1. Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Tekst van het document
Doel is om het gezonde en florerende centrum voor inwoners, bezoekers en ondernemers blijvend te versterken. Een goede kwaliteit en aantrekkelijkheid van de openbare ruimte is belangrijk voor het verblijfs- en ondernemersklimaat in het centrum. Een aantrekkelijke openbare ruimte voorziet ook in een goede en veilige bereikbaarheid voor alle modaliteiten volgens onze mobiliteitsvisie en in alle voorzieningen die daarvoor nodig zijn. Tevens is er voldoende ruimte om evenementen te kunnen faciliteren.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 42
In samenspraak met de Ondernemersvereniging Son en Breugel en haar centrumteam werken we intensief samen om het centrumgebied toekomstbestendig en aantrekkelijk te houden voor ondernemers, consumenten, bezoekers en andere gebruikers. Met hen gaan we ook verdere uitwerking geven aan de vastgestelde Centrumvisie "Dorpshart aan de Dommel". We hebben een open houding en denken in mogelijkheden ten aanzien van initiatieven en ontwikkelingsmogelijkheden. Hiervoor is communicatie én het onderhouden van contacten met het lokale bedrijfsleven en nieuwe initiatiefnemers erg belangrijk. Daarom vindt structureel overleg plaats met de Ondernemersvereniging Son en Breugel, nemen we actief deel aan het Centrumteam en zetten we stevig in op een sterk netwerk en actief relatiebeheer met het bedrijfsleven in het dorp.
Wat gaan we ervoor doen? Regio
Doelstellingen 13. We werken samen met andere overheden en organisaties aan de ontwikkeling van de Brainportregio. Samenwerking binnen MRE en SGE Op het terrein van economische en ruimtelijke ontwikkeling wordt de regionale samenwerking in de Metropoolregio Eindhoven (MRE / de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant) en in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE / Eindhoven, de randgemeenten daarvan en Helmond) steeds belangrijker als gevolg van de schaalsprong in de regio. In de MRE werken we samen op de thema's Ruimte, Wonen, Economie, Mobiliteit, Energietransitie en Transitie Landelijk Gebied. In het SGE werken we samen op de thema's Economie, Wonen, Voorzieningen & Evenementen en Ruimte. Voor alle thema's participeren we zowel in een ambtelijk als een bestuurlijk overleg. Daarnaast nemen we deel aan de verschillende overkoepelende bestuurlijke en ambtelijke overleggen, te weten het Algemeen Bestuur van het MRE, het Bestuurlijk en Ambtelijk Platform van het SGE en de ambtelijke coördinatie overleggen. Vanuit deze regionale samenwerking volgen voor de bovengenoemde beleidsthema’s beleidskaders en regionale (financiële) afspraken: • beleidskaders op gebied van ruimte voor zowel stedelijk als landelijk gebied, zoals Ontwikkelstrategie Zuidoost Brabant, NOVEX stedelijk Brabant en Brabants Programma Landelijk Gebied.
• thematische beleidskaders en (financiële) afspraken, zoals de Woondeal Zuidoost Brabant (incl. herijking), de doorvertaling van de regionale urgentieregeling in de lokale Huisvestingsverordening, de huisvesting van EU-arbeidsmigranten, de Regionale Visie Werklocaties Zuidoost Brabant, de Regionale Mobiliteitsvisie, de regionale bekostigingssystematiek infrastructuur en het Regionale detailhandelsbeleid. In dit kader is het zeker ook relevant om de afspraken tussen Rijk en regio die zijn vastgelegd in het Beethoven-convenant te noemen. Hierdoor kunnen ontwikkelingen in de regio versneld plaatsvinden. De MRE maakt namens de regiogemeenten afspraken met het Rijk over de verdere uitwerking van het Beethovenconvenant. Deze afspraken hebben ook lokale gevolgen, zoals het doorvertalen ervan naar de gemeentelijke Omgevingsvisie. Ook bij gebiedsontwikkelingen, woningbouwopgaven en andere beleidskaders moeten we altijd kijken naar de regionaal gemaakte afspraken. Van Gogh Nationaal Park en Dommeldal uit de verf Son en Breugel is actief in regionale samenwerkingen die bijdragen aan landschap, natuur en recreatie. We zijn partner van het Van Gogh Nationaal Park en van het project Dommeldal uit de Verf. Binnen het Van Gogh Nationaal Park werken we aan een sterk landschap met ruimte voor natuur, cultuurhistorie, toerisme en een toekomstbestendig platteland.
Dit doen we door kansen te benutten om het landschap te versterken en recreatieve voorzieningen aan te leggen of te verbeteren, in aansluiting op het regionale routenetwerk.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 43
In het samenwerkingsverband Dommeldal uit de Verf, trekken we op met gemeenten Nuenen, Eindhoven en Geldrop-Mierlo, Waterschap De Dommel, Staatsbosbeheer en Brabants Landschap. Samen realiseren we ontbrekende schakels in het NatuurNetwerk Brabant in het Dommeldal. De visie van Dommeldal uit de Verf is opgenomen in onze omgevingsvisie en vormt een leidraad bij gebiedsontwikkeling. Rekentool klimaatopgave In SGE verband is afgesproken dat alle gemeenten de innovatieve online Rekentool Klimaatopgave naar Eindhovens model aanschaffen en implementeren. Deze tool helpt initiatiefnemers en projectontwikkelaars om hun bouw- en renovatieprojecten klimaatbestendig te maken. Op basis van het verstedelijkingsakkoord stelt de gemeente eisen voor vergroening (8 m² per woning) en regenwaterberging (0-75 mm) bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Met de tool is eenvoudig te controleren of de plannen aan deze voorwaarden voldoen en nieuwe plangebieden toekomstbestendig ingericht worden. Woningbouwmonitor In SGE verband is vanaf 2024 gewerkt aan een woningbouwmonitor (JUN O), waaraan alle gemeenten deelnemen. De overige MRE-gemeenten zijn hier inmiddels ook op aangehaakt. Deze regionale woningbouwmonitor is het instrument geworden in het kader van monitoring van de gemaakte regionale woningbouwafspraken.
In 2025 is dit doorontwikkeld naar een publieksversie, die door alle betrokken gemeenten is aangeschaft en geïmplementeerd. In 2026 e.v. wordt deze woningbouwmonitor verder vormgegeven.
Bijdragen verbonden partijen aan dit programma Beveiliging Bedrijven Ekkersrijt (SBBE) De Stichting Beveiliging Bedrijven Ekkersrijt (SBBE) is een verbonden partij waarmee we samenwerken op het bedrijventerrein. De Stichting verzorgt de beveiliging van het terrein met camera's die in het openbaar gebied hangen en met een beveiligingsteam. De samenwerking draagt bij aan de waarde van Ekkersrijt als economische toplocatie. Metropoolregio Eindhoven (MRE) De MRE is een regionale samenwerking tussen 21 gemeenten in Zuidoost Brabant op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Voor meer informatie hierover verwijzen wij u naar zowel doelstelling 13 binnen programma 4 als naar de specifieke paragraaf "Verbonden partijen" . Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) Het SGE is een vrijwillige samenwerking van negen gemeenten: Eindhoven, Helmond, Best, GeldropMierlo, Nuenen, Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre. Deze samenwerking vindt plaats op basis van een samenwerkingsconvenant. Binnen het SGE wordt door de negen gemeenten samengewerkt binnen de thema's Wonen, Economie, Ruimte en Voorzieningen & Evenementen. Voor meer informatie hierover verwijzen wij u naar doelstelling 13 binnen programma 4.
Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo wordt weergegeven als negatief als er meer lasten zijn dan baten en als positief als er meer baten zijn dan lasten. Bedragen x € 1.000,Omschrijving
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
0.10 Mutaties reserves programma 4
370
250
0
0
0
0
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
432
404
1.100
1.097
1.090
1.082
Lasten
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 44
Omschrijving
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
3.1 Economische ontwikkeling
227
176
0
0
0
0
3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur
36
43
38
88
48
48
3.3 Bedrijfsloket en regelingen
46
46
45
45
45
45
3.4 Economische promotie
108
115
113
113
113
113
7.5 Begraafplaatsen
0
0
0
0
0
0
1.067
1.344
888
768
668
788
524
1.324
1.331
925
211
219
8.3 Wonen en bouwen
1.376
1.081
1.222
1.222
1.222
1.222
Totaal Lasten
4.187
4.783
4.737
4.259
3.398
3.518
0.10 Mutaties reserves programma 4
113
372
15
15
15
15
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
347
311
665
660
660
660
3.1 Economische ontwikkeling
43
47
97
97
97
97
3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur
11
0
0
0
0
0
3.3 Bedrijfsloket en regelingen
11
10
11
11
11
11
3.4 Economische promotie
14
18
20
20
20
20
8.1 Ruimte en leefomgeving 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
Baten
7.5 Begraafplaatsen
0
28
28
28
28
28
8.1 Ruimte en leefomgeving
517
153
154
154
154
154
8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
272
1.324
1.331
925
211
219
8.3 Wonen en bouwen
630
705
762
762
762
762
Totaal Baten
1.957
2.969
3.082
2.671
1.957
1.965
Saldo (baten -/lasten)
-2.230
-1.814
-1.655
-1.588
-1.441
-1.553
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 45
Begrotingsaanpassingen Omschrijving
I/S
2026
2027
2028
2029
1. Deelname Van Gogh Nationaal Park 2. Uitwerking uitvoeringsprogramma volkshuisvestingsprogramma
S
-8.572
-8.572
-8.572
-8.572
I
-20.000
0
0
0
3. Update volkshuisvestingsprogramma
I
0
0
0
-50.000
4. Uitwerking uitvoeringsprogramma Sonniuswijk/ Sandwyck
I
-50.000
-50.000
0
0
5. Uitwerking uitvoeringsprogramma Centrumvisie
I
-25.000
-25.000
0
0
6. Deelname NLBW
S
-25.000
-25.000
0
0
7. Masterplan Ekkersrijt
S
-20.000
-30.000
-30.000
-30.000
8. Opstellen Omgevingsvisie; gebiedsprogramma Ekkersrijt
I
0
-40.000
0
0
9. Omgevingsvisie
I
0
0
70.000
-70.000
10. Uitwerking ontwikkelvisie Breeakker -noordelijk deel-
I
-100.000
0
0
0
-248.572
-178.572
31.428
-158.572
Totaal +/+ is voordeel, -/- is nadeel
3. Update Volkshuisvestingsprogramma In het volkshuisvestingsprogramma (vastgesteld d.d. 3 april 2025) is opgenomen dat, conform de Wet Regie Versterking Volkshuisvesting, een volkshuisvestingsprogramma voor 5 jaar wordt vastgesteld. Gezien het feit dat hierbij aansluiting gezocht wordt met de cyclus van de update van de Omgevingsvisie ligt het voor de hand om in 2028 te starten met het maken van een nieuw/te actualiseren volkshuisvestingsprogramma en dit in 2029 vast te stellen. 4. Uitwerking uitvoeringsprogramma Sonniuswijk/ Sandwyck Om te komen tot uitvoering van het gebiedsprogramma Sonniuswijk is een bedrag opgenomen voor 2026 en 2027. Dit is een eerste aanzet om te komen tot een uitvoeringsagenda met bijbehorende financiering en een eerste opstart van een aantal projecten. 5. Uitwerking uitvoeringsprogramma Centrumvisie Om te komen tot uitvoering van het gebiedsprogramma Centrum is een bedrag opgenomen voor 2026 en 2027. Dit is een eerste aanzet om te komen tot een uitvoeringsagenda met bijbehorende financiering. 6. Deelname NederlandLandBovenWater (NLBW) We stellen een uitvoeringsagenda voor Sonniuswijk/Sandwyck op. NLBW helpt ons bij het wegnemen van obstakels in regelgeving en beleid op provinciaal en landelijk niveau. Met oog op nationale voorbeeldwerking, kan NLBW een functie vervullen naar Rijk en Provincie. De bijdrage geldt voor 2 jaar. 7.
Masterplan Ekkersrijt In oktober 2015 heeft de gemeenteraad het Masterplan Ekkersrijt vastgesteld. Het masterplan vormde het kader voor de gewenste toekomstige ontwikkelingen voor bedrijvenpark Ekkersrijt. In 2019 is het Masterplan Ekkersrijt geëvalueerd. De gemeenteraad heeft op 19 december 2019 met deze evaluatie ingestemd en aangegeven dat het nog steeds de beleidskaders voor Ekkersrijt bevat. Om diverse redenen is het Masterplan niet geactualiseerd. De beleidskaders worden opgenomen in het nog op te stellen gebiedsprogramma Ekkersrijt (2027). Hiervoor momenteel voorbereidingen getroffen. 8. Opstellen Omgevingsvisie; gebiedsprogramma Ekkersrijt Het gebiedsprogramma Ekkersrijt staat gepland voor 2027. Dit programma wordt op een later moment opgenomen in de Omgevingsvisie 3.0. Het gebiedsprogramma Ekkersrijt zal naast de beleidskaders van het Masterplan (2019) een herijkte visie Science Park ook een visie op de Meubelboulevard bevatten.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 46
9. Omgevingsvisie De Omgevingsvisie wordt in 2025 geactualiseerd tot een 2.0 versie. Deze zal begin 2026 worden vastgesteld. Uitgaande van een cyclus van 4 jaar wordt de actualisatie van een Omgevingsvisie 3.0 opgesteld vanaf 2029. 10. Uitwerking ontwikkelvisie Breeakker -noordelijk deelDe ontwikkelvisie wordt nader uitgewerkt. Hierbij wordt onder andere een wijziging omgevingsplan opgesteld om regie te houden op de ontwikkeling in het voorkeursrechtgebied.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 47
Paragrafen Overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zijn hieronder de volgende paragrafen opgenomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Wet open overheid Beleidsindicatoren
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 48
Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf geeft op hoofdlijnen een overzicht van de lokale heffingen en belastingen.
Beleid Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan: • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR); • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur); • de Invorderingswet 1990; • de Gemeentewet; • diverse Uitvoeringsbesluiten. De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het maken van uitzonderingen op de regels uit de wetgeving is niet toegestaan, dit om rechtsongelijkheid voor de burger te voorkomen. Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we gemeentelijke belastingen, tarieven, heffingen en/of leges verlagen. • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies. • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren. In overeenstemming met de beleidsuitgangspunten, bepaald in de Kadernota, worden de tarieven voor 2026 als volgt aangepast: • Voor de OZB zijn de tarieven verlaagd om de waardeontwikkeling te compenseren. Daarna wordt voorgesteld om een inflatiecorrectie van 3,7% toe te passen.
• Leges en tarieven worden in z'n algemeenheid verhoogd met de inflatiecorrectie (3,7%). • De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op 100% kostendekkendheid waarbij rekening is gehouden met een zo reëel mogelijke inschatting van zowel de baten- als de lastenontwikkeling binnen het meerjarenperspectief 2026-2029. Het tarief voor de rioolheffing is gebaseerd op het Programma Water en Riolering 2023-2027 (PWR).
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 49
Onroerendezaakbelastingen (OZB) We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen: • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak (die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom) bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De hoogte van de OZB is afgeleid van de WOZ-waarde (een percentage). Jaarlijks worden nieuwe WOZ-waarden vastgesteld. De aanslagen zijn gebaseerd op de WOZ-waarden met een waardepeildatum die 1 jaar voorafgaand aan het belastingjaar ligt. De maximaal verwachte opbrengst OZB wordt als percentage van de totale WOZ-waarden (rekening houdend met areaaluitbreiding en waardestijging) van alle onroerende zaken in Son en Breugel uitgedrukt. Dit percentage is bepalend voor de hoogte van elke individuele aanslag OZB. De tarieven voor 2026 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden zodat er sprake is van een gelijkblijvend niveau van de opbrengst onroerendezaakbelastingen, exclusief de areaaluitbreiding en de tariefaanpassing.
Het voorstel voor vaststelling van de tarieven wordt in november 2025, gelijktijdig met de begroting 2026, aangeboden aan de raad.
Omschrijving
2025
Totale waarde woningen
2026
4.022.894.402
4.430.352.575
848.937.683
930.539.365
Totale waarde niet-woningen
De belastingcapaciteit heeft een relatie met de inkomsten die een gemeente ontvangt via het gemeentefonds. Hoeveel geld een individuele gemeente uit het gemeentefonds krijgt, hangt namelijk af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeente. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Het aandeel van een gemeente in het gemeentefonds is kleiner naarmate het vermogen om belastingen te heffen groter is. Het gaat hier om de WOZ-waarde van onroerende zaken in de gemeente, berekend tegen een voor alle gemeenten gelijk tarief. In onderstaande tabel geven we de korting op het gemeentefonds weer ten opzichte van werkelijke opbrengst. We doen dit op basis van de waarde 1-1-2025 omdat dit de laatst vastgestelde waarde is. Belastingsoort OZB eigenaren woningen
WOZ-Waarde
Ons tarief
Opbrengst
Norm tarief
Ink. Correctie
Saldo
4.022.894.402
0,0786%
3.161.995
0,07312%
2.941.540
220.455
OZB eigenaren niet-woningen
848.937.683
0,2054%
1.743.718
0,21553%
1.829.715
-85.997
OZB gebruikers niet-woningen
785.576.625
0,1677%
1.317.412
0,16394%
1.287.874
29.538
6.059.130
163.995
6.223.125
De ramingen voor de baten OZB 2026 zijn als volgt: Omschrijving
2026
Eigenaren woning
3.311.778
Eigenaren niet-woning
1.817.277
Gebruikers niet-woning
1.372.987
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 50
Afvalstoffenheffing De gemeente is verplicht om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Om de afvalkosten enigszins kostendekkend te houden, stijgt in 2026 het tarief van eenpersoonshuishoudens van € 272,88 naar € 294,72 en het tarief van meerpersoonshuishoudens van € 342,12 naar € 369,48. Het begrote tekort wordt onttrokken uit de voorziening. Per 1 januari 2026 worden de tarieven voor extra containers gewijzigd. De kosten voor een extra restafvalcontainer van 240 liter bedragen dan € 160,- en voor een extra Gft-container van 240 liter € 80,-.
Reinigingsrechten Het tarief 2026 van de reinigingsrechten stemmen we af op het tarief voor de afvalstoffenheffing van 2026.
Rioolheffing Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. In de raadsvergadering van 7 februari 2019 heeft de gemeenteraad besloten om vanaf 1 januari 2020 de rioolheffing te differentiëren. De differentiatie bestaat uit een afvalwater- en hemelwatercomponent. De afvalwaterheffing is een gebruikersheffing. De hemelwaterheffing is een eigenarenheffing. De hemelwaterheffing is een heffing met een vast bedrag van € 50 tot en met 2034. Doel van de differentiatie van de rioolheffing en het invoeren van de hemelwaterheffing is om bewoners en bedrijven mee te laten werken aan het klimaatbestendig maken van hun omgeving en goed gedrag te belonen in de vorm van een financieel voordeel. De rioolheffing bestaat vanaf 2020 uit een eigenarenheffing en een gebruikersheffing: 1. Een vast bedrag voor afvalwater voor de gebruikers van percelen (woningen). 2. Een gestaffeld bedrag voor afvalwater voor de gebruikers van percelen (niet-woningen). 3. Een vast bedrag voor hemelwater voor de eigenaar van een perceel waarvan hemelwater in het gemengde riool wordt geloosd. De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. In Son en Breugel is 100% kostendekkendheid uitgangspunt voor de berekening van de tarieven.
De noodzakelijke verbeteringen en vervangingen van het rioolstelsel zijn systematisch in beeld gebracht. De hieruit voortvloeiende lasten zijn opgenomen binnen de tariefberekeningen. Voornoemde verbeteringen en investeringen zijn opgenomen in het Programma Water en Riolering 2023-2027. De rioolheffing stijgt met 4,9%. De stijging is groter dan het inflatiecijfer omdat we meer aandacht willen schenken aan maatregelen in het kader van klimaatverandering. We staan voor grote opgaves op het gebied van droogte en wateroverlast. Zij vormen belangrijke aandachtspunten waar we extra op willen inzetten door het treffen van fysieke maatregelen. De financiële gevolgen vormen de basis voor het vaststellen van een kostendekkende rioolheffing.
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zijn gemeenten verplicht inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstellingen worden gehanteerd. Onderstaande overzichten geven per heffing de totale lasten, de totale baten en het dekkendheidspercentage weer.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 51
Dekkendheid afvalstoffenheffing
2026
Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat Lasten overige afvalstromen Kapitaallasten Mutatie voorziening Totaal kosten afval taakveld 7.3
485.995 1.881.907 100.538 -64.315 2.404.125
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
155.520
Kwijtschelding taakveld 6.3
88.208
BTW taakveld 0.11*
461.600
Totaal toerekenbaar
705.328
Totaal lasten
3.109.454
Baten afvalstoffenheffing taakveld 7.3
2.669.632
Baten milieustraat Baten overige afvalstromen Baten totaal Dekkendheidpercentage afval
119.000 320.821 3.109.454 100%
* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.
Dekkendheid rioolheffing
2026
Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering
917.621
Kapitaallasten
384.164
Mutatie voorziening
-56.013
Totaal kosten riolering taakveld 7.2
1.245.772
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
197.421
Kwijtschelding taakveld 6.3
28.000
Straatreiniging taakveld 2.1
164.807
Watertaken taakveld 5.7
63.278
BTW taakveld 0.11
239.143
Totaal toerekenbaar
692.649
Totaal lasten
1.938.421
Opbrengst rioolheffing taakveld 7.2
1.938.421
Baten totaal
1.938.421
Dekkendheidpercentage riool
100%
* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 52
Leges Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. De verschillende leges die we heffen, verhogen we in principe jaarlijks met de daarvoor geldende inflatiecorrectie. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moeten we rekening houden met van rijkswege gestelde maximumtarieven. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen streven we naar een 100% kostendekkend tarief. Kostendekkendheid leges Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden. Per hoofdstuk in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend moet zijn. Tussen afzonderlijke paragrafen binnen een hoofdstuk mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaalde paragraaf, mogen kosten binnen een andere paragraaf compenseren.
In onderstaande overzichten zijn per hoofdstuk de totale baten, de totale lasten en het kostendekkendheidspercentage weergegeven. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij hebben we rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend. Baten
Salaris
Overhead
Lasten
Hoofdstuk Algemene Dienstverlening 1
-402.057
368.050
333.380
152.751
47%
Hoofdstuk Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet 2
-861.391
435.563
394.533
277.083
78%
Hoofdstuk Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend 3 onder hoofdstuk 2
-2.367
27.703
25.092
-
4%
-1.265.815
831.316
753.005
429.834
63%
Totaal
Percentage
Overige belastingen Marktgelden Marktgelden heffen we van degene die een standplaats inneemt (of van degene aan wie een standplaats is toegewezen) op de wekelijkse warenmarkt. Marktgelden zijn afhankelijk van het aantal strekkende meters frontlengte van de standplaats. We hebben het tarief verhoogd met de inflatiecorrectie (3,7%). Precariorechten In 2006 is de notitie “Terrassenbeleid Son en Breugel” vastgesteld. Conform deze notitie hebben we dit tarief verhoogd met de inflatiecorrectie (3,7%).
Kwijtscheldingsbeleid De gemeente is op grond van de Gemeentewet en Invorderingswet bevoegd kwijtschelding van gemeentelijke heffingen te verlenen. Met het oog op de administratieve lastenverlichting voor de inwoners toetsen wij bij het inlichtingenbureau als er eerder kwijtschelding is verleend of er geen belemmeringen zijn. Bij geen belemmering verlenen wij automatische kwijtschelding. De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 53
De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend. • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Het bestaande beleid wordt hiermee voortgezet. Inwoners kunnen kwijtschelding aanvragen voor de volgende heffingen: • onroerendezaakbelastingen; • afvalstoffenheffing; • rioolheffing.
Overzicht tarieven 2024
2025
2026
OZB Eigenaar Woning
0,0770%
0,0786%
0,0735
OZB Eigenaar Niet-woning
0,1996%
0,2054%
0,2068
OZB Gebruiker Niet-woning
0,1644%
0,1677%
0,1688
Afvalstoffenheffing 1-persoonshh
267,00
272,88
294,72
Afvalstoffenheffing meer-pers.hh
334,68
342,12
369,48
Reinigingsrechten
363,00
387,36
401,64
Rioolheffing woningen (afgekoppeld)
159,84
180,00
191,28
Rioolheffing woningen (niet-afgekoppeld)
209,84
230,00
241,28
Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2025 (afgerond op hele euro's). Son en Breugel
Nuenen
Eindhoven
Best
Geldrop-Mierlo
OZB Eig. woning
0,0786%
0,1039%
0,0905%
0,0803%
0,0648%
OZB Eig. niet-woning
0,2054%
0,2377%
0,2942%
0,2612%
0,1876%
OZB Gebr. niet-won.
0,1677%
0,1907%
0,2069%
0,2038%
0,1524%
OZB woning
454
609
447
418
321
Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden)
342
305
332
389
407
Rioolheffing
230
214
197
198
202
1.026
1.128
976
1.005
930
Woonlasten (OZB woning + Afval + Riool)
(*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen vaak lager (zie hieronder bij Ontwikkeling lokale lastendruk).
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 54
Ontwikkeling lokale lastendruk Jaar
2024
2025
2026
455.000
487.500
541.000
3,00%
7,10%
11%
OZB
350
383
397
Afvalstoffenheffing (meerpersoons)
335
342
369
Rioolheffing (afvalwater)
160
180
191
Rioolheffing (hemelwater) (#)
50
50
50
Totaal (##)
895
955
1.007
4,19%
6,70%
5,40%
WOZ-waarde Wijziging WOZ-waarde
% wijziging lasten t.o.v. t-1
#): Vanaf 2020 is de rioolheffing gedifferentieerd. Het hemelwater tarief wordt opgelegd aan eigenaren van objecten die niet zijn afgekoppeld. Wanneer er vanaf een perceel geen hemelwater wordt geloosd op het gemengde rioolstelsel wordt deze belasting niet geheven. Op deze manier hebben eigenaren zelf invloed op de totale lastendruk. ##) De totale lastendruk 2025 is niet gelijk aan de totale lastendruk 2025 in het rapport van COELO hierboven. Dit komt omdat COELO om een landelijke vergelijking te kunnen maken van andere gemiddelde WOZ-waarden bij OZB en andere gemiddelde aantal ledigingen bij afvalstoffenheffing uitgaat.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 55
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Son en Breugel. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing hanteren we de uitgangspunten van de 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen'. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.
Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico’s In de raadsvergadering van 21 maart 2013 heeft de raad de ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. In de nota wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt: • De gemeenteraad wordt via de planning- en controldocumenten geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen; • De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ hanteren we als basis voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit laten we de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves buiten beschouwing; • We gaan uit van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt, vullen we ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit aan, ofwel doen we extra inspanningen om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie doet het college voorstellen aan de gemeenteraad die ervoor moet zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.
• In de ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ is uitvoerig ingegaan op het wettelijk kader, de inventarisatie van de risico’s en de weerstandscapaciteit. De beleidsconclusies geven we hierboven weer. Top 10 We hebben een selectie gemaakt van 10 in plaats van 15 risico's die extra aandacht verdienen. De impact van de risico's buiten de top 10 op de benodigde weerstandscapaciteit is beperkt. De risico's buiten de top 10 nemen we via de verzameling "Overige risico's" wel mee in de berekening van de weerstandsratio.
Top 10 inventarisatie van de risico's In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico’s toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde in € = 'Kans (als percentage)’ x ‘Gevolg in €’ Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren rekenen we hierbij met een zekerheidspercentage van 90%. Hoewel zorgvuldig is geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 56
Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald. Er wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van het bedrag dat de gemeente kwijt is als het risico optreedt. Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter.
Risico (bepaling risicowaarde)
Begroting 2026
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
1. Sociaal domein (90% x € 600.000)
540.000
450.000
337.500
2. Inkoop (70% x € 375.000)
262.500
187.500
122.500
3. Cyberrisico's (70% x € 375.000)
262.500
187.500
187.500
4. Crisisbeheersing (30% x € 500.000)
150.000
50.000
50.000
5. Algemene uitkering gemeentefonds (70% x € 175.000)
122.500
122.500
122.500
6. Continuïteit bedrijfsvoering (70% x € 175.000)
122.500
122.500
122.500
7. Exploitatie archiefruimte gemeentehuis (20% x € 500.000)
100.000
100.000
150.000
8. Verbonden partij - Dienst Dommelvallei (exact bedrag)
93.060
93.060
67.815
9. Belastingaangifte (30% x € 175.000)
52.500
52.500
52.500
10. Exploitatie sporthallen (30% x € 175.000)
52.500
52.500
52.500
Subtotaal top 10 Overige risico's + risico's onvoorzien
1.758.060 440.858
Totaal
2.198.918
Risico's t.b.v. zekerheidspercentage 90%
1.979.026
Twee keer per jaar worden de risico’s opnieuw geïnventariseerd en berekend. Ten opzichte van de jaarrekening 2024 is de totale risicowaarde licht gestegen. Dit komt door de toename van de risicowaarde van de risico’s 2, 3 en 4.
Top 10 risico's 1] Sociaal domein Door incidenten (crisis, gesloten jeugdzorg, jeugdbescherming) of door instroom van cliënten met hoogcomplexe casuïstiek bestaat het risico dat er een beroep wordt gedaan op de zwaardere, duurdere en langdurige jeugdzorg. Ook kunnen we achteraf geconfronteerd worden met kosten voor zorg als gevolg van directe verwijzingen door medische verwijzers (waaronder huisartsen en jeugdartsen). Deze medische verwijsroute is wettelijk ingeregeld. Beheersmaatregel Het CMD zet samen met partners als huisartsen, jeugdarts en voorliggend veld in op vroegtijdige signalering van problemen. Ondersteuning wordt altijd zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig ingezet. Per 2022 geldt voor lichte, kortdurende en voor hoogcomplexe, langdurige hulpverleningstrajecten een verschillende financiering aan zorgaanbieders. Bij de jeugdzorg gaat het veelal om incidenten, waar slechts ten dele op gestuurd kan worden. CMD en partners proberen de vroegsignalering van casussen waar jeugdzorg nodig is te intensiveren. 2] Inkoop 1. Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met financiële en juridische gevolgen; 2. Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening.
Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit; 3. Contracten kunnen stilzwijgend verlengd worden tegen ongunstige voorwaarden. Of door het niet bundelen van opdrachten worden besparingsmogelijkheden niet benut.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 57
Beheersmaatregel Na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 is bij de implementatie daarvan veel voorlichting gegeven, de procedure uitvoerig beschreven en checklists opgesteld. Elke inkoop gebeurt in beginsel vanuit het principe materiedeskundige (beleidsambtenaar), inkoper (Bizob). Dit is afhankelijk van de inkoopwaarde en/of potentiële risico’s die met de inkoop gepaard gaan. Vragen kunnen aan Bizob en eventueel aan de juridische adviseur gesteld worden. Inkoop en Aanbesteding is onderdeel van de verbijzonderde interne controle. Hierbij worden zowel procesgerichte (deelwaarneming) als gegevensgerichte (inkoopanalyse) controles uitgevoerd. Fouten en/of verbetervoorstellen worden teruggekoppeld. Als gevolg van de gewijzigde EU-richtlijnen is de Aanbestedingswet 2012 gewijzigd. Op 18 juli 2017 is het inkoopbeleid, met inbegrip van het inkoophandboek en –procedures, vastgesteld. Daarbij zijn – overeenkomstig de landelijke en regionale lijn - de drempels voor de interne procedures vereenvoudigd waardoor het risico op het niet goed volgen van intern beleid verder is verkleind. 3] Cyberrisico's De informatiebeveiligingsdienst van de VNG waarschuwt dat overheden risico lopen op schade door mogelijke cyberaanvallen. Landelijk zien we een toename van meldingen van ransomware met verwoestende gevolgen en een groeiend aantal geregistreerde kwetsbaarheden in software.
Dit kan leiden tot verstoring van essentiële diensten, identiteitsdiefstal, financiële fraude en verlies van vertrouwen bij inwoners. Gemeenten hebben de afgelopen jaren regelmatig te maken gehad met incidenten bij derden, waarvan de gevolgen merkbaar waren binnen hun eigen gemeente. Voor veel kritische processen levert Dienst Dommelvallei diensten via de gemeenschappelijke regeling. Binnen deze processen loopt de gemeente het risico waardevolle informatie te verliezen of schade te lijden als informatie niet meer beschikbaar is. Cybercriminaliteit is een risico, met aanzienlijke gevolgen voor de bedrijfsvoering en inwoners. De snelle ontwikkelingen op het gebied van digitalisering en de achterblijvende implementatie van informatiebeveiligings- en privacywetgeving maken dit tot een risico. Beheersmaatregel Om een toekomstbestendige borging van informatiebeveiliging en privacy in processen te bereiken is scherpte in rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden nodig. In 2025 wordt gestart met de uitvoering van het projectplan voor procesmatig werken. Dit wordt projectmatig aangepakt. Dienst Dommelvallei draagt bij aan de realisatie van de in het projectplan opgenomen acties. 4] Crisisbeheersing Iedere gemeente kan te maken krijgen met incidenten die de status van een crisis krijgen. Deze kunnen plaatsvinden zowel in het fysieke als het sociale domein.
Ook kunnen crises lokaal, regionaal of bovenregionaal van karakter zijn. Beheersmaatregel Door adequate maatregelen kunnen de effecten van een crisis zo veel mogelijk beperkt worden. Lokale, regionale en landelijke crisisorganisaties voorzien daarin, met name door crisiscoördinatie en organisatie. Goede eenduidige informatievoorziening, opleidingen en oefenen zijn daarbij randvoorwaarden voor succes. De inrichting van de crisisorganisatie is in de afgelopen jaren geactualiseerd. Diverse leerpunten uit crises en de aanbevelingen van de evaluatie Wet veiligheidsregio’s zijn hierin meegenomen. Met een nieuw crisisplan is vormgegeven aan een nog professionelere multidisciplinaire organisatie. Veiligheidsregio’s Brabant-Zuidoost en Brabant-Noord, de Politie Oost-Brabant en de gemeenten werken hierin nauw samen. Een goed getrainde organisatie die expertise betrekt waar nodig, beperkt door adequaat ingrijpen, de effecten van incidenten zo veel mogelijk. Met de transities is de gemeente verantwoordelijk geworden voor veel zorgtaken. Hierdoor is de gemeente vaker partij wanneer een crisis in het sociale domein zich voordoet. In de afgelopen jaren is gebleken dat langdurige en ongekende crises realiteit kunnen worden. Denk hierbij aan de pandemie en vluchtelingenopvang.
Vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt daarnaast aandacht gevraagd voor de militaire- en hybride dreiging vanwege de geo-politieke spanningen in de wereld. Deze dreigingen vergroten het risico op ontwrichtende verstoringen van de openbare orde en openbare veiligheid van de maatschappij. Samen met onze partners zetten we daarom in op versterking van de maatschappelijke weerbaarheid.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 58
5] Algemene uitkering gemeentefonds Via circulaires wordt de gemeente in ieder geval 2 maal per jaar (mei en september) geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. In 2024 is een nieuwe financieringssystematiek ingevoerd. De nieuw gekozen vorm van indexatie levert meer stabiliteit op. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het gemeentefonds minder schommelt (volumedeel). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar, waardoor het gemeentefonds reëel “op niveau” blijft (prijsdeel). Hoewel de doorgevoerde wijzigingen er dus op gericht zijn om meer stabiliteit te krijgen in de grootste inkomstenbron van de gemeenten, passen we de risicowaarde op dit onderdeel vooralsnog niet aan. De schommelingen in de algemene uitkering kunnen nog steeds problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Er bestaat ook geen directe rechtstreekse relatie tussen gemeentelijke uitgaven enerzijds en de compensatie daarvoor via het Gemeenfonds anderzijds. In die zin kent het Gemeentefonds met generieke compensaties ook de nodige globaliteit. Beheersmaatregel De algemene uitkering maakt integraal onderdeel uit van de begroting.
De schommelingen worden op het eerstvolgende moment binnen de exploitatie verwerkt om deze sluitend te houden. 6] Continuïteit bedrijfsvoering Verschillende factoren vormen een risico voor de continuïteit van de bedrijfsvoering zoals het moeilijk kunnen invullen van vacatures door de krapte op de arbeidsmarkt, de werkdruk, personele wisselingen en ziekteverzuim. Deze factoren kunnen leiden tot vertraging in de bedrijfsvoering. Daarnaast kan dit leiden tot hogere kosten door inhuur van externen. De nieuwe recruitment strategie moet bijdragen aan het sneller invullen van openstaande vacatures. Beheersmaatregel Ziekteverzuim is opgenomen in het percentage productieve uren per medewerker. Externe inhuur gaat ten laste van de vacatureruimte of de knelpuntenpot personeelskosten. Ziekteverzuim en inhuur derden worden maandelijks in kaart gebracht. 7] Exploitatie archiefruimte gemeentehuis Er spelen risico’s voor de exploitatie van onze archiefruimte, welke geheel ondergrond is aangelegd in de kelder van ons gemeentehuis, door klimaatveranderingen. Deze risico’s spitsen zich toe op de waterdichtheid van het bordes en de kelderwanden & -vloeren. Eind 2023 werden we geconfronteerd met wateroverlast door een stijging van en aanhoudende hoge grondwaterstanden, in combinatie met extreme neerslag, waardoor grondwater en regenwater, tot de keldervloer door wist te dringen.
Hierdoor ontstaan er risico’s van aantasting van archiefstukken, mede door een te hoge luchtvochtigheid en plassen die ontstaan op de keldervloer in het archief en ruimtes waar waardevolle kunstwerken worden opgeslagen. Inden de exploitaties van onze kelder en het archief niet naar verwachting verloopt, kan de gemeente verantwoordelijk worden gesteld om verloren en of aangetaste archiefstukken e/o kunstwerken te gaan vergoeden. Met daarnaast het risico om vanuit archiefbeheer (Dienst Dommelvallei) per ommegaand gesommeerd te worden om kosten te gaan maken om het archiefbeheer op het minimaal “wettelijke niveau” te krijgen. Beheersmaatregel Er zijn korte lijnen met archiefbeheer (Dienst Dommelvallei) en er vindt periodiek overleg plaats m.b.t. de exploitatie van de archiefruimte. Er zijn in 2024 maatregelen genomen en in 2025 wordt er nog een maatregel genomen. 8] Verbonden partij - Dienst Dommelvallei De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen algemene (risico) reserve heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 59
Beheersmaatregel Via een begroting, jaarrekening en rapportages (Dommelvallei) volgen we de ontwikkelingen periodiek en intensief. Eventuele effecten kunnen rechtstreeks verwerkt worden in de eigen begroting. Daarnaast is sprake van deelname in het bestuur van Dienst Dommelvallei. De risico's van Dienst Dommelvallei zijn, voor zover mogelijk, inzichtelijk gemaakt en beheersmaatregelen zijn geformuleerd. 9] Belastingaangifte De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, Btw-aangiften, opgave Btw compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid. Beheersmaatregel Om de fiscale zaken te borgen is een Tax Control Framework noodzakelijk. Dit proces is nu onderhanden. Voor de toekomst is dit een ingang om tot “Horizontaal Toezicht” te komen met de Belastingdienst. Dit betekent niet dat het risico komt te vervallen. 10] Exploitatie sporthallen Als de onderneming wegvalt, loopt de gemeente een risico. Wanneer de exploitaties niet naar verwachting verlopen, dan kan de gemeente voor De Landing en De Bongerd verantwoordelijk worden gesteld om meerkosten (zoals energie) mee te financieren. Beheersmaatregel Er zijn korte lijnen met de exploitant en er vindt periodiek overleg plaats over de exploitatie.
Daarnaast wordt, met het oog op de exploitatie van de nieuwe Bongerd, een adequaat beheermodel opgesteld waarbij we ernaar streven om met de beheerder nieuwe exploitatie- en beheerafspraken te maken.
Weerstandscapaciteit in cijfers De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden. Beschikbare weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit
Peildatum 1-1-2026
Algemene reserve
3.000.000
Reserve vrije bestedingsruimte
5.014.318
Totaal incidentele weerstandscapaciteit
8.014.318
Structurele weerstandscapaciteit Post onvoorzien
80.000
Totaal structurele weerstandscapaciteit
80.000
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
8.094.318
Er is veel meer incidentele capaciteit beschikbaar dan structurele capaciteit. De structurele capaciteit kunnen we in principe jaarlijks vrijmaken voor financiële tegenvallers. De incidentele capaciteit kunnen we slechts eenmaal aanspreken en kunnen we pas na aanvulling weer gebruiken om volgende tegenvallers op te vangen.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 60
Weerstandsvermogen We gaan uit van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt bepaald door de volgende ratio: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit € 8.094.318 / € 1.979.026 = 4,09 We concluderen dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 4,09 goed is. Ontwikkeling weerstandsvermogen De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de weerstandsratio zien, inclusief de prognose voor de komende jaren. Voor de prognose gaan we uit van gelijk blijvende benodigde weerstandscapaciteit. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de meerjarenramingen. Met een weerstandsratio van 4,09 is het weerstandsvermogen van Son en Breugel goed. Ook voor de komende jaren blijft de ratio op een goed niveau gehandhaafd.
Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geven een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Een individueel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van de gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de provincie als toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden: • netto schuldquote; • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • solvabiliteitsratio; • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; • belastingcapaciteit.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 61
De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden. Waarderingscijfer
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90
90-130
>130
Solvabiliteitsratio
>50
20-50
<20
Grondexploitatie
<20
20-35
>35
Structurele exploitatieruimte
>0
0
<0
Belastingcapaciteit
<95
95-105
>105
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 62
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 63
Uitgangspunten Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2025 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 20252028. De kengetallen voor de begroting 2026-2029 zijn afkomstig uit deze meerjarenbegroting.
Omschrijving
Realisatie
Begroting
2022
2023 2024
2025
11%
28%
49%
110% 115% 132% 140% 136%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
8%
24%
46%
106% 112% 130% 138% 134%
Solvabiliteitsratio
72%
57%
49%
32%
28%
26%
25%
24%
Grondexploitatie
-19%
-18% -13%
0%
-4%
-2%
-3%
-2%
Netto schuldquote
Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
3%
2026
2027
2028
2029
1%
-5%
1%
2%
1%
2%
2%
101% 105%
95%
93%
91%
91%
91%
91%
Conclusie Netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). De hoogte van dit kengetal wordt voor de gemeente Son en Breugel beïnvloed door 2 oorzaken: • De boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie zijn de afgelopen jaren gedaald, waardoor de financieringsbehoefte ook gedaald is. • Het oplopen van dit kengetal in de begrotingsjaren wordt veroorzaakt door de gedane en geraamde investeringen voor: o Gemeentehuis o Gezamenlijke uitbreiding voor de Bloktempel en de Ruimte o Braecklant o Dommelhuis o Sporthal de Bongerd o Nieuwbouw Buitenste Binnen o Grondaankopen en aankoop panden o Diverse investeringen in rioolvervangingen en wegen Solvabiliteitsratio De daling van het kengetal in de meerjarenbegroting wordt veroorzaakt door de geraamde onttrekkingen aan reserves voor een deel van de hierboven genoemde investeringen. Daarnaast stijgt de totale boekwaarde van de activa als gevolg van de hierboven genoemde investeringen. Grondexploitatie In de afgelopen jaren is het kengetal gedaald door de afname van de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie. Structurele exploitatieruimte De kengetallen van de begrotingsjaren zijn positief. Dit betekent dat alle structurele lasten, inclusief de kapitaallasten van de geraamde investeringen, opgevangen worden binnen een structureel sluitende begroting.
Bij de berekening van dit kengetal moeten de stortingen en onttrekkingen aan de reserves gecorrigeerd worden. Belastingcapaciteit Het landelijk gemiddelde van het kengetal voor de belastingcapaciteit wordt jaarlijks op 100% gesteld. Het kengetal belastingcapaciteit daalt voor 2026 naar 91% in vergelijking met de jaarrekening 2024. Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 64
Netto schuldquote 160% 140%
130%
120% 106%
100%
138%
134%
2028
2029
112%
80% 60% 46%
40% 24%
20% 0%
8% 2022
2023
2024
2025
2026
REALISATIE
2027 BEGROTING
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Solvabiliteitsratio 80% 70%
72%
60%
57%
50%
49%
40% 32%
30%
28%
26%
25%
24%
2027
2028
2029
20% 10% 0% 2022
2023
2024
2025
2026
REALISATIE
BEGROTING Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 65
Grondexploitatie 0%
0%
-2%
-2%
-3%
2027
2028
-4%
-4%
-2%
-6% -8% -10% -12%
-13%
-14% -16% -18% -20%
-19% 2022
-18% 2023
2024
2025
2026
REALISATIE
2029
BEGROTING Grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Structurele exploitatieruimte 4% 3%
3%
2% 1%
1%
1%
2%
1%
2%
2%
2026
2027
2028
2029
0% -1% -2% -3% -4% -5%
-5%
-6% 2022
2023
2024
2025
REALISATIE
BEGROTING Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 66
Belastingcapaciteit 110% 105% 100%
105% 101%
95%
95% 93%
90%
91%
91%
91%
91%
2026
2027
2028
2029
85% 80% 2022
2023
2024
2025
REALISATIE
BEGROTING Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZwaarde in de gemeente zich verhouden tot de landelijk gemiddelde woonlasten van een gezin. De woonlasten bestaan uit de OZB en de riool- en afvalstoffenheffing. In onze gemeente zijn de rioolen afvalstoffenheffing 100% kostendekkend. Een verhoging van die tarieven is niet mogelijk. Een verhoging van het OZB-tarief is mogelijk, maar is een politieke keuze.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 67
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In deze paragraaf gaan we in op het beheer en onderhoud van het groen (openbaar groen), grijs (wegen en openbare verlichting) en blauw (riolering; gemalen en grondwater). Een rationeel beheer en onderhoud van dergelijke kapitaalgoederen is gebaat bij beheersystemen die tijdig de gewenste informatie verschaffen in het noodzakelijke onderhoud en de daarmee samenhangende kosten. Vandaar dat we in deze paragraaf ingaan op de huidige stand van zaken van deze systemen.
Wegen en weginspectie Beleid Son en Breugel werkt met een wegenbeheersysteem. Op basis van tweejaarlijkse inspecties actualiseren we de basisgegevens van dit systeem. Het huidig areaal aan verhardingen is te verdelen in: • Elementenverhardingen: ca. 670.000 m2 • Asfaltverhardingen: ca. 470.000 m2 Uitgangspunt van het onderhoud aan de gemeentewegen is dat deze voldoet aan de kwaliteitsnormen van het CROW (Centrum voor onderzoek en regelgeving in de grond-, weg- en waterbouw en verkeerstechniek). Het onderhoudsniveau van wegen is minimaal kwaliteitsniveau C. In de CROW-kwaliteitscatalogus wordt dit omschreven als matig. Het onderhoudsniveau van trottoirs is B (kwaliteit: voldoende). Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Onderhoudsplan wegen
2016-2020
Commissie GZ: 6 januari 2016
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2026
Uitgangspunten De kosten voor noodzakelijke reconstructies c.q. vervangingen van wegverhardingen hebben we langjarig inzichtelijk gemaakt en daarop hebben we de begroting aangepast. Jaarlijks onderhoudsbudget In onderstaande tabel staan de beschikbare budgetten voor het groot en klein onderhoud. Financieel Groot onderhoud wegen Klein onderhoud wegen Totaal
2026
2027
2028
2029
1.050.000
1.050.000
1.237.293
1.237.293
190.759
190.759
190.759
190.759
1.240.759
1.240.759
1.428.052
1.428.052
Onderhoudsbehoefte Op basis van de globale visuele inspectie en een maatregelen toets bepalen we jaarlijks de onderhoudsbehoefte. De inspectieresultaten geven aan waar onderhoud noodzakelijk is en met een maatregelentoets bepalen we wat er exact moet gebeuren om het areaal op niveau te houden. Achterstallig onderhoud Er is op dit moment sprake van 12% achterstallig onderhoud van alle wegen, paden en verhardingen. Om dit onderhoud in te lopen, zijn de stortingen in de voorziening daarop aangepast.
Openbare verlichting Beleid Aan de hand van het beheersysteem worden jaarlijks de onderhoud- en vervangingsinvesteringen inzichtelijk gemaakt en opgenomen in de begroting. Uitgangspunt is dat de installatie voldoet aan de landelijke richtlijnen (NPR 13201-1).
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 68
Duurzame openbare verlichtingsinstallatie De openbare verlichting in Son en Breugel is geheel voorzien van energiezuinige led-armaturen. Duurzame sportveldverlichtingsinstallatie De sportveldverlichting van voetbalcomplex Gentiaan noord (Schuttersheide, SBC voetbal) en sportaccommodatie van Gentlaan 2a Breugel (Corridor korfbal), zijn geheel voorzien van energiezuinige led-armaturen. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Beleidsnota openbare verlichting
N.v.t.
6 oktober 2016
N.v.t.
Uitgangspunten Kwalitatief goede openbare verlichting waarbij de verkeersveiligheid, sociale veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid als speerpunten gelden. Voldoen aan de landelijke richtlijnen Jaarlijks groot onderhoudsbudget In onderstaande tabel zijn de bedragen voor het onderhoud van de verlichting, exclusief eigen uren weergegeven. Financieel
2026
2027
2028
2029
Onderhoud verlichting
76.212
76.212
76.212
76.212
Totaal
76.212
76.212
76.212
76.212
Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud. Alle verlichting is LED-verlichting.
Civieltechnische kunstwerken Beleid Aan de hand van de in 2024 opgestelde MJOP maken we de onderhoud- en vervangingsinvesteringen jaarlijks inzichtelijk gemaakt en nemen we deze op in de begroting. Het MJOP wordt jaarlijks geüpdatet. In 2026 wordt de nieuwe brug Dommelpas opgenomen in het MJOP. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
MJOP civieltechnische kunstwerken
2025-2035
n.v.t.
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Uitgangspunten We hebben de MJOP aangepast om de civiele kunstwerken op een efficiënte en effectieve wijze in stand en veilig te houden. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen In onderstaande tabel hebben we de bedragen voor het onderhoud van de civiele kunstwerken excl. kleine reparaties weergegeven. Na de vervanging van de brug wordt bepaald hoe groot het budget moet zijn om jaarlijks het benodigde onderhoud uit te voeren. Met deze gegevens wordt het MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP) voor civieltechnische kunstwerken aangepast. Financieel
2026
2027
2028
2029
Onderhoud civiele kunstwerken
3.892
3.892
3.892
3.892
Totaal
3.892
3.892
3.892
3.892
Naast bovenstaande bedragen voor het reguliere onderhoud is er ook een investeringskrediet beschikbaar gesteld voor de vervanging van de brug Dommelpas en bijbehorend fiets- en voetpad.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 69
Achterstallig onderhoud In 2025-2026 wordt de brug/duiker Broekstraat vervangen.
Groenvoorzieningen Beleid In 2021 is het nieuwe groenbeleidsplan vastgesteld. Dit plan hebben we vertaald naar een groengrijs beheerplan. Dit nieuwe beheerplan is een integraal plan voor het onderhoud van de openbare ruimte, waarin het beheer van groene en grijze elementen op elkaar wordt afgestemd. Hiermee realiseren we efficiëntie, kostenbesparing en kwaliteitswinst, en zorgen we voor een toekomstbestendige en samenhangende inrichting van de leefomgeving. Beleidsplan Het vigerende groenbeleidsplan is in 2021 vastgesteld en heeft geen specifieke einddatum. Naam