CConstaterende datSon en Breugel
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Jaarstukken 2024

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente Son en BreugelBij agendapunt: Jaarstukken 202433.776 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Masterplan Ekkersrijt

2015 e.v.

12 november 2015

Herijking via Uitwerkingsprogramma Ekkersrijt

Visie Sciencepark

2017 e.v.

21 december 2017

Herijking via Uitwerkingsprogramma Ekkersrijt

Programmering werklocaties SGE en financieel arrangement 2021 - 2024

2021-2024

23 september 2021

Regionale programmering werklocaties

Regionale Detailhandelsvisie 2023

2023 e.v.

23 november 2023

Regionale Energie Strategie MRE

2021-2023

Q4 2021

Transitievisie Warmte

2021-2026

Q4 2021

Actualisatie elke 5 jaar

12 december 2024

uitwerking tot het 'ontwikkelplan de Breeakker -noordelijk deel-'

Ontwikkelvisie de Breeakker -noordelijk deel-'

Nieuwe Woondeal via MRE voorzien in 2025 Vaststelling nieuwe Huisvestingsverordening voorzien in 2025

Wat hebben we ervoor gedaan? Omgevingswet 1. Zorg dragen voor een adequate implementatie van de Omgevingswet, waarbij de klantservice snel, eenvoudig en beter kan plaatsvinden. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Het jaar 2024 was het 1e jaar waarin we de 1e ervaringen hebben opgedaan met de producten die voor de implementatie waren voorbereid. Daarmee hebben we steeds meer inzicht gekregen in de (door)werking van de Omgevingswet. Bestaande producten (zoals de nieuwe werkprocessen, legesverordening, standaard brieven, kaders van de raad zoals het adviesrecht) zijn toegepast en waar nodig al verbeterd. Tevens zijn nieuwe producten opgepakt voor een nadere uitwerking (onder andere het aspect van het kostenverhaal).

Jaarstukken 2024

41

2. Diverse instrumenten onder de Omgevingswet door ontwikkelen volgens de (tweejaarlijkse) beleidscyclus. 1. Algemeen De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging van alle beleidsvelden met invloed op de fysieke leefomgeving, zodat we een veilige en gezonde leefomgeving kunnen realiseren. Variabelen zijn onder meer de leefbaarheid, gezondheid, mobiliteit, werkgelegenheid, duurzaamheid, veiligheid en wonen. De Omgevingswet heeft daarnaast ook de ambitie om de inzichtelijkheid voor de samenleving te vergroten, een samenhangende benadering te bevorderen, te versnellen en te verbeteren en lokale afwegingsruimte te bieden. Bovendien vereist de Omgevingswet een integrale inbreng van nieuwe beleidsthema’s op het gebied van gezondheid, klimaat en energie. 2. Omgevingsvisie De raad heeft de "Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!" op 19 mei 2022 vastgesteld. In 2024 hebben we vorderingen gemaakt met de diverse uitwerkingsprogramma's voor deelthema's of deelgebieden. Deelthema's wonen, gezondheid, mobiliteit en deelgebieden Sonniuswijk, Ekkersrijt en centrumgebied Son. De uitwerkingen vormen uiteindelijk de bouwstenen voor de volgende versie(s) van onze omgevingsvisie. a.

Visie deelgebied Sonniuswijk Voor Sonniuswijk hebben we in 2024 via intensieve participatie toegewerkt naar de conceptvisie en hebben we het programma onderdeel gemaakt van een samenwerking met Meierijstad, Best en het waterschap onder de projecttitel Sandwyck. We gaan het gesprek aan met Rijkspartijen en provincie over gezamenlijk optrekken bij de uitvoering van de projecten en uitdagingen die ons te wachten staan. b. Centrumvisie Son We hebben in 2024 vanuit 3 scenario's, integraal en met een uitgebreide participatie, toegewerkt naar een visie op het centrumgebied van Son. Deze visie geeft een stip op de horizon voor het centrumgebied en maakt een aantal beleidskeuzes welke na vaststelling verder kunnen worden uitgewerkt. c. Volkshuisvestingsprogramma Wendy / Natalie d. Mobiliteitsvisie Wij streven naar een veilig, leefbaar en bereikbaar dorp voor iedereen. Vanwege de schaalsprong groeit de regio de komende jaren enorm en daarmee zal ook het aantal verplaatsingen toenemen. De groei drukt op de Mobiliteit in de brede zin van het woord wat gevolgen zal hebben op de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid. De huidige verkeerssituatie en de toekomstige ontwikkelingen vragen om een nieuwe visie op de wijze hoe we met verkeer in de gemeente om willen gaan. Dit is vastgelegd in een gemeentelijke Mobiliteitsvisie welke aansluit bij de Regionale Mobiliteitsvisie.

Het college heeft de Mobiliteitsvisie ter bespreking en besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. e. Gezondheid Door de GGD is een geactualiseerde versie van het rapport OOG voor Gezondheid in de Omgevingsvisie Son en Breugel opgesteld. Deze dient als basis voor de nieuwe versie van de omgevingsvisie. 3. Omgevingsplan In 2024 hebben we verdere stappen gezet met de vormgeving en inhoud van het ontwerp 'omgevingsplan Son en Breugel'. De bestemmingsplannen die betrekking hebben op de woongebieden en het gebied 'Ekkersrijt' zijn omgezet naar ons ontwerp "Omgevingsplan Son en Breugel". Voor alle verdere werkzaamheden om te komen tot een ontwerpomgevingsplan (eind 2025) hebben we in 2024 opdracht verleend.

Jaarstukken 2024

42

Om meer grip te houden op een correcte inpassing in het ontwerp-omgevingsplan van allerlei afzonderlijke thema's (zoals alle afzonderlijke milieuthema's, de vertaling van bestaande verordeningen, regelingen en beleidskaders), is het werkproces ingericht met specifieke bijeenkomsten naar deelthema. 4. Digitalisering Al het materiaal van de werksessies voor het omgevingsplan, is en wordt digitaal vertaald en verwerkt. Tussentijds hebben we getest of de digitale verwerking in onze software ook werkt in het DSO-LV (Digitaal stelsel Omgevingswet Landelijke Voorziening) waar iedereen straks mee moet gaan werken. De testen zijn succesvol geslaagd. In het kader van het DSO en het Omgevingsloket hebben we stappen gezet tot inhoudelijke verdieping en het opstellen van beslisbomen in het kader van de optie in dit Omgevingsloket 'vergunningencheck'. Omdat de precieze juridische inrichting van deze beslisbomen samenhangt met de voortgang van ons omgevingsplan, gaat het nog met name om voorwerk. 5. Deelname project SPRONG We hebben besloten deel te nemen aan het project SPRONG. Een initiatief van de VNG om met alle Brabantse gemeenten informatie te delen en samen te ontdekken hoe een omgevingsplan in elkaar kan zitten en hoe planregels kunnen worden opgezet. Vanwege onze 'voorsprong' brengen wij met name onze ervaring in.

Tegelijkertijd kunnen we toetsen of datgene wat wij hebben afgerond doordacht is.

Ruimte 3. Voorzien in een tijdige en adequate behandeling van alle ruimtelijke initiatieven. De ontwikkeling van een passend bouwplan in de bestaande leefomgeving dient zorgvuldig plaats te vinden. Het vraagt om verantwoord gebruik van aanwezige kwaliteiten met locatie specifieke afwegingen. Benodigd onderzoek, de afweging van toenemende (stapeling van) ambities binnen de diverse beleidsterreinen, vragen veel onderzoek en tijd. De omgevingsdialoog (burgerparticipatie) vraagt eveneens om inzet. We constateerden in 2024 dat het draagvlak van bouwplannen in de bestaande leefomgeving soms lastig te krijgen is. Daarmee zien we dat de doorlooptijden van studies, planuitwerkingen en dergelijke steeds meer tijd vraagt. Initiatiefnemers hadden het in 2024 nog steeds lastig om woningbouwprojecten gerealiseerd te krijgen. De prijsstijgingen en stapeling van ambities zetten exploitaties onder druk. Initiatiefnemers twijfelen om daadwerkelijk te starten met de bouw van de woningen. De uitvoering van onze voorwaarden van woonprogramma's en de begin 2023 gesloten Woondeal regio Zuidoost-Brabant met het rijk, leidden tot uitdagende gesprekken. Prijsstellingen zetten de gemeentelijke grondopbrengsten onder druk om toch haalbare projecten te krijgen en stappen te kunnen zetten in nieuwe woningbouwprojecten in Son en Breugel.

De voorbereiding van bouwprojecten, de ligging van de locaties, participatie, besluitvorming, juridische procedures, financiële haalbaarheid schetsen een somber beeld voor de voortgang van de woningbouwprojecten en zijn vaak oorzaak van vertraging en stagnatie. Desondanks zijn in 2024 enkele plannen afgerond en in procedure gebracht en zijn enkele procedures afgerond. Ook zijn flinke stappen gezet in de voorbereiding van andere bouwplannen. De raad is daar ieder kwartaal in informatiesessies over bijgepraat en geïnformeerd. In het kader van het gevestigde voorkeursrecht is eind 2024 de "Ontwikkelvisie de Breeakker noordelijk deel-" vastgesteld. De ontwikkelvisie vormt een kaderstellend document voor een verdere uitwerking naar een ontwikkelplan waarin de gemeentelijke ambities voor 'groen/natuur', 'infrastructuur' en 'nieuwe woongemeenschappen' een plaats krijgen. Daarmee bereiden we ons voor op een nieuwe wijk in de toekomst. Tevens hebben we de stap gezet om met Woonbedrijf gesprekken te voeren over de eventuele overname van het woningbezit van deze corporatie.

Jaarstukken 2024

43

4. Voorzien in kwalitatief passende ontwikkelingslocaties. In de diverse beleidsvisies hebben we ambities, doelstellingen en veelal ook uitvoeringsprogramma’s opgenomen die een richting aanduiden. Veelal is er sprake van een uitnodiging aan de samenleving en andere netwerkpartners om te komen met eigen initiatieven. Zodra derden initiatieven indienen, toetsen we deze aan de intenties van deze visies. In 2024 zijn diverse nieuwe initiatiefvoorstellen voor de ontwikkeling van gebieden in behandeling genomen. Voor het overige betreft het met name de voortgang en verdere uitwerking en begeleiding van al lopende ontwikkelingslocaties. We hebben de raad periodiek geïnformeerd over de voortgang van deze ontwikkelingslocaties.

Wonen 5. Het opstellen van een Woonprogramma (inclusief flankerend beleid). Volkshuisvestingsprogramma Na de vaststelling van de 'Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!' hebben we in 2024 gewerkt aan het tot stand brengen van het Volkshuisvestingsprogramma. Dit hebben we gedaan samen met tal van belanghouders en vertegenwoordigers uit de gemeenschap, het maatschappelijk middenveld, marktpartijen en overige stakeholders.Tevens hebben wij werksessies hiervoor gehouden met de gemeenteraad. In dit Volkshuisvestingsprogramma besteden we onder andere aandacht aan nieuwe wetgeving, ontwikkelingslocaties voor woningbouw (update Kaders als Koers), flankerend beleid en faciliteren doelgroepen. Tevens vindt daarin ook een lokale doorvertaling plaats van regionaal beleid op het gebied van wonen in het Stedelijk Gebied Eindhoven en binnen de Metropoolregio Eindhoven. Landelijke, provinciale en regionale ontwikkelingen, kaders en ambities Zoals hierboven aangegeven, moet onze uitwerking van het deelthema Wonen onlosmakelijk verbonden worden met de landelijke, provinciale en regionale kaders en ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen op de woonmarkt zijn hierin geïntegreerd, zodat we een geheel up-to-date woonbeleid en woonkaders krijgen.

Met als uitgangspunt 'Bouwen aan gemeenschappen.' Het gaat daarbij onder meer om: • het rekenschap nemen van de ‘Woondeal regio Zuidoost-Brabant’ en de mogelijke doorvertaling van deze woondeal naar Son en Breugel; • de komende (concept) wetgeving vanuit het Ministerie van BZK/ VRO en de mogelijke doorvertaling hiervan naar Son en Breugel; • woningbehoefteprognose van de provincie Noord-Brabant (najaar 2023); • de druk op de woningmarkt en de blijvend structurele vraag naar woningen; • de aanwezige en extra aandacht voor de diversiteit aan doelgroepen; • de wens van tijdelijke en structurele woonprogramma’s en dergelijke. Intenties Volkshuisvestingsprogramma in Son en Breugel Het Volkshuisvestingsprogramma is allereerst bedoeld om de diverse vraagstukken op het gebied van Wonen binnen de gemeente Son en Breugel inzichtelijk te maken. Daarnaast is het doel van het Volkshuisvestingsprogramma om duidelijkheid te geven over: • welke toekomstige woningbouwlocaties beschikbaar zijn c.q. kunnen komen om de woningbouwopgave te faciliteren (zowel kwalitatief is als kwantitatief); • welke onderdelen van het ‘flankerend beleid’ toepassing vinden in Son en Breugel; • voor welke doelgroepen de woningmarkt open staat (waarbij rekening gehouden wordt met een diversiteit aan doelgroepen); • de huisvesting van aandachtsgroepen zoals beschreven in ‘Een thuis voor iedereen’.

Hier is ook relatie met de nog op te stellen woonzorgvisie (spreiding groepen, draagkracht en draaglast in de wijk en ondersteuningsstructuur in het kader van langer thuis wonen); • de relatie met duurzaamheid; • de relatie met de inclusieve samenleving / leefbaarheid / ‘brede welvaart.’

Jaarstukken 2024

44

Prestatieafspraken Wij hebben meerjarige prestatieafspraken voor de periode 2022-2025 gemaakt met Woonstichting ‘thuis en Woonbedrijf. Ook de huurdersvertegenwoordigers van beide corporaties zijn hierbij betrokken geweest. Jaarlijks doen de beide corporaties een zogenaamd ‘bod’ op de gemeentelijke Woonvisie/Woningbouwprogramma/ nieuwe Programma Wonen. In 2024 hebben we - samen met Woonstichting 'thuis - gewerkt aan de update voor 2025. Tevens hebben we deelgenomen aan de jaarlijkse strategische herijkingssessie die door Woonstichting 'thuis hiervoor is georganiseerd. Met Woonbedrijf hebben we afgesproken, dat we de geldende meerjarige prestatieafspraken voor de periode 2022-2025 blijven hanteren. Dit vanwege het feit dat wij geen kerngemeente meer zijn voor Woonbedrijf. Woonbedrijf is zich aan het oriënteren om zijn bezit over te dragen aan een andere corporatie.

6. Invulling geven aan de ambitie van het kwantitatieve gewenste woningbouwprogramma. Naast kwalitatieve aspecten, dient ook aandacht te bestaan voor de kwantitatieve vraag en de locaties waar Son en Breugel (met rekenschap dat Son en Breugel participeert in het Stedelijk Gebied Eindhoven en de Metropool Regio Eindhoven) haar bijdrage zou kunnen leveren. Vanuit het kwantitatief gewenste bouwprogramma richt het Volkshuisvestingsprogramma zich op: • een overzicht van de ontwikkelingslocaties die voor woningbouw aan de orde komen om invulling te geven aan de doelstelling om tot het jaar 2040 minimaal 700 woningen te realiseren (motie raad) c.q. 250 woningen in de periode 2022-2026 (bestuursakkoord); • de afspraken gemaakt op regionaal niveau (verstedelijkingsakkoord) optioneel 850 woningen tot 2040 en een netto opgave van 610 woningen tot 2030 vanuit de Regionale Woondeal; • de mogelijk extra vraag die ontstaat vanuit de economische groei van de regio. Er ligt hier een directe relatie met het met maatregel 4 van het thema ruimte, te weten: 'voorzien in kwalitatief passende ontwikkelingslocaties'. Waarbij steeds meer 'uitdagingen' ontstaan om te komen tot nieuwe plannen/ gebiedsontwikkelingen en de daadwerkelijke realisatie daarvan. In 2024 zijn er 6 woningen gerealiseerd (lees: opgeleverd).

Duurzaamheid 7. Son en Breugel wil een klimaat neutrale gemeente zijn. Wij willen de transitie naar een fossielvrije samenleving versnellen. Samen met de regio hebben we in 2021 hiervoor de Regionale energie strategie (RES) vastgesteld. De RES is een gezamenlijk bod richting de Rijksoverheid, voor de uitvoering van het klimaatakkoord tot 2030. In 2024 zitten we midden in de uitvoering hiervan, met onder andere het finaliseren van een gebiedsvisie voor Sonniuswijk waarin ruimte is voor een energielandschap. Op Ekkersrijt hebben we samen met de Provincie, Waterschap, OVE en individuele bedrijven stappen gezet in een gezamenlijke aanpak in het kader van de Grote Oogst aanpak. Er is verkennend onderzoek gedaan naar energyhubs en er is gestart met inzamelrondes van verschillende reststromen. Met Enexis werken we aan de verzwaring van ons elektriciteitsnet. Dit gaat er in de komende jaren voor zorgen dat de energietransitie zo min mogelijk gehinderd wordt door de beschikbare netcapaciteit. Voor het elektrisch laden van auto’s hebben we in 2024 een visie op laden en laadbeleid vastgesteld. We hebben in 2024 een start gemaakt met de uitwerking van het Duurzaamheidsbeleid. We stimuleren onze inwoners via concrete projecten.

Dit doen we op verschillende manieren: • We hebben samen met SonEnergie een digitaal en fysiek energieloket gecontinueerd, waar inwoners laagdrempelig informatie krijgen over het verduurzamen van hun woning. SonEnergie heeft in 2024 43 energiescans uitgevoerd bij koopwoningen. We hebben daarbij samen met SonEnergie geïnvesteerd in de opleiding en apparatuur voor de adviseurs. • De energiecoach heeft 234 huurders geholpen om op eenvoudige manieren energie te besparen in de woning.

Jaarstukken 2024

45

•

•

•

•

Met de start van De Groene Zone Isoleren in oktober 2024 wordt in collectief met 19 regio gemeenten isoleren zo laagdrempelig en goedkoop mogelijk gemaakt voor al onze inwoners. Sinds het begin van het project hebben wij 48 aanmeldingen gehad, waarbij 26 huisscans reeds zijn uitgevoerd. Via de wijkgerichte aanpak in 2 buurten (De Gentiaan en ’t Zand) ontwikkelen we samen met de inwoners een aanpak op maat op de weg naar een Aardgasvrij Son en Breugel. Het Wijkuitvoeringsplan (WUP) van ’t Zand is in 2024 gefinaliseerd. In De Gentiaan zijn collectieve acties (als initiatief van Buurkracht) voor de inkoop van onder andere isolatiemateriaal opgestart. Er zijn binnen dit project 47 offertes voor collectieve inkoop getekend. We nemen deel aan de collectieve concessie voor de plaatsing, het beheer, onderhoud en exploitatie van publieke laadinfrastructuur. Deze loopt van 2024 tot en met 2028. In 2024 zijn er 6 verkeersbesluiten genomen voor het aanwijzen van parkeerplaatsen voor het laden van elektrische auto’s. De openbare laadpalen uit eerder genoemde concessie hebben 350.000 kWh geladen in 2024. Dit staat gelijk aan ongeveer 25.000 gereden kilometers. In 2024 heeft het initiatief (elektrische) deelauto in De Gentiaan de gemeentelijke duurzaamheidsprijs gewonnen.

8. Son en Breugel moet in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig zijn. We zijn in 2024 gestart met een meer gebiedsgerichte benadering voor klimaatadaptatie. Dit past het beste bij de opgaven van Son en Breugel. Op Ekkersrijt zijn we gestart, met name via de Grote Oogst aanpak, om verschillende klimaat opgaven met elkaar te verbinden. We zijn gestart met een watersysteemstudie om een beter inzicht te krijgen in de waterbergingcapaciteit om toekomstige ontwikkelingen mogelijk te houden. In het centrumvisie hebben we de klimaatadaptieve inrichting van het gebied als uitgangspunt in de planvorming meegenomen. Naast het feit dat water en klimaat bij de individuele ontwikkelingsprojecten al wordt meegenomen, hebben we in de gebiedsvisie Sonniuswijk al belangrijke keuzes voor het inrichten ten aanzien van bodem en watersturend gemaakt.

9. We verhogen biodiversiteit in ons buitengebied én bebouwd gebied. In 2024 werkten we aan biodiversiteitsherstel in zowel het buitengebied als het bebouwd gebied van Son en Breugel. Een veerkrachtig ecosysteem is cruciaal voor klimaatadaptatie en behoudt en versterking van ecosysteemdiensten zoals waterberging, bestuiving en natuurlijke plaagbestrijding. Samenwerking in de Dommelvallei Samen met de Dommelvallei-gemeenten (Nuenen en Geldrop-Mierlo) startten we een programma om de Basiskwaliteit Natuur (BKN) te verbeteren. Het programma wordt de komende tijd verder uitgewerkt en legt de minimale voorwaarden vast voor behoud en herstel van algemene soorten, zodat biodiversiteit ook buiten natuurgebieden kan floreren. De maatregelen worden uitgewerkt in lijn met het gezamenlijke beleidsdocument "De groene Dommelvallei, dat zijn wij en dat blijven wij". Uitdagingen bij de uitbreiding van het Natuurnetwerk De uitbreiding van het Natuurnetwerk (NNB) blijkt uitdagend (programma 3.8). De afgesproken realisatie vóór 2027 ligt onder druk. Agrariërs zijn terughoudend in agrarisch natuurbeheer en grondruil wordt bemoeilijkt door een beperkt aanbod. Ook particulieren tonen weinig animo voor zelfrealisatie, wat de voortgang vertraagt.

Toezicht en versterking van biodiversiteit Bij ruimtelijke initiatieven hielden we toezicht om biodiversiteitsverlies te voorkomen en kansen voor versterking te benutten. We stelden het gebruik van inheemse, klimaatbestendige beplanting als randvoorwaarde en stimuleerden herstel van de groenblauwe dooradering voor betere ecologische verbindingen.

Jaarstukken 2024

46

Bewustwording en betrokkenheid Waar dat kon hebben we bewoners en ondernemers bewust gemaakt van hun rol in biodiversiteit en waterbeheer, met tips over regenwaterafkoppeling, regentonnen en tuinvergroening. Tijdens het duurzaamheidsevent op 22 juni brachten workshops, lezingen en de documentaire Groenkijkers deze thema’s onder de aandacht. Kinderen schilderden egelpoortjes en telden tuinvlinders. Lokale initiatieven zoals IVN, de klimaatburgemeesters en de watercoach deelden hun kennis. Daarmee beogen we de betrokkenheid bij een biodiverse en klimaatbestendige leefomgeving te vergroten.

10. We koesteren de landschappelijke kwaliteit en verhogen de beleving van ons landschap. In 2024 borgden we de landschappelijke kwaliteit door ruimtelijke plannen zoals de gebiedsuitwerking Sonniuswijk en particuliere initiatieven in het landelijk gebied zorgvuldig te beoordelen. Hierbij stuurden we actief op een goede landschappelijke inpassing. Hiermee versterken we niet alleen de toekomstige kwaliteit van het landschap, maar verbeterden we ook direct de beleving ervan, met extra aandacht voor de groen-blauwe dooradering. Stimuleringsregeling Landschap Via de Stimuleringsregeling Landschap (Stila) ondersteunden we 6 grondeigenaren in het buitengebied. Met hulp van een veldcoördinator van Brabants Landschap realiseerden zij nieuwe landschapselementen op hun percelen. Deze aanpassingen droegen direct bij aan de versterking van het landschap en de biodiversiteit en verbeterden de samenhang van groene en blauwe structuren. LEADER Vanaf april 2024 behoren we officieel tot het LEADER-gebied, waardoor nieuwe subsidiemogelijkheden beschikbaar kwamen voor natuur, landschap, klimaatadaptatie en sociaaleconomische ontwikkeling. Dit biedt inwoners en organisaties in Son en Breugel de mogelijkheid om tot en met 2027 financiële ondersteuning te krijgen voor initiatieven die bijdragen aan een duurzaam en veerkrachtig buitengebied.

Hoewel er in 2024 nog geen aanvragen uit Son en Breugel werden ingediend, legden we hiermee een basis voor toekomstige projecten die bijdragen aan een aantrekkelijk en duurzaam buitengebied. Van Gogh Nationaal Park Onze inzet voor landschapsontwikkeling kreeg in 2024 extra betekenis door de officiële toekenning van de status Nationaal Park aan het Van Gogh Nationaal Park op 14 oktober. Met deze status kunnen we onze deelname via het samenwerkingsverband SGE concreet vormgeven tot 2028, zoals beschreven in het Werkprogramma SGE. Dit biedt mogelijkheden om concrete projecten te starten die direct bijdragen aan natuurbehoud en de recreatieve beleving van ons landschap.

Economie 11. Ekkersrijt blijft een economische toplocatie binnen het Brainport ecosysteem. Om de positie van Ekkersrijt als economische toplocatie in de Brainportregio te behouden is een veelzijdige aanpak nodig. Belangrijk daarbij is de samenwerking met de ondernemers en vastgoedeigenaren in het gebied. Naast de projecten en processen waar we ze bij betrekken, hebben we het afgelopen jaar weer vele individuele gesprekken met hen gevoerd. Deze gesprekken vonden plaats in het kader van zowel concrete bedrijfsplannen, het onderhouden van goede relaties en het gevoel houden met ontwikkelingen in het bedrijfsleven. Belangrijk onderdeel daarvan is de structurele samenwerking met de Ondernemersvereniging Ekkersrijt (OVE). Om dit belang te benadrukken hebben we in september 2024 een samenwerkingsconvenant ondertekend. Samen met de Provincie, Waterschap, OVE en individuele bedrijven hebben we in 2024 via de Grote Oogst aanpak weer stappen gezet in de verduurzaming van Ekkersrijt: • Er is een verkennend onderzoek uitgevoerd naar een Energiehub op Ekkersrijt. De resultaten en kansen hiervan zijn tijdens een drukbezocht seminar op 30 november 2024 met bedrijven, beleidsmakers en deskundigen gepresenteerd en besproken. Daarna zijn vervolgacties gestart. Enkele daarvan zijn opgepakt door een zogenaamde 'aanjager', die vanuit Brainport Development voor Ekkersrijt wordt ingezet.

Jaarstukken 2024

47

•

We hebben een dashboard Circulair gebiedsbeheer ingericht en 21 circulariteitsscans bij bedrijven uitgevoerd. Hiermee hebben we inzicht gekregen in alle grondstoffen en afvalstromen. Met deze data en uitkomsten zijn circulariteitstrajecten op Ekkersrijt gestart. Een van deze trajecten is de werkgroep Hightech innovatie waarmee we in samenwerking met het onderwijs een project opgestart hebben om spuitgietverlies en daarmee reststromen bij bedrijven tegen te gaan. Ook zijn we gestart met inzamelrondes voor reststromen zoals pallets en elektronica. In 2024 is hiermee ruim 5000 kg aan recyclebaar en herbruikbare materialen opgehaald.

Eind 2024 zijn we gestart met de werkzaamheden voor de vernieuwing van de groenstructuur op de Meubelboulevard. Hiermee geven we een impuls aan het verblijfsklimaat en de biodiversiteit in het gebied. De werkzaamheden zijn onderdeel van de uitvoering van de Groenvisie Ekkersrijt. Het in 2023 gestarte proces om samen met ondernemers en eigenaren het Sciencepark door te ontwikkelen is voortgezet. Daarvoor is een werkgroep bestaande uit gemeente, ondernemers, eigenaren en het OVE opgezet. Deze werkgroep heeft afgelopen jaar de Visie Sciencepark omgezet naar enkele concrete acties, waarvan de voorbereidende stappen richting uitvoering zijn gezet. Afgelopen jaar zijn op enkele plekken op Ekkersrijt succesvolle maatregelen getroffen om de parkeeroverlast te bestrijden. Enerzijds gaat het om het instellen van parkeerverboden, anderzijds zijn ook fysieke maatregelen genomen zoals het aanleggen van een wandelpad op Sciencepark.

12. Een vitaal en aantrekkelijk (verblijfs)centrum, met een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat. In 2024 hebben we geïnvesteerd in het sterker maken van de lokale economie. We vinden het belangrijk dat ondernemers goed met ons maar ook met elkaar samenwerken. Dit zorgt ervoor dat onze gemeente een fijne plek is om te ondernemen, zowel in het centrum van het dorp als op bedrijventerrein Ekkersrijt. We hebben regelmatig overleg gehad met verschillende groepen ondernemers, zoals Ondernemersvereniging OVSB, Ondernemersvereniging Ekkersrijt (OVE), het centrumteam en evenementenorganisaties. We hebben samen gewerkt aan verschillende dingen, zoals het evenement "Remember September", ophangen van vlaggen in het centrum tot en met Ekkersrijt, het maken van plannen voor de toekomst van het centrum (centrumvisie) maar ook het plaatsen van een grote kerstboom tijdens het "Winter event". Het centrumteam, dat zorgdraagt voor een levendig centrum, heeft een nieuwe samenstelling gekregen. Zij oriënteren zich nog op een nieuw jaarplan en de financiering daarvan. Wij helpen hen hierbij. Het blijft een uitdaging om alle winkeliers in het centrum actief te laten meedoen aan activiteiten. Het is echter belangrijk voor de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van het centrum dat we hieraan gezamenlijk blijven werken.

We hebben bijeenkomsten bezocht en georganiseerd waaronder een bijeenkomst over problemen met het elektriciteitsnet (Netcongestie), de ondernemersavond georganiseerd door de Lionsclub, bijeenkomsten over het mobiliteitsplan en centrumvisie en netwerkbijeenkomsten van de ondernemersverenigingen OVE en OVSB.

Jaarstukken 2024

48

Regio 13. Door in regionaal verband samen te werken met andere overheden en organisaties dragen we bij aan een succesvolle ontwikkeling van de Brainportregio. Samenwerking binnen MRE en SGE Op het gebied van economische en ruimtelijke ontwikkeling werken we in de Metropoolregio Eindhoven (MRE; de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant) en het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE; Eindhoven, de 7 randgemeenten en Helmond) voor verschillende thema's regionaal samen. In alle bestuurlijke en ambtelijke overleggen van zowel MRE als SGE hebben we actief deelgenomen en inhoudelijke inbreng geleverd. Hiermee hebben we, samen met de andere gemeenten, bijgedragen aan de uitvoering van het Samenwerkingsakkoord MRE 2023-2026 enerzijds en de Samenwerkingsagenda SGE 2022-2026 anderzijds. Binnen MRE en SGE wordt gewerkt aan opgaven die voortkomen uit de twee belangrijkste ontwikkelrichtingen in Zuidoost Brabant, namelijk de schaalsprong enerzijds en de transitie landelijk gebied anderzijds. De schaalsprong die in Zuidoost-Brabant / de Brainportregio plaatsvindt is richtinggevend voor een groot deel van de werkzaamheden van MRE. Zo is de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant opgesteld als hulpmiddel om de juiste keuzes te kunnen maken met het oog op brede welvaart. De werkzaamheden binnen de verschillende thema’s liggen in het verlengde van de schaalsprong en de ontwikkelstrategie.

Ook de met het Rijk gesloten Beethovendeal in het voorjaar van 2024 heeft invloed gehad op de uitgevoerde werkzaamheden. In MRE-verband wordt ook gewerkt aan de ontwikkelingen in het landelijk gebied die nauw samenhangen met de energietransitie (RES) en de ontwikkelstrategie Novex De Peel. In SGEverband is de focus via enkele thema’s volledig gericht op de stedelijke schaalsprong. Meest in het oog springende onderwerpen waar in MRE- en SGE-verband samen aan gewerkt is, zijn: • het actualiseren van de regionale bedrijventerreinprogrammering en beëindiging van het Financieel Arrangement SGE; • actualiseren Verordening Regionale Adviescommissie Detailhandel; • de uitvoering en herijking van de Regionale Woondeal Zuidoost Brabant; • de uitvoering van het Afsprakenkader Wonen; • het opstellen van de nieuwe Huisvestingsverordening 2025-2029 (gericht op urgentie); • de implementatie van de Regionale Woningbouwmonitor en het opstellen van een publieksversie; • kennis sessies met betrekking tot diverse thema's wonen; • inzet flexpool en mogelijkheden woningbouwversnelling; • het uitvoeren van het Verstedelijkingsakkoord met het Rijk; • ondertekening Convenant "Biobased bouwen en telen in de Metropoolregio Eindhoven" • de uitwerking van de Regionale Ontwikkelstrategie; • het vaststellen van de Regionale Mobiliteitsvisie; • de voorbereiding voor het ontwikkelen van de Brainport Hubs; •

het opstellen van een wensbeelden voor de ov concessie Noordoost en Oost Brabant; • het programmeren, criteria stellen, toezien op naleving afspraken betreffende projecten uit het korte maatregelen pakket; • het opstellen van Meerjarig Multimodaal Maatregelen Pakket (MMMP); • onderzoek naar het voorzieningenniveau in de regio als gevolg van de schaalsprong; • onderzoek en lobby voor het oplossen de netschaarste-problematiek.

Jaarstukken 2024

49

Dommeldal uit de verf en Van Gogh Nationaal Park We zijn al enkele jaren actief betrokken bij het Van Gogh Nationaal Park. Het park heeft als doelstelling om groen tot in het hart van steden en dorpen te brengen en natuur te verbinden met een vitaal boerenland in een economisch sterke regio. Binnen het Van Gogh Nationaal Park werken we zo samen aan het landschap van de toekomst, geïnspireerd door het lef en de verbeeldingskracht van Vincent van Gogh. Bij ruimtelijke keuzes kijken we met aandacht naar de kwaliteit van het landschap. We benutten kansen om natuur en landschap te versterken. In oktober 2024 kreeg het Van Gogh Nationaal Park de officiële status van Nationaal Park van het ministerie van LNV. Die erkenning was voor ons aanleiding om onze deelname voort te zetten. Binnen het project "Dommeldal uit de Verf" realiseren we de ontbrekende onderdelen in het Natuurnetwerk Brabant binnen het Dommeldal, samen met de gemeenten Nuenen, Eindhoven en Geldrop-Mierlo en waterschap De Dommel, Staatsbosbeheer en Brabants Landschap. De visie van “Dommeldal uit de Verf” hebben we geïntegreerd in de omgevingsvisie. Voor beide projecten geldt dat we ook dit jaar weer enkele bijdragen hebben kunnen leveren aan de continue ontwikkeling van het gebied.

Bijdrage verbonden partijen aan dit programma Beveiliging Bedrijven Ekkersrijt (SBBE) De Stichting Beveiliging Bedrijven Ekkersrijt (SBBE) is een verbonden partij waarmee samen wordt gewerkt op het bedrijventerrein. De Stichting verzorgt de beveiliging van het terrein middels camera's die in het openbaar gebied hangen en een beveiligingsteam.

Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo (afwijking budget 2024) wordt weergegeven als positief als het gerealiseerde bedrag hoger is dan de begroting. Bij de lasten is een positief bedrag dus een nadeel, bij de baten een voordeel. Door afronding kunnen er verschillen ontstaan omdat tellingen uit het financieel systeem komen en daarom soms afwijken. Bedragen x €1.000 Omschrijving

Primaire begroting 2024

Begroting na wijziging 2024

Realisatie 2024

Afwijking budget 2024

Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 4

250

370

370

0

0.3 Beheer overige gebouwen en gronden

412

573

432

-141

3.1 Economische ontwikkeling

149

149

227

78

3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur

11

72

36

-35

3.3 Bedrijfsloket en regelingen

43

36

46

10

3.4 Economische promotie

93

101

108

7

7.5 Begraafplaatsen 8.1 Ruimte en leefomgeving 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen Totaal Lasten

0

0

0

0

943

1.193

1.067

-125

2.713

3.758

524

-3.234

923

923

1.376

454

5.535

7.173

4.187

-2.986

20

231

113

-119

Baten 0.10 Mutaties reserves programma 4

Jaarstukken 2024

50

Omschrijving

Primaire begroting 2024

Begroting na wijziging 2024

Realisatie 2024

Afwijking budget 2024

0.3 Beheer overige gebouwen en gronden

279

367

347

-20

3.1 Economische ontwikkeling

98

48

43

-6

3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur

0

10

11

1

3.3 Bedrijfsloket en regelingen

21

21

11

-10

3.4 Economische promotie

27

27

14

-13

8.1 Ruimte en leefomgeving

63

713

517

-196

2.692

3.737

272

-3.465

8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen

647

647

630

-17

Totaal Baten

3.848

5.802

1.957

-3.844

Saldo (baten -/- lasten)

-1.687

-1.372

-2.230

-858

Jaarstukken 2024

51

Analyse 4. Economische en ruimtelijke ontwikkeling

I/S

Bedrag

0.3 Beheer overige gebouwen en gronden

I

87.000

I

36.000

I

-34.000

I

106.000

I

-469.000

Verkoop reststroken In 2024 zijn er binnen het reststroken project en het netcongestie project samen meer opbrengsten gerealiseerd dan dat er kosten zijn gemaakt. Voor zowel de netcongestie als het reststroken project is het uitgangspunt dat deze over de jaren heen kosten neutraal zijn. 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur De middelen voor de uitvoering van de visie sciencepark zijn niet volledig in 2024 uitgegeven en het vervolg vindt plaats in 2025. 3.4 Economische promotie Het begrote bedrag is niet toereikend genoeg om de stijgende elektriciteitskosten voor de kermissen te dekken. 8.1 Ruimtelijke ordening Project omgevingswet De geraamd uitgaven voor 2024 zijn achtergebleven doordat: - bepaalde geplande werkzaamheden niet zijn opgepakt; - de afronding van werkzaamheden zijn vertraagd; - vertraging opstellen uitwerkingen thema Wonen (afronding in 2025 i.p.v. 2024). Deel geraamde kosten 2024 volgen pas in 2025 ; - vertraging opstellen uitwerking thema 'natuur en landschap' (start en kosten niet in 2024 maar pas start en uitgaven in 2025 e.v. jaren); - vertraging uitwerking thema 'gezondheid' (in 2024 minder activiteiten / uitgaven. Komen wel in 2025 t.b.v. Omgevingsvisie 2.0); - uitgaven 'geluidzonering' komen pas in 2025 i.p.v. 2024 i.r.t. omgevingsplan. De niet uitgegeven middelen dienen beschikbaar te blijven voor de vervolgactiviteiten in 2025 en 2026 e.v.

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan of aangegaan worden. 8.2 Grondexploitaties (niet bedrijventerreinen) Het resultaat van de grondexploitaties in 2024 bedraagt € 251.560 negatief, bestaande uit : - een tussentijdse winstneming bij grondexploitatie Sonnius Park: € 120.957 - extra storting in de verliesvoorziening voor de grondexploitatie Centrum Son: - € 50.081 - extra storting in de verliesvoorziening voor de grondexploitatie Herontwikkeling Centrum Breugel: - € 146.134 - extra storting in de verliesvoorziening voor de grondexploitatie Akkerpad: - € 176.302 - -/- € 218.000 is onderdeel van van het verschil van € 508.000 binnen directe salarislasten en overhead hieronder. Mutaties reserves programma 4

I

-119.000

Er zijn een aantal onttrekkingen in de reserves (nog) niet nodig gebleken. Dit gaat met name om de volgende posten: - Omgevingswet (zie hiervoor toelichting 8.1 Ruimte en leefomgeving) - Bedrijfsvoering Ekkersrijt ( zie hiervoor toelichting 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur) Kapitaallasten

I

63.000

I

-508.000

Zie algemene toelichting en inleiding bij programma's. Directe salarislasten en overhead Zie algemene toelichting en inleiding bij programma's. Overig

-20.000

Totaal

-858.000

Jaarstukken 2024

52

Maatschappelijk verantwoord inkopen

Jaarstukken 2024

53

Jaarstukken 2024

54

Jaarstukken 2024

55

Jaarstukken 2024

56

Jaarstukken 2024

57

Jaarstukken 2024

58

Jaarstukken 2024

59

Jaarstukken 2024

60

Jaarstukken 2024

61

Jaarstukken 2024

62

Jaarstukken 2024

63

Jaarstukken 2024

64

Jaarstukken 2024

65

Jaarstukken 2024

66

Jaarstukken 2024

67

Paragrafen Overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zijn hieronder de volgende paragrafen opgenomen: 1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen 7. Grondbeleid 8. Wet open overheid 9. Beleidsindicatoren

Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen. Vanaf 1-1-2024 is de uitvoering van de Wet WOZ en de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen met inbegrip van kwijtschelding via een dienstverleningsovereenkomst (DVO) onder gebracht bij de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB). In dit licht zijn alle werkwijzen en processen beoordeeld. Het beeld van de Waarderingskamer was dat een aantal zaken verbeterd moest worden. De WOZ-waarden voldeden wel aan de wettelijk gestelde eisen, maar op onderdelen moest wel een verbetering doorgevoerd worden. Dit zat met name op afhandeling bezwaarschriften en beoordeling objectkenmerken. Vervolgens werd in de eerste maanden van 2024 door de BSOB extra ingezet op afhandeling van bezwaarschriften. De achterstand werd weggewerkt, maar dit heeft wel een dubbel negatief effect gehad op de jaarrekening 2024. Er werden voor het aanslagjaar 2023 alsnog bezwaren toegekend wat voor die panden leidt tot een lagere WOZ-waarde voor 2023 maar ook voor 2024 en de jaren daarna. Daarnaast werd in 2024 door de BSOB ingezet op de zogenaamde bestandsoptimalisatie. Er werden voor objecten (met name bouwterreinen en in aanbouw zijnde woningen en niet-woningen) alsnog aanslagen opgelegd.

Uiteraard moest voor de extra verrichte werkzaamheden van de BSOB (via Dienst Dommelvallei) betaald worden, maar dit zijn eenmalige kosten terwijl de doorgevoerde verbeteringen zorgen voor structurele meeropbrengsten. De extra meeropbrengsten waren voor 2024 net zo hoog geraamd als de extra kosten. Uiteindelijk waren de werkelijke kosten iets lager dan geraamd. De meeropbrengsten waren 17% lager dan de werkelijke kosten. En de hierboven genoemde inhaalslag in de afhandeling van ingediende bezwaarschriften heeft ook een negatief effect gehad op de totale OZB-opbrengst. De bestandsoptimalisatie is voor 80% gerealiseerd. De overige 20% wordt begin 2025 afgerond.

Beleid Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan: • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR); • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur); • de Invorderingswet 1990; • de Gemeentewet; • diverse uitvoeringsbesluiten.

Jaarstukken 2024

68

De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we de tarieven van de gemeentelijke belastingen en/of leges verlagen; • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies; • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren. In overeenstemming met de beleidsuitgangspunten, bepaald in de begroting, zijn de tarieven over 2024 als volgt aangepast: • Bij de OZB is 5,20% inflatiecorrectie toegepast. Bij de berekening van het tarief is rekening gehouden met de WOZ-waardeontwikkeling; • Leges en tarieven zijn verhoogd met de inflatiecorrectie (5,20%); • De tarieven voor afvalstoffenheffing en de rioolheffing is gebaseerd op 100% kostendekkendheid waarbij rekening is gehouden met een zo reëel mogelijke inschatting van zowel de baten- als de lastenontwikkeling binnen het meerjarenperspectief 2024-2027. Definitieve (formele) vaststelling van de diverse belastingtarieven vond plaats door vaststelling van de belastingverordeningen tijdens de behandeling in de raadsvergadering van 8 november 2023.

Onroerendezaakbelastingen (OZB) We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen (OZB): • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

Afvalstoffenheffing De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier geen bedrijfsafval.

Rioolheffing Op grond van artikel 228a van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. We streven er naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen. Per 1 januari 2020 is de gedifferentieerde rioolheffing ingevoerd. De differentiatie bestaat uit een afvalwater- en hemelwatercomponent. De afvalwaterheffing is een gebruikersheffing. De hemelwaterheffing is een eigenarenheffing. De hemelwaterheffing is een heffing met een vast bedrag van € 50,-. Doel van de differentiatie van de rioolheffing en het invoeren van de hemelwaterheffing is om bewoners en bedrijven mee te laten werken aan het klimaatbestendig maken van hun omgeving en goed gedrag te belonen in de vorm van een financieel voordeel.

Jaarstukken 2024

69

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording zijn gemeenten verplicht inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven en heffingen wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De tarieven mogen dus hoogstens kostendekkend zijn. Daarnaast moeten we de beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan deze berekeningen vermelden en de manier waarop we deze uitgangspunten bij de tariefstellingen hanteren. Met onderstaande tabel verantwoorden we of de heffingen (afvalstoffenheffing en rioolheffing) inderdaad kostendekkend zijn geweest, ofwel of de werkelijke baten de gerealiseerde lasten niet hebben overschreden. Per heffing worden de totale baten en lasten en het gerealiseerde dekkendheidspercentage weergegeven.

Dekkendheid rioolheffing

2024

Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering

895.182

Kapitaallasten

292.217

Mutatie voorziening

-185.960

Totaal kosten riolering taakveld 7.2

1.001.439

Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

212.032

Kwijtschelding taakveld 6.3

25.422

Straatreiniging taakveld 2.1

125.635

Watertaken taakveld 5.7

59.633

BTW taakveld 0.11

194.705

Totaal toerekenbaar

617.427

Totaal lasten

1.618.866

Opbrengst rioolheffing taakveld 7.2

1.617.996

Overige opbrengsten taakveld 7.2

870

Baten totaal taakveld 7.2 Dekkendheidpercentage riool

1.618.866 100%

* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het Btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de Btw compensabel en werd tegelijkertijd het gemeentefonds hiervoor verlaagd.

Jaarstukken 2024

70

Dekkendheid afvalstoffenheffing

2024

Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat Lasten overige afvalstromen Kapitaallasten Mutatie voorziening*

688.894 1.634.362 4.769 -371.664

Storting voorziening compensatie Attero Totaal kosten afval taakveld 7.3

0 1.956.361

Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

139.794

Kwijtschelding taakveld 6.3

48.568

BTW taakveld 0.11**

418.187

Totaal toerekenbaar

606.549

Totaal lasten

2.562.910

Baten afvalstoffenheffing taakveld 7.3

2.362.782

Baten milieustraat

-12.151

Baten overige afvalstromen

212.279

Baten totaal Dekkendheidpercentage afval

2.562.910 100%

Kostendekkendheid leges Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. Kostendekkendheid leges Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden. Per hoofdstuk van de legesverordening 2024, is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de gerealiseerde baten en lasten. Hoofdstukken die niet zijn opgenomen in de plaatselijke legesverordening, zijn niet opgenomen in onderstaande tabel(len).

Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend moet zijn. Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk, mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren. In onderstaande overzichten zijn per hoofdstuk en per paragraaf de totale baten, de totale lasten en het kostendekkendheidspercentage weergegeven. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend. De salarislasten en overhead in Hoofdstuk 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald.

Jaarstukken 2024

71

Baten

Salaris

Overhead

Lasten

Percentage

Burgerlijke stand

-20.396

30.618

30.465

797

33%

Paragraaf 1.2

Reisdocumenten

-266.756

81.648

81.240 144.766

87%

Paragraaf 1.3

Rijbewijzen

-68.175

64.638

64.315

16.363

47%

Paragraaf 1.4

Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen

-11.914

30.618

30.465

18

19%

Paragraaf 1.5

Bestuursstukken

Paragraaf 1.6

Vastgoedinformatie

Paragraaf 1.7

Overige publiekszaken

Paragraaf 1.8 Paragraaf 1.9

Hoofdstuk 1

Algemene dienstverlening

Paragraaf 1.1

0

6.804

6.770

5.510

0%

-34.304

34.020

33.850

24.052

37%

Gemeentearchief

0

6.804

6.770

0

0%

Huisvestingswet

0

0

0

0

0%

Paragraaf 1.9

Leegstandswet

0

6.804

6.770

0

0%

Paragraaf 1.9

Kansspelen

0

10.206

10.155

0

0%

Paragraaf 1.9

Telecommunicatie, kabels en leidingen

-52.488

6.804

6.770

0

387%

Paragraaf 1.9

Verkeer en vervoer

Paragraaf 1.10

Kinderopvang

Paragraaf 1.10

Diversen

Totaal hoofdstuk 1

-550

10.206

10.155

0

3%

-1.797

6.804

6.770

0

13%

-3.967

20.412

20.310

300

10%

314.805 191.806

56%

-460.347 316.386

De salarislasten en overhead in titel 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst.

Baten Hoofdstuk 2

Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen

Paragraaf 2.1

Algemene bepalingen

Paragraaf 2.2

Voorfase

Salaris Overhead Lasten Percentage

0

0

0

-42.411

0

0

0

0% 29%

147.026 Paragraaf 2.3

Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

Paragraaf 2.4

Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

0

Paragraaf 2.5

Milieubelastende activiteiten

0

Paragraaf 2.6

Lozingsactiviteiten

Paragraaf 2.7

Aanlegactiviteiten

Totaal hoofdstuk 2

629.936 388.178

386.237

0

81%

0

0

0

0%

0

0

0

0%

0

0

0

0

0%

0

0

0

0

0%

386.237 147.026

73%

-672.347 388.178

De salarislasten en overhead in titel 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Baten

Salaris Overhead Lasten Percentage

Hoofdstuk 3

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

Paragraaf 3.1

Horeca

-1.700

6.804

6.770

0

13%

Paragraaf 3.2

Seksbedrijven

0

0

0

0

0%

Paragraaf 3.3

Winkeltijdenwet

0

6.804

6.770

0

0%

Paragraaf 3.4

Organiseren evenementen of markten

0

0

0

0

0%

Paragraaf 3.5

Standplaatsen

0

6.804

6.770

0

0%

Paragraaf 3.6

Huisvestingswet 2014 [en Wet goed verhuurderschap]

0

0

0%

Paragraaf 3.7

In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

0

3.385

0

0%

23.695

0

4%

724.736 338.832

63%

Totaal hoofdstuk 3 Totaal hoofdstuk 1,2 en 3

Jaarstukken 2024

3.402

-1.700 23.814 - 728.378 1.134.395

72

Marktgelden Marktgelden worden geheven van degene die een standplaats inneemt (of van degene aan wie een standplaats is toegewezen) op de wekelijkse warenmarkt. Marktgelden zijn afhankelijk van het aantal strekkende meters frontlengte van de standplaats. Het tarief is in 2024 verhoogd met de inflatiecorrectie.

Precariorechten Precario is een heffing op het gebruik van gemeentegrond. Het tarief is in 2024 verhoogd met de inflatiecorrectie en is er precarioheffing toegepast.

Kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen Als mensen de verschuldigde belasting niet kunnen betalen (of met buitengewoon bezwaar), komen zij wellicht in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. In het kader van de administratieve lastenverlichting voor de inwoners, toetsen we bij het inlichtingenbureau indien eerder kwijtschelding verleend is of er geen belemmering is voor het verlenen van automatische kwijtschelding. Bij geen belemmering verlenen we automatische kwijtschelding. De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend; • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: • OZB; • Afvalstoffenheffing; • Rioolheffing.

Overzicht tarieven 2022

2023

2024

OZB Eigenaar Woning

0,0841%

0,0754%

0,0770%

OZB Eigenaar Niet-woning

0,1969%

0,1954%

0,1996%

OZB Gebruiker Niet-woning

0,1623%

0,1610%

0,1644%

Afvalstoffenheffing 1-persoonshh

231,60

266,64

267,00

Afvalstoffenheffing meer-pers.hh

290,28

325,80

334,68

Reinigingsrechten

339,00

345,00

363,00

Rioolheffing t/m 500m3 woningen afgekoppeld

141,96

149,76

159,84

Rioolheffing t/m 500m3 woningen niet afgekoppeld

191,96

199,76

209,84

Jaarstukken 2024

73

Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2024 (afgerond op hele euro's). Son en Breugel

Nuenen

Eindhoven

Best

Geldrop-Mierlo

OZB eigenaar woning

0,0770%

0,1058%

0,0937%

0,0804%

0,0659%

OZB eigenaar niet-woning

0,1996%

0,2436%

0,2961%

0,2171

0,1834%

OZB gebruiker niet-woning

0,1644%

0,1955%

0,2092%

0,1718%

0,1490%

Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden)

335

303

322

369

358

Rioolheffing

210

207

192

190

199

(*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde.

Ontwikkeling lokale lastendruk Jaar

2022

2023

2024

379.000

442.000

455.000

9,54%

16,62%

3,00%

OZB

319

333

350

Afvalstoffenheffing (meerpersoons)

290

326

335

Rioolheffing (gebruiker)

142

150

160

Rioolheffing (eigenaar)

50

50

50

Totaal

801

859

895

2,69%

7,24%

4,19%

WOZ-waarde Wijziging WOZ-waarde

% wijziging lasten t.o.v. t-1

Jaarstukken 2024

74

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Son en Breugel. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing hanteren we de uitgangspunten van de 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen'. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.

Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's In de raadsvergadering van 21 maart 2013 heeft de raad de ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. In de nota wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt: • De gemeenteraad wordt via de planning- en controldocumenten geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen; • De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit worden de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves buiten beschouwing gelaten; • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt, zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld, ofwel extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.

In de ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ is uitvoerig ingegaan op het wettelijk kader, de inventarisatie van de risico’s en de weerstandscapaciteit. De beleidsconclusies zijn hierboven weergegeven. Top 10 Er is een selectie gemaakt van 10 in plaats van 15 risico's die extra aandacht verdienen. De impact van de risico's buiten de top 10 op de benodigde weerstandscapaciteit is beperkt. De risico's buiten de top 10 worden via de verzameling "Overige risico's" wel meegenomen in de berekening van de weerstandsratio.

Jaarstukken 2024

75

Top 10 inventarisatie van de risico's In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€) Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren rekenen we hierbij met een zekerheidspercentage van 90%. Hoewel zorgvuldig is geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld. Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald. Er wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van het bedrag dat de gemeente kwijt is indien het risico optreedt.

Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter.

Risico (bepaling risicowaarde)

Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Jaarrekening 2023

1. Sociaal domein (90% x 500.000)

€ 450.000

€ 337.500

€ 337.500

2. Cyberrisico's (50% x 375.000)

€ 187.500

€ 187.500

€ 187.500

3. Inkoop (50% x 375.000)

€ 187.500

€ 122.500

€ 122.500

4. Algemene uitkering gemeentefonds (70% x 175.000)

€ 122.500

€ 122.500

€ 122.500

5. Continuïteit bedrijfsvoering (70% x 175.000)

€ 122.500

€ 122.500

€ 122.500

6. Exploitatie archiefruimte gemeentehuis (20% x 500.000)

€ 100.000

€ 150.000

-

7. Verbonden partij - Dienst Dommelvallei(exact bedrag)

€ 93.060

€ 67.815

€ 67.815

8. Verbonden partij - Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (exact bedrag)

€ 57.072

€ 40.341

€ 40.341

9. Belastingaangifte (30% x 175.000)

€ 52.500

€ 52.500

€ 52.500

10. Exploitatie sporthal (30% x 175.000)

€ 52.500

€ 52.500

€ 52.500

Subtotaal top 10 Overige risico's + risico's onvoorzien

€ 1.425.132 € 470.682

Totaal

€ 1.895.814

Risico's t.b.v. zekerheidspercentage 90%

€ 1.706.233

Twee keer per jaar worden de risico’s opnieuw geïnventariseerd en berekend. Ten opzichte van de begroting 2025 is de totale risicowaarde licht toegenomen. Dit komt vooral door de toename van het risico Sociaal domein.

Jaarstukken 2024

76

Top 10 risico's 1] Sociaal domein Door incidenten (crisis, gesloten jeugdzorg, jeugdbescherming) of door instroom van cliënten met hoogcomplexe casuïstiek bestaat het risico dat er een beroep wordt gedaan op de zwaardere, duurdere en langdurige jeugdzorg. Ook kunnen we achteraf geconfronteerd worden met kosten voor zorg als gevolg van directe verwijzingen door medische verwijzers (waaronder huisartsen en jeugdartsen). Deze medische verwijsroute is wettelijk ingeregeld. Beheersmaatregel Het CMD zet samen met partners als huisartsen, jeugdarts en voorliggend veld in op vroegtijdige signalering van problemen. Ondersteuning wordt altijd zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig ingezet. Per 2022 geldt voor lichte, kortdurende en voor hoogcomplexe, langdurige hulpverleningstrajecten een verschillende financiering aan zorgaanbieders. Bij de jeugdzorg gaat het veelal om incidenten, waar slechts ten dele op gestuurd kan worden. CMD en partners proberen de vroegsignalering van casussen waar jeugdzorg nodig is te intensiveren. 2] Cyberrisico's De informatiebeveiligingsdienst van de VNG waarschuwt dat overheden risico lopen op schade door mogelijke cyberaanvallen. Landelijk zien we een toename van meldingen van ransomware met verwoestende gevolgen en een groeiend aantal geregistreerde kwetsbaarheden in software.

Dit kan leiden tot verstoring van essentiële diensten, identiteitsdiefstal, financiële fraude en verlies van vertrouwen bij inwoners. Gemeenten hebben de afgelopen jaren regelmatig te maken gehad met incidenten bij derden, waarvan de gevolgen merkbaar waren binnen hun eigen gemeente. Voor veel kritische processen levert Dienst Dommelvallei diensten via de gemeenschappelijke regeling. Binnen deze processen loopt de gemeente het risico waardevolle informatie te verliezen of schade te lijden als informatie niet meer beschikbaar is. Cybercriminaliteit is een risico, met aanzienlijke gevolgen voor de bedrijfsvoering en inwoners. De snelle ontwikkelingen op het gebied van digitalisering en de achterblijvende implementatie van informatiebeveiligings- en privacywetgeving maken dit tot een risico. Beheersmaatregel Om een toekomstbestendige borging van informatiebeveiliging en privacy in processen te bereiken is scherpte in rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden nodig. In 2025 wordt gestart met de uitvoering van het projectplan voor procesmatig werken. Dit wordt projectmatig aangepakt. Dienst Dommelvallei draagt bij aan de realisatie van de in het projectplan opgenomen acties. 3] Inkoop 1. Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15629136/1