1. Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Tekst van het document
Periode
Vastgesteld in de raad
Groenbeleidsplan 2021
2022-
25 november 2021
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Uitgangspunten Het hoofddoel van het groenbeleidsplan is om een samenhangend beleid en beheer van het openbaar groen voor de gemeente te realiseren, dit naar tevredenheid van bewoners en bedrijven maar met een verschuiving van cultuurlijk groen naar natuurlijk groen. In het groengrijs beheerplan is deze verschuiving concreet gemaakt. Het openbaar groen in onze gemeente is op veel plekken weinig gevarieerd ingericht en toe aan vervanging. Deze vervangingsopgave biedt een kans om over te stappen naar een meer divers en natuurlijk groenbeeld. Zo worden gazons en hagen vervangen door onder andere bloemenweides en vogelbosjes. Met deze aanpak vergroten we de biodiversiteit en versterken we de leefbaarheid. Ons streven is om binnen gelijkblijvende kosten de natuurkwaliteit in de toekomst aanzienlijk te verbeteren. Jaarlijks onderhoudsbudget In onderstaande tabel wordt het meerjarenbudget voor het groot onderhoud aan het openbaar groen weergegeven. Het betreft hier de bestekken voor de verschillende arealen. Financieel
2026
2027
2028
2029
Exploitatiebudget
707.031
707.031
707.031
707.031
Totaal
707.031
707.031
707.031
707.031
Achterstallig onderhoud Door de gestegen kosten en beperkt budget zijn we genoodzaakt om scherpe keuzes te maken. Hierdoor kunnen we niet overal voldoen aan de eerder afgesproken beeldkwaliteit. Dit heeft onder andere tot gevolg dat in plantvakken regelmatig ongewenste kruiden (onkruid) voorkomen, wat ten koste gaat van de uitstraling en beleving van het groen.
Riolering Beleid Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in het Programma Water en Riolering 2023-2027 (PWR). Er zijn vier gemeentelijke zorgplichten: zorgplicht voor stedelijk afvalwater; zorgplicht voor hemelwater; zorgplicht voor grondwater en de zorgplicht voor beheer en onderhoud van de riolering. Daarnaast hebben we in het PWR-maatregelen opgenomen die voortvloeien uit de Kader Richtlijn Water (KRW). Het 'rioleringsplan' geeft inzicht in de bestaande infrastructuur en benodigde reconstructies en vervangingen binnen het stelsel.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 70
Programma Water en riolering 2023-2027 Op 22 juni 2023 is het PWR 2023-2027 vastgesteld door uw gemeenteraad. In het PWR 2023-2027 is een overzicht opgenomen van de te nemen verbetering- en vervangingsmaatregelen. Hieraan zijn tevens de financiële consequenties gekoppeld. Er is aandacht geschonken aan acties die ondernomen moeten worden in het kader van klimaatverandering waarbij langdurig droge periodes worden afgewisseld met forse natte periodes. Droogte en wateroverlast zijn dan ook belangrijke aandachtspunten. De financiële gevolgen vormen de basis voor het vaststellen van een kostendekkende rioolheffing. Samenwerking binnen de afvalwaterketensystemen (OAS) cluster Eindhoven Binnen het samenwerkingsverband worden maatregelen genomen om de waterkwaliteit van de Dommel en de zij-beken te laten voldoen aan de Europese Kader Richtlijn Water (KRW). De KRW is bedoeld om te zorgen dat de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in Europa uiterlijk 2027 op een goed niveau is en blijft. Voor het stroomgebied van de Boven-Dommel en de zij-beken werken de betrokken partijen (gemeenten en waterschap De Dommel) samen in het Klimaatportaal Zuidoost Brabant. Vanuit de provincie Noord-Brabant wordt meer aandacht gevraagd voor de KRW-doelen. Gemeenten worden gevraagd individuele maatregelen te treffen om de waterkwaliteit een impuls te geven.
Of er maatregelen nodig en doelmatig zijn in Son en Breugel, wordt de tweede helft van 2025 duidelijk. Naam
Periode
Programma Water en Riolering 2023-2027
2023-2027 22 juni 2023
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2027
Jaarlijks groot onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen In onderstaande tabel staan de kosten voor het onderhoud aan het rioolstelsel. Daarnaast zijn er ook kosten voor o.a. planvorming, kapitaallasten en interne uren. De vervangingsinvesteringen hebben we gebaseerd op het Programma Water en Riolering 20232027. Andere beleidsstukken zoals 'Klimaatbestendig Son en Breugel 2030', de mobiliteitsvisie en de centrumvisie nemen we mee als koppelkans. Sinds de extreem natte winter (2023-2024) en de extreme neerslag in mei 2024 hebben we extra budget in de begroting opgenomen. Het aanvullend budget is bestemd om additionele kosten voor maatregelen te dekken. In 2026 gaan we hiermee verder en verder willen we aanvullende maatregelen treffen om wateroverlast in de toekomst zo veel mogelijk te voorkomen. Financieel
2026
2027
2028
2029
Onderhoudskosten riolering
518.700
486.490
489.078
502.283
Totaal
518.700
486.490
489.078 502.283
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Gebouwen Beleid Beheerplan: In het Beheerplan gemeentelijke gebouwen & maatschappelijke accommodaties 2025-2033 zijn de normen voor het beheer vastgesteld. Hierin staat beschreven dat de vastgoedportefeuille gedifferentieerd in stand wordt gehouden, met als basis conditiescore 3, wat staat voor een “sobere maar doelmatige” onderhoud strategie, of wat wettelijk (minimaal) van ons wordt verlangd. Strategisch vastgoed, vastgoed dat op korte termijn wordt afgestoten of wordt gesloopt, wordt versoberd in standgehouden op conditiescore 4 of 5.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 71
Verduurzaming gemeentelijke vastgoed: De gemeenteraad heeft op 11 juni 2020 ingestemd met de strategie tot het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed, de strategie is geschreven met aandacht voor: - Welke gebouwen en maatregelen worden meegenomen vanuit het MJOB - Welke projecten zelfstandig worden uitgevoerd voor verduurzaming - Welke gebouwen niet mee worden genomen voor verduurzaming. - Dat voor sporthal de Landing wordt gekeken naar een totaaloplossing. In 2025 is een start gemaakt met uitvoering van de renovatie en verduurzaming van sporthal De Landing, wat vervolg gaat krijgen in 2026. In 2026 worden energieprestatie maatwerkadviezen opgesteld voor het: - Combigebouw - Raadhuisje Vanuit deze adviezen volgen maatregelen welke na vaststelling uitgevoerd gaan worden voor verduurzaming (gasloos maken) van deze 2 gemeentelijke gebouwen.
Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Beheerplan gemeentelijke gebouwen & maatschappelijke accommodaties 2025-2033
20252033
11 maart 2025
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Uitgangspunten Op basis van uitgevoerde conditiemetingen en maatregelen toetsen, wordt periodiek (2x per jaar) de MJOB geactualiseerd, zodat de planning en uitvoering in lijn blijven met de daarvoor benodigde budgetten. Naast budget voor instandhouding (en exploitatie) en uitvoering van het reguliere onderhoud, is in 2025 is een investeringskrediet beschikbaar gesteld voor optimalisatie, verduurzaming en renovatie van sporthal De Landing, Met de uitvoering van deze maatregelen is in 2025 een start gemaakt. In 2026 volgen er losse investeringskredietaanvragen voor verduurzaming en/of klimaatadaptief maken van de gemeentelijke vastgoedportefeuille, waaronder voor het Combigebouw en het Raadhuisje. De uit te voeren maatregelen maken we inzichtelijk in nog op te stellen maatwerkadviezen en koppelen we waar mogelijk aan maatregelen die zijn opgenomen in het MJOB. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen Financieel
2026
2027
2028
2029
Dotatie voorziening
276.000
276.000
276.000
276.000
Besteding uit voorziening
368.034
197..032
248.747
57.642
Saldo voorziening per 31-12
-92.035
78.967
27.252
218.357
Dotatie voorziening: In de begroting 2026 is de dotatie aan de voorziening bijgesteld en geactualiseerd. De stand van de voorziening is op 01-01-2026 € 465.697. Deze bijgestelde dotatie is bepaald op basis van de geactualiseerde MeerJaren OnderhoudsBegroting (MJOB). De dotatie is geactualiseerd en aangepast naar de huidige samenstelling en omvang van de gemeentelijke vastgoedportefeuille, die vanaf 2015 tot nu substantieel is gegroeid en gewijzigd, onder andere door uitvoering van diverse sloop-/(ver)nieuwbouw-, renovatie-, transformatie- en verduurzamingsprojecten, waardoor de onderhoudskosten zijn toegenomen. Hiervoor is ophoging van de dotatie noodzakelijk om de actuele gemeentelijk vastgoedportefeuille in stand te houden. Achterstallig onderhoud Momenteel is er sprake van “verantwoord” uitgesteld onderhoud, onder andere doordat geplande renovaties uitgesteld zijn vanwege herontwikkelingen en/of nieuwbouw. Het benodigde budget voor instandhouding van objecten die vallen binnen deze categorie, is al verwerkt en bijgesteld in de dotatie voor 2026.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 72
Speeltoestellen Uitgangspunten Uitgangspunt is dat de speeltuinen voldoen aan de veiligheidseisen van het attractie- en speeltuinenbesluit. Elk jaar worden de speeltoestellen gecontroleerd door een externe partij en eventuele tekortkomingen worden hersteld. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen In onderstaande tabel staat het meerjarenbudget voor het onderhoud aan de speelvoorzieningen. Dit budget omvat onder andere onderhoud, inspectie, kleine vervangingen en schoonmaak van de speelvoorzieningen. Financieel
2026
2027
2028
2029
Exploitatiebudget
63.409
63.409
63.409
63.409
Totaal
63.409
63.409
63.409
63.409
Achterstallig onderhoud Er zijn geen reserveringen gedaan om speeltoestellen na afschrijving te vervangen. Dit kan leiden tot grote investeringen ineens of hogere onderhoudskosten. In het huidige areaal heeft 30% van de speeltoestellen hun theoretische levensduur overschreden. Deze zijn de grens van 15 jaar gepasseerd. Doorgaans worden speeltoestellen na 15 jaar, einde theoretische levensduur, vervangen. Jaarlijkse inspecties tonen aan dat de veiligheid nog niet in het geding is en vervanging nog niet noodzakelijk is, maar wel gepland moet worden.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 73
Financiering Inleiding Het opstellen van de paragraaf financiering in de begroting en de jaarstukken is in zowel het BBV als in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering betreft de wijze waarop de gemeente Son en Breugel de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving is een treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-.
Interne- en externe ontwikkelingen Extern Sinds juni 2024 verlaagde de ECB de beleidsrente stapsgewijs van 4% naar 2%. Een rente van 4% was nodig om de zeer hoge inflatie in de periode 2021-2024 in het eurogebied onder controle te krijgen. In de loop van 2024 daalde de inflatie, mede door het beleid van de ECB, weer richting gewenst niveau en kon de rente worden verlaagd. De inflatie in het eurogebied kwam in juni 2025 uit op 2%, het inflatiedoel van de ECB. Toch blijft het inflatiebeeld omgeven door risico’s en is het de vraag of de inflatie ook op de wat langere termijn op 2% zal blijven. De grote mate van onzekerheid maakt het lastig om vooruit te kijken. Intern Voor de begroting zijn de volgende interne rentepercentages gebruikt, de berekening volgens BBV: Renteschema
%
Rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond
2,00%
Rente activa en Grex afgerond (omslagrente)
1,20%
* Vanaf 2025 zijn de rentes van activa en grex gelijk aan elkaar, als gevolg van nieuwe BBV-regels (notitie rente). In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV: Stap Renteschema De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten 1 Saldo rentelasten en rentebaten
2026 2027 2028 2029 2030 1.232 1.406 1.523 1.559 1.574 -23
-22
-20
-19
-18
1.209 1.384 1.503 1.540 1.556
De rentebaten van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-9
-8
-7
-6
-4
De rentelasten van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
9
8
7
6
4
2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
0
0
0
0
0
3 Rente over eigen vermogen
0
0
0
0
0
165
168
171
175
178
3 Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) 4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 1+2+3) 5 De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) actieve gronden 5 De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) activa Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5)
1.374 1.552 1.674 1.715 1.735 73
81
40
44
49
1.295 1.378 1.393 1.390 1.343 5
92
241
281
343
Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 74
Financieringsbehoefte Op basis van de begroting 2026 wordt een meerjarige financieringsbehoefte opgesteld. Boekwaarde 1-1 Activa
2026
2027
2028
2029
110.502
115.377
115.221
113.589
Grondexploitatie
-1.293
-1.418
-1.050
-671
Geldleningen OG*
-35.449
-31.646
-27.841
-24.035
Reserves en voorzieningen
-36.965
-36.895
-36.447
-34.454
Financieringsbehoefte
36.795
45.418
49.883
54.430
* Dit is de huidige leningenportefeuille. Uit bovenstaand schema blijkt dat de komende jaren een financieringsbehoefte is tot een maximum van ruim € 54 miljoen. Deze wordt gefinancierd met kasgeld- en langlopende geldleningen. Beleidsvoornemen financiering. Financiële instellingen blijven terughoudend met het geven van een rentevisie. Ook BNG publiceert deze sinds enige tijd niet meer. Wij hanteren daarom meer een rentestrategie dan een rentevisie. Onze strategie is om het renterisico te minimaliseren. Dat doen we door op verschillende momenten (zo nodig) langlopende leningen af te sluiten in de toekomst en door gebruik te maken van een mix van kortlopende en langlopende leningen. Daarmee creëren we ook flexibiliteit in de leningenportefeuille om in te spelen op interne en externe ontwikkelingen, zoals planning van investeringen en grex-projecten. Ook moeten we rekening houden met de kasgeldlimiet. Deze bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over 3 achtereenvolgende kwartalen bezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Ons uitgangspunt is dat we de overschrijding beperken tot maximaal 2 achtereenvolgende kalenderkwartalen.
Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten bepaald voor het toetsen van het renterisico, namelijk: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Als voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moeten de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 75
Stap
Omschrijving
2026
Bepalen toegestane kasgeldlimiet Omvang begrotingstotaal
54.045
Percentage regeling
8,50%
1 Toegestane kasgeldlimiet
4.594
Vlottende korte schuld opgenomen gelden < 1 jaar
4.000
Schuld in rekening courant
0
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
12
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
0
2 Totaal vlottende korte schuld
4.012
Vlottende middelen Contante gelden in kas
9
Tegoeden in rekening courant
2.851
Overige uitstaande gelden < 1 jaar
0
3 Totaal vlottende middelen
2.859
4 Totaal netto vlottende schuld (2-3)
1.153
Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4)
3.441
Voor 2026 wordt met kasgeldleningen gewerkt tot de bovengrens van de kasgeldlimiet om te voorzien in de financieringsbehoefte. De overige financieringsbehoefte wordt gefinancierd door middel van het opnemen van langlopende geldleningen. Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder).
Stap
Omschrijving 1 Renteherzieningen 2 Aflossingen
3 (1+2)
6 (4 x 5)
2026
2027
2028
0
0
0
2029 0
3.802
3.803
3.805
3.806
Renterisico
3.802
3.803
3.805
3.806
4 Begrotingstotaal
54.045
54.909
55.080
57.310
5 Percentage regeling
20%
20%
20%
20%
Renterisiconorm
10.809
10.982
11.016
11.462
7.007
7.178
7.211
7.656
7 Ruimte(+)/Overschrijdingen(-)
Voor de komende jaren is er ruimte om lang geld aan te trekken volgens de renterisiconorm.
Leningenportefeuille Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet er als volgt uit: Opgenomen langlopende leningen Leningverstrekker
Looptijd Van
Rente
Oorspronkelijk
1-1-2026
31-12-2026 495
t/m
Provincie Noord-Brabant
2018
2033
1,13%
1.014
562
Provincie Noord-Brabant
2018
2033
1,18%
357
289
255
BNG
2025
2035
2,77%
10.000
9.500
8.500
BNG
2024
2034
3,08%
20.000
17.000
15.000
BNG
2022
2042
1,72%
14.000
11.900
11.200
45.372
39.251
35.449
Totaal
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 76
Bedrijfsvoering Inleiding De bedrijfsvoering heeft als doel het zo optimaal mogelijk ondersteunen en uitvoeren van de programma’s. In de praktijk moet dit tot uiting komen in het goed bedienen van de klanten van onze gemeente, interne en externe processen efficiënt te laten verlopen en zorgvuldige besluitvorming te garanderen. Concreet gaat het om een goede dienstverlening aan de burger, namelijk door: • een efficiënt werkende organisatie; • een zorgvuldig besluitvormingsproces; • een gestructureerde planning en beheersing van de beleidsuitvoering; • waar mogelijk op een verantwoorde manier benutten van ICT-mogelijkheden; • de beschikbaarheid van gemotiveerd en gekwalificeerd personeel.
Organisatie die we willen zijn Doorontwikkeling organisatie Het organisatie-ontwikkeltraject met als titel 'Samenwerkt' is een continu proces. De daaruit voortvloeiende acties vertalen we in een jaarprogramma. Dit programma is gericht op de verdere implementatie en borging van de ingezette ontwikkeling. Het bevorderen van de integrale samenwerking, het verbeteren van de dienstverlening, projectmatig werken en procesoptimalisatie zijn daar onderdeel van. Werkgeluk bij medewerkers is daar een belangrijke voorwaarde voor en ook daaraan wordt nadrukkelijk aandacht besteed. Strategisch HRM – beleid Het strategisch HRM plan zetten we in om (middel) lange termijn ontwikkelingen die van invloed zijn op de ontwikkeling van de organisaties te vertalen naar een HRM – instrumentarium. De doorontwikkeling van de organisatie bepaalt onder andere welke onderwerpen we specifiek gaan oppakken. Strategische personeelsplanning is daar een belangrijk onderdeel van. Arbeidsmarktcommunicatie In 2026 wordt ingezet op de verdere doorontwikkeling van de arbeidsmarktstrategie. Daarnaast nemen we deel aan regionale initiatieven zoals het project “Ruimte voor Groei”. Dit is een leerwerktraject voor professionals op hbo- en academisch niveau die worden omgeschoold (“zijinstromers”) voor functies in het ruimtelijk domein.
Informatievoorziening Informatiebeleidsplan 2026-2029 Eind 2025 is het geactualiseerde Informatiebeleidsplan 2025-2028 voor de 4 Dommelvalleiorganisaties opgesteld. Het gezamenlijk opgesteld informatiebeleidsplan haakt aan/maakt deel uit van te realiseren organisatiedoelen van de Dommelvallei organisaties. Uitvoeren van het plan is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De IV-board heeft als taak om in gezamenlijkheid met onze Dommelvallei partners sturing te geven aan de uitvoering van het projectportfolio behorende bij het informatieplan. Gefaciliteerd door de portfoliomanager/businesspartner van Dienst Dommelvallei maakt de board afwegingen over de te starten projecten en bewaakt de voortgang van het hele portfolio. De IV-board bepaalt het portfolio voor 2026. Op basis daarvan wordt bepaald hoeveel middelen er eventueel nodig zijn voor uitvoering van de geprioriteerde projecten voor zover die niet gedekt kunnen worden binnen de reguliere I&A budgetten van Dienst Dommelvallei. Na prioritering van de projecten op basis van een afwegings- en prioriteringskader en het uitvoeren van een haalbaarheids- en impactanalyse en het invullen van essentiële randvoorwaarden wordt gestart met de projecten.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 77
We borgen de continuïteit van de informatievoorziening en verbeteren de kwaliteit. Belangrijke thema's zijn 'digitaal samenwerken', 'meer doen met data', 'efficiëntere processen en meer gebruiksgemak' en 'een moderne en veilige werkplek'. De implementatie van Microsoft 365 vervult een belangrijke rol in deze verbetering. Informatiebeveiliging en privacy De gemeente wisselt op alle beleidsterreinen informatie uit. We willen hierbij een betrouwbare partner zijn voor onze inwoners, medewerkers en zakelijke partners en we hebben hierbij een maatschappelijke en wettelijke verantwoordelijkheid. Hierbij is het essentieel dat de basis op orde is: informatieveiligheid en privacy moeten verankerd zijn in processen en voldoen aan wet- en regelgeving. Om aan de veranderende wet- en regelgeving te voldoen is het noodzakelijk dat in de vier Dommelvallei-organisaties procesmatig werken worden versterkt. Voldoen aan wet- en regelgeving Procesmatig werken, risicomanagement, duidelijke verantwoordelijkheden en continue verbetering zijn noodzakelijk om gegevensbescherming te kunnen borgen. De invoering van de Cyberbeveiligingswet (CBW), als Nederlandse vertaling van de NIS2-richtlijn, is uitgesteld tot het tweede kwartaal van 2026. Dit geeft ons meer tijd om ons voor te bereiden op de nieuwe regels, maar de cyberdreigingen blijven onverminderd aanwezig.
De CBW breidt het toezicht uit van kantoorautomatisering naar operationele technologie, zoals verkeersregelinstallaties. Nieuwe wetgeving rondom Artificial Intelligence (AI) biedt kansen om efficiënter te kunnen werken maar brengt ook uitdagingen met zich mee. De borging van informatiebeveiliging en privacy in processen wordt hiermee nog belangrijker. Aangescherpte wet- en regelgeving en het verhoogde landelijke cyberdreigingen, maakt dat de gemeente meer taken krijgt op het gebied van informatiebeveiliging en privacy. Om de kans op digitale inbreuken te verkleinen of snel te kunnen ondervangen is een snellere groei noodzakelijk. Vervolgstappen Hoewel er stappen zijn gezet, kunnen we nog niet in alle gevallen aantonen dat we voldoen aan de informatiebeveiliging- en privacywetgeving. In samenwerking met de Dommelvallei-organisaties en bij voldoende middelen, werken we gestructureerd toe naar volwassenheidsniveau 3 van 5. Zo borgen we beschikbaarheid, vertrouwelijkheid, integriteit en privacy van informatie en blijven we een betrouwbare partner die voldoet aan de geldende wet- en regelgeving.
Kengetallen
Formatie (excl. Griffie en College B&W) Factor
Begroting 2026
Managementteam
fte
4,00
Afdeling Ruimte
fte
41,31
Afdeling Samenleving
fte
38,14
Afdeling Bedrijfsvoering en Dienstverlening
fte
16,44
Totale formatie teams
fte
99,89
Ziekteverzuim (excl. zwangerschapsverlof) 1 januari tot 1 juli
2025
2024
Verzuimpercentage
5,67%
7,13%
Verzuimfrequentie
0,61
0,69
Ziekteverzuimpercentage in vergelijkbare gemeenteklasse voor 2024: 6,3%
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 78
Verbonden partijen Inleiding De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in de relaties van de gemeente in rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend én financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen zijn een manier om een bepaald beleidsvoornemen uit te voeren; het aangaan van verbonden partijen komt altijd voort uit het publiek belang. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Onder financieel belang wordt verstaan: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichting niet nakomt.
Ter voldoening aan het bepaalde in de artikelen 1, 5, 8, 9, 15, 26 en 36 van het BBV komen hierna de volgende verbonden partijen aan de orde: Gemeenschappelijke regelingen: • Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei te Mierlo; • Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorziening de Dommel (WSD) te Boxtel; • Gemeenschappelijke Regeling Reiniging Blink te Helmond; Vennootschappen en coöperaties: • Naamloze Vennootschap Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) te Den Haag; • Naamloze Vennootschap Brabant Water te Den Bosch; Stichtingen en verenigingen: • Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost te Helmond; • Stichting Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) te Oirschot; • Stichting Beveiliging Bedrijven Ekkersrijt (SBBE) te Son en Breugel; • Stichting Begraafplaats en Uitvaartcentrum Wolfswinkel te Son en Breugel; In deze paragraaf is in tabelvorm elke verbonden partij uitgewerkt aan de hand van de volgende indelingen: • Doel en openbaar belang van de verbonden partij; • Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent
inschakelen van de verbonden partij: uitgangspunten waarom en wanneer er gebruik wordt gemaakt van de verbonden partij; • Veranderingen en ontwikkelingen van de verbonden partij; • Risico’s: welke risico’s zijn er bij deelname; • Afbreukrisico van geen deelname: wat zijn de risico’s bij geen deelname; • Alternatieven voor geen deelname: welke alternatieven zijn er; • Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging: wie zijn er betrokken bij de samenwerking; • Frequentie van terugkoppeling naar de raad: frequentie van informatie terugkoppeling; • Financieel belang: welke kosten horen bij de samenwerking; • Vermogenspositie en resultaat boekjaar van de verbonden partij. De volgende afkortingen zijn gebruikt in de uitwerking van de verbonden partijen: DB: Dagelijks bestuur; GR: Gemeenschappelijke regeling; NV: Naamloze Vennootschap.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 79
Gemeenschappelijke regelingen GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven Doel en openbaar belang Per 1 januari 2015 is de GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) ontstaan als samenwerkingsverband van de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant. In MRE-verband werken de gemeenten samen aan een gezonde (fysieke) leefomgeving voor inwoners, ondernemers en bezoekers van de mooiste en meest inclusieve regio van Nederland. Door samen te werken op de grote maatschappelijke opgaven rondom de kwaliteit van de leefomgeving dragen we bij aan het welzijn en de brede welvaart van onze inwoners. Per 1 januari 2015 maakt het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) ook onderdeel uit van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven. RHCe heeft taken op het gebied van toezicht, behoud en het openbaar maken van de cultuurhistorische informatie. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De regio wordt bestuurd op verschillende overheidsniveaus (lokaal, subregionaal en regionaal) en er wordt steeds geschakeld tussen die verschillende niveaus. Dit komt enerzijds doordat de leefwereld van onze inwoners (zoals werken, recreatie, winkelen, mobiliteit, etc.) de zich niet beperkt zich niet tot onze eigen gemeente, maar vindt plaats in de geheel regio.
Dit geldt ook voor de bedrijven in onze gemeente, die onderdeel uitmaken van een regionaal economisch netwerk (Brainport). Anderzijds zijn de maatschappelijk opgaven waar we voor staan steeds vaker gemeentegrens overstijgend. Zowel vanuit onze belangen als vanuit de noodzaak om samen vraagstukken op te pakken is regionale samenwerking belangrijk voor ons. Door MRE wordt de samenwerking op strategisch niveau ingevuld voor de beleidsthema’s economie, mobiliteit, energietransitie en transitie landelijk gebied. Samen met andere overheden (Rijk, provincie), bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties worden de thema’s economie, ruimte en mobiliteit verkend en wordt de regionale strategie bepaald. Daarnaast kan de Metropoolregio op tijdelijke thema’s de gezamenlijke belangen zowel van alle gemeenten als van enkele gemeenten behartigen. Door deze samenwerking wordt niet alleen een kostenbesparing gerealiseerd (efficiëntie), maar worden de (ontwikkelings)mogelijkheden van de (sub)regio(‘s) beter benut (effectiviteit). De gemeente brengt haar archief na verloop van tijd onder bij het RHCe, voor zover deze documenten niet vernietigd (moeten) worden. Veranderingen en ontwikkelingen De inhoud van de samenwerking is vastgelegd in het Samenwerkingsakkoord 2023-2026.
In dit document zijn de inhoudelijke en procesmatige strategie en de te bereiken doelen van de samenwerking in het MRE-gebied vastgelegd. Op basis hiervan wordt tweejaarlijks een werkprogramma opgesteld, dat elke keer voor een reactie wordt voorgelegd aan de gemeenteraden. Het werkprogramma voor de periode 2025-2026 is begin 2025 vastgesteld door het Dagelijks Bestuur van MRE; deze is leidend voor de activiteiten van MRE komende 2 jaar. In 2025 starten de voorbereidingen om te komen tot een nieuw Samenwerkingsakkoord vanaf 2027. Deze zal eind 2026 worden vastgesteld. De samenwerking tussen MRE en omliggende gemeenten (zoals Weert en Meierijstad) wordt steeds concreter. Afspraken hierover worden eind 2025 gemaakt, zodat de uitvoering hiervan vanaf 2026 zal plaatsvinden. Risico's In het samenwerkingsakkoord hebben we afgesproken dat de Metropoolregio zich op strategisch niveau richt op de thema's Ruimte, Wonen, Economie, Mobiliteit, Energietransitie en Transitie Landelijk Gebied. Ook in het (vrijwillige) samenwerkingsverband Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) werken we met andere gemeenten samen op deels dezelfde thema's. Binnen SGE werken we echter op tactisch en operationeel niveau, zodat de samenwerkingen elkaar aanvullen. Risico is, dat taken en werkzaamheden en dubbel wordt uitgevoerd of onvoldoende worden afgestemd. Dit vraagt continu onze aandacht.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 80
Afbreukrisico van geen deelname Het risico is dat de gemeente Son en Breugel zich buitensluit als zij niet deelneemt aan de Metropoolregio. De Metropoolregio is een belangenbehartiger van de regio en weet ook middelen bij anderen (veelal via cofinanciering) los te krijgen. Alternatieven voor geen deelname Naast de Metropoolregio zijn er allerlei andere vormen van (gemeentelijke) samenwerking mogelijk. Zo is op subregionaal vlak een bestuursovereenkomst gesloten met de gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven en wordt er ook in Dommelvalleiverband samengewerkt. Op het niveau van Zuidoost-Brabant is, inhoudelijk gezien, geen vergelijkbare samenwerking. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant. Algemeen bestuur: lid: Suzanne Otters-Bruijnen, plv. lid: Jan Boersma. Raadstafel21: twee leden vanuit de raad: Martien Merks en Flip Verhagen Frequentie van terugkoppeling naar de raad Jaarlijks zijn er vaste momenten dat zaken vanuit MRE worden voorgelegd: jaarprogramma, kadernota, begroting en jaarrekening. Daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 81
GR Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) te Eindhoven Doel en openbaar belang De ODZOB is een bij wet opgerichte rechtspersoon. De omgevingsdienst is opgericht om een verdere verbetering tot stand te brengen in: • de dienstverlening bij de uitvoering van de vergunningverlening, toezicht- en handhavingstaken op het gebied van milieu en het behoud en verbetering van de bodem-, water- en luchtkwaliteit; • de kwaliteit en veiligheid van de werk- en leefomgeving, zodat het aantal calamiteiten en milieudelicten afneemt. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De ODZOB heeft een relatie met de partners in de GR en andere opdrachtgevers die wordt gekenmerkt door bereikbaarheid, beschikbaarheid, snelheid en betrouwbaarheid waar het gaat om de levering van diensten en producten, de beantwoording van vragen en het voldoen aan verzoeken betreffende de fysieke leefomgeving. Veranderingen en ontwikkelingen ODZOB streeft er naar om in de toekomst voor alle deelnemers de brede taken in het kader van de Omgevingswet te gaan uitvoeren. De vereiste kwaliteitseisen zijn daartoe noodzakelijk. Risico's Als de omzet van de ODZOB achterblijft bij de verwachtingen zijn alle deelnemers aan de GR daarvoor (financieel) verantwoordelijk.
Omdat het gemeentelijk werkprogramma slechts een klein onderdeel vormt van het totale uitvoeringsprogramma en -budget van de ODZOB is de individuele invloed van de gemeente(n) daardoor beperkt. Afbreukrisico van geen deelname Deelname voor wat betreft het basistakenpakket (vergunningverlening, toezicht, handhaving (VTHtaken), asbesttoezicht etc.) is wettelijk verplicht. Dit geldt niet voor de (incidentele) verzoektaken. Voor een groot deel van de verzoektaken is er geen gemeentelijke capaciteit en kennis meer aanwezig. Daarom zijn ook nagenoeg alle verzoektaken uitbesteed aan de ODZOB. Alternatieven voor geen deelname De deelname voor wat betreft het basistakenpakket is wettelijk verplicht. Voor de uitvoering van een deel van de individuele verzoektaken zou het mogelijk om een alternatief te organiseren, maar dit is niet realistisch. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant. Algemeen bestuur: lid: Jelle de Jong (wethouder), plaatsvervanger Steven Grevink (wethouder). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel driejaarlijks (kadernota, begroting, jaarrekening); daarnaast incidenteel afhankelijk van ontwikkelingen, zoals het rekenkameronderzoek naar het functioneren van de ODZOB.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 82
GR Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven Doel en openbaar belang Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) behartigt de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van: brandweerzorg, geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, rampenbestrijding en crisisbeheersing en de gemeenschappelijke meldkamer, door: • Adequaat te reageren op spoedeisende hulpvragen van burgers, instellingen en bedrijven; • Het organiseren en coördineren van geneeskundige hulpverlening in de regio; • Het voorkomen en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en/of ongevallen bij brand en alles wat hiermee verband houdt. Ook het aanschaffen en onderhouden van gemeenschappelijk materieel en de coördinatie van de werkzaamheden op dit gebied behoren tot de taak van VRBZO; • Het in beeld brengen van risico's; • Het organiseren van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Omdat veiligheidsrisico’s zich niet houden aan gemeentegrenzen én omdat veiligheid een complexe zaak is, is in de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) bepaald dat de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant de verantwoordelijkheid voor veiligheid onderbrengen bij VRBZO.
Hierdoor werken de gemeenten op regionale schaal aan een veilige leefomgeving voor mensen die er wonen en verblijven, professionele hulp verlenen als het nodig is, waarborgen creëren voor fysieke veiligheid en voorbereidingen treffen voor rampenbestrijding en crisisbeheersing. Veranderingen en ontwikkelingen VRBZO werkt in 2026 verder aan de uitwerking van de bestuurlijke opdracht deel 1. De belangrijkste thema's hierin zijn: • taakuitvoering primair proces (een verhoging van de formatie van vrijwilligers en beroepsbrandweer is daarvoor noodzakelijk en ook aanpassingen in opleiding en bijscholing); • personele zorg (veilige en gezonde werkomgeving, goede implementatie van arbeidsvoorwaarden en voldoende begeleiding bij rechtspositionele vraagstukken); • huisvesting en materieel (een goede beheersorganisatie om toekomstbestendige huisvesting te kunnen blijven garanderen, verduurzaming); • ondersteuning organisatie (betrouwbare hard- en software, netwerken en informatiebronnen; bedrijfscontinuïteit). Daarnaast committeert VRBZO zich aan de Landelijke strategische agenda met de volgende grote opgaven: • versterken (boven)regionale crisisbeheersing en daaraan gerelateerde informatievoorziening; • organiseren van toekomst vaste brandweerzorg (met o.a.
landelijke strategie natuurbrandbestrijding, landelijke visie op hulpverlening en de landelijke systematiek van het gebied gebonden dekkingsplan); • verbeteren en vereenvoudigen van het brandweeronderwijsstelsel en inrichting van een daarop geïnspireerd stelsel van crisisonderwijs; • aandacht voor goed werkgeverschap, boeien en binden van personeel en inspelen op de medewerker van de toekomst. Risico's Het continuïteitsplan van VRBZO bevat de risico's inclusief de factoren kans en impact. Het overzicht wordt gebruikt om het weerstandsvermogen te berekenen. De risico's en eventueel genomen beheersmaatregelen om de impact te dempen, worden gemonitord en periodiek gewogen. Op basis van de gekwantificeerde actuele risico's is de benodigde weerstandcapaciteit bepaald op € 4,7 miljoen. Het is niet reëel dat de risico's zich gelijktijdig voordoen.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 83
De algemene reserve dient als primair weerstandsvermogen. Op grond van de beleidsnotitie kaders P&C 4-GR, is een bandbreedte voor de omvang van de algemene reserve bepaald op basis van de omvang van de begroting. Voor VRBZO is deze gewenste brandbreedte € 2,4 - € 3,2 miljoen voor de begroting van 2026. In 2026 doet VRBZO een geplande onttrekking uit de algemene reserve van € 1,8 miljoen als demping voor de impact van de bestuurlijke opdracht deel 1. Met deze onttrekking wijkt het bestuur bewust af van de nota reserves en voorzieningen. De algemene reserve valt hiermee niet meer binnen de afgesproken bandbreedte. Bij een positief jaarresultaat wordt dit primair gebruikt om de algemene reserve weer aan te vullen. De deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling waarborgen de betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio onder goedkeuring van gedeputeerde staten gesloten geldleningen volgens door het algemeen bestuur vast te stellen regels en naar evenredigheid van het aantal inwoners van iedere gemeente van het desbetreffende kalenderjaar en indien de geldschieters dit wensen onder het doen van afstand van de voorrechten, welke de wet aan borgen toelaat. Afbreukrisico van geen deelname Deelname is een wettelijke plicht (Wet gemeenschappelijke regelingen, Wet veiligheidsregio's). Alternatieven voor geen deelname Geen alternatieven.
Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door 21 gemeenten uit de regio Zuidoost Brabant. Algemeen bestuur: lid: Suzanne Otters-Bruijnen (burgemeester). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel tweejaarlijks (begroting, jaarrekening); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen over beleid en strategische keuzes binnen de Veiligheidsregio.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 84
GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Eindhoven Doel en openbaar belang Het belang van de GGD is sinds 2020 duidelijker geworden dan ooit tevoren. De GGD speelt een cruciale rol in de infectieziektebestrijding als onderdeel van de Wet publieke gezondheid. De GGD draagt dus bij aan de gezondheid van onze inwoners en ter preventie van ziekten. De GGD zet snelle interventies in op het gebied van gezondheid en behartigd de belangen van de 21 gemeenten op dit vlak. Financiering van de GGD is op basis van een inwonerbijdrage van de deelnemende gemeenten, financiering van contracttaken, zorgverzekeraars en particulieren. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De gemeente maakt gebruik van de professionele kennis en voorzieningen welke de GGD bezit en door de gemeente niet zelfstandig in stand gehouden kunnen worden. Tevens wordt door de samenwerking met de regiogemeenten een schaalgrootte bereikt die een efficiënte en effectieve aanpak mogelijk maakt tegen zo laag mogelijke kosten. Dit draagt op een positieve wijze bij aan de gezondheid van de inwoners van onze gemeente en uitvoering van tal van wettelijke taken. Veranderingen en ontwikkelingen Met ingang van 2021 is de jeugdgezondheidszorg 0-4 binnen de GGD geïntegreerd waardoor er een doorlopende lijn in de JGZ is.
Dit heeft een positief effect op de zorgverlening aan onze jeugd, maar zorgt ook voor een sterkere GGD-organisatie. De aankomende jaren wordt gewerkt aan optimalisatie van de doorlopende lijn 0-4 jaar binnen de JGZ en de integrale financiering van de totale JGZ 018. Daarnaast zoekt de GGD steeds meer de samenwerking met de andere GGD-en in NoordBrabant op onder meer het Wmo toezicht en medische milieukunde. Risico's De GGD is in 2020 aan de slag gegaan met de bestuursopdracht om de financiële risico’s voor gemeenten in de toekomst te beperken. Ondanks de coronacrisis is de GGD erin geslaagd deze opdracht uit te voeren. Echter is het voor de GGD noodzakelijk om een ‘normaal’ jaar te draaien om hier de volledige effecten van te zien. Trajecten die in gang zijn gezet zijn o.a. het principe van zelforganiserend werken, het Lean principe van het continu verbeteren van de processen, verbetering van de informatieveiligheid en de professionalisering van het risicomanagement. Daarnaast wordt de financiële basis versterkt door uitbreiding van de contracttaken. Overigens is dit laatste tevens een financieel risico bij het wegvallen van contracttaken. De effecten van de bestuursopdracht zijn steeds beter merkbaar waardoor de risico's voor de 21 gemeenten afnemen.
Afbreukrisico van geen deelname Het afbreukrisico van de GGD is dat wanneer de GGD niet zou bestaan er: • Geen behartiging van onze belangen bestaat op dit gebied en niet kunnen voldoen aan wettelijke verplichtingen waaronder het in stand houden van een GGD. • Geen uitvoering wordt gegeven aan een wettelijke taak; de Wet Publieke Gezondheid. Als individuele gemeente in de omvang van Son en Breugel kan deze taak onmogelijk tegen dezelfde kosten uitgevoerd worden. Alternatieven voor geen deelname Het zoeken naar andere instanties (andere GGD) die uitvoering kunnen geven aan onze wettelijke taken op het gebied van openbare gezondheidszorg is geen reële optie gezien de verwevenheid met de Veiligheidsregio. Bestuurlijke betrokkenheid Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant. Bestuurlijke vertegenwoordiging Algemeen bestuur: lid: Steven Grevink. Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel tweejaarlijks (begroting, jaarrekening); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 85
GR Dienst Dommelvallei te Mierlo Doel en openbaar belang Belang van de regeling is het bewerkstelligen van een kwalitatief hoogwaardige en een doelmatige en doeltreffende uitvoering door Dienst Dommelvallei van de door de deelnemers opgedragen taakvelden. De bedrijfsvoering en dienstverlening draagt bij aan de weerbaarheid en wendbaarheid en op onderdelen zelfs de toekomstbestendigheid van de deelnemers. Ook wordt er een optimale bijdrage geleverd aan de ontwikkeling en uitvoering van het (bedrijfsvoerings)beleid van de deelnemers. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Bij de vorming van Dienst Dommelvallei is aangegeven dat de dienst moet leiden tot: meer kwaliteit, minder kwetsbaarheid, minder kosten en goed werkgeverschap. Veranderingen en ontwikkelingen Dienst Dommelvallei ontwikkelt zich verder. Het nieuwe bedrijfsplan voor de dienst dat samen met de gemeenten in 2024 is opgesteld, heeft een goede basis gelegd voor de toekomstige dienstverlening door de dienst en de samenwerking met de gemeenten. Om de dienstverlening verder te optimaliseren wordt de nadruk gelegd op het versterken van elkaar. Het accounthouderschap is op alle taakvelden geïntensiveerd en daarmee is de adviespositie versterkt.
Om te kunnen sturen op data en resultaten dient de onderliggende (stuur)informatie betrouwbaar, kwalitatief goed en direct toegankelijk te zijn. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt in een zo vroeg mogelijk stadium gezamenlijk afgestemd binnen de structurele overlegvormen tussen portefeuillehouders, gemeentesecretarissen, contactpersonen en managementteams. De komende periode zetten we gezamenlijk in op duidelijke sturingslijnen. Risico's Financieel risico: Eventuele overschotten/tekorten worden teruggestort naar of bijbetaald door de deelnemende gemeenten. Er bestaat een risico van uittreding van een van de drie deelnemers, indien twee van de drie overblijven wordt de organisatie kwetsbaarder. Een ander risico betreft het verlies aan binding met de gemeente. Dit kan zich voordoen als niet continue wordt geïnvesteerd in verbinding en samenwerking. Afbreukrisico van geen deelname Indien de gemeente de uitvoering van bepaalde taken niet langer meer neerlegt bij de dienst, dient de gemeente deze taken zelf uit te voeren dan wel onder te brengen in een ander samenwerkingsverband. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen en Son en Breugel. De colleges wijzen elk uit hun midden de burgemeester en een wethouder als lid van het bestuur aan.
Suzanne Otters-Bruijnen (burgemeester) en Jan Boersma (wethouder) zitten namens Son en Breugel in het bestuur. Suzanne Otters-Bruijnen is voorzitter van het bestuur. Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks door middel van de begroting, jaarrekening en tussentijdse rapportages. Daarnaast wordt uw raad over voor u relevante zaken tussentijds geïnformeerd.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 86
GR WSD te Boxtel Doel en openbaar belang WSD is ons sociaal ontwikkelbedrijf en voert de werkgeversverplichtingen van de voormalige Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit voor de gemeente Son en Breugel. Daarnaast begeleidt WSD inwoners die in het kader van de Participatiewet ondersteuning nodig hebben bij het vinden van werk. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij In 2020 zijn alle gemeenteraden akkoord gegaan met de geformuleerde ambitie voor de doelgroep: iedereen doet naar vermogen mee, waarbij meedoen belangrijker is dan alleen het hebben van betaalde arbeid. De koers van de WSD richt zich op het doorontwikkelen van de lokale infrastructuur van elke gemeente. De structuur richt zich op de begeleiding van inwoners in de gemeente zelf, de ondersteuning voor inwoners met de lokale partners en het organiseren van werkgelegenheid in de gemeente. Deze lokale infrastructuur wordt ondersteund met plusdiensten en een bundeling van expertise via WSD. Met de groei van de doelgroep langdurig bijstandsgerechtigden en de toename van complexiteit van de bijstandspopulatie, blijft WSD als verbonden partij een waardevolle samenwerkingspartner in het realiseren van een hoge participatiegraad van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Veranderingen en ontwikkelingen De Wsw is per 1-1-2015 opgehouden te bestaan (er vindt geen nieuwe instroom plaats). De zittende doelgroep blijft gebruik maken van de Wsw. Er vindt gemiddeld jaarlijks 5% uitstroom plaats van de doelgroep. Door middel van de instroom vanuit de Participatiewet wordt de omvang van het bedrijf en werknemersbestand in stand gehouden. Het Koersdocument vormt ook voor 2025 nog de basis. Alle deelnemende gemeenten van de Gemeenschappelijk regeling (regio Boxtel, inclusief Nuenen en Son en Breugel) hebben de wijze van samenwerken en met WSD vastgelegd in lokale plannen. Risico's WSD heeft een sluitende meerjarenbegroting opgesteld waarin rekening wordt gehouden met het behoud van het volume van 2100 medewerkers/inwoners vanuit de deelnemende gemeenten. Hiermee streven we naar een toekomstbestendige organisatie. De kans is aanwezig dat WSD aan de deelnemende gemeenten een aanvullende bijdrage vraagt wanneer in 2025 het break-even scenario niet gerealiseerd is. Volgens besluit van DB WSD van maart 2023 wordt een mogelijk negatief subsidieresultaat aangevuld vanuit de WSD Stimulusregeling. Afbreukrisico van geen deelname Hoog (bestuurlijk maar ook financieel als je zou besluiten om niet meer deel te nemen aan de gemeenschappelijke regeling). Alternatieven voor geen deelname Aansluiten bij andere gemeenschappelijke regeling of inkoop van diensten.
Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de gemeenten Best, Boxtel, Nuenen, Oirschot, Oisterwijk, Meierijstad (alleen het verzorgingsgebied van de voormalige gemeenten Schijndel en Sint-Oedenrode), Son en Breugel, Sint Michielsgestel en Vught. Algemeen bestuur: Steven Grevink en José Goossens-Junier Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks (begroting, rekening); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 87
GR Blink Doel en openbaar belang Het doelmatig uitvoeren van de afvalinzameling en de reinigingstaken die bij wet, in het bijzonder de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer, aan de gemeente zijn opgedragen en/of voortvloeien uit de aan de gemeente op grond van de Gemeentewet toevertrouwde zorg voor de eigen huishouding. Binnen de kaders van het publiekrecht en in samenwerking met een privaatrechtelijke rechtspersoon. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Actieve bijdrage aan de lokale vertolking van het landelijk beleid inzake preventie van huishoudelijk afval conform het vigerende Landelijk Afvalbeheerplan (LAP), met in acht neming van lokale accenten. Verzekeren van de openbare dienstverlening wat betreft hoogwaardige inzameling en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen, dit alles binnen de grenzen van haar werkgebied. Zorgdragen voor alle aanverwante activiteiten, zoals sortering, hergebruik en/of nuttige toepassing dan wel recycling van de huishoudelijke afval-/reststromen. Belangrijk is dat binnen de samenwerking zonder winstoogmerk de kernactiviteiten met betrekking tot huishoudelijke afvalstoffen efficiënt en effectief worden uitgevoerd, zoals eerder omschreven, t.w.
preventie en projectbeheer, inzameling, sortering en overslag, afzet en commercialisatie alsmede implementatie beheers- en controlesystemen in naam en voor rekening van de bij Blink aangesloten gemeenten en eventueel later aangesloten publieke partijen. Veranderingen en ontwikkelingen Sinds 1 januari 2025 is de gemeenschappelijke regeling zonder PreZero Nederland B.V. voortgezet. Blink is hiermee een gemeenschappelijke regeling uitsluitend gevormd door de deelnemende gemeenten. De [9] deelnemende gemeenten zijn: Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Someren en Son en Breugel. Dat heeft steeds geleid tot gedeeltelijke herzieningen van de GR-regeling. Daarmee is Blink weer een publiek/publieke samenwerking. Uiterlijk begin 2026 wordt voor de verdere professionalisering de GR regeling aangepast. Risico's Risico van beëindiging van deelname in Blink door een of meerdere deelnemers. Financieel risico voor deelnemers vanwege het ontbreken van eigen vermogen. Aanbestedingsrisico’s door het direct gunnen van diensten aan PreZero en/of andere partijen. Afbreukrisico van geen deelname Zelfstandige uittreding betekent schadeloos stellen van andere deelnemers. Aanbesteding en samenwerking met een andere afvalinzamelaar leidt tot veel minder flexibiliteit en minder invloed op de dagelijkse bedrijfsvoering.
Alternatieven voor geen deelname Aanbesteding van de taken die betrekking hebben op huishoudelijke afvalstoffen en reiniging van verhardingen. Deelname in een andere GR constructie zoals Cure (de gemeenschappelijke regeling van gemeente Eindhoven, Valkenswaard en Geldrop-Mierlo). Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Naast onze gemeente nemen nog acht andere gemeenten in de regio deel in de gemeenschappelijke regeling. Algemeen bestuur: J. Boersma (wethouder) Frequentie van terugkoppeling naar de raad Bij het vaststellen van de Begroting Blink; Bij wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling; Bij toetreding van nieuwe gemeenten. Driejaarlijkse evaluatie van Blink.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 88
Vennootschappen en coöperaties NV Bank Nederlandse Gemeenten te Den Haag Doel en openbaar belang De BNG Bank is de bank van en voor (decentrale) overheden en instellingen op het gebied van wonen, zorg, onderwijs, energie en infrastructuur. De BNG Bank is betrokken partner voor een duurzamer Nederland. De BNG Bank stelt de publieke sector in staat maatschappelijke doelstellingen te realiseren. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Het betalingsverkeer van de BNG Bank richt zich specifiek op zakelijke klanten in de publieke sector. De BNG Bank biedt een volledig pallet aan zakelijke producten. Digitaal, efficiënt en veiligheid staan hierbij centraal. Veranderingen en ontwikkelingen Bij het herijken van de strategie is het doel van de BNG gelijk gebleven. In Kompas Naar Impact 20242026 wordt beschreven hoe de BNG maatschappelijk impact wil maken. De BNG wil concreet invloed hebben op de kwaliteit van leven in Nederland. De BNG wil de belangrijkste financier zijn van de publieke sector om Nederland socialer en duurzamer te maken. Risico's De BNG Bank is na de Staat een van de grootste emittenten van Nederland. Het door de bank uitgegeven schuldpapier heeft een credit rating AAA van Moody’s, en AA+ van Standard & Poor’s en AA+ van Fitch. Door deze topratings kan de BNG Bank tegen lage prijzen geld aantrekken op de gelden kapitaalmarkt.
Hierdoor kan de bank hun klanten lage tarieven bieden. De dividenduitkering is afhankelijk van de resultaten. De BNG streeft niet naar een maximaal, maar naar een redelijk rendement op het eigen vermogen. De Staat is houder van de helft van de aandelen. De andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. De afgelopen jaren heeft de BNG steeds een nettowinst bij hun jaarrekening gepresenteerd, maar omdat de hoogte van de nettowinst met onzekerheden is omgeven doet de BNG geen schatting van de nettowinst voor 2025 en verdere jaren. De gemeente Son en Breugel bezit 29.991 aandelen à € 2,50 zijnde in totaal € 74.978. Afbreukrisico van geen deelname n.v.t. Alternatieven voor geen deelname n.v.t. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging De aandeelhouders hebben zeggenschap in BNG Bank via het stemrecht op de aandelen, die zij bezitten (een stem per aandeel) Als aandeelhouder: Suzanne Otters-Bruijnen (burgemeester). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 89
NV Brabant Water te Den Bosch Doel en openbaar belang Brabant Water is het drinkwaterbedrijf dat aan 2,5 miljoen inwoners en bedrijven in Noord-Brabant drinkwater levert en ervoor zorgt dat de klanten altijd en overal in Brabant kunnen rekenen op zuiver en veilig drinkwater. Een verantwoordelijke taak, waarnaar gehandeld wordt. Brabant Water streeft niet naar winst, maar wel naar de beste kwaliteit en dienstverlening. Brabant Water biedt naast drinkwater ook water op maat en gespecialiseerde diensten en advies aan. De gemeente heeft een belang in Brabant Water N.V. van 14.982 aandelen à € 0,10 (totaal € 1.498,-). Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Brabant Water is als drinkwaterbedrijf primair verantwoordelijk voor het waarborgen van de continuïteit van de waterlevering in haar voorzieningsgebied en de kwaliteit en druk van het geleverde drinkwater. Veranderingen en ontwikkelingen De vraag naar drinkwater blijft de komende jaren toenemen. Er komen steeds meer mensen bij en die willen allemaal graag een wateraansluiting en voldoende drinkwater. Met campagnes wil Brabant Water mensen bewust maken van hun drinkwatergebruik en hen aansporen om er bewuster mee om te gaan. Op die manier kan de groeiende vraag naar drinkwater worden afgevlakt.
En dat is belangrijk in een tijd waarin het niet meer vanzelfsprekend is dat er in de toekomst overal voldoende drinkwater is. Minder drinkwater gebruiken is dus altijd beter. Er is een landelijk streven naar een gemiddeld drinkwatergebruik van 100 liter per persoon per dag in het jaar 2035. Terwijl het gebruik nu nog ligt op zo’n 124 liter. Eén van die campagnes van Brabant Water heeft als doel om Brabanders aan te sporen zuiniger om te gaan met drinkwater in de tuin. Gemiddeld gebruiken Brabanders in droge periodes 1.000 liter drinkwater om hun tuin groen te houden. Onder het motto ”Jij kunt niet zonder drinkwater, maar je tuin wel” wil Brabant Water dat verminderen. Risico's n.v.t. Afbreukrisico van geen deelnam n.v.t. Alternatieven voor geen deelname n.v.t. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de aandeelhouders. Dat zijn de provincie Noord-Brabant en 60 gemeenten. Als aandeelhouder: Suzanne Otters-Bruijnen (burgemeester). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 90
BV Respectrum Son en Breugel Doel en openbaar belang Het exploiteren en beheren van de begraafplaats en uitvaartcentrum Wolfswinkel te Son en Breugel. De activiteiten worden sinds 2025 beheerd door Respectrum Son en Breugel B.V.. Daarvoor werd de begraafplaats via een stichting beheerd. Het nieuwe crematorium wordt in het derde kwartaal van 2025 opgeleverd. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Uitgangspunt van Respectrum Son en Breugel B.V. en de gemeente is een rendabele exploitatie van de begraafplaats en het nieuwe crematorium samen. Tot begin 2025 was de verantwoordelijke entiteit een stichting en was het exploiteren van een begraafplaats niet rendabel. Dit zal naar verwachting verbeteren onder het nieuwe management dat succesvol meerdere uitvaartlocaties in Nederland exploiteert. Samen met het nieuwe crematorium zal dit naar verwachting leiden tot een rendabele exploitatie. De gemeente heeft via de notaris een nieuw erfpacht- en opstalrecht en exploitatieovereenkomst gesloten. De gemeente heeft 15% aandelen in de BV en daarvoor een lening verstrekt van 233.056 Euro. Deze lening wordt uiterlijk in 2044 afgelost. Er wordt elk kwartaal rente betaald over de lening, het driemaands Euribor tarief met een opslag van 1 procent (met een minimum van 2,5- en een maximum van 5% per jaar.
Daarnaast ontvangt de gemeente een jaarlijkse fee van € 28.000,- als vergoeding voor de pacht van de grond van zowel het crematorium als de begraafplaats. Het aandeelhouderschap geeft de gemeente een formele binding met de BV en een beperkte mate van zeggenschap via de aandeelhoudersvergadering. Veranderingen en ontwikkelingen Het aantal begrafenissen neemt af. In de uitvaartzorg is er steeds meer vraag naar crematies. De stijging van het aantal crematies is gebaseerd op demografische ontwikkelingen en marktanalyses binnen de uitvaartsector. Door de realisatie van het nieuwe crematorium is er een goede toekomstbestendige faciliteit ingericht. Risico's Er bestaat een bestuurlijk risico dat de exploitatie van de begraafplaats onder druk komt te staan wanneer de BV onvoldoende presteert. Gezien de stijgende vraag naar crematies en de aanwezigheid van ervaren management wordt dit risico momenteel als beheersbaar beschouwd. De gemeente heeft uitsluitend een aandeelhoudersbelang in de BV en heeft de genoemde lening verstrekt. Het risico is aanvaardbaar omdat de gemeente eigenaar is van het perceel en daarmee stevig aan tafel zit mocht er een beëindigingssituatie optreden. Afbreukrisico van geen deelname De gemeenteraad heeft in 2022 besloten samen te werken met een externe partij om de exploitatie te versterken en een crematorium toe te voegen aan de begraafplaats.