Bomenbeleidsplan gemeente Steenbergen 2026-2036 2531479.pdf
Tekst van het document
•
•
•
Er is voldoende draagvlak voor het bomenbeleid van de gemeente Steenbergen, zowel intern als extern (inwoners en samenwerkende partijen); In 2030 heeft de communicatie bijgedragen aan het bewustzijn van alle betrokkenen en is er een communicatiestrategie opgesteld in samenwerking met de communicatieadviseur; Daarnaast is de hele interne organisatie van de gemeente op de hoogte van het belang van bomen en wordt team Duurzaamheid (biodiversiteit) bij nieuwe initiatieven en projecten betrokken.
De doelstellingen voor communicatie en bewustwording zijn samengevat in Tabel 3-5. In §4.6 zijn aanbevelingen en acties verder uitgewerkt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen i) Beeldvorming en bewustwording, ii) Integratie van bomen in de gemeentelijke werkwijze en iii) Betrokkenheid van inwoners. BELEIDSPLAN BOMEN
TABEL 3-5. AMBITIE: DRAAGVLAK VOOR BOMEN EN BOMENBEHEER IS GROOT EN MENSEN ZIJN ZICH BEWUST VAN HET BELANG VAN BOMEN DANKZIJ GOEDE INTERNE EN EXTERNE COMMUNICATIE OVER BOMEN DOOR GEMEENTE STEENBERGEN DOELSTELLINGEN
INWONERS
SAMENWERKENDE PARTIJEN
INTERNE ORGANISATIE
De doelgroep heeft meer kennis over bomen, de relatie tussen bomen en biodiversiteit en hun plek in het ecosysteem, over het belang van ecologische verbindingen en over aaneengesloten boomstructuren. Aan de hand van een Visiekaart (§4.3) is voor alle doelgroepen duidelijk wat de ideale situatie van het bomenbestand van Steenbergen is.
x
x
x
De doelgroep begrijpt de rol van bomen bij het tegengaan van effecten als gevolg van klimaatverandering, zoals hittestress, droogte en hevige regenval.
x
x
x
De doelgroep begrijpt welke rol bomen spelen als het gaat om een aangename en gezonde leefomgeving.
x
x
x
Het aantal meldingen met betrekking tot overlast van bomen wordt minder, omdat de doelgroep zich meer betrokken voelt bij bomen en omdat ze weten dat de gemeente er alles aan doet om de overlast te beperken, met onder meer goede groeiplaatsinrichting, soortkeuze en regelmatig beheer en onderhoud.
x
De doelgroep is bereid om bomen op eigen grond aan te planten.
x
Externe stakeholders en grondbezitters in het buitengebied zijn bereid (intensiever) samen te werken met de gemeente om boomstructuren en ecologische verbindingen in stand te houden en tot stand te brengen. Ze zijn meer bereid om bomen op eigen terrein aan te planten en weten welke subsidie- en compensatieregelingen er zijn. Interne medewerkers weten team Duurzaamheid (biodiversiteit) te vinden zodra er een project start en betrekken de juiste medewerkers voor bomen bij die plannen. De Visiekaart wordt uitgewerkt naar buurt- en straatniveau en wordt geraadpleegd bij ieder (her)inrichtingsproject.
GEMEENTE STEENBERGEN
x
x
41
Het Levensbos is erg populair onder de inwoners van Steenbergen
42
BELEIDSPLAN BOMEN
BELEIDSINSTRUMENTEN HOOFDSTUK 4:
GEMEENTE STEENBERGEN
43
4.1 INLEIDING
4.2 REGEL 3-30-300
Om het bomenbeleid uit te voeren en sturen, worden verschillende beleidsinstrumenten ingezet. Deze zijn onder te verdelen in juridische, economische, communicatieve en organisatorische instrumenten:
De 3-30-300 regel is een richtlijn die in 2021 werd gepresenteerd door urban forestry expert Cecil Konijnendijk. De regel helpt om na te denken en communiceren over het gebruik van bomen om de leefkwaliteit van mensen te verhogen. Met behulp van deze regel worden doelstellingen bepaald en kan gericht worden gemonitord. Veel gemeenten in Nederland en daarbuiten werken al met de 3-30-300-regel. Dit is de officiële website voor meer informatie.
•
•
•
•
Juridisch: wettelijk en regulerend. Denk hierbij aan de Bomenverordening met vergunningsplicht, de Monumentale en Bijzondere bomenlijst en boomklassen of de Omgevingsplannen; Economisch: stimuleren of ontmoedigen door financiële prikkels. Compensatieplicht bij kap, subsidieregelingen en het Bomenfonds zijn hier voorbeelden van; Communicatief: informeren en betrekken van de samenleving en interne organisatie. Voorbeelden zijn digitale kaarten met de visie en informatie over waardevolle bomen; Organisatorisch: interne uitvoering van het beleid door middel van beheerplannen, onderhoudscontracten, boomveiligheidscontrole (BVC) en digitale bomenregistraties. Daarnaast over werkprocessen en integratie van bomen in de bedrijfsvoering.
Hoofdstuk 4 besteedt in willekeurige volgorde aandacht aan al deze soorten instrumenten.
44
Ook gemeente Steenbergen gaat deze richtlijn toepassen voor het integraal vormgeven van gemeentelijk groen gericht op klimaat, het versterken van biodiversiteit en een waardevolle leefomgeving. Bij ieder (her)inrichtingsproject wordt gestreefd naar het bereiken van de 3-30300 richtlijn binnen het plangebied. Hierbij wordt een subtiele aanpassing gedaan door de focus te leggen op de combinatie van groene inrichting en boomkroonvolume in plaats van alleen op boomkroonoppervlak. Dit heeft meerdere voordelen. Kroonbedekking van 30% is voor sommige buurten erg ambitieus. Aan de andere kant kun je ook 30% kroonbedekking hebben terwijl de buurt vrijwel volledig verhard is. Om daadwerkelijk kwaliteit toe te voegen aan de openbare ruimte ligt de focus in Steenbergen op een 30% groene inrichting met 2,2 m3 boomkroonvolume per m2 openbare ruimte.
3-30-300 regel: invulling voor Steenbergen 3 bomen Vanuit elke woning zicht op een continue groenvoorziening met ten minste drie bomen van 1e, 2e of 3e grootte 30 procent groene ruimte 30% groene inrichting met 2,2 m3 boomkroonvolume per m2 openbare ruimte en 40% schaduw op belangrijke loop- en fietsroutes 300 meter tot openbaar groen Maximaal 300 meter loopafstand tot een groene, koele en publiek toegankelijke verblijfsplek van minimaal 200 m²
Reden hiervoor is dat de meerwaarde van bomen voor alle hier genoemde thema’s juist in de driedimensionale waarde tot zijn recht komt. Dit heeft bijvoorbeeld als voordeel dat er op een toekomstbestendige plek één grote, vitale boom kan worden geplant in plaats van één of meerdere kleine bomen die ieder decennium vervangen worden. Als een boom lang blijft staan, is er meer kans dat mensen een emotionele band met de boom opbouwen.
BELEIDSPLAN BOMEN
4.3 BELEIDSINTEGRATIE EN INRICHTING OPENBARE RUIMTE Om aan de richtlijn te voldoen wordt voornamelijk gebruik gemaakt van projecten in de openbare ruimte die vanuit andere beleidsvelden geïnitieerd worden. Een uitzondering wordt gemaakt voor sterk versteende wijken en kernen en voor locaties met aandacht vanuit het sociaal domein. Hier kan team Duurzaamheid het initiatief nemen om de inrichting van de openbare ruimte aan te passen om te voldoen aan de 3-30-300 richtlijn. Denk hierbij aan hitteeilanden die uit klimaatstresstesten komen en locaties rondom speelplekken, bij ziekenhuizen, verzorgingstehuizen en langs schoolroutes. Om daarnaast te voldoen aan de klimaatdoelstellingen en opgaven vanuit het sociaal domein, zoals bevorderen van gezondheid en beweging, wordt de 3-30-300 ambitie aangevuld met 40% schaduw door de boomkroon op belangrijke loop- en fietsroutes. Andere richtlijnen die de gemeente hanteert zijn: vijf bomen per inwoner, 350–500 m² groene ruimte per woning aan de kernranden en 10% uitbreiding van het bosareaal. Deze verschillende richtlijnen worden integraal opgenomen in een Visiekaart en bij inrichtingsprojecten uitgewerkt. Uiteraard wordt er per project naar bomen gekeken vanuit alle thema’s: biodiversiteit, klimaat, leefomgeving, vitaliteit en communicatie.
GEMEENTE STEENBERGEN
ONTWERP
Vandaag de dag is het normaal dat de openbare ruimte meerdere functies tegelijk vervult. Het is de plek waar we recreëren en ons bewegen en waar de ondergrondse infrastuctuur ligt. Daarbij is het een leefgebied van veel dier- en plantensoorten die de omgeving met ons delen. Tegelijkertijd komen er veel uitdagingen op ons af waardoor de openbare ruimte schaarser wordt of waarvoor in de openbare ruimte oplossingen gezocht moeten worden. Denk aan uitbreiding van het stedelijk gebied, de energietransitie en klimaatverandering. Hierdoor vragen inrichting en beheer van de openbare ruimte om integrale samenwerking tussen verschillende disciplines. Gemeente Steenbergen heeft hierin al stappen gezet door te gaan werken met een Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) waarin onder andere de groennorm van 75 m² per woning is opgenomen. Ook wordt aansluiting gezocht bij het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) en het Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Door de verschillende doelstellingen vanuit dit beleidsplan op te nemen in de HIOR, het MJOP en IBOR krijgen bomen een prominentere plek binnen Steenbergen. Ook hierbij verdienen alle voornoemde vijf thema’s aandacht.
Nieuwe aanplant met voorzorgsmaatregelen
45
VISIEKAART
Het opstellen van de Omgevingsvisie biedt de kans om disciplines samen te brengen. Het is een moment om ambitieuze keuzes te maken in de toekomstige inrichting van gemeente Steenbergen. Denk aan een autoluwe dorpskern of het éénrichtingsverkeer maken van straten om ruimte te creëren. Bomen zijn een onmisbaar onderdeel van deze visie. Het opstellen van een Visiekaart met bomen en groen draagt bij aan het integreren van beleidsvelden in de Omgevingsvisie. De kaarten van de hoofdstructuren, vanuit het project Groenblauwe structuur- & ambitiekaart en het Klimaatkookboek vormen hiervoor een goede basis (Bijlage 1). De doelstellingen voor biodiversiteit, klimaat, leefomgeving en vitaliteit van het bomenbestand komen samen in de Visiekaart. INRICHTING
De Visiekaart bomen en groen wordt idealiter vertaald naar buurt- en straatniveau. Hierop staan de belangrijkste bomen en groen- en waterelementen om te voldoen aan de beleidsambities. Deze uitwerkingen vormen het toetsingskader bij (her)inrichtingstrajecten en kunnen eventueel worden toegelicht door de interne (bomen)deskundige vanuit team Duurzaamheid. Bij (her)inrichtingsprojecten wordt structureel afstemming gezocht met andere vakgebieden zoals wegen, riolering en net- en waterbeheer. Doel is om in een gebiedsgerichte
46
planning synchronisatievoordelen te behalen. Hiermee wordt niet alleen voorkomen dat bomen vroegtijdig worden gekapt, maar ook gezorgd dat het bomenbestand op een duurzame manier kan worden uitgebreid. Door opgaven te integreren hoeft er maar één keer te worden gewerkt in de openbare ruimte. Dat voorkomt overlast voor inwoners en bespaart geld in de uitvoering. Belangrijk is om hierbij ook naar de groeiplaats te kijken. Bomen hebben onder de grond voldoende doorwortelbare ruimte nodig om vitaal uit te kunnen groeien. De benodigde ruimte kan in concurrentie staan met de ruimte die nodig is voor nutsvoorzieningen, zoals kabels, leidingen en riolering, en kan verder beperkt worden door wegen, andere verharding en bebouwing. Er kunnen ondergrondse voorzieningen aangebracht worden die voorkomen dat boomwortels schade veroorzaken. Daarnaast heeft de bomenklankbordgroep aangegeven dat er behoefte is aan creatieve oplossingen zoals het verhogen van het maaiveld daar waar ruimte ondergronds ontbreekt. De bovengrondse ruimte voor bomen kan in concurrentie treden met de behoefte aan energieopwekking of bouwwerken. Afstemming in de ontwerpfase kan voorkomen dat in de toekomst knelpunten ontstaan. Het Rekenprogramma Boommonitor19 van Norminstituut Bomen wordt gehanteerd om kengetallen van bomen voor projecten of een
bomenontwerp door te rekenen en met elkaar te vergelijken. Het rekenprogramma maakt onder andere gebruik van boomkroonvolume. INPASSEN, AANSLUITEN EN AANPLANTEN
In de ontwerpfase van (her)inrichtingsplannen wordt gekeken hoe bomen en overige beplanting kunnen worden ingepast en hoe zij bij kunnen dragen aan de ambities uitgewerkt in Hoofdstuk 3. Om deze integrale werkwijze structureel te borgen, worden standaard bij de opstart- en ontwerptrajecten medewerkers van team Duurzaamheid (biodiversiteit) betrokken. Projectleiders organiseren kick-off bijeenkomsten waarin ook het gebruik van de Visiekaart centraal staat. Hierbij worden de technische richtlijnen gehanteerd zoals opgenomen in het Handboek Bomen (zie Bijlage 4 van Bomenbeheerplan). Ook wordt aangesloten op de uitgangspunten vanuit DuurSamen: behouden, voorkomen, herstellen. Daar waar de Visiekaart of het Bomenbeheerplan aangeven dat belangrijke bomen aanwezig zijn, of juist ontbreken, voor het behalen van specifieke doelstellingen krijgen deze bomen voorrang op andere inrichtingsopties zoals parkeervakken. Dit geldt met name wanneer het gaat om (toekomstige) bomen van Klasse I of II (Tabel 4-1). Om het behalen van ambities op gebied van biodiversiteit, klimaat en leefomgeving te versnellen kan bij aanplant gebruik gemaakt worden van groot formaat bomen, eventueel BELEIDSPLAN BOMEN
Figuur 4-1. Inrichting van een koele route in een woonstraat (bron: Aantrekkelijke koele plekken & routes, WUR, 2023)
GEMEENTE STEENBERGEN
47
bomen die verplant kunnen worden bij projecten binnen of buiten de gemeente. Als er bomen beschikbaar zijn voor verplant kunnen ontwerpers in hun plan ruimte reserveren voor een aantal volwassen bomen. Hiervoor moet budget zijn vanuit het Bomenfonds dat geoormerkt is voor ver- en aanplant van bomen.
er veel bedreigingen en kortetermijnbelangen die kunnen resulteren in een voortijdig einde voor de boom. Om bomen hiertegen te beschermen wordt een beleidsstatus of structuur met een bescherming toegekend aan een boom. Dit wordt opgenomen in de Bomenverordening en krijgt uiteindelijk een plaats in de Omgevingsvisie en -plannen van gemeente Steenbergen.
GRONDPOSITIE
De fysieke ruimte is schaars. Wanneer er knelpunten uit de klimaatstresstest blijken, en de gemeente grondposities in kan nemen om te werken aan klimaatadaptatie en biodiversiteit, wordt dit onderzocht. Dit geldt ook voor doelen vanuit het bomenbeleid. Denk bijvoorbeeld aan het voldoen aan de 3-30-300 regel en de aanplant van bosrijk gebied aan de dorpsranden. Bij het ontwikkelen van handelingsperspectief voor grondzaken worden bomen en doelstellingen vanuit het bomenbeleidsplan meegenomen.
4.4 BOOMKLASSEN Bomen zijn om uiteenlopende redenen waardevol (Hoofdstuk 2). Met name oudere en grotere bomen nemen een bijzondere plaats in. Bomen leven erg lang, normaliter vaak langer dan een mens. Deze bomen vormen daardoor de verbinding tussen het verleden en heden. Ook om die reden hechten inwoners vaak waarde aan oude bomen. Een gegeven is dat het lang duurt voordat een boom volgroeid is en optimaal ecosysteemdiensten levert. In de tussentijd zijn
48
Niet iedere boom is even behoudenswaardig of draagt evenveel bij aan de doelstellingen binnen de thema’s beschreven in hoofdstuk 2. Daarnaast zijn sommige bomen juist waardevol vanwege hun positie in een belangrijke boomstructuur. Een goede en concrete indeling van bomen in beleidsklassen helpt bij het opstellen van regels en nemen van beslissingen in het kader van behoud. In gemeente Steenbergen worden hiervoor bomen ingedeeld in klassen gebaseerd op de ‘‘Handreiking Omgevingswet en Bomen 2021’’. Bomen kunnen zo de bescherming krijgen die bij hun waarde of functie past. Bij het aanwijzen van boomklassen kan de gemeente de classificatie zelf doen (bijvoorbeeld tijdens de BVC), een deskundige inschakelen om het (gehele) bomenbestand te inventariseren, en inwoners hierbij betrekken. Het voordeel van het inschakelen van deskundigen is dat het inventariseren snel, volledig en objectief gebeurt. Dat is van belang omdat ook bomen van derden (overige overheden en particulieren) een beleidsklasse I of II aangewezen kunnen krijgen.
In het verleden werden vooral waardevolle solitaire bomen en laanbomen met een infrastructurele functie in een hoge beleidsklasse geplaatst, maar ook op buurtniveau vervullen bomen binnen de thema’s klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid een grote rol. Vooral in het licht van de huidige en toekomstige ontwikkelingen zijn deze bomen hard nodig. De volgende beleidsklassen worden daarom gehanteerd. Deze zijn in de Bomenverordening gekoppeld aan juridische beschermingsregels. KLASSE I - MONUMENTALE EN BIJZONDERE BOMEN
Bomen met de hoogste beschermingsstatus, ze zijn bijzonder en onvervangbaar vanwege de combinatie van hun unieke karakter en hoge (verwachte) leeftijd. Ze leveren een belangrijke bijdrage aan biodiversiteit, klimaat en een waardevolle leefomgeving, bijvoorbeeld vanwege cultuurhistorische waarde. Doorgaans zijn dat oudere beeldbepalende bomen, maar het kunnen ook jonge(re) bomen zijn die bewust aangeplant zijn of worden om in de toekomst deze functies te vervullen. Deze bijzondere bomen krijgen een groeiplaats en verzorging die gericht zijn op het maximaliseren van de levensduur. Voorwaarden en kenmerken: • Boom scoort minimaal 15 punten op de Scorelijst beoordeling monumentale status (Bomenverordening) of;
BELEIDSPLAN BOMEN
Figuur 4-2. Hoe te handelen per boombeleidsklasse bij werkzaamheden binnen de kroonprojectie of als de boom moet wijken
KLASSE I
KLASSE II
KLASSE III
KLASSE IV
Volgens de 10 uitgangspunten
Volgens de 10 uitgangspunten
-
(§4.6 Bomenbeheerplan)
(§4.6 Bomenbeheerplan)
WERKZAAMHEDEN BINNEN DE KROONPROJECTIE?
BEA uitvoeren; werken volgens werkplan
VERPLANTEN MOGELIJK? VOORKEUR LOCATIE
In de buurt
In de buurt
In de buurt of binnen de gemeente
-
BOOM MOET WIJKEN
Omgevingsvergunning aanvragen
Omgevingsvergunning aanvragen
Interne afstemming en flora en fauna onderzoek*
Interne afstemming en flora en fauna onderzoek*
HERPLANT EN BEHOUD BOOMKROONVOLUME (BKV)
Binnen 10 jaar herstel BKV en behoud functie
Binnen 10 jaar herstel BKV en behoud structuur
(herplantplan verplicht)
(herplantplan verplicht)
Binnen 10 jaar herstel BKV
Herplant zonder verplicht herstel BKV
COMPENSATIE BOOMWAARDE
Wanneer herstel BKV (deels) niet mogelijk is
Wanneer herstel BKV (deels) niet mogelijk is
Wanneer herstel BKV (deels) niet mogelijk is
Wanneer herplant niet mogelijk is
* Een flora- en faunacheck is uitgevoerd, inclusief eventuele daaruit volgende maatregelen. De provincie is hiervoor bevoegd gezag. Alle hiermee samenhangende vergunningen en ruimtelijke procedures moeten definitief zijn. GEMEENTE STEENBERGEN
49
•
• • •
•
Toekomstige monumentale boom, waaronder aanplant bedoeld om op termijn de monumentale status te krijgen; Altijd vergunningsplichtig; Zowel gemeentelijke bomen als bomen van derden kunnen onder klasse I vallen; Inwoners kunnen bomen bij de gemeente aanmelden voor toekenning van de Klasse I status. Deze bomen worden in opdracht van de gemeente door een bomencontroleur gecontroleerd en bij minimale score van 15 punten aan de Monumentale en Bijzondere bomenlijst toegevoegd; Lijst met klasse I bomen wordt jaarlijks geactualiseerd en vastgesteld door het College.
Bescherming: Bomen met beleidsklasse I kennen de hoogste beschermingswaarde. Ook bij ziekte en stormschade wordt maximaal ingezet op behoud en bescherming van de boom, gericht op de functie van de boom en het boomkroonvolume (BKV). Waar en wanneer mogelijk wordt de optie om de boom te verplanten onderzocht. Ook de groeiplaats wordt beschermd. Werkzaamheden binnen de kroonprojectie zijn niet toegestaan, tenzij met een Boom Effect Analyse (BEA) is aangetoond dat de werkzaamheden, op basis van een goedgekeurd werkplan, schadevrij kunnen worden uitgevoerd.
50
Er wordt geen omgevingsvergunning verleend voor kap, tenzij sprake is van: • Grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid; • Ziekte die onherroepelijk tot de dood van de boom leidt. De omgevingsvergunning voor kap op grond van voornoemde twee gevallen wordt alleen verleend indien uit de ingediende onderbouwing overtuigend volgt dat: • De maatregel proportioneel is: de ingreep is beperkt tot het strikt noodzakelijke; • De initiatiefnemer aantoonbare maatregelen voor mitigatie (herplant) neemt. Deze maatregelen zijn opgenomen in een herplantplan, hieraan gestelde eisen zijn beschreven in §4.6.1; • Financiële compensatie in lijn met voorliggend Bomenbeleidsplan (§4.6.2; Fig. 4.3 en Tabel 4.3) plaatsvindt. Een compensatiebedrag is alleen verschuldigd wanneer herplant, met als vereiste volledig herstel van het BKV binnen 10 jaar, niet of slechts gedeeltelijk mogelijk is. In geval van acute gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang kan het College toestemming geven tot het direct kappen (vellen) van een boom. Houder dient in dit geval binnen twee werkdagen na het vellen alsnog een aanvraag voor een omgevingsvergunning in. Zie voor nadere
beschrijving het onderdeel ‘noodkap‘ onder §5.4.5. De wettelijke indieningsvereisten voor een aanvraag zijn opgenomen in het landelijk Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Daarnaast moet in de aanvraag voor de inhoudelijke beoordeling en afweging zijn opgenomen: • Boomtechnisch rapport; • Herplantplan gericht op herstel BKV conform de eisen gesteld in §4.6.1 en/of onderbouwing financiële compensatie in het Bomenfonds indien herplant niet of gedeeltelijk mogelijk is. De bewijslast ligt volledig bij de initiatiefnemer. In geval van noodkap kan op onderdelen van de aanvraag een uitzondering gemaakt worden, afhankelijk van de specifieke situatie en omstandigheden waaronder de noodkap plaatsvond. Waar relevant dient ecologisch onderzoek, zoals een flora- en faunacheck, uitgevoerd te zijn, inclusief eventuele daaruit volgende maatregelen. De provincie is hiervoor bevoegd gezag. KLASSE II - BOMEN DIE WAARDEVOLLE LANDSCHAPSELEMENTEN VORMEN
Deze bomen leveren een belangrijke bijdrage aan de leefomgeving, biodiversiteit en klimaat en hebben daarmee een hoge beschermingswaarde. Structuurbomen kunnen landschappelijke lijnen accentueren, bijvoorbeeld doordat ze wegen of wateren binnen de hoofdinfrastructuur begeleiden. Deze, vaak lijnvormige, BELEIDSPLAN BOMEN
Beeldbepalende boom bij Logement Blauwe Sluis landschapselementen vormen belangrijke (ecologische) verbindingen tussen dorp en buitengebied. Ze zorgen voor karakter, identiteit en herkenning in bebouwd en buitengebied. Ook bomen in waardevolle landschapselementen zoals boomdijken en tiny forests kunnen hieronder vallen. De bomen(rijen) die deze rol vervullen zijn onderdeel van de beschermde groenelementen en worden gecategoriseerd als Klasse II bomen (www.gemeente-steenbergen.nl). Wanneer nodig, in ieder geval iedere 10 jaar, wordt deze kaart geactualiseerd en vastgesteld door het college. Voor de actualisatie wordt gebruik gemaakt van gegevens die in relatie staan met de hoofdthema’s in dit Bomenbeleidsplan: biodiversiteit (ecologische verbindingen), klimaat (boomkroonbedekking, 3-30-300 regel) en leefomgeving (belangrijke fiets- en wandelpaden, recreatie, culturele en historische waarde). Voorwaarden en kenmerken: • Boom maakt onderdeel uit van de beschermde groenelementen in de gemeente. Zie www. gemeente-steenbergen.nl voor de kaart ‘Beschermde Groenelementen‘ waarop de klasse II bomen staan; • Altijd vergunningsplichtig; • Zowel gemeentelijke bomen (1e en 2e grootte) als bomen van derden (boomhoogte >6 m) kunnen onder klasse II vallen. GEMEENTE STEENBERGEN
51
Bescherming: Bomen in deze structuren worden net als beleidsklasse I extra beschermd in de Bomenverordening. Bij ziekte en stormschade wordt maximaal ingezet op behoud van de boom. Waar en waneer mogelijk wordt de optie om de boom te verplanten onderzocht. Bescherming is gericht op behoud of versterking van de bomenstructuur en het totale BKV. Wanneer dit meer gebaat is bij dunning kan hiertoe worden overgegaan (zie §4.5.4 Uitzondering: vergunningsvrije kap van Klasse I en II bomen). Werkzaamheden binnen de kroonprojectie zijn toegestaan mits gewerkt wordt volgens de uitgangspunten beschreven in §4.6 (Werkzaamheden rondom bomen) van het Bomenbeheerplan. Er wordt geen omgevingsvergunning verleend voor kap, tenzij sprake is van: • Ziekte die onherroepelijk tot de dood van de boom leidt; • Groot gemeenschappelijk belang. Onder ‘groot gemeenschappelijk belang’ wordt verstaan: een concreet, zwaarwegend en aantoonbaar collectief belang dat het individuele of lokale belang van boombehoud overstijgt en waarvoor geen redelijk alternatief beschikbaar is. Voorbeelden van categorieën van groot gemeenschappelijk belang zijn: 1. Openbare veiligheid of gezondheid
52
(bijv. onomkeerbare risico’s voor veel personen, calamiteitenpreventie). Zie ‘noodkap‘ onder §5.4.5 in geval van een acute situatie; 2. Wettelijke taken of verplichtingen van overheden (zoals dijkversterking, waterveiligheid, sanering, uitvoering rechterlijke uitspraken); 3. Planologische verplichtingen waarbij realisatie op betreffende locatie noodzakelijk is; 4. Aanleg, verzwaring, noodzakelijke verlegging of instandhouding van primaire infrastructuur en nutsvoorzieningen; 5. Projecten met bewezen maatschappelijke meerwaarde op het gebied van milieu, klimaat(adaptatie) of ecologisch herstel. De wettelijke indieningsvereisten voor een aanvraag zijn opgenomen in het landelijk Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Daarnaast wordt de omgevingsvergunning voor kap op grond van groot gemeenschappelijk belang alleen verleend indien uit de ingediende onderbouwing overtuigend volgt dat: • Het gemeenschappelijk belang concreet, dringend en niet anderszins in te vullen is; • Er geen mogelijkheid was om boom te verplanten en alternatieven voor projectlocatie of ontwerpaanpassingen, die behoud mogelijk maken, aantoonbaar zijn onderzocht en afgevallen (toets van alternatieven); • De maatregel proportioneel is: de ingreep is beperkt tot het strikt noodzakelijke;
•
•
•
De initiatiefnemer aantoonbare maatregelen voor mitigatie (herplant) neemt. De aanpak voor herplant is opgenomen in een herplantplan gericht op herstel BKV conform de eisen gesteld in §4.6.1; Financiële compensatie in lijn met voorliggend Bomenbeleidsplan (§4.6.2; Fig. 4.3 en Tabel 4.3) plaatsvindt. Een compensatiebedrag is alleen verschuldigd wanneer verplanten of herplant, met als vereiste volledig herstel van het BKV binnen 10 jaar, niet of slechts gedeeltelijk mogelijk is; De maatschappelijke baten van de voorgenomen ontwikkeling op de thema’s leefomgeving, klimaat, ecologie/biodiversiteit en/of economie overtuigend de waarde van de boom overstijgen. Hiervoor is een kosten/ baten- of maatschappelijk nut-analyse ,die de baten concretiseert, uitgevoerd. De monetaire boomwaarde wordt berekend conform de NVTB-richtlijn Boomwaarde, de Boomwaarde-indextabel van Norminstituut Bomen of een vergelijkbare erkende methode. De Boomwaarde-indextabel is gebaseerd op het BKV (m3) van de boom en de daaraan gerelateerde bijdrage aan omgevingsfuncties en ecosysteemdiensten.
In geval er sprake is van ziekte die onherroepelijk tot de dood van de boom leidt, wordt voor de inhoudelijke beoordeling een boomtechnisch rapport verlangd en een herplantplan gericht op BELEIDSPLAN BOMEN
herstel BKV (zie eisen §4.6.1) en/of financiële compensatie in het Bomenfonds indien herplant niet of gedeeltelijk mogelijk is. De bewijslast ligt volledig bij de initiatiefnemer. In geval van noodkap kan op onderdelen van de aanvraag een uitzondering gemaakt worden, afhankelijk van de specifieke situatie en omstandigheden waaronder de noodkap plaatsvond. Waar relevant dient ecologisch onderzoek, zoals een flora- en faunacheck, uitgevoerd te zijn, inclusief eventuele daaruit volgende maatregelen. De provincie is hiervoor bevoegd gezag. KLASSE III - REGULIERE OMGEVINGSBOMEN
(Laan)bomen die niet vallen onder de hoofdstructuren of bos. Deze bomen kunnen wel functies voor biodiversiteit en klimaat vervullen maar zijn met name waardevol vanwege de leefomgeving en persoonlijke waarde voor de buurtbewoners. Voorwaarden en kenmerken: • 1e, 2e of 3e grootte bomen; • Geen vergunningsplicht; • Geldt alleen voor gemeentelijke bomen. Bescherming: Voor Klasse III bomen geldt geen bijzondere status wat betreft vergunningsplicht maar wel reguliere bescherming. • Bij afweging om boom te kappen geldt interne GEMEENTE STEENBERGEN
•
•
afstemming met afdeling Duurzaamheid over mogelijkheden waarbij de volgende prioritering aangehouden wordt: verplant > herplant met herstel BKV binnen 10 jaar > herplant met gedeeltelijk herstel BKV binnen 10 jaar en deels financiële compensatie > geen herplant mogelijk dus financiële compensatie; Een flora- en faunacheck is uitgevoerd, inclusief eventuele daaruit volgende maatregelen. De provincie is hiervoor bevoegd gezag; Bij ziekte of stormschade: behoud waar mogelijk, anders vervanging;
•
•
•
Werkzaamheden binnen de kroonprojectie zijn toegestaan mits gewerkt wordt volgens de uitgangspunten beschreven in §4.6 (Werkzaamheden rondom bomen) van het Bomenbeheerplan; Essentiële bomen (bijv. in versteende buurten, ter uitvoering van de 3-30-300-regel of bijzondere biodiversiteitswaarde) kunnen opschalen naar Klasse I of II; Overlast, beoordeeld op basis van het puntensysteem opgenomen in het Bomenbeheerplan, kan aanleiding zijn over te gaan tot kap wanneer er geen andere oplossing is.
Tabel 4-1. Strategie voor overlast en inrichting van de openbare ruimte per boomklasse
OVERLAST
INRICHTING OPENBARE RUIMTE
KLASSE I
Communicatiestrategie inzetten
Inpassen in het ontwerp, boom behouden
KLASSE II
Communicatiestrategie inzetten
Aansluiten bij het ontwerp, structuur behouden
Bij zeer ernstig, overweeg vervanging
Aansluiten bij het ontwerp waar mogelijk, vervangen binnen plangebied toegestaan volgens de beschermingsregels
KLASSE III
KLASSE IV Bij groot tot ernstig, overweeg vervanging
Aansluiten bij het ontwerp waar mogelijk, vervanging binnen gemeente toegestaan volgens de beschermingsregels
53
KLASSE IV - BOMEN ZONDER SPECIFIEKE STATUS
Kleine bomen (volgroeid tot ~4 m), vormbomen of soorten met korte omlooptijd. Deze bomen zijn vaak eenvoudig vervangbaar door herplant. Ze dragen over het algemeen minder bij aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en de waarde van de leefomgeving. Voorwaarden en kenmerken: • Korte omlooptijd (<30 jaar); • Kleine bomen (3e grootte) of vormbomen met een speciale snoeiwijze; • Geen vergunningsplicht; • Geldt alleen voor gemeentelijke bomen. Bescherming: De gemeente beschouwt de bomen, ook zonder status wat betreft vergunningsplicht, als belangrijke en volwaardige onderdelen van de openbare ruimte. Daarom zullen ook deze bomen met grote terughoudendheid behandeld worden: • Bij afweging om boom te kappen geldt interne afstemming met afdeling Duurzaamheid; • Een flora- en faunacheck is uitgevoerd, inclusief eventuele daaruit volgende maatregelen. De provincie is hiervoor bevoegd gezag; • Kap mogelijk na boomwaardebeoordeling. Waarde wordt gebruikt voor herplant of gestort in het Bomenfonds; • Bij ziekte of stormschade volgt vervanging; • Overlast, beoordeeld op basis van
54 Werkzaamheden aan een bomenlaan
puntensysteem opgenomen in het Bomenbeheerplan, kan aanleiding zijn over te gaan tot kap wanneer er geen andere oplossing is.
4.5 BOOMKLASSE AMBITIES Gemeente Steenbergen streeft naar de leeftijden per boombeleidsklasse zoals opgenomen in het Bomenbeheerplan. Voor deze leeftijden zijn goede groeiplaatsomstandigheden nodig. In deze tabel is de ideale groeiplaatsgrootte aangegeven en welk kwaliteitsniveau daarbij minimaal nodig is, op basis van de indeling van Rekenprogramma Boommonitor19 (optimaal, redelijk, marginaal). Daarnaast is de verdeling over de boomklassen van belang. Omdat dit een nog nieuwe systematiek is, zal eerst het huidige aandeel per boomklasse in kaart worden gebracht. Daarna worden doelstellingen opgesteld voor een gewenste verdeling van het bomenbestand over de boomklassen. Als leidraad kan hiervoor het Norminstituut Bomen worden gevolgd. In het Bomenbeheerplan Steenbergen 2026-2031 zijn ambities weergegeven voor een verdeling van het bomenbestand over beleidsklassen. Hierbij is het van belang om het aandeel Klasse IV laag te houden door bijvoorbeeld geen nieuwe bomen te kandelaberen. De ambities kunnen na vijf jaar worden geëvalueerd en bijgesteld in een geactualiseerd bomenbeheerplan.
BELEIDSPLAN BOMEN
4.6 BESCHERMING Gemeente Steenbergen heeft de ambitie om het bomenbestand uit te breiden en het boomkroonvolume te vergroten. Goede zorg voor bestaande bomen is onderdeel van een effectieve strategie richting een bomenrijke gemeente. Met name de bescherming van grotere bomen draagt bij aan een netto positief boomkroonvolume. Uit deze ambitie volgen de hierna beschreven specifieke richtlijnen voor herplant, compensatie, en overlastbepaling. 4.6.1 EISEN HERPLANTPLAN KLASSE I EN II BOMEN Sinds 2022 gold in de gemeente een dubbele herplantplicht. Voor een gekapte boom op gemeentegrond werden twee nieuwe bomen in de buurt van de kaplocatie aangeplant. In 2025 is gemeente Steenbergen gaan werken met boomkroonvolumes. Dit voorkomt bijvoorbeeld dat er twee kleine bomen (3e grootte) geplant worden ter vervanging van een grote boom (1e grootte). Hiermee zou het netto kroonvolume namelijk afnemen. Daarnaast wordt er bij de herplant van bomen gekeken naar behoud van functie van de gekapte boom (Klasse I) en van de structuur waar de boom deel van uitmaakte (Klasse II). Aan een herplantplan worden de volgende eisen gesteld: • Exacte locatie van kap en beoogde herplant in een situatietekening of GIS-kaart, inclusief onderbouwing van geschiktheid van de locatie (bodem, ruimte en waterhuishouding); • Herplantlocatie binnen hetzelfde perceel of GEMEENTE STEENBERGEN
• •
• •
• •
in de directe omgeving. Als dit niet kan: in openbaar groen in de gemeente; Het te compenseren BKV en het beoogde BKV van de herplant na 10 jaar; Specificaties van de herplant: soort, aantal, maatvoering en plantwijze (boomspiegel, boompalen, grondverbetering), met gebruik van inheemse of streekeigen soorten tenzij gemotiveerd anders; Uitvoertermijn voor herplant: binnen één plantseizoen na het kappen; Bescherming, nazorg en instandhouding: ten minste voor een periode van 3 jaar, bij uitval binnen deze periode moet een nieuwe boom worden aangeplant; Monitoring en rapportage van herplant op basis van fotoregistratie; Bij uitzondering: alternatieve compensatie in geld, middels storting in het Bomenfonds, wanneer herplant niet mogelijk is (zie Fig. 4-3 en Tabel 4-2).
Bij uitval, achterstallig beheer of afwijking van het herplantplan komt het niet-gerealiseerde BKV volledig voor rekening van de vergunninghouder. 4.6.2 COMPENSATIE KLASSE I EN II BOMEN Het (gedeeltelijke) verlies van boomkroonvolume betekent een verlies aan hemelwaterregulering, afvang van vervuilende stoffen, koolstofopslag, schaduwwerking, biodiversiteit en meer. De ecosysteemdiensten kunnen kwantitatief
berekend en omgezet in euro’s worden. Deze zogeheten monetaire boomwaarde wordt gebruikt om de financiële compensatie door rechtspersonen te bepalen in het geval een Klasse I of II boom moet wijken. Voor natuurlijke personen (zij die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf) wordt hiervoor een vast bedrag conform compensatietabel 4-2 gehanteerd. Financiële compensatie door storting in het gemeentelijk Bomenfonds vindt in de volgende situaties plaats (Fig. 4-3): • Wanneer herplant zowel op de kaplocatie als andere locatie in openbare ruimte van de gemeente niet of slechts beperkt mogelijk is. Zie Tabel 4-2 voor compensatiebedragen en aanvullende bepalingen; • Onvoldoende herstel BKV binnen 10 jaar. Wanneer de herplant het volledige BKV niet binnen tien jaar hersteld heeft, wordt het resterende tekort financieel gecompenseerd; • Illegale kap. Bij illegale kap wordt een financiële compensatie opgelegd conform de aanvullende bepaling in Tabel 4-2. Deze verplichting staat los van eventuele boetes of andere juridische maatregelen. In het geval er voor meerdere bomen een omgevingsvergunning voor kap aangevraagd wordt, of meerdere bomen illegaal gekapt zijn, wordt een factor x1,10 op het totaalbedrag gehanteerd (Tabel 4-2).
55
Fig. 4-3. Schematische weergave van herplant- en financiële compensatieplicht in combinatie met aanvraag van een omgevingsvergunning voor kap van vergunningsplichtige Klasse I en II bomen en in geval van illegale kap. Eisen die gesteld worden aan onderbouwing en aanvraag van de omgevingsvergunning, met herplantplan, zijn in hoofdstuk 4 uitgewerkt
KLASSE I BOMEN
KLASSE II BOMEN
Ziekte die onherroepelijk tot de dood van de boom leidt
Ziekte die onherroepelijk tot de dood van de boom leidt
Grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid*
Groot gemeenschappelijk belang*
aanvraag omgevingsvergunning
Herplantplan verplicht onderdeel van aanvraag (zie §4.6.1 voor eisen)
Financiële compensatie boomwaarde (zie Tabel 4-2)
verleend
kapactiviteit vindt plaats zonder verleende omgevingsvergunning**
niet verleend
volledige herplant = volledig herstel BKV in 10 jaar
natuurlijke personen financiële compensatie in Bomenfonds van (gedeeltelijke) boomwaarde conform Compensatietabel 4-2
Illegale kap
geen of gedeeltelijke herplant mogelijk = geen of gedeeltelijk herstel BKV in 10 jaar
rechtspersonen financiële compensatie in Bomenfonds van (gedeeltelijke) boomwaarde***
vermenigvuldigingsfactor van 1,10 bij kap van >1 boom
Herplante bomen en plantlocatie worden geregistreerd. Na 10 jaar volgt controle van herstel BKV. Indien herstel onvolledig
natuurlijke personen financiële compensatie in Bomenfonds van 2 maal de boomwaarde conform Compensatietabel 4-2 rechtspersonen financiële compensatie in Bomenfonds van 1,10 maal de volledige boomwaarde*** vermenigvuldigingsfactor van 1,10 bij illegale kap van >1 boom
* In geval van ‘noodkap‘ bij een acute situatie kan het zich voordoen dat de hier gevisualiseerde procedure na de kapactiviteit gevolgd wordt ** In geval van ‘dunning’ kan kap van een klasse I of II boom vergunningsvrij plaatsvinden mits voldaan wordt aan de procedure beschreven in §4.6.3 *** Berekend conform de NVTB-richtlijn Boomwaarde of een vergelijkbare erkende methode
56
BELEIDSPLAN BOMEN
Tabel 4-2. Compensatietabel boomwaarde bij kap vergunningsplichtige boom (Klasse I of II). Bij een geldige omgevingsvergunning én geen of slechts gedeeltelijke mogelijkheid tot herplant is de initiatiefnemer een compensatiewaarde verschuldigd conform de tabel
INITIATIEFNEMER CATEGORIE BOOMKROONVOLUME (M3)
Natuurlijke personen
BASISTARIEF AANPLANT (EURO)
BOOMWAARDE-OPSLAG (EURO)
TOTAAL COMPENSATIEBEDRAG PER BOOM (EURO)
A
<50
1.500
0
1.500
B
50 - 100
1.500
500
2.000
C
100 - 200
1.500
1.500
3.000
D
200 - 400
1.500
2.500
4.000
E
>400
1.500
3.500
5.000
Monetaire boomwaarde conform NVTB-richtlijn Boomwaarde of een vergelijkbare erkende methode
Rechtspersonen
AANVULLENDE BEPALINGEN Situatie
Toepassing
Berekening
Herplantplicht
Wordt separaat opgelegd en gaat boven compensatieplicht; alleen wanneer herplant niet of gedeeltelijk plaats kan vinden is een compensatiebedrag verschuldigd
Aantal te herplanten bomen gebaseerd op herstel BKV in 10 jaar
Voor natuurlijke personen (zij die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf) geldt een vermenigvuldigingsfactor van 2,0 op het reguliere compensatiebedrag
Totale som x 2,0
Illegale kap Voor rechtspersonen geldt de volledige boomwaarde* in combinatie met een opslag van 10 % (factor 1,10)
Meerdere bomen binnen één aanvraag of illegaal gekapt
Opslag van 10% (factor 1,10) op het totaalbedrag
Volledige boomwaarde* x 1,10
Totale som x 1,10
* Berekend conform de NVTB-richtlijn Boomwaarde of een vergelijkbare erkende methode
GEMEENTE STEENBERGEN
57
HET BOMENFONDS
Compensatiegeld wordt in het gemeentelijk Bomenfonds gestort waarbinnen geld voor bomen wordt geoormerkt. Onttrekkingen uit het Bomenfonds zijn alleen toegestaan voor bestedingen aan de volgende doelen: • Aanplant van bomen voor het halen van de doelstellingen zoals vastgelegd in voorliggend Bomenbeleidsplan; • Aanplant van bomen voor het halen van de doelstellingen zoals vastgelegd in het vigerende Bomenbeheerplan; • Voorstellen gebaseerd op de Groenblauwe structuur en Ambitie- of Visiekaart; • Grondaankoop ten behoeve van de aanplant voor bovenstaande doelen; • Verbeteren van de conditie of groeiplaats van bomen, met prioriteit voor Klasse I. TOEZICHT EN HANDHAVING
De gemeente ondersteunt initiatiefnemers bij een zorgvuldige uitvoering van de herplant- en compensatieplicht. Toezicht richt zich op het bevorderen van kwaliteit en nazorg: na kap wordt gecontroleerd of de herplant tijdig en volgens afspraak is uitgevoerd. Indien herplant niet aanslaat, wordt samen met de vergunninghouder gezocht naar een passende vervangende oplossing. De gemeente controleert (jaarlijks) op basis van luchtfoto’s en door initiatiefnemer aangeleverde rapportage van herplant
58
Bloeiende plantenborder met boom
(fotoregistratie) of de vergunningsplichtige bomen nog aanwezig zijn en na 10 jaar of het volledige BKV met de herplant hersteld is. 4.6.3 UITZONDERING: VERGUNNINGSVRIJE KAP VAN KLASSE I EN II BOMEN In het volgende specifieke geval kan een boom met beschermde status onder klasse I of II alsnog vergunningsvrij worden verklaard: dunning ten behoeve van het bevorderen van de uitgroei van een nabije boom en/of behoud of versterking van de bomenstructuur waar de boom onderdeel van uitmaakt. De kap/dunning is aantoonbaar noodzakelijk voor de duurzame instandhouding van de structuur of een naastgelegen, toekomstbestendige boom (licht, ruimte, water, stabiliteit, kroonontwikkeling). Vereist vooraf schriftelijke toestemming van het college. Regels en gevolgen: • Bij terechte onderbouwing wordt de boom vergunningsvrij verklaard; • In dit specifieke geval geldt, na vergunningsvrij verklaring, geen herplant- of financiële compensatieplicht; • Wordt de boom gekapt terwijl vooraf geen toestemming is gevraagd of de onderbouwing wordt ongegrond verklaard, dan is sprake van illegale kap en volgt een financiële compensatieplicht ( zie ‘Illegale kap’ onder §4.6.2).
BELEIDSPLAN BOMEN
4.6.4 OVERLASTBEPALING KLASSE III EN IV BOMEN Overlast door bomen is lastig te definiëren. Niet elke ‘overlast’ is rechtmatig. Wat de één als overlast ervaart, levert voor de ander juist een positieve bijdrage. In sommige gevallen is enige mate van ‘hinder’ normaal. Er bestaat ‘overlast’ die in redelijkheid geaccepteerd moet worden. De bekendste klachten over bomen zijn: blad- en vruchtval, wortelopdruk, beperking van lichtinval en stuifmeel (pollen). Bomenbeleid en -beheer zijn bedoeld om daar waar nodig overlast door bomen te voorkomen. In het Bomenbeheerplan is een puntensysteem gepresenteerd aan de hand waarvan de gemeente een melding van overlast objectief kan beoordelen. Hieruit volgt of er sprake is van: • matig tot geen overlast; • grote tot ernstige overlast; • zeer ernstige overlast. BLAD- EN VRUCHTVAL
Biologische processen van de boom (blad- en vruchtval, stuifmeel, pluisvorming, insecten of het zogenaamde ‘druipen’ van bomen) vormen geen onderdeel van de overlastcriteria en worden gezien als te dulden ongemak. Twee uitzonderingen hierop vormen: 1) aantoonbaar wederkerend en onevenredig financieel nadeel, en 2) een sterk verhoogde frequentie van onderhoud aan eigendommen als gevolg van biologische processen van de boom.
GEMEENTE STEENBERGEN
59 Bladval is niet altijd een hinder
WORTELOPDRUK
Boomwortels kunnen door hun toenemende diktegroei de verharding naar boven drukken, als gevolg waarvan schade kan ontstaan. Wortelopdruk is vaak een gevolg van een niet goed ingerichte groeiplaats. Overlast door wortelopdruk kan worden voorkomen of hersteld. Vandaar dat punten alleen worden toegekend als er geen alternatief voorhanden is om de overlast op te lossen én als herstraten van de verharding frequent noodzakelijk is. SCHADUW EN UITZICHT
Veel meldingen van overlast gaan over de schaduwwerking van bomen. Hoewel dit vaak juist een positieve eigenschap is die bijdraagt aan klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving, kan de beperking van uitzicht of lichtinval ook ‘‘overlast’’ veroorzaken. Wanneer de ramen van het woongedeelte van een huis of appartement volledig worden afgeschermd door de boomkroon is er sprake van ernstige overlast. Een boomkroon op minder dan drie meter ten zuiden van de woonkamer op de begane grond kan matig overlast veroorzaken. Een lichte rendementsvermindering als gevolg van schaduwval op zonnepanelen of -collectoren wordt als matig tot geen overlast beschouwd. De boom is vaak al (veel) eerder aangeplant en de omlooptijd is vele malen hoger dan die van de zonnepanelen. Snoei van probleemtakken op een boomtechnisch verantwoorde wijze kan eventueel
60
een compromis vormen. Bij vervanging kan rekening worden gehouden met de vrije ruimte voor zonnepanelen. POLLEN EN BOOMGASTEN
Onder overlast worden allergische aandoeningen en gezondheidsklachten niet meegenomen. De reden hiervoor is dat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het kappen van pollenproducerende bomen lokaal geen positief effect heeft. Overlastgevende pollen verspreiden zich over meerdere kilometers door middel van wind. De gemeente voorkomt een evenredig groot aandeel van dezelfde boomsoort binnen een wijk door diversiteit van het bomenbestand. NIET PASSENDE GROOTTE
Grote bomen zijn beeldbepalend en dragen bij aan sfeer en een waardevolle leefomgeving. Bomen worden echter klein geplant en worden na enkele decennia soms zo groot dat ze niet goed meer passen in de bovengrondse ruimte. Als het kroonoppervlak van de boom meer dan 50% van de totale tuin beslaat, inclusief het eventueel verharde deel, is sprake van een zeer groot kroonoppervlak.
terrein, geheel of gedeeltelijk, niet of nauwelijks toegankelijk is, niet onderhouden kan worden of alleen op een alternatieve manier die aantoonbaar wederkerend en onevenredig financieel nadeel met zich meebrengt. SCHADE AAN BOUWWERK
Er is sprake van overlast als een boom op minder dan 5 meter (gemeten vanuit het hart van de stam) van een bouwwerk staat. Dit kan namelijk leiden tot schade aan het gebouw. GELUIDSHINDER
Niet opgenomen in het puntensysteem, maar wel relevant om te noemen, is overlast tijdens beheer en onderhoud aan bomen. Geluidshinder is vaak onvermijdelijk bij uitvoering van onderhoudswerkzaamheden aan bomen. De mate van overlast wordt voor een belangrijk deel bepaald door het soort machines dat wordt ingezet. Machines die werken op verbrandingsmotoren produceren meer decibellen dan elektrisch aangedreven machines. Dit is een aanvullende motivatie om de inzet van klein materieel te vervangen of om aannemers te kiezen die gebruik maken van geluidsarme machines en handgereedschap (zie §5.2.4).
TOEGANKELIJKHEID
Een boom kan op een onhandige plek staan waardoor een terrein (deels) niet meer toegankelijk is. Er is sprake van grote belemmering als door de aanwezigheid van de boom een BELEIDSPLAN BOMEN
4.7 COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE 4.7.1 INLEIDING Een breed gedragen bomenbeleid vraagt om doelgerichte communicatie en participatie, zowel intern (binnen de gemeentelijke organisatie) als extern (met raadsleden, inwoners, ondernemers, (vrijwillige) natuurorganisaties en andere betrokken partijen). Uit het participatietraject, dat is uitgevoerd tijdens de totstandkoming van het bomenbeleidsplan, blijkt dat binnen al deze groepen een grote belangstelling is voor bomen. De gemeente wil deze betrokkenheid vasthouden en benutten. Gemeente Steenbergen stimuleert inwoners, bedrijven en andere overheden om actief bij te dragen door bomen aan te planten die de biodiversiteit, klimaatadaptatie en de waardevolle leefomgeving versterken. Onder meer door het instellen van een gemeentelijke subsidieregeling, herstelprojecten zoals boomplantacties, het Levensbos, privaat beheer van boomspiegels, boomsafari’s en door te communiceren over het belang en de functie van bomen. Samenwerking tussen de gemeente en (lokale) groene organisaties wordt versterkt door regelmatige overlegmomenten en gezamenlijke projecten. Dit zorgt voor een gedeelde verantwoordelijkheid en een efficiënte uitvoering van bijvoorbeeld vergroeningsprojecten.
iedereen. Denk aan de aanleg van bijvoorbeeld extra parkeerplaatsen of de aanplant van bomen in een straat. Concrete regels en uitgangspunten bieden duidelijkheid aan de interne organisatie, andere overheden, inwoners en ondernemers. Door heldere kaders vanuit het bomenbeleidsplan te geven werkt gemeente Steenbergen aan verwachtingsmanagement. De gemeente Steenbergen wil bereiken dat bij (her)ontwikkeling van de openbare ruimte bomen integraal worden meegenomen in het ontwerp en de uiteindelijke realisatie. Daarvoor is het nodig dat bomen bij alle betrokkenen op het netvlies komen. Om bovenstaande ambities te realiseren en acties uit het bomenbeleidsplan succesvol uit te voeren zijn communicatie en participatie een onmisbare factor. Communicatie draagt bij aan voldoende draagvlak voor beleidskeuzes rondom de bomen in de gemeente en aan de bereidheid van mensen om zelf actief mee te werken om de ambities uit het bomenbeleidsplan te realiseren. Het vervolg van deze paragraaf geeft in hoofdlijnen weer welke strategische keuzes worden gemaakt voor communicatie en participatie over (onderwerpen uit) het bomenbeleidsplan. 4.7.2 AANSLUITEN OP BELEID
Daarnaast is het belangrijk dat het bomenbeleid, en de manier waarop afwegingen worden gemaakt met betrekking tot bomen, helder is voor GEMEENTE STEENBERGEN
COMMUNICATIESTRATEGIE DUURZAAMHEID
Voor de communicatie-uitingen over bomen gelden nagenoeg alle punten uit de bestaande
communicatiestrategie Duurzaamheid: de uitgangspunten, framing, het bieden van handelingsperspectief, heldere taal, creatieve communicatie en participatie. Het onderwerp bomen sluit immers qua inhoud naadloos aan op de onderwerpen die worden gecommuniceerd volgens deze strategie. Door te communiceren en content te maken volgens dezelfde uitgangspunten, houdt de gemeente grip op de inhoud, stijl en dus de synergie van alle uitingen. Deze keuze maakt bovendien het communiceren en maken van content rondom het bomenbeleidsplan werkbaarder en overzichtelijker: er geldt immers eenzelfde werkwijze. Daarbij is er sprake van kruisbestuiving en overlap. Het bomenbeleid wordt in de communicatie gepositioneerd als zichtbare en tastbare invulling van de thema’s biodiversiteit, klimaatadaptatie en participatie. PARTICIPATIEBELEID
De gemeente Steenbergen heeft in 2023 een participatiebeleid vastgesteld. Het versterken van de samenwerking met inwoners, bedrijven en organisaties staat hoog op de agenda van de gemeente Steenbergen. Binnen het thema Duurzaamheid is participatie van groot belang. De complexiteit en reikwijdte van de opgave en de vele onzekerheden maakt het belang van samenwerking, draagvlak en kennisdeling alleen maar groter. Samen weten we veel meer.
61
62
Boomplantdag in Steenbergen
BELEIDSPLAN BOMEN
Dit geldt ook voor alles wat met bomen te maken heeft. De juiste inzet van participatie draagt bij aan het realiseren van doelen en ambities uit het bomenbeleidsplan. Het niveau van participatie binnen de verschillende projecten is uiteenlopend. Daarvoor werkt de gemeente met de participatieladder: van informeren (vooral vanuit communicatieperspectief), via inspreken, consulteren, samenwerken, naar delegeren. De hoogste trede van de participatieladder is zelfbestuur. Wanneer een actie of project voortvloeit uit het bomenbeleidsplan, stelt de gemeente waar gewenst een participatieplan op volgens het vastgestelde participatiebeleid. 4.7.3 KERNBOODSCHAP EN DOELEN De kernboodschap uit de communicatiestrategie Duurzaamheid bevat de elementen die ook voor de bomen van gemeente Steenbergen zo belangrijk zijn. Bewustwording over bomen, kennis van bomen, samen werken aan een gezond bomenbestand in de gemeente, voor nu en in de toekomst. Onderstaande zinnen uit de kernboodschap gelden ook voor onze bomen: ‘‘De gemeente Steenbergen is de groenblauwe parel van West-Brabant. Dat willen we zo houden. Nu en in de toekomst. Daarom willen we samen de verandering van het klimaat en de achteruitgang van onze mooie natuur tegengaan. We willen ons tegelijkertijd aanpassen aan een veranderend klimaat, om overlast thuis of in de buurt te voorkomen en een prettige en veilige GEMEENTE STEENBERGEN
leefomgeving te garanderen.’’ COMMUNICATIEDOELEN (AMBITIES)
Communicatie over het bomenbeleidsplan en alle projecten die daaruit volgen draagt bij aan het geschetste beeld in de kernboodschap. De communicatiedoelen zijn op strategisch niveau omschreven. Deze doelen worden concreet en SMART in de communicatie- en participatieplannen die de gemeente maakt voor specifieke acties en projecten die voortvloeien uit het bomenbeleidsplan. Bewustwording stimuleren. In 2030 heeft de communicatie over bomen en het bomenbeleidsplan ervoor gezorgd dat alle betrokkenen meer weten over bomen in het algemeen en in de gemeente Steenbergen in het bijzonder. Daarnaast over de functie van bomen in de openbare ruimte, denk aan de relatie tussen bomen en biodiversiteit, hun plek in het ecosysteem, het belang van ecologische verbindingen en aaneengesloten boomstructuren, de rol van bomen voor onze gezondheid en bij het tegengaan van de effecten van klimaatverandering. Het is voor iedereen duidelijk dat meer gezonde bomen urgent zijn. Kaders en keuzes uit het bomenbeleidsplan toelichten. In 2030 heeft de communicatie over het bomenbeleidsplan bijgedragen aan het creëren van voldoende draagvlak (en dus ook minder
weerstand als die er is) onder alle betrokkenen voor het bomenbeleid in de gemeente Steenbergen. Het draagvlak wordt in 2030 middels een enquête onderzocht. Participatie en samenwerking activeren. In 2030 heeft de communicatie over acties die voortvloeien uit het bomenbeleidsplan bijgedragen aan het bewustzijn van alle betrokkenen dat ieder zijn rol heeft in het vergroten en versterken van het bomenbestand in de gemeente. De bereidheid om actief bij te dragen is groter geworden, iedere doelgroep op een eigen manier. En het handelingsperspectief is duidelijk. Inwoners zijn bijvoorbeeld bereid bomen op eigen grond aan te planten of een boomspiegel te verzorgen en weten hoe ze dat kunnen aanpakken. Externe stakeholders en grondbezitters (in het buitengebied) willen met de gemeente samenwerken om boomstructuren en ecologische verbindingen te creëren en/of in stand te houden en weten welke subsidies er zijn. Interne medewerkers nemen team Duurzaamheid mee bij nieuwe projecten. In een communicatieplan is doelgroepgericht werken een belangrijke factor. Er bestaan vaak interne en externe doelgroepen, als volgt gespecificeerd: • Intern: afdelingen en ambassadeurs met een belangrijke (uitvoerende) opgave waar ook bomen een plek moeten krijgen, zoals beleidsmakers en uitvoerders die integraal
63
•
werken aan de openbare ruimte; Extern: inwoners – als mede-eigenaren van de leefomgeving en deelnemers aan vergroening. MKB-ondernemers, toeleveranciers, partners of uitvoerders – als mede-initiatiefnemers en uitvoerders van groene projecten.
CONCREET MAKEN
Wanneer een project of actie wordt opgezet op basis van het bomenbeleidsplan, stelt de gemeente een communicatie- en/ of participatieplan op met daarin onder meer de specifieke doelgroep, concretere communicatiedoelen (SMART) per doelgroep en (communicatie- en participatie)acties. Hiervoor wordt dus zo maximaal mogelijk aangesloten op de communicatiestrategie Duurzaamheid en het participatiebeleid van de gemeente. Daarnaast biedt voor concrete acties het programmaplan DuurSAMEN aanknopingspunten en aanpakken die waardevol en relevant zijn voor het bomenbeleid. Waar passend kan deze aanpak worden overgenomen voor de communicatie (en participatie) rondom het bomenbeleid. Bijvoorbeeld: • P1 Monitoring: communicatie draagt bij aan het zichtbaar maken van boomaanplant; adoptie, beheer en deelname aan vergroening; • P4 Interne gedragsverandering: bewustwording binnen de organisatie over het belang van bomen als integraal onderdeel van projecten; Boomkronen onderaanzicht 64
•
• •
P14 Groenblauwe structuurkaart: ruimtelijke inpassing van boomstructuren helder uitleggen aan bewoners en professionals; P15 Tuingeluk: bomen verbinden met acties voor vergroening van particuliere tuinen; P26 Boomspiegels: activeren van bewonerbetrokkenheid bij vergroening van de openbare ruimte.
4.7.4 BELANGRIJKE AANDACHTSPUNTEN GEVOELIG ONDERWERP
Bij bomen gaat het vaak ook over emoties. Voor veel mensen staan bomen symbool voor iets wat voor hen waardevol is. Een specifieke boom roept bijvoorbeeld herinneringen op of staat op een plek die bijzonder voor hen is. Bomen staan vaak ook symbool voor ons verleden (stille overlevers) of misschien zelfs voor het leven op zichzelf. Daarmee is ook het kappen van bomen een gevoelig onderwerp. Tegelijkertijd worden bomen in de bebouwde omgeving ook wel als ‘lastig’ ervaren; schaduw waar dat niet altijd gewenst is, scheve stoepen door wortelopdruk, verlies van bladeren of vruchten kan als hinderlijk worden ervaren, enz. Het is belangrijk om in de communicatie rondom bomen deze gevoeligheid en emoties te borgen. Hoe dat kan, is situatieafhankelijk en moet per onderwerp worden afgewogen. Door mensen over ‘hun’ boom te laten vertellen tijdens een participatietraject bijvoorbeeld en er vervolgens misschien wel een verhaal over te schrijven en te delen. BELEIDSPLAN BOMEN
SAMENWERKING MET ANDERE OVERHEDEN
Natuurgebieden van Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat, waterschap Brabantse Delta en organisaties zoals Natuurmonumenten en Brabants Landschap vallen, net als particuliere bomen en landgoederen, niet onder gemeentelijk beheer. Veel van deze bomen vervullen wel een beeldbepalende rol in het landschap. Ook kunnen ze van belang zijn voor biodiversiteit en klimaat, bijvoorbeeld door het vormen van ecologische verbingingszones tussen bosrijke natuur. Denk bijvoorbeeld aan de boomdijken die in het beheer zijn van het waterschap. Samenwerking met deze partijen is nodig om belangrijke boomstructuren te behouden. De doelstellingen vanuit het bomenbeleidsplan worden actief bij deze partijen ingebracht. Ook wordt aansluiting gezocht op boomstructuren van naastgelegen gemeenten. Een mogelijkheid voor gemeente Steenbergen is om als regiogemeente deel te nemen aan de Brabantse Wal van Trees for All. Dit project zorgt voor een aansluitend landschap binnen de Brabantse Wal en helpt bij het planten van meer bomen op zowel gemeente- als particuliere gronden. SUBSIDIE EN BEGELEIDING
Gemeente Steenbergen hanteert een aantal regelingen die het bomenbestand kunnen bevorderen door financiële ondersteuning. Enkele hiervan zijn de Stimuleringsregeling landschap, ErvenPlus, het gratis inleveren van tuintegels GEMEENTE STEENBERGEN
tijdens het NK tegelwippen, subsidie voor Groenblauwe schoolpleinen, de regeling voor klimaat en natuur en beheerondersteuning voor Klasse I bomen op private grond. De mogelijkheid tot financiële ondersteuning wordt uitgebreid met de doelgroep gedeeld.
4.8 INZET VAN DATA EN HANDBOEK BOMEN Om gerichter beleid te kunnen voeren is meer data nodig. Inzicht in de leeftijdsopbouw, vitaliteit en conditie van het bomenbestand is essentieel. De boomkroonoppervlakten, -volumes en (monetaire) boomwaarden zijn goede aanvullingen hierop, gemeente Steenbergen gaat deze de komende jaren in kaart brengen. Dit draagt bij aan gerichte sturing en meer inzicht in het bomenbestand en doelbereik vanuit het beleid. Gemeente Steenbergen maakt gebruik van innovatieve technieken om gegevens over het bomenbestand efficiënt in kaart te brengen. Bijvoorbeeld gebruik van LIDAR-data, waarmee het boomkroonvolume en schaduwpercentage in beeld gebracht kunnen worden, en het Platform i-Tree Nederland. Zij werken aan de ontwikkeling van software om de baten van bomen op de omgeving inzichtelijk te maken en om te zetten in euro’s. Ook Norminstituut Bomen heeft hier een rekenprogramma voor. De Boomwaardeindextabel, die daarmee samenhangt wordt door gemeente Steenbergen gehanteerd om
de boomwaarde te berekenen bij compensatie. Het Norminstituut Bomen biedt ook het Handboek Bomen aan waar de gemeente een gebruikerslicentie voor heeft. Het handboek is gemaakt om de kwaliteitszorg voor bomen in de openbare ruimte te verbeteren en waarborgen. Gemeente Steenbergen gebruikt het handboek als richtlijn bij het bomenbeheer. Daarnaast heeft Groen als een Service (GAES) informatie over monitoring waar gemeenten gebruik van kunnen maken om de gegevens over hun bomenbestand aan te vullen. De belangrijkste cijfers van het bomenbestand staan in de boompaspoorten. Eventueel kunnen deze gegevens gebundeld worden weergegeven in een openbaar beschikbaar dashboard. Hierop kunnen alle cijfers staan die relevant zijn voor het bomenbeleid en het doelbereik per ambitie. Een dergelijk dashboard kan worden gebruikt in de communicatie met andere beleidsvelden en voor beleidsmonitoring en evaluatie.