CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

1.2 definitief Programmabegroting 2019-2022 t.b.v. raadsvergadering 13 november 2018.pdf

Raadsvergadering 13 november 2018, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Programmabegroting 2019-202262.485 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

(alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) - 2.087 - 3.013 - 3.986 - 4.460 - 3.842 8. (+) Baten bouwgrondexploitatie. Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord - - - - - 9. (-) Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen 356 387 145 94 68 10. (-) Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten - - - - - 11a. Worden er deelnemingen en/of aandelen verkocht? nee nee nee nee nee 11b. (-) Boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen in jaar - - - - - Berekend EMU-saldo - 21.341 - 15.023 - 1.348 558 - 2.527 112 4.6. Paragraaf Bedrijfsvoering De gemeentelijke organisatie blijft volop in ontwikkeling om zich continu te verbeteren met als doel: de inwoner op 1. Daar verstaan wij onder: een heldere en transparantie manier van communiceren, zaken mogelijk maken, duidelijk zijn, afspraken nakomen en daadkrachtig zijn. Dat betekent vlot beslissingen nemen waar mogelijk en waar het ingewikkeld wordt, willen wij vooral in de meedenk-stand. Wij zien dat de samenleving een steeds meer complexe vorm krijgt van netwerken en (tijdelijke) initiatieven.

De gem eentelijke organisatie wil daarin een betrouwbare samenwerkingspartner zijn die ruimte biedt en ondersteunt waar dat nodig is. De wensen en behoeftes van onze inwoners stellen wij centraal. In onze dienstverlening, in het mogelijk maken en realiseren van inwonersinitiatieven, in het opkomen voor de belangen van onze inwoners. Ook de manier waarop wij onze interne bedrijfsvoering organiseren dient hier zoveel mogelijk ondersteunend aan te zijn. In 2017 hebben we de organisatiestructuur en de aansturingswijze aangepast om het procesgericht werken te verbeteren en sneller in te kunnen inspelen op de snel veranderende omstandigheden. Dit jaar zijn de wijzigingen geëvalueerd, onder meer via een enqu ête onder medewerkers. De uitkomsten van deze enquête en diverse gesprekken laten zien dat er aanpassingen nodig zijn op deze nieuwe manier van werken. Vervolggesprekken in 2018 zullen meer helderheid geven welke exacte aanpassingen nodig zijn om deze verv olgens zo snel mogelijk te implementeren. Nieuwe wet - en regelgeving maken dat wij flexibel moeten zijn en snel kunnen inspelen op veranderende omstandigheden. De verwachtingen richting gemeenten blijven groeien en steeds meer taken komen onze kant op.

Voorbeelden hiervan zijn de implementatie van de Omgevingswet, de wet Aanpak Woonoverlast, informatiebeveiliging, de verbinding van de beleidsvelden zorg en veiligheid en de transitie binnen het sociaal domein/IGSD. Daarnaast ligt er een ambitiekaart, die uiteraard de nodige capaciteit zal vergen van de organisatie. De uitvoering van het bidbook “Land van Weerribben en Wieden”, de duurzaamheidsambities (mede gebaseerd op het burgerbesluit G1000), projecten en complexe dossiers als de binnenstad Steenwijk, Eeserwold en onderwijshuisvesting zijn extra uitdagende klussen voor onze medewerkers. In de afgelopen jaren hebben we binnen de bedrijfsvoering een positief saldo op de personeelslasten van gemiddeld € 400.000 gerealiseerd. Dit surplus biedt de mogelijkheid om scherper aan de wind zeilen. Het overschot is daarom binnen de bedrijfsvoering structureel ingezet voor personele claims, die de realisatie van een aanzienlijk deel van de bestuursambities mogelijk maakt. Samenwerking Ook op het gebied van de interne controle is sprake van nieuwe, strengere eisen. Toezichthouders, denk bijvoorbeeld aan de AFM (de Autoriteit Financiële Markten), stellen steeds strengere eisen waar we als gemeente aan moeten voldoen. Zo wordt in 2021 de collegeverklaring financië le rechtmatigheid van kracht.

Daarom hebben wij samen met vier regio -gemeenten (Staphorst, Zwartewaterland, Meppel en Westerveld) de handen ineengeslagen en voor het controlejaar 2018 een gezamenlijk controleplan opgesteld. We starten met het gezamenlijk u itvoeren van de controle van 6 processen. In 2019 wordt de samenwerking geëvalueerd en naar verwachting verder uitgebreid. Samenwerking met omliggende gemeenten vindt ook plaats op het gebied van gegevensbescherming (Algemene Verordening Gegevensbescherm ing). Twee functionarissen gegevensbescherming werken voor ons en 3 andere 113 gemeenten: Staphorst, Westerveld en Zwartewaterland. Ook deze samenwerking blijven we goed monitoren, net zoals al langer lopende samenwerkingen (onder meer op inkoopgebied). Personeel In 2019 stellen we een nieuwe HR -visie op. Uitgangspunt van deze visie is enerzijds een blijvend evenwichtig personeelsbestand realiseren en anderzijds een goed beeld ontwikkelen van de kwaliteiten en ambities van onze medewerkers, zeker ook gelet op de steeds veranderende arbeidsmarkt. Doorgroei moet mogelijk zijn en we willen ook ruimte bieden om buiten de eigen organisatie ervaring op te doen. In dat kader maken wij ook deel uit van Talentregio, een breed netwerk van overheden, waar personele uitwisselingen mogelijk zijn. De afgelopen jaren hebben wij een Trainee-programma gehad.

In 2018 is de gemeente Zwartewaterland aangesloten bij ons trainee -programma. Momenteel zijn er 5 trainees bij ons werkzaam. Doel is om de trainees na hun periode als train ee in een reguliere functie in te stromen. Dit trainee -programma loopt ook de komende jaren door. Voor 2019 willen wij naast trainees nog meer ruimte bieden voor (maatschappelijke) stagiaires. Hierbij streven we naar de norm van minimaal 7,5% van onze form atieomvang. Als overheid zien wij het als onze taak om jonge mensen ruimte te bieden het werkende leven te ontdekken. Bovendien brengen jonge medewerkers nieuwe inzichten en andere manieren van werken met zich mee. Broodnodig in deze snel veranderende samenleving. Ook komend jaar bieden we wederom het concernopleidingsprogramma aan. Daarnaast zijn er diverse regelingen zoals het tijd - en plaatsonafhankelijk werken om medewerkers met plezier te laten werken of om hun werkzaamheden beter af te kunnen stemmen met privé-omstandigheden. Doelstelling voor het ziekteverzuim is om dit onder de 5,2% te houden. In 2016 lag het verzuim boven de doelstelling (5,3%); in 2017 (5,0%) en in het eerste half jaar van 2018 is de doelstelling ruim gehaald (3,2%). We voeren een MedewerkersTevredenheidsOnderzoek (MTO) uit in 2019, waarbij gevraagd word t naar de mening rondom aspecten als werkplezier, inhoud van het werk, loopbaanontwikkeling en leiderschap.

Naar verwachting gaat in 2020 de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in. Deze wet regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in het bedrijfsleven. In 2019 wordt de implementatie van de wet gerealiseerd. Informatiemanagement Inwoners en ondernemers verwachten een betrouwbare overheid die zorgvuldig met informatie omgaat. Het gaat daarbij om beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie. Het waarborgen van de betrouwbaarheid van informatie zorgt voor een goede kwaliteit en continuïteit van de bedrijfsvoerings - en dienstverleningsprocessen. Een van de onderwerpen hierbij is het verhogen van de digitale weerbaarheid van de gemeente. Vanuit VNG - realisatie wordt onder de noemer Gem eentelijke Gemeenschappelijke Infrastructuur (GGI -Veilig) een aanbestedingstraject in gang gezet voor de verwerving van een samenhangend pakket aan voorzieningen die collectief voor gemeenten inzetbaar zijn. GGI -Veilig wordt ingezet voor het nieuw te ontwi kkelen landelijke GGI- Netwerk. Vanuit Steenwijkerland sluiten wij aan bij deze landelijke ontwikkeling. De gemeente staat midden in de informatiesamenleving en draagt daar actief aan bij.

We investeren in de digitalisering en gebruiken (technologische) mo gelijkheden, zoals moderne vormen van toekomstige informatie - uitwisseling, zoals de doorontwikkeling van zaakgerichtwerken en de komst van de Omgevingswet. Om ons op 114 deze toekomstige ontwikkelingen te oriënteren zijn we gestart met een marktconsultatie naar moderne vormen van oplossingen ter ondersteuning van onze bedrijfsprocessen. In 2017 is Ibabs als vergadertool voor de raad en het college geïmplementeerd. De doorontwikkeling van deze (van origine) vergadertool maakt het mogelijk tevens het besluitvormingsproces hierin onder te brengen. De komende periode start de implementatie va n het besluitvormingsproces binnen Ibabs en wordt deze tool verder in de organisatie uitgerold als vergadermiddel. Een laatste onderwerp betreft het informatiebewust(er) werken. Als gemeente beschikken we over veel informatie en gegevens. Tot nu toe gebru iken we deze informatie vooral om (achteraf) verantwoording af te leggen over wat we gedaan hebben. In 2018 zijn we gestart met een pilot om de bewustwording op het gebruik van deze gegevens in de organisatie te verbeteren. Hiermee verwachten we naast vera ntwoording achteraf ook trends te kunnen ontdekken en kale cijfers te analyseren en te veranderen in bruikbare (beleids)informatie. 115 4.7.

Paragraaf Verbonden partijen Inleiding Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Bestuurlijk belang houdt in dat de gemeente een zetel in het bestuur heeft of stemrecht heeft bij de vergaderingen. Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente financiële middelen in het bedrijf heeft geïnvesteerd, c.q. gestoken. Als het bedrijf failliet gaat, is de kans groot dat de gemeente de beschikbare financiële middelen kwijt is. Ook bij problemen bij de verbonden partij kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld en kunnen kosten verhaald worden op de gemeente. Een partij die ieder jaar een subsidie krijgt, waar geen tegenprestatie tegenover staat is geen verbonden partij. In de “Nota Verbonden Partije n” zijn regels vermeld voor het aangaan van diverse nieuwe samenwerkingen. Het proces van deelnemingen is een dynamisch gebeuren. Daarom treft u net als vorig jaar weer een aantal wijzigingen, c.q. aanvullingen aan die passen binnen de huidige kaders van de “Nota Verbonden Partijen”. Visie en beleid ten aanzien van verbonden partijen Wij streven ernaar om het bestuurlijk en financieel belang te houden in die organisaties die een bijdrage leveren aan het openbaar belang en waarvan de activiteiten aansluiten bij het beleid zoals dat door de gemeente wordt gevoerd.

Beleidswijzigingen voor specifieke verbonden partijen worden voor zover nodig of wenselijk afzonderlijk aan de raad voorgelegd. De verbonden partijen die medio 2009 zijn gevormd in verband met de verkoop van Essent aan RWE worden binnen enkele jaren opgeheven. Verbonden partijen waarin de gemeente Steenwijkerland deelneemt De verbonden partijen van de gemeente Steenwijkerland bestaan uit de gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en publiekrechtelijke rechtspersonen. Voornemens tot het aangaan van nieuwe bestuurlijke participaties Het college en de gemeenteraad hebben een besluit genomen om de consequenties van de gemeente Steenwijkerland tot de gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Overijssel per 1-1-2020 nader uit te werken (PPN 2019-2022). Voornemens tot het beëindigen van bestaande participaties Verwacht wordt dat de gemeente op korte termijn haar participaties, behoudens een aantal deelnemingen in verband met de afwikkeling van de verkoop van de aandelen Essent aan RWE, niet gaat beëindigen. Wijzigingen bestaande participaties Op het gebied van de bestuurlijke vertegenwoordiging bij de Stichting Weerribben-Wieden wordt verwacht dat er nog een wijziging komt. Risico’s Bij het deelnemen in een verbonden partij kan de gemeente risico’s lopen.

Te denken valt onder andere aan: - de hoogte van de dividenduitkering; - aansprakelijkstelling bij faillissement en - verplichte hogere bijdragen bij exploitatietekorten bij gemeenschappelijke reg elingen. 116 Beheersmaatregelen Om de risico’s te beperken zijn de volgende maatregelen getroffen: - de gemeenschappelijke regelingen moeten jaarlijks vóór 15 april hun ontwerpbegroting en voorlopige jaarrekening naar de gemeenteraden zenden; - bij de rechtspersonen (onder andere nutsbedrijven) heeft de gemeente, via de portefeuillehouder inspraak bij de behandeling tijdens de aandeelhoudersvergaderingen. Bij de verschillende programma’s worden de specifieke risico’s van de verbonden partijen vermeld. Verder tre ft u in bijlage 8 het overzicht aan van de verbonden partijen. Resumé Hieronder treft u een beknopt overzicht aan van dividenduitkeringen, rente-inkomsten en verschuldigde bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. bedragen x € 1.000 Dividend/rentevergoeding Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Samenredzaam N.V. Noordwestgroep te Steenwijk - - - Intergemeentelijke sociale dienst te Steenwijk 9 6 3 Financiën en overhead Enexis N.V. te Arnhem - - - Enexis N.V. te Arnhem 210 210 210 Enexis N.V. te Arnhem (rente meegeleverd lening tranche D) 2 2 2 Enexis N.V. te Arnhem (suppletie afloss. Lening Edon) 26 26 31 Vordering op Enexis B.V. te Den Bosch 49 49 49 N.V.

Vitens te Apeldoorn 37 26 18 Verkoop Vennootschap B.V. te Den Bosch - - 8 CSV Amsterdam B.V. 4 - - CBL Vennootschap B.V. 1 - - N.V. Vitens te Apeldoorn 202 199 48 N.V. Rendo te Meppel 1.499 1.499 1.499 Wadinko N.V. te Zwolle 65 65 65 Attero Holding N.V. te Haelen (opbrengst verkoop aandelen) - - - N.V. B.N.G. te Den Haag 213 328 328 N.V. Rova Holding te Zwolle 81 81 81 N.V. Rova Holding te Zwolle 430 348 270 N.V. Rova Holding te Zwolle (verbrandingsbel. Rova)(via afrek. 2016) - - De inwoner op 1 B.V. Dataland te Gouda - - - Totaal dividend/rentevergoeding 2.828 2.839 2.612 bedragen x € 1.000 Gemeentelijke bijdragen Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 De inwoner op 1 Veiligheidsregio IJsselland te Zwolle 2.745 2.799 2.892 Samenredzaam 117 bedragen x € 1.000 Gemeentelijke bijdragen Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 GGD IJsselland te Zwolle 790 830 1.456 Regionaal Serviceteam Jeugd Ijsselland (vh BVO IJsselland) 65 212 196 Intergemeentelijke sociale dienst te Steenwijk 3.596 3.530 2.688 Duurzaam Omgevingsdienst Ijsselland (OD) 65 818 807 Totaal gemeentelijke bijdragen 7.261 8.189 8.039 118 4.8. Grondbeleid en ontwikkelingsinvesteringen Algemeen In de paragraaf Grondbeleid en ontwikkelingsinvesteringen wordt ingegaan op de vermogenspositie van het grondbedrijf op basis van geactualiseerde exploitatieopzetten van de diverse complexen.

Tevens zijn de diverse risico’s, waar het grondbedrijf mee te maken heeft, beschreven. De resultaten van 2017 zijn verwerkt in de jaarrekening en hebben hun weerslag gehad op de grondexploitaties. Op basis van de bijgestelde grondexploitaties is de vermogenspositie van het grondbedrijf in beeld gebracht. Nieuwe ontwikkelingen Parameters Jaarlijks worden de parameters kosten- en opbrengstenstijging ten behoeve van de Meerjarenbegroting Grondexploitaties (MBG opnieuw) vastgesteld in de perspectiefnota. Voor de komende begrotingsperiode (MBG 2019-2022) zijn de parameters niet gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening. Er wordt een opbrengstenstijging van 1,5% gehanteerd, op basis van de ontwikkeling van de Consumentenprijsindex (CPI). Er wordt een kostenstijging van 2% gehanteerd, op basis van de ontwikkeling van de Grond-, Weg- en Waterbouwindex (GWW- index). Het rentepercentage dat wordt doorberekend aan de grondexploitaties is met 1,25% niet gewijzigd . Ook dit percentage is door de raad in de perspectiefnota vastgesteld. Fluctuaties in dit percenta ge treden structureel op , want het wordt afgeleid van het totale investeringsvolume en de samenstelling van de leningenportefeuille .

POC-methode De BBV (Besluit, Begroting en Verantwoording) schrijft in de Notitie grondexploitaties 2016 een nieuwe methode van winstnemen voor, namelijk de POC -methode ( Percentage of Completion ). Dit betekent in het kort dat de winst genomen moet worden op basis van de financiële voortgang van het project (% gerealiseerde kosten * % gerealiseerde opbrengsten * geraamde winst ). Hierbij zijn reeds genomen winsten en verliezen uit de calculatie gehaald en in mindering gebracht op de berekende winst voor het verantwoordingsjaar. Tot slot zijn de projectgebonden risico’s vanuit het weerstandsvermogen in mindering gebracht, wat res ulteert in de te nemen winst in het verantwoordingsjaar 2017. Dit wijkt af van ons huidige beleid ten aanzien van (tussentijdse) winstneming zoals omschreven in de Nota grond- en ontwikkelbeleid 2016-2020: Binnen de grondexploitaties in Steenwijkerland zal winst worden genomen wanneer er sprake is van een negatieve boekwaarde (dus wanneer de reeds gerealiseerde verkopen, de reeds gemaakte kosten overtreffen) én de behoedzaam ger aamde nog te verkrijgen verkoopopbrengsten hoger zijn dan de behoedzaam geraamde nog te maken laatste kosten. Op dat moment zal er winst worden genomen tot de boekwaarde 0 bedraagt. De Nota grond- en ontwikkelbeleid 2016-2020 wordt conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) vastgesteld voor een periode van 4 jaar.

In deze periode kunnen zich wijzigingen in de wet - en regelgeving voordoen, die niet direct noodzaken de nota te actualiseren, maar waar we ons wel aan te houden hebb en in de verslaglegging over grondexploitaties. Dat is ook het geval met de invoering van de POC -methode als de nieuw voorgeschreven methode voor winstnemen. Bij de eerstvolgende actualisatie van de nota grond - en ontwikkelbeleid wordt ook dit onderdeel herzien conform de dan vigerende wet- en regelgeving. 119 Bij de jaarrekening 2017 is voor het eerst winst genomen op basis van de POC -methode (per saldo circa € 2,15 miljoen). De invoering van de POC -methode heeft in relatie tot de begroting gevolgen voor de g eraamde winstnemingen. De winstverwachting voor de komende jaren wordt per saldo naar beneden bijgesteld. Iedere winstneming heeft immers tot gevolg dat er in de toekomst minder winst in het verschiet ligt, aangenomen dat de totaal verwachte winst op een project gelijk blijft. De genomen winst bij de jaarrekening 2017 is een boekhoudkundige winst op basis van de nieuwe BBV - voorschriften. Dit staat niet gelijk aan de fiscale winst waarover belasting moet worden afgedragen in het kader van de invoering van de Vennootschapsbelasting (Vpb). De belastbare fiscale winst wordt namelijk gebaseerd op de daadwerkelijk gerealiseerde winst in een bepaald belastingjaar.

Vpb Met ingang van 1 januari 2016 geldt voor de gemeente een Vennootschapsbelastingplicht (Vpb). Een inventarisatie is gemaakt van de activiteiten die hieronder vallen. De conclusie is dat ook het grondbedrijf belastingplichtig is. In 2018 is de aangifte over 2016 ingediend en uitstel aangevraagd voor de aangifte over 2017. Het tarief bedraagt 20% voor een belastbaar bedrag tot en met € 200.000. Boven dit bedrag is het tarief 25%. Inmiddels is een voorlopige aanslag over 2016, 2017 en 2018 ontvangen en betaald. De verwachting op dit moment is dat het fiscale resultaat over deze jaren nihil zal zijn, maar om een te betalen belastingrente van 8% te voorkomen is besloten toch een voorlopige aangifte in te dienen en te betalen. Mocht het fiscale resultaat nihil zijn zoals verwacht, dan ontvangt de gemeente de betaalde bedragen weer terug van de fiscus. Op dit moment bestaat veel onduidelijkheid over de manier waarop gemeenten hun winst dienen te berekenen . Deze onduidelijkheid houdt waarschijnlijk nog enige jaren aan. Het kan er ook toe leiden dat de belastingdienst het moment van opleggen van een defi nitieve aanslag zoveel mogelijk naar achter verplaatst. Het gevolg van de onzekerheid is dat het mogelijk tot eind 2021 kan duren voordat een definitieve aanslag over 2016 wordt opgelegd.

De gemeente schat bij het opstellen van de begroting de hoogte van de te betalen belasting voorzichtig in. Het valt niet uit te sluiten dat de ingeschatte bedragen afwijken van de uiteindelijk te betalen belasting. Afschaffing Algemene Reserve Grondexploitaties Op 19 december 2017 is de Nota Reserves en voorzieningen 2017 vastgesteld. Met de vaststelling van deze nota is besloten de Algemene Reserve Grondexploitaties (ARG) op te heffen en het saldo van € 3,5 miljoen toe te voegen aan de Algemene Reserve vaste buffer. De Algemene reserve vaste buffer en de Algemene Reserve Grondexploitaties zijn hiermee samengevoegd tot één risicoreserve. Het risicoprofiel van het gemeentelijke grondbedrijf (lees: alle grondexploitaties) wordt jaarlijks bepaald op basis van de RISMAN -methode. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Voorheen werd de benodigde weerstandscapaciteit afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit in de ARG om het weerstandsvermogen te bepalen. In de nieuwe situatie wordt het risicoprofiel tezamen met andere risico’s afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit in de Algemene Reserve vaste buffer. Tevens is besloten de (verwachte) resultaten van de grondexploitaties af te wikkelen via de Algemene reserve vrij besteedbaar.

Bij de jaarrekening 2017 zijn de winst- en verliesnemingen dus afgewikkeld via de Algemene reserve vrij besteedbaar in plaats van de ARG. 120 Grondbeleid Het grondbeleid van de gemeente Steenwijkerland is verwoord in de Nota Grond- en Ontwikkelbeleid 2016-2020. Deze nota is op 8 december 2015 vastgesteld door de gemeenteraad. Het grondbeleid is voor een periode van 4 jaar vastgesteld. Conform deze nota voert de gemeente Steenwijkerland de komende jaren een faciliterend grondbeleid, tenzij vanwege volkshuisvestings - en economische redenen actief grondbeleid gewenst is. Voor verdere inhoud van het grondbeleid wordt verwezen naar de Nota Grond- en Ontwikkelbeleid 2016-2020. Woningbouw De Woonvisie Steenwijkerland 2017 -2021 is in het voorjaar 2017 vastgesteld door de raad. Conform de Woonvisie Steenwijkerland 2017 -2021 wordt uitgegaan van een jaarlijkse toevoeging van gemiddeld circa 120 woningen. De Samenwerkingsovereenkomst woonafspraken West -Overijssel 2016-2020 en de bijlage RWP West -Overijssel (Regionale Woonprogrammering) vormt het kader voor de toevoegingen van woningen in Steenwijkerland. In het RWP van april 2017 wordt voor de periode 2017-2026 rekening gehouden met een woningvraag van 1065 tot 1300 woningen. Met een beschikbare harde plancapaciteit van 715 woningen zijn er nog 350 tot 585 woningen toe te voegen in Steenwijkerland.

Vanuit de gemeentelijke plannen wordt conform de Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021 uitgegaan van een totale toevoeging van circa 450 woningen tot 2025. Dit correspondeert met de totale toevoeging van woningen waar in de grondexploitaties vanuit wordt gegaan. Jaarlijks betekent dat een gemiddelde toevoeging van circa 45 woning en. In 201 6 en 201 7 zijn de gronden onder respectievelijk 41 en 35 te bouwen woningen verkocht vanuit d e gemeentelijke plannen. Voor de fasering en planning in de grondexploitaties voor woningbouwprojecten is aangesloten op de uitgangspunten in de Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021. De planning is voorzichtigheidshalve iets behoudender ingestoken in vergelijking met de planning in de Woonvisie Steenwijkerland 2017 -2021. Kwalitatief gezien wordt er in Steenwijk rekening gehouden met de nodige behoefte aan sociale huur (vaak appartementen) en in de koopsector aan rijwoningen. In de overige kernen geldt dat het aanbod van kavels op dit moment vooral gericht is op tweekappers en vrijstaande woningen. Sociale investeringsopgave In 2017 is een traject opgestart om ook in het noordelijk deel van de gemeente een maatschappelijke investeerder actief te krijgen. Een stap-voor-stap verkenning naar de investeringsopgave in de sociale huur is uitgevoerd. Dit in opdracht van het college en in samenwerking met de woningcorporaties.

Eén van de uitkomsten van dit traject is dat de komende 10 jaren een substantiële toevoeging van circa 190 sociale huurwoningen in Steenwijk en 60 sociale huurwoningen in de noordelijke kernen nodig is. In beeld is gebracht in hoeverre deze sociale investeringsopgave kan worden opgelost binnen de bestaande gemeentelijke plannen. Er zijn een aantal locaties op het oog, waarvoor op dit moment een grondexploitatie actief is. Het mogelijk maken van de bouw van sociale huurwoningen leidt in die grondexploitaties tot een programmatische wijziging met financiële consequenties. Op het moment dat besluitvorming heeft plaatsgevonden over de sociale investeringsopgave worden de nieuwe programmatische uitgangspunten verwerkt in de grondexploitatie. 121 Bedrijven Op het niveau van de provincie Overijssel als geheel is er sprake van overprogrammering van bedrijventerreinen. Daarom zijn er in het voorjaar 2017 bestuurlijke afspraken vastgelegd tussen de elf gemeenten in d e regio West - Overijssel voor de uitgifte van bedrijventerreinen in het programmadocument Afspraken Regionale Bedrijventerreinen Programmering West Overijssel 2017-2020. Voor de gemeente Steenwijkerland wordt daarentegen geconstateerd dat er sprake is van te weinig aanbod. De vraagtoedeling voor de gemeente Steenwijkerland bedraagt circa 53 hectare, terwijl het aanbod op dit moment circa 40 hectare bedraagt.

Van de harde capaciteit bevind t circa 28 hectare zich op bedrijvenpark Eeserwold, wat in particulier bezit is. Vanuit de gemeente lijke plannen bedraagt de harde capaciteit circa 12 hectare. De capaciteit is verdeeld over diverse bedrijventerreinen binnen de diverse kernen. De uitgifte is bedoeld voor de loka le vraag, waardoor de kaveloppervlaktes soms relatief klein zijn. Tot 2026 is sprake van een gemiddelde vraag van circa 5,3 hectare per jaar. Vanuit de harde plancapaciteit wordt uitgegaan van een gemiddelde uitgifte van circa 4,1 hectare per jaar. Het gaat om gemiddeld 2,8 hectare per jaar in Eeserwold en 1,3 hectare per jaar vanuit de gemeentelijke plannen. In 2016 en 2017 is respectievelijk 0, 7 hectare en 0,3 hectare verkocht vanuit de gemeentelijke plannen. Hiermee is de werkelijke uitgifte de afgel open twee jaar lager geweest dan de verwachte gemiddelde uitgifte van circa 1,3 hectare. De theoretische opnamecapaciteit is in de praktijk de afgelopen jaren niet gerealiseerd. Dat heeft te maken met het feit dat de vraag naar bedrijventerreinen zich hoof dzakelijk manifesteert in de kern Steenwijk, terwijl het merendeel van het aanbod in de overige kernen binnen de gemeente Steenwijkerland is gelegen. Daarom is nog kritischer gekeken naar de fasering van de uitgifte bedrijventerreinen.

De fasering is per project afgestemd op de leads voor de korte termijn en de algemene verwachtingen voor de lange termijn. Het totale programma is niet naar beneden bijgesteld. Verondersteld wordt dat een gemiddeld uitgiftetempo van 1,3 hectare per jaar tot 2026 nog steeds p assend is in relatie tot de aantrekkende markt, de toenemende investeringsruimte bij bedrijven en de situatie van onderprogrammering binnen de gemeente Steenwijkerland. Buiten de kern Steenwijk is op het bedrijventerrein Oldemarkt Boterberg Zuid gekeken naar een alternatieve (tijdelijke) invullingen van (delen) van het uitgeefbaar bedrijventerrein. Op dit bedrijventerrein is de afgelopen jaren weinig tot geen interesse is geweest. De mogelijkheden zijn verkend om zonnepanelen te plaatsen op een deel van het bedrijventerrein. Indien wordt besloten een bepaalde periode deze ruimte in te vull en met zonnepanelen, dan worden de financiële consequenties verwerkt in de eerstvolgende herziening van de grondexploitatie. Resultaten grondexploitaties In onderstaande tabel zijn de geprognosticeerde resultaten weergegeven van de grondexploitaties voor woningbouw en bedrijventerreinen.

bedragen x € 1.000 Resultaten grondexploitaties Boekwaarde Verwacht saldo (- = positief; + = negatief) 1-jan-2018 Eindwaarde Startwaarde Woningbouw onderhanden 19.818 - 5.254 - 4.765 Industrieterreinen onderhanden 2.345 - 1.438 - 1.365 Totaal 22.163 - 6.692 - 6.130 122 In de tabel worden zowel de startwaarde als eindwaarde weergegeven. De eindwaarde komt tot stand door alle resultaten die in de toekomst worden behaald bij elkaar op te tellen. Door alle resultaten die in de toekomst worden behaald, terug te rekenen naar v andaag de dag (netto contante waarde) en al deze netto contante waardes vervolgens bij elkaar op te tellen ontstaat het totale resultaat op startwaarde voor het grondbedrijf. Het verwachte resultaat op startwaarde per 1 januari 201 8 van alle grondexploit aties woningbouw en bedrijventerreinen bedraagt circa € 6,1 miljoen voordelig. Ter vergelijk: het resultaat op startwaarde per 1 januari 2016 bedroeg circa € 7,6 miljoen voordelig. De afname van het resultaat grondbedrijf (lees: alle grondexploitaties bij elkaar opgeteld) heeft hoofdzakelijk te maken met de nieuwe methode van winstnemen (POC -methode). Per grondexploitatie is de te nemen winst bepaald op basis van de verwachte eindwaa rde en de financiële voortgang. Bij de jaarrekening 2017 is per saldo € 2,15 miljoen winst genomen in het grondbedrijf op basis van die POC- methode.

Dit geld is onttrokken aan de grondexploitaties op basis van besluitvorming van de raad ten gunste gebracht aan de Algemene Reserve vrij besteedbaar. De winstneming wordt dus verrekend met het grondbedrijf (in de praktijk alle individuele grondexploitaties), wat een negatief effect heeft op de verwachte resultaten. De winst wordt immers als het ware ‘uit de grondexploitatie gehaald’, waardoor er voor de nabije of verre toekomst minder winst in het vat zit. Met ander woorden, die € 2,15 miljoen die bij de jaarrekening 2017 is genomen kan in de verre of nabije toekomst niet nog eens worden genomen. In onderstaande tabel is de winstverwachting voor de komende begrotingsperiode 2019 -2022 weergegeven. bedragen x € 1.000 Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 Woningbouw 84 407 572 461 459 Bedrijventerreinen 175 565 102 124 272 Verwachte prognose grondexploitatie 259 972 674 586 731 In totaal wordt er voor de komende periode circa € 3,2 miljoen aan winst verwacht tot en met 2022. Ter vergelijk: De MBG 2018-2021 ging uit van een winstverwachting van circa € 5,3 miljoen tot en met 2022. De invoering van de POC-methode heeft niet alleen invloed op de omvang van de winstverwachting in de komende begrotingsperiode 2019-2022, maar ook op de verwachte timing van de (tussentijdse) winstneming.

Het positieve resultaat van € 6,1 miljoen toont desalniettemin dat de ontwikkelwinsten uit de toekomstige realisatie en uitgifte van woningbouwgebieden, bedrijventerreinen en mengvormen van deze beide voldoende zijn om de totale investeringskosten (inclusief de reeds gedane investeringen = de huidige boekwaarde per 1 januari 201 8 à € 22,1 miljoen) terug te verdienen. Risico’s Voorheen diende de Algemene Reserve Grondexploitatie (ARG) als financiële buffer om de met de grondexploi tatie samenhangende risico’s op te vangen. Op 19 december 2017 is dit verander d met de vaststelling van de Nota Reserves en voorzieningen 2017 . Met de vaststelling van deze nota is besloten de Algemene Reserve Grondexploitaties (ARG) op te heffen en het sa ldo van € 3,5 miljoen toe te voegen aan de Algemene Reserve vaste buffer. De Algemene reserve vaste buffer en de Algemene Reserve Grondexploitaties zijn hiermee samengevoegd tot één risicoreserve. 123 Het risicoprofiel van het gemeentelijke grondbedrijf (lees: alle grondexploitaties) wordt jaarlijks bepaald op basis van de RISMAN -methode. Hierin wordt ingegaan op algemene risico’s en projectspecifieke risico’s. Van de projectspecifieke risico’s wordt ve rvolgens aangegeven of deze kwantitatief of kwalitatief van aard zijn. De beide soorten risico’s word en omgezet in een bedrag voor de hoogte van het risico per project.

Uitgangspunt is dat de kans dat alle onderkende risico’s zich op exact hetzelfde moment zullen voordoen 75% is. Dit percentage is overeenkomend richtlijnen die worden gehanteerd door de Vereniging van Grondbedrijven (70 -80%). Dit leidt vervolgens tot de risicobepaling in de vorm van één risicobedrag, oftewel het risicoprofiel. Het risicopr ofiel staat gelijk aan de benodigde weerstandscapaciteit. Voorheen werd de benodigde weerstandscapaciteit afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit in de ARG om het weerstandsvermogen te bepalen. In de nieuwe situatie wordt het risicoprofiel van het gemeentelijk grondbedrijf tezamen met andere risico’s afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit in de Algemene Reserve vaste buffer. In de tabel hieronder is een overzicht te zien van de risicobepaling. Het actuele risicoprofiel van het grondbed rijf bedraagt circa € 3,8 miljoen. Hiermee is het risicoprofiel circa € 0,9 miljoen hoger in vergelijking met vorig jaar, toen het risicoprofiel was ingeschat op circa € 2,9 miljoen. Dat heeft te maken met het feit dat het risicoprofiel in samenhang is bep aald met de (tussentijdse) winst. Dit heeft geleid tot een hogere inschatting van de risico’s, met name in relatie tot onzekerheden over de afzetmogelijkheden in een aantal van de individuele grondexploitaties.

bedragen x € 1.000 Risico's grondexploitatie Risicobepaling Woningbouw 3.118 Industrieterreinen 694 Totaal 3.812 Het risicoprofiel van het grondbedrijf wo rdt tezamen met overige risico’s, afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit in de Algemene Reserve vaste buffer. 124 5. Raadsbesluit Steenwijk, Nummer: 2018/ Onderwerp: Programmabegroting 2019-2022 De raad van de gemeente Steenwijkerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van d.d. 16 oktober 2018, nummer 2018/ ; b e s l u i t : Wij stellen u dan ook voor de volgende besluiten te nemen: 1. De tarieven voor gemeentelijke belastingen en rechten vast te stellen overeenkomstig onderstaande voorstellen: a. de onroerende-zaakbelastingen in 2019 te verhogen met 0,1% ten opzichte van 2018; b. de rioolrechten in 2019 met 3,1% te verlagen ten opzichte van 2018 en het dekkingspercentage voor 2019 te bepalen op 79,2%; c. de afvalstoffenheffing in 2019 met 7,2% te verhogen ten opzichte van 2018 en het dekkingsp ercentage voor 2019 te bepalen op 71,8%; d. de lijkbezorgingsrechten te verhogen met 0,1% ten opzichte van 2018 en het dekkingspercentage te bepalen op 57,0%; e. het tarief van de toeristenbelasting met € 0,10 te verhogen ten opzichte van 2018 en te bepalen op € 1,10. 2. Een krediet van € 33.741.00 0 beschikbaar te stellen voor het bestedingsplan 2019 -2022 zoals opgenomen in hoofdstuk 3.3.6. 3.

Een krediet van € 1.400.000 beschikbaar te stellen voor het uitvoeringsplan riolering 2019 zoals opgenomen in hoofdstuk 4.1.8. 4. Een krediet van € 540.000 beschikbaar te stellen voor de in bijlage 2 vermelde aanschaf/vervanging van bedrijfsmiddelen in 2019. 5. Op basis van de Meerjarenbegroting Grondexploitaties 2019 -2022: a. de grondexploitaties voor woningbouwprojecten en bedrijven terreinen die onderhanden zijn gewijzigd vast te stellen; b. het college te machtigen, indien de markt - en economische omstandigheden daartoe aanleiding geven, tegen andere grondprijzen te verkopen dan opgenomen in de desbetreffende grondexploitaties onder de voorwaarde van een blijvend minimaal sluitende grondexploitatie. 125 6. In 2019 een bedrag van € 425.000 ten laste van de bestemmingsreserve ‘Opvangen tekorten sociaal domein’ te brengen en deze reserve voor minimaal 2 jaar in stand te houden (tot en met 2020); 7. De vijf bestuursprogramma’s vast te stellen. 126 Bijlage 1. Toelichting op het aanvullend bestedingsplan 2019-2022 Programma De Inwoner op 1 1.1 Aanjaagbudget voor het programma ‘De inwoner op 1’ Om met programma de ‘satéprikker’ te kunnen zijn, is het goed om middelen in te kunnen zetten voor het bevorderen van de inwoner op 1 bij onze collega’s.

Bijvoorbeeld voor workshops en trainingen of andere activiteiten om het thema op de kaart te zetten en te houden , voor ad-hoc onderzoeken (mystery guest), voor een extra boost aan heldere brieven en website (door het inzetten van expert die samen met de vakafdeling/redactieraad een begin maakt met de teksten), voor het beter inzichtelijk maken van dienstverleningsprestaties/ kpi’s. 1.2 Bidbook ‘Land van Weerribben en Wieden; Poort naar Overijssel’ We willen m aatregelen treffen om het aantal toeristen beter te spreiden over de gemeente Steenwijkerland, maar ook over de omliggende regio en over het jaar. In Giethoorn staat de leefbaarheid ten gevolge van de groei van het toerisme onder druk, terwijl andere delen van de regio juist gebaat zijn bij een toename van toerisme.

In het bidbook ‘Land van Weerribben en Wieden ; Poort naar Overijssel ’ staan maatregelen opgenome n die hieraa n bij kunnen dragen: - Intercity station Steenwijk geschikt maken voor de ‘Poort naar Overijssel’; - Kwaliteitsimpuls routenetwerk en Koloniën van Weldadigheid; - P+R parkeergelegenheid nabij A32 en A6; - Optimalisering provinciale Beulakerweg; - Ontsluiting Kerkweg en verbinding Giethoorn Noord-Zuid; - Kernenroute openbaar vervoer; - Ontwikkeling verblijfsresort; - Verlichting bruggen langs dorpsgracht; - Oude ambachten in stand houden (punterbouwers, rietsnijders en vissers); - Nationale Park Weerribben-Wieden: Realiseren van een ‘Wetlands Visitor Centre’ en product innovatie. De totale investering door overheden, ondernemers en particulieren bedraagt € 135 miljoen (gemeente: € 5,5 miljoen, provincie: € 6,4 miljoen en Rijk: € 11,5 miljoen). 1.3 Omgevingwet De invoering van de Omgevingswet is een grote opgave voor de organisatie. Op 1 januari 2021 gaat de wet in. Na 2021 zijn we niet klaar , maar zullen we de omgevingswet nog verder implementeren. Dit betekent dat we ook gedurende een lange periode kosten maken als organisatie om de omgevingswet goed in te voeren. De invoering van de omgevingswet brengt drie soorten kosten met zich mee.

Voor de berekening van deze kosten heeft de VNG een model ontwikkeld die helpt de kosten inzichtelijk te maken voor de periode tot en met 2024. De eerste kostenpost betreft de voorbereidings - en implementatiekosten van de wet. Een eerste invulling van het VNG-model model heeft geleid tot een grove inschatting van deze incidentele kosten. Deze schatting betreft €3,1 mln. voor de periode tot en met 2024. Dit bedrag is een eerste schatting en kent nog grote onzekerheden. Zo is het voor een groot deel nog onduidelijk wat de ICT -kosten zijn en welke kosten personele inzet met zich mee brengt. Deze zorgen er voor dat de kosten zowel hoger als lager uit kunnen vallen. 127 Het totaal aan kosten is wat anders dan de budgetvraag die ontstaat. Een eerste belangrijke oorzaak hiervan is dat er reeds een bedrag van ongeveer € 700.000 euro beschikbaar is gesteld door de raad. Een andere belangrijke reden is dat nog niet duidelijk is in hoeverre er voor het ingezette personeel bij de invoering van de wet ook een vervangingsvraag gaat ontstaan omdat andere werkzaamheden in het geding komen. Beide oorzaken kunnen er voor zorgen dat de behoefte aan incidenteel budget minder is dan het geheel aan kosten. Momenteel is het college druk bezig met het verder in kaart brengen van alle kosten. Dit gebeurt als onderdeel van het programma invoering omgevingswet.

De planning is om bij het voorjaarsmoment in 2019 het benodigde budget preciezer te definiëren en indien dan al nodig dit geld ook vrij te maken. Naast de incidentele voorbereidings - en implementatiekosten brengt de omgevingswet nog twee mogel ijke kostenposten met zich mee: 1. De mogelijke verandering in structure le lasten. Deze kunnen optreden door een verandering in de personeelsbehoefte (bv minder vergunningverlening en meer handhaving) en een vermindering van de legesinkomsten. Dit laatste wordt doorgaans aangenomen als effect van de omgevingswet; 2. De mogelijk incidentele frictiekosten die optreden als gevolg van een verschuiving onder het personeel door de veranderende personeelsbehoefte. Deze tweekostenposten zijn op dit moment nog niet kwantitatief in te schatten. Bij het voorjaarsmoment in 2019 probeert het college hier meer duidelijkheid over te geven. In de risicoparagraaf wordt de invoering van de omgevingswet en de (financiële) gevolgen daarvan ook beschreven. 1.4 Professionalisering inzet SLOS Het voortbestaan van de lokale omroep staat onder druk. De brancheorganisatie stelt voorwaarden aan de grootte van de omroep en die zijn in dit gebied moeilijk te realiseren. Zo moet bijvoorbeeld het minimale bereik van de omroep 200.000 inwoners zijn. Om dit te bereiken wordt een grote lokale omroep opgericht, die meerdere gemeenten beslaat.

Wij ondersteunen de lokale omroep in hun streven om programma’s te maken die gericht zijn op al onze inwoners. Hiervoor is het van belang dat er geïnvesteerd wordt in de professionalisering van de medewerkers en in de huisvesting. 1.5 Uitbreiding personeel dienstverlening De landelijke overheid heeft als uitgangspunt geformuleerd: digitaal, tenzij. Steenwijkerland heeft dat overgenomen in ‘Persoonlijk waar nodig, digitaal waar mogelijk’. Dit leidt wel tot een personeelsuitbreiding op het gebied van dienstverlening. De uitbreiding heeft betrekking op: Social media (€ 25.000, 16 uur) Wij zijn bezig met de doorontwikkeling van social media. Een deel van de operationele a ctiviteiten die hierbij komen kijken worden volgend jaar belegd op het K lant Contact Centrum (KCC) . De huidige formatie is onvoldoende om het werk op een goede manier in te vullen. Er is aanvullende uitbreiding van 16 uur per week nodig. Doorontwikkelen KlantContactMonitor (KCM) (€ 35.000, 24 uur) De onderbouwing van deze uitbreiding is als volgt: 128 1. (Leren van) Monitoring We willen voor meer producten/diensten, specifieker en continue monitoren hoe onze inwoners en ondernemers onze dienstverlening ervaren. Daarvoor willen we insteken op: - Bredere inzet KCM - Inzet klankbord/panel inwoners & ondernemers & collectieven - Leren van klachten/klantsignalen (klantsignaalmanagement) 2.

(Klantperspectief bij) Procesoptimalisatie Naast de continue monitoring, willen we ook (blijven) inzetten op (het inbrengen van het klantperspectief bij) procesoptimalisatie op ad-hoc-basis. Bijvoorbeeld door het inzetten van ‘klantreizen’, ‘lean’ en ‘scrum’. Als we de organisatie daarin willen ondersteunen is extra capaciteit nodig. 1.6 Klantsignaalmanagement Onze visie op dienstverlening is dat de inwoner als gast ontvangen wordt en dat hij ervaart dat zijn vraag en bedoeling centraal staan. De inwoner verwacht bovendien een goede afhandeling met de juiste kwaliteit. Hoe weten wij wanneer onze inwoners dit ook zo ervaren? En zorgen we ervoor dat we voldoen aan de verwachtingen? Door te luisteren naar wat inwoners ons vertellen en door te vragen wat onze inwoners van onze dienstverlening vinden. De analyse van deze klantsignalen vormt de ba sis voor verbeteringen in onze werkprocessen. We willen deze klantsignalen op een meer gestructureerde en structurele manier verzamelen en op een centrale plaats in de organisatie laten samenkomen. Vanuit deze centrale plaats moet een signalerende en aanj agende werking uitgaan voor een continue verbetering van onze dienstverleningsprocessen. Tools: a. KCM We hebben een aantal ‘tools’ in de gereedschapskist om klantsignalen actief uit te vragen, een daarvan is de KlantContactMonitor (KCM).

Die willen wij graag blijvend, meer, anders en breder in kunnen zetten. De huidige situatie is dat de KCM informatie gee ft over de mate van tevredenheid van onze inwoners over onze dienstverlening. De gelden voor de basale inzet van de KCM reiken tot en met 2018. Vanaf 2019 is er geen geld meer beschikbaar voor de inzet van deze vorm van KCM. De KCM is op dit moment ingericht per kanaal. We willen echter de doelstellingen specifiek(er) maken per (soort) proces/product/dienst. Om vervolgens de tevredenheid van onze klanten over de geleverde producten en diensten te kunnen monitoren, is er behoefte aan meer en andere metingen dan de huidige KCM. Daarnaast willen wij een lerende organisatie zijn die continu werkt aan verbetering van onze dienstverlening. Daarvoor is bewustwording van en inzicht in de beleving van onze klanten over de door ons geleverde prestaties essentieel. Dat vraagt om een bredere inzet van de KCM dan tot nu toe: meer medewerkers worden in de gelegenheid gesteld de meetgegevens van het proces/ product of de dienst , waar zij bij betrokken zijn, te volgen (medewerkers, procesregisseurs, hoofdproceseigenaren). b. Vervanging inwonersonderzoek Een andere ‘tool’ in de gereedschapskist om klantsignalen actief uit te vragen, was het inwoners -onderzoek (omnibusenquête).

In 2017 hebben wij voor de laatste keer het inwonersonderzoek met een zeer uitgebreide schriftelijke vragenlijst gedaan. We zoeken alternatieven voor dit onderzoek. In het laatste inwonersonderzoek hebben wij daarom gevraagd wat inwoners zelf willen. Een van de uitkomsten is een (digitaal) burgerpanel , dat inmiddels is opgezet en waarvan de eerste vraagstelling inmiddels is geweest (onderwerp: mobiliteit). 129 Plek in de organisatie: Centrale plaats, aanjaagfunctie Naast de signalen die wij via de KCM krijgen, krijgen wij ook op andere manieren en plekken in de organisatie klantsignalen binnen. Denk aan klantreizen, contacten die medewerkers met inwoners/ ondernemers hebben, formele klachten/bezwaren, en via social media. Dat laatste kanaal zal meer en meer informatie opleveren, naarmate wij dat actiever inzetten. Ook de hiervoor genoemde alternatieven vo or het inwonersonderzoek genereren informatie. Door alle signalen bij elkaar te brengen, geeft dat een beter inzicht in waar wij de nadruk op gaan leggen bij verbeteringen van de werkprocessen. 1.7 Informatiegestuurd werken en analyse Informatie gestuurd werken en analyse is een ontwikkeling waarbij geleidelijk (in kleine stappen/projecten) vanuit analyse en informatie gestuurd werken wordt ontdekt waar de meerwaarde zit, hiervan te leren en doelen scherper te bepalen. Voor deze ontwikkeling is o.a.

inhuu r van externe expertise nodig om de (techniek) projecten te ondersteunen. Gemeenten staan midden in de informatiesamenleving en dragen daar zeer actief aan bij. Ze investeren in digitalisering van hun dienstverleningen informatievoorziening en gebruiken mo gelijkheden zoals data gestuurd werken en moderne vormen van informatie uitwisseling. Slim gebruik van (digitale) informatie stelt de gemeente in staat om eerder en meer effectief in te spelen op de ontwikkelingen in de maatschappij. 1.8 Nieuwbouw raadszaal In de afgelopen periode is een verkenning uitgevoerd naar de huisvestingsmogelijkheden van de raadzaal. Aanleiding hiervoor waren de volgende elementen: - verbouwplannen van het bedrijfsrestaurant in het gemeentehuis - interne verhuisbeweging a.g.v.

reorganisatie - gebrek aan vergaderzalen - de mogelijke IGSD huisvesting in het gemeentehuis - zaal is te klein voor raad van 27 leden (ooit gebouwd voor 17 raadsleden) - publiek/inwoners hebben geen zicht vanaf tribune op raad - zitplekken voor college, pers en griffie onder de maat - klimaatbeheersing onvoldoende - geluid en licht voldoen niet aan huidige normen - geen aansprekende trouwlocatie (niet praktisch ingericht en weinig sfeervol) - vorm en omvang van raadzaal belemmeren raad in toepassen nieuwe vormen van democratie - huidige zaal is niet multi-functioneel inzetbaar Uit de verkenning is gebleken dat een nieuwe zaal aan de voorzijde van het gemeentehuis in technisch en financieel opzicht een mogelijke oplossing is. Het presidium heeft de griffier opdracht gegeven leiding te geven aan de nadere uitwerking hiervan. Om die reden is een projectgroep geformeerd. Deze projectgroep, met kennis en expertise op diverse terreinen neemt de nadere uitwerking van de voorkeursvariant (nieuwbouw) van het presidium ter hand. Doel is om een rapport uit te brengen waarin de juridische, financiële en technische consequenties nauwkeurig in kaart zijn gebracht. De raadszaal is het hart van de lokale democratie. Waren de raadszalen in vroegere tijden nog klein, donker en met name gericht op geheimhouding en besloten overleg.

Tegenwoordig zijn deze vooral ruimtelijk, open en gericht op transparantie. Gesteld kan worden dat de raadszaal op dit moment in onvoldoende mate voldoet aan de behoeften die tegenwoordig gesteld worden aan raadszalen. 130 Tijdens de verkenning zijn drie opties onderzocht met een globale technische en financiële onderbouwing. De drie opties zijn: 1. Huidige raadszaal restylen en verbeteren; 2. Uitbouw vleugel bedrijfskantine; 3. Nieuwbouw. Het presidium heeft besloten de laatste optie verder te laten verkennen. De eerste optie is niet echt een verbetering. Door het meubilair aan te passen zal er financieel gezien (relatief) een forse inve stering gepleegd worden, terwijl de zaal qua afmetingen niet aangepast kan worden. De krappe ruimte en alle nadelen van dien worden hiermee niet opgelost. De uitbouw aan de vleugel van de bedrijfskantine (optie 2) is technisch gezien niet haalbaar. Constructieve pilaren zorgen ook hier voor een belemmerende factor. De derde optie, waarbij een nieuwe zaal aan de voorzijde van het gemeentehuis gebouwd wordt, blijkt zowel in technisch, als in financieel opzicht de beste oplossing. Een bijkomend voordeel van deze optie is dat er geen extra kosten gemaakt hoeven te worden voor een tijdelijke verhuizing. De raad kan de huidige zaal blijven gebruiken totdat nieuwbouw gereed is. Uit een eerder uitgevoerde inventarisatie m.b.t.

de nieuwbouw van de raadszaal, blijkt dat dit neerkomt op een investering van € 565.000, inclusief een compleet nieuwe inventaris. Voor de Programmabegroting 2019-2022 wordt echter vooralsnog een PM post opgenomen. De reden hiervoor is dat op dit moment nog niet duidelijk is wat er precies gaat gebeuren rondom de huisvesting van de IGSD. Het besluit rondom de huisvesting van de IGSD kan gevolgen hebben voor de besluitvorming rondom de raadzaal. Hier kunnen we nog niet op vooruitlopen. Daarom is er in lijn met de keuze van het opnemen van een PM post voor de IGSD tevens voor gekozen voor de nieuwbouw van de raadszaal vooralsnog uit te gaan van een PM post. Zodra er meer duidelijkheid is over de keuzes die er gemaakt worden rondom de IGSD zal er ook meer duidelijkheid komen rondom de raadszaal. 1.9 Dienstverlening op locatie (onderzoek) In het coalitieakkoord staat o.m. dienstverlening op locatie en een dagdeel vrije inloop voor vragen genoemd. We willen met het programma Inwoner op 1 aansluiten op de wensen en behoeften van onze inwoners en ondernemers. Wij willen daarom weten wat de wensen en behoeften zijn van onze inwoners en ondernemers ten aanzien van dienstverlening, ook voor dienstverlening op locatie.

Denk aan antwoorden op vragen als: is er vooral behoefte aan burgerzakenproducten op loc atie, gaat het om vergunningen, gaat het om vragen over zorg of gaat het ook over inwonersinitiatieven. Is die locatie een MFC of elders (bijv. een verzorgingshuis of een vergunning ter plaatse bij de vergunning -vrager. Zijn er verwachtingen of mogelijkhed en om samen te werken met andere partijen in de wijken/kernen? Om een onderbouwd besluit te kunnen nemen willen we in beeld brengen wat onze inwoners en ondernemers verwachten, maar ook wat de consequenties van die wensen zijn. Bij voorkeur in een of meer dere scenario’s uitgewerkt, omdat de impact van dienstverlening op locatie nogal kan variëren in omvang. Op basis hiervan kan een besluit genomen worden welke dienstverlening op locatie we op welke termijn aanbieden. Om het onderzoek en uitwerking van de o pties goed uit te kunnen voeren hebben wij middelen nodig die niet op andere manier begroot/gedekt zijn. 1.9 Dienstverlening op locatie (implementatie) Op basis van het onderzoek dienstverlening op locatie zijn een of meerdere scenario’s uitgewerkt en is een keuze gemaakt. Die keuze bepaalt welke kosten en formatie gemoeid zijn met een bepaalde vorm van dienstverlening op locatie. Op voorhand is niet in te schatten om welke bedragen het gaat.

131 1.10 Doorontwikkeling kernenbeleid Het kernenbeleid van Steenwi jkerland functioneert goed. Maar er is ook ruimte voor doorontwikkeling op onderdelen. Dat is onder andere de uitkomst van het onderzoek van de Rekenkamer Steenwijkerland. Voor deze doorontwikkeling is een viertal ontwikkellijnen benoemd: 1. Participeren met lef - Wij doen het samen (de samenwerking met inwoners, PBW’s en maatschappelijke partners versterken); - Stimuleren eigenaarschap (door middel van bijv. het ontwikkelen van een gereedschapskist voor initiatiefnemers). Geraamd budget € 10.000; - Participatie is doen! (geen uitgebreide visie! Maar bijv. een goed en snel leesbare infografic). Geraamd budget € 7.000. 2. Wij bewegen mee - Participatie zit in ons bloed (door inbedding in teamplannen, HRM -cyclus door middel van een gereedschapskist Eerste Hulp bij Participatie voor medewerkers. Geraamd budget € 5.000; - De vraag staat centraal (initiatievenloket/ -team voor inwonersinitiatieven voor integrale afweging van initiatieven); - De gemeente is zichtbaar (doorontwikkeling kern - en wijkencoördinatoren naar gebiedsmanage rs (opleiding/training)). Geraamd budget € 10.000. 3. Goede ideeën zijn goud waard - Flexibele, laagdrempelige ondersteuning voor inwonersinitiatieven (alternatieve c.q. aanvullende vorm voor financiële ondersteuning). 4.

Laten zien doet verkopen - Delen is inspireren (publiciteit voor inwonersinitiatieven, ambassadeurscommunicatie). Geraamd budget € 20.000. - Verwachtingsmanagement (duidelijkheid geven over grenzen, verwachtingen en inbreng). Voor de doorontwikkeling van het kernenbeleid is incidenteel een budget nodig van € 67.000 waarvan € 15.000 voor algemene (beleids-)ondersteuning. Programma Duurzaam 2.1 Medewerker lokale initiatieven energietransitie De ambities op het gebied van nieuwe energie zijn groot. Om al deze ambities en initiateven van onze inwoners en ondernemers voldoende te kunnen aanjagen, ondersteunen en stimuleren is extra ondersteuning noodzakelijk. 2.2 Investeren in zonnepanelen in tijdelijke opstelling op overtollige gemeentelijke gronden: Locatie Oldemarkt De gemeente heeft een doelstelling als het gaat om het opwekken van duurzame energie. Dit is nu voornamelijk zon. Daarnaast heeft de gemeente vanuit o.a. volkshuisvesting en econo mische doelen gronden in exploitatie of in beheer. Binnen die gronden zijn percelen die al wel een bestemming hebben voor een toekomstig doel, echter in de komende jaren nog niet worden uitgegeven. Een voorbeeld hiervan is een blok van 1,5 hectare op het n ieuwe bedrijventerrein Oldemarkt.

Indien een redelijke termijn wordt gehanteerd voor de realisatie van het toekomstig doel kan het terrein (onder voorwaarden) worden gebruikt als zonneveld. Hiervoor is investeringsgeld noodzakelijk. Met dit investeringsgel d ontstaat een terugverdienmodel. Er dient sprake te zijn van een netto voordeel (uitgangspunt is terugverdientijd, technische levensduur of gebruiksduur) om een investering te doen. Kans op de korte termijn is het terrein in Oldemarkt. Dit bedraagt 1,5 he ctare en is gelegen aan de buitenzijde van het bedrijventerrein. Naast deze gronden zijn er meer centraal nog meerdere kavels beschikbaar. Dit initiatief levert genoeg energie om te voorzien in de energiebehoefte bij de rioleringsgemalen en/of de een deel van openbare 132 verlichting. Aanvullend worden er verbindingen gemaakt met lokale coöperatie en bedrijven om te kijken of er samenwerking in realisatie mogelijk is. 2.3 Zon op het dak van de NoordWestGroep De gemeente heeft een doelstelling als het gaat om h et opwekken van duurzame energie. Zon op daken is hiervan de meest geaccepteerde. Daarnaast heeft de gemeente vanuit andere beleidsvelden een rol in de sociale werkvoorziening. Deze taak vraagt een structurele omvangrijke bijdrage vanuit de gemeente. Energ iekosten zijn hier (indirect) onderdeel van.

Het zelf duurzaam opwekken van de benodigde energie, door het plaatsen van zonnepanelen, is gunstig voor de exploitatie. Om dit te realiseren dient geïnvesteerd te worden in die energiemaatregel. Met de invester ing verbetert de exploitatie van de Noordwestgroep (mede door een SDE subsidie). De positieve resultaten worden vertaald in de begroting van de Noordwestgroep wat naar verwachting leidt tot een lagere jaarlijkse bijdrage aan de Noordwestgroep. 2.4 Pilot kleine windmolens De gemeente heeft een doelstelling als het gaat om het opwekken van duurzame energie. Het opwekken van duurzame energie kent vele vormen die samen de doelstelling haalbaar maken. Zo ook windenergie. In de G1000 Steenwijkerland is dit ook n aar voren gekomen uit de voorstellen die zijn gedaan. Het voorstel om een pilot met kleine windmolens te doen zoals ook in de noordelijke provincies wordt gedaan is voorgesteld. In dit voorstel wordt uitgegaan van een aantal (2-3) kleine molens om hiermee de eerste stappen te kunnen zetten voor de opwek van windenergie op kleine schaal. 2.5 Routekaart Energieneutraal Maatschappelijk Vastgoed 20 50 Het afgelopen jaar is 80% van het in eigendom zijnde maatschappelijk vastgoed gescreend op duurzame maatregelen om te komen tot een energieneutraal areaal aan gebouwen. Het uitgangspunt is om in 20 50 energieneutraal te zijn.

Dit sluit aan bij de landelijke wet - en regelgeving (2050). In combinatie met de onderhoudsuitgaven in relatie tot de voorziening maatschappel ijk vastgoed worden “logische” vervangingsmomenten gezocht. 2.6 Revolving fund verduurzamen Vanuit de G1000 en vanuit de raad is de vraag gekomen om een revolving fund in te richten. Financiering van duurzaamheidsmaatregelen is voor veel mensen een opga ve. Om ook die mensen die wel graag willen, maar financieel niet kunnen, te helpen vullen wij een revolving fund. Zo kan iedereen gaan voor duurzame energie en lage woonlasten. Een revolving fund is een lening met lage rente of een renteloze lening die wordt afgelost en waar eventueel rente over wordt betaald. Dit vloeit terug in het revolving fund. Hierdoor kunnen subsidiegelden opnieuw worden gebruikt voor een volgend duurzaam project. 2.7 Opstellen beleid duurzame monumenten Dit voorstel komt uit de G1 000 en is een veelgehoorde behoefte tijdens informatieavonden over duurzaamheid. Onze gemeente heeft veel monumenten die in het kader van de verduurzaming om maatwerk vragen; Wat mag wel en wat niet en hoe kunnen we eigenaren helpen om te verduurzamen.

Dit gaan we vastleggen in een heldere informatiebron met onderliggend beleid of proces (bv ondersteuning) om die aanpassingen eenvoudig en generiek te kunnen doen en onze inwoners hiermee te faciliteren 2.8 Warmtetransitieplan Het opstellen van een warmtetransitieplan is een verplichting uit het Interbestuurlijk akkoord/de Regionale Energie Strategie. Voor de gehele gemeente geven wij, de gemeente, per wijk/buurt aan welk warmtesysteem er op termijn 133 kan komen om in de warmtebehoefte te voorzien. Momenteel is dat uniform en wordt een gasaansluiting aangeboden. Met die warmteplannen geven wij eigenaren (en dus investeerders) inzicht en houvast in investeringskeuzes voor hun vastgoed. 2.8 Uitvoering warmtetransitieplan Als de keuze voor het warmtesysteem is ge maakt, worden de verschillende wijken stuk voor stuk technisch uitgewerkt waar het gaat om de gemeentelijke rol (bijvoorbeeld de openbare ruimte etc.). Voor het (samen met andere partijen) maken van deze plannen hebben we een eerste inschatting gemaakt. A ls er de komende tijd meer duidelijkheid komt over de wijze o.a. waarop dit gaat gebeuren en welke verantwoordelijkheid de gemeente hierin heeft kunnen verdere specificaties worden gemaakt. 2.9 Uitvoering laadpalenplan Allego verzorgt voor onze gemeente de laadpalen in de openbare ruimte.

Voor inwoners en/of werknemers in onze gemeente, die niet op eigen terrein kunnen parkeren, zorgt Allego voor een gratis openbaar oplaadpunt. Plaatsing gebeurt op aanvraag. Aanvullend op individuele aanvragen wordt bekek en op welke strategische plekken openbare laadpunten gewenst zijn, bijv. om bezoekers van toeristische bestemmingen te kunnen bedienen. Allego betaalt de plaatsing van deze laadpunten, tenzij de inschatting is dat de locatie onrendabel is. Voor onrendabele locatie zijn de kosten voor de gemeente (€ 1.000 per laadpunt). Conform collegebesluit van 2 mei 2017 worden de eventuele kosten gedekt uit het budget “Uitvoering notitie Nieuwe Energie”. 2.10 Gemeentelijk wagenpark elektrisch De vervanging van de huidige twaalf dienstauto’s kan duurzaam worden vormgegeven. We kiezen voor de nieuwe dienstauto’s voor elektrische auto’s. De gereden afstanden van de afgelopen jaren laten zien dat de benodigde actieradius met een elektrische auto techn isch geen probleem is. D e totale operationele kosten verschillen waarschijnlijk maar weinig met de huidige in de begroting opgenomen budgetten. Naast de hiervoor genoemde dienstauto’s wordt ook gekeken naar de verduurzaming van het wagenpark van de Stadswerf. Of het gaat om duurzame brandstoffen (biodiesel) of een andere aandrijving wordt nog onderzocht. 2.11 Living lab De energietransitie is nog vol in ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/7b945a06-a2e9-4df5-a216-59bcc4242ae3?agendaItemId=4c153bf2-5925-4859-b853-a45d2ac6c921