CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

05 A Woondeal 2.0 Noord-Hollland Noord

Gemeenteraad 30 maart 2023, gemeente Stede BroecBij agendapunt: GGZ42.929 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Wat hebben we nodig van het Rijk Om, ten opzichte van de huidige programmering, het aandeel sociaal en betaalbaar in NoordHolland op het gewenste niveau te brengen én te borgen dat deze projecten met een hoog aandeel betaalbaar tot realisatie komen, is het voorwaardelijk dat hiervoor vanuit het Rijk subsidie en instrumentarium beschikbaar komt. Subsidie: o Draag via de Woningbouwimpuls bij aan een hoger aandeel sociaal in projecten. In de Woningbouwimpuls-voorwaarden wordt nu nog uitgegaan van 50% betaalbaar, dit aandeel dient gelijk te worden getrokken met de opgave van het nationale beleidsprogramma ¶EHWDDOEDDUZRQHQ· o Via objectsubsidie. Een vast bedrag per gerealiseerde woning in het sociale of middensegment (zoals de oude BLS regeling) is een goede stimulans om het aandeel betaalbare woningen te vergroten. Een dergelijke regeling geeft zekerheid en voorspelbaarheid voor gemeenten en ontwikkelende partijen. De verdeling van de middelen zou daarbij afhankelijk moeten zijn van de uitgangspunten en afspraken uit de regionale woondeal, met een ruime mate van zeggenschap van provincie en regio voor de wijze waarop de middelen worden ingezet. o Maak het met behulp van subsidie financieel mogelijk én aantrekkelijk om ook bestaande afspraken en grondexploitaties open te breken om het aandeel betaalbare woningen te verhogen.

Voorwaarde zou moeten zijn dat het binnen de bestaande ruimtelijke afspraken en participatie mogelijk is, zodat er geen vertraging ontstaat, dat het om substantiële aantallen gaat, dat de betrokken partijen (marktpartijen, corporaties en overheden) deze aanvraag gezamenlijk doen en dat zij zelf ook een financiële bijdrage aan de programma-omzetting leveren.

11

Randvoorwaardelijk woningbouw bod² integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

o

Deelname en bijdrage van het Rijk aan provincies en gemeenten die een 'Fonds betaalbare koop' opzetten om koopwoningen in het middensegment langdurig en meermaals betaalbaar te maken en te houden.

Instrumentarium: 'H0LQLVWHUYRRU952]DOLQGHZHW¶9HUVWHUNLQJUHJLHRSGH9RONVKXLVYHVWLQJ·]RUJHQYRRU versterking van het instrumentarium dat nodig is voor gemeenten, provincies en Rijk om te sturen RS¶IDLUVKDUH·LQGHZRQLQJYRRUUDDG9DQXLW1RRUG-Holland gelden hierbij de volgende aandachtspunten: o

o

o

3E.

Breng woningcorporaties in positie door provincies en gemeenten te voorzien van juridisch instrumentarium en een duidelijke, niet ter discussie staande opdracht om afdwingbare afspraken te maken over het aandeel sociale woningbouw door toegelaten instellingen of andere partijen die ook aandachtsgroepen huisvesten. Wees duidelijk dat dit geldt voor alle gemeenten en ² afhankelijk van de betaalbare voorraad en het aandeel fair share van de betreffende gemeente - in alle (grotere) bouwplannen. Juridisch instrumentarium voor gemeenten en landelijke regulering (zodat huurders middeldure huur ook naar een huurcommissies kunnen stappen), om te zorgen voor het betaalbaar houden van woningen in het betaalbare segment: ƒ zowel voor nieuwbouw als voor de bestaande voorraad, ƒ ]RZHOYRRUVRFLDOHDOVKXXUZRQLQJHQWRWHHQKXXUSULMVYDQ½ Juridisch instrumentarium om in de afspraken over nieuwbouw van betaalbare woningen ook kwalitatieve eisen ten aanzien van toewijzing, oppervlaktes en/of andere kwaliteitseisen en doelgroepen op te kunnen nemen, zodat er ook betaalbare woningen voor meerpersoonshuishoudens en specifieke doelgroepen worden gerealiseerd. Dit draagt ook bij aan de doorstroming.

Randvoorwaarde: Mobiliteit

Wat is de opgave? (randvoorwaarde voor de Noord-Hollandse woningbouwopgave) Om het mobiliteitssysteem in de provincie Noord-Holland draaiende te houden, gegeven de grote voorziene groei aan woningen en werkgelegenheid, moet de nadruk binnen (investeringen in) de mobiliteit liggen op het remmen van de mobiliteitsgroei door middel van een mobiliteitstransitie. De mobiliteitstransitie wordt gerealiseerd door een mix van investeringen in onder meer fiets en OV, beleidskeuzes gericht op beïnvloeding van gedrag en verstedelijking in de nabijheid van knooppunten. Deze mobiliteitstransitie staat niet op zichzelf, maar er is sprake van integraliteit en samenhang tussen verschillende andere transities en opgaven. Naast het wonen gaat het daarbij ook om werken, stikstof, een gezonde leefomgeving, klimaat & energie. Wat doen wij al? Met betrekking tot woningbouw- en gebiedsontwikkeling ligt de nDGUXNRS¶JH]RQGHPRELOLWHLW· stimuleren van lopen, fietsen en OV en het goed benutten van de netwerken, door onder andere KHWUHDOLVHUHQYDQ+8%·V, focus op het bouwen rond OV-knooppunten (nabijheid) en beperken van groei van automobiliteit ter ontlasting van onder andere het hoofdwegennet in de provincie.

Wat hebben we nodig van het Rijk? Wederkerige afspraken tussen Rijk en regio over investeringen in mobiliteit die randvoorwaardelijk zijn voor de woningbouwopgave, via het BO MIRT: Toekenning van verschillende Rijksbudgetten voor de woningbouwopgave en rijksbijdragen aan mobiliteitspakketten die in lijn is met de omvang en urgentie van de provinciale woningbouwopgave. Het gaat hierbij zowel om investeringen op schaalsprongniveau (Zuidasdok, Noord-Zuidlijn, Kleine Ring) als om intergemeentelijke investeringen (fiets en OV) en versnellingsprojecten binnen gemeenten, waarvoor in lijn met Samen Bouwen aan Bereikbaarheid, de Verstedelijkingsstrategie MRA, de aanpak Bereikbare Steden, Multimodaal Toekomstbeeld MRA 2040 en de Woondeal Noord-Holland Noord (NHN), inclusief addendum, afspraken worden voorbereid. We willen over woningbouwgerelateerde mobiliteitsinvesteringen afspraken maken op basis van adaptief programmeren, waarbij we gezamenlijk het proces inrichten en afwegingen maken, vanuit gezamenlijke financiering en verantwoordelijkheid. En waarbij 12

Randvoorwaardelijk woningbouw bod² integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

-

het mogelijk wordt om middelen flexibel in te zetten en daarmee de effectiviteit te vergroten. Samenwerking en subsidieverstrekking vanuit eigenaarschap en programmasturing en programmaILQDQFLHULQJ¶5HJLHYRHUHQHQVDPHQXLWZHUNHQ·5HJLHYRHUHQGRRU5LMN welke grootschalige woningbouwlocaties verdienen steun vanuit het Rijk. De uitwerking doen we samen, waarbij ieder bijdraagt aan de voortgang vanuit de eigen YHUDQWZRRUGHOLMNKHLG ´huis YDQ7KRUEHFNHµ +LHUELMVWDDWXLWYRHULQJHQXLWYRHUEDDUKHLG centraal. Laat de afweging of iets moet gebeuren zoveel mogelijk ook op de plek waar het gedaan moet worden.

Op hoeveel woningen heeft deze randvoorwaarde betrekking? Toevoegen van 184.000 woningen in Noord-Holland kan alleen als er wordt geïnvesteerd in schaalspronginvesteringen en in de grootschalige woningbouw rondom OV-Knooppunten. Dit betreft zowel de zeven Noord-Hollandse Bereikbare Steden als diverse ontwikkelgebieden in Amsterdam, waar samen circa 125.000 van de 184.000 woningen worden gerealiseerd. Deze gebieden zijn cruciaal voor het behalen van de woningbouwdoelstelling tot en met 2030. Om vertraging en planuitval te voorkomen is voortvarende besluitvorming over en een bij de omvang van de opgave passende financiële bijdrage uit de middelen voor versnelling en de drie van de zeventien in de MRA JHOHJHQ¶JURRWVFKDOLJHZRQLQJERXZJHELHGHQ·UDQGYRRUZDDUGHOLMN Toekenning neemt niet weg dat ook woningbouwprojecten buiten deze drie gebieden, zowel in MRA als NHN, komende jaren mobiliteitsoplossingen en investeringen vragen, ook van het Rijk. ,QKHW¶DGGHQGXP:RRQGHDO1RRUG-+ROODQG1RRUG·LVLQ]LFKWHOLMNJHPDDNWZHONH mobiliteitsmaatregelen nodig zijn om in de periode tot en met 2030 40.000 woningen te realiseren. Hierin zit deels overlap met Bereikbare steden Hoorn en Alkmaar. De regio NoordHolland Noord kan hiermee een hogere woningbouwopgave realiseren dan voor de eigen behoefte nodig is.

Daarmee worden binnen het Daily urban system van de MRA extra woningen gerealiseerd en wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave van heel Noord-Holland. De mate waarin dit lukt, is onder andere afhankelijk van het vinden van dekking voor de in het addendum beschreven mobiliteitsmaatregelen. Deze noodzakelijke inzet vraagt een geschatte totale investering van het Rijk van minimaal 367 miljoen euro, waarvoor binnen de regio geen dekking is, in aanvulling op de investeringen van de regio en provincie zelf.

3F.

Randvoorwaarde: Toekomstbestendig bouwen (klimaat, duurzaamheid, circulair bouwen, water & bodem sturend)

Wat is de opgave? (randvoorwaarde voor de Noord-Hollandse woningbouwopgave) Met het oog op de toekomstbestendigheid van de geplande woningbouw, is het van belang dat dit ² zoveel als mogelijk - klimaatadaptief gebeurt. Dit brengt meerkosten met zich mee. Het is daarom belangrijk dat de middelen van het klimaatfonds ook kunnen worden ingezet voor circulair en klimaatadaptief bouwen. Een kleine extra investering nu, levert een grote besparing op in de toekomst, zodat er geen hypotheek wordt gelegd op toekomstige generaties. Wat doen we al De provincies Noord-Holland en Utrecht hebben samen met de MRA een convenant duurzaam en toekomstbestendige woningbouw opgesteld, wat ook Noord-Holland Noord wil gaan toepassen. Ook andere provincies zeggen toe mee te werken aan een verdere ontwikkeling (dat kan zowel individueel als collectief) en gebruik van dit convenant waarmee gemeenten en marktpartijen hun duurzame ambities kunnen preciseren en transparant kunnen maken. Via dit convenant wordt stapeling en versnippering van beleid voorkomen. Een meer eenduidige aanpak zorgt voor efficiency in het bouwproces. Als bouwers aan de voorkant weten waar zij aan toe zijn kunnen zij dit vroegtijdig in het ontwerp meenemen, wat tijd en geld bespaart. We werken samen met de Noord-Hollandse gemeenten en waterschappen aan de uitwerking van de intentie-overeenkomst Klimaatadaptief bouwen MRA.

Ook zijn we bezig met het ontwikkelen van een zogenaamde Signaalkaart Klimaatadaptatie waarbij we niet alleen voor de woningbouwopgaven maar voor alle opgaven in de provincie beter inzichtelijk willen hebben wat dat betekent voor de klimaatadaptieve opgave.

13

Randvoorwaardelijk woningbouw bod² integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

Als onderdeel van de ruimtelijke, provinciaal arrangement, het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (als onderdeel van het Nationaal Programma Landelijk gebied) en vooruitlopend op de verdere XLWZHUNLQJYDQ¶ZDWHUen ERGHPVWXUHQG·ZHUNHQZHNRPHQGMDDUVDPHQPHWde waterschappen uit hoe wij klimaatadaptatie en waterkwaliteit als randvoorwaarde mee kunnen nemen bij de ontwikkelingen, niet alleen op de kortere termijn maar ook richting 2100. Dit betekent onder meer ruimte reserveren voor waterbergingen van de toekomst, terughoudend te zijn met bouwen op gronden die daarvoor niet geschikt zijn en het borgen van de afspraken van de ¶intentieovereenkomst klimaatadaptief bouwen MRA basisveiligheid nieuwbouw· in de woondeal MRA. Hoe deze randvoorwaarden en uitgangspunten daadwerkelijk kunnen worden vertaald in ¶water en bodem sturend· in relatie tot de woningopgaven zal per regio en gebied waarschijnlijk anders zijn. Elk gebied is qua bodem en watersysteem en gerelateerde klimaatopgaven verschillend, maar ook andere eigenschappen, waarden en transities in het gebied zijn sturend in deze. De provincie is het proces en inhoud rondom ¶water en bodem sturend· op dit moment aan het voorbereiden. Hierin wordt ook de uitwerking voor de genoemde woningopgaven meegenomen.

In hoeverre en hoe de randvoorwaarden en uitgangspunten van water en klimaatadaptatie voor de woningbouwopgaven per gebied in de afweging het beste kan worden meegenomen zal zich dus nog moeten uitkristalliseren in samenspel met alle stakeholders. De provincie stimuleert circulair bouwen. We zetten daarbij in op circulaire strategieën als minimaliseer materiaalgebruik, benut beschikbare materialen en producten, gebruik hernieuwbare grondstoffen als biobased materialen, creëer voorwaarden voor een lange cyclus: flexibel, losmaakbaar en voor toekomstige cycli: herbruikbaar, recyclebaar en minimaliseer de milieuimpact. Om de transitie naar een circulaire bouw te versnellen, voert de provincie diverse acties uit, onder andere: inzet van een circulair bouwexpert en ketenaanjager voor de bouw, gericht op respectievelijk ondersteuning aan gemeenten bij de uitvoering van plannen en het smeden van ketens in de bouw. Delen van kennis via de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen en een circulair bouwprogramma van C-creators. Stimuleren van houtbouw via het Convenant Houtbouw. Wat hebben we nodig van het Rijk Afspraken met het Rijk over de financiering van basisveiligheidsniveaus klimaatadaptieve nieuwbouw, met aandacht voor het lange termijnperspectief: kijken naar situatie in 2100 en verder, om latere hoge maatschappelijke kosten te voorkomen.

Invoering van de door de minister aangekondigde ¶nationale maatlat klimaatadaptief bouwen·, gebaseerd op o.a. de intentieverklaring klimaatbestendige nieuwbouw MRA en Noord-Holland. -

-

-

Het Rijk zorgt voor een gelijk speelveld, door regelgeving voor klimaat en duurzaamheid landelijk zoveel mogelijk gelijk te trekken, bijvoorbeeld door het convenant duurzaam en toekomstbestendig bouwen te integreren in Rijks wet & regelgeving. We stimuleren partijen zoveel mogelijk hernieuwbare (biobased) bouwmaterialen toe te passen en het hergebruik van bouwmaterialen te verhogen. We vragen van het Rijk VWLPXOHUHQGHSURJUDPPD·VHQFRQdities te ontwikkelen waarmee toegewerkt kan worden naar het door het Rijk vastgelegde circulaire doel van 50% vermindering van abiotische grondstoffen per 2030. De huidige MPG (Milieu Prestatie Gebouwen) biedt onvoldoende perspectief om actief te kunnen sturen op CO2-impact van gebouwen. Het Rijk zorgt er voor dat er naast de MPG een tweede sturingsnorm komt die is gebaseerd op de data en berekeningssystematiek van de MPG maar die louter stuurt op de GWP-ZDDUGHYDQPRGXOH$XLWGH(3%·VYDQ bouwmaterialen inclusief de bijdrage van biogene CO2-opslag daaraan. We vragen het Rijk om een stimulerende rol te nemen in de opschaling van industrieel bouwen. We zien hier net als het Rijk potentie in, dit biedt een kans om het aandeel hout en biobased materialen te vergroten omdat juist die materialen zich daarvoor lenen en de doorontwikkeling van een aantal biobased materialen daarop gericht kan worden.

Zo kan worden versneld in aantallen woningen met als bijkomen gevolg: kortere bouwtijd op locatie, minder en lichter transport, lichter bouwmaterieel en minder tot geen stikstof op 14

Randvoorwaardelijk woningbouw bod² integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

-

de bouwplaats. Daarnaast PDDNWLQGXVWULHHOELREDVHGRRNPRJHOLMNJRHG¶ORVPDDNEDDU·WH bouwen, hierdoor kunnen bouwelementen in de toekomst hergebruikt worden. Scherp de BENG-norm aan, zodat nieuwbouwwoningen in de toekomst energieneutraal kunnen worden. Neem toekomstbestendig bouwen op in de criteria voor WBI subsidie.

Op hoeveel woningen heeft deze randvoorwaarde betrekking? Dit betreft een generieke randvoorwaarde, die betrekking heeft op alle woningen alsook de ruimtelijke afweging voor en inrichting van nieuwbouwgebieden.

3G.

Randvoorwaarde: Focus op uitvoering!

Wat is de opgave? (randvoorwaarde voor de Noord-Hollandse woningbouwopgave) Uit de reality check komt naar voren dat samenwerking, afstemming en vertrouwen tussen partijen onderling noodzakelijk zijn om tot voldoende woningbouw te kunnen komen. Dit vraagt inzet van alle betrokken partijen vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheden. Zowel het Rijk als marktpartijen en corporaties kijken nadrukkelijk naar de provincie om hier, via de woondeals, steviger dan nu op te sturen. Dit vraagt versterking van het juridisch instrumentarium van provincies. Daarnaast worden hieronder op basis van de reality check diverse aandachtspunten voor samenwerking tussen en de rollen van partijen toegelicht. Specifiek aandachtspunt: participatie en planologische procedures Vergunningverlening Participatie is nu erg gejuridiseerd en dit leidt vaak tot vertraging in de planvoorbereiding en vergunningverlening. Uit de reality check komt naar voren dat vrijwel alle stakeholders zich hier zorgen over maken, terwijl tegelijkertijd het belang van goede participatie wordt erkend. Als mogelijke oplossing wordt meegegeven dat bouwende partijen, de gemeente, huidige én toekomstige bewoners vroegtijdig met elkaar om de tafel moeten om het participatieproces te versnellen. Met de invoering van de Omgevingswet wordt ook op duidelijkheid en versterking van participatie ingezet.

In de gesprekken die in het kader van de reality check binnen de provincie Noord-Holland zijn gevoerd blijkt echter dat er onder partners grote zorgen zijn over de invoering van de Omgevingswet, zowel over het moment van invoeren als over het functioneren. Algemeen wordt verwacht dat dit, zeker rond de invoering, tot veel vertraging van woningbouw zal leiden. Enerzijds door het implementeren van en wennen aan nieuwe regels. Maar ook door onzekerheid over het functioneren van het nieuwe Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), waarbij de nodige ICTproblemen worden verwacht. Daar komt bij dat door gebrek aan capaciteit zowel de publieke diensten die het moeten uitvoeren (vergunningverleners en plantoetsers) als de rechtspraak al onder druk staan. Wat doen wij zelf al of gaan wij op basis van de reality check versterken? Via bestaande (juridische) instrumentarium en de kaders van de eigen Omgevingsvisie en het Masterplan Wonen zet de provincie zich in voor versnelling van de woningbouw in Noord-Holland. Op basis van de reality check zien wij de volgende aandachtspunten om de focus op de uitvoering te leggen. Zorgen voor voldoende harde plancapaciteit Voldoende (harde) plancapaciteit is cruciaal voor het bouwen van woningen.

Het college van Gedeputeerde Staten zorgt er met de gemeenten in regionaal verband voor dat de optelsom van de gemeentelijke plancapaciteit voldoende is voor de realisatie van de afgesproken kwantitatieve en kwalitatieve provinciale opgave. Om vertraging in de productie op te kunnen vangen stuurt de provincie er vanuit de provinciale Woonagenda al op dat de voorraad harde plannen minimaal 130% is ten opzichte van de woningbehoefte voor de komende vijf jaar. Onder andere door afspraken in de regionale woonakkoorden en de woondeal en door inzet van de flexibele schil voor bijvoorbeeld extra planjuristen. Daarbij is het belangrijk dat adaptief programmeren mogelijk blijft, zodat er kan worden geanticipeerd op wijzigingen in de vraag. Zodra plannen door vaststelling van het EHVWHPPLQJSODQYDQ¶]DFKW·QDDU¶KDUG·JDDQZRUGHQGHIOH[LELOLWHLWHQPRJHOLMNKHGHQWRW 15

Randvoorwaardelijk woningbouw bod² integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

bijsturing op het programma door gemeenten aanzienlijk beperkt. Het is daarom belangrijk dat vooral reële plannen, die op korte termijn (binnen vijf jaar) gerealiseerd kunnen worden, hard worden gemaakt door deze in bestemmingsplannen vast te leggen. Voor plannen, of deelgebieden, die later gepland zijn kan het vanwege adaptief programmeren juist verstandig zijn dat deze niet op voorhand al hard worden gemaakt. Deze uitgangspunten worden meegenomen in de uitwerking in woondeals. ¶Hard· of ¶zeker·? 0HW¶KDUGH·SODQFDSDFLWHLWZRUGWGRRURYHUKHGHQJHGRHOGRSGHSODQRORJLVFKHVWDWXV(ONSURMHFW GDWJHUHDOLVHHUGZRUGWPRHWRSHQLJPRPHQWSODQRORJLVFK¶KDUG·]LMQHQXLWGHUHDOLW\FKHFN komt naar voren dat planologische procedures en het vergunningstraject een groot vertragend effect hebben op de productie (zie hieronder). Daarom is dit zeker een belangrijke indicator. Tegelijkertijd komt in de reality check ook naar voren dat niet alle plannen die planologisch gezien hard zijn, ook daadwerkelijk al tot realisatie kunnen en zullen komen. Diverse gemeenten ² en vrijwel alle marktpartijen en corporaties ² wijzen er terecht op dat je beter van een hard plan kunt spreken wanneer het investeringsbesluit is genomen en er afspraken zijn tussen gemeente en opdrachtgever, omdat dit meer zegt dan (alleen) planologische status.

In de projectenlijst versnellingsmogelijkheden en Primavera wordt dit om diezelfde reden ook als indicator meegenomen. In de governance afspraken over het volgen van de voortgang van projecten werken we dit in de woondeal nader uit. Focus Als onderdeel van het Masterplan Wonen is door de provincie in beeld gebracht welke grote projecten cruciaal zijn om de woningbouwopgave tot en met 2030 te kunnen realiseren, vanuit de 80/20 regel: met 20 procent van de projecten wordt gemiddeld genomen 80% van de productie gerealiseerd. De provincie zet zich via het Masterplan Wonen, de bouwambassadeur en de kernteams versnelling (MRA en NHN) om gemeenten te helpen om te borgen dat de focus in eerste instantie op deze cruciale projecten ligt, dat hiervoor voldoende ambtelijke capaciteit wordt ingezet en knelpunten tijdig worden gesignaleerd en opgepakt, zodat deze projecten tijdig tot realisatie komen. De bouwambassadeur is gestart om op basis van deze projectenlijst UHJHOPDWLJHYRRUWJDQJVJHVSUHNNHQPHWJHPHHQWHQHQRIUHJLR·VWHYRHUHQ'LWELHGWZDDUGHYROOH informatie voor de gesprekken tussen Rijk, regio en provincie. De afstemming die in het kader van de reality check plaatsvond tussen overheden, waterschappen, ontwikkelaars, corporaties en andere stakeholders levert waardevolle informatie op en is goed voor het verbeteren van de samenwerking.

Om die reden wordt via de woondeals een werkwijze uitgewerkt om via bouwtafels de voortgang, haalbaarheid en betaalbaarheid van het programma te bespreken, om waar nodig tijdig bij te kunnen sturen. Door het versterken van afstemming tussen marktpartijen en overheden en focus op dezelfde projecten, kunnen we beter sturen op een continue bouwstroom. De resultaten hiervan zijn tevens belangrijke input voor de voortgangsgesprekken tussen Rijk, regio en provincie. Tekort aan ambtelijke capaciteit Gemeenten hebben, meer dan ontwikkelaars en corporaties blijkt uit de reality check, te kampen met tekort aan personele capaciteit. Afgelopen en komende jaren is, met cofinanciering van Rijk en provincie, via de flexibele schil in Noord-Holland extra capaciteit en expertise ingezet om woningbouwprojecten te versnellen. Dit heeft tot versnelling geleid en voor gemeenten is het uiterst belangrijk dat deze hulp van Rijk en provincie ook de komende jaren beschikbaar blijft. Tegelijkertijd zijn de tekorten zo groot dat inzet van de flexibele schil niet altijd uitsluitsel biedt. De personele tekorten bij gemeenten zorgen ook voor vertraging in de planologische procedures. Daarom hebben ontwikkelaars en corporaties aangeboden om gemeenten te helpen bij participatie en planologische procedures, bijvoorbeeld door omgevingsplannen op te (laten) stellen.

Dit vraagt vertrouwen, duidelijke kaders en goede afspraken aan de voorkant, om te voorkomen dat de controle achteraf de tijdswinst weer teniet doet. Via de Klankbordgroep Marktpartijen van de provincie hebben ontwikkelaars en corporaties aangeboden hier een gezamenlijk voorstel voor uit te werken. Provincie, gemeenten en marktpartijen zullen aan de hand van dit voorstel bekijken of en zo ja, hoe wij dit kunnen toepassen in Noord-Holland. Hierbij

16

Randvoorwaardelijk woningbouw bod² integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

geldt dat alle partijen erbij gebaat zijn dat het overnemen van publieke taken door marktpartijen zorgvuldig gebeurt en tot goede resultaten - en daarmee versnelling van de woningbouw - leidt. Wat hebben wij nodig van het Rijk Stabiliteit in Rijksbeleid, wet- en regelgeving. DHEHOHLGVQRWD·VYROJHQHONDDULQGXVGDQLJ hoog tempo op dat dit zowel bij marktpartijen, corporaties als bij medeoverheden voor onduidelijkheden en/of overbelasting zorgt. Onzekerheid verlaagt de investeringsbereidheid bij marktpartijen en vertraagt daardoor de bouw. Inspanning om de doorlooptijd van planologische procedures te versnellen, met behoud van democratische rechten van burgers. Juridisch instrumentarium voor overheden om te sturen op (onder andere) betaalbare woningbouw, via de wet Versterking regie op de Volkshuisvesting. Het juiste schaalniveau en goede werkafspraken over het volgen van en sturen op realisatie van de woningbouwopgave, namelijk: o Ons randvoorwaardelijk woningbouw bod is gebaseerd op een (zeer ruime) plancapaciteit. Niet alle locaties zullen tijdig ontwikkeld (kunnen) worden en dat is ook niet nodig om voldoende woningen te kunnen bouwen. Vanuit het ¶UXLPWHOLMNH, SURYLQFLDDODUUDQJHPHQW·en de integrale, ruimtelijke keuzes die daarbij gemaakt worden, zullen mogelijk ook woningbouwlocaties af vallen.

Daar is gezien de overmaat aan beschikbare locaties en plancapaciteit - tot op zekere hoogte - ook voldoende ruimte voor. o Het bod is niet statisch, de inhoud en voortgang van is onderwerp van gesprek tussen Rijk, provincie en woondealregio. We voeren dit gesprek tussen Rijk, provincie en woondealregio over - en sturen op - het totaal van het programma en de voortgang van de productie. o Voor zover er in de woondeal afspraken over specifieke projecten worden gemaakt, gaat het om grotere projecten, die cruciaal zijn om de opgave te behalen, of projecten waar het Rijk een bijdrage aan verleend (via de WBI, versnellingsmiddelen, grootschalige woningbouwlocaties of anderszins).

o Om, ondanks het dynamische karakter van de afspraken, te voorkomen dat de beperkte ambtelijke capaciteit bij gemeenten het zo druk heeft met voortdurend monitoren, herijken en voorbereiden van voortgangsgesprekken dat zij niet aan de woningbouwprojecten zelf kunnen werken, spreken we af voor het volgen van de voortgang gebruik te maken van bestaande instrumenten van de provincie: ƒ de monitor plancapaciteit, ƒ GH¶SURMHFWHQOLMVWYHUVQHOOLQJVPRJHOLMNKHGHQ· ZDDULQGHJURWHUHSURMHFWHQ vanaf 250 in NHN en vanaf 500 in de MRA) zijn opgenomen), ƒ voortgangsgesprekken van de bouwambassadeur, ƒ het sturingsinstrument primavera, ƒ GHMDDUOLMNVHUDSSRUWDJH¶0RQLWRU:RQLQJERXZ· Wederkerige afspraken in de woondeals tussen Rijk, regio en provincie, die recht doen aan de randvoorwaarden van dit bod. Afspraken tussen Rijk en provincie over ons randvoorwaardelijk bod en de te leveren bijdrage aan de doelstellingen van de Nationale Woon- en Bouwagenda van het Rijk zijn van de woondeals afhankelijk. Aandachtspunt vanuit de reality check hierbij om er als Rijk en provincie voor te zorgen dat ook kleine gemeenten zich willen verbinden aan de woondeal als er voor hen geen of geen meerwaarde in zit, omdat zij in de praktijk geen aanspraak maken op Woningbouwimpuls of (MIRT) investeringen in mobiliteit.

17

Bijlage 2: Generieke ondersteuning woningbouw Het Rijk ondersteunt door: x Het verstrekken van financiële middelen via diverse regelingen en subsidies waar de regio aanspraak op ŬĂŶŵĂŬĞŶ͘,ĞƚŐĂĂƚŚŝĞƌďŝũŽŵŵŝĚĚĞůĞŶĚŝĞŐĞŶĞƌŝĞŬďĞƐĐŚŝŬďĂĂƌnjŝũŶ͕ŽŽŬĂŶĚĞƌĞƌĞŐŝŽ͛ƐŬƵŶŶĞŶŚŝĞƌ aanspraak op maken. Het Rijk informeert via de woondealtafel over nieuwe regelingen en subsidiemogelijkheden. Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden omtrent de aanvraag van financiële middelen. ¾ Procesgeld Woondeals ¾ Woningbouwimpuls ¾ Regeling flexpools ¾ Regeling huisvesting aandachtsgroepen ¾ Volkshuisvestingsfonds ¾ Transformatie faciliteit ¾ Regeling tijdelijke huisvesting x Subsidieregeling VWS ten behoeve van geclusterde woonvormen, intergenerationeel wonen en de bouw van ontmoetingsruimtes. Het verstrekken van kennis en expertise wanneer projecten vastlopen. Het kan hierbij zowel gaan om concrete- als generieke vragen. x Inzet expertteams (Expertteam Woningbouw) x Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties x Taskforce versnelling tijdelijke huisvesting x Landelijke versnellingstafels x Wet- en regelgeving voor de realisatie van de woningbouwopgave en de huisvesting van aandachtsgroepen. Voor versterking van dit instrumentarium wordt het wetsvoorstel versterken regie op de volkshuisvesting voorbereid.

x BZK coördineert de opgave die samenhangen met woningbouw en fungeert als eerste aanspreekpunt richting andere departementen. De Minister voor VRO zet zich maximaal in om samen met de verantwoordelijke collega-ministers kritische succesfactoren als stikstof, geluid en de aansluiting op nutsvoorzieningen aan te pakken. x Het Expertteam Woningbouw van RVO heeft een loketfunctie waar gemeenten, provincies en woningcorporaties terecht kunnen met vragen over ondersteuning (woningbouw@rvo.nl). Dit Expertteam beschikt over (o.a. juridische) experts die medeoverheden en woningcorporaties kunnen bijstaan met onafhankelijk advies en praktische ondersteuning. Deze experts kunnen in een periode van 6 tot maximaal 12 maanden meerdere malen kortstondig worden ingezet om een concreet woningbouwproject te versnellen. We onderzoeken hoe we de loketfunctie kunnen versterken, zodat gemeenten, provincies en woningcorporaties het Expertteam Woningbouw beter weten te vinden met hun vragen. x Door middel van de Flexpoolregeling kunnen provincies aan de slag met het opstellen van een regionale of provinciale pool van professionals die voor langere tijd kunnen worden ingezet. Provincies en gemeenten kunnen de bijdrage besteden aan capaciteit in de voorfase van woningbouw- en herstructureringsprojecten en het opstellen van integrale woon-zorgvisies.

Zo kunnen zij bijvoorbeeld projectleiders, stedenbouwkundigen of planeconomen inhuren en deze ter beschikking stellen aan gemeenten waar een tekort aan ambtelijke capaciteit een knelpunt vormt. Zowel in 2022 als in 2024 stelt <ŚŝĞƌǀŽŽƌΦϰϬŵŝůũŽĞŶďĞƐĐŚŝŬďĂĂƌ͕ĚĞƚƌĂŶĐŚĞďĞƐĐŚŝŬŬŝŶŐĞŶǀĂŶϮϬϮϮǁŽƌĚƚŽp dit moment uitgevoerd. De komende periode gaan we aan de slag om deze flexpoolfunctie samen met de provincies te versterken. x ƌŝƐǀŽŽƌǀŝĞƌũĂĂƌĞdžƚƌĂďƵĚŐĞƚǀĂŶΦϯŵŝůũŽĞŶǀŽŽƌƵŝƚďƌĞŝĚŝŶŐǀĂŶĚĞĐĂƉĂĐŝƚĞŝƚǀĂŶĚĞĨĚĞůŝŶŐ bestuursrechtspraak (voor de Omgevingskamer) beschikbaar gesteld. De provincie Noord-Holland ondersteunt door: x Inzet van de bouwambassadeur en kernteam versnelling. x Cofinanciering van extra inhuur via de flexibele schil. x Inzet OV-fonds (Aanpak OV-Knooppunten) x Een knelpuntenbudget voor kleinere projecten (vanuit Masterplan Wonen, via bouwambassade).

39

x

Subsidie voor uitvoering van de Woonakkoorden en uitwerking van de woningbouwopgave in 2023, voor de Woondeal. De provincie ondersteunt verder door de regelingen die te vinden zijn via https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Bouwen_Wonen ;ŝĞ Ž͘Ă͘ ͚sŽŽƌ ƐĂŵĞŶǁĞƌŬĞŶĚĞ ƉĂƌƚŝũĞŶ͕͛ ͚ǀŽůĚŽĞŶĚĞ ǁŽŶŝŶŐĞŶ͕͛ ͚ĂĚǀŝĞƐ ǀŽŽƌ ĞŶĞƌŐŝĞnjƵŝŶŝŐĞ ǁŽŶŝŶŐĞŶ͕͛ ͚ĚƵƵƌnjĂĂŵďŽƵǁĞŶĞŶǁŽŶĞŶ͛Ϳ͘

40

Bijlage 3: Addendum bij de Woondeal (2020) Noord-Holland Noord: Regiospecifieke woon- en mobiliteitsopgaven

41

Addendum bij woondeal Noord-Holland Noord: regiospecifieke woon- en mobiliteitsopgaven

Regio Noord-Holland Noord 25 oktober 2022 Definitief concept 2.5

1

DATUM

25 oktober 2022

TITEL

Addendum bij woondeal Noord-Holland Noord: regiospecifieke woon- en mobiliteitsopgaven

OPDRACHTGEVER

Regio Noord-Holland Noord

AUTEUR(S)

Bram Klouwen Jan van Deursen

PROJECTNUMMER

2361.103

STATUS

Definitief concept

Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem www.companen.nl info@companen.nl 026 351 25 32 KvK-nummer: 09035291 2 BTW-nummer: NL001826517B01

Inhoud Addendum bij woondeal Noord-Holland Noord

4

Bijlage 1: inventarisatie maatregelen per versnellingsplan

12

Bijlage 2: Financiële opgave infrastructurele maatregelen

26

Bijlage 3: Methodiek financiële onderbouwing

31

3

ĚĚĞŶĚƵŵďŝũǁŽŽŶĚĞĂůEŽŽƌĚͲ,ŽůůĂŶĚEŽŽƌĚ Inleiding

Woondeal Noord-Holland Noord samengevat

De regio Noord-Holland Noord levert een belangrijke bijdrage aan het oplossen van de woningnood; in de eigen regio, maar ook voor een deel van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Daartoe sloten de gemeenten en provincie in Noord-Holland Noord in 2020 de Woondeal. Zij spraken af tot 2030 minimaal 40.000 woningen te bouwen en tot 2040 minimaal 63.000 . Noord-Holland Noord biedt snelle ontwikkelkansen en voldoende locaties voor een pallet aan onderscheidende urbane, groenstedelijke en landelijke woonmilieus, met appartementen en gezinswoningen. Woonmilieus die nabij historische stadskernen, polders en duingebieden liggen. De regio kenmerkt zich door een krachtige economie die is verweven met die van de MRA. En met innoverende economische clusters, zoals de maritieme sector in Den Helder en de agriport langs de A7. Noord-Holland Noord, en met name het zuidelijk deel van de regio, zijn goed bereikbaar als onderdeel van het daily urban system van de MRA, maar ook met de rest van Nederland. Via de Zaanse Corridor, Hoornse corridor en de Helderse Lijn is er een dagelijkse forensenstroom van meer dan 100.000 mensen. De basis voor versnelling van het woningbouwprogramma is daarmee op orde. Maar voor die basis is wel versteviging nodig. Locaties moeten versneld een harde status krijgen, zodat de bouw kan starten.

Tegelijkertijd zijn investeringen in het optimaliseren en verduurzamen van de infrastructuur nodig om de regio bereikbaar te houden. Denk aan het opheffen van spoorse doorsnijdingen, het opwaarderen van stations en stationsgebieden en het investeren in nieuwe vormen van duurzame mobiliteit. Zo optimaliseren we als gemeente en regio het gebruik van het wegennet zoveel als mogelijk en

Met woningbouw van 63.000 woningen, waarvan minimaal 40.000 tussen 2020 en 2030, draagt Noord-Holland Noord bij aan de groeiende woningvraag door regionale bevolkingsgroei en huishoudensverdunning. En aan de vraag uit de MRA. De regio biedt een variatie aan woonmilieus en kwalitatief goede en ruime woningen, vlakbij groen en natuurgebieden op ongeveer een half uur afstand van Amsterdam. Door optimalisatie van bestaande infrastructuur kan woningbouw snel gerealiseerd worden. De woningbouw vindt tot 2040 met name plaats in: x Alkmaar: 17.500 aan kanaaloevers en overige binnenstedelijke locaties x Hoorn: 12.000 woningen (Holenkwartier, Poort van Hoorn etc.) x Dijk en waard: 7.000 woningen (Stationspark) x Heiloo/Castricum Limmen: 2.500 woningen in de Zandzoom x Den Helder: 1.500 woningen x Zoeklocaties Oostelijk op de lijn Hoorn-Enkhuizen: circa 4.000 woningen x Zoeklocaties aan de Noordelijke Lijn Alkmaar Den Helder: circa 3.000 woningen in Schagen en Hollands Kroon, waarbij aanvullend nog 2.000 woningen in zoekgebied Schagen waaronder Schagen Oost worden verkend. In de kernen rond de A7 worden nog nadere gebiedsontwikkelingen verkend. Naast deze grote locaties worden ook elders in de regio woonmilieus toegevoegd (15.000 woningen totaal) met oog op het aanbrengen van variatie in het aanbod.

Bij het bouwen van woningen zet de Regio vanuit haar Woondeal in op: x Klimaatadaptatie, circulair en natuurinclusief bouwen, biobased bouwen en de energietransitie. x Doorstroming: iedere nieuwe woning brengt meerdere verhuisbewegingen op gang. x Betaalbare woningen voor starters, doorstromers en alleenwonenden. x Borgen van de bereikbaarheid van de steden en kernen door een focus op bouwen bij OV-/mobiliteitsknooppunten. x Flexwoningen waar permanente bouw (nog) moeilijk is. 4

Bereikbaarheidsvisie Noord-Holland Noord samengevat voldoen we aan de eisen van het klimaatakkoord en een gezonde leefomgeving door CO2-uitstoot te verminderen. De Woondeal Noord-Holland Noord is door de partners aangeboden aan de minister. Het oplossen van de woningnood lukt alleen als alle lichten rond planontwikkeling op groen staan. Dat vraagt inzet van gemeenten, provincie en Rijk. Daarom heeft het Rijk de regiopartners gevraagd om de Woondeal aan te vullen met regiospecifieke opgaven om het doel (40.000 woningen tot 2030) te kunnen realiseren. Het nieuwe kabinet focust nog meer op snelle woningbouw. De Woondeal Noord-Holland Noord loopt daarmee vooruit op de ordening die de minister voorstelt. En sluit goed aan bij het proces richting de Woondeals die Provincies in heel Nederland ŵĞƚ ĚĞ ZĞŐŝŽ͛Ɛ ǀŽŽƌ ϭ ũĂŶƵĂƌŝ 2023 gaan sluiten (zie figuur onder). Figuur: Schematisch overzicht aansluiting Woondeal NHN 2020 bij traject Nationale Woon- en Bouwagenda

In haar bereikbaarheidsvisie van 2021 werkte de regio uit wat nodig is voor het bereikbaar houden van de Regio op basis van de verwachte groei van bedrijvigheid en (extra) woningbouw. De zuidflank van de regio, rondom Alkmaar en Hoorn vormen daarbij twee belangrijke scharnierpunten tussen Noord-Holland Noord en de MRA. Voor de bereikbaarheid van heel Noord-Holland Noord heeft daarom het verbeteren van de Zaancorridor en de Hoornse Lijn corridor prioriteit: x Voor de Zaancorridor gaat het om: o ontwikkelen van de knooppunten (stations) Alkmaar en Heerhugowaard (onder andere om een tegenpendel op gang te brengen); o realiseren van ongelijkvloerse spoorkruisingen; o verbeteren van de aansluiting van de corridor op regionale netwerken voor fiets, OV en auto, waaronder een toekomstbestendige Ring Alkmaar die autoverkeer op de Ring en de A9 zoveel mogelijk afvangt; o inzetten op duurzame modaliteiten door verbetering en toevoeging van OV- en fietsinfrastructuur. x Voor de Hoornse lijn gaat het om: o ontwikkelen van het knooppunt Poort van Hoorn door het toevoegen van woningen en ruimte te bieden aan bedrijvigheid (onder andere. om een tegenpendel op gang te brengen); o verbeteren van de aansluiting op het regionale wegennetwerken voor (snelle elektrische) fiets, OV en auto; o inzetten op duurzame modaliteiten door verbetering en toevoeging van OV- en fietsinfrastructuur.

In grote delen van Noord-Holland Noord blijft de auto een belangrijke rol vervullen vanwege afstanden en te weinig passagiers voor OV: het daily rural system van de regio. Hiervoor is een duurzaam, robuust, veilig en betrouwbaar verkeerssysteem nodig dat aandacht heeft voor de auto en innovatieve vormen van OV. Maar dat ook het gebruik van de (elektrische) fiets door snel- en doorfietsroutes stimuleert. Koppeling van dit daily rural system aan de Zaanse en Hoornse corridors vergroot de bereikbaarheid van heel Noord-Holland Noord. Bij het uitwerken van de maatregelen in de bereikbaarheidsvisie hanteren de Noord-Holland Noordse gemeenten de Ladder van Verdaas: 1. verminderen van verkeersbewegingen; 2. inzetten op duurzame mobiliteit (meer OV, fietsen en duurzame materialen); 3. optimaliseren door de bestaande infrastructuur beter te benutten; 4. aanleggen van nieuwe infrastructuur. Zo zetten de gemeenten in op efficiënte investeringen in het optimaliseren van de bestaande bereikbaarheidsinfrastructuur, verminderen van de uitstoot van CO2 en het realiseren van gezonde, groene en prettige woonmilieus (grotendeels nabij OV-knooppunten). 5

Doel addendum Vermindering van de woningnood en verduurzaming van de bereikbaarheid van Noord-Holland Noord gaan hand in hand. Dit addendum geeft de prioriteitstelling inzet om hier op in te spelen. Het addendum maakt duidelijk welke inzet van gemeenten, provincie en Rijk hiervoor noodzakelijk en urgent zijn. Alleen samen krijgen we dit voor elkaar. Als samenwerkende gemeenten en provincie willen we op basis van het addendum met het Rijk nadere afspraken hierover maken.

Inventarisatie van regiospecifieke woon- en mobiliteitsopgaven Er is een onlosmakelijke relatie tussen wonen en mobiliteit. De realisatie van de Woondeal slaagt alleen als die gelijk oploopt met verbetering van bereikbaarheid. Daarom hebben de gemeenten en provincie een adviesbureau1 gevraagd een goed onderbouwde analyse te maken van de grootschalige gebiedsontwikkelingen in de regio en de samenhangende mobiliteitsopgaven. Er is gebruik gemaakt van de provinciale Planmonitor Wonen, het programma Bereikbare Steden, de regionale Woonakkoorden, en de bereikbaarheidsvisie met uitvoeringsprogramma NHN2. In bijlage 1 is deze inventarisatie per gebied uitgewerkt.

samenwerking vraagt en alleen lukt als gemeenten, provincie en Rijk ieder hun bijdrage leveren. Hoe we dit kunnen bereiken werken we hieronder uit.

Randvoorwaardelijke regiospecifieke woon- en mobiliteitsopgaven Door een belangrijke bijdrage aan de Nationale Woon- en Bouwagenda te leveren, de bereikbaarheid te verbeteren en te verduurzamen kunnen we inwoners een passende, gezonde leefomgeving bieden met schone lucht, en een gezonde leefstijl. Vanuit de inventarisatie blijken er voor de regio vier cruciale opgaven zijn om dit doel te bereiken: x Opgave 1: vergroten van de realisatiecapaciteit voor woningbouw x Opgave 2: versterken en verduurzamen van de regionale bereikbaarheid x Opgave 3: oplossen complexe gebiedsontwikkelingen x Opgave 4: versterken van organisatie en personele inzet Per opgave is aangegeven wat hierbij de noodzakelijke inzet is vanuit de regionale partners: gemeenten en provincie. En welke gerichte inzet van het Rijk nodig is om het doel te kunnen bereiken.

Opgave 1: vergroten realisatiecapaciteit woningbouw

De regio draagt met de realisatie van 40.000 woningen tot 2030 bij aan de regionale, provinciale en nationale woningbouwopgaven, en neemt daarmee een groter deel vŽŽƌŚĂĂƌƌĞŬĞŶŝŶŐĚĂŶŚĂĂƌ͚ƌĞŐƵůŝĞƌĞĂĂŶĚĞĞů͛ op basis van de woningbehoefteprognose die de Provincie Noord-Holland heeft uitgevoerd. De inventarisatie laat zien dat een hogere woningbouwambitie gecoördineerde

De plancapaciteit is in aantallen voldoende, maar nog grotendeels onzeker. Veel plannen hebben ŶŽŐ ŐĞĞŶ ͚ƉůĂŶŽůŽŐŝƐĐŚĞ ƐƚĂƚƵƐ͛, omdat ze nog in de verkenningsfase zitten. Om de minimaal 40.000 woningen in de periode 2020 tot 2030 te realiseren, moet de planologische status geborgd zijn via een vastgesteld bestemmingsplan. Zo kan vertraging of planuitval zoveel mogelijk worden voorkomen.

1 Adviesbureau Companen ondersteund door Decisio

2 De bereikbaarheidsvisie en uitvoeringsprogramma NHN zijn nog niet bestuurlijk vastgesteld als

gevolg van de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022.

6

Tabel 1: realisatie en plannen Noord-Holland Noord 2020 tot 2030 (met doorkijk na 2030) Regio Kop van WestAlkmaar Noord-Holland Friesland Totaal Gebouwde woningen 3.554 1.618 2.059 7.231 2020-2021 Harde plancapaciteit* 8.560 3.308 3.872 15.740 2022 tot 2030 Plancapaciteit (overig) 16.697 5.384 8.365 30.446 2022 tot 2030 Plancapaciteit vanaf 9.263 2.466 3.367 15.096 2030 Totaal 2020 tot 2030 28.811 10.310 14.296 53.417 (Bouw en plannen) *Plannen met een harde planologische status (vastgesteld bestemmingsplan) Bron: plancapaciteit.nl (provincie Noord-Holland, mei 2022), CBS

Het aantal plannen lijkt voldoende. Echter, slechts 34% van de plannen voor 2030 is te kenmerken als onherroepelijk. De regio wil snel doorpakken door meer plannen hard en daardoor realiseerbaar te maken. Dat wil niet zeggen dat alle harde plannen ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. Goede monitoring om tijdig op planuitval in te spelen is dan ook cruciaal. Wat doen gemeenten, provincie en marktpartijen zelf 1. Gemeenten, provincie en marktpartijen zetten zich samen in om de bestaande plancapaciteit versneld hard te maken; tot 130% van de te bouwen 40.000 woningen zodat planuitval opgevangen kan worden (adaptief vermogen). Ook zetten we ons in om harde plannen gerealiseerd te krijgen en als dit niet lukt deze plannen te de-prioriteren. 2. Gemeenten en provincie monitoren de realisatiecapaciteit (opgave Woondeal versus plancapaciteit en feitelijke realisatie), waardoor zij

adaptief kunnen reageren op veranderingen in plannen. Bijvoorbeeld door gerichte extra inspanning om projecten los te trekken met hulp van de Provinciale Bouwambassade en de Circulair bouwexpert. Of door verschuiving van plancapaciteit tussen gemeenten. We streven naar het gebruik van één monitoringsysteem (Primavera) in de regio vanaf 1 januari 2023.

Opgave 2: versterken en verduurzamen van de regionale bereikbaarheid Bij het realiseren van woningbouw in de regio is mobiliteit en bereikbaarheid een noodzakelijke randvoorwaarde. Dit speelt op twee niveaus: x In de eerste plaats gaat het om de verbindingen binnen de regio die als gevolg van extra woningbouw dicht zullen slibben. Dit speelt met name op de grote verkeersaders waar doorstroming essentieel is (denk aan de ring Alkmaar, de A9 en de A7). Maar ook op regionale wegennetten waar weinig ruimte is voor meer verkeersbewegingen (denk bijvoorbeeld aan het wegennet in West Friesland of de verkeersveiligheid rondom de N9, N99, N250 richting Den Helder). De oplossing voor deze bereikbaarheidsknelpunten zit met name in het verduurzamen van mobiliteit. Hierbij volgen we de Ladder van Verdaas: a. verminderen van vervoersbewegingen; b. inzetten op duurzame mobiliteit; c. beter benutten van de bestaande infrastructuur; d. aanleggen van nieuwe infrastructuur. Wij als gemeente en regio vullen dit in door inzet op de trein, snelle busverbinding en/of verbetering van fietsvoorzieningen. Daarmee vangen we mobiliteit af en leveren zo een bijdrage aan de doorstroming op bestaande wegen. Daarnaast draagt dit bij aan de doelstellingen uit het klimaatakkoord en het realiseren van een gezonde leefomgeving.

7

x

In de tweede plaats gaat het om de verbinding van de regio met belangrijke voorzieningen- en werkgelegenheidsfuncties in de MRA. En in het bijzonder om de verbinding met het Zuidas-Dock waar wordt gewerkt aan de bereikbaarheid van Amsterdam, wat noodzakelijk is met het oog op het goed functioneren van het spoorsysteem in Noord-Holland Noord. Met het oog op verduurzaming ligt het zwaartepunt hier op de spoorverbindingen langs de Hoornse Lijn-corridor en de Zaancorridor. Deze corridors zijn essentieel voor het faciliteren van duurzaam woonwerkverkeer. Door via economisch beleid rondom stations ruimte te bieden aan dienstverlenende bedrijven ontstaat een voor de exploitatie noodzakelijke tegenpendel. Wonen, bereikbaarheid en economie lopen hierin samen op. Beide niveaus vragen aandacht en haken op elkaar in aan de zuidzijde van Noord-Holland Noord, rondom Alkmaar en Hoorn. Op de kaart op de volgende pagina is dŝƚƌĞŐŝŽŶĂůĞ͚ŵŽďŝůŝƚĞŝƚƐĐŽŶĐĞƉƚ͛uitgewerkt.

vangt de regio mobiliteit af en beperkt zij de belasting van het hoofdwegennet. Gemeenten en provincie werken dit uit in hun begroting en zoeken daarbij gericht naar aanvullende middelen als Nationaal Toekomstbeeld Fiets, het programma provinciale doorfietsroutes, of EUfondsen. De Rijksbijdragen werken we hierna uit.

Wat doen gemeenten en provincie zelf 3. Om de directe (negatieve) effecten van locatieontwikkeling op de bereikbaarheid te beperken, benutten gemeenten zoveel mogelijk hun verhaalmogelijkheden binnen gebiedsexploitaties. Waar dit onvoldoende is, of waar maatregelen effect hebben voor meerdere locaties, wordt gezocht naar alternatieve financieringsmogelijkheden (bijvoorbeeld Wbigelden of gelden uit het Actieplan Wonen van de Provincie). Naast locatiespecifieke maatregelen zetten gemeenten en provincie in eerste instantie in op algehele bereikbaarheid per fiets en het OV evenals de verbinding daartussen (versterken van de visgraat regionale bereikbaarheid). Aanpak van weginfrastructuur is hierop aanvullend en gebeurt indien nodig. Smart mobility en ketenreisoptimalisatie (aansluiting op stadsrandhubs mobipunten en vervolgens richting OV-knooppunten) wordt gefaciliteerd conform de bereikbaarheidsvisie. Met deze aanpak

8

Figuur: illustratie regionaal mobiliteitssysteem Noord-Holland Noord

4.

De gemeenten in Noord-Holland Noord werken vanuit hun economisch beleid aan het vergroten van werkgelegenheid nabij OV-knooppunten, ter voorkoming van pendel en versterking van tegen-spits op de corridors.

Noodzakelijke bijdrage Rijk Om woningbouw versneld te kunnen realiseren en tegelijkertijd te bouwen aan blijvende duurzame bereikbaarheid van de regio, is op de volgende onderdelen de inzet vanuit het Rijk een randvoorwaarde. Zonder deze inzet is de Woondeal Noord-Holland Noord slechts beperkt uitvoerbaar. 5. Vanuit het MIRT worden periodiek afspraken gemaakt met het Rijk over de bijdrage van het Rijk aan de regionale bereikbaarheid. Dit betreft aanpassing van de hoofdinfrastructuur van de Helderse Lijn (AlkmaarSchagen-Den Helder) en de West-Friese Lijn (Alkmaar-Hoorn-Enkhuizen) zodat de bereikbaarheid van de hele regio geborgd is. 6. Extra woningbouw is alleen mogelijk als het regionale ͚ďĞƌĞŝŬďĂĂƌŚĞŝĚƐƐLJƐƚĞĞŵ͛ŝŶĂůůĞĨĂĐĞƚƚĞŶǀĞƌƐƚĞƌŬƚŝƐ͘ĂĂƌŽm vragen de gemeenten en provincie aan het Rijk een noodzakelijke bijdrage aan de regionale bereikbaarheid door versterking van de corridors: a. optimaliseren van de Hoornse Lijn-corridor, met daarbinnen het stationsgebied Hoorn als OV-knooppunt en belangrijke hub voor West Friesland, en delen van de Kop van Noord-Holland; b. optimaliseren van de Zaancorridor/Helderse lijn, met OV-knooppunt Alkmaar, OV-knooppunt Dijk en Waard en de bereikbaarheid van de Kop; c. afvangen van mobiliteit en efficiënter gebruik maken van de Ring Alkmaar, zodat deze draaiende blijft en bijdraagt aan realisatie van stadsrandhubs/mobipunten.

En zo verbinding met heel NoordHolland Noord en aansluiting op de corridors mogelijk maakt. Deze noodzakelijke inzet vraagt een geschatte totale investering van het Rijk van inmiddels ongeveer 350 miljoen euro, waarvoor binnen de regio

9

geen dekking is3. Dit zit met name in kosten rondom de scharnierpunten Alkmaar en Hoorn. Rondom scharnierpunt Alkmaar gaat het om een geschatte investering van 178-240 miljoen euro, Rondom scharnierpunt Hoorn is dit ongeveer 116 miljoen euro. Voor een overzicht van de financiële inzet, zie bijlage 2.

Opgave 3: oplossen complexe gebiedsontwikkelingen Veel gebiedsontwikkelingen worden vertraagd door gebrek aan stikstofruimte; zeker sinds de aanpassing van de rekenmethodiek per 20 januari 2021. Maar ook door complexe aansluiting op warmtenetten en beperkte netcapaciteit bij Liander. Op dit moment zijn nieuwe aansluitingen moeilijk of niet mogelijk. Hierdoor stagneren naast woningbouw ook bedrijfsverplaatsingen en daarmee transformaties die woningbouw mogelijk maken. Wat doen gemeenten en provincie zelf 7. De gemeenten geven prioriteit aan woningbouw bij OV-knooppunten en stimuleren lopen en fietsen als onderdeel van de ketenreis. Hierdoor moet de stikstofuitstoot als gevolg van verplaatsingen beperkt blijven. In dit licht stimuleren de gemeenten ook slimme mobiliteitsoplossingen (smart mobility) en circulaire- en biobased-bouwconcepten. Ook stimuleren we bouwen met bouwhubs en het gebruik van elektriciteit (in plaats van dieselgeneratoren) om de stikstofuitstoot bij nieuwbouw tot een minimum te beperken. 8. De provincie werkt aan een plan van aanpak voor stikstofruimte, om daarmee ook woningbouw mogelijk te houden.

9.

De provincie werkt samen met de gemeenten en Liander aan een aanpak voor netcapaciteit.

Noodzakelijke bijdrage Rijk 10. Acute en kordate inzet van de coördinerend Minister van Natuur en Stikstof is nodig om woningbouw mogelijk te houden. De gemeenten en provincie bieden de minister aan experimenten vorm te geven in het licht van woningbouw en stikstofaanpak. 11. Regie van de minister van Economische Zaken is nodig om knelpunten door tekort aan netcapaciteit snel op te lossen voor versnelling van de woningbouw. Naast uitbreiding van de capaciteit gaat het ook om het toestaan van andere oplossingen die een efficiënter gebruik van de netcapaciteit mogelijk maken. Dit kan door het aanpassen van wetgeving en toestaan dat Liander ook andere oplossingen mag faciliteren.

Opgave 4: versterken organisatie en personele inzet Er is regiobreed en nationaal een gebrek aan menskracht. Dit speelt bij bouwers, corporaties en overheden op allerlei niveaus (van planbegeleiding tot vergunningverlening) en specialismen (zoals planeconomen en verkeerskundigen). Daarnaast zijn er veel beleidsdoelen vanuit verschillende sectoren en overheden. De opeenstapeling van eisen kan zorgen voor vertraging. We moeten sneller, maar ook betaalbaarder, duurzamer en klimaatadaptiever bouwen. Hiervoor is een evenwichtige weging van doelen nodig. We moetenversnippering van aandacht voorkomen om focus op kansrijke ontwikkelingen te houden.

3

Eerdere, meer globale ramingen vielen lager uit. Het bedrag is echter gestegen door met name hogere bouwkosten en extra noodzakelijke investeringen. Ook de bedragen genoemd in dit addendum zijn door sterk gestegen inflatie aan verandering onderhevig.

10

Wat doen gemeenten, provincie en marktpartijen zelf 12. Gemeenten en provincie geven prioriteit aan grotere woningbouwontwikkelingen van 200 woningen of meer nabij OVknooppunten. Overheden werken hieraan samen vanuit de gemeenschappelijke doelen uit de Woondeal en de bereikbaarheidsvisiedoelen. Hierbij staan realisatie van woningbouw en het stimuleren van smart mobility centraal. 13. Gelet op de brede personeelskrapte is het voor gemeenten en provincie essentieel om efficiënter te werken. Hiertoe zullen zij hun procedures verder stroomlijnen, in afstemming met marktpartijen. Bovendien zullen gemeenten hiertoe expertise en menskracht delen. Noodzakelijke bijdrage Rijk 14. Van het Rijk vragen we verankering van efficiëntere planologische procedures. 15. Inzet van de provinciale flexpools voor versnellingslocaties vraagt continuering van de financiële ondersteuning vanuit de Rijksoverheid.

x x

x x x

x

Uitwerken van de genoemde opgaven in een Regionaal Investeringsprogramma. Adaptief programmeren door monitoring van planvoorraad en realisatiecapaciteit (reality-check) en daarmee continue bijstelling van bouwmogelijkheden door herprioriteren, faseren en/of uitruil. Periodiek verantwoording afleggen over de uitvoeringsvoortgang , met voorstellen voor bijsturing indien noodzakelijk. Behouden en uitbouwen van de intensieve samenwerking met marktpartijen en woningcorporaties. Benutten van het instrumentarium dat de provincie beschikbaar stelt voor versnelling, zoals de inzet van de bouwambassadeur Noord-Holland. En het in samenspraak bijsturen van dit instrumentarium, zodat het past bij de aard en schaal van de opgaven in Noord-Holland Noord. Uitbouwen van de opgaven met nieuwe opgaven vanuit de Nationale Woon- en Bouwagenda en bijbeŚŽƌĞŶĚĞ ƉƌŽŐƌĂŵŵĂ͛Ɛ. In het bijzonder ƉƌŽŐƌĂŵŵĂ͛Ɛ rond toekomstbestendig klimaatadaptie en circulair bouwen.

Randvoorwaarden voor coördinatie en governance De gemeenten en provincie pakken samen de vier woon- en mobliteitsopgaven aan. Dit gebeurt gecoördineerd vanuit de samenwerking in Noord-Holland Noord. De komende periode wordt de aanpak concreet door: x Een regionale programma-aanpak, onder verantwoordelijkheid van het IBAO. De programma-aanpak vergt ambtelijke capaciteit en domeinoverstijgende samenwerking op het gebied van wonen, mobiliteit en economie. x Bestuurlijk commitment vanuit alle partners (gemeenten en provincies) en de verschillende domeinen.

11

ŝũůĂŐĞϭ͗ŝŶǀĞŶƚĂƌŝƐĂƚŝĞŵĂĂƚƌĞŐĞůĞŶ ƉĞƌǀĞƌƐŶĞůůŝŶŐƐƉůĂŶ Bij de uitwerking van de Woondeal Noord-Holland Noord zet de regio primair in op het ondersteunen van de grote complexe locaties. Kleinere (en wellicht minder complexe) locaties profiteren van deze inzet, doordat veel knelpunten gebiedsoverstijgend zijn. Vanuit het project Realisatiecapaciteit Noord-Holland is in de regio een inventarisatie gemaakt van de grote versnellingslocaties met 200 woningen of meer. Deze inventarisatie vormt de basis voor de versnellingslocaties en realisatiecapaciteit van gemeenten, in combinatie met de gebiedsplannen voor Alkmaar en Hoorn uit het programma Bereikbare Steden en de bereikbaarheidsvisie voor de Regio Noord-Holland Noord. Op basis van deze gegevens zijn de belangrijkste belemmeringen bij realisatie in beeld gebracht in samenwerking met lokale ambtenaren. We beschrijven deze per locatie. Het gaat om locaties in het hier en nu concreet te maken zijn. Hierbij missen we wellicht enkele kleinere locaties of locaties die nog niet op de planlijst staan maar waar wel gekeken wordt naar woningbouw (denk bijvoorbeeld aan de inventarisatie in West Friesland naar woningbouwlocaties voor arbeidsmigranten).

We ordenen projecten op de volgende manier: x Projecten die al grotendeels gepland en voorbereid zijn: Het gaat hier vooral om de uitvoering (sommige projecten zijn al in uitvoering) x Complexe projecten waar we kunnen versnellen maar waar extra aandacht voor nodig is. x Hoog complexe en overige projecten die niet direct versneld kunnen worden (bijvoorbeeld door een complexe bedrijfsverplaatsing)

ĞŐĞŵĞĞŶƚĞdĞdžĞůŚĞĞĨƚŝŶŚĞƚƌĞŐŝŽŶĂĂůƉƌŽŐƌĂŵŵĂ<ŽƉǀĂŶE,ĞĞŶ͞ƐƚĂƚƵƐ ĂƉĂƌƚĞ͘͟dĞdžĞůŚĞĞĨƚĂůƐĞŝůĂŶĚĞĞŶĞŝŐĞŶǁŽŶŝŶŐďŽƵǁƉƌŽŐƌĂŵŵĂǀŽŽƌŵĞŶƐĞŶ die maatschappelijk en economisch gebonden zijn. Het programma van Texel maakt onderdeel uit van de woningbouwopgave in de Woondeal NoordHolland Noord en het woningbouw bod van de provincie Noord-Holland. Diverse gebied specifieke knelpunten zijn ook voor Texel van toepassing (stikstof, energie-infra).

12

Regio Alkmaar (Alkmaar) x x x x

Totale plancapaciteit: 17.500 Versnellingslocaties: 7 locaties á 7.950 woningen Woonmilieus: Stedelijke woonmilieus met hogere dichtheid, voornamelijk urbane gestapelde woningtypes Betaalbaarheid: minimaal 30% sociaal en betaalbare koop (tot NHG grens) Figuur 1: Overzicht versnellingslocaties gemeente Alkmaar

Korte termijn realiseerbaar: Locaties Station Noord en Overstad Realisatiecapaciteit 800 woningen 2022-2025: Realisatiecapaciteit 0 2.250 woningen 2022 -2030: Gebiedspecifieke x Verbeteren busverbindingen van/naar het station knelpunten locatie x Verbeteren langzaam-verkeersroutes naar station station Noord: x Ontwikkelen P+R en verbeterde fietsvoorzieningen aan de zuidzijde van het station. Gebiedspecifieke x Opwaarderen verkeersstructuur Overstad knelpunten locatie x Fietsverbindingen met de binnenstad en Oudorp Overstad: x Aanleg spoortunnel Overstad-Huiswaard x Bedrijfsverplaatsing van Overstad naar de Boekelermeer Gebiedsoverstijgende x Beter en slimmer benutten Ring Alkmaar voor knelpunten: verkeersbewegingen als gevolg van woningbouw. o Aanpak gelijkvloerse kruisingen aan de Noordwest kant (optelstroken/slimme verkeerslichten. o Aanpak kruispunt Helderseweg/Huiswaarderweg. o Aanpak Kooimeerplein en kruispunt Kennemerstraatweg o Overige aanpassingen x Aanleggen mobiliteitshubs rondom Ring Alkmaar in samenwerking met de regio gemeenten om de overstap naar OV en fiets te stimuleren x Spoorse doorsnijdingen Castricum, Alkmaar en Dijk en Waard x Herinrichting stationsgebied Alkmaar-Centraal inclusief ondertunneling spoor bij Helderseweg.

x Vergroening Kanaalzone ter ondersteuning van een gezond woonmilieu x Ambtelijke capaciteit onder druk voor begeleiding woningbouwplannen, begeleiding bestemming/omgevingsplanprocedures en vergunningaanvragen. x Netcapaciteit Liander wellicht onvoldoende om aansluiting van de wijk op tijd te realiseren x Onvoldoende stikstofruimte om woningbouw gerealiseerd te krijgen.

13

Middellange termijn realiseerbaar: Locaties Viaanse Molen, Alkmaar Station en Alkmaar Centrum Realisatiecapaciteit 0 woningen 2022-2025: Realisatiecapaciteit 0 3.350 woningen 2022 -2030: Gebiedspecifieke x Verbreden N9 bij Viaanse Molen/Kogendijk knelpunten locatie x Verleggen Helderseweg Noord Viaanse Molen: x Aanleg Fiets- en voetgangersbrug Taqa terrein x Stikstof ruimte creëren Gebiedspecifieke x Herinrichten van het stationsgebied (inclusief verplaatsen knelpunten locatie busstation naar de noordzijde en het aanleggen van Alkmaar Station mobiliteitshubs) x Ondertunneling van het spoor bij Helderseweg x Aanpak bergerhoutrotonde x Aanleggen van interwijkverbindingen tussen het centrum en het station Gebiedspecifieke x Verbeteren looproutes historisch centrum ʹ Overstad via knelpunten Alkmaar Gedempte Nieuwesloot Centrum x Herinrichting westelijk deel winkelstraat de Laat

Gebiedsoverstijgende knelpunten:

x x x x x x x x

Beter benutten Ring Alkmaar voor verkeersbewegingen als gevolg van woningbouw. Aanleggen mobiliteitshubs rondom Ring Alkmaar in samenwerking met de regio gemeenten om de overstap naar OV en fiets te stimuleren Aanleggen mobiliteitshubs rondom Ring Alkmaar in samenwerking met de regio gemeenten (voor details zie fase 1) Spoorse doorsnijdingen Castricum, Alkmaar en Dijk en Waard Vergroening Kanaalzone ter ondersteuning van een gezond woonmilieu Ambtelijke capaciteit onder druk voor begeleiding woningbouwplannen, begeleiding bestemming/omgevingsplanprocedures en vergunningaanvragen. Netcapaciteit Liander wellicht onvoldoende om aansluiting van de wijk op tijd te realiseren Onvoldoende stikstofruimte om woningbouw gerealiseerd te krijgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12470406/1