CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

11B. Bijlage ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant en Hoofdlijnendocument SRWBW 2323793.pdf

Oordeelvormende vergadering 4 september 2023, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 07.: Ingekomen stukken, mededelingen en toezeggingenlijst29.288 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

toeleverketen met elkaar te verbinden ontstaat een netwerk waarin alles mogelijk is. Korte

gebouwde ‘Fabriek van de Toekomst’ dat modulair is opgezet. Het is dé plek waar de

lijnen tussen talloze specialismes zijn een motor voor innovatie en flexibiliteit. De

hightech maakindustrie elkaar ontmoet (in het atrium), waar bedrijven leren van elkaar en

keten als netwerk is de kracht van de campus.

direct samenwerken met de nieuwe generatie technisch opgeleiden. Op deze manier wordt

57

• •

geprogrammeerde bedrijventerreinen.

2.

Provincie en stedelijke regio’s stellen een gezamenlijke aanpak

Het ontwikkelen van een ruimtelijk economische visie voor Brabant en het

op voor de integrale afweging van belangen, ruimteclaims en passende

ontwikkelen/aanscherpen van (sub)regionale (economische) profileringen.

ontwikkellocaties, mede in relatie tot het ruimtelijk voorstel dat de provincie

Een integrale afweging om te komen tot zoekgebieden voor nieuwe

moet maken voor oktober 2023. Uit dit traject volgt of er zoekgebieden mogelijk

grootschalige werklocaties. In deze integrale aanpak ontwikkelen

zijn voor nieuwe grootschalige werklocaties (met name voor grootschalige

we afwegingscriteria. Deze criteria hebben zowel betrekken op de

logistiek en grootschalige maakindustrie) in combinatie met mogelijkheden voor

vestigingsvoorwaarden van bedrijven (ligging t.o.v. knopen, kennis,

functiemenging en het toepassen van nieuwe concepten voor het ruimtegebruik

arbeidsmarkt, ontsluiting, stedelijkheid, beschikbaarheid energie etc), als op de

van bedrijven. De betrokkenheid van waterschappen, rijk en landelijke gemeenten

ruimtelijke mogelijkheden en randvoorwaarden (o.a. water, bodem, landschap,

wordt nader afgestemd bij het opstellen van het plan van aanpak. Startpunten zijn:

natuur, buffers tussen stedelijk gebieden en de afweging met de ruimtelijke opgave voor bijv. wonen, concentratie van detailhandel, klimaatadaptatie,

•

energietransitie of landbouw).

Gewenste positionering provincie en regio’s in gedragen ruimtelijkeconomische visies en -toekomstbeelden van Brabant en de regio’s daarbinnen;

Eerste uitvoeringsafspraken 1.

•

Prognoses over de ruimtebehoefte van bedrijventerreinen (inbreng provincie);

•

Prognoses over ontwikkeling van de werkgelegenheid, inclusief de relatie

In lopende trajecten zetten provincie, rijk en regio in op meervoudig

met de demografische ontwikkeling en de ontwikkeling van de potentiële

ruimtegebruik, verduurzaming, intensivering, herstructurering en functiemenging. Nieuwe kansrijke inzichten zullen worden doorgevoerd in beleid. Wanneer hieruit

beroepsbevolking (inbreng provincie en stedelijke regio’s); •

nieuwe acties of onderzoeksvragen volgen, wordt gezamenlijk bekeken hoe deze het beste belegd kunnen worden.

Toepassen van de lagenbenadering (randvoorwaarden/kansen vanuit water, bodem, landschap, natuur, wonen, voorzieningen, bereikbaarheid etc.);

•

Bestaande knooppunten/locaties (infrastructuur, energie, kennis en andere netwerken) ;

De lopende trajecten zijn: •

Actielijnen GRIP op grootschalige bedrijvigheid (o.a. duurzame ruimtelijke

•

inpassing, handreiking regionale meerwaarde en toolkit herstructurering bedrijventerreinen);

58

Kansen energietransitie: koppelen aan lokale kansen of Brabantbrede infrastructuur;

•

Gezamenlijke aanpak (X)XL-logistiek en het project GRIP op grootschalige

•

Grote oogst;

bedrijfsvestigingen (inbreng provincie en rijk);

•

Gezamenlijke aanpak (X)XL logistiek;

•

Onderzoeken regio’s mogelijkheden voor intensivering bestaande terreinen;

inclusief de plannen/keuzes die hiervoor al zijn gemaakt in gemeentelijke,

•

Regionale grondprijsmethodieken en regionale uitgifteregels en protocollen.

regionale en provinciale trajecten (inbreng gemeenten);

•

Inventarisatie van bestaande bedrijventerreinen en stedelijke interactiemilieus

•

Kansen en opgaven voor energie, grondstoffencascades (reststromen benutten ed) en andere aspecten van de (kringloop)economie (inbreng provincie);

•

De Brabantbrede verstedelijkingsstrategie en strategie per stedelijke regio als input voor de brede ruimtelijke afweging.

59

KAART. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor circulaire economie

•

Verduurzaming van bedrijventerrein (in het kader van project Grote Oogst) • Met focus op energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en stikstofreductie. Deze 13 terreinen zijn gezamenlijk goed voor 38% van de banen en 53% van het energieverbruik van Brabant.

•

Bedrijventerrein met bijzondere knoopwaarde doorontwikkelen • We spreken van knoopwaarde als minimaal 3 knoopfuncties gecombineerd worden (bij knoopfuncties gaat het over directe aanwezigheid van: goederenspoor, hoogspanningsnet, internationale wegcorridor, buistracé, haven, luchthaven, (hoog) stedelijke nabijheid).

•

Reeds geprogrammeerde regionale bedrijventerreinen • Bedrijventerreinen waar eerder al afspraken over zijn gemaakt. In ontwikkeling tot 2030.

•

Bestaande werklocaties • Uit IBIS, vooralsnog geen afspraken Terreinen met zwaardere milieucategorieen • Uit IBIS, vooralsnog geen afspraken XXL logistiek locaties • Uit IBIS, vooralsnog geen afspraken

60

•

Terreinen met uitgeefbare gronden (meer dan 5 Ha.) • Uit IBIS, vooralsnog geen afspraken

61

5.

EERSTE UITWERKING VOOR DE BRABANTSE REGIO’S

Als basis voor het Ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied stedelijk Brabant

5.1.

ZUIDOOST-BRABANT

is een Brabantbrede verstedelijkingsstrategie opgesteld (Verstedelijkingsstrategie

De regio Zuidoost-Brabant bestaat uit 4 subregio’s: het Stedelijk Gebied

Brabant 2040) en werken de stedelijke regio’s aan ontwikkelstrategieën voor

Eindhoven (SGE), De Peel, De Kempen en de A2-gemeenten. Voor het SGE is op

hun stedelijke regio. De vijf ontwikkelprincipes voor duurzame verstedelijking

het BO-Leefomgeving van juni 2022 een verstedelijkingsakkoord afgesloten.

uit de Brabantbrede strategie en de resultaten van het onderzoek dat in de

Dit verstedelijkingsakkoord is in lijn met, en een belangrijke bouwsteen voor,

stedelijke regio’s is gedaan met het Dashboard Verstedelijking vormen de

het Brabantbrede Ontwikkelperspectief. Inmiddels stellen de 4 subregio’s van

basis van de ontwikkelstrategieën van de stedelijke regio’s in dit hoofdstuk. Het

Zuidoost-Brabant samen een ontwikkelperspectief op en is het proces gestart om

Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) heeft het MIRT-onderzoek “Verstedelijking

alle vier de subregio’s aan te sluiten bij het Brabantbrede Ontwikkelperspectief.

en mobiliteit Brainportregio” uitgevoerd en in het BO-leefomgeving 2022 een

In de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant wordt de verbinding gelegd met het

verstedelijkingsakkoord met provincie en Rijk gesloten.

Brabantbrede Ontwikkelperspectief voor NOVEX Stedelijk Brabant. De ambitie is

Per regio zijn in dit hoofdstuk de belangrijkste ambities en richtinggevende

dat de hele regio in de loop van 2023 is aangesloten op het proces voor NOVEX

keuzes weergegeven die voortkomen uit de ontwikkelstrategieën voor de

Stedelijk Brabant.

verstedelijkingsopgave van de regio’s. De stedelijke regio’s zullen deze met provincie en waterschappen verder uitwerken in een uitvoeringsagenda voor de stedelijke regio. Voor zover de ontwikkelstrategieën niet leiden tot integraal en regionaal afgewogen en gedragen keuzes voor de grotere verstedelijkingsvraagstukken (voor de periode tot 2040/50) neemt de provincie het initiatief om dit samen met de stedelijke regio’s verder op te pakken. Daar waar Rijk en/of regio opgaven zien die de Rijksbelangen raken haakt het Rijk aan bij deze processen en zal dit via de Stuurgroep Stedelijk Brabant in het BO Leefomgeving of het BO-MIRT worden geagendeerd.

Integrale kaart verstedelijkingsakkoord SGE

62

Zie voor totale kaart en legenda pagina 20 en 21

en rond de OV-knopen van Geldrop, Best, Veldhoven en Helmond-BSD. •

Na afronding van de majeure locaties is er in het SGE geen ruimte meer voor grootschalige uitleglocaties voor woningbouw.

•

Inzetten op duurzame vormen van vervoer (lopen, fiets en OV) en mobiliteitstransitie in combinatie met een schaalsprong OV (Eindhoven internationale knoop en busstation Neckerspoel).

•

Binnenstedelijk bouwen op een manier die ruimte geeft aan (binnenstedelijk) groen en water ten behoeve van zowel natuur, mens (recreatie, luchtkwaliteit) als een klimaatrobuust watersysteem. Daarbij versterken van bestaande en nieuwe groenstructuren in en rond dorpen en steden.

Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant Medio 2022 heeft de regio Zuidoost-Brabant besloten om voor de hele regio Zuidoost-Brabant één ontwikkelperspectief te maken in plaats van een aparte ontwikkelstrategie per subregio (SGE, De Peel, De Kempen en de A2-gemeenten). Voor de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant zijn onderstaande ontwikkelprincipes vastgesteld: Het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) heeft op basis van het MIRT-onderzoek “Verstedelijking en mobiliteit Brainportregio” in het BO-Leefomgeving 2022 een verstedelijkingsakkoord met provincie en Rijk gesloten. Voor de subregio SGE in

•

richtinggevend voor alle nieuwe ontwikkelingen (lagenbenadering). •

gezonde leefomgeving, klimaatadaptatie, duurzaamheid en toekomstbestendig

komen tot duurzame verstedelijking. De hoofkeuzes voor het SGE zijn:

bouwen. Na afronding van ‘majeure locaties’ kiezen we voor deze schaalsprong

De bodem, het watersysteem en het landschap zijn dragers voor de

in principe niet meer voor (grootschalige) uitleglocaties, maar voor versterking

netwerken en de inrichting van het SGE. Verstedelijking vindt plaats binnen de mogelijkheden die bodem- en watersystemen bieden en wordt aangegrepen om bodem en watersystemen te versterken. •

Zwaartepunt van woningbouw (tussen 2020 en 2040) ligt in de grootschalige binnenstedelijke verstedelijkingslocaties (Eindhoven binnen de ring, Helmond Centrum+ en ontwikkelas HOV4), afbouw van huidige verstedelijkingslocaties

Focus op inbreiding, transformatie en kwalitatief “aanbreiden” gericht op een kwaliteitsslag en koppelkansen met andere opgaven op brede welvaart,

Zuidoost-Brabant ligt er dus al een verstedelijkingsstrategie en set afspraken om te •

Bodem-, water- en landschappelijke structuren zijn in belangrijke mate

van bestaande steden en (regionale) kernen; •

Faciliteren en stimuleren van duurzame economische toplocaties en regionale bedrijventerreinen, primair voor het Brainport ecosysteem (de kennis- en maakindustrie), waarbij nieuw aanbod complementair moet zijn aan bestaand aanbod;

63

•

Inzetten op een mobiliteitstransitie voor personen en goederenvervoer met robuuste structuren van (H)OV, fiets, lopen en mobiliteitshubs en een robuust hoofd- en onderliggend wegennet;

•

Revitalisering van bestaande bedrijventerreinen en binnenstedelijke locaties;

•

Behoud en ontwikkeling van natuur en groen op alle schaalniveaus.

5.2.

STEDELIJKE REGIO ’S-HERTOGENBOSCH-OSS (SRSHO)

Zie voor totale kaart en legenda pagina 20 en 21

De Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch-Oss heeft als onderdeel van de Brabantse Stedenrij tot 2040 een opgave op duurzame verstedelijking van ongeveer 50.00060.000 nieuwe woningen, 35.000-42.000 extra arbeidsplaatsen. Daarnaast is er ruimte nodig voor de berging van 36 miljoen kuub water en voor 8,7 PJ aan duurzame energieopwekking. Doel is een leefbare, werkbare en klimaatrobuuste stedelijke regio door verdichting, vergroening en verduurzaming. Netwerkregio bij uitstek Uitgangspunt is het versterken van het netwerk van aantrekkelijke steden en vitale kernen en dorpen (het polycentrisch model) in deze stedelijke regio. Dan profiteren alle inwoners profiteren van de kracht van de stad en de pracht van de kernen en dorpen. De principes van stedelijkheid en nabijheid zijn belangrijk voor de brede welvaart in deze regio. Dit betekent een keuze voor (hoog)stedelijkheid in woonen werkmilieus in de spoorzones van ’s-Hertogenbosch en Oss, vernieuwing en verdichting in de middelgrote kernen en wijken en verbindingen maken met de dorpen. Daarbij past een duurzaam mobiliteitssysteem dat is gebaseerd op BRT,

64

OV-knopen en hubs en een brede mobiliteitstransitie. Dit wordt uitgewerkt in een regionaal mobiliteitspakket dat gekoppeld is aan deze verstedelijkingsopgave. Daarin worden de ontbrekende stukken in het regionaal netwerk in beeld gebracht en de maatregelen die vervolgens nodig zijn. Dit uitgangspunt vertaalt zich ook in de behoefte aan een uitgekiend netwerk voor duurzame energie en een compleet netwerk van groen- en blauwe verbindingen. De ambities op verstedelijking lopen parallel met investeringen in natuur en landschap, de regionale landschapsparken en de stad-land relaties. Een schaalsprong in stedelijkheid Zwaartepunt van de verstedelijkingsopgave ligt in de Brede Binnenstad (Spoorzone + Binnenstad) van ’s-Hertogenbosch en de Spoorzone van Oss (inclusief Pivot Park). Een schaalsprong in verdichting zorgt voor (hoog)stedelijke dynamiek. Dit is randvoorwaardelijk voor nieuwe woon- en werkgebieden die iets toevoegen aan de regio en de Brabantse stedenrij en het versterken van de regionale economie voor MKB, Agrifood, Logistiek, Life Science & Health en DATA. ’s-Hertogenbosch bouwt ca. 80% binnenstedelijk en werkt aan versnelling van de ontwikkelingen in de Spoorzone op onder meer het OV-Knooppunt, Willemspoort, JBZ, EKP, Innovatiekwartier, Bossche Stadsdelta en de Onderwijsboulevard inclusief inzet van de NOVEX Rijksbijdrage van 110 miljoen t.b.v.

infrastructurele maatregelen Noordelijke Spoorzone en Station Oost en omgeving. ‘s-Hertogenbosch is door de lage ligging kwetsbaar voor wateroverlast en daarom

Aanpak van centrumgebieden en naoorlogse wijken

wordt er gewerkt aan een vernieuwd regionaal watersysteem gebaseerd op

Knooppunt- en centrumontwikkeling is de hoofdopgave van de middelgrote kernen

sponswerking boven- en benedenstrooms. Dit komt ook terug in het Position Paper

(Veghel, Waalwijk, Boxtel, Uden, Meierijstad, Vught, Boxmeer en Cuijk) . Doel is

Brede Binnenstad. Voor Oss moet de aantrekkelijkheid en bereikbaarheid van de

versterking van het polycentrisch netwerk van de regio. Dit betekent de ontwikkeling

stations opgewaardeerd worden, de barrièrewerking van het spoor beslecht worden

van (nieuwe) stedelijke interactiezones tussen centrum, economische kerngebieden

voor fiets- en autoverkeer en moet er een oplossing komen voor goederenvervoer

en HOV-knooppunten. Om dit te kunnen realiseren zijn er verschillende barrières

van en naar de Osse Haven. Dit komt terug in het Masterplan Spoorzone Oss en de

te slechten die de stedelijke ontwikkeling belemmeren. Dit betreft de barrière

Spooragenda Oss dat deel uitmaakt van het regionale mobiliteitspakket.

van infrastructuur (spoorweg, vaarweg of autoweg), geïsoleerde ligging van werklocaties, noodzakelijke transformatie van fabrieks- of bedrijfsruimten,

65

de dorpenstrategie) een regionale aanpak met bijbehorend instrumentarium (planologisch, juridisch en financieel) om maatwerk te kunnen bieden om de leefbaarheid in de kernen te verbeteren en transformatie van bestaande voorraad te versnellen. De werkwijze richt zich op de ontwikkeling van innovatieve oplossingen en maatwerk op het niveau van wet- en regelgeving (tot uitvoeringsniveau (opwaardering publieke ruimte in de kernen). Het kan ook experimenten met welstand, woningsplitsing, eigen bouw en tijdelijkheid betreffen. Het principe “inbreiden voor uitbreiden” staat centraal. Dit principe betekent niet dat bouwen aan de randen van bestaande bebouwing op voorhand niet mogelijk is. Er wordt ontwikkelpotentie BRT/HUBS, versteende openbare ruimte of veiligheidsissues t.a.v. water, gevaarlijke stoffen of geluid/trilling. De maatregelen die nodig zijn om deze barrières te slechten en die een hefboom zijn voor vergroening en kwaliteitsverbetering worden in beeld gebracht. De naoorlogse wijken bieden kansen voor verdichting (met name in stedelijke gebieden op korte afstand van OV-knooppunten). Vergrijzing en huishoudensverdunning heeft negatieve gevolgen voor het voorzieningenniveau en daarmee de leefbaarheid. Versnelling van de woningbouw in combinatie met het verrijken, verduurzamen en vergroenen van de bestaande wijken is belangrijk.

Dat betekent dat samen met de woningbouwcorporaties de revitalisering van de naoorlogse woonwijken meer prioriteit krijgt met als doel deze concurrerend, duurzaam en vitaal te houden. Dit leidt bovendien tot meer differentiatie in het woningaanbod, versterking van de sociaal-economische structuren en een hefboom voor opgaven als klimaatadaptatie, energie, mobiliteit en leefbaarheid (met een kwaliteitsslag in de buitenruimte). Maatwerk in het landelijk gebied Voor toekomstvaste, leefbare en vitale kernen en dorpen is maatwerk en vernieuwing nodig. Hier kunnen kleine ingrepen voor grote veranderingen zorgen. Uitgangspunt is daarom (in combinatie met de Brabantbrede werkwijze voor

66

voorgebouwd op de geleerde lessen uit het Regiodealproject “Leefbaarheid van de dorpen in Noordoost-Brabant” en de aanbevelingen van de Raad voor de Leefomgeving. Samenwerken als 1 overheid De komende periode werken regio, Rijk en provincie samen aan uitvoeringsafspraken die gaan helpen in de duurzame verstedelijking in de stedelijke regio. Richting het BO MIRT 2023 betreft het o.a. concrete afspraken over het regionale multimodale mobiliteitspakket en de schaalsprong in stedelijkheid in ‘s-Hertogenbosch en Oss.

5.3

STEDELIJKE REGIO BREDA-TILBURG (SRBT)

leefbaar te houden. De systeemsprong gaat uit van een integrale aanpak en omvat tevens een sprong naar een robuust en klimaatadaptief water-, bodem-,

Zie voor totale kaart en legenda pagina 20 en 21

natuur- en energiesysteem. Op deze manier zijn we in staat de brede welvaart voor alle inwoners van de regio te verhogen en eerlijk, inclusief over stad en land te verdelen. De verstedelijkingsopgave in de SRBT is daarmee ook een sociaalmaatschappelijke opgave. (Inter-)nationale schakel- en kennispositie De stedelijke regio Breda Tilburg heeft een internationale schakelpositie in het stedelijk Netwerk van Nederland via water (zeehaven), spoor (HSL), weg en buisleidingen. De strategische ligging tussen de zee, de Randstad, Antwerpen, Brainport Eindhoven en Chemelot, belangrijke economische clusters en energievoorzieningen, in combinatie met aantrekkelijke steden en dorpen in een aantrekkelijk en gevarieerd landschap (drie nationale parken) en topleisureattracties als de Efteling en Beekse Bergen, vormen de basis voor de ruimtelijke keuzen van de regio.

De stedelijke regio Breda Tilburg heeft als onderdeel van NOVEX Stedelijk Brabant tot 2040 een opgave van ongeveer 80.000 woningen en ongeveer 70.000 -80.000 extra arbeidsplaatsen. De regio wil deze woningbouwopgave inzetten om een noodzakelijke systeemsprong te maken. De regio is namelijk relatief uitgestrekt en de interactiemilieus van Breda en Tilburg - nodig voor innovatie van de economische topsectoren - zijn nog te weinig verbonden met de over de regio verspreide economische clusters. Die verbinding moet zowel qua fysieke infrastructuur (m.n. OV) als qua netwerk en ecosysteem van stedelijke innovatiehotspots en incubators die ondersteunend zijn aan de innovatiekracht van de productielocaties op industrieterreinen en platteland worden versterkt. De stedelijke regio Breda Tilburg zet daarom in op het intensiveren van bestaand stedelijk gebied, versterking van de multimodale connectiviteit om daarmee de stedelijke interactiemilieus impulsen te geven en de bestaande dorpen

Naast de geografische schakelpositie onderscheidt de SRBT zich van andere regio’s door een unieke combinatie van kennis en kunde op het gebied van toegepaste, mensgerichte digitale technologieën. We noemen dit Human Centered Innovation (HCI). In de SRTBT-regio komen ‘alfa’ (gedragswetenschappen, juridisch-ethische vraagstukken, vrijetijdswetenschappen, creatieve industrie, verbeelding) en ‘bèta’ (AI, data, gaming, immersive technology, robotica) bij elkaar en versterken elkaar. Met de Universiteit van Tilburg, BUas, NLDA en de Avans en Fontys Hogescholen als focuspunten, maar ook bij MBO-instellingen als Curio en ROC Tilburg heeft een sterke kennisbasis. Het benutten van die basis en de transitie naar een kennisintensieve, digitale en circulaire economie vraagt om een diversiteit van werkmilieus die meer dan vroeger met elkaar verbonden zijn. Stedelijke innovatiemilieus, fieldlabs, campussen en klassieke bedrijventerreinen moeten in de SRBT met elkaar een innovatie ecosysteem gaan vormen. Het mobiliteitssysteem moet daarop worden afgestemd.

67

Stedelijke interactiemilieus en mobiliteit Het zwaartepunt van de systeemsprong en groeien naar meer stedelijkheid ligt in de oost-west band van verstedelijking, in het midden van de stedelijke regio inclusief Oosterhout en Waalwijk. Centrumsteden zijn Breda en Tilburg. We zetten in op hoogstedelijke en stedelijke mixmilieus in de spoorzones en binnensteden van Breda en Tilburg. Zo draagt de verstedelijking bij aan de economische kracht van deze regio en het aantrekken van talent. Op deze plaatsen zetten we in op stedelijke klimaatadaptatie en duurzaam verplaatsen (voet, fiets, bus en trein). Daarmee blijft er op regionale schaal ruimte om te verplaatsen per (vracht)auto. De geconstateerde spanning tussen de opgave van wonen in de spoorzones en het gebruik van het spoor voor het vervoer van gevaarlijke stoffen speelt nadrukkelijk ook in SRBT en vraagt om handelingsperspectief. De groeiende mobiliteitsvraag vangen we zo veel mogelijk op door het beter benutten van de huidige systemen en infrastructuur w.o. de stations, door het versterken van de assen Breda-Oosterhout-Gorinchem-Utrecht en TilburgWaalwijk met (nieuwe) HOV/BRT-hubs en door met de verstedelijkingskeuzes bij te dragen aan gedragsverandering en het tegengaan van mobiliteitsarmoede.

Het goederenvervoer versterken we door ontwikkelingen te concentreren rond multimodale plekken, weg, water, spoor en buisleidingen, en door het versterken van havens en het geschikt maken van vaarwegen voor hogere vaarklassen. De kennisclusters (Kennis-as Tilburg en Innovatiekwartier Breda) zijn van belang voor de innovatiekracht van de hele regio. Deze kennisclusters willen we beter verbinden met de economische clusters (zoals Moerdijk, Waalwijk, Amercentrale, Oosterhout, Mar Werkendam, Zundert ) die meer aan de randen van de regio liggen, o.a. door verbetering van de OV-structuur. Ook realiseren we meer gevarieerde en stedelijke woonmilieus rond de stations van Tilburg Reeshof, Gilze-Rijen, Ettenleur, Zevenbergen en Oisterwijk en bij HOV-HUBs in Waalwijk en Oosterhout. Deze stations en dat van Lage Zwaluwe worden omgebouwd tot mobiliteitshubs voor het achterland.

68

Ook de kernen Berkel-Enschot, Goirle, Vlijmen, Bavel, Ulvenhout, Prinsenbeek en Terheijden zijn vanwege hun nabijheid van stations onderdeel van de stedenband. Hier willen we inzetten op intensivering van HOV. Steeds met nadrukkelijke aandacht voor bycicle oriented development. Revitaliseringsopgave naoorlogse wijken De naoorlogse wijken en buurten bieden kansen voor verdichting, met name in stedelijke gebieden op korte afstand van OV-knooppunten, maar in de dorpen elders in de regio. Vergrijzing en huishoudensverdunning heeft negatieve gevolgen voor het voorzieningenniveau en daarmee de leefbaarheid. Daarom zetten we in op het versnellen van de woningbouw in combinatie met het verrijken, verduurzamen en vergroenen van de bestaande wijken. Hier is de hefboom in de bestaande voorraad groot. Samen met de woningbouwcorporaties geven we de naoorlogse woonwijken meer prioriteit en gaan we aan de slag om onze buurten aantrekkelijk, duurzaam en vitaal te houden. Dit doen we om het woningaanbod te differentiëren,

de sociaal-economische structuren te versterken en een hefboom te zijn voor

systeemsprong in stedelijkheid en een klimaatadaptieve stad. Blauw-groene

opgaven als klimaatadaptatie, energie, mobiliteit, inclusiviteit en leefbaarheid (met

dooradering tot diep in stad en dorp draagt ook bij aan een gezonde regio. We

een kwaliteitsslag in de buitenruimte).

versterken de relatie tussen het buitengebied en de steden en de dorpen en bouwen op plekken die verantwoord zijn vanuit een duurzaam watersysteem. We

Dorpenstrategieën

zetten in op ruimte voor landschappelijke verbindingen (groene scheggen) als

In de dorpen in het zuiden, het midden en het noorden van de regio zetten we in op

geleding van het bebouwd gebied, groene buffers tussen de dorpen en steden

het opgang brengen van doorstroming in de woningmarkt door het toevoegen van

en de ontwikkeling van stadsregionale landschapsparken tussen, Etten-Leur

woonmilieus in die aansluiten bij veranderende behoefte (met name de groei van

en Breda, Breda – Gilze en Rijen en Oosterhout, Gilze en Rijen en Tilburg en

het aantal één en twee persoonshuishouden) en de leefbaarheid. We onderzoeken

tussen Waalwijk, Drunen en ’s-Hertogenbosch die de steden en dorpen beter

strategieën voor verdichten, transformeren, mixen en kleinschalig uitbreiden met

verbinden met de omliggende natuurgebieden. Deze parken zorgen bovendien

koppelkansen ter versterking van de leefbaarheid en het dorpse karakter .

voor een betere ecologische verbinding tussen de zandgronden ten zuiden van

In de centrumdorpen zetten we in op het in stand houden van de voorzieningen

de stedenband en de kleigebieden ten noorden daarvan. De landbouw zien we

en (nieuwe vormen van) OV bereikbaarheid en/of nieuwe vormen van gedeelde

daarbij als belangrijke drager en beheerder van het landschap, gericht op een

mobiliteit. In de dorpen in het kleigebied vraagt waterveiligheid aandacht in relatie

doorontwikkeling van agrarische gebieden naar natuurinclusieve en duurzame

tot nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de dorpen op het zand zetten we in op

voedselproductielandschappen, grondstoffenproductielandschappen en

verstedelijking in combinatie met het langer vasthouden van water (versterken

natuurlandschappen.

sponsfunctie). Samenwerken als 1 overheid Powerport Moerdijk

We werken als negentien regio-gemeenten en vier waterschappen de komende

De opgave om te komen tot energietransitie heeft grote impact op Moerdijk.

periode samen met Rijk en Provincie aan uitvoeringsafspraken voor duurzame

Het betreft de ontwikkeling van Powerport Moerdijk (o.a. aanlandingspunt voor

verstedelijking in de SRBT. Richting het BO MIRT 2023 werken we o.a.

windenergie van zee op land) in combinatie met de transitie naar een meer

verder aan concrete afspraken met het Rijk over de systeemsprong, over het

circulaire economie (o.a. Deltacorridor). De regio zet met rijk en provincie in op een

regionale multimodale mobiliteitssysteem, over het water-, bodem- natuur- en

gebiedsgerichte aanpak voor de nationale opgave van Powerport Moerdijk, waarbij

energiesysteem en de economische innovatie van de regio. Als BZK-pilot RIA willen

de kansen, opgaven en impact van de energietransitie en grondstoffentransitie

we in 2023 ook de publiek-private samenwerking, (co)financieringstrategieën,

(circulariteit) op de verstedelijkingsstrategie in beeld worden gebracht.

regionale fondsvorming verder onderzoeken en vormgeven.

Landschap, natuur en landbouw in de stedelijke regio SRBT Het investeren in de kwaliteit van het landschap, in combinatie met een klimaatrobuust watersysteem, zien we als belangrijke randvoorwaarde voor de

69

5.4

STEDELIJKE REGIO WEST-BRABANT WEST

Versterken steden Bergen op Zoom en Roosendaal en omliggende middelgrote kernen Uitgangspunt is het versterken van de twee complementaire middelgrote

Zie voor totale kaart en legenda

steden Bergen op Zoom en Roosendaal in samenhang met de omliggende

pagina 20 en 21

middelgrote kernen. De woningbouw wordt ingezet als hefboom voor de opgaven van wijken en dorpen (denk daarbij aan energietransitie, mobiliteitstransitie, klimaatadaptatie, vergroening en sociale opgaven, waaronder het afnemende draagvlak voor voorzieningen en versterking van zwakkere wijken). Het accent voor de woningbouw ligt op het verdichten in de steden. Met verdichting in de spoorzones van Bergen op Zoom en Roosendaal worden nieuwe stedelijke woningtypes en stedelijke interactiemilieus toegevoegd. In Zevenbergen en Oudenbosch wordt de ontwikkelen van meer stedelijke milieus gekoppeld aan de stationslocaties. De realisatie van huisvesting voor internationale werknemers (shortstay en midstay) is belangrijk in het kader van het beter afstemmen van de woningbouw op de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt Het gaat hierbij zowel om productiemedewerkers als kenniswerkers. Daarbij wordt ook geëxperimenteerd met flexibele bouw- en woonvormen om daarmee een bijdrage te leveren aan de acute woningnood. Woningbouw voor vitale dorpen Woningbouw in de kleinere kernen wordt ingezet om kleinere kernen vitaal te houden. Dat betekent o.a. aandacht voor huisvesting voor internationale

De stedelijke regio West-Brabant-West kent een lagere ruimtedruk dan de

werknemers (shortstay en midstay) en flexibele woningbouw. Het betreft bij

omliggende stedelijke regio’s. Dat biedt meer mogelijkheid dan elders om

voorkeur ontwikkelingen die helpen binnendorpse opgaven aan te pakken.

ruimtevragers een plek te geven. Dat maakt een goede afweging in het kader van

Uitleglocaties voor woningbouw passen we slechts toe, als er binnendorps geen

zorgvuldig ruimtegebruik des te belangrijker. De regio bouwt voort op de kansen die

ruimte of opgave ligt en de woningbouw bijdraagt aan het realiseren van groen-

dat geeft in combinatie met de goede bereikbaarheid, maar dan wel op een manier

blauwe opgaven.

die inspeelt op de opgaven voor de komende decennia op gebied van klimaat,

70

energie, arbeidsmarkt en woon- en leefkwaliteit. De versterking van het karakter

Specialiseren en verduurzamen economische clusters

van West-Brabant West als regio op het snijvlak van “zand”, “klei” en “water” staat

Belangrijk voor deze regio is de specialisatie van de bestaande economische

daarbij centraal

clusters en focus op Human Capital. Dit betekent dat de bestaande

Het spoornetwerk is drager van het totale vervoersnetwerk waar de belangrijke woon- en werklocaties op aangesloten worden. Soms via (bestaande) treinstations of HOV-haltes, soms door mobiliteitshubs of lokaal maatwerk. Er is een belangrijke rol voor de fiets voor verplaatsingen tussen de kernen en naar de werklocaties. Belangrijke gebieden die multimodaal goed ontsloten moeten worden zijn: het regionaal ziekenhuis in Roosendaal, de economische hotspots in Bergen op Zoom, cluster Moerdijk, Aviolanda Woensdrecht in combinatie met de vliegbasis en AFC Nieuw-Prinsenland als ook de toeristische stadjes Klundert, Oudenbosch, Steenbergen, Willemstad, Zevenbergen en de toeristische gebieden op de Brabantse Wal rond Woensdrecht en Rucphen. Landschap West-Brabant-West groeit mee De ontwikkeling van natuur en landschap groeit mee met groei van woningbouw en economie, met het versterken van het omliggende landschappen (o.a. NLDelta landschap, Zuiderwaterlinie, Grenspark Kalmthoutse Heide, Geopark) en het topsectorbedrijfslocaties (Green Chemistry/Logistiek in Moerdijk, Aircraft maintenance in Woensdrecht, Agrifood/ Green Chemistry /Biobased Materials in Bergen op Zoom, Outlet/Leisure in Roosendaal, Agrifood in Steenbergen) verder uitgebouwd worden. Specialisatie in het onderwijs moet nauw aansluiten bij behoeften in het regionale bedrijfsleven.

Deze regio zet in op het stimuleren van de transitie naar waterstof, groene elektriciteit en circulaire grondstoffen en het hergebruik van warmte uit de industrie. Mobiliteitstransitie voor personen en goederenvervoer Uitgangspunt voor deze regio is een mobiliteitstransitie in personen- en goederenvervoer met focus op lopen en fietsen, verblijfskwaliteit, slimme (deel) mobiliteit en openbaar vervoer voor de brede stedelijke regio, inclusief het landelijke gebied en de kleinere kernen.

realiseren nieuwe zones die de verbinding leggen tussen bestaande landschappen en de woon- en werkgebieden voor recreatie, klimaatadaptatie (o.a. goede waterbalans en hittestress voorkomen), natuurversterking (o.a. buffer stikstofdepositie) en natuurinclusieve landbouw. Waar mogelijk wordt dit gecombineerd met interventies in het kader van de stikstofaanpak en de transitie van de landbouw.

Bijlage. Instrumenten ontwikkelprincipe 1 en 2; signaleringskaart Water en ambitieladder. Signaleringskaart watersysteem - Om te komen tot een goede afweging van uitleglocaties, kijken we integraal naar de kansen en belemmeringen in een regio. Rijk, Provincie en stedelijke regio’s hebben met elkaar een signaleringskaart water ontwikkeld. De kaart is bedoeld om het gesprek te starten over nieuwe stedelijke ontwikkelingen in relatie tot klimaatrobuust ontwikkelen. Voor de uiteindelijke afweging ten aanzien van klimaatrobuust ontwikkelen zijn de onderliggende kaartlagen belangrijk. Voor ontwerpprincipes op locatieniveau kan geput worden uit de Landelijke maatlat Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving ‘ als uitgangspunt. De signaleringskaart brengt de geschiktheid van een gebied voor stedelijke uitleg in relatie tot een klimaatbestendig en waterrobuust systeem op hoofdlijnen in beeld. De kaart is opgebouwd uit drie indicatoren:

ingrepen voor de waterhuishouding en klimaatadaptatie (infiltratie hemelwater,

•

Waterveiligheid

circulaire huishoudwatersystemen etc.) waarbij het waterschap een

•

Wateroverlast

adviserende rol heeft vanuit de weging van het waterbelang.

•

Ruimte voor robuust watersysteem.

•

Groen zijn de gebieden die vanuit het watersysteem bekeken, en met

De komende periode lopen er verschillende processen die kunnen bijdragen

klimaatverandering in acht genomen, afweegbaar zijn voor nieuwe stedelijk

aan verfijning van de signaleringskaart (zoals stresstesten van gemeenten

woon-en werkmilieus. Klimaatrisico’s zijn hier relatief beperkt en toekomstige

en waterschappen, een nadere uitwerking principe ‘Water en bodem sturend’

kosten voor klimaatmaatregelen overzichtelijk. Uiteraard vraagt ieder ontwerp

in het kader van het Rijksprogramma/ nadere richtinggevende uitspraken

specifieke ingrepen voor de waterhuishouding en klimaatadaptatie (infiltratie

NPLG, Waterdoelen provincie en waterschappen, Brabant Advies etc). Nieuwe

hemelwater, circulaire huishoudwatersystemen etc.

inzichten of concrete informatie uit deze trajecten verwerken we periodiek in de signaleringskaart

•

Oranje zijn de gebieden die vanuit het watersysteem, en met klimaatverandering in acht genomen, beperkt geschikt zijn voor nieuwe stedelijke woon-en werkmilieus. Elke stedelijke ontwikkeling vraagt een goede integrale afweging

De kaart kent 4 kleuren:

op regionaalniveau: zijn er binnen de regio alternatieve locaties die geschikter

•

Zwart zijn de bestaande steden, dorpen, kernen, bedrijventerreinen. Op deze

zijn? In de oranje gebieden zijn forse investeringen nodig om duurzame

gebieden is de signaleringskaart niet van toepassing. Hier kan inbreiding

verstedelijking technisch mogelijk te maken. Deze meerkosten moeten in

of herontwikkeling aan de orde zijn, dan passen we de ambitieladder voor

een vroeg stadium in kaart worden gebracht want de haalbaarheid van

binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding en de Maatlat Klimaatadaptief

klimaatrobuust- en veilig bouwen in oranje gebied is kostbaar. Om afwentelen

bouwen toe. Iedere binnenstedelijke ontwikkeling vraagt om specifieke

in tijd en ruimte te voorkomen moet het al dan niet stedelijk ontwikkelen van

•

oranje gebied onderdeel zijn van een regiobrede afweging.

en vanwege de positieve bijdrage aan gezondheid, aantrekkelijke leefmilieus en

Rood zijn de gebieden die vanuit het bodem- en watersysteem, en met

het tegengaan van hittestress. Om de binnenstedelijke en binnendorpse opgave

klimaatverandering in acht genomen, in principe ongeschikt zijn voor

inzichtelijk te maken stellen we de ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse

nieuwe duurzame stedelijke woon-en werkmilieus. Deze gebieden zijn zeer

inbreiding voor (de beschreven maatregelen zijn ter illustratie om gevoel te krijgen

kwetsbaar, onveilig en/of niet gewenst als uitleglocatie vanuit het streven

voor orde van grootte en zijn berekend op basis van een aantal casestudies in

naar een klimaatbestendig en waterrobuust systeem met voldoende

buurten uit verschillende tijdslagen).

ruimte voor water nu en in de toekomst. Deze gebieden zijn grotendeels al beschermd via de provinciale omgevingsverordening (namelijk. de

De minimale ambitie voor de buurt is >20% groen/blauw en <70% verharding. Dat

reserveringsgebieden waterberging, de waterbergingsgebieden, de beekdalen

komt voor

(ecologische verbindingszones en beekherstel) en de primaire dijken met hun

groen opgezette naoorlogse wijken neer op 0-5% vergroenen en betekent voor

beschermingszones). De Rijkskanalen zijn wettelijk beschermd.

versteende bedrijventerreinen en centrumgebieden (in stad en dorp) minimaal circa

Ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding Binnenstedelijk en binnendorps ligt er urgentie om een groen-blauwe opgave te

15-20% extra groen en blauw. Afhankelijk van de opgave in het stedelijk zullen vaak hogere ambities gesteld worden. De ambitieladder is hierin een hulpmiddel om ambities expliciet te maken en te voorzien van referentiebeelden.

realiseren. Vanuit de klimaatopgave het watersysteem anders in te richten en meer water vast te houden, infiltreren en te kunnen bufferen in stedelijk gebied

Ambitie 0

Ambitie 1

Ambitie 2

Ambitie 3

Ambitie 4

Ambitie 5

- groen/blauw

+ 0-5% groen/blauw

+ 5-15% groen/blauw

+ 15-30% groen/blauw

+ 30-70% groen/blauw

+ >70% groen/blauw

Denk aan: Ruimte voor groen en blauw neemt

Denk aan: Vergroening en verblauwing van

Denk aan: In hele buurt minimaal een vijfde van

Denk aan: In hele buurt transformatie naar groen-

Denk aan: In hele buurt alle daken vergroenen,

Denk aan: Stad te gast in de natuur. ‘Horizontale

af als gevolg van nieuwe

individuele straten,

alle straatverharding

blauwe leefstraten en

inclusief een deel van de

stadsdelen’ komen ten

ontwikkelingen.

gebouwen en tuinen

vergroenen (nieuwe

verspreid over de buurt

gevels en een vijfde van

goede aan groen en

(hier en daar tegels

bomen, watervertragende

individuele vergroening

het straatprofiel.

blauw. Verticaal ruimte

eruit en groen erin).

groenstroken, waterdoorlatende

van tuin en gebouw (groene gevels en daken,

verharding, geveltuinen en

waterdaken, waterpleinen,

groene hagen).

geveltuinen, waterlopen, groenstroken en wadi’s).

voor groene gevels.

Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040 Een nieuwe koers voor een duurzame ontwikkeling van de stedelijke regio’s van Brabant 28 maart 2023

versie9

Hoofdlijnen Regionale Investeringsagenda Stedelijke Regio West Brabant West WAAR GOED LEVEN EN DUURZAME PRODUCTIE SAMEN GAAN

1. Inleiding Deze notitie geeft de hoofdlijn weer van de manier waarop de Stedelijke Regio West Brabant West (SRWBW) zich in de periode tot 2040 duurzaam wil ontwikkelen en welke maatregelen (interventies) daarvoor nodig zijn op regionale schaal. De Regionale verstedelijkingsstrategie en de interventies worden uitgewerkt in een Regionale Investerings Agenda. De eerste aanzet daartoe vormt deze hoofdlijnnotitie RIA. De vier samenvattingen van de hoofdlijnnotities van de verschillende stedelijke regio’s komen samen in een hoofdlijnnotitie voor het BO-MIRT van november 2022 voor het NOVEX-gebied stedelijk Brabant, die weer een bouwsteen vormt voor de Nationale Omgevings Visie van de Rijksoverheid. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) heeft het Rijk ideeën uitgewerkt over de toekomstige leefomgeving van Nederland. Al deze documenten gaan uit van een integrale aanpak en een integrale afweging van belangen op het gebied van economie, wonen, mobiliteit, natuur, water en duurzaamheid (o.a energie, stikstof/CO2, water, klimaatadaptatie en natuurontwikkeling). De NOVI is op provinciaal niveau door vertaald naar een “Brabantse Verstedelijkingsstrategie”. In deze Brabantbrede Verstedelijkingsstrategie is aangegeven hoe Noord-Brabant kan bijdragen en wil omgaan met de duurzame verstedelijkingsopgave en de aanpalende vraagstukken.

De provincie Noord-Brabant is hét tweede grote verstedelijkte gebied van Nederland, met grote bouw-, transformatie- en herstructureringsopgaven en kansen die in het verschiet liggen. Een goede integrale strategie hiervoor is essentieel. De beschikbare ruimte is immers schaars. Bovendien is de verwachting dat de laatste grote bouwopgave het komend decennium zal plaatsvinden (volgens de prognoses zal de bevolking daarna afnemen), dus dit is de laatste mogelijkheid om de bouwopgave(n) als hefboom te gebruiken voor de noodzakelijke ruimtelijk-economisch- en maatschappelijke opgaven. Daarmee vormt dit hoofdlijnendocument de doorwerking en de schakel van en tussen het Rijksbeleid (waarvan de contouren zijn vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie en de NOVEX-brief van mei 2022), de Brabantse Verstedelijkingsstrategie (d.d. mei 2022), de Regionale Verstedelijkingsstrategie West-Brabant West (d.d. mei 2022) en de gemeentelijke omgevingsvisies. Verder omvat de verstedelijkingsstrategie ook de nodige relaties over en weer met opgaven in het landelijke gebied. Hoewel dit hoofdlijnendocument niet gezien moet worden als een regionale invulling van het Nationaal Programma Landelijk Gebied, liggen er wel duidelijke verbanden en is de verstedelijkingsstrategie op onderdelen wel een opmaat, een voorbereiding daarop.

Dit is alleen maar goed voor de regio, omdat daardoor de integraliteit van opgaven én aanpak geborgd is. De interventies die in dit document uitgewerkt worden hebben dus met name betrekking op gezamenlijke regionale maatregelen, welke als doel hebben een goed leefklimaat en een duurzame productie te stimuleren. Regionale interventies moeten daarbij niet alleen gezamenlijk gedragen en

besloten worden, het is ook een gezamenlijke opdracht om deze interventies te financieren en uit te voeren. Daarbij kan overigens prima worden afgesproken dat de uitvoering plaatselijk wordt geregeld. In 2023 wordt een vervolg gegeven aan de verdere uitwerking van de hoofdlijnen van de regionale investeringsagenda West Brabant West.

2. De Stedelijke Regio West Brabant West De regio West Brabant West (bestaande uit de gemeenten Halderberge, Roosendaal, Woensdrecht, Steenbergen, Bergen op Zoom, Moerdijk en Rucphen en het waterschap Brabantse Delta) is aangewezen als 4e stedelijke regio van de provincie Noord-Brabant. De regio is daarbij als “stedelijke regio” gelijktijdig aan de slag gegaan met de eigen Regionale Verstedelijkingsstrategie, waarbij afstemming is gezocht met de Brabantse Verstedelijkings Strategie. De colleges van West Brabant West hebben d.d. ingestemd met deze Regionale Verstedelijkingsstrategie.. Daarbij zijn een aantal zienswijzen ingediend die zijn opgenomen in bijlage 3 en die verwerkt zijn in maatregelen in dit document.

West-Brabant West

3. Profiel van de Stedelijke Regio West Brabant West Profiel van de Stedelijke Regio West Brabant West De Stedelijke Regio West Brabant West is binnen Brabant een heel specifieke Stedelijke Regio met sterk onderscheidende kenmerken ten opzichte van de drie andere Brabantse Stedelijke Regio’s. Deels gevormd door de Zuidwestelijke Delta en zijn unieke (ontstaans-)geschiedenis vormt de Stedelijke Regio West Brabant West (SRWBW) een complex en enigszins atypisch netwerk van wonen, werken, recreëren en innoveren, een eigen unieke symbiose tussen stad en land waar het goed leven en duurzame productie nu al samengaan. Een aantal karakteristieken: •

•

•

•

Verschillende “kloppende harten”, ook buiten de steden In contrast met andere stedelijke regio’s kent West Brabant West niet één dominante plaats waarin alle agglomeratie en innovatiekracht is geconcentreerd. De twee steden Roosendaal en Bergen op Zoom huisvesten veel van de regionale voorzieningen (ziekenhuiszorg, culturele voorzieningen, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs) en zijn goed verbonden via het spoorwegennet. De bedrijventerreinen voor onze economische topsectoren liggen maar gedeeltelijk in deze steden. Roosendaal kent van oudsher maakindustrie, logistiek, afvalhergebruik en dienstverlening terwijl Bergen op Zoom zwaardere industrie kent (thans vooral (groene biobased) chemie, agrofood (aardappelverwerking, eiwit transitie) en ondersteunende logistiek (grote multimodale binnenhaven, verwerking grondstoffen en eindproducten uit de industrie). Ook buiten deze steden bevinden zich bedrijventerreinen voor onze economische topsectoren de topsectoren (agrofood in Steenbergen, grootschalige (in toenemende mate) groene chemische industrie, energieopwekking en grootschalige logistiek en (zee-)havenactiviteiten in Moerdijk) en vliegtuigonderhoud (militair en civiel) in Woensdrecht). Naast de twee steden kent de regio dus meerdere significante “kloppende harten”. Bedrijventerreinen en goede woonlocaties nog in redelijke harmonie naast elkaar.

Waar elders in de Randstad wonen, werken, landbouw en natuur elkaar beconcurreren in ruimtevraag (functiedruk) is dat in grote delen van West Brabant West nog minder het geval. De beschikbare ruimte maakt het mogelijk om voor de toekomst nog afwegingen te maken, waardoor die harmonie blijft bestaan, daar waar dit elders in Brabant knelt. Overigens is dit niet in heel West Brabant West het geval. Met name rond de Natura 2000-gebieden op de Brabantse Wal wordt de functiedruk wel gevoeld, maar door samenwerking kunnen hier op regionale schaal oplossingen voor worden ontwikkeld (bijvoorbeeld door samen te werken binnen de Stedelijke Regio bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen). Grote bedrijven, maar niet lokaal verankerd Door de aard van de bedrijven betreft het vaak grote dochterbedrijven van multinationals. Dit soort vestigingen levert veel werkgelegenheid met name op technisch gebied op, maar besluiten over investeringen en desinvesteringen worden buiten de regio genomen en de regio heeft daar in directe zin weinig invloed op (uiteraard wel in indirecte zin via het economisch vestigingsklimaat). Unieke economische propositie die zich onderscheidt van de rest van Brabant De bovenstaande topsectoren brengen al een unieke identiteit met zich mee, die zich onderscheid van de rest van Stedelijk Brabant.

We zetten al flinke stappen met green chemistry (DAB-lab), agrofood (AFC en Cosun) en groene chemische industrie in de zeehaven Moerdijk). Deze samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid biedt volop

•

•

kansen voor het verder versterken van de innovatiekracht en het economisch vestigingsklimaat. We hebben dus al een unieke economische propositie die een vruchtbare voedingsbodem is voor verdere innovatie en triple-helix samenwerkingen. Divers netwerk van landschappen De Stedelijke Regio West Brabant West maakt onderdeel uit van de Zuidwestelijke Delta en ligt daarmee op het snijvlak van “zand”, “klei” en “water”. Voorbeelden hiervan zijn de Brabantse Wal, het Grenspark, het GeoPark en de Dintelse Gorssen. Deze 3 elementen vormen al eeuwenlang belangrijke factoren voor de ontwikkeling van de Stedelijke Regio. In de geschiedenis van de Stedelijke regio hebben we deze 3 elementen altijd gebruikt, zowel in tijden van economische bloei als in de tijden van strijd en defensie. Dit spel van water en land maakt het ook tot een zeer diverse regio, met verschillende culturele en economische landschappen die onze geschiedenis getekend hebben en dat nu nog doen. Veel van deze landschappen maken deel uit van Natura2000 of Natuur Netwerk Nederland. Deze landschappen hebben echter ook te maken met een reeks aan verschillende uitdagingen. Denk aan stikstof, verdroging, vernatting en verzilting. Verder speelt hittestress ook een rol in de binnenstedelijke gebieden.

Op het snijvlak van landen en provincies De Stedelijke Regio West Brabant West is, als grensregio, een internationaal goed verbonden regio met water-, spoor-, weg- en buisverbindingen met onder andere de wereldsteden Rotterdam en Antwerpen,de provincies Zeeland en Zuid-Holland en het overige deel van Stedelijk Brabant. West-Brabant-West bevindt zich daarmee op een belangrijk knooppunt van infrastructuren (snelwegen, buisleidingen, waterwegen, spoorwegen, hoogspanningsleidingen) tussen drie aanpalende industriegebieden ( Rotterdam, Antwerpen en Zeeland) waarmee de regio internationaal feitelijk één cluster vormt en waarbinnen de regio zich zou moeten profileren. Dit vraagt om verder om het thematiseren/specialiseren/verduurzamen en optimaal gebruik maken van infrastructuurknopen en aandacht voor het grote aantal grensarbeiders

4. Sterkte-zwakte analyse Sterk -

-

Veel ruimte, zeer gevarieerd landschap met veel natuur en landbouw 4 bijzondere en zeer innovatieve economische (top-)sectoren die bijdragen aan een duurzame productie. Vier gespecialiseerde industrieterreinen plus diverse kleinere bedrijventerreinen die buiten de steden, als aparte “kloppende harten” aangemerkt kunnen worden. Nu al sterk in gebruik circulaire materialen (agrofood, bioplastics, biobased materialen en composieten). Sterke internationale spelers (marktleiders in diverse topsectoren) (Sabic, Cargill, Shell, Rijk Zwaan, Cosun, Fokker Techniek, Protix, Defensie en bijbehorende startups). Binnen de stedelijke regio zijn diverse partijen al drukdoende met innovatie (DAB-lab, Green Chemistry Campus, Cosun Innovatielab, Aviolandacampus in samenspel met de vliegbasis). Meer werkgelegenheid dan mensen (vooral MBO/MBO+)/ behoefte aan arbeidsmigratie (nationaal en internationaal). Aangesloten op 380KV-net vanuit Zeeland en buisleidingenstraat, met een binnenhaven, een zeehaven en een vliegveld; prima gepositioneerd zowel ten opzichte van andere industriegebeden als ten opzichte nieuwe energieopwekkingslocaties (Noordzee en Zeeland) Uitstekende verbindingen op alle vervoersmodaliteiten met overcapaciteit.

-

Uitstekend woonklimaat (ten opzichte van de Randstad ruim, relatief betaalbaar en gevarieerd). Volledig voorzieningenpakket, veel cultuur en historie, goed onderwijs, goede ziekenhuiszorg met op termijn een nieuw ziekenhuis, prima recreatievoorzieningen. Verbonden met de Randstad, Brabantstad, Zeeland en Vlaanderen (potentiële schakelfunctie). Het beschikt over een eigen schakelfunctie) Just Transition Fund met een omvang van 58 mln tbv transitie van industrie en arbeidsmarkt.

Zwak -

-

De regionale verankering van de grote bedrijven is beperkt, dat maakt investeringen in het kader van energietransitie en/of circulaire grondstoffen complexer. Te weinig gekwalificeerde arbeidskrachten. Op enkele plaatsen in de regio doet zich een stikstofprobleem (voor een groot gedeelte veroorzaakt door het Antwerpse Havengebied) voor, waarbij de oplossing zowel van de ( deels buitenlandse) industrie als de landbouw moet komen. Energienet en buisleidingennet moeten uitgebreid worden Voor- en natransport van de treinstations naar de kernen en topsectoren onvoldoende. Er wordt onvoldoende gebruik gemaakt van de bestaande spoorverbindingen. Hittestress (met name in de twee steden). Verdrogingsproblematiek (grote watervraag, laag vasthoudend vermogen). Verziltingsproblematiek. Barrièrewerking van de landsgrens

Hoe wil de Stedelijke Regio zich ontwikkelen richting 2040 ? De regio is trots op haar specifieke karakter. Een regio waar het produceren van goederen prima samen gaat met prettig wonen. Een regio ook waarvan oudsher veel gebruik gemaakt is van grondstoffen die in de regio werden geproduceerd (de eerste chemische activiteiten in regio kwamen bijvoorbeeld voort uit de suikerindustrie en daarnaast uit de ligging aan zee). De strategische ligging in de Rijn-Schelde-Delta met belangrijke mainports als Rotterdam, Antwerpen, de Zeeuwse havens en de multimodale achterlandcorridor vormen de basis voor de economische kracht. Een koppeling tussen het gebruik van regionale grondstoffen, het goed gebruik maken van de geografische ligging op een kruispunt van infrastructuren, maar ook het goed gebruik maken van de fysieke ruimte zodat bedrijfslocaties en woonlocaties elkaar niet in de weg zitten, vormt een nuttige bouwsteen bij de verdere doorontwikkeling naar een duurzame toekomst. Binnen het Novex-gebied Stedelijk Brabant zijn een aantal algemene kaders omschreven die ook worden onderschreven door de Stedelijke Regio West Brabant West: •

Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie Het unieke van de werklocaties in West Brabant West is dat zij verder weggelegen zijn van de stedelijke centra, maar wel geconcentreerd/gelegen zijn aan infra-knopen. Dit voordeel willen we verder versterken. Daarom is blijvende aandacht nodig voor het verder versterken van die infrawerken (met name elektriciteit, buisleidingen en spoorwegen). Daardoor kunnen deze locaties zich ook verder ontwikkelen tot gethematiseerde excellente

•

•

•

•

werklocaties. Daar kan innovatie worden gestimuleerd (bijvoorbeeld door bestaande en nieuw te vormen campussen daar te concentreren) en worden dit soort plekken ook extra interessant voor verwante bedrijven om zich daar te vestigen. De doorontwikkeling/revitalisering van de bedrijventerreinen kan gecombineerd worden met verduurzaming. Daarbij houden we ook rekening met een goede en hoogkwalitatieve landschappelijke en klimaatbestendige inpassing van deze werklocaties. Daarmee laten we zien dat kwalitatieve thematisering niet hoeft te conflicteren met het bestaande landschap. Ruimtelijke kwaliteit is hier het uitgangspunt, randvoorwaarde en uitgangspunt. Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp. West Brabant West kent reeds een uitstekende hoofdinfrastructuur op vrijwel alle modaliteiten. Bovendien ligt de regio op korte afstand van zowel de Zuidelijke Randstad, Vlaanderen, Zeeland en de rest van Stedelijk Brabant. De stedelijke regio is prima verbonden per auto en water terwijl er ook een sterke spoorinfrastructuur beschikbaar is. Maar juist in het openbaar vervoer is verbetering noodzakelijk.

Het economisch vestigingsklimaat zou versterkt kunnen worden als Bergen op Zoom en Roosendaal beter zijn aangesloten op andere stedelijke knooppunten (hogere frequentie van treinen, meer directe bestemmingen) en het voor- en natransport (openbaar vervoer, fiets, bedrijfsvervoer, deelmobiliteit) vanuit de mobiliteitshubs naar de andere kernen in het landelijk gebied en de bedrijvenlocaties verbetert. Bovendien draagt dit bij aan het verlagen van de uitstoot van CO2 en stikstof. Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp De stedelijke regio wil (in het belang van de gehele regio) de steden versterken door juist daar binnenstedelijk veel extra woningen te bouwen. Daarbij wordt ook gelet op meekoppelkansen. Oude bedrijfs- en woningbouwlocaties kunnen hiervoor worden gebruikt, waardoor het mes aan meerdere kanten snijdt. Achteruitgang in deze gebieden wordt omgezet in vooruitgang, waarbij ook aandacht moet zijn voor klimaatadaptatie. De inwoneraantallen stijgen waardoor de steden interessanter worden als vestigingsplaats, waardoor de regio ook aantrekkelijker wordt voor arbeidskrachten van buiten (een sterke wens van de werkgevers in de regio). Belang is daarbij dat er een goede demografische en maatschappelijke balans in de bevolkingssamentelling komt.

De overige gemeenten met hun kernen leveren daarbij een aanvullend woonklimaat, zodat het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in deze kernen een duurzaam/toekomstbestendig karakter krijgen.’ Bij voorkeur wordt binnen de kernen gebouwd. Waar dat niet mogelijk is, is bouwen rondom de kernen alleen mogelijk als daar natuur- en landschapsontwikkeling tegenover staat, gericht op klimaatadaptatie. We benutten woningbouw als hefboom voor de opgaven van wijken en dorpen. Het gaat hierbij onder meer om een energietransitie, inclusief de noodzaak mobiliteit te verduurzamen. En er zijn sociale opgaven, waaronder steeds zwaardere lasten voor voorzieningen , vergrijzing, braindrain en vermindering van sociale weerbaarheid in sommige wijken. Bodem en watersysteem als basis voor verstedelijking Bij voorkeur worden nieuwe woningen op de zandgronden gebouwd, maar bouwen in de lager gelegen gebieden wordt daarmee niet uitgesloten. In dergelijke situaties moeten plannen wel voorzien in adequate maatregelen die het watersysteem versterken, gericht op klimaatadaptatie. Landschap en natuur groeien mee met de verstedelijking West Brabant West is zich zeer bewust van het feit dat werken en wonen hier goed samengaan door de vele interessante landschappen en natuurgebieden de verschillende “kloppende harten” van elkaar scheiden maar gelijktijdig verbinden.

Versterken van dat landschap en de natuur is daarmee een speerpunt. In het landelijk gebied wordt samen met

de landbouw gestreefd naar stikstofreductie en het tegengaan van verdroging en verzilting .Dat gebeurt ook samen met de industrie op de bedrijvenlocaties, waarbij ook gestreefd wordt naar een grotere inzet van waterstof, hetgeen ook de CO2-reductie ten goede komt. Tegelijkertijd werken we ook aan versterking van natuur en bossen om te voorzien in een adequate stad-land-relatie en het beter kunnen faciliteren van de recreatiebehoefte vanuit de stedelijke omgeving. Er wordt gestreefd naar meer ruimte voor alternatieve vormen van landbouw die hand in hand gaan met natuur zoals agroforestry en regeneratieve landbouw (dat laatste legt CO2 vast en verbeterd de waterhuishouding ter plaatse).We willen naar een lange termijn perspectief voor de landbouw waarin winst voor natuur- water en klimaatdoelen behaald wordt Tot slot is West Brabant West bij uitstek een gebied waar de akkerbouw (die het kleilandschap al eeuwen domineert) een belangrijke leverancier is (en nog meer kan worden) van circulaire grondstoffen voor de naburige industrie (zowel in de agrofood als de groene chemie).

6. Gedeelde beelden met provincie en Rijk en afwijkende regionale ambities over interventies in West Brabant West Met provincie en Rijk heeft overleg plaatsgevonden over mogelijke interventies. Daarbij komen ideeën niet altijd overeen. Daarom is ervoor gekozen om een onderscheid te maken tussen gedeelde interventies en regionale ambities. De regio heeft ten aanzien van een aantal onderwerpen aangeven dat de regio meer kan betekenen voor provincie en Nederland dan dat thans wordt ingezien door Rijk en provincie. De interventies zijn samengevat in een tweetal overzichtskaarten, die zijn opgenomen in de bijlagen. ECONOMIE Principes •

•

•

We specialiseren de bestaande economische clusters en focussen op Human Capital dat aansluit bij deze clusters. Dit betekent dat de bestaande topsectorbedrijfslocaties (Green Chemistry/Logistiek/Circulaire materialen in Moerdijk, Aircraft maintenance in Woensdrecht, Agrifood/ Green Chemistry /Biobased Materials in Bergen op Zoom, Outlet/Leisure, Logistiek, Dienstverlening en Circulaire Grondstoffen in Roosendaal, Agrifood in Steenbergen ) verder uitgebouwd worden. We zetten zoveel mogelijk in op campusontwikkelingen. Specialisatie in het onderwijs laten we daarbij nauw aansluiten bij behoeften in het regionale bedrijfsleven. Programmering van de woonopgave laten we aansluiten op behoud/aantrekken van passend personeel door betere/mooiere woningen te bieden voor hetzelfde bedrag waarvoor men bijvoorbeeld in de Randstad woont We stimuleren de transitie naar waterstof, groene elektriciteit en circulaire grondstoffen en het hergebruik van warmte uit de industrie. Het flink minder uitstoten van CO2 is een tussenstap op weg naar volledige duurzaamheid. Aardgas wordt vervangen door duurzame elektriciteit, aardwarmte, restwarmte of groene waterstof. Industrieën zullen niet alleen energie consumeren, maar ook energie bufferen en produceren. De ruimtevraag die hier uit voorkomt passen we goed in.

De autonome verandering van het buitengebied vraagt om herstructurering voor de landbouw naar de toekomst toe. We willen inefficiënties in het systeem aanpakken om zo min mogelijk middelen verloren te laten gaan. De komende jaren werken we aan de

•

•

•

herstructurering van de landbouw, waarbij we proberen de landbouw een grotere rol te geven in de grondstoftransitie van de industrie met inzet op sterkere relaties met de omliggende natuur. We laten daarmee landbouw onderdeel worden van een circulair voedsel- en leefsysteem. Waar mogelijk combineren we dit met interventies in het kader van de stikstofaanpak. Bedrijventerreinen revitaliseren we door intensivering met aandacht voor beschikbaarheid van hindercategoriën, klimaatadaptatie, vergroening en beschikbaarheid van energie infrastructuur. We beperken de ruimte voor de logistieke sector en geven ruimte voor economische bedrijftakken met een hoge toegevoegde waarde. De recreatie- en toerismesector versterken we (geclusterd in regionaal verband) door het realiseren van meerdere kleinere ingrepen door het gebied heen (zoals park-, natuurpoorten, fietsroutenetwerken , en/ of landschapsontwikkeling), gekoppeld aan kleinschalige woningbouwontwikkelingen in de kernen. Om grip te krijgen op de vraag waar de elektriciteitsbehoefte het snelst zal stijgen en waar de huidige beperkingen van het netwerk tot stilstand in de energietransitie of stilstand in ontwikkeling kunnen leiden zetten we in op Integraal Programmeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1646/documents/18727