1.2 definitief Programmabegroting 2019-2022 t.b.v. raadsvergadering 13 november 2018.pdf
Tekst van het document
In de Perspectiefnota 2019-2022 heeft uw raad besloten om een bedrag van € 120.000 voor een externe projectleider ‘integrale toegang’ ten laste van de Reserve ‘Frictie samenvoeging IGSD/NWG te brengen. Ultimo 2019 is de hoogte van de reserve dan nihil. Reserve opvangen tekorten sociaal domein Uw raad wordt gevraagd in te stemmen met een onttrekking van € 425.000 uit de bestemmingsreserve ‘opvangen tekorten sociaal domein’ in 2019 (zie paragraaf 3.3.4 met beleidsbeslissingen). Ultimo 2019 resteert dan een bedrag van bijna € 1,9 miljoen. Bij het vaststellen van de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2017’ in december 2017 is aan uw raad toegezegd het nut van deze bestemmingsreserve te herijken. Binnen het sociaal domein zijn de onzekerheden groot, zowel qua uitg avenramingen als de financiële middelen die we ontvangen van het Rijk. Uw raad wordt daarom gevraagd de bestemmingsreserve ‘Opvangen tekorten sociaal domein’ nog minimaal twee jaar (tot en met 2020) in stand te houden om financiële tegenvallers op te kunne n vangen. Reserve Volkshuisvesting. Het s aldo bedraagt per 1 januari 2019 € 9, 4 miljoen . Hierbij is nog geen rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen in het kader van startersleningen, blijversleningen en impuls sociale huurwoningen.
Op 28 februari 2017 heeft u voor de komende jaren voor respectievelijk € 230.000 en € 200.000 uit deze reserve beschikbaar gesteld ten behoeve van de uitvoering van de integrale visie op de binnenstad. Eind 2020 bedraagt de reserve € 8,9 miljoen. 3.6.2. Verloop voorzieningen Voorzieningen worden onder meer gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is te schatten; b. op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; c. kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. Evenals bij de reserves treft u onderstaand ook een toelichting aan op de meest in het oog springende voorzieningen. Voorziening onderhoud wegen De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. In 2018 i s een bedrag van € 1,5 miljoen gestort in deze voorziening.
Aan de hand van het jaarlijkse uitvoeringplannen openbare ruimte zal het meerjarig verloop van de voorziening in beeld worden gebracht. Deze uitvoeringsplannen worden ter kennisname aan de raad aangeboden. 60 Voorziening Speeltoestellen De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Voorziening Maatschappelijk vastgoed. De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Voorziening Reiniging De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening reiniging gebracht. Er vindt in 2019 een onttrekking van € 1 56.000 aan de voorziening plaats. In paragraaf 4.1.7 Afvalstoffenheffing wordt een nadere toelichting gegeven. Voorziening Riolering De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening riolering ( exploitatie) gebracht. Er vindt in 2019 een onttrekking van € 343.000 aan de voorziening plaats. In paragraaf 4.1.8 Rioolheffing wordt een nadere toelichting gegeven.
Voorziening wachtgelden collegeleden De wachtgeldverplichtingen van voormalige bestuur ders lopen tot en met 20 21. Per 1 januari 201 9 heeft d e voorziening een omvang van € 476.000 . De berekening is gebaseerd op de maximaal mogelijke omvang van de wachtgeldverplichting. Jaarlijks wordt de omvang van deze voorziening geactualiseerd, waarbij ne veninkomsten en het aannemen van een nieuwe dienstbetrekking wordt meegewogen. Voorziening pensioen wethouders Op grond van de wet APPA (algemene pensioenwet politieke ambtsdragers) is de gemeente verplicht om een voorziening te treffen voor wethouders om hen in staat te stellen hun pensioen over te dragen aan een pensioeninstelling. Indien dit gebeurt is een eenmalige afkoopsom benodigd. Op dit moment is de gemeente voor de bestuurders die hieraan niet de voorkeur geven, na het bereiken van de pensioeng erechtigde leeftijd, verplicht pensioen uit te betalen. Het gereserveerde bedrag gaat vervolgens over naar de voorziening te betalen pensioen voormalige bestuurders. Per 1 januari 201 9 bedraagt het saldo € 1.460.000. Vanaf 201 9 wordt jaarlijks € 120.000 toegevoegd aan deze voorziening. In 2019 gaat € 255.000 over naar de voorziening te betalen pensioen vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van een voormalig bestuurder s. Ook deze voorziening wordt ieder jaar bij de samenstelling van de jaarrekening geactualiseerd.
Voorziening te betalen pensioen voormalige bestuurders Voor voormalig bestuurders, die vanaf 2015 pensioenrechten hebben, dient deze volledig uit een voorziening bekostigd te worden. Indien een voormalig bestuurder op enig moment recht heeft op pensioen bestaat er geen mogelijkheid voor hem/haar om het pensioen over te dragen aan een pensioenfonds en wordt het gereserveerde bedrag in de vorige voorziening (voorziening pensioen wethouders ) overgeheveld naar deze voorziening om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Elk jaar wordt de omvang van deze voorziening geactualiseerd. 61 4. Specifieke paragrafen 4.1. Paragraaf Lokale heffingen 4.1.1. Inleiding De gemeente heeft voor het goed kunnen uitvoeren van haar taken geld nodig. Een groot deel van dit geld wordt ontvangen van de Rijksoverheid via de zogenaamde ‘Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds ’. Dit ‘Haagse’ geld is echter onvoldoende om alle taken te kunnen uitvoeren. Daarom maakt de gemeente gebruik van haar bevoegdheid om inkomsten te verkrijgen via burgers en bedrijven. Dit gebeurt met behulp van onder meer lokale belastingen en heffingen. In 2019 verwacht de gemeente Steenwijkerland in totaal een bedrag van € 104 miljoen aan inkomsten te ontvangen (gemeentelijke belastingen en heffingen en rijksuitkeringen). In onderstaande grafi ek is aangegeven welk deel uit ‘Den Haag’ komt en welk deel uit ‘Steenwijkerland’.
18,3% 81,7% Lokale heffingen en rijksuitkeringen - Begroting 2019 Gemeentelijke belastingen en heffingen Rijksuitkeringen Zoals blijkt uit de grafiek vormen de lokale belastingen en heffingen een wezenlijk deel van de gemeentelijke inkomsten In deze paragraaf wordt daarom stilgestaan bij de diverse aspecten die samengaan met dit onderwerp. Zo worden de uitgangspunten benoemd, die de gemeente hanteert bij het vaststellen van de tarieven voor inwoners en ondernemers. Ook wordt met behulp van tabellen de ontwikkeling getoond van de gemeentelijke belastingopbrengsten. Tenslotte wordt gekeken hoe ‘ duur Steenwijkerland is ten opzichte van omliggende en vergelijkbare gemeenten. 4.1.2. Belastingen en heffingen Bij het verkrijgen van inkomsten van inwoners en ondernemers zijn gemeenten aan regels gebonden. Zo mogen gemeenten slechts een beperkt aantal belastingen heffen. Deze staan opgesomd in de Gemeentewet. Voor de tarieven geldt dat deze niet zijn gekoppeld aan de hoogte van de kosten van de gemeentelijke dienstverlening. Ook in de besteding van de belastingopbrengsten is de gemeente vrij. Voorbeelden zijn de onroerende - zaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en de toeristenbelasting.
De gemeentelijke belastingen die in 201 9 in de gemeente Steenwijkerland worden geheven zijn: 62 - OZB - Hondenbelasting - Toeristenbelasting - Forensenbelasting Naast belastingen rekent de gemeente heffingen. Dit zijn kosten voor individuele dienstverlening aan burgers en ondernemers. Voor de tarieven van deze heffingen geldt dat de opbrengsten de kosten van de dienstverlening op begrotingsbasis niet mogen overschrijden. De gem eentelijke heffingen die in 2019 in de gemeente Steenwijkerland worden geheven zijn: - Rioolrechten - Afvalstoffenheffing - Begraafrechten - Overige rechten 4.1.3. Uitgangspunten De gemeente werkt voortdurend aan een goed leefklimaat voor haar inwoners, ondernemers en bezoekers. Dit vraagt de nodige inspanningen van de gemeente. Inspanningen die veel geld kosten, getuige deze begroting. Welke bijdrage jaarlijks wordt gevraagd van de inwoners en ondernemers van Steenwijkerland bepaalt de gemeenteraad. Zij stelt namelijk de nieuwe tarieven vast voor de lokale belastingen en heffingen. De gemeenteraad heeft hierbij weliswaar een grote mate van vrijheid, maar is zich bewust dat een goed leefklimaat hand in hand gaat met een verantwoord belastingbeleid. Uitgangspunt is dat de lokale lasten alleen gematigd m ogen stijgen.
In paragraaf 2.9 is dat onder het bestuursprogramma ‘Financiën en Overhead’ als volgt geconcretiseerd: - De Onroerend Zaakbelasting (OZB) mag jaarlijks niet meer dan trendmatig worden verhoogd; - Voor de Afvalstoffenheffing en de Rioolrechten worden wijzigingen in de kosten verhaald door de betreffende tarieven dienovereenkomstig aan te passen (gesloten huishouding). Om grote tariefschommelingen te voorkomen, wordt gebruik gemaakt van de voorziening Reiniging en de voorziening Riolering. 4.1.4. Overzicht belastingopbrengsten De totale opbrengst voor belastingen en heffingen in 2019 bedraagt € 19,1 miljoen. Verwezen wordt naar onderstaande specificatie.
bedragen x € 1.000 Lokale belastingen en heffingen Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 Belastingen Onroerende zaak belasting gebruikers 1.146 1.158 1.159 1.159 1.159 1.159 Onroerende zaak belasting eigenaren 5.822 5.933 5.964 5.964 5.964 5.964 Toeristenbelasting 619 492 577 632 687 742 Forensenbelasting 769 776 826 826 826 826 Hondenbelasting 182 200 200 200 200 200 Totaal Belastingen 8.538 8.559 8.726 8.781 8.836 8.891 63 bedragen x € 1.000 Lokale belastingen en heffingen Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 Heffingen Rioolheffing 5.688 4.978 4.892 4.892 4.892 4.892 Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing 3.126 3.187 3.402 3.402 3.402 3.402 Marktgelden 19 18 18 18 18 18 Totaal Heffingen 8.834 8.184 8.313 8.313 8.313 8.313 Leges en rechten Secretarieleges burgerzaken 502 432 433 433 433 433 Begraafplaatsrechten 516 445 445 445 445 445 Overige leges en rechten 1.133 1.368 1.369 1.369 1.369 1.369 Totaal Leges en rechten 2.152 2.245 2.248 2.248 2.248 2.248 Kwijtscheldingen Kwijtscheldingen - 223 - 228 - 228 - 228 - 228 - 228 Totaal Kwijtscheldingen - 223 - 228 - 228 - 228 - 228 - 228 Totaal lokale belastingen en heffingen 19.301 18.760 19.058 19.113 19.168 19.223 In onderstaande cirkeldiagram is het aandeel van de belastingsoorten en verschillende heffingen in het totaal van de gemeentelijke belastingen in
beeld gebracht. 36,9% 4,3% 3,0% 17,6% 25,4% 11,7% 1,1% Lokale heffingen - Begroting 2019 Onroerende zaakbelasting Forensenbelasting Toeristenbelasting Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing Rioolheffing Leges en rechten Overig 4.1.5. Lokale belastingdruk Alle gemeenten in Nederland maken gebruik van hun bevoegdheid om inkomsten te verkrijgen via burgers en bedrijven. Binnen de grenzen van de wet bepalen de afzonderlijke gemeenter aden daarbij zelf welke belastingen zij heffen. Ook ten aanzien van de verschillende belastingtarieven hebben zij een grote mate van vrijheid. Dit heeft tot gevolg dat er grote verschillen zijn in de bedragen die gemeenten in rekening brengen bij hun inwon ers en ondernemers. De gemeente Steenwijkerland voert een terughoudend beleid als het gaat om een meer dan trendmatige verhoging van de belastingtarieven. Voor de Afvalstoffenheffing en de Rioolrechten worden de 64 wijzigingen in de kosten verhaald door de b etreffende tarieven dienovereenkomstig aan te passen (gesloten huishouding) Daarbij proberen we grote tariefschommelingen te voorkomen door gebruik te maken van de (egalisatie)voorziening Reiniging en de (egalisatie)voorziening Riolering.
Voor de gemeente Steenwijkerland is de ontwikkeling van de lokale belastingdruk als volgt: Woonlasten eigenaar en gebruiker 2018 2019 Lasten- stijging (€) Lasten- stijging (%) Eigenaar en gebruiker Onroerende-zaakbelastingen (eigenarendeel) € 218,99 € 219,20 € 0,21 0,1% Afvalstoffenheffing € 167,23 € 179,30 € 12,07 7,2% Rioolrechten € 227,20 € 220,09 -€ 7,11 -3,1% Woonlasten eigenaar en gebruiker € 613,42 € 618,59 € 5,17 0,8% Gebruiker Afvalstoffenheffing € 167,23 € 179,30 € 12,07 7,2% Rioolrechten € 98,74 € 95,65 -€ 3,09 -3,1% Woonlasten gebruiker € 265,97 € 274,95 € 8,98 3,4% In 2019 stijgen de gemiddelde woonlasten voor eigenaren en gebr uikers met 0,8 %. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de kostenstijgingen bij afval die worden doorberekend in de tarieven. Bij de rioolheffingen zien wij juist een daling van het tarief, omdat we het niveau van de egalisatievoorziening riool deels afbouwen en meer in lijn brengen met het maximumniveau dat uw raad heeft bepaald. De OZB stijgt met 0,1%. Het gemiddelde percentage van 0, 8% voor eigenaren-gebruikers ligt lager dan de prijsstijging van 2,1% zoals staat vermeld i n de Perspectiefnota 2019-2022 voor het jaar 2019. Bij de onroerende zaakbelastingen is uitgegaan van een WOZ waarde van € 195.000 (waardepeildatum 1 -1-2017). Geen rekening is gehouden met de effecten van de hertaxatie met waardepeildatum 1 -1-2018.
Op basis van de laatste COELO8 atlas is de gemeente Steenwijkerland op de ranglijst voor 2018 t.o.v. 2017 aanzienlijk gestegen (2017: 141e plaats en 2018: 40e plaats). Ter vergelijking is een aantal omringende gemee nten in beeld gebracht voor 201 8 en de plaats in de COELO atlas. Ook staan de gemiddelde woonlasten van de provincie Overijssel en Nederland vermeld. Woonlasten per gemeente Woonlasten meerpersoonshuishouden Positie Meppel € 602 21 Weststellingwerf € 679 95 Westerveld € 654 56 Steenwijkerland € 639 40 Noordoostpolder € 710 133 Staphorst € 680 97 Zwartewaterland € 741 189 Provincie Overijssel € 755 Nederland € 721 8 COELO Atlas van de lokale lasten 2018. De atlas wordt jaarlijks door het Centrum voor Onderzoek van de Economie voor Lagere Overheden (COELO) uitgegeven en berekent op basis van door de gemeenten aangeleverde informatie de lasten voor de burger. 65 4.1.6. Onroerende-zaakbelastingen De wettelijke kaders van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn neergelegd in de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet en de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken kunnen twee belastingen geheven worden: een eigenaren- en een gebruikersbelasting. De hoogte van de OZB is afhankelijk van de in het kader van de Wet WOZ aan de onroerende zaak toegekende waarde. Het tarief is een percentage van deze waarde.
Er kunnen verschillende tarieven vastgesteld worden voor woni ngen en niet-woningen. Binnen deze groepen mag niet verder gedifferentieerd worden. Voor alle woningen en alle niet - woningen gelden dus dezelfde tarieven. Hiernaast kunnen verschillende tarieven vastgesteld worden voor de eigenarenbelastingen en de gebruikersbelasting. Op dit ogenblik wordt de laatste hand gelegd aan de hertaxatie van het WOZ bestand met waardepeildatum 1 januari 2018. In december 2018 worden nadere voorstellen aan uw raad gepresenteerd over de tarieven voor 201 8. Uitgangspunt daarbij is e en gelijkblijvende opbrengst. Een daling van de waarde van het totale woningbestand leidt dan tot een gelijke stijging van de tarieven en omgekeerd. 4.1.7. Afvalstoffenheffing Ontwikkeling baten en lasten 2019 Voor 2019 zijn de uitgaven met het inflatiepercentage van 0,1% verhoogd. Hiervan is afgeweken voor zover de ROVA bij de gemeente andere tarieven in rekening brengt. bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid afval Begroting 2018 Begroting 2019 Lasten heffing Netto lasten Lasten, incl. (omslag)rente 4.118 4.191 Baten, excl.
Heffingen - 1.017 - 801 Netto lasten 3.101 3.390 Toe te rekenen lasten Overhead 558 545 BTW *1) 777 791 Toe te rekenen lasten taakveld 1.335 1.336 Totale lasten heffing 4.436 4.726 Totale baten heffing 3.177 3.392 Dekkingspercentage heffing 71,6% 71,8% Tarief woning nominaal ( € ) € 167,23 € 179,30 Indexcijfer tariefontwikkeling (2018=100) 100,0 107,2 *1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten N.B. Als referentietarief is uitgegaan van de vaste kosten en gemiddelde variabele kosten per aansluiting, zijnde € 167,23 in 2018. 66 Zoals uit bovenstaande tabel kan worden afgeleid, vindt in 2019 een stijging van het gemiddelde tarief per aansluiting plaats van € 167,23 naar € 179,30 (7,2%). Uitgangspunt hierbij is geweest het handhaven van het dekkingspercentage van 95,6% uit de Programmabegroting 2018-2021 jaarschijf 2019. Het dekkingspercentage dat staat vermeld in de tabel ligt met 71,8% aanzienlijk lager. Oorzaak is dat in tegenstelling tot voorgaande jaren bij de berekening van het dekkingspercentage rekening gehouden met de compensabele BTW. Daardoor daalt het dekkingspercentage. Indien de BTW buiten beschouwing blijft is het dekkingspercentage 95,6%. Dit percentage is gelijk aan de jaarschijf 2019 vanuit de Programmabegroting 2018 -2021. Het vaste tarief stijgt met € 12,07.
Deze stijging is hoger dan de stijg ing met het inflatiepercentage. Afvalstoffenheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een woning. Dit betekent dus dat deze categorie wordt geconfronteerd met deze tariefstijging en dat ondernemers hier niet onder vallen. De oorzaak van de tariefstijging is 3-ledig: 1. Het kabinet heeft een verbrandingsbelasting ingevoerd op restafval. Voor de gemeente Steenwijkerland gaat dit om gemiddeld circa € 5,00 per aansluiting. Waar wij tot voor kort niet met deze kosten werden geconfronteerd doordat de afval van de ROVA werd afgevoerd net over de grens van Duitsland, heeft men dit nu aangepast. 2. Daarnaast lopen ook de inkomsten voor plastic afval en metalen terug. We worden hier naast teruglopende vergoedingen ook geconfronteerd met meer ladingen die worden a fgekeurd doordat er te veel vervuiling in het afval zit. Als ladingen worden afgekeurd betekent dit lagere inkomsten. Door middel van actief campagne voeren gaan we er op in zetten dit zo veel mogelijk te voorkomen. 3. Ook ligt het indexatiecijfer van de ROV A met 1,52% boven het door ons gehanteerde inflatiepercentage van 0,1%. De overhead is becijferd op 13%. Indien dit percentage zou worden doorberekend aan afval stijgen de lasten voor overhead ten opzichte van de Programmabegroting 2016-2019, jaarschijf 2019 met € 387.000.
Aangezien wij het niet opportuun achten een stijging van de lasten door veranderde begrotingsvoorschriften via een verhoging van het tarief in rekening te brengen bij onze inwoners is het bedrag voor overhead, zoals opgenomen in de Programmabegroting 2016-2019, jaarschijf 2019, gehandhaafd. Ontwikkeling egalisatievoorziening Reiniging In de nota Reserves en Voorzieningen 2017 staat vermeld dat de egalisatievoorziening Reiniging een positieve bovengrens kent van 10% van de jaarlijkse inko msten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 4 jaar. De voorziening mag niet negatief staan. De bovengrens bedraagt 10% en is daarmee € 339.000. Dit betekent dat we binnen de grenzen bewegen. Gezien de ontwikkelingen rondom de vergoedingen voor plasti c en metalen en rondom de verbrandingsbelasting is het belangrijk dat hier een bepaalde buffer voor beschikbaar is. bedragen x € 1.000 Egalisatievoorziening reiniging Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 Stand per 1 januari 1.126 1.040 883 726 520 Toevoeging - - - - - Onttrekking - 86 - 156 - 157 - 207 - 204 Stand per 31 december 1.040 883 726 520 316 67 4.1.8. Rioolheffing Het Gemeentelijk Watertakenplan is in oktober 2015 vastgesteld. Dit is een gezamenlijk plan van de 6 gemeenten in de regio Reest en Wieden en het waterschap.
In dit Gemeentelijk Watertakenplan is een tariefstijging vanaf 2017 vastgelegd van 1% cumulatief t ot en met 2021 en vanaf 2022 0,4% cumulatief tot en met 2024. Vanaf 2025 is geen tariefstijging meer voorzien. Deze stijging is exclusief inflatie. De inflatie bedraagt voor 2019 0,1%. Voorgesteld wordt om de tarieven voor 2019 in plaats van met 1,1% te laten stijgen (1% watertakenplan en 0,1% inflatie) met 3, 1% te laten dalen. De omvang van de voorziening is toereikend om deze tariefsverlaging te rechtvaardigen. Op basis hiervan daalt het tarief t.o.v. 2018 met € 7,11. Het tarief komt voor 2019 op € 220,09. bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid riolering Begroting 2018 Begroting 2019 Lasten heffing Netto lasten Lasten, incl. (omslag)rente 4.777 4.822 Baten, excl. Heffingen - - Netto lasten 4.777 4.822 Toe te rekenen lasten Overhead 677 627 BTW *1) 716 729 Toe te rekenen lasten taakveld 1.393 1.356 Totale lasten heffing 6.170 6.178 Totale baten heffing 4.978 4.892 Dekkingspercentage heffing 80,7% 79,2% Tarief woning nominaal ( € ) € 227,20 € 220,09 Indexcijfer tariefontwikkeling (2018=100) 100,0 96,9 *1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten N.B. Als referentietarief is uitgegaan van een eigen woning, dus de som van het eigenarendeel en het gebruikersdeel, zijnde € 227,20 in 2018.
De kosten voor het taakveld riolering zijn voor 100% doorberekend in de rioolheffing. Dit betreft onder meer kosten voor onderzoek, planvorming en onderhoud. De kosten voor het taakveld waterwegen zijn voor 51,6% doorberekend in de riolering. Dit betreft kosten voor het baggeren van watergangen, onderhoud en vervangen van beschoeiingen en onderhoud van sloten. Het baggeren is noodzakelijk om de doorstroming van de watergangen te garanderen, daarnaast om ernstige vervuiling vanuit de riool overstorten en met regenwater meegespoelde sediment te verwijderen. Het onderhoud en vervangen van oeverbeschermingen is noodzakelijk om de oevers op hun plaats te houden en om te voorkomen dat de waterga ng haar inrichting en bergend vermogen verliest. Het onderhouden van de sloten betreft jaarlijkse onderhoudswerkzaamheden (door derden) om de berging en afvoer van sloten te garanderen en om de sloten op diepte te houden. 68 In het vGRP 2009 -2015 was vastge legd dat alle middelen inclusief investeringen ook voor deze periode werden vrijgegeven door de Raad. Door middel van het uitvoeringsplan, dat jaarlijks ter kennisname wordt gebracht van de Raad, werd de Raad op de hoogte gehouden van de voorgenomen uitgav en inclusief investeringen. Bij de vaststelling van het Gemeentelijk Watertakenplan is dit niet opnieuw vastgelegd.
Dit is de reden dat wij de investeringen die voor 2019 op de planning staan bij de Programmabegroting 2019-2022 willen vastleggen door aan de raad voor te stellen een krediet van in totaal € 1.400.000 beschikbaar ter stellen. Het krediet is bedoeld voor de volgende investeringen: - Vervangen rioolgemalen € 400.000 - Vervangen riolering € 1.000.000 Bij de bepaling van de tarieven voor de rioolrechten is rekening gehouden met de (kapitaal)lasten, die voortvloeien uit vorengenoemde investeringen. In het uitvoeringsplan Openbare Ruimte, dat in het eerste kwartaal 2019 ter kennisname wordt gebracht van de Raad, worden de rioleringsprojecten verder toegelicht. De overhead is becijferd op 13%. Indien dit percentage zou worden doorberekend aan de riolering stijgen de lasten voor de overhead ten opzichte van de Programmabegroting 2016-2019, jaarschijf 2019 met € 229.000. Aangezien wij het niet oppo rtuun achten een stijging van de lasten door veranderde begrotingsvoorschriften via een verhoging van het tarief in rekening te brengen bij onze inwoners is het bedrag voor overhead, zoals opgenomen in de Programmabegroting 2016-2019, jaarschijf 2019, gehandhaafd. Bij de berekening van het dekkingspercentage is rekening gehouden met de compensabele BTW. Indien de BTW en de overhead die niet wordt doorberekend buiten beschouwing blijft is het dekkingspercentage 93,7%.
Egalisatievoorziening riolering exploitatie In de nota Reserves en Voorzieningen 2017 staat vermeld dat de egalisatievoorziening Rioolheffing een positieve bovengrens kent van 10% van de jaarlijkse inkomsten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 4 jaar. De voorziening mag niet negatief staan. De bovengrens bedraagt 10% en is daarmee € 489.000. Dit betekent dat de voorziening zich beweegt boven de bovengrens. Dit vinden wij gerechtvaardigd om de volgende redenen: - De rentelasten zijn nu gebaseerd op een rentepercentage van 1,5%, een stijging met 0,25% betekent circa € 90.000 aan hogere lasten; - Gemeenten staan aan de vooravond van de uitvoering van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Uit een nog uit te voeren stresstest voor hitte, droogte en intensieve neerslag zal blijken of nieuwe investeringen nodig zijn. - Het beleidsplan oeverconstructies loopt tot en met 2020. Tot en met 2020 is hier ook financieel rekening mee gehouden omdat ook een gedeelte ten laste van rioolheffing wordt gebracht. Wat de consequenties voor 2021 en verder zullen zijn is op dit moment nog onzeker. - Indien men de uitgangspunten uit het watertakenplan ook voor 2020 (een aparte regel in onderstaande tabel) en verder achterwege laat, betekent dit dat de stand negatiever wordt.
69 bedragen x € 1.000 Voorziening riolering (exploitatie) Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 MJR 2021 MJR 2022 Stand per 1 januari 1.061 2.309 1.966 1.795 1.533 Toevoeging 1.672 - - - - Onttrekking - 425 - 343 - 219 - 358 - 391 Stand per 31 december, exclusief watertakenplan 2.309 1.966 1.747 1.437 1.142 Invloed watertakenplan, tariefsverhoging 1% (vanaf 2022 0,4%) 48 96 120 Stand per 31 december (na doorvoering tariefsverhoging 1%) 2.309 1.966 1.795 1.533 1.262 4.1.9. Lijkbezorging Ten opzichte van de Programmabegroting 2018-2021 is het dekkingspercentage voor de heffing begraafplaatsen en crematoria voor 2019 gedaald met 3,1% tot 57%. De overhead is becijferd op 13%. De berekening van dit percentage wordt toegelicht in hoofdstuk 2.12. bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid begraafplaatsen en crematoria Begroting 2018 Begroting 2019 Lasten heffing Netto lasten Lasten, incl. (omslag)rente 656 691 Baten, excl. Heffingen - - Netto lasten 656 691 Toe te rekenen lasten Overhead 85 90 BTW *1) - - Toe te rekenen lasten taakveld 85 90 Totale lasten heffing 741 781 Totale baten heffing 445 445 Dekkingspercentage heffing 60,1% 57,0% *1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten 4.1.10. Onderbouwing kostendekkendheid leges Ten behoeve van de kostendekkendheid van de leges is de legesverordening hieronder uitgewerkt.
Geconcludeerd kan worden dat over het geheel genomen het kostendekkingspercentage voor leges ligt op 67%. 70 bedragen x € 1.000 Titel 1 Algemene dienstverlening Begroting 2019 Lasten Baten Dekkings percentage Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand 259 74 29% Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse Identeitskaart 296 305 103% Hoofdstuk 3 Rijbewijzen 161 164 102% Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit basisregistratie personen 164 57 35% Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister - - - Hoofdstuk 6 Vervallen - - - Hoofdstuk 7 Bestuursstukken - - - Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie - - - Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken (eigen verklaringen) 39 20 51% Hoofdstuk 10 Gemeentearchief - - - Hoofdstuk 11 Vervallen - - - Hoofdstuk 12 Leegstandswet 1 1 101% Hoofdstuk 13 Vervallen - - - Hoofdstuk 14 Wet op de kansspelen 2 1 23% Hoofdstuk 15 Ondergrondse leidingen 40 31 77% Hoofdstuk 16 Verkeer en vervoer 23 10 43% Hoofdstuk 17 Diversen - 5 - Kostendekking titel 1 987 668 68% bedragen x € 1.000 Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Begroting 2019 Lasten Baten Dekkings percentage Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen - - - Hoofdstuk 2 Vooroverleg en conceptaanvraag 145 31 22% Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning 1.319 1.170 89% Hoofdstuk 4 Vermindering - - - Hoofdstuk 5 Teruggaaf - - - Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning - - - Hoofdstuk 7 Wijziging
omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project - - - Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen 256 73 28% Hoofdstuk 9 Huisnummering en perceelsregistratie - - - Hoofdstuk 10 In deze titele niet benoemde beschikking - - - Kostendekking titel 2 1.719 1.274 74% bedragen x € 1.000 Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2 Begroting 2019 Lasten Baten Dekkings percentage Hoofdstuk 1 Horeca 137 11 8% Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen 105 9 9% Hoofdstuk 3 Seksbedrijven 1 1 75% Hoofdstuk 4 Winkeltijdenwet - - - Hoofdstuk 5 Diversen - - - Hoofdstuk 6 In deze titele niet benoeming vergunning, ontheffing of andere beschikking - - - Kostendekking titel 3 243 21 9% 71 bedragen x € 1.000 Titel 1, 2 en 3 Legesverordening Begroting 2019 Lasten Baten Dekkings percentage Titel 1 Algemene dienstverlening 987 668 68% Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning 1.719 1.274 74% Titel 3 Dienstverlening vallend onder Eur. Dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2 243 21 9% Totaal legesverordening 2.950 1.963 67% 4.1.11.
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen De gemeente Steenwijkerland verleent voor 100% kwijtschelding aan de burger voor de volgende belastingsoorten: - afvalstoffenheffing (voor de vaste component en voor het aanbieden van maximaal 13 zakken a € 1, 16); - rioolrechten; - onroerende-zaakbelasting. Honorering van een kwijtscheldingsverzoek is met name afhankelijk van het inkomen, het vermogen en de uitgaven van de aanvrager. De aanvragen worden beoordeeld op basis van de door het Rijk vastgestelde normen en richtlijnen (Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990). De budgetten voor kwijtschelding zijn verdisconteerd in de tarieven van de betreffende belastingsoorten. In vergelijking met 2018 verwachten wij een stabiel aantal (geheel of gedeeltelijk) toe t e wijzen kwijtscheldingsverzoeken. Dit is gebaseerd op de tot op heden gehonoreerde verzoeken (stand per 1 juli 2018) en de verwachting voor het restant van dit jaar. bedragen x € 1.000 Kwijtscheldingsverzoeken Rekening 2016 Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 MJR 2020 Bedrag - 251 - 223 - 228 - 228 - 228 Aantal (deels) gehonoreerde verzoeken 990 902 900 900 900 Als iemand gedurende 2 achtereenvolgende jaren kwijtschelding heeft ontvangen, hoeft hij/zij geen aanvraag meer in te dienen. Jaarlijks wordt een steekproef gehouden onder de groep huishoudens die elk jaar automatisch kwijtschelding ontvangen. 72 4.2.
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1. Algemeen Op basis van een goede en betrouwbare risicocontrol kan tot een juiste analyse, beoordeling en beheersing van de risico’s worden gekomen. Daarbij is het van belang dat het optreden van risico’s op de uitvoering van het bestaande beleid en de bestaande voorzieningen geen invloed hee ft. De risico’s moeten onlosmakelijk deel uitmaken van de beleidsprocessen. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt hierop nader ingegaan. De paragraaf weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is. Dit is van belang wanneer er zich een financiële tegenvaller voordoet. Door aandacht voor het weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen bevat ten minste: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico’s; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. 4.2.2. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen als deze zich voordoen. De totale weerstandscapaciteit van de gemeente Steenwijkerland – aan zowel de vermogenskant als de exploitatie – bestaat uit drie elementen: 1. Algemene reserve 2. Onroerendezaakbelasting (OZB) 3. Onvoorzien.
Algemene reserve In de nota “Reserves en voorzieningen 2017” is aangegeven dat de Algemene reserve vaste buffer uitsluitend kan worden ingezet voor uitzonderlijke situaties (soort ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). De omvang van deze reserve bedraagt eind 2018 € 11,2 miljoen. Onroerende-zaakbelasting (OZB) De onbenutte belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de norm die het rijk hanteert voor toelating tot artikel 12 van de Financiële Verhoudingswet ( FVW). Indien het normtarief van het rijk hoger is dan het door de gemeente Steenwijkerland gehanteerde gemiddelde tarief is er sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Het rijk heeft het normtarief in de meicirculaire 2018 voor toelating tot artikel 12 van de FVW voor 2019 vastgesteld op 0,1905% van de WOZ waarde. Voor de berekening van het gemiddelde OZB -percentage bij de toelating tot artikel 12 wordt uitgegaan van de WOZ -gegevens per 1 januari van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft en de OZB - percentages in datzelfde jaar. Voor 2019 bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit afgerond € 3,6 miljoen en is als volgt gespecificeerd: 73 bedragen x € 1.000 Onbenutte belastingcapaciteit Begroting 2019 WOZ waarden WOZ waarde woningen 3.953.000 WOZ waarde niet-woningen eigenaar 926.000 WOZ waarde niet-woningen gebruiker 727.000 Totaal WOZ waarden 5.606.000 Percentage art.
12 Financiële Verhoudingswet 0,1905% Maximale opbrengst volgens art. 12 Fvw 10.679 Totale opbrengst 7.123 Onbenutte belastingcapaciteit 3.556 De totale weerstandscapaciteit per inwoner bedraagt: bedragen x € 1.000 Weerstandscapaciteit Begroting 2018 Begroting 2019 Weerstandscapaciteit vermogen Algemene reserve vaste buffer 11.064 11.166 Weerstandscapaciteit exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit 3.891 3.556 Totaal weerstandscapaciteit 14.955 14.722 Aantal inwoners 43.445 43.768 Weerstandscapaciteit per inwoner 344 336 4.2.3. Inventarisatie risico’s In dit hoofdstuk worden de risico’s vermeld die tot het moment van het aanbieden van de programmabegroting bekend zijn. In dit verband wordt onder risico verstaan “alle voorzienbare risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die niet van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie”. De risicokans is uitgedrukt in klassen. Aan deze klassen is een rekenpercentage per risico gekoppeld. Vervolgens is een indeling gemaakt van de mogelijke financiële gevolgen.
Rekenpercentage Laag Ruim Hoog 10-25% 25-50% 50-75% Rekenpercentage per risico 20% 40% 60% 74 bedragen x € 1.000 Risicoprofiel Laag Ruim Hoog 10-25% 25-50% 50-75% Omvang risico: < € 200.000 Minimabeleid 160 Participatiewet (re-integratie en WSW) pm Prijsstijgingen gas en elektra pm BTW sportvrijstelling pm Totaal omvang risico: < € 200.000 160 - - Omvang risico: > € 200.000 - < € 500.000 WMO pm Jeugdzorg pm Dividenduitkering Rendo pm Rentestijging 250 BTW-compensatiefonds 180 Invoering vennootschapsbelasting pm Totaal omvang risico: > € 200.000 - < € 500.000 250 180 - Omvang risico: > € 500.000 Participatiewet (rijksbijdrage) 1.386 Participatiewet (uitkeringen) 1.042 Ontwikkeling algemene uitkering uit het gemeentefonds pm Rioolheffing 3.000 Omgevingswet pm Investeringsprojecten ruimtelijk domein 3.600 Grondexploitatie 3.812 Totaal omvang risico: > € 500.000 6.812 6.028 - Totaal omvang risico 7.222 6.208 - bedragen x € 1.000 Risicoprofiel Laag Ruim Hoog 10-25% 25-50% 50-75% Omvang risico Omvang risico: < € 200.000 160 - - Omvang risico: > € 200.000 - < € 500.000 250 180 - Omvang risico: > € 500.000 6.812 6.028 - Totaal omvang risico 7.222 6.208 - Rekenpercentage 20% 40% 60% Omvang risico x rekenpercentage 75 bedragen x € 1.000 Risicoprofiel Laag Ruim Hoog 10-25% 25-50% 50-75% Omvang risico: < € 200.000 32 - - Omvang risico: > € 200.000 - < € 500.000 50 72 - Omvang risico: > €
500.000 1.362 2.411 - Totaal omvang risico x rekenpercentage 1.444 2.483 - Toelichting Voor een adequate risicobeheersing gaat het niet alleen om het treffen van financiële buffers om te zorgen voor voldoende weerstandscapaciteit. Het is ook zaak om niet -financiële maatregen te treffen om de kans van optreden van geïdentificeerde risico’s te beperken. Wij hebben hieraan invulling gegeven door in de onderstaande overzichten naast een omschrijving van het risico ook aandacht te besteden aan de impact van het risico en de te treffen beheersmaatregelen. Risico: Minimabeleid Omschrijving risico Uitkeringen bijzondere bijstand en minimabeleid zijn zogenaamde open eind financieringen. Afhankelijk van het aantal aanvragen en hoogte van de uitkeringen kunnen er onder- dan wel overschrijdingen plaatsvinden. Het opgenomen budget in de begroting 2019 bedraagt € 1,6 miljoen. Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 10%, in de categorie laag. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages van de IGSD. Risico: Participatiewet (re-integratie en WSW) Omschrijving risico De invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015 is gepaard gegaan met een forse korting op de diverse rijksbijdragen. Impact De economie draait op volle toeren, toch blijft het een moeilijke tijd voor de onderkant van de arbeidsmarkt.
Er is nog steeds een ruime risicokans dat het beschikbare budget niet toereikend is. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages van de IGSD/NWG. Samen met de NWG wordt naar oplos singen gezocht op het gebied van extra inkomsten of extra uitstroom. Risico: Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) Omschrijving risico Binnen de nieuwe Wmo worden enkele risico’s onderkend. - De rijksbijdrage wordt niet meer via een Integratie Uitkering toegekend aan de gemeenten maar verstrekt via het Gemeentefonds. Wat hier het effect van is, nu en op langere termijn, is moeilijk in te schatten. 76 - Daarnaast wordt vanaf 2021 het budget voor beschermd wonen/maatschappelijke opvang niet meer aan de centrumgemeenten verstrekt (in ons geval Zwolle) maar aan de individuele gemeenten zelf. Op zichzelf is dit geen risico maar het is de verwachting dat de ‘herverdeling van middelen’ voor Steenwijkerland negatief zal uitvallen. - Ook het feit dat mensen (met een zorgvraag) langer thuis moeten of willen blijven wonen levert risico’s op. Deze groep groeit en hiermee wordt een groter beroep op de gemeente gedaan en wijzigt ook de aard en intensiteit van de hulpvraag aan de gemeente. - Vanaf 2018 is de prijs van ee n traject samen met de zorgaanbieders bepaald en is er sprake van een reële kostprijs.
Ook al was het uitgangspunt dat de nieuwe methodiek moest passen binnen het bestaande budget, komende periode zal blijken of de realisatie van de hulp met de nieuwe kost prijs ook daadwerkelijk binnen het budget blijft. - Als laatste gaat, naar alle waarschijnlijkheid, in 2019 het ‘abonnementstarief’ gelden. Dit betekent dat degenen die gebruik maken van maatwerkvoorzieningen hier nie t meer aan bijdragen naar draag kracht maar dat iedereen een vast bedrag betaald (€ 17,50 per maand). Voor alle gemeenten zal dit een verlaging van de inkomsten betekenen. Het rijk compenseert slechts een gedeelte van deze verlaging. Daarnaast is het de verwachting dat deze maatregel zal leiden to t een ‘aanzuigende werking’ in het aantal gevraagde maatwerkvoorzieningen. Impact De risicokans wordt als ruim inschat, zonder dat hier op dit moment een bedrag aan gekoppeld kan worden. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus. Verdere invulling van het beleidsplan Sociaal domein 2017 -2020 door middel van de transformatie agenda. De raad heeft een reserve ‘Opvang effecten decentralisaties (3D’s)’ in het leven geroepen. Eventuele budgetoverschrijdingen kunnen hiermee worden opgevangen.
Risico: Jeugdzorg Omschrijving risico Sinds de inwerkingtreding van de Jeugdwet (2015) kunnen de volgende risico’s worden onderkend: - Ten eerste geldt ook hier dat de rijksbijdrage niet meer via een Integratie Uitkering wordt toegekend aan de gemeenten maar verstrekt via het Gemeentefonds. Wat hier het effect van is ook bij het budget voor de jeugdzorg, nu en op langere termijn, is moeilijk in te schatten. - Een ander risico is dat er sprake is van een stijgende vraag om jeugdzorg. Deze trend is ook landelijk zichtbaar. Het is nog niet bekend waar de stijging door wordt veroorzaakt. Eind 2019 zal de analyse over de ontwikkelingen binnen de jeugdzorg gereed zijn. - Verder wordt vanaf het jaar 2018 de jeugdhulp (deels) op een andere manier ingekocht. Bestaande producten worden gebundeld in een beperkt aantal 77 nieuwe trajectprijzen. Het vaststellen van de nieuwe trajectprijzen is een complexe zaak, waarbij er sprake is van belangrijke onbekende variabelen. Een te hoog vastgestelde trajectprijs betekent een risico voor de kosten. - Daarnaast gaat een dermate grote wijziging gepaard met het risico op fricties in de overgangsperiode. Impact De risicokans wordt als ruim inschat, zonder dat hier op dit moment bedragen aan gekoppeld kunnen worden. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus.
Verdere invulling van het beleidsplan Sociaal domein 2017 -2020 door middel van de transformatie agenda. De raad heeft de reserve ‘Opvang effecten decentralisaties (3D’s)’ in het leven geroepen. Eventuele budgetoverschrijdingen kunnen hiermee worden opgevangen. Risico: Dividenduitkering N.V. Rendo Holding Omschrijving risico Lagere dividenduitkering N.V. Re ndo Holding als gevolg van afschaffing precariorechten en de algemene verordening ondergrondse infrastructuur. Impact De gemeente loopt een financieel risico, doordat met ingang van het jaar 2020 de dividenduitkering lager kan uitvallen. In de begroting staat nu nog een inkomst geraamd van € 1,5 miljoen. (Beheers)maatregelen De ontwikkelingen over de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur tussen de verschillende gemeenten en de N.V. Rendo Holding zullen nauwlettend worden gevolgd. Risico: Rentestijging Omschrijving risico De rente bevindt zich op een heel laag niveau. Bij een aantrekkende economie is een rentestijging niet ondenkbaar. Ook de spanningen in de wereld kunnen van invloed zijn op het rentepercentage. Het zijn risico’s die niet te beïnvloeden zijn door ons als gemeente, maar die zich wel degelijk kunnen voordoen. Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 25%, in de categorie laag.
Een rentestijging van 1% wordt gekwantificeerd op ongeveer € 250.000 in 2019 oplopend naar € 400.000 in 2022. (Beheers)maatregelen Jaarlijks voor de begroting wordt op basis van de rentegegevens op 1 september een herberekening gemaakt van de rentecomponent. Via de P&C cyclus worden de financiële gevolgen van de rente gerapporteerd. Risico: BTW compensatiefonds (BCF) Omschrijving risico Gemeenten declareren BTW terug op grond van het BTW compensatiefonds. Voor dit fonds geldt wel een maximaal te declareren bedrag. Zolang dit zogeheten plafond niet is bereikt, wordt het niet gebruikte gedeelte op begrotingsbasis 78 toegevoegd aan de A lgemene uitkering van het Gemeentefonds . Omgekeerd kan het ook zo zijn dat er meer wordt gedeclareerd dan het plafond. Dan vindt er een korting plaats op de Algemene uitkering. Door de mindere economische omstandigheden van de afgelopen jaren is dit plafond nimmer bereikt, maar komt het door de aantrekkende economie wel eerder in beeld. Tot en met 2018 is de ruimte onder het plafond, bij wijze van voorschot, onderdeel geweest van de Algemene uitkering. Met ingang van het jaar 2019 wordt geen rekening meer gehouden met bevoorschotting via de Algemene uitkering. Afrekening vindt dan plaats op rekeningbasis. Op basis van de laatst bekend zijnde gegevens over het jaar 2017 kan nog een bedrag opgenomen worden in de begroting va n € 360.000 (100%).
Voorzichtigheidshalve is er voor gekozen om een bedrag op te nemen van € 180.000. Impact Indien het maximum van het fonds wordt bereikt of een overschrijding hiervan in enig jaar, betekent dit dat er een nadeel optreedt binnen de Algemene uitkering. Het opgenomen risico ter hoogte van € 180.000 kan dus ook nog hoger uitvallen. (Beheers)maatregelen Elk jaar wordt het op te nemen budget opnieuw berekend, waarbij vooralsnog wordt uitgegaan van 50% van het maximumbedrag. Risico: Invoering vennootschapsbelasting Omschrijving risico Met ingang van 1 januari 2016 geldt voor de gemeente een vennootschapsbelastingplicht. Een inventarisatie is gemaakt van de activiteiten die hieronder vallen. De activiteiten van de gemeente worden continu gemonitord op de fiscale consequenties om fouten te voorkomen, de juiste beslissingen te nemen en alleen terecht deze belasting te betalen. Het is daarom zaak feiten en omstandigheden op de juiste wijze te presenteren en alert te zijn op (wijzigingen in) bijvoorbeeld het gemeentelijk vastgoedbeleid. Dit geldt tevens voor activiteiten, zoals detachering van personeel, werkzaamheden voor derden en samenwerkingsovereenkomsten. Impact De invoering vergt een flinke investering voor de gemeente door de e xtra (structurele) werkzaamheden, benodigde inhuur van externe adviseurs en opleidingen van personeel.
In 2018 is de aangifte over 2016 ingediend en uitstel aangevraagd voor de aangifte over 2017. Het tarief bedraagt 20% voor een belastbaar bedrag tot en met € 200.000. Boven dit bedrag is het tarief 25%. Inmiddels is een voorlopige aanslag over 2016, 2017 en 2018 ontvangen en betaald. De verwachting op dit moment is dat het fiscale resultaat over deze jaren nihil zal zijn, maar om een te betalen belasting rente van 8% te voorkomen is besloten toch een voorlopige aangifte in te dienen en te betalen over 2017. Mocht het fiscale resultaat nihil zijn zoals verwacht, dan zullen de betaalde bedragen weer terug worden ontvangen. Op dit moment bestaat veel onduidelijkheid over de manier waarop gemeenten hun winst dienen te berekenen, deze onduidelijkheid zal waarschijnlijk nog enige jaren aanhouden. Het kan er ook toe leiden dat de belastingdienst het moment van opleggen van een definitieve aanslag zoveel mogelijk naar achter zal verplaatsen. Het gevolg van de onzekerheid is dat het mogelijk tot eind 2021 kan duren voordat een definitieve aanslag over 2016 wordt opgelegd. De gemeente zal bij het opstellen van de begroting de hoogte van de te betalen be lasting voorzichtig inschatten. Het 79 valt niet uit te sluiten dat de ingeschatte bedragen afwijken van de uiteindelijk te betalen belasting.
(Beheers)maatregelen De gemeente laat zich begeleiden door een extern bureau zodat het fiscale resultaat op een juiste manier kan worden vastgesteld. Daarnaast wordt geïnvesteerd in het helder documenteren en vastleggen van het werkproces via een grondslagendocument en via een fiscaal beheersysteem. Risico: Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage) Omschrijving risico De gemeente is volledig financieel verantwoordelijk voor het bijstandsgedeelte van de wet. Van het rijk wordt hiervoor jaarlijks wel een bijdrage ontvangen. Het in de begroting opgenomen te ontvangen budget betreft een voorlopig inschatting van hetgeen door het rijk toegekend gaat worden. In oktober van het begrotingsjaar wordt het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoogte van het budget is afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen op landelijk niveau. Bij minder verstrekte bijstandsuitkeringen dan van te voren is ingeschat wordt het budget naar beneden bijgesteld, bij meer verstrekte bijstandsuitkeringen wordt het budget naar boven bijgesteld. In de begroting 2019 wordt er verder rekening mee gehouden dat er in dat jaar gemiddeld 687 bijstandsuit keringen worden verstrekt. Het geschatte gemiddelde bedrag van een verstrekte uitkering bedraagt € 14.000 per jaar. De begrote uitgaven bedragen hierdoor € 9.632.000. Voor de Ioaw en Ioaz bedragen deze aantallen 53 x € 15.200.
Dit is een bedrag van € 806.000. Deze aannames kunnen in werkelijk afwijken. Impact Ingeschat wordt dat de gemeente een risico loopt van 10% van het begrote te ontvangen rijksbudget (€ 13.864.000), met een ruime risicokans. De afwijking op de uitkeringen wordt berekend op 10% van he t bedrag dat is opgenomen aan te verstrekken uitkeringen (€ 10.424 .000), ook met een ruime risicokans. Bij een forse overschrijding van het budget kan overigens een beroep worden gedaan op de ingebouwde Vangnet-regeling bij het rijk. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages van de IGSD. Risico: Ontwikkeling Algemene uitkering uit het Gemeentefonds Omschrijving risico Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkomsten uit de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Hoeveel uitkering wordt ontvangen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering (samen de trap op en samen de trap af). De jaarlijkse toe - of afname van de Algemene uitkering op basis van dit principe wordt het accres genoemd. Het accres heeft de afgelopen jaren weinig stabiliteit laten zien. Het ene moment is er een flinke tegenvaller, een tijdje later gevolgd door een flinke meevaller. Het is dan ook zeer lastig om hier op een goede manier mee om te gaan.
In de begroting is voor het jaar 80 2019 een ontvangst geraamd van bijna € 71 miljoen, oplopend tot bijna € 72 miljoen in het jaar 2022. Impact De gemeente is voor een groot gedeelte afhankelijk van de inkomsten uit het Gemeentefonds. Als de uitkering tegenvalt, kan dit betekenen dat het financieel beleid moet worden bijgesteld. De impact is de afgelopen jaren groter geworden vanwege de decentralisaties in het Sociaal domein, waardoor het gemeentefonds in omvang is toegenomen en daarmee ook het risico voor de gemeente. (Beheers)maatregelen Wij hebben een aantal beheersmaatregelen getroffen om de gevolgen van tegenvallers in de Algemene uitkering op te kunnen vangen: 1. De ‘Algemene reserve – vaste buffer’ die is bedoeld om onverwachte tegenvallers op te vangen (ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). 2. De reserve ‘Opvangen tekorten Sociaal domein’ is in het leven geroepen om tegenvallers binnen het Sociaal domein op te vangen. Risico: Rioolheffing Omschrijving risico De raad is de afgelopen jaren regelmatig geïnformeerd over het dossier inzake de aanslag rioolheffing woningbouwstichting. Voor het laatst is dit gebeurd via paragraaf 3.2, weerstandsvermogen en risicobeheersing in het jaarverslag 2017. Het college heeft daarin gemeld dat er een procedure speelt van een woningstichting tegen de aanslag voor de rioolheffing van 2013, 2014 en 2015.
De aan de woningstichting opgelegde aanslagen rioolheffing 2013 tot en met 2015 zijn vernietigd. Het gaat om een bedrag van circa € 500.000 aan rioolheffing per jaar. Tegen de aanslagen 2016 t/m 2018 is ook bezwaar gemaakt. Tegen de uitspraak van de rechtbank is hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem. Bij uitspraak van 27 februari 2018 heeft het Hof ons hoger beroep gegrond verklaard. De aanslagen rioolheffing blijven volledig in stand. Tegen de uits praak is beroep in cassatie bij de Hoge Raad ingesteld door de woningstichting. De uitkomst van deze procedure is niet op korte termijn te verwachten. Impact De impact is moeilijk te bepalen, omdat de zaak onder de rechter is en de uitkomst onzeker. Het eventuele risico wordt ingeschat in de categorie laag. Mocht de uitkomst negatief uitvallen voor de gemeente dan gaat het om forse financiële tegenvallers. (Beheers)maatregelen Een eventuele financiële tegenvaller zal net als bij andere risico’s moeten wo rden gedekt uit algemene middelen (‘Algemene reserve - vaste buffer’). Om de risico’s te verminderen voor toekomstige aanslagen kijken wij zeer kritisch naar de onderbouwing van de kosten, waaronder de overhead en de BTW. 81 Risico: Invoering van de omgevingswet Omschrijving risico De invoering van de Omgevingswet is een grote opgave voor de organisatie. Op 1 januari 2021 gaat de wet in.
Na 2021 zijn we niet klaar maar zullen we de omgevingswet nog verder implementeren. Dit traject loopt tot uiterlij k 2029. De focus voor nu ligt op de periode tot 2021. Momenteel wordt vanuit het programma invoering omgevingswet toegewerkt naar de deadline waarop de wet in werking treedt. Risico’s betreffen: 1. Niet halen van de deadline van invoering door lokale of landelijke oorzaken. 2. Overschrijding van het budget voor invoering/onvoldoende middelen voor een goede invoering. Impact 1. De invoering van de wet bestaat uit vele verschillende elementen waarvan sommige crucialer zijn dan andere en dus ook in meer of mindere mate invloed hebben op het halen van de deadline. Het niet halen van de deadline kan betekenen dat: a. Ambities niet (tijdig) gerealiseerd worden. Denk hierbij aan sectoraal in plaats van integraal beleid, processen die niet goed lopen en dienstverlening die nog niet voldoet aan de normen. b. Het niet (goed) kunnen uitvoeren van wettelijke taken zoals VTH. Deze risico’s kunnen op termijn zorgen voor extra uitvoe ringskosten en brengen ook directe financiële risico’s met zich mee. Denk bij dit laatste – door het niet kunnen vergunnen - aan het missen van leges en het tegenhouden van ontwikkelingen. 2. De omgevingswet brengt drie soorten kosten met zich mee die op dit moment alles nog lastig in te schatten zijn en in die zin een risico vormen: a.
Voorbereidings- en implementatiekosten Volgens het daarvoor gebuikte VNG -model worden deze incidentele kosten voor de periode t/m 2024 momenteel ingeschat op € 3,1 mln. Grote onzekerheden hierin betreffen onder andere de ICT-kosten en de personele kosten. De budgetvraag die waarschijnlijk in het voorjaar van 2019 zal volgen is daarnaast ook afhankelijk van het feit dat een bedrag van ongeveer 7 ton reeds beschikbaar is en van de mate waarin er voor ingezet personeel al dan niet een vervangingsvraag ontstaat. Zie voor een nadere toelichting de PM-post invoering omgevingswet. b. Verandering in de structurele lasten Deze lasten kunnen wijzigen door een verandering in de personeelsbehoefte en een vermoedelijke daling van de legesopbrengsten. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven. c. Mogelijke incidentele frictiekosten Deze kosten kunnen optreden als gevolg van een verschuiving in het personeel. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven. Hoewel de hoogte van de kosten nog niet goed in te schatten zijn is het wel zeker dat in ieder geval de eerste twee categorieën kosten op zullen treden. Het 82 grootste deel van de voorbereidings- en implementatie kosten is ook niet afhankelijk van de gestelde ambities maar zullen hoe dan ook optreden. Twee risico’s bij de drie posten zijn: a. Onvoldoende toekenning van deze middelen kan leiden tot het niet halen van de deadline.
De gevolgen daar van staan hiervoor al beschreven. b. Overschrijding van de voorbereidings - en implementatiekosten. Voor de berekening van de kosten is het zogenaamde VNG -model gebruikt. De hoogte van veel kosten worden echter stapsgewijs bekend de komende jaren. Dan zal blijken in hoeverre dit overeen komt met de VNG-ramingen. (Beheers)maatregelen Binnen de organisatie wordt het programma invoering omgevingswet opgezet. In dit programma worden de inhoudelijke en financiële risico’s in de gaten gehouden en worden er maatregelen op getroffen. Risico’s die te groot dreigen te worden of daadwerkelijk optreden worden besproken in de stuurgroep omgevingswet van waaruit beheersmaatregelen worden genomen. Risico: Verhoging van de afvalstoffenbelasting Omschrijving risico De verhoging van de afvalstoffenbelasting heeft consequenties voor de hoogte van de afvalstoffenheffing. De verwachting is dat de afvalstoffenbelasting verdubbel t. Ook zullen (verwachte) gedragseffecten ontstaan met een indexering van de afgesproken verhoging. Deze plannen va n de regering zijn onderdeel van het vergroenen van het belastingstelsel. Impact Financieel: verhoging van de afvalstoffenheffing (Beheers)maatregelen Voorbeeld: periodieke monitoring (aangeven de wijze waarop monitoring wordt ingevuld).
Daarnaast is de egalisatievoorziening reiniging beschikbaar om financiële tegenvallers op te vangen en daarmee tariefschommelingen zoveel mogelijk te voorkomen. Risico: Dalende inkomsten bij kunststofverpakkingsmateriaal Omschrijving risico Het ministerie van IenM, de VNG en het verpakkend bedrijfsleven hebben vergoedingsafspraken gemaakt voor de inzameling en sortering van het kunststof verpakkingsafval. Gemeenten laten kunststofverpakkingsafval en drankenkartons inzamelen, sorteren en recyclen. Hiervoor ontvangen zij een vergoeding, mits het materiaal voldoet aan een aantal voorwaarden. Eén van die voorwaarden is dat de materiaalfracties voldoen aan afgesproken kwaliteitseisen. We zien dat de inkomsten uit plastic terug lopen. Ook zien we meer vervuiling in deze stroom. Dit betekent dat ladingen worden afgekeurd. Een afgekeurde lading PMD wordt verbrand als restafval. Hiervoor ontvangen we dan ook geen vergoeding. Impact Financieel: verhoging van de afvalstoffenheffing 83 (Beheers)maatregelen Om afkeuringen te voorkomen zetten we extra in op communicatie. Daarnaast is de egalisatievoorziening reiniging beschikbaar om financiële tegenvallers op te vangen en daarmee tariefschommelingen zoveel mogelijk te voorkomen. Risico: Uitbreiding van de BTW-sportvrijstelling Omschrijving risico Op Prinsjesdag heeft het k abinet de uitbreiding van de BTW -sportvrijstelling gepresenteerd.
Het exploiteren van een sportaccommodatie met een winstoogmerk is en blijft belast met BTW. Het exploiteren van een sportaccommodatie zonder winstoogmerk wordt vrijgesteld van btw. Gemeenten en sportstichtingen hebben geen winstoogmerk en worden vrijgestel d van de heffing van BTW. Hierdoor vervalt ook het recht op aftrek van voorbelasting voor de kosten die toerekenbaar zijn aan de terbeschikkingstelling van sportaccommodaties aan sportverenigingen. Op grond van de overgangsregeling hoeft geen BTW te worden terugbetaald die in verband met de sportaccommodatie in het verleden in aftrek is genomen. De BTW- herzieningsregels zijn niet van toepassing. Impact De wetswijziging zal zorgen voor een grote toename van situaties waarin de btw niet kan worden verrekend. Gemeenten kunnen subsidie aanvragen voor deze ‘btw-schade’ door het indienen van de zogenaamde SPUK voor 1 december 2018. Het uitkeringsplafond bedraag voor het jaar 2019 € 152 miljoen en wordt naar rato verdeeld. De kans is groot dat het beschikbare bedr ag wordt overvraagd en de gemeente maar een deel van de btw-schade vergoed krijgt. De wetswijziging heeft ook gevolgen voor sportstichtingen binnen onze gemeente: ook zij verliezen het recht op aftrek van voorbelasting.
Er is een nieuwe subsidieregeling v oor amateursportorganisaties, maar hiervoor komen alleen de bouw of het onderhoud van sportaccommodaties in aanmerking, of de aanschaf of onderhoud van sportmaterialen. Er worden geen subsidies verstrekt van minder dan € 5.000. Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 87 miljoen en wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van aanvragen. De BTW op de exploitatiekosten (bijvoorbeeld de energiekosten) komt niet in aanmerking voor subsidie. Hierdoor zullen de kosten van de exploitatie van sportaccommodaties zoals de zwembaden stijgen. (Beheers)maatregelen Scherper in beeld brengen van de financiële gevolgen incl. de genoemde vergoedingen vanuit het Rijk. Risico: Prijsstijgingen gas en elektra Omschrijving risico Overschrijding Energiebudgetten Impact Forse overschrijding van de energie budgetten doordat de energieprijzen sterk gestegen zijn. Voor 2019 en 2020 wordt per Mh het dubbele betaald t.o.v. afgelopen jaren. Het energieverbruik is een deel van de kosten. 84 (Beheers)maatregelen Door duurzame oplossingen te vinden voor de Openbare Verlichting en Riolering en overige Vastgoed Aansluitingen. Bij de eerstvolgende rapportage voor de P&C cyclus zal worden gerapporteerd over de financiële gevolgen.