagwijzigingen en een bescheiden bijstelling van het bbp-volume-accres in 2029. De inflatie is wel hoger dan eerder geraamd, als gevolg van de blokkade van de Straat van Hormuz. Dat is terug te zien in de hogere ramingen voor de ontwikkeling van het prijspeil bbp. Deze ontwikkeling voor 2026 staat met 2,9% al vast op de stand Centraal Economisch Plan (CEP) 2026.
De nieuwe raming met de Macro Economische Verkenning (MEV) 2027 bedraagt 3,1%. Hierdoor blijft het bbp-prijs-accres structureel € 85 miljoen achter bij de nieuwe raming. Voor 2027 bedroeg de raming van het bbp-prijsaccres 2,5%. Door een opwaartse bijstelling naar 3,1% is de tranche bbp-prijs-accres 2027 opgehoogd met structureel € 272 miljoen. Dit is geen extra geld voor gemeenten, want hier staat een hogere prijsontwikkeling van de gemeentelijke kosten tegenover. Over de periode 2027-2031 komt het cumulatief bbp-prijsaccres € 314 miljoen hoger uit. In 2028 wordt het accrespercentage onder aan de streep gedrukt door een indexatiekorting jeugdzorg van structureel € 584 miljoen, die volgens de VNG onterecht is. In het eerste kwartaal van 2027 brengt de Commissie-Van Ark zijn tweede advies over de jeugdzorg uit. Dit zwaarwegend en maatgevend advies richt zich ook op de financiën en het is daarom de vraag of deze indexatiekorting komend voorjaar blijft staan. Bij een volledige correctie komt het accres voor 2028 uit op 4,7%. BBP-accres voor integratie-uitkering Beschermd Wonen Wat wil het kabinet? De integratie-uitkeringen Participatie en Beschermd Wonen in het Gemeentefonds hebben een zelfstandige normering.
Het kabinet heeft besloten het accres voor de integratie-uitkering Beschermd Wonen voortaan te bepalen met de reguliere bbp-systematiek die ook voor de algemene uitkering wordt gebruikt. Het ministerie van VWS heeft in aanvulling daarop besloten het accres van de integratie-uitkering Beschermd Wonen voor 2027 met de Miljoenennota 2027 vervroegd over te hevelen naar het Gemeentefonds. Wat betekent dit voor gemeenten? Aan de integratie-uitkering Beschermd Wonen is vanaf 2027 structureel € 94,9 miljoen toegevoegd voor het opvangen van de prijs-, loon- en volumeontwikkelingen in dat jaar. Voor 2028 bedraagt het geraamde bbp-accres € 93 miljoen, voor 2029 een bedrag van € 87 miljoen, voor 2030 een bedrag van € 106 miljoen en voor 2031 bedraagt het geraamde bbp-accres € 93 miljoen. Het accres voor de integratie-uitkering Participatie voor het jaar 2027 wordt zoals gebruikelijk nog wel in de Meicirculaire Gemeentefonds 2027 bekendgemaakt. Raming vrijval BTW-compensatiefonds aan Gemeentefonds krimpt Wat wil het kabinet? Gemeenten kunnen hun betaalde BTW van de inkoop voor overheidstaken terugvorderen op het BTW-compensatiefonds (BCF). Omdat de uitgaven van gemeenten gewoonlijk toenemen met de inflatie, inwonergroei en welvaart, groeit het BCF jaarlijks met hetzelfde accrespercentage als het Gemeentefonds. Daarnaast wordt het BCF bijgesteld voor de BTW-component van taakmutaties.
Als gemeenten in een jaar minder declareren op het BCF dan er aan middelen inzit, dan wordt het restant aan het Gemeentefonds toegevoegd. Declareren gemeenten meer op het BCF dan erin zit, dan wordt het tekort aangevuld met middelen uit het Gemeentefonds. Sinds deze afspraak valt ieder jaar geld uit het BCF vrij aan de algemene uitkering van het Gemeentefonds. Dit komt voornamelijk doordat de publieke investeringen van gemeenten al jaren achterblijven door algemene kortingen op het Gemeentefonds. Wel is deze vrijval over het jaar 2025 flink gekrompen. In de meicirculaire 2026 viel de definitieve afrekening over het jaar 2025 € 212,7 miljoen lager uit dan in de Septembercirculaire gemeentefonds 2025 werd geraamd. Daarmee kwam de totale vrijval over het jaar 2025 uit op € 215,5 miljoen. Voor het jaar 2026 wordt de vrijval uit het BCF aan de 6 Vereniging van Nederlandse Gemeenten algemene uitkering voorlopig geraamd op € 190,9 miljoen. Volgend jaar mei volgt het definitieve cijfer voor 2026. Wat betekent dit voor gemeenten? Een gemeente mag voor zijn begroting 2027 en voor elke jaarschijf van de meerjarenraming 2028-2031 uitgaan van maximaal zijn aandeel in de definitief gerealiseerde vrijval uit het BCF over het jaar 2025 van € 215,5 miljoen.
Een gemeente kan er ook voor kiezen om van lagere bedragen uit te gaan, omdat ze verwacht dat deze vrijval in de toekomst krimpt of om juist behoedzaam te begroten. In 2029 wordt de ingroei van de nieuwe verdeling algemene uitkering hervat Wat wil het kabinet? Bij 211 gemeenten staat nog een bedrag open van de suppletie-uitkering nieuwe verdeling Gemeentefonds. Voor het jaar 2027 is het ingroeipad van de nieuwe verdeling algemene uitkering gemeentefonds nog steeds bevroren. De suppletie-uitkering nieuwe verdeling Gemeentefonds wordt in 2027 niet verder afgebouwd. De minister van BZK heeft in een brief bij de Gemeentefondsbegroting aan de Tweede Kamer meegedeeld dat ook in 2028 het ingroeipad wordt bevroren. De huidige omvang van de suppletie-uitkering nieuwe verdeling gemeentefonds blijft dus ook in 2028 voor iedere gemeente ongewijzigd. Ondertussen is het ministerie van BZK gestart met de voorbereidingen van het onderzoek naar een verbetering van de nieuwe verdeling per 2029. Wat betekent dit voor gemeenten? De 109 gemeenten waarvan nu nog een nadeel van de nieuwe verdeling algemene uitkering openstaat door een positieve suppletie-uitkering, ondervinden in 2028 geen aanvullende korting als gevolg van de nieuwe verdeling gemeentefonds.
De 102 gemeenten met een negatieve suppletie- uitkering die gegeven de huidige nieuwe verdeling nog wachten op het verzilveren van een voordeel, moeten daar nog twee jaar op wachten. De verwachting is dat met ingang van 2029 een herziening van de verdeling van de algemene uitkering plaatsvindt en de suppletie-uitkering nieuwe verdeling gemeentefonds daarop wordt aangepast. Vervolgens wordt de afbouw ervan vanaf 2029 hervat. Het is onbekend of de huidige voordeelgemeenten dan nog voordeelgemeenten zijn en de huidige nadeelgemeenten dan nog nadeelgemeente zijn. Hervorming van Europese fondsen Wat wil het kabinet? Momenteel onderhandelt het kabinet in Brussel over het Meerjarig Financieel Kader (MFK), de meerjarige Europese begroting van 2028 – 2034. Nederland zet in op een toekomstgerichte Europese begroting en focust daarin op meer investeringen in concurrentievermogen, stevig migratie- en asielbeleid, veiligheid, defensie en innovatie. Hiervoor zijn scherpe keuzes en hervormingen nodig. Het kabinet zet daarbij in op het beperken van de stijging van de Nederlandse afdracht. Doel is om de Nederlandse netto betalingspositie niet te laten verslechteren en de nationale korting op EU-afdrachten te behouden. Dit is in lijn met eerdere Nederlandse inzet. De geraamde stijging van EU-afdrachten is verwerkt op de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Deze raming was in eerdere begrotingen niet verwerkt en is realistisch. Wat betekent dit voor gemeenten? Uit de totstandkoming van het nieuwe MFK volgt een hervorming van bestaande Europese fondsen. Gemeenten en hun partners maken momenteel succesvol gebruik van deze fondsen. Verschillende cohesie- en landbouwfondsen worden samengevoegd in een Nationaal en Regionaal Partnerschapsplan (NRPP). Momenteel wordt het Nederlandse NRPP opgesteld. De VNG wordt met de medeoverheden hierin als partner betrokken. De Nederlandse focus op het hervormen van het MFK en het verkleinen van cohesie- en landbouwfondsen heeft een negatief effect op de vorming van het NRPP en beperkt de mogelijkheden voor gemeenten om gebruik te maken van Europese middelen. 7 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Hersteloperatie toeslagen Wat wil het kabinet? In 2027 wil het kabinet de focus van het financieel herstel verder verschuiven naar het afhandelen van bezwaren en het afronden van aanvullende schade, zodat gedupeerde ouders zo snel mogelijk financieel herstel wordt geboden. Tegelijkertijd wordt binnen de brede ondersteuning ingezet op het verder helpen van ouders en kinderen bij het opbouwen van hun leven. Wat betekent het voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit dat zij ook in 2027 een belangrijke rol houden in het bieden van brede ondersteuning aan gedupeerde ouders en kinderen.
De gemeentelijke ondersteuning zal naar verwachting steeds meer worden ingericht op basis van nieuwe termijnen, waaronder de einddatum van 1 september 2027 voor het aanmelden voor brede ondersteuning. Kansspelen Wat wil het kabinet? Het kabinet brengt een nieuw wetsontwerp voor kansspelen op afstand in consultatie. Daarin verstevigt het de zorgplicht van online gokaanbieders, komen er instrumenten om illegale goksites harder aan te pakken en komt er een reclameverbod voor online gokken. Ook wordt onderzoek verricht naar de aard en omvang van het kansspelaanbod en de deelname aan kansspelen in Caribisch Nederland. Wat betekent het voor gemeenten? In het kader van schuldhulpverlening en verslavingszorg is het ook in Caribisch Nederland van belang om de aard en omvang van het kansspelen aanbod en de deelname in kaart te brengen. Op basis van het onderzoek zal er een gesprek moeten plaatsvinden tussen rijk, openbare lichamen en de VNG om de vervolgacties te bepalen zoals instrumenten en handelingsperspectieven voor schuldhulpverlening. 8 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Bestuurlijke integriteit Wat wil het kabinet? In 2027 werkt het kabinet aan nieuwe integriteitsregels voor het decentraal bestuur.
Gemeenten krijgen daardoor te maken met een verplichte risicoanalyse voor kandidaat-wethouders en regels over financiële belangen van bestuurders. Daarnaast werkt het kabinet verder aan de totstandkoming van kwaliteitseisen voor integriteitsonderzoek bij vermeende integriteitsschendingen door decentrale politieke ambtsdragers. Wat betekent dit voor gemeenten? Door dit wetsvoorstel wordt een risicoanalyse integriteit verplicht voor kandidaat-wethouders en komen er regels over financiële belangen van lokale bestuurders. Het wetsvoorstel gaat binnenkort naar de Eerste Kamer en wordt waarschijnlijk op 1 juli 2027 van kracht. Dan moet ook meer duidelijk zijn over kwaliteitseisen voor extern integriteitsonderzoek. Constitutionele toetsing Wat wil het kabinet? Het kabinet wil het belang van de Grondwet en van grondrechten, van ‘checks and balances’ in ons democratisch bestel, van rechtsstatelijke instituties en rechtsbeginselen versterken. Zo dient het kabinet in 2027 het wetsvoorstel in om constitutionele toetsing van wetten aan klassieke grondrechten door de rechter mogelijk te maken. Wat betekent dit voor gemeenten? Constitutionele toetsing is al mogelijk door lagere regelgeving zoals het toetsen van de Algemene Plaatselijke Verordening aan de Grondwet. Deze nieuwe vorm van constitutionele toetsing is vooral van belang bij wetgeving met medebewindstaken voor gemeenten.
Burgers die vinden dat een wet hun grondwettelijke rechten aantast, kunnen dan bij de rechter terecht. Passende verdeling van verplichte taken Wat wil het kabinet? Het kabinet investeert in een goede samenwerking tussen overheden, een passende verdeling van verantwoordelijkheden, taken, bevoegdheden en middelen en rijksbeleid dat uitvoerbaar is voor medeoverheden. Een van de manieren om dit te bereiken is de toepassing van het ‘Beleidskader decentraal en gedeconcentreerd bestuur’ dat het kabinet onlangs naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het kader moet zorgen voor een beter passende toedeling van taken van het rijk naar medeoverheden. De bijzondere democratische positie van gemeenten staat daarbij centraal: als gemeenten taken van het rijk krijgen, moeten zij ook beleids- en bestedingsvrijheid hebben om hiermee om te gaan. Anders staat de lokale democratie buiten spel. 9 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? De ambitie om te komen tot betere balans tussen taken, bevoegdheden en middelen is positief voor gemeenten. Veel van de huidige financiële problemen van gemeenten komen immers voort uit disbalans in deze verhoudingen. Het beleidskader decentraal en gedeconcentreerd bestuur moet zijn betekenis voor gemeenten gaan bewijzen.
Dit is afhankelijk van de positie van de minister van BZK binnen het kabinet, de medewerking van andere ministers en daadwerkelijke aandacht van rijksambtenaren. De toepassing van het kader is niet verplicht. Interbestuurlijke samenwerking Wat wil het kabinet? Om de verhouding tussen de overheden te verbeteren en te versterken geeft het kabinet uitvoering aan de adviezen uit het rapport van de Studiegroep interbestuurlijke verhoudingen, ‘Samen bouwen aan resultaten’. De adviezen benadrukken onder andere het belang van structureel overleg tussen overheden. De organisatie van het overhedenoverleg tussen kabinet en de koepels van medeoverheden is een hoge prioriteit voor het kabinet. In dit overleg spreken medeoverheden en het kabinet over de voortgang van de interbestuurlijke samenwerkingsagenda en de belangrijkste gezamenlijke opgaven die daarin zijn opgenomen. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief dat het kabinet regelmatig overleg met de medeoverheden wil. In het verleden is dit niet altijd het geval geweest. Overleg kan een uitweg bieden uit conflicten die soms ontstaan tussen het rijk en medeoverheden en bijdragen aan betere aanpak van gezamenlijke opgaven. Toch is een overleg geen wondermiddel als disbalans tussen taken, middelen en bevoegdheden blijft bestaan.
Geld voor maatschappelijke weerbaarheid Wat wil het kabinet? In het kader van de samenwerkingsagenda met de medeoverheden maakt het kabinet geld vrij voor het versterken van maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau. Het kabinet stelt hiervoor totaal € 473 miljoen beschikbaar. Hiervan wordt € 20 miljoen in 2027 uitgekeerd. Het bedrag loopt vervolgens op naar € 70 miljoen per jaar voor de periode 2032-2035. Deze middelen zijn bedoeld om gemeenten te ondersteunen in het versterken van de digitale weerbaarheid, de weerbaarheid van hun meest vitale processen, en te werken aan een sterk sociaal weefsel op lokaal niveau. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet ziet dat gemeenten een belangrijke rol vervullen in maatschappelijke weerbaarheid, en stelt daarom middelen beschikbaar aan gemeenten om dit te versterken. Met deze middelen kunnen gemeenten maatregelen nemen. Dit kan bijvoorbeeld door het inrichten van noodsteunpunten in de wijken en de dorpen waar bewoners in geval van calamiteiten terecht kunnen. Uitvoerbaarheid voor gemeenten Wat wil het kabinet? De uitvoerbaarheid van rijksbeleid voor medeoverheden staat onder druk, terwijl het voor een goed samenspel tussen overheden juist cruciaal is dat het rijksbeleid uitvoerbaar is.
Een instrument om de uitvoerbaarheid van rijksbeleid te vergroten is het standaard uitvoeren van een Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO). In 2027 zet het kabinet in op het vergroten van de bekendheid en de kwaliteit van de toepassing van dit instrument. Wat betekent dit voor gemeenten? De UDO wordt toegepast bij nieuwe of gewijzigde taken of beleid, die gevolgen hebben voor medeoverheden. De UDO wordt toegepast vanaf de start van de beleidsvorming. Door het proces 10 Vereniging van Nederlandse Gemeenten van de UDO te volgen, worden medeoverheden vroegtijdig betrokken bij beleidsvorming en wetgeving vanuit het rijk die hen raakt. Dit moet de uitvoerbaarheid van beleid aanzienlijk verbeteren, maar hangt wel af van de medewerking van ministers en rijksambtenaren. Uitvoerbaarheidsscan amendementen Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt aan het versterken van samenwerking tussen politiek, beleid en uitvoering, in het bijzonder aan de ontwikkeling van instrumenten voor snelle feedback op en bijsturing van voorstellen. Zo wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een uitvoerbaarheidsscan voor amendementen en het verbeteren van de bestaande uitvoeringstoets. Amendementen vragen regelmatig om uitzonderingen op wetsvoorstellen. Een veelheid aan uitzonderingen leidt tot problemen in de uitvoering.
Wat betekent dit voor gemeenten? De ontwikkeling van een uitvoerbaarheidsscan voor amendementen draagt bij aan het inzichtelijk maken van de gevolgen van amendementen voor uitvoerende organisaties en voor gemeenten. Dit draagt bij aan beter uitvoerbare wetgeving voor gemeenten. Slagvaardige overheid Wat wil het kabinet? Het kabinet wil wet- en regelgeving vereenvoudigen en regeldruk verminderen. Wat betekent dit voor gemeenten? Ondanks eerdere vereenvoudigingsprogramma’s van het rijk is de regeldruk voor gemeenten niet structureel afgenomen. De vraag is daarom wat het effect is van deze wens van het kabinet. Mocht de vereenvoudiging leiden tot wijzigingen in wet- en regelgeving, dan moeten (model) verordeningen en/of (model)beleidsregels doorgelicht en aangepast worden. Wet versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht Wat wil het kabinet? Het wetsvoorstel is gericht op het verbeteren van de menselijke maat en toegankelijkheid in de overheidsdienstverlening. Wat betekent dit voor gemeenten? Van gemeenten wordt meer burgergerichtheid gevraagd. De focus verschuift van strikte proceshandhaving naar de menselijke maat. Medewerkers krijgen de ruimte en het mandaat om per situatie te beoordelen wat een inwoner nodig heeft, waardoor maatwerk de standaardwerkwijze wordt.
Dit kan een aanpassing van interne processen (zoals de bezwaarschriftprocedure) en de wijze van communicatie (zoals het herschrijven van standaardbrieven of extra (vaardigheids) trainingen voor medewerkers) betekenen. Rechtspositie Politieke Ambtsdragers Wat wil het kabinet? Het kabinet wil het politieke ambt aantrekkelijker maken en werkt daarom aan werkdrukverlagende maatregelen. Ook komt er een kabinetsreactie op het advies ‘Een gewaardeerd ambt’ van het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers (het ARPA-advies). Hoewel deze reactie van het kabinet in de begroting bij de beleidsprioriteiten voor 2027 staat, heeft de minister eerder toegezegd haar nog in 2026 uit te brengen. 11 Vereniging van Nederlandse Gemeenten In 2027 wil het kabinet de wetsvoorstellen over de verlof- en vervangingsregeling en het bevorderen integriteit en functioneren van het decentraal bestuur tweede tranche realiseren. In het wetsvoorstel integriteit en functioneren decentraal bestuur worden onder meer kwaliteitseisen voor integriteitsonderzoeken en een verplichte risicoanalyse voor kandidaat-wethouders opgenomen. Verder wil het kabinet de overdracht van de Appa-pensioenen van (voormalige) wethouders aan het ABP realiseren. De beoogde pensioenovergang naar het nieuwe pensioenstelsel vindt plaats per 1 januari 2028.
Wat betekent dit voor gemeenten? De maatregelen kunnen gevolgen hebben voor de rechtspositie, ondersteuning en inzetbaarheid van burgemeesters, wethouders en raadsleden. De precieze gevolgen zijn nog niet duidelijk, omdat de kabinetsreactie op het ARPA-advies en de uitwerking van verschillende wetsvoorstellen nog ontbreken. Ook het wetsvoorstel tot wijziging van de verlof- en vervangingsregeling is nog in voorbereiding. Het kabinet wil dit wetsvoorstel in 2027 realiseren. De VNG volgt de voortgang en informeert gemeenten zodra de uitwerking en eventuele gevolgen voor de gemeentelijke praktijk duidelijker zijn. Gemeenten moeten zich in 2027 voorbereiden op de overdracht van de Appa-pensioenen naar het ABP. Deze overgang vraagt onder meer om tijdige en juiste gegevens en duidelijkheid over de uitvoering en kosten. Het is daarom belangrijk dat gemeenten de ontwikkelingen scherp volgen en tijdig voorbereidingen treffen. Hoewel het positief is voor gemeenten dat het kabinet de Appa- pensioenen wil overdragen naar het ABP, is de tijdslijn voor de uitvoering van deze overgang te krap en is er onvoldoende ondersteuning voor gemeenten geregeld. De VNG zoekt namens gemeenten met het ministerie van BZK en andere partijen naar een oplossing.
Weerbaar bestuur en veiligheid van decentrale politieke ambtsdragers Wat wil het kabinet? Het kabinet zet subsidies in die moeten bijdragen aan de weerbaarheid van bestuur tegen intimidatie, (online) agressie, bedreiging en ondermijning en veiligheid van decentrale politieke ambtsdragers, ambtenaren en hun organisaties. Het gaat bijvoorbeeld om financiering voor het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur (OTWB) en de woningscans voor alle decentrale politieke ambtsdragers. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief dat gemeenten geld krijgen om de weerbaarheid van bestuur en gemeentelijke organisatie te versterken. Dat ook de gemeentelijke organisatie ondersteuning krijgt, is een goede stap. Ambtenaren kunnen bijvoorbeeld even goed doelwit zijn van agressie en in het verleden vielen zij buiten deze aanpak. Verkiezingen Wat wil het kabinet? Het kabinet zet het experiment met het nieuwe kleinere stembiljet door in een aantal gemeenten tijdens de verkiezingen voor provinciale staten en waterschappen in 2027. Het toestaan van hulp in het stemhokje wordt niet in 2027 ingevoerd, maar later. Gemeenten maken al jaren extra kosten omdat de vergoeding voor verkiezingen de daadwerkelijke kosten niet dekt. De VNG heeft namens gemeenten aan verschillende kabinetten gevraagd om deze extra kosten te vergoeden. Het lijkt erop dat dit probleem niet in deze begroting wordt opgelost.
Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief voor gemeenten dat het kabinet blijft doorzetten met het stembiljet dat potentieel het telproces tijdens verkiezingen soepeler laat verlopen en dus minder werk vraagt van de 12 Vereniging van Nederlandse Gemeenten vrijwilligers. Het is onhandig dat het kabinet het toestaan van hulp in het stemhokje toch vertraagt. De voorbereidingen voor de verkiezingen van 2027 zijn al op gang en dit is een belangrijk onderdeel dat aanpassingen vraagt in de training van de vrijwilligers. Het is vanzelfsprekend negatief voor gemeenten dat het rijk de extra kosten voor verkiezingen nog steeds niet vergoedt. Subsidie lokale politieke partijen Wat wil het kabinet? Bij de nieuwe Wet op de politieke partijen hoort een structurele subsidieregeling voor politieke partijen op decentraal niveau. Daar is € 8,2 miljoen per jaar voor gereserveerd. De subsidie wordt uitgegeven als de wet in werking treedt na behandeling in de Tweede Kamer. De minister van BZK zet in op behandeling in de loop van 2027. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor 2026 heeft de minister besloten om gemeenten de subsidie te laten uitkeren, nadat de VNG hier namens gemeenten om heeft gevraagd. Op basis van de begroting is nog niet duidelijk wat er in 2027 gebeurt, omdat de toezegging alleen over 2026 ging en de begroting deze details niet bevat.
Tijdens de begrotingsbehandelingen dit najaar zal duidelijk worden welke plannen de minister voor 2027 en verder heeft voor het uitkeren van deze subsidie. Regio deals Wat wil het kabinet? Regio deals zijn een belangrijke, incidentele, bron van financiering voor de aanpak van opgaves op regionale schaal. Veel gemeenten hebben de afgelopen jaren hier gebruik van gemaakt. De laatste tranche van deze deals was in 2026. Het kabinet gaat geen nieuwe Regio deals organiseren in de komende jaren. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit bij uitblijven van andere financieringsbronnen dat de aanpak van regionale opgaven op eigen initiatief lastiger wordt. Verschillende departementen hebben programma’s en budgetten die zich richten op de regionale schaal. Daar kiest het rijk vaak zelf welke regio’s in aanmerking komen voor extra middelen. De uitvoeringsstrategie van Nota Ruimte kan potentieel bundeling van financiering mogelijk maken. Dit is echter nog niet concreet uitgewerkt. Versterking van regio’s Wat wil het kabinet? Een van de drie beleidsprioriteiten van het ministerie van BZK is het ‘versterken van regio’s door middel van samenwerking’. Daarmee staat regionaal samenwerken hoog op de agenda van het komend jaar. Momenteel wordt gewerkt aan een visie op regionale samenwerking dat begin 2027 af moet zijn.
Deze visie is breed en richt zich niet alleen op de samenwerking, maar ook op bestuurskracht, uitvoeringskracht en schaalgrootte van gemeenten. Het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR) is opgezet om opvolging te geven aan het rapport ‘Elke regio telt!’ in elf grensregio’s. In 2027 rondt het rijk het uitvoeringsprogramma voor deze regio’s af. In de rijksbegroting van 2026 stond een jaarlijks bedrag van € 300 duizend voor de facilitering van de regio’s in dit programma. In deze begroting is een lumpsum van € 30 miljoen opgenomen voor ‘Bestuur en regio’s’, maar geen onderverdeling van welk deel hiervan naar het NPVR gaat. Het rijk wil in 2027 inzichtelijk maken hoe zij goed kan aansluiten bij bestaande opgaven en initiatieven in regio’s en ook een overzicht krijgen van welke initiatieven er al bestaan. Grote opgaven moeten regionaal opgepakt worden door middel van strategische agenda’s waar in de loop van 2026 plannen voor gemaakt worden in vijf regio’s. 13 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? De plannen die het kabinet in de begroting schetst zijn bekend en bevatten geen verrassingen. Het is positief voor gemeenten dat het kabinet aandacht heeft voor uitdagingen en kansen op de regionale schaal, omdat gemeenten veel te maken hebben met wat er in de regio gebeurt.
Het is lastig om te duiden tot welke resultaten dit leidt omdat de plannen nog niet heel concreet zijn en omdat de programma’s en agenda’s zich steeds op een aantal regio’s toespitsen waardoor het effect voor gemeenten lastig in te schatten is. Gemeenschapsfonds Wat wil het kabinet? Het kabinet wil voorzieningen voor ontmoeting en gemeenschapskracht versterken. Bijvoorbeeld buurthuizen. Dit wil het kabinet met name in gebieden waar dergelijke voorzieningen onder druk staan. Hiervoor stelt het kabinet eenmalig € 30 miljoen beschikbaar in 2027. Het coalitieakkoord kondigde het gemeenschapsfonds aan met 200 miljoen euro verspreid over de periode 2027-2030 (jaarlijks 50 miljoen euro). Het is onbekend wat er met de resterende € 170 miljoen is gebeurd. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten herkennen de druk op ontmoetingsplekken. Deze kunnen potentieel ook een rol spelen bij het weerbaar maken van buurten, dorpen en wijken. Incidenteel eenmalig geld betekent wel dat het fonds vooral voorziet in het creëren van fysieke ruimtes, maar niet in bij voorbeeld structurele activiteiten. Open en transparante overheid Wat wil het kabinet? Het kabinet wil in 2027 verder werken aan een open en transparante overheid. Op basis van de evaluatie van de Wet open overheid (Woo) wordt ingezet op een beter toepasbare en uitvoerbare Woo.
De Woo draagt bij aan transparantie en toegang tot overheidsinformatie. Dit is essentieel voor het vertrouwen in democratie. Daarbij noemt het kabinet efficiëntere Woo-processen, beter contact met verzoekers, een duidelijkere aanpak van misbruik en versnelling van actieve openbaarmaking. Ook wordt de verplichte actieve openbaarmaking op grond van artikel 3.3 Woo verder ingevoerd en wordt de digitale infrastructuur voor actieve openbaarmaking doorontwikkeld. Voor de ondersteuning van koepels bij de implementatie van de Woo is in 2027 € 415 duizend geraamd, vanaf 2028 staat hiervoor geen budget meer opgenomen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen in 2027 te maken met de verdere invoering van de actieve openbaarmakingsverplichtingen uit de Woo. Dit vraagt aandacht voor werkprocessen, informatiehuishouding en digitale voorzieningen om informatie tijdig en toegankelijk openbaar te kunnen maken. De uitkomsten van de Woo-evaluatie kunnen daarnaast gevolgen hebben voor de wijze waarop gemeenten Woo-verzoeken afhandelen. Wij zijn met het ministerie van BZK in gesprek over de uitvoering van deze wets-evaluatie, zodat gemeenten en samenwerkingsverbanden daarin goed worden vertegenwoordigd. Overheidsbrede loketten en Toegankelijke en inclusieve dienstverlening Wat wil het kabinet? Het kabinet wil dat burgers en ondernemers de overheid als 1 geheel ervaren.
Daarbij geldt het principe van ‘altijd de juiste deur’. Het maakt niet uit bij welke overheidsorganisatie iemand aanklopt: de overheid moet gezamenlijk zorgen voor een passend antwoord, een oplossing of een warme doorverwijzing. In 2027 wordt de ontwikkeling van het traject voor overheidsbrede dienstverlening en loketten voortgezet. Daarbij wordt gewerkt aan een netwerk van professionals en aan de verdere vormgeving van de rol van de overheidsdienstverlener. Deze professionals 14 Vereniging van Nederlandse Gemeenten moeten mensen persoonlijke hulp en ondersteuning kunnen bieden. Ook wordt gewerkt aan dienstverlening rondom levensgebeurtenissen en aan het proactief aanbieden van producten en diensten. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn een belangrijk onderdeel van de overheidsbrede dienstverlening en de verdere ontwikkeling ervan. Inwoners komen vaak als eerste bij de gemeente met vragen over verschillende onderwerpen. Een goede aansluiting tussen gemeentelijke dienstverlening, landelijke uitvoeringsorganisaties en andere publieke dienstverleners is daarom essentieel. De ontwikkeling van overheidsbrede loketten biedt kansen om inwoners beter te helpen bij vragen die meerdere overheidsorganisaties raken. Dit vraagt om duidelijke afspraken over samenwerking, doorverwijzing, verantwoordelijkheden en het delen van signalen.
Ook blijven de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s) en andere vormen van persoonlijke ondersteuning van belang voor inwoners die moeite hebben met digitale dienstverlening. Gemeenten ontvangen via een decentrale uitkering uit het Gemeentefonds middelen voor het organiseren van laagdrempelige en toegankelijke ondersteuning aan inwoners, waaronder de IDO-dienstverlening. De eerder toegepaste korting van 10% is ongedaan gemaakt. De financiering is structureel toegevoegd aan het Gemeentefonds. Deze middelen zijn bedoeld voor de financiering van bibliotheken en andere maatschappelijke organisaties die deze ondersteuning bieden. Daarnaast stimuleren gemeenten de samenwerking tussen lokale organisaties, formele en informele netwerken en sleutelfiguren in de wijk. Desinformatie Wat wil het kabinet? Het ministerie van BZK zet zich in voor de aanpak van desinformatie en het vergroten van de weerbaarheid van de samenleving. In 2027 dient het kabinet een wetsvoorstel in voor de inrichting van een organisatie die buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging in het publieke debat structureel kan detecteren wanneer deze is gericht op ondermijning van de democratische rechtsstaat.
Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten moeten voorbereid zijn op desinformatie die gemeenten zelf kan raken, zoals op communicatie, openbare orde en veiligheid, informatiebeveiliging, verkiezingen en het bestuur. Een gemanipuleerde video van een burgemeester is hiervan een voorbeeld. Gemeenten moeten kunnen handelen wanneer desinformatie maatschappelijke gevolgen heeft. De rijksbrede aanpak van desinformatie en het vergroten van de weerbaarheid moet gemeenten duidelijke handelingsperspectief, kennis, ondersteuning en goede informatiepositie geven. Dit betekent voor gemeenten dat zij mogelijk kunnen aansluiten op de landelijke detectie- en informatiepositie, waardoor gemeenten sneller kunnen reageren op buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging als het de lokale democratie of bestuur raakt. Mogelijk krijgen gemeenten ook een rol bij het signaleren en melden van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging. Cyberbeveiligingswet Wat wil het kabinet? De minister van BZK is kaderstellend voor cybersecurity en is aangewezen als bevoegd gezag voor de cyberbeveiligingswet die naar verwachting medio 2026 van kracht gaat. Het Ministerie van BZK is verantwoordelijk voor het wettelijk verankeren van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) als sectoraal kader voor de gehele overheid onder NIS2 en werkt de Cyberbeveiligingswet (Cbw) uit voor overheidsorganisaties.
15 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? Dit betekent dat gemeenten de kaders die BZK stelt, toepassen in hun dienstverlening. Ook moeten gemeenten voldoen aan de zorgplicht uit de Cyberbeveiligingswet en de BIO2 moeten implementeren. Inkopen met impact Wat wil het kabinet? De huidige rijksinkoopstrategie ‘Inkopen met Impact’ is geëvalueerd en wordt verbreed. Maatschappelijk verantwoord Inkopen blijft daarbij een belangrijk onderdeel. Daarnaast wil het kabinet rijksinkoop nadrukkelijker inzetten voor veiligheid, leveringszekerheid en digitale autonomie. Duurzaamheid, circulariteit en sociaal ondernemen blijven daarbij uitgangspunt. Wat betekent dit voor gemeenten? De verbreding van de rijksinkoopstrategie geldt niet rechtstreeks voor gemeenten. Wel kunnen thema’s als leveringszekerheid, afhankelijkheid van leveranciers, digitale autonomie en maatschappelijk verantwoord inkopen ook voor gemeentelijke inkoop belangrijker worden. Voor gemeenten is het daarom relevant om te volgen hoe het rijk deze uitgangspunten verder uitwerkt en in hoeverre deze breder binnen de publieke sector worden toegepast. Digitale identiteit Wat wil het kabinet? Het kabinet blijft doorgaan met de vernieuwing van het stelsel voor digitale identiteit. Eind 2026 treedt de Europese Digitale Identiteit (EDI) in werking.
In Nederland wordt deze in 2028 geïmplementeerd in nationale wetgeving. Ook wordt er gewerkt aan een publieke EDI-wallet. Het Ministerie van BZK blijft verantwoordelijk voor voorzieningen voor inloggen en authenticatie bij overheidsdienstverleners en de registratie van machtigingen. Het Ministerie van EZK wordt vanwege de herverdeling van de digitaliseringsportefeuille verantwoordelijk voor het EDI-stelsel. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de eerste vaststelling van de identiteit van inwoners en voor de uitgifte van reisdocumenten. Er komt in 2028 een publieke EDI-wallet die inwoners kunnen gebruiken bij dienstverlening van gemeenten. Gemeenten moeten ICT-systemen en werkprocessen aanpassen, personeel scholen en inwoners informeren en ondersteunen. In de begroting staat geen financiële vertaling van de gevolgen voor gemeenten. Voor de uitvoering van de EDI-wallet en de koppeling met bestaande middelen blijven investeringen nodig in ICT, inrichting en personeel. Aanpak mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag Wat wil het kabinet? Het ministerie van BZK zet de brede aanpak van mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag door. Samen met de ministeries van JenV, VWS, VRO en SZW geven zij invulling aan deze brede aanpak. Deze aanpak is inclusief wonen en bestaanszekerheid.
Er zijn daarbij vier prioritaire opgaven: • meer (doorstroming van) plekken; • gegevensdeling; • landelijke regie met uitwerking in een lokale aanpak; • betrouwbare en structurele financiering. Wat betekent het voor gemeenten? Door landelijk regie te nemen op deze vier prioritaire opgaven en de randvoorwaarden vast te leggen in bestuurlijke afspraken, wil het ministerie van BZK gemeenten en regio’s in staat stellen om lokaal ook structureel regie te nemen op deze domeinoverstijgende opgave. 16 Vereniging van Nederlandse Gemeenten POK-middelen gemeentelijke dienstverlening Wat wil het kabinet? In 2021 is naar aanleiding van het rapport van de Parlementaire onderzoekscommissie kinderopvangtoeslagen (POK) onder meer € 150 miljoen beschikbaar gesteld voor verbetering van de gemeentelijke dienstverlening. Deze middelen zijn structureel toegevoegd aan de BZK- begroting en beschikbaar gesteld aan gemeenten, hoofdzakelijk via het Gemeentefonds. De huidige inzet is gericht op onder meer versterking van wijkteams, toegang tot de rechtsbescherming (sociaal raadslieden) en het voorkomen van risicovol verward gedrag. Deze inzet wordt gecontinueerd in 2027 en per 2028 afgerond.
Na 2028 is het beeld als volgt: • Voor ‘hoogwaardige dienstverlening, één overheid’ is een deel van de beschikbaar gestelde middelen (ongeveer € 94 miljoen) opgenomen; • De middelen voor Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s) van € 17,1 miljoen zijn structureel beschikbaar via een decentralisatie-uitkering overheidsbrede dienstverlening. De voorgenomen korting op de voormalige specifieke uitkering IDO’s is daarbij ongedaan gemaakt met een dekking vanuit middelen uit de Aanvullende post; • Overige middelen worden door BZK ingezet voor diverse projecten waaronder de ontwikkeling van MijnZaken digitale dienstverlening door de VNG; • Tot slot is er in de Miljoenennota een bedrag van € 18 miljoen gereserveerd op de Aanvullende post. Wat betekent het voor gemeenten? In opdracht van het Platform Sociaal Domein van de VNG is de inzet van de POK-middelen in 2026 positief geëvalueerd. De VNG is in overleg met het rijk over de continuering van de inzet van de POK-middelen en de thema’s waarop vanaf 2028 op wordt ingezet, waaronder toegang tot de rechtsbescherming. Streven is in het eerste kwartaal van 2027 een akkoord te hebben bereikt over de inzet van deze middelen. Kunstmatige Intelligentie (AI) Wat wil het kabinet? Het ministerie van BZK houdt een realiserende rol bij de uitvoering van het AI-beleid binnen de overheid.
In 2027 ligt de nadruk op bredere toepassing en duurzame invoering van AI. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar samenwerking tussen rijk, gemeenten, provincies en waterschappen. Het kabinet wil bewezen en verantwoorde AI-toepassingen breder beschikbaar maken en het aanbod van open en soevereine taalmodellen voor de gehele overheid organiseren. Ook blijft aandacht bestaan voor verantwoord gebruik van AI en algoritmen, onder meer via het Algoritmekader en het Algoritmeregister. De financiële vertaling van deze ambitie is in de begroting echter beperkt herkenbaar. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten worden expliciet onderdeel van de overheidsbrede AI-aanpak. De begroting gaat uit van samenwerking met medeoverheden en van het breder beschikbaar maken van toepassingen en mogelijk gedeelde voorzieningen. Welke voorzieningen in 2027 daadwerkelijk beschikbaar komen en welke ondersteuning gemeenten daarbij krijgen, is op basis van de begroting nog niet duidelijk. Ook is geen afzonderlijk gemeentelijk of interbestuurlijk implementatiebudget voor invoering, beheer en opschaling van AI-toepassingen zichtbaar. 17 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Slagvaardig Caribisch Nederland Wat wil het kabinet? Het kabinet wil in Caribisch Nederland werken aan een slagvaardige en resultaatgerichte overheid, het versterken van sociale en economische veerkracht en aan duurzame ontwikkeling.
In lijn met het coalitieakkoord komt er € 30 miljoen structureel beschikbaar voor de openbare lichamen Saba, Sint Eustatius en Bonaire op bestaanszekerheid. Er wordt geïnvesteerd in economische ontwikkelingen en voedselzekerheid. En het kabinet zet in op verdere versterking van de overheidsdienstverlening en digitalisering. Wat betekent dit voor de openbare lichamen? Het is voor de openbare lichamen positief dat het kabinet vanuit gelijkwaardigheid en betrokkenheid wil werken aan een slagvaardig en resultaatgericht bestuur in Caribisch Nederland. Het is essentieel om daarin blijvende aandacht te houden voor de uitvoeringskracht. Vanuit de VNG dragen we daaraan bij via de Caribendesk en het Caribisch Uitwisselingsnetwerk. We constateren dat er in het algemeen weinig nieuwe middelen beschikbaar komen voor Caribisch Nederland en het Caribische deel van het Koninkrijk. We zien veel incidentele middelen voor grote maatschappelijke opgaven die een stabiele, structurele en voorspelbare financiering nodig hebben. De VNG zet zich in voor een gelijkwaardige positie, structurele financiering van maatschappelijke opgaven en een meerjarige gezamenlijke investeringsagenda. Bestaanszekerheid Caribisch Nederland Wat wil het kabinet? Zoals aangegeven komt er € 30 miljoen structureel beschikbaar voor de openbare lichamen Saba, Sint Eustatius en Bonaire op bestaanszekerheid.
In 2027 worden deze middelen onder meer ingezet voor het voortzetten van tijdelijke subsidieregelingen, betaalbare kinderopvang en maatregelen om nutsvoorzieningen en andere basisbehoeften betaalbaar te houden. Daarnaast werkt het kabinet aan een pakket voor de langere termijn. Wat betekent dit voor de openbare lichamen? Het is positief dat de structurele middelen voor bestaanszekerheid zijn behouden. Het is wel belangrijk dat de doelen en prioriteiten van deze middelen samen tot stand komen. In een interactief interbestuurlijk proces tussen rijk, openbare lichamen en de VNG. De middelen zijn bedoeld voor aanvullende maatregelen die de kosten van levensonderhoud daadwerkelijk verlagen en niet voor het bekostigen van bestaande subsidieregelingen. Economische en fysieke opgaven Caribisch Nederland Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de economische ontwikkeling en voedselzekerheid op de zes eilanden verder versterken. In 2027 investeert het rijk onder meer in waterbeheer, beschikbaarheid van land, opslag en logistiek. Via het CariFoodFund wordt financiering van voedselprojecten mogelijk gemaakt. Het Natuur- en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland wordt voortgezet. Voor de fysieke leefomgeving constateert het kabinet dat Bonaire, Sint Eustatius en Saba achterstanden kennen op het gebied van infrastructuur, volkshuisvesting, connectiviteit en klimaatbescherming.
Hoewel er voor 2027 enkele eerder aangekondigde incidentele investeringen worden gedaan in bijvoorbeeld de haven op Saba (€ 4,1 miljoen), het wegennetwerk op Bonaire (€ 5,8 miljoen) en voor energievoorzieningen op Saba en Sint Eustatius (€ 15,3 miljoen), ontbreken structurele investeringen in de grote fysieke opgaven. Het kabinet erkent daarbij expliciet dat inwoners van Caribisch Nederland vaak niet kunnen profiteren van de fondsen voor mobiliteit en infrastructuur die wel beschikbaar zijn voor Europees Nederland. 18 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor de openbare lichamen? Het is positief dat de openbare lichamen in 2027 kunnen investeren in voedselzekerheid en de verdere implementatie, opschaling en borging van maatregelen en het verankeren van natuurbeheer in beleid en praktijk. Voor echte duurzame borging is continue aandacht en uitvoeringskracht noodzakelijk in middelen en capaciteit. We constateren echter dat de openbare lichamen nauwelijks profiteren van extra investeringen die voor Europees Nederland beschikbaar komen. Terwijl er middelen worden vrijgemaakt voor bijvoorbeeld koopkracht, infrastructuur, Deltafonds en mobiliteitsfonds, blijven vergelijkbare impulsen voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba uit.
De VNG vindt dat de openbare lichamen op dezelfde betrokkenheid en investeringsbereidheid van het rijk moeten kunnen rekenen als gemeenten in Europees Nederland. Het verschil in ambitieniveau en bijbehorende financiering en ondersteuning vergroot de ongelijkwaardige positie van Caribisch Nederland. Koninkrijksrelaties Wat wil het kabinet? Het kabinet is voornemens om de Onderlinge Regeling voor de autonome landen Sint Maarten, Aruba en Curaçao met twee jaar te verlengen. Ook wordt jaarlijks een top georganiseerd tussen de vier landen in het Koninkrijk om de samenwerking te versterken op thema’s als economie, bestaanszekerheid, klimaat en afvalverwerking. Wat betekent dit voor het Caribisch deel van het Koninkrijk? De verlenging van de Onderlinge Regeling biedt kansen om via ondersteuning vanuit de Landspakketten de samenwerking binnen het Koninkrijk te continueren. Daarbij is het van belang goed aan te sluiten bij de prioriteiten en uitvoeringskracht van de landen en kennis en expertise van lokale overheden te benutten. De VNG wil de handen ineenslaan met de leden in het Caribisch deel van het Koninkrijk, om samen de handschoen op te pakken en bij te dragen aan de top over gezamenlijke prioritaire thema’s als bestaanszekerheid en klimaat.
Digitalisering (AI) vanuit werkgeversperspectief Wat wil het kabinet? Het kabinet streeft naar een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat. Het kabinet wil volop inzetten op digitalisering van werkprocessen en dienstverlening om zo effectiever te werken aan maatschappelijke opgaven. Daarom focust het kabinet in 2027 op het opschalen van AI-toepassingen en duurzame implementatie ervan binnen de overheid. De impact van AI zal systematischer worden gemonitord om zo na te gaan in hoeverre deze bijdraagt aan de verhoging van de arbeidsproductiviteit en de optimalisatie van overheidsprocessen. Wat betekent dit voor gemeenten? Digitalisering raakt aan de werknemers- en werkgeversverhoudingen. In het kader van de Cao Gemeenten loopt samen met de bonden een onderzoek naar de impact van AI en de verantwoordelijkheid van de werkgever en de werknemer. Ook wordt gekeken naar de rol van medezeggenschap en AI-geletterdheid. De uitkomsten van het onderzoek worden tegen de wettelijke verplichtingen en cao-afspraken gehouden om te bezien welke mogelijke wijzigingen of ondersteuning nodig is. 19 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3 Justitie en Veiligheid Lokale veiligheid Wat wil het kabinet? Het kabinet wil meer veiligheid op straat, in wijken, buurten en dorpen.
Dit wil het kabinet bereiken door te investeren in de politie, onder meer in meer wijkagenten. Met als doel dat de wettelijke norm van één wijkagent per 5000 inwoners wordt gehaald. De politie krijgt er in 2027 € 231 miljoen bij, oplopend tot € 462 miljoen in 2030. Van dat laatste bedrag gaat € 348 miljoen naar het opvangen van structurele tekorten. Van de resterende € 114 miljoen gaat € 41 miljoen naar meer agenten in de wijk. Daarnaast gaat € 44,5 miljoen naar de aanpak van online criminaliteit, € 15 miljoen naar de intensivering aanpak zedengerelateerde criminaliteit en € 2 miljoen naar de uitvoering van de Wet veilige jaarwisseling. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief dat het kabinet investeert in lokale veiligheid en de politie. Meer agenten in de wijk draagt bij aan lokale veiligheid. Het is daarnaast belangrijk dat er voldoende recherchecapaciteit lokaal aanwezig is. Juist de verbinding tussen wijkagenten en recherche maakt het mogelijk om bijvoorbeeld ondermijning in de wijk aan te pakken. Negatief is dat kabinet weinig aandacht lijkt te hebben voor de rol van gemeenten bij de lokale veiligheid, bijvoorbeeld vanuit toezicht, handhaving en de inzet van bestuurlijke maatregelen. Meer boa’s zouden kunnen bijdragen aan duurzame lokale veiligheid.
Omdat boa’s bijvoorbeeld niet opgeroepen worden voor politietaken buiten de wijk, zoals bij wijkagenten regelmatig gebeurt. Openbare orde Wat wil het kabinet? De Mobiele Eenheid van de politie krijgt extra geld om grootschalige verstoringen van de openbare orde te beheersen. Ook werkt het kabinet aan een wetsvoorstel dat toeziet op meer bevoegdheden voor de politie om voor dit doel gegevens uit publiek toegankelijke bronnen te verzamelen. Het kabinet werkt daarnaast aan een aanpassing van de Gemeentewet over het demonstratierecht. Het kabinet wil burgemeesters een bevoegdheid geven voor het verplaatsen van demonstranten en ‘andere groepen personen die de wet overtreden’. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief voor gemeenten als de politie in staat is om grootschalige verstoringen van openbare orde te beheersen. De verschillende wetsvoorstellen die bijdragen aan betere beheersing van openbare orde kunnen pas in een later stadium beoordeeld worden, als de inhoud van de wetsvoorstellen bekend is. Daarnaast is het opvallend dat het kabinet in de begrotingstekst demonstranten gelijkstelt met personen die de wet overtreden. Voor gemeenten is de Wet op de openbare manifestaties (Wom) al een effectief kader voor het faciliteren van demonstraties en de mogelijke inperking van het demonstratierecht bij excessen.
Dat blijkt ook uit diverse onderzoeken, onder meer van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC). Voor gemeenten is het de vraag wat de meerwaarde van deze aanpassing in de Gemeentewet is. 20 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Ondermijning Wat wil het kabinet? Het kabinet gaat door met de aanpak van ondermijning aan de hand van drie thema’s: veilige en integere economie, het tegengaan van corruptie en een brede internationale aanpak. Het programma Preventie met Gezag (het programma voor de gebieden uit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, NPLV) de aanpak van logistieke knooppunten en de aanpak van witwassen en ondergronds bankieren worden voortgezet. Het kabinet wil structurele verbetering van gegevensdeling in de aanpak van ondermijning. Het kabinet versterkt het bestuurlijk instrumentarium, de kennis en de slagkracht van gemeenten om ondermijning tegen te gaan. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief dat het kabinet doorgaat met de aanpak van ondermijning die nauw verbonden is met gemeenten. Voor gemeenten in het NPLV-programma is ook de voortzetting van Preventie met Gezag positief, omdat het structurele preventie bij jongeren ondersteunt. Daarnaast zijn er andere gemeenten en wijken met deze problematiek. Voor hen is nog geen oplossing geboden. In dit kader wordt de kennis en slagkracht van gemeenten genoemd.
Die wil het kabinet versterken en ondersteunen. Daarbij is het belangrijk niet alleen te kijken naar het instrumentarium en dit uit te bereiden. Het is ook van belang om een ‘basisweerbaarheidsnorm’ op te stellen voor de gemeentelijke formatie en hiervoor middelen beschikbaar te stellen. Strafrechtketen Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt aan een deltaplan voor de gehele strafrechtketen. Doel is doorlooptijden te versnellen en werkvoorraden te verkleinen. Er komt € 150 miljoen extra voor het beschikbaar houden en uitbreiden van celcapaciteit. Wat betekent dit voor gemeenten? Leefbaarheid en veiligheid op straat zijn gebaat bij een goed functionerende strafrechtketen, als ultimum remedium. Alle inzet van het kabinet die is gericht op het oplossen van deze knelpunten helpt gemeenten bij hun preventieve beleid. Het ligt voor de hand dat de benodigde middelen hiervoor in de begrote bedragen zijn meegenomen. Omdat de begroting op dit punt alleen op hoofdlijnen is weergegeven, moet dit nog blijken. De bestuurlijke ketens van gemeenten zijn gekoppeld aan de strafrechtketen en krijgen in deze begroting geen aandacht of middelen van het kabinet. Het gaat dan bij voorbeeld om de inzet van bestuurlijke maatregelen, de nazorg voor ex-gedetineerden en de informatie-uitwisseling die nodig is om veiligheidsrisico’s te beperken.
Terrorisme Wat wil het kabinet? Het kabinet wil openlijke steun voor en verheerlijking van terroristische organisaties strafbaar stellen. Ook wil het kabinet meer preventie en radicalisering zo vroeg mogelijk signaleren. Wat betekent dit voor gemeenten? De strafbaarstelling kan leiden tot onder meer beperking van de vrijheid van meningsuiting en vereniging. Die raken al snel raken aan de taken en bevoegdheden van gemeenten, bijvoorbeeld als het gaat om vrijheid van meningsuiting in de openbare ruimte. Bij de preventie en vroegsignalering zijn gemeenten een belangrijke partner voor landelijke veiligheidsorganisaties. De begroting geeft nog geen beeld van welke intensivering of verbreding van gemeentelijke taken bij de preventie voortkomen uit de plannen van het kabinet. 21 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling Wat wil het kabinet? Het tegengaan van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling is één van de grootste prioriteiten van dit kabinet. Hiervoor wordt ingezet op het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming, de Veiligheidsagenda van de politie en versterkte inzet van het OM.
Aan dit doel moeten ook bijdragen: • het strafbaar stellen van psychisch geweld • de implementatie van de EU-richtlijn • de Nederlandse uitwerking van Clare’s Law • de voorstellen voor verbetering van het tijdelijk huisverbod • de landelijke inzet van het ‘slachtofferdevice’ Voor de pilot met het crisisteam kind veiligheid stelt JenV in de jaren 2027, 2028 en 2029 € 5 miljoen per jaar beschikbaar. Met het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming zet het kabinet zich in om de hulp en bescherming van kinderen en volwassenen sneller te verbeteren. Aan de hand van de in juli 2026 vastgestelde veranderstrategie werken partijen aan de landelijke aanpak verbreding van de proeftuinen naar alle gemeenten in de 25 regio’s. Voor 2027 tot en met 2029 wordt hiervoor door JenV jaarlijks € 15 miljoen begroot. Daarnaast worden vanuit de VWS- begroting de eerder gereserveerde middelen voor het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming overgeheveld naar het Gemeentefonds. Hierbij gaat het om € 18 miljoen euro in 2026 en € 17 miljoen euro in 2027. Wat betekent dit voor gemeenten? Dit betekent voor de regionaal samenwerkende gemeenten dat zij aan de hand van de veranderstrategie de fundamentele omslag moeten maken naar het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. De regio’s ontvangen hiervoor subsidie en worden ondersteund door het landelijke transitieteam.
Aanpak mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag Wat wil het kabinet? De komende jaren wil het kabinet met de Werkagenda Aansluiting Reguliere en Forensische Zorg een brug slaan naar mensen met verward of onbegrepen gedrag met een hoog veiligheidsrisico. 11 maatregelen moeten voorkomen dat zij tussen wal en schip vallen. Daarbij gaat het onder meer om een extra wettelijke zorgmogelijkheid binnen het strafrecht, een betere doorstroom naar gemeenten en vaste, domeinoverstijgende begeleiding. Wat betekent dit voor gemeenten? De werkagenda vraagt inzet van gemeenten voor mensen met verward of onbegrepen gedrag met een hoog veiligheidsrisico, die doorstromen van de forensische zorg naar gemeenten. Toegang tot recht Wat wil het kabinet? In Nederland moet iedereen toegang tot het recht hebben, ongeacht afkomst, inkomen of positie. Daarbij moet iedereen kunnen beschikken over objectieve en betrouwbare informatie, advies en passende ondersteuning. Het betreft hier onder meer laagdrempelige juridische advisering, verwijzing en ondersteuning bij het oplossen van juridische problemen. Bijvoorbeeld via het Juridisch Loket, sociaal raadslieden, rechtsbijstandsverleners en andere ketenpartners. Vanaf 2027 investeert het kabinet extra hierin.