Concept visie Son en Breugel 26052021
Tekst van het document
Op termijn bekijken we of we de tijdsdoorloop van de cyclus verlengen. Het vaststellen van nieuwe sectoraal beleid is met de intrede van de Omgevingswet, de omgevingsvisie en het omgevingsplan, niet meer aan de orde. De bijstelling / actualisering / herziening van een beleidsthema of een gebiedsdeel vindt plaats binnen de context van de omgevingsvisie. Een herzieningen zal integraal moeten worden gerelateerd aan het totaal van de omgevingsvisie, waarbij 60
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
integraal en tegelijkertijd de gevolgen / implicaties voor andere beleidsthema’s, deelgebieden en de bepalingen in het omgevingsplan worden beoordeeld en meegenomen.
6.3. Grond en financiën Grond en financiën PM: uitgangspunten nota grondbeleid (2021-2024)? Kostenverhaal Om de kwaliteit in de gemeente Son en Breugel op peil te houden, zullen investeringen nodig zijn. De gemeente zal als ondanks de veranderende rol een deel van deze maatschappelijke opgaven met gemeentelijke middelen gaan bekostigen. Omdat private partijen ook economisch profijt kunnen hebben van deze investeringen, vraagt de gemeente waar mogelijk ook hen om een bijdrage. Kortom, we verdelen de lusten en lasten. Partijen die bouwen in de gemeente en daarmee inkomsten verdienen, dragen op twee manieren bij. Direct door invulling te geven aan de opgaven en indirect via financiering van kwaliteitsimpulsen die de gemeentelijke organisatie geeft aan Son en Breugel. De gemeente is wettelijk verplicht om de kosten die zij zelf maakt, te verhalen op de (particuliere) initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen. Soms is dit de gemeente zelf, soms zijn het marktinitiatieven. Alle kosten die de gemeente moet maken om dit mogelijk te maken, brengt de gemeente in rekening bij de initiatiefnemer. Daarvoor vraagt de gemeente een exploitatiebijdrage. Bij private initiatieven borgt de gemeente het kostenverhaal met een exploitatiebijdrage in een anterieure overeenkomst (privaatrechtelijk spoor).
Alleen als we er echt niet uitkomen, stellen we een exploitatieplan vast en kunnen we de kosten afdwingen (publiekrechtelijk spoor). Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zal dit via het omgevingsplan worden geborgd. De Omgevingswet biedt twee mogelijkheden voor publiekrechtelijk kostenverhaal: 1. kostenverhaal voor integrale gebiedsontwikkeling. Dan is er een concreet eindbeeld en tempo van de ontwikkeling. Het tijdvak is bepaald; 2. kostenverhaal voor organische gebiedsontwikkeling. Dan ontbreken een concreet tijdvak en eindbeeld. Kostenverhaal met tijdvak is mogelijk bij een omgevingsplan, omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of projectbesluit. Kostenverhaal zonder tijdvak is alleen mogelijk in het omgevingsplan.
61
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Bijlage I – Historische ontwikkeling Son en Breugel, van elkaar gescheiden door de Dommel, zijn van oudsher één. Vanaf de middeleeuwen, voor zover in de geschiedenis is na te gaan, hebben ze een gemeenschappelijke schepenbank gehad. De dorpskernen van Son en Breugel zijn rond de 12de eeuw ontstaan als boerendorpen. In 1810 worden Son en Breugel op gezag van Napoleon Bonaparte samengevoegd tot één gemeente. Son en Breugel tellen dan circa 1.500 inwoners die voornamelijk een boerenbestaan leiden. De eeuwenoude doorgaande weg vanuit ‘s-Hertogenbosch, via Son richting het zuiden, werd halverwege de 19de eeuw verhard waardoor de route intensiever gebruikt werd en de economie in Son aantrok. Son en Breugel lag niet aan een spoorlijn, maar lag ook niet ver verwijderd van twee belangrijke lijnen: Boxtel – Eindhoven en Eindhoven – Venlo. Plaatsen die niet aan het spoorwegennet waren gelegen, konden een aansluiting krijgen op een zogenaamd lokaal spoor. Zo werd in 1897 de lijn Reusel – Eindhoven – Veghel, die via de doorgaande weg in Son liep, geopend voor de stoomtram. De tram heeft gereden tot 1937. Ook de aanleg van het Wilhelminakanaal (1916 tot 1923) was van economisch belang voor de gemeente. De werkgelegenheid steeg door de nieuwe bedrijven die zich langs het kanaal vestigden.
Maar het was vooral door de ontginning van de Sonse Heide ten noordwesten van Son dat er binnen de gemeente in het begin van de 20ste eeuw een grote bevolkingsgroei op gang kwam. Voor de ontginning werd veel werkvolk ‘van buiten’ aangetrokken. De voorheen gemeenschappelijke grond werd ontgonnen en er werden in de jaren twintig en dertig diverse nieuwe ontginningsboerderijen gesticht. In 1927 kreeg de ontginning van de Sonse Heide in Son de naam Sonniuswijk. Het aanzien van Son en Breugel is in de periode 1900 – 1960 ingrijpend veranderd. Son veranderde daarbij veel sterker dan Breugel. Het gebied tussen de dorpskom en de nieuwe brug over het kanaal werd volgebouwd. Daar waren (aan de huidige Nieuwstraat) inmiddels ook een school, het sanatorium en de boterfabriek gebouwd. De bebouwing aan de Kanaalstraat zette zich in zuidelijke richting voort. Ook ten noorden van de dorpskom werd langs de provinciale weg (thans de Hendrik Veenemanstraat) steeds meer gebouwd. Na de Tweede Wereldoorlog werden in Breugel maar vooral ook in Son, onder invloed van de sterke economische industriële ontwikkeling van Eindhoven, nieuwbouwwijken gerealiseerd, waarmee het een randgemeente van Eindhoven werd. De toename van de mobiliteit van de inwoners speelde hierbij een grote rol. De eerste grote wijk in Son van na de oorlog was ‘de Breeakker’, die vanaf 1950 werd gebouwd.
Kort daarop volgde de villawijk rond de Boslaan. Door de bouw van deze huizen begon Son en Breugel langzaam een forensengemeente te worden. Het aantal villa’s werd nog uitgebreid, onder meer in ’t Harde Ven. Tussen 1945 en 1965 nam het aantal woningen in de gemeente toe van bijna 600 naar ruim 1900. De jaren daarna zou de bevolking nog meer toenemen door de uitbreidingsplannen de Vloed en de Gentiaan in Son en ’t Eigen en Hoogstraat in Breugel (vanaf 1970). De laatste grote uitbreidingen die hebben plaatsgevonden in Son zijn de wijken ’t Zand en Sonniuspark. De toename van autoverkeer zorgde rond 1960 tevens voor een aanpassing van het centrum van Son. De smalle bochtige straat door het centrum werd vervangen door een rechte verkeersweg met twee parallelwegen. De aanliggende bebouwing moest afgebroken worden. Een forse aanslag op het dorpsgezicht van Son. Vele panden die nu aan de doorgaande weg (Nieuwstraat) liggen zijn afkomstig uit deze periode. In de loop der jaren nam de hoeveelheid doorgaand autoverkeer verder toe tot de 62
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
opening van de snelweg A50 ten westen van Son in 2003. Met de komst van de A50 werd het centrum van Son gedeeltelijk ontlast van het doorgaande autoverkeer.
63
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Bijlage II – NOVI en POVI Nationale Omgevingsvisie Het Rijk stelt in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) dat Nederland in de toekomst een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving moet bieden en economisch moet kunnen floreren. Met de NOVI wordt toegewerkt naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie: zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief, waarbij grote open ruimten tussen de steden hun groene karakter behouden. Daarbij wordt erkend dat de druk op de ruimte en de leefomgeving voortdurend om een afweging van verschillende belangen vraagt. Hierbij dient ook onder de Omgevingswet de Ladder voor Duurzame Verstedelijking als uitgangspunt. De opgaven waar we voor staan komen samen in vier prioriteiten die samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. naar een duurzame en concurrerende economie; 2. naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving en; 4. naar een waardevolle leefomgeving.
Deze vier prioritaire opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema’s die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: 4. combineren boven enkelvoudig; 5. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en; 6. afwentelen voorkomen. Provinciale Omgevingsvisie De provincie Noord-Brabant is een kennis- en innovatieregio, waarmee de provincie een belangrijk onderdeel vormt in het grootstedelijk netwerk van Nederland. In 2018 is de provinciale omgevingsvisie vastgesteld waarin als ‘stip op de horizon’ een Vergezicht voor 2050 is opgenomen: Het landschap kent in het jaar 2050 hoge cultuurhistorische waarden, waar bewoners graag recreëren. De natuur is rijker geworden, dankzij kronkelende beken die de ruimte hebben gekregen. De dorpen zijn in het jaar 2050 levendig, met jong en oud die zich er thuis voelen. Aan de randen van de steden zijn goede overstapfaciliteiten, zodat mensen vanuit de dorpen de stad gemakkelijk en snel kunnen bereiken. Daarnaast worden innovatieve, duurzame vervoersmiddelen ingezet om regionale congestie te voorkomen.
De Brainportcampussen en grote hightech werklocaties bepalen het aanzien van de regio waar Son en Breugel deel van uitmaakt. Mensen in Eindhoven wisselen in het jaar 2050 hun hightech woon- en werksfeer graag af voor een bezoek aan het dorpslandschap met bijbehorende aantrekkelijke natuurgebieden om doorheen te wandelen of fietsen. Verder zien we in het jaar 2050 dat de invloed van de veehouderij is veranderd: van monotone velden naar een gevarieerd agrarisch landschap, waar rekening wordt gehouden met de kwaliteit van ondergrond en biodiversiteit. Er wordt in het jaar 2050 volop ingezet op de agro- en foodsector, waarin de balans tussen ecologie en economie hersteld is (duurzaam en circulair). Tot slot zien we in het landschap diverse innovatieve vormen van duurzame energieopwekking.
64
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Om dit Vergezicht te realiseren heeft de provincie in ieder geval één basisopgave en dat is ‘werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit’ en daarnaast zijn er vier hoofdopgaven: 5. werken aan de Brabantse energietransitie 6. werken aan een klimaatbestendig Brabant 7. werken aan de slimme netwerkstad 8. werken aan een concurrerende, duurzame economie. Door in te zetten op technische en sociale innovatie, waarbij de provincie als een ‘proeftuin’ functioneert, wordt gewerkt aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Ontwikkelingen moeten bijdragen aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit en het creëren van een gezonde leefomgeving en/of bijdragen aan het bevorderen van de inclusiviteit van de samenleving (iedereen moet kunnen meedoen). De duurzame innovaties die hier plaatsvinden leiden bovendien tot economische meerwaarde voor de regio. Daarbij geeft de provincie aan in te zetten op kwaliteit boven kwantiteit: een duurzame economie en brede welvaart voor alle Brabanders. Om deze ontwikkelingen goed vorm te geven streeft de provincie naar een ‘diepe, ronde en brede manier van kijken’, waarbij integraal en vanuit een gebiedsgerichte insteek opgaven worden opgepakt, hierin alle schaalniveaus van de fysieke en sociale leefomgeving worden meegenomen en alle relevante partijen worden betrokken.
65
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Bijlage III – Identiteit en kernkwaliteiten Dorps wonen in een dynamische regio Son en Breugel ligt op korte afstand ten noorden van Eindhoven, in een regio die economisch gezien volop in ontwikkeling is. Dit biedt volop werkgelegenheid, onder andere op het innovatieve bedrijventerrein Ekkersrijt. Son en Breugel zelf kenmerkt zich echter als een dynamisch landelijke gemeente met een hoogwaardig woon- werk- en leefmilieu. De kleinschalige dorpskern heeft een groen, dorps karakter en de inwoners worden in rust omringd door een mozaïek van natuur, landbouw- en cultuurlandschappen. Zowel in de dorpskern als in het buitengebied zijn veel cultuurhistorische elementen terug te vinden. Ook het beekdal de Dommel is kenmerkend voor de gemeente. Dorps wonen in een dynamische regio kenmerkt Son en Breugel. Een sterke sociale cohesie Son en Breugel kent een open gemeenschap, waar het dorpse karakter en saamhorigheid de boventoon voert: inwoners hebben regelmatig contact met hun buren, er wordt relatief veel vrijwilligerswerk verricht en er is een gevarieerd verenigingsleven dat actief in de samenleving aanwezig is. Veel kinderen en jongeren, maar ook veel volwassenen en ouderen zijn lid van een vereniging of (sport)club. Er zijn voldoende sportvoorzieningen bij verenigingen en in de openbare ruimte.
Deze zijn voor alle inwoners (laagdrempelig) toegankelijk en verkeren in kwalitatief goede staat. Er worden zeer regelmatig activiteiten en evenementen georganiseerd, waarmee de eensgezindheid wordt versterkt en de bewoners, jong en oud, de mogelijkheid biedt om met elkaar in contact te komen. Ook kent Son en Breugel ouderenplatforms, whatsappgroepen en buurkracht. Vanuit de gemeente is veel aandacht voor het sociale domein, zodat een inclusieve samenleving wordt gewaarborgd. PM: bruikbare foto uit Son en Breugel die de sociale cohesie toont?
Leven in het groen Son en Breugel staat bekend als een groene gemeente. De dorpskern is als het ware verweven met het omliggende landschap, waarbij het groen tot diep in de woonwijken doorloopt. Eén van de kernkwaliteiten is de dooradering van het bebouwde gebied met groene laanstructuren en waterlopen (onder andere het Dommeldal). Het samenspel van bos, heide, landschappelijk groen en agrarisch weidegroen met deze cultuurhistorische lijnelementen bepaalt de groene identiteit van zowel het stedelijk- als het buitengebied. 66
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
De woonwijken zelf hebben veelal een groen karakter en zijn ruim opgezet. Dit levert al met al een relatief natuurlijke woon- en leefomgeving op. Er is veel beplanting te vinden in de openbare ruimte, met name in de uitbreidingswijken, maar minder in het centrum van Son. De uitstraling en sfeer van Son en Breugel is daardoor erg rustiek. Het groen op wijkniveau bepaalt het karakter van de wijk en draagt bovendien sterk bij aan de oriëntatie in de wijk. Het gaat dan om wegbeplanting en elementen als parken of speelvelden.
Natuur en landbouw in het buitengebied Son en Breugel wordt gekenmerkt door het beekdallandschap met een dekzandrug (Midden-Brabants dekzandrug) die door de Dommel wordt doorsneden. Het mozaïek aan landschappen zorgt voor een aantrekkelijke leefomgeving, waar groot- en kleinschalig en agrarisch productielandschap en natuurgebieden elkaar treffen. Er zijn vier kenmerkende landschapstypen: esakkers (zuidoosten), de beekdalontginningen (waaraan de beide dorpskernen zijn ontstaan), heide-ontginningen (noordwesten) en de heidebebossingen (westen). De cultuurhistorisch waardevolle landschappen hebben beeld dragende elementen en lijnstructuren (blauw- en groenlijnen, wegen en bebouwingslinten- en clusters). Het boerenlandschap in Breugel-zuidoost bestaat uit een kleinschalig, ruraal halfopen landschap, met natuurelementen en waterlopen. Sonniuswijk wordt juist gekenmerkt door een open landschap. Ongeveer 475 hectare grond binnen de gemeente Son en Breugel is in agrarisch gebruik: in het buitengebied rond Breugel gaat het vooral om kleinschalige activiteiten en in Sonniuswijk om meer grootschalige activiteiten. De groenblauwe structuur bestaat uit een samenhang van voornamelijk bos- en natuurgebieden, beken en andere waterlopen, waar natuur- en waterfuncties behouden en ontwikkeld worden.
Ook sommige (agrarische) gebieden die van belang zijn voor de natuur- en waterfuncties kunnen hier deel vanuit maken. Binnen de gemeente liggen een aantal natuurgebieden. Het Oud Meer en het bosgebied daaromheen en de Sonse Bergen zijn onderdeel van Natuurnetwerk Brabant. Deze natuurgebieden worden bezocht door recreanten en zijn potentiële trekpleisters voor vrijetijdsbesteding en recreatie. De grote diversiteit aan biotopen zorgt voor het bestaan van vele soorten flora en fauna.
67
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Het watersysteem is een belangrijke landschappelijke drager. Son en Breugel wordt doorsneden door de Dommel. Het beekdal van de Dommel is een natte natuurparel in Natuurnetwerk Brabant, een breed dal dat wordt gevoed via een stelsel van sloten en greppels. Alhoewel de Dommel soms wat verscholen ligt, draagt het in hoge mate bij aan de aantrekkelijkheid en identiteit van Son en Breugel. Het beekdal is bovendien ook van hydrologisch belang; waterberging kan hier bij (extreme) regenbuien plaatsvinden. Andere waterlopen zijn Ekkersrijt, Groote Beek en Breugelsche Beek.
Een sterke economie De omgeving van de gemeente Son en Breugel biedt weliswaar voldoende (hoogwaardige) werkgelegenheid, maar Son en Breugel heeft zeker niet alleen een forensenfunctie. Met name het bedrijventerrein Ekkersrijt heeft een bovenregionale economische functie en speelt een belangrijke rol in de Brainport. De bedrijvigheid en bijbehorende werkgelegenheid, van met name de Meubelboulevard, het Sciencepark, de logistieke maar ook de overige industriële bedrijvigheid, zorgt ervoor dat Son en Breugel een woon- én werkgemeente is. Ekkersrijt biedt relatief veel werkgelegenheid in de industriële- en handelssector en zakelijke dienstverlening. De werkgelegenheid in de agrarische sector en collectieve dienstverlening is in vergelijking met de provincie Noord-Brabant juist laag. De strategische ligging in de Brainportregio, in combinatie met de goede bereikbaarheid op het rijkswegennet, mist zijn uitwerking niet op de ontwikkeling van Ekkersrijt als groot gemengd bedrijventerrein met veelal innovatieve bedrijvigheid. Er wordt volop geïnvesteerd door grote en kleinere ondernemingen die hier gevestigd zijn of zich willen vestigen. De gemeente Son en Breugel biedt ondernemers de ruimte om te ondernemen. Het vestigings- en ondernemingsklimaat in de gemeente is zeer gunstig. Ook in het centrumgebied van Son en Breugel gaat het economisch gezien goed.
Het voorzieningenniveau is op peil en er is relatief weinig leegstand. Er is echter wel een trend gaande dat waar winkels verdwijnen, deze wordt ingevuld met horeca. Dit is met name geconcentreerd op en rond het Raadhuisplein. Son en Breugel kent een klein verzorgingsgebied met een bovengemiddelde omvang waarbij de nadruk met name ligt op de dagelijkse en in mindere mate modische artikelensector. Voorzieningen voor dagelijkse boodschappen zijn bovendien ook aanwezig in woonwijken.
68
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
De Meubelboulevard Ekkersrijt heeft een bovenregionale winkelfunctie op het gebied van ‘home & living’ en is, als grootste in Zuid-Nederland, één van de tien best presterende perifere detailhandelsconcentraties in Nederland. De Meubelboulevard trekt een groot winkelend publiek dat zowel voor het plezier als voor doelgerichte aankopen het gebied bezoeken. Door demografische en economische ontwikkelingen blijft de Meubelboulevard zeer interessant voor nieuwvestiging, beleggingen en investeringen.
Duurzaam Son en Breugel Uitgangspunt van het Sonse duurzaamheidsbeleid is dat we een duurzame gemeente willen zijn en dat we daarin voorop willen lopen. Er zijn veel initiatieven vanuit de samenleving en ondernemers van Son en Breugel, met name op het gebied van afvalstromen en energie. Deze initiatieven helpen de duurzaamheidsdoelstellingen te bereiken. Ook zijn door de gemeente worden diverse maatregelen genomen, zoals ecologisch beheer van de openbare ruimte, rioolwaterscheiding in enkele wijken, regenwaterafkoppeling en instrumenten voor een duurzaam grondbeleid. Het feit dat duurzaam zijn niet alleen een ambitie is, maar al volop in de praktijk gebracht wordt, maakt het een onderscheidende kwaliteit van Son en Breugel.
69
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Bijlage IV – Maatschappelijk krachtenveld Evenwichtige bevolkingsopbouw – kwalitatieve woningbouwopgave De Nederlandse bevolking groeit door. Ook in Son en Breugel is dat het geval. Vergrijzing – het percentage 65-plussers neemt toe – is daarbij een belangrijke trend die de toekomstige ontwikkelingen in de leefomgeving beïnvloedt. Daarnaast krimpt de gemiddelde grootte van de huishoudens en neemt het aantal huishoudens in de toekomst toe. Binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven is bovendien sprake van een sterke werking van het fenomeen ‘roltrapregio’, waarbij jongeren met name naar de stad trekken en op latere leeftijd weer ‘uitwaaieren’ naar de omliggende dorpen. Dit vraagt om extra ruimte voor wonen, werken en mobiliteit. Op basis van de provinciale prognose groeit de bevolking van Son en Breugel nog door tot het jaar 2037 (+630 inwoners). Daarna zal sprake zijn van een lichte daling. Bevolkingsgroei en een veranderende omvang van de huishoudensgrootte betekent voor Son en Breugel dat er tot het jaar 2040 nog circa 700 woningen gebouwd moeten worden om aan de vraag tegemoet te komen. Een deel van die vraag kan binnen de bebouwde kom worden opgevangen door inbreidingslocaties, herstructurering en splitsing van woningen. De inschatting is nu dat er nog ruimte is voor circa 400 woningen. Het resterende deel, circa 300 woningen, zal buiten de bebouwde kom een plek moeten krijgen.
De keuze zal gemaakt moeten worden om één of meer aanvullende woningbouwlocaties op te nemen. De demografische ontwikkeling – vergrijzing en gezinsverdunning – leidt daarnaast tot een vraag naar andere woonvormen. Hierdoor is er richting het jaar 2040 voornamelijk behoefte aan kleinere woningen en appartementen, voor alle leeftijden. Met het oog op de grote vraag door starters is van belang dat deze woningen betaalbaar zijn. Doordat in het beleid de nadruk op ‘langer thuis wonen’ ligt, blijven kwetsbare mensen (onder andere ouderen) met een zorgvraag bovendien langer in de wijk wonen. Dit vraagt om woonzorgvoorzieningen. Ook de omvang van de sociale woningvoorraad blijft een punt van aandacht. Tot slot is er een toenemende regionale vraag om specifieke doelgroepen te huisvesten. Gezien de bovengenoemde constateringen, de aantrekkende woningmarkt en het feit dat er steeds minder (mogelijke) woningbouwlocaties zijn, gaat de woningvoorraad in verhouding tot de behoefte steeds meer knellen. Het is erg belangrijk om de juiste keuzes in de woningbouwopgave te maken. Een dynamisch woningaanbod draagt namelijk bij aan een evenwichtige bevolkingsopbouw en dat is noodzakelijk om het dorp en de samenleving levendig te houden.
70
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Agrarisch gebied onder druk Agrarische bedrijven in Nederland produceren deels voor de wereldmarkt. We hebben in Nederland een van de meest efficiënte agrarische sectoren ter wereld. Sommige productiemethodes zorgen echter voor een milieubelasting op bodem, lucht en water. Daarnaast is de ecologische waarde van agrarische gebieden afgelopen decennia sterk afgenomen. Door processen van schaalvergroting komen de kleinschalige agrarische gebieden in Son en Breugel onder druk te staan. Dit heeft gevolgen voor de leefomgeving. De veehouderij zorgt namelijk voor geuroverlast en aantasting van de luchtkwaliteit. Aan de andere kant wordt in dit proces door boeren wel geïnvesteerd in moderne stallen die de overlast beperken. Om voldoende voedsel te produceren en tóch een kleinere invloed te hebben op het milieu, innoveert de agrarische sector continu. Het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouw Beleid van de EU is hierbij ook van belang. Daarnaast verandert het consumentengedrag: mensen hechten steeds meer waarde aan duurzaam geproduceerd voedsel, dierenwelzijn en de voedselkwaliteit. Een transitie naar kringlooplandbouw, wat Rijksbeleid is, heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld door toekomstige regelgeving in mestafzet en voerinkoop. Aandachtspunt bij deze ontwikkelingen is dat het verdienmodel van sommige agrarische sectoren nu al onder druk staat.
Deze transitie leidt ertoe dat er ook veel boeren stoppen met hun bedrijf. In de afgelopen jaren is het aandeel grond dat in agrarisch gebruik is al flink afgenomen. Met name de stoppersregeling voor de varkensveehouderij zal zorgen voor een nog verdere daling van het aantal agrarische bedrijven in Sonniuswijk. Verder is er sprake van een verbreding van functies in het buitengebied met bijvoorbeeld energie, toerisme en klimaatadaptatie. Hierin is de mate van intensivering en extensivering van agrarische activiteiten een aandachtspunt. Sonniuswijk is een gebied waar deze vraagstukken samenkomen.
Kwaliteit en toegankelijkheid van natuurgebieden en het Dommeldal De gemiddelde kwaliteit van de Nederlandse natuur is jarenlang achteruitgegaan, met verlies van biodiversiteit tot gevolg. Ook al vinden er verbeteringen plaats, er is nog geen sprake van herstel. De ruimtelijke, water- en milieucondities zijn nog niet op orde voor duurzaam voortbestaan van soorten en habitattypen van ons ecosysteem. Een derde van de Nederlandse dier- en plantensoorten is momenteel bedreigd. De Rijksoverheid benoemd de volgende algemene ambities: • het beschermen en verbeteren van de biodiversiteit; 71
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
• • •
het duurzaam benutten en beleven van natuur door natuurlijk kapitaal te behouden en versterken; natuur in de samenleving verankeren door de betrokkenheid bij de natuur te versterken. terugbrengen van verloren biodiversiteit op verschillende locaties.
Het gebied ten zuidoosten van Son en Breugel is een gebied met waardevolle groen- en waterstructuren. Natuur en de functie als natte natuurparel heeft de hoogste prioriteit in het gebied. De biodiversiteit staat echter door verruiging van natuurelementen aan de oevers van de Dommel en eventuele schaalvergroting van de landbouw onder druk. Verder is de Dommel niet goed beleefbaar voor inwoners en recreanten, onder andere doordat het gebied moeilijk te voet en met de fiets toegankelijk is. Er is bovendien geen recreatieve verbinding tussen het centrum van Son en Breugel en de Dommel. Een mogelijke toename van recreatie zou echter ook een toename van druk op het gebied betekenen. Dat verdraagt zich niet met de focus op natuurwaarden en biodiversiteit. Regiobreed ligt tot slot een aantal grote opgaven, zoals het bestrijden van wateroverlast en droogte (het creëren van waterbergingsgebieden) en het verbeteren van de waterkwaliteit. Verder is er nog een aantal andere aandachtspunten die spelen in onze natuurgebieden: • een deel van het NatuurNetwerkBrabant moet nog gerealiseerd worden. Voornamelijk in Breugelzuidoost liggen nog agrarische gebieden waar natuurontwikkeling moet plaatsvinden om het NatuurNetwerk te kunnen invullen.
Hierdoor mist momenteel ook continuïteit in de ecologische zone in Breugel-zuidoost; • in het natuurgebied ten westen van Son speelt het probleem van droogte. Met name in Oud Meer zakt het oppervlaktewater snel weg. Bovendien is het van belang om de eentonigheid van het omliggende bosgebied aan te pakken; • niet alleen in het buitengebied, maar ook in de dorpskern zelf is het van belang om aandacht te hebben voor biodiversiteit, met name in die dooradering van groenstructuren. Er ligt een opgave om de biodiversiteit in de dorpskern zelf te verbeteren; • de wens is het Dommeldal als natuurgebied door te trekken naar aangrenzend gebied: o ecologische verbinding Ekkersrijt /Groote Beek; o ecologische verbinding Wilhelminakanaal; o bosgebied Oud Meer – deze wordt echter doorsneden door de snelweg A50.
72
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Klimaat Energietransitie/RES-opgave Inleiding We hebben in Nederland nog een grote inhaalslag te maken als het gaat om de opwekking van duurzame energie. De afgelopen jaren zijn grote stappen gezet en met name de opschaling van wind op zee zal de komende jaren het percentage duurzaam opgewekte energie omhoog brengen. Desalniettemin zal er een opgave voor duurzame energieopwekking op land overblijven. De regio’s in Nederland maken de Regionale Energiestrategieën (RES). De 21 gemeenten in de Metropool Regio Eindhoven werken samen aan de RES (hierna RES MRE). Ook werken gemeenten aan Transitievisies Warmte (TVW). Dit betekent dat elke gemeente zal moeten nadenken hoe de transitie naar duurzame opwekking van elektriciteit en warmte gemaakt kan worden. Op middellange termijn (tot 2030) wordt er voor elektriciteit ingezet op zonne- en windenergie. Deze duurzame energiebronnen zullen meer zichtbaar zijn in het landschap. Na 2030 zijn er mogelijk innovaties te verwachten in bijvoorbeeld de opslag van nieuwe of efficiëntere vormen van energieopwekking. Daarnaast ligt er een opgave om aanzienlijke hoeveelheden energie te besparen. Uitgangspunt van het duurzaamheidsbeleid van Son en Breugel is dat we voorop willen lopen en een duurzame gemeente willen zijn. Besparen van energieverbruik In de RES MRE is het besparen van energie als topprioriteit benoemd.
Het reduceren van 95% van de CO² uitstoot in 2050 is enkel te halen als er minder energie verbruikt wordt. Ook zorgt een besparing van energie ervoor dat er uiteindelijk minder ruimte nodig is voor de duurzame opwekking van energie. Als gemeente zetten we hier al jaren in door onze inwoners en bedrijven te faciliteren en te stimuleren om te investeren in isolatie, vermindering van het elektriciteitsgebruik, gedragsverandering et cetera. Als een economisch sterke gemeente ligt hierbij ook een (relatief) grote opgave bij de bedrijven. We gaan hiermee door en willen dit de komende jaren zelfs gaan versnellen. Omdat het draagvlak hiervoor groot is en de (ruimtelijke) consequenties beperkt, benoemen we in de visie vooral de nieuwe keuzes die we willen maken. Duurzame opwekking van elektriciteit In de RES MRE hebben de 21 gemeenten een gezamenlijk bod richting de Rijksoverheid gedaan van 2 TWh opwekking via zon en wind in 2030. Bijna 60% (1.15 TWh) van de opgave is al gerealiseerd of zit in het proces van realisatie. We verwachten daarnaast nog 0.28 TWh te kunnen realiseren op daken, braakliggende gronden, vuilstorten of langs infrastructuur. In totaal is daarmee 1.43 TWh van de opgave ingevuld en moet nog 0.57 TWh gerealiseerd gaan worden op agrarische grond.
Om een onderbouwde afweging te kunnen maken over welke (landbouw)gebieden geschikt zijn om zonnevelden of windmolens te realiseren, is de regio samen met de provincie in de zomer van 2020 een planMER gestart. In de planMER worden de verschillende zoekgebieden gewogen op thema’s als milieueffecten, biodiversiteit, kwaliteit van het landschap et cetera. Sonniuswijk is een van de zoekgebieden voor de grootschalige opwekking van elektriciteit. De milieutechnische afweging van de planMER is afgerond. Binnen de omgevingsvisie doen we een eerste aanzet richting de invulling van het zoekgebied. Warmtetransitie De warmtetransitie, het uitfaseren van het aardgas naar een duurzame warmtebron, gaat de grootste verbouwing van Nederland worden. Samen met woningbouwcorporaties, bewoners, netbeheerders, vastgoedeigenaren, andere stakeholders en medeoverheden stelt de gemeente in 2021 de 73
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
transitievisie warmte op. De TVW geeft richting aan het uitfaseren van aardgas (het op termijn stoppen) en de toekomstige duurzame warmtebronnen met als eindpunt 2050 en benoemd de ‘koploperbuurten’ waar we tot 2030 mee aan de slag gaan. Vanwege het parallelle proces worden de uitkomsten van de transitievisie warmte verwerkt in de omgevingsvisie 2.0 (uit de Omgevingswet volgt dat de omgevingsvisie regelmatig moet worden geactualiseerd). Klimaatadaptatie In de Klimaatstresstesten die zijn uitgevoerd in opdracht van de gemeente Son en Breugel komen de volgende aandachtspunten- en gebieden naar voren: • hitte: op bedrijventerrein Ekkersrijt en in het centrumgebied van Son is sprake van een hitteeilandeffect vanwege de grote mate van verharding op deze locaties; • droogte: er is sprake van droogtegevoeligheid in met name het buitengebied; in en rondom de Dommel en in het buitengebied ten zuidoosten van Breugel (beekdalen) en daarnaast ondervinden de agrarische gebieden ook overlast van de droogte (Sonniuswijk; • wateroverlast: op veel plaatsen in de dorpskern Son en Breugel zal in de toekomst sprake zijn van wateroverlast, als gevolg van de toenemende intensiteit van regenbuien.
Mobiliteit De mobiliteit zal met de groei van de bevolking en de economie in Nederland meegroeien. Bereikbaarheid is een belangrijk ordeningsprincipe. Dat wil zeggen dat gebieden die reeds goed ontsloten zijn over het algemeen de voorkeur hebben bij de locatiekeuze voor nieuw te ontwikkelen woon- en werkgebieden. Hierbij wordt in landelijk beleid toegewerkt naar ‘mobility as a service’ en de inzet van Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV). Dit houdt in dat nadruk komt te liggen op een slimme koppeling tussen verschillende vervoersmiddelen, voornamelijk gericht op woon-werkverkeer. Verdere digitalisering van onze mobiliteit en technologische ontwikkelingen en kansen die daarbij komen kijken, hebben daarbij onze aandacht. Voor nu is de trend zichtbaar dat het autogebruik vooralsnog blijft toenemen voor de middellange afstand, terwijl autobezit minder hard groeit dan voorheen. Er is sprake van groei in fiets- en treingebruik. Fietsen in de stad wordt steeds populairder, terwijl het fietsgebruik in dorpen afneemt omdat er minder voorzieningen in de dorpen zijn en men dus verder moet reizen. De elektrische (bak)fiets of e-bike komt wel als alternatief naar voren. Het aandeel van de elektrische (bak)fiets blijft groeien en deze wordt ook gebruikt voor woon-werkverkeer. Ook de elektrische auto is in opmars. Er 74
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
gaat daarnaast steeds meer gebruik worden gemaakt van deelconcepten en digitale platforms waarbij laagdrempelig uit een variatie aan mogelijke vervoersmiddelen kan worden gekozen. Dit biedt ook kansen voor nieuwe parkeeroplossingen. Nieuwe mobiliteitsconcepten en elektrificatie van vervoersmiddelen brengen consequenties met zich mee. Er moet ruimte worden gemaakt voor elektrische laadpalen, parkeernormen moeten worden aangepast (vanwege deelauto’s bijvoorbeeld), fietsstraten worden aangelegd en fietspaden moeten worden verbreed. Aan de andere kant leidt elektrificering tot een daling van het CO2 -uitstoot en een schonere lucht. Ook in de Brainportregio wordt het steeds drukker op de weg, zeker nu de economie zich in ‘goed vaarwater´ bevindt. Dit is merkbaar op de wegen in de gemeente Son en Breugel – een congestie van snelweg A50 dreigt waardoor de druk op de regionale bereikbaarheid toeneemt. Lokaal is bovendien sprake van overlast van doorgaand sluipverkeer. Met name op de route Veerstraat-WilhelminalaanBoslaan-Bestseweg en de route Rooijseweg-H.-Veenemanstraat-Nieuwstraat-Kanaalstraat is het erg druk. Hierdoor is ook in het centrum van Son en Breugel sprake van overlast. Daarnaast wordt het in Son en Breugel steeds drukker op de fietspaden, waarop met veel verschillende (fiets)voertuigen, met verschillende snelheden, wordt gereden.
Hierin missen bovendien nog enkele belangrijke links in de (regionale) fietsverbinding. Tot slot neemt door toename van vrijetijdsbesteding de drukte op recreatieve fietsroutes toe.
Economie: profilering Ekkersrijt Een belangrijke ambitie is de transitie naar een circulaire economie. Een circulaire economie betekent drie ontwikkelingen: • bestaande productieprocessen maken efficiënter gebruik van grondstoffen, zodat er minder grondstoffen nodig zijn; • wanneer nieuwe grondstoffen nodig zijn, wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van duurzaam geproduceerde, hernieuwbare (onuitputtelijke) en algemeen beschikbare grondstoffen; • er vindt ontwikkeling van nieuwe productiemethodes en nieuwe circulaire producten plaats. Deze circulaire transitie vindt plaats op bedrijfsniveau, maar ook in het ruimtelijk functioneren van de bedrijventerreinen. De bedrijventerreinen zijn nu goed voor ongeveer 30 procent van de werkgelegenheid in Nederland. Momenteel zien we de vraag naar grootschalige bedrijventerreinen toenemen. Dit is deels voor de groeiende lokale maakindustrie, maar met name voor de logistieke sector. Daarnaast brengen digitalisering van de economie en technologische ontwikkelingen kansen en uitdagingen met zich mee. Denk daarbij aan de inwerkingstelling van een 5G-netwerk en de mogelijke slimme toepassingen in onze leefomgeving (het zogenoemde ‘smart-city concept’). 75
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Het algehele beeld van de economie in Son en Breugel is zoals gezegd positief. Dit wil echter niet zeggen dat er geen aandachtspunten zijn. Op Ekkersrijt speelt het volgende: • in het Masterplan Ekkersrijt en de Visie Sciencepark staat het huidige beleid voor dit gebied. De gemeente wil de economische structuur verbreden, de bereikbaarheid verbeteren en de creativiteit, innovatiekracht en de werkgelegenheid vergroten. Daar komt de ruimtelijke uitstraling/inrichting en de verduurzaming c.q. klimaatneutraliteit van de bedrijven en het bedrijventerrein bij; • de bereikbaarheid (MIRT) - de tweede ontsluiting op het bedrijventerrein en het parkeren vragen aandacht. Ook moet worden nagedacht over nieuwe mobiliteitsconcepten zoals deelmobiliteit en oplaadpalen en -stations voor elektrische voertuigen; • functiemenging is een belangrijk onderwerp. Daarbij gaat het om de vraag of en hoe wonen en werken samengaan en hoe omgegaan moet worden met de huisvesting van arbeidsmigranten en kenniswerkers. De vraag is of dit wenselijk is of dat integratie in bestaand stedelijk gebied niet beter is. Verder zijn de afsplitsing van kantoren en de vraag naar leisure/hotel aandachtspunten; • de deelgebieden van Ekkersrijt vragen allemaal een iets andere benadering. Beleid moet per deelgebied worden ontwikkeld.
Economie: aantrekkelijkheid dorpscentrum Son In het centrum van Son is sprake van een verschuiving van winkelen naar elkaar ontmoeten, in lijn met de algemene trend. Dit uit zich in de opvulling van leegstaande winkels met horeca en andere functies. De vraag is hoe we hiermee moeten omgaan. Enerzijds is het mogelijk om te kiezen voor concentratie van bepaalde functies, zoals horeca op het Raadhuisplein. Ruime mogelijkheden in de bestemming laat aan de andere kant de markt bepalen wat de beste plek is voor de functie. Belangrijk is met het oog op de versnelde trends dat het centrum compact en aantrekkelijk blijft voor overzichtelijk en effectief bezoek. Daarnaast moet een goede balans worden gevonden tussen levendigheid en leefbaarheid. Dit is niet alleen gericht op horecagelegenheden, maar voornamelijk ook op de ruimte voor evenementen. Verder is er de behoefte om de inrichting van de openbare ruimte in het centrum te verbeteren zodat, met het oog op de ontmoetingsfunctie, een aantrekkelijk verblijfsplaats ontstaat. Genoemd in dit verband zijn de doorsnijding en barrièrewerking van de Nieuwstraat en de stenige inrichting van het centrumgebied. Er ligt een opgave om de verkeersdrukte in het centrumgebied te verminderen en meer ruimte te bieden voor langzaam verkeer en verblijfsfuncties. Daarnaast moet de groenstructuur
76
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
worden verbeterd. Een groenere inrichting dient meerdere doelen (hittestress, gezondheid en welzijn, verblijven en ontmoeten). Tot slot is de verbinding met en de beleefbaarheid van het Dommeldal zwak. In samenhang daarmee is het van belang dat Son en Breugel een beperkt aanbod van toeristisch of recreatieve voorzieningen kent, terwijl er gezien de aantrekkelijke natuurlijke omgeving wel mogelijkheden toe zijn. Hierbij moet ook aandacht zijn voor de versterking van het landschap (in samenwerking met buurgemeenten) en de profilering van cultuurhistorie, waaronder erfgoedtoerisme.
Milieu, gezondheid en veiligheid onder druk Gezondheidsbescherming Milieu, gezondheid en veiligheid zijn thema's die in het kader van de Omgevingswet en de bredere blik op de fysieke leefomgeving een prominentere plaats krijgen in het omgevingsbeleid. Door normen te stellen is de kwaliteit van onze leefomgeving in de afgelopen decennia verbeterd. Dit heeft een gunstig effect gehad op onze gezondheid en veiligheid. De effecten op de gezondheid als gevolg van lokale, regionale, landelijke en zelfs Europese emissies vanuit verkeer, industrie, veehouderij, bouwactiviteiten, vliegverkeer et cetera zijn echter nog steeds aanzienlijk. Dergelijke emissies hebben allemaal invloed op de leefomgeving van mens en dier. Denk hierbij aan de aantasting van luchtkwaliteit en vermindering van biodiversiteit, maar ook geluidsoverlast vanuit deze bronnen heeft effect op de kwaliteit van de leefomgeving. Uit onderzoek van de GGD is gebleken dat de geluidshinder bij inwoners in Son en Breugel is toegenomen. Er is sprake van geluidsoverlast door het wegverkeer, met name aan de dorpsrand langs de snelweg A50. Geluidswallen voldoen kennelijk niet altijd. Op navolgende afbeelding is de indicatieve geluidbelasting van het wegverkeer opgenomen. Ook enkele (industriële) bedrijven op Ekkersrijt veroorzaken geluidsoverlast.
Omdat de geluidszones vol zitten, wordt echter geen verdere toename van geluidsoverlast verwacht.
77
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Verder is het vliegverkeer van en naar Airport Eindhoven de laatste jaren fors toegenomen. De geluidsoverlast wordt aangekaart als voornaamste hinder door omwonenden. In Son en Breugel ondervinden voornamelijk de inwoners van die gebieden overlast, die binnen de 48 dB-geluidscontour liggen. De 48 dB-geluidscontour van het vliegveld is aangegeven op de navolgende afbeelding.
Wanneer wordt gekeken naar de luchtkwaliteit, blijkt dat de concentraties fijnstof (PM10) in de buitenlucht de wettelijke norm niet overschrijden, met uitzondering van een enkele locaties in Sonniuswijk. De adviesnorm van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) wordt echter wel overschreden. Dit betekent dat op sommige plekken in de gemeente sprake is van een matig tot slecht leefklimaat. Zie navolgende afbeeldingen (Atlas voor de Leefomgeving) voor een weergave van de concentratie van fijnstof (PM10) en stikstofdioxide. Ook de ervaren overlast is toegenomen. 78
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Specifieke aandachtspunten zijn de veehouderijen die met name in Sonniuswijk en in mindere mate in Breugel-zuidoost zijn gevestigd. Deze locaties zijn aandachtsgebied met betrekking tot luchtkwaliteit (endotoxine) en geuroverlast (zie navolgende afbeelding, ODZOB). Aangezien het de verwachting is dat een aantal veehouderijen zal stoppen, wordt uitgegaan van een verbetering van de luchtkwaliteit en geuroverlast. Daarnaast is Ekkersrijt een aandachtsgebied met betrekking tot geuroverlast, met name het westelijk deel van het terrein.
79
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
In Son en Breugel is tot slot een aantal bedrijven aanwezig met risicocontouren op het gebied van externe veiligheid, voornamelijk op Ekkersrijt. Op de navolgende afbeelding zijn de aandachtszones van risicobronnen weergegeven (ODZOB). Voor de bedrijven met externe veiligheidsrisico’s op Ekkersrijt is het doel in het huidige beleid de risicodragende activiteiten te beheersen en tot een minimum te beperken. In de westhoek is een aantal bedrijven met een grotere milieubelasting gevestigd. Bij deze bedrijven zijn ontwikkelingen gewenst die gepaard gaan aan een afname van de milieubelasting.
In de afbeelding hieronder is het totale milieugezondheidsrisico weergegeven (Atlas voor de Leefomgeving). Dat zijn de beschreven milieuaspecten bij elkaar opgeteld. Hieruit blijkt dat de belasting door luchtvervuiling én omgevingsgeluid zeker substantieel is. Wettelijke normen worden in principe niet of in beperkte mate overschreden, maar aan de gezondheidskundige advieswaarden wordt meestal niet voldaan (GGD / WHO). Hier kan dus nog winst worden geboekt. In de prognose voor de langere termijn wordt wel een verbetering van de luchtkwaliteit verwacht door onder andere de elektrificatie van het verkeer, de sanering van veehouderijen en aanvullende milieumaatregelen bij bedrijven en veehouderijen.
80
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Gezondheidsbevordering In de omgevingsvisie richten we ons op de fysieke leefomgeving. Dit draagt ook bij aan de gezondheidsbeleving van mensen. Inwoners ervaren een gezonde leefomgeving, waar gezonde keuzes gemakkelijk en logisch zijn, en waar negatieve invloed op gezondheid zo klein mogelijk is, als prettig (bron: GGD). Mensen die wonen in een gezonde leefomgeving hebben bijvoorbeeld minder vaak last van onder andere eenzaamheid, psychische klachten en een onveilig gevoel. Door te zorgen voor een aantrekkelijke, groene leefomgeving waarin ruimte is ontmoeten, spelen en bewegen wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan een gezonde leefstijl en het welbevinden van mensen. Hierin is het belangrijk aandacht te hebben voor de demografische ontwikkelingen binnen de gemeente en trends in leefstijl en voorzieningenbehoefte van verschillende doelgroepen. Dit is namelijk medebepalend voor de inrichting van de leefomgeving. Met het oog op de vergrijzing is het voor ouderen bijvoorbeeld belangrijk dat de openbare ruimte goed toegankelijk is en voorzieningen niet te ver weg gelegen zijn. Zo moet worden ingespeeld op de veranderende sportbehoefte van jongeren en volwassenen, die meer individueel en commercieel is geworden. Hierdoor is meer behoefte aan sportmogelijkheden in de openbare ruimte.
De aandacht voor deze ‘zachte’ kant van gezondheidsbescherming is belangrijk omdat als gevolg van een terugtrekkende overheid de eigen verantwoordelijkheid voor de sociale leefomgeving en de burger steeds meer centraal komt te staa,. Hiervoor is sociale cohesie en ontmoeting binnen de lokale gemeenschap erg belangrijk. Dat is lastig want de trend die we zien is juist individualisering van de samenleving en verdwijnende voorzieningen (en dus ontmoetingsplekken) in kleinere kernen. Ook wordt er meer verwacht van de ondersteuning van de omgeving, terwijl de sociale structuur van wijken en buurten hier niet altijd op is berekend. Het voorkomen van eenzaamheid is daarbij een aandachtspunt. 81
Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!
Ook veiligheid speelt een belangrijke rol in het welzijn en de gezondheidsbeleving van inwoners. Wat dat betreft is van belang dat de afgelopen jaren in de provincie Noord-Brabant een toename in ondermijnende activiteiten laten zien. Er wordt met name overlast ondervonden in het buitengebied, door bijvoorbeeld het dumpen van drugsafval. In Son en Breugel is nog geen sprake van een verhoogd aantal incidenten. Het risico op ondermijnende activiteiten bestaat in de gemeente niet alleen in het buitengebied, maar ook op Ekkersrijt en dan met name in leegstaande bedrijfspanden.
82