Concept visie Son en Breugel 26052021
Tekst van het document
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
3. natuur en landschap tot in het hart van de stad en; 4. ontwikkeling van duurzaam (cultuur)toerisme. Daarnaast is door het samenwerkingsverband van Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) een Strategie voor (cultuurhistorische) Voorzieningen en Evenementen opgesteld: de kleinschalige, karakteristieke voorzieningen en evenementen zijn van belang voor lokale binding en identiteit. Regionale voorzieningen en topvoorzieningen (‘de parels van de regio’) dragen bij aan de aantrekkingskracht, naamsbekendheid en het profiel van de regio.
4.3.3. Energietransitie Duurzame energieopwekking In het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) staat Son en Breugel, zoals we eerder hebben beschreven, voor een opgave om meer duurzame energie op te wekken. Dit moet zoveel mogelijk eerst in bebouwd gebied plaatsvinden. Er liggen kansen op grote daken, zoals supermarkten, agrarische bebouwing en bedrijfspanden op Ekkersrijt. Met zonnepanelen op al het effectief beschikbare dak tot 2030 kan circa 25% van de huidige elektriciteitsvraag (40 van de 160 GWh, 2018) voorzien worden. Om aan de ambitie te voldoen zijn dan ook aanvullende maatregelen noodzakelijk. Te denken valt aan zonnepanelen langs de snelweg A50, gebruik van restruimte(s) en wind en/of zon in Sonniuswijk. We beschouwen de meeste maatregelen die we binnen bebouwd gebied kunnen nemen, als ‘geen-spijt’ maatregelen en zetten hier actief op in. Dit betekent echter niet dat wind en/of zonne-energie in Sonniuswijk niet nodig zijn. Binnen de omgevingsvisie doen we een eerste aanzet richting de invulling van het zoekgebied Sonniuswijk. Na 2030 zijn er mogelijk innovaties te verwachten in bijvoorbeeld de opslag van nieuwe of efficiëntere vormen van energieopwekking.
De natuurgebieden en het buitengebied ten oosten van Breugel sluiten we, vanwege de natuurwaarden respectievelijk het cultuurhistorische karakter van landschap, uit de van mogelijkheid om duurzame energieopwekking zoals zonnevelden. De opgave van Son en Breugel in 2018 Onderdeel
Opgave 20181
Elektriciteit
160 GWh
Warmte (aardgas)
295 GWh2
Brandstof
184 GWh
Totaal
639 GWh
1 Alle eenheden zijn omgezet naar GWh voor de leesbaarheid.
2 Op basis van de transitievisie warmte is het waarschijnlijk dat er nog een aanvullende elektriciteitsopgave komt voor de warmtevoorziening.
22
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Wat gaan we sowieso doen (geen-spijt maatregelen): Zon op kleinschalig dak Geen onderdeel van de RES RES Zon op grootschalig dak Zon langs A50
Totaal
Huidige situatie
Productie
Aantallen
19.1% van de woningen heeft zonnepanelen (2019)
4.8 GWh
50% tot 60% van de woningen in 2030 heeft zonnepanelen
15.2% van het dakoppervlakte >1000m2 liggen zonnepanelen (najaar 2020) N.v.t.
14.9 GWh
25 tot 30% van het dakoppervlakte >1000m2 liggen zonnepanelen 10ha (schatting van RVO/RWS en de gemeente)
19.7 GWh
Potentie (GWh) 12.5 tot 15 GWh
25 GWh
10 GWh
47.5 tot 50 GWh
Een aantal uitgangspunten die we hierbij hanteren zijn: - lokaal eigenaarschap: minstens 50% van de energieopwekking moet in eigendom zijn van de gemeenschap. Dit betekent ook concreet dat de overheid samen met de inwoners en lokale ondernemers aan de voorkant moet investeren om projecten mogelijk te maken, waarbij de overheid ook mogelijk het risico voor inwoners afdekt. Er wordt in de toekomst alleen medewerking verleend aan initiatieven die aan de nog op te stellen criteria voldoen; - energieopwekking moet een bijdrage leveren aan de nieuwe (ruimtelijke) kwaliteit van het betreffende deelgebied: het moet passen in de landschapsstructuur en dubbel ruimtegebruik moet zoveel mogelijk aangemoedigd worden. Warmtetransitie Tot slot zetten we de reeds ingeslagen weg om de woningvoorraad, bedrijfspanden en ander vastgoed in Son en Breugel te verduurzamen voort. Hierbij stellen we in ieder geval dat nieuwbouwwoningen geen extra opgave mogen creëren voor de energietransitie en daarom energieneutraal moeten zijn. Verder doen kansen tot verduurzaming zich voornamelijk voor bij herstructureringsopgaven van gebieden. We zetten gezamenlijk met de inwoners in op verduurzaming van de bestaande woningen. We werken aan de hand van de Transitievisie Warmte toe naar duurzame warmtebronnen voor woningen.
Daarnaast stimuleren we inwoners energiebesparende maatregelen te nemen door de isolatie van de woning te verbeteren en kleinschalig zelf energie op te wekken, bijvoorbeeld door zonnepanelen op het dak te plaatsen. We hebben daarbij steeds oog voor de doelgroep die de investeringen niet zelfstandig kunnen dragen. Voor de bedrijvigheid op Ekkersrijt maken we regionaal binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven afspraken over de ambities voor de energietransitie. Er liggen mogelijkheden om op Ekkersrijt een koploperrol te pakken in de warmtetransitie van Son en Breugel. Daarnaast willen we vanaf 2022 de realisatie van groene daken en/of zonnepanelen op bestaande en nieuwe industriële en logistieke gebieden verplichten.
23
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
4.4. OOg voor een duurzame economie – etalage van de dynamische Brainportregio 4.4.1. Circulaire economie Economische activiteiten Om als Brainportregio internationaal competitief te blijven, is het van belang dat we een aantrekkelijk woon- en werkklimaat realiseren. Ekkersrijt, en dan met name het Sciencepark en de Meubelboulevard, speelt hierbij een belangrijke rol. We trekken het huidige beleid van het Masterplan Ekkersrijt en de Visie Sciencepark in grote lijnen door: De gemeente wil de economische structuur blijvend versterken, de bereikbaarheid verbeteren en de creativiteit, innovatiekracht en de werkgelegenheid vergroten. We zetten daarom in op versterking van de profilering en bijbehorende ruimtelijke kwaliteit van de verschillende deelgebieden op Ekkersrijt. Hiervoor wordt een integrale gebiedsvisie voorbereid. Zo sluiten we met het Sciencepark aan bij de ‘Brainport High Technology, gaan we in gesprek met de zwaardere bedrijvigheid in de westhoek om de (milieu)overlast te beperken en richten we ons met de Meubelboulevard op een brede branchering van home & living in combinatie met leisure. Met het oog op de bereikbaarheid wordt de mogelijkheid van een tweede aansluiting van de snelweg A50 op Ekkersrijt, onderzocht. Daar hoort de integrale ontwikkeling van het gebied bij. Deze tweede ontsluiting willen we dan koppelen aan de duurzame mobiliteitstransitie.
Daarnaast is het belangrijk dat het bedrijventerrein ook voor langzaam verkeer goed te bereiken is. Tot slot hebben we ook aandacht voor de verduurzaming van de ruimtelijke omgeving. Zo is een actieagenda ontwikkeld om ervoor te zorgen dat de ruimtelijke omgeving op Ekkersrijt beter bestand is tegen wateroverlast en hitte (klimaatbestendigheid). Daarbij hebben we ook aandacht voor ecologische verbindingen die over het terrein lopen en krijgt de Visplas een grotere rol als groene, recreatieve uitloper. Kringlooplandbouw Van rijkswege wordt ingezet op de circulaire/duurzame transitie van de agrarische sector. Son en Breugel wil dit graag faciliteren en kijkt daarbij verder vooruit: vanwege de ligging nabij Eindhoven is het ideaal dat de agrariërs niet voor de wereldmarkt produceren maar voor de lokale markt. Deze trend is al gaande, maar wij geven het graag nog een zetje.
Hierbij bieden we ruimte voor ontwikkelingen die een positieve bijdrage leveren aan vermindering van de milieuoverlast, het vergroten van de gezondheid en aan de natuur- en landschapsontwikkeling: - de ontwikkelende ondernemer die inzet op een innovatief, duurzaam (intensief) agrarisch bedrijf, waarbij de milieu-impact afneemt; - de veranderende ondernemer die de verbreding opzoekt en nevenactiviteiten huisvest, bijvoorbeeld op het gebied van recreatie, natuurontwikkeling, (woon)zorgvoorziening, et cetera; - de stoppende ondernemer, waarbij we samen zoeken naar een passende invulling van de vrijkomende gebouwen en percelen. De lokale, circulaire kringlooplandbouw past met name goed bij de relatieve kleinschaligheid en oorspronkelijkheid van Breugel-Zuidoost. Op die manier kan ook het NatuurNetwerk Brabant (NNB) op de agrarische percelen worden ingepast. In Sonniuswijk wordt een integrale gebiedsvisie (in de vorm van een omgevingsprogramma) voorbereid omdat veel ruimteclaims op het gebied van natuur en landschap, extensief wonen, energielandschap, stoppende agrariërs en duurzame landbouw samenkomen.
24
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
4.4.2. Ontmoetend winkelen Met drie supermarkten in en nabij het centrum en twee in de woonwijken is een sterke supermarktstructuur aanwezig waarbij het aanbod evenwichtig is verdeeld. Supermarkten zijn van groot belang voor de vitaliteit van het centrumgebied maar ook voor de leefbaarheid van de woonwijken. Schaalvergroting in de supermarktbranche speelt al jaren waarbij we openstaan om groei ter plaatse te faciliteren. Toevoeging van een nieuwe supermarkt(locatie) is niet gewenst. De ‘koop lokaal’-trend draagt bij aan meer koopkrachtbinding en ontmoetingen tussen inwoners. Het centrum van Son is dé centrale ontmoetingsplek van de gemeente. Daarom is het belangrijk dat het centrum aantrekkelijk blijft als winkel- en verblijfsgebied voor inwoners om aankopen te doen, maar ook om er te verblijven. Dit doen we door allereerst te zorgen voor een compact centrumgebied met een mix aan publieksfuncties. Denk aan winkelvoorzieningen, horecagelegenheden, maatschappelijke (zorg)voorzieningen en ateliers. Daarnaast willen we de ruimtelijke kwaliteit van het centrum verbeteren. De openbare ruimte en voorzieningen moeten voor iedereen goed (en laagdrempelig) toegankelijk zijn en het centrum moet aantrekkelijk zijn als verblijfsgebied. Dit doen we onder andere door het centrum sterk te vergroenen c.q. te ontstenen en de barrièrewerking van wegen te verminderen.
Hiermee wordt dan ook de samenhang tussen de pleinen versterkt. Verder zorgen we ervoor dat recreatieve verbindingen vanzelfsprekend in het centrum uitkomen en dat de verbinding met de Dommel in beleving en toegankelijkheid wordt versterkt. In het centrum moet tot slot voldoende ruimte zijn voor evenementen, omdat deze bijdrage aan de levendigheid en de beleving.
4.4.3. Regionale bereikbaarheid Momenteel wordt in regionaal verband een planstudie gedaan om doorstromings- en leefbaarheidsproblemen in de kleine kernen en het buitengebied van Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) op te lossen. Door congestieproblemen op de regionale wegen is er namelijk op veel plekken sprake van sluipverkeer. Ook Son en Breugel ondervindt hiervan overlast. De dorpskern wordt ontsloten via drie hoofdverkeersaders, waar tijdens de spits regelmatig opstoppingen voorkomen. Het uitgangspunt van de zogenaamde Bundelroutes is om doorgaande autoverkeer zoveel mogelijk over de volgende rijkswegen/regionale wegen te leiden: N79 – A67 – A2 – A58 – A50. Door het bundelen van verkeersstromen en deze naar de robuuste randen te geleiden, verbetert de leefbaarheid en doorstroming in de kernen. Dit doen we in combinatie met andere maatregelen die fiets- en openbaar vervoer gebruik stimuleren. Het onderzoek naar de mogelijkheid van een tweede aansluiting op Ekkersrijt wordt als onderdeel van deze planstudie uitgewerkt. Verder zetten we lokaal in Son en Breugel in op vermindering van het autogebruik en het stimuleren van fiets- en wandelverkeer. Daarmee dragen we bij aan de vermindering van de geluidsoverlast en andere vormen van milieubelasting. Ook is meer bewegen goed voor de gezondheid. Als bovendien op termijn het autobezit afneemt, komt er meer ruimte voor groen.
Ontmoediging van het gebruik van de auto doen we door de mogelijkheden voor het langzaam verkeer in het straatbeeld te vergroten.
25
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
De regio en gemeenten hebben gewerkt aan de aanleg van snelfietspaden – de slowlane – zodat de Brainport snel en goed bereikbaar is met de fiets. Deze slowlane gaat ondere andere over Ekkersrijt, door het Sciencepark en de Meubelboulevard. Om ook de dorpskern op de slowlane aan te sluiten, is een ‘inprikker’ op de Eindhovenseweg gerealiseerd. Voor de verdere optimalisatie van een goede aansluiting op de regionale fietsverbinding is het belangrijk dat de overige ontbrekende schakels in de fietsroutes in Son en Breugel (Sonniuswijk, Breugel-noord) worden gerealiseerd. Een van de speerpunten is tot slot dat de voetgangersverbindingen en voorzieningen in de dorpskern voor iedereen goed toegankelijk zijn. Dit is met het oog op de vergrijzing erg belangrijk, aangezien ouderen kwetsbaar zijn en sneller vallen. Hiermee moet bij de inrichting van het openbaar gebied rekening worden gehouden.
26
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Omgevingsvisiekaart Son en Breugel, OOg op een zonnige toekomst!
27
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
28
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
5. Koers per deelgebied 5.1. Inleiding In de voorgaande inhoudelijke onderdelen zijn de belangrijkste kwaliteiten, trends en ontwikkelrichtingen beschreven en samengevat in de omgevingsvisiekaart. Dit vormt de kern van de omgevingsvisie. De gemeente heeft echter een grote verscheidenheid aan landschappen en gebieden. We streven ernaar om zeggenschap van inwoners over hun eigen woon- en leefomgeving te versterken, met maatwerk waar mogelijk. We werken dus zo gebiedsgericht mogelijk. Dit heeft als doel een gezamenlijke en integrale aanpak van de leefbaarheid in de buurten en dorpen, zowel binnen als buiten, te realiseren. Omdat we streven naar zo inzichtelijk en voorspelbaar mogelijke koers in de omgevingsvisie hebben we dit voor diverse gebieden uitgewerkt. Op basis van een prioritering van de diverse ontwikkelrichtingen omschrijven we de koers voor de verschillende deelgebieden. Binnen het integraal afwegingskader beschrijven we de specifieke kwaliteiten, opgaven en uitgangspunten die we hanteren als randvoorwaarden voor ontwikkelingen. Dit wordt aangevuld door een reeks referentiebeelden die als uitnodiging dienen om aan de slag te gaan. Tot slot staan we per gebied ook stil bij de ambitiebepaling op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid. We hanteren de volgende deelgebieden:
29
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Het afwegingskader en milieukaders In hoofdstuk 3 hebben we het integraal afwegingskader geïntroduceerd, dat richting geeft aan het beleid van de gemeente en helpt bij het wegen van initiatieven: we zetten in Son en Breugel het liefst in op initiatieven die ons het OOg op een zonnige toekomst helpen verwezenlijken. Op gemeentelijk niveau zijn de drie richtingen van het afwegingskader – OOg voor alle inwoners, OOg voor het fraaie landschap en OOg voor een duurzame economie (en de achterliggende opgaven) – in balans. De ene is niet belangrijker dan de andere. Ieder deelgebied kent echter zijn eigen karakter, kwaliteiten en ontwikkelrichting. Binnen deze deelgebieden zijn daarom in de visie accenten aangebracht, waarmee we kunnen laten zien waar we prioriteit aan willen geven. Zo weten mogelijke initiatiefnemers waar ze aan toe zijn. De gemeente Son en Breugel zal deze uitwerking van het afwegingskader gebruiken om nieuwe initiatieven te toetsen. In de Omgevingsvisie geven we aan wat het gewenste karakter van de specifieke deelgebieden is in 2050. Dat doen we met een webdiagram. De opgaven die het belangrijkst voor de toekomst zijn van het deelgebied, scoren in het webdiagram het hoogst. Het webdiagram is daarmee een kwalitatieve weergave van de koers per deelgebied. Het afwegingskader bestaat uit negen assen, die corresponderen met de negen ambities van de Omgevingsvisie.
Iedere as bestaat uit vijf punten. Het middelste punt op de as is de situatie wanneer alles in balans zou zijn. Per deelgebied geeft het afwegingskader accenten aan. Meer punten voor een icoontje betekent een groter belang voor die ambitie in het betreffende deelgebied. Minder punten voor een icoontje betekent een minder groot belang voor die ambitie. Het afwegingskader maakt zo in een oogopslag duidelijk wat voor soort ontwikkelingen wenselijk. Initiatiefnemers kunnen hierop inspelen. PM: wanneer de instelling van de afwegingskaders per deelgebied (icoontjes op de goede plek) definitief is, zetten we een lijn tussen de verschillende iconen voor visuele verduidelijking.
Daarbij hanteren we ook een milieukader om te laten zien wat de bijbehorende randvoorwaarden zijn op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid. Per deelgebied geven we voor verschillende milieuaspecten aan of we ten opzichte van het gemiddelde van de gemeente (standaard kwaliteit) wel/niet naar een ‘betere kwaliteit’ of ‘mindere kwaliteit’ streven. De volgende milieuthema’s worden toegelicht: luchtkwaliteit, geluidsoverlast van verkeer en activiteiten, bodemkwaliteit, grond- en oppervlaktewaterkwaliteit, externe veiligheid en geuroverlast.
30
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
5.2. Woongebieden Waar willen we naartoe De kern van Son en Breugel heeft een dorps karakter en kenmerkt zich door het hoogwaardig woonmilieu in ruim opgezette, groene wijken en met een goed aanbod van winkels voor dagelijkse boodschappen en andere (maatschappelijke) voorzieningen. Ook richting de toekomst zetten we in op aantrekkelijke, gezonde en duurzame wijken voor jong en oud in een wijkgerichte aanpak. Daarvoor zijn voldoende passende woningen nodig. Dit leidt tot een woningbouwopgave die we, onder voorwaarden, zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied willen faciliteren (transformatie, herstructurering, inbreiding, ontwikkeling kernrandzones). Nader onderzocht zal moeten worden of de wijken de Vloed, Breeakker en rond de Hubertuslaan potentieel in aanmerking komen voor herstructurering en verdichting. In de woningbouwopgave moet aandacht zijn voor betaalbare en qua omvang kleinere levensloopbestendige woningen, die geschikt zijn voor diverse doelgroepen. Daarnaast moet met het oog op verduurzaming ook de huidige woningvoorraad worden aangepakt. Samen met inwoners gaan we aan de slag om woningen van een duurzame warmtebron te voorzien en we stimuleren om energiebesparende maatregelen te treffen (bijvoorbeeld isolatie) en kleinschalig energie op te wekken (zon op dak).
Verder zetten we in op een aantrekkelijke woonomgeving die bijdraagt aan de gezondheid en welzijn van onze inwoners. We zetten in op vergroening van verhard oppervlak en dit willen we koppelen aan de mogelijkheid tot spelen/bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte. Bovendien zorgt een slimme inzet van groen voor een klimaatadaptieve inrichting van de wijk. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden van waterberging in wadi’s tijdens regenbuien, het creëren van koele, groene plekken tijdens warme dagen in de zomer en het bevorderen van de biodiversiteit bij ecologisch beheer en bloemrijke diversiteit van het groen. Hier ligt ook een actieve rol voor inwoners, bijvoorbeeld door het vergroenen van de eigen (verharde) tuinen, zowel horizontaal (gras, bomen) als verticaal (groene gevels en daken) of het plaatsen van een regenton voor het opvangen van regenwater. Omdat het belangrijk is dat voorzieningen dichtbij in de buurt aanwezig zijn, zetten we in op het behoud van de huidige spreiding waarbij voorzieningen op wijkniveau voor iedereen toegankelijk zijn. De twee supermarkten in de woonwijken zijn van groot belang voor de leefbaarheid van het betreffende woongebied en daarom staan we ervoor open om groei ter plaatse te faciliteren. Op de centrale locaties in de wijk is bovendien ruimte voor ontmoeten en maatschappelijke voorzieningen, zoals zorg, sport en onderwijs.
Goede (en laagdrempelige) toegankelijkheid voor iedereen is zowel voor de openbare ruimte als de voorzieningen een belangrijk uitgangspunt. We handhaven/optimaliseren de sport- en spelvoorzieningen binnen de huidige complexen en kiezen dus niet voor uitbreiding. Tot slot is het noodzakelijk dat we alleen ruimte bieden aan functies die goed passen in een woonwijk en die geen overlast veroorzaken. Zo zijn grotere evenementen niet toegestaan. Ook voor bedrijvigheid is geen ruimte, tenzij kleinschalig ‘aan huis’ waarbij dit geen (milieu/geluid/verkeer) overlast veroorzaakt. Ruimtelijke structuren als randvoorwaarden Als ruimtelijke structuren – elementen en lijnen als vast uitgangspunten – gelden: - de kenmerkende historische groenstructuur die als het ware is verweven door de dorpskern. De bomenstructuur en laanbeplanting die bijdragen aan het groene karakter van de dorpskern; - centrale punten in de wijk waar ruimte is voor ontmoeting en (maatschappelijke) voorzieningen; - kaders woningbouwontwikkelingen: 31
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
o o o o o
niet voorbijgaan aan het ‘dorps karakter’; woningen zowel geschikt voor jong als oud (levensloopbestendig); nabij voorzieningen en bestaande infrastructurele ontsluiting; zo min mogelijk ten koste van bestaand groen of compensatie van groen; klimaatadaptieve inrichting.
Afwegingskader – woongebieden
32
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Milieukaders In de woongebieden van Son en Breugel staat de leefbaarheid in een gezonde, veilige en sociale woonomgeving centraal. We willen de overlast voor inwoners tot het minimum beperken en risicoactiviteiten niet toestaan in woongebieden. We hanteren voor bijna alle milieuaspecten een hoge kwaliteitsnorm. Dit betekent dat we een maximale inspanning doen om aan de hand van maatregelen een gezond woon- en leefklimaat te borgen. Omdat door de ligging van Son en Breugel geluidhinder niet uit te sluiten valt, zetten we alleen voor geluid van verkeer van de A50 en lokale wegen niet in op de hoogste kwaliteit. Dat betekent dat we ernaar streven om geen hogere grenswaarden af te geven en ons inspannen om geluidsoverlast van verkeer (door adequate maatregelen) waar mogelijk te beperken.
33
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Referentiebeelden
34
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
5.3. Centrum Son en Breugel Waar willen we naartoe Het centrumgebied Son wordt getypeerd als klein kern-verzorgend gebied. Het heeft een lokale functie, met nadruk op dagelijkse boodschappen. Uitgangspunt is om de lokaal verzorgende functie te optimaliseren, zowel qua omvang, branchering als uitstraling. In het centrum is bovendien levendigheid erg belangrijk. We zetten in op een aantrekkelijk en compact centrumgebied dat is gericht op de mogelijkheid tot boodschappen doen en winkelen, ontmoeten en recreëren voor iedereen. De drie supermarkten in en nabij centrum zijn van groot belang voor de vitaliteit van het centrumgebied en daarom staan we ervoor open om groei ter plaatse te faciliteren. Verder is er ruimte voor een evenwichtige mix van activiteiten mits het een publieksfunctie heeft op het gebied van retail, horeca, kantoren, cultuur, evenementen en recreatie/toerisme. Deze publieksfuncties huisvesten in de plinten, terwijl op verdieping en in aanloopstraten naar centrum ook ruimte is om te wonen. De soepele functiewisseling die de gemeente hanteert maakt deze mix van activiteiten mogelijk, waarbij we ook oog hebben voor innovatieve en creatieve initiatieven met maatschappelijke meerwaarde, mits het niet voorbijgaat aan de maat en schaal van het centrumgebied. Pandeigenaren nodigen we uit om te werken aan een aantrekkelijkere uitstraling van de gevelpanden.
Daarnaast willen we het centrum inrichten als aantrekkelijk verblijfsgebied. In dit opzicht komen in het centrum veel ambities bij elkaar, waarbij we telkens ook aandacht moeten hebben voor de consequenties van de gebiedsinrichting. We willen onder andere de groenstructuur zichtbaar versterken, waarbij slimme inzet van groen en water bovendien zorgt voor koelteplekken in warme tijden en het tegengaan van wateroverlast bij extreme buien. Ook leggen we sterker de verbinding met het park Vroonhoven, zodat het park als groene oase onderdeel wordt van het centrum. Hierbij zetten we ook in op de mogelijkheid tot ontmoeting, bijvoorbeeld door bankjes te plaatsen. Daarnaast willen we het Dommeldal qua beleving het centrumgebied intrekken, zodat er een duidelijke recreatieve koppeling ontstaat. Ook recreatieve fietsroutes vanuit de omgeving willen we doortrekken in het centrum. Hetzelfde geldt voor de kunstroutes. Verder richten we ons op de ruimtelijke wegstructuur, die wordt gekenmerkt door het brede profiel met soms loze ruimte. We willen de barrièrewerking verminderen en de weg meer inrichten voor fietsers en wandelaars. Over de Nieuwstraat rollen we als het ware een groen tapijt uit. Het blijft echter mogelijk voor de bus en de auto om door het centrum te rijden en te parkeren langs de Nieuwstraat. Bezoeksgemak met de auto is namelijk belangrijk.
Tot slot moet de openbare ruimte en voorzieningen voor iedereen goed (en laagdrempelig) toegankelijk zijn. Levendigheid staat in het dorpscentrum voorop. Er is dan ook ruimte voor het organiseren van evenementen. We maken heldere afspraken over de voorwaarden en regelgeving voor evenementen en andere activiteiten. Uitgangspunt is in ieder geval dat evenementen en de weekmarkt moeten bijdragen aan de sociale samenhang in het dorp. Ruimtelijke structuren als randvoorwaarden Als ruimtelijke structuren – elementen en lijnen als vast uitgangspunten – gelden: - uitstraling en functie als verblijfsgebied: o cultuurhistorische elementen benadrukken; o vergroenen (ook ten behoeve van hittestress); o ruimtelijke koppeling Dommel; o interactie beide pleinen versterken; 35
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
-
o meer nadruk langzaam verkeer in functionele inrichting. clustering van publieksfuncties in het compacte centrumgebied en transformatie aan de randen. PM: kaart met begrenzing centrumgebied; levendigheid staat voorop. Gaat boven woonfunctie. Ruimte voor evenementen die bijdragen aan saamhorigheid en ontmoetingsfunctie en weekmarkt.
Afwegingskader – centrum Son en Breugel
Milieukaders Het centrum is een druk gebied waar veel activiteiten en bewegingen van personen en goederen plaatsvinden. In tegenstelling tot de woongebieden, is sprake van meer levendigheid in het centrum. Hier zitten natuurlijk wel grenzen aan, om te voorkomen dat er te veel overlast ontstaat of risicovolle activiteiten plaatsvinden in het centrum. We hanteren voor bijna alle milieuaspecten een hoge kwaliteitsnorm. Om voldoende ruimte te behouden voor de centrumfuncties (zoals detailhandel, horeca en evenementen) accepteren we voor geluidsnormen bij activiteiten een lagere omgevingskwaliteit. Voor de bijbehorende verkeersbewegingen in het centrum zetten we met de geluidsnorm in op de standaard kwaliteit. Ook voor geur hanteren we de standaard kwaliteit en met luchtkwaliteit zitten we iets daarboven.
36
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
37
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Referentiebeelden
38
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
5.4. Ekkersrijt Waar willen we naartoe Ekkersrijt heeft een belangrijke economische functie in de Brainportregio en dit zal in de toekomst zo blijven. Richting de toekomst zetten we in op een goede balans tussen maatschappij, ecologie, economie en ruimte. Hierbij zetten we in op versterking van de functionele structuur van het terrein, waarbij elk deelgebied zijn eigen accenten krijgt in de (regionale) profilering en ruimtelijke structuur. De uitvoering hiervan zal verder worden uitgewerkt in een gebiedsgericht programma, waarbij we samen met ondernemers aan de slag gaan om onze ambities te realiseren, zowel in de openbare ruimte als op kavelniveau. - Sciencepark: we willen met dit gebied aanhaken bij de ‘Brainport High Technology – nadruk op kennisintensieve bedrijvigheid en een hoogwaardig werkmilieu. Daarbij verkennen we de mogelijkheid van huisvesting voor kenniswerkers en arbeidsmigranten. In dit kader pakken we de verbetering van (de kwaliteit van) de fysieke omgeving in het Sciencepark op en richten we ons op een sterk groen landschap met hoge verblijfskwaliteit – parklandschap, hoog stedelijk, autoluw, medegebruik; - Meubelboulevard: in de Detailhandelsvisie van het Stedelijk Gebied Eindhoven is de Meubelboulevard Ekkersrijt aangewezen als enige locatie in de regio waar perifere detailhandel, op het gebied van home & living, kan uitbreiden.
Hierin bieden we ruimte voor verbreding van de branchering, gericht op ambachtelijke maakbedrijven met eventueel ondergeschikte winkelfunctie en nichebedrijven (voornamelijk op locaties ten noorden van de boulevard, tot aan de Stamweg Ekkersrijt 6000). Daarnaast bieden we ruimte voor activiteiten op het gebied van ‘leisure’. Dit versterkt ook het onderscheidende vermogen van de Meubelboulevard. Horeca-activiteiten zijn toegestaan, mits deze ondergeschikt (dus niet solitair) en inpandig gehuisvest zijn. Uitgifteloket aan de gevel of foodtrucks worden niet toegestaan; - Kanaalzone: functie als bedrijvenpark met ruimte voor maakbedrijven en logistieke bedrijvigheid en eventueel water-gerelateerde bedrijven; - Visplas: in dit gebied is ruimte voor natuurontwikkeling en klimaatadaptatie in combinatie met extensieve recreatiemogelijkheden (PM: en eventueel energieopwekking onder voorwaarden?). Eventueel is het in de toekomst mogelijk om de parkachtige structuur van het Sciencepark uit te breiden richting de Visplas. Ten noorden van de Visplas ligt een bosgebied als groene buffer richting de zware bedrijvigheid; - Bedrijvigheid noordwesthoek: met het oog op de doelstelling om de verblijfskwaliteit en gezondheid/veiligheid op Ekkersrijt en specifiek Sciencepark te verhogen, willen we in de toekomst de negatieve invloed van zware bedrijvigheid op de omgeving beperken.
Hiervoor gaan we strengere milieueisen stellen en wordt nieuwvestiging van BEVI-bedrijven niet meer toegelaten. Ook wordt een oplossing gezocht om de lozing van effluent op de Sonseheideloop te beëindigen; - Ekkersrijt-oost: dit gebied biedt ruimte voor lokale bedrijvigheid en ligt de nadruk op kleinschaligheid. De oostkant van het gebied willen we richting de toekomst herstructureren naar een aantrekkelijke mix van wonen-werken, waarbij we de mogelijkheid van huisvesting voor kenniswerkers en arbeidsmigranten verkennen. Hierbij zetten we in op ruimtelijke kwaliteitsverbetering, verduurzaming en vergroening (inclusief beleving daarvan). Nieuwe ontwikkelingen mogen bestaande bedrijvigheid echter niet in de weg zitten; - Uitbreiding Ekkersrijt (8 hectare): in het zuidelijk deel van Ekkersrijt-oost, grenzend aan de A50 en Esp, heeft de gemeente Son en Breugel samen met de gemeente Eindhoven nog 8 hectare grond voor uitgifte. Eventuele uitgifte van deze gronden is vooralsnog voorzien na 2024. Deze 39
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
ontwikkeling is mede afhankelijk van de haalbaarheid van de 2e ontsluiting Ekkersrijt en regionale overeenstemming bij de eerstvolgende bedrijventerreinprogrammering van het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). Voor heel Ekkersrijt geldt dat we aandacht hebben voor de verduurzaming van bedrijfsprocessen en ruimte voor opwekking van duurzame energie/warmte. We maken afspraken met de bedrijven om deze doelen te realiseren: we stimuleren bedrijven om zonnepanelen op daken te plaatsen, maatregelen te nemen om energieverbruik te verminderen, en aan de slag te gaan met innovatie rondom circulaire bedrijfsprocessen. In het kader van de MRE RES wordt momenteel samen met Rijkswaterstaat gewerkt aan een initiatief om zonnepanelen te plaatsen in het knooppunt A50/A2. Daarnaast bieden de herstructureringsopgaven op Ekkersrijt mogelijk kansen van duurzame warmte. Verder werken we aan de ambitie van een klimaatbestendig terrein, waarin het tegengaan van hittestress en het bevorderen van de ecologische structuur belangrijke opgaven zijn. Dit draagt ook bij aan het verblijfsklimaat op het bedrijventerrein. We zetten hiervoor in op het vergroenen van verhard oppervlak, aangehaakt op de groenstructuur die als ader door het terrein loopt, waarbij we kiezen voor natuurlijk en ecologisch beheer.
Ook bedrijven vragen we hieraan bij te dragen door het groen op eigen terrein waar mogelijk ecologisch te versterken. Tot slot is een tweede aansluiting op de snelweg voor Ekkersrijt van groot belang voor de bereikbaarheid en dus ook voor de potentiële economische ontwikkeling van het bedrijventerrein. Momenteel worden de mogelijkheden voor de aansluiting, ter hoogte van Ekkersrijt-oost, in samenhang met de gebiedsontwikkeling op de 8 hectare uit te geven grond verkend. Deze tweede ontsluiting willen we koppelen aan de duurzame mobiliteitstransitie door eventueel de combinatie te maken met een oplaadstation, autodeel-punt et cetera. Daarnaast werken we waar nodig aan parkeeroplossingen, waarbij we oog hebben voor innovatieve parkeerconcepten, zoals het gebruik van parkeerdaken. Verder is het belangrijk dat het bedrijventerrein ook voor langzaam verkeer goed te bereiken is, onder andere door de recent aangelegde slowlane en de verbindende schakels op het lokale fietsnetwerk. PM: algemene visie op wisselwerking ambities openbare ruimte en kavelruimte van bedrijven. Nu geven we b.v. nog steeds terreinen uit met 80/90% bebouwing waardoor parkeren en klimaatbestendigheid problematisch blijven in de toekomst.
Ruimtelijke structuren als randvoorwaarden Als ruimtelijke structuren – elementen en lijnen als vast uitgangspunten – gelden: - Ecologische verbindingszone Ekkersrijt en Wilhelminakanaal + ruimte voor natuur, klimaatadaptatie en recreatie rondom de Visplas. - Ruimtelijke kwaliteiten in de functionele zonering: o sciencepark: vier inrichtingsprincipes uit Masterplan Sciencepark: 1. bedrijvenpark → hoog stedelijk park; 2. laanstructuur → parkstructuur met veel groen en ruimte ontmoeten; 3. autorijk → autoluw en; 4. privaat gebruik → medegebruik. o meubelboulevard: aantrekkelijk winkelgebied met mix van grootschalige en ambachtelijke maakbedrijven en speciaalzaken, impuls aanzicht woonboulevard en uitbreidingsruimte richting diffuus gebied ten noorden van de meubelboulevard; o kanaalzone: bedrijvenparkstructuur voor (grootschalige) maakindustrie en logistieke bedrijvigheid, waarbij we inzetten op het vergroten van de (te) kleine kavels aan de westzijde; 40
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
o o
visplas: nadruk op natuurontwikkeling, klimaatadaptatie en recreatie; Ekkersrijt-oost: nadruk op kleinschalige, lokale bedrijvigheid en aan de oostkant ruimte voor transformatie naar wonen-werken in combinatie met ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het gebied.
Afwegingskader – Ekkersrijt
Milieukaders Gezondheid en milieukwaliteit – met name geluidsoverlast en luchtkwaliteit – hebben vanwege de functie als regionaal bedrijventerrein en de ligging langs de snelweg A50 de aandacht. Hoge kwaliteitsnormen voor geluid, zowel van verkeer als activiteiten, zijn niet realistisch in dit deelgebied en daarom wordt hiervoor een lagere omgevingskwaliteit geaccepteerd. Wel zetten we in op mitigerende randvoorwaarden bij ontwikkelingen. We willen bedrijven op de bedrijventerreinen voldoende beweegruimte geven om hun activiteiten te kunnen uitvoeren. We kiezen echter niet voor de laagste milieukwaliteitsnorm omdat we de verblijfskwaliteit en veiligheid, voornamelijk in subdeelgebieden als de Meubelboulevard en het Sciencepark waar dagelijks vele mensen komen (winkelend publiek en werknemers), willen verbeteren en de overlast voor naastgelegen gebieden tot het minimum willen beperken. Zo zetten we in op verbetering van de luchtkwaliteit en de waterkwaliteit en de vermindering van de geuroverlast, veroorzaakt door bedrijven met een hoge milieucategorie in de (noord)westhoek van Ekkersrijt. Bij deze bedrijven zijn ontwikkelingen gewenst die gepaard gaan met een afname van de milieubelasting. We hanteren daarom voor deze milieuaspecten de standaard kwaliteit. Ook voor de overige milieuaspecten hanteren we de standaard 41
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
kwaliteit. Zo proberen we binnen de realistische kaders zo hoog mogelijk in te zetten op een gezonde en veilige leefomgeving. Specifiek voor de bedrijven met externe veiligheidsrisico’s op Ekkersrijt is het doel in het huidige beleid de risicodragende activiteiten te beheersen en tot een minimum te beperken.
Referentiebeelden
42
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
5.5. Sonniuswijk Waar willen we naartoe Sonniuswijk kenmerkt zich als een halfopen agrarisch gebied met bedrijven langs de rechte wegenstructuur. Met het oog op de transitie in de agrarische sector zetten we in op de versterking van het medegebruik door natuur en landschap, energieopwekking, recreatie en extensief wonen. We behouden de ruimte voor agrarische activiteiten, maar zetten wel in op de transitie richting extensieve, duurzame kringlooplandbouw en innovatieve, duurzame agrarische activiteiten. Hierin is geen ruimte meer voor intensieve landbouwvormen, wanneer het nieuwe ontwikkelingen betreft. Naast de (bestaande) activiteiten zetten we in op natuur- en landschapsontwikkeling, bieden we ruimte voor extensieve recreatie, is er ruimte voor een aantal duurzame woonclusters met een beperkt aantal woningen (extensief) en de doorontwikkeling van bedrijvigheid uit agrarische nevenactiviteiten, mits het past bij de identiteit van het gebied en de landschappelijke structuur. Alle initiatieven moeten een kwalitatieve bijdrage leveren en een toevoeging voor Sonniuswijk zijn.
Basis randvoorwaarden zijn in ieder geval dat een ontwikkeling: - een lage dichtheid kent binnen de bestaande volume; - kleinschalig van karakter is; - gebruik maakt van en aansluit op de bestaande infrastructuur; - positief bijdraagt aan de vermindering van de (milieu)overlast; - ingepast en een positieve bijdrage levert aan de bos-, natuur- en landschapsontwikkeling; - een positieve bijdrage levert aan de water- en klimaatambities; - duurzaam is. Elk deelgebied krijgt hierin zijn eigen accenten in de profilering en ruimtelijke structuur. De uitvoering hiervan zal verder worden uitgewerkt in een gebiedsgericht programma. De noordelijke strook zien we als een strategische zone voor innovatieve, duurzame agrarische activiteiten. Hier willen we de agrariërs die zich graag op duurzame wijze verder ontwikkelen een plek geven. In de boskamers in de midden/noordwesthoek bieden we ruimte voor de opwekking van duurzame energie. Dit deel van Sonniuswijk is aangewezen als zoekgebied voor (grootschalige) opwekking van duurzame energie in het kader van de MRE RES. Binnen de omgevingsvisie doen we een eerste aanzet richting de invulling van het zoekgebied. Er liggen drie mogelijke scenario’s, waarbij elk scenario zijn eigen impact heeft. Energieopwekking vindt plaats in de vorm van zonnevelden en mogelijk twee windturbines.
Randvoorwaarden die gelden bij initiatieven – naast de algemene voorwaarden in paragraaf 4.3.3. – zijn dat het moet bijdragen aan de nieuwe (ruimtelijke) kwaliteit van Sonniuswijk en de mix aan functies en het moet passen binnen de landschapsstructuur. Door de zonnevelden in de boskamers te plaatsen worden ze aan het zicht onttrokken. Vóór juli 2021 moeten het college en de raad gezamenlijk aan de regio aangeven wat het draagvlak is voor grootschalige opwekking binnen het zoekgebied Sonniuswijk. Daarnaast wordt momenteel samen met Rijkswaterstaat gewerkt aan een initiatief om een zonnepanelen te plaatsen langs de A50, aan de oostkant ter hoogte van Sonniuspark. Keuzeopties. Scenario
Zon in bestaande structuren
Clustering van zon en Wind
Energielandschap (planMER scenario)
Zonne-energie
40 tot 50 ha zonne-energie
30 tot 40 ha zonneenergie
100 tot 150 ha zonneenergie
44
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Windmolens
Geen
Geen
40 tot 50 GWh
2 windmolens (binnen het plangebied van de zonneenergie) 60 tot 70 GWh
Energie opbrengst Locatie
Noordwesthoek Sonniuswijk
Noordwesthoek Sonniuswijk
Midden en westhoek Sonniuswijk
Lokale opgave elektriciteit Percentage van elektriciteit dat lokaal duurzaam wordt opgewekt Lokale ambitie Klimaatneutrale gemeente in 2030. RES Bod
55% tot 61% van de het elektriciteitsverbruik in 2018 (incl. geen spijt maatregelen)
67% tot 73% van de het elektriciteitsverbruik in 2018 (incl. geen spijt maatregelen)
92% tot 123% van de het elektriciteitsverbruik in 2018 (incl. geen spijt maatregelen)
14 tot 15% van het energieverbruik in 2018
17 tot 18% van het energieverbruik in 2018
23 tot 31% van het energieverbruik in 2018
40 tot 50% van het minimum scenario van het zoekgebied Sonniuswijk in de planMER.
70% van het minimum scenario van het zoekgebied Sonniuswijk in de planMER.
Het minimum scenario en meer van het zoekgebied Sonniuswijk in de planMER
100 tot 150 GWh
In de zuidelijke strook en het oostelijk deel van Sonniuswijk willen we ruimte bieden aan enkele kleinschalige, duurzame woonclusters. Ook in dit gebied blijft ruimte voor de agrarische functie, maar hier richten we ons specifiek op extensieve, natuurinclusieve kringlooplandbouw. In het gebied dat grenst aan het natuurgebied van de Sonse Heide willen we inzetten op bos- en natuurontwikkeling in combinatie met recreatie in het bos of een beperkt cluster wonen. Hiermee kan Sonniuswijk – het waterwingebied en uitbreiding bosgebied – gaan fungeren als verbindend element in het Van Gogh Nationaal Park. Hierbij bieden we niet alleen ruimte voor extensieve recreatie zoals fiets- en wandelpaden (ontwikkeling van een nieuwe recreatieve verbinding), maar ook voor exclusieve recreatieve (verblijfs)voorzieningen. Het stoppen van (intensieve) agrarische bedrijven werkt ook door in verbetering van de luchtkwaliteit en geurbelasting en draagt dus bij aan een gezondere leefomgeving. Dit komt ten goede aan de beleving van recreatieve mogelijkheden/voorzieningen en incidentele wooneenheden. Tot slot bieden we in het open landschapsgebied in het midden van Sonniuswijk ruimte voor natuurontwikkeling, recreatieve routes en een beperkt cluster wonen. Het betreft een lagergelegen gebied dat zich goed leent voor natte natuurontwikkeling en wateropvang om droogte tegen te gaan.
Belangrijkste randvoorwaarde is het behoud van de openheid van dit gebied, waarmee het als knipoog dient naar de functie als militaire landingsbaan ten tijde van de bevrijding uit de Tweede Wereldoorlog. Ruimtelijke structuren als randvoorwaarden Als ruimtelijke structuren – elementen en lijnen als vast uitgangspunten – gelden: - Agrarisch gebied met afwisseling van cultuurhistorische gesloten/halfopen (noord en zuid) en open (oud militaire landingsbaan) heidelandschappen met rechte lijnstructuren en groene boskamers. - Landschappelijk groen raamwerk dat bestaat uit bossen, de water-winstructuur (bos op stuifen dekzandgebied), laanbeplanting langs de rechtlijnige wegenstructuur.
45
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Afwegingskader – Sonniuswijk
Milieukaders In Sonniuswijk werken we toe naar een transformatie van het gebied, waarbij in de toekomst ruimte is voor een mix aan functies met aandacht voor het landschap en natuurontwikkeling. Vanwege de aanwezigheid van een waterwingebied, hanteren we voor bodem en water (grondwater en oppervlaktewater) een hoge kwaliteitsnorm. Voor luchtkwaliteit, geluid van verkeer en externe veiligheid hanteren we de standaard kwaliteit. Geluid van activiteiten stellen we iets boven de standaard kwaliteit in, omdat we bij nieuwe ontwikkelingen willen voorkomen dat er geluidoverlast ontstaat. Tot slot accepteren we voor geur een lagere kwaliteit, al zetten we wel in op verbetering van de geuroverlast en ook van de luchtkwaliteit door agrarische activiteiten. Dit doen we door in de duurzame transitie naar kringlooplandbouw, in goed overleg met de agrariërs de kansen te pakken om bedrijven te saneren, te verplaatsen of te verduurzamen.
46
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Referentiebeelden
47
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
48
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
5.6. Bos- en natuurgebied Oud Meer Waar willen we naartoe De natuur- en bosgebieden van de Sonse Heide vormen een belangrijk uitloopgebied voor de dorpskern van Son en Breugel en functioneert als groene buffer/verbinding in het van Gogh Nationaal Park. De belangrijkste natuurwaarden zijn voornamelijk aanwezig in het ven van Oud Meer en het gebied daaromheen. Richting de toekomst zetten we in op versterking van het natuurbehoud en ontwikkeling van toekomstbestendige natuur. Zo zetten we in op de doorontwikkeling van het bosgebied rondom het Oud Meer tot een klimaatbestendig, biodivers bos en uitbreiding van het bosgebied richting Sonniuswijk. Als natuurlijk uitloopgebied is er ruimte voor recreatieve routes, waarbij de meeste kwetsbare natuurwaarden worden ontzien. Hierin is de afwisseling van open en gesloten landschap en markante bomen en plekken van belang. Voor overige activiteiten is geen ruimte. De concretere uitwerking wordt momenteel verwerkt in de Ontwikkelingsvisie Nieuwe Heide en Oud Meer, in samenwerking met gemeente Best. Ruimtelijke structuren als randvoorwaarden Als ruimtelijke structuren – elementen en lijnen als vast uitgangspunten – gelden: - geleidelijke afwisseling tussen open en gesloten landschap - heidelandschap met het Oud Meer en aangeplant bosgebied daaromheen; - doorsnijding van het gebied door de A50, waarmee rekening gehouden dient te worden.
Afwegingskader – Bos- en natuurgebied Oud Meer
50
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Millieukaders We prioriteren hier de landschappelijke en natuurlijke kwaliteit, in combinatie met ruimte voor extensieve recreatie in de vorm van wandel- en fietsroutes. Ter bescherming van de natuurwaarden hanteren we voor luchtkwaliteit, geluid door activiteiten, bodemkwaliteit en waterkwaliteit (grondwater en oppervlaktewater) een hoge kwaliteitsnorm, net boven de standaard kwaliteit. Voor geluid door verkeer, externe veiligheid en geur hanteren we de standaard kwaliteit, vanwege de nabijheid van de snelweg A50 en de zware bedrijvigheid in de noordwesthoek op Ekkersrijt. Tot slot is het belangrijk aandacht te hebben voor mogelijke bosbranden, zeker aan de randen waar op sommige locaties woningen staan, zoals in ’t Harde Ven.
Referentiebeelden
51
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
5.7. Breugel (zuid)oost / Beekdal de Dommel Waar willen we naartoe Breugel-zuidoost kenmerkt zich als een kleinschalig authentiek landschap waar veel cultuurhistorische elementen nog goed zichtbaar zijn. De belangrijkste identiteitsdrager is het beekdal van de Dommel, die als natte natuurparel/groene buffer tussen het stedelijk gebied van Son en Breugel heen loopt. Richting de toekomst zetten we in het Dommeldal in op natuurontwikkeling en ruimte voor waterberging in combinatie met verbetering van de beleefbaarheid van het gebied en de zichtbaarheid van de cultuurhistorie. Hier ligt een intergemeentelijke opgave, voornamelijk richting het noorden, die we samen met buurgemeenten oppakken en ambities/ontwikkelingen afstemmen. Zie hieronder de visiekaart van ‘Dommeldal uit de Verf’ (2021).
52
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
De grootste opgave voor dit deelgebied is het uitrollen van het Natuurnetwerk Brabant. Het doel is om bestaande natuurgebieden met elkaar te verbinden door tussenliggende agrarische ronden in te richten en te beheren als natuur (‘Dommeldal uit de verf’). Daarnaast zetten we in op de doorontwikkeling van de bossen langs de Dommel, inclusief de Sonse Bergen. Op deze wijze kan een robuuster, beter functionerend NatuurNetwerk tot stand komen. Verder willen we het Dommeldal beter toegankelijk maken als uitloopgebied voor inwoners en recreanten, waarbij de meest kwetsbare natuur wordt ontzien. Specifiek de uitmonding van de Groote Beek op de Dommel biedt kans om vanuit de dorpskern de Dommel beter beleefbaar te maken. Tot slot hebben we aandacht voor het versterken van (cultuurhistorische) structuren en elementen in het landschap. Zo wordt bijvoorbeeld het watermolenlandschap in de ontwikkeling van het Dommelbeekdal teruggebracht. De nadruk in de agrarische transitie ligt dan ook op ontwikkeling naar een extensieve, lokale en natuurinclusieve kringlooplandbouw. Voor nevenactiviteiten is ruimte mits ze bijdragen aan de volgende uitgangspunten: kleinschalig, inzet op meervoudig ruimtegebruik, meerwaarde voor natuur, bodem en klimaat, passend bij het karakter van het gebied en aansluitend op de landschapsstructuren en de aanwezige netwerken.
Denk bijvoorbeeld aan nevenactiviteiten op het gebied van natuurbeheer, klimaatadaptatie (voornamelijk gericht op het tegengaan van droogtestress) en recreatie. Voor initiatieven op het gebied van (kleinschalige) woningbouw en duurzame energieopwekking is geen ruimte. Voor de kernrandzones – Driehoek, ’t Keske en Wolfswinkel – geldt tot slot een aparte visie: - in Wolfswinkel ligt de focus op behoud van de openheid van het landschap en versterking van cultuurhistorische/karakteristieke waarden. Alleen incidentele woningbouw is mogelijk en dit moet bijdragen aan versterking van de oude linten, zodat entrees naar het achterliggende Dommeldal worden benadrukt; - bij ’t Keske is de afwisseling tussen open- en beslotenheid, door de besloten linten met doorzichten naar het achtergelegen Dommeldal, een belangrijke kwaliteit. Het accent bij ‘t Keske ligt op het versterken van de natuur- en landschapswaarden van het dal van de Breugelsche Beek. De beek wordt beter in het landschap zichtbaar gemaakt door de beek natuurvriendelijker in te richten en de kenmerken van het beekdallandschap te versterken. Van de oude akker van ’t Keske en omliggende bebouwing wordt weer één geheel gemaakt.
Op enkele locaties is intensivering mogelijk, mits het bijdraagt aan versterking van het lint en het doorzicht op het beekdallandschap behouden blijft; - bij de Driehoek ligt het accent op het versterken van de natuur- en landschapswaarden in het Dommeldal en het verstevigen van de stedenbouwkundige structuur. Het contrast tussen het natuurlijk en landschappelijk attractieve beekdal en het industriegebied Ekkersrijt dient behouden te blijven. Van belang is de leefbaarheid van het dal te vergroten en de natuur- en landschapswaarden van het beekdal te versterken. Naast de incidentele ruimte voor ruimte woningen biedt de Driehoek ruimte voor meer intensieve woningbouw, om de bestaande linten en stedenbouwkundige structuur te versterken. Ruimtelijke structuren als randvoorwaarden Als ruimtelijke structuren – elementen en lijnen als vast uitgangspunten – gelden: - cultuurhistorische elementen benadrukken; - kleinschalig verkavelde cultuurhistorisch landschap met esakkers; - stelsel van sloten en greppels in het landschap, als voeding voor de Dommel; - Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbinding van de Groote beek; - ruimtelijke structuren van gehuchten en interactie landschap, zoals benoemd in visie op kernrandzones. 53
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Afwegingskader – Breugel-zuidoost/beekdal de Dommel
Milieukaders Ook in Breugel-zuidoost en het beekdal van de Dommel prioriteren we de landschappelijke en natuurlijke kwaliteit, inclusief de vele cultuurhistorische elementen. Vanwege het beekdal de Dommel als natte natuurparel in het Natuurnetwerk van Brabant en haar functie als waterreserveringsgebied, hanteren we voor bodem en water (grondwater en oppervlaktewater) een hoge kwaliteitsnorm. Voor agrarische nevenactiviteiten en andere kleinschalige, incidentele activiteiten die mogelijk zijn in het gebied hanteren we ook een hoge kwaliteitsnorm voor geluid. Voor luchtkwaliteit, geluid van verkeer, externe veiligheid en geur hanteren we minimaal de standaard kwaliteit. Aandachtpunt hierbij is dat de geurverordening momenteel meer toestaat.
54
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
55
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Referentiebeelden
56
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
6. Uitvoeringsparagraaf en monitoring 6.1. Operationalisering in Omgevingswetinstrumenten Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de visie willen operationaliseren. Als gemeente staan we hiervoor niet alleen zelf ‘aan de lat’. Samen met onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en partners gaan we aan de slag om het OOg voor alle inwoners, het fraaie landschap en de duurzame economie te behouden én te versterken. Hierom beschrijven we in sommige gevallen ook wat er moet gebeuren om een project of ontwikkeling van de grond te krijgen, zodat dit betrokken kan worden in gesprekken over initiatieven. In dit hoofdstuk beschrijven we verder de diverse uitwerkingen die we bij de visie gaan opstellen en de doorwerking van de omgevingsvisie in de andere Omgevingswet-instrumenten. Tot slot geven we aan hoe we de uitvoering van onze gestelde ambities in de visie gaan monitoren en hoe we omgaan met het actualiseren van de visie. Relatie met ow-instrumenten De Omgevingswet voorziet in een zestal Omgevingswet-instrumenten waarvan de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de omgevingsprogramma’s de belangrijkste beleidsmatige instrumenten zijn. De omgevingsvisie heeft een duidelijke relatie met de overige Omgevingswet-instrumenten. Het vormt de eerste stap in de beleidscyclus.
Omgevingsplan Belangrijk is de bepaling in de Omgevingswet dat een gemeente één omgevingsplan kent. Dit betekent in principe dat het systeem zoals we dat nu kennen, verschillende bestemmingsplannen voor het stedelijk- en het buitengebied, niet meer aan de orde zal zijn. Ook alle onderdelen uit de verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, moeten in het omgevingsplan worden opgenomen. Het omgevingsplan is het enige kerninstrument uit de Omgevingswet dat de burger, bedrijven, andere overheden en de gemeente zelf bindt. De omgevingsvisie is zelfbindend: ze bindt alleen het bestuursorgaan (bevoegd gezag) dat het document heeft vastgesteld. De omgevingsvisie wordt zodanig opgesteld dat de stap naar het omgevingsplan beleidsmatig relatief eenvoudig is te maken. We hebben namelijk in deze omgevingsvisie al de kernkwaliteiten en beleidsprioriteiten van Son en Breugel als geheel - en per deelgebied - opgenomen die in het omgevingsplan verder uitgewerkt kan worden. Het doel is dat in het omgevingsplan een deel van de verzoeken snel kan worden afgedaan en dat voor een deel een nadere afweging nodig is. Als een initiatief in zijn geheel niet blijkt te passen in het omgevingsplan, dan kan hiervan afgeweken worden en kunnen we terugvallen op de omgevingsvisie. Hiervoor zal het integrale inspiratie- en afwegingskader in deze paragraaf worden opgenomen.
Dit is het kwalitatieve kader waarmee de raad de beoordeling van initiatieven in vertrouwen loslaat aan het college van burgemeester en wethouders. Omgevingsprogramma (vrijwillig onverplicht) De omgevingsvisie stelt ambities voor de toekomst en formuleert hiervoor het strategisch beleid aan de hand van kaders en richtlijnen. Gewenste verdere uitwerking van het strategisch beleid kan op tactisch/ operationeel niveau plaatsvinden via het programma-instrument. De integrale afweging vindt op hoofdlijnen plaats in de omgevingsvisie, in de programma’s wordt daarop voortgeborduurd en worden de lijnen voor de uitvoering uitgezet. Het omgevingsprogramma is een flexibel instrument dat de gemeente kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus. Een programma heeft verschillende kenmerken en is zelfbindend. Het wordt vastgesteld door het college. Deze kunnen 57
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
gebiedsgericht of een thematisch van aard zijn. Een gebiedsgericht programma kan bijvoorbeeld voor Sonniuswijk worden opgesteld om aan te geven hoe we omgaan met transitie in de agrarische sector en met het oog op de toekomstbestendigheid van het gebied ruimte geven aan een mix van functies: energietransitie, extensieve recreatie, incidenteel wonen en natuurontwikkeling. Een thematisch gericht programma kan bijvoorbeeld een groenprogramma of gemeentelijk rioleringsprogramma zijn. Momenteel beoogt de gemeente te werken aan de volgende programma’s - gebiedsprogramma Ekkersrijt; - gebiedsprogramma Sonniuswijk; - PM: landschapsontwikkelingsplan ten behoeve van Van Gogh Nationaal Park? Uitvoeringsprogramma De omgevingsvisie gaat uit van realisatie van projecten door eenieder die in de gemeente Son en Breugel woont, werkt of recreëert of er op een andere manier bij betrokken is. Als gemeente stimuleren en ondersteunen (leveren van kennis, zorgen voor verbinding) we initiatieven die bijdragen aan het OOg op een zonnige toekomst, beleidskeuzes per thema-OOg en gebiedsprioriteiten in de omgevingsvisie. De gezamenlijk gestelde waarden binnen het OOg zijn de basis geweest voor het beschrijven van de beleidsdoelstellingen uit deze visie en voor het formuleren van gebiedsgerichte uitgangspunten. In de uitvoering geven we daadwerkelijk vorm aan de gestelde ambities in de praktijk.
In beginsel gaan we de projectenmatrix jaarlijks herzien, waarbij we de projectplannen steeds verder uitwerken en updaten. De omgevingsvisie wordt zo een dynamisch actieplan en een visie die ‘altijd vers’ is, zoals wordt beoogd met de Omgevingswet. Naar wens vindt de uitwerking plaats in thematische of gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s.
58
Thema
Project/Programma/Opgaven
Trekker + Partners
Financieel Resultaat
Termijn
Positief Negatief
Kort: < 5 jaar Middel: 5-10 jaar Lang: > 10 jaar
OOg voor alle inwoners xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
OOg voor het fraaie landschap xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
OOg voor een duurzame economie xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Omgevingsvisie als inspiratie- en afwegingskader De omgevingsvisie wordt nader geoperationaliseerd middels het opstellen van het omgevingsplan en programma’s, maar is an sich ook een instrument voor het toetsen van nieuwe ontwikkelingen. Hierbij hanteren we de ‘Ja, mits - benadering’ en is het van belang de balans tussen borgen van kwaliteiten en ruimte bieden voor ontwikkelingen inzichtelijk te maken. De volgende beginselen uit de Omgevingswet en afwegingsprincipes uit de NOVI zijn daarbij nuttige algemene kaders. Milieubeginselen Omgevingswet & Afwegingsprincipes NOVI - het voorzorgsbeginsel; - het beginsel van preventief handelen; - het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden; - het beginsel dat de vervuiler betaalt; - combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; - kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en; - afwenteling wordt voorkomen. Aanvullend op deze algemene kaders bieden het OOG en het integrale afwegingskader voor de deelgebieden uit de omgevingsvisie inhoudelijke en gebiedsgerichte richting. Richting voor de nadere uitwerking in programma’s en het omgevingsplan alsmede richting als overkoepelend afwegingskader waarmee de wenselijkheid van nieuwe ontwikkelingen getoetst kan worden.
6.2. Monitoring en evaluatie Monitoring De omgevingsvisie is een integrale visie die we in de gemeente Son en Breugel vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet hebben opgesteld. Met de omgevingsvisie hebben we een koers en een flexibel raamwerk voor de inrichting van onze fysieke leefomgeving. Met het monitoringssysteem houden we zicht op de voortgang van onze koers. De gestelde kaders en richtlijnen bieden handvatten om te kunnen schakelen als dat nodig is. De actoren waarop we als gemeente monitoren zijn: PM: indicatoren die we willen opnemen vanuit bestaande monitoringssystemen om op te monitoren? Evaluatie Er is geen wettelijke actualiseringstermijn meer zoals dat bij de structuurvisie en bestemmingsplannen wel altijd het geval was. Op enig moment zullen we tot de conclusie komen dat een bepaald thema toch nog onvoldoende is uitgewerkt of dat de situatie voor een gebied dusdanig is veranderd dat herziening van de visie nodig is. In de geest van de Omgevingswet moet de omgevingsvisie ‘elke dag vers’ gehouden worden. Dit is in de praktijk niet werkbaar, daarom werken wij PM: met een ambtelijke actualiseringscyclus van eens per jaar en een formele actualiseringscyclus van eens per twee jaar om de omgevingsvisie voldoende scherp en bij de tijd te houden. We kiezen voor deze korte cyclus omdat de Omgevingswet en bijbehorende instrumenten nieuw zijn.