Eindrapport De resultaten van het AFCWB.pdf
Tekst van het document
Verhuisd naar AFC / nieuw / uitbreidingslocatie verhuisd vanuit Ridderkerk
15 ha
2011
verhuisd vanuit Maasland
16,5 ha
2019
uitbreidingslocatie
26 ha
2018
verhuisd vanuit Delfgauw
Lans 82 ha (deels 2012 Dinteloord onbebouwd) BV (tomaten) Red Star 39 ha 2012 (tomaten) Rijk Zwaan 50 ha 2017 Zaadteelt en (deels Zaadhandel onbebouwd) BV Tabel 3: Glastuinbouwbedrijven
vestiging Vierpolders is verhuisd naar Dinteloord; er zijn meerdere locaties van Lans uitbreidingslocatie
From Boer (sla) Van Duijn De Jong (aubergines) Florensis (snijbloemen en planten) Van Marrewijk (tomaten)
Perceelsomvang (bij benadering) 9,5 ha
uitbreidingslocatie
Aantal werknemers onbekend 15
35 (vast) 150-200 (flexibel) 10 (vast) ? (flexibel; voornamelijk uit Oost-Europa4) 150 (vast en flexibel)
18 (vast) 150 (flexibel) 50
In totaal is ongeveer 238 ha verkocht. Het perceel ten zuiden van Red Star van ongeveer 25 ha is nog niet verkocht. Het 150kV hoogspanningsstation neemt 2,5 ha in beslag.
3 De informatie in de tabel is deels afkomstig uit de ontvangen enquêtes (zie ook bijlage 1 voor de deelnemers en
bijlage 2 voor de uitgezette enquête), deels vanuit de website van het kadaster en deels vanuit de websites van de betreffende glastuinbouwbedrijven. 4 Dit stond in een tekst bij een vacature van (junior) teamleider op de website: “De medewerkers die jij leiding geeft komen over het algemeen uit Oost-Europa.”
Pagina | 27
Bedrijventerrein Op de onderstaande afbeelding is nader ingezoomd op het bedrijventerrein.
Bron afbeelding: ambtelijke presentatie aan gemeenteraad van 20 februari 2024
Zoals in de afbeelding hierboven te zien is, is er nog ruim 18 ha niet verkocht op het bedrijventerrein. Op ongeveer 11,5 ha ligt een optie en zo’n 6,5 ha is volledig beschikbaar. De volgende bedrijven zijn gevestigd op het bedrijventerrein van het AFC5: Naam bedrijf
Perceelsomvang
Gevestigd in AFC sinds
NewCold
5,96 ha
Rijk Zwaan
2,8 ha (onbebouwd) + 3,55 ha in optie 2,67 ha 6,0 ha
Opent in 2025 Braakliggend terrein
Primeale United Zijderlaan
2018 Operationeel in Q2 2025
Verhuisd naar AFC / nieuw / uitbreidingslocatie uitbreidingslocatie uitbreidingslocatie
uitbreidingslocatie verhuisd en uitgebreid vanuit Steenbergen en Puttershoek
Aantal werknemers
20 0 (op deze locatie)
150 (vast en flexibel) Nu 0; in 2025 circa 20 op locatie
5 De informatie in de tabel is deels afkomstig uit de ontvangen enquêtes (zie bijlage 1 voor de deelnemers en bijlage
2 voor de uitgezette enquête), deels vanaf de website van het kadaster en deels vanuit de websites van de betreffende bedrijven. Geconstateerd wordt dat er kleine afwijkingen te vinden zijn in de perceelsomvang met de afbeelding uit de presentatie van 20 februari 2024. Kadasterdata zijn leidend geweest bij deze tabellen.
Pagina | 28
Naam bedrijf
Perceelsomvang
Gevestigd in AFC sinds
JMT
1,66 ha
2024
VDV Group Michael Lewis Company 4Evergreen
2,37 ha 4,97 ha
2017 2019
2,09 ha
braakliggend terrein
Lemken (voorheen Steketee) Martens Keramiek
4,92 ha
2023
0,61 ha
2018
Inicio 0,48 ha 2018 Tabel 4: Bedrijven op het bedrijventerrein
Verhuisd naar AFC / nieuw / uitbreidingslocatie verhuisd vanuit Dinteloord uitbreidingslocatie nieuwe vestiging van bestaand bedrijf Toekomstige uitbreiding als verpakkingslocatie (nog niet gevestigd) verhuisd vanuit Stad aan ‘t Haringvliet Uitbreiding van de Koninklijke Martens Groep onderdeel van Cosun
Aantal werknemers
55 10 90 0 (op deze locatie)
58 onbekend
15
De aanwezige bedrijven op het bedrijventerrein vallen in de volgende categorieën bedrijven: • Agro- en food gerelateerde bedrijven • Bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek • Bedrijven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie Daarnaast zijn er bedrijven aanwezig waarvoor het college van burgemeester en wethouders een ontheffing heeft verleend. Dit is mogelijk op basis van artikel 5.6 uit het Inpassingsplan Agro & Food Cluster West-Brabant (Provincie Noord-Brabant, 9 juli 2010, p, 23 t/m 25). Op het AFC bedrijventerrein zijn 3 bedrijven gevestigd waarvoor een ontheffing is verleend, te weten: 1. JMT - ontheffing verleend op 1 september 2023 De locatie waar voorheen JMT gevestigd zat in de kern Dinteloord zou in de toekomst problemen gaan geven. Door verplaatsing van JMT naar het AFC vanuit vooral een maatschappelijk oogpunt (zoals beschreven in het advies van de bedrijfsadviescommissie) wordt wel een beoogde samenwerking op het gebied van catering met bijvoorbeeld Michael Lewis Company en Primeale United interessant (Bedrijfsadviescommissie, 12 oktober 2021, p.1). Verder wordt in het advies gemeld: “Naar verwachting levert JMT als facilitator een bijdrage (mede organiseren van, dialoog omgeving) aan de gezamenlijke kennisontwikkeling en innovatie voor Nieuw Prinsenland.
Ook energetisch (warmte, zonnedaken?) en duurzame logistiek (combinaties en containers?) zijn er in potentie mogelijkheden in beeld.”
Pagina | 29
2. Lemken (voorheen Steketee) – ontheffing verleend op 3 november 2023 Op het gebied van gezamenlijke kennisontwikkeling en innovatie voor het ontwikkelen van de vitale en circulaire landbouw zal Lemken naar verwachting een unieke bijdrage kunnen leveren (Bedrijfsadviescommissie Nieuw Prinsenland, 10 september 2021, p. 1). Verder wordt in het advies van de bedrijfsadviescommissie beschreven dat Lemken een gedroomde partner is vanwege hun Europese netwerk en de technologische en toegepaste kennis van het bedrijf. “De maatschappelijke functie van Nieuw Prinsenland als open innovatiecentrum in de te ontwikkelen vitale en circulaire landbouw zal daardoor een aanzienlijke impuls krijgen. Niet alleen in de regio, maar ook ver daarbuiten.” 3. Zijderlaan – ontheffing verleend op 8 november 2023 De symbiose die ontstaat betreft de samenwerking met het nabij gelegen Cosun Beet Company. Nadat de suikerbieten door de fabrieken in Dinteloord en Vierverlaten zijn verwerkt tot suiker wordt hiervan een grote hoeveelheid getransporteerd naar Zijderlaan, alwaar het wordt verpakt en opgeslagen. Door de verplaatsing van Zijderlaan naar het AFC kan het transport beter en duurzamer worden ingericht (Bedrijfsadviescommissie, (9 januari 2023, p. 1).
Verder wordt op pagina 2 van het advies van de bedrijfsadviescommissie aangegeven, dat er sprake zal zijn van: • Verkleining ruimtebeslag: er is 10-15% ruimtewinst als gevolg van centralisatie van opslag en transport • Samenwerking op gebied van kennis en ontwikkeling: door samen te werken met Cosun Innovation Center wat betreft leer- werktrajecten BBL (Beroeps Begeleidende Leerweg) en BOL (Beroeps Opleidende Leerweg) • CO2-reductie: jaarlijks in totaal circa 100 ton CO2 besparing als gevolg van verminderd en verduurzaamd transport • Reductie transport kilometers: jaarlijks in totaal 100.000 km reductie (30.000 km op traject Puttershoek-Steenbergen en 45.000 km door centralisatie)
5.3 Bevindingen Hoofdstuk 5 heeft inzicht gegeven in de invulling van het AFC op dit moment. De glastuinbouwlocatie is nagenoeg volledig ingevuld. Ongeveer 10% is nog niet verkocht. Sommige (delen van) percelen zijn niet bebouwd, maar omdat er geen bouwverplichting is vastgelegd, is het aan de eigenaar van de grond wanneer hier kassen op geplaatst gaan worden. Via de website van het kadaster is te zien dat er ongeveer 53 ha bedrijventerrein is waarop gebouwd kan worden. Ongeveer 18 ha ofwel 34% is niet verkocht. Omdat er niet is vastgelegd hoeveel bedrijven ontheffing mogen aanvragen en er al voor 12,58 ha aan 3 bedrijven conform artikel 5.6 van het inpassingsplan ontheffing is verleend, is het theoretisch mogelijk dat het bedrijventerrein van het AFC bij een volledige verkoop van percelen voor 42% bestaat uit bedrijven die rechtstreeks Pagina | 30
toelaatbaar zijn (bedrijven zoals omschreven in artikel 5.1 van het inpassingsplan; zie ook paragraaf 5.3) en voor 58% bestaat uit niet rechtstreeks toelaatbare bedrijven.
Pagina | 31
6
Doelstellingen en behaalde resultaten
Met het tekenen van de bestuursovereenkomst in 2010 tussen de gemeente Steenbergen en de provincie werd het fundament gelegd voor het AFC Nieuw Prinsenland. Dit hoofdstuk beschrijft de oorspronkelijke doelstellingen zoals beschreven in het provinciaal inpassingsplan en het bestuursakkoord tussen de gemeente Steenbergen en de provincie Noord-Brabant. Daarnaast geeft dit hoofdstuk een reflectie op de behaalde resultaten.
6.1 Glastuinbouw Doelstelling Door het mogelijk maken van een projectvestigingslocatie, met ruime glastuinbouwkavels worden schaalvoordelen benut en kan het dichtslibben van het landelijk gebied worden voorkomen. Dit zal resulteren in een duurzamere glastuinbouwsector in West-Brabant (Arcadis, 9 juli 2010, p. 6). Toelichting bij deze doelstelling Het Rijk had de opdracht bij de provincie Noord-Brabant weggelegd om te voorzien in een projectvestigingslocatie voor glastuinbouw, omdat de glastuinbouw in ZuidHolland niet verder uitgebreid kon worden. De provincie zelf had naast het bieden van ruimte voor de ontwikkeling van glastuinbouw de ambitie om de glastuinbouw meer te concentreren in NoordBrabant, om glastuinbouwlocaties die in de knel zitten te saneren en de ontwikkeling van glastuinbouw te verduurzamen. Om dit te realiseren ging de provincie in 2002 een publiek-private samenwerking aan met de ZLTO onder de naam TOM (Tuinbouwontwikkelings-maatschappij). De TOM is erin geslaagd om in Noord-Brabant tot 2020 57 bedrijven (67 ha) te saneren (dat wil zeggen dat het glas afgebroken is) en 3 bedrijven te verplaatsen. Met name bij de start van de TOM in 2002 ging de meeste aandacht uit naar verplaatsing en sanering van glastuinbouwbedrijven, maar al snel verschoof de aandacht naar ontwikkeling.
De reden hiervoor was, dat er een versnelling in schaalvergroting plaatsvond (Tuinbouw-ontwikkelingsmaatschappij, september 2020, p. 9). In het begin van de 21e eeuw werd er gediscussieerd of solitair liggende bedrijven mochten doorgroeien naar 3 ha. Nu zijn de behoeftes van glastuinbouwbedrijven een stuk groter. Met het AFC kwam er bruto 300 ha vrij voor een duurzame glastuinbouwlocatie. Resultaat De concentratie van geïsoleerd liggende bedrijven is minder goed uit de verf gekomen. Er zijn nauwelijks bedrijven verplaatst. Van oudsher zit de glastuinbouw in Noord-Brabant niet geconcentreerd in een klein aantal grote gebieden, maar in een groot aantal kleine gebieden. Zoals ook uit tabel 3 op pagina 20 af te leiden is, zijn er geen bedrijven uit Noord-Brabant verplaatst naar het AFC gebied. Door de
Pagina | 32
TOM is hier wel actief naar gezocht en er zijn ook diverse Brabantse tuinders bezocht om te overtuigen naar het AFC te verhuizen, maar dit is niet gelukt. Het AFC heeft wel ruimte geboden aan een beter ingerichte en gemoderniseerde glastuinbouwlocatie. Door de grote schaal van het gebied is er meer ruimte voor duurzame groei en ontwikkeling. Oud-gedeputeerde Erik van Merrienboer gaf eerder in een interview aan “dat de Brabantse glastuinbouw versterkt is door de vestigingslocatie Nieuw Prinsenland” (Tuinbouwontwikkelingsmaatschappij, september 2020, p. 20).
6.2 Symbiose Door de specifieke keuze voor bedrijven uit en gelieerd aan de agro- en levensmiddelensector (bedrijven met vergelijkbare stromen, installaties en behoeften) ontstaan er meer realiseerbare mogelijkheden voor symbiose en samenwerking tussen (glastuinbouw)bedrijven en de suikerfabriek, die zowel financieel als milieutechnisch winstgevend zijn (Arcadis, 9 juli 2010, p. 6). Van symbiose is, zoals omschreven in het PIP, sprake als de in het plangebied aanwezige bedrijven enerzijds bijdragen aan het verkleinen van het gezamenlijke directe en indirecte ruimtebeslag en anderzijds bijdragen aan gezamenlijke kennisontwikkeling en innovatie. Belangrijke elementen hierbij zijn onder andere uitwisseling van energie (warmte, elektriciteit), producten, (rest)stoffen en water en het terugdringen van de emissie van reststromen, (afval)water, CO2 en het aantal transportbewegingen. Net als de bedrijfsadviescommissie (lees hierover meer in paragraaf 7.1) 7 criteria hanteert bij het beoordelen van mogelijke symbiose tussen bedrijven, hanteren we in deze paragraaf dezelfde 7 soorten van symbiose tussen de op het AFC gevestigde bedrijven.
6.2.1 Samenwerking Doelstelling Er moet een aantoonbare samenwerking ontstaan tussen de suikerfabriek en de projectvestiging glastuinbouw, tussen de suikerfabriek en de te vestigen bedrijvigheid en/of tussen de te vestigen bedrijvigheid en de projectvestiging glastuinbouw. Deze samenwerking moet ontstaan door onderlinge levering, uitwisseling en/of gezamenlijk gebruik van procesinstallaties en utilities, grondstoffen, producten, energie, water, reststromen, (inkoop van) diensten, personeel, R&D etcetera (Provincie Noord-Brabant, 9 juli 2010, p. 37). Resultaten Op tal van vlakken wordt er samengewerkt door de bedrijven in het AFC. Dat blijkt ook verder in deze paragraaf. Hierbij worden verschillende samenwerkingsvormen gehanteerd.
Pagina | 33
In het glastuinbouwgebied van het AFC zijn er tal van collectieve voorzieningen. Zo kent Nieuw Prinsenland een gezamenlijk gasontvangststation, een collectieve gietwatervoorziening, een gezamenlijke spuiwaterzuivering, een CO2distributienetwerk en een leidingenstructuur. Om het beheer van deze voorzieningen goed te regelen, is er een coöperatie opgericht, waar alle tuinders verplicht lid van zijn. De tuinders werken hierin samen en hebben zeggenschap naar rato van hun bedrijfsoppervlak (Tuinbouwontwikkelingsmaatschappij, september 2020, p. 35). Samengewerkt wordt er ook in het koepeloverleg. In dit bestuurlijk overleg, dat voorgezeten wordt door de burgemeester van de gemeente Steenbergen zijn vertegenwoordigd: de gemeenten Steenbergen, Halderberge en Moerdijk, Waterschap Brabantse Delta, Cosun, de provincie Noord-Brabant, de Coöperatie Vereniging Bedrijventerrein Nieuw Prinsenland, de Coöperatie Vereniging Glastuinbouw Nieuw Prinsenland en Stichting AFC Nieuw Prinsenland. In dit koepeloverleg vindt afstemming plaats over de invulling van het terrein, ontwikkelingen van en tussen bedrijven en wordt de voortgang besproken van nog uit te voeren randvoorwaarden (zie ook hoofdstuk 7).
Voorafgaand aan het koepeloverleg is er ambtelijk een overleg met de Burenraad ter consultatie en om de betrokkenheid met de omgeving te borgen, zoals in het interview met de provincie werd uitgelegd. Er wordt ook steeds meer samengewerkt op het gebied van personeel. Er is een proef gestart, zo geeft de sitemanager van Primeale in het interview van 11 oktober 2024 aan “om personeel uit te wisselen”. “In het laagseizoen van Primeale gaan arbeidsmigranten naar Michael Lewis om daar te werken en wanneer het spruitenseizoen weer begint, dan komen de arbeidsmigranten weer terug naar Primeale.” De onderlinge samenwerking blijkt ook uit de ingevulde enquêtes door de (glastuinbouw)bedrijven. Bermbeheer en gladheidsbestrijding wordt met elkaar geregeld, investeringsvraagstukken en vraagstukken op het gebied van personeel, productie- en logistieke processen, beveiliging, (gezamenlijke) inkoop etcetera worden onderling met elkaar besproken. “Deuren worden opengezet om te kunnen kijken hoe de buurman het doet”, zo geeft de directeur van VDV in de enquête aan. Op vele vlakken wordt samengewerkt en zoals de manager Terreinontwikkelingen van Cosun tijdens het bezoek van de rekenkamer aan het AFC gebied aangaf op 29 november 2024 “We zijn als bedrijven echt verbonden met elkaar. We kennen elkaar en zoeken elkaar op”.
Meer over de samenwerking tussen de bedrijven is in de volgende paragrafen te lezen.
Pagina | 34
6.2.2 Verkleinen van ruimtebeslag Doelstelling Sinds 2002 hanteert de provincie de ambitie zuinig ruimtegebruik beleidsmatig in de regionale bedrijventerreinprogrammering. Door te kiezen voor specifieke bedrijvigheid (agro- en foodgerelateerd en glastuinbouw) wordt verwacht dat er meer wordt samengewerkt en er meer gezamenlijk gebruik zal zijn van (proces)installaties en utilities, waardoor er sprake is van minder ruimtebeslag. Resultaten Allereerst is het principe van zuinig ruimtegebruik uitgangspunt geweest bij de begrenzing van de locatie. Voor het ontwikkelen van het AFC is gekozen voor een zeer compact geheel met de Noordlangeweg als zuidelijke grens en de Dintel als noordelijke grens. Door een geconcentreerd gebied te bestemmen voor de suikerfabriek, glastuinbouw en agro- en foodgerelateerde bedrijven wordt verrommeling van het landschap beperkt. Verder heeft de glastuinbouw een gezamenlijke waterzuiveringsinstallatie, is er een gezamenlijk gasontvangststation en is er in het AFC een gezamenlijk 150 kV station. Door de verbinding van dit station met het hoogspanningstracé bij Roosendaal kunnen de glastuinbouwbedrijven zelf stroom opwekken met de zogenaamde warmte-krachtkoppelingen en ook wordt een substantieel deel weer teruggeleverd aan het openbare net.
Door de vestiging van Zijderlaan in het AFC wordt het ook makkelijker voor de suikerfabriek om de opslag van spilsuiker dichtbij te organiseren, zo geeft de manager Terreinontwikkeling van Cosun in het interview op 11 oktober 2024 aan. Ook voor andere bedrijven binnen het AFC is efficiënt transport en opslag van grondstoffen en producten belangrijk. De verwachting is dat Zijderlaan hierin in de toekomst ook een grotere rol kan gaan spelen voor andere bedrijven binnen het AFC. VDV en Primeale startten 6 jaar geleden de samenwerking, zo geeft de sitemanager van Primeale in het interview op 11 oktober 2024 aan. Primeale heeft opslagruimte nodig voor de verpakkingsmaterialen van hun producten. Doordat tijdens de bouw van beide bedrijven al contact onderling werd gelegd, heeft Primeale geen extra ruimte hoeven te bouwen voor de opslagcapaciteit, maar is dit ondergebracht bij VDV. Doordat er logistieke ondersteuning op deze manier is geregeld, heeft dit het ruimtebeslag ook verkleind. De directeur van VDV legt in het interview op 11 oktober 2024 uit, dat de samenwerking tussen Michael Lewis Company en VDV ook het ruimtebeslag verkleint. Beide bedrijven hebben allebei wel eens te maken met pieken, waardoor er meer transport of opslag nodig is.
Op die piekmomenten weten beide bedrijven elkaar te vinden, waardoor ze zelf niet uit hoeven te breiden, maar van elkaars capaciteit en ruimte gebruik kunnen maken.
Pagina | 35
Ook de ruimte die Cosun nodig heeft voor het verpakken, bewerken, verwerken en opslaan van restproducten wordt door VDV geregeld, geeft de directeur van VDV aan. Verder wordt op dit moment bekeken of VDV iets kan betekenen in het opslaan van de grote hoeveelheid pallets met bigbags die tijdens de campagne van Cosun nodig zijn.
6.2.3 Versterken van kennis en ontwikkeling Doelstelling Omdat in het AFC bedrijven samenwerken specifiek gericht op agro- en food wordt verwacht dat duurzame, innovatieve en plantbased ontwikkelingen een impuls zullen gaan krijgen en onderlinge kennisontwikkeling de bedrijven zal versterken. Resultaten In het Cosun Innovation Center werkt een team van experts aan nieuwe ontwikkelingen op het gebied van food en non-food. Er wordt onderzoek uitgevoerd op het gebied van teelt en gewassen, onderzoek naar ziektes van planten/gewassen, nieuwe producten worden getest en er wordt gewerkt aan procesoptimalisaties. De kennis is zeer waardevol voor de glastuinbouwbedrijven en voor de biobased economy. Cosun wil toonaangevend zijn in plantaardige innovatie die bijdraagt aan een duurzame wereld. Op vrijdag 10 januari 2025 bracht Tweede Kamerlid Thom van Campen een werkbezoek aan het AFC. Hij was onder de indruk van de innovatiekracht en gaf, zoals blijkt uit het persbericht dat de Gemeente Steenbergen op LinkedIn plaatste, aan “De kracht van plantbased innovatie is hier echt zichtbaar. Het creëert werkgelegenheid, stimuleert verduurzaming en bevordert het welzijn van inwoners. Steenbergen zet zich op de kaart als dé plek waar innovatie en duurzaamheid hand in hand gaan”.
Op 15 januari 2025 bracht ook Hare Majesteit Koningin Máxima een werkbezoek aan het Cosun Innovation Center, winnaar van de Koning Willem I Prijs 2024 in de categorie Grootbedrijf. Dit bezoek benadrukte de waardering voor het innovatieve en duurzame ondernemerschap van Cosun. Vlakbij het Cosun Innovation Center staat Inicio, dat speciaal ontworpen is als locatie voor kleinschalige productie en het testen en opschalen van nieuwe productieprocessen. Hier wordt met partners samengewerkt. De deuren van het Cosun Innovation Center en Inicio staan niet alleen open voor bedrijven binnen het AFC, er is ook sprake van innovatieve samenwerking met startups, scale-ups en kennisinstellingen die willen bijdragen aan een plantaardige toekomst. De samenwerking tussen VDV en Martens Keramiek is eveneens een mooi voorbeeld van kennisontwikkeling, zo geeft de directeur van VDV tijdens het interview op 11 oktober 2024 aan. Op laboratoriumschaal voert Martens Keramiek proeven uit voor hun isolatieplaten. Zo wordt er bijvoorbeeld momenteel gewerkt aan een proef met hennepplanten. Omdat VDV grote mengmachines heeft, kunnen deze laboratoriumproeven opgeschaald worden, waardoor verder ontwikkeld kan Pagina | 36
worden naar productieschaal. Kennis van machines en producten worden gedeeld en omdat betreffende bedrijven bijna buren zijn, zijn de transportlijnen ook erg kort. Tijdens het interview op 11 oktober 2024 met VDV, Cosun en Primeale blijkt dat er enorm veel contact is tussen bedrijven onderling om elkaar te helpen, kennis uit te wisselen en samen tot nieuwe ontwikkelingen te komen. Zo brengt bijvoorbeeld VDV kennis van automatiseren en robotiseren van processen over aan Lemken, dat machines bouwt om onkruid op een duurzame manier te bestrijden. Cosun heeft een inspiratieboerderij net buiten het AFC gebied waar allerlei testen in de praktijk uitgevoerd kunnen worden. Primeale gebruikt daar velden om zaden te testen en Lemken gebruikt daar velden om hun landbouwmachines te testen en te demonstreren. De onderlinge samenwerking binnen het AFC draagt op vele manieren bij aan de groei- en kennisontwikkeling van de aanwezige bedrijven. Eveneens maken bedrijven gebruik van elkaars assets en tot zelfs op het laatste niveau als machineonderdelen stuk gaan, weten zij elkaar te vinden en is er onderlinge hulp en samenwerking. Het versterken van kennis en ontwikkeling is ook wel tot stand gekomen, doordat de Coöperatieve Vereniging Bedrijventerrein bijeenkomsten organiseert waarbij bedrijven elkaar ontmoeten, zo legt de manager Terreinontwikkeling van Cosun uit.
Er worden onderlinge bedrijfsbezoeken georganiseerd en “hierdoor neem je een kijkje in elkaars keuken en ontstaan er meer win-win ideeën”.
6.2.4 Energie-uitwisseling Doelstelling De clustering van industriële bedrijven en glastuinbouwbedrijven in elkaars nabijheid kan milieuwinst opleveren. Zorgvuldig gebruik van energiestromen en opwekking of gebruik van duurzame energie vormen hierbij belangrijke onderdelen. Ambitie is om 15% van het totale energieverbruik voor de glastuinbouw uit duurzame energie te laten bestaan. Hieronder volgt, uit het PIP, nog een specifiekere opsomming om die ambitie te behalen: - Benutting van restwarmte welke door de suikerfabriek reeds wordt geproduceerd; - Aanwenden van aardwarmte (geothermie) als duurzame (niet fossiele) energiebron; - Opwekken van biogas doormiddel van biomassavergisting van (rest)producten van de suikerfabriek, bedrijven op het bedrijventerrein, de glastuinbouwlocatie en de (agrarische) bedrijven in de omgeving. De biogassen kunnen vervolgens op locatie worden gebruikt voor het verwarmen van kassen; - Opslaan van warmte in de bodem (diep en ondiep) om restwarmte en onbalans in energieaanbod en behoefte op te vangen; - Opwekking windenergie; Pagina | 37
-
-
-
Maximale benutting van de gebruikte fossiele brandstoffen door het inzetten van Warmte Krachtkoppelingen waarmee naast elektriciteit ook warmte en CO2 wordt geproduceerd voor het teeltproces in de kassen; Het gesloten kassysteem waarmee gesloten kassen energie kunnen opleveren voor aanpalende kassen die niet gesloten zijn, maar waarmee het energie verbruik van het totale gebied daalt; Afvang en vastleggen van CO2 in combinatie met winning en gebruik van fossiele brandstoffen waarmee dit gebruik ook CO2 neutraal kan worden.
Resultaten De concentratie van glastuinbouwbedrijven maakt het mogelijk om tot energieclustering te komen, om zo de afhankelijkheid van aardgas sterk te verminderen. Al blijkt wel uit de gehouden interviews dat er beperkingen zitten aan de uitwisseling van gas. Dit wordt veroorzaakt door de Energiewet. Er is op de glastuinbouwlocatie een gezamenlijk gasstation geplaatst. Alle glastuinbouwbedrijven maken hier gebruik van en mogelijk sluiten hier later ook nog andere bedrijven op aan. De biomassavergistingsinstallatie van Cosun werd ontwikkeld voordat de glastuinbouwlocatie ontwikkelde. Hier kon toen dus nog geen samenwerking op plaatsvinden waardoor deze regulier is aangesloten op het net. Eenmaal op het net is het lastig los te koppelen. Cosun gebruikt zelf maar een gedeelte van dat gas, de installatie draait het hele jaar door en de suikerfabriek draait slechts 6 maanden. Een deel van het gas moet naar het lokale net, maar dat net heeft in de zomer weinig opnamecapaciteit- want in de zomer gebruikt niemand zijn gasverwarming – en dus wordt er soms door de suikerfabriek afgefakkeld, omdat het geproduceerde gas het net niet in kan. Op dit moment wordt gekeken of hier een oplossing voor te vinden is. Enexis zou een zogenaamd ‘booster-station’ moeten installeren waarmee dit gas van het lokale net naar het nationale net kan.
Tevens kan er dan weer een grotere hoeveelheid biogas geproduceerd worden – en die wens is er vanuit Cosun. De Nederlandse regering wil dat groen gas uit biomassa zich gaat ontwikkelen en dit is één van de weinige plekken waar dat op grote schaal kan. Enexis heeft aangegeven bereid te zijn een investering te doen mits er voldoende zicht is op volumes die de investering waard zijn. Op dit moment is dat nog niet het geval, met de uitbreiding van een andere vergister zou dat wel het geval zijn. Behalve de samenwerking op gas is ook op het vlak van elektriciteit veel gaande. Door het AFC is een groot elektriciteitsstation neergezet (hoogspanningsstation Dinteloord). Dit betekent dat hier een station staat waar eigenlijk alles geleverd of afgenomen kan worden, uiteraard afhankelijk van de netcongestie op nationaal niveau. Dit is voor de bedrijvigheid in dit gebied heel veel waard. Er wordt ook duurzame energie opgewekt uit wind in het gebied. Er zijn 7 windmolens op het AFC. Pure Energie van Raedthuys Windenergie heeft 4 windmolens in de waterbekkens op het terrein van de suikerfabriek. SurveyCom heeft daarnaast 3 windturbines in eigen beheer aan de noordzijde van de glastuinbouwlocatie. De opgewekte elektriciteit wordt aan het 150/20 kV-station op Pagina | 38
het AFC geleverd. De elektriciteit is dan beschikbaar voor zowel bedrijven op het AFC als voor de omgeving. Het totale vermogen van de 7 windturbines is 22,4 MW.
6.2.5 Uitwisseling van water Doelstelling Op het onderdeel water zijn de volgende doelstellingen geformuleerd in de exploitatieovereenkomsten: - Hergebruik van spuiwater dat normaliter door de glastuinbouw wordt geloosd op het rioleringssysteem. - Gebruik van duurzaam gietwater. Voor het grootste gedeelte uit regenwater (80%) en 20% uit water dat wordt uitgedreven uit de suikerbieten tijdens het proces van het maken van suiker. Hierdoor wordt voorkomen dat er kostbaar en schaars drinkwater wordt gebruikt. - Realiseren van een distributienetwerk voor dergelijk water met backupsystemen zodat de leveringszekerheid op peil blijft. - Gezamenlijk gebruik van de waterzuiveringsinstallaties van de suikerfabriek. Resultaten Tachtig procent van de waterbehoefte van de tuinders in Nieuw Prinsenland wordt gedekt door regenval. De glastuinbouwbedrijven vangen zelf regenwater op in hun bassins om die behoefte te dekken. De overige vraag aan water komt vanuit Cosun. Tijdens het interview met Cosun werd uitgelegd, dat de suikerfabriek jaarlijks zo’n 4 miljoen ton aan bieten verwerkt en die bieten bestaan voor driekwart uit water. Na de winning van suiker blijft dat water over. Door de TOM en de suikerfabriek is een uniek gietwatersysteem ontwikkeld.
Het afvalwater van de suikerbietenverwerking wordt extra gezuiverd en geschikt gemaakt voor levering aan de glastuinbouw en andere bedrijven op het AFC. Vanuit het interview met de provincie Noord-Brabant werd dit ingenieuze systeem specifiek benoemd toen er werd gevraagd naar het meest opvallende resultaat als het gaat om symbiose. Juist omdat dit systeem in de beginfase al is aangelegd. De bassins van de tuinders zijn in het najaar, winter en begin van de lente veelal vol door de najaarsregen en hun gewassen gebruiken juist meer water in de zomer (Tuinbouwontwikkelingsmaatschappij, september 2020, p. 38 en 39). De oplossing hiervoor is gevonden in ondergrondse wateropslag van zo’n 300.000 m3, zo wordt geschreven in het rapport ‘Resultaten 18 jaar Tuinbouwontwikkeling NoordBrabant’. Er is een systeem ontwikkeld om het water in de winter te infiltreren in een zandlaag in de ondergrond. Die laag zit tussen twee kleilagen ingeklemd. De zoetwaterbel drukt het brakke grondwater opzij. Daardoor blijft het zoetwater op zijn plek tot het weer aangesproken wordt in de zomer. Behalve de tuinders gebruikt ook de suikerfabriek zelf weer een klein deel van het opgeslagen water tijdens de diksapcampagne. Zie in de afbeelding op de volgende pagina een schematische weergave van het waterhergebruik en de waterberging.
Pagina | 39
Afbeelding: Schematische weergave van het waterhergebruik (Tuinbouwontwikkelingsmaatschappij, september 2020, p. 39).
en
waterberging
Met Waterschap Brabantse Delta en de TOM en Bedrijventerrein Nieuw Prinsenland is een afvalwaterakkoord gesloten. Hierin staat beschreven dat het afvalwater door het waterschap gezuiverd wordt. Het hiervoor aangelegde persriool functioneert naar behoren. Het glastuinbouwgebied beschikt over een collectieve zuivering van het afvalwater uit de teelt. In deze zuivering wordt als eerste fase de resten van gewasbeschermingsmiddelen verwijderd. Het restwater bevat alleen nog minerale meststoffen en organisch materiaal en wordt geloosd op het riool. Door deelname aan het project “Kennisuitwisseling Collectieve watervoorziening Glastuinbouw” wordt voorgesorteerd om nieuwe technieken te onderzoeken die ook de laatste restjes minerale meststoffen en organisch materiaal uit het restwater halen. De komende jaren zullen vervolgstappen worden gezet om zo nog verder te verduurzamen (Duurzaamheidsverslag AFC NP 2021-2022, pagina 3).
Pagina | 40
6.2.6 CO2-reductie Doelstelling Om het AFCWB als een economisch, ecologisch en sociaal duurzaam functionerende werklocatie tot ontwikkeling te laten komen zijn er 2 doelen. 1. CO2 uit het vergistingsproces van biomassa beschikbaar maken voor het groeiproces van het gewas in de kassen, 2. Het creëren van een distributiesysteem voor de hierboven genoemde CO2 en de door derden te leveren CO2. Resultaten In de glastuinbouw wordt CO2 (in gasvorm) als meststof gebruikt voor de teelt. Een goede bron hiervoor kan de CO2 zijn die vrijkomt bij de biomassavergistingsinstallatie van de suikerfabriek. De biomassavergister is een belangrijk fundament voor ontwikkelingen in de biobased economy. Biomassaresten van het suikerproductieproces worden direct op de eigen locatie verwerkt. De biomassavergistinginstallatie is al sinds 2013 in volle productie en levert de hoeveelheid groen gas volgens plan. In november 2021 hebben verschillende telers van het AFC Nieuw Prinsenland samen met telers uit Steenbergen een nieuw bedrijf opgericht; Warmtebedrijf WestBrabant C.V. (WWB). WWB heeft samen met afvalverbrandingscentrale Prezero een SDE ++ (Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie) aangevraagd om restwarmte en CO2 vanuit Roosendaal te gaan leveren aan de twee glastuinbouwgebieden. De projectnaam luidt “Osiris”.
Ook voor het bedrijventerrein en de suikerfabriek wordt gezocht naar mogelijkheden om aan te sluiten op dit systeem. Vanaf april 2022 is de projectorganisatie opgeschaald en huisvesting gevonden bij Redstar. Uit de enquêtes bij de bedrijven werd meerdere malen de positieve samenwerking benoemd in het Osiris project. De restwarmte van Prezero gaat naar de kassen en de CO2 van Prezero dient als voeding voor de planten.
6.2.7 Reductie transportkilometers Doelstelling In het PIP wordt niet zozeer gesproken over een directe reductie van transportkilometers, wel wordt bij verschillende aspecten – restwarmte, biomassavergisting en CO2 – gesproken over slimmer transport. Zo weten we bij restwarmte dat het warmteverlies bij transport groot is waardoor het al snel onrendabel wordt. Daarom is het noodzakelijk dat wanneer je de restwarmte wilt benutten je een afnemer in de directe nabijheid zoekt. Om de CO2 zo goed mogelijk te benutten komt een kadefaciliteit beschikbaar waar CO2 schepen kunnen aanleggen. Binnen het glastuinbouwgebied wordt een CO2 distributienetwerk aangelegd waar alle tuinders op aansluiten en dat gevuld kan worden bij een vul- en compressiestation aan de kade. Dit CO2 netwerk biedt ook mogelijkheden om de geproduceerde CO2 uit de biomassavergister nuttig in te Pagina | 41
zetten in plaats van het in de atmosfeer te blazen. Een grote afnemer op geringe afstand is dan van belang. Resultaten Tijdens de bietencampagne in 2021-2022 zijn 15.000 ritten omgezet van transport via de weg naar water (aanvoer vanuit Zuid-Limburg). Dat is een besparing van 130 vrachtautoritten per dag, 2,5 miljoen truck kilometers en 500 ton CO2. Het nog verder uitbreiden van het getransporteerde volume suikerbieten uit andere regio’s blijkt nog lang niet rendabel en haalbaar. Hoewel er een intentieverklaring is getekend voor het realiseren van een kadefaciliteit bij de suikerfabriek in Dinteloord om de modal shift (verandering van vervoerwijze, bijvoorbeeld van weg naar spoor of schip) verder uit te breiden, blijkt dit zeer kostbaar.
6.3 Autonome ontwikkeling suikerfabriek Doelstelling In 1873 waren er 33 suikerfabrieken in Nederland. Vooral het westelijk deel van Noord-Brabant stond bekend als de ‘Suikerhoek’ (https://nl.wikipedia.org/wiki/Suikerfabriek). Door allerlei veranderingen in de Gemeenschappelijke Marktordening namen de winstmarges voor de industrie af. Nu zijn er nog 2 suikerfabrieken in Nederland (Dinteloord en Vierverlaten). De schaalvergroting en verbetering van de capaciteitsbenutting van bietenverwerking en suikerproductie heeft hiermee wel z’n uiterste punt bereikt. De focus is bij de suikerfabriek hierdoor meer komen te liggen op verdere keten- en procesoptimalisatie en innovatie. Door de maatschappelijke nadruk op duurzaamheid en als gevolg daarvan de ontwikkelingen in de richting van een biobased economy worden de biomassastromen in de suikerfabriek en de gehele keten potentieel waardevoller en ontstaan er nieuwe mogelijkheden om deze duurzaam te verwaarden. Het AFC biedt ruimte om op korte afstand van de suikerfabriek agrofood gerelateerde bedrijven en glastuinbouw te vestigen en deze autonome ontwikkeling van het suikerfabriekscomplex mogelijk te maken (Provincie Noord-Brabant, 30 juni 2010, Exploitatieovereenkomst Suiker Unie).
Resultaat Eén van de vele ambities van de ontwikkeling van het AFC was dat de suikerfabriek niet meer solitair in het landschap zou liggen en niet meer als solitair bedrijf zou opereren. De manager Terreinontwikkeling van Cosun geeft in het interview aan, dat er misschien niet met alle aanwezige bedrijven op dit moment wordt samengewerkt, maar dat er met de meeste bedrijven wel op een of andere manier wordt samengewerkt. Er zijn nieuwe kansen en ontwikkelingen tot stand gekomen waar bij de start nog niet bij stilgestaan werd. “In Europa heeft Cosun nog steeds de twee grootste suiker producerende fabrieken. Dit heeft met name te maken met het feit dat de fabrieken veel langer draaien dan de meeste andere fabrieken. Echter het product suiker staat steeds meer onder druk
Pagina | 42
en de aandacht voor duurzaamheid in onze sector wordt steeds groter”, zo vertelt de manager Terreinontwikkeling van Cosun. Het AFC heeft het mogelijk gemaakt om de suikerfabriek duurzamer door te ontwikkelen. Het leveren van water aan glastuinbouw levert niet heel veel geld op, maar het is wel een manier om duurzamer te zijn dan alle andere suikerfabrieken in de EU. Ook door het Cosun Innovation Center en Inicio zijn er ontwikkelingen mogelijk gemaakt die ervoor zorgen dat Cosun nagenoeg geen afvalproducten heeft. Er wordt waarde gehaald uit de coproducten. Zo wordt de biomassa die overblijft bij het verwerken van de suikerbieten gebruikt voor het vergisten waardoor groene energie opgewekt kan worden. Cosun is hierdoor één van de grootste leveranciers van groene energie in Nederland. Soms worden restproducten/coproducten/grondstoffen gebruikt om te verwerken in behanglijm of wordt er waarde gehaald uit grondstoffen door er eierdoosjes of papier van te maken. Verspilling wordt zo veel mogelijk tegengegaan om de circulaire keten te kunnen sluiten. Cosun zet zich ook in voor de eiwittransitie. Op dit moment komt ongeveer 60% van de eiwitinname in Nederland uit dierlijke bronnen, tegenover 40% uit plantaardige bronnen. Een verschuiving van deze balans naar 40% dierlijke en 60% plantaardig is goed voor de gezondheid en is daarnaast ook duurzamer, volgens de website van Cosun.
Cosun heeft veel kennis over plantaardige voeding. Zo kan eiwit uit veldbonen en bietenblad gehaald worden. Onderzoek naar welke nieuwe eiwitgewassen het meest kansrijk en rendabel zijn om onderdeel te worden van het voedingspatroon, draagt weer bij aan deze eiwittransitie. Een project wat niet haalbaar bleek, betreft het verwarmen van kassen met de restwarmte van de suikerfabriek. Het project was financieel en technisch niet haalbaar. “Op dit moment is de glastuinbouwlocatie bezig met de voorbereiding van een groot project waarbij restwarmte van Prezero uit Roosendaal naar het glastuinbouwgebied wordt gebracht. De warmte van Prezero is 80 graden, dat aansluit bij de gebruikelijke en bestaande systemen van de glastuinbouw. De restwarmte van Cosun zou net boven de 50 graden liggen en daarmee ongeschikt zijn of extra investeringen nodig hebben”, geeft de manager Terreinontwikkeling van Cosun in het interview aan.
6.4 Kwaliteit van het landelijk gebied Doelstelling De concentratie van bedrijven gaat gepaard met vermindering van verspreide ontwikkeling, hetgeen de kwaliteit in het landelijk gebied versterkt, zo geeft de provincie aan in het provinciaal inpassingsplan. Anderzijds biedt de ontwikkeling van één groot terrein kansen voor landschapsontwikkeling in de omgeving. Deze geformuleerde ambitie sluit volledig aan bij de provinciale ambitie om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren, ook wel ‘Mooi Brabant’ genoemd.
Pagina | 43
Dit houdt niet in, dat de provincie er bij de start van het AFC geen oog voor had dat een dergelijke grote ontwikkeling invloed zou gaan hebben op het polderlandschap. De provincie was van mening dat landschappelijke inpassing belangrijk was, maar een normale landschappelijke inpassing zou niet voldoende zijn. Conform de ambities van “Mooi Brabant” zette de provincie extra in op de realisering van een hoogwaardige beeldkwaliteit van het AFC. Het AFC moest een voorbeeldproject van internationale allure zijn waar zowel ondernemers als burgers trots konden zijn. De hoogwaardige beeldkwaliteit moest vorm krijgen door eisen te stellen aan de architectuur op het terrein, inpassing van de randen en invulling aan ecologische verbindingszones. Er is voor gekozen om de ruimte in het binnengebied efficiënt in te vullen en daarnaast ten behoeve van het landschap op het terrein vooral aandacht te besteden aan de randen ervan. Hierbij mocht de landschapsontwikkeling niet alleen gestoeld zijn op de relatie van het huidige landschap en de historische ontwikkeling van deze plek. Ontwikkeling van het AFC moest gepaard gaan met het toevoegen van nieuwe kwaliteiten en identiteiten (‘branding’). De verdere inspanningsverplichting ten aanzien van landschapsontwikkeling moest voor een groot deel buiten het AFC terrein plaatsvinden.
Resultaat Om de kwaliteit van het landelijk gebied te versterken, heeft de provincie geld vrijgemaakt via een bijdrage aan een natuurfonds. Ten aanzien van de uitgave van deze fondsen zijn randvoorwaarden opgesteld en hiervoor wordt verder verwezen naar paragraaf 5 en 6 van hoofdstuk 7. Daarnaast is er een randvoorwaarde opgenomen in de exploitatie-overeenkomsten met de suikerfabriek en TOM over het inpassingsplan van de glastuinbouwlocatie en het bedrijventerrein. Paragraaf 4 van hoofdstuk 7 gaat hier dieper op in. Er is veel gezegd en geschreven over de gewenste landschappelijke ontwikkeling rondom het AFC gebied. Zo is er in samenwerking met het Brabants Landschap al eerder een projectplan en een landschapsplan Oud Dintel opgesteld voor het natuurfonds. Het ging hierbij om losstaande ingrepen, zonder een overkoepelend uitgangspunt voor het gehele gebied (Juurlink + Geluk, 14 juni 2021, p. 5). Al eerder is in 2021 in opdracht van het Koepeloverleg besloten om samen met de omgeving en andere betrokkenen een landschapsvisie op te stellen, vast te stellen en gezamenlijk aan de realisatie daarvan te werken (Juurlink + Geluk, 14 juni 2021, p. 4). Hier is door Juurlink + Geluk uitvoering aan gegeven.
Met behulp van 4 dialoogsessies waarbij afgevaardigden van het Koepeloverleg, dorpsraden en de burenraad aanwezig waren, is een visie gepresenteerd voor de gewenste landschappelijke ontwikkelingen. In de visie werden 3 sleutelprojecten gepresenteerd op grondgebied van de 3 deelnemende gemeenten, namelijk: - Sleutelproject 1: Wandelen langs de Dintel (project Moerdijk) - Sleutelproject 2: Route langs de Molenkreek (project Steenbergen) Pagina | 44
- Sleutelproject 3: Groene verblijfsruimte Stampersgat (project Halderberge)
Afbeelding: Het natuurlijk landschap van De Dintel “Een bomenrij naast de dijk benadrukt de grens tussen rivierlandschap naar polder” (Juurlink + Geluk, 14 juni 2021, p. 14).
Al tijdens een bestuurlijk overleg met de gedeputeerde op 30 januari 2019 is er, zoals geschreven door de concerncontroller van de gemeente Steenbergen in een eindrapport naar een onderzoek t.a.v. de AFC gelden (Gemeente Steenbergen, mei 2021, p. 5) een concrete afspraak gemaakt dat de gemeente Steenbergen de EVZ (Ecologische Verbindingszone) Molenkreek gaat realiseren met middelen vanuit het natuurfonds. Echter tot op de dag van vandaag is de uitvoering nog niet gerealiseerd. In het Koepeloverleg, het platform waarin de nieuwe landschapsvisie AFC wordt besproken, is op 12 oktober 2020 (Gemeente Steenbergen, mei 2021, p. 5) aangegeven dat de gemeente Steenbergen in beginsel € 2 miljoen wil inbrengen voor de realisatie van de plannen uit het natuurfonds. Tijdens het interview op 17 oktober 2024 met wethouder Gommeren werd aangegeven, dat de gemeente de intentie heeft om zo snel mogelijk te starten met de uitvoering van de afgesproken landschapsontwikkeling in de EVZ Molenkreek. Echter de grond is nog niet in handen, dat is de reden dat er tot op heden nog niets is uitgevoerd. Verder gaf de wethouder aan dat er wel stappen worden gezet en de EVZ Molenkreek eveneens is opgenomen in het Ontwikkelplan Dinteloord. Op 31 oktober stelde vervolgens de raad het Ontwikkelplan Dinteloord vast (Steenbergen, 18 juli 2024).
Het Ontwikkelplan borgt enkel de samenhang tussen de verschillende ruimtelijke ontwikkelingen. Er wordt niet concreet geld vrijgemaakt vanuit het natuurfonds voor de realisatie van het project EVZ Molenkreek en er worden geen verdere concrete stappen beschreven. Ieder deelproject uit het Ontwikkelplan Dinteloord zal weer een eigen participatietraject krijgen. In het Ontwikkelplan Dinteloord wordt geschreven over “dromen, denken en doen”; het “doen” is niet concreet terug te vinden in het Ontwikkelplan; er wordt geen tijdlijn beschreven voor de uitvoering van de Pagina | 45
kwaliteitsimpuls in het landelijk gebied en er wordt ook niet gesproken over de wijze waarop knelpunten kunnen worden opgelost om de gronden in handen te krijgen. Geconcludeerd kan worden dat er geen zicht is op realisatie van de toegezegde landschappelijke ontwikkelingen door de gemeente Steenbergen. De gemeenten Moerdijk en Halderberge hebben evenmin hun sleutelprojecten gerealiseerd. In het interview met de provincie op 24 oktober 2024 gaf de provincie aan dat wel is voldaan aan de randvoorwaarde voor de landschappelijke inpassing van het AFC (zie ook paragraaf 4 van hoofdstuk 7). Er zijn bij de start van het AFC afspraken gemaakt om de kwaliteit van het landelijk gebied te verbeteren. De provincie heeft hier de financiën voor geregeld en heeft ook bijgedragen aan het opstellen van de landschapsvisie. De drie deelprojecten die daaruit voortgekomen zijn voor de drie gemeenten, zijn nog niet uitgevoerd en de provincie begrijpt dat inwoners hierin teleurgesteld zijn. Uit de interviews met de Dorpsraad Dinteloord, de Burenraad en de Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord blijkt dat bij de start van het AFC inwoners hele andere plaatjes zijn voorgehouden. Er zijn destijds tekeningen getoond en beloften gemaakt van hoge, begroeide dijken, een natuurlijk ingerichte kreek op het terrein van het AFC en een natuurlijke waterberging aan de zuidzijde van de Noordlangeweg.
Een tuinder uit Ooltgensplaat, zo vertelt de Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord in het interview, geeft aan dat er wel bomen op de dijkjes en bij glastuinbouw kunnen groeien. Het nadeel is dan alleen dat de daken van de kassen vaker schoongemaakt moeten worden en dit extra kosten met zich meebrengt. De waterretentie is inmiddels gerealiseerd binnen de glastuinbouwlocatie en dus niet aan de zuidzijde van de Noordlangeweg. Daarnaast zit er behoorlijk wat geld in het natuurfonds en daar wordt niets mee gedaan door de gemeente. Dit bedrag wordt bovendien niet geïndexeerd en verliest daardoor koopkracht. In de ogen van de inwoners, zo geeft de Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord aan, is de kwaliteit van het landelijk gebied alleen maar achteruit gegaan. Het open polderlandschap is verstoord en het landschap is niet ontwikkeld zoals in het begin werd voorgespiegeld. In het interview met de Burenraad en Dorpsraad op 4 december 2024 worden ook zorgen geuit ten aanzien van de kwaliteit van het landelijk gebied. Allereerst zijn er enorme blokkendozen gerealiseerd, zo wordt aangegeven. “NewCold is 40 meter hoog en het mag allemaal volgens de regels, maar we vragen ons wel af of zeker ook met het distributiebedrijf Zijderlaan het oorspronkelijke concept niet een beetje uit het oog verloren raakt”.
De Burenraad en Dorpsraad geven net als de Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord aan, dat de oorspronkelijke tekeningen van het hele gebied hogere wallen liet zien rondom het AFC. De wallen zijn kleiner gemaakt zodat er meer grond verkocht kan worden, is het achterliggende idee van de Burenraad en Dorpsraad. Het is een illusie om de kassen volledig achter wallen te verbergen en dit was ook niet de opzet, maar inwoners zijn wel andere plaatjes voor ogen gehouden. Wat verder ook tegenvalt volgens de Burenraad en Dorpsraad is dat er Pagina | 46
amper groene invulling terug te vinden is binnen het AFC gebied. Er staat amper een boompje op een bedrijventerrein. Eén transportbedrijf heeft wel een beetje een groene gevel, maar de (glastuinbouw)bedrijven zouden echt meer inspanningen kunnen leveren om alles meer groen aan te kleden, is de mening. Voor wat betreft de uitvoering van de sleutelprojecten om de kwaliteit van het landelijk gebied te verbeteren, zijn de Burenraad en Dorpsraad van mening dat de gemeente alles voor zich uitschuift. “Zo was in 2021 bij het vaststellen van de landschapsvisie echt het idee dat er werk gemaakt zou worden van de landschappelijke ontwikkeling. Er werd tijdens een enorm forum bij Cosun gepresenteerd wat er zou gaan gebeuren. De drie wethouders waren daar vol trots bij en met kwartiermakers werden tochten gemaakt. Daarna werd het stil en werd er aangegeven dat er eerst een ontwikkelplan voor Dinteloord gemaakt moest worden. Nu is het ontwikkelplan af en wordt alles weer gekoppeld aan woningbouw. Eerst zal er woningbouw ontwikkeld worden in het zuidwesten van Dinteloord. Daarna pas in het zuidoosten en dan kan pas de zone langs de Molenkreek meegenomen worden. Alles wordt op de langebaan geschoven. Als je alles aan elkaar blijft koppelen en niets doet, gebeurt er ook niets.”
6.5 Impuls economische ontwikkeling Doelstelling De ontwikkeling van het AFC is belangrijk voor het behouden en versterken van de sterke concurrentiepositie in de voedings- en genotmiddelenindustrie. Het concept van het specifieke bedrijventerrein zal de band met de agrarische sector herstellen door nieuwe perspectieven te bieden, zo staat omschreven op pagina 27 in de toelichting van het provinciaal inpassingsplan, geschreven door Arcadis. De provincie Noord-Brabant erkent ook het belang van de suikerbietenteelt en suikerfabriek voor de agrarische economie en werkgelegenheid in heel NoordBrabant. Op pagina 31 in de toelichting van het provinciaal inpassingsplan staat verder “Het specifieke karakter van het bedrijventerrein en de combinatie met glastuinbouw, zal aantrekkingskracht hebben op bedrijven die nu nog in de belangrijkste Nederlandse Greenports – Westland/Oostland en Aalsmeer – zijn gevestigd. Het ruimtekort is in deze Greenports groot. Het AFC vormt – gezien haar strategische ligging en de ligging ten opzichte van deze Greenports – voor een aantal van deze bedrijven een interessant alternatief. Als deze bedrijven zich in Midden- en West-Brabant vestigen, dan kan dit tot extra economische ontwikkeling leiden”.
Resultaat De ontwikkeling van het AFC heeft Steenbergen en West-Brabant op de kaart gezet als dé plek waar innovatie en duurzaamheid hand in hand gaan op het gebied van agro en food, zo geeft wethouder Gommeren aan tijdens het bezoek van Kamerlid Thom van Campen op 10 januari 2025. Van Campen zelf concludeert “De kracht van plantbased innovatie is hier écht zichtbaar. Het creëert werkgelegenheid, stimuleert verduurzaming en bevordert het welzijn van inwoners”. Pagina | 47
Uit de interviews en de enquête blijkt, dat het AFC laat zien dat als bedrijven veel met elkaar samenwerken en er sprake is van symbiose tussen de bedrijven dit de positie en groei van de bedrijven versterkt. Verder is gebleken dat innovaties zoals ontwikkeld door Cosun met Inicio kansen worden gerealiseerd met voordelen voor de gehele economie en het milieu. Het AFC heeft ruimte geboden aan de benodigde schaalvergroting in de tuinbouwsector, waardoor de Brabantse glastuinbouw is versterkt. Door het AFC zijn er ook meer arbeidsplaatsen gecreëerd in de gemeente Steenbergen. Veelal gaat het om seizoensarbeiders, maar door de samenwerking tussen de bedrijven worden deze seizoensarbeiders steeds vaker flexibel ingezet. In het laagseizoen voor de glastuinbouw gaat een deel van de seizoensarbeiders werken in de (logistieke) bedrijven om daarna in het hoogseizoen weer terug te keren in de glastuinbouw. In het interview met de Dorpsraad en Burenraad op 4 december 2024 werd aangegeven dat telers wel hebben geprobeerd met Nederlandse werknemers te werken, maar dat dit niet goed werkte vanwege vele afmeldingen. De Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord geeft daarentegen in het interview van 11 december 2024 aan, dat de werkgelegenheid met name laaggeschoold werk heeft opgeleverd en dat de bedrijven in het AFC minder ruimte bieden voor deeltijdwerkers.
De arbeidsmigranten die er werken, maken lange dagen en volle weken, zo geeft de Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord aan. Cosun, VDV en Primeale United geven in het interview van 11 oktober 2024 aan dat een knelpunt voor economische ontwikkeling van het AFC huisvesting is. Het gaat dan niet alleen om huisvesting van arbeidsmigranten, maar ook om huisvesting van Nederlandse werknemers. Hoe moeilijker het is om de huisvesting te regelen, hoe moeilijker het is voor bedrijven om verder te groeien en hoe moeilijker het is om het AFC interessant te houden voor bedrijven. Ook de aantrekkelijke leefomgeving is belangrijk voor de verdere groei en daar laten de gemeentes nog kansen liggen. Er zijn wel initiatiefnemers voor het realiseren van huisvesting voor arbeidsmigranten. Het college van burgemeester en wethouders heeft twee principe-uitspraken gedaan voor de realisatie van initiatieven voor de huisvesting van arbeidsmigranten ten oosten van de snelweg en ten zuiden van het AFC aan de Noordlangeweg. Er is een principe-uitspraak gedaan voor een initiatief voor de huisvesting van maximaal 400 arbeidsmigranten aan de Noordlangeweg 14 en 14a en er is een tweede principe-uitspraak gedaan voor een initiatief voor de huisvesting van maximaal 264 arbeidsmigranten aan de Noordlangeweg 14b.
Echter, volgens de sitemanager van Primeale United (zo blijkt uit het interview) “hebben we een cultuurprobleem in de gemeente Steenbergen als het gaat om de acceptatie van arbeidsmigranten”. Ook de Burenraad en Dorpsraad constateren dat inwoners uit Dinteloord “meer dan 600 plekken voor arbeidsmigranten allemaal veel vinden”, terwijl in de Welberg 400 arbeidsmigranten wonen in een dorp van 1200 inwoners. De Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord geeft aan dat er veel arbeidsmigranten wonen in de gemeente Steenbergen, maar de integratie in Pagina | 48
de samenleving blijft achter. Vanuit de gemeente worden er volgens de Vereniging Werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord ook geen inspanningen verricht om die integratie te bevorderen. Dat heeft invloed op de sociale cohesie en het veiligheidsgevoel in de kern Dinteloord. Bedrijven binnen het AFC maken zich hier zorgen over. De sitemanager van Primeale United geeft aan, dat arbeidsmigranten steeds vaker kiezen om in Roosendaal op de Borchwerf te werken of in Moerdijk. Huisvesting en openbaar vervoer zijn daar veel beter geregeld en “we zien nu al dat Poolse medewerkers kieskeuriger worden en kijken wat er lokaal in de buurt is”.
6.6 Bevindingen Hoofdstuk 6 heeft inzicht gegeven in de ambities, doelstellingen en verwachtingen die ten grondslag lagen aan het ontwikkelen van het AFC Nieuw Prinsenland en geformuleerd zijn in de bestuursovereenkomst tussen provincie en gemeente, de exploitatieovereenkomsten tussen de provincie, de suikerfabriek en de TOM en in (de toelichting van) het provinciaal inpassingsplan (PIP). Opvallend is dat in alle stukken de termen doelstellingen, ambities en verwachtingen door elkaar gebruikt worden. Mogelijk zijn er hierdoor zelfs op punten verkeerde verwachtingen gewekt. Doelstellingen: Doelstellingen zijn concrete en meetbare resultaten die je wilt bereiken binnen een specifieke tijdsperiode. Ze zijn vaak duidelijk gedefinieerd, realistisch en gebaseerd op een plan. Ambities: Ambities zijn bredere, meer aspiratieve ideeën of dromen die aangeven waar je naar streeft. Ze zijn minder concreet dan doelstellingen en worden vaak gedreven door visie en idealen. Ambities geven de richting aan, maar hoeven niet per se direct meetbaar te zijn. Verwachtingen: Verwachtingen verwijzen naar de aannames of hoop die mensen hebben over toekomstige uitkomsten. Ze kunnen zowel realistisch als onrealistisch zijn en worden vaak beïnvloed door percepties, ervaringen of communicatie.
In dit hoofdstuk is in iedere paragraaf een uiteenzetting gegeven van de doelstellingen, maar in de beschrijving is te lezen dat niet voor alle thema’s concrete en meetbare doelstellingen zijn geformuleerd. Vaak is er sprake van een verwachting, een veronderstelling of een ambitie. Dit heeft er ook toe geleid dat niet voor alle punten heel zwart-wit gezegd kan worden of het AFC alle resultaten behaald heeft. Of ambities enigszins gerealiseerd zijn en of verwachtingen zijn uitgekomen, zijn wel beschreven. Of deze resultaten voldoende zijn, is aan de lezer. De behaalde resultaten op economisch, milieutechnisch en ruimtelijk gebied zijn uitgebreid beschreven in dit hoofdstuk. Samengevat kunnen we hierover het volgende zeggen: 1. Op economisch gebied Pagina | 49
a. Er hebben zich bedrijven in het AFC gevestigd die door symbiose zichzelf en elkaar hebben weten te versterken. b. Het AFC heeft de gemeente Steenbergen op de kaart gezet als een gemeente met een sterke biobased-economy waar innovatie en duurzaamheid hand in hand gaan. c. Het AFC heeft ruimte geboden aan een beter ingerichte en gemoderniseerde glastuinbouwlocatie. d. De suikerfabriek is geen solitair bedrijf meer. Door het AFC heeft de suikerfabriek zich op een duurzame manier autonoom ontwikkeld. e. Door de groei van bedrijven en werkgelegenheid is er een probleem ontstaan op het gebied van arbeidsmigrantenhuisvesting. 2. Op milieutechnisch gebied a. Plantaardige innovatie is versterkt door het Cosun Innovation Center en Inicio. b. De biomassavergistingsinstallatie van Cosun levert groen gas. c. Er is een uniek gietwatersysteem ontwikkeld met ondergrondse wateropslag, waarbij afvalwater van de suikerbietenverwerking gezuiverd en geschikt gemaakt wordt voor levering aan de glastuinbouw en andere bedrijven op het AFC. d. De aanvoer van suikerbieten vanuit Zuid-Limburg vindt deels over water plaats. Dit levert een CO2 reductie op. e. Bij de verbranding van afval in de afvalenergiecentrale van Prezero in Roosendaal komen restwarmte en CO2 vrij.
Er is in oktober 2024 een project gestart om deze restwarmte en CO2 in de nabije toekomst te laten gebruiken door glastuinbouwbedrijven in het AFC. De warmte is voor de kassen en de CO2 dient als voeding voor de planten. f. De 7 windmolens dragen bij aan een grootschalige opwek van duurzame energie. 3. Op ruimtelijk gebied a. De beloofde landschappelijke ontwikkeling die gerealiseerd zou worden met middelen vanuit het natuurfonds, is niet gerealiseerd. b. Het AFC heeft bijgedragen aan het verkleinen van het ruimtelijk beslag door bijvoorbeeld efficiëntere opslag van producten en grondstoffen en doordat bedrijven elkaars ruimtes gebruiken.
Pagina | 50
7
Uitvoering van vastgelegde randvoorwaarden
Om de doelstellingen voor de ontwikkeling van het AFC te kunnen waarborgen én om in de bezwaren van inwoners uit de gemeenten Steenbergen, Halderberge en Moerdijk tegemoet te komen zijn in het provinciaal inpassingsplan, de bestuursovereenkomst en in de exploitatieovereenkomsten randvoorwaarden opgenomen. In dit hoofdstuk worden deze randvoorwaarden beschreven. De informatie verkregen uit de gehouden interviews hebben vele inzichten gegeven in de mate waarin betrokken partijen zich aan deze randvoorwaarden hebben gehouden.
7.1 Bedrijfsadviescommissie Nieuw Prinsenland Zoals in de vorige hoofdstukken reeds uitgebreid is besproken, is het Agro & Food Cluster Nieuw Prinsenland een duurzaam cluster van bedrijven uit en gelieerd aan de agro en levensmiddelen sector, glastuinbouw en de suikerfabriek in Dinteloord. In het provinciaal Inpassingsplan Agro & Food Cluster West-Brabant is in artikel 5.1 vastgelegd dat op het te ontwikkelen bedrijventerrein primair de volgende bedrijven kunnen worden gevestigd (Provincie Noord-Brabant, 9 juli 2010, p. 19): a. Agro- en food gerelateerde bedrijven b. Bedrijven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie c. Be- en verwerkende agrologistieke bedrijven d. Niet grondgebonden agrarische bedrijven, niet zijnde intensieve veehouderijen en glastuinbouwbedrijven De voorwaarden waaronder het college van burgemeester en wethouders ontheffing mag verlenen van de gebruiksregels, staan omschreven in artikel 5.6, lid c en d van het Inpassingsplan Agro & Food Cluster West-Brabant. Daarbij is wel een advies verplicht dat verkregen wordt door een door Gedeputeerde Staten en burgemeester en wethouders gezamenlijk aangewezen commissie van ter zake deskundigen. Het instellen en benoemen van een dergelijke commissie van ter zake deskundige is één van de vastgelegde randvoorwaarden in het provinciaal inpassingsplan.