10.0 Huisvestingsopgave wonen en zorg.pdf
Tekst van het document
Huisvestingsopgave Wonen en Zorg Gemeente Steenwijkerland 23 mei 2019 Eindrapport DATUM 23 mei 2019 TITEL Huisvestingsopgave Wonen en Zorg ONDERTITEL Onderzoek naar vraag en aanbod voor wonen en zorg OPDRACHTGEVER Gemeente Steenwijkerland AUTEUR(S) Bas de Ruigh Martin Bleijenburg PROJECTNUMMER 1708.106/G STATUS Eindrapport 1 Inhoud 1 Inleiding 2 2 Managementsamenvatting 5 2.1 Kwantitatieve opgaven 5 2.2 Beleidsopgaven 7 3 Contouren Uitvoeringsprogramma 10 3.1 Input voor uitvoeringsprogramma 10 3.2 Algemene aanbevelingen 11 4 Ouderen 13 4.1 Woonwensen en woonvormen 13 4.2 De woonvraag van ouderen 17 4.3 Aanbod woonvormen 23 4.4 Opgaven beleid en huisvesting 24 5 Verstandelijk beperkten (VG) 32 5.1 Woonwensen en woonvormen 32 5.2 Woonvraag van verstandelijk beperkten 34 5.3 Aanbod woonvormen 35 5.4 Opgaven beleid en huisvesting 36 6 Cliënten geestelijke gezondheidszorg (GGZ) 39 6.1 Woonwensen en woonvormen 39 6.2 Vraag naar Beschermd Wonen 41 6.3 Aanbod woonvormen 43 6.4 Opgaven beleid en huisvesting 43 6.5 Uitstroom uit Beschermd Wonen 47 7 Analyse vraag en aanbod doelgroep kwetsbare jongeren 49 7.1 Woonwensen en woonvormen 49 7.2 De kwetsbare groep jongeren 49 7.3 Opgaven beleid en huisvesting 51 8 Uitstroommogelijkheden op de reguliere markt 53 Bijlagen 56 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 2 1 Inleiding Mensen die zorg of ondersteuning nodig heb ben, wonen s teeds
vaker zelfstandig thuis. De gemeente Steenwijkerland wil zich er samen met zorgaanbieders en corporaties voor inspannen om zelfstandig thuis wonen voor zoveel mogelijk mensen (zowel woningeigenaren als huurders) mogelijk te maken. Langer zelfstandig thuis wonen stelt eisen aan de woningvoorraad én aan de beschikbare zorg en ondersteuning. Een deel van de bestaande woningvoorraad is op dit moment (nog) niet geschikt voor ouderen of mensen met een ondersteuningsvra ag. Daarnaast is er behoefte aan moderne (geclusterde) woonvormen die aansluiten op de huidige woonwensen van de inwoners . Om in te spelen op deze behoefte, is zowel nieuwbouw als transformatie van het bestaande vastgoed vereist. Deze ontwikkelingen vragen om een (her)oriëntatie op het bestaande aanbod van wonen met zorg. In het coalitieakkoord 2018 - 2022 ‘Door verbinding naar resultaat’ zet de gemeente Steenwijkerland sterk in op het bevorderen van een inclusieve samenleving, waarbij er passend woon -, ondersteunings- en zorgaanbod wordt ontwikkeld voor de verschillende zorgdoelgroepen. Door middel van het woning - marktonderzoek uit 2016 heeft de gemeente globaal kwantitatief in beeld gebracht hoe de vraag naar wonen met zorg zich in de periode tot 2025 ontwikkelt. Verder zijn er drie pilotprojecten ‘inclusief wonen’ gestart met een aantal ketenpartners.
Maar er wordt een gebrek ervaren aan inzicht in de huisvestingsopgave. Vragen als ‘wat is precies de mismatch?’, ‘wat is een passende aanpak?’ en ‘hoe komen we tot een afwegingskader voor huisvestingsinitiatieven wonen en zorg?’ worden nog on - voldoende beantwoord. In de woonvisie 2017 - 2021 wordt onderstreept dat er behoefte is aan een nadere kwalitatieve uitwerking van de huisvestingsopgave. Aan welke hui svestingsvormen is behoefte, maar ook: wat is nodig op het gebied van dagbesteding, faciliteiten voor ontmoeten en zorginfrastructuur om zelfstandig wonen mogelijk te maken? De hoofdvraag is hoe de (verwachte) vraag naar en het huidige aanbod aan wonen voor verschillende zorgdoelgroepen zich tot elkaar verhouden.
Deze vraag valt uiteen in drie deelvragen: - Hoeveel woningen (of kamers) zijn er jaarlijks nodig voor mensen die uit stromen vanuit een zorginstelling? - Hoeveel ‘plekken’ zijn er op enig moment nodig om te voldoen aan de vraag van mensen die vanwege hun (toekomstige) zorgvraag in een geclusterde woonvorm moeten wonen, en hoe verhoudt dit zich tot het huidige aanbod? - Welke kwantitatieve en kwalitatieve opgaven volgen er uit de balans tussen de vraag van mensen met een (toekomstige) zorgvraag en het huidige aanbod aan wonen met zorg? De resultaten van dit onderzoek dienen als input voor de woningbouwprogrammering van d e gemeente Steenwijkerland, voor afspraken over de toewijzing van sociale huurwoningen aan doelgroepen die zorg nodig hebben en voor afspraken tussen zorgaanbieders en vastgoedeigenaren over de realisatie van woonzorgvastgoed. Bij het maken van die afsprak en is ook een rol weggelegd voor het zorgkantoor . Daarmee fungeert dit rapport ook als een plan van aanpak op hoofdlijnen als aanzet voor het uitvoeringsprogramma dat hierna wordt opgesteld door de gemeente en haar partners.
Verantwoording Op basis van ge gevens over het huidig zorggebruik van verschillende doelgroepen en demografische prognoses is een eerste inschatting gemaakt van de toekomstige vraag naar verschillende vormen van 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 3 wonen met zorg en van de jaarlijkse vraag naar woonruimte voor mensen die u itstromen uit een zorg - instelling. Begin 2019 is een aantal werksessies gevoerd met zorgaanbieders, gemeente en corporaties om te bespreken welke trends en ontwikkelingen volgens deze partijen van invloed zullen zijn op de lokale vraag naar woonvormen. Het gaat dan om de gevolgen van nieuw beleid, maar bijvoorbeeld ook om technologische ontwikkelingen en de ontwikkeling van nieuwe woonconcepten. De opbrengst van deze bijeenkomsten is gebruikt om de prognoses nader uit te werken tot scenario’s die aansluiten bij de lokale praktijk. Dit onderzoek is uitgevoerd met inzet van zorgaanbieders, gemeente, corporaties en zorgkantoor. De voorlopige resultaten zijn voorgelegd aan en besproken met een klankbordgroep van betrokken partijen. We kunnen dan ook stellen dat de resultaten breed gedragen worden in het netwerk. Afbakening Wij richten ons in dit onderzoek op de specifieke woonbehoefte van mensen met een (toekomstige) zorgvraag.
We hebben het daarbij voor namelijk over mensen met een relatief zware zorgvraa g, die leidt tot een specifieke woonbehoefte. Omtrent de ouderenzorg worden ook mensen met een toekomstige zorgvraag of met een behoefte aan ondersteuning en sociale interactie meegenomen in het onderzoek. Bij het bepalen van de vraag naar plekken voor zorg met verblijf gaat het veelal om mensen met een indicatie voor Wlz -zorg1. Waar mogelijk op basis van de beschikbare gegevens, beschrijven we ook de vraag van mensen die zorg of ondersteuning vanuit de Wmo en/of Zvw krijgen en een specifieke woonvraag hebben die samenhangt met hun zorgbehoefte. De focus ligt in dit onderzoek op de woonvraag die samenhangt met die behoefte aan zorg en onder- steuning. Om die reden hanteren we in dit rapport niet het in de zorgwereld gebruikelijke onderscheid tussen intramurale en extramurale zorg (dit zegt immers vooral iets over de financiering van de zorg, en niet zozeer over de verschijningsvorm van het vastgoed) , maar tussen geclusterde woonvormen en regulier wonen. Mensen met een zware zorgvraag wonen meestal in een geclusterde woonvorm, maar het is soms ook mogelijk om in een reguliere woning intensieve zorg te ontvangen (bijvoorbeeld met een Volledig Pakket Thuis).
Andersom komt het ook voor (met name bij ouderen) dat mensen zonder zware zorgvraag er toch voor kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen (bijvoorbeeld een serviceflat). Bij een aantal doelgroepen hanteren we ook de term ‘gespikkeld wonen’. Dit zijn reguliere, niet-geclusterde woningen die liggen in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding geboden wordt. Doelgroepen We spreken in dit rapport over ‘doelgroepen’, zoals ouderen, mensen met een verstandelijke beperking of jeugdigen. In praktijk blijkt de grens tussen deze doelgroepen niet altijd zo scherp te trekken als de ze termen suggereren. Een jongere die wordt opgevangen in een jeugdzorginstelling heeft soms ook een (licht) verstandelijke beperking, een bewoner van een Beschermd Wonen instelling (GGZ) soms ook. Het komt dan ook regelmatig voor dat in één en dezelfde geclusterde woonvorm mensen wonen die - afgaande op hun indicatie - tot verschillende doelgroepen behoren. Bij het opstellen van prognoses hebben we informatie over de huidige indicaties als uitgangspunt genomen en dus aparte ramingen gemaakt per ‘doelgroep’. Bij het analyseren van de huisvestingsopgave is het vervolgens van belang om ook doelgroepoverstijgend te kijken, en aandacht te hebben voor de mogelijkheden die er zijn om mensen vanuit verschillende financieringsregimes samen te huisvesten. 1 Wet Langdurige Zorg.
Zie bijlage 2 voor een lijst met afkortingen, begrippen en definities. Bijlage 3 biedt een nadere toelichting op de inrichting van het Nederlandse zorgbestel. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 4 Leeswijzer Dit rapport begint met een samenvatting van de belangrijkste bevindingen: de verhouding tussen vraag en aanbod aan woningen voor verschillende zorgdoelgroepen en een aantal aanbevelingen voor het vervolg. Hoofdstuk 3 bevat de aanzet voor het uitvoeringsprogramma. In de volgende hoofdstukken ( 4 tot en met 8) behandelen we steeds de verwachte vraagontwikkeling van één doelgroep, om af te sluiten met de mogelijkheden tot uitstroom op de reguliere markt: - Hoofdstuk 4. Ouderen - Hoofdstuk 5. Verstandelijk beperkten - Hoofdstuk 6. Geestelijke gezondheidszorg (ggz) - Hoofdstuk 7. Jeugdzorg-met-verblijf - Hoofdstuk 8. Uitstroommogelijkheden op de reguliere markt In de bijlagen geven we relevante achtergrondinformatie over de kernenindeling (bijlage 1), het huidige aanbod per doelgroep (bijlage 2 ), gebruikte afko rtingen en definities (bijlage 3 ), de organisatie en bekostiging van de zorg in Nederland, inclusief uitleg over de gehan teerde zorgindicaties (bijlage 4 ) en historische gegevens over het zorggebruik in Steenwijkerland per doelgroep (bijlage 5).
Bijlage 6 bevat een overzicht van de aannames die zijn opgesteld tijdens de werksessie en gebruikt zijn als basis voor de vraagprognoses ouderenzorg. Bijlage 7 ten slotte geeft een toelichting op de ‘doorzonscan’ die is gebruikt om de geschiktheid van de bestaande woningvoorraad voor ouderen vast te stellen. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 5 2 Managementsamenvatting 2.1 Kwantitatieve opgaven In dit onderzoek is gekeken hoe de (verwachte) vraag naar wonen met zorg zich verhoudt tot het huidige aanbod voor verschillende zorgdoelgroepen. In deze paragraaf vatten we de huisvestingsopgave kort samen. In de navolgende paragraven worden de beleidsopgaven gegeven per doel groep. De onderstaande grafiek geeft een totaaloverzicht van de kwantitatieve opgaven, die opgesteld zijn op basis van ontwikkelingen in demografie, beleid en trends zoals besproken in dit ond erzoekstraject. • Met name in de ouderenzorg zullen - deels op termijn - tekorten gaan ontstaan voor de meeste woonvormen: o De intramurale capaciteit voor mensen met een psychogeriatrische (PG) z orgvraag is momenteel goed in balans met slechts een tekort van 5 plekken. Dit tekort zal oplopen tot 55 plekken in 2028 en 165 plekken in 2038.
1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 6 o Voor mensen die afhankelijk zijn van 24 -uurszorg bij somatische klachten (intramurale capaciteit somatische zorgvraag) bestaat er nu al een tekort van 60 woningen. Dit tekort loopt op tot 85 woningen in 2028 en tot 165 woningen in 2038. o Voor mensen die geen intramurale indicatie (zorg met verblijf) ontvangen maar wel behoefte hebben aan geclusterd wonen, eventueel gepaard gaande met lichte zorg bestaat er momenteel een overschot van 490 woningen. Daarbij geldt echter dat veel van de besta ande complexen nog te weinig ingericht zijn op mensen met een toenemende zorgvraag. Geleidelijk ontstaat er een tekort (met als omslagpunt rond 2033) van 150 woningen in 2038. o In de komende jaren kan er een tekort ontstaan aan geschikte woningen voor ouderen: in 2038 zijn er immers ca. 30 0 75+ huishoudens meer dan het huidige aantal levensloopgeschikte woningen in de gemeente. Daarnaast woont een groot deel van de ouderen momenteel niet in een geschikte woning. In deze vraag kan worden voorzien door nieuw bouw, maar belangrijker zijn woningaanpassingen van woningen die nu nog niet geschikt zijn, maar wel geschikt te maken zijn. • Voor de meeste andere sectoren wordt geen sterke groei van de vraag verwacht.
Afhankelijk van welk scenario voor de prognose het meest aannemelijk wordt geacht, zullen hier bescheiden tekorten of overschotten gaan ontstaan: o De capaciteit van geclusterd en gespikkeld wonen voor verstandelijk gehandicapten is momenteel in balans. De doelgroep wordt geleidelijk iets kleiner en dit leidt tot een overschot van circa 5 woningen in 2028 en in 2038. o Wij raden aan dat de gemeente rekening houdt met een tekort aan 15 woningen in de komende 20 jaar voor mensen met een behoefte a an geestelijke gezondheidszorg (Beschermd Wonen), door een verdere decentralisatie van het Beschermd Wonen in 2021. Momenteel is nog sprake van een licht overschot . De mate waarin dit tekort zal ontstaan is sterk afhankelijk van de ontwikkelingen in het werkveld. o In de komende jaren zal er een jaarlijkse uitstroom plaatsvinden uit het Beschermd Wonen van circa 10 mensen op de reguliere woningmarkt. Dit zorgt voor eenzelfde vraag naar goedkope huurwoningen (tot kwaliteitskortingsgrens). o Zorgaanbieders geven aan dat circa 15 kwetsbare jongeren nu niet aan woonruimte kunnen komen. Dit tekort blijft de komende jaren bestaan en wordt bij de beleidsopgaven verder toegelicht. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 7 2.2 Beleidsopgaven Ouderen Hieronder zijn de belangrijkste beleidsopgaven op een rij gezet, met de voornaamste actiehouders: Beleidsopgave ouderen Actiehouder 1.
Realiseer kleinschalige woonvormen met gemeenschapszin • Gemengd wonen is daarbij een kans voor meer informele zorg, sociale cohesie en het dragen van exploitatielasten 2. Bewerkstelligen van inclusieve woonzorgcentra met: • Respijtzorg voor mantelzorgers • Toegankelijke ontmoetingsruimte (buiten of binnen) • Centraal punt voor wijkverpleging en thuiszorg • Publiek-private aanpak met aanjagers 3. Meer bewustwording creëren over het langer zelfstandig thuis wonen • Keuzemogelijkheden wonen en zorg inzichtelijk maken • Zorgprofessionals gaan het gesprek aan met het sociale netwerk van de cliënt over de informele zorgverlening • Voorlichtingen organiseren (bijvoorbeeld in de supermarkt of met een beurs) 4. Een toegankelijke woonomgeving • Aanpassingen voor ouderen in de openbare ruimte • Voorzien in ontmoetingsplekken in de woonomgeving 5. Gerichte inzet op technologie • Een uitleenservice voor kleine technologische oplossingen • Scholing met betrekking tot technologie voor medewerkers bij zorgaanbieders • Samenwerkingsverbanden tussen zorgaanbieders en technisch onderwijs 6. Let op de belasting van de mantelzorger • Inzetten op verstevigen van sociaal netwerk rondom mantelzorger • Bieden van respijtzorg aan huis 7.
Ruimte voor tijdelijke opvang • Gezamenlijke locaties voor eerstelijnsverblijf en respijtzorg Gemeente Corporaties Zorgaanbieders Gemeente Corporaties Zorgaanbieders Gemeente Zorgaanbieders Gemeente Gemeente Zorgaanbieders Gemeente Zorgaanbieders Zorgaanbieders 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 8 Verstandelijk beperkten Hieronder zijn de belangrijkste beleidsopgaven op een rij gezet, met de voornaamste actiehouders. Verstandelijk gehandicapten Actiehouder 1. Transformeren en moderniseren van bestaand vastgoed • Kleinschalige woonvormen waar cliënten een eigen appartement hebben met voorzieningen en een gezamenlijke ontmoetingsruimte • Gemengd wonen is daarbij een kans voor meer informele zorg, sociale cohesie en het dragen van exploitatielasten • Gespikkelde woningen in nabijheid van bestaande locaties realiseren 2. Uiteenlopende zorgvraag vraagt om flexibel bouwen • Woningen moeten geschikt zijn voor een veranderende zorgzwaarte 3. Garantie op wonen voor groepen die buiten de boot vallen • Mensen - die door de toegangseisen niet terecht kunnen bij een woonvorm - eerst plaatsen en dan financiën of garantie regelen • Financieringsafspraken tussen gemeente (Wmo), zorgkantoor (Wlz), centrum- gemeente (BW) en jeugdzorg-regio (Jeugd) voor ‘rommelpotje’ aan financiën • Regionale opvanglocaties voor de LVB-groep die kwalitatief goed aansluiten op zorgvraag 4.
Informatie uitwisselen over wachtlijsten • Dubbele aanmeldingen uit de wachtlijst halen Zorgaanbieders Corporaties Gemeente Projectontwikkelaars Corporaties (Centrum) gemeente Zorgkantoor Jeugdzorgregio Zorgaanbieders VG, GGZ en Jeugd Corporaties Zorgaanbieders VG, GGZ en Jeugd GGZ-doelgroep Hieronder zijn de belangrijkste beleidsopgaven op een rij gezet, met de voornaamste actiehouders: Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) Actiehouder 1. Realiseer een divers aanbod aan (tussen)woonvormen die aansluiten op uiteenlopende vraag rondom BW • Betaalbare woningen (met variatie in woningtype) voor de uitstroom • Tijdelijke overbrugging van de huur voor jongeren • Doorstromingsconcept met toezicht voor jongeren 2. Flexibel op- en afschalen van begeleiding • Omklapconstructies voor woningen om transities te versoepelen • Beschermd thuis realiseren voor het weer thuis wonen • Domotica als hulp bij het afschalen van begeleiding 3. Sociale inclusie van de GGZ doelgroep • Ontmoetingsruimte in de wijk en voorzieningen in de buurt • Gesprek met de buren bij plaatsing in een woning • Inclusieve woonzorgcentra ouderen bieden koppelkansen 4.
Een vergrootglas op de ontwikkelingen in vraag en aanbod BW • Werkveld is enorm in beweging • Decentralisatie van BW in 2021 kan leiden tot een stijgende vraag • Een hoge mate van psychiatrische problematiek onder de migrantenpopulatie kan eveneens leiden tot een stijging Gemeente Zorgaanbieders Corporaties Corporaties Zorgaanbieders Gemeente Zorgaanbieders Gemeente Corporaties Zorgaanbieders 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 9 Kwetsbare jongeren Hieronder zijn de belangrijkste beleidsopgaven op een rij gezet, met de voornaamste actiehouders: Uitstromers op de reguliere woningmarkt Actiehouder 1. Doorstroming na de Jeugdzorg • Gemengd, sociaal en doorstromingsgericht woon-werkconcept • Alternatieve woonruimte: voormalige kantoorpanden of verzorgingshuizen 2. Kamertrainingsplekken voor jongeren • Voorzien in de behoefte aan eigen woonruimte onder uitstromers en thuiswonenden 3. Verruimen verlengde jeugdzorg • Verkleinen van kans op rondzwerven en escalatie van problematiek Gemeente Corporaties Gemeente Corporaties Zorgaanbieders Gemeente Corporaties Zorgaanbieders Uitstroommogelijkheden naar goedkoop aanbod voor kwetsbare groepen Hieronder zijn de belangrijkste beleidsopgaven op een rij gezet, met de voornaamste actiehouders: Uitstromers op de reguliere woningmarkt Actiehouder 1. Uitstroom garanderen • Prestatieafspraken over de huisvesting van uitstromers 2.
Let op de spreiding om sociale inclusie te waarborgen • Aandacht voor de kansen op lokale woningmarkt 3. Let op de tijdelijke woonruimte • Anticipeer op de sloop van de Vijverhof Gemeente Corporaties Gemeente Corporaties Gemeente Corporaties 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 10 3 Contouren Uitvoeringsprogramma 3.1 Input voor uitvoeringsprogramma In een workshop met een grote groep aanbieders op 28 februari jongstleden zijn de meest kansrijke acties/projecten benoemd die op korte termijn kunnen worden opgepakt. Deze meest kansrijke opgaven zijn groen gearceerd. In dit hoofdstuk vatten wij de opgaven en acties samen in een handzaam overzicht, dat samen met de corporaties, zorgaanbieders, ontwikkelaars en andere ketenpartners kan worden uitgewerkt in actiehouders en jaarschijven. De acties en projecten zijn onderscheiden naar de hoofdthema’s wonen, woonomgeving en zorg en ondersteuning. Aanvullend aan de reeds geselecteerde projecten en acties bieden de opgaven zoals die beschreven zijn in de managementsamenvatting een basis voor de concretisering van een uitvoeringsprogramma. Die kunnen op programmatische wijze worden geprioriteerd en aangevuld aan onderstaand schema. Wonen Actiehouder Jaarschijf 1. Kansen bestaand vastgoed op transformatiemogelijkheden (analoog aan programma WWZ038 in Zwolle en Kampen) 2.
Beginnen met transformatieopgave ouderen: • Zonnekamp transformeren (Woonzorg NL en Noorderboog): - Het vervullen van een wijkfunctie - Inzetbaar voor meerdere doelgroepen 3. Inzet op technologie • Hogere efficiëntie en meer comfort 4. Goedkope woningen BW-uitstroom en Jeugd • Besparen op BW door te investeren in goedkope woningen ter bevordering doorstroming • Bij voorkeur in bestaande (woon)gebouwen (voorbeeld Vredeburg) of door wijzigen doelgroepen label • Het verzamelen en leren van ‘best practices’ • Afspraken maken in prestatieafspraken 5. Gemeente ondersteunt met bestemmingsplannen en bundelen financiering Allen WoonzorgNL Noorderboog Frion ZONL ZONL Corporaties Gemeente Gemeente Zorgkantoor 2019 Woonomgeving Actiehouder Jaarschijf 6. Inzetten op het versterken van het eigen sociale netwerk • Vraagverlegenheid tegengaan m.b.t. informele zorg 7. Een groene, veilige en toegankelijke leefomgeving • Een gezamenlijk balkon of tuin • Goed nadenken over inrichting (interactie en routing) • Toegankelijk en aantrekkelijk voor de buurt 8. Sociale interactie stimuleren • Ontmoetingsplekken met een buurtfunctie realiseren • Buurt betrekken (inclusieve wijk) 9.
Door een ‘nulmeting’ (burgerpeiling) woonomgeving te organiseren, kunnen we gerichter sturen op interventies in de woonomgeving en aansluiting vinden met wenselijke locaties Sociaal werk Cliëntorganisaties Gemeente Corporaties Huurdersorganisatie Sociaal werk Cliëntorganisaties Gemeente Sociaal werk Cliëntorganisaties 2019 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 11 Zorg en ondersteuning Actiehouder Jaarschijf 10. Zorg beweegt mee met de cliënt • Mogelijkheid tot omklappen van huurcontract bewoner • Beschikbare goedkope woningen voor begeleid wonen, bij voorkeur uit de bestaande voorraad 11. Zorgorganisaties vervullen rol in inclusieve wijk (3 pilots in Steenwijk, Vollenhove en Wanneperveen: aansluiten bij en voortborduren op bestaande initiatieven) 12. Begeleiding thuis voor PG-doelgroep beter laten aansluiten op behoefte (ook voor mantelzorger) RIBW, Zes op Maat, gemeente, corporaties, Humanitas DMH Sociaal werk, Dagelijks Leven, ZONL Herbergier, Noorderboog Om voornoemde punten te realiseren, is een planmatige werkwijze nodig met partners die daarover commitment hebben uitgesproken. Stel een programmagroep samen die de taak op zich neemt om de geselecteerde acties en projecten op te pakken. In aanvulling daar op kan de programmagroep de aanbevelingen uit de managementsamenvatting prioriteren, faseren en realiseren.
De programmagroep neemt per periode een deel van voornoemde punten voor z’n rekening en levert de resultaten ervan periodiek op aan de bestuurders van de deelnemende organisaties. 3.2 Algemene aanbevelingen Monitoring Deze rapportage laat zien binnen welke bandbreedtes de woonvraag van verschillende doelgroepen zich in de komende jaren zal kunnen ontwikkelen. Er zijn verschillende scenario’s uitgewerkt op basis van de input die zorgaanbieders en huisvesters hebben geleverd in een aantal werksessies. Om steeds beter grip te krijgen op de werkelijke ontwikkeling van de vraag en de maatschappelijke trends die daar invloed op uitoefenen, is het zaak dat de aanbieders periodiek (minimaal eens per drie jaar) dergelijke werkses sies met elkaar blijven organiseren om te toetsen in hoeverre eerdere aannames nog kunnen worden gehandhaafd en of en in welke mate daarop moet worden genuanceerd. Naar aanleiding van de geactualiseerde vraagprognose kan telkens de match met het beschikbar e aanbod worden getoetst. Binnen de monitoring is speciale aandacht nodig voor mogelijke verdringingseffecten op de woningmarkt. Het aantal beschikbare goedkope huurwoningen in Steenwijkerland is klein in relatie tot het aantal woningen dat nodig is om u itstromers uit verschillende soorten instellingen en nieuwe, instromende zorgvragers te kunnen huisvesten.
Er dient daarom regelmatig te worden gemonitord hoe de beschikbaarheid van woningen voor de (zorg)doelgroepen in de sociale huurmarkt zich voltrekt, als basis voor specifieke prestatieafspraken tussen gemeente en corporaties om de beschikbaarheid van woningen in de verschillende prijssegmenten te waarborgen. Vragen die daarbij prominent aan bod moeten komen, zijn: - Hoe ontwikkelt de beschikbaarheid van woningen onder de vigerende huurtoeslaggrenzen zich voor de doelgroepen die de corporaties bedienen? Hierbij gaat bijzondere aandacht uit naar woningen onder de kwaliteitskortingsgrens, omdat dit aanbod slechts mondjesmaat beschikbaar is. - Is er sprake van verdringing op de woningmarkt door specifieke zorgdoelgroepen ten nadele van andere woningzoekenden en zo ja, in welke mate? 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 12 Experimenteer en stel bij Op basis van dit onderzoek is niet te zeggen hoe de woningvraag van uitstromers zich exact zal verdelen over geclusterde woonvormen dan wel reguliere woningen. Het is daarom verstandig om de komende jaren (waarin de omvorming van met name Beschermd Wonen zal moeten plaatsvinden) te gebruiken om te experimenteren met verschillende woonvormen, onder meer als alternatief voor een deel van de huidige BW-plekken.
Wij adviseren daarom te bekijken waar het mogelijk is om BW -wooneenheden ‘om te klappen’ en de kansen te benutten die zich voor doen in bestaand zorgvastgoed - zowel vastgoed dat nu gebruikt wordt voor Be schermd W onen als vastgoed dat nu voor a ndere doelgroepen wordt ingezet - voor het ontwikkelen van geclusterde woonvormen voor begeleid wonen. Monitor vervolgens naar welk type woonvorm de meeste vraag blijkt te bestaan, zodat er voor de hierop volgende ja ren een goed aanbod kan worden ontwikkeld. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 13 4 Ouderen Lang niet alle ouderen ( 65-plussers) hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifiek soort woning vanwege die zorgvraag. Verreweg de meeste ouderen (94%) wonen thuis, zo blijkt uit de Monitor Zorg voor ouderen 2018 van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Veel ouderen zijn daarbij niet afhankelijk van langdurige zorg en ondersteuning. Ook van de 85-plussers woont 70% nog thuis. Daarnaast wonen steeds meer ouderen langer thuis. Dit geldt ook voor de 85-plussers, die dat vaak met ondersteuning vanuit de wijkverpleging doen. In dit hoofdstuk gaan wij in op de woonvraag van twee groepen ouderen: - De ouderen die vanwege hun gezondheidssituatie een beroep doen op Wlz-zorg. Dat betekent dat zij ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling.
Het gaat om mensen die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. De meeste van deze mensen wonen in een verpleeghuis of verzorgingshuis. - Daarnaast gaan wij in op de woonvraag van ouderen met een lichtere zorgvraag: welk deel van hen zal een beroep doen op een geclusterde woonvorm, en welk deel zal (blijven) wonen in een (al dan niet aangepaste) reguliere woning? 4.1 Woonwensen en woonvormen Bij klantenpanels voor ouderen en mantelzorgers hebben we de kwalitatieve woonbehoefte opgehaald. In de panels is besproken wat men belangrijk vindt aan de woning, de woonomgeving en zorg en ondersteuning, om langer zelfstandig wonen mogelij k te maken. Dit heeft geleid tot de volgende wensbeelden. Wensbeeld woning • De ouderen in Steenwijkerland wonen veelal prettig in de eigen woning en woonomgeving. Met woningaanpassingen en de scootmobiel is het langer thuis wonen volgens de ouderen goed mogelijk, mits ouderen hier zelf tijdig op anticiperen. Maar niet elke woning is (potentieel) levensloopgeschikt of heeft een ligging nabij voorzieningen. Een deel van de ouderen heeft hierdoor een verhuiswens en zoekt een levensloopgeschikte woning. De gewenste woonplaats of het woningtype van ouderen lopen sterk uiteen. Het is persoonsafhankelijk of men de reuring van de stad, de rust van het dorp of een hofjeswoning wenst.
Daarnaast is de gezondheid van de partner een belangrijke reden om wel of niet te verhuizen. • Een geschikte woning moet gelijkvloers zijn zonder enige drempels. Het is wenselijk dat er bij nieuw- bouw of renovatie rekening wordt gehouden met verschillende mogelijke zorgsituaties. • Daarbij is het belangrijk om een ruime badkamer te hebben waarbij gemakkelijk woningaanpassingen (tillift) kunnen worden gerealiseerd. Veel woningen in Steenwijkerland beschikken nu over te kleine badkamers voor deze doelgroep, waardoor een verhuizing eerder een noodzaak wordt. Een tweede toilet is gewenst om gasten een aparte wc te kunnen aanbieden; het scheiden van zorg en privé. Een kleine tweede slaapkamer op de begane grond is gewenst als gastenverblijf en om de forse documentatie omtrent de (mantel)zorg te bewaren. Een tuin met een overkapping of open en groen uitzicht vanuit de woonkamer geeft daarnaast rust en gemeenschapsgevoel. Ondersteuning in het onderhoud van de tuin is wenselijk. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 14 • Op financieel vlak zien we een duidelijke tweedeling onder ouderen in het klantenpanel . Er is een groep die een sociale huur van maximaal € 600 tot € 700 kan betalen voor een seniorenwoning. Een andere groep heeft veel vermogen in hun bestaande (vrijstaande) woning zitten.
Dit vermogen willen zij herinvesteren in een levensloopgeschikte koopwoning, die zij mogelijk zelf gaan realiseren. De variatie in persoonlijke woonwensen en financiën maken het des te meer belangrijk om diversiteit te bieden in het aanbod aan seniorenwoningen. Dit betekent dat er keuzevrijheid moet bestaan tussen thuis wonen en verschillende soorten ge clusterd wonen. De PG -cliënten met zware zorg zijn altijd aangewezen op een gesloten instelling. Wensbeeld woonomgeving • De ouderen geven aan dat h et contact met de buurt doorgaans goed verloopt in de gemeente. De ouderen zijn gehecht aan de eigen buurt. Daarbij wordt het wonen naast jongere buren als erg prettig ervaren. Het gemengd wonen wordt gezien als een uitkomst voor ouderen met een beperkter sociaal netwerk of financieel budget om informele zorg te verkrijgen: ouderen die oppassen op buurkinderen en jongeren die ook de boodschappen voor de buurvrouw of buurman halen. • Gemengd wonen bevordert ook het gemeenschapsgevoel en geeft de oudere een plek in het sociaal weefsel. Momenteel bestaan er in Steenwijkerland veel seniorencomp lexen waar alleen ouderen wonen. De ouderen vinden het aanbod aan gemengd wonen en het hofjeswonen nu te gering en zien hier graag meer aanbod in komen. Hiermee kan men tevens voorzien in de woningbehoefte onder jongeren.
• Een groter aanbod aan in - of aan leunwoningen bij een woonzorg locatie biedt uitkomst voor de semizelfstandige oudere. Hierbij behouden zij hun zelfstandigheid, maar maken zij wel aanspraak op de gemeenschap, activiteiten en de sociale cohesie binnen deze locatie. • In de geclusterde woonvor men wensen ouderen ruimtes voor gemeenschappelijke activiteiten , die daarbij ook een buurtfunctie kunnen vervullen. De Landerijen in Oldemarkt staat bekend als een goed voorbeeld voor geclusterd wonen, waar mensen met een lichtere zorgvraag goed zouden kun nen wonen. Er bestaat hier reuring en beweging door de aanwezigheid van veel activiteiten en inzet van vrijwilligers die als gezellig worden ervaren. Daarmee heeft dit complex een buurtfunctie gekregen. Dat is erg wenselijk aangezien dit juist de plekken z ijn waar mensen niet zo mobiel zijn en dan toch de interactie met de buurt vinden. Vanwege deze goede reputatie trekt de Landerijen zelfs mensen uit omliggende kernen naar Oldemarkt toe. • Een gemeenschappelijke ruimte is echter geen garantie op sociale coh esie. In De Perelaar ontstaat deze binding niet, omdat bewoners elkaar onderling niet steunen . Een centrale aansturing van het gebruik van de ruimte kan helpen om de sociale cohesie wél te verbeteren. • De afstand tot voorzieningen moet te belopen zijn of te overbruggen met gebruik van de scootmobiel.
De nabijheid tot voorzieningen speelt nadrukkelijk in de kernen, maar ook in Steenwijk zijn er bepaalde wijken waarin weinig voorzieningen in de nabijheid zijn. • De ouderen achten het niet realistisch om senio renwoningen te realiseren in kleine geïsoleerde kernen en in het buitengebied vanwege het gebrek aan voorzieningen . Deze kernen beschikken echter wel over veel lokale identiteit en zorgen ervoor dat de plaatselijke belangen goed geregeld worden. Het minimum aan voorzieningen en ondersteuning is in deze dorpen daarom wel aanwezig. • Oude boeren vormen een kwetsbare groep die kan gaan vereenzamen. Het is goed om aandacht voor deze groep te hebben. Zij krijgen hun woning moeilijk verkocht en zijn daardoor meer gericht op het verzorgingshuis als ‘laatste station’. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 15 Wensbeeld zorg en ondersteuning • De thuiszorg, huishoudelijke hulp en wijkverpleging kan overal geleverd worden, zowel in de instellingen als bij de mensen thuis. Men is te spreken over de kwaliteit van deze vormen van zorg en ondersteuning. Door de geografische verspreiding van kernen in Steenwijkerland is het voor zorgaanbieders echter wel lastig om alle mensen goed en snel te bereiken. In sommige gevallen is de boot nodig om ter plaatse te komen. De loketten en wegen naar de thuiszorg zijn bekend onder de ouderen.
Een kritische noot is dat er weinig tijd per cliënt beschikbaar lijkt te zijn. De verwachting is dat dit beter zal gaan worden door recent versoepelde administratieve regelgeving. • De ouderen geven aan dat er nog stappen kunnen worden gezet in het toepassen van technologie in de zorgverlening. Het inzetten van videoschermen voor de thuiszorg kan op termijn helpen bij het scheppen van dagelijkse contactmomenten en het toezien op gebruik van medicatie. • De ouderen geven aan dat een aanzienlijk groep ouderen in de gemeente nog niet goed op de hoogte is van de eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden omtrent het wonen met zorg in de huidige tijd. De Wmo -regelingen voor woningaanpassingen zij n bijvoorbeeld flink ve randerd: d e kleine aanpassingen zijn verkrijgbaar bij winkels zoals de Blokker. De Wmo-regeling is nu vooral beschikbaar voor de grote aanpassingen zoals een til- of traplift. Een goede manier om hierover bewustwording te creëren is door kleinschalige voorlichtingen te organiseren in supermarkten. Dit is namelijk een ontmoetingsplek die iedereen aandoet. Het Seniorenplatform heeft daarnaast een ‘Blijf Mobiel’ beurs georganiseerd over woningaanpassingen, die goed bezocht werd en duidelijk voorzag in een behoefte. Het is wenselijk dat z orgaanbieders en de gemeente on dersteuning bied en aan de organisatie van dergelijke initiatieven.
• Er liggen kansen in de informele zorgverlening bij een lichtere zorgvraag. Met een sterk sociaal netwerk kan informele zorg van een buur, vriend of familielid tijdelijke periodes van slechtere gezondheid helpen te overbruggen, bijvoorbeeld na een medisch-specialistische ingreep. • De mantelzorg onder echtparen is zeer intensief voor de partner op leeftijd; het betreft 24-uurszorg- verlening. Mantelzorg v ereist naast huishoudelijk hulp ook veel coördinatie van de zorg vraag die dagelijkse aandacht vereist. Deze zware belasting ondergaan mantelzorgers soms in stilte. Het is goed om het ‘ondersteunend systeem’ af en toe bij elkaar te roepen om de situatie te bespreken in een MDO (multidisciplinair overleg). Deze besprekingen zijn lastig omdat het soms taboe onderwerpen betreft en mantelzorgers hun sociaal netwe rk (kinderen en vrienden) ook niet willen overbelas ten. Er bestaat een nadrukkelijk e drempel om véél informele zorg te vragen. De huidige generatie mantelzorgers (partnerzorg) heeft veelal de mentaliteit van ‘tot de dood ons scheidt ’ en neemt daarmee veel verantwoordelijkheid op zich. • De ouderen dragen enkele maatregelen aan om de mantelzorger te ontlasten. Het strekt tot aanbeveling om dementerenden snel te laten starten met dagbesteding. Dit geeft de mantelzorger meer zorgvrije tijd.
In Steenwijk bestaat er tevens een gewaardeerde supportgroep van mantel - zorgers die met elkaar wandelt en ervaringen uitwisselt (de ‘Mantelwandel’). Met nachtelijke zorgverlening en respijtzorg aan huis kan de mantelzorger verder worden ontlast. Dit valt te realiseren rondom de woonzorgcentra. In de wijk of kleinere kern is het informele netwerk hiervoor een realistischer vertrekpunt. Woonvormen Wij maken in dit rapport geen onderscheid tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’. Het komt steeds meer voor dat mensen met een Wlz -indicatie gebruik maken van ‘extramurale woonvormen’ waarbij zij zelf huur betalen voor hun woning, en zorg en ondersteuning ontvangen vanuit de Wet langdurige zorg. Er bestaan ook hybride vormen: woon-zorgcomplexen waar een deel van de bewoners zowel de zorg als het verblijf betalen vanuit een Wlz -indicatie, en andere bewoners die hier wonen op basis van scheiden 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 16 wonen en zorg. Het verschil tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’ is in die gevallen zuiver admi nistratief, en maakt dus niet uit voor de verschijningsvorm van het vastgoed. De verwachting van zorgaanbieders is dat er in de toekomst steeds meer van dit soort hybride concepten zullen komen. • Wel maken wij een onderscheid tussen ‘geclusterd’ en ‘regulier’ wonen.
Ouderen met een zware zorgvraag zijn over het algemeen aangewezen op een vorm van geclusterd wonen (verpleeghuis, verzorgingshuis). Van de ouderen zonder (zware) zorgvraag kiest een kle in deel er ook voor om te gaan wonen in een geclusterde woonvorm vanwege het comfort of de mogelijkheden voor sociaal contact. • Onder geclusterde woonvormen valt een uiteenlopend palet aan woonvormen: van verzorgings - huizen en verpleeghuizen tot aanleunwon ingen, hofjes, woonzorgboerderijen et cetera. Het gezamenlijke kenmerk van de woningen is dat ze een zekere mate van beschutting en gemeenschap bieden. Slechts een beperkt deel van het geclusterde aanbod richt zich op specialistische verpleeghuiszorg. Een groot deel van de ouderen met een (zware) zorgvraag woont in een geclusterde woonvorm. Daarnaast zijn er ook ouderen zonder zorgvraag die - uit voorzorg of vanwege een behoefte aan comfort of sociale contacte n - kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaa n wonen. • De illustraties hieronder geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer ‘geclusterd wonen’. Voorbeelden geclusterd wonen voor ouderen
1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 17 4.2 De woonvraag van ouderen De groep ouderen in de gemeente Steenwijkerland zal in de komende jaren sterk gaan groeien: zijn er in 2018 ruim 6.000 65 -plushuishoudens, in 2038 zal dit aantal zijn opgelopen tot circa 8.500 huishoudens . Lang niet al deze ouderen hebben een zorgvraag, en dat betekent dat zij ook lang niet allemaal behoefte hebben aan een specifieke woonvorm. Voor een deel van de ouderen geldt dit zeker wél. Zorgvraag in beeld Om een inschatting te kunnen maken van de toekomstige zorgvraag én van de woonvraag die hiermee samenhangt, sluiten wij met onze prognoses aan bij het Zorgtrede nmodel van de NZa 2. In dit model worden alle ouderen ingedeeld per ‘zorgtrede’ die weergeeft wat het zwaarste type zorg is waar zij gebruik van maken. Zorgtredenmodel van de NZa Het zorgtredenmodel van de Nederlandse Zorgautoriteit b evat zes treden. Alle ouderen zijn ingedeeld in één van deze treden op basis van de aard en mate van hun zorggebruik. De indeling van ouderen naar zorgtreden gebeurt op basis van de zwaarste zorgvorm die ouderen in het afgelopen half jaar ontvingen: • Vitale ouderen zitten in zorgtrede 1. Zij wonen zelfstandig thuis en gaan slechts af en toe naar de huisarts of de apotheek voor medicatie. Landelijk valt bijna een kwart van de 65-plussers in deze zorgtrede.
• Zorgtrede 2 omvat zelfstandig thuiswonende ouderen die gebruik maken van medisch-specialistische zorg vanwege een acute zorgvraag , chronische ziekte of specialistische geestelijke gezond heidszorg. Landelijk behoort iets meer dan de helft van de 65-plussers tot deze categorie. • In zorgtrede 3 vallen ouderen die gebruik maken van Wmo -zorg en daarmee een lichte mate van afhankelijkheid van zorg of ondersteuning hebben. Hierbij wordt alleen de zorg meegenomen die al vóór 2015 bij de Wmo hoorde. Deze zorg betreft hulpmiddelen, voorzieningen, huishoudelijke hulp of andere zorg waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. De aantallen ouderen zijn bepaald aan de hand van de eigen bijdrage die in een periode van 6 maanden is betaald aan de gemeente. • Bij zorgtrede 4 maakte de oudere tijdens de afgelopen zes maanden tijdelijk (niet meer dan 3 maanden) gebruik van professionele zorg. We zien dit als een lichte afhankelijkheid van zorg of ondersteuning. Het gaat om persoonlijke verzorging en wijkverpleging uit de Zvw of mpt/pgb uit de Wlz, of revalidatiezorg, eerstelijn sverblijf of Wmo -verblijf of andere Wmo -zorg die in 2015 uit de AWBZ is overgeheveld. • In zorgtrede 5 maakt de oudere structureel (langer dan 3 maanden) gebruik van de zorg die net onder zorgtrede 4 is beschreven.
• In zorgtrede 6 bevinden zich ouderen die zijn opgenomen in een intramurale instelling of die een 'Volledig Pakket Thuis (VPT)' ontvangen via de Wlz. Landelijk geldt dit voor 6% van de mensen van 65 jaar of ouder. Figuur 4.1: Zorgtredenmodel NZa (Monitor Zorg voor Ouderen, 2018) 2 Nederlandse Zorgautoriteit, Monitor Zorg voor Ouderen 2018. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 18 Bron: NZA, Monitor Zorg voor ouderen (2018). Hoe hoger de leeftijd, hoe vaker een oudere gebruik maakt van relatief zware zorg; de verdeling over de zorgtreden van 85-plussers ziet er dan ook heel anders uit dan van de groep 65-75-jarigen. Onderstaande grafiek toont de verdeling over zorgtreden van verschillende leeftijdsgroepen. Figuur 4.2: Verdeling zorgvraag in zorgtreden, naar leeftijd Bron: NZA, Monitor Zorg voor ouderen (2018): percentages gebaseerd op situatie 2016, landelijke cijfers. Wanneer we de bovenstaande cijfers doorrekenen met bevolkingsprognose per leeftijdscategorie voor Steenwijkerland3 kunnen we een prognose berekenen voor de toekomstige omvang van de ouderen in de verschillende zorgtreden in de gemeente. Daarbij leiden veranderingen in de lee ftijdsopbouw tot veranderingen in de zorgvraag4. Die wordt weergegeven in onderstaande grafiek. 3 Bevolkingsprognose provincie Overijssel. 4 Hierbij is uitgegaan van een gelijkblijvende zorgvraag per leeftijdsgroep.
Ontwikkelingen in de vitaliteit van ouderen zijn, buiten de aannames van de bevolkingsprognose over de levensverwachting, moeilijk te voorspellen en derhalve niet meegenomen. 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% 65-74 jarigen 75-84 jarigen 85+’ers zorgtrede 1 zorgtrede 2 zorgtrede 3 zorgtrede 4 zorgtrede 5 zorgtrede 6 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 19 Figuur 4.3: Prognose zorgvraag ouderen in de gemeente, naar zorgtrede (in personen) Bron: NZa, Monitor Zorg voor ouderen, bevolkingsprognose Steenwijkerland, bewerking Companen. Van zorgvraag naar woonvraag In de vorige paragraaf lieten we zien welke groei we in de komende jaren verwachten voor de verschillende zorgtreden. Wanneer we deze ‘zorgprognose’ vertalen naar een prognose van de woon - vraag dan leidt dit tot de volgende prognose voor woonvormen. Ouderen in zorgtrede 6 wonen in een verzorgings - of verpleeghuis (of krijgen Wlz -zorg thuis via een Volledig Pakket Thuis). Landelijk gaat het om 6% van de 65-plussers; in Steenwijkerland ligt dit percentage iets lager (ca 5,5%). De overige ouderen wonen volgens de definitie van de NZa ‘thuis’. Dit kan echter ook een geclusterde woonvorm zijn speciaal voor ouderen. Hoe hoger de zorgtrede, hoe groter de kans dat een oudere ervoor kiest om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen.
Onderstaande grafiek geeft weer hoe wij ouderen in de verschillende zorgtreden toerekenen aan de verschillende woonvormen (zie ook de tabel in bijlage 6 ). Naar aanleiding van de werksessie met zorg aanbieders, corporaties en zorgkantoor, zijn deze percentages tot stand gekomen ; ouderen wonen in Steen wijkerland vaker in een reguliere woning dan elders in het land. 0 2000 4000 6000 8000 10000 12000 14000 16000 2018 2023 2028 2033 2038 Zorgtrede 1 Zorgtrede 2 Zorgtrede 3 Zorgtrede 4 Zorgtrede 5 Zorgtrede 6 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 20 Figuur 4.4: Aannames woonvraag per zorgtrede Tabel 4.1: Prognose woonvormen, basisvariant (2018 - 2038; afgerond op 10-tallen) 2018 2023 2028 2033 2038 Regulier wonen 5.060 5.540 6.030 6.450 6.740 Geclusterd wonen (zonder zorg) 360 400 450 490 530 Geclusterd wonen (zorg nabij) 300 340 380 430 470 Geclusterd wonen (24-uurszorg) 210 220 250 310 360 Woonzorg PG (24-uurszorg) 230 250 290 360 410 Totaalaantal huishoudens 65+ 6.160 6.750 7.400 8.040 8.510 De toename aan 65-plushuishoudens zal voornamelijk leiden tot een toename van de vraag naar regulier wonen. Doordat er straks meer 75 - en 85 -plussers in de gemeente zullen wonen zal de behoefte aan geclusterd wonen (met of zonder zorg) relatief meer gaan toenemen.
Naast deze basisvariant hebben we ook een trendvariant uitgewerkt waarin we rekening hebben gehouden met een aantal trends, zoals die zijn besproken in de brainstormsessies met stakeholders. Het gaat om de volgende ontwikkelingen: 1. De inzet van technologie maakt het mogelijk om langer te blijven wonen in de eigen woning en dus niet te verhuizen naar of nabij een zorglocatie. Dit zorgt enerzijds voor een verschuiving van woonvormen binnen zorgtrede 6: de vraag naar somatische 24 -uurszorg valt hierdoor wat lager uit, ten gunste van de vraag naar geclusterd wonen met zorg nabij. Anderzijds zien wij vanuit zorgtrede 4 en 5 een verschuiving vanuit het gecl usterd wonen met zorg nabij naar het regulier wonen en geclusterd wonen zonder zorg. De groep ouderen uit de lagere zorgtreden (1 en 2) kiest uit gemak voor technologie; dit heeft weinig invloed op het wonen. 2. De verwachting is dat er in 2038 meer vermogende ouderen zullen zijn dan nu. Dat heeft gevolgen voor de keuzes die zij maken. Volgens de huidige wet - en regelgeving is het met name voor mensen met een hoger vermogen voordeliger om zorg te ontvangen vanuit de Zvw dan vanuit de Wlz (vanwege de hoge eigen bijdrage die gevraagd wordt voor Wlz -zorg).
De groei van de groep vermogende ouderen kan er dus voor zorgen dat een grotere groep senioren dan nu het aanvragen van een Wlz -indicatie (en het verhuizen naar een vorm van geclusterd wonen met zorg) zo lang mogelijk uitstelt en de vraag naar geclusterd wonen daardoor minder sterk stijgt. Voor vermogende ouderen die wél Wlz -zorg ontvangen, is het bij de huidige regelgeving voordeliger om deze te ontvangen op basis v an scheiden wonen -zorg (met zorg vanuit een VPT) dan op basis van een 0% 20% 40% 60% 80% 100% Woonzorg PG Geclusterd wonen (24-uurszorg) Geclusterd wonen (zorg nabij) Geclusterd wonen (zonder zorg) Regulier wonen 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 21 intramurale indicatie. Ook dit kan tot gevolg hebben dat mensen langer in hun bestaande woning blijven wonen, in plaats van te verhuizen naar een verpleeghuis. 5 3. De gemeente Steenwijkerland zet in op bewustwording onder senioren van het belang om tijdig de woning aan te passen dan wel te verhuizen naar een geschiktere woning of woonvorm. Daarnaast zien we in het land de ontwikkeling van nieuw, aantrekkelijk aanbod in geclusterde, ‘vernieuw ende woonvormen’ zoals hofjeswonen (zowel zonder zorg of met zorg nabij). Aantrekkelijk aanbod creëert vraag: dit alles kan ervoor zorgen dat ouderen in de toekomst vaker de stap zullen zetten vanuit regulier wonen naar een vorm van geclusterd wonen.
De vraag naar geclusterd wonen valt dan hoger uit. 4. De toegangseisen voor een intramuraal verblijf zijn aan het veranderen. Het uitgangspunt wordt dat somatische cliënten alleen met behandeling, worden toegelaten . Wij voorzien daarmee een lichte verschuiving van de somatische 24-uurszorg richting het geclusterd wonen met zorg nabij. Bovenstaande trends zorgen enerzijds voor een verschuiving van de vraag van regulier wonen naar geclusterd wonen (zonder zorg + met zorg nabij) en anderzijds van geclusterd wonen met zorg nabij naar woonvormen zonder zorg (regulier wonen + geclusterd wonen zonder zorg). Daarnaast voorzien wij een verplaatsing van 24/7-zorg in een verpleeghuis naar geclusterd wonen met zorg nabij (zie bijlage 6 ). Onderstaande tabel toont de vraag naar verschillende woonvormen wanneer we rekening houden met de genoemde trends. Met deze twee prognoses creëren we een bandbreedte waarbinnen de werkelijke vraag zich waarschijnlijk zal voltrekken (tabel 4.3).
Tabel 4.2: Prognose woonvormen, trendvariant (2018 - 2038; afgerond op tientallen) 2018 2023 2028 2033 2038 Regulier wonen 5.060 5.470 5.870 6.180 6.430 Geclusterd wonen (zonder zorg) 360 440 560 690 750 Geclusterd wonen (zorg nabij) 300 360 440 540 600 Geclusterd wonen (24-uurszorg) 210 230 250 290 330 Woonzorg PG (24-uurszorg) 230 250 280 340 390 Tabel 4.3: Bandbreedte prognose woonvormen (basis - trend; 2018 - 2038; afgerond op tientallen) 2018 2023 2028 2033 2038 Regulier wonen 5.060 5.470 tot 5.540 5.870 tot 6.030 6.180 tot 6.450 6.430 tot 6.740 Geclusterd wonen (zonder zorg) 360 400 tot 440 450 tot 560 490 tot 690 530 tot 750 Geclusterd wonen (zorg nabij) 300 340 tot 360 380 tot 440 430 tot 540 470 tot 600 Geclusterd wonen (24-uurszorg) 210 220 tot 230 Ca. 250 290 tot 310 330 tot 360 Woonzorg PG (24-uurszorg) 230 Ca. 250 280 tot 290 340 tot 360 390 tot 410 De behoefte aan geclusterd wonen kan onderverdeeld worden in ‘traditionele’ concepten (zoals serviceflats) en ‘moderne’ concepten (zoals hofjes). De keuze die mensen hierin maken is onder meer afhankelijk van hun inkomen. Met de opkomst van steeds meer zelfbewuste ouderen die hechten aan zelfregie, verwachten we dat de vraag naar een grotere variëteit aan geclusterde woonvormen voor ouderen (eventueel gecombineerd met andere leeftijdsgroepen) zal toenemen.
De vraag naar traditionele verzorgingshuisconcepten zal tegelijkertijd afnemen . De verwachting is dat moderne concepten vooral zullen aanspreken bij hoger opgeleiden/hogere inkomens, terwijl lager opgeleiden (en dus ook de lagere inkomensgroepen) vaker zullen kiezen voor een traditioneel concept. Maar: ook van de lager opgeleide 5 De invoering van een ‘abonnementstarief’ in de Wmo kan deze on twikkeling verder versterken: een dergelijk tarief zorgt er immers voor dat juist voor ouderen met een hoger inkomen de kosten voor Wmo-ondersteuning sterk zullen dalen, terwijl de eigen bijdrage voor Wlz -zorg wél afhankelijk is van inkomen en vermogen en dus relatief hoog ligt voor mensen met meer vermogen. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 22 ouderen zal een deel geïnteresseerd zijn in een hofjeswoning. Hier ligt dus ook een opgave voor corporaties. Inkomensontwikkeling ouderen Er komt een meer vermogende groep ouderen aan. Onderstaande tabel toont de raming van de verdeling van 65+-huishoudens over verschillende inkomensgroepen in de gemeente. Huishoudens met een ‘laag inkomen’ behoren tot de doelgroep van corporaties (tot € 38.035); alle huishoudens met een inkomen boven de € 38.035 rekenen wij hier tot de ‘hoge inkomens’.
Tabel 4.4: Prognose 65+-huishoudens naar inkomen, trendvariant (2018-2038; afgerond op tientallen) 1) 2018 2023 2028 2033 2038 Prognose % 65+ met hoog inkomen 53% 54% 56% 57% 59% Prognose % 65+ met laag inkomen 47% 46% 44% 43% 41% Huishoudens met hoog inkomen 3.250 3.670 4.130 4.610 5.000 Huishoudens met laag inkomen 2.910 3.080 3.270 3.430 3.500 Totaalaantal 65+huishoudens 6.160 6.750 7.400 8.040 8.500 1) Basis inkomensgegevens: Lokale Monitor Wonen (2016). Bron: bewerking Companen. De tabel laat zien dat in 2038 41 % van de 65+ huishoudens in de gemeente (op basis van hun inkomen) valt in de doelgroep voor sociale huurwoningen. Lang niet al deze mensen wonen ook in een sociale huurwoning of zouden dit willen; een deel van deze mensen valt in deze inkomenscategorie door een terugval in inkomen na hun pensioen – maar als zij in een afgeloste koopwoning wonen, is er geen reden om te verhuizen naar een sociale huurwoning. De aantallen in de tabel geven een indicatie voor de vraag naar sociale huurwoningen onder ouderen. • Van dit aantal huishoudens dat op enig moment in aanmerking zou kunnen komen voor een sociale huurwoning, heeft ook een deel behoefte aan een geclusterde woning met (intensieve) zorg. Onderstaande tabellen toont de verdeling van de vraag van ouderen met een lager inkomen over de verschillende woonvormen die in dit onderzoek worden onderscheiden.
Hierbij is de aanname gedaan dat de zorgzwaarte van ouderen met een lager inkomen niet wezenlijk verschilt van die van ouderen met een hoger inkomen. Trendscenario woonvormen voor huishoudens met een lager inkomen (2018 - 2038) (afgerond op tientallen) 2018 2023 2028 2033 2038 Regulier wonen 2.380 2.500 2.590 2.640 2.650 Geclusterd wonen (zonder zorg) 170 200 250 290 310 Geclusterd wonen (zorg nabij) 140 160 190 230 250 Geclusterd wonen (24-uurszorg) 100 110 110 120 140 Woonzorg PG (24-uurszorg) 110 110 120 150 160 Voor de reguliere woningen – zowel de sociale huurwoningen als de woningen voor mensen met een hoger inkomen – geldt dat dit niet allemaal woningen hoeven te zijn die specifiek zijn gebouwd en gelabeld voor senioren . Maar om ervoor te zorgen dat deze mensen langdurig kunnen blijven wonen in deze woning is het wel prettig als de woning tenminste goed toegankelijk is voo r senioren (dus ‘geschikt’ is). 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 23 4.3 Aanbod woonvormen Geclusterde woonvormen Aan alle zorgaanbieders die zich richten op ouderenzorg, is gevraagd hoeveel plekken voor zorg met verblijf zij hebben v oor deze doelgroep. In bijlage 2 is de volledige inventarisatie per aanbieder terug te vinden, net als een kaart waarop de spreiding over de verschillende deelgebieden van Steenwijkerland is te zien.
• Ouderen met een zorgvraag wonen niet per definitie in een woonzorgvoorziening, lieten we al eerder zien. Een deel van de vraag ‘landt’ in geclusterde woningen voor ouderen waar ook mensen zonder zorgvraag wonen. Daarom is ook bij corporaties opgevraagd hoeveel woningen zi j hebben voor senioren. Onderstaande tabel toont het aanbod aan seniorenwoningen van de corporaties in Steenwijkerland, zoals dit blijkt uit een scan van de verhuurbestanden van corporaties. De corporaties hanteren hierbij verschillende definities. Voor Om nia Wonen is gebruik gemaakt van het sterrensysteem; hier is het aantal geclusterde woningen met minimaal twee sterren (een maat voor toegankelijkheid) vermeld. De seniorenwoningen van Woonzorg Nederland zijn geschikt. Voor Woonconcept is het aantal gelabelde geclusterde seniorenwoningen vermeld. Bij Wetland wonen is geen seniorenlabel of sterrensysteem opgenomen. Hier is uitgegaan van de meergezinswoningen met een lift (de eengezins-nultredenwoningen zijn buiten het geclusterde aanbod gehouden).
Aanbod ouderenzorg (geclusterde woonvormen) in gemeente Steenwijkerland (afgerond op 5-tallen) Woonzorg PG Geclusterd wonen met 24-uurszorg Geclusterd wonen met zorg nabij Geclusterd wonen zonder zorg Tijdelijke zorg* Bij zorgaanbieders 225 165 2 Woonzorg Nederland 105 75 Wetland Wonen 115 90 Omnia Wonen 65 90 Woonconcept 45 520 Stichting AVOS 40 Totaal 225 165 330 820 2 * Eerstelijnsverblijf, zorghotel etc. Bron: Inventarisatie aanbod zorgaanbieders, VHE-bestanden corporaties (2019). De aanbodinventarisatie heeft zich voornamelijk gericht op het aanbod van zorgaanbieders en corporaties. Het woonzorgaanbod in de koop - en particuliere huursector is beperkt in beeld. Het is mogelijk dat er in de ouderensector ook aanbod in deze marktsegme nten is of in de komende jaren ontwikkeld gaat worden. Aanbod ‘geschikte’ woningen voor ouderen Zoals we hebben gezien, woont een aanzienlijk deel van de ouderen in een reguliere woning. Dat zal ook in de toekomst zo zijn. De groei van de groep thuiswonende ouderen stelt eisen aan de ‘geschiktheid’ van de reguliere woningvoorraad in termen van toegankelijkheid en doorgankelijkheid. • Onderstaande kaart laat zien welk deel van de woningvoorraad (koop en huur) op dit moment al geschikt is voor ouderen of relatief eenvoudig geschikt te maken is.
Deze indeling is gebaseerd op de ‘doorzonscan’ (zie bijlage 7), waarbij alle woningen gerubriceerd worden aan de hand van woningtype en bouwjaar. 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 24 Kaart: Geschiktheid van de woningvoorraad per deelgebied • Voor de deelgebieden Vollenhove, Oldemarkt en de Kernen Noord geldt voor meer dan 65% van de woningen dat ze ‘niet-geschikt’ voor ouderen zijn. Als in deze woningen vooral jonge mensen zouden wonen, hoeft dat geen acuut probleem te zijn. Het blijkt echter dat in deze deelgebieden meer dan 60% van de 75-plussers nu in een niet-geschikte woning woont. • Van de corporatiewoningen in Steenwijkerland is 43 % op dit moment al geschikt voor oude ren (volgens de doorzonscan); 12% is potentieel geschikt en 45 % is niet geschikt. In tota al zijn er op dit moment circa 2.200 voor ouderen geschikte corporatiewoningen in Steenwijkerland; daarnaast zijn nog eens 600 sociale huurwoningen potentieel geschikt. Bij deze aantallen zijn de geclusterde seniorencomplexen van corporaties me egeteld. Trekken we die ervan af, dan blijven er circa 1.700 niet-geclusterde, (potentieel-) geschikte corporatiewoningen over.
4.4 Opgaven beleid en huisvesting Huisvestingsopgave geclusterd wonen Een vergelijking van de vraagprognose met het huidige geclus terde 24-uurszorg aanbod van zorgaanbieders voor ouderen laat zien dat dit aanbod op dit moment al onvoldoende is om aan de vraag te voldoen; in de komende jaren zal dit tekort gaan toenemen. Wanneer we ook de geclusterde corporatiewoningen meetellen bij het ‘geclusterde aanbod’, dan volstaat het huidige aanbod op dit
1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 25 moment getalsmatig wel - het is echter de vraag of al deze woningen geschikt zijn voor mensen met een (oplopende) zorgvraag. Tussen 2028 en 2033 zal er - ook wanneer we deze woningen meetellen - een tekort optreden in geclusterde woonplekken voor ouderen. Vraag en aanbod aan geclusterde woonvormen voor ouderen, op basis van de bandbreedte. Huidig aanbod Vraag 2018 Vraag 2023 Vraag 2028 Vraag 2033 Vraag 2038 Woonzorg PG 225 230 Ca. 250 280 tot 290 340 tot 360 390 tot 410 Geclusterd wonen met zorgvraag (SOM) 165 210 220 tot 230 Ca. 250 290 tot 310 330 tot 360 Geclusterd wonen zonder of met lichte zorgvraag 1.150 660 740 tot 800 830 tot 1.000 920 tot 1.230 1.000 tot 1.350 Totaal 1.540 1.110 1.210 tot 1.280 1.360 tot 1.530 1.550 tot 1.860 1.720 tot 2.070 De onderstaande grafiek toont de vraag -aanbodbalans voor geclusterde woonvormen voor ouderen, op basis van de trendvariant. We constateren daarbij het volgende: • De intramurale capaciteit voor mensen met een psychogeriatrische (PG) zorgvraag is momenteel goed in balans met slechts een tekort van 5 plekken . Dit tekort zal oplopen tot 55 plekken in 2028 en 165 plekken in 2038. • Voor mensen die afhankelijk zijn van 24-uurszorg bij somatische klachten (intramurale capaciteit somatische zorgvraag) bestaat er nu al een tekort van 60 woningen.
Dit tekort loopt op tot 85 woningen in 2028 en tot 165 woningen in 2038. • Voor mensen die geen intramurale indicatie (zorg met verblijf) ontvangen maar wel behoefte hebben aan geclusterd wonen, eventueel gepaard gaande met lichte zorg bestaat er momenteel een overschot van 490 woningen. Daarbij geldt echter dat veel van de bestaande c omplexen nog te weinig ingericht zijn op mensen met een toenemende zorgvraag. Geleidelijk ontstaat er een tekort (met als omslagpunt rond 2033) van 150 woningen in 2038. Balans tussen vraag naar en aanbod aan geclusterd wonen voor ouderen In de komende jaren ontstaat er door de groeiende vraag een toenemende spanning op het geclusterd wonen, en na 2028 zelfs een groeiend tekort. Dit moet opgevuld worden met nieuw aanbod dat aansluit bij de kwalitatieve vraag – wat betekent dat gewerkt moet worden aan vernieuwende concepten van -600 -400 -200 0 200 400 600 2018 2023 2028 2033 2038 Tekort Woonzorg PG Geclusterd wonen met zorgvraag Geclusterd wonen zonder of met lichte zorgvraag Overschot 1708.106/G | Huisvestingsopgave Wonen en Zorg 26 geclusterd wonen. Het advies is om daar nu al mee te beginnen in de vorm van kleinschalige experimenten per deelgebied (zie bijlage 1) en zo te ondervinden wat toekomstwaarde heeft in deze kernen.