CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport De resultaten van het AFCWB.pdf

Besluitvormende Vergadering 25 september 2025, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 10.: Rekenkamerrapport 'De resultaten van het Agro en Food Cluster Nieuw Prinsenland en de blik op de toekomst'.31.506 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Instellingsbesluit In het interview met de provincie op 24 oktober 2024 werd duidelijk dat de eerste adviescommissie in 2011 werd ingesteld. Daarna is een herbenoeming geweest van 2015 tot 2018. In de periode erna heeft geen herbenoeming plaats gevonden, omdat de gronduitgifte stil lag. Op het moment dat er weer principeverzoeken werden ingediend bij de gemeente Steenbergen door bedrijven die niet rechtstreeks toelaatbaar waren, maar wel symbiose verkondigden werd er een nieuw reglement en een nieuwe bedrijfsadviescommissie geformeerd. In het instellingsbesluit van 12 juli 2022 van de provincie Noord-Brabant en de gemeente Steenbergen is besloten de commissie van ter zake deskundigen als taak te geven burgemeester en wethouders te adviseren over de toepassing van artikel 5.6, onderdeel c, onder 1, en onderdeel d, onder 1, van het inpassingsplan. Toepassing van artikel 5.6 onderdeel c, onder 2 is niet opgenomen in de taakomschrijving. In dit artikel staat beschreven, dat de oppervlakte van het Pagina | 51

bedrijfsperceel van een agrologistiek bedrijf niet meer mag bedragen dan 5 ha, met dien verstande dat deze omvangsbeperking niet geldt indien wordt aangetoond dat er regionaal geen geschikte alternatieve vestigingslocatie voor handen is. Samenstelling Gedeputeerde Staten en burgemeester en wethouders hebben 2 leden benoemd. De huidige voorzitter en vice-voorzitter zijn op 4 augustus 2022 toegetreden tot de bedrijfsadviescommissie. Vanuit burgemeester en wethouders is een secretaris aangewezen voor de bedrijfsadviescommissie. De leden van de commissie zijn deskundig op het gebied van: a. symbiose met andere bedrijfsactiviteiten op het bedrijventerrein Nieuw Prinsenland of binnen het plangebied; en b. de relatie met het productieproces of direct daarmee verband houdende activiteiten in: • agro- en foodgerelateerde bedrijven • bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek; • voedings- en genotmiddelenindustrie; of • agrarische bedrijven.

Werkwijze Zoals in het instellingsbesluit omschreven staat, wordt bij een aanvraag voor vestiging van een agrologistiek bedrijf of bij overige bedrijven die niet tot de direct toelaatbare bedrijven horen zoals omschreven in artikel 5.1 van het inpassingsplan, advies gevraagd aan de bedrijfsadviescommissie of door de vestiging van het desbetreffende bedrijf symbiose optreedt met andere bedrijfsactiviteiten (Provincie Noord-Brabant en gemeente Steenbergen, 12 juli 2022). Van symbiose is, zoals omschreven in het PIP, sprake als de in het plangebied aanwezige bedrijven enerzijds bijdragen aan het verkleinen van het gezamenlijke directe en indirecte ruimtebeslag en anderzijds bijdragen aan gezamenlijke kennisontwikkeling en innovatie. Belangrijke elementen hierbij zijn onder andere uitwisseling van energie (warmte, elektriciteit), producten, (rest)stoffen en water en het terugdringen van de emissie van reststromen, (afval)water, CO2 en het aantal transportbewegingen. De behandeling van een adviesaanvraag vindt plaats door de voltallige commissie en de commissie komt tot een advies op basis van unanimiteit van stemmen. Bij het advies baseren de leden zich op de door de aanvrager verstrekte gegevens middels het standaardformulier ‘Principeverzoek afwijking art. 5.6 Inpassingsplan AFC WestBrabant’ en verstrekte documenten.

Om het advies zo objectief mogelijk tot stand te laten komen, hebben de leden een matrix ontworpen, zo gaven ze aan in het interview op 16 oktober 2024. In de matrix staan 7 criteria op basis waarvan de beoordeling plaatsvindt, namelijk de mate waarin sprake is van: 1. Samenwerking met andere bedrijven 2. Verkleining ruimtebeslag Pagina | 52

3. 4. 5. 6. 7.

Versterken kennis en ontwikkeling Energie-uitwisseling Uitwisseling van water CO2 reductie Reductie transportkilometers

Het uiteindelijke advies wordt door de commissieleden rechtstreeks en alleen teruggekoppeld aan de gemeente Steenbergen. Een advies wordt eveneens voorzien van aanbevelingen die bijvoorbeeld in het verdere vergunningentraject meegenomen kunnen worden. Hoe deze vaak technische aanbevelingen worden vertaald in het vergunningentraject is niet zichtbaar voor de commissieleden. In het interview geven beide leden aan, dat ze niet weten of de vergunningverlener deze kennis wel heeft. Om meer grip te krijgen op het behalen van de voorgenomen symbiose is het belangrijk om in het vergunningentraject deze aanbevelingen technisch juist te verwerken. De commissieleden geven aan het jammer te vinden, dat ze hier verder geen zicht op hebben. Wat er met een uiteindelijk advies gedaan wordt, is aan de gemeente. De bedrijfsadviescommissie krijgt geen terugkoppeling en het college is vrij om af te wijken van het advies. Jaarverslag Artikel 13 van het instellingsbesluit omschrijft dat de commissie jaarlijks voor 1 april verslag uitbrengt van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar aan Gedeputeerde Staten en burgemeester en wethouders. In het jaarverslag wordt een overzicht gegeven van: a. de uitgebrachte adviezen; en b.

een reflectie op de mate waarin de uitgebrachte adviezen en de dientengevolge wel of niet te realiseren bedrijfsvestigingen bijdragen aan het profiel, opgenomen in het inpassingsplan. Uit het interview is gebleken dat de bedrijfsadviescommissie nog geen jaarverslagen heeft gemaakt. De reden hiervan is, dat de commissieleden niet helder hebben wat ze er wel en niet in mogen of kunnen zetten, omdat de adviezen nu ook niet openbaar worden gemaakt en het niet duidelijk is voor wie het jaarverslag bestemd is. Resultaat Allereerst kan gesteld worden dat aan de randvoorwaarde om een commissie van ter zake deskundigen in te stellen en te benoemen, is voldaan. Het college kan echter afwijken van het advies van deze ter zake deskundigen. Dit doet de vraag rijzen wie verantwoordelijk is voor het borgen van de AFC doelstellingen. Uit de interviews met de wethouder en met ambtenaren is gebleken, dat de raad niet geïnformeerd wordt over de adviezen van de bedrijfsadviescommissie en er geen jaarverslagen beschikbaar zijn.

Pagina | 53

In de omgevingsvergunning die op 1 september 2023 door de gemeente Steenbergen verstrekt is aan JMT wordt een voorwaarde gesteld dat JMT jaarlijks rapporteert over de gerealiseerde en nog te realiseren symbiose-activiteiten (Gemeente Steenbergen, 1 januari 2023, p.1). Er zijn verder geen consequenties verbonden aan de opgelegde voorwaarde. Kortom, als er geen sprake is van symbiose dan kan het bedrijf JMT op de locatie blijven binnen het AFC. Ditzelfde geldt voor Lemken, zoals omschreven in de omgevingsvergunning die op 3 november 2023 is verleend. Omdat de bedrijfsadviescommissie Nieuw Prinsenland door het besluit van de provincie Noord-Brabant en de gemeente Steenbergen geen advies hoeft te geven over artikel 5.6 onderdeel c, onder 2, is het aan het college van burgemeester en wethouders om aan te tonen dat er meer dan 5 ha nodig is bij het verlenen van een omgevingsvergunning aan een agrologistiek bedrijf. In het geval van Zijdelaan is ontheffing verleend op basis van artikel 5.6, onderdeel d en wordt het bedrijf door college van burgemeester en wethouders geschaard in de categorie ‘overige bedrijven’. Zijderlaan zelf omschrijft zichzelf echter als een be- en verwerkend agrologistiek bedrijf bij de beantwoording van de door hun ingevulde enquête.

Doordat Zijderlaan ontheffing heeft verkregen op basis van artikel 5.6, onderdeel d, heeft het college bij het verstrekken van de omgevingsvergunning niet hoeven te kijken naar de omvang van het perceel van 6 ha voor Zijderlaan.

7.2 Arbeidsmigranten Vanaf het begin was het duidelijk dat er arbeidsmigranten zouden komen te werken op het AFC en dat beleid hiervoor noodzakelijk was. In de bestuursovereenkomst werd afgesproken dat “de sociaal maatschappelijk aanvaardbare huisvesting van tijdelijke EU-werknemers een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van provincie, TOM en gemeente. De huisvestingsbehoefte moet regiobreed worden aangepakt. Het in opdracht van de TOM uitgevoerde onderzoek (door 4e jaars HAS-studenten) is hier een basisdocument voor. Er moet door provincie, TOM en gemeente Steenbergen gestreefd worden naar een gezamenlijk en taakstellend regionaal beleid op dit onderwerp.” Definitie arbeidsmigranten Arbeidsmigranten zijn personen die voor kortere of langere tijd naar Nederland komen om hier te werken en te wonen. In de gemeente Steenbergen gaat het vooral om arbeidsmigranten uit EU landen, met name uit Midden- en Oost-Europese landen, die hier komen om ongeschoold of laaggeschoold werk te verrichten. Als EU burgers hebben zij vrije toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt, met de aantekening dat ze voorzien in eigen onderhoud tijdens hun verblijf in Nederland.

Zij bouwen verder dezelfde arbeidsrechten op als Nederlandse werknemers en hebben bijvoorbeeld recht op het minimumloon en de opbouw van WW rechten.” Resultaat In de interviews met de provincie en de wethouder werd aangegeven dat de provincie de regionale aanpak van arbeidsmigrantenhuisvesting op de agenda van het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) heeft geplaatst. Sinds 2019 kent de Pagina | 54

provincie de Brabantse aanpak arbeidsmigratie (Provincie Noord-Brabant, 12 juni 2019). De provincie neemt hierin de rol van aanjager in de problematiek om regionale afspraken te maken voor de huisvesting van arbeidsmigranten. De gemeente Steenbergen neemt deel aan het RRO overleg in West-Brabant West. De provincie heeft met name geprobeerd om de urgentie van het vraagstuk kenbaar te maken en commitment van regio’s te krijgen. De provincie werkt met een bottom up aanpak: de partijen lokaal bij elkaar brengen, afspraken moeten van de regio’s zelf zijn, het draagvlak moet daar ontstaan (Het PON / Telos, maart 2021, p. 18). De wethouder geeft in het interview aan dat formeel de provincie zich aan hun voorwaarde heeft gehouden, maar regionaal zijn er nog steeds discussies. Wél heeft de gemeente Steenbergen zelf beleid opgesteld t.a.v. de huisvesting van arbeidsmigranten, te weten: - de Beleidsnota Huisvesting Arbeidsmigranten 2010, - de Woonvisie 2015, - de Beleidsnota Arbeidsmigratie van 2020.

Kern van het beleid uit 2010 en 2015 is dat: • het realiseren van huisvesting primair de verantwoordelijkheid van de werkgevers is, • huisvesting binnen de gemeente Steenbergen vooral is bedoeld voor arbeidsmigranten die binnen de gemeente werken, • huisvesting maatschappelijk verantwoord dient te zijn, • de arbeidsmigrant die zich in de gemeente Steenbergen heeft gevestigd, en hier zijn hoofdverblijf heeft, in een woning thuishoort, • huisvesting op het agrarisch bedrijf is toegestaan tot 40 personen. In 2020 is het beleid uitgebreid met: • Huisvesting van arbeidsmigranten is het meest urgente thema binnen het arbeidsmigratievraagstuk. Per 2025 bestaat er in de piek een tekort van zo’n 3200 plaatsen. • De verantwoordelijkheid voor het creëren van voldoende maatschappelijke verantwoorde huisvesting ligt primair bij de werkgevers (waaronder uitzendbureaus). • De gemeente vervult een faciliterende en verbindende rol, mits er bij de initiatieven (van projectontwikkelaars, huisvesters, e.d.) een relatie is met de huisvesting voor arbeidsmigranten van lokale bedrijven. • Het beleid van de gemeente Steenbergen is erop gericht niet meer verblijfsplaatsen te realiseren, dan het aantal binnen de gemeente werkende arbeidsmigranten.

Hierbij moet als kanttekening worden geplaatst dat het AFC Nieuw Prinsenland een werklocatie van provinciaal belang is, waarbij het uitgangspunt is dat de gemeente Steenbergen de volledige huisvestingsbehoefte voor het AFC Nieuw Prinsenland opvangt. Het aanbod van huisvesting dient afgestemd te zijn op de behoeften van verschillende arbeidsmigranten, met een gevarieerd aanbod aan huisvesting, verspreid over meerdere locaties, als resultaat.

Pagina | 55

•

•

•

Naar schatting verblijft 40 procent van de arbeidsmigranten hier korter dan een jaar. Velen van hen worden momenteel gehuisvest in woningen in de woonwijken. In het raadsakkoord is hierover het volgende opgenomen: ‘Met de bedrijven gaan we in gesprek om de aankoop van huizen in de wijken en kernen voor deze groep arbeidsmigranten te stoppen. Daarmee willen we overlast aanpakken. We zullen toezicht en handhaving in de wijken aanscherpen.’ (Gemeente Steenbergen, 30 januari 2020, p. 7). Voor arbeidsmigranten die hier voor de middellange termijn verblijven zijn verschillende huisvestingsmogelijkheden bespreekbaar en de arbeidsmigranten die hier voor langere tijd/permanent vestigen in de gemeente dienen gebruik te maken van het reguliere aanbod van koop- en huurwoningen. Het beleid is erop gericht dat arbeidsmigranten die in Steenbergen gehuisvest worden, hier ook daadwerkelijk werken. Dit strookt niet met de verwachting van de gemeente Steenbergen dat de problematiek van arbeidsmigrantenhuisvesting door de ontwikkeling van het AFC, regionaal opgepakt moet worden.

Omvang (Beleidsnotitie arbeidsmigratie 2020) De totale behoefte aan arbeidsmigranten bij een volledig gerealiseerd AFC, in de nota voorzien voor 2025, werd in 2020 berekend op 1500 personen, onder te verdelen in 1000 in de glastuinbouw en 500 bij de overige bedrijven. Het totale aantal arbeidsmigranten voor de gehele gemeente Steenbergen werd berekend op 3200, oplopend tot 4200 in de piekmaanden van de overige agrarische bedrijven, zoals de fruitteelt. Huidige situatie AFC/Dinteloord Huisvesting van arbeidsmigranten is ook nu (2025) nog een uitdaging. Slechts een deel van de arbeidsmigranten woont op dit moment in de gemeente Steenbergen; deels in huizen in de kern Dinteloord. Een grootschalige opvang bestaat in de kern Welberg, maar ontbreekt ook na 15 jaar nog geheel in de directe omgeving van het AFC. Wel bestaan er op dit moment in de buurt van het AFC en de kern Dinteloord twee initiatieven. Het college van burgemeester en wethouders heeft twee principeuitspraken gedaan voor de realisatie van initiatieven voor de huisvesting van arbeidsmigranten ten oosten van de snelweg en ten zuiden van het AFCNP aan de Noordlangeweg.

Er is een principe-uitspraak gedaan voor een initiatief voor de huisvesting van maximaal 400 arbeidsmigranten aan de Noordlangeweg 14 en 14a en er is een tweede principe-uitspraak gedaan voor een initiatief voor de huisvesting van maximaal 264 arbeidsmigranten aan de Noordlangeweg 14b.

7.3 Bouwen extra woningen Op pagina 4 van de bestuursovereenkomst is een afspraak beschreven dat verband houdt met het bouwen van extra woningen: “De gemeenteraad heeft in zijn Woonvisie 2006 de woningbouwbehoefte voor glastuinbouw vastgesteld op 1 woning per hectare. Voor het te herstructureren en te intensiveren terrein van de bestaande suikerfabriek en voor het specifiek agrofoodgerelateerde bedrijventerrein is de woningbouwbehoefte niet nader vastgesteld. Voor de ontwikkeling van het Pagina | 56

AFCWB als geheel bieden Gedeputeerde Staten in eerste instantie ruimte voor het bouwen van 300 woningen boven het planningscijfer en 20 woningen in het kader van de Ruimte-voor-ruimteregeling. Als de woningbouwbehoefte groter blijkt, dan zullen Gedeputeerde Staten ruimte voor extra woningbouw bieden, na instemming van het regionaal planningsoverleg.” Deze extra te bouwen woningen zijn mede bedoeld voor de huisvesting van EUwerknemers en tijdelijke arbeidskrachten. Documentenanalyse Verschillende bronnen geven aan dat er een grote woningbehoefte is in Dinteloord (en in de totale gemeente Steenbergen). Brief van Dorpsraad Dinteloord en de Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord In een brief gericht aan alle politieke partijen in de gemeenteraad van Steenbergen verwijzen de Dorpsraad Dinteloord en de Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord naar de Woonvisie 2006 waarin wordt beschreven dat voor de periode 2005-2015 in Dinteloord 154 woningen zijn toegekend. Daarna is een extra woningbouwprogramma van 180 woningen toegezegd voor de kern Dinteloord vanwege de ontwikkeling van het AFC (120 extra woningen gaan naar de andere kernen van de gemeente). De Dorpsraad Dinteloord en de Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord zijn van mening dat deze woningen niet zijn gebouwd in Dinteloord.

Raadsmededeling “Loop der bevolking / Stand van zaken voortgang woningbouw” In de Woonvisie 2006 is vastgesteld om jaarlijks een voortgangsrapportage op te stellen aangaande de voortgang van de woningbouwplannen. Er is één raadsmededeling hierover teruggevonden, namelijk een raadsmededeling van 20 februari 2012 met als titel “Loop der bevolking / Stand van zaken voortgang woningbouw”. Beschreven wordt dat de totale omvang van de woningvoorraad per 1-1-2012 9.984 woning bedraagt; ongeveer 4,5% van de woningvoorraad staat leeg. Er wordt op pagina 4 van de raadsmededeling gesproken over “een serieus probleem” in Dinteloord. ”In het bijzonder het totaal niet bouwen in de huursector van appartementen en grondgebonden woningen vormt een gebrek”. Kadastrale kaart Via www.kadastralekaart.com6 zien we dat Dinteloord in 2010 2.220 woningen heeft en in 2022 2.375. Dit betreft een groei van 155 woningen in 12 jaar tijd. Woondeal van regio West- Brabant West In de Woondeal van regio West-Brabant West (Stedelijke regio West-Brabant West, 9 maart 2023, p. 5). wordt in beeld gebracht dat de woningbouwopgave van de gemeente Steenbergen in de periode van 2022-2030 op een groei van 720 woningen ligt; ofwel 90 woningen per jaar. Het gaat hier om een minimale 6

https://kadastralekaart.com/buurten/dinteloordBU08510300?srsltid=AfmBOooK668gU9kJsKKaS3SF_2MLarABTW4B5OnRk3XYiPxIdHK1M-BX

Pagina | 57

woningbouwopgave. Er is geen sprake meer van een maximale grens aan te bouwen woningen, maar juist van een minimale bouwopgave.

Tabel: Verdeling opgave (2022-2030) naar gemeenten Partiële actualisatie van de Structuurvisie Steenbergen Het realiseren van deze woningen, zo wordt in de Partiële actualisatie van de Structuurvisie Steenbergen in 2019 beschreven (gemeente Steenbergen, 12 februari 2019, p. 5 en verder), is een lastige opgave. De gemeente Steenbergen is kwetsbaar wat betreft het aantal potentiële bouwlocaties. Omdat Steenbergen en Dinteloord de grootste kernen zijn, met de meeste voorzieningen, zijn dit de meest populaire kernen om in te wonen. De toekomstige woningbouw zal zich de komende jaren daarom concentreren in deze dorpen. Daarbij hebben beide dorpen geschikte bouwlocaties (zowel inbreiding als herstructurering). In de Partiële actualisatie van de Structuurvisie worden voor de kern Dinteloord de volgende locaties genoemd: • Karel Doormanstraat/Van Heemskerckstraat (nu bedrijfsgebouwen) • Nieuwe Haven (zorglocatie) • Molendijk (nu bedrijfsgebouw) • Kade (bedrijfsgebouw en achtergebied) • Ontwikkelingszone inbreiding centrum Dinteloord (div. locaties) • Dorus Rijkersstraat Met bovengenoemde locaties wordt verwacht dat Dinteloord een potentiële extra woningbouwcapaciteit heeft van rond de 190 woningen. De belangstelling voor Ruimte voor Ruimte woningen blijkt gering te zijn.

Woonzorgvisie De woonzorgvisie geeft aan dat de druk op de woningmarkt mogelijk nog wordt versterkt in de periode na 2030 (gemeente Steenbergen, 28 maart 2024, p. 73 en Pagina | 58

verder). “Verwacht wordt dat er een extra opgave voor de huisvesting van arbeidsmigranten en expats zal komen. Dit hangt samen met de ontwikkeling van een gepland nieuw regionaal bedrijventerrein7 en de mogelijke uitbreiding van het AFC Nieuw Prinsenland. Hoe groot de extra opgave is, moet nog worden onderzocht en hangt ook af van de uiteindelijke besluitvorming van de gemeenteraad over het geplande nieuwe regionale bedrijventerrein en de besluitvorming over het wel of niet uitbreiden van het AFC Nieuw Prinsenland.” Ontwikkelplan Dinteloord Op 31 oktober 2024 nam de gemeenteraad het raadsvoorstel aan t.b.v. het ontwikkelplan Dinteloord. Op pagina 20 is te lezen: “De woningnood is hoog in Dinteloord en toevoegen van extra woningen is noodzakelijk” (CB5, 18 juli 2024). Er zijn 3 scenario’s gepresenteerd in het Ontwikkelplan met verschillende uitbreidingslocaties. Transformatie van bedrijven naar woningen rondom de kern en inbreiding is in alle scenario’s meegenomen. In het voorkeursscenario worden op korte, middellange en lange termijn gebieden beschreven die geschikt zijn voor het uitbreiden van de woningvoorraad. Kansen worden gezien in de volgende gebieden: 1. Braakliggende terreinen, zoals de Oostvoorstraat en bij het Raadhuisplein (geschikt voor appartementen); 2. Verplaatsen van bedrijven om grote percelen vrij te krijgen (kanttekening: dit zijn complexe processen); 3.

Landbouwpercelen in het buitengebied geschikt maken voor uitbreiding. Resultaat Samengevat kan geconcludeerd worden, dat de eerdere afspraak over de 300 extra (AFC)woningen is losgelaten. Op dit moment geldt er een minimale bouwopgave van 720 woningen die gebouwd moeten worden tussen 2022 en 2030. De woningbehoefte is groot en verwacht wordt dat deze nog groter zal worden. Er zijn plannen omschreven in het Ontwikkelplan Dinteloord om op korte termijn te bouwen, maar de vraag is hoe concreet deze plannen op korte termijn zullen worden en in hoeverre het de gemeente Steenbergen lukt om de minimale woningbouwopgave te realiseren.

7.4 Vrachtverkeerproblematiek De problematiek m.b.t. vracht- en landbouwverkeer in de kern Dinteloord bestaat al lang. Kort samengevat gaat het om zware machines die over de Steenbergseweg en door het centrum rijden op weg naar bedrijventerrein Dintelmond en naar lokale bedrijven als Kouters en Van Tilburg (Bedrijventerrein Molenkreek). In dezelfde periode dat er over de eventuele aanleg van het AFC werd gesproken, stond ook deze verkeersproblematiek in de kern Dinteloord hoog op de agenda. In 7 Dit betreft bedrijventerrein Reinierpolder III, waarover de gemeenteraad in de raadsvergadering van 26 september

2024 heeft besloten de realisatie van het bedrijventerrein voort te zetten.

Pagina | 59

het dorpsontwikkelplan Dinteloord uit 2007 stond de wens tot het oplossen van de overlast van vrachtverkeer expliciet benoemd. In de bestuursovereenkomst werd om deze reden de volgende afspraak vastgelegd: “De gemeente Steenbergen streeft ernaar, mede op aandrang van de bewoners van Dinteloord, om het doorgaande vrachtverkeer uit de kern Dinteloord te weren. Voor de integrale aanpak van de vrachtverkeersproblematiek in Dinteloord stelt de gemeente Steenbergen een verkeersonderzoek in. Voorzover daaruit blijkt dat voor de ontsluiting of de verkeersroutering van en naar bedrijventerrein Dintelmond aanpassingen vereist zijn, kan de gemeente projecten indienen bij de provincie (…). Gedeputeerde Staten zullen bevorderen dat deze projecten in aanmerking komen voor de provinciale Cofinancieringsregeling Verkeer en Vervoer.” (Gemeente Steenbergen en provincie Noord-Brabant, 30 juni 2010, artikel 6). Resultaat De westelijke gebiedsontsluitingsweg verbindt de Noordlangeweg via de Noordzeedijk. Daarmee kan de AFC-locatie ook via deze weg (Symbiose) ontsloten worden. Dat inwoners van Dinteloord overlast van vrachtverkeer ervaren in het dorp en pleiten voor een oostelijke rondweg heeft de gemeente Steenbergen erkend. Er zijn dan ook onderzoeken uitgevoerd naar de mogelijkheden om deze rondweg te realiseren.

Op grond van een gebrek aan financiële dragers werd in 2012 geconstateerd dat een rondweg op dat moment niet tot de mogelijkheden behoort. In 2012 probeerde het college de uitvoering van de rondweg nog onder te brengen bij de Strategische Agenda van de RWB en schreef het volgende: “Uw standpunt met betrekking tot de verkeersontsluiting van Dinteloord wordt zeer betreurd. Hoewel de overlast zeker lokaal ervaren wordt, ligt de oorzaak toch veeleer in de structuur van het gebied, deels gelegen op gebied van een buurgemeente. Het is te simpel om de problemen omtrent deze ontsluiting als een lokaal probleem te duiden; het betreft eerder een regionaal probleem”. De reactie van de RWB was als volgt: “Wij herkennen de door u geschetste problematiek, maar wij zijn van mening dat de impact en de omvang van de door u geschetste verkeersproblematiek geen strategisch karakter heeft en meer een lokale dan wel een bovenlokale aangelegenheid is”. Op verzoek van de gemeenteraad (aangenomen amendement in de raadsvergadering van 4 maart 2021) voerde de Adviesraad Verkeer8 in 2021 een verkennend onderzoek uit en kwam met zes mogelijke tracés (Adviesraad Verkeer, 11 januari 2022). De financiële doorrekening in het bijbehorende raadsvoorstel (voorgelegd in de raadsvergadering van 24 februari 2022) laat zien dat een oostelijke rondweg ongeveer € 16.230.000,- zal kosten.

Een verbindingsweg tussen de Karel Doormanstraat en de Noordlangeweg zou op een bedrag van € 1.990.000,komen.

8

De Adviesraad Verkeer bestaat uit inwoners uit de verschillende kernen en wordt ambtelijk ondersteund.

Pagina | 60

Kostenberekening randweg en verbindingsweg Dinteloord in hoofdposten. Bron: rapport Antea Group randweg en verbindingsweg Dinteloord, p.7.

Tijdens de behandeling van het raadsvoorstel ‘Studie randweg Dinteloord’ op 24 februari 2022 is vervolgens een amendement aangenomen om “Akkoord te gaan met de voorstudie voor realiseren van een oostelijke ontsluiting en een randweg Dinteloord en het college opdracht te geven om de haalbaarheid van alternatieve oplossingen in de vorm van het verplaatsen van verkeer aantrekkende bedrijven en een omleidingsroute voor het landbouwverkeer te onderzoeken”. De gemeenteraad schrapte de opdracht naar het college om de haalbaarheid van een verbindingsweg nader te onderzoeken. In de vergadering van 20 februari 2025 werd in het vragenhalfuur van de besluitvormende raadsvergadering de vraag gesteld hoe het met deze haalbaarheidsstudie staat voor een omleidingsroute voor het landbouwverkeer. Het college antwoordde dat deze haalbaarheidsstudie in het eerste kwartaal van 2025 wordt afgerond en naar de gemeenteraad wordt gestuurd. Op het moment van het schrijven van dit rapport was er nog geen verdere informatie bekend. De acties die wel zijn uitgevoerd om de verkeersproblematiek in Dinteloord enigszins te verhelpen betreft het aanpassen van de borden richting Dintelmond op de A4. Verkeer van bedrijventerrein Molenkreek kan nu via het viaduct over A4, Symbiose en Noordlangeweg de A4 bereiken.

Het dorp wordt hierdoor wat ontlast, maar naar de mening van de inwoners onvoldoende, zo blijkt uit het interview met Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord. In 2024 is een nieuw Ontwikkelplan Dinteloord vastgesteld. De inwoners van Dinteloord hebben op twee inspreekavonden hun input mogen delen. De opkomst was groot. Ook nu besluit de raad dat het geld voor een gehele rondweg ontbreekt.

7.5 Landschappelijke inpassing De volgende drie randvoorwaarden voor landschappelijke inpassing zijn vastgesteld in de bestuursovereenkomst9: 1. Landschapsdijken Buiten de tuinbouwsector zijn er maar weinig mensen die een kas echt mooi vinden. Dat is ook de reden dat bij de glastuinbouwlocatie van het AFC afspraken zijn 9

In het Beeldregieplan is het landschapsplan voor het AFC beschreven. In de exploitatieplannen zijn de uitvoeringsregels voor de aanleg van de landschapswallen en -elementen opgenomen die via de verleende omgevingsvergunningen zijn aangelegd. De instandhouding is geregeld in het inpassingsplan. Het gaat hier om meer dan de 3 randvoorwaarden zoals beschreven in de bestuursovereenkomst. Vanwege de omvang van dit onderzoek zijn we niet op al deze uitvoeringsregels verder de diepte in gegaan.

Pagina | 61

gemaakt over de landschappelijke inpassing. Een landschapsarchitect adviseerde om landschapsdijken als een zoom om de kassen heen te leggen. Echter om in een gebied van 300 ha bruto glastuinbouw alle kassen te verbergen zouden deze dijken meer dan 10 meter hoog moeten zijn, wat zowel technisch als financieel niet haalbaar was. Daarbij was dit ook niet de wens vanuit de provincie, omdat verhullende maatregelen de schijn van schaamte met zich mee zouden brengen, terwijl er met veel ambitie aan een belangrijke economische motor wordt gebouwd (Arcadis, 9 juli 2010, p. 52). Uiteindelijk zijn de dijken beduidend lager geworden, namelijk 3 tot 5 meter. Voor de landschapsdijken is zoveel mogelijk bietengrond gebruikt die aangevoerd werd tijdens de suikerbietencampagnes van de afgelopen jaren. 2. Beeldkwaliteit gebouwde omgeving Als randvoorwaarde is opgenomen dat er een beeldkwaliteitsplan moet worden opgesteld waarbij specifiek hoge kwaliteitseisen aan de van de weg zichtbare gebouwen worden gesteld. Het vooraf duidelijke hoge kwaliteitseisen stellen draagt bij aan een duurzame hoogwaardige architectonische uitstraling. Deze kwaliteitseisen gelden zowel voor het agrofoodgerelateerde bedrijventerrein als voor de projectlocatie voor glastuinbouw. Ook en juist daar moet voorkomen dat er een allegaartje van silo's, schuren, bassins ontstaat. 3.

Waterretentie Het Waterschap had bij de start van het AFC benadrukt dat bij ontwikkelingen in de polder eventuele verhardingen moeten worden gecompenseerd met voldoende waterretentie. Resultaat 1. Landschapsdijken Het hele AFC gebied wordt bijna geheel omgeven door landschapsdijken. Alleen daar waar de gronden nog niet verkocht zijn, zijn de landschapsdijken nog niet gerealiseerd. In het glastuinbouwgebied worden de landschapsdijken pas aangelegd zodra de kassen worden gebouwd. De grond die is aangevoerd tijdens de suikerbietencampagnes is gebruikt voor het ophogen van de kavel en de landschapsdijken. Om het aanzicht netjes te houden worden de landschapsdijken, de bermen en retentiezones goed onderhouden. Bij de glastuinbouwlocatie wordt gebruik gemaakt van grazende schapen en op het bedrijventerrein wordt nog machinaal gemaaid, omdat het hier lastiger is om schapen in te zetten. De landschapsdijken bij de suikerfabriek worden wel door schapen begraasd. De tuinders en bedrijven zijn tevreden over de aanleg van de landschapsdijken, maar de discussie is nooit gestopt. Er zijn nog steeds omwonenden die zich storen aan de kassen en die het liefst bomen op de dijken willen (Tuinbouwontwikkelingsmaatschappij, september 2020, p. 45). Dit blijkt ook uit de gesprekken met de Burenraad, Dorpsraad en Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord.

Zij geven aan, dat in de beginfase tekeningen zijn Pagina | 62

voorgelegd aan inwoners met veel meer groen en hogere landschapsdijken. Deze verwachting is gedurende het traject niet bijgesteld richting de inwoners na het besluit om de dijken lager uit te voeren. 2. Beeldkwaliteit gebouwde omgeving Zowel in het Ruimtelijk ontwerp en beeldregieplan (Studio Marco Vermeulen i.s.m. Arcadis, september 2014) als in het PIP staan regels omschreven waaraan bebouwingen moeten voldoen. De eisen zijn met name gericht op bouwhoogtes en bouwafstanden. Op pagina 39 worden in het Ruimtelijk ontwerp en beeldregieplan wel enige minimale eisen gesteld aan de architectonische kwaliteit. Het gaat dan onder meer om terughoudendheid in kleurgebruik in het kassengebied, er mogen geen blinde gevels zijn aan de kant van de Noordzeedijk, er mogen geen borden op gevels komen; logo en naamsvermelding op de gevel in losse letters. Overige hoge kwaliteitseisen zijn niet terug te vinden. In het interview met de Burenraad en Dorpsraad komt de bebouwing aan de orde en wordt er gesproken over “grote dozen”, waarbij wordt aangegeven dat het jammer is dat er niet meer groene gevels zijn gerealiseerd (zie ook paragraaf 6.4). 3. Waterretentie “Het inpassingsplan biedt op het AFCWB-terrein rechtstreekse mogelijkheden om waterbergingslocaties in te richten.

In voorliggend plan zijn binnen het glastuinbouwgebied drie gebieden opgenomen waarbinnen de waterberging een plek kan krijgen. Wanneer de benodigde ruimte op het AFCWB-terrein ontbreekt, kunnen gronden ten zuiden van de Noordlangeweg hiervoor ook in aanmerking komen.”, zo wordt omschreven in de toelichting van het inpassingsplan op pagina’s 55 en 56. De benodigde waterretentie is binnen het glastuinbouwgebied en binnen het bedrijventerrein zelf gerealiseerd. Er is voldaan aan de randvoorwaarde. Echter, uit het interview met de Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord blijkt dat inwoners het jammer vinden dat de waterretentie niet ten zuiden van de Noordlangeweg is gerealiseerd. Bij de voorgelegde tekeningen van het gebied bij aanvang van het AFC was dat namelijk wel opgenomen en het totaalplaatje met al het groen en de hogere landschapsdijken waren een stuk aantrekkelijker geweest, zo werd tijdens het interview met de Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord verteld.

7.6 Lichtemissie 7.6.1 De aanloop en de regels In de aanloop naar de besluitvorming rond de komst van het AFC was lichtemissie een belangrijk punt van zorg. Het raadsprogramma Vitaal Steenbergen 2006-2010 verwoordde het als volgt: “In het gebied ten noorden van de Noordlangeweg bij Dinteloord en ten oosten van de A29 komt er in samenhang met het daar te vestigen AICD ruimte voor glastuinbouw, mits verder goed ingepast in het landschap en lichthinder zoveel mogelijk wordt voorkomen.” Pagina | 63

In de bestuursovereenkomst werd gesteld: “Het past een hoogwaardige projectlocatie om een hoge norm te eisen waar het gaat om beperking van de lichthinder. Een zij-afscherming van 100% is al gangbaar. De toekomstige norm van 98% bovenafdekking is dan ook nu al redelijk. Gelet op de handhaafbaarheid is dit het gehele jaar door 24 uur per dag de norm. Deze verwachting is eerder uitgesproken naar de omgeving. Dit mag de omgeving van een hoogwaardig project verwachten. Hiervoor dient een specifieke regeling in het inpassingsplan te worden opgenomen.” In het provinciaal inpassingsplan werd dit opgenomen in artikel 4.5.2 en in de Toelichting inpassingsplan Agro & Food Cluster West Brabant werd het verder uitgewerkt in paragraaf 7.11 (pag 99-101) en 8.3.2 (pag. 107-108). Op pag. 99 en 100 worden de regels als volgt beschreven: “Het besluit glastuinbouw bevat regels waaraan alle glastuinbouwbedrijven nu reeds moeten voldoen en waarvan met ingang van 1 januari 2014 moet worden voldaan. Deze laatste regels (ingaande 01-01-2014) houden het volgende in: 1. De gevels van de kassen moeten bij de toepassing van belichting 24 uur per dag, 365 dagen per jaar 100% worden afgeschermd. 2.

De kasdekken moeten bij de toepassing van belichting voor 98% worden afgeschermd, met een aantal uitzonderingen: ▪ Van 1 september tot 1 november tussen 02:00 uur en zonsopgang mag het percentage van 98% afgeschermd dekoppervlak worden teruggebracht naar 75% (25% “kieren”). ▪ Van 1 november tot 1 april tussen 24:00 en zonsopgang mag het percentage van 98% afgeschermd dekoppervlak worden teruggebracht naar 75% (25% “kieren”). ▪ Van 1 april tot 1 mei tussen 02:00 en zonsopgang mag het percentage van 98% afgeschermd dekoppervlak worden teruggebracht naar 75% (25% “kieren”). ▪ Oftewel, gedurende de maanden mei, juni, juli en augustus zijn bij een belichte teelt 24 uur per dag de gevels 100% afgeschermd en de dekken voor 98%. In de overige acht maanden hebben de tuinders die belichten de mogelijkheid om in de nanacht (00:00 of 02:00 tot zonsopgang) de dekafscherming terug te brengen tot 75% van het dekoppervlak en blijven de gevels 24 uur per dag volledig afgeschermd. (…) Om mensen en dieren (o.a. Natura 2000 gebieden) nog meer te beschermen tegen mogelijke negatieve effecten van lichthinder zal de mogelijkheid voor 25% kieren in de nanacht uit het Besluit Glastuinbouw voor glastuinbouwbedrijven op het AFC WB met een factor 5 worden verkleind. Deze bovenwettelijke aanscherping betekent dat met maximaal 5% van het totaal areaal in het gebied gekierd mag worden.

Dit is ook opgenomen in de planregels van dit inpassingsplan. (…)

Pagina | 64

Zoals eerder gemeld is het geheel schrappen van de mogelijkheid tot kieren op dit moment om redenen van klimaat en gewas niet mogelijk. (…) Wanneer op landelijk niveau verbeteringen in de techniek gaan leiden tot wijzigingen van het Besluit Glastuinbouw, zullen deze zo snel mogelijk van toepassing worden verklaard binnen het AFCWB. (…) Bij de eerder [in de Toelichting Inpassingsplan] genoemde veronderstelling (…) dat 50% van het areaal belicht zal worden kan nog het volgende opgemerkt worden: De afgelopen jaren is het animo voor belichting van glasgroente (…) behoorlijk teruggelopen. De reden hiervoor is dat de alternatieve aanwending voor door WKK’s geproduceerde elektriciteit, te weten leveren aan het elektriciteitsnet, interessanter is geworden. Dit betekent dat stroom verkopen meer rendement en minder risico oplevert dan het gebruik van stroom voor belichting (en indirect een hogere opbrengst per vierkante meter). (…) Belichting is (…) een mogelijke manier van telen op deze projectvestigingslocatie. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat meer dan de helft van het areaal zal gaan belichten.”

7.6.2 Finetuning van de regels Nadat Provinciale Staten in juli 2010 het inpassingsplan voor het AFC hadden vastgesteld, heeft het college van Steenbergen in augustus 2010 enkele probleempunten aan de orde gesteld. (Raadsmededeling beperking lichthinder AFC Nieuw Prinsenland, 10 mei 2012). Voor wat betreft lichthinder had het college de volgende twee opmerkingen: 1. Het voorschrift uit het inpassingsplan AFC is niet eenduidig wat een juridisch risico oplevert als er bij normoverschrijding gehandhaafd moet worden; 2. De Tuinbouwontwikkelingsmaatschappij (TOM) wilde de gemeente geen rol geven in de door haar uit te voeren uitwisseling (lees: verkoop) van lichthinderrechten. Hierdoor kan de gemeente haar controlerende en handhavende taak niet adequaat uitvoeren. T.a.v. punt 2 is met de TOM afgesproken dat zij de kierrechtenadministratie voert en de gemeente medewerking en inzage verleent. Wie deze taak heeft overgenomen nadat de TOM is opgeheven in 2020 is gedurende de uitvoering van dit rekenkameronderzoek niet duidelijk geworden. T.a.v. punt 1 is het Maatwerkvoorschrift assimilatiebelichting10 glastuinbouwgebied Agro- en Foodcluster Nieuw Prinsenland vastgesteld (Gemeente Steenbergen, 26 oktober 2015). Hierin worden nadere detailafspraken gemaakt ten aanzien van de zij- en bovenafscherming en ten aanzien van het kieren.

Relevant voor dat laatste is dat de oppervlakte van de kier in het lichtscherm ten hoogste 5% van de 10 Assimilatiebelichting = toepassen van kunstlicht voor plantengroei dat wordt toegepast in de tuinbouw.

Pagina | 65

oppervlakte van het teeltoppervlak bedraagt dat wordt belicht. Dit is echter niet van toepassing “mits de inrichtinghouder, door middel van een daartoe afgegeven verklaring van de Tuinbouwontwikkelingsmaatschappij of diens rechtsopvolger, kan aantonen dat ten aanzien van het kieren voor elk procentpunt boven de 5% elders in het gebied van het AFC een corresponderend oppervlakte mogelijk teeltoppervlak niet belicht wordt, zodat in het gebied in zijn totaliteit nooit meer dan 5% van 220ha netto glas gekierd wordt in de nanacht. Binnen het bedrijf mag, onder deze voorwaarde, tot maximaal 25% van het teeltoppervlak gekierd worden in de nanacht.” Anders gezegd, er bestaat de mogelijkheid om de kierrechten van grond nog niet in gebruik voor glastuinbouw te verhandelen. Verder wordt in de stukken v.w.b. assimilatiebelichting vaak verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer en dan met name artikel 3.56 tot en met 3.59. Deze regeling is per 1 januari 2024 komen te vervallen en vervangen door het Besluit Activiteiten Leefomgeving en dan met name artikel 4.790 (lichthinder). Inhoudelijk heeft dit geen effect op de afspraken t.a.v. het AFC. Opvallend is dat in het Actieplan lichtvervuiling 2024-2027 van de provincie NoordBrabant op pagina 24 en verder nog steeds wordt gesproken over het aandachtspunt t.a.v. handhaving van de regels door de omgevingsdiensten.

“Onbekend is in welke mate en op welke wijze er toezicht wordt gehouden op de lichtuitstoot”. Bij navraag in de ambtelijke organisatie van de gemeente Steenbergen komt de OMWB alleen in actie wanneer er meldingen gedaan worden en die zijn er de laatste jaren niet meer geweest.

7.6.3 De ervaringen Tijdens de interviews met de Dorpsraad Dinteloord, de Burenraad en Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord is gesproken over de ervaringen t.a.v. de lichthinder van de glastuinbouwlocatie. Uit deze gesprekken bleek, dat een lid van de Dorpsraad Dinteloord, die eveneens lid is van de Burenraad op 28 december 2020 een inventarisatie heeft gemaakt van alle gesprekken, verkregen informatie, bezoeken aan de tuinbouwlocatie etcetera t.a.v. het onderwerp lichthinder. Deze inventarisatie is ook gebruikt bij het schrijven van deze paragraaf. In 2012/2013 komen de eerste klachten over lichthinder. De notulen van de burenraad van 16 januari 2013 halen de woorden van Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk aan: “er is in de procedure erg veel zorg geweest over het licht en nu gaat het toch mis.” Een aanwezige tuinder en de projectmanager van de TOM geven in deze vergadering van de burenraad context (wat opstartproblemen in het begin) en leggen uit dat alles nu verloopt binnen de regels, zoals ook uitgelegd in paragraaf 7.6.2.

Verder wordt in deze vergadering afgesproken dat “meldingen over de lichtuitstoot gemeld kunnen worden bij de gemeente, zodat zij aan de hand van de afspraken die gemaakt zijn, indien nodig, kunnen handhaven.” In de maanden erop volgden er bezoeken van de burenraad en omwonenden aan tuinders RedStar en Van Marrewijk en werden er foto’s gemaakt bij verschillende kierstanden. Ook werd uitleg gegeven over teelt en belichting. Het leidde volgens Pagina | 66

de Burenraad en de Dorpsraad Dinteloord tot meer begrip over en weer over de problemen en de mogelijke oplossingen. In de periode 2015 tot 2019 zijn er enkele lichtbijeenkomsten geweest. Daarbij waren vertegenwoordigers van de gemeente, de omgevingsdienst, de Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord, Dorpsraad Dinteloord en de Coöperatie Nieuw Prinsenland aanwezig. In het persbericht, opgesteld door de gemeente, over de bijeenkomst van 31 januari 2019 staat onder meer het volgende: “Alle aanwezigen werden hier geïnformeerd over de regels rondom verlichting bij de kassen in het AFC. Zeker nu er in de afgelopen periode weer 3 nieuwe bedrijven zijn gevestigd, is er meer licht waar te nemen in de polder. Inwoners die hierover klachten hadden gemeld, zijn hiervoor uitgenodigd. We vinden het belangrijk dat inwoners weten welke normen hiervoor gelden en waar zij terecht kunnen bij klachten. Daarnaast werd ook aan de hand van foto’s duidelijk gemaakt dat de lichtuitstraling ook erg bepaald wordt door het weer. Bij laaghangende bewolking is het licht beter zichtbaar.” Ambtenaren, de Burenraad en Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord geven aan dat er op dit moment geen klachten meer zijn t.a.v. lichthinder. In de woorden van de ambtenaren en de Dorpsraad hebben voorlichting en een ander soort verlichting daarbij wellicht een rol gespeeld.

Daarnaast geven de ambtenaren aan dat er ten gevolge van de energiecrisis ’s winters niet geteeld is, dus ook geen licht nodig was. De Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord geeft aan dat het verdwijnen van de klachten ook voortkomt uit het idee dat er toch nooit iets met de klachten wordt gedaan. De leden hebben het idee dat er niet wordt gehandhaafd. Daarnaast geven zij aan dat er soms licht aan is in lege kassen en vragen zich om die reden af of er in deze lege kassen gas wordt verstookt om elektriciteit terug te kunnen leveren aan het elektriciteitsnet. Deze opmerking is door de rekenkamer niet verder onderzocht bij de glastuinbouwbedrijven.

7.6.4 Lichtemissie Lichtemissiekaarten11 laten zien hoeveel licht er ’s nachts te zien is, van bovenaf gezien, uitgedrukt in 10-10 Watt per cm2 per steradiaal. In gebieden die rood oplichten wordt veel licht uitgestoten, in gebieden die blauw en geel oplichten weinig. (www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/lichtemissie). Alle kaarten in deze paragraaf zijn afkomstig van de website van het RIVM (2006 en 2012), van de atlasnatuurlijkkapitaal.nl (2020) en de atlasomgeving.nl (2023). Op het nationaalgeoregister.nl zijn ook de kaarten van 2018, 2021 en 2022 te raadplegen. De lichtemissiekaarten voor de jaren vanaf 2012 zijn gebaseerd op metingen van het satellietinstrument VIIRS, de Visible/Infrared Imager/Radiometer Suite. Medewerkers van de Aardobservatie Groep van het Amerikaanse NOAA, de 11 Lichtemissie = de uitstoot van licht door lichtbronnen op de aarde.

Pagina | 67

National Oceanic and Atmospheric Administration, hebben de satellietgegevens bewerkt om een wereldkaart van de maandgemiddelde nachtelijke lichtemissie te maken. Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) heeft hieruit een uitsnede voor Nederland gemaakt en heeft de maandgemiddelden samengevoegd tot een jaargemiddelde. Het VIIRS instrument vliegt tussen 1 en 3 uur ’s nachts boven Nederland. De lichtemissiekaart van 2006 is eveneens opgesteld door het RIVM op basis van de kaarten van de NOAA, maar het lijkt erop dat het VIIRS satellietinstrument toen nog niet beschikbaar was en er een andere bron is gebruikt. Op de volgende pagina’s volgen enkele uitsneden voor Dinteloord en het AFC Nieuw Prinsenland voor de jaren 2006, 2020 en 2023.

Jaar: 2006

Pagina | 68

Jaar: 2020

Jaar: 2023 In 2006 is geen verkleuring in de Prinsenlandse polder te zien. Door meerdere jaren te bekijken, heeft de rekenkamer geconstateerd dat in 2018 het glastuinbouwgebied nog een rode kleur scoort. De kleurcode paars bestond toen nog niet, al werd in 2018 een lichtemissie gemeten van 6.663 E-10 Watt/cm2/steradiaal. De jaren erna worden eveneens hoge emissies gemeten en blijft het gebied paars gekleurd. De afgelopen jaren geven de lichtemissiekaarten de volgende maximalen aan binnen het glastuinbouwgebied: • Jaar 2020: 7.891 E-10 Watt/cm2/steradiaal • Jaar 2021: 4.549 E-10 Watt/cm2/steradiaal • Jaar 2022: 765 E-10 Watt/cm2/steradiaal • Jaar 2023: 956 E-10 Watt/cm2/steradiaal

7.6.5 Samengevatte resultaten Zoals in paragraaf 7.6.1 werd gesteld, verwoordde het raadsprogramma Vitaal Steenbergen 2006-2010 de ambitie om lichthinder zoveel mogelijk te voorkomen. Pagina | 69

Lichthinder voorkomen is niet hetzelfde als een zo donker mogelijke polder behouden, hoewel deze zin bij sommigen die indruk gewekt zou kunnen hebben. In paragraaf 7.6.1 en 7.6.2 werden de regels toegelicht. Mede vanwege de nabijheid van het Natura 2000 gebied werden er voor het AFC Nieuw Prinsenland strengere regels gehanteerd dan noodzakelijk. Opvallend is dus dat de strengere regels niet provincie breed gelden. Dit kan ook niet zomaar, vanwege bestaande contracten, bestemmingsplannen en vergunningen. Hoe het zit met de handhaving door de omgevingsdiensten t.a.v. lichtvervuiling is niet duidelijk. De provincie beschrijft dit aandachtspunt in het Actieplan lichtvervuiling 2024-2027 en heeft als actie opgenomen om hierover met omgevingsdiensten, provincie en diverse gemeenten in gesprek te gaan. Tot slot zien we van 2022 een daling in de lichtemissie. Nog steeds is er een paars gebied, maar het maximum is behoorlijk gedaald. In paragraaf 7.6.3 wordt beschreven dat dit te maken kan hebben met: - Een ander soort verlichting dat wordt toegepast (dit zou de klachten hebben kunnen doen afnemen, maar wellicht heeft dit ook invloed gehad op de lichtemissie); - Minder teelt door de energiecrisis. Paragraaf 7.6.2 geeft ook een andere mogelijke reden aan: door de bouw van nieuwe kassen zijn de kierrechten van de voorheen braakliggende gronden niet langer beschikbaar en verhandelbaar.

Bovendien moeten ook de nieuwe kassen gekierd worden en mag over het hele AFC terrein niet meer dan 5% gekierd worden. Kortom: er is binnen de regels minder ruimte voor pieken in de lichtemissie en ook dit zou kunnen verklaren dat pieken in de emissie worden afgevlakt. Waar feitelijk de daling van het maximum aan toebedeeld kan worden, is in dit onderzoek verder niet belicht. Op basis van de kaarten van het RIVM kan geconstateerd worden, dat de gemiddelde hoeveelheid lichtemissie die boven het glastuinbouwgebied gemeten is, veel is (paars gekleurd). Dat zegt overigens niets over het feit of de regels al dan niet goed zijn nageleefd. De vraag kan wel gesteld worden of in de aanloopperiode de juiste verwachtingen zijn geschetst naar de omwonenden.

7.7 Natuurfonds Gedeputeerde Staten heeft in artikel 14.1 van de bestuursovereenkomst tussen de provincie en de gemeente Steenbergen toegezegd, dat de provincie Noord-Brabant aan het gemeentelijk natuurfonds een bijdrage verleent van € 2,64 / m2 uitgeefbare grond. Dit geldt voor het gehele plangebied van het AFC, met uitzondering van het deel wat in eigendom is van de suikerfabriek. Het afgesproken bedrag is in overeenstemming met de beleidslijn “rood met groenkoppeling”, neergelegd in de provinciale Interim Structuurvisie “Brabant in Ontwikkeling”. Hierbij moet opgemerkt worden dat Gedeputeerde Staten menen dat, Pagina | 70

“hoewel glastuinbouwontwikkelingen niet specifiek onder de rood-metgroenkoppeling vallen, in het geval van het AFCWB van een dusdanige ingreep sprake is, dat ook in relatie tot de glastuinbouwontwikkeling een kwaliteitsimpuls in het groen op zijn plaats is.” (artikel 14.4 uit de bestuursovereenkomst). Ten aanzien van de bijdrage aan het natuurfonds is een belangrijke bepaling opgenomen in de bestuursovereenkomst. “Gemeente bevordert dat medewerking wordt verleend aan landschappelijke inpassing en de ontwikkeling van landschap en natuur in het bedoelde zoekgebied. Ter uitvoering daarvan is de gemeenteraad voornemens om het bedrag dat resteert na de gemeentelijke bijdrage van 5 miljoen aan het aquaduct voor de A4, een nader te bepalen substantieel gedeelte van de ontvangsten voor het natuurfonds als bedoeld in artikel 13 te doen besteden aan landschapsontwikkeling, in het kader van de uitvoering visie van de visie “West Brabant Rivierenland, Toekomstvisie Plus Mark en Vliet”, in 2005 opgesteld door het Hoogheemraadschap West-Brabant. (Provincie Noord-Brabant en gemeente Steenbergen, 30 juni 2010). Resultaat In mei 2021 heeft de controller van de gemeente Steenbergen een rapport uitgebracht met de titel ‘Eindrapport onderzoek AFC gelden’.

Hierin wordt beschreven dat in de eerste jaren na ondertekening van de bestuursovereenkomst de ontwikkeling van het AFC maar moeilijk op gang kwam. Oorzaak lag bij de nasleep van de financiële en economische crisis. Pas vanaf 2017/2018 begon de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied goed te lopen. De ontwikkeling van het bedrijventerrein blijft nog wat langer achter bij de verwachting. (Gemeente Steenbergen, mei 2021, p. 2). De afgesproken afdracht vanuit het natuurfonds voor het A4 aquaduct van € 5 miljoen is om deze reden verspreid over de jaren 2010, 2011 en 2012 betaald vanuit de Algemene Reserve. Dit is ook gedaan met de afgesproken afdracht van € 700.000,- voor de realisatie van de ecologische verbindingszone (EVZ) Molenkreek. Later, toen er voldoende middelen in het natuurfonds aanwezig waren, zijn deze bedragen weer teruggestort in de Algemene Reserve en verwerkt in de jaarstukken van 2020. Financieel overzicht natuurfonds Om een goed beeld te krijgen van de huidige financiële stand van zaken van het natuurfonds is door de ambtelijke organisatie een vernieuwd overzicht verstrekt van de AFC gelden; zie hiervoor bijlage 3. Hieruit blijkt dat door de verkoop van gronden het natuurfonds in 2024 is gegroeid met € 94.000,-. Eind 2024 omvat het natuurfonds een bedrag van € 2.123.000,-.

De nog niet uitgegeven grond zou het natuurfonds met € 396.000,- kunnen laten groeien, waardoor een totaal van € 2.519.000,- in het natuurfonds zou komen te zitten. Van de nu aanwezige € 2.123.000,- in het natuurfonds is € 2.000.000,-, zoals in een overleg met de gedeputeerde en afgestemd in het Koepeloverleg, bestemd voor landschapsontwikkeling. In paragraaf 6.4 is al eerder uiteengezet, dat er op dit moment geen zicht is op de realisatie van deze landschapsontwikkeling. Pagina | 71

7.8 Fonds bovenwijkse voorzieningen Gedeputeerde Staten heeft in artikel 15.1 van de bestuursovereenkomst tussen de provincie en de gemeente Steenbergen toegezegd, dat de provincie Noord-Brabant aan het gemeentelijk fonds bovenwijkse voorzieningen12 een bijdrage van € 3,17 / m2 uitgeefbare grond verleent. Dit geldt alleen voor de uitgeefbare grond in de vloeivelden en in het nieuwe specifieke agrofoodgerelateerde bedrijventerrein. Er wordt geen bijdrage fonds bovenwijks betaald voor de hectaren glastuinbouw, omdat deze kosten de grondprijs en dus de exploitatie teveel onder druk zetten. Het afgesproken bedrag is in overeenstemming met het grondbeleid van de gemeente Steenbergen. De gemeenteraad merkt daarbij in dit verband in artikel 15.3 op dat deze bijdrage als voldoende wordt gezien vanwege: - de ontwikkeling van de vloeivelden, - de ontwikkeling van het nieuwe specifiek agrofood gerelateerde bedrijventerrein, - het overnemen van de regiobijdrage van de gemeente Steenbergen voor de A4Zuid door de provincie Noord-Brabant overeenkomstig het bepaalde in artikel 13; te weten een bedrag van € 3 miljoen. In een raadsmededeling van 16 april 2019 werd de gemeenteraad geïnformeerd over de AFC gelden. Eveneens werd in deze raadsmededeling aangegeven, dat het fonds bovenwijkse voorzieningen voor € 1.500.000,- aangewend zal worden voor de reconstructie van de Kreekweg en Noordzeedijk.

Echter in het raadsvoorstel ‘Herinrichting Noordzeedijk-Kreekweg’ van 28 mei 2024 werd voorgesteld om een bedrag van € 1.371.035,- beschikbaar te stellen voor de herinrichting van de Noordzeedijk-Kreekweg. Dit bedrag bestaat uit: - € 112.500,- voorbereidingskrediet dat al eerder in de Tussenrapportage 2021 beschikbaar was gesteld, benodigd voor technisch onderzoek naar dijkverbreding en het opstellen van een bestek; - € 331.000,- afkomstig uit de voorziening groot onderhoud wegen; - € 927.535,- afkomstig uit het fonds bovenwijkse voorzieningen. Resultaat Zoals ook in de vorige paragraaf werd verwezen naar het rapport dat door de controller van de gemeente Steenbergen in mei 2021 werd uitgebracht met de titel ‘Eindrapport onderzoek AFC gelden’, hebben we kunnen zien dat de ontwikkeling van het bedrijventerrein langere tijd achter is gebleven. Momenteel heeft het fonds bovenwijkse voorzieningen wel voldoende middelen om de reconstructie van de Kreekweg en de Noordzeedijk aan te gaan pakken. Financieel overzicht fonds bovenwijkse voorzieningen Om een goed beeld te krijgen van de huidige financiële stand van zaken van het natuurfonds is door de ambtelijke organisatie een vernieuwd overzicht verstrekt van de AFC gelden; zie hiervoor bijlage 3. 12

Onder bovenwijkse voorzieningen wordt verstaan: een algemene voorziening, die van nut is voor het exploitatiegebied en voor één of meer andere gebieden. Een voorbeeld van een bovenwijkse voorziening is een ontsluitingsweg die een functie heeft voor meerdere wijken.

Pagina | 72

Hieruit blijkt dat door de verkoop van gronden het fonds bovenwijkse voorzieningen in 2024 is gegroeid met € 113.000,-. Hiermee kwam het fonds in totaal op een bedrag van € 1.120.000,-. Na het raadsvoorstel van 28 mei 2024 werd voor de reconstructie van de Noordzeedijk en Kreekweg (afgerond) € 928.000,- beschikbaar gesteld vanuit het fonds bovenwijkse voorzieningen. Eind 2024 omvat het fonds bovenwijkse voorzieningen daarmee een bedrag van € 192.000,-. De nog niet uitgegeven gronden zou het fonds bovenwijkse voorzieningen met € 476.000,kunnen laten groeien, waardoor een totaal van € 668.000,- in het fonds bovenwijkse voorzieningen zou komen te zitten. Welke intenties de gemeente Steenbergen voor deze toekomstige middelen heeft, is niet nader onderzocht gedurende dit onderzoek.

7.9 Overige (financiële) randvoorwaarden In de bestuursovereenkomst tussen de provincie en de gemeente is overeengekomen, dat de provincie de ambtelijke voorbereidingskosten van de gemeente Steenbergen voor het AFC te vergoeden ter waarde van € 400.000,-. Verder is in de bestuursovereenkomst aangegeven dat de provincie in beginsel mee zal werken aan de recreatieve ontwikkeling van het “Dintelpark”. Resultaat - De ambtelijke voorbereidingskosten zijn betaald door de provincie. - Het plan voor het Dintelpark is in 2016 in de ijskast gezet, omdat de mogelijke exploitant van het park, Europarcs, zich had teruggetrokken, waardoor het college zich genoodzaakt voelde om het project stop te zetten.

7.10 Parkmanagement Parkmanagement is een manier om de kwaliteit van bedrijventerreinen in stand te houden of te verbeteren. Denk bij parkmanagementactiviteiten aan: beheer en onderhoud openbare ruimte, bewegwijzering, collectieve beveiliging en gezamenlijke afvalinzameling. Daarnaast biedt parkmanagement een oplossing om de onderhouds- en beheerskosten om te slaan op de gebruikers en/of ondernemers op het AFC. In de exploitatieovereenkomst tussen de provincie Noord-Brabant, suikerfabriek en de TOM is de verplichting opgenomen dat de ontwikkelaars een organisatie oprichten voor parkmanagement. De ontwikkelaars stellen voor de uitgifte van hun gronden voorwaarden vast die op grond van de met hen gesloten exploitatieovereenkomsten goedkeuring behoeven van de provincie Noord-Brabant. De provincie stuurt erop aan dat de gronduitgiftevoorwaarden bepalingen bevatten ter bevordering van de duurzame ontwikkeling van het AFC. In dit verband is van belang dat de kopers worden verplicht om zich aan te sluiten bij de organisatie(s) voor parkmanagement die de ontwikkelaars in het leven zullen roepen. Op deze Pagina | 73

manier wordt het ontwikkelingsconcept voor duurzaam beheer van het AFC geborgd. Resultaat Het parkmanagement op Nieuw Prinsenland wordt uitgevoerd door de Coöperatieve Vereniging Glastuinbouw voor de glastuinbouwlocatie, door de Coöperatieve Vereniging Beheer Bedrijventerrein Nieuw Prinsenland voor het bedrijventerrein, en door Cosun Beet Company voor haar eigen terreinen. Samen met de Stichting Agro & Foodcluster Nieuw Prinsenland spelen ze ieder hun rol in het bijeenbrengen van de bedrijven en het faciliteren van symbiose en samenwerking. De partijen hebben deze stichting begin 2019 opgericht. De Stichting AFC Nieuw Prinsenland organiseert ook de gezamenlijke communicatie en overleggen (waaronder het Koepeloverleg en de Burenraad), beheert de gezamenlijk website (www.nieuwprinsenland.nl) en geeft jaarlijks een duurzaamheidsverslag uit.

Bron: afbeelding uit het Duurzaamheidsverslag AFC Nieuw Prinsenland 2021 en 2022

7.11 Communicatie met de gemeenteraad Op basis van documentenstudie, waarbij documenten beschikbaar zijn gesteld door de ambtelijke organisatie blijkt dat de gemeenteraad op verschillende momenten is geïnformeerd over de voortgang van het AFC Nieuw Prinsenland, of over onderwerpen welke te maken hebben met de ontwikkeling/voortgang van het AFC Nieuw Prinsenland. In bijlage 4 is een overzicht terug te vinden van belangrijke communicatiemomenten richting de gemeenteraad, zoals ambtelijk aan de rekenkamer verstrekt.

Pagina | 74

Resultaat Zoals bijlage 4 laat zien, is er regelmatig met de gemeenteraad gecommuniceerd over behaalde resultaten en ontwikkelingen t.a.v. het AFC Nieuw Prinsenland. Uit de interviews en documentenstudie bleek dat er wel momenten van ‘ruis’ zijn geweest de afgelopen jaren. Zo heeft de afgegeven vergunning voor de vestiging van Zijderlaan in het AFC vragen opgeroepen bij de gemeenteraad en zijn vragen vanuit de gemeenteraad over bijvoorbeeld de ontwikkeling van het AFC of de opgebouwde middelen in het natuurfonds en fonds bovenwijkse voorzieningen regelmatig leidend geweest om informatie vanuit het college te verstrekken aan de gemeenteraad. Verder worden de afgesproken jaarverslagen van de bedrijfsadviescommissie niet opgesteld en hierover wordt de gemeenteraad dus ook niet geïnformeerd. De duurzaamheidsverslagen van 2023 en 2024 ontbreken, want zijn nog niet opgesteld door de Stichting AFC Nieuw Prinsenland. Nadat de duurzaamheidsverslagen in 2013 en 2014 niet voldoende cijfermatig werden onderbouwd, is na het verzoek van de gemeenteraad om deze verslagen meer te concretiseren met feiten en cijfers wel een inhoudelijke verbeterslag gemaakt. De verstrekte duurzaamheidsverslagen hebben de gehele periode een beeld gegeven van de vorderingen van het AFC op het gebied van winstgevende symbiose en duurzame ontwikkelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1812/documents/21509