Toelichting bestemmingsplan Smulderslaan 30-40
Tekst van het document
26
Zoals omschreven in paragraaf 3.1.4 is in het kader van de herontwikkeling van Smulderslaan 30 en 40 te Someren geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en hoeft daarmee de Ladder formeel niet doorlopen te worden. In lijn met zorgvuldig ruimtegebruik wordt met het planvoornemen gepoogd om bebouwing zoveel mogelijk te concentreren en het bestemmingsvlak zoveel als mogelijk te verkleinen. De activiteiten zullen plaats blijven vinden binnen de bestaande bouwpercelen. Het bestemmingsvlak wordt planologisch juridisch beperkt qua bouwmogelijkheden. Ter plaatse van het zonneveld en nutsvoorzieningen ten dienste van het zonneveld zijn enkel deze functies toegestaan. Voor meer informatie omtrent de juridisch planologische werking, zie paragraaf 5.3.2. Kortom, met het plan wordt voldaan aan het principe van ‘zorgvuldig ruimtegebruik’.
Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7)
De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: - de ondergrond - de netwerklaag - de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden onder andere de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting.
Meerwaardecreatie (artikel 3.8)
In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd door het stoppen van de intensieve veehouderij, een passende nieuwbouw ten behoeve van het akkerbouwbedrijf op nummer 40, het wijzigen naar een woonfunctie op nummer 30, een bijdrage aan de energietransitie door de opwekking van duurzame energie, plus het verkleinen van het bestemmingsvlak en het concentreren van bebouwing ten behoeve van de diverse nevenactiviteiten. Daarnaast neemt de milieubelasting van de voormalige intensieve veehouderij sterk af en is er sprake van een afname van aanwezige bebouwing. Tot slot maakt de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit ook deel uit van meerwaardecreatie. Hier wordt in het onderhavige geval onder meer in voorzien middels een landschappelijk inpassingsplan. Kortom, met het plan wordt voldaan aan het principe ‘meerwaardecreatie’.
Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9)
Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan onder andere bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.
27
of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. In het kader van het bestemmingsplan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Voor meer informatie hieromtrent zie paragraaf 2.4 en bijlage 4. Het uitvoeren en instandhouden van het landschappelijke inpassingsplan en kwaliteit verbeterende maatregelen wordt geborgd in de regels van onderhavig bestemmingsplan. Voor meer informatie zie paragraaf 5.3. In onderhavig plan wordt kortom in voldoende mate geborgd en aangetoond dat sprake is van kwaliteitsverbetering.
Artikel 3.49 Veehouderij in Landelijk gebied Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in een uitbreiding van, een vestiging van of een omschakeling naar een veehouderij, als: a) is geborgd dat ter plaatse alleen een zorgvuldige veehouderij is toegestaan; b) het bouwperceel ten hoogste 1,5 hectare bedraagt; c) de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving inpasbaar is in de omgeving; d) mestbewerking is uitgesloten tenzij dit ten behoeve van ter plaatse geproduceerde mest is; e) is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentagesmaatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; f) is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 µg/m3; g) de landschappelijke inpassing tenminste 10% van de omvang van het bouwperceel omvat; h) de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording bevat
dat een zorgvuldige omgevingsdialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling. 2e lid: Er is sprake van een zorgvuldige veehouderij als is voldaan aan de Nadere regels Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij, zoals door gedeputeerde staten vastgesteld op grond van artikel 5.11.
Ad b.) Het bouwperceel op beide locaties wordt circa 1,0 hectare, dus kleiner dan 1,5 hectare. Aan de voorwaarden wordt voldaan. Ad c.) Er is sprake van een afname van ammoniak, geur en fijnstof wat zorgt voor een veiligere en gezondere leefomgeving welke inpasbaar is in de omgeving. Ad d.) Er is geen sprake van mestbewerking. De voorwaarde is derhalve niet van toepassing. Ad e.) Er is sprake van een aanzienlijke afname in geuremissie. Voor een nadere onderbouwing zie paragraaf 4.1.6. De achtergrondbelasting zal logischerwijs eveneens afnemen. Aan de voorwaarde wordt derhalve voldaan. Ad f.) In het voornemen is geen sprake van fijnstofemissie van de veehouderij. Aan de voorwaarde wordt voldaan.
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
Toetsing Ad a.) In het kader van een zorgvuldige veehouderij is de BZV toets uitgevoerd. De resultaten zijn hieronder weergeven. De aanvraag BZV is bijgevoegd aan bijlage 5. Aan de voorwaarden wordt voldaan.
28
Ad g.) Het voornemen wordt landschappelijk ingepast. Voor meer informatie hieromtrent zie paragraaf 2.4. Het uitvoeren en instandhouden van het landschappelijke inpassingsplan en kwaliteit verbeterende maatregelen wordt geborgd in de regels van onderhavig bestemmingsplan. Voor meer informatie zie paragraaf 5.3. In onderhavig plan wordt voorzien in een landschappelijke inpassing die tenminste 10% van de omvang van het bouwperceel omvat. Ad h.) De omgevingsdialoog wordt uitgevoerd en bijgevoegd bij de toelichting behorende tot dit bestemmingsplan. Voor meer informatie zie hoofdstuk 6. 2e lid) In het kader van een zorgvuldige veehouderij is de BZV toets uitgevoerd. De aanvraag BZV is bijgevoegd aan bijlage 5.
Artikel 3.50 Aanvullende regels nieuw dierenverblijf
De IOV schrijft voor dat onder ‘artikel 3.50 Aanvullende regels nieuw dierenverblijf, lid 1’ dat veehouderijen in landelijke gebied enkel toename van bestaande oppervlakte dierenverblijf mag plaats vinden indien voldaan wordt aan de voorwaarden onder lid 1. De bestaande oppervlakte dierenverblijf is de oppervlakte welke milieu vergund zijn en aanwezig was op 17 maart 2017. De totale oppervlakte dierenverblijf op 20-11-2011 is ca. 10.500 m2. In de aangevraagde situatie wordt de oppervlakte dierenverblijf circa 50 m2 op Smulderslaan 30. Ter plaatse van Smulderslaan 40 wordt een nevenactiviteit zoogkoeienhouderij voorgezet in de vorm van 40 stuks zoogkoeien, 26 stuks jongvee, 1 fokstier en de stalling van 1 paard (hobbymatig). De zoogkoeienhouderij wordt qua huisvesting gecombineerd met akkerbouw en stalling landbouwmachines in een gebouw met een oppervlakte van 751 m2. Ten opzichte van het oppervlakte in 2011 zijn deze oppervlaktes en aantallen een afname in dierenverblijf op locatie. Dat betekent dus geen toename oppervlakte dierenverblijf en daarmee hoeft niet voldaan te worden aan gestelde voorwaarden onder artikel 3.50.
Artikel 3.54 Grondgebonden teeltbedrijf in Gemengd landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op Gemengd landelijk gebied kan voorzien in een uitbreiding van, vestiging van of omschakeling naar een grondgebonden teeltbedrijf als:
Toetsing In het kader van het planvoornemen wordt de intensieve veehouderij gestaakt en wordt het bedrijf omgeschakeld naar een akkerbouwbedrijf als hoofdfunctie op locatie Smulderslaan 40 en wonen als hoofdfunctie op locatie Smulderslaan 30. Ter plaatse van Smulderslaan 30 wordt het wonen gecombineerd met het hobbymatige houden van enkele paarden en een nevenactiviteit ambachtelijk bedrijf (trapleuningen). Ter plaatse van Smulderslaan 40 is er sprake van een akkerbouwbedrijf, nevenactiviteit zoogkoeien, nevenactiviteit agrarisch technisch hulpbedrijf en 0,5 hectare zonnepanelen. Een verdere toetsing van het akkerbouwbedrijf geschiedt enkel ten behoeve van Smulderslaan 40. Initiatiefnemer staakt ter plaatse van beide locaties formeel met de intensieve veehouderij activiteiten maar gaat door met een akkerbouwbedrijf en enkele nevenactiviteiten behorende bij de agrarische bedrijfsvoering op nummer 40. In het kader van het planvoornemen wordt het bestemmingsvlak ‘Agrarisch bedrijf’ aanzienlijk verkleind en worden bedrijfsgebouwen zoveel mogelijk geconcentreerd. Binnen het plangebied zullen daarnaast enkele dieren worden houden ten behoeve van hobbymatig gebruik. Het betreft het hobbymatig houden van maximaal 4 paarden ter plaatse van Smulderslaan 30 en 2 pony’s ter plaatse van Smulderslaan 40.
De zoogkoeienhouderij (Smulderslaan 40) is reeds getoetst en onderbouwd in voorgaand artikel 3.49.
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
a. dit vanuit een goede agrarische bedrijfsvoering nodig is; b. n.v.t
29
Op basis van de definitiebepaling in de IOV geldt wat betreft ‘agrarisch bedrijf’: ‘ een inrichting die tot
een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig-agrarisch bedrijf.’ Een grondgebonden teeltbedrijf is daarentegen als volgt gedefinieerd: ‘ agrarisch bedrijf in de land- en
tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt.’ Deze definitie komt nagenoeg overeen met de definitiebepaling in het vigerende bestemmingsplan.
Daar waar met onderhavige ontwikkeling sprake is van het saneren van een intensieve veehouderij en de omschakeling naar een akkerbouwbedrijf inclusief nevenactiviteiten, zal met onderhavige ontwikkeling sprake zijn van een agrarisch bedrijf en grondgebonden teeltbedrijf op locatie Smulderslaan 40 conform de definitiebepaling in de IOV. Aangezien deze definitiebepaling overeenkomt met de definitie van ‘agrarisch bedrijf’ in het vigerende bestemmingsplan, is een omschakeling van het bedrijf passend binnen een enkelbestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’. De agrarische bestemming doet recht aan het beoogde gebruik. Voor meer informatie omtrent de uitleg van het juridisch planologisch kader, zie paragraaf 5.3.2. In de beoogde situatie, te weten een akkerbouwbedrijf, in combinatie met nevenfuncties en het houden van enkele dieren, is er sprake van een reëel en volwaardig bedrijf die voldoende inkomsten genereerd voor initiatiefnemer om op locatie te kunnen verblijven, de locatie te onderhouden en op locatie te kunnen blijven ondernemen. Dit is bevestigd door het advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB). Voor een nadere onderbouwing van dit advies, zie paragraaf 3.3.5. Met onderhavige ontwikkeling wordt een nieuw toekomstperspectief gecreëerd voor initiatiefnemer ter plaatse van Smulderslaan 30 en 40 te Someren.
Artikel 3.69 Afwijkende regels (burger)woningen In afwijking van Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: a. de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel , als is verzekerd dat: 1. de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. b. een inpandige splitsing van een beeldbepalende woonboerderij als: 1. een fysieke tegenprestatie wordt geleverd aan het versterken van de omgevingskwaliteit vergelijkbaar met de tegenprestatie voor een ruimte voor ruimtekavel; en 2. de beeldbepalende woonboerderij wordt behouden. c. de vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing . d. in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. Toetsing Ad a.) sub a is niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling, aangezien er geen nieuwe woning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande woning. Ad b.) sub b is niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling, aangezien er geen sprake is van een inpandige splitsing.
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
Gelet op het planvoornemen blijven de activiteiten binnen het erf gericht op een gezonde en duurzame agrarische bedrijfsvoering. Hiermee handelt het planvoornemen in lijn met artikel 3.54.
30
Ad c.) sub c is niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling, aangezien er geen sprake is van een splitsing in meerdere woonfuncties in een cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Ad d.) in het kader van de ontwikkeling is ter plaatse van Smulderslaan 30 geen sprake van een agrarische bedrijfsvoering. Op locatie is meer sprake van een hoofdfunctie wonen me kleinschalige nevenactiviteit ambachtelijk bedrijf. Derhalve kan op locatie geen bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ toegekend worden. Daarentegen wordt binnen de bestemmingsplansystematiek van de gemeente Someren op locatie Smulderslaan 30 de bestemming 'Wonen' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' toegekend. Voor een nadere toelichting en duiding van deze bestemming zie paragraaf 3.3.6. Hiertoe wordt op locatie de bestaande bedrijfswoning gewijzigd naar een woonbestemming. Middels onderhavig plan wordt geborgd dat er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt. Voor meer informatie zie paragraaf 5.3 en bijhorende planregels. Ter plaatse van Smulderslaan 30 zullen reeds bestaande gebouwen, zoals het woonhuis met aangebouwde werkplaats en berging en werktuigenberging, behouden blijven. De te behouden gebouwen zullen worden gebruikt ten dienste het hobbymatige houden van enkele paarden en de nevenactiviteit ambachtelijk bedrijf (trapleuningen, circa 50 m 2).
Ter plaatse van Smulderslaan 30 wordt op basis van de vergunde situatie in onderhavig bestemmingsplan het oppervlak bijgebouwen vastgelegd op 239 m2. Overtollige bebouwing is reeds gesloopt.
Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied
Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een nietagrarische functie op een bestaand bouwperceel indien de niet-agrarische functie binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied past. Hierbij is van belang welke activiteiten en functies binnen de omgeving passen, welke effecten de ontwikkeling heeft op andere aspecten en op welke wijze de ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit. Daarnaast moet overtollige bebouwing worden gesloopt en mag de vestiging geen betrekking hebben op een kantoor met baliefunctie, een lawaaisport of mestbewerking.
Het trapleuningen bedrijf bekleedt circa 50 m2 vloeroppervlak ten behoeve van een werkplaats voor het ambachtelijk bedrijf. Het betreft een beginnend bedrijf die trapleuningen maakt op locatie. Materialen worden aangevoerd door pakketdiensten en eigen vervoer. De producten worden bewerkt ter plaatse van het bedrijf. De verkoop vindt online plaats en de producten worden opgehaald afgevoerd via reguliere pakketdiensten. Er zal derhalve geen balieverkoop plaatsvinden op het erf. Wat betreft de nieuwbouw ter plaatse van Smulderslaan 40 (circa 1.130 m2 bebouwing, ten opzichte van de sloop van 7.000 m2) geldt dat de nieuwbouw plaats biedt aan een functionele bedrijfsruimte van circa 300 m2. Dit oppervlak wordt benut ten behoeve van het agrarisch technisch hulpbedrijf en biedt het klussenbedrijf de mogelijkheid om de bedrijfsvoering aanzienlijk te ontwikkelen. Daarnaast wordt ter plaatse van Smulderslaan 40 voorzien in de realisatie van duurzame energie voorzieningen op het erf duurzame energie voorzieningen door zonnepanelen op dak te plaatsen en een zonneveld te realiseren op het maaiveld met een oppervlakte van circa 0,5 ha. Ten aanzien van de ontwikkelingsrichting van het gebied geldt dat Someren-Heide een van oudsher agrarisch gebied betreft en een (voormalig) landbouw ontwikkelingsgebied (LOG) waarbinnen veel agrarische bedrijven aanwezig zijn en ook intensieve veehouderijen.
In de voorbije jaren maakt de
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
In het kader van het planvoornemen wordt de intensieve veehouderij gestaakt en wordt het bedrijf omgeschakeld naar een akkerbouwbedrijf als hoofdfunctie op locatie Smulderslaan 40 en wonen als hoofdfunctie op locatie Smulderslaan 30. Ter plaatse van Smulderslaan 30 wordt het wonen gecombineerd met het hobbymatige houden van enkele paarden en een nevenactiviteit ambachtelijk bedrijf (trapleuningen). Ter plaatse van Smulderslaan 40 is er sprake van een akkerbouwbedrijf, nevenactiviteit zoogkoeien, nevenactiviteit agrarisch technisch hulpbedrijf en 0,5 hectare zonnepanelen.
31
omgeving van Someren-Heide een transitie door. Steeds meer intensieve veehouderijen worden beëindigd en veranderen van functie, waarbij overwegend de agrarische functie blijft behouden. Omdat er nog puur sprake is van een agrarisch gebied, wenst de gemeente het agrarische karakter te behouden. In het kader van onderhavige ontwikkeling wordt hier op ingespeeld, aangezien de agrarische functie op het erf behouden blijft en ook de hoofdfunctie blijft. Daarnaast zijn de beoogde nevenfuncties immers ondergeschikt aan de agrarische hoofdfunctie en die zin ook passend binnen het agrarische karakter van de omgeving en de ontwikkelingsrichting. Het plaatsen van zonnepanelen ter plaatse van Smulderslaan 40 betreft daarentegen een niet-agrarische functie in het landelijk gebied. De duurzame energie voorzieningen op het erf zullen bijdragen aan een verduurzaming van het agrarische erf en de bedrijfsvoering. De nieuwe functies leiden tot een aanzienlijke kwaliteitsverbetering ter plaatse. Door de sanering van het varkensbedrijf draagt de vestiging bij aan de omgevingskwaliteit. Het slopen van stallen zorgt voor een vermindering van overtollige bebouwing op locatie en in het landelijk gebied. De nieuwe functies en activiteiten vinden plaats binnen bestaand ruimte beslag. De bestemmingsvlakken worden verkleind. Daarnaast wordt omgevings- en kwaliteitswinst behaald vanwege passende nieuwbouw.
Bovendien wordt door de beëindiging van de intensieve veehouderij de geurcontour verkleind en vindt er een reductie plaats van ammoniak- en fijnstofemissies. Kortom: de leefbaarheid en de omgevingskwaliteit zal ter plaatse verbeteren. Uit hoofdstuk 4 blijkt dat de ontwikkeling past in de omgeving en geen sprake is van nadelige milieueffecten. Derhalve wordt aan de belangrijkste voorwaarden van artikel 3.73 van de IOV voldaan.
Artikel 3.41 Zonneparken in Landelijk gebied Lid 1 Binnen Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie als: a. uit onderzoek blijkt dat de aanleg van het zonnepark noodzakelijk is omdat in onvoldoende mate voorzien kan worden in de behoefte voor duurzame energie: 1. door de ontwikkeling van andere vormen van duurzame energie; 2. binnen Stedelijk gebied; 3. door meervoudig ruimtegebruik in Landelijk gebied of binnen bestaand ruimtebeslag op bouwpercelen; en 4. op gronden aansluitend op Stedelijk gebied. b. de nieuwvestiging past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit ; c. de ontwikkeling qua omvang inpasbaar is in de omgeving; d. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft; e. de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving. Lid 2 De maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd vanuit de volgende criteria: a. de mate van meervoudig ruimtegebruik; b. de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken; c. de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen.
Lid 3 Er kan uitsluitend toepassing gegeven worden aan het eerste lid met een omgevingsvergunning waarbij door toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 of 3, Wet algemene
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
Gezien het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling (transformatie niet een niet-agrarische functie) in het plangebied een passende ontwikkeling is binnen de kaders van de IOV.
32
bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van een bestemmingsplan, waarbij aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: a. de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt; b. na het verstrijken van de termijn wordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en wordt de opstelling voor zonne-energie verwijderd; c. voor het gestelde onder b. wordt financiële zekerheid gesteld. Toetsing In het kader van onderhavig planvoornemen wordt ook de ontwikkeling van een zonneweide meegenomen. De zonneweide komt buiten het agrarisch erf te liggen ter plaatse van gronden die voorheen in gebruik waren ten behoeve van de intensieve veehouderij. De zonneweide zal een omvang hebben van à 0,5 hectare. Voor de realisatie van de zonneweide is, ten tijde van de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan, op 23 maart 2022 onder voorwaarden een vergunning verleend (zaaknummer 0847200367850, kenmerk ‘VROM/HZ_WABO-2022-0098’). Deze vergunning is reeds onherroepelijk. Ter impressie, zie bijlage 3. Aangezien deze vergunning reeds onherroepelijk is wordt de ontwikkeling van de zonneweide verder niet getoetst aan artikel 3.41.
In lijn met onderhavig juridisch planologisch kader wordt de zonneweide positief bestemd en komt de zonneweide niet te liggen binnen de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’. Daarentegen wordt gekozen voor een bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ in combinatie met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – zonneweide’. Hiermee is de realisatie van de zonneweide op de voorgenomen locatie in juridisch planologische zin in voldoende mate geborgd. Voor meer informatie zie paragraaf 5.3. Conclusie provinciaal beleid Gezien het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied een passende ontwikkeling is binnen de provinciale beleidskaders.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Structuurvisie Someren 2028
De gemeente Someren heeft in het recente verleden al vele plannen, visies en beleidsstukken opgesteld over gewenste landschappelijke en stedelijke ontwikkelingen. Het primaire doel van voorliggende structuurvisie is om deze veelal sectorale visies met elkaar te verbinden en om ze in onderlinge samenhang tot uitvoering te brengen. Het is het richtinggevende beleidsdocument waarin voor overheden, maatschappelijke organisaties, private partijen en burgers duidelijk wordt welk ruimtelijk beleid de gemeente Someren nastreeft. Om te komen tot een visie op het grondgebied is het gewenst om scherp te hebben wat de kernambities van de gemeente Someren zijn voor het jaar 2028.
Someren in 2028
Someren is in 2028 een duurzame, krachtige, zelfbewuste en zelfstandige gemeente die haar landelijke positie in Brainport goed weet te benutten. Someren ontleent haar identiteit aan het landelijke Brabantse karakter. Het kwalitatief goede bos-, natuur- en buitengebied zorgt er mede voor dat Someren een goed woonklimaat kent en een aantrekkelijke vestigingslocatie is voor bedrijven met een schaal die past bij Someren. Door de verscheidenheid en toegankelijkheid van het buitengebied in zijn algemeenheid en
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
Someren is een gemeente met aantrekkelijke kernen en een afwisselend buitengebied. Het is ook een gemeente waarin veel ruimtelijke ontwikkelingen gaande zijn en ook in de (nabije) toekomst zich gaan voordoen. De druk op de ruimte en de wens om de bestaande ruimtelijke kwaliteiten te behouden en daar waar het kan te versterken, vraagt om een samenhangende visie op ruimtelijke ontwikkelingen.
33
een landelijk bekende toeristische attractie specifiek, heeft Someren een aantrekkingskracht op recreanten. De dorpen hebben een evenwichtige bevolkingsopbouw en mede daardoor een goede leefbaarheid. Nieuwbouw naar behoefte per kern draagt hieraan bij. Voor ouderen, zorgbehoevenden en mensen met Structuurvisie Someren 5 beperkingen zijn zorgvoorzieningen en is ondersteuning in alle dorpen beschikbaar. Onze bedrijventerreinen kennen in 2028 kwalitatief een meerwaarde, waardoor ze zich onderscheiden in de regio. Dit is tot stand gekomen door een succesvolle revitalisering en herstructureringsopgave, in combinatie met een bedachtzame groei, geënt op de lokale behoefte. Zoals al gezegd vormt ons buitengebied een belangrijke kwaliteit van onze gemeente. Om die kwaliteit te handhaven en versterken is er voorrang in dit gebied voor boeren, burgers en buitenlui (recreanten). De landschappelijk waarden en de natuur zijn behouden gebleven en daar waar mogelijk versterkt. Bedrijfsmatige activiteiten die hierin niet thuishoren worden tegengegaan. Bij functieveranderingen is gestuurd op ruimtelijke kwaliteit. Een landelijk Brabants karakter maakt ook dat de gemeente nog ruimte biedt aan de schaalvergroting van de (intensieve) agrarisch ondernemer. In de grootschalige heideontginningen biedt de gemeente hiervoor mogelijkheden.
Qua ruimtelijke verschijning kennen deze bedrijven geen goede maar een voortreffelijke inpassing. Het algemeen beleid is gebaseerd op de kernambities, uitgewerkt op gebiedsniveau. De volgende gebieden worden onderscheiden: SomerenDorp, Someren-Noord, Someren-Eind, Someren-Heide, Lierop en het Buitengebied. Onderhavig planvoornemen is gelegen in het ‘buitengebied’.
Agrarische sector
Sinds 2005 wordt uitvoering gegeven aan het reconstructieplan De Peel. Naast sociaal-economische en natuurdoelen ligt er een belangrijke opgave voor met name de intensieve veehouderij, het uit elkaar halen van strijdige functies en het tegelijkertijd toekomst bieden aan perspectiefvolle ondernemingen. De gemeente Someren heeft de uitvoering van het plan actief opgepakt door het proces van de afwaartse beweging en de inrichting van het landbouwontwikkelingsgebied (LOG) Someren-Heide. Ondanks dat de wettelijke Structuurvisie Someren 15 grondslag voor het reconstructieplan is komen te vervallen, blijven de ambities van dit plan overeind. De afwaartse beweging is er op gericht intensieve veehouderijbedrijven die nu op de verkeerde plek rondom de kernen of natuurgebieden liggen, te beëindigen of te verplaatsen. Dit wordt gefaciliteerd door de gemeente, waarbij er, naast het verdwijnen van overlast op de kernen, sprake is van ruimtelijke kwaliteitswinst op de oude locatie. De rol van de gemeente hierbij bestaat minimaal uit het wijzigen van vergunningen en/of het bestemmingsplan en maximaal uit begeleiding en compensatie van de betreffende agrariër.
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
Het buitengebied van Someren blijft, ondanks grote veranderingen het afgelopen decennia, gekenmerkt door een intensief landbouwkundig gebruik. De dynamiek in de agrarische sector is groot. Enerzijds willen of moeten agrariërs hun bedrijf vergroten om te kunnen voldoen aan de eisen die worden gesteld vanuit een goed economisch functioneren, de (toekomstige) eisen van het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij of bijvoorbeeld uit oogpunt van dierenwelzijn. Anderzijds stoppen veel agrariërs of willen ze hun bedrijfsactiviteiten verbreden om door neveninkomsten toch tot een adequaat inkomen te komen.
34
De ervaring is dat, gelet op de complexiteit van deze dossiers, vaak maatwerk nodig is om binnen de bovengenoemde algemene kaders bedrijven te laten verplaatsen dan wel te komen tot een functiewijziging. Het actuele provinciaal beleid, zoals verwoord in de structuurvisie en de Verordening ruimte, geeft de speelruimte die wij als gemeentebestuur hebben om te komen tot maatwerkoplossingen. Ten aanzien van het ‘landbouwontwikkelingsgebied’ streeft de gemeente naar een uitwisselbaarheid van ‘intensieve veehouderijbestemmingen’, zonder dat het totale aantal gaat toenemen. Deze nieuwe ontwikkelingen dienen goed landschappelijk ingepast te worden. Verder wordt voor het buitengebied gestreefd naar het handhaven en versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Om dit te bereiken, is er voorrang in dit gebied voor boeren, burgers en buitenlui (recreanten). De gemeente wil de landschappelijke waarden en de natuur behouden en daar waar mogelijk versterken. Bedrijfsmatige activiteiten die hierin niet thuishoren worden tegengegaan. Toetsing project Op pagina 15 onder 2.4 Economie wordt onder het kopje ‘Agrarische sector’ voor wat betreft de agrarische bedrijven gestreefd naar uitwisselbaarheid zonder dat het totale aantal toeneemt. Nieuwe ontwikkelingen dienen goed landschappelijk te worden ingepast. Het planvoornemen voorziet in een landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering.
Voor meer informatie zie paragraaf 2.4.
3.3.2 Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011 Gemeente Someren De gemeente Someren wil met het beeldkwaliteitsplan voor haar buitengebied deze dynamiek en de landschappelijke kwaliteit van het buitengebied op een positieve wijze met elkaar verbinden zodat veranderingsprocessen in het landelijk gebied op een liefst eenvoudige en bijna natuurlijke wijze bijdragen aan een duurzame ruimtelijke kwaliteit en diversiteit. Bij het opstellen van dit beeldkwaliteitsplan is gebruikgemaakt van het reeds vastgestelde beleid, zoals LOP De Peel en de Structuurvisie. Het beeldkwaliteitsplan is dan ook vooral een inspiratiebron voor iedereen die wat wil ontwikkelen in het buitengebied. Geen blauwdruk over hoe het moet, maar een ideeënboek over hoe het zou kunnen. Met dezelfde moeite en in het besef dat een verantwoord sociaal economisch beleid voor het buitengebied zich rekenschap moet geven van het feit dat veranderingen nu eenmaal nodig zijn en dat dit ook prima is.
De kenmerken van de Jongere Heideontginningen zijn de regelmatige en rechtlijnige patronen binnen relatief grootschalige gebieden met verre zichten. De overgang naar de bosgebieden is in dit landschap door een vrij rechtlijnige bosgrens. Er zijn enkele zeer waardevolle open gebieden waar ook geen/ weinig bebouwing aanwezig is. Structurerend in het landschap zijn de aanwezige bomenlanen van (Amerikaanse) Eiken. Deze zouden nog versterkt kunnen worden. In het gebied zijn veel en grootschalige agrarische bedrijven aanwezig. Door de hier aanwezige open gebieden zijn de bedrijven op grotere afstand zichtbaar.
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
De locatie begeeft zicht in het gebied van jonge heideontginningen, te zien op de figuur navolgend (blauwe pijl).
35
• • • • • •
Het bestemmingsvlak moet in de bestaande kavelstructuur passen. Bouwblokken zijn afhankelijk van de bestaande kavelstructuur en zijn bij voorkeur dieper dan breed (breedte - lengte - verhouding van 1: 1,5). Erven hebben bij voorkeur één inrit (bij intensieve veehouderijen binnen het LOG zijn twee inritten beter voor een scheiding van woning en bedrijf), behalve als dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering. Zorg voor een tuinachtige sfeer aan de voorkant van het erf (tuin en woning). Minder bestraat oppervlak door optimale logistieke indeling van het bedrijf zorgt voor een groene en natuurlijke uitstraling van het bedrijf. Bedrijfsbebouwing is naar voorkeur in de lengte georiënteerd (haaks op de weg).
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
Kavelinrichting / oriëntatie:
36
Beplanting: • • •
Voortuin met lagere gesneden haag (niet hoger dan 1,20 m) heeft naar voorkeur een landelijke uitstraling (geen coniferen, laurierkersen en/of andere exotische planten). Een dichte houtwal of bosstrook aan de achterkant van het bouwblok zorgt voor fraaie groene randen van de open gebieden. Boomsingels, houtwallen of stevige (niet gesneden) hagen aan de zijkant van het erf in combinatie metzaksloten / greppeltjes voor regenwateropvang geven het gebied ook vanaf de weg een groen en gestructureerd beeld.
Landbouw
Naast de omvangrijke natuurgebieden wordt het buitengebied van Someren vooral gekenmerkt door een intensief landbouwkundig gebruik. Het gebied is door de jaren heen geleidelijk door mensenhand ontgonnen. De dynamiek in de landbouw is groot. Enerzijds willen of moeten agrariërs hun bedrijf vergroten om te kunnen voldoen aan de eisen die worden gesteld vanuit een goed economisch functioneren of bijvoorbeeld uit oogpunt van dierenwelzijn, anderzijds stoppen veel boeren of willen verbreden om door neveninkomsten toch een goede boterham te kunnen blijven verdienen. De reconstructie en het actuele provinciale beleid geven in dit verband nadere richtlijnen ten aanzien van de zonering van de agrarische functie, met name als het gaat om de intensieve veehouderij. Deze richtlijnen zijn vertaald in het bestemmingsplan. Onderdeel van deze richtlijnen vormt de verplichting om een percentage van het agrarisch bouwblok in te zetten voor landschappelijke inpassing. Dit percentage kan verschillen in de onderscheiden zones extensivering, verweving en landbouwontwikkeling. Het bestemmingsplan stelt hiervoor de norm en dit beeldkwaliteitsplan geeft aan op welke wijze deze inpassing, afhankelijk van het landschap waarin het project zich afspeelt, vormgegeven kan worden.
Uit oogpunt van de kwaliteit van het landschap en van de eigen woon-, werk- en leefomgeving is er uiteraard geen enkel bezwaar om bijvoorbeeld buiten het bouwblok wat extra’s te doen naast de verplichte oppervlakte binnen het bouwblok. Toetsing project. Op pagina 78 van het plan staat vermeld dat agrarische bedrijven een verplichte landschappelijk invulling van het perceel moeten uitvoeren. Het plangebied wordt landschappelijk ingepast. Voor meer informatie zie paragraaf 2.4.
Als uitgangspunt voor iedere welstandsbeoordeling gelden algemene welstandscriteria. Deze worden gebruikt bij de argumentatie van het welstandsadvies. De algemene welstandscriteria richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op vrij universele kwaliteitsprincipes. Ze bestaan uit een uiteenzetting van algemene architectonische begrippen en aspecten waarmee kwaliteit kan worden omschreven. De algemene welstandscriteria zijn bedoeld als inspiratiebron voor de ontwerpers en opdrachtgevers en liggen ten grondslag aan de beoordeling van elk plan dat aan welstandsadvisering onderhevig is. Het toetsen van een nieuw bouwinitiatief gebeurt aan de hand van criteria. Deze criteria zijn als volgt: - Beoordeling vindt plaats op die aspecten die zichtbaar zijn vanaf het openbaar gebied - De relatie tussen het bouwwerk en de omgeving - De (architectonische) kwaliteit van het gebouw op zich - De gebruikte materialen, detaillering en kleurgebruik - Een beeldkwaliteitplan indien van toepassing
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
3.3.3 Nota ruimtelijke kwaliteit 2012
37
Relatie tussen bouwwerk en omgeving Een goed ontwerp levert een positieve bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte in de stad of het landschap. Door het optrekken van een gebouw wordt ruimte afgezonderd van de omgeving en in bezit genomen voor particulier gebruik. De gevels en wanden fungeren als grens, maar deze grens werkt naar twee kanten. Hij sluit niet alleen het gebouw af, maar ook de omgeving. Een gebouw moet daarom niet alleen worden beoordeeld vanuit het eigen (interne) functioneren, maar ook vanuit de (externe) betekenis of uitstraling naar de omgeving. Het maakt hierbij niet uit of een ontwerp harmonieert of contrasteert met de omgeving. Essentieel is dat het reageert op de omgeving en deze niet ontkent. Kwaliteit van het gebouw op zich Een gebouw vormt een samenhangend geheel, doordat de ruimtes, volumes en vlakken in evenwichtige maatverhoudingen zijn ontworpen. Wanneer heeft een bouwwerk de „juiste‟ (maat)verhouding? Een nauwelijks te beantwoorden vraag. Elke waarnemer ervaart bewust of onbewust de verhoudingen van een gebouw. Hij vormt zich daarover ook een oordeel. Waarom de ene ruimte echter spannender, evenwichtiger of aangenamer is dan de andere valt nauwelijks vast te stellen en uit te leggen.
Toch wordt de kracht en kwaliteit van een gebouw in hoge mate bepaald door de verhoudingen en de mate waarin ze hiërarchie en samenhang vertonen of juist, als de ontwerper daarvoor kiest, spanning en contrast. Dit geldt zowel voor kleine als voor grote bouwwerken. Een groot gebouw kan best een zekere geleding of overgangen (bijvoorbeeld van groot naar klein of van transparant naar gesloten) hebben. Gaan deze echter zover dat het oogt als een verzameling losstaande kleine bouwwerken, dan wordt het grote geheel onherkenbaar en ongeloofwaardig. Behalve door een te sterke geleding kan het evenwicht ook verstoord raken door een te grote dominantie van één gevelelement (bijvoorbeeld een dakkapel, aanbouw of zonnecollector). Een verstoord evenwicht beïnvloedt niet alleen het beeld van het gebouw maar ook dat van de omgeving. Toetsing project De nieuwe gebouwen worden op de plaats van huidige stallen gerealiseerd waarbij rekening gehouden wordt met de indeling en verkleining van het bouwblok. De omgeving is kenmerkend voor veehouderijbedrijven met bedrijfswoningen aan de voorzijde van de weg gelegen. Dit blijft ongewijzigd, enkel wordt de bebouwing achter de bedrijfswoning aanzienlijk minder.
3.3.4 Parapluplan NAF-beleid
4.5.10 Kleinschalige niet-agrarische nevenfuncties Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor kleinschalige niet-agrarische nevenfuncties bij een agrarisch bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2 zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: 1. het agrarisch bedrijf functioneert als zodanig en blijft dit ook in voldoende mate doen wanneer ter plaatse sprake is van een kleinschalige niet-agrarische nevenfunctie; 2. de activiteiten worden uitgevoerd door de bewoners van de betreffende locatie; 3. de maximale oppervlakte die wordt gebruikt ten behoeve van de kleinschalige niet-agrarische nevenfunctie is 350 m2;
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
Het bestemmingsplan Parapluplan NAF-beleid Someren, vastgesteld op 28-06-2018, is van toepassing op onderhavige planlocatie. Daarbij is Artikel 4.5.10 onder het bestemmingsplan van toepassing doordat de nevenactiviteiten, in de zin van een ambachtelijk bedrijf (trapleuningen) ter plaatse van Smulderslaan 30 en een agrarisch technisch hulpbedrijf en zonneweide à 0,5 ha ter plaatse van Smulderslaan 40, vallen onder ‘kleinschalige niet-agrarische nevenfuncties’. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
38
4. er dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande bebouwing; 5. detailhandel is uitgesloten; 6. buitenopslag is uitgesloten.
Toetsing Het trapleuningen bedrijf ter plaatse van Smulderslaan 30 bekleedt circa 50 m2 vloeroppervlak ten behoeve van een werkplaats voor het ambachtelijk bedrijf. Ter plaatse van Smulderslaan 40 wordt voorzien in de realisatie een functionele bedrijfsruimte à circa 300 m2 ten behoeve van het agrarisch technisch hulpbedrijf. Daarnaast wordt ter plaatse van Smulderslaan 40 voorzien in de realisatie van duurzame energie voorzieningen op het erf duurzame energie voorzieningen door zonnepanelen op dak te plaatsen en een zonneveld te realiseren op het maaiveld met een oppervlakte van circa 0,5 ha. De activiteiten ten behoeve van het trapleuningen bedrijf hebben betrekking op houtbewerking en assemblage. Materialen worden aangevoerd door pakketdiensten en eigen vervoer. De verkoop vindt online plaats en de producten worden opgehaald afgevoerd via reguliere pakketdiensten. Er zal derhalve geen balieverkoop plaatsvinden op het erf. De activiteiten zijn ondergeschikt aan de woonfunctie en voldoen aan de voorwaarden van ‘wonen plus’. Zie paragraaf 3.3.6. De activiteiten van het agrarisch technisch hulpbedrijf omvatten beperkte las, draai en freeswerkzaamheden (zowel hout als metaal) ter voorbereiding voor een klus op locatie van een klant.
Voorts zullen er beperkte materialen ten behoeve van de uit te voeren klus in de klussenruimte staan waarbij moet worden gedacht aan kozijn(en) welke een grondverflaag krijgen, glas ten behoeve van kozijn(en) en deur(en), isolatiematerialen en dergelijke. Aanhef: Op basis van de (indicatieve) VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uit 2009 is geen directe categorie opgenomen die volledig overeenkomt met het klussenbedrijf van initiatiefnemer. De bedrijfsactiviteiten komen het meest overeen met de categorie ‘bouwnijverheid, aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²’. Dit betreft een milieucategorie 2 activiteit. Voor een nader onderbouwing ten aanzien van ‘milieuzonering’, zie paragraaf 4.1.5.
Ad. 1) conform advies AAB, zie navolgende paragraaf, worden ter plaatse van Smulderslaan 40 voldoende mogelijkheden geboden voor de ontwikkeling van een agrarische bedrijfsvoering. Met de nieuwbouw ter plaatse van Smulderslaan 40 wordt voldoende mogelijkheden om een opstart te kunnen maken met de zoogkoeienhouderij, de opslag hiervoor, en voor de stalling van landbouwmachines. Ter plaatse van Smulderslaan 30 zal de woonfunctie als hoofdactiviteit aanwezig zijn. De nevenactiviteiten ter plaatse van Smulderslaan 30 en 40 doen niet af aan de activiteiten agrarisch en wonen, plus vormen als nevenactiviteit enkel ondergeschikt aan de activiteiten op locatie. Ad. 2) de bedrijfsactiviteiten op locatie Smulderslaan 30 en Smulderslaan 40 worden uitgevoerd door de bewoners en beoogd bedrijfsopvolgers van de betreffende locaties. Ad. 3) De maximale oppervlakte die wordt gebruik ten behoeve van de nevenactiviteit agrarisch klussenbedrijf is 300 m2. De oppervlakte nevenactiviteit ambachtelijk bedrijf (trapleuningen) heeft een oppervlakte van 50 m2. De nevenactiviteiten ter plaatse van het plangebied zijn gelijk aan de norm van 350 m2. Ad. 4) Het ambachtelijk bedrijf (trapleuningen) wordt gerealiseerd in bestaande gebouwen op Smulderslaan 30. Het klussenbedrijf agrarisch wordt gerealiseerd in een (reeds vergunde) nog te realiseren loods.
De bouw is, aldus advies van het AAB, te verantwoorden en passend.
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
Doordat wordt voldaan aan de voorwaarden in de aanhef vindt verdere toetsing plaats aan de geldende voorwaarden.
39
In het kader van onderhavige ontwikkeling vinden diverse gebouwelijke ontwikkelingen plaats. Op Smulderslaan 40 wordt circa 7.000 m2 bebouwing gesloopt en op Smulderslaan 30 wordt circa 3.520 m2 gesloopt. Dit betekent dat in totaal circa 10.500 m 2 bebouwing wordt geamoveerd. Ter plaatse van Smulderslaan 40 wordt voorzien in de herbouw van circa 1.130 m 2 bebouwing. Dit oppervlakte betreft enerzijds inpandig ruimte voor opslag zaai en pootgoed voor het akkerbouwbedrijf (circa 79 m 2) en functionele bedrijfsruimte (300 m2) ten behoeve van het agrarisch technisch hulpbedrijf. Anderzijds betreft het bebouwing à 751 m2 ten behoeve van de zoogkoeienhouderij en stalling van landbouwmachines behorende tot het akkerbouwbedrijf. Daarnaast zal worden voorzien in de realisatie van een zonneweide à 0,5 ha op het achtererf die conform het landschappelijk inpassingsplan groen zal worden ingekleed. Ter plaatse van Smulderslaan 30 worden de bestaande gebouwen gebruikt ten dienste van de hobbymatige paardenhouderij en nevenactiviteit ambachtelijk bedrijf (trapleuningen). Het bestaande oppervlak bijgebouwen wordt vastgelegd op 239 m2 bijgebouwen. Ten behoeve van de paardenhobby wordt een stapmolen en rijbak gerealiseerd op het erf. Ad. 5) Er is met onderhavige ontwikkeling geen sprake van detailhandel. Ad. 6) Er is geen sprake van buitenopslag van producten en materialen.
De producten worden allen intern opgeslagen zoals eerder vermeld. Conclusie: het planvoornemen voldoet aan de voorwaarden van het NAF-beleid.
3.3.5 Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen
Bij brief van 28 april 2021 heeft de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen uw gemeente geadviseerd over de (bouw-)plannen voor de Smulderslaan 30 en 40. Bij brief van 17 maart 2022 is een aanvullende onderbouwing voor het benodigd ruimtegebruik verzonden aan de gemeente Someren. Naar aanleiding daarvan is een herbeoordeling verzocht door de gemeente Someren aan de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen. Op 29 maart 2022 heeft een vertegenwoordiger van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen een bedrijfsbezoek gebracht. Op basis van aldaar gevoerd overleg, de door uw gemeente toegezonden stukken en nader onderzoek komt de AAB tot de volgende bevindingen. Zoals reeds geconcludeerd in het advies van 28 april ’21, geldt de volgende conclusie:
“De Adviescommissie is van mening dat de gevraagde omvang voor de werktuigenberging, ook uitgaande van de aanschaf van een courante basismechanisatie, volstrekt oversized is. De Adviescommissie is van oordeel dat middels het bouwen van de (reeds vergunde) loods van 17 x 43½ ruime mogelijkheden geboden kunnen worden voor de ontwikkeling van een agrarische bedrijfsvoering. Deze loods biedt voldoende mogelijkheden om een opstart te kunnen maken met de zoogkoeienhouderij, de opslag hiervoor, en voor de stalling van landbouwmachines. Mocht in de toekomst de bedrijfsontwikkeling zodanig zijn dat meer bedrijfsruimte benodigd is voor de agrarische bedrijfsvoering, dan kan de noodzaak van extra bedrijfsruimte alsdan worden afgewogen.”
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
De Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB) draagt bij aan een evenwichtige ontwikkeling van het buitengebied binnen de kader van het ruimtelijke beleid, door advisering over agrarisch (technische) aspecten van een aanvraag omgevingsvergunning/initiatief, waarbij onder andere eisen met betrekking tot de aard, volwaardigheid en continuïteit van het agrarisch bedrijf, en de noodzakelijkheid voor de agrarische bedrijfsvoering een rol spelen. In het kader van onderhavige ontwikkeling heeft de AAB twee adviezen uitgebracht. Een samenvatting van de bevindingen van de AAB worden hieronder kort beschreven. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige brieven in bijlage 6.
40
De AAB constateert dat zij in het advies van 28 april 2021 uitvoerig is ingegaan op een aantal bedrijfstechnische aspecten op grond waarvan de AAB van mening is dat de verwezenlijking van de voorgestelde bedrijfsopzet zoals voorgesteld eind maart ’22 niet realistisch is. De AAB constateert dat het huidig beschikbare areaal van de Gebr. Verhees op zich al te beperkt is voor de voorgestelde bedrijfsvoering met zoogkoeien en paarden, nog afgezien van de teelt van akkerbouwgewassen voor de verkoop van producten aan derden. De Adviescommissie is van oordeel dat de noodzaak om vanuit optiek van agrarische bedrijfsvoering te komen tot een verdere uitbreiding van de bedrijfs-bebouwing ontbreekt. De AAB adviseert en blijft bij haar eerdere standpunt, dat middels het bouwen van de (reeds vergunde) loods van 17 x 43½ ruime mogelijkheden geboden kunnen worden om de bedrijfsvoering op te starten en te ontwikkelen. Mocht in de toekomst de bedrijfsontwikkeling zodanig zijn dat meer bedrijfsruimte benodigd is voor de agrarische bedrijfsvoering, dan kan de noodzaak van extra bedrijfsruimte alsdan worden afgewogen. In lijn met het advies van de AAB is een verdere uitbreiding buiten beschouwing gelaten.
Zoals opgemaakt kan worden uit paragraaf 2.2 wordt ter plaatse van Smulderslaan 40 enkel voorzien in passende nieuwbouw die voldoende ruimte en mogelijkheden biedt ten behoeve van de zoogkoeienhouderij, de opslag hiervoor, de stalling van landbouwmachines en een functionele bedrijfsRuimte ten behoeve van het agrarisch technisch hulpbedrijf. Conclusie: het planvoornemen is in overeenstemming met het advies van de AAZ.
3.3.6 Wijzigingsvoorwaarden art. 4.7.3 Wijziging naar ‘Wonen’ met aanduiding ‘wonen plus’ Ter plaatse van Smulderslaan 30 geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2014’ vastgesteld op 21 april 2016. Op de locatie Smulderslaan 30 is 3.520 m2 voormalige agrarische bebouwing gesloopt. Ter plaatse van Smulderslaan 30 zullen reeds bestaande gebouwen, zoals het woonhuis met aangebouwde werkplaats en berging en werktuigenberging, behouden blijven. De te behouden gebouwen zullen worden gebruikt ten dienste van het akkerbouwbedrijf, het hobbymatige houden van enkele paarden en de nevenactiviteit ambachtelijk bedrijf (trapleuningen, circa 50 m 2). Ter plaatse van Smulderslaan 30 wordt op basis van de vergunde situatie in onderhavig bestemmingsplan het oppervlak bijgebouwen vastgelegd op 239 m2.
Toetsing van ‘wonen plus’ geschiedt op basis van de wijzigingsvoorwaarden in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren – Deelgebied 4’ (vastgesteld d.d. 8 februari 2023, kenmerk: NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01). In lijn met onderhavige bestemmingsplan wordt het initiatief getoetst aan de wijzigingsvoorwaarden. De wijzigingsbevoegdheid is opgenomen in artikel 4.7.3 ‘Wijziging naar ‘Wonen’ met aanduiding ‘wonen plus’’ en is als volgt geformuleerd:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' te wijzigen in de bestemming 'Wonen' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' voor de vestiging van een kleinschalig bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2 zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. het agrarisch bedrijf is beëindigd en hervatting van de agrarische activiteiten ligt niet meer in de rede;
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
Ondanks dat op locatie kleinschalig akkerbouwbedrijf van initiatiefnemers wordt voortgezet met de nevenactiviteit ambachtelijk bedrijf, is op locatie geen sprake van een volwaardige agrarische bedrijfsvoering. Derhalve kan op locatie geen bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ toegekend worden. Daarentegen wordt binnen de bestemmingsplansystematiek van de gemeente Someren op locatie Smulderslaan 30 de bestemming 'Wonen' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' toegekend.
41
b. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' ontbreken reële mogelijkheden om een veehouderij te hervestigen; c. het nieuwe bestemmingsvlak wordt gereduceerd tot de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijbehorend(e) bouwwerk(en), erf, tuinen en verhardingen tot maximaal 2.500 m 2; d. de gronden die niet worden omgezet naar de bestemming 'Wonen' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' krijgen dezelfde bestemming als de omliggende gronden; e. de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt 250 m 2, behoudens ingeval van toepassing van de sloopbonusregeling, zoals opgenomen in artikel 17.3.3, in welk geval de maximale oppervlakte bijgebouwen 350 m2 mag bedragen; f. de bedrijfsactiviteiten moeten plaatsvinden binnen de maximaal toegestane oppervlakte bebouwing; g. splitsing in meerdere woonfuncties is niet toegestaan; h. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd tenzij de bebouwing cultuurhistorische, landschappelijke en/of architectonische waarde bezit; i. bewoning van (voormalige) bedrijfsgebouwen is niet toegestaan; j. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 33.4; k. buitenopslag is niet toegestaan; l. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding; m.
er vindt geen onevenredige aantasting plaats van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; n. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van (milieu)onderzoek aangetoond dat het wijzigingsplan uitvoerbaar is; o. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 33.2. Naast deze wijzigingsvoorwaarden is in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren – Deelgebied 4’ een begripsbepaling opgenomen. De definitie van wonen-plus is als volgt:
Toetsing Begripsbepaling: de bedrijfsactiviteiten van het ambachtelijk bedrijf (trapleuningen, circa 50 m2) vinden plaats binnen een bijgebouw op locatie. Zoals onderbouwd in paragraaf 4.1.5 betreft het een bedrijfsmatige activiteit met maximaal milieucategorie 2. Het ambachtelijk bedrijf heeft een beperkte omvang en een beperkte ruimtelijke uitstraling waarbij het bedrijf ondergeschikt is aan de woonfunctie. Ad a.) het agrarisch bedrijf is reeds beëindigd en hervatting van de intensieve veehouderij activiteiten ligt niet meer in de rede, omdat reeds alle stallen op locatie Smulderslaan 30 zijn gesloopt. Ad b.) de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' wordt niet toegekend op locatie Smulderslaan 30. Reële mogelijkheden voor hervestiging van een veehouderij zijn tot nihil beperkt. Ad c.) het nieuwe woonbestemmingsvlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' heeft ter plaatse van Smulderslaan 30 heeft een oppervlakte van 3.000 m2. Dit is een afwijking van de voorwaarden. Echter, in samenspraak met de gemeente Someren is gezien het planvoornemen en de beoogde landschappelijke inpassing ter plaatse van Smulderslaan 30, besloten om een groter
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
‘het door een van de bewoners aan huis uitoefenen van een bedrijfsmatige activiteit met maximaal milieucategorie 2 zoals bepaald op basis van de Brochure bedrijven en milieuzonering, niet zijnde detailhandel of erotische dienstverlening, die door zijn beperkte omvang en beperkte ruimtelijke uitstraling met behoud van de woonfunctie in een woning met de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend. Hieronder wordt ook verstaan het uitoefenen van een bedrijf waarbij de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten in hoofdzaak elders op locatie plaatsvinden en waarbij thuis meer dan de regulier toegestane oppervlakte bijgebouwen van 100 m² tot 150 m² wordt gebruikt voor stalling en opslag ten behoeve van de bedrijfsvoeringen.’
42
bestemmingsvlak toe te kennen dan de geldende norm. Hiermee vindt een passende herbestemming plaats op locatie die handelt in lijn met de geest van de voorwaarde. Ad d.) de gronden die niet worden omgezet naar de bestemming ‘Wonen’ krijgen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. Deze bestemming is reeds aanwezig op een deel van de gronden rondom het plangebied. Voor meer informatie zie paragraaf 1.3 en 5.3. Ad e.) het maximale toegestane oppervlakte bijgebouwen wordt in onderhavig bestemmingsplan voor locatie Smulderslaan 30 vastgelegd op 239 m2. Dit is de legale vergunde situatie. Initiatiefnemer behoudt de mogelijkheid om op termijn middels de sloopbonusregeling het oppervlakte van 239 m2 te vergroten tot maximaal 350 m2. Ad f.) de bedrijfsactiviteiten van het ambachtelijk bedrijf (trapleuningen, circa 50 m 2) vinden plaats binnen de maximaal toegestane oppervlakte bebouwing. Ad g.) splitsing in meerdere woonfuncties is niet aan de orde in onderhavig plan. Ad h.) sloop van overtollige bebouwing heeft reeds plaatsgevonden. Op de locatie Smulderslaan 30 is reeds 3.520 m2 voormalige agrarische bebouwing gesloopt. Ad i.) bewoning van (voormalige) bedrijfsgebouwen is niet aan de orde in onderhavig plan. Ad j.) parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak. Voor meer informatie zie paragraaf 4.2.4. Ad k.) er is geen sprake van buitenopslag.
Ad l.) reclameaanduidingen zullen beperkt blijven tot een bescheiden naamsaanduiding. Ad m.) er vindt geen onevenredige aantasting plaats van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven. Voor meer informatie zie hoofdstuk 4. Ad n.) er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen. Voor meer informatie zie hoofdstuk 4.
Conclusie: het planvoornemen is in overeenstemming met de wijzigingsvoorwaarden in artikel 4.7.3. in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren – Deelgebied 4’ (vastgesteld d.d. 8 februari 2023, kenmerk: NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01). Derhalve kan het planvoornemen handelen in lijn met deze voorwaarden wat betreft toepassing van ‘wonen plus’ op locatie Smulderslaan 30.
Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”
Ad o.) de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2 in de regels van onderhavig bestemmingsplan. In lijn met de ruimtelijke kwaliteit is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Voor meer informatie zie paragraaf 2.4.
43
Hoofdstuk 4 – Uitvoeringsaspecten Bij de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling dient rekening gehouden te worden met (milieu)invloeden vanuit de omgeving op de ontwikkeling zelf en met invloeden vanuit de ontwikkeling op de omgeving. Binnen dit hoofdstuk wordt gekeken naar de aspecten bodem, geluid, archeologie, leidingen en infrastructuur, natuur en landschap, flora en fauna, waterhuishouding, verkeer en economische uitvoerbaarheid. De hieruit voortkomende bevindingen zijn in onderstaande paragrafen toegelicht.
4.1 Milieuaspecten 4.1.1 Bodem Besluit ruimtelijke ordening
In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen voor onderzoek naar de bestaande toestand en de gewenste kwaliteit van de bodem. Daarnaast moet de uitvoerbaarheid van het plan inzichtelijk worden gemaakt. Zowel bij het opstellen van bestemmingsplannen als bij een omgevingsvergunning voor het afwijken van bestemmingsplannen zal inzicht moeten worden gegeven in de bodemkwaliteit. Zo moet: • worden beoordeeld of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming; • worden beschreven welke beoogde maatregelen worden getroffen; • in de exploitatieopzet de kosten van eventuele saneringsmaatregelen worden meegenomen. Aangezien de ontwikkeling voorziet in een gewijzigd gebruik, dient aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor het toekomstige gebruik.
Onderzoek
Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Derhalve is in het kader van onderhavige ontwikkeling ter plaatse van Smulderslaan 30 en Smulderslaan 40 een bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek worden hieronder kort beschreven. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapportage in bijlage 7.