1. Meerjarenbegroting 2025-2028
Tekst van het document
Als extra stap wordt voorgesteld om tarieven dusdanig te verhogen dat dit € 400.000 aan inkomsten genereert. Hiervoor wordt het OZB tarief woningen met 5,82%, voor niet-woningen eigenaren met 8,16% en voor niet-woningen gebruikers met 7,23% verhoogd. • Leges en tarieven worden verhoogd met de inflatiecorrectie (3,3%). • De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op 100% kostendekkendheid waarbij rekening is gehouden met een zo reëel mogelijke inschatting van zowel de baten- als de lastenontwikkeling binnen het meerjarenperspectief 2025-2028. Het tarief voor de rioolheffing is gebaseerd op het Programma Water en Riolering 2023-2027 (PWR). • De tarieven voor de afvalstoffenheffing zijn verhoogd met gemiddeld 2,2%. Deze stijging wordt in deze paragraaf onder afvalstoffenheffing nader toegelicht.
Onroerendezaakbelastingen (OZB) We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen: • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak (die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom) bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De hoogte van de OZB is afgeleid van de WOZ-waarde (een percentage). Jaarlijks worden nieuwe WOZ-waarden vastgesteld. De aanslagen zijn gebaseerd op de WOZ-waarden met een waardepeildatum die 1 jaar voorafgaand aan het belastingjaar ligt. De maximaal verwachte opbrengst OZB wordt als percentage van de totale WOZ-waarden (rekening houdend met areaaluitbreiding en waardestijging) van alle onroerende zaken in Son en Breugel uitgedrukt. Dit percentage is bepalend voor de hoogte van elke individuele aanslag OZB. De tarieven voor 2025 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden zodat er sprake is van een gelijkblijvend niveau van de opbrengst onroerendezaakbelastingen, exclusief de areaaluitbreiding en de tariefaanpassing.
Het voorstel voor vaststelling van de tarieven wordt in december 2024 aangeboden aan de raad.
41
De inschatting van de totale WOZ-waarde voor 2025 (voorlopige stand per 1 september 2024) is ten opzichte van de werkelijke WOZ-waarde over 2024 als volgt: Omschrijving
2024
Totale waarde woningen Totale waarde niet-woningen
2025 3.642.000.000
4.019.000.000
789.000.000
831.000.000
De belastingcapaciteit heeft een relatie met de inkomsten die een gemeente ontvangt via het gemeentefonds. Hoeveel geld een individuele gemeente uit het gemeentefonds krijgt, hangt namelijk af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeente. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Het aandeel van een gemeente in het gemeentefonds is kleiner naarmate het vermogen om belastingen te heffen groter is. Het gaat hier om de WOZ-waarde van onroerende zaken in de gemeente, berekend tegen een voor alle gemeenten gelijk tarief. In onderstaande tabel geven we de korting op het gemeentefonds weer ten opzichte van werkelijke opbrengst. We doen dit op basis van de waarde 1-1-2024 omdat dit de laatst vastgestelde waarde is. Belastingsoort OZB eigenaren woningen
Aanslagwaarde
Ons tarief
Opbrengst
Kortingstarief
Korting
Saldo
3.642.000.000
0,0770%
2.804.340
0,07120%
2.593.104
OZB gebruikers niet-woningen
670.000.000
0,1644%
1.101.480
0,15617%
1.046.339
55.141
OZB eigenaren niet-woningen
789.000.000
0,1996%
1.574.844
0,20531%
1.619.896
- 45.052
5.259.339
221.325
5.480.664
211.236
De ramingen voor de baten OZB 2025 zijn als volgt: Omschrijving
2025
Eigenaren woning
3.161.995
Eigenaren niet-woning
1.743.718
Gebruikers niet-woning
1.317.412
Afvalstoffenheffing De gemeente is verplicht om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Om de afvalkosten kostendekkend te houden, stijgt in 2025 het tarief van eenpersoonshuishoudens van € 267,00 naar € 272,88 en het tarief van meerpersoonshuishoudens van € 334,68 naar € 342,12.
Reinigingsrechten Het tarief 2025 van de reinigingsrechten stemmen we af op het tarief voor de afvalstoffenheffing van 2025.
Rioolheffing Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. In de raadsvergadering van 7 februari 2019 heeft de gemeenteraad besloten om vanaf 1 januari 2020 de rioolheffing te differentiëren. De differentiatie bestaat uit een afvalwater- en hemelwatercomponent. De afvalwaterheffing is een gebruikersheffing. De hemelwaterheffing is een eigenarenheffing. De hemelwaterheffing is een heffing met een vast bedrag van € 50 tot en met 2034. Doel van de differentiatie van de rioolheffing en het invoeren van de hemelwaterheffing is om bewoners en bedrijven mee te laten werken aan het klimaatbestendig maken van hun omgeving en goed gedrag te belonen in de vorm van een financieel voordeel. De rioolheffing bestaat vanaf 2020 uit een eigenarenheffing en een gebruikersheffing: 1. Een vast bedrag voor afvalwater voor de gebruikers van percelen (woningen). 2. Een gestaffeld bedrag voor afvalwater voor de gebruikers van percelen (niet-woningen). 3. Een vast bedrag voor hemelwater voor de eigenaar van een perceel waarvan hemelwater in het gemengde riool wordt geloosd.
42
De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. In Son en Breugel is 100% kostendekkendheid uitgangspunt voor de berekening van de tarieven. De noodzakelijke verbeteringen en vervangingen van het rioolstelsel zijn systematisch in beeld gebracht. De hieruit voortvloeiende lasten zijn opgenomen binnen de tariefberekeningen. Voornoemde verbeteringen en investeringen zijn opgenomen in het Programma Water en Riolering 2023-2027. Ten opzichte van vorig jaar is de rente op de investeringen gedaald. De extreme neerslag in mei heeft aangetoond dat er locaties in Son en Breugel zijn die ernstige gevolgen ondervinden van het veranderende klimaat. In de begroting hebben we extra budget gereserveerd om maatregelen te treffen om waterschade in de toekomst te voorkomen of te beperken. De totale kosten zijn in 2025 hoger dan de baten, waardoor een stijging van de rioolheffing (9,6%) noodzakelijk is. De overige kosten verhalen we op de rioolvoorziening.
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zijn gemeenten verplicht inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstellingen worden gehanteerd. Onderstaande overzichten geven per heffing de totale lasten, de totale baten en het dekkendheidspercentage weer. Dekkendheid afvalstoffenheffing
2025
Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat Lasten overige afvalstromen Kapitaallasten Mutatie voorziening Totaal kosten afval taakveld 7.3
436.688 1..629.795 78.809 44.816 2.190.108
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
136.940
Kwijtschelding taakveld 6.3
50.000
BTW taakveld 0.11*
397.445
Totaal toerekenbaar
584.385
Totaal lasten
2.774.493
Baten afvalstoffenheffing taakveld 7.3
2.421.592
Baten milieustraat
91.435
Baten overige afvalstromen
261.466
Baten totaal Dekkendheidpercentage afval
2.774.493 100%
* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.
43
Dekkendheid rioolheffing
2025
Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering
978.363
Kapitaallasten
339.639
Mutatie voorziening
-181.286
Totaal kosten riolering taakveld 7.2
1.136.716
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
210.576
Kwijtschelding taakveld 6.3
28.000
Straatreiniging taakveld 2.1
121.177
Watertaken taakveld 5.7
66.262
BTW taakveld 0.11
237.135
Totaal toerekenbaar
663.150
Totaal lasten
1.799.867
Opbrengst rioolheffing taakveld 7.2
1.799.867
Baten totaal
1.799.867
Dekkendheidpercentage riool
100%
* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.
Leges Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. De verschillende leges die we heffen, verhogen we in principe jaarlijks met de daarvoor geldende inflatiecorrectie. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moeten we rekening houden met van Rijkswege gestelde maximumtarieven. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen streven we naar een 100% kostendekkend tarief. Kostendekkendheid leges Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden. Per hoofdstuk in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend moet zijn. Tussen afzonderlijke paragrafen binnen een hoofdstuk mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaalde paragraaf, mogen kosten binnen een andere paragraaf compenseren.
In onderstaande overzichten zijn per hoofdstuk de totale baten, de totale lasten en het kostendekkendheidspercentage weergegeven. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij hebben we rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend. Baten Hoofdstuk 1
Algemene Dienstverlening
Hoofdstuk 2
Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet
Hoofdstuk 3
Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2
Salaris Overhead Lasten Percentage
-330.291
377.399 368.050
-765.371
424.230 413.721
Totaal
-2.367
38% 130.785
27.703
- 809.474 1.098.029
74% 196.951
28.407
-
4%
830.036 327.736
56%
44
Overige belastingen Marktgelden Marktgelden heffen we van degene die een standplaats inneemt (of van degene aan wie een standplaats is toegewezen) op de wekelijkse warenmarkt. Marktgelden zijn afhankelijk van het aantal strekkende meters frontlengte van de standplaats. We hebben het tarief verhoogd met de inflatiecorrectie (3,3%). Precariorechten In 2006 is notitie “Terrassenbeleid Son en Breugel” vastgesteld. Conform deze notitie hebben we dit tarief verhoogd met de inflatiecorrectie (3,3%).
Kwijtscheldingsbeleid De gemeente is op grond van de Gemeentewet en Invorderingswet bevoegd kwijtschelding van gemeentelijke heffingen te verlenen. Met het oog op de administratieve lastenverlichting voor de inwoners toetsen wij bij het inlichtingenbureau als er eerder kwijtschelding is verleend of er geen belemmeringen zijn. Bij geen belemmering verlenen wij automatische kwijtschelding. De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend. • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Het bestaande beleid wordt hiermee voortgezet. Inwoners kunnen kwijtschelding aanvragen voor de volgende heffingen: • onroerendezaakbelastingen; • afvalstoffenheffing; • rioolheffing.
Overzicht tarieven 2023
2024
2025
OZB Eigenaar Woning
0,0754%
0,0770%
0,0792%
OZB Eigenaar Niet-woning
0,1954%
0,1996%
0,2155%
OZB Gebruiker Niet-woning
0,1610%
0,1644%
0,1760%
Afvalstoffenheffing 1-persoonshh
266,64
267,00
272,88
Afvalstoffenheffing meer-pers.hh
325,80
334,68
342,12
Reinigingsrechten
345,00
363,00
387,36
Rioolheffing woningen (afgekoppeld)
149,76
159,84
180
Rioolheffing woningen (niet-afgekoppeld)
199,76
209,84
230
45
Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2024 (afgerond op hele euro's). Son en Breugel
Nuenen
Eindhoven
Best
Geldrop-Mierlo
OZB Eig. woning
0.0770%
0,1058%
0,0937%
0,0841%
0,0659%
OZB Eig. niet-woning
0,1966%
0,2436%
0,2961%
0,2186%
0,1834%
OZB Gebr. niet-won.
0,1644%
0,1955%
0,2092%
0,1757%
0,1490%
OZB woning
420
591
430
392
311
Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden)
335
303
322
369
358
Rioolheffing
210
207
192
190
199
Woonlasten (OZB woning + Afval + Riool)
965
1.102
944
951
869
(*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen vaak lager (zie hieronder bij Ontwikkeling lokale lastendruk). Ontwikkeling lokale lastendruk Jaar
2023
2024
2025
WOZ-waarde
442.000
455.440
484.310
Wijziging WOZ-waarde
16,62%
3,04%
6,34%
OZB
333
350
384
Afvalstoffenheffing (meerpersoons)
326
335
342
Rioolheffing (afvalwater)
150
160
180
Rioolheffing (hemelwater) #)
50
50
50
Totaal ##)
859
895
956
7,24%
4,19%
6,82%
% wijziging lasten t.o.v. t-1
#): Vanaf 2020 is de rioolheffing gedifferentieerd. Het hemelwater tarief wordt opgelegd aan eigenaren van objecten die niet zijn afgekoppeld. Wanneer er vanaf een perceel geen hemelwater wordt geloosd op het gemengde rioolstelsel wordt deze belasting niet geheven. Op deze manier hebben eigenaren zelf invloed op de totale lastendruk. ##) De totale lastendruk 2024 is niet gelijk aan de totale lastendruk 2024 in het rapport van COELO hierboven. Dit komt omdat COELO om een landelijke vergelijking te kunnen maken van andere gemiddelde WOZ-waarden bij OZB en andere gemiddelde aantal ledigingen bij afvalstoffenheffing uitgaat.
46
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Son en Breugel. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing hanteren we de uitgangspunten van de 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen'. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.
Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico’s In de raadsvergadering van 21 maart 2013 heeft de raad de ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. In de nota wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt: • De gemeenteraad wordt via de planning- en controldocumenten geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen; • De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ hanteren we als basis voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit laten we de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves buiten beschouwing; • We gaan uit van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt, vullen we ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit aan, ofwel doen we extra inspanningen om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie doet het college voorstellen aan de gemeenteraad die ervoor moet zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.
In de ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ is uitvoerig ingegaan op het wettelijk kader, de inventarisatie van de risico’s en de weerstandscapaciteit. De beleidsconclusies geven we hierboven weer. Top 10 We hebben een selectie gemaakt van 10 in plaats van 15 risico's die extra aandacht verdienen. De impact van de risico's buiten de top 10 op de benodigde weerstandscapaciteit is beperkt. De risico's buiten de top 10 nemen we via de verzameling "Overige risico's" wel mee in de berekening van de weerstandsratio.
47
Top 10 inventarisatie van de risico's In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico’s toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde in € = 'Kans (als percentage)’ x ‘Gevolg in €’ Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren, rekenen we met een zekerheidspercentage van 90%. Hoewel we zorgvuldig hebben geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld. Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald. We maken een inschatting van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens maken we een inschatting van het bedrag dat de gemeente kwijt is als het risico optreedt.
Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter. Risico (bepaling risicowaarde)
Begroting 2025
1. Jeugdzorg (90% x € 375.000)
337.500
337.500
2. Cyberrisico's (50% x € 375.000)
187.500
187.500
3. Exploitatie archiefruimte gemeentehuis (30% x € 500.000)
150.000
4. Algemene uitkering gemeentefonds (70% x € 175.000)
122.500
122.500
5. Continuiteit bedrijfsvoering (70% x € 175.000)
122.500
122.500
6. Inkoop en aanbesteding (70% x € 175.000)
122.500
122.500
122.500
7. GR - Dienst Dommelvallei (exact bedrag)
67.815
67.815
71.755
8. GR - GGD Brabant Zuidoost (exact bedrag)
52.870
52.870
41.400
9. Belastingaangifte (30% x € 175.000)
52.500
52.500
52.500
52.500
52.500
7.500
10. Exploitatie sporthal (30% x € 175.000) Subtotaal top 10 Overige risico's + risico's onvoorzien
Jaarrekening 2023
-
Begroting 2024 337.500 122.500 -
1.268.185 577.841
Totaal
1.846.026
Risico's t.b.v. zekerheidspercentage 90%
1.661.423
Twee keer per jaar worden de risico’s opnieuw geïnventariseerd en berekend. Ten opzichte van de jaarrekening 2023 is de totale risicowaarde met € 85.561 gestegen. Het risico Exploitatie archiefruimte gemeentehuis (€ 150.000) is nieuw. Bij de overige risico's is een aantal kleine risico's komen te vervallen. Door het nieuwe risico is het risico verzekeren buiten de top 10 gevallen. Deze is nu opgenomen in de categorie overige risico's.
48
Top 10 risico's 1. Jeugdzorg Door incidenten (crisis, gesloten jeugdzorg, jeugdbescherming) of door instroom van cliënten met hoogcomplexe casuïstiek bestaat het risico dat er een beroep wordt gedaan op de zwaardere, duurdere en langdurige jeugdzorg. Ook kunnen we achteraf geconfronteerd worden met kosten voor zorg als gevolg van directe verwijzingen door medische verwijzers (waaronder huisartsen en jeugdartsen). Deze medische verwijsroute is wettelijk ingeregeld. Beheersmaatregel Het CMD zet samen met partners als huisartsen, jeugdarts en voorliggend veld in op vroegtijdige signalering van problemen. Ondersteuning wordt altijd zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig ingezet. Er geldt voor lichte, kortdurende en voor hoogcomplexe, langdurige hulpverleningstrajecten een verschillende financiering aan zorgaanbieders. Bij de jeugdzorg gaat het veelal om incidenten, waar slechts ten dele op gestuurd kan worden. CMD en partners proberen de vroegsignalering van casussen waar jeugdzorg nodig is te intensiveren. 2. Cyberrisico's Het dreigingsbeeld Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (IBD) is hét handvat om informatiebeveiliging up-to-date te houden. Het geeft inzicht in de belangrijkste bedreigingen en ontwikkelingen en adviseert over prioriteiten.
In het dreigingsbeeld 2023-2024 concludeert de IBD onder andere dat er: - meer ransomware met destructieve gevolgen voorkomt; - steeds meer en ernstigere kwetsbaarheden in software voorkomen; - gevaren die voorkomen in de keten uit het zicht zijn. Cyberrisico’s hebben impact en kunnen leiden tot reputatie- en imagoschade. Ook gemeente Son en Breugel heeft waardevolle informatie te verliezen of kan schade lijden als informatie niet meer beschikbaar is. Beheersmaatregel Om een toekomstbestendige borging van informatiebeveiliging en privacy in processen te bereiken is scherpte in rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden nodig. In 2025 starten we met de uitvoering van het projectplan voor procesmatig werken. Dit pakken we projectmatig aangepakt. Dienst Dommelvallei draagt bij aan de realisatie van de in het projectplan opgenomen acties. 3. Exploitatie archiefruimte gemeentehuis Er spelen risico’s voor de exploitatie van onze archiefruimte, welke geheel ondergronds is aangelegd in de kelder van ons gemeentehuis, door lekkages. Deze risico’s spitsen zich toe op de waterdichtheid van het bordes, de bloembak gelegen naast het bordes en kelderwanden en -vloeren.
Eind 2023 werden we geconfronteerd met wateroverlast door een stijging van en aanhoudend hoge grondwaterstanden, in combinatie met extreme neerslag, waardoor grondwater en regenwater, tot de keldervloer door wist te dringen. Hierdoor ontstaan er risico’s van aantasting van archiefstukken, onder andere door een te hoge luchtvochtigheid en plassen die ontstaan op de keldervloer in het archief en ruimtes waar we waardevolle kunstwerken opslaan. Beheersmaatregel Er zijn korte lijnen met archiefbeheer (Dienst Dommelvallei) en er vindt periodiek overleg plaats m.b.t. de exploitatie van de archiefruimte. Er wordt, met het oog op de exploitatie van het archief, een pakket van uit te voeren maatregelen opgesteld (vanuit gebouwenbeheer), om het archief klimaatbestendig (lekkage vrij) te maken, waarbij het streven is om voor het einde van dit jaar (Q4 van 2024) tot een permanente oplossing te komen.
49
4. Algemene uitkering gemeentefonds Via circulaires wordt de gemeente in ieder geval 2 maal per jaar (mei en september) geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. In het voorjaar 2024 is gesproken over een stabiele en beter beheersbare financiering van gemeenten. Er is besloten over te gaan tot het schrappen van de oploop van de opschalingskorting in combinatie met het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek in 2024. De nieuw gekozen vorm van indexatie levert meer stabiliteit op. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het gemeentefonds minder schommelt (volumedeel). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar, waardoor het gemeentefonds reëel “op niveau” blijft (prijsdeel). Hoewel de doorgevoerde wijzigingen erop gericht zijn om meer stabiliteit te krijgen in de grootste inkomstenbron van de gemeente, passen we de risicowaarde op dit onderdeel vooralsnog niet aan. De schommelingen in de algemene uitkering kunnen nog steeds problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend. Beheersmaatregel De algemene uitkering maakt integraal onderdeel uit van de begroting.
De schommelingen worden op het eerst volgende moment binnen de exploitatie verwerkt om deze sluitend te houden. 5. Continuïteit bedrijfsvoering Er is een aantal factoren dat een risico vormt voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, zoals: moeilijk kunnen invullen van vacatures als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt, werkdruk, personele wisselingen, ziekteverzuim, inzet van externen. Deze risico's kunnen leiden tot vertraging in de bedrijfsvoering. Daarnaast kan het leiden tot hogere kosten door externe inhuur. Beheersmaatregel Ziekteverzuim is opgenomen in het percentage productieve uren per medewerker. Externe inhuur gaat ten laste van de vacatureruimte of knelpuntenpot personeelskosten. Ziekteverzuim en inhuur derden brengen we maandelijks in kaart . 6. Inkoop en aanbesteding De volgende risico's hebben betrekking op inkoop en aanbesteding: 1. Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met financiële en juridische gevolgen; 2. Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening. Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit; 3. Contracten kunnen stilzwijgend verlengd worden tegen ongunstige voorwaarden.
Of door het niet bundelen van opdrachten worden besparingsmogelijkheden niet benut. Beheersmaatregel Na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 is bij de implementatie daarvan veel voorlichting gegeven, de procedure uitvoering beschreven en checklists opgesteld. Elke inkoop gebeurt in beginsel vanuit het principe materiedeskundige (beleidsambtenaar), inkoper (Bizob). Dit is afhankelijk van de inkoopwaarde en/of potentiële risico’s die met de inkoop gepaard gaan. Vragen kunnen aan Bizob en eventueel aan de juridische adviseur gesteld worden. Inkoop en Aanbesteding is onderdeel van de verbijzonderde interne controle. Hierbij worden zowel procesgerichte (deelwaarneming) als gegevensgerichte (inkoopanalyse) controles uitgevoerd. Fouten en/of verbetervoorstellen worden teruggekoppeld. Als gevolg van de gewijzigde EU-richtlijnen is de Aanbestedingswet 2012 gewijzigd. Op 18 juli 2017 is het inkoopbeleid, met inbegrip van het inkoophandboek en -procedures, vastgesteld. Daarbij zijn - overeenkomstig de landelijke en regionale lijn - de drempels voor de interne procedures vereenvoudigd waardoor het risico op het niet goed volgen van intern beleid verder is verkleind.
50
7. GR - Dienst Dommelvallei De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Op basis van de vastgestelde begroting van Dienst Dommelvallei wordt financieel bijgedragen aan de dienst. Hierbij zijn ook aannames gemaakt met betrekking tot te realiseren efficiency. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft, worden de risico’s van de dienst betrokken bij de risicowaarde van de drie deelnemende gemeenten. Beheersmaatregel Via een begroting, jaarrekening en rapportages (Dommelvallei) volgen we de ontwikkelingen periodiek en intensief. Eventuele effecten kunnen rechtstreeks verwerkt worden in de eigen begroting. Daarnaast is sprake van deelname in het bestuur van Dienst Dommelvallei. De risico's van Dienst Dommelvallei zijn, voor zover mogelijk, inzichtelijk gemaakt en beheersmaatregelen zijn geformuleerd. 8. GR - GGD Brabant Zuidoost De Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant Zuidoost heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. Op basis van de begroting wordt financieel bijgedragen. Het onafgedekte risico, zijnde € 2.350.000, moet opgenomen worden in de eigen risicoparagraaf van de deelnemende gemeentes, herrekend naar de risicowaarde per gemeente.
Beheersmaatregel Via de begroting, jaarrekening en rapportages worden de ontwikkelingen periodiek en intensief gevolgd. Eventuele effecten kunnen rechtstreeks verwerkt worden in de eigen begroting. Daarnaast is sprake van deelname in het bestuur en ambtelijk het Opdrachtgeversplatform. 9. Belastingaangifte De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, Btw-aangiften, opgave Btw compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid. Beheersmaatregel Om de fiscale zaken te borgen is een Taks Control Frame noodzakelijk. Dit proces is nu onderhanden. Voor de toekomst is dit een ingang om tot “Horizontaal Toezicht” te komen met de Belastingdienst. Dit betekend niet dat het risico komt te vervallen. 10. Exploitatie sporthal Als de onderneming wegvalt loopt de gemeente een risico. Wanneer de exploitaties niet naar verwachting verlopen, dan kan de gemeente voor De Landing en De Bongerd verantwoordelijk worden gesteld om meerkosten (zoals energie) mee te financieren. Beheersmaatregel Er zijn korte lijnen met de exploitant en er vindt periodiek overleg plaats over de exploitatie.
Daarnaast wordt, met het oog op de exploitatie van de nieuwe Bongerd, een adequaat beheermodel opgesteld waarbij we ernaar streven om met de beheerder nieuwe exploitatie- en beheerafspraken te maken.
Weerstandscapaciteit in cijfers De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden. Beschikbare weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit
Peildatum 1-1-2025
Algemene reserve
3.000.000
Reserve vrije bestedingsruimte
5.326.000
Totaal incidentele weerstandscapaciteit
8.326.000
Structurele weerstandscapaciteit Post onvoorzien
80.000
Totaal structurele weerstandscapaciteit
80.000
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
8.406.000
51
Er is veel meer incidentele capaciteit beschikbaar dan structurele capaciteit. De structurele capaciteit kunnen we in principe jaarlijks vrijmaken voor financiële tegenvallers. De incidentele capaciteit kunnen we slechts eenmaal aanspreken en kunnen we pas na aanvulling weer gebruiken om volgende tegenvallers op te vangen. Weerstandsvermogen We gaan uit van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt bepaald door de volgende ratio: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit € 8.406.000 / € 1.661.423 = 5,06 We concluderen dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 5,06 goed is. Ontwikkeling weerstandsvermogen De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de weerstandsratio zien, inclusief de prognose voor de komende jaren. Voor de prognose gaan we uit van gelijk blijvende benodigde weerstandscapaciteit. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de meerjarenramingen. Met een weerstandsratio van 5,06 is het weerstandsvermogen van Son en Breugel goed. Ook voor de komende jaren blijft de ratio op een goed niveau gehandhaafd.
52
Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geven een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Een individueel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van de gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de provincie als toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden: • netto schuldquote; • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • solvabiliteitsratio; • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; • belastingcapaciteit. De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden. Waarderingscijfer
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90
90-130
>130
Solvabiliteitsratio
>50
20-50
<20
Grondexploitatie
<20
20-35
>35
Structurele exploitatieruimte
>0
0
<0
Belastingcapaciteit
<95
95-105
>105
53
54
Uitgangspunten Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2024 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 20242027. De kengetallen voor de begroting 2025-2028 zijn afkomstig uit deze meerjarenbegroting. Omschrijving
Realisatie
Begroting
2021
2022
2023
2024 2025
11%
28%
49%
110%
92% 116% 129% 127%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
8%
24%
46%
106%
88% 112% 125% 124%
Solvabiliteitsratio
72%
57%
49%
32%
29%
27%
25%
25%
Grondexploitatie
-19%
-18% -13%
0%
-7%
-3%
-2%
-2%
Netto schuldquote
Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
3%
2026
2027
2028
1%
-5%
1%
2%
1%
2%
3%
101% 105%
95%
93%
91%
91%
91%
91%
Conclusie Netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). De hoogte van dit kengetal wordt voor de gemeente Son en Breugel beïnvloed door 2 oorzaken: • De boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie zijn de afgelopen jaren gedaald, waardoor de financieringsbehoefte ook gedaald is. • Het oplopen van dit kengetal in de begrotingsjaren wordt veroorzaakt door de gedane en geraamde investeringen voor: o Gemeentehuis o Gezamenlijke uitbreiding voor de Bloktempel en de Ruimte o Braecklant o Dommelhuis o Sporthal de Bongerd o Nieuwbouw Buitenste Binnen o Grondaankopen en aankoop panden o Diverse investeringen in rioolvervangingen en wegen Solvabiliteitsratio De daling van het kengetal in de meerjarenbegroting wordt veroorzaakt door de geraamde onttrekkingen aan reserves voor een deel van de hierboven genoemde investeringen. Daarnaast stijgt de totale boekwaarde van de activa als gevolg van de hierboven genoemde investeringen. Grondexploitatie In de afgelopen jaren is het kengetal gedaald door de afname van de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie. Structurele exploitatieruimte De kengetallen van de begrotingsjaren zijn positief. Dit betekent dat alle structurele lasten, inclusief de kapitaallasten van de geraamde investeringen, opgevangen worden binnen een structureel sluitende begroting.
Bij de berekening van dit kengetal moeten de stortingen en onttrekkingen aan de reserves gecorrigeerd worden. Belastingcapaciteit Het landelijk gemiddelde van het kengetal voor de belastingcapaciteit wordt jaarlijks op 100% gesteld. Het kengetal belastingcapaciteit daalt voor 2025 naar 91% in vergelijking met de jaarrekening 2023. Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting.
55
Netto schuldquote
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente.
56
Grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken.
57
Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld.
58
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In deze paragraaf gaan we in op het beheer en onderhoud van het groen (openbaar groen), grijs (wegen en openbare verlichting) en blauw (riolering; gemalen en grondwater). Een rationeel beheer en onderhoud van dergelijke kapitaalgoederen is gebaat bij beheersystemen die tijdig de gewenste informatie verschaffen in het noodzakelijke onderhoud en de daarmee samenhangende kosten. Vandaar dat we in deze paragraaf ingaan op de huidige stand van zaken van deze systemen.
Wegen en weginspectie Beleid Son en Breugel werkt met een wegenbeheersysteem. Op basis van tweejaarlijkse inspecties actualiseren we de basisgegevens van dit systeem. Het huidig areaal aan verhardingen is te verdelen in: • Elementenverhardingen: ca. 670.000 m2 • Asfaltverhardingen: ca. 470.000 m2 Uitgangspunt van het onderhoud aan de gemeentewegen is dat deze voldoet aan de kwaliteitsnormen van het CROW (Centrum voor onderzoek en regelgeving in de grond-, weg- en waterbouw en verkeerstechniek). Het onderhoudsniveau van wegen is minimaal kwaliteitsniveau C. In de CROW-kwaliteitscatalogus wordt dit omschreven als matig. Het onderhoudsniveau van trottoirs is B (kwaliteit: voldoende). Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Beheerplan wegen
2016-2020
Commissie GZ: 6 januari 2016
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2024
Uitgangspunten De kosten voor noodzakelijke reconstructies c.q. vervangingen van wegverhardingen hebben we langjarig inzichtelijk gemaakt. Om een gezonde begroting te behouden eist de Provincie dat we voor het onderhoud van de wegen een voorziening vormen. Jaarlijks onderhoudsbudget In onderstaande tabel staan de beschikbare budgetten voor het groot en klein onderhoud. Financieel
2025
2026
2027
2028
Groot onderhoud wegen
915.837
978.237
1.165.837
1.203.237
Klein onderhoud klinkerwegen
185.744
185.744
185.744
185.744
1.101.581
1.163.981
1.351.581
1.388.981
Totaal
Onderhoudsbehoefte Op basis van de globale visuele inspectie en een maatregelen toets bepalen we jaarlijks de onderhoudsbehoefte. De inspectieresultaten geven aan waar onderhoud noodzakelijk is en met een maatregelentoets bepalen we wat er exact moet gebeuren om het areaal op niveau te houden. Achterstallig onderhoud Er is op dit moment sprake van 10% achterstallig onderhoud. Om dit onderhoud in te lopen, zijn de stortingen in de voorziening daarop aangepast.
Openbare verlichting Beleid Aan de hand van het beheersysteem worden jaarlijks de onderhoud- en vervangingsinvesteringen inzichtelijk gemaakt en opgenomen in de begroting. Uitgangspunt is dat de installatie voldoet aan de landelijke richtlijnen (NPR 13201-1). Duurzame openbare verlichtingsinstallatie De openbare verlichting in Son en Breugel is geheel voorzien van energiezuinige led-armaturen.
59
Duurzame sportveldverlichtingsinstallatie De sportveldverlichting van voetbalcomplex Gentiaan noord (Schuttersheide, SBC voetbal) en sportaccommodatie van Gentlaan 2a Breugel (Corridor korfbal), zijn geheel voorzien van energiezuinige led-armaturen. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Beleidsnota openbare verlichting
N.v.t.
6 oktober 2016
N.v.t.
Uitgangspunten Kwalitatief goede openbare verlichting waarbij de verkeersveiligheid, sociale veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid als speerpunten gelden. Voldoen aan de landelijke richtlijnen Jaarlijks groot onderhoudsbudget In onderstaande tabel zijn de bedragen voor het onderhoud van de verlichting, exclusief eigen uren weergegeven. Financieel
2025
2026
2027
2028
Onderhoud verlichting
74.208
74.208
74.208
74.208
Totaal
74.208
74208
74.208
74.208
Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud. Alle verlichting is LED-verlichting.
Civieltechnische kunstwerken Beleid De brug Dommelpas is dermate versleten dat groot onderhoud niet meer mogelijk is. Deze brug moet in zijn geheel vervangen worden. Conform de huidige planning wordt de nieuwe brug begin 2e kwartaal 2025 opgeleverd. We controleren de huidige brug periodiek op veiligheidsaspecten, zodat voetgangers en fietsers de brug veilig kunnen gebruiken. Aan de hand van de in 2023 opgestelde MJOP maken we de onderhoud- en vervangingsinvesteringen jaarlijks inzichtelijk gemaakt en nemen we deze op in de begroting. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
MJOP civieltechnische kunstwerken
2024-2034
n.v.t.
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2025
Uitgangspunten We hebben de MJOP aangepast om de civiele kunstwerken op een efficiënte en effectieve wijze in stand en veilig te houden. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen In onderstaande tabel hebben we de bedragen voor het onderhoud van de civiele kunstwerken excl. kleine reparaties weergegeven. Na de vervanging van de brug wordt bepaald hoe groot het budget moet zijn om jaarlijks het benodigde onderhoud uit te voeren. Met deze gegevens wordt het MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP) voor civieltechnische kunstwerken aangepast. Financieel
2025
2026
2027
2028
Onderhoud civiele kunstwerken
3.790
3.790
5.212
5.212
Totaal
3.790
3.790
5.212
5.212
Naast bovenstaande bedragen voor het reguliere onderhoud is er ook een investeringskrediet beschikbaar gesteld voor de vervanging van de brug Dommelpas en bijbehorend fiets- en voetpad. Achterstallig onderhoud Er is sprake van achterstallig onderhoud aan de brug/duiker Broekstraat. Deze brug/duiker wordt zo spoedig mogelijk vervangen en is opgenomen in de MJOP voor vervanging in 2025.
60
Groenvoorzieningen Beleid In 2021 is het nieuwe groenbeleidsplan vastgesteld. Dit plan hebben we in 2023 en 2024 vertaald naar een groen-grijs beheerplan. Dit traject hebben we samen met het nieuwe beheerplan wegen vormgegeven, zodat er een integrale aanpak voor het beheer van de openbare ruimte mogelijk is. Beleidsplan Het vigerende groenbeleidsplan is in 2021 vastgesteld en heeft geen specifieke einddatum. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Groenbeleidsplan 2021
2022- (geen specifieke einddatum)
25 november 2021
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Uitgangspunten Het hoofddoel van het groenbeleidsplan is om een samenhangend beleid en beheer van het openbaar groen voor de gemeente te realiseren, dit naar tevredenheid van bewoners en bedrijven maar met een verschuiving van cultuurlijk groen naar natuurlijk groen. In het op te stellen groen-grijs beheerplan maken we deze verschuiving concreet. Het cultuurlijk ingerichte openbaar groen is op veel plekken aan vervanging toe. Dit is een uitgelezen kans om natuurlijk groen te realiseren. Gazons en hagen worden vervangen door bijvoorbeeld bloemenweides en vogelbosjes. Daarbij blijft altijd veiligheid en doelmatigheid de eerste prioriteit. Dit verhoogt de biodiversiteit en leefbaarheid, terwijl de beheerkosten lager zullen uitvallen. Zo is het mogelijk om met gelijkblijvende kosten in de toekomst hoogwaardiger groen te beheren. Jaarlijks onderhoudsbudget In onderstaande tabel wordt het meerjarenbudget voor het groot onderhoud aan het openbaar groen weergegeven. Het betreft hier de bestekken voor de verschillende arealen. Financieel
2025
2026
2027
2028
Exploitatiebudget
652.007
652.007
652.007
652.007
Totaal
652.007
652.007
652.007
652.007
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Riolering Beleid Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in het Programma Water en Riolering 2023-2027 (PWR). Er zijn vier gemeentelijke zorgplichten: zorgplicht voor stedelijk afvalwater; zorgplicht voor hemelwater; zorgplicht voor grondwater en de zorgplicht voor beheer en onderhoud van de riolering. Daarnaast hebben we in het PWR maatregelen opgenomen die voortvloeien uit de Kader Richtlijn Water (KRW). Het 'rioleringsplan' geeft inzicht in de bestaande infrastructuur en benodigde reconstructies en vervangingen binnen het stelsel. Het is tot stand gekomen op basis van een theoretische/strategische benadering ofwel de economische levensduur van de riolering binnen het databestand. Programma Water en riolering 2023-2027 Op 22 juni 2023 is het PWR 2023-2027 vastgesteld door uw gemeenteraad. In het PWR 2023-2027 is een overzicht opgenomen van de te nemen verbetering- en vervangingsmaatregelen. Hieraan zijn tevens de financiële consequenties gekoppeld. Er is aandacht geschonken aan acties die ondernomen moeten worden in het kader van klimaatverandering waarbij grote droge periodes worden afgewisseld met forse natte periodes. Aandacht voor hittestress en wateroverlast zijn dan ook belangrijke aandachtspunten. De financiële gevolgen vormen de basis voor het vaststellen van een kostendekkende rioolheffing.
61
Samenwerking binnen de afvalwaterketensystemen (OAS) cluster Eindhoven Binnen het samenwerkingsverband worden maatregelen genomen om de waterkwaliteit van de Dommel en de zij-beken te laten voldoen aan de Europese Kader Richtlijn Water (KRW). De KRWrichtlijn is bedoeld om te zorgen dat de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in Europa uiterlijk 2027 op een goed niveau is en blijft. Voor het stroomgebied van de Boven-Dommel en de zij-beken werken de betrokken partijen (gemeenten en waterschap De Dommel) samen in het Klimaatportaal Zuidoost Brabant. Naam
Periode
Programma Water en Riolering 2023-2027
2023-2027 22 juni 2023
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2027
Jaarlijks groot onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen In onderstaande tabel staan de kosten voor het onderhoud aan het rioolstelsel. Daarnaast zijn er ook kosten voor o.a. planvorming, kapitaallasten en interne uren. De vervangingsinvesteringen hebben we gebaseerd op het Programma Water en Riolering 2023-2027 en hebben we opgenomen in het activiteitenplan. Vanwege de extreem natte winter en de extreme neerslag in mei hebben we extra budget in de begroting opgenomen. Het aanvullend budget is bestemd om additionele kosten voor maatregelen te dekken. In 2025 en verder willen we aanvullende maatregelen treffen om wateroverlast in de toekomst zo veel mogelijk te voorkomen. Dit leidt tot een tariefverhoging van de rioolheffing in 2025. Financieel
2025
2026
2027
2028
Onderhoudskosten riolering
493.502
512.533
480.461
469.685
Totaal
493.502
512.533
480.461
469.685
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Gebouwen Beleid De gemeentelijke vastgoedportefeuille bestaat uit diverse gemeentelijke gebouwen, (rijks)monumenten en maatschappelijke accommodaties. Om de gemeentelijke vastgoedportefeuille op het gewenste conditieniveau te houden, is de meerjaren onderhoudsbegroting (MJOB) opgesteld. De vastgoedportefeuille wordt op een gedifferentieerd conditieniveau onderhouden. De gemeentelijk vastgoedportefeuille wordt in stand gehouden op conditiescore 3, wat staat voor een “sobere maar doelmatige” onderhoudstrategie, of wat wettelijk (minimaal) van ons wordt verlangd. Strategisch vastgoed, vastgoed dat op korte termijn wordt afgestoten of wordt gesloopt, wordt versoberd in standgehouden op conditiescore 4 of 5. Verduurzaming gemeentelijke vastgoed De gemeenteraad heeft op 11 juni 2020 ingestemd met de strategie tot het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed, de strategie is geschreven met aandacht voor: - Welke gebouwen en maatregelen worden meegenomen vanuit het MJOB - Welke projecten zelfstandig worden uitgevoerd voor verduurzaming - Welke gebouwen niet mee woorden genomen voor verduurzaming. - Dat voor sporthal De Landing wordt gekeken naar één totaaloplossing.
Accommodatie plannen (AP) en vastgoedbeleid Onder andere om de verduurzamingsopgave te herijken en te actualiseren, zijn we gestart met het opstellen van toekomstbestendige accommodatie plannen (AP) en vastgoedbeleid 2024-2028. Dit wordt een verbreding van beleid wat gaat over gemeentelijke vastgoed en maatschappelijke accommodaties, naast het Integraal HuisvestingsPlan (IHP). In de AP conformeren we ons aan de vernieuwings-, uitbreiding en verduurzamingsopgave van het gemeentelijk vastgoed en maatschappelijke accommodaties.
62
De AP, in combinatie met vastgoedbeleid, zorgt ervoor dat: - Er strategische keuzes worden gemaakt, zowel op korte als de lange termijn - Het meerjarenperspectief wordt afgestemd op het eigen (investerings-) beleid - Huisvestingsvraagstukken aan gaan sluiten op andere beleidskaders. Op basis van gemaakte keuzes die voortvloeien uit de AP, worden de financiële consequenties voor de gemeentelijke gebouwen en maatschappelijke accommodaties, vastgesteld en meegenomen in de meerjarige onderhoudsbegroting (MJOB) en wordt de investeringsplanning (o.a. voor verduurzaming en klimaatbestendig maken) opgesteld. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Accommodatie plannen (AP) & Vastgoedbeleid (2024-2028)
2024-2028
nog vast te stellen
Q3/Q4 2024
MJOB gemeentelijke gebouwen & maatschappelijke accommodaties
2025-2034
2 december 2015
2025
Uitgangspunten Op basis van de uitgevoerde conditiemetingen en maatregelen toetsen, wordt periodiek (2x per jaar) de MJOB geactualiseerd, zodat de planning en uitvoering in lijn blijven met de daarvoor benodigde budgetten. Naast budget voor instandhouding (en exploitatie) en uitvoering van het reguliere onderhoud, moet er in 2025 ook investeringskrediet beschikbaar gesteld worden gesteld voor optimalisatie, verduurzaming en renovatie van sporthal De Landing. Ook volgen er losse investeringskredietaanvragen voor verduurzaming en/of klimaat-adaptief maken van de gemeentelijke vastgoedportefeuille. De uit te voeren maatregelen maken we inzichtelijk in nog op te stellen maatwerkadviezen en koppelen we waar mogelijk aan maatregelen die zijn opgenomen in het MJOB. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen Financieel
2025
2026
2027
2028
Exploitatie budget
562.387
490.000
524.166
476.410
Saldo voorziening per 31-12
562.387
490.000
524.166
476.410
Dotatie voorziening: In de begroting 2025 is de dotatie aan de voorziening bijgesteld en geactualiseerd. Deze bijgestelde dotatie is bepaald op basis van de geactualiseerde meerjaren onderhoudsbegroting (MJOB). De dotatie is geactualiseerd en aangepast naar de huidige samenstelling en omvang van de gemeentelijke vastgoedportefeuille, die vanaf 2015 tot nu substantieel is gegroeid en gewijzigd, onder andere door uitvoering van diverse sloop-/(ver)nieuwbouw-, renovatie-, transformatie- en verduurzamingsprojecten, waardoor de onderhoudskosten zijn toegenomen. Hiervoor is ophoging van de dotatie noodzakelijk om de actuele gemeentelijk vastgoedportefeuille in stand te houden. Achterstallig onderhoud Momenteel is er sprake van “verantwoord” uitgesteld onderhoud, onder andere doordat geplande renovaties uitgesteld zijn vanwege herontwikkelingen en/of nieuwbouw. Het benodigde budget voor instandhouding van objecten die vallen binnen deze categorie, is al verwerkt en bijgesteld in de dotatie voor 2025. Het uitgestelde onderhoud betrekken we daarnaast bij het opstellen van de Accommodatie Plannen (AP).
Speeltoestellen Uitgangspunten Uitgangspunt is dat de speeltuinen voldoen aan de veiligheidseisen van het attractie- en speeltuinenbesluit. Om hieraan te voldoen hebben we in de afgelopen jaren alle speeltoestellen vervangen. De investeringen zijn afgesloten. Elk jaar worden de speeltoestellen gecontroleerd door een externe partij en eventuele tekortkomingen worden hersteld.
63
Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen In onderstaande tabel staat het meerjarenbudget voor het onderhoud aan de speelvoorzieningen. Dit budget omvat onder andere onderhoud, inspectie kleine vervangen en schoonmaak van de speelvoorzieningen. Financieel
2025
2026
2027
2028
Exploitatiebudget
63.409
63.409
63.409
63.409
Totaal
63.409
63.409
63.409
63.409
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
64
Financiering Inleiding Het opstellen van de paragraaf financiering in de begroting en de jaarstukken is in zowel het BBV als in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering betreft de wijze waarop de gemeente Son en Breugel de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving is een treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000.
Interne- en externe ontwikkelingen Extern In juni 2024 heeft de ECB besloten de rente met 0,25% te verlagen. Eerder verhoogde de ECB vanaf juli 2022 de rente in tien stappen naar 4%. Doel was om de economie af te laten koelen en zo de torenhoge inflatie naar beneden te krijgen. Prijzen waren omhooggeschoten in de nasleep van de pandemie en de Russische inval in Oekraïne. Inflatie was ver boven het doel van 2% dat de ECB op middellange termijn nastreeft. Met de verlaging van de rente haalt de ECB voorzichtig de voet van de rem, wat zal bijdragen aan het aantrekken van de economie. Nog steeds ligt de korte rente op een hoger niveau dan de lange rente. Intern Voor de begroting zijn de volgende interne rentepercentages gebruikt, de berekening volgens BBV: Renteschema
%
Rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond
2,00%
Rente activa en Grex afgerond (omslagrente)
1,30%
* Vanaf 2025 zijn de rentes van activa en grex gelijk aan elkaar, als gevolg van nieuwe BBV-regels (notitie rente). In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV: Stap Renteschema De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten 1 Saldo rentelasten en rentebaten
2025
2026
1.142 1.405 -30
-28
1.112 1.376
2028
2029
1.751 1.809
2027
1.814
-26
-24
1.724 1.784
-27
1.790
De rentebaten van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-10
-9
-8
-7
-6
De rentelasten van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
10
9
8
7
6
2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
0
0
0
0
0
3 Rente over eigen vermogen
0
0
0
0
0
154
157
160
164
167
1.884 1.947
1.957
3 Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) 4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 1+2+3) 5 De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) actieve gronden 5 De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) activa Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5)
1.266 1.533 -46
-76
-82
-46
-51
-1.136 -1.167 -1.279 -1.284 -1.269 84
289
523
617
637
Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.
65
Financieringsbehoefte Op basis van de begroting 2025 wordt een meerjarige financieringsbehoefte opgesteld. Boekwaarde 1-1 Activa
2025
2026
2027
2028
90.773
97.500
104.441
105.905
Grondexploitatie
-4.029
-1.672
-1.233
-1.042
Geldleningen OG*
-32.552
-29.751
-26.949
-24.146
Reserves en voorzieningen
-37.240
-36.969
-36.530
-36.923
Financieringsbehoefte
16.951
29.108
39.728
43.795
* Dit is de huidige leningenportefeuille. Uit bovenstaand schema blijkt dat de komende jaren een financieringsbehoefte is tot een maximum van ruim € 43 miljoen. Deze wordt gefinancierd met kasgeld- en langlopende geldleningen. Beleidsvoornemen financiering. Er is een tendens in de markt zichtbaar dat financiële instellingen terughoudend zijn met het geven van een rentevisie. Ook BNG publiceert deze sinds enige tijd niet meer. Het beleid is erop gericht om op verschillende momenten langlopende leningen af te sluiten in de toekomst en het tegelijkertijd hebben lopen van kortlopende en langlopende leningen. Hiermee reduceren we het renterisico. Hierbij wordt rekening gehouden met de kasgeldlimiet. Deze bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over drie achtereenvolgende kwartalen bezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen.
Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten bepaald voor het toetsen van het renterisico, namelijk: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Als voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moeten de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Stap
Omschrijving
2025
Bepalen toegestane kasgeldlimiet Omvang begrotingstotaal
54.634
Percentage regeling
8,50%
1 Toegestane kasgeldlimiet
4.644
Vlottende korte schuld opgenomen gelden < 1 jaar
4.000
Schuld in rekening courant
0
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
1
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 2 Totaal vlottende korte schuld
0 4.001
Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar
16 4.987 0
3 Totaal vlottende middelen
5.003
4 Totaal netto vlottende schuld (2-3)
-1.002
Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4)
5.646
66
Voor 2025 wordt met kasgeldleningen gewerkt tot de bovengrens van de kasgeldlimiet om te voorzien in de financieringsbehoefte. De overige financieringsbehoefte wordt gefinancierd door middel van het opnemen van langlopende geldleningen. Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder). Stap
Omschrijving
2025
2026
2027
2028
0
0
0
0
2 Aflossingen
2.801
2.802
2.803
2.805
Renterisico
2.801
2.802
2.803
2.805
4 Begrotingstotaal
54.634
51.320
51.761
52.604
1 Renteherzieningen 3 (1+2)
6 (4 x 5)
5 Percentage regeling
20%
20%
20%
20%