CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport De resultaten van het AFCWB.pdf

Besluitvormende Vergadering 25 september 2025, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 10.: Rekenkamerrapport 'De resultaten van het Agro en Food Cluster Nieuw Prinsenland en de blik op de toekomst'.31.506 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

De resultaten van het Agro en Food Cluster Nieuw Prinsenland en de blik op de toekomst

Eindrapport, 18 juni 2025

Pagina | 2

Voorwoord Voor u ligt het eerste onderzoeksrapport van de rekenkamer gemeente Steenbergen in de nieuwe samenstelling. Op 26 oktober 2023 heeft de raad besloten een rekenkamer in te stellen. Met de benoeming van het laatste lid in december van dat jaar, is de rekenkamer gemeente Steenbergen in het eerste kwartaal van 2024 gestart met een inventarisatie van mogelijke onderzoeksonderwerpen door een blik te werpen op de politieke agenda en het coalitieakkoord, de actualiteiten bij te houden in de gemeente Steenbergen, een gesprek met de griffier te voeren en fractiebezoeken af te leggen. Deze fractiebezoeken vonden ook nog in het tweede kwartaal van 2024 plaats. Nadat de rekenkamer het onderzoeksonderwerp ‘Agro en Food Cluster Nieuw Prinsenland’ had vastgelegd, is een opzet voor het onderzoek uitgewerkt en is uw raad in juli 2024 geïnformeerd middels het document ‘Onderzoeksopzet Agro en Food Cluster West-Brabant’. Het onderwerp kent een lange historie en dit heeft als gevolg gehad dat er behoorlijk veel tijd nodig was voor het bestuderen van allerlei stukken, besluiten en verslagleggingen. Hoofdlijnen in besluitvorming en ontwikkelingen t.a.v. het Agro en Food Cluster Nieuw Prinsenland (in het rapport wordt eveneens de afkorting AFC gebruikt) kunt u in dit rapport terugvinden. De rekenkamer vindt het belangrijk een toegevoegde waarde te zijn voor de gemeenteraad.

We zijn van mening dat met de keuze voor dit onderzoeksonderwerp we u van waardevolle informatie voorzien t.a.v. de ontwikkeling van het AFC. Omdat niet alle gemeenteraadsleden de start van het AFC als raadslid hebben meegemaakt, zal dit rapport ervoor zorgen dat het kennisniveau t.a.v. dit dossier enigszins gelijkgetrokken wordt binnen uw raad. Daarnaast geven onze aanbevelingen uw raad het inzicht om mogelijk nog aan ‘knoppen te draaien’ t.a.v. toekomstige ontwikkelingen. De hoofdstukken ‘Conclusies’ en ‘Aanbevelingen’ vormen een compacte samenvatting van het rapport, waardoor u sneller de hoofdzaken uit het onderzoek kunt lezen. Tot slot wil de rekenkamer nog de dank uitspreken aan de vele mensen die bereid waren om ons tijdens het onderzoek te woord te staan en/of onze vragen te beantwoorden. Die medewerking heeft tot heldere inzichten geleid en ons de mogelijkheid gegeven de onderzoeksvraag en de deelvragen te beantwoorden. Namens de rekenkamer gemeente Steenbergen, Mike Ridderhof - voorzitter Bülent Acer – secretaris Evelien de Neve – lid Saskia Schenk - lid

Pagina | 3

Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................. 3 Inhoudsopgave ...................................................................................................... 4 1 Conclusies ........................................................................................................ 6 2 Aanbevelingen ................................................................................................ 11 3 Inleiding .......................................................................................................... 15 3.1

Introductie onderzoek............................................................................. 15

3.2

Aanleiding van het onderzoek ................................................................ 15

3.3

Belang van het onderzoek...................................................................... 16

3.4

Beschrijving context ............................................................................... 16

3.5

Leeswijzer .............................................................................................. 19

4 Doelstelling, methodiek en normenkader ........................................................ 21 4.1

Doelstelling ............................................................................................ 21

4.1.1 Centrale vraag ....................................................................................... 21 4.1.2 Deelvragen ............................................................................................ 21 4.2

Methodiek .............................................................................................. 22

4.3

Normenkader ......................................................................................... 23

5 Beschrijving en invulling van het AFC gebied .................................................. 25 5.1

Beschrijving AFC gebied ........................................................................ 25

5.2

Huidige invulling AFC gebied ................................................................. 26

5.3

Bevindingen ........................................................................................... 30

6 Doelstellingen en behaalde resultaten............................................................. 32 6.1

Glastuinbouw ......................................................................................... 32

6.2

Symbiose ............................................................................................... 33

6.2.1 Samenwerking ....................................................................................... 33 6.2.2 Verkleinen van ruimtebeslag .................................................................. 35 6.2.3 Versterken van kennis en ontwikkeling................................................... 36 6.2.4 Energie-uitwisseling ............................................................................... 37 6.2.5 Uitwisseling van water ............................................................................ 39 6.2.6 CO2-reductie .......................................................................................... 41 6.2.7 Reductie transportkilometers.................................................................. 41 6.3

Autonome ontwikkeling suikerfabriek ..................................................... 42

6.4

Kwaliteit van het landelijk gebied............................................................ 43

6.5

Impuls economische ontwikkeling .......................................................... 47

6.6

Bevindingen ........................................................................................... 49

Pagina | 4

7 Uitvoering van vastgelegde randvoorwaarden ................................................. 51 7.1

Bedrijfsadviescommissie Nieuw Prinsenland.......................................... 51

7.2

Arbeidsmigranten ................................................................................... 54

7.3

Bouwen extra woningen ......................................................................... 56

7.4

Vrachtverkeerproblematiek .................................................................... 59

7.5

Landschappelijke inpassing ................................................................... 61

7.6

Lichtemissie ........................................................................................... 63

7.6.1 De aanloop en de regels ........................................................................ 63 7.6.2 Finetuning van de regels ........................................................................ 65 7.6.3 De ervaringen ........................................................................................ 66 7.6.4 Lichtemissie ........................................................................................... 67 7.6.5 Samengevatte resultaten ....................................................................... 69 7.7

Natuurfonds ........................................................................................... 70

7.8

Fonds bovenwijkse voorzieningen .......................................................... 72

7.9

Overige (financiële) randvoorwaarden.................................................... 73

7.10 Parkmanagement ................................................................................... 73 7.11 Communicatie met de gemeenteraad..................................................... 74 8 Blik op de toekomst ......................................................................................... 76 8.1

Wensen en behoeften ............................................................................ 76

8.2

Nationale druk groei glastuinbouw ......................................................... 78

8.3

Rol van de gemeenteraad ...................................................................... 79

9 Bestuurlijke reactie .......................................................................................... 81 10 Nawoord ......................................................................................................... 85 Bijlage 1 Onderzoeksverantwoording ................................................................ 86 Bijlage 2 Enquête bedrijven ............................................................................... 90 Bijlage 3 Doorkijk AFC gelden van 15 januari 2025 ........................................... 93 Bijlage 4 Overzicht communicatiemomenten richting gemeenteraad ................. 94

Pagina | 5

1 Conclusies De centrale vraag van het onderzoek luidt als volgt: “In hoeverre voldoet de ontwikkeling van het Agro Food Cluster Nieuw Prinsenland tot op heden aan de beoogde doelen en maatschappelijke effecten en op welke wijze kan de gemeenteraad Steenbergen invloed hebben op de verdere ontwikkeling en/of eventuele uitbreiding van het AFC?” De totale ontwikkeling van het AFC is een grote en complexe opdracht gebleken. Niet alle uitdagingen waren bij aanvang voorzienbaar en er kan gesteld worden, dat het AFC vorm en inhoud heeft gekregen binnen een dynamische context. Alhoewel het AFC terrein nog niet volledig is ingevuld zijn er op economisch, milieutechnisch en ruimtelijk gebied al meerdere doelen bereikt. De verwachte dynamiek en symbiose tussen de bedrijven op het agrofood gerelateerde bedrijventerrein ligt aan de behaalde resultaten ten grondslag. Enkele knelpunten ten aanzien van het niet (volledig) uitvoering geven aan de randvoorwaarden vormen nog wel een belemmering voor de verdere groei en ontwikkeling van het AFC en een belemmering voor de relatie tussen de inwoners uit het dorp Dinteloord, het AFC en de gemeente Steenbergen.

De beloofde landschappelijke kwaliteitsimpuls is niet uitgevoerd, er is sprake van een woningtekort en daarmee ook voor arbeidsmigrantenhuisvesting, het openbaar vervoer naar het AFC is niet goed geregeld voor werknemers en inwoners ervaren nog steeds een verkeersproblematiek; toezeggingen worden niet nagekomen. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om bij het vaststellen van de omgevingsvisie eind 2025 een keuze te maken om wel of geen toekomstige uitbreiding van het AFC mogelijk te maken middels het aanwijzen van een zoekgebied. Ook heeft de gemeenteraad de mogelijkheid het college de opdracht te geven knelpunten op te lossen en/of randvoorwaarden met een grotere snelheid uit te laten voeren. Een concreet uitvoeringsplan zou tot een meer actieve houding van de gemeente kunnen leiden.

Deze eindconclusie is gebaseerd op de deelconclusies die getrokken kunnen worden aan de hand van de opgestelde deelvragen: 1. Waar zijn de ambities en doelstellingen voor het AFC vastgelegd en welke ambities en doelstellingen zijn dit en zijn deze doelstellingen meetbaar geformuleerd? - De ambities en doelstellingen zijn vastgelegd in de bestuursovereenkomst tussen provincie en gemeente, de exploitatieovereenkomsten tussen de provincie, de suikerfabriek en de TOM en in (de toelichting van) het provinciaal inpassingsplan (PIP). - Er zijn zowel economische, milieutechnische als ruimtelijke ambities en doelstellingen geformuleerd. Samengevat komen deze ambities en doelstellingen neer op het idee dat door het vestigen van agrofoodgerelateerde bedrijven, een duurzame en autonome ontwikkeling van de suikerfabriek, een moderne glastuinbouwlocatie met grote kavels en de symbiose die tussen al deze bedrijven plaats gaat vinden, er een sterke biobased-economy gaat ontstaan waar innovatie en duurzaamheid hand in hand gaan. De investering in de landschappelijke

Pagina | 6

-

inpassing en kwalitatieve impuls in het landelijk gebied zou voor een hoge beeldkwaliteit van het AFC en de omgeving moeten zorgen. Ambities, doelstellingen en verwachtingen zijn termen die in de stukken door elkaar gebruikt worden. Hierdoor wordt er soms een concrete en meetbare doelstelling geformuleerd, de andere keer worden er verwachtingen uitgesproken op basis van aannames en ook worden er droombeelden geschetst. Voor de meetbare doelstellingen zijn over het algemeen geen streefcijfers bij de start van het AFC vastgelegd. Resultaten kunnen vaak wel cijfermatig onderbouwd worden.

2. Hoeveel beschikbare ruimte in het AFC is inmiddels ingevuld en hoeveel van deze bedrijven vallen in de categorie glastuinbouw, agro- en foodgerelateerde bedrijven, voedings- en genotmiddelenindustrie en be- en verwerkende agrologistiek? - Van de glastuinbouwlocatie is ongeveer 10% nog niet verkocht; sommige verkochte percelen zijn nog niet bebouwd. Van het bedrijventerrein is ongeveer 34% nog niet verkocht. - Het merendeel van de bedrijven valt in de rechtstreeks toelaatbare categorie bedrijven (glastuinbouw, agro- en foodgerelateerde bedrijven, voedings- en genotmiddelenindustrie en be- en verwerkende agrologistiek). Een drietal bedrijven valt in de categorie niet rechtstreeks toelaatbare bedrijven. Deze bedrijven hebben een ontheffing verkregen vanwege symbiosemogelijkheden. 3. Wat zijn de resultaten van de symbiose en samenwerking tussen de bedrijven in het AFC op economisch, milieutechnisch en ruimtelijk gebied en welke ontwikkelingen worden in de komende 10 jaar verwacht? 1. Op economisch gebied a. Er hebben zich bedrijven in het AFC gevestigd die door symbiose zichzelf en elkaar hebben weten te versterken. b. Het AFC heeft de gemeente Steenbergen op de kaart gezet als een gemeente met een sterke biobased-economy waar innovatie en duurzaamheid hand in hand gaan. c. Het AFC heeft ruimte geboden aan een beter ingerichte en gemoderniseerde glastuinbouwlocatie. d.

De suikerfabriek is geen solitair bedrijf meer. Door het AFC heeft de suikerfabriek zich op een duurzame manier autonoom ontwikkeld. e. Door de groei van bedrijven en werkgelegenheid is er een probleem ontstaan op het gebied van arbeidsmigrantenhuisvesting. 2. Op milieutechnisch gebied a. Plantaardige innovatie is versterkt door het Cosun Innovation Center en Inicio. b. De biomassavergistingsinstallatie van Cosun levert groen gas. c. Er is een uniek gietwatersysteem ontwikkeld met ondergrondse wateropslag, waarbij afvalwater van de suikerbietenverwerking gezuiverd en geschikt gemaakt wordt voor levering aan de glastuinbouw en andere bedrijven op het AFC. d. De aanvoer van suikerbieten vanuit Zuid-Limburg vindt deels over water plaats. Dit levert een CO2 reductie op.

Pagina | 7

e. Bij de verbranding van afval in de afvalenergiecentrale van Prezero in Roosendaal komen restwarmte en CO2 vrij. Er is in oktober 2024 een project gestart om deze restwarmte en CO2 in de nabije toekomst te laten gebruiken door glastuinbouwbedrijven in het AFC. De warmte is voor de kassen en de CO2 dient als voeding voor de planten. f. De 7 windmolens dragen bij aan een grootschalige opwek van duurzame energie. 3. Op ruimtelijk gebied a. De beloofde landschappelijke ontwikkeling die gerealiseerd zou worden met middelen vanuit het natuurfonds, is niet gerealiseerd. b. Het AFC heeft bijgedragen aan het verkleinen van het ruimtelijk beslag door bijvoorbeeld efficiëntere opslag van producten en grondstoffen en doordat bedrijven elkaars ruimtes gebruiken. Uit de interviews en enquête is gebleken, dat bedrijven veel met elkaar samenwerken en dit de komende jaren nog verder willen intensiveren.

De volgende voorbeelden zijn onder meer door de initiatiefnemers en gevestigde bedrijven genoemd: - het gebruik maken van elkaars ruimtes en elkaars personeel, - het verminderen van de CO2 uitstoot door innovatieve ontwikkelingen of door ladingconsolidatie van Zijderlaan (niet meer gaan rijden met halve ladingen, maar kleine stromen consolideren en combineren tot volle ladingstromen), - efficiëntere opslag- en transportactiviteiten, - deelname aan het Osiris project (restwarmte van Prezero vanuit Roosendaal gebruiken), - het bewerken van reststromen en -producten van de suikerfabriek, - kennisdeling, - gebruik maken van elkaars netwerken, - gezamenlijke inkoop van materialen en diensten, - gezamenlijk opleiden van mensen 4.

Op welke wijze is er uitvoering gegeven aan de ruimtelijke en niet-ruimtelijke randvoorwaarden voor de ontwikkeling van het AFC en hoe ervaren inwoners uit Dinteloord dit? - Aan de volgende randvoorwaarden is voldaan: o Er is een bedrijfsadviescommissie ingesteld die bedrijven beoordeelt die niet rechtstreeks toelaatbaar zijn, maar ontheffing kunnen krijgen als er sprake is of kan zijn van symbiose; o De provincie heeft de regionale aanpak van arbeidsmigrantenhuisvesting op de agenda van het Regionaal Ruimtelijk Overleg geplaatst (maar er zijn nog steeds regionale discussies en een tekort aan woonruimte voor arbeidsmigranten); o Landschappelijke inpassing is conform het beeldregieplan uitgevoerd (voor zover de percelen verkocht zijn); o Er zijn al enkele jaren geen klachten meer over lichtemissie (echter dit wil niet zeggen dat de glastuinbouwbedrijven zich aan de regels houden; hoe hierop proactief wordt gecontroleerd is onduidelijk);

Pagina | 8

o o o

o

-

De stortingen in het fonds bovenwijkse voorzieningen worden grotendeels besteed aan het herinrichten van de Noordzeedijk-Kreekweg; De ambtelijke voorbereidingskosten zijn door de provincie betaald; Er is parkmanagement georganiseerd dat wordt uitgevoerd door de Coöperatieve Vereniging Glastuinbouw voor de glastuinbouwlocatie, door de Coöperatieve Vereniging Beheer Bedrijventerrein Nieuw Prinsenland voor het bedrijventerrein en door Cosun Beet Company voor haar eigen terreinen; Over de voortgang van de ontwikkeling van het AFC is veelvuldig gecommuniceerd met de gemeenteraad.

Aan de volgende randvoorwaarden is niet voldaan: o Bouwen van 300 extra woningen; dit is losgelaten, want er zijn nu afspraken over minimale groei van woningen. Er wordt te weinig gebouwd en er is een grote vraag; o Verkeersproblematiek in Dinteloord is niet opgelost; een haalbaarheidsstudie naar een omleidingsroute zou in het eerste kwartaal van 2025 worden afgerond; o Het geld in het natuurfonds is niet besteed aan het vergroten van de landschappelijke kwaliteit.

De verwachtingen bij inwoners over de inpassing van het AFC in het landelijk gebied zijn met name gevormd door de mooie groene afbeeldingen bij de start van het AFC. Inwoners zijn ook vaak betrokken geweest bij allerlei informatie- en participatiebijeenkomsten. Ze hebben vele malen mee kunnen denken over de kaders om het AFC in te passen in het landelijk gebied, over oplossingen voor de verkeersproblematiek, over de inrichting van de EVZ Molenkreek, over een Ontwikkelplan Dinteloord en ga zo maar door. Al deze bijeenkomsten hebben verwachtingen gewekt bij inwoners en veel van de ideeën die zijn besproken, worden niet uitgevoerd. Dat veroorzaakt ruis en ontevredenheid. 5. Is er bij de initiatiefnemers van het AFC, de inwoners van Dinteloord, de gemeente Steenbergen of de provincie Noord-Brabant behoefte aan verdere uitbreiding van het AFC en zo ja, hoe zien deze behoeftes eruit? Uit het onderzoek is geen eenduidig beeld ontstaan van de wensen en behoeften ten aanzien van uitbreiding van het AFC voor de komende jaren. Inwoners zitten over het algemeen niet te wachten op een uitbreiding. Sommige bedrijven geven aan dat er wel behoefte is aan uitbreiding (glastuinbouwbedrijf 4Evergreen bijvoorbeeld, omdat er geen grote percelen glastuinbouw meer beschikbaar zijn).

De initiatiefnemers geven aan, dat het bedrijventerrein nog ruimte heeft voor nieuwe bedrijven en over het algemeen zien bedrijven nog voldoende mogelijkheden en ruimte om intensiever met elkaar samen te werken en tot innovatieve ontwikkelingen binnen het AFC te komen. Daarnaast is de gemeente Steenbergen momenteel bezig met het ontwikkelen van een nieuw bedrijventerrein Reinierpolder III en richt daar de aandacht nu op. De provincie voelt momenteel geen druk vanuit het Rijk om de glastuinbouwlocatie in Dinteloord uit te breiden. Toch, als we 10 jaar vooruit kijken, valt te verwachten dat de druk zal stijgen om meer ruimte te creëren voor grootschalige glastuinbouwlocaties. Redenen hiervoor zijn de Pagina | 9

bewustere consument in de Westerse wereld die een gezond eetpatroon nastreeft met veel groenten en fruit en minder vlees én het extremere weer in Nederland (waardoor kassen een uitkomst bieden als er steeds hevigere regenbuien worden afgewisseld met lange droogte en hitteperiodes). Niet alle huidige vestigingslocaties van glastuinbouw zijn toekomstbestendige glastuinbouwgebieden, die invulling kunnen geven aan de transitie naar circulaire glastuinbouw. De mogelijkheid voor verduurzaming (van met name energie) is juist de kracht van het AFC, net als de beschikbaarheid van voldoende gas, elektra en gietwater. Dat maakt het aannemelijk dat het AFC ook voor toekomstige uitbreiding van glastuinbouw aantrekkelijk blijft. 6. Waar liggen de kaderstellende mogelijkheden voor de gemeenteraad bij de toekomstige ontwikkelingen van het AFC? Eind 2025 wordt de omgevingsvisie voorgelegd aan de gemeenteraad. Op dat moment heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om wel of niet te kiezen voor het aanwijzen van een uitbreidingslocatie en de mogelijkheid om concrete, meetbare kaders mee te geven als het gaat om uitbreiding van het AFC, de toegestane bedrijvigheid, de landschappelijke compensatie, de arbeidsmigrantenhuisvesting, het parkmanagement, infrastructuur, de lichtemissie etcetera.

Verder heeft de gemeenteraad in eigen hand of ze het college middels een motie kaders gaat geven ten aanzien van de uitvoering van de nog niet gerealiseerde randvoorwaarden (huisvesting arbeidsmigranten, kwalitatieve verbetering landelijke kwaliteit vanuit het natuurfonds, verkeersproblematiek) en eventueel ten aanzien van het verbeteren van het openbaar vervoer voor de medewerkers die werkzaam zijn op het AFC.

Pagina | 10

2 Aanbevelingen Op basis van het uitgevoerde onderzoek doet de rekenkamer de volgende aanbevelingen: Transparantie in besluitvorming Het Provinciaal Inpassingsplan voor het AFC biedt ruimte aan de gemeente om ontheffing te verlenen aan bedrijven die niet vallen in de categorie agro- en foodgerelateerde bedrijven zoals omschreven in artikel 5.1 (Provincie Noord-Brabant, 9 juli 2010, p. 19). Aanbeveling: Om meer transparantie te krijgen in de afwegingen die het college maakt in dergelijke situaties, kan de gemeenteraad het college opdragen inzicht te geven in het advies van de bedrijfsadviescommissie. Daarnaast kan de gemeenteraad het college opdragen een onderbouwing te geven wanneer afgeweken wordt van de overige voorwaarden (artikel 5.6 van het Inpassingsplan), zoals onder meer wanneer het bedrijfsperceel meer dan 5 ha bedraagt, of wanneer de kantoorfunctie een groter vloeroppervlak heeft dan 1.500 m2. Eveneens zou er meer transparantie ontstaan als de bedrijfsadviescommissie de beloofde jaarverslagen opstelt en deelt met de gemeenteraad. Dit kan ook als opdracht bij het college weggelegd worden. Balans agrofoodgerelateerde industrie en voedingsmiddelenindustrie versus symbioseafwijkende bedrijven Als je de percelen optelt waarop gebouwd kan worden, is er 53 ha beschikbaar op het bedrijventerrein. Ongeveer 18 ha ofwel 34% is niet verkocht.

Omdat er niet is vastgelegd hoeveel bedrijven ontheffing mogen aanvragen en er al voor 12,58 ha aan 3 bedrijven ontheffing is verleend, is het theoretisch mogelijk dat het AFC bij een volledige bezetting voor 42% bestaat uit bedrijven die rechtstreeks toelaatbaar zijn (bedrijven in de agrofoodgerelateerde industrie en voedingsmiddelenindustrie) en voor 58% bestaat uit bedrijven die niet rechtstreeks toelaatbaar waren. Aanbeveling: Om het gewenste resultaat te behalen van een AFC bedrijventerrein dat specifiek is bedoeld voor agro- en levensmiddelen gelieerde bedrijven, kan de gemeenteraad een voorwaarde opleggen aan het college van burgemeester en wethouders dat er bij het verstrekken van omgevingsvergunningen rekening mee gehouden wordt dat het aantal niet rechtstreeks toelaatbare bedrijven conform artikel 5.1 van het inpassingsplan niet meer ruimte gaat innemen dan de bedrijven waarvoor het bedrijventerrein rechtstreeks (zoals omschreven in artikel 5.1 van het inpassingsplan) bedoeld is. Landschappelijke ontwikkeling De door de gemeente Steenbergen toegezegde landschappelijke ontwikkeling aan de EVZ Molenkreek laat al 14 jaar op zich wachten. De gemeenteraad heeft onlangs Ontwikkelplan Dinteloord vastgesteld, maar ook hierin ontbreekt een concrete uitwerking van de toezegging.

Sterker nog, de eerste aandacht zal gaan naar woningbouwontwikkeling in het zuidwesten van Dinteloord. Pas daarna wordt gekeken naar het gebied ten zuidoosten van Dinteloord. Verwacht wordt dat medewerking van de grondeigenaar in het gebied waar de landschappelijke ontwikkeling aan de EVZ Molenkreek gerealiseerd zou moeten worden, pas verkregen wordt als in het zuidoostelijk gebied ook woningen gerealiseerd mogen gaan worden. Echter hoe lang Pagina | 11

wil het college de belofte aan de provincie, aan de inwoners en aan de participanten in het Koepeloverleg nog voor zich uitschuiven? Aanbeveling: Geadviseerd wordt het college te vragen welke landschappelijke ontwikkelingen op korte termijn (bijvoorbeeld binnen 1 jaar) wel gerealiseerd kunnen worden. Mocht het college niet tot concrete uitvoeringsplannen op korte termijn kunnen komen, dan kan de gemeenteraad het college een alternatief landschappelijk ontwikkelplan laten maken. Hier kan ook een termijn voor uitvoering aan verbonden worden. Hoe langer men wacht met de uitvoering hoe minder er gerealiseerd kan worden. De beschikbare financiële middelen zijn een vast bedrag en dit bedrag wordt niet jaarlijks geïndexeerd ofwel het beschikbare budget wordt met de jaren steeds minder waard. Dossiervorming Gedurende de uitvoering van het onderzoek bleek dat er steeds meer documenten interessant waren. Bij de start van het onderzoek heeft de rekenkamer documenten vanuit de ambtelijke organisatie gekregen, maar de rekenkamer heeft er zelf steeds meer documenten bij gevonden en gevraagd. Het was duidelijk dat er niet één dossier met relevante documenten aanwezig was. Ook was dit niet terug te vinden via de raadsinformatie website. Sommige documenten zijn verstrekt door andere partijen, zoals de suikerfabriek of provincie.

Een goede dossiervorming is van cruciaal belang voor het behoud van kennis en informatie binnen een organisatie. Het systematisch vastleggen en beheren van documenten en gegevens zorgt ervoor dat belangrijke informatie niet verloren gaat en gemakkelijk toegankelijk is voor (nieuwe) medewerkers en onderzoekers. Aanbeveling: Ga als gemeenteraad na of en welke protocollen er zijn voor dossiervorming van grote projecten en ontwikkelingen. Verzoek het college om de dossiervorming te verbeteren en treed in overleg met de griffier om dossiers online beschikbaar te krijgen. Communicatie met inwoners Het is tijdens het onderzoek gebleken, dat de afspraken zoals in eerste instantie bij de start van het AFC met inwoners zijn besproken hier en daar veranderd zijn. Denk bijvoorbeeld aan de groene visualisaties die zijn gemaakt hoe het AFC eruit zou komen te zien met een retentiezone ten zuiden van het AFC. Ook gedurende de jaren erna zijn er bijeenkomsten geweest waar inwoners bij betrokken zijn geweest of gevraagd zijn mee te denken, bijvoorbeeld ten aanzien van landschappelijke kwaliteitsverbeteringen, verkeersproblematieken etcetera. Sommige verwachtingen zouden waargemaakt worden door de (glastuinbouw)bedrijven en sommige door de gemeente.

Niet altijd zijn inwoners nauw betrokken geweest bij wijzigingen in de uitvoering en soms is er beperkt gecommuniceerd met bijvoorbeeld alleen een bewonersgroep. Aanbeveling: De gemeenteraad kan het college de opdracht geven om voorafgaand aan ieder project een paragraaf te wijden aan verwachtingenmanagement. Laat daarin vastleggen op welke wijze inwoners betrokken worden, hoe er met inwoners gecommuniceerd wordt en wie daar ambtelijk in het project de taak voor krijgt. Nu moeten inwoners nog te vaak op zoek naar informatie of lezen ze toevallig iets in de krant. Het is belangrijk om hier heldere afspraken over te maken, zodat verwachtingen meer gemanaged worden en er een goede relatie blijft tussen overheid en inwoners. Pagina | 12

Werkgelegenheid Uit het onderzoek kwamen twee tegenstrijdige signalen naar voren. Enerzijds geven de bedrijven in het AFC aan, dat inwoners uit de gemeente Steenbergen niet willen werken in het AFC, omdat het veelal laaggeschoolde functies zijn en inwoners na indiensttreding makkelijker afzeggen of niet op komen dagen. Anderzijds horen we vanuit inwoners, dat bedrijven in het AFC alleen maar mensen in dienst willen hebben die fulltime willen werken en lange dagen willen maken. Ook geven inwoners aan, dat arbeidsmigranten goedkoper voor de bedrijven zijn, waardoor inwoners uit de gemeente niet in aanmerking komen voor de vacatures. Daarnaast geven bedrijven in het AFC aan, dat het steeds lastiger wordt om arbeidsmigranten aan te trekken, omdat er niet voldoende huisvesting in de omgeving voor arbeidsmigranten is geregeld en het openbaar vervoer slecht geregeld is. Arbeidsmigranten kiezen daarom vaker voor een arbeidsplaats in de gemeenten Roosendaal of Moerdijk, omdat hier betere voorzieningen zijn. Aanbeveling: De gemeenteraad kan het college de opdracht geven om een goed beeld te krijgen van vraag en aanbod als het gaat om de benodigde werkgelegenheid.

Vragen als “Zijn er werkelijk inwoners uit de gemeente die in het AFC willen werken, maar daar geen kans voor krijgen?” en “Geven bedrijven werkelijk de voorkeur aan arbeidsmigranten en is er geen ruimte om meer inwoners in het AFC te laten werken?” zouden de aandacht mogen krijgen. Bovendien als je meer zicht krijgt op de personeelsbehoefte van het AFC, en het regelen van huisvesting en openbaar vervoer knoppen zijn waaraan je als gemeente kunt draaien, dan kun je daar als gemeente ook heldere en goed onderbouwde keuzes in maken. De gemeenteraad kan het college om een visie vragen. Wat is er nodig om het AFC in stand te houden en welke acties zou de gemeente kunnen ondernemen om aan de behoeftes tegemoet te komen? Trotsheid De innovatieve projecten binnen het AFC en de wijze waarop dat door de samenwerkende bedrijven gerealiseerd wordt, wordt voornamelijk in beeld gebracht als er ‘hoog’ bezoek is door een Tweede Kamerlid of door de Koningin. Aanbeveling: Om meer innovatieve bedrijven aan te trekken, om de innovatieve arbeidsmarkt in beeld te brengen van de gemeente Steenbergen of om de gemeente Steenbergen meer als een aantrekkelijke, vooruitstrevende en duurzame woongemeente in beeld te brengen, kan het AFC en alles wat bedrijven hierin voor elkaar krijgen, betrokken worden bij een ‘citymarketingstrategie’.

De gemeenteraad kan het college de opdracht geven om het AFC meer in te zetten om de gemeente te promoten als een duurzame en innovatieve gemeente waar vooruitstrevende bedrijven in de biobased economy gevestigd zijn. Het tonen van de trots op het AFC kan de gemeente nog meer versterken. Lichthinder Dat er sprake is van een hoge lichtemissie van de glastuinbouwlocatie in Dinteloord blijkt uit de lichtemissiekaarten. Het is echter niet duidelijk hoe de proactieve handhaving van de regels t.a.v. lichtemissie is geregeld door de omgevingsdiensten. Onbekend is in welke mate en op welke wijze er toezicht wordt gehouden op de lichtuitstoot en wat de uitkomsten daarvan zijn.

Pagina | 13

Aanbeveling: De gemeenteraad kan het college vragen om meer inzichtelijk te maken hoe proactief toezicht gehouden wordt op de naleving van de regels t.a.v. lichtemissie van de glastuinbouwlocatie. Ook meer inzicht in de wijze waarop de strengere regel t.a.v. het kieren wordt toegepast, kan gevraagd worden aan het college. De uitkomsten van het naleven van de regels t.a.v. lichthinder zou het college in een periodiek verslag kunnen verstrekken aan de gemeenteraad. Er golden voor het AFC strengere regels voor lichtuitstoot dan in de wet is vastgelegd. Door periodieke verslaglegging t.a.v. naleving van deze regels en de lichtemissie kan de gemeenteraad haar controlerende taak uitvoeren en kunnen de wisselende cijfers in de lichtemissiekaarten beter verklaard worden. Doorpakken of afwachten Het is belangrijk dat de gemeenteraad zich bewust is van het feit dat in sommige gevallen het niet oppakken van een rol ook consequenties kan hebben. Dit onderzoek laat zien dat zowel inwoners als bedrijven wachten op een proactieve houding van de gemeente Steenbergen. De tijd van haalbaarheidsstudies, plannen maken, droombeelden en verbeeldingen schetsen is voorbij. Er zijn al vele plannen gemaakt, waarover in persberichten wordt aangegeven wat er gaat gebeuren, maar er gaat veel tijd overheen.

Vijftien jaar na de start moeten de spades nog steeds de grond in voor de beloofde landschappelijke ontwikkeling waar ruim € 2 miljoen voor beschikbaar is in het natuurfonds. De huisvesting voor arbeidsmigranten blijft daarnaast ook een probleem. Verder hebben de haalbaarheidsstudies en de inventarisaties, die meerdere malen met inwoners zijn gemaakt voor de mogelijke tracés voor een oostelijke rondweg Dinteloord (onlangs ook nog tijdens de gesprekken met inwoners over het Ontwikkelplan Dinteloord), veel verwachtingen gecreëerd bij de inwoners. Uiteindelijk is hieruit alleen de belofte in 2022 gekomen om in het eerste kwartaal van 2025 een omleidingsroute voor landbouwverkeer in beeld te brengen. Tot op heden is deze belofte nog niet nagekomen. Anderzijds heeft het AFC een flinke bijdrage geleverd om de economische kracht van de gemeente Steenbergen en de onmisbare rol van het AFC in de biobased economy op de kaart te zetten. Echter, de bedrijven signaleren risico’s. Het is lastig aan personeel te komen, omdat de huisvesting voor arbeidsmigranten niet goed geregeld is en het AFC moeilijk met het openbaar vervoer te bereiken is. Inwoners van Dinteloord zijn niet altijd even blij met het AFC, maar zouden erbij gebaat zijn als het landschap verbeterd wordt en er wat gedaan wordt aan de verkeersproblematiek.

Aanbeveling: Daadkrachtig handelen van de gemeente Steenbergen is nodig en de gemeenteraad kan het college vragen focus te leggen op het uitvoeren van hetgeen wél kan of plannen die niet uitvoerbaar zijn los te laten en te vervangen voor plannen die wel binnen een redelijke termijn uitgevoerd kunnen worden. Om dit te concretiseren, kan gevraagd worden naar een uitvoeringsagenda.

Pagina | 14

3 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het onderzoek kort geïntroduceerd. We beschrijven de aanleiding van het onderzoek. We zetten het belang van het onderzoek uiteen en we eindigen dit hoofdstuk met een leeswijzer.

3.1 Introductie onderzoek De kiem voor het Agro en Food Cluster Nieuw Prinsenland (verder te noemen AFC) werd in 1997 gelegd door de Suiker Unie1 met het plan om een Agro Industrieel Complex Dinteloord bij de fabriek te ontwikkelen. Nadat daarna in 2003 de provincie2 met het verzoek kwam of er meer glastuinbouw ontvangen kon worden in de gemeente, is het plan voor het AFC voor het eerst in maart 2005 op tafel gelegd door de suikerfabriek en de Tuinbouw Ontwikkelingsmaatschappij (TOM). De beide initiatiefnemers gaven aan een uniek en innovatief bedrijventerrein te willen ontwikkelen; een terrein waarbij er ruimte is voor industriële bedrijven en glastuinbouwbedrijven die in symbiose met de suikerfabriek kunnen samenwerken. Van 2005 tot 2009 heeft er t.a.v. dit initiatief uitvoerig overleg plaatsgevonden tussen initiatiefnemers, de gemeenten Steenbergen, Halderberge en Moerdijk, provincie en bewoners uit de dorpen Dinteloord, Stampersgat en Heijningen. Dit leidde in 2010 tot het sluiten van een bestuursovereenkomst voor het AFC tussen de gemeente Steenbergen en de provincie.

3.2 Aanleiding van het onderzoek Toen begin 2024 de gemeente Steenbergen een vergunning verleende aan logistiek bedrijf Zijderlaan om een distributiecentrum te vestigen op het AFC kwamen er vragen vanuit de gemeenteraad en de bevolking. De vragen hadden onder meer betrekking op de symbiose met het Agro en Food Cluster, op de vraag of de vestiging van dit bedrijf bijdraagt aan de oorspronkelijke doelstelling van het AFC en op de vraag welke impact dit heeft op de omliggende dorpen en haar inwoners. Het onderwerp AFC is ook mede n.a.v. de informatieavond AFC van 20 februari 2024 voor raadsleden en inwoners, het vragenhalfuur van 7 februari 2024 en enkele gesprekken met raadsfracties tijdens het ‘rondje fractiebezoeken’ (jaarlijks overleg met de raadsfracties) op het netvlies gekomen van de rekenkamer. Om het onderwerp verder te verkennen werd een documentenanalyse gestart en vond er een verkennend gesprek plaats met de griffier. Hiermee werd de maatschappelijke relevantie van het onderwerp verder onderbouwd en werd de keuze voor het onderwerp vastgelegd.

1 Vanwege de fusie en daaropvolgend de naamsverandering van Suiker Unie naar Cosun kiezen we verder in dit

rapport voor ‘suikerfabriek’, omdat dit de leesbaarheid ten goede komt. 2 Daar waar provincie staat wordt de provincie Noord-Brabant bedoeld.

Pagina | 15

3.3 Belang van het onderzoek De provincie heeft de ontwikkeling van het AFC altijd als een kansrijke ontwikkeling voor de regio gezien. De verwachting was dat door de bestaande suikerfabriek te koppelen aan een agro- en levensmiddelen gelieerd bedrijventerrein én een projectvestigingsgebied glastuinbouw er regionale voordelen zouden ontstaan op economisch gebied, op milieutechnisch gebied en op ruimtelijk gebied, onder andere door de mogelijkheid voor symbiose en samenwerking tussen deze bedrijven. Bovendien zag de provincie middels dit initiatief kansen voor de eigen provinciale opgave die er lag op het vlak van glastuinbouwontwikkeling. De gemeente Steenbergen stond positief tegenover het vernieuwende project. Daarbij heeft de gemeente Steenbergen van begin af aan oog gehad voor de (mogelijk) nadelige leefbaarheidseffecten voor de omgeving. Om deze nadelige gevolgen tot het meest haalbare minimum te beperken op de omgeving in het algemeen en de dorpen en inwoners van Dinteloord, Stampersgat en Heijningen in het bijzonder, heeft de gemeenteraad in 2008 destijds een amendement aangenomen. Dit heeft vervolgens geleid tot het Algemeen Kader Inpassingsplan AFCWB op 24 september 2009, waarbij randvoorwaarden zijn benoemd t.a.v. onder andere lichtemissie, landschappelijke inpassing en tijdelijke EU-arbeidskrachten.

Inmiddels zijn we 14 jaar verder na het sluiten van de bestuursovereenkomst voor het AFC met de provincie. Gezien het hoge ambitieniveau waarmee werd gestart en de ‘zorgen’ voor de nadelige leefbaarheidseffecten wordt het tijd om de balans op te maken. Welke verwachtingen zijn uitgekomen? Welke resultaten zijn behaald? En welke inspanningen zijn geleverd om de vastgelegde afspraken na te komen? Nog niet alle beschikbare ruimte in het AFC is ingevuld, dus is het mogelijk om met een opgemaakte balans middels dit rekenkameronderzoek scherp te blijven op de verdere ontwikkeling van het AFC en eventueel toekomstige uitbreidingsontwikkelingen.

3.4 Beschrijving context Om een beter beeld te krijgen van de context waarin keuzes zijn gemaakt die in 2010 leidde tot het sluiten van een bestuursovereenkomst tussen de gemeente Steenbergen en de provincie lichten we in deze paragraaf enkele beleidsuitgangspunten toe. Ruimtelijk beleid glastuinbouw In 2005 omschreven de ministeries van LNV (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) en VROM (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) in het Ruimtelijk beleid glastuinbouw dat er sinds 2002 een saldo nul benadering geldt voor glastuinbouw in Zuid-Holland (Van Kessel, H., Van Heest, F., McCarthy, B. & Otterman, E., 2005, p. 6). De provincie Zuid-Holland wil de glastuinbouw stabiel houden op 5800 ha. Daarnaast is het nodig dat de bestaande verouderde glastuinbouwcentra (met name in het Westland en Aalsmeer e.o.) geherstructureerd worden en er ontwikkelingsruimte komt voor duurzame, toekomstgerichte glastuinbouw. Pagina | 16

Om herstructurering mogelijk te maken wees het ministerie vervolgens tien landbouwontwikkelingsgebieden aan. Binnen deze gebieden is ruimte voor nieuwvestiging en uitbreiding. Eén van deze gebieden betreft West-Brabant (Arcadis, 2010, p. 5). Moerdijkse Hoek was voor West-Brabant de aangewezen locatie, omdat dit gebied al in 2002 in het Streekplan Brabant in Balans als gebied voor glastuinbouwontwikkeling werd aangeduid (Arcadis, 2010, p. 6). In 2005 werd duidelijk dat Moerdijkse Hoek als locatie voor glastuinbouwontwikkeling niet realiseerbaar was “…vanwege een gebrek aan lokaal bestuurlijk draagvlak” (Van Kessel, H., Van Heest, F., McCarthy, B. & Otterman, E., 2005, p. 26). Initiatief van de suikerfabriek en de TOM De nieuwe locatie Dinteloord kwam in het vizier bij de provincie door het initiatief van de suikerfabriek en de TOM voor een Agro Industrieel Complex. Er was wel enige weerstand vanuit de gemeente Steenbergen. Een dergelijke ontwikkeling zou het open polderlandschap gaan verstoren en (eventuele) nadelige leefbaarheidseffecten wilde men ook voorkomen. Om de gemeente Steenbergen tegemoet te komen, werd in de bestuursovereenkomst tussen de gemeente Steenbergen en de provincie Noord-Brabant (Gemeente Steenbergen, 30 juni 2010, p.

4 e.v.) voorgesteld door de provincie om: - Uit te gaan van het Algemeen Kader Inpassingsplan (raadsbesluit van 24 september 2009; overeenstemming tussen suikerfabriek, TOM, gemeente en provincie over het ruimtelijk kader waarin het AFC zich ontwikkelt); - Medewerking te verlenen aan de gemeente Steenbergen om 300 reguliere woningen boven het planningscijfer te mogen bouwen en 20 woningen in het kader van de Ruimte-voor-ruimteregeling; - Medewerking te verlenen om de huisvesting van arbeidsmigranten regiobreed aan te pakken en dit te blijven agenderen op het Regionale Plannings Overleg (RPO); - Medewerking te verlenen om vrachtverkeerproblematieken tegen te gaan voor Dinteloord; - Een bijdrage voor het ‘natuurfonds’ van € 2,64 per m2 uitgegeven grond te verstrekken voor het hele plangebied; - € 5 miljoen uit het natuurfonds beschikbaar te maken voor de aanleg van het A4-aquaduct door Rijkswaterstaat; - Een bijdrage voor het ‘fonds bovenwijkse voorzieningen’ van € 3,17 per m2 uitgegeven grond te verstrekken, uitsluitend voor het aan te leggen bedrijventerrein; - De verplichting van de gemeente Steenbergen over te nemen tot het betalen van € 3 miljoen voor de versnelde aanleg van de A4; - De ambtelijke voorbereidingskosten van de gemeente Steenbergen voor het AFC te vergoeden ter waarde van € 400.000,-; - In beginsel mee te werken aan de ontwikkeling van het recreatieve

“Dintelpark”, mits er geen permanent te bewonen woningen worden gebouwd. De provincie Noord-Brabant zou zich bovenstaande financiële en andere verplichtingen alleen opleggen mits de gemeente Steenbergen zou meewerken in de ontwikkeling van het AFCWB (Provincie Noord-Brabant, 2010, p. 2). Pagina | 17

foto: (oude deel van) het kantoorpand van de Suikerfabriek (bron: www.fabriekofiel.com)

Beleidsnota Glastuinbouw Op 28 november 2006 wordt door de provincie de Beleidsnota Glastuinbouw vastgesteld (Provincie Noord-Brabant, 2007, p. 100-101). De provincie beschrijft hierin de ambitie om planologisch ruimte te bieden voor de ontwikkeling van glastuinbouw tot 1500 ha in 2015 en tot 1800 ha in 2020. De volgende doelen worden omschreven: - Ruimte bieden voor de ontwikkeling van glastuinbouw - Concentreren van de glastuinbouw in concentratiegebieden en saneren van de glastuinbouw uit kwetsbare gebieden - Verduurzamen van de ontwikkeling van de glastuinbouw Provinciaal Inpassingsplan (PIP) Inpassingsplannen zijn bestemmingsplannen die door de minister van VRO (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) of door Provinciale Staten kunnen worden vastgesteld wanneer er sprake is van rijks of provinciaal belang. Na juridische vaststelling van een PIP fungeert het Inpassingsplan als een (regulier) gemeentelijk bestemmingsplan. Dit betekent dat de bevoegdheden over het al dan niet toepassen van flexibiliteitsbepalingen (wijzigingsbevoegdheden en ontheffingen) in het plan bij de betreffende gemeente ligt (Arcadis, 2009, p.76). De provincie Noord-Brabant heeft er bij de start van het AFC voor gekozen om een inpassingsplan op te stellen voor het AFC West-Brabant (Arcadis, 2009, p. 5).

Hierbij heeft de provincie de volgende afwegingen gemaakt: - De provincie wil middels ketenbenadering 200-220 ha glastuinbouwgebied in West-Brabant realiseren, zodat er ruimte ontstaat om glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden te saneren. - Het AFC is gelet op de koppeling suikerfabriek, specifiek bedrijventerrein en glastuinbouwontwikkeling een unieke ontwikkeling. De koppeling tussen de drie ontwikkelingen is een belangrijke voorwaarde om hier een samenwerkend Pagina | 18

-

geheel te creëren, waarbij de ontwikkelingen elkaar versterken. Dit betekent dat de provincie eisen stelt aan de segmentering op het AFC. De provincie stelt bovengemiddelde eisen aan de ruimtelijke kwaliteit welke met de ontwikkeling van het AFC ontwikkeld moeten worden. De ontwikkeling moet passen in de ambities die de provincie benoemt in het kader van Mooi Brabant. De provincie wil gewaarborgd zien dat deze ambities waargemaakt worden. Voor een deel kan deze invulling ook buiten het terrein plaatsvinden.

Visie Agrologistiek In de ‘Visie Agrologistiek’ heeft het Rijk de ambitie vastgelegd om te willen komen tot verbetering van de efficiëntie in de agro- en foodsector langs drie wegen. Op de eerste plaats door clustering van primaire productie, verwerking en distributie van agrarische producten en voedingsmiddelen. Ten tweede door clusters met elkaar te verbinden zodat aanvoer van grondstoffen en afvoer van producten gebundeld kunnen worden. Tenslotte door het beter regisseren, sturen en beheersen van goederenstromen. Agroparken kunnen in dit verband een sleutelrol vervullen. Dit zijn ruimtelijke clusters van agrarische en niet-agrarische activiteiten. Dit concept biedt mogelijkheden voor het sluiten van kringlopen, het besparen van transport en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit.

3.5 Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd: - In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de doelstelling van het onderzoek, de centrale vraag en de deelvragen. Ook wordt ingegaan op de onderzoeksmethoden en het normenkader. - In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op een omschrijving van het gebied van het AFC en de huidige invulling. Ook wordt de rol van de adviescommissie beschreven bij de toelating van bedrijven die niet direct binnen de toelatingskaders van het gebied passen. Deelvraag 2 wordt hiermee beantwoord. - Hoofdstuk 6 gaat nader in op de verschillende ambities van de betrokken partijen bij het AFC en de resultaten die behaald zijn. Deelvragen 1 en een deel van deelvraag 3 worden in dit hoofdstuk beantwoord. Inzichten hiervoor zijn afkomstig uit documentenanalyse, interviews en een enquête die is uitgezet onder de gevestigde bedrijven. - Hoofdstuk 7 gaat in op de randvoorwaarden die tussen de betrokken partijen zijn vastgelegd in de exploitatieovereenkomsten, het provinciaal inpassingsplan en het bestuursakkoord. Deze randvoorwaarden zijn ‘harde’ afspraken die gemaakt zijn en in de interviews met de gemeente, provincie, Cosun en inwoners hebben we hierover vragen gesteld. Deelvraag 4 wordt hiermee in dit hoofdstuk beantwoord. - Hoofdstuk 8 biedt een blik op de toekomst.

Welke behoeftes zijn er bij de betrokken partijen en welke invloed heeft de raad op toekomstige ontwikkelingen? Een deel van deelvraag 3 en deelvragen 5 en 6 worden in dit hoofdstuk beantwoord.

Pagina | 19

-

-

Hoofdstuk 9 bevat de bestuurlijke reactie die we ontvangen hebben van het college, nadat we het concept rapport voor hoor- en wederhoor hadden aangeboden. In hoofdstuk 10 volgt vervolgens nog een nawoord met een reactie van de rekenkamer op het bestuurlijke hoor- en wederhoor. Tot slot wordt het rapport afgesloten met enkele bijlagen.

Pagina | 20

4 Doelstelling, methodiek en normenkader In dit hoofdstuk beschrijven we de doelstelling van het onderzoek, de centrale vraag en de daaruit afgeleide deelvragen. Verder zetten we uiteen met welke methodiek we antwoorden per deelvraag hebben gekregen. Tot slot wordt met een normenkader weergegeven hoe onderzoeksuitkomsten beoordeeld kunnen worden.

4.1 Doelstelling De doelstelling van de rekenkamer voor dit onderzoek is tweeledig: 1. De gemeenteraad inzicht geven in de mate waarin doelstellingen en ambities van het AFC behaald zijn; 2. De gemeenteraad inzicht geven in de verdere ontwikkeling van het AFC en een eventueel toekomstige tweede fase (uitbreiding van het AFC).

4.1.1 Centrale vraag De centrale vraag van het onderzoek luidt als volgt: In hoeverre voldoet de ontwikkeling van het Agro Food Cluster West-Brabant tot op heden aan de beoogde doelen en maatschappelijke effecten en op welke wijze kan de gemeenteraad Steenbergen invloed hebben op de verdere ontwikkeling en/of eventuele uitbreiding van het AFC?

4.1.2 Deelvragen De centrale vraag is uitgewerkt in de volgende 6 deelvragen: 1. Waar zijn de ambities en doelstellingen voor het AFC vastgelegd en welke ambities en doelstellingen zijn dit en zijn deze doelstellingen meetbaar geformuleerd? 2. Hoeveel beschikbare ruimte in het AFC is inmiddels ingevuld en hoeveel van deze bedrijven vallen in de categorie glastuinbouw, agro- en foodgerelateerde bedrijven, voedings- en genotmiddelenindustrie en be- en verwerkende agrologistiek? 3. Wat zijn de resultaten van de symbiose en samenwerking tussen de bedrijven in het AFC op economisch, milieutechnisch en ruimtelijk gebied en welke ontwikkelingen worden in de komende 10 jaar verwacht? 4. Op welke wijze is er uitvoering gegeven aan de ruimtelijke en niet-ruimtelijke randvoorwaarden voor de ontwikkeling van het AFC en hoe ervaren inwoners uit Dinteloord dit? 5. Is er bij de initiatiefnemers van het AFC, de inwoners van Dinteloord, de gemeente Steenbergen of de provincie Noord-Brabant behoefte aan verdere uitbreiding van het AFC en zo ja, hoe zien deze behoeftes eruit? 6. Waar liggen de kaderstellende mogelijkheden voor de gemeenteraad bij de toekomstige ontwikkelingen van het AFC?

Pagina | 21

4.2 Methodiek De gebruikte onderzoeksmethoden voor de beantwoording van de 6 deelvragen staan in Tabel 1 beschreven. Deelvraag

1.Waar zijn de ambities en doelstellingen voor het AFC vastgelegd en welke ambities en doelstellingen zijn dit en zijn deze doelstellingen meetbaar geformuleerd? 2.Hoeveel beschikbare ruimte in het AFC is inmiddels ingevuld en hoeveel van deze bedrijven vallen in de categorie glastuinbouw, agro- en foodgerelateerde bedrijven, voedingsen genotmiddelenindustrie en be- en verwerkende agrologistiek? 3.Wat zijn de resultaten van de symbiose en samenwerking tussen de bedrijven in het AFC op economisch, milieutechnisch en ruimtelijk gebied en welke ontwikkelingen worden in de komende 10 jaar verwacht? 4.Op welke wijze is er uitvoering gegeven aan de ruimtelijke en nietruimtelijke randvoorwaarden voor de ontwikkeling van het AFC en hoe ervaren inwoners uit Dinteloord dit?

5. Is er bij de initiatiefnemers van het AFC, de inwoners van Dinteloord, de gemeente Steenbergen of de provincie Noord-Brabant behoefte aan verdere uitbreiding van het AFC en zo ja, hoe zien deze behoeftes eruit? 6.Waar liggen de kaderstellende mogelijkheden voor de gemeenteraad bij de toekomstige ontwikkelingen van het AFC? Tabel 1: Onderzoeksmethoden

Onderzoeksmethoden Documen- Interviews tenanalyse

Enquête

X

X

Ambtelijk

X

Ambtelijk Bestuurlijk Cosun Provincie Adviescommissie

X

Onder glastuinbouwbedrijven en overige bedrijven

Ambtelijk Bestuurlijk Cosun Provincie Burenraad Dorpsraad Leefbaarheid Dinteloord Ambtelijk Bestuurlijk Cosun Provincie

X

Ambtelijk Bestuurlijk

Pagina | 22

In tabel 1 is initiatiefnemer TOM niet meegenomen in de interviews, omdat de TOM medio 2020 is opgeheven. Het is van belang dat de methoden en technieken van dataverzameling voldoen aan de eisen van validiteit en betrouwbaarheid. Er is sprake van validiteit wanneer de resultaten van het onderzoek overeenkomen met de werkelijkheid. Om dit te waarborgen is het van belang dat de methoden meten wat je daadwerkelijk wilt weten. Een onderzoek is betrouwbaar wanneer de resultaten consistent zijn en je dezelfde bevindingen zou doen als je het onderzoek opnieuw uitvoert. De resultaten moeten dus niet aan toeval toe te schrijven zijn. Voor de uitvoering van dit onderzoek heeft de rekenkamer gebruik gemaakt van een combinatie van onderzoeksmethoden. Dit kan namelijk helpen bij het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de onderbouwing van bevindingen. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van: a. Documentenanalyse Voorbeelden van documenten die verzameld worden: • (openbare) beleidsdocumenten en wetgeving • interne notities, memo’s en verslagen • interne rapporten en evaluaties • informatie uit gemeentelijke informatiesystemen • (audio)verslagen van commissie- en raadsvergaderingen • bestaande cijfers en statistieken Vanuit de ambtelijke organisatie en andere partijen zijn relevante beleidsdocumenten aangeleverd.

Daarnaast is het raadsinformatiesysteem van de gemeente Steenbergen geraadpleegd en verschillende relevante websites. b. Interviews De rekenkamer heeft bij dit onderzoek gebruik gemaakt van semigestructureerd interviews. Dit houdt in dat er vooraf vragen vastgelegd en gedeeld zijn, maar er ruimte is om tijdens het interview meer of minder diep op een onderwerp in te gaan indien nodig. De interviews zijn door twee personen uitgevoerd. De ene interviewer richtte zich op het stellen van de vragen en de andere richtte zich met name op het notuleren en het stellen van aanvullende vragen. c. Enquête Een enquête is een kwantitatieve onderzoeksmethode waarmee op systematische wijze inzicht kan worden verkregen in de meningen, kennis, gedragingen en/of attitudes van mensen. De digitale enquêtes voor de gevestigde bedrijven op het AFC zijn rechtstreeks per mail verstuurd.

4.3 Normenkader Van oudsher is het gangbaar om in rekenkameronderzoek normen te formuleren. Om een afgewogen en objectief onderzoek te doen, is het belangrijk om de Pagina | 23

gevonden onderzoeksuitkomsten te ‘confronteren’ met vooraf gestelde normen ofwel beoordelingscriteria. Bij beschrijvende en verklarende onderzoeksvragen is het niet gebruikelijk om normen te formuleren, omdat deze vragen tot inzichten of verklaringen moeten leiden en niet tot een oordeel. In principe worden alleen bij oordelende onderzoeksvragen normen geformuleerd. De in dit onderzoek geformuleerde normen staan per deelvraag weergegeven in Tabel 2. Deelvraag 1.Waar zijn de ambities en doelstellingen voor het AFC vastgelegd en welke ambities en doelstellingen zijn dit en zijn deze doelstellingen meetbaar geformuleerd? 2.Hoeveel beschikbare ruimte in het AFC is inmiddels ingevuld en hoeveel van deze bedrijven vallen in de categorie glastuinbouw, agro- en foodgerelateerde bedrijven, voedingsen genotmiddelenindustrie en be- en verwerkende agrologistiek? 3.Wat zijn de resultaten van de symbiose en samenwerking tussen de bedrijven in het AFC op economisch, milieutechnisch en ruimtelijk gebied en welke ontwikkelingen worden in de komende 10 jaar verwacht?

Normen/beoordelingscriteria • Doelstellingen zijn meetbaar geformuleerd.

4.Op welke wijze is er uitvoering gegeven aan de ruimtelijke en nietruimtelijke randvoorwaarden voor de ontwikkeling van het AFC en hoe ervaren inwoners uit Dinteloord dit? 5.Is er bij de initiatiefnemers van het AFC, de inwoners van Dinteloord, de gemeente Steenbergen of de provincie Noord-Brabant behoefte aan verdere uitbreiding van het AFC en zo ja, hoe zien deze behoeftes eruit?

•

Er is een overzicht van de gemeentelijke randvoorwaarden waaraan wel en niet is voldaan.

•

Er is een beeld bij de suikerfabriek, de provincie, de inwoners van Dinteloord en de gemeente Steenbergen t.a.v. de toekomstige uitbreidingsbehoeften van het AFC. De gemeente Steenbergen heeft een beeld van de uitbreidingsbehoeften van de initiatiefnemers t.a.v. de verdere ontwikkeling van het AFC. De uitbreidingsbehoefte valt binnen de oorspronkelijke doelstellingen van het AFC. Niet van toepassing.

•

Niet van toepassing.

•

De gevestigde bedrijven zijn op de hoogte van de onderliggende ambities en doelen van het AFC en hebben hierin concrete resultaten geboekt. Er is een overzicht dat inzicht geeft in de mate waarin de doelstellingen zijn bereikt. Er is actief beleid om symbiose en samenwerking te monitoren en te bevorderen.

• •

•

• 6.Waar liggen de kaderstellende mogelijkheden voor de gemeenteraad bij de toekomstige ontwikkelingen van het AFC? Tabel 2: Normenkader

•

Pagina | 24

5

Beschrijving en invulling van het AFC gebied

Nadat bleek dat een nieuwe glastuinbouwlocatie in de Moerdijkse Hoek niet haalbaar was vanwege het ontbreken van draagvlak, kwam in 2004 op initiatief van Suiker Unie en de Tuinbouwontwikkelingsmaatschappij (TOM) de locatie rond de Prinslandse Polder en Willemspolder nabij Dinteloord en Stampersgat in het vizier. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het betreffende gebied en de wijze waarop het gebied is ingevuld. Ook de rol van de adviescommissie in verband met toelating van bedrijven wordt nader beschreven.

5.1 Beschrijving AFC gebied In het kort werd het AFC in het bestuursakkoord uit de volgende terreinen beschreven: - Het terrein van de suikerfabriek waarbij 30-40 ha beschikbaar is voor uitbreiding van de suikerfabriek als gevolg van campagneverlenging en centralisatie van activiteiten als voor bedrijven met directe binding aan de suikerfabriek; - Aansluitend aan de bestaande suikerfabriek (ten noorden van de Noordlangeweg en oostelijk van de Derriekreek) is circa 70 ha bruto beschikbaar voor een specifiek agro- en levensmiddelen gelieerd bedrijventerrein; - Het gebied aansluitend aan het bedrijventerrein (ten Noorden van de Noordlangeweg en ten oosten van de A4) biedt ruimte voor circa 300 ha bruto glastuinbouw, waarbij eveneens plaats moet zijn voor gietwaterbassins en waterberging ten behoeve van zogenaamde piekbelasting (waterberging van hevige regenval).

Afbeelding: Grenzen van het AFC op basis van het Provinciaal Inpassingsplan

Pagina | 25

5.2 Huidige invulling AFC gebied Zowel de glastuinbouwlocatie als het bedrijventerrein voor food- en agrogerelateerde bedrijven is nog niet volledig ingevuld. Hieronder volgt een overzicht van de bedrijven die gevestigd zijn in het totale gebied.

Bron afbeelding: ambtelijke presentatie aan gemeenteraad van 20 februari 2024

Het gele gebied op de afbeelding hierboven is van de suikerfabriek/Cosun. Cosun Innovation Center maakt hier onderdeel van uit. Dit is het goed uitgeruste onderzoekscentrum van de suikerfabriek. Een team van experts werkt aan plantaardige innovaties die bijdragen aan een duurzame wereld. Steeds vaker wordt samengewerkt met externe partijen om deze ambitie te realiseren. Ook staan de deuren open voor startups, scale-ups en kennisinstellingen die innovaties willen testen. De windmolens zijn niet van Cosun zelf. De opgewekte elektriciteit wordt niet direct gekoppeld aan de bedrijven op het AFC, maar direct geleverd aan het 150/20 kV-station (zie ook par. 6.2.4.). Green Energy betreft de tak van Cosun die groene energie produceert. Bij de verwerking van suikerbieten ontstaan reststromen zoals perspulp, bietenpuntjes, bladresten en melasse. Deze reststromen worden vergist en leveren energie op. foto: bezoek van de rekenkamer aan Cosun Innovation Center, 29-11-2024

Pagina | 26

Glastuinbouwlocatie De volgende glastuinbouwbedrijven zijn gevestigd in het AFC3: Naam bedrijf

Gevestigd in AFC sinds 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1812/documents/21509