Toelichting
Tekst van het document
Toelichting Eindje 6 te Lierop
“Jb Geling Advies
Colofon
Rapport: Toelichting Eindje 6 te Lierop Rapportnummer: 58/6 B502 Status:
definitief
Datum:
november
2023
Opdrachtnemer Geling
Advies
Postbus
12
5845
Sint Anthonis
ZG
www.gelingadvies.nl
Contactpersoon Geling
Advies
(geanonimiseerd) Adviseur 0493
—
ruimtelijke ontwikkeling
59/7 500
(geanonimiseerd)
_ GELING ADVIES
© NOVEMBER
2023
ALLE RECHTEN
VOORBEHOUDEN.
NIETS UIT
DEZE UITGAVE
MAG
WORDEN
VERVEELVOUDIGD
DOOR
MIDDEL
VAN
DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM,
GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE AAN
TOESTEMMING
DE INHOUD
VAN
AANSPRAKELIJKHEID VOOR WORDT UITGEBRACHT. ZONDER
VAN
GELING ADVIES.
DIT RAPPORT KUNNEN
GEEN
RECHTEN
WORDEN
EEN ANDER
GEBRUIK
VAN
DEZE
DE INFORMATIE
IN DEZE
TEKST
IS ONDER
VOORAFGAANDE
TEKST DAN
ONTLEEND, VOOR
G&O CONSULT
VERWERPT
DE SITUATIE WAARVOOR
VOORBEHOUD
EN KAN
ELKE
DEZE
VERANDERD WORDEN
KENNISGEVING.
Toelichting Eindje ó te Lierop
2
INHOUD 1 INLEIDING 1. 1 Aanleiding en doel 1. 2 Vigerend Bestemmingplan plangebied 1. 3 Leeswijzer
5 5 7 7
2 BESCHRIJVING BESTAANDE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE Huidige Situatie in projectgebied 2. 1 2. 2 Gewenste ontwikkeling
8 8 10
3 BELEIDSKADER Rijksbeleid 3. 1 1. 1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3. 3. 1. 2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking 3. 1. 3 3. 2 Provinciaal beleid 3. 2. 1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant 3. 2. 2 3. 3 Regionaal beleid: Afsprakenkader arbeidsmigranten regio De Peel 3. 4 Gemeentelijk beleid 4. 1 3. Structuurvisie Someren 2028 3. 4. 2 Woonvisie Someren 2030 3. 4. 3 Beleid huisvesting arbeidsmigranten 2020 Vigerend bestemmingsplan “Buitengebied Someren – Deelgebied 4” 3. 4. 4 3. 4. 5 Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2022
16 16 16 16 17
4 MILIEUHYGIËNISCHE & PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING 4. 1 Archeologie en cultuurhistorie 4. 1. 1 Archeologie 4. 1. 2 Cultuurhistorie 4. 1. 3 Conclusie archeologie en cultuurhistorie 4. 2 Bodem 4. 3 Geluid 4. 4 Flora en fauna 4. 5 Waterparagraaf 4. 6 Bedrijven en milieuzonering 4. 7 Geurhinder & luchtkwaliteit 4. 7. 1 Geur 4. 7. 2 Luchtkwaliteit 4. 8 Externe veiligheid 4. 9. 1 Risico normering 4. 9. 2 Overige wet- en regelgeving 4. 10 Kabels en leidingen 4. 11 Parkeren 4. 12 Verkeer 4. 13 (Volks)Gezondheid 4. 14 Ontwikkeling in het kader van m. e. r.
32 32 32 33 33 34 35 38
Toelichting Eindje 6 te Lierop
19 19 19 21 22 22 23 23 28 30
41 45 46 46 47
49 49 53 53 54 56
60 61 3
5 JURIDISCHE ASPECTEN 5. 1 algemeen 5. 2 TOELICHTING OP DE VERBEELDING 5. 3 TOELICHTING OP DE planregels
64 64 64 64
6 PROCEDURE EN OVERLEG 6. 1 inspraak en overleg 6. 2 zienswijze
66 66 66
7 CONCLUSIE
67
BIJLAGEN: Bijlage 1 Principebesluit Bijlage 2 Globale opzet huisvesting Bijlage 3 AAB-advies Bijlage 4 Landschappelijke inpassing Bijlage 5 Archeologisch onderzoek Bijlage 6 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 7 Onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 8 Quickscan flora en fauna Bijlage 9 Aeriusberekeningen Bijlage 10 Waterhuishoudkundigplan Bijlage 11 Rioleringssysteem Eindje 6, Lierop Bijlage 12 Achtergrond geurbelasting Bijlage 13 Omgevingsdialoog
Toelichting Eindje 6 te Lierop
4
1 1. 1
INLEIDING
AANLEIDING EN DOEL
Initiatiefnemer gevestigd op de locatie Eindje 6 te Lierop, richt zich volledig op twee bedrijfsonderdelen, namelijk: de opkweek en vermeerdering van aardbeien-, frambozen-, bramen- en aspergeplanten voor nationale- en internationale telers en
het vrijwel jaarrond produceren frambozen en bramen.
van
aardbeien
en
in het seizoen
Voor deze bedrijfsactiviteiten heeft de initiatiefnemer vijf bedrijfslocaties in vijf verschillende gemeenten in gebruik. Daarnaast heeft het bedrijf in totaal circa 290 hectare percelen in gebruik voor de opkweek van planten en de teelt van (zacht)fruit. De locatie aan Eindje 6 te Lierop is de hoofdlocatie van
initiatiefnemer. en wordt gebruikt voor beide bedrijfsonderdelen; de opkweek van zachtfruitplanten en de productie van zachtfruit. Het bedrijf is inmiddels uitgegroeid tot een toonaangevende leverancier in de sector en voorziet een groeiend aantal nationale en internationale klanten van producten. Initiatiefnemer opereert in een markt die vraaggestuurd is en een markt welke zich de afgelopen jaren sterk ontwikkeld heeft. Er heeft een groei in de markt plaatsgevonden als gevolg van een
toenemende
zachtfruit. Als gevolg van deze professionaliseringsslag gemaakt en zijn zij
vraag naar met name
groei hebben de klanten
een
door samenwerkingen of autonome groei in omvang toegenomen. Dit proces wordt mede gestuurd door de verkooporganisaties in de markt en de eisen welke zij stellen aan het product. De telers stellen op hun beurt weer hogere eisen aan de vermeerderaars met name als het gaat om aantallen planten, leveringsbetrouwbaarheid en kwaliteit. Dit heeft tot gevolg gehad dat het bedrijf de laatste jaren een flinke groei heeft doorgemaakt om klanten te kunnen blijven voorzien van een goede en constante kwaliteit van planten en zachtfruit. Gezien deze omstandigheden was het bedrijf genoodzaakt om op de locatie Eindje 6 in relatief zeer korte tijd aanpassingen te doen, waarbij vanuit bedrijfseconomisch belang niet altijd de benodigde toestemmingen konden worden afgewacht.
Toelichting Eindje 6 te Lierop
5
Op 27 januari 2022, aangevuld en gewijzigd op 17 februari 2023, is er een principeverzoek ingediend voor de locatie Eindje 6. Hierin werd medewerking gevraagd op de volgende punten: Het
veranderen van de vorm van het bouwvlak en bestemmingsvlak; Het uitbreiden van het kantoor; Het uitbreideb van de bestaande huisvesting van arbeidsmigranten naar maximaal 350 arbeidsmigranten.
het
200
Op 20 april 2023 is in het principebesluit (zie bijlage 1) een standpunt ingenomen over bovenstaande punten. Alle drie de punten zijn voorstelbaar. Aan de hand van het principebesluit is deze herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Figuur 1
Luchtfoto omgeving projectgebied
De projectlocatie
aan Eindje 6 te Lierop is gelegen in het buitengebied van de gemeente Someren, zie voorgaande figuur 1 en onderstaande figuur 2.
Toelichting Eindje 6 te Lierop
6
Figuur 2 Huidige situatie in het plangebied
1. 2
VIGEREND BESTEMMINGPLAN Ter plaatse
PLANGEBIED
het plangebied is het bestemmingsplan “Buitengebied Someren – Deelgebied 4” van de gemeente Someren geldend. Het bestemmingsplan is op 08 februari 2023 vastgesteld. van
De locatie is gelegen binnen de enkelbestemming “Agrarisch – Agrarisch bedrijf”, met een bouwvlak. Een deel van het plangebied heeft de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 4”. Verder is de locatie gelegen
binnen de functieaanduiding “Specifieke vorm van agrarisch – voorwaardelijke verplichting 400” en binnen de gebiedsaanduidingen “Overige zone – bebouwingsconcentratie”, “Overige zone – stalderingsgebied”, “Overige zone – voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing 402” en “Vrijwaringszone – invliegfunnel”. Voor
het veranderen van de vorm van het bouwvlak en het bestemmingsvlak, het uitbreiden van het kantoor en het mogen huisvesten van maximaal 350 arbeidsmigranten dient een herziening van het bestemmingsplan doorgevoerd te worden. 1. 3
LEESWIJZER Hoofdstuk 2 gaat in op de beschrijving van de bestaande en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 worden de relevante beleidskaders beleid ten aanzien van huisvesting behandeld. In hoofdstuk 4 komen volgt de milieuhygiënische en planologische verantwoording. Hoofdstuk 5 gaat in op juridische aspecten van het plan. In hoofdstuk 6 komen de procedure en het overleg aan bod. Tot slot volgt in hoofdstuk 7 geeft een korte conclusie met betrekking tot de uitvoeringsmogelijkheden van het plan.
Toelichting Eindje 6 te Lierop
7
2 2. 1
BESCHRIJVING BESTAANDE
EN TOEKOMSTIGE
SITUATIE
HUIDIGE SITUATIE IN PROJECTGEBIED De vestiging aan het Eindje 6 in Lierop is de hoofdlocatie van het bedrijf van
de initiatiefnemer. Op deze locatie worden planten opgekweekt en zachtfruit geproduceerd. Er zijn meerdere bedrijfshallen met koelcellen en een verpakkingsruimte. Ook is op de locatie de permante huisvesting van het (tijdelijke) personeel gerealiseerd en is er een bedrijfswoning aanwezig. In de huidige situatie verblijft het tijdelijke personeel in een bestaand gebouw dat voldoet aan de normen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF). In dit gebouw worden momenteel 200 personen gehuisvest. Deze
verblijven met 2 of 3 personen op één kamer, al naar gelang de wensen van in 2019 de personen zelf. De huidige huisvesting, vergund van initiatiefnemer betreft een vrij nieuw (VROM?/HZ_WABO-2019-0312), gebouw (bouwjaar 2020) met allerlei moderne voorzieningen. Deze huisvesting voldoet daarom ook meer dan aan de SNF-norm voor huisvesting van tijdelijk personeel en is opgenomen in het Register Normering Flexwonen. De arbeidsbehoefte van de initiatiefnemer is een afgeleide van de pieken in het leveren van aardbeien, frambozen en bramen. De teelt van aardbeien, frambozen en bramen alsmede de opkweek van de planten daarvoor, zijn arbeidsintensieve processen. Om te voorzien in deze arbeidsbehoefte zet de initiatiefnemer tijdelijke arbeidsmigranten in. Naast het bestaande huisvestingsgebouw, is op 24 mei 2023 is er een tijdelijke vergunning voor 2 jaar afgegeven voor het plaatsen van 30 woonunits voor tijdelijke personeel. Dit omdat het bedrijf op dit moment ook al behoefte heeft aan extra personeel. In de piekperiode kunnen op deze manier 60 extra personen worden gehuisvest, totdat de uitbreiding van de bestaande huisvesting gerealiseerd is. Vanuit de afnemers
van het bedrijf (zowel van de planten als van het zachtfruit) worden steeds strengere eisen gesteld aan het geleverde product. Het gaat zo ver dat de klanten eisen stellen aan de werkwijze van het bedrijf (bijvoorbeeld een overdekte substraatruimte of een aparte sealruimte voor het verpakken van het fruit).
Het bedrijf moet dan snel mee in deze ontwikkeling, om te voorkomen dat de klant kiest voor een ander bedrijf. Dit zorgde ervoor dat er op zeer korte termijn twee loodsen verlengd moesten worden. Echter, deze konden niet
anders dan deels buiten het vigerende bouwvlak worden gebouwd. Daarnaast is aan de voorzijde
koelcellen,
opslagloods
Toelichting Eindje 6 te Lierop
het recentelijk gerealiseerde gebouw voor en een expeditieruimte vergund
van
8
(VROM/HZ_WABO-2020-0304), welke eveneens gedeeltelijk buiten het bouwvlak is komen te liggen. Ook het gebouw voor koelcellen zelf is iets afwijkend gerealiseerd, waardoor ook deze gedeeltelijk buiten het bouwvlak is komen te liggen. Het gebouw voor de koelcellen is wel als zodanig vergund, en is beter afgestemd op de standaardmaten van koelcellen in verhouding tot de verpakkingen. De expeditieruimte is gerealiseerd voor een efficiëntere afhandeling van de planten/het zachtfruit. In de navolgende figuren is de feitelijke situatie binnen het plangebied weergegeven, waarbij de feitelijke situatie is vergeleken met het vigerende bouwvlak op de locatie Eindje 6. Figuur 3 Feitelijke situatie in projectgebied Eindje 6 (bron:
atlasvandeleefomgevi ng. nl)
Figuur 4 Feitelijke situatie t. o. v. het vigerende bouwvlak (bron: ruimtelijkeplannen. nl)
Toelichting Eindje 6 te Lierop
9
2. 2
GEWENSTE
ONTWIKKELING
Het bedrijf wil zich uiteraard verder ontwikkelen om mee te kunnen blijven gaan in de markt. Op de locatie Eindje 6 is de grootste behoefte van het
bedrijf de uitbreiding van de bestaande huisvesting van het tijdelijke personeel. Voor haar bedrijfsvoering is de onderneming namelijk sterk afhankelijk van voldoende en kwalitatief personeel. Om voldoende terugkerend personeel te behouden, is het creëren van goede werk- en leefomstandigheden essentieel. De prioriteit van het bedrijf ligt op het verbeteren van werkomstandigheden door onder andere te investeren in teeltondersteunende voorzieningen. De verbeteringen wil zij ook doorvoeren in de huisvesting, welke momenteel ruimte biedt aan 200 personen.
In de toekomst is
arbeidsbehoefte van 350 personen. Bij deze uitbreiding wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met de nieuwe normen voor huisvesting die nu in ontwikkeling zijn. Voor een globale opzet van de huisvesting zie navolgend figuur en de bijlage 2. er
een
Figuur 5 Tekening beoogde uitbreiding
Kwaliteit huisvesting De initiatiefnemer wil zelf investeren in kwalitatief goede huisvesting
om
daarmee de binding van het personeel en het bedrijf van initiatiefnemer te versterken. Het is wenselijk dat het personeel ieder jaar terugkeert. Er wordt gekozen om zoveel als mogelijk bij de aanbevelingen opgenomen in het document “Geen tweederangsburgers, aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten tegen te gaan”, van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten aan te sluiten. Het Aanjaagteam pleit voor een integratie van de bestaande keurmerken voor huisvesting van tijdelijk personeel (SNF en AKF) tot één keurmerk. Daarnaast krijgt iedere persoon een slaapkamer
Toelichting Eindje 6 te Lierop
10
5,5
m 2
heeft
minimaal 2 gebruiksoppervlakte per persoon (inclusief de genoemde 5,5 m). van
Er is gekozen
en
de
woonvoorziening
15
m 2
kamer te laten verblijven, omdat er zelf veel gewerkt wordt koppels, die ook de wens hebben om op één kamer te verblijven. De gebruiksoppervlakte is geheel inpandig. De bedden zijn ten minste 200 bij 80 centimeter. Er is per persoon een kledingkast aanwezig met een inhoud van tenminste 0,36 m.3 Deze staat in de slaapkamer. Er is in het gebouw verwarming aanwezig. Verder beschikt het bedrijf over verschillende certificaten die toezien op de kwaliteit van de bedrijfsvoering in zijn algemeenheid, omgang met personeel en kwaliteit van de huisvesting. Certificaten waarover het bedrijf beschikt zijn BRC Food Safety, Global G. A. P. Naktuinbouw, Select Plan, Sedex en SNF. Ook de afnemer van het zachtfruit, Albert Heijn, stelt eisen aan de kwaliteit van de bedrijfsvoering en de huisvesting door middel van het programma ‘Beter om twee personen op een
met
,
voor
Boer en Natuur’.
De uitbreiding
van
de huisvesting zal minimaal voldoen geldende SNF-normen.
aan
de
op
het
moment van aanvragen
Samenstelling personeel Het tijdelijke personeel dat bij initiatiefnemer werkt, is divers. Van het personeel is ongeveer de helft man en de helft vrouw. De mannen en de in principe dezelfde werkzaamheden, waarbij de vrouwen verrichten mannen wel eerder ingezet worden bij werkzaamheden waar meer kracht voor nodig is en vrouwen eerder de werkzaamheden met fijnere motoriek
verrichten. De leeftijden van het personeel lopen uiteen van 20 tot ouder dan 50 jaar. Een aanzienlijk deel van het personeel dat bij de initiatiefnemer werkt, komt
jaarlijks terug om werkzaamheden te verrichten op het bedrijf van initiatiefnemer. Op dit moment komt tussen de 70 en 80% van het totale aantal het jaar daarop weer terug. Eén van de redenen hiervoor is dat het meer is over en personeel dan tevreden de huisvesting arbeidsomstandigheden zoals initiatiefnemer faciliteert. Initiatiefnemer heeft zelf ook belang bij terugkerend personeel. Zo weet zij onder andere wat voor type mensen zij in huis haalt en hoeft zij niet ieder jaar al het personeel in te werken, waardoor de werkzaamheden beter uitgevoerd worden. Verblijfsduur personeel Het tijdelijk personeel dat gebruik maakt van de huisvesting is personeel dat valt binnen de categorie ‘short stay’. Een individueel persoon verblijft niet langer dan 4 maanden per jaar op het bedrijf van initiatiefnemer. Er wordt een nachtregister bijgehouden waaruit dit blijkt.
Beheer en toezicht Met
de uitbreiding van het aantal mensen dat op de locatie wordt gehuisvest, wordt het beheer en toezicht van de locatie nog belangrijker. Toelichting Eindje 6 te Lierop
11
Initiatiefnemer is zelf woonachtig op de locatie en het kantoor is hier gevestigd, waardoor het beheer optimaal is. Dit zorgt ook voor een goed sociaal beheer, er is een centraal aanspreekpunt waar arbeidsmigranten terecht kunnen met vragen. De werknemers die
gaan verblijven op Eindje 6, arriveren bij aanvang van hun tijdelijk dienstverband allemaal in een relatief korte periode (in het weekend). Zodra de werkperiode om is, verlaten ze de locatie eveneens allemaal in een relatief korte periode (eveneens in het weekend). De meeste tijdelijke arbeidskrachten komen met gezamenlijk vervoer naar Eindje 6. Denk hierbij aan touringcars (30-50 personen), taxibusjes (8 personen) of met vier personen in een personenauto, danwel met taxivervoer vanaf vliegveld Eindhoven. Op deze manier wordt de overlast voor de omgeving tot een minimum beperkt.
Als de werknemers op de locatie gaan verblijven, moeten zij zich houden aan het huishoudelijk reglement van initiatiefnemer. Iedere werknemer krijgt dit document beschikbaar gesteld in de eigen taal. Er zijn passende maatregelen verbonden aan het overtreden van het huisreglement. In het beheermaatregelendocument van de initiatiefnemer is vastgelegd hoe de locatie beheerd wordt. In dit document is vastgelegd hoe omgegaan
wordt met drugsgebruik (niet toegestaan) en alcoholgebruik. Verder staat opgenomen hoe te handelen in geval van ziekte, o. a. wie daarvoor het aanspreekpunt is. Ook staan er afspraken in over hoe om te gaan met afval (in de prullenbakken gooien en niet in de bermen) en dat de huisvesting en de omgeving schoon gehouden moet worden. Het personeel wordt erop gewezen dat ze zich aan de verkeersregels moeten houden, wat mede gecontroleerd wordt door de GPS-trackers die gemonteerd zijn in de vervoersmiddelen van het bedrijf. Tot slot staan er afspraken in over het produceren van geluid. Aan het niet respecteren van deze afspraken zijn consequenties voor het personeel
verbonden. Het bedrijf heeft ook vastgelegd hoe het beheer is geregeld. Het beheer op de locatie is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer en de daarvoor opgeleide meertalige medewerkers. Zij zijn gezamenlijk verantwoordelijk
het ontvangen van de bewoners, het welzijn van de bewoners en voor goede informatievoorziening. Dit gaat verder dan het werkgeverschap, de gebruikers worden ook ontzorgd op het gebied van bijvoorbeeld zorg. Afspraken worden, indien nodig, gemaakt en begeleiding van de medewerker naar de afspraak, maar ook bij de administratieve afhandeling. Daarnaast zorgen zij voor de communicatie naar de omwonenden en zijn het aanspreekpunt voor de bewoners, omwonenden en derden. voor
De controle
op algemene gebreken is doorlopend. De brandmeldinstallatie wordt maandelijk gecontroleerd en elk kwartaal vindt er een uitgebreide
Toelichting Eindje 6 te Lierop
12
inspectie plaats van de verblijven en de omgeving. Het onderhoud van de huisvesting en de voorzieningen is geregeld in een onderhoudsschema.
Om te kunnen recreëren is er in de huidige locatie voorzien in een moderne fitnessruimte, een hoek met hangtafels, een pingpongtafel en een biljarttafel. Verder worden er regelmatig activiteiten georganiseerd, zoals het vieren van een jubileum of verjaardag. Ook heeft het personeel de mogelijkheid om gebruik te maken van de aanwezige barbeques. Verder beschikt het bedrijf over twee vertrouwenspersonen. Deze zijn over het algemeen goed bereikbaar, maar desondanks is er wekelijks een inloopspreekuur. De initiatiefnemer wil een goede relatie onderhouden met de omwonenden. Dit is niet alleen de wens van de initiatiefnemer zelf, maar ook een vereiste van de SNF-certificering. De SNF controleert ook of de omwonenden geïnformeerd zijn. De contactgegevens zijn/worden beschikbaar gesteld aan omwonenden. Daarnaast zijn de contactgegevens vermeld op de website en is het mogelijk om via deze website klachten door te geven. Deze zijn persoonlijk overhandigd danwel in de brievenbus gedaan. Initatiefnemer kan
aangesproken worden als de omwonenden zich ergens zorgen over maken. Dit kan snel, omdat de initiatiefnemer op de locatie zelf woonachtig is. Initiatiefnemer beschikt over een klachtenprotocol, waarin opgenomen is hoe er met klachten wordt omgegaan en hoe de opvolging op een klacht plaatsvindt. Dit klachtenprotocol is tevens onderdeel van de SNFcertificering. Vanuit de afnemers
de planten als van het zachtfruit) worden steeds strengere eisen gesteld aan het geleverde materiaal. Het gaat zo ver dat de klanten eisen stellen aan de werkwijze van het bedrijf (bijvoorbeeld een overdekte substraatruimte of een aparte sealruimte voor het verpakken van het fruit). van
het bedrijf (zowel
van
De
verlengde loodsen, de afwijkend gerealiseerde koelcellen en de expeditieruimte worden met de voorziene ontwikkeling binnen het bouwvlak gebracht. Daarnaast wordt er ruimte gecreëerd voor de uitbreiding van de huisvesting, zodat er in de toekomst maximaal 350 personen gehuisvest kunnen worden. Tot slot wordt het mogelijk om het kantoor uit te breiden. Om alle voornoemde ontwikkelingen passend te maken binnen het bouwvlak is de wens om de vorm van het bouwvlak te veranderen, zie navolgende afbeelding voor de gewenste situatie.
Toelichting Eindje 6 te Lierop
13
Figuur 6 Gewenste vorm van het bouwvlak.
De vorm van het gewijzigde bouwvlak blijft dezelfde oppervlakte behouden (26. 439 m)2 als in de huidige situatie en wordt dus niet vergroot. Omdat het bouwvlak van vorm wordt veranderd, is het tevens noodzakelijk om
bestemmingsvlak “Agrarisch – Agrarisch bedrijf” van vorm te veranderen. De oppervlakte van het bestemmingsvlak is en blijft 48. 303 m 2 en wordt dus niet vergroot. Zie voor het huidige en toekomstige bestemmingsvlak de navolgende figuren. Figuur 7 Bestaand bestemmingsvlak
Toelichting Eindje 6 te Lierop
14
Figuur 8 Gewenst bestemmingsvlak
Toelichting Eindje 6 te Lierop
15
3
BELEIDSKADER
3. 1
RIJKSBELEID
3. 1. 1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie aan voor de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor urgente maatschappelijke opgaven die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal gelden zoals klimaatverandering, de energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een perspectief om voort te bouwen op bestaande landschappen en historische steden. In de NOVI zijn vier prioriteiten opgesteld: ruimte voor klimaatadaptatie
en
energietransitie;
duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking In deze ruimtelijke motivering zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate relatief kleinschalige en lokale ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie.
3. 1. 2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. In de AMvB
zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal opgenomen.
Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied.
Toelichting Eindje 6 te Lierop
16
Doorwerking Het Barro heeft voor wat betreft de genoemde onderwerpen en gezien de aard en kleinschaligheid van het project, geen gevolgen voor de realisatie van
3. 1. 3
het initiatief.
Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3. 1. 6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1. 1. 1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of
zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. ” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Zie o. a. ABRS 1 juni 2016
(ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe
stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. ” (artikel 3. 1. 6 lid 2 Bro). Het doel van de Ladder is derhalve zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk
belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Doorwerking Om de ontwikkeling voor wat betreft de huisvesting formeel mogelijk te maken, moet het bestemmingsplan ter plaatse gewijzigd worden. Het plan betreft
uitbreiding met de realisatie van huisvesting voor tijdelijk personeel ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering, met daarbij een uitbreiding van kantoor ten behoeve van het agrarische bedrijf, een
Toelichting Eindje 6 te Lierop
17
uitbreidingen van loodsen als dan niet met koelcellen. Deze zijn eveneens ten behoeve van het agrarisch bedrijf. Aanvankelijk had initiatiefnemer het plan opgevat om op andere locaties in de gemeente Someren deze extra arbeidsbehoefte te huisvesten. Echter, onder meer vanuit efficiencyoverwegingen, alsmede vanuit logistiek oogpunt is het wenselijk om de huisvesting op Eindje 6 te concentreren. Daarbij heeft initiatiefnemer tevens overwogen dat het op andere locaties niet wenselijk is om de buurt te belasten. Eindje 6 is ook vanuit de mogelijke impact op de omgeving de meest geschikte locatie: er is voldoende ruimte, de ontsluiting is optimaal (aan de achterzijde), het kantoor is hier gevestigd, er zijn hierdoor minder vervoersbewegingen en de benodigde voorzieningen zijn al (grotendeels) aanwezig. Ten behoeve van de ontwikkeling is door de gemeente een advies gevraagd bij de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB). De AAB heeft geoordeeld dat de uitbreiding van het bedrijf noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering op de locatie Eindje 6 (zie bijlage 3). Nu duidelijk is dat de ontwikkelingen welke met dit plan zijn voorgestaan ten behoeve van de ontwikkeling agrarisch bedrijf zijn, is het verder doorlopen van de Ladder Duurzame verstedelijking niet noodzakelijk.
De ontwikkeling van een agrarisch bedrijf is per definitie geen stedelijke ontwikkeling, daar een stedelijke ontwikkeling gedefinieerd is als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een
bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Een agrarisch bedrijf valt niet onder deze definitie. Indien de realisatie van de huisvesting voor arbeidsmigranten wèl zou gelden als een nieuwe stedelijke ontwikkeling (hetgeen hier dus niet het geval is), zou een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3. 1. 6. Besluit ruimtelijke ordening) wettelijk verplicht zijn. Immers, het tweede lid van art. 3. 1. 6. luidt als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt,
bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. ” De motivering dat de behoefte
van onderhavige ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, is gelegen in het feit dat een deel van het personeel in reguliere woningen zou moeten worden gehuisvest. Deze woningen zijn daardoor niet beschikbaar voor de reguliere woningmarkt. Het woningtekort in de gemeente, maar ook in de regio is groot. Met de realisatie van de onderhavige huisvesting op de locatie van initiatiefnemer wordt er geen extra beroep gedaan op de reguliere woningvoorraad.
Toelichting Eindje 6 te Lierop
18
3. 2
PROVINCIAAL BELEID
3. 2. 1
Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Omgevingsvisie NoordBrabant vastgesteld. Met deze omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De omgevingsvisie bevat de ambities voor de tot zijn mobiliserende Brabantse leefomgeving 2050. Daarnaast tussendoelen opgesteld voor de periode tot 2030. basisopgave van de Omgevingsvisie is werken gezondheid en omgevingskwaliteit. Daarnaast zijn de hoofdopgaven geformuleerd: De
veiligheid, volgende vier
aan
Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie. De provincie blijft inzetten
op duurzame verstedelijking door middel van herbestemming en transformatie in het bestaand bebouwd gebied. Hier liggen tevens kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en woningbouw.
De komende 10 jaar ligt er een forse woningbouwopgave van circa 120. 000 woningen, daarna loopt de woningbouwopgave in omvang terug. De provincie ziet deze opgave als kans om invulling te geven aan de energieopgave in het stedelijk gebied, het stedelijk gebied
klimaatbestendig te maken en de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen. Daarnaast zet de provincie in op een energieneutrale gebouwde omgeving in 2050. De provincie zet zich in voor de transitie van de woningvoorraad en andere gebouwen naar energie-neutraal, te beginnen met energiebesparing. Doorwerking Onderhavige ontwikkeling voorziet in een voorziening voor huisvesting van arbeidsmigranten. De Omgevingsvisie Noord-Brabant geeft hier geen concrete beleidslijnen voor. Gezien de grote behoefte aan huisvesting van arbeidsmigranten in de regio, wordt de ontwikkeling derhalve passend geacht binnen het generiek beleid van de Omgevingsvisie Noord-Brabant. 3. 2. 2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ vastgesteld maart In Interim (geconsolideerd op 21 2023). de omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen.
Toelichting Eindje 6 te Lierop
19
De
Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de huidige regels zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. De verordening bestaat uit tekst en kaartmateriaal. De tekst bevat regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het nemen van ruimtelijke besluiten. Aan de hand van de kaarten kan vastgesteld worden waar welke regels van toepassing zijn.
locatie is gelegen binnen ‘Gemengd landelijk gebied’, en ‘Stalderingsgebied’. De regels gekoppeld aan ‘Stalderingsgebied’ ziet toe op ontwikkeling van veehouderijen. Onder een veehouderij wordt volgens de begripsbepalingen van de Interim omgevingsverordening verstaan: De
agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren; Voorliggend project, de bouw van huisvesting voor tijdelijk personeel, het wijzigen van het bouwvlak en de uitbreiding van het kantoor, ziet niet op een ontwikkeling van een veehouderij. Er worden op de locatie geen van de genoemde diersoorten gehouden. De ontwikkeling van een grondgebonden agrarisch bedrijf zijn, buiten regels (artikel 3. 6. 2) voor teeltondersteunende kassen (tot maximaal 5. 000 m)2 en teeltondersteunende voorzieningen (tot een maximale omvang van 3 hectare binnen een bouwperceel) niet aan regels gebonden in de Interim omgevingsverordening. Voorliggende ontwikkelingen zijn met dit project niet aan de orde. Het project ziet toe op een uitbreiding van de huisvesting
het tijdelijke personeel, vormverandering van het bouwvlak en bestemmingsvlak. Omdat de oppervlakte van zowel het bouwvlak als het bestemmingsvlak niet toeneemt (er is sprake van vormverandering), is er geen sprake van vestiging of uitbreiding van een bouwperceel en is verdere toetsing niet noodzakelijk. Hierbij is beoordeeld of de watersilo’s aan te merken zijn als teeltondersteunende voorzieningen. Volgens het bestemmingsplan dat ter plaatse vigeert, luidt de definitie van teeltondersteunende voorzieningen als volgt: van
Ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een (grondgebonden) openof vollegronds tuinbouwbedrijf of - bedrijfstak, boom- of vaste plantenteeltbedrijf of bedrijfstak en die gebruikt worden om de teeltomstandigheden c. q. bedrijfsvoering te optimaliseren. De opslag
schoon gietwater is een essentieel onderdeel voor de onderhavige plantenteelt, want zonder voldoende gietwater kan de teelt eenvoudigweg niet plaatsvinden. De teelt van de vruchten (aardbeien en frambozen) vindt plaats onder kappen, waardoor er geen (vuil) hemelwater bij de planten terecht kan komen. van
Planten hebben echter wel water nodig, want anders produceren de planten minder vruchten of vallen ze zelfs helemaal uit. Daarom worden de planten
Toelichting Eindje 6 te Lierop
20
middels druppelslangen voorzien van voldoende water. Op deze wijze kan naar behoefte water aan de planten worden gegeven. Kortom, de watersilo’s zijn essentieel voor de agrarische bedrijfsvoering (plantenteelt) ter plaatse. De watersilo’s worden gebruikt om de teeltomstandigheden te optimaliseren en zijn daarmee volgens de aan te definitiebepaling uit het bestemmingsplan merken als teeltondersteunende voorzieningen. Daarnaast voldoen de watersilo’s aan de bouwregels uit het bestemmingsplan. Hierbij hoeven deze voorzieningen niet binnen het bouwvlak gebracht te worden. Voor de huisvesting van tijdelijk personeel zijn in de Omgevingsverordening geen regels opgenomen. In de toelichting op artikel 3. 80 (Maatwerk voor
collectieve woonvormen) wordt aangegeven dat de huisvesting van onder andere arbeidsmigranten van invloed is op de kwantitatieve vraag naar woningen. De vraag naar huisvestingmogelijkheden voor deze doelgroep is groot.
Tot slot gelden vanuit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant regels over kwaliteitsverbetering. Deze regels zijn vastgelegd in artikel 3. 9 van deze Omgevingsverordening. Het principe voor kwaliteitsverbetering van het landschap is in principe van toepassing op alle ruimtelijke
ontwikkelingen die plaatshebben buiten het bestaand stedelijk gebied, zoals begrensd in de Interim Omgevingsverordening. In het document “Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren 2020” wordt het tijdelijk huisvesten van seizoenarbeiders op (agrarische) bedrijven binnen het vigerend bouwvlak, in ofwel tijdelijke wooneenheden, stacaravans of woonunits, ofwel in binnen de vigerende bouwregeling bestaande en/of nieuw op te richten bedrijfsbebouwing, waarbij geen zelfstandige woonruimte(n) ontstaan aangemerkt als een categorie 2 ontwikkeling. Ook de vormverandering van een vigerend bestemmingsvlak/bouwvlak, zonder dat er sprake is van een afwijking van de vigerende bouwregels en zonder dat dit leidt tot een vergroting van het bestemmingsvlak/bouwvlak, valt in categorie 2. Categorie 2 ontwikkelingen zijn ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing. Extra investeringen in kwaliteitsverbetering zijn niet noodzakelijk. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Zie hiervoor bijlage 4. 3. 3
REGIONAAL BELEID: ARBEIDSMIGRANTEN REGIO DE PEEL
AFSPRAKENKADER
Op 23 september 2021 heeft de Regiotafel Arbeidsmigranten van de provincie Noord-Brabant plaatsgevonden, waarin onder meer is afgesproken dat bestuurders, werkgevers en huisvesters actie gaan ondernemen om de leefomstandigheden van arbeidsmigranten in de regio De Peel verbeteren. De gemeente
samenwerking
Someren valt onder regio De Peel. Dit is een collegede 5 gemeenten in regio De Peel met als doel om
van
Toelichting Eindje 6 te Lierop
21
randvoorwaarden te creëren voor goede en humane huisvesting, scholing, zelfbeschikking, gezondheid en integratie. Arbeidsmigranten houden de economie draaiend. Nu en in de toekomst heeft de provincie deze aanvullende arbeidskrachten hard nodig. Het is daarom van belang om de arbeidsmigranten en hun inzet en talenten te binden aan de regio. De randvoorwaarden zijn noodzakelijk op de leefgebieden wonen, werken en welzijn, deze zijn namelijk nog niet allemaal goed ingevuld.
Als instrument om als overheden samen en met partners verbeteringen te realiseren kiest regio De Peel voor een regionaal afsprakenkader. Dit afsprakenkader kwam tot stand dankzij inbreng vanuit lokale, regionale en provinciale overheden. Het realiseren van goede omstandigheden voor arbeidsmigranten is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid en partners waaronder uitzendbureaus, werkgevers, huisvesters, woningcorporaties, ontwikkelaars en maatschappelijke organisaties. Zij zijn onderling afhankelijk en complementair in hun rollen. Zo kunnen kwalitatief goede huisvesting en arbeidsomstandigheden voor positieve beeldvorming en vergroten van draagvlak zorgen en daarmee ondersteuning van de lokale en regionale economie. Dit afsprakenkader vormt een stevige basis voor de afgestemde aanpak. De urgentie ligt bij het oplossen van de huisvestingsopgave. Arbeidsmigranten in de regio zijn in verschillende sectoren werkzaam. Dit kan per gemeente verschillen en dit vereist ook lokaal maatwerk. Het profiel van arbeidsmigranten verschilt per gemeente en ook de manier waarop arbeidsmigranten gehuisvest kunnen worden. Zo kan huisvesting van seizoensarbeiders vaak op het terrein van de betreffende agrariër
plaatsvinden. Gemeenten gebruiken dit afsprakenkader als aanvulling op en/of context voor lokaal beleid. Door het vaststellen van deze afspraken geeft de regio duidelijkheid aan de partners onder welke voorwaarden zij een bijdrage kunnen leveren aan de opgaven rond arbeidsmigranten. Het regionale afsprakenkader laat ruimte voor lokale keuzes en besluitvorming. Het laat ook ruimte voor verdergaande samenwerkingsafspraken op het niveau van de subregio’s Wonen. Denk hierbij aan het elkaar helpen bij het realiseren van de huisvestingsopgave. De onderhavige ontwikkeling past binnen dit afsprakenkader, omdat de huisvesting op het terrein de agrariër zelf plaatsvindt.
3. 4
GEMEENTELIJK BELEID
3. 4. 1
Structuurvisie Someren 2028 De gemeente Someren heeft op 24 april 2013 de Structuurvisie Someren 2028 vastgesteld. In dit document wordt een weloverwogen duidelijk ruimtelijk toekomstbeeld geschept van de gemeente Someren. Dit geeft in roerige tijden een bepaalde mate van zekerheid en houvast in de beslissingen en afwegingen van burgers, ondernemers en investeerders.
Toelichting Eindje 6 te Lierop
22
De gemeente staat open voor nieuwe initiatieven, mits deze passen binnen de ruimtelijke structuurvisie en binnen overig relevant beleid. Deze initiatieven zal de gemeente per geval beoordelen om te bezien of zij
hieraan haar medewerking kan verlenen. In de Structuurvisie wordt wat betreft het onderwerp wonen verwezen naar de Woonvisie die op 26 september 2012 is vastgelegd. In navolgende paragraaf wordt hier verder op ingegaan. Het beleid gaat niet specifiek in op de ontwikkeling van agrarische bedrijven, buiten intensieve veehouderijen. De gemeente onderkent dat er de noodzaak is om bedrijven te vergroten om goed economisch te kunnen
blijven functioneren. 3. 4. 2
Woonvisie Someren 2030
heeft de gemeenteraad ingestemd met de woonvisie. Deze woonvisie stuurt op onderscheidende woonmilieus. De gemeente wil dit als volgt bereiken: Realisatie van woningbouwplannen die uitvoering-gereed zijn en deze optimaliseren volgens de principes van zelf-doen en circulariteit. Opwaardering van de bestaande voorraad uit oogpunt van een duurzaam en bereikbaar aanbod voor uiteenlopende doelgroepen. Nieuwe woningbouwplannen zelf actief ontwikkelen en faciliteren waarbij het meebewegen met de behoeften in de kernen het vertrekpunt is. Op
19 december
2019
Via de woonvisie wordt uitwerking
gegeven aan de woningbouwambitie en wordt invulling gegeven aan waar en welk type woningen moeten komen. Binnen de woonvisie worden in het kader van volkshuisvesting drie bijzondere doelgroepen genoemd, gebaseerd op het landelijke beleid. De eerste groep betreft woonwagenbewoners, de tweede groep bestaat uit een minimaal aantal personen / huishoudens, waarbij de vraag gesteld kan worden of het niet wederzijds beter is om deze personen in een specifieke woonvorm te laten wonen. Derde specifieke doelgroep is de doelgroep van de arbeidsmigranten, in het verlengde daarvan expats. De gemeente heeft in de woonvisie niet specifiek aandacht gegeven aan de doelgroep arbeidsmigranten. Er is door de gemeenteraad apart beleid vastgesteld voor de huisvesting van arbeidsmigranten.
3. 4. 3
Beleid huisvesting arbeidsmigranten 2020 De gemeente Someren heeft beleid opgesteld voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Het doel van dit beleid is het goed en veilig huisvesten van arbeidsmigranten. Initiatiefnemer is voor haar bedrijfsvoering afhankelijk van arbeidsmigranten. Daarom wenst initiatiefnemer gebruik te maken van de mogelijkheden die de gemeente biedt. Daarnaast wil ook initiatiefnemer een goede en veilige huisvesting van haar personeel, wat aansluit bij de doelen van de gemeente.
Toelichting Eindje 6 te Lierop
23
De behoefte
aan inzet van extra arbeidskrachten is tegenwoordig voor zowel laaggekwalificeerd werk (onder andere land- en tuinbouw, vlees- en metaalindustrie) als hooggekwalificeerd werk. Het invullen van dit werkaanbod aan onze Nederlandse economie is onmisbaar, aangezien arbeidsmigranten bijdragen aan het oplossen van knelpunten op de arbeidsmarkt. De verwachting is dat het aantal arbeidsmigranten de komende jaren verder zal groeien.
het buitengebied is dat er uitsluitend arbeidsmigranten gehuisvest worden die ter plaatse bij het agrarisch bedrijf werkzaam zijn, met standaard een maximum van 40 personen. Als een bedrijf meerdere locaties heeft, wordt dit gezien als ter plaatse werkzaam. Bij vollegrondstuinbouwbedrijven en glastuinbouwbedrijven kan er jaarlijks ontheffing verleend worden om in de piekmomenten, voor een periode van maximaal 6 maanden, meer arbeidsmigranten te huisvesten die ter plaatse werkzaam zijn. Bewoning kan zowel in woonunits als in vaste gebouwen, met dien verstande dat woonunits na afloop van de termijn verwijderd dienen te worden. De extra behoefte aan huisvesting in units moet jaarlijks door de aanvrager onderbouwd worden. Het
eerste
uitgangspunt
in
Verder spreekt de gemeente in haar beleid de voorkeur uit om grotere huisvestingslocaties in het buitengebied te verspreiden om een concentratie te voorkomen. Bij de beoordeling van de aanvragen kijkt het college van de gemeente Someren of er in de omgeving van de aanvraag geen sprake is van een concentratie aan panden voor de huisvesting van tijdelijke personeel. In de omgeving van het projectgebied is geen sprake van een dergelijke concentratie. In haar principeakkoord voor dit plan heeft de gemeente een afweging gemaakt waarom het in dit geval mogelijk is om meer personen op de locatie te huisvesten. In de eerste plaats heeft de AAB geoordeeld dat de huisvesting van 350 personen afgestemd is op de omvang van de agrarische bedrijfsvoering. Het huisvesten van 350 personen heeft ook ruimtelijke voordelen. Het grootste deel van de arbeidsmigranten werkt op de locatie Eindje 6 of op de aangrenzende gronden. Om deze reden vermindert het van op 6 huisvesten arbeidsmigranten Eindje het aantal verkeersbewegingen. Daarnaast zijn de meeste voorzieningen al (grotendeels) aanwezig, omdat er nu al 200 arbeidsmigranten worden gehuisvest op de locatie en in de piek nog eens 60 extra in de tijdelijke units.
Bijkomend voordeel is dat, door de mogelijkheden te bieden voor de huisvesting van arbeidsmigranten aan Eindje 6, wordt voorkomen dat er extra druk ontstaat op de reguliere woningvoorraad. Bovendien is er in de omgeving geen sprake van een concentratie van meerdere
huisvestingslocaties. Concluderend kan gesteld worden dat de ontwikkeling passend is op de locatie en in de omgeving. Nachtregister
Toelichting Eindje 6 te Lierop
24
Op de locatie wordt een nachtregister bijgehouden. Tevens wordt er zorg voor gedragen dat arbeidsmigranten zich op een passende wijze inschrijven (in de BRP, voor het onderdeel Register niet-ingezetenen, bij een verblijf korter dan 4 maanden en in de Gemeentelijke basisregistratie persoonsgegevens bij een verblijf langer dan 4 maanden). Verhouding tot omliggende functies Ten aanzien van het beperken
de overlast worden er afspraken gemaakt met het personeel. Ook wordt er toezicht geregeld op het bedrijf. Verder zal het bedrijf goed bereikbaar zijn voor de omwonenden, door het beschikbaar stellen van telefoonnummers en contactgegevens. Deze zijn voor de huidige huisvesting reeds verstrekt en worden voor de nieuwe huisvesting opnieuw verstrekt. van
de toets van een mogelijke belemmering voor omliggende bedrijven en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving wordt verwezen naar hoofdstuk 4. Daar wordt op alle relevante aspecten ingegaan. Hieruit komt naar voren dat er geen belemmeringen zijn voor de ontwikkeling van de nieuwe loods met deels huisvesting. Ten aanzien
van
Voorwaarden en parkeergelegenheid Ten aanzien van parkeren geldt dat de gemeente Someren een parkeernorm hanteert van 0,7 parkeerplaats per persoon c. q. verblijfplaats. In de toekomstige situatie is het de wens om de huidige huisvesting aan de Eindje 6 te Lierop uit te breiden van de huidige vergunde 200 naar 350 tijdelijke arbeidskrachten. Op het terrein zijn, voor de huidige huisvesting van 200
tijdelijke arbeidskrachten en conform de parkeernorm van de gemeente Someren, reeds 140 parkeerplaatsen gerealiseerd. Voor de extra 150 tijdelijke arbeidskrachten moeten er, wederom volgens de parkeernorm van de gemeente Someren, nog 105 parkeerplaatsen extra worden gerealiseerd (0,7x150). Het totaal aantal parkeerplaatsen
dat aanwezig moet zijn volgens de parkeernorm de Someren bedraagt daarmee voor de gehele huisvesting van 350 tijdelijke arbeidskrachten: 245 parkeerplaatsen. van
gemeente
In de praktijk is gebleken dat niet alle tijdelijke arbeidskrachten met eigen vervoer naar de locatie komen. De ervaring is dat de meeste tijdelijke arbeidskrachten met gezamenlijk vervoer vanuit Polen naar Eindje 6 te Lierop komen. Denk hierbij aan touringcars (30-50 personen), taxibusjes (8 personen) of met meerdere personen in een personenauto, dan wel met taxivervoer vanaf vliegveld Eindhoven. In de praktijk is de daadwerkelijke
parkeerbehoefte voor de huisvesting bij het bedrijf van intiatiefnemer daardoor aanzienlijk minder dan de voorgeschreven parkeernorm van de gemeente Someren. Voorgesteld wordt om aan te sluiten bij de parkeernorm voor huisvesting van tijdelijke personeel die veel andere gemeentes (onder andere Meierijstad, Land van Cuijk en Peel en Maas) hanteren. Deze norm voor
Toelichting Eindje 6 te Lierop
25
parkeren is gebaseerd op de CROW-norm voor parkeren bij pensions. Deze parkeernorm bedraagt 0,7 parkeerplaats per kamer, waarbij er twee personen per kamer verblijven. Dit in de plaats van 0,7 parkeerplaats per persoon zoals gehanteerd door de gemeente Someren. Als uitgegaan wordt van deze norm komt daaruit het volgende aantal benodigde parkeerplaatsen naar voren: In de toekomstige situatie is sprake van 175 kamers (2 personen per kamer). Bij een parkeernorm van 0,7 parkeerplaats per kamer, zullen er daarmee afgerond 123 parkeerplaatsen nodig zijn. Dit aantal,
van 123 parkeerplaatsen, sluit aan bij de ervaringen dat de initiatiefnemer nu heeft bij de huisvesting van 200 personen. In de pieken zijn rond de 60 tot 70 parkeerplaatsen bezet. Dit komt neer op een parkeerbehoefte van 0,6 tot 0,7 parkeerplaats per kamer, vrijwel gelijk aan de CROW-norm van 0,7 parkeerplaats.
Als uitgegaan kan worden van de voorgestelde norm van 0,7 parkeerplaatsen per kamer (conform de CROW, andere gemeentes en de jarenlange ervaring van de initiatiefnemer zelf) heeft de reeds aanwezige parkeerplaats met 140 parkeerplaatsen al meer dan voldoende capaciteit voor de huisvesting van de 350 tijdelijke arbeidskrachten. Uit de CROW blijkt immers een parkeernorm van 123 plaatsen voor 175 kamers voor totaal 350 tijdelijke arbeidskrachten. Uitbreiding van de aanwezige parkeerplaatsen is daarmee niet noodzakelijk. Op het terrein van het bedrijf bij Eindje 6 te Lierop is er daarnaast voldoende ruimte om in geval van uitzonderlijke situaties tijdelijk extra parkeerplaatsen te realiseren. Hier is voldoende verharding aanwezig die dan tijdelijk hiervoor ingezet kan worden.
Toelichting Eindje 6 te Lierop
26
Figuur 9 Gewenste parkeerplaatsen Eindje 6
SNF-Norm Het pand wordt gerealiseerd volgens de normen van Stichting Normering Flexwonen (SNF). SNF beheert de registers van ondernemingen die aan de
huisvesting van arbeidsmigranten voldoen en onderhoudt deze normen. Organisaties zoals die van initiatiefnemer die huisvesting voor arbeidsmigranten aanbieden, kunnen een certificaat van de Stichting Normering Flexwonen behalen. Hiervoor dienen zij te voldoen aan de norm voor huisvesting van arbeidsmigranten. norm voor
Huisvestingslocaties van de organisaties die zich aanmelden bij de Stichting Normering Flexwonen worden jaarlijks gecontroleerd. Voldoet de huisvesting niet, en worden zaken niet snel hersteld, dan wordt de aanbieder van huisvesting uit het register van de Stichting Normering Flexwonen geschreven. Het gebouw
wordt gerealiseerd volgens de eisen zoals gesteld in het Bouwbesluit en voldoet aan de eisen die gesteld worden aan de brandveiligheid. Tevens zal het gebouw voldoen aan de eisen van de SNFnormering zoals deze geldt op het moment van aanvragen de vergunning voor de huisvesting. initiatiefnemer is zelf woonachtig op de locatie en treedt op als beheerder. Er is een informatiekaart aanwezig met daarop de door de SNF gevraagde informatie. De
Het nieuwe gebouw voldoet
aan de eisen zoals gesteld door SNF en het pand wordt na realisatie regelmatig gecontroleerd door een onafhankelijke instantie. Hiermee wordt zeker gesteld dat het pand blijft voldoen.
Conclusie Toelichting Eindje 6 te Lierop
27
De huisvesting wordt gerealiseerd op
een
wijze die passend is in het beleid.
Verder neemt het bedrijf maatregelen en zijn er afspraken met het personeel zodat er geen overlast ontstaat. Dit blijkt verder ook uit de toetsing in hoofdstuk 4. Tot slot voldoet de huisvesting
meer
dan
aan
de SNF
en
is er
meer
dan
voldoende parkeergelegenheid. Vigerend bestemmingsplan “Buitengebied Someren – Deelgebied 4” Op het perceel rust, op grond van het bestemmingsplan “Buitengebied Someren – Deelgebied 4”, de enkelbestemming “Agrarisch – Agrarisch bedrijf” met een bouwvlak met functieaanduiding “specifieke vorm van agrarisch – voorwaardelijke verplichting 400”. Verder is er sprake van de gebiedsaanduidingen “Overige zone - bebouwingsconcentratie”, “Overige zone - stalderingsgebied”, “Overige zone – voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing 402” en “Vrijwaringszone – invliegfunnel”. Zie onderstaande figuur. Daarnaast kent een deel van het plangebied de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 4”.
3. 4. 4
Figuur 10 Uitsnede Ruimtelijkeplannen. nl
Op grond van artikel 4. 1. van de planregels zijn de voor “Agrarisch Agrarisch bedrijf” gronden bestemd voor (voor zover relevant): a.
b. c.
d.
e.
f. g.
h. i.
–
De
uitoefening van een agrarisch bedrijf met de bijbehorende bedrijfsbebouwing, niet zijnde een veehouderij, een glastuinbedrijf; Eén bedrijfswoning per bestemmingsvlak, tenzij anders aangeduid; Bij het agrarisch bedrijf behorende gebouwen, bouwwerken, installaties en voorzieningen op bedrijfsniveau, hieronder in ieder geval begrepen bedrijfsgebouwen (anders dan kassen), verwerkingsruimten, sleufsilo’s voerplaten, (vaste) mestplaten, waterbassins van folie, alsmede permanente en tijdelijk teeltondersteunende voorzieingen; Mestopslagsilo’s en mestbassins van folie ten behoeve van een op dezelfde locatie gevestigde veehouderij, paardenhouderij of grondgebonden teeltbedrijf; […]; […]; […]; […]; […];
Toelichting Eindje 6 te Lierop
28
j.
k. l.
m. n. o.
[…]; […]; Productiegebonden detailhandel (verkoop van eigen producten), uitsluitend als ondergeschikte functie tot een maximum van 50 m 2 bruto vloeropperlvakte; Aan huis verbonden beroepen conform de bepalingen in artikel 4. 4. 2. ; Water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; groenvoorzieningen, en Landschapselementen, erfbeplanting landschappelijke inpassing, hieronder tevens begrepen tuinen en erven;
p. q.
Verhardingen, (onverharde) parkeervoorzieningen; Extensief recreatief medegebruik.
paden,
parkeerplaatsen
en
De planregels bepalen dat ter plaatse
van de aanduiding 'bouwvlak' een grondgebonden agrarisch bedrijf mag worden uitgeoefend. Een agrarisch bedrijf is hierbij gedefinieerd in artikel 1. 10:
Artikel 1. 82 bepaalt dat onder een grondgebonden teeltbedrijf het volgende moet worden verstaan: agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. Het bedrijf van initiatiefnemer richt zich op de teelt van aardbeien-, frambozen-, bramen- en aspergeplanten in de buiten lucht. Verder richt het bedrijf zich ook op de productieteelt van aardbeien en frambozen. Het bedrijf heeft circa 290 ha grond in gebruik voor de teelt. Aldus is er sprake van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Op grond van artikel 4. 2. van de planregels mag binnen het bouwvlak het volgende worden opgericht: a.
b. c.
d. e.
Bedrijfsgebouwen, hiervoor gelden de volgende bepalingen (in hoever van toepassing): de maximale toegestane goothoogte is 4,50 m; de maximale toegestane bouwhoogte is 10 m; de dakhelling dient tussen den 20 graden en de 60 graden te zijn; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m; de afstand tot de as van de weg is ten minste 20 m indien op het perceel een bouwvlak aanwezig is, dient de bedrijfsbebouwing binnen het bouwvlak gebouwd te worden. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor agrarische doeleinden. bedrijfswoningen/plattelandswoningen bijgebouwen behorende bij de bedrijfswoning of plattelandswoning bouwwerken, geen gebouwen zijnde, behorende bij de bedrijfswoning of plattelandswoning.
Verder biedt het bestemmingsplan de mogelijkheden om, via een afwijking, maximaal 40 personen te huisvesten op een bedrijfslocatie, met daarbij de mogelijkheid om voor een periode van 6 maanden per jaar units bij te plaatsen. In 2019 is er een omgevingsvergunning, zowel bouwen handelen Toelichting Eindje 6 te Lierop
29
in strijd met de regels ruimtelijke ordening afgegeven voor de huisvesting van 200 arbeidsmigranten op de locatie Eindje 6. Daarnaast is er een tijdelijke vergunning verleend voor 2 jaar voor het huisvesten van 60 personen in tijdelijke units.
Doorwerking Het beoogde planvoornemen voorziet in de uitbreiding van de bestaande huisvesting van arbeidsmigranten. De realisatie van de huisvesting is op grond van het bestemmingsplan niet toegestaan en past ook niet binnen de opgenomen in De afwijkingsbevoegdheid zoals het plan. huisvestingbehoefte van het bedrijf is groter dan de 40 personen, waarbij het bedrijf meer dan 6 maanden per jaar meer dan 40 personen aan het werk heeft. Ook de eerder verleende vergunning voor het huisvesting van 200 personen voorziet niet in de nu gewenste verder ontwikkeling van deze
huisvesting. Daarbij is de uitbreiding van de beoogde huisvesting buiten het bouwvlak. Ook een gedeelte van de uitbreiding van de loodsen, het kantoor en de expeditieruimte zijn gelegen buiten het bouwvlak. Om
deze reden wordt een wijziging van de vorm van het bouwvlak meegenomen in de bestemmingsplanwijziging. Daarnaast wordt de huisvesting van 350 arbeidsmigranten, een uitbreiding van de eerder verleende 200 arbeidsmigranten, mogelijk gemaakt. 3. 4. 5
Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2022 Het beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2022 is door de gemeente Someren opgesteld om het aantrekkelijke landschap in de gemeente te beschermen. Het beeldkwaliteitsplan biedt hiervoor een houvast. Houvast in het vastleggen van de kernkwaliteiten en handvatten om hier toekomstgericht mee om te gaan. Met als einddoel: dat Someren een landschap heeft en houdt om trots op te zijn. De
locatie is gelegen in het kampenlandschap. Dit oude agrarische landschap wordt gekenmerkt door een onregelmatige structuur. De verkaveling is kleinschalig en op sommige plekken grillig van vorm. In de loop der tijd heeft het landschap een relatief meer open karakter gekregen. Van oorsprong komen hier veel meer landschapselementen voor zoals houtsingels en bosjes. Het gebied kent een grote afwisseling van groen en bebouwing. De boerderijen die van oudsher vrijliggend of in kleine clusters gebouwd zijn, liggen inmiddels in relatief dichte linten, knopen en clusters. De bolle akkers en steilranden, die door jarenlang landbouwkundig gebruik zijn ontstaan, kenmerken het gebied en onderscheiden het van de andere landschapstypen in Someren. Dit leidt tot de volgende bouwstenen die toegepast kunnen worden bij het uitwerken van een inpassingsplan: Architectuur; Bomenlanen; Bomenrijen;
Boomgaard; Toelichting Eindje 6 te Lierop
30
Bosjes;
Ecologische verbindingszone; Groen voorerf (voortuin met landelijk karakter). Hagen;
Hekwerken; Houtsingels; Kruidenrijke akker- en weideranden; Kruidenrijke vegetatie; Linten & clusters; Natuurvriendelijke oevers; Open ruimtes - maat M; Overige bebouwing of overige bouwwerken; Poelen; Recreatieve paden; Solitaire bomen en boomgroepen; Struweelhagen; Zichtlijnen - Maat M. Door Studio REDD is op basis van deze bouwstenen een inpassingsplan opgesteld. Zie navolgende figuur en het complete inpassingsplan in de bijlage 4. Met dit inpassingsplan is voldaan aan de voorwaarde van een goede landschappelijke inpassing van het plangebied. Figuur 11 Landschappelijke inpassing.
Toelichting Eindje 6 te Lierop
31
4
MILIEUHYGIËNISCHE & PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING
4. 1
ARCHEOLOGIE
4. 1. 1
Archeologie
EN CULTUURHISTORIE
De gemeente Someren heeft een archeolgische beleidskaart opgesteld voor de gemeente. Uit deze kaart blijkt de locatie te liggen binnen een zone met categorie 4. Dit zijn gebieden met hoge archeologische verwachtingen.
Onderzoeksplicht geldt bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van 250 m.2 Voor de uitbreiding van de huisvesting en de uitbreiding van het kantoor is nader onderzoek noodzakelijk. Figuur 12 Uitsnede archeologische beleidskaart
Er is door
ADC ArcheoProjecten in mei 2023 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op aanwezigheid van archeologische waarden op de locatie Eindje 6 te Lierop. De exacte verstoringsdieptes van de nieuwbouw zijn nog niet bekend. Ter plaatse van de westelijke uitbreiding kan uitgegaan worden van een lichte ondiepe fundering die mogelijk op de bestaande puinlaag zal worden aangebracht. Ter plaatse van de zuidelijke uitbreiding zullen poeren tot ca. 45 cm -mv worden geplaatst. Gezien de beperkte omvang van deze verstoringen wordt aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht. ADC ArcheoProjecten adviseert daarom om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze