CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

10.0 Huisvestingsopgave wonen en zorg.pdf

Raadsvergadering 24 september 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken23.860 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Kaart: Het aantal 75-plussers in 2038 en het huidig aanbod aan intramurale zorg per deelgebied Huisvestingsopgave geschikt wonen Van de ouderen met een (lichte) zorgvraag die kunnen en willen blijven wonen in een reguliere woning, zal in de toekomst een groeiend deel wonen in een koopwoning. De belangrijkste opgave voor deze groep is om ervoor te zorgen dat hun woningen tijdig geschikt gemaakt worden, zodat zij hier zelfstandig kunnen blijven wonen. In dat kader is het relevant om te vermelden dat de regeling van woningaanpassingen in het kader van de Wmo gaat veranderen. De eigen bijdrage voor particulieren is aanzienlijk lager geworden. Dat zal waarschijnlijk zorgen voor een toename van de aanvragen voor woningaanpassingen (met hogere kosten voor de gemeente als gevolg). • In de komende jaren kan er een tekort ontstaan aan geschikte woningen voor ouderen: in 2038 zijn er immers 300 75+ huishoudens (ca. 4.550) meer dan het huidige aantal levensloopgeschikte woningen (ca. 4.250) in de gemeente. Daarnaast woont een groot deel van de ouderen momenteel niet in een geschikte woning. In deze vraag kan worden voorzien door nieuwbouw, maar belangrijker zijn woningaanpassingen van woningen die nu nog niet geschikt zijn, maar wel geschikt te maken zijn.

• Een deel van de ouderen zal zijn weg vinden op de particuliere huurmarkt (en koopmarkt), en een deel van de ouderen zal een beroep (blijven) doen op een corporatiewoning. Wij schatten dat in 2038 circa 2.650 65+-huishoudens behoren tot de doelgroep voor een sociale huurwoning

1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 27 en in een reguliere (niet-geclusterde) woning willen wonen (tegen 2.400 nu). Niet al deze mensen zullen daadwerkelijk een beroep doen op een sociale huurwoning, maar het moge duidelijk zijn dat het aantal ouderen in een corporatiewoning zal stijgen. In totaal h ebben de corporaties nu circa 1.600 ‘geschikte’ (ca. 925) of ‘potentieel geschikte’ woningen (ca. 675) voor de regulier wonende oudere 6. Een groot deel van de regulier wonende ouderen zal geen beroep doen op een geschikte woning, echter ook dan blijft het huidige aantal geschikte woningen gering . • Gezien de lage verhuisbereidheid van senioren is het bovendien belangrijk om te beseffen dat een deel van de toekomstige senioren nu in een sociale huurwoning woont die (nog) niet geschikt is. Als zij hier willen blij ven wonen, zal een deel van de niet -geschikte woningvoorraad dus aangepast moeten worden. Er ligt daarom nog een transformatieopgave in het niet-geclusterde aanbod van corporaties, waar huurders, corporaties en de gemeente gezamenlijk naar moeten kijken. Het realiseren van nultredenwoningen is daarbij ook één van de oplossingen. Bij nieuwbouw van huurwoningen wordt ove r het algemeen al rekening gehouden met aanpasbaarheid voor senioren.

• In sommige deelgebieden (zie bijlage 1) bestaat een relatief groot deel van de woningvoorraad uit niet-geschikte woningen (zie bijlage 7). In Vollenhove, Oldemarkt en de Kernen Noord gel dt dit voor meer dan 65% van de woningen; meer dan 60% van de 75-plussers in deze deelgebieden wonen nu in een ongeschikte woning 7. Voor de langere termijn is het vooral interessant om te kijken in welke deelgebieden straks relatief veel ouderen zullen won en, terwijl de woningvoorraad hier nog niet geschikt voor is. • We hebben de geschiktheid van de huidige woningvoorraad per deelgebied afgezet tegen het verwachte aandeel inwoners van 75 jaar en ouder per deelgebied in 2038. Hieruit blijkt dat er met name in Oldemarkt, en in minder mate Vollenhove en de Kernen Noord, een grote opgave ligt voor woningaanpassingen: hier wonen straks relatief veel ouderen, terwijl een groot deel van de woningvoorraad hier nog niet geschikt voor is ( maar wel genoeg ruimte om ‘geschikt te maken’). In deze deelgebieden ligt dus een transformatieopgave. 6 De ‘geschiktheid’ van woningen wordt door corporaties op verschillende manieren gemeten . Als stelregel moet een woning rolstoelgeschikt zijn. Voor verdere toelichting zie bijlage 7. 7 In de woonvisie wordt de kern Blokzijl expliciet genoemd; dit voormalige Zuiderzeestadje heeft een oude historische kern waar woningen moeilijk levensloopgeschikt te maken zijn.

Dit blijkt ook uit de geschiktheidsanalyse: circa 65% van de woningen is niet geschikt te maken, 16% van de woningen is nu geschikt. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 28 Kaart: Geschiktheid van de woningvoorraad en het aantal 75-plussers in 2038 per deelgebied

1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 29 Beleidsopgave Hieronder zijn de belangrijkste beleidsopgaven op een rij gezet, met de voornaamste actiehouders: 1. Kleinschalige woonvormen met gemeenschapszin We zien de opkomst van ‘hofjeswonen’ als een kansrijke ontwikkeling, zowel voor mensen zonder zorgvraag als voor mensen mét een zorgvraag. Het gaat hierbij niet per definitie om grondgebonden woningen rondom een binnenplaats, maar ook in beperkte mate om kle inschalige appartementen - complexen die door hun vorm uitnodigen tot gemeenschapsleven en zorg voor elkaar. De corporaties geven aan dat het lastig is om de exploitatie van deze nieuwe woonvormen rond te krijgen. Er staan weinig ontwikkelaars in de rij voor bijzondere woonvormen. Een woonvorm van 12 mensen biedt te weinig zorgvolume en bij 24 mensen is de woonvorm lastig vol te krijgen. Deze woonvormen hoeven niet alleen bestemd te zijn voor ouderen; het gemengd wonen met jeugd of andere (zorg) doelgroepen kan uitkomst bieden. 2. Inclusieve woonzorgcentra Het is wenselijk dat woonzorgcentra een maatschappelijke functie voor de buurt kunnen vervullen. Op meerdere vlakken kan hier uiting aan worden gegeven: vanuit deze woonzorglocaties kan men wijkverpleging of thuiszorg verlenen aan de buurt. Men kan respijt zorg bieden aan mantelzorgers in de directe omgeving.

Op sociaal vlak kan een toegankelijke ontmoetingsruimte de sociale binding in complex en buurt versterken. Daarbij valt te denken aan een gezamenlijke buitenruimte en/of ontmoetingsruimte Beleidsopgave ouderen Actiehouder 1. Realiseer kleinschalige woonvormen met gemeenschapszin • Gemengd wonen is daarbij een kans voor meer informele zorg, sociale cohesie en het dragen van exploitatielasten 2. Bewerkstelligen van inclusieve woonzorgcentra met: • Respijtzorg voor mantelzorgers • Toegankelijke ontmoetingsruimte (buiten of binnen) • Centraal punt voor wijkverpleging en thuiszorg • Publiek-private aanpak met aanjagers 3. Meer bewustwording creëren over het langer zelfstandig thuis wonen • Keuzemogelijkheden wonen en zorg inzichtelijk maken • Zorgprofessionals gaan het gesprek aan met het sociale netwerk van de cliënt over de informele zorgverlening • Voorlichtingen organiseren (bijvoorbeeld in de supermarkt of met een beurs) 4. Een toegankelijke woonomgeving • Aanpassingen voor ouderen in de openbare ruimte • Voorzien in ontmoetingsplekken in de woonomgeving 5. Gerichte inzet op technologie • Een uitleenservice voor kleine technologische oplossingen • Scholing met betrekking tot technologie voor medewerkers bij zorgaanbieders • Samenwerkingsverbanden tussen zorgaanbieders en technisch onderwijs 6.

Let op de belasting van de mantelzorger • Inzetten op verstevigen van sociaal netwerk rondom mantelzorger • Bieden van respijtzorg aan huis 7. Ruimte voor tijdelijke opvang • Gezamenlijke locaties voor eerstelijnsverblijf en respijtzorg Gemeente Corporaties Zorgaanbieders Gemeente Corporaties Zorgaanbieders Gemeente Zorgaanbieders Gemeente Gemeente Zorgaanbieders Gemeente Zorgaanbieders Zorgaanbieders 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 30 die ingericht is op zowel de zorgdoelgroep als de buren. Een sterk aanbod aan voorzieningen rondom woonzorgcentra zoals winkels, huisarts, tandarts en horeca, bevorderen deze interactie verder. Daarbij geldt dat succesvolle woonconcepten ontstaan uit een gezamenlijke pu bliek-private aanpak (en financiering) met aanjagers: een samenhang van stenen en mensen. 3. Bewustwording van langer zelfstandig thuis wonen De keuze over het wonen met zorg wordt relatief vaak noodgedwongen gemaakt. De complexiteit van de systeemwereld creëert struisvogelgedrag: men steekt de kop in het zand. E en aanzienlijk groep ouderen in de gemeente is nog niet goed op de hoogte van de eigen mogelijkheden en verant woordelijkheden omtrent het wonen met zorg in de huidige tijd. Als de keuzes overzichtel ijker zijn, zullen meer ouderen een weloverwogen beslissing gaan maken.

Een goede manier om hierover bewustwording te creëren is door kleinschalige voorlichtingen te organiseren, bijvoorbeeld in supermarkten. Het Seniorenplatform heeft daarnaast een ‘Blijf Mobiel’ beurs georganiseerd over woningaanpassingen, die gezien de aanzienlijke opkomst voorziet in een informatiebehoefte. Het verspreiden van een informatiepakket of voorlichting van een seniorenmakelaar kan verder bijdragen aan bewustwording. Het is wenselijk dat zorgaanbieders en de gemeente ondersteuning bieden aan de organisatie van dergelijke initiatieven. Daarnaast is het de verwachting dat er in de toe komst een groter beroep op informele zorg zal moeten worden gedaan. Ouderen zullen moeten afstappen van vraagverlegenheid in de eigen kri ng. Als zorgprofessionals samen met het sociale netwerk het gesprek aangaan over de taboeonderwerpen in de zorg, dan verlaagt dit de drempel voor informele zorgverlening. De zorgprofessional heeft in dat proces de benodigde autoriteit. 4. Een toegankelijke woonomgeving De groei van de groep zelfstandig wonende ouderen vraagt naast aanpassingen in de woningvoorraad ook om aanpassingen in de woon omgeving: toegankelijke stoepen, voldoende bankjes, een ove rzichtelijke openbare ruimte – maar ook voldoende plekken voor ontmoeting en sociale contacten in de directe omgeving. 5.

Gerichte inzet op technologie Technologie wordt in toenemende mate allesomvattend en handzamer. Er zijn veel handige kleine technologische oplossinge n beschikbaar die ouderen actief houden en meer regie geven over hun zorgproces. Het uitgangspunt is kleine oplossingen te bieden naar de wensen van de ouderen. Een uitleenservice van technologie biedt inwoners een proefperiode om vertrouwd te geraken met nieuwe oplossingen. Ook de arbeidsmarkt voor de zorg droogt op en er zal meer zorg op afstand moeten worden geleverd. De zorgaanbieders geven aan dat technologie essentieel voor hen is om deze gaten te overbruggen. Technologie wordt een kernonderdeel van het zorgwerk en dat vereist ook een intern veranderproces voor medewerkers bij zorga anbieders. Samenwerkingsverbanden tussen de zorg en het technisch onderwijs kunnen een meerwaarde bieden door gezamenlijk zorg -technologische oplossingen te bedenken en te implementeren. 6. Let op de belasting van de mantelzorger In Nederland wordt een fors beroep gedaan op de mantelzorg . De verwachting is, op basis van landelijke indicaties, dat er een tekort aan mantelzorgers gaat ontstaan . Als een mantelzorger wegvalt door overbelasting, ontstaat er een acute woonvraag voor de zorgbehoevende.

Dit kan betekenen dat er juist weer een groter beroep wordt gedaan op de professionele zorg, waarin juist grote arbeidstekorten 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 31 dreigen. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van mantelzo rgondersteuning, zoals het verstevigen van het sociaal netwerk rondom de mantelzorger te verstevigen, respijtzorg aan huis en logeervormen of mantelzorgwoningen te bieden, verdient aandacht. 7. Ruimte voor tijdelijke opvang Een specifieke vorm van zorgaanbo d die van belang is voor langer zelfstandig wonen, betreft de plekken voor tijdelijke opvang en crisisopvang van ouderen (eerstelijnsverblijf, zorghotel etc.). Zorgaanbieders zijn vaak aarzelend om eerstelijnsverblijf te bieden, aangezien het risico voor l eegstand bij hen ligt. Het verdient aanbeveling om enkele locaties in de gemeente in te richten waar tijdelijke zorg geboden kan worden, vanuit verschillende financieringsbronnen. Hier kan ook logeeropvang/respijtzorg worden geboden. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 32 5 Verstandelijk beperkten (VG) Mensen met een verstandelijke beperking (de ‘VG-doelgroep’) wonen soms in een reguliere woning, maar – zeker als zij een zwaardere zorg - of ondersteuningsvraag hebben – ook vaak in een zorginstelling. Wij richten ons in dit onderzoek primair op de g roep die gebruik maakt van Wlz -zorg.

Dat betekent dat we het hebben over mensen die ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Het gaat om mensen die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nod ig hebben. In de afgelopen jaren is de toegang tot de Wlz voor mensen met een verstandelijke beperking iets beperkt. Nieuwe cliënten met een lichte zorgvr aag (Wlz-indicaties VG 1 of 2 ) kunnen tegenwoordig geen beroep meer doen op wonen in een instelling. In plaats daarvan krijgen zij ondersteuning vanuit de Wmo. Bestaande cliënten met een lichte zorgvraag die in een instelling verblijven, mogen hier wel blijven wonen. In dit hoofdstuk beschrijven wij de woonwensen van mensen met een VG-indicatie en geven we een beeld van de bestaande woonvormen voor deze groep. Vervolgens maken we een analyse van de ontwikkeling van de vraag naar plekken voor zorg met verblijf voor de VG -doelgroep, en zetten we deze af tegen het bestaande aanbod. Aangezien we het in dit ho ofdstuk hebben over mensen die levenslang behoefte hebben aan zorg met verblijf, hebben we het hier niet over ‘uitstroom’. 5.1 Woonwensen en woonvormen Tijdens een klantenpanel in januari 2019 zijn de woonwensen van de doelgroep VG besproken met cliënten die woonachtig zijn in de gemeente. Tezamen hebben wij een beeld opgesteld van de gewenste woningen, woonomgeving en de benodigde zorg en ondersteuning.

Wensbeeld woning • De doelgroep (leeftijd tussen de 20 en 40 jaar) geeft aan graag te willen wonen in kleine over - zichtelijke tweekamerappartementen met eigen voorzieningen (badkamer, wc, wasmachine en een keukenblok). Voor sommigen volstaat een ruime studio met eigen voorzieningen ook. Deze woonvorm en dit voorzieningenniveau geeft hen het gevoel van zelf standigheid en biedt hen de mogelijkheid om er meer een eigen ritme op na te houden. • De doelgroep wenst een gezamenlijke ontmoetingskamer. Dit heeft de v oorkeur boven het wonen op een slaapkamer met een gezamenlijke woonkamer; met een ontmoetingskamer kan men namelijk kiezen om sociaal contact op te zoeken. Deze keuzevrijheid is van groot belang voor de doel groep. • De aanwezigheid van een ruime berging in het gebouw, waar bijvoorbeeld ook driewielerfietsen in passen, is een belangrijke basisbehoefte. In de complexen moet een lift aanwezig zodat alle woningen geschikt zijn en leegstand van ongeschikt vastgoed wordt voorkomen. Een laatste woonwens betreft het hebben van een eigen of gezamenlijke tuin of buitenruimte. • De jongere cliënten wonen liever met and ere jongere cliënten samen. Hiermee kunnen zij goed communiceren en komen de interesses vaker overeen.

Daarnaast zijn deze leeftijdsgenoten soms bekenden van vroeger (van de naschoolse opvang, de school of uit de jeugd); deze gedeelde ervaringen maken het prettiger samenwonen. Het samenwonen met oudere medebewoners wordt als prettig ervaren als zij goed kunnen praten. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 33 • De doelgroep heeft een voorkeur voor b egeleid zelfstandig wonen boven het zelfstandig wonen. Cliënten wensen eigen voorzieningen, maar waarderen ook de begeleiding en saamhorigheid van het geclusterd wonen. Sommige cliënten zijn zelfstandiger en kunnen met minder begeleiding wonen. Zij zijn in staat om zelf boodschappen te doen, veel in het huishouden te doen en zelf de huur te betalen. Voor deze groep kan het wonen in een tussenvorm een goede opmaat naar zelfstandigheid zijn, zoals het wonen nabij begeleiding (met begeleiding oproepbaar). De doelgroep is hierbij aangewezen op een lage huur (basishuur tot kwaliteitskortingsgrens). Wensbeeld woonomgeving • Nabijheid tot openbaar vervoer en voorzieningen is wenselijk voor de doelgroep; c liënten kunnen met het openbaar vervoer naar familie of dagbesteding reizen. Het wonen nabij winkels en voorzieningen vindt de doelgroep prettig. Mede vanwege de trein en de winkels, wordt Steenwijk als een ideale woonplaats gezien. Een woonvorm in het bos (te rustig) of in de grote steden (te druk) lijkt hen niet prettig.

Cliënten die in Steenwijk zijn opgegroeid hebben een sterke band met hun oude buurt en willen daar graag ooit weer wonen. • Een groot deel van de doelgroep hecht waarde aan goed contact met de buren en wederzijds begrip voor de zorgsituatie. De cliënten met een grotere zelfstandigheid hebben hier minder b elang bij. • De begeleiders van de cliënten geven aan dat de leefbaarheid in de wijk de Gagels achteruit gaat. Er wonen hier veel kwetsbare groepen en er zijn verschillende leefstijlen onder bewoners . De sociale cohesie is hierdoor laag en dat maakt het contact met de buren lastig voor de cliënten. Buren komen soms verhaal halen omdat zij de woonvorm niet goed begrijpen. De begeleiders geven aan dat een goede communicatie vanuit de organisatie of gemeente met de buurt en een duidelijke uitleg van de woonvorm richting buren erg belangrijk is om dit proces te verbeteren. Wensbeeld zorg en ondersteuning • De meeste cliënten geven aan behoefte te hebben aan directe ondersteuning op oproep (zoals hulp bij het douchen of bij het verwerken van emoties). Wel willen zij zeggenschap over beslissingen houden. Ondersteuning via het videobellen is voor deze gro ep (nog) geen middel voor begeleiding; dit wordt als afstandelijk ervaren. • De meer zelfstandige cliënt heeft op bepaalde momenten duidelijk instructies nodig van een begeleider.

De mogelijkheid tot directe hulp is niet per se nodig, maar geeft wel veel rust. Op termijn kan deze groep doorstromen naar zelfstandig of ambulant wonen. Een van de deelnemers geeft aan dat er tegenover zijn woonvorm (aan de Anjelierstraat) appartementen bestaan die hiervoor geschikt zijn. De begeleiding kan dan de straat snel oversteken en met videobellen verder contact onderhouden. Het aanbieden van tussenvormen of zelfstandig wonen in de buurt van de VG - woonvormen zorgt voor een prettige en geleidelijke doorstroming. Woonvormen in Steenwijkerland Wij maken in dit rapport een onderscheid tussen ‘geclusterd’ en ‘gespikkeld’ wonen voor verstandelijk beperkten. Onder geclusterde woonvormen valt een uiteenlopend palet aan woonvormen: van instellingszorg in groepswoningen tot geclusterde appartementen, hofjeswoningen of zorgboerderijen. ‘Gespikkeld’ wonen betreft zelfstandige appartementen of woningen in de nabijheid van een geclusterde woonvorm. • Een belangrijke notie is dat de doelgroep VG bijzonder heterogeen is: een deel is ook lichamelijk beperkt en heeft dus een woning nodig die rolstoelgeschikt is, een ander deel niet. De variatie in de VG-doelgroep betekent dat zorgvastgoed flexibel gebouwd moet worden. Levensloopbestendig 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 34 betekent hier bijvoorbeeld dat de woning geschikt moet zijn voor een veranderende zorgzwaarte.

Ook de VG-doelgroep wordt ouder; dit stelt eisen aan het woonzorgvastgoed. • Zorgaanbieders clusteren verstandelijk beperkten vaak op basis van leeftijd, zorgzwaarte en het al dan niet voorkomen van een combinatie met psychiatrische klachten om een zekere mate van homogeniteit te bereiken. Uiteindelijk wordt een dergelijk cluster vanzelf weer heterogeen door individuele ontwikkelingen in de zorgvraag. • De illustraties hieronde r geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer ‘geclusterd wonen’. Voorbeelden geclusterd wonen voor verstandelijk beperkten 5.2 Woonvraag van verstandelijk beperkten Het aantal Wlz-indicaties voor zorg aan verstandelijk beperkten (VG) is over de jaren 2015 tot en met 2018 overwegend stabiel gebleven (bijlage 4). In 2018 waren er volgens de afgegeven Wlz -indicaties van zorgkantoor Zilveren Kruis 150 mensen met een VG-indicatie in Steenwijkerland. Aan de hand van deze indic atiegegevens en de bevolkingsprognose van de gemeente Steenwijkerland hebben wij een inschatting opgesteld van de zorgvraag van verstandelijk beperkten voor de periode tot 2038. In de prognose is inzichtelijk gemaakt hoe de totale zorgvraag van verstandel ijk beperkten zich zal ontwikkelen.

Net als voor de andere doelgroepen is ook voor de doelgroep VG in een werksessie met aanbieders besproken welke trends van invloed zullen zijn op de toekomstige vraag naar wonen met zorg: • Een belangrijke conclusie van deze werksessie is dat de grenzen van de extramuralisering bereikt zijn: de VG-cliënten die nu geclusterd wonen, zullen dit over het algemeen in de toekomst blijven doen.

1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 35 • Mensen met een verstandelijke beperking die zorg ontvangen vanuit de Wlz zijn over he t algemeen aangewezen op een vorm van geclusterd wonen. Een klein deel wil en kan ‘gespikkeld wonen’ in de nabijheid van een woonvoorziening. Het gaat hierbij om circa 10% van de cliënten (een deel van de cliënten met een indicatie VG3 of VG6). Cliënten met een VG7 kunnen vanwege hun zeer intensieve gedragsproblematiek niet gespikkeld wonen. Tabel 5.1: Gemeente Steenwijkerland. Prognose woonvormen (2018 - 2038; afgerond op vijftallen) 2018 2023 2028 2033 2038 Prognose 150 145 145 145 145 Geclusterd wonen 135 135 130 130 130 Gespikkeld wonen 15 15 15 15 15 N.B.: Bovenstaande raming gaat ervan uit dat alle Wlz-indicaties worden verzilverd in een instelling. Een deel van de Wlz-indicaties wordt echter niet in een zorginstelling, maar thuis verzilverd. Het zorgkantoor laat weten dat een aanzienlijk deel van de jongvolwassenen met een verstandelij ke beperking bij hun ouders in huis woont, met zorg en ondersteuning vanuit een pgb. Het is niet bekend welk aandeel van de pgb indicaties uit thuiswonenden bestaat. Doordat ook de VG -doelgroep ouder wordt en mensen op hogere leeftijd vaak meer behoefte h ebben aan verzorging, zal naar verwachting een groter deel een beroep doen op instellingszorg.

Hier ligt een groter wordend dwarsverband met de ouderenzorg , hetgeen op termijn kansen kan bieden voor een gemengde woonvorm met beide doelgroepen. 5.3 Aanbod woonvormen Aanbod VG Aan alle zorgaanbieders die zich richten op zorg voor verstandelijk beperkten, is gevraagd hoeveel zorgplekken zij hebben voor deze doelgroep. In bijlage 2 is de volledige inventarisatie per aanbieder terug te vinden, evenals een kaart waarop de spreiding van de voorzieningen is te zien. Wij onder scheiden de volgende woonvormen: • Instellingszorg/groepswonen: cliënten hebben een zit-/slaapkamer en maken daarnaast gebruik van gezamenlijke voorzieningen • Geclusterd wonen met begeleiding: cliënten hebben een eigen appartement en maken daarnaast gebruik van gezamenlijke voorzieningen • Gespikkeld wonen met begeleiding: in de nabijheid van een VG-woonvorm Aanbod zorg met verblijf voor VG in gemeente Steenwijkerland (afgerond op 5-tallen) Zorg met verblijf VG Instellingszorg/ groepswonen Geclusterd wonen met begeleiding Gespikkeld wonen met begeleiding Totaal 91 62 0 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 36 5.4 Opgaven beleid en huisvesting Een vergelijking van de vraagprognose met het huidige woonzorgaanbod voor verstandelijk beperkten laat zien dat het aanbod voor deze doelgroep op dit moment goed in de vraag binnen de gemeente voorziet.

Deze analyse komt overeen met de signalen uit de markt die wij tijdens de brainstormsessies hebben opgehaald; wij stellen daarmee vast dat op dit mo ment vraag en aanbod redelijk met elkaar in evenwicht zijn. Op termijn zal de vraag naar wonen met verblijf licht dalen, zoals blijkt uit de onderstaande tabel. Dit is echter a fhankelijk van de mate waarin verstandelijk beperkten in de toekomst in ‘hun ei gen gemeente’ willen blijven wonen. Vraag en aanbod aan woonvormen voor verstandelijk beperkten (bandbreedte afhankelijk van ontwikkeling ‘lokaal wonen’) Huidig aanbod Vraag 2018 Vraag 2023 Vraag 2028 Vraag 2033 Vraag 2038 Groepswonen 90 135 135 130 130 130 Geclusterd wonen met begeleiding 60 Individueel wonen met begeleiding/ ‘gespikkeld wonen’ 0 15 15 15 15 15 Totaal 150 150 150 145 145 145 Onderstaande grafiek toont de vraag-aanbodbalans voor geclusterd wonen voor verstandelijk beperkten per woonvorm tot 2038. • De capaciteit van al het woningaanbod voor verstandelijk gehandicapten is momenteel in balans. De doelgroep wordt geleidelijk iets kleiner en dit leidt tot een overschot van circa 5 woningen in 2028 en in 2038. • Een deel van de cliënten (circa 10%) dat momenteel geclusterd woont met begeleiding zal echter kunnen doorstromen naar een gespikkelde woning in de wijk. Voor deze woonvormen is momenteel nog weinig aanbod beschikbaar.

Balans tussen vraag naar en aanbod aan geclusterd wonen voor VG -50 -40 -30 -20 -10 0 10 20 30 40 50 2018 2023 2028 2033 2038 Overschot Geclusterd wonen Gespikkeld wonen Tekort 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 37 Beleidsopgave Hieronder zijn de belangrijkste beleidsopgaven op een rij gezet, met de voornaamste actiehouders: Verstandelijk gehandicapten Actiehouder 1. Transformeren en moderniseren van bestaand vastgoed • Kleinschalige woonvormen waar cliënten een eigen appartement hebben met voorzieningen en een gezamenlijke ontmoetingsruimte • Gemengd wonen is daarbij een kans voor meer informele zorg, sociale cohesie en het dragen van exploitatielasten • Gespikkelde woningen in nabijheid van bestaande locaties realiseren 2. Uiteenlopende zorgvraag vraagt om flexibel bouwen • Woningen moeten geschikt zijn voor een veranderende zorgzwaarte 3. Garantie op wonen voor groepen die buiten de boot vallen • Mensen - die door de toegangseisen niet terecht kunnen bij een woonvorm - eerst plaatsen en dan financiën of garantie regelen • Financieringsafspraken tussen gemeente (Wmo), zorgkantoor (Wlz), centrum- gemeente (BW) en jeugdzorg-regio (Jeugd) voor ‘rommelpotje’ • Regionale opvanglocaties voor de LVB-groep die kwalitatief goed aansluiten op zorgvraag 4.

Informatie uitwisselen over wachtlijsten • Dubbele aanmeldingen uit wachtlijst halen Zorgaanbieders Corporaties Gemeente Projectontwikkelaars Corporaties (Centrum) gemeente Zorgkantoor Jeugdzorgregio Zorgaanbieders VG, GGZ en Jeugd Corporaties Zorgaanbieders VG, GGZ en Jeugd 1. Transformeren en moderniseren van bestaand vastgoed Daarmee ligt er voor het aanbod voornamelijk een transformatieopgave weggelegd; veel van de huidige plekken bestaan uit het groepswonen, waar er een grote kwalitatieve behoefte bestaat naar kleinschalige8 woonvormen waar cliënten een eigen appartement hebben met voorzieningen (sanitair, soms ook keuken) en daarnaast een gezamenlijke woonkamer of ontmoetingsruimt e. De ontmoetings ruimte kan ook gebruikt worden door cliënten die in de nabije omgeving (‘gespikkeld’) willen wonen. Een dergelijke plek biedt bewoners structuur (dagritme) en mogelijkheden voor ontmoeting en ontspanning. Er kan ook op een laagdrempelige manier begeleiding geboden worden. Het strekt daarnaast tot de aanbeveling om gespikkelde woningen in nabijheid van bestaande locaties te realiseren. De tussenvormen voor de VG spelen een belangrijke rol in het doorstromen naar zelfstandigheid. Een deel van de VG-cliënten zou goed kunnen wonen in een gemen gd wonen-project waarin ook andere doelgroepen wonen (GGZ, jeugd, ouderen).

Het opzetten van dergelijke projecten vraagt om meer samenwerking tussen zorgaanbieders. Hierin ligt een regierol weggelegd voo r de gemeente, om de samenwerking tussen zorgaanbieders en corporaties te bevorderen . Deze samenwerking wordt nu al opgepakt in de gemeente; leegstaand vastgoed bij ouderenzorg kan voor de ouderen met VG worden ingezet. 2. Uiteenlopende zorgvraag vraagt om flexibel bouwen De variatie in de VG -doelgroep betekent dat zorgvastgoed flexibel gebouwd moet worden. Een deel van de doelgroep (VG8) is rolstoel gebonden en heeft dus een aangepaste woning nodig. Over de overige zorgzwaartes is geen algemene uitspraak te doen over de eisen waar een woning aan moet voldoen. Woningen moeten geschikt zijn voor een veranderende zorgzwaarte. Het is daarom goed om woningen bij transformatie flexibel in te richten zodat ouder wordende cliënten de juiste zorg kan krijgen. 8 Waarbij gezien de betaalbaarheid van de zorg wel een ondergrens geldt. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 38 3. Garantie op wonen voor groepen die buiten de boot vallen Mensen die op verschillende fronten problemen hebben (bijvoorbeeld bij financiën, huishouden en psychosociaal) vallen buiten de boot voor toegang tot diverse woonvormen omdat de toegangseisen elkaar uitsluit en.

Dit geldt eveneens voor cliënten met een licht verstandelijke beperking (LVB), verstandelijke beperking of jeugdzorg. We constateren dat regels belemmeren en dat er experimenteerruimte nodig is om de schotten voor huisvesting van deze mensen te doorbreken. Hiervoor moeten er financierings - en samenwerkingsafspraken worden gemaakt tussen gemeente (Wmo), zorgkantoor (Wlz), centrumgemeente (BW) en jeugdzorg-regio (Jeugd). Het zelfstandig wonen loopt vaak vast op een garantie op financiering, die verkregen wordt bij een bepaalde zorgzwaarte. Het zorgkantoor stelt voor om een gezamenlijk ‘rommelpotje’ samen te stellen. Hiermee kan de cliënt eerst worden geplaatst en worden de financiën en garantie later geregeld. De wachtlijsten kunnen daarmee worden teruggebracht. Daarnaast geeft het zorgkantoor in haar regiorapportage aan te werken aan regionale opvang voor de LVB-groep. Een dergelijke regionale samenwerking tussen gemeenten, zorgpartijen en het zorgkantoor biedt op deze locaties het volume om kwalitatief go ed aanbod te realiseren dat aansluit op de specifieke zorgvraag van deze cliënten. 4. Informatie uitwisselen over wachtlijsten Cliënten die op de wachtlijst staan bij een zorgaanbieder, of willen doorstromen naar andere locaties of zorgaanbieders, staan niet bij het zorgkantoor in het systeem. Het is hierdoor lastig om goed zicht te krijgen op de daadwerkelijke wachtlijst.

De cliënten met een acute woonzorgvraag kloppen in hun nood bij meerdere aanbieders aan en daardoor kan een vertekend beeld ontstaan van d e druk op de zorgaanbieders. Om een goed beeld van de druk te krijgen kunnen zorgaanbieders onderling dubbele aanmeldingen uit de wachtlijst te halen. Dit geldt eveneens voor zorgaanbieders aan de ggz -doelgroep. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 39 6 Cliënten geestelijke gezondheidszorg (GGZ) Voor mensen met psychiatrische problematiek die behoefte hebben aan een beschermde woonplek, bestaan verschillende regelingen in Nederland. Kortdurende behandeling en opname in een psychiatrische instelling wordt bekostigd vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw ). Cliënten met een psychische aandoening die langdurig (meer dan 3 jaar) behandeld worden en verblijven in een GGZ - instelling, krijgen deze zorg en het verblijf vergoed vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz). Het aantal verblijfsplekken voor deze groep is in de afgelopen jaren afgebouwd; veel van deze mensen hebben inmiddels een plek gevonden binnen de derde regeling: het Beschermd Wonen (BW). Beschermd Wonen (BW) is een regeling voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen vanwege psychische en/of psychoso ciale problematiek, en waarbij behandeling niet (meer) op de voorgrond staat. BW valt onder de Wmo. Vanuit de regeling wordt zowel de zorg als het verblijf bekostigd.

Vanaf 2021 zal een deel van deze doelgroep weer aanspraak maken op zorg met verblijf vanu it de Wlz, omdat zij ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben . De woon- en zorgvraag van deze doelgroep zal onder dit nieuwe financieringsregime niet wezenlijk veranderen. Deze transitie nemen we daarom niet mee in de prognoses. De gemeente Steenwijkerland zal als regiogemeente vanaf 2021 verantwoordelijk worden voor het bieden van BW in de eigen gemeente, hetgeen nu onder de verantwoordelijkheid van centrumgemeente Zwolle valt . In dit onderzoek gaan we in op vraag en aanbod in de gemeente Steenwijkerland. In dit hoofdstuk beschrijven wij de woonwensen van mensen met een indicatie voor BW en geven we een beeld van de bestaande woonvormen voor deze groep. Vervolgens maken we een analyse van de ontwikkeling van de vraag naar plekken voor zor g met verblijf voor mensen met een indicatie voor BW, en zetten we deze af tegen het bestaande aanbod. Ook gaan we in op de te verwachten jaarlijkse uitstroom vanuit deze voorzieningen naar reguliere woonruimte. 6.1 Woonwensen en woonvormen Tijdens een klante npanel in januari 2019 zijn de woonwensen v an de doelgroep GGZ besproken met cliënten woonachtig in de gemeente. Tezamen hebben wij een beeld opgesteld van de gewenste woningen, woonomgeving en zorg en ondersteuning.

Wensbeeld woning • De woonwensen van de doelgroep zijn onder te verdelen naar acuut en niet-acuut woningzoekenden. Het deel van de cliënten met een acute woonvraag ( zij zijn op straat gezet, hebben acute zorgproblemen of verkeren in onhoudbare thuissituaties) heeft geen of weinig woonmogelijkhe den voorhanden buiten de maatschappelijke opvang. Voor deze spoedzoekers is langdurig onderdak al een enorme uitkomst. Maatschappelijke organisaties kunnen deze groep ondersteunen door bij aanvang van de huisvesting garant te staan voor de huur van een cliënt. Hiermee kunnen (jeugdige) cliënten zonder inkomen, in een (sociale) huurwoning worden geplaatst . Dit maakt het mogelijk om een uitkering aan te vragen op dit adres en vanuit die p ositie te werken aan hun zelfstandigheid en problematiek. • Een ander deel van de cliënten heeft geen acute woonvraag en is gericht aan een woning gekomen. Voor deze groep cliënten dienen concepten als ‘Legoland’ te Vollenhove als schoolvoorbeeld. In dit 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 40 complex zijn goedkope en eenvoudige woningen beschikbaar voor diverse doelgroepen met een gezamenlijke tuin en een tuinman. • De doelgroep heeft een beperkt financieel budget beschikbaar voor huur. Voor hun inkomsten zijn zij veelal aangewezen op een uitkering , als zij hiervoor in aanmerking kunnen komen .

Goedkope woningen voor deze doelgroep (basis huur tot sociale huurgrens € 424 ) zijn lastig te vinden. Een deel van de cliënten dat ambulante ondersteuning ontvangt woont daarom in de ‘Vijverhof’, een voormalig verzorgingshuis met bestemming sloop, waar 67 mensen anti -kraak wonen. Het complex dient nu ter doorstroming voor allerlei spoedzoekers op de woningmarkt, waaronder kwetsbare groepen; cliënten in deze antikraakwoningen zien deze woonvorm als een opmaat ric hting ee n beter leven. Het samenwonen met lotgenoten geeft bewoners van het complex een gemeenschappelijk en verbonden gevoel. • Oudere c liënten kunnen m et spoed aan ee n goedkope seniorenwoning komen. Het strekt tot aanbeveling om deze goedkope woningen ook voor andere kwetsbare groepen aan te bieden. Wensbeeld woonomgeving • De cliënten willen graag doorstromen naar zelfstandigheid. De doorstroming onder de GGZ-doelgroep is zeer persoonsafhankelijk. Ambulante begeleiding in een beschutte woonvorm kan een logisch vervolg zijn op het wonen in een instelling. Veel cliënten willen echter meteen weer zelfstandig wonen. • De cliënten beschouwen stedelijke woonmilieus even geschikt als dorpse woonmilieus. Welke woonomgeving vertrouwd aanvoelt blijkt een persoonlij ke keuze.

De doelgroep vindt het belangrijk om dichtbij voorzieningen en vervoer te wonen, mede omdat de geestelijke zorgvraag de actieradius soms klein kan maken. Kleine dorpen kunnen daarom voor sommigen niet geschikt zijn als een volgende woonplaats. • Door de GGZ-begeleiding die de cliënt ontvangt, wordt hij of zij soms minder serieus genomen in het normale contact tussen buren. Als een cliënt geplaatst wordt in een woning, is het goed om als organisatie in gesprek te gaan met de buren en uit te leggen dat hun nieuwe buur anders kan reageren op de omgeving of situaties. Dit bevordert de omgang tussen cliënt en buur. • Cliënten hebben onderling vaak goed contact en kunnen elkaar helpen. Hulp vragen aan een lotgenoot blijkt makkelijker dan hulp vragen aan een ‘normale’ buur. Wensbeeld zorg en ondersteuning • De doelgroep geeft aan dat de zorgverlening goed georganiseerd is in de gemeente . GGZ-cliënten uit de gemeente doen graag een beroep op het aanbod aan dagbesteding. Hier kunnen zij mensen ontmoeten en vaardigheden leren voor werk en het huishouden. Er zijn vaste begeleidingsmomenten in de week waarbij begeleiders langskomen. Daarnaast kan er direct telefonisch contact worden gezocht met de begeleiding. • Wel moet er goed gekeken worden naar flexibiliteit in de begeleiding. De begeleiding is nu vooral beschikbaar gedurende kantooruren en minder in de avonden.

De jongeren wensen juist meer avondbezoeken gezien zij dan overdag meer tijd hebben voor bijvoorbeeld werk . Het is zaak om te blijven aansluiten op de beleving en behoefte van cliënten. Woonvormen Er is een grote variëteit aan woonvormen binnen BW: van groepswoningen waar de cliënten alleen een eigen slaapkamer hebben, tot geclusterde woonvormen waarin cliënten in een eigen appartement wonen, en alleen als zij daar behoefte aan hebben, gebruik maken van gemeenschappelijke voor - zieningen. Er zijn in Steenwijkerland ook enkele reguliere woningen waar mensen met een BW -indicatie 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 41 wonen (‘gespikkeld wonen’); over het algemeen zijn deze in de nabijh eid gelegen van een BW - voorziening. • Het aanbod aan BW is kleinschalig georganiseerd: in Steenwijkerland is één locatie met meer dan 15 plekken (De Parade, in het voormalige kazernegebouw in Steenwijk). • In Steenwijkerland zijn verschillende gespecialiseerde woonvoorzieningen beschikbaar. Voorbeelden hiervan zijn woonvoorzieningen die zich richten op mensen met autisme, persoonlijkheids - stoornissen, verslavingsproblematiek en voor mensen met een zogenoemde dubbele diagnose (LVB in combinatie met een gedragsstoornis of verslaving). De illustraties hieronder geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer BW.

Voorbeelden Beschermd Wonen 6.2 Vraag naar Beschermd Wonen In januari 2019 hebben 63 mensen een indicatie voor Beschermd Wo nen (BW) in Steenwijkerland (zie bijlage 4). Dit totaalcijfer beslaat alle PGB en ZIN-indicaties voor zowel Beschermd Wonen als begeleid wonen. Middels een vragenlijst hebben wij bij aanbieders de wachtlijsten voor BW achterhaald. Volgens aanbieders staan er in totaal nog altijd 15 tot 20 personen op een wachtlijst voor BW. 9 Deze wachtlijst beschouwen wij als een aanvullende ( uitgestelde) behoefte. De onderstaande tabel toont de verwachte vraag naar BW-plekken volgens de prognose: een beleidsvrije, demografische doorrekening op basis van de huidige vraag. 9 Het is mogelijk dat hier dubbelingen in zitten, aangezien dezelfde persoon bij verschillende aanbieders op een wachtlijst kan staan. De daadwerkelijke vraag kan daardoor iets lager uitvallen.

1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 42 Basisprognose vraag naar plekken voor zorg met verblijf, BW (2019 - 2038) (afgerond op 5-tallen) 2019 2023 2028 2033 2038 Prognose exclusief wachtlijst 65 65 60 60 55 Prognose inclusief wachtlijst 80 80 75 75 70 Net als voor de andere doelgroepen is ook voor de doelgroep BW in het voorjaar van 201 9 in een werksessie met aanbieders besproken welke trends van invloed zullen zijn op de toekomstige vraag naar BW-plekken. • Een belangrijke conclusie van deze werksessie is dat - in lijn met landelijke ontwikkelingen - ook in Steenwijkerland een ontwikkeling wordt voorzien waarbij mensen met een psychische beperking vaker begeleid wonen, in plaats van in een instellingszorg. Da t betekent dat mensen minder snel zullen instromen in BW, maar ook dat van de huidige bewoners in BW een deel versneld zal gaan uitstromen. • ‘Uitstroom’ vanuit BW kan in praktijk verschillende dingen betekenen: o Een cliënt verhuist vanuit een BW-instelling naar een zelfstandige woning of een appartement in een geclusterde woonvorm. In beide gevallen gaat de cliënt zelf huur betalen en wordt er ondersteuning geboden in de vorm van ambulante begeleiding. o Een cliënt verhuist niet, maar de woonplek wordt ‘omgeklapt’: de BW-indicatie vervalt en wordt vervangen door een indicatie voor ambulante begeleiding. De cliënt gaat voortaan zelf huur betalen.

• De afbouw van de klinische GGZ is voltooid en wij verwachten daarom geen aanvullende doorstroming van de klinische GGZ naar het Beschermd Wonen. De problematiek van mensen die instromen in het Beschermd Wonen is, mede door de afbouw van de klinische GGZ, wel zwaarder geworden. Cliënten keren vaker terug in het Beschermd Wonen nadat zij zijn uitgestroomd. • Er zijn volge ns de zorgaanbieders kansen om het aantal plekken met 24 -uursbegeleiding in Steenwijkerland te verkleinen, mits de oproepbare begeleiding (24/7 en binnen 30 minuten ter plaatse) goed wordt geregeld en er voldoende woonruimte beschikbaar is voor mensen die nu nog in een besloten instelling verblijven. De regiogemeenten bieden vanaf 1 januari 2019 ‘beschermd thuis’, echter moet dit in Steenwijkerland nog worden geregeld voor deze specifieke groep . Dit zal bestaan uit thuisbegeleiding met 24 /7 telefonisch oproepbare ondersteuning, die binnen 30 minuten waar nodig ter plaatse is. De zorgaanbieders zien het beschermd thuis als een wenselijke tussenstap die de drempel naar zelfstandigheid verlaagt. Deze mogelijkheid is tevens veel goedkoper dan ve rblijven in een BW-plek. • Een andere ontwikkeling die van invloed kan zijn op de toekomstige vraag, vatten we samen onder het ‘lokaal wonen ’. Steenwijkerland vangt, als regiogemeente, op dit moment een relatief kleiner deel van de regionale vraag naar BW o p.

Veel van deze vraag concentreert zich momentee l in centrumgemeente Zwolle (ca 4,5 BW -cliënten per 1 .000 inwoners). Sinds enkele jaren wordt er binnen de regio IJssel -Vecht gesproken over meer spreiding van BW -locaties vanuit de centru m- gemeente naar regiogemeenten. Daarnaast komt de centrumgemeentefunctie die Zwolle nu vervult met ingang van 2021 te vervallen. De middelen voor BW, MO en Wmo 2015 begeleiding worden vanaf 2021 aan elke individuele gemeente beschikbaar gesteld. Als scenario nemen wij mee dat de vraag naar BW-plekken in de verschillende gemeenten in de regio meer verdeeld zou moeten zijn naar rato van het aantal inwoners; het gat tussen regionaal (ca 2,5 BW -cliënten per 1 .000 inwoners) en gemeentelijk aantal BW -cliënten (ca 1,6 BW -cliënten per 1 .000 inwoners) wordt dan voor 50% gedicht. Dit betekent dat er meer plekken nodig zijn in de gemeente Steenwijkerland en juist minder in Zwolle. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 43 Onderstaande tabel toont de verwachte vraag in de verschillende scenario’s zoals hierboven toegelicht.

Scenario’s vraag naar plekken voor zorg met verblijf, BW (2019 - 2038) (afgerond op 5-tallen) 2019 2023 2028 2033 2038 Prognose exclusief Wachtlijst 65 65 60 60 55 Prognose inclusief wachtlijst 80 80 75 75 70 Scenario 'lokaal wonen’ 80 85 90 90 95 De aanbieders in de regio wijzen erop dat, ook in een situatie waarin sterk wordt ingezet op doorstroming naar ‘tussenvormen’, een deel van de doelgroep aangewezen zal blijven op BW in een groepswoning. De kans is groot dat deze groep op termijn een beroep zal kunnen doen op d e Wlz; zorg en verblijf worden dan niet meer betaald vanuit de Wmo, maar vanuit de Wlz. V oor de totale (getalsmatige) vraag naar beschermde woonplekken hoeft deze administratieve wijziging geen gevolgen te hebben; we hebben het daarom niet meegenomen in de prognose.10 Dit zal echter wel gevolgen hebben voor het budget voor de Wmo; de invoering zal financiële consequenties hebben voor de gemeente. 6.3 Aanbod woonvormen Aanbod BW Aan alle zorgaanbieders die Beschermd Wonen bieden, is gevraagd hoeveel zorgplekken zij hebben voor mensen met een dergelijke indicatie . In bijlage 2 is de volledige inventarisatie per aanbieder terug te vinden en de spreiding van het aanbod over de deelgebieden van de gemeente .

We onderscheiden de volgende woonvormen: • Groepswonen: bewoners hebben een kamer en delen voorzieningen als keuken en woonkamer met andere bewoners • Geclusterd wonen met begeleiding: bewoners hebben eigen voorzieningen, maar kunnen ook gebruik maken van gezamenlijke voorzieningen • Gespikkeld wonen met begeleiding: in de nabijheid van een BW-instelling Aanbod woonzorgvoorzieningen voor doelgroep Beschermd Wonen in gemeente Steenwijkerland (afgerond op 5-tallen) Zorgaanbieder Instellingszorg/ groepswonen Geclusterd wonen met begeleiding Gespikkeld wonen met begeleiding Beschermd Wonen 30 28 19 6.4 Opgaven beleid en huisvesting Huisvestingsopgave Beschermd wonen Volgens de aanbodinventarisatie zijn er circa 75 BW-plekken11 in de gemeente Steenwijkerland, waarvan er enkele plekken momenteel leegstaan. Dit is voldoende voor de circa 65 mensen die nu een BW-indicatie hebben en zou kwantitatief eveneens moeten volstaan om een deel van de mensen die op een wachtlijst staan te huisvesten. 12 Sinds enkele jaren wordt er binnen de regio IJssel -Vecht gesproken over meer 10 Indicaties voor Wlz -zorg worden afgegeven door het CIZ. Het i s op dit moment niet in te schatten of binnen de Wlz dezelfde toegangscriteria zullen gelden als de gemeente nu hanteert voor Beschermd Wonen.

11 Over de invulling van de plekken van het complex aan de Vredenburg (Steenwijkerwold) van Profilazorg hebben we geen gegevens. De doelgroepen voor dit complex zijn VG en GGZ; wij hebben 50% van het totaal aantal plekken aan het aanbod van beide doelgroepen toegerekend. 12 Er zijn veel aanbieders van BW in de gemeente, met elk hun eigen specialisatie. Bij de match van vraag en aanbod gaat het er dus niet alleen om of de totale vraag getalsmatig matcht met het totale aanbod, maar ook of er een kwalitatieve match is. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 44 spreiding van BW -locaties vanuit de centrumgemeente naar regiogemeenten. Richting de toekomst houden wij daarom rekening met een stijgende vraag naar BW in Steenwijkerland door een mogelijke herverdeling van de BW-vraag naar rato van het aantal inwoners. • Hoe de toekomstige vraag zich zal verdelen over de categorieën groepswonen, geclusterd wonen en gespikkeld wonen is op basis van dit onderzoek niet te zeggen; hiervoor is het veld van BW te zeer in beweging. Wel zien wij een duidelijke ontwikkeling in de zorg en ondersteuning aan de BW -cliënten. Meer bewoners zullen de overstap maken naar zelfstandig wonen met oproepbare begeleiding. Hierdoor zal de zorgvraag van de ‘achterblijvers’ naar verhouding zwaarder worden.

• Een deel van de BW -cliënten zal per 1 januari 2021 financiering ontvangen vanuit de Wlz en zal langdurig beschermd blijven wonen. Anderzijds zal de begeleiding aan de meer zelfstandige BW - cliënten in de Wmo flexibeler worden o p – en afgeschaald. Dit hoeft geen uitwerking te hebben op de woonvraag; deze cliënten kunnen een beroep doen op het huidige vastgoed mits dit blijft voorzien in de kwalitatieve wensen (goedkoop, eigen ruimte, nabij voorzieningen), bijvoorbeeld in ‘omklapconstructies’ waarbij cliënten zelfstandig - al dan niet met ambulante begeleiding - kunnen wonen. Een alternatief kan zijn om leegstaande plekken te benutten voor andere doelgroepen zoals verstandelijk beperkten of kwetsbare jongeren. Vraag naar en aanbod aan plekken BW (afgerond op 5-tallen) Huidig aanbod Vraag 2019 Vraag 2023 Vraag 2028 Vraag 2033 Vraag 2038 BW Instellingszorg (groepswonen) 30 80 80 tot 85 75 tot 90 75 tot 90 70 tot 95 BW Geclusterd wonen met begeleiding 30 BW, individueel wonen met begeleiding (‘gespikkeld’) 20 Onderstaande grafiek toont de vraag -aanbodbalans voor BW in twee verschillende scenario’s. Door de relatief jonge leeftijdsopbouw van de BW -populatie, zal de vraag door de vergrijzing langzaam afnemen.

Afhankelijk van de regionale herverdeling van plekken naar rato van het aantal inwoners (scenario lokaal wonen), zal er een klein tekort of overschot aan plekken gaan ontstaan. • Wij raden aan dat de gemeente rekening houdt met een tekort aan 15 woningen in de komende 20 jaar voor mensen met een behoefte aan geestelijke gezondheidszorg (Beschermd Wonen), door een verdere decentralisatie van het Beschermd Wonen in 2021. De mate waarin dit tekort zal ontstaan is sterk afhankelijk van de ontwikkelingen in het werkveld. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 45 Saldo vraag naar en aanbod aan BW-plekken in verschillende scenario’s Beleidsopgave Hieronder zijn de belangrijkste beleidsopgaven op een rij gezet, met de voornaamste actiehouders: Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) Actiehouder 5. Realiseer een divers aanbod aan (tussen)woonvormen die aansluiten op uiteenlopende vraag rondom BW • Betaalbare woningen (met variatie in woningtype) voor de uitstroom • Tijdelijke overbrugging van de huur voor jongeren • Doorstromingsconcept met toezicht voor jongeren 6. Flexibel op- en afschalen van begeleiding • Omklapconstructies voor woningen om transities te versoepelen • Beschermd thuis realiseren voor het weer thuis wonen • Domotica als hulp bij het afschalen van begeleiding 7.

Sociale inclusie van de GGZ doelgroep • Ontmoetingsruimte in de wijk en voorzieningen in de buurt • Gesprek met de buren bij plaatsing in een woning • Inclusieve woonzorgcentra ouderen bieden koppelkansen 8. Een vergrootglas op de ontwikkelingen in vraag en aanbod BW • Werkveld is enorm in beweging • Decentralisatie van BW in 2021 kan leiden tot een stijgende vraag • Een hoge mate van psychiatrische problematiek onder de migrantenpopulatie kan eveneens leiden tot een stijging Gemeente Zorgaanbieders Corporaties Corporaties Zorgaanbieders Gemeente Zorgaanbieders Gemeente Corporaties Zorgaanbieders 1. Realiseer een divers aanbod aan (tussen)woonvormen die aansluiten op uiteenlopende vraag rondom BW Onder mensen met psychiatrische problemen is er vraag naar voldoende variatie in woonvormen en woonconcepten binnen het goedkope segment (tot de kwaliteitskortingsgrens van € 424,44 prijspeil 1-1- 2019)13. Het strekt tot aanbeveling om in te zetten op een aangesloten wooncarrière voor de GGZ -cliënt.

Dit houdt in dat cliënten na Jeugdzorg met verblijf of vanuit de thuissituatie en tot de uitstroom op de reguliere woningmarkt is bewerkstelligd, een beroep kunnen doen op specifieke woonvormen die aansluiten bij de uiteenlopende vraag naar zorg en ondersteuning , aansluitend op het beleid vanuit de 13 Om hiervoor in aanmerking te komen moet het oppervlak van de woning minstens 50m2 bedragen. Voor woningen met een bestemming voor wonen met zorg kan deze eis naar 25m 2 worden gebracht, zodat er wel huursubsidie kan worden aangevraagd. -20 -15 -10 -5 0 5 10 15 20 2019 2023 2028 2033 2038 Prognose Scenario 'lokaal wonen' Tekort Overschot 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 46 regionale veranderagenda Beschermd Wonen14. Naast reguliere huurwoningen valt hierbij te denken aan doorstroomwoningen die worden verhuurd door een zorgaanbieder, of aan geclusterde woningen met een gezamenlijke ruimte (hofjeswonen). Beschutte woonzorgvoorzieningen voor ouderen en VG-cliënten kunnen goed dienstdoen als beschutte woonvorm voor uitstromers uit BW. Ouder wordende BW-cliënten zijn bij uitstek geschikt als kandidaat voor (geclusterd) wonen in een ouderencomplex. Een gebrek aan d oorstroommogelijkheden belemmert de enerzijds de uitstroom vanuit een BW - voorziening, aangezien men daar geen huur hoeft te betalen maar alleen een (doorgaans lagere) eigen bijdrage.

Het gevolg is dat zorgaanbieders een deel van de reguliere woonvraag opvangen en daarmee de gemeente hogere WMO-kosten dan nodig oplevert. Anderzijds beschikken jongere GGZ -cliënten over weinig inkomsten tot hun 2 3e jaar, en kunnen zonder verdere financiële ondersteuning niet zelfstandig gaan wonen. Het gebrek aan doorstroommogelijkheden na de Jeugdzorg heeft een opdrijvend effect naar de vraag voor beschermd wonen; een deel van de kwetsbare jongeren escaleert in de problematiek. Wij adviseren om tijdelijke overbrugging van de huur voor jongeren onder de 23 jaar te organiseren vanuit de reeds genoemde gezamenlijke ‘pot’ (financieringsafspraken tussen gemeente (Wmo), zorgkantoor (Wlz), centrumgemeente (BW) en jeugdzorg-regio (Jeugd)). De kosten voor huur va n een reguliere woning en am bulante begeleiding zijn immers veel lager dan de kosten voor beschermd wonen. 2. Flexibel op- en afschalen van begeleiding Cliënten die klaar zijn om zelfstandig te wonen maar erg gehecht zijn aan hun huidige woonplek in de BW- voorziening zouden erbij gebaa t zijn als zij in hun woning konden blijven wonen, en het huur contract konden overnemen (omklappen). Dit kan zowel in een geclusterde setting als bij gespikkelde woningen gebeuren; groepswoningen met gedeeld sanitair en keuken lenen zich niet voor deze co nstructie. Door de woonomgeving hetzelfde te houden wordt de transitie versoepeld.

Het beschermd thuis (met 24 -uurs begeleiding oproepbaar) kan uitkomst bieden om weer in de vertrouwde woonomgeving opgenomen te worden. De oproepbare begeleiding haalt de druk van zelfstandig wonen en eventuele mantelzorg deels weg. Mede gelet op de geografische spreiding van kernen is het bewerkstelligen van deze begeleidingsvorm nog een ingewikkelde beleidsopgave. Het gebruik van domotica vergroot de aantrekkelijkheid van het beschermd thuis en begeleid wonen als woonvormen voor de doelgroep. Daarbij is het echter belangrijk om de emotionele connectie tussen cliënt en begeleider te waarborgen; ondanks de inzet van domotica blijft het fysieke contact tussen begeleider en cl iënt van belang. Domotica is voornamelijk een middel om vaker en sneller contact te onderhouden. 3. Sociale inclusie van de GGZ doelgroep De GGZ-doelgroep geeft aan behoefte te hebben aan goed contact met de buurt en een eigen sociaal netwerk. Ook de GGZ -doelgroep is gebaat bij een ontmoetingsplek in de wijk om begeleiders of gelijkgestemden te spreken. Met lotgenoten en bekenden kunnen de cliënten goed praten. Om de sociale inclusie van de doelgroep verder te verbeteren, strekt het tot de aanbeveling dat zorgaanbieders bij een plaatsing in een woning met de buren in gesprek gaan, om uit te leggen hoe hun nieuwe buur reageert op de omgeving. Hiermee verhogen we de kans op sociale inclusie in de wijk.

Een sterk aanbod aan voorzieningen rondom woonvormen zoals winkels, huisarts, tandarts en horeca, bevorderen deze interactie verder. De opgave met betrekking tot inclusieve woonzorgcentra voor ouderen biedt daarnaast 14 In de Regionale veranderagenda maatschappelijke opvang en beschermd wonen 2016-2019 heeft de BW-regio vastgelegd dat ‘zo lang mogelijk zelfstandig wonen’ en ‘zo snel mogelijk zelfstandig wonen’ de uitgangspunten voor BW in de regio zijn. Enerzijd s betekent dit het voorkomen van onnodige instroom in BW; anderzijds houdt dit in dat BW ook uitstroom gericht moet zijn. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 47 koppelkansen voor de doelgroep GGZ (en VG) met betrekking tot de mogelijkheden voor dagbesteding, buurtactiviteiten en ontmoetingsplekken. 4. Een vergrootglas op de ontwikkelingen in vraag en aanbod BW Het werkveld rondom Beschermd Wone n is volop in ontwikkeling. Naast bovenstaande ontwikkelingen, moet de gemeente rekening houden met het volgende: als de centrumgemeente Zwolle - vooruitlopend op de verdere decentralisatie van BW in 2021 - inzet op een meer lokale verdeling van het aantal cliënten, dan zal er meer vraag naar BW ontstaan in de gemeente Steenwijkerland. Cliënten geven daarnaast aan graag in de eigen gemeente te blijven. Hiervoor zullen er echter niet genoeg plekken zijn, omdat er meer vraag is dan aanbod.

Vanuit de RIBW is bovendien aangegeven dat er rekening wordt gehouden met het scenario dat de migrantenpopulatie een relatief groot aandeel zal laten zien van mensen met psychiatrische klachten, waardoor de relatieve en absolute vraag naar Beschermd Wonen zou kunnen stijge n. Het strekt tot de aanbeveling dat de gemeente de ontwikkelingen t.a.v. van de vraag-aanbod balans actief blijft analyseren, zodat er een steeds scherper beeld ontstaat naar de ontwikkeling van de vraag. 6.5 Uitstroom uit Beschermd Wonen Beschermd Wonen is in principe bedoeld als tijdelijke vorm van wonen met zorg; na verloop van tijd zullen de meeste cliënten weer zelfstandig(er) gaan wonen, met meer of minder intensieve begeleiding. Hoeveel mensen naar verwachting op jaarbasis zullen uitstromen en dus op zoek moeten naar alter natieve woonruimte, is van veel factoren afhankelijk. Er is een aantal voorwaarden waaraan moet worden voldaan om de uitstroom naar zelfstandig - en begeleid wonen te bevorderen. Als aan alle essentiële voorwaarden voor het bevorderen van de uitstroom wordt voldaan, kan volg ens de aanbieders circa 15% van alle cliënten uitstromen binnen één jaar. Dit ligt in lijn met de gerealiseerde uitstroom in 2017 en 2018; dit schommelt rondom de 10 cliënten. De helft van de huidige cliënten kan tussen de twee en vijf jaar uitstromen.

Circa 35% van de cliëntenpopulatie is langdurig aangewezen op BW, en zal in de toekomst waarschijnlijk toegang krijgen tot de Wlz. Bij het huidige aantal BW-plekken (circa 65) betekent dit dat er jaarlijks gemiddeld ongeveer 10 cliënten kunnen uitstromen. Mocht het aantal BW -plekken worden teruggebracht door een groter aanbod aan ‘tussenvormen’, bijvoorbeeld door middel van een doorstromingslocatie voor kwetsbare jongeren, zal op termijn ook de jaarlijkse uitstroom lager worden. Hierna volgt een opsomming van de belangrijkste voorwaarden die uit de werksessies zijn genoemd voor het bevorderen van de uitstroom vanuit BW. • Voldoende goedkope woonruimte voor uitstromers. Het gaat hierbij om eenvoudige woonvormen variërend van zelfstandige geclusterde woonvormen, containerwoningen tot zelfstandige studio’s. Er zijn ook ‘omklapconstructies’ nodig om de overstap naar zelfstandig wonen kleiner te maken; dit zijn constructies voor woningen waarbij het huurcontract in eerste instantie nog op naam van de zorgaanbieder staat, maar cliënten na verloop van tijd zelf een huurcontract krijgen. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 48 • Goede informatievoorziening aan zorgaanbieders over mogelijkheden om aan een woning te komen via een contingentenregeling, urgentieregeling et cetera; alleen dan kunnen zij hun cli ënten goed begeleiden bij het vinden van een woning.

• Werk/dagbesteding (om terugval te voorkomen). • Intensieve ambulante onder steuning die 24 /7beschikbaar is (kan ook via beeldbellen, telefonische bereikbaarheid, samenwerking met ander zorgpartijen vanuit zorgsteunpunt); bij voorkeur is er een doorgaande lijn in begeleiding na uitstroom. • Een ‘zachte landing in de buurt ’ betekent ook dat er integrale afspraken moeten worden gemaakt met bijvoorbeeld de betrokken woningcorporatie, het wijkteam , de buren en politie ; dit geeft omwonenden de zekerheid dat er goed omgegaan wordt met eventuele signalen van overlast en draagt daarmee bij aan draagvlak en t olerantie in de buurt. Zorgaanbieders zouden ook in gezamenlijkheid kunnen werken aan voorlichting in buurten over psychiatrie ( aansluiten bij EPA - aanpak verwarde personen). • De gemeente kan afspraken maken met corporaties (via prestatieafspraken) over het beschikbaar stellen van woningen en directe bemiddeling. Zorginstellingen kunnen cliënten attenderen op tijdig inschrijven, hetgeen het aantal directe toewijzingen kan beperken. Een oproep van de zorgaanbieders aan de gemeente is ook om na te denken over (tijdelijke) oplossingen voor de groep tot 23 -jarigen die een te laag inkomen heeft om een woning te kunnen huren (aangezien zij nog geen volledige huurtoeslag krijgen) en mensen die vanwege schulden niet in staat zijn om zelfstandig hun huur op te brengen.

• Het valt voor uitstromers uit BW niet mee om contact te leggen in de buurt. Hier is een rol weggelegd voor wijkcoaches (eenzaamheid voorkomen, netwerk opbouwen). Het contact met lotgenoten kan bevorderend werken voor de sociale integratie. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 49 7 Analyse vraag en aanbod doelgroep kwetsbare jongeren In dit hoofdstuk beschrijven we de verwachte ontwikkeling van de vraag naar plekken voor kwetsbare jongeren (jeugdzorg met verblijf ) en de verwachte uitstroom vanuit deze plekken richting de woning - markt. Kinderen en jongeren die niet (meer) thuis kunnen wonen, worden over het algemeen opgevangen in pleeggezinnen of gezinshuizen. Een klein deel woont in een gespecialiseerde verblijfsvorm. Het grootste deel van de kinderen en jongeren met een beschikking voor jeugdzor g met verblijf is jonger dan 18 jaar. Een deel van de groep maakt gebruik van ‘verlengde jeugdzorg’; dit kan tot het 23 e jaar. Kinderen die in Steenwijkerland verblijven in jeugdzorg, zijn niet allemaal afkomstig uit de gemeente. Andersom geldt hetzelfde: kinderen uit Steenwijkerland worden soms ook opgevangen in andere gemeenten. Plaatsing in een pleeggezin is afhankelijk van ‘matching’. Dat kan betekenen dat een jongere in een ander deel van het land wordt geplaatst, omdat daar een geschikt gezin gevonden is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/0b8c28b4-e4c2-4cbf-8704-74bedfc2afb2?agendaItemId=f61e2206-6b5d-43d1-96b1-2610adebbb4e