Toelichting
Tekst van het document
belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.
Toelichting Eindje 6 te Lierop
61
In het eerste geval is de activiteit niet m. e. r. (-beoordelings)-plichtig, in het
andere geval dient een (vormvrije) m. e. r. -beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure te worden gevolgd. Het plan betreft een uitbreiding met de realisatie van landbouwloodsen met
expeditieruimte en huisvesting ten behoeve van het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf. De ontwikkeling van een agrarisch bedrijf is per definitie geen stedelijke ontwikkeling. een
In het projectgebied is geen sprake van de m. e. r. -categorie ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De beoogde situatie betreft een ontwikkeling van een agrarisch bedrijf. Dit is per definitie geen
stedelijke ontwikkeling. Indien de realisatie van de huisvesting voor arbeidsmigranten wèl zou gelden als een nieuwe stedelijke ontwikkeling (hetgeen hier dus niet het geval is), zou een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3. 1. 6. Besluit ruimtelijke ordening) wettelijk verplicht zijn. Immers, het tweede lid van art. 3. 1. 6. luidt als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt,
bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. ” De motivering dat de behoefte
onderhavige ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, is gelegen in het feit dat een deel van het personeel in reguliere woningen zou moeten worden gehuisvest. Deze woningen zijn daardoor niet beschikbaar voor de reguliere woningmarkt. Het woningtekort in de gemeente, maar ook in de regio is groot. Met de realisatie van de onderhavige huisvesting op de locatie van initiatiefnemer wordt er geen extra beroep gedaan op de reguliere woningvoorraad.
Toelichting Eindje 6 te Lierop
van
62
Toelichting Eindje 6 te Lierop
63
5 5. 1
JURIDISCHE ASPECTEN
ALGEMEEN Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch
bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. weergave
5. 2
TOELICHTING OP DE VERBEELDING De verbeelding (voorheen plankaart) bij
een bestemmingsplan toont de ligging en begrenzing van de bestemmingen en aanduidingen die op basis van het bestemmingsplan worden gewijzigd. Een bestemmingsplan wordt ingetekend op een ondergrond. In dit geval is de ondergrond ontleend aan het Kadaster.
De bolletjeslijn toont de exacte grens van het plangebied. De gekleurde vlakken zijn de bestemmingen die aan de gronden zijn toegewezen. In dit plan is dat de bestemming “Agrarisch – Agrarisch bedrijf” en “Agrarisch met waarde – Landschapswaarden”. Tevens kent het bestemmingsplan dubbelbestemmingen. In dit geval is dat de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 4”. Bovenop liggen zogenoemde " aanduidingen " waarmee de ligging en de begrenzingen van specifieke regelingen worden aangeduid. De inhoud en de bedoeling van de aanduiding zijn vastgelegd in de regels.
5. 3
TOELICHTING OP DE PLANREGELS De planregels in onderhavige partiële herziening zijn gebaseerd op de planregels als opgenomen in het bestemmingsplan “Buitengebied Someren – Deelgebied 4” vastgesteld bij raadsbesluit op 8-2-2023
(NL. IMRO. 0847. BP02021009-VS01).
Toelichting Eindje 6 te Lierop
64
Bij het opstellen
van de planregels is uitgegaan van de het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2008 (SVBP 2012), de Wet en algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) het Besluit omgevingsrecht (Bor).
De planregels
geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet gebruikt mogen worden en wat en hoe er gebouwd mag worden. Bij de opzet van de planregels is getracht het aantal regels zo beperkt mogelijk te houden en slechts datgene te regelen, dat werkelijk noodzakelijk is. Het kan in een concrete situatie voorkomen dat afwijking van de gestelde normen gewenst is. Hiertoe zijn in het bestemmingsplan diverse flexibiliteitsregelingen opgenomen. De bij dit plan behorende planregels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken. Deze hoofdstukindeling is opgebouwd conform de richtlijnen uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012).
1. Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (Artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels
(Artikel 2); 2. Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. 3. Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Denk aan de antidubbeltelregel, algemene procedurebepalingen maar ook regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen (een binnenplanse afwijking is, zoals het woord het al zegt, een mogelijkheid in het bestemmingsplan zelf om af te wijken van de regels uit datzelfde bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingen). Het zijn allemaal belangrijke regels die voor het gehele plan gelden: ze moeten daarom altijd goed gelezen worden vóór dat op basis van de bestemmingsregels interpretaties worden verricht; 4. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan genoemd gaat worden (de slotregel).
Toelichting Eindje 6 te Lierop
65
6 6. 1
PROCEDURE
EN OVERLEG
INSPRAAK EN OVERLEG Artikel 3. 1. 1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat en van een burgemeester wethouders bij de voorbereiding bestemmingsplan hebben overleg gepleegd met betrokken instanties. Het bestemmingsplan is conform het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan Waterschap Aa en Maas en de provincie Noord-Brabant. Daarnaast heeft initiatiefnemer
een omgevingsdialoog gevoerd. Hierbij is het planvoornemen toegelicht en hebben omwonenden de mogelijkheid gekregen een reactie te geven op het plan. Uit de dialoog zijn geen bezwaren tegenover het plan naar voren gekomen (zie bijlage 11).
6. 2
ZIENSWIJZE Na publicatie van de herziening van het bestemmingsplan, komt deze 6 weken ter inzage te liggen. In deze periode is het voor een ieder mogelijk om zienswijzen in te dienen.
Toelichting Eindje 6 te Lierop
66
7
CONCLUSIE
Het plan beschreven in hoofdstuk 2 is in hoofdstuk 3 getoetst aan de huidige beleidskaders. De plannen passen zowel binnen het Rijks-, als provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 is de ontwikkeling getoetst aan de
ruimtelijke- en milieu hygiënische aspecten. Uit voorliggende toelichting kan geconcludeerd worden
goede ruimtelijke ordening, het aanvaardbaar is overwegende dat: oogpunt
van
een
dat, vanuit het plan
voorgenomen
het project in landschappelijk en stedenbouwkundig opzicht in het aangegeven gebied aanvaardbaar is; project past het binnen de vigerende planologische (beleids)uitgangspunten en –doelstellingen; het project vanuit planologisch perspectief geen onaanvaardbare negatieve gevolgen voor de in de omgeving aanwezige waarden en belangen heeft. Geconcludeerd kan worden dat er voldoende argumenten aanwezig zijn om medewerking te verlenen aan voorliggend initiatief.
Toelichting Eindje 6 te Lierop
67