1.2 definitief Programmabegroting 2019-2022 t.b.v. raadsvergadering 13 november 2018.pdf
Tekst van het document
Risico: Onderhoud openbare ruimte Omschrijving risico Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte wordt gebruik gemaakt van speciale computerprogramma's. De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op orde brengen van deze programma's. Ondertussen is het gehele areaal ingevoerd. D.m.v. inspecties wordt de staat van onderhoud bepaald. Het risico van schade als gevolg van achterstallig onderhoud is afhankelijk van de gekozen frequentie van inspecteren. Op basis van deze gegevens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaald. In 2017 zijn de beleidsplannen voor wegen, fietspaden, openbare verlichting en oeververbindingen geactualiseerd en is een belangrijke slag gemaakt in het inzichtelijk maken van de onderhoudstoestand van deze kapitaalgoederen. Op basis hiervan kan planmatig er worden gewerkt. De meerjarige onderhoudsplannen zijn niet over hele linie op het onderhoudsniveau ‘basis’ gebaseerd, maar in sommige gevallen op ‘beperkt basis’. Impact Het financieel risico wordt ingeschat op € 500.000. Doordat onze kapitaalgoederen voortaan meer planmatig worden beheerd en wij de komende jaren fors investeren, komen wij tot een lage risicokans.
(Beheers)maatregelen Periodieke monitoring en rapporteren in tussenrapportages Risico: Investeringsprojecten ruimtelijk domein Omschrijving risico Voor de aanleg en instandhouding van voorzieningen in de omgeving zijn investeringen noodzakelijk. De kredieten die met deze investeringen zijn gemoeid worden projectmatig aangevraagd en gemonito rd. Een totaaloverzicht van de lopende projecten is door middel van een projectenlijst inzichtelijk. De aard en omvang van deze projecten kunnen erg verschillen en daarmee ook de risico’s die per project worden gelopen. Om op projectniveau de risico’s inzi chtelijk te kunnen maken is de zogenaamde prescan ingevoerd. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar financiële risico’s, maar ook naar bijvoorbeeld organisatorische, juridische en maatschappelijke risico’s. In de prescan wordt voor het inschatten van de ka ns van voorkomen gebruikt gemaakt van drie niveaus (klein, gemiddeld en groot). Voor het totaal van de risico’s van alle projecten kan worden uitgegaan van een gemiddelde kans van voorkomen. Dit komt overeen met het kans -niveau ‘ruim’ en een rekenpercentage van 40%. Impact Om in zijn algemeenheid iets te kunnen zeggen over de financiële risico’s van alle lopende investeringsprojecten kan worden uitgegaan van een gemiddelde impact van ca. 25% van de totale investerings -omvang.
De totale omvang van de investeringsprojecten die vanuit het beheer openbare ruimte (excl. riolering) en vanuit ontwikkeling worden geïnitieerd bedraagt op dit moment ca. € 14,5 miljoen. De impact van de risico’s wordt momenteel dus geraamd op € 3,6 miljoen. 85 (Beheers)maatregelen Afhankelijk van de risico’s worden beheersmaatregelen ingezet. Door middel van kwartaalrapportages wordt de voortgang van het project en de beheersing van de risico’s gemonitord. 4.2.4. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Nu de weerstandscapaciteit is bepaald en de omvang van de te lopen risico’s kunnen beide met elkaar worden geconfronteerd. Ook al is de omvang van een risico niet exact te becijferen, in ieder geval hebben wij ze als p.m. benoemd, zodat inzicht ontstaat in welke risico’s de gemeente loopt. Daarbij kunnen zich de volgende scenario’s voordoen: 1. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit > 1, er is onvoldoende weerstandscapaciteit aanwezig; 2. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit < 1, er zij n overtollige middelen (die alternatief kunnen worden aangewend); 3. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit = 0, risico’s en middelen zijn voldoende (wordt meer beschouwd als een theoretische situatie).
Op basis van de in het risicoprofiel opg enomen risico’s, die gekwantificeerd kunnen worden, bedraagt het totale risicobedrag afgerond € 13,4 miljoen. Voor de overige risico’s is dit nog niet concreet aan te geven, maar het belangrijkste is dat ze worden benoemd. Op basis van de wegingsfactoren bedraagt het risicobedrag afgerond € 3,9 miljoen. Worden ook de p.m. posten bij de afweging betrokken dan schatten wij in dat vo ldoende weerstandscapaciteit aanwezig als sprake is van financiële tegenvallers . 4.2.5. Diverse kengetallen 4.2.5.1. Inleiding Een deugdelijke en transparante begroting is in het belang van een goede controle door de raad op de financiële positie van onze gemeente. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling) van de financiële positie. We kennen de volgende kengetallen: 1. Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Belastingcapaciteit Naast de kengetallen voor het structurele begrotingsevenwicht wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. Dit omdat de financiële positie van de gemeente steeds belangrijker wordt.
De kengetallen en de beoordeling geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht aan de raadsleden over de financiële positie van de gemeente. Hoe de kengetallen berekend worden, is vastgelegd in een ministeriële regelin g. Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze heeft geen functie als normeringsinstrument voor het financieel toezicht door de provincies. De invoering van deze kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor de raadsleden inzichtelijker te maken. Voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente worden de kengetallen in samenhang bezien. Het totaalbeeld geeft inzicht in de financiële weer- en wendbaarheid. 86 4.2.5.2. Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de totale baten. Het kengetal geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is, valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten, die vervolgens weer worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen.
In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto sch uldquote zowel inclusief als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Bij de netto schuldquote worden de leningen die we hebben uitstaan buiten beschouwing gelaten en bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen wordt hiermee wel rekening gehouden. Een netto schuldquote tussen 0% en 100% is acceptabel, c.q. wordt als normaal (groen) beschouwd. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, bevindt de gemeen te zich in de gevarenzone (rood). Opgemerkt wordt dat de maten 100% en 130% grove vuistregels zijn. Voor een genuanceerder beeld van de schuldpositie wordt ook gekeken naar de voorraad bouwgronden en de uitgeleende gelden. Gemeenten met veel grond hebben meer schulden en dus een hogere schuldquote. De gemeente heeft ook leningen voor woningcorporatie Wetland Wonen aangetrokken. Deze leningen worden één op één doorgegeven. Bij de schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen worden deze leningen geëlimi neerd. De netto schuldquote neemt toe door inzet van incidentele middelen in reserves, die zijn bestemd voor investeringen. De reserves worden dan ingezet door ze te ruilen voor structurele kapitaallasten.
In de volgende grafieken wordt de verwachte ont wikkeling van beide schuldquotes weergegeven. Bij beide schuldquotes zien wij een daling van de percentages. 54% 49% 45% 43% 40% 37% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% 160% 180% Rek 2017 Begr 2018 Begr 2019 Mjr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 1a. Netto schuldquote Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal 42% 36% 34% 33% 30% 28% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% 160% 180% Rek 2017 Begr 2018 Begr 2019 Mjr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal 4.2.5.3. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Indien er sprake is van een forse schuld en veel eigen vermogen (het totaal van de algemene reserves en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van als een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er 87 andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente.
De solvabiliteitsratio drukt immers het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan her finan ciële verplichtingen te voldoen. Voor gemeenten geldt dat een ratio tussen de 20% en 70% als normaal wordt gezien. Voor 2019 wordt een solvabiliteitsratio verwacht van 27%, terwijl voor 2022 32 % wordt gecalculeerd. Dit betekent een verbetering van het aandeel van eigen vermogen in het totale vermogen. 38% 29% 27% 28% 30% 32% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% Rek 2017 Begr 2018 Begr 2019 Mjr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 2. Solvabiliteitsratio Categorie C Categorie B Categorie A Kengetal 4.2.5.4. Grondexploitatie Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen de waarde van de (bouw-)gronden en het totaal aan (geraamde) baten en is indicatie van het risico. Hoe lager het percentage des te geringer het risico. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente. Als gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben z ij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost.
Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt de gemeente relatief een gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet deze worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Er is een dalende tendens waar te nemen voor wat betreft de ontwikkeling van het kengetal Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een afname van de voorraad bouwgrond. De gemeente Steenwijkerland voert namelijk een faciliterend grondbeleid , tenzij vanwege volkshuisvestings - en economische redenen actief grondbeleid gewenst is (zie paragraaf 4.8). 88 17% 18% 16% 14% 11% 7% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50% Rek 2017 Begr 2018 Begr 2019 Mjr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 3. Kengetal grondexploitatie Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal 4.2.5.5. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele ruimte is. Hierbij wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. Deze worden vergeleken met de totale baten van de gemeente. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen las ten te dragen of welke structurele stijging van baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting (ozb). Zoals uit de navolgende grafiek blijkt verwachten wij voor de komende jaren dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten ter dekken. Overigens blijkt dit ook uit het materieel resultaat voor de verschillende planjaren. -0,2% 1,0% 0,2% 0,3% 0,0% 0,3% -15% -10% -5% 0% 5% 10% 15% Rek 2017 Begr 2018 Begr 2019 Mjr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 4. Structurele exploitatieruimte Categorie C Categorie B Categorie A Kengetal 89 4.2.5.6. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of waarin er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, riool- en afvalstoffenheffing). Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1). Voor 2019 komt dit cijfer uit op 86%.
Wij gaan ervan uit dat de w oonlasten (en daarmee de belastingcapaciteit) de komende jaren onder het landelijk gemiddelde zullen blijven. 88% 85% 86% 86% 86% 86% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% Rek 2017 Begr 2018 Begr 2019 Mjr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 5. Belastingcapactiteit: woonlasten meerpersoons-huishouden Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal Norm De gezamenlijke provinciale toezichthouders en het Rijk hebben normen opgesteld. Zij hebben gekozen voor een indeling in drie categorieën. Waarbij kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en C het meest risicovol. In onderstaande tabel hebben wij de normering opgenomen.
Kengetallen Categorie A Categorie B Categorie C Netto schuldquote < 90% 90-130% > 130% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen < 90% 90-130% > 130% Solvabiliteitsratio > 50% 20-50% < 20% Grondexploitatie < 20% 20-35% > 35% Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0% Belastingcapaciteit < 95% 95-105% > 105% Samenvattend Kengetallen Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 Netto schuldquote 54% 49% 45% 43% 40% 37% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 42% 36% 34% 33% 30% 28% Solvabiliteitsratio 38% 29% 27% 28% 30% 32% Grondexploitatie 17% 18% 16% 14% 11% 7% 90 Kengetallen Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 Structurele exploitatieruimte 0% 1% 0% 0% 0% 0% Gemeentelijke belastingcapaciteit 88% 85% 86% 86% 86% 86% Beoordeling Op basis van de gepresenteerde kengetallen kan geconcludeerd worden dat de financiële positie van onze gemeente goed is. De schuldenlast is acceptabel. Uit de solvabiliteitsratio blijkt dat de gemeente aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen. De grondexploitaties zijn actueel en laten in totaliteit een positief resultaat zien. Voor vier van de vijf kengetallen scoort de gemeente Steenwijkerland in het groene vlak in de getoonde grafieken. Geconstateerd mag dan ook worden dat de gem eente Steenwijkerland een degelijke financiële positie heeft.
Opgemerkt wordt dat de werkelijkheid, het kengetal solvabiliteit in de jaarrekening 2017 een positiever beeld laten zien. Dit komt vaker voor. In de begroting zijn investeringen opgenomen, inclusief de benodigde financiering. In de jaarrekening blijkt dan dat sommige investeringen achterblijven bij de planning. 91 4.3. Paragraaf Meerjaren auditplan Eind 2018 zal de geactualiseerde verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid (GW213a) door de raad worden vastgesteld. In deze verordening is vermeld dat het onderzoeksplan in de paragraaf bedrijfsvoering van de programmabegroting is opgenomen. Begin 2019 zal er een geactualiseerd meerjaren auditplan worden vastgesteld. In dit plan zijn de te onderzoeken processen voor de periode 2019 -2022 opgenomen en voorzien van een doelstelling en een planning. Tevens is pe r proces aangegeven of het onderzoek is gericht op de kwaliteit van de beheersing van het proces, de beoordeling van de doelmatigheid, (financiële) rechtmatigheid of een combinatie hiervan. Met deze inhoud wordt beoogd voor de jaren 2019-2022 een volledig audit programma aan te bieden als fundament voor de interne controle. In bijlage 4 zijn de te onderzoeken processen voor 2019 opgenomen.
Vooruitlopend op de vaststelling van de verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid en het meerjaren au ditplan is het onderzoeksplan 2019 opgenomen in deze begroting. Met het vaststellen van de programmabegroting door de gemeenteraad wordt de onderzoeksopdracht voor het college voor 2019 bekrachtigd. 92 4.4. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen 4.4.1. Algemeen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze vo orzieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. Voor het goed onderhouden van de kapitaalgoederen zijn een aantal zaken belangrijk. Allereerst is het van belang dat bekend is wat moet worden onderhouden en wat de huidige staat van het onderhoud is. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventari saties en inspecties in het veld up -to-date wordt gehouden. Vervolgens moet eenduidig bekend zijn wat het gewenste kwaliteitsniveau is.
Dit is vastgelegd in de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld, en in beleidsdocumenten die per onderdeel beschikbaar zijn. De uitwerking vindt plaats volgens de volgende stappen: - Waar gaat het over (areaal)?; - Wat zijn de doelstellingen (beleidskader)?; - Wat zijn de financiële consequenties van deze doelstellingen?; - Hoe zijn deze consequenties geborgd in de begroting? 4.4.2. Assetmanagement Om de aansluiting van de activiteiten op het gebied van beheer en onderhoud met de bestuurlijke ambities en de wensen van de stakeholders te verbeteren en te borgen wordt gewerkt aan de implementatie van een assetmanagementsysteem op basis van NEN -ISO 55000. In onderstaande Roos, een figuur van het kennisportaal voor Assetmanagement ‘IamPro’, zijn de onderdelen van het systeem weergegeven. Het symbool staat voor het open karakter van het systeem. Het systeem is open in de zin van flexibel, maar ook in de zin van transparant en toegankelijk. 93 In de komende tijd wordt gewerkt aan het ordenen en ontwikkelen van de verschillende activiteiten en documenten die relevant zijn voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte conform de Roos. De implementatie van het assetmanagementsysteem vindt o p een organische wijze plaats. Er wordt aan alle onderdelen tegelijkertijd gewerkt.
Op natuurlijke momenten wordt een stap gezet in het vaststellen van een volgende ontwikkelfase van een onderdeel. Het vaststellen van nieuwe beleidsplannen zijn voorbeelden van dergelijke natuurlijke momenten. Binnen het assetmanagementsysteem is een belangrijke plaats ingeruimd voor het Strategisch Assetmanagement Plan. In dit plan wordt een inhoudelijke en procesmatige vertaling gemaakt van de bestuurlijke ambities uit h et collegeprogramma naar de activiteiten die nodig zijn om deze ambities waar te maken. De bedoeling is om ook een Nota Onderhoud Kapitaalgoederen te ontwikkelen die als kader dient voor de jaarlijkse paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. 4.4.3 Door de raad vastgestelde beleids- en beheerplannen Voor het op orde houden van de kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte zijn door de raad de bijbehorende beleids-beheerplannen vastgesteld. Beleidsbeheerplannen Door de raad vastgesteld Looptijd t/m Financiële vertaling in de begroting • Wegen 2017 2020 Ja • Verkeer 2017 2020 Ja • Verlichting 2017 2026 Ja
94 Beleidsbeheerplannen Door de raad vastgesteld Looptijd t/m Financiële vertaling in de begroting • Riolering 2016 2021 Ja • Water 2016 2021 Ja • Oeververbindingen 2017 2021 Ja • Oeverconstructies 2016 2020 Ja • Groen 2011 Ja • Spelen 2014 Ja • Gebouwen 2017 2026 Ja Bovenstaande tabel geeft aan dat voor de kapitaalgoederen er actuele plannen aanwezig zijn maar dat Groen & Spelen hierin achterloopt. Het voornemen is om ook hiervoor de beleidskaders en bijbehorende beheerplannen te actualiseren. Uit de door de raad vastgestelde beleids -beheerplannen en bijbehorende meerjarenplannen wordt jaarlijks een integraal uitvoeringsplan openbare ruimte opgesteld en aangeboden aan het college en raad. In dit uitvoeringsplan worden alle plannen in de openbare ruimte benoemd, gewogen en integraal afgestemd. Hierdoor ontstaat per planjaar een evenwichtig maatregelprogramma voor onderhoud en inves teringen in de openbare ruimte. 4.4.3.1 Wegen Areaal Areaal Wegen Aantal % • Asfalt 173 49 • Cementbeton 11 3 • Elementen 158 45 • Onverhard 12 3 354 100 Beleidskaders Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het Beleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en het beleidsplan Verkeer (2017).
Wij beschouwen ons uitgebreide, grotendeels historische, netwerk van wegen, paden en pleinen als een waardevol bezit en als een belangrijk middel om het dagelijkse woon -, werk- en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veilig, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s: - Wegennet up to date, - Onderhoud op maat, - Inspirerend partnerschap. Wij zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze 95 wegbeheertaak. Opvolging van wettelijke (weg beheer)taken en behoud/versterking van sociale -, milieu en kapitaalswaarde (“People, Planet, Profit”) zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. Wij richten onze wegbeheertaak daarom vraaggestuurd, risicobewust en gebiedsgericht in. Voor het wegenonderhoud heeft de raad ingestemd met het kwaliteitsniveau “basis”. Hierbij wordt het risicoprofiel “laag” aangehouden. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan ‘Overwegen’ zijn de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau berekend. In deze paragraaf wordt beschreven welke bedragen er in het beleidsplan ‘Overwegen’ nodig worden geacht om de voorgestelde acties te realiseren. Voor de exploitatie van het dagelijks beheer is een structureel budget van € 265.000 per jaar nodig.
Hieronder wordt verstaan het onderhoud aan semi- en onverharde wegen, aan belijning, de aanschaf van materiaal klein onderhoud en het doen van onderzoeken. Voor het cyclische onderhoud van wegen is in de periode 2018 t/m 2026 een tot aal bedrag van ca. € 13,8 miljoen benodigd. Vanaf 2020 wordt een stijging van de kosten voor grootonderhoud van het wegennet voorzien. Daarom is gekozen voor het instellen van een voorziening. Het wegennet van Steenwijkerland raakt op leeftijd. U it het oogpunt van economische levensduur en om kostbare investeringen in vervanging van wegconstructies uit te stellen wordt waar mogelijk gek ozen voor levensduurverlengende maatregelen. In de periode 2019 -2022 worden voor vervangingen en levensduurverlengende maatregelen investeringen noodzakelijk geacht ter grootte van € 890.000, - Vooruitlopend op de uitkomsten van nader onderzoek naar de indeling, inrichting en functioneren van het gemeentelijk stelsel van wegen en paden wordt de komende geïnvesteerd in vers teviging van ernstig beschadigde plattelandswegen en bermen. In de periode 2019 – 2022 gaat het om een bedrag van € 1.880.000,-. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader “Overwegen” in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau “basis” en besloten tot het instellen van een voorziening.
De benodigde bedragen voor levensduurverlengende maatregelen zijn beschikbaar gesteld op onderhoudsniveau basis. De benodigde bedragen voor investeringen in bermverhardingen zijn beschikbaar gesteld op onderhoudsniveau beperkt basis. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: bedragen x € 1.000 Financiële consequenties Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 Dagelijks beheer 278 265 265 265 265 265 Groot onderhoud 927 965 1.319 1.109 669 1.597 Bijdragen en investeringen 572 581 212 187 142 399 Investeringen bermverharding - 404 404 404 536 536 Mutatie voorziening onderhoud - 1.737 8 217 682 - 246 96 4.4.3.2. Openbare verlichting Areaal Areaal Openbare Verlichting Aantal Eenheid Lichtmasten 11.000 stuks Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2017) is ‘donkerte’. “Even dimmen graag” is het devies. De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veiligheid van inwoners staat voorop, ruimte voor donkerte en duurzaamheid. Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. In het gekozen scenario Beperkt Basis wordt enige achterstand in de vervanging geaccepteerd. De Er wordt in de komende 12 jaar 80% van de openbare verlichting vervangen.
In de vervanging voor 2018 en 2019 is ni et gekort omdat hier de oudste onderdelen met grotere risico’s (achterstand) wordt vervangen. Dat betekent dat in deze jaren het niveau basis is aangehouden. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Voor het dagelijks onderhoud aan onze openbare verlichting is jaarlijks een bedrag benodigd van € 224.000. Door de grootschalige vervanging van masten en armaturen wordt bespaard op de onderhoudskosten. In 2029 zijn de onderhoudskosten afgenomen tot € 186.000,-. Voor de vervanging is in de periode tot en met 2029 € 5.423.000 nodig. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Voor het dagelijks onderhoud is in 2019 een bedrag van € 224.000, - beschikbaar. Dit loopt terug naar € 214.000, - in 2022. Voor de vervanging van de openbare verlichting is in de komende vier jaar een bedrag van € 1.880.000, - opgenomen. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: bedragen x € 1.000 Openbare verlichting Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 Onderhoud 165 224 224 220 218 214 Energie 191 223 220 217 214 212 Investeringen armaturen - 365 403 233 261 276 Investeringen masten - 237 202 192 164 149 97 4.4.3.3.
Riolering Areaal Areaal Riool Aantal Eenheid • Vrijverval riolering 420 km • Persleiding 61 km • Drukriolering 341 km • Gemalen 144 stuks • Randvoorzieningen 12 stuks • Minigemalen 1.150 stuks Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het Watertakenplan Fluvius 2016 -2021, dat is opgesteld met het waterschap Drents Overijsselse Delta en de zes inliggende gemeenten van het beheergebied “Reest & Wieden”. Voor de gemeentelijke watertaken zijn een vijftal bestuurlijke doelen gedefinieerd: 1. Risico’s voor de volksgezondheid door aanraking met schadelijke stoffen en geur-overlast maximaal beperken. 2. Beperk wateroverlast door water op straat en beperk overstroming maximaal. 3. Beperk hinder door falen van riolen en door verstopping of werkzaamheden. 4. Zorg voor goede oppervlaktewater-kwaliteit, voer zo weinig mogelijk schoon water af naar de zuivering. 5. De klant staat voorop. Aantal klachten zit onder het landelijk gemiddelde. Twee doelen richten zich op communicatie, meldingen, klachten en afhandeling hiervan. Het betreft doel 1: ‘bescherm de volksgezondheid’ en doel 5: ‘zorgvuldige dienstverlening’. De overige drie doelen (doel 2: beperk wateroverlast, doel 3: beperk hinder en doel 4: spaar het mili eu) bepalen in grote mate de inzet van menskracht en middelen.
Daartoe wordt een aantal strategische keuzes gemaakt: Inzetten op assetmanagement en een sterke betrokkenheid van inwoners en bedrijven. Inzetten op versterken van de duurzaamheid. Maatregelen afleiden uit de ketenbenadering en de bestuurlijke doelen. Daarbij zijn de zorgplichten leidend voor de mate waarin de gemeente haar verantwoordelijkheid invult: o Aanleg van nieuwe voorzieningen; o Gegevensbeheer; o Aansluiting op riolering of IBA; o Onderhoudswerkzaamheden; o Kwaliteit van riolering; o Functioneren van riolering; o Aanpak knelpunten; o Communicatie; o Klimaatverandering; o Afkoppelen; o Overdracht stedelijk water; o Zorgplicht grondwater. 98 Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het watertakenplan is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de f inanciële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn één op één verwerkt in de programmabegroting 2019-2022. Naast de kosten voor riolering zijn er ook kosten voor stedelijk water die bij de rioolheffing worden b etrokken. Deze kosten worden vermeld bij het onderdeel water. De (globale) opbouw van het budget riolering is in onderstaande tabel weergegeven.
bedragen x € 1.000 Riolering Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 Algemeen 353 384 448 515 595 679 Onderzoek 134 207 207 207 207 207 Planvorming 24 58 108 138 118 108 Onderhoud 605 597 574 571 569 569 Investeringen 2.155 4.717 1.400 1.544 2.053 2.108 Mutatie voorziening 848 - 635 4.4.3.4. Water & Kunstwerken Areaal Areaal Kunstwerken Aantal Eenheid • Kunstwerken (bruggen, steigers en voorzieningen) 335 stuks • Havens 11 stuks • Beschoeiing ca. 100 km Areaal Water Aantal Eenheid • Watergangen stedelijk gebied 46 km • Niet schouwsloten 119 km • Schouwsloten 207 km • Greppels 100 km • Duikers 1.500 stuks Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: - Beleidsplan Oeverconstructies Steenwijkerland 2016-2020 - Beleidsplan Oeververbindingen Steenwijkerland 2017-2021; 99 - Watertakenplan Fluvius 2016-2021; In 2015 is een beleidsplan oeverconstructies 2016 -2020 vastgesteld. In dit beleidsplan is op basis van voor - en nadelen van verschillende scenario’s gek ozen voor een variant waarbij daar waar beschoeiing echt nodig is er bij vervanging gekozen wordt voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario.
Dit betekent dat er bij constatering van een matige, slechte of zeer slechte kwaliteit die nt te worden gekeken of: 1. De beschoeiing onder verantwoordelijkheid van de gemeente valt (als het onder particuliere verantwoordelijkheid valt dan dient de gemeente de particulier aan te schrijven en te wijzen op de slechte staat van de beschoeiing, maar verder geen actie te ondernemen); 2. De locatie vraagt om beschoeiing of dat kan worden volstaan met een natuurlijke oever (als de huidige beschoeiing kan worden vervangen door ene natuurlijke oever dan is dat een duurzamere invulling); 3. De beschoeiing kan worden vervangen door een duurzame kunststof beschoeiing (als er toch beschoeiing dient te komen dan heeft een kunststof toepassing de voorkeur boven hout als de omstandigheden dit toelaten). In 2017 is een nieuw beleidsplan oeververbindingen 2017 -2021 vastgesteld. Oeververbindingen worden ook wel civiele kunstwerken genoemd en vormen een belangrijke categorie binnen de kapitaalgoederen. Onder oeververbindingen wordt onder andere verstaan: (beweegbare) bruggen, viaducten en tunnels. Dit beleidsplan heeft als doel om als leidraad te fungeren voor het doelmatig en planmatig beheren van de oeververbindingen. Het geeft handvatten voor het beheer en onderhoud en zet de lijn uit voor de komende jaren. Er is gekozen voor het kwaliteitsniveau beperkt basis.
Deze strategie typeert zich als volgt: Maximale levensduur tegen de laagst mogelijke kosten: risico gestuurd planmatig beheer. In 2018 wordt een meerjarenplan jachthavens opgesteld met de daarbij behorende financiële gevolgen. Ten aanzien van de recreatieve voorzieningen geldt dat er in 2018 geen beleidswijzigingen zijn te verwachten in het kader van beheer en onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Oeverconstructies Het vastgestelde onderhoudsniveau voor de oeverconstructies op basis van het beleidsplan Oeverconstructies 2016- 2020 betekent dat er een budget benodigd is voor deze periode van € 600.000 waarvan € 300.000 bestaat uit uitgestelde vervangingen en € 300.000 uit planmatig onderhoud. Dit budget is beschikbaar tot en met 2020. In 2020 is het budget lager doordat er budget vanuit 2020 naar voren is gehaald naar 2018. Oeververbindingen De gemeenteraad heeft bij de behandeling van de PPN in het voorjaar van 2017 gekozen voor het budget passend bij de optie ‘beperkt basis’ voo r wat betreft het beleidsplan Oeververbindingen. Onderscheid wordt in het beleidsplan Oeververbindingen 2017 -2021 gemaakt tussen het onderhoud en het vervangen van de oeververbindingen. Voor het niveau beperkt basis is een budget benodigd van € 400.000. In het beleidsplan oeververbindingen wordt aangegeven dat in de komende jaren 67 bruggen aan vervanging toe zijn.
Hiervoor wordt vanaf 2018 € 538.000,- per jaar gevraagd. Het gevraagde budget op basis van beperkt basis is beschikbaar. Water Voor wat betreft de baggeropgave is op basis van het watertakenplan 2016-2021 een budget benodigd van € 950.000. Binnen de gemeentelijke begroting is een bedrag beschikbaar van € 475.000. Voor het overige deel wordt samen met de andere waterbeheerders in het gebied getrac ht om door middel van slim en integraal aan te besteden het gekozen onderhoudsniveau te realiseren. Voor het maaien en onderhouden van sloten is in zijn totaliteit een bedrag 100 benodigd van € 280.000 waarvan € 164.000 gerelateerd is aan schouwsloten. Het ove rige deel is meer gerelateerd aan het maaien van bermen en bermmaaisel. Jachthavens en Recreatieve vijvers Voor wat betreft jachthavens geldt dat er wordt gewerkt met een onderhoudsbudget van ca. € 50.000. Voor de recreatieve vijvers geldt eveneens dat er wordt gewerkt met een onderhoudsbudget van ca. € 50.000.
Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: bedragen x € 1.000 Water en kunstwerken Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 Onderhoud jachthavens 55 48 48 48 48 48 Onderhoud recreatieve vijvers 46 60 60 60 60 60 Onderhoud bruggen 225 473 406 406 406 406 Beschoeiingen 447 720 416 197 417 447 Baggeren 767 475 475 475 475 475 Schouwsloten 147 164 164 164 164 164 Investeringen bruggen 78 538 538 538 538 538 Investeringen beschoeiingen 46 850 300 50 - - 4.4.3.5 Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Areaal Groen- en speelvoorzieningen Aantal Eenheid • Bomen 34.000 stuks • Gazon 100 ha • Extensief beheerd gras 70 ha • Bermen 248 ha • Hagen 33.000 m2 • Plantsoen 16 ha • Landschappelijk groen (bos en houtwallen) 91 ha • Speelplekken 170 stuks Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plantsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zijn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Beleidsnota Groen, 2007; - Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011; - Landschapsontwikkelingsplan (LOP), 2005; - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte Gemeente Steenwijkerland. 101 Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009); - Meerjarenplan Spelen (2014).
In het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven hoe het landschap ontwikkeld en beheerd kan worden. In de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot het groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast h et dagelijks beheer zijn er ambities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone, hele en veilige omgeving. Het Meerjarenplan Groen geeft aan hoe aan deze ambitie de komende jaren invulling wordt gegeven. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een evaluatie besloten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is vastgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimuleert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Het onderhoud van de speelvoorzieningen wordt op het basisniveau van ‘schoon heel en veilig’ uitgevoerd. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het Meerjarenplan Groen is becijferd dat om de ambiti es die in het beleid zijn vastgelegd te kunnen waarmaken er een extra investering nodig is van € 1,1 mln. verdeeld over vier jaren. Deze bedragen zijn ook daadwerkelijk geïnvesteerd. Wel stond hier een structurele bezuiniging tegenover die opliep tot struc tureel € 45.000 per jaar. Daarnaast is er met ingang van 2014 een bezuiniging doorgevoerd van € 150.000 structureel.
Vooralsnog is gebleken dat de gewenste beeldkwaliteit van het groen kan worden gehandhaafd door slimmer aan te besteden en door (markt)partijen te betrekken bij de wijze waarop de beeldkwaliteit kan worden gerealiseerd. In het Meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om op het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. In onderstaande tabel zijn de bedragen voor de komende vier jaren weergegeven. (bedragen x € 1.000,-) bedragen x € 1.000 Speelvoorzieningen Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 Onderhoud speelvoorzieningen 141 233 263 219 168 191 Mutatie in voorziening 98 600 - 65 - 20 31 8 Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: bedragen x € 1.000 Openbaar groen Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 Onderhoud groen 343 369 383 383 383 383 Onderhoud bermen 273 278 278 278 278 278 Onderhoud groen Noordwestgroep 657 694 695 695 695 695 Onderhoud bomen 142 308 233 233 233 133 Extensief maaien gras 33 30 30 30 30 30 102 bedragen x € 1.000 Openbaar groen Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 Onderhoud groen begraafplaatsen 14 20 20 20 20 20 Investeringen 6 37 - - - - 4.4.3.6.
Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Areaal Gemeentelijke gebouwen Aantal Eenheid • Binnensport accommodaties 8 stuks • Buitensport accommodaties 15 stuks • Gemeentelijke panden 1 stuks • Werkplaatsen 2 stuks • Brandweer 6 stuks • Musea 5 stuks • Wijkgebouwen 3 stuks • Peuterspeelzalen 3 stuks • Jeugdhonken 2 stuks • Begraafplaatsen 16 stuks • Woningen 2 stuks • Recreatie 12 stuks • MFC 1 stuks • Theater 1 stuks • Overige panden 42 stuks • Zwembaden 3 stuks Beleidskader Van de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd inclusief de onderhoudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. Uitgegaan wordt van drie categori eën onderhoud. Het klachtenonderhoud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en storingen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn afgesloten. Dit betreft voornamelijk technische installaties. Tenslotte is er het planmatig onderhou d. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voor de periode van 2018 – 2027 een Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geac tualiseerd.
Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud gemiddeld € 1.065.000,- bedragen. Uitbreidingen en duurzame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en vergen afzonderlijke investeringen. Ve rtaling van de financiële consequenties in de begroting Het Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed is verwerkt in de begroting. De maatregelen voor 2018 worden vastgelegd in het Uitvoeringsplan Maatschappelijk Vastgoed 2017. 103 Voor het Maatschappelijk Vast goed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: bedragen x € 1.000 Gebouwen Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 Onderhoud maatschappelijk vastgoed 1.084 1.249 1.331 870 877 1.088 Investeringen maatschappelijk vastgoed 311 210 57 44 252 110 Mutatie voorziening 31 - 214 - 280 250 179 - 41 104 4.5. Paragraaf Financiering Ambitie Het doel is een optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven op korte en lange termijn. Om dit goed uit te voeren, wordt gekeken naar de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasuryfunctie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet FIDO, de Wet HOF en het financieringsstatuut.
Doelstellingen Bij de begroting wordt afgewogen welke investeringen er op korte en lange termijn plaatsvinden. Het is vervolgens onze taak om deze investeringen conform de kaders te financieren. We beperken ons tot de publieke taak en hanteren hierbij de volgende doelstellingen: 1. Er is voldoende financiering op korte en lange termijn; zodoende kunnen wij te allen tijde aan onze betaalverplichtingen voldoen. 2. De risico’s die aan financiële transacties verbonden zijn worden beheerst en beperkt. Te denken valt onder andere aan renterisico’s, koersrisico’s en debiteuren-/crediteurenrisico’s. 3. De rentekosten van de leningen worden zoveel mogelijk beperkt. 4. De interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities worden zoveel mogelijk beperkt. Onze inzet We maken onderscheid tussen financiering en dekking. Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan onze financiële middelen komen (bijvoorbeeld door verkoop van gronden of door het aangaan van geldleningen). Bij dekking gaat het om de vraag hoe we de midde len kunnen aanwenden om de begroting sluitend te houden (bijvoorbeeld opbrengst uitkering gemeentefonds en belastingopbrengsten). De uitvoering van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) en de Wet Houdbare Overheids Financiën (Wet HOF).
Om vooral de financieringsrisico’s te beperken, staan in de Wet FIDO twee instrumenten genoemd, te weten de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Renterisiconorm De wettelijke renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal gebruikt mag worden voor renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximum gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenk omst een voorwaarde is opgenomen dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar word t aangepast. Van herfinanciering is sprake als een nieuwe lening wordt gebruikt om een oude lening af te lossen. De renterisiconorm beperkt dus de aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Op een begrotingstotaal van € 126,6 miljoen in 2019 bedraagt de renterisiconorm voor onze gemeente € 25,3 miljoen. In 2019 vindt voor een bedrag van € 3,9 miljoen aan aflossingen van bestaande leningen plaats. We kunnen nog een nieuwe lening aantrekken voor een bedrag van € 21,4 miljoen.
105 bedragen x € 1.000 Renterisiconorm Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 Renterisico vaste schulden Renteherzieningen (o/g) - 683 364 835 Betaalde aflossingen 3.880 3.495 3.471 3.440 Renterisico vaste schulden 3.880 4.178 3.835 4.275 Toegestane renterisico norm Omvang begroting (=grondslag) 126.649 122.486 121.104 121.672 Renterisiconorm (in % van de grondslag) 20% 20% 20% 20% Toegestane renterisiconorm 25.330 24.497 24.221 24.334 Toets renterisico norm Ruimte onder renterisiconorm 21.450 20.319 20.386 20.059 Overschrijding renterisiconorm Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de Wet FIDO opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat gemeenten hun financieringsbehoefte voor slechts een beperkt bedrag met kort geld (looptijd korter dan 1 jaar) mogen financieren. Hierdoor worden de renterisico’s op korte termijn beperkt. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten. Voor de gemeente Steenwijkerland bedraagt de limiet in 2019 afgerond € 10 ,8 miljoen. De intentie is om de kasgeldlimiet optimaal te benutten.
Dit omdat voor opgenomen kasgeldleningen de laatste tijd zelfs een rentevergoeding wordt ontvangen en dus goedkoper is dan het aantrekken van een langlopende geldlening Debiteuren-/crediteurenrisico Onder debiteurenrisico wordt hier verstaan het risico dat uitgezette geldleningen niet worden terugontvangen van marktpartijen. Crediteuren worden binnen 28 dagen betaald, als de factuur binnen deze periode is geaccordeerd. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Neder landse schatkist. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Schatkistbankieren is ingevoerd voor gemeente, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. Dit heeft een positief effect op de omvang van de EMU -schuld. Depositotarieven en inleentarieven worden geharmoniseerd. De gemeente krijgt een rente vergoed die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. De Wet biedt, onder bepaalde voorwaarden, (lagere) overheden de mogelijkheid elkaar leningen te verstrekken. Dit kan voor beide partijen leiden tot gunstige rentecondities. Uit oogpunt van doelmatigheid is in de Wet een drempelbedrag opgenomen. Hiermee kan een bepaald bedrag buiten de schatkist worden gehouden.
Tot een begrotingstotaal van € 500 miljoen is het drempelbedrag bepaald op 0,75% met een minimum van € 250.000. Voor begrotingstotalen boven € 500 miljoen geldt een additionele drempel van 0,2% over dat deel dat de € 50 0 miljoen overstijgt. Voor de gemeente Steenwijkerland geldt als drempel voor 2019 0,75% van € 126 miljoen, ofwel € 0, 9498 miljoen. Wij mogen dus een positief rekening -courantsaldo hebben van € 0, 9498 miljoen, voordat deze middelen worden afgeroomd aa n de schatkist. Gelet op onze rekening - courantpositie en de geraamde financieringsbehoefte gaan wij ervan uit dat we in 2019 slechts zeer incidenteel gebruik zullen maken van schatkistbankieren. 106 Leningenportefeuille Wij maken op dit moment optimaal gebruik va n de kasgeldlimiet met name als gevolg van nieuwe investeringen en aflossingen op bestaande leningen. Deze vlottende schuld (looptijd < 1 jaar) moet bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende een langere termijn worden omgezet in een schuld voor langere termijn (looptijd > 1 jaar) in de vorm van het aantrekken van een langlopende geldlening. In de afgelopen periode is geen nieuwe langlopend geldlening aangetrokken.
bedragen x € 1.000 Ontwikkeling leningenportefeuille o/g 2019 2020 2021 2022 Schuldrestant per 1 januari 60.980 56.860 53.125 49.414 Nieuw aangetrokken leningen - - - - Reguliere aflossingen 4.120 3.735 3.711 3.680 Schuldrestant per 31 december 56.860 53.125 49.414 45.734 Verschuldigde rente 1.720 1.592 1.477 1.362 Gemiddeld rentepercentage 3,02% 3,00% 2,99% 2,98% In het overzicht zijn meegenomen de opgenomen leningen, die zijn doorgesluisd naar woningcorporatie Wetland Wonen Groep. De restschuld van deze doorgesluisde leningen bedraagt per 1 januari 2019 € 5,9 mln.. Alle leningen zijn opgenomen bij de BNG Bank. In 2019 moet een totaalbedrag van plm. € 1,638 mln. worden betaald wegens verschuldigde rentekosten. Dit is inclusief de rentelasten van afgerond € 0,241 mln. voor de doorgesluisde leningen aan Wetland Wonen. Wij lopen een risico als de woningcorporatie haar betalingsverplichtingen niet nakomt. Het Waarborgfonds Sociale Woningen staat garant voor de betalingen van rente en aflossingen van 7 van de 8 verstrekte leningen. Rentetoerekening Sinds 2018 wordt de rekenrente volgens een vaste formule berekend en kan deze niet meer vrij worden bepaald. De invloed op het renteresultaat is vanaf dat moment beperkt tot de keuze om wel of geen rente over het eigen vermogen te berekenen.
De omvang van de rente die over het eigen vermogen mag worden berekend, is met ingang van de begroting 2017 gemaximeerd op het gemiddelde rentepercentage dat de gemeente over haar extern aangetrokken leningen betaalt. bedragen x € 1.000 Renteschema Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering (-) - 2.007 - 1.893 - 2.200 b. Externe rentebaten (idem) (+) 516 488 364 Saldo rentelasten en rentebaten - 1.491 - 1.405 - 1.836 c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend (+) 207 253 247 c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (+) - 275 - 260 - 241 107 bedragen x € 1.000 Renteschema Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= project- financiering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (-) 275 260 241 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente - 1.284 - 1.152 - 1.589 d1. Rente over eigen vermogen (-) - - - d2. Rente over voorzieningen (contante waarde) (-) - - - Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente - 1.284 - 1.152 - 1.589 e.
Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) (+) 1.242 1.271 1.887 Renteresultaat op het taakveld treasury - 42 119 298 Kredietrisico’s Dit is het risico dat de gemeente loopt wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen, c.q. publieke instellingen die in voorkomende gevallen in financiële problemen kunnen komen. Onze gemeent e heeft naar verwachting in het begrotingsjaar 2019 in beperkte mate te maken met kredietrisico’s. De totale omvan g van deze leningen per 1-1-2019 bedraagt afgerond € 9 miljoen. De ontwikkeling van de verstrekte leningenportefeuille ziet er als volgt uit. bedragen x € 1.000 Verstrekte leningen Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Vordering op Enexis N.V. 680 - - - Vordering op Enexis N.V. 30 Vitens N.V. 792 528 264 - Stichting roeiaccommodatie 't Diep 28 23 17 12 Stichting Woonconcept 280 - - - Wetland Wonen Groep 5.942 5.491 5.029 4.594 IGSD 75 - - - N.V. Rova Holding 1.011 1.011 1.011 1.011 Div. verstrekte hypotheken gemeentepersoneel 42 36 29 22 Totaal verstrekte leningen 8.880 7.089 6.350 5.639 Rentevergoeding 415 319 297 276 Gemiddeld rentepercentage 4,67% 4,50% 4,68% 4,89% Voor 2019 is een rentevergoeding van afgerond € 0,415 mln. begroot. Hieronder volgt een korte samenvatting. 108 bedragen x € 1.000 Ontvangen rente Begroting 2019 Vordering op Enexis N.V. 50 Vitens N.V.
18 Stichting roeiaccommodatie 't Diep 1 Stichting Woonconcept 20 Wetland Wonen Groep 241 IGSD 3 N.V. Rova Holding 81 Div. verstrekte hypotheken gemeentepersoneel 1 Totaal ontvangen rente 415 Liquiditeitsplanning De planning van de liquiditeiten heeft betrekking op toekomstige inkomsten en uitgaven van de gemeente. Voor het opstellen van deze planning is het nodig dat er een liquiditeitsprognose wordt gemaakt. In deze prognose worden de ontvangsten en ui tgaven in e en bepaalde periode vermeld. Dit leidt tot een verwachting van de benodigde liquiditeit. De Wet FIDO stelt eisen aan het actief beheren van toekomstige renterisico’s. De gemeente wordt daarom gedwongen om een systematische planning hiervoor te ontwikkelen en bij te houden. Financiering Binnen de gemeente wordt een omslagrente in rekening gebracht bij de investeringen en de projecten van 1,75% (2018: 1,5%). Financieringspositie Het verschil tussen de financieringsbehoefte en de aanwezige beschikbare financieringsmiddelen (langlopende opgenomen geldleningen plus reserves en voorzieningen) is het financieringstekort of –overschot. De boekwaarde van de investeringen wordt per 1 januari 2018 geraamd op afgerond € 143 miljoen. bedragen x € 1.000 Financieringsbehoefte 01-01-2019 01-01-2020 01-01-2021 01-01-2022 Boekwaarde Boekwaarde vaste activa incl.
voorraden 133.653 127.737 119.840 112.083 Boekwaarde leningen u/g 8.880 7.089 6.350 5.639 Totaal boekwaarde 142.533 134.826 126.190 117.722 Aanwezige financieringsmiddelen Eigen vermogen Algemene reserves 30.032 26.625 25.011 24.839 Bestemmingsreserves 14.466 13.691 13.491 13.491 Totaal eigen vermogen 44.498 40.316 38.502 38.330 Vreemd vermogen Voorzieningen 8.520 7.420 7.271 6.924 Langlopende leningen 60.980 56.860 53.125 49.415 Totaal vreemd vermogen 69.500 64.280 60.396 56.339 Totaal financieringsmiddelen 113.998 104.596 98.898 94.669 Financieringstekort (-/-) c.q. overschot (+/+) - 28.535 - 30.230 - 27.292 - 23.053 109 Financieringstekort Bij de aanvang van dit begrotingsjaar ramen wij een financieringstekort van € 28,5 miljoen. Dit tekort ontstaat doordat de som van de reserves en voorzieningen en de opgenomen geldleningen per 1 januari 2019 lager is dan de boekwaarde van de investeringen per 1 januari 2019. Rentevisie De rentevisie is gebaseerd op de meest actuele o ntwikkelingen op de geld - en kapitaalmarkt. Wij maken daarbij onder andere gebruik van de renteprognose en berichtgeving van de BNG Bank. De afgelopen jaren kenmerkt zich door een kapitaalmarkt met voortdurend aanhoudende lage quotes.
De matige mondiale ec onomische ontwikkelingen, gekoppeld aan onzekere tijden binnen de Eurozone hebben ertoe geleid dat de rente een historisch laag niveau heeft bereikt en al langere tijd aanhoudt. Nu de economie mondiaal (stevig) aantrekt, kan dit betekenen dat de rente op d e kapitaalmarkt weer gaat stijgen. Wij houden bij langlopende leningen rekening met een rentepercentage van 1,75%. De rente op de kapitaalmarkt (afhankelijk van de gewenste looptijd van een lening) beweegt zich daar nu nog onder. Een lichte groei van de kapitaalmarktrente kan bij het aantrekken van nieuwe leningen daardoor worden opgevangen binnen het geraamde rentebudget. Een stijging van de lange rente heeft geen effect op bestaande contracten, tenzij tussentijdse renteherziening plaatsvindt. Voor de ko rte rente wordt een lager percentage gehanteerd. Indien de korte rente stijgt of daalt, heeft dit onmiddellijk effect op het renteresultaat. Relatiebeheer Evenals voorgaande jaren is de BNG onze huisbankier. Nagenoeg alle transacties vinden plaats via deze bank. Eind 2014 is een nieuwe dienstverleningsovereenkomst gesloten. Hierin is geregeld dat wij tot een bedrag van € 12 miljoen “rood” mogen staan. Verder is er sprake van een basisrente van 1 maands Euribor met een spread 9 van 0,40% (was 0,21% tot en m et 31 december 2011) tot en met 31 december 2015.
De spread kan na afloop van de looptijd, waarvoor deze is vastgesteld, door de BNG voor een nader te bepalen looptijd worden gewijzigd. De excedentrente10 bedraagt 5% (was 5%). Wel kan nu deze rente van tij d tot tijd worden aangepast door de bank. Verder heeft de gemeente een rekening -courantovereenkomst met de Rabobank “Meppel -Staphorst- Steenwijkerland”. Prognose Meerjarenbalans Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo wordt in het vernieuwde BBV voorgeschreven dat bij de uiteenzetting van de financiële positie een geprognosticeerde balans wordt opgenomen. Deze balans moet meerjarig zijn en geeft inzicht in de ontwikkeling van onder meer de investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. De presentatie van de geprognosticeerde balans sluit aan op de balans van de jaarrekening, maar behoeft niet dezelfde mate van detail te kennen. In de prognose zitten veel aannames omdat de toekomstige mutati es onzeker zijn. Het vertrekpunt voor deze balans is de jaarrekening 2017. Bij de prognose van de eindbalansen van de jaren 2019 t/m 2022 is rekening gehouden met de mutaties voortvloeiende uit: - het investeringsprogramma 2019 – 2022; - actualisatie grondexploitaties; - de mutaties in de reserves en voorzieningen en - het financiële beleid dat ingaat op 1 januari 2019.
9 Spread is de debetopslag op het 1-maands Euribor-tarief. 10 Excedentrente is de extra toeslag op de debetrente die de BNG bank in rekening brengt bij het overschrijden van de kredietlimiet in rekening-courant. 110 bedragen x € 1.000 Prognose meerjarenbalans Realisatie Ultimo 2017 Begroting Ultimo 2018 Begroting Ultimo 2019 MJR Ultimo 2020 MJR Ultimo 2021 MJR Ultimo 2022 Activa Vaste Activa Immateriële vaste activa - - - - - - Materiële vaste activa 93.359 106.408 101.962 97.712 93.677 89.914 Financiële vaste activa 16.546 16.496 15.323 13.458 12.616 11.801 Totaal vaste activa 109.906 122.904 117.285 111.170 106.293 101.715 Vlottende Activa Voorraden 22.163 19.629 17.541 15.020 11.429 7.476 Uitzettingen met een rentetyp. looptijd < 1 jaar 9.214 9.214 9.214 9.214 9.214 9.214 Liquide middelen 58 58 58 58 58 58 Overlopende activa 2.773 2.773 2.773 2.773 2.773 2.773 Totaal vlottende activa 34.209 31.675 29.587 27.066 23.475 19.522 Totaal activa 144.115 154.579 146.872 138.236 129.768 121.237 Passiva Vaste Passiva Eigen vermogen 55.423 44.498 40.316 38.502 38.330 38.626 Voorzieningen 7.516 8.520 7.420 7.271 6.924 6.423 Financieringsbehoefte 28.535 30.230 27.292 23.053 18.407 Vaste Schuld met een rentetyp.
looptijd > 1 jaar 61.748 60.980 56.860 53.125 49.415 45.735 Totaal vaste passiva 124.688 142.533 134.826 126.190 117.722 109.191 Vlottende Passiva Vlottende schuld met een rentetyp. looptijd < 1 jaar 12.292 4.911 9.000 9.000 9.000 9.000 Overlopende passiva 7.135 7.135 3.046 3.046 3.046 3.046 Totaal vlottende passiva 19.427 12.046 12.046 12.046 12.046 12.046 Totaal passiva 144.115 154.579 146.872 138.236 129.768 121.237 EMU-saldo Om strakker te kunnen sturen op de afspraken die het Rijk heeft gemaakt in Europees verband is de Wet Houdbare OverheidsFinanciën (wet HOF) ingevoerd. De wet is bedoeld voor de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstotaal op rijksniveau. De EMU-tekortruimte voor decentrale overheden is voor de jaren 2019 tot en met 2022 vastgesteld op 0,4% van het bruto binnenlands product per jaar. Deze ruimte wordt op zeer korte termijn onderverdeeld tussen gemeenten, provincies en waterschappen. Wij hebben een sluitende (meerjaren)begroting maar de manier waarop het Rijk het EMU-saldo berekent, betekent dat wij een negatief EMU-saldo hebben. De belangrijkste oorzaak is dat het Rijk investeringen aan één jaar toerekent (het zgn. kasstelsel) terwijl andere overheden en het bedrijfsleven dergelijke uitgaven via afschrijvingen over meerdere jaren uitsmeren (stelsel van baten en lasten).
Sturingsopties om het EMU-saldo in positieve zin te beïnvloeden zijn het afstoten van activa en passiva die niet tot de “core business” van een gemeente horen. Als vervolg daarop kan het noodzakelijk zijn keuzes te maken en ambities te beperken als het gaat om het investeringsprogramma. Voor vastgoedobjecten kan daarbij huur of lease een optie zijn. 111 bedragen x € 1.000 EMU-saldo Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 1. (+) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) - 9.854 - 4.067 - 1.453 - 147 612 2. (+) Afschrijvingen ten laste van de exploitatie 4.970 5.090 5.259 5.263 5.256 3. (+) Bruto dotatie aan voorzieningen ten laste van de exploitatie 4.586 379 395 651 306 4. (-) Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd 25.000 19.201 9.414 9.575 12.474 5. (+) Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 1.801 - - - - 6. (+) Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa. Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord 425 150 25 - - 7. (-) Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d.