CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Gemeenteraad 7 november 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Eindje 6 Lierop19.304 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Toelichting Eindje 6 te Lierop

32

zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5. 10 en 5. 11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Someren. Het archeologisch onderzoek is toegevoegd in als bijlage 5. 4. 1. 2

Cultuurhistorie De planlocatie heeft binnen het bestemmingsplan geen nadere cultuurhistorische aanduiding. Binnen de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant is de locatie ook niet gelegen binnen een cultuurhistorische regio. Zie ook navolgende afbeelding; Figuur 13 Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart

locatie is wel gelegen binnen het cultuurhistorisch landschap “Dommeldal”. Het dommeldal is een samenhangend en relatief gaaf oud zandlandschap met beekdalen, akkercomplexen, landgoederen, woeste gronden en jonge ontginningen. Bijzonder voor dit gebied zijn de vloeiweides en viskwekerijen langs de Tongelreep en de Beekloop. Verder zijn er watermolens en plaatsen van oude watermolens. Daarnaast liggen er voordes waar landwegen de beken passeerden. De

De ontwikkeling vindt plaats binnen dezelfde oppervlakte

aan bouwvlak en bestemmingsvlak, er vindt, zeker met betrekking tot het bestemmingsvlak aan zeer beperkte vormverandering plaats. Met de herbegrenzing wordt er geen van de genoemde elementen aangetast, zoals watermolens of vloeiweides aangetast. Cultuurhistorie is geen belemmering voor de voortgang van het plan.

4. 1. 3

Conclusie archeologie en cultuurhistorie ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht Toelichting Eindje 6 te Lierop

33

komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5. 10 en 5. 11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Someren. Concluderend kan gesteld worden dat voorliggende ontwikkeling nadelige gevolgen heeft voor de archeologische waarden.

geen

Uit de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant blijkt dat de locatie niet is gelegen binnen een cultuurhistorisch waardevol gebied. De locatie is wel gelegen binnen een cultuurhistorisch landschap, maar dit landschap wordt niet aangetast door de ontwikkeling.

Concluderend kan gesteld worden dat door voorliggende ontwikkeling geen cultuurhistorische waarden worden aangetast. 4. 2

BODEM Bij functiewijzigingen is het in een planologische procedure

van belang dat bekeken wordt of de milieuhygiënische bodemgesteldheid ter plaatse de functie toestaat. Een verblijfsfunctie mag niet gebouwd worden op verontreinigde grond. Door het bedrijf Bodeminzicht is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De conclusie van dit onderzoek is als volgt:

Afbakening onderzoekslocatie: Uit het verrichte vooronderzoek wordt de afbakening van de onderzoekslocatie als voldoende beschouwd. Potentiële verontreinigingsbronnen terreindeel A: Uit het verrichte vooronderzoek zijn ter plaatse van onderzoekslocatie A geen (voormalige) potentiële bronnen vastgesteld die bodemverontreiniging tot gevolg kunnen hebben. Terreindeel A wordt met het oog op het voormalig gebruik als landbouwgrond, als onverdacht beschouwd. Potentiële verontreinigingsbronnen terreindeel B: Uit het verrichte vooronderzoek is ter plaatse van onderzoekslocatie B een potentiële bron vastgesteld die bodemverontreiniging tot gevolg kan hebben. Het betreft een OBAS ter plaatse van de oosthoek van terreindeel B.

Terreindeel B wordt met het oog op het bedrijfsmatig gebruik, als heterogeen verdacht beschouwd. Grondwateronderzoek van de OBAS en terreindeel B wordt gecombineerd. Asbestverdenking: De bodem binnen de onderzoekslocaties A en B wordt op basis van het vooronderzoek en de terreinverkenning op voorhand niet als asbestverdacht beschouwd. Wanneer tijdens het veldwerk asbestverdachte bijmenging wordt aangetroffen wordt de strategie bijgesteld.

Toelichting Eindje 6 te Lierop

34

Figuur 14 Uitsnede onderzoekslocaties

Conclusie: Ter plaatse van de onderzoekslocaties zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De resultaten van het onderzoek stemmen niet overeen met de gestelde hypotheses. De resultaten vormen echter geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde bouw van een kantoor en huisvesting van arbeidsmigranten. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het

onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit. Dit onderzoek is als bijlage 6 toegevoegd bij deze toelichting.

4. 3

GELUID Richtafstanden brochure Bedrijven en milieuzonering De

uitbreiding van de kantoorruimte wordt gerealiseerd binnen het bestaande bouwvlak. De uitbreiding van de huisvesting is niet gelegen binnen het huidige bouwvlak, met de wijziging van het bouwvlak komt de uitbreiding wel in het bouwvlak te liggen. De afstand van de huisvesting ten opzichte van woningen van derden bedraagt 120 meter. Een dergelijke afstand is voldoende om overlast bij deze woningen te voorkomen. Bovendien zijn er meerdere loodsen is gelegen tussen de huisvesting en de omliggende woningen, waardoor geluid gedempt wordt. Ter vergelijk, de richtafstand van een dergelijke functie, zijnde een logiesfunctie, is 10 meter, deze richtafstand is afkomstig uit de brochure bedrijven en milieuzonering van Vereniging Nederlandse Gemeente (zie ook paragraaf 4. 6). Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Verder komt het bedrijf met de Toelichting Eindje 6 te Lierop

35

vormverandering van het bouwvlak en het bestemmingsvlak niet dichterbij de omliggende woning te liggen dan in de huidige situatie. De kleinste afstand blijft gelijk aan de huidige situatie, Ten aanzien

de concrete ontwikkeling geldt dat de uitbreiding van het kantoor op een afstand van meer dan 40 meter van de woning te liggen. De toegang van het kantoor blijft op dezelfde locatie als deze nu gelegen is, op 60 meter van de woning. De uitbreiding van de loodsen gelegen op een afstand van respectievelijk 150 meter. De afstand tot de uitbreiding van de huisvesting bedraagt 160 meter. Voor deze ontwikkelingen is de woning Eindje 5 de dichtstbijzijnde woning. van

Voor de expeditieruimte is de woning Eindje 7 de meest maatgevende woning. Deze is gelegen op een afstand van 115 meer tot de expeditieruimte. Deze afstanden zijn dusdanig dat de ontwikkeling geen verslechtering van het woon- een leefklimaat veroorzaakt in de omgeving van

het plangebied.

De uitbreiding

de huisvesting wordt op een afstand van tenminste 490 meter van het dichtstbijzijnde bedrijf aan Lungendonk 14 gerealiseerd. Hiermee zal er ter plaatse van de huisvesting sprake zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. van

Verkeerslawaai Op 2 februari 2021 is door het college van burgemeester en wethouders van Someren vergunning verleend voor het uitbreiden van drie loodsen. Echter, er is toen circa 1. 000 m 2 aan extra oppervlakte aan de achterzijde van deze loodsen bijgebouwd. Het principeverzoek ziet dan ook (onder meer) op legalisatie van deze oppervlakte. Deze oppervlakte bestaat deels uit een verlenging van een loods en deels uit een overkapping, welke wordt benut voor (fust)opslag en machineberging. Dit vond voorheen al reeds buiten op het terrein plaats. Om aan de steeds strengere eisen m. b. t. bescherming van het milieu en voedselveiligheid te kunnen blijven voldoen, is dit inpandig gebracht.

verkeersbewegingen als gevolg van deze (teveel) gerealiseerde uitbreiding van bedrijfsgebouwen veranderen dan ook niet, aangezien deze activiteiten voorheen al op het buitenterrein plaatsvonden. De

Voor wat betreft de uitbreiding van de huisvesting van personeel veranderen de verkeersbewegingen wel enigszins. De hieraan gerelateerde verkeersbewegingen kunnen worden verdeeld in drie categorieën: aankomst en vertrek, tijdens de werkzaamheden en vrije tijd.

Aankomst en vertrek De werknemers die bij initiatiefnemer komen te werken en op Eindje 6 gaan verblijven, arriveren bij aanvang van hun tijdelijk dienstverband allemaal in een relatief korte periode (in het weekend). Zodra de werkperiode om is,

Toelichting Eindje 6 te Lierop

36

verlaten ze de locatie eveneens allemaal in een relatief korte periode (eveneens in het weekend). Zoals hierboven reeds aangegeven, komen de meeste tijdelijke arbeidskrachten met gezamenlijk vervoer naar Eindje 6. Denk hierbij aan touringcars (30-50 personen), taxibusjes (8 personen) of met vier personen in een personenauto), dan wel met taxivervoer vanaf vliegveld Eindhoven. Gebaseerd

de ervaringen van initiatiefnemer is het gemiddeld aantal personen 4 per vervoersmiddel. Uitgaande van dit getal zal er in de piekperiode sprake zijn van maximaal 90 vervoersmiddelen bij 350 gehuisveste personen. Dit is een toename van 38 vervoersmiddelen ten opzichte van de huidige situatie. op

De

huisvesting geeft hiermee, op het moment dat de werknemers aankomen, een toename van 19 verkeersbewegingen met lichte voertuigen die de locatie bezoeken als gevolg van de uitbreiding van de huisvesting, tot een totaal van 45 verkeersbewegingen per dag voor de gewenste 350 personeelsleden. Deze verkeersbewegingen komen ongeveer 4 keer per jaar voor, namelijk voor de start en aan het einde van de zomerpiek (start is half juni en het einde is half augustus) en voor de start en aan het einde van de najaars-/winterpiek (start is begin november en het eind is rond 20 december). Gedurende de rest van het jaar gaat het om maximaal 5 verkeersbewegingen per dag voor de komst en vertrek van het personeel. Werkzaamheden Het personeel

dat

Eindje 6 arriveert bij aanvang van het tijdelijk meteen dezelfde dag werkzaamheden uit. Ze dienstverband, starten meestal 1 à 2 dagen na aankomst. op

voert niet

Ongeveer een derde van het aantal werknemers dat op Eindje 6 zal worden gehuisvest, zal hier op locatie blijven om werkzaamheden te verrichten. De overige werknemers, circa 235 personen, gaan gezamenlijk vanaf Eindje 6 naar velden in de omgeving. Zij gaan niet met eigen vervoer, maar worden met personenbussen of in sommige gevallen met een touringcar naar de velden gebracht. Zij blijven dan de gehele dag op het veld en komen pas aan het einde van werkdag terug naar Eindje 6. Worst-case

scenario

geeft dit voor de gehele huisvesting 60 vervoersbewegingen per dag van en naar de locatie. De uitbreiding van de huisvesting van 200 naar 350 personen zorgt voor een toename van 25 verkeersbewegingen per dag. Door de spreiding over de twee inritten, een aan de voorzijde en een op de Mierloseweg, waarbij de inrit aan het Eindje ze min mogelijk gebruikt wordt, geeft deze beperkte toename geen overlast in de omgeving. Verkeersbewegingen vrije tijd Initiatiefnemer heeft geregeld dat de tijdelijke werknemers een keer per week met een touringcar boodschappen kunnen gaan doen bij een supermarkt in de buurt. Hiermee wordt niet alleen voorkomen dat mensen Toelichting Eindje 6 te Lierop

37

voet gaan (verkeersveiligheid), verkeersbewegingen teruggebracht. te

maar

wordt

bovenal

het

aantal

Uiteraard staat het de werknemers vrij om na werktijd met de auto ergens naar toe te gaan. Uit de praktijk blijkt echter dat dit zelden gebeurt. Gebaseerd op de ervaringen van initiatiefnemer kan worden geconcludeerd dat dit in de toekomstige (eind)situatie zal gaan om maximaal 20 verkeersbewegingen per dag, waarvan er 9 het gevolg zullen zijn van de gevraagde uitbreiding. Er kan worden geconcludeerd dat de uitbreiding

van de huisvesting zorgt verkeersbewegingen per dag met voornamelijk 34 lichte voertuigen, tot een totaal aantal van 85 verkeersbewegingen per dag in de gewenste eindsituatie. voor een toename

van

Vier keer per jaar is er een piek, omdat het benodigde personeel voor de piekperiode (najaar/winter & zomer) in de bedrijfsvoering dan arriveert of vertrekt. Op deze vier dagen zijn er 45 extra verkeersbewegingen per dag, waarvan 19 verkeersbewegingen het gevolg zijn van de uitbreiding van de huisvesting. Al deze verkeersbewegingen zijn met licht verkeer. Deze geringe toename

het aantal verkeersbewegingen geeft geen belemmering voor het woon- en leefklimaat rondom het plangebied, temeer omdat deze bewegingen verspreid plaatsvinden over de twee inritten (een aan de voorzijde en een op de Mierloseweg) van het bedrijf, waarbij het gehucht Eindje zoveel als mogelijk ontzien wordt. van

Wegverkeerslawaai Er is

een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd voor de realisatie van de huisvesting voor arbeidsmigranten. De conclusie uit dit onderzoek is dat er ter hoogte van de arbeidsmigrantenhuisvesting een goede milieukwaliteit heerst. Derhalve kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Hierdoor kan worden verondersteld dat het aspect geluid een goede ruimtelijke ordening niet in de weg staat. Het akoestisch onderzoek als bijlage 7 toegevoegd bij deze toelichting.

4. 4

FLORA EN FAUNA Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In Brabant is dit verbreed met Brabantse natuurgebieden. Gecombineerd zijn deze gebieden bestemd tot

Natuurnetwerk Brabant. De afstand van de nieuwe huisvesting het NNB bedraagt circa 120 meter. Dit gebied is ten noordoosten van het projectgebied gelegen. De ontwikkeling doorkruist het NNB niet en tast het ook niet op andere wijze aan.

Toelichting Eindje 6 te Lierop

38

Figuur 15 Ligging t. o. v. tot NNB

Wet natuurbescherming soorten Achter de Wet natuurbescherming staat het idee van de zorgplicht

voor

in

het wild levende dieren en planten (zowel beschermde als onbeschermde) en hun leefomgeving. Die zorgplicht houdt in ieder geval in dat iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen nadelige gevolgen heeft voor flora of fauna, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten. Om te bepalen of zich binnen het plangebied beschermde soorten bevinden, is door Exlan een Quickscan Soortenbescherming uitgevoerd (rapportnummer EP. 23. 1040, zie bijlage 8). De conclusie van dit rapport is als volgt: Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie

gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor?

Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende

werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed.

Toelichting Eindje 6 te Lierop

39

Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de

voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. De plannen dienen bij voorkeur uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen. aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.

Voor

Concluderend kan gesteld worden dat soortenbescherming geen belemmering is. Er bevinden zich in het projectgebied geen beschermde dier- en plantensoorten. De algehele vrijstelling is opgenomen in artikel 2. 52 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De algemene zorgplicht, zoals opgenomen in Artikel 1. 11, lid 1 van de Wet natuurbescherming, houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Een bepaalde handeling (in dit geval bouw) kan gevolgen hebben voor natuurwaarden in de omgeving. Een initiatiefnemer stelt zich voorafgaand van de werkzaamheden op hoogte van de aanwezige

natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor het handelen (bouwen). Met de QuickScan is grotendeels gehoor gegeven aan de algemene zorgplicht. Tijdens de realisatie en het gebruik van het gebouw blijft het de verplichting oog te hebben voor de in het gebied aanwezige dieren en planten, ook al zijn deze niet specifiek niet beschermd om negatieve gevolgen voor deze dieren en planten te beperken. Wet natuurbescherming gebieden Ten opzichte

van de planlocatie is het dichtstbij gelegen Natura 2000gebied de “Strabrechtse Heide & Beuven”. Gezien de afstand van 2,9 kilometer is niet te verwachten dat het beoogde initiatief leidt tot stikstofdepositie. Zekerheidshalve is een stikstofberekening middels AERIUS uitgevoerd, deze is bijgevoegd als bijlage 9. Uit de berekening en bijbehorende toelichting blijkt dat er inderdaad geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. Dit voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase. Hiermee zijn significant negatieve effecten op voorhand uitgesloten.

Toelichting Eindje 6 te Lierop

40

Figuur 16 Ligging t. o. v. tot Natura 2000-gebieden

4. 5

WATERPARAGRAAF Toetsingskader Op grond van artikel 3. 1. 6 lid 1 onder b van het Bro dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met een ruimtelijke ontwikkeling die door middel van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Huidige situatie Projectgebied Het projectgebied ligt binnen het beheersgebied Maas.

van

het waterschap Aa en

Waterkwantiteit Ten zuiden

het plangebied is een A-watergang aanwezig, zie ook navolgende afbeelding; en westen van

Toelichting Eindje 6 te Lierop

41

Figuur 17 Uitsnede uit leggerkaart van waterschap Aa en Maas.

In deze watergang vinden

werkzaamheden plaats. Verder wordt er rekening gehouden met de 5 meter zone van de A-watergangen, zoals deze is vastgelegd in de Keur van het waterschap. In deze 5 meter zone vinden geen werkzaamheden plaats en deze zones worden vrijgehouden. geen

Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het projectgebied liggen

waterlichamen die zijn aangewezen als ecologische verbindingszone en als KRW-waterlichaam. geen

Toekomstige situatie Algemeen De beoogde ontwikkeling bestaat uit het uitbreiden van de huisvesting voor arbeidsmigranten en uitbreiding van de kantoorruimte. Een groot gedeelte van het terrein waarop de uitbreidingen plaats vinden, is op dit moment reeds verhard. Het terrein voor de uitbreiding van de kantoorruimte is in gebruik als grasland. Hiermee is sprake van een zeer beperkte toename van

het verhard oppervlak met 230 m.2 Afwaterketen en riolering Het huishoudelijk afvalwater afkomstig van de huisvesting en het kantoor worden opgevangen in een buffertank. Vanuit deze buffertank gaat het water naar de verzamelput. Vanuit hier wordt het water vertraagd afgevoerd op

het vuilwaterriool.

Het hemelwater afkomstig van de nieuwe bebouwing wordt opgevangen gebruikt in de bedrijfsvoering of vertraagd afgevoerd.

en

Door het afstromende regenwater vindt dan ook

van

bodem

en water

geen

verontreiniging

plaats.

Toelichting Eindje 6 te Lierop

42

Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Deze materialen worden in het

plan toegepast. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed

op de waterveiligheid in de omgeving. Hemelwater wordt geïnfiltreerd en er wordt niet op of in de nabijheid van dijken gebouwd.

Waterbeheer aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de " Keur." Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het Voor

aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de " Keur." Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Vooralsnog is dit voor het plan niet nodig. Gemeentelijk beleid Someren heeft op 9 november 2020 het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021 – 2025 vastgesteld. Een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) beschrijft, als verplichte planvorm, op hoofdlijnen hoe de gemeente invulling geeft aan de rioleringszorg. Het betreft een visie en strategie voor de lange termijn. Hiermee waarborgt de gemeente de continuïteit van de rioleringszorg. Het GRP geeft invulling aan de gemeentelijke zorgtaken ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast is invulling gegeven aan de doelen ten aanzien van de klimaatopgave, bescherming van de volksgezondheid en de waterkwaliteit. De

gemeente

Voor dit plan zijn de aspecten hemelwater

en afvalwater van belang. Voor hemelwater geldt dat er bij een bui van 80 mm in 1 uur sprake van zijn van een toename van de overlast. De ontwikkeling vindt plaats op een terrein dat reeds geheel verhard is. Doordat er geen sprake is van een toename aan verharding, is er geen sprake van een toename van overlast buiten de ontwikkeling.

Binnen het plangebied wordt gewerkt met een combinatie van infiltratie en berging van het hemelwater. In de bergingsvoorziening is het mogelijk om 30 mm per m 2 te laten infiltreren. Dit blijkt ook uit het bij dit plan gevoegde Toelichting Eindje 6 te Lierop

43

waterhuishoudkundige plan (bijlage, wat tevens is procedure is voor het verkrijgen van een watervergunning. Riolering De riolering op de locatie Eindje 6 is in 2019 vergund en aangelegd (werking rioolsysteem Eindje 6, Lierop bijlage 21 van de vergunning van 12 november 2019). De huisvering welke vergund is zag toe op de huisvesting voor 200

Uitgaande van 120 liter afvalwater per persoon per dag geeft dit een totale hoeveelheid afvalwater van 24 m.3 Destijds is bewust al een grotere capaciteit gerealiseerd ten opzichte van het vergunde aantal personen. In het huidige systeem kan meer dan 4 dagen afvalwater gebufferd worden. Een normale buffer kan over het algemeen 1 tot maximaal 2 dagen bufferen. De bijgevoegde situatietekening (rioolsysteem Eindje 6, Lierop bijlage 11) laat zien hoe dit systeem werkt. personen.

Nu wordt er toestemming gevraagd voor de huisvesting

van 350 personen. Wederom uitgaande van 120 liter afvalwater per persoon per dag betekent dat in de toekomstige situatie 42 m 3 afvalwater per dag ontstaat. Er kan dan nog steeds meer dan 2 dagen afvalwater op het eigen terrein gebufferd worden.

Een nuancering hierbij is dat er in de afgelopen twee jaar al meer mensen op de locatie hebben verbleven dan de 200 waarvan uitgegaan is. Door de gemeente is een tijdelijke vergunning verleend voor 60 personen extra, dus 260 personen in totaal. Deze extra 60 personen hebben gebruik gemaakt van de bestaande (sanitaire) voorzieningen van de huisvesting, wat gezien de overcapaciteit mogelijk is. Deze personen hebben er verbleven in de periode van juni tot en met augustus. Tijdens deze periode hebben zich geen

problemen voorgedaan met de drukriolering van de gemeente. Ten opzichte van 260 personen komt er nu een uitbreiding met 90 personen extra. Er wordt onderzocht of er binnen de huidige capaciteit van de riolering nog ruimte is om het extra aanbod van afvalwater de verwerken. Afhankelijk van de uitkomst van dit onderzoek zijn er drie opties. Deze drie opties zijn: 1.

2.

3.

in het bestaande gemeentelijke drukrioolstelsel om (eventueel gedoseerd) te lozen waarmee het huidige systeem niet aangepast hoeft te worden. Er wordt een maximale afvoer vastgelegd waardoor de initiatiefnemer tijdens de pieken het afvalwater op een alternatieve wijze moet verwerken (bijvoorbeeld door afvoer een erkend verwerker). Op deze wijze hoeft het huidige systeem niet aangepast te worden. Het gemeentelijke drukrioolstelsel wordt aangepast zodat er ruimte ontstaat om het extra aanbod van afvalwater te verwerken. Er is ruimte

deze belemmeringen op het gebied van de riolering. Door

uit voering

te

Toelichting Eindje 6 te Lierop

geven

aan

1

van

drie opties zijn

er

geen

44

4. 6

BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Bij ontwikkelingen als onderhavige moet rekening gehouden worden met bepaalde milieuhygiënische aspecten die ruimtelijk relevant zijn. Voor het in beeld brengen van de ruimtelijke milieuzonering van bedrijven is gebruik gemaakt van de systematiek zoals aangegeven in de VNG-brochure

‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009). Relevantie voor het plangebied De uitbreiding van de huisvesting is vergelijkbaar met een pension. Pensions vallen in milieucategorie 1, waarbij de volgende richtafstanden in acht genomen moeten

worden.

10 meter; fijn stof 0 meter; geluid 10 meter; gevaar: 10 meter. geur

straal van 10 meter van de locatie waar de huisvesting gerealiseerd wordt, liggen geen woningen, waardoor wordt voldaan de eisen uit de VNG-brochure. Binnen

een

worden er wijzigingen voor de landbouwloodsen en de expeditieruimte ten behoeve van het agrarische bedrijf doorgevoerd. Voor een tuinbouwbedrijf zijn de richtafstanden als volgt: Daarnaast

10 meter; fijn stof 10 meter; geluid 30 meter; gevaar: 10 meter. geur

De afstand tot de dichtstbijzijnde woning is minder dan 30 meter. Echter, met de vormverandering treden er geen wijzigingen op in deze afstanden, het bouwvlak wordt op de dichtstbijzijnde punten niet gewijzigd. De ontwikkelingen vinden plaats op grotere afstand van de woningen. Zie voor een nadere toelichting hiervan tevens paragraaf 4. 3 Geluid.

omliggende bedrijven zijn gelegen op een flinke afstand van de planlocatie. Het dichtstbijzijnde bedrijf is een bedrijf gericht op het houden van vleesvarkens (Lungendonk 14). Dit bedrijf ligt op circa 490 meter van de locatie waar de huisvesting gerealiseerd wordt. De afstand is gemeten van de rand van het bouwvlak van de varkenshouderij tot de locatie waar de huisvesting met deze vergunning aangevraagd is. De

Voor een varkenshouderij geldt de volgende richtafstanden:

Geur: 200 meter Geluid: 50 meter Stof: 30 meter Gevaar: 0 meter

Toelichting Eindje 6 te Lierop

45

De varkenshouderij op de locatie gelegen aan de Lungendonk 14 ligt op circa 490 meter van de locatie waar de huisvesting gerealiseerd wordt. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstanden. Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. Nadere onderzoeken zijn niet nodig.

4. 7

GEURHINDER & LUCHTKWALITEIT

4. 7. 1

Geur De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de geursituatie en de luchtkwaliteit. Er vinden immers geen nieuwe activiteiten plaats waarbij geuremissies vrijkomen. De ontwikkeling ziet hoofdzakelijk op de realisatie van een uitbreiding van de arbeidsmigranten en een uitbreiding van het kantoor.

toe

huisvesting

voor

Zoals uit de voorgaande paragraaf is gebleken, wordt voor het aspect geur niet voldaan aan de richtafstanden zoals opgenomen in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de VNG. Vandaar dat verder getoetst is aan de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen veehouderijen gelegen in een niet-concentratiegebied en gelegen in een concentratiegebied. In een concentratiegebied gelden andere normen dan in een niet-concentratiegebied. De gemeente Someren is gelegen in een concentratiegebied. Voor het nadere onderzoek is uitgegaan van de normen die gelden in een concentratiegebied. Verder wordt er in de Wgv een onderscheid gemaakt in veehouderijen waar dieren worden gehouden met een vastgestelde geuremissiefactor (artikel 3), veehouderijen waar dieren gehouden worden zonder geuremissiefactor (artikel 4) en tussen veehouderijen onderling (artikel 5). In dit geval worden op de projectlocatie (Eindje 6) geen dieren gehouden.

Verder geldt volgens artikel 5 van de Wgv dat tussen een gevel van een dierverblijf en een geurgevoelig object niet minder dan 25 meter mag zitten en dient het emissiepunt (daar waar de geur uit het gebouw komt) op tenminste 50 meter te liggen. Aan deze afstand wordt voldaan. De dichtstbijzijnde muur van een stal van het bedrijf Lungendonk 14 is gelegen op circa 370 meter, gemeten vanaf de rand van het bouwvlak tot de rand van het bouwvlak. Het emissiepunt van het bedrijf Lungendonk 14 ligt op circa 400 meter. De veehouderij kan zich

verder ontwikkelen binnen haar bouwvlak, waarbij rekening gehouden moet worden met de reeds bestaande huisvesting en de bedrijfswoning. De veehouderijen in de omgeving liggen op een dusdanige afstand dat deze niet belemmerd worden door de ontwikkeling van de huisvesting en het kantoor. Naast voorgrondgeurbelasting moet, om te bepalen of er sprake is van een woonen naar acceptabel leefklimaat, gekeken worden de achtergrondgeurbelasting. In de achtergrondgeurbelasting wordt gekeken naar de cumulatieve geurbelasting van alle veehouderijen met dieren die een geuremissiefactor hebben. Om de achtergrondbelasting te beoordelen

Toelichting Eindje 6 te Lierop

46

is bijlage 7 van de Handreiking Wet geurhinder en veehouderij als leidraad gebruikt en meer specifiek bijlagen 6 en 7. De Raad van State heeft het

gebruik van de handreiking geaccepteerd bij onderzoeken naar de achtergrondgeurbelasting (zie uitspraak ECLI:NL:RVS:2013:BZ7606). In bijlage 7 van de Handreiking is de navolgende tabel opgenomen waain de kans op geurhinder is vertaald naar het woon- en leefklimaat. de achtergrondbelasting geldt dat wettelijke waarden voor geurhinderpercentages in bijlage 7 van de Handreiking Wet geurhinder en veehouderij zijn vastgelegd. Voor

Consult is een berekening gemaakt naar de G&O achtergrondgeurbelasting op de locatie (zie ook bijlage 10). Op basis van de berekende achtergrondbelasting vanuit 14 veehouderijen binnen een 3 op straal van 2 kilometer (met een geurbelasting van maximaal 8,4 ou/m) E de toetspunten van de beoogde woongelegenheid aan het Eindje 6 te 3 uit de Interim Lierop wordt ruimschoots aan de toetswaarde van 20,0 ou/m E Omgevingsverordenig Noord-Brabant voldaan. Tevens kan een ‘acceptabel’ woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Daarnaast is er voor de dichtstbijzijnde veehouderij gekeken naar de voorgrondbelasting op de locatie. Hieruit volgt dat de voorgrondbelasting op de uitbreiding van de 3 Dit is ruim onder de norm van huisvesting maximaal 5,9 ou/mbedraagt. E 3 14,0 ou/m. E Door

Geur is geen belemmering voor de realisatie van de huisvesting in de loods en de omliggende veehouderijen worden niet belemmerd. 4. 7. 2

Luchtkwaliteit Voor het aspect fijnstof is gekeken naar de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland, zoals opgesteld door het RIVM. Op deze kaart is voor de locatie van de huisvesting een achtergrondconcentratie van 3 15,6 μg/mfijn stof opgenomen. Dit is ver onder de norm van 40,0 μg/m 3 uit de Wet Milieubeheer. Concluderend kan gesteld worden dat er ter plaatse sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Niet in betekende mate Met de ontwikkeling zal er sprake zijn van een beperkte toename van verkeersbewegingen. Er zijn worst-case 85 verkeersbewegingen voor licht verkeer van de gehele huisvesting van 350 personen. Zie voor de is dat onderbouwing paragraaf 4. 11. Aannemelijk het aantal verkeersbewegingen aan te merken is als Niet in Betekenende Mate (NIBM).

Om te bepalen of dit aantal verkeersbewegingen daadwerkelijk aan te merken is als NIBM, is de NIBM-tool van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum Infomil gehanteerd. Met de NIBM-tool is sprake van een worst-case berekening. Voor dit plan is de versie van 23 april 2022 gebruikt, met als rekenjaar 2023. De resultaten zijn weergegeven in navolgende afbeelding.

Toelichting Eindje 6 te Lierop

47

Figuur 18 Berekening Luchtkwaliteit

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer Maximale bijdrage extra verkeer N O 2 in μ g/m 3 P M 10 in μ g/m 3 G r ens voor " Niet In Betekenende Mate " in μg/m 3 Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig

2023 85 0,0% 0 ,0 5 0 ,0 1 1, 2

Zoals blijkt uit de NIBM-tool is het project aan te merken als Niet in Betekenende Mate. Een nader onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. RIVM Het

RIVM maakt jaarlijks kaarten met grootschalige concentraties (in vaktermen GCN) en deposities (GDN) in Nederland in het kader van natuuren milieubeleid. De kaarten zijn gebaseerd op een combinatie van modelberekeningen en metingen en zijn bedoeld voor het geven van een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit en depositie in Nederland zowel voor jaren in het verleden als in de toekomst. Deze kaart is geraadpleegd om de achtergrondconcentraties te bepalen. Ter hoogte van het plangebied gelden voor het jaar 2022 (de meest recente jaar waarvan de gegevens beschikbaar zijn) de volgende waarden:

-

Fijn stof (PM)10 16,58 µg/m 3 (grenswaarde 40 µg/m 3 jaargemiddelde) 3 Fijn stof (PM) 2,5 9,23 µg/m(grenswaarde 20 µg/m 3 jaargemiddelde)

-

Stikstof 11,97 µg/m 3 (grenswaarde 40 µg/m 3 jaargemiddelde)

-

Toelichting Eindje 6 te Lierop

48

Figuur 19 Uitsnede kaart RIVM fijn stof (PM)10

Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende voor een acceptabel woon- en leefklimaat. 4. 8

EXTERNE VEILIGHEID Externe veiligheid heeft betrekking

op de risico's die mensen lopen als mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn:

gevolg

van

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op een ernstig ongeval voor de omgeving door:

en

het effect van

het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, waterwegen en spoorwegen); het gebruik van luchthavens. 4. 9. 1

Risico normering Het externe veiligheidsbeleid van de rijksoverheid richt zich op het beperken van de risico’s voor de burger door activiteiten. Hiertoe zijn risico’s

Toelichting Eindje 6 te Lierop

49

gekwantificeerd, namelijk door middel van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Binnen de beleidskaders

deze drie typen risicobronnen staan altijd kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen, zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. voor

twee

Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans

per jaar, dat een overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Een plaatsgebonden risico van 10 -6 betekent dat omwonenden van bijvoorbeeld een lpg-tankstation op die plaats een kans van één op een miljoen hebben om als gevolg van een ramp te overlijden. persoon

Het Groepsrisico (GR) is de kans dat een

groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Groepsrisico wordt niet uitgedrukt in een risicocontour maar in een FN-curve, waarbij het aantal slachtoffers wordt afgezet tegen de cumulatieve kans die ze als groep hebben om te overlijden. Het groepsrisico moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting.

Risicobronnen kunnen worden opgesplitst in: inrichtingen waar risicovolle activiteiten plaatsvinden; transportroutes van gevaarlijke stoffen; buisleidingen; luchthavens. In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans,

bepaalde plaats, om te gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour níet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. op

een

overlijden ten

Groepsrisico (GR) voor de kans dat bíj een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en kent geen vaste norm, maar een oriëntatiewaarde (= '1'). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.

Het groepsrisico is een maat

Toelichting Eindje 6 te Lierop

50

Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het projectgebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van gezag Door het bevoegd (veelal de gemeente). de

verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bíj het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief

en bevat verschillende onderdelen die bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico opgesteld door de rijksoverheid zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. In onderstaande tabel is het weergegeven wanneer een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is. aan

lnrichtingen (Bevi)

Altijd

wanneer

binnen

invloedsgebied

ruimtelijk

besluit

wordt

genomen

Buisleidingen (Bevb)

Altijd

wanneer

genomen.

Weg,

spoorweg

binnenwater (Bevt)

of

Er

binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt kan echter worden volstaan met een beperkte

verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is don 0,7 keer de oriëntatiewaarde, af 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,7 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 200 meter-zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.

Verantwoording plaatsgebonden risico Risicovolle inrichtingen Om te bepalen of er voor de ontwikkeling beperkingen voorkomen kijkend naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is gekeken op de risicokaart. Uit de risicokaart blijkt dat er in de omgeving geen risicovolle inrichtingen gelegen zijn. Hierdoor zijn er voor onderhavig plan geen belemmeringen. Zie hiervoor ook navolgende figuur.

Toelichting Eindje 6 te Lierop

51

Buisleidingen Op

afstand van 1,25 km van het projectgebied komen buisleidingen welke op de risicokaart zijn opgenomen. De locatie is niet gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour van deze buisleiding. Zie hiervoor ook navolgende figuur. een

voor

Transporten van gevaarlijke stoffen Ten aanzien van dit aspect, wordt opgemerkt dat hier sprake is van een toevoeging van een (beperkt)kwetsbaar object, zijnde de huisvesting. Dit geeft geen belemmeringen. De locatie ligt circa 1,93 km van de dichtstbijzijnde route van gevaarlijke stoffen (A67). Om deze reden is een

advies van de Veiligheidsregio opgevraagd. Luchthavens In de omgeving

van

het projectgebied zijn geen luchthavens gelegen.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheid verhogende maatregelen genomen zijn. Figuur 20 Uitsnede risicokaart

Voor de ontwikkeling geldt standaardadvies

van

de veiligheidsregio. Dit

advies luidt, samengevat, als volgt: •

Breng afsluitbare mechanische ventilatie aan in de bedrijfswoning. Dit is conform artikel 3. 31 van het Bouwbesluit 2012 al reeds verplicht bij nieuwe woningen. Dit hoeft dus niet als voorwaarde bij het

bestemmingsplan te worden

Toelichting Eindje 6 te Lierop

opgenomen;

52

•

•

Pas de beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening toe. Het is een bestaand perceel waarvan enkel de functie wijzigt. Bluswatervoorzieningen en de bereikbaarheid is daarmee op orde. Pas risicocommunicatie toe. De Gemeente Someren sluit aan bij de voorzieningen landelijke risicocommunicatie zoals NL-alert.

Vanuit externe veiligheid is er geen belemmering voor het verlenen van planologische toestemming voor de beoogde bestemmingsplanwijziging. 4. 9. 2

Overige wet- en regelgeving In het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3. 1 Wet ruimtelijke ordening) is getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit, Barro, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations' en andere inrichtingen met een mogelijke effectafstand. De externe veiligheidsrisico's voor het projectgebied zijn met behulp van de Signaleringskaart EV in kaart gebracht. Hieruit komen geen belemmering naar voren.

4. 10

KABELS EN LEIDINGEN Op een afstand van 100 meter van de bebouwing en op circa 80 meter van het bestemmingsvlak is een hoogspanningsleiding gelegen. Deze afstand is gemeten vanaf de bestemming “Leiding – Hoogspanningsleiding” zoals opgenomen in het bestemmingplan “Buitengebied Someren – Deelgebied 4”. De aanwezige leiding betreft een 380 kV hoogspanningsleiding. Voor de leiding geldt een te hanteren rekenafstand van 85 meter. Dit volgens de RIVM-netkaart. De RIVM-netkaart geeft voor elke bovengrondse hoogspanningslijn de zogenoemde rekenafstand. Dat is de afstand waarbinnen het Rijk volgens het voorzorgbeleid adviseert de magneetveldzone te berekenen. Deze rekenafstand geldt als er plannen zijn om binnen die rekenafstand woningen, scholen of kinderdagverblijven te bouwen. TenneT is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens die het RIVM voor de ligging van de hoogspanningslijnen en de bepaling van van de rekenafstand heeft gebruikt. Bij een berekening de magneetveldzone volgens de RIVM-handreiking zal de zonebreedte vrijwel altijd kleiner zijn dan de aangegeven rekenafstand.

Toelichting Eindje 6 te Lierop

53

Figuur 21 Ligging hoogspanningsleiding

De nieuw te realiseren huisvesting komt op een afstand van ruim 220 meter van een hoogspanningsleiding. Deze afstand is ruim voldoende om ter

plaatse van de huisvesting geen nadelige effecten van de hoogspanningsleiding te ondervinden, zodat ter plaatse van de huisvesting sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. 4. 11

PARKEREN Ten aanzien van parkeren geldt dat de gemeente Someren een parkeernorm hanteert van 0,7 parkeerplaats per persoon c. q. verblijfplaats. In de toekomstige situatie is het de wens om de huidige huisvesting aan Eindje 6 te Lierop uit te breiden van de huidige vergunde 200 naar 350 arbeidskrachten. Op het terrein zijn, voor de huidige huisvesting van 200

tijdelijke arbeidskrachten en conform de parkeernorm van de gemeente Someren, reeds 140 parkeerplaatsen gerealiseerd. Voor de extra 150 tijdelijke arbeidskrachten moeten er, wederom volgens de parkeernorm van de gemeente Someren, nog 105 parkeerplaatsen extra worden gerealiseerd (0,7 x 150). Het totaal aantal parkeerplaatsen

dat aanwezig moet zijn volgens de parkeernorm van de gemeente Someren bedraagt daarmee voor de gehele huisvesting van 350 tijdelijke arbeidskrachten 245 parkeerplaatsen. In de praktijk is gebleken dat niet alle tijdelijke arbeidskrachten met eigen vervoer naar de locatie komen. De ervaring is dat de meeste tijdelijke arbeidskrachten met gezamenlijk vervoer vanuit Polen naar Eindje 6 te Lierop komen. Denk hierbij aan touringcars (30-50 personen), taxibusjes (8 personen) of met meerdere personen in een personenauto, dan wel met taxivervoer vanaf vliegveld Eindhoven. In de praktijk is de daadwerkelijke

parkeerbehoefte voor de huisvesting bij het bedrijf initiatiefnemer daardoor aanzienlijk minder dan de voorgeschreven parkeernorm van de gemeente Someren. Voorgesteld wordt om aan te sluiten bij de parkeernorm voor huisvesting van tijdelijke personeel die veel andere gemeentes (onder andere Meierijstad, Land van Cuijk en Peel en Maas) hanteren. Deze norm voor parkeren is gebaseerd op de CROW-norm voor parkeren bij pensions. Deze Toelichting Eindje 6 te Lierop

54

parkeernorm bedraagt 0,7 parkeerplaats per kamer, waarbij er twee personen per kamer verblijven. Dit in de plaats van 0,7 parkeerplaats per persoon zoals gehanteerd door de gemeente Someren. Als uitgegaan wordt van deze norm komt daaruit het volgende aantal benodigde parkeerplaatsen naar voren: In de toekomstige situatie is sprake van 175 kamers (2 personen per kamer). Bij een parkeernorm van 0,7 parkeerplaats per kamer, zullen er daarmee afgerond 123 parkeerplaatsen nodig zijn. Dit aantal, van 123 parkeerplaatsen, sluit aan bij de ervaringen dat het bedrijf initiatiefnemer nu heeft bij de huisvesting van 200 personen. In de pieken zijn rond de 60 tot 70 parkeerplaatsen bezet. Dit komt neer op een

parkeerbehoefte van 0,6 tot 0,7 parkeerplaats per kamer, vrijwel gelijk aan de CROW-norm van 0,7 parkeerplaats. Als uitgegaan kan worden van de voorgestelde norm van 0,7 parkeerplaatsen per kamer (conform de CROW, andere gemeentes en jarenlange de ervaring van initiatiefnemer) heeft de reeds aanwezige parkeerplaats met 140 parkeerplaatsen al meer dan voldoende capaciteit voor de huisvesting van de 350 tijdelijke arbeidskrachten. Uit de CROW blijkt immers een parkeernorm van 123 plaatsen voor 175 kamers voor totaal 350 tijdelijke arbeidskrachten. Uitbreiding van de aanwezige parkeerplaats is daarmee niet noodzakelijk. Figuur 22 Situatietekening van parkeerplaatsen

Op het terrein van het bedrijf bij Eindje 6 te Lierop is er daarnaast voldoende ruimte om in geval van uitzonderlijke situaties tijdelijk extra parkeerplaatsen te realiseren. Hier is voldoende verharding aanwezig.

Toelichting Eindje 6 te Lierop

55

Omdat deze ruimte buiten het bouwvlak is gelegen, is zeker dat hier geen bebouwing opgericht wordt. Deze ruimte blijft daarmee ook in de toekomst beschikbaar om in te zetten voor parkeren. Uitgaande van de norm van 0,7 parkeerplaats per extra huisvestingsplaats, moet er ruimte zijn voor 105 extra partkeerplaatsen. In de navolgende figuur is aangegeven waar ruimte is om in dit aantal parkeerplaatsen te voorzien. Figuur 23 Uitloop mogelijkheid parkeerplaatsen

4. 12

VERKEER Ontsluiting bedrijf Het bedrijf beschikt over twee ontsluitingen, te weten

aan de voorzijde van het bedrijf op het Eindje en aan de achterzijde van het bedrijf welke uitkomt op de Mierloseweg. Expliciet voor de ontsluiting aan de Mierloseweg zijn in 2005 en 2008 vergunningen verleend.

Toelichting Eindje 6 te Lierop

56

Figuur 24 Situatietekening van de ontsluiting van de locatie

Door het verkeer te verdelen over de twee ontsluitingen (zie bovenstaand figuur) is het mogelijk om de overlast voor omwonenden in het gehucht Eindje tot een minimum te beperken. Immers, de verkeersbewegingen van en naar het bedrijf worden verdeeld, waarbij het mogelijk is om de verkeersbewegingen in de avond-en nachtperiode grotendeels (met name het eigen, interne verkeer) plaats te laten vinden via de ontsluiting aan de

Mierloseweg. Ook de tijdelijke werknemers maken gebruik van deze ontsluiting als zij naar de supermarkt gaan of voor andere redenen het terrein verlaten. Op 2 februari 2021 is door het college van burgemeester en wethouders van Someren vergunning verleend voor het uitbreiden van drie loodsen. Echter, er is toen circa 1. 000 m2 aan extra oppervlakte aan de achterzijde van deze loodsen bijgebouwd. Bestemmingsplan ziet onder meer op legalisatie van deze oppervlakte. Deze oppervlakte bestaat deels uit een verlenging van een loods en deels uit een overkapping, welke wordt benut voor (fust)opslag en machineberging. Dit vond voorheen al reeds buiten op het terrein plaats. Om aan de steeds strengere eisen m. b. t. bescherming van het milieu en voedselveiligheid te kunnen blijven voldoen, is dit inpandig gebracht. De

verkeersbewegingen als gevolg van deze (teveel) gerealiseerde uitbreiding van bedrijfsgebouwen veranderen dan ook niet, aangezien deze activiteiten voorheen al op het buitenterrein plaatsvonden. Voor wat betreft de uitbreiding van de huisvesting van personeel veranderen de verkeersbewegingen wel enigszins. De hieraan gerelateerde

Toelichting Eindje 6 te Lierop

57

verkeersbewegingen kunnen worden verdeeld in drie aankomst en vertrek, tijdens de werkzaamheden en vrije tijd.

categorieën:

Aankomst en vertrek De werknemers die bij initiatiefnemer komen te werken en op Eindje 6 gaan verblijven, arriveren bij aanvang van hun tijdelijk dienstverband allemaal in een relatief korte periode (in het weekend). Zodra de werkperiode om is, verlaten ze de locatie eveneens allemaal in een relatief korte periode (eveneens in het weekend).

Zoals hierboven reeds aangegeven, komen de meeste tijdelijke arbeidskrachten met gezamenlijk vervoer naar Eindje 6. Denk hierbij aan touringcars (30-50 personen), taxibusjes (8 personen) of met vier personen in een personenauto), dan wel met taxivervoer vanaf vliegveld Eindhoven. Gebaseerd

de ervaringen van initiatiefnemer is het gemiddeld aantal vervoersmiddel. Uitgaande van dit getal zal er in de piekperiode sprake zijn van maximaal 90 vervoersmiddelen bij 350 gehuisveste personen. Dit is een toename van 38 vervoersmiddelen ten opzichte van de huidige situatie. personen

op

4

per

De

huisvesting geeft hiermee, op het moment dat de werknemers aankomen, een toename van 19 verkeersbewegingen met lichte voertuigen die de locatie bezoeken als gevolg van de uitbreiding van de huisvesting, tot een totaal van 45 verkeersbewegingen per dag voor de gewenste 350 personeelsleden. Deze verkeersbewegingen komen ongeveer 4 keer per jaar voor, namelijk voor de start en aan het einde van de zomerpiek (start is half juni en het einde is half augustus) en voor de start en aan het einde van de najaars-/winterpiek (start is begin november en het eind is rond 20 december). Gedurende de rest van het jaar gaat het om maximaal 5 verkeersbewegingen per dag voor de komst en vertrek van het personeel. Werkzaamheden Het personeel

dat

Eindje 6 arriveert bij aanvang van het tijdelijk dienstverband, voert niet meteen dezelfde dag werkzaamheden uit. Ze starten meestal 1 à 2 dagen na aankomst. op

Ongeveer een derde van het aantal werknemers dat op Eindje 6 zal worden gehuisvest, zal hier op locatie blijven om werkzaamheden te verrichten. De overige werknemers, circa 235 personen, gaan gezamenlijk vanaf Eindje 6 naar velden in de omgeving. Zij gaan niet met eigen vervoer, maar worden met personenbussen of in sommige gevallen met een touringcar naar de velden gebracht. Zij blijven dan de gehele dag op het veld en komen pas aan het einde van werkdag terug naar Eindje 6. scenario geeft dit voor de gehele huisvesting 60 vervoersbewegingen per dag van en naar de locatie. De uitbreiding van de huisvesting van 200 naar 350 personen zorgt voor een toename van 25 verkeersbewegingen per dag. Worst-case

Toelichting Eindje 6 te Lierop

58

Verkeersbewegingen vrije tijd Initiatiefnemer heeft geregeld dat de tijdelijke werknemers een keer per week met een touringcar boodschappen kunnen gaan doen bij een supermarkt in de buurt. Hiermee wordt niet alleen voorkomen dat mensen te voet gaan (verkeersveiligheid), maar wordt bovenal het aantal verkeersbewegingen teruggebracht. Uiteraard staat het de werknemers vrij om na werktijd met de auto ergens naar toe te gaan. Uit de praktijk blijkt echter dat dit zelden gebeurt. Gebaseerd op de ervaringen van initiatiefnemer kan worden geconcludeerd dat dit in de toekomstige (eind)situatie zal gaan om maximaal 20 verkeersbewegingen per dag, waarvan er 9 het gevolg zullen zijn van de gevraagde uitbreiding. Er kan worden geconcludeerd dat de uitbreiding

de huisvesting zorgt voor een toename van 34 verkeersbewegingen per dag met voornamelijk lichte voertuigen, tot een totaal aantal van 85 verkeersbewegingen per dag in de gewenste eindsituatie. van

Vier keer per jaar is er een piek, omdat het benodigde personeel voor de piekperiode (najaar/winter & zomer) in de bedrijfsvoering dan arriveert of vertrekt. Op deze vier dagen zijn er 45 extra verkeersbewegingen per dag, waarvan 19 verkeersbewegingen het gevolg zijn van de uitbreiding van de

huisvesting. Langzaam verkeer Het tijdelijke personeel beschikt zelden in principe niet over een fiets. In de huidige piek, welke valt in de zomerperiode, van 260 personen zijn ten hoogste 10 fietsen beschikbaar. Bij 350 personen zal dit niet anders zijn.

de werknemers niet lopend naar de supermarkt. Mochten de werknemers besluiten om buiten de momenten dat er vervoer naar de supermarkt wordt aangeboden naar deze supermarkt te lopen, lopen zij via de achteruitgang naar de Mierloseweg. De achteruitgang bestaat deels uit verharding en het openbare deel, bestaat uit halfverharding. In principe

gaan

De inrichting van het terrein maakt ook dat het voor het tijdelijke personeel logisch is om te kiezen voor de achteruitgang. De parkeerplaats en de

huisvesting daarop georiënteerd. De initiatiefnemer heeft diverse voorzieningen gerealiseerd om ervoor te in vrije zorgen dat de medewerkers hun tijd genoeg op Zij ontspanningsmogelijkheden de locatie zelf hebben. hoeven in principe het terrein niet te verlaten of uit verveling in de buurt gaan rondhangen/-lopen. Hierbij valt te denken aan de fitnessruimte, pingpong tafels, maar ook de BBQ’s en de gezamenlijke zitruimte. Het tijdelijke personeel maakt hier veelvuldig gebruik van. Het langzaam verkeer is daarmee zeer beperkt. De ervaring leert dat er na zonsondergang nauwelijks langzaam verkeer op het terrein is. De piek van het aantal te huisvesten personen valt in de zomer. Dan is het langer licht. Toelichting Eindje 6 te Lierop

59

Hierdoor het aannemelijk dat er geen sprake zal zijn van een toename het langzaam verkeer op de Eindje, wat in overeenstemming met de toezeggingen die gemaakt zijn met de omwonenden. Deze toezegging aan buurt, welke tijdens de dialoog in het kader van de huisvesting nog besproken zijn, luiden als volgt: Aan de buurt zijn toezeggingen gedaan en met de medewerkers zijn afspraken gemaakt over de ontsluiting van het terrein. Als het personeel met het eigen vervoer het terrein verlaat, is de afspraak dat zij gebruik maken van de uitrit aan de achterzijde. Dit om de

verkeersdruk en daarmee de mogelijke overlast die aan het Eindje wordt ervaren te verminderen. De afspraken met het personeel worden vanaf het komende jaar (2024) ook onderdeel van het huisregelement. Verder wordt voor de tijdelijke medewerkers een keer per week de mogelijkheid gefaciliteerd om met touringcars, geregeld door het bedrijf, boodschappen te doen. Tijdens de dialoog is nogmaals aangegeven dat er door de goede afspraken en de handhaving daarop door het bedrijf weinig tot geen overlast wordt ervaren in de buurt. Dit is terug te vinden in het verslag van de omgevingsdialoog. 4. 13

(VOLKS)GEZONDHEID Toetsing van het aspect volksgezondheid is gezien de aspecten geur, fijnstof en ammoniak van belang. Daarbij is het van belang om te kijken naar de veehouderijen in de omgeving. De dichtstbijzijnde veehouderij is aan de Lungendonk 14. Op dit bedrijf worden vleesvarkens gehouden in stallen die voorzien zijn van emissiearme systemen. Hiermee worden de emissies van geur en fijnstof beperkt. Het zijn deze twee elementen die met name het risico voor de volksgezondheid bepalen, mede omdat endotoxinen en zoönosen zich hechten aan fijn stof. Er wordt daarmee rekening gehouden met de effecten in het kader van volksgezondheid. De emissiearme systemen zijn een maatregel om de risico’s voor de gezondheid te voorkomen.

Geiten zijn een diersoort waarbij q-koorts voorkomt. Q-koorts kan overgedragen worden op mensen. Er zijn in de omgeving geen geitenhouderijen gelegen. Dit aspect vormt dus geen belemmering voor het project.

Om te bepalen of voldaan wordt aan het endotoxinetoetsingskader (conform EbrinkStacks Consult, 5 september 2016) zijn de gegevens van de vergunning van de veehouderij aan de Lungendonk 14 opgehaald uit de IGO-viewer van de provincie Noord-Brabant. Hieruit blijkt dat de emissie fijn stof van dit bedrijf 756 kg (755. 811 gr) PM 10 per jaar bedraagt.

Toelichting Eindje 6 te Lierop

60

Bij vleesvarkens geeft dit een te hanteren afstand voor endotoxinen van 166 meter gemeten vanaf het emissiepunt. Er wordt met circa 500 meter van de

luchtwasser tot aan het meest nabije hoekpunt van huisvesting voor de op het bedrijf verblijvende arbeidsmigranten, ruim aan deze afstand voldaan. Doordat voldaan wordt aan de afstand, wordt de advieswaarde voor endotoxinen van de Gezondheidsraad niet overschreden. Figuur 25

Richtafstanden volksgezondheid

log functie p1 60,0608184 p2 231,712643 p3 0,208009059 vleesvarkens constant PM10 afstand 100 50 150 50 300 119 450 139 600 162 800 181 1000 178 1400 190 P M 1 0 in v u ll en ( k g /j a ar ) 756 nvt.

Binnen

vlssev afst 45 69 111 135 152 170 183 203 b er e k e n d e afst a n d (m ) 166

straal van 2 kilometer is geen geitenhouderij gelegen. Er is binnen de richtafstand van 1 kilometer, zoals gehanteerd door de GGD, geen pluimveehouderij gelegen. Verder is er geen sprake van bebouwde kom. 4. 14

een

ONTWIKKELING IN HET KADER VAN M. E. R. Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m. e. r. -beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m. e. r. -beoordelingsplichtig. In het kader

van de wijziging van het Besluit m. e. r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m. e. r. beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14645585/1