R - 9 Bijlage Concept-NRD-380kV-Netuitbreiding-Maasbracht-Eindhoven
Tekst van het document
Tabel 5.1 Beoordelingskader Thema en aspect
Beoordelingscriterium
Methode
magneetvelden
gevoelige gebouwen binnen magneetveldzone (gebruiksfase)
fase 1: bepalen van het aantal gevoelige gebouwen binnen richtafstand(en) (GIS-analyse) fase 2: bepalen van het aantal gevoelige gebouwen binnen de berekende magneetveldzone 0,4 microtesla (rekenmodel)
geluid
effecten op geluidsgevoelige gebouwen en gebieden (aanlegfase en gebruiksfase)
fase 1: bepalen van het aantal gevoelige gebouwen en belast oppervlakte binnen richtafstanden van de werkzaamheden (GIS-analyse, verwachte materieelinzet); kwalitatieve beschouwing van de geluideffecten (gebruiksfase) fase 2: bepalen van het aantal gevoelige gebouwen en belast oppervlakte binnen de berekende geluidcontouren van de werkzaamheden, op basis van het basisontwerp (GIS-analyse, verwachte materieelinzet) (aanlegfase)
luchtkwaliteit
invloed op luchtkwaliteit (aanlegfase en gebruiksfase)
fase 1: bepalen van het aantal gevoelige gebouwen binnen de richtafstanden van de werkzaamheden (GIS-analyse, verwachte materieelinzet) (aanlegfase); kwalitatieve beschouwing van de luchteffecten (gebruiksfase) fase 2: bepalen van het aantal gevoelige gebouwen binnen de berekende luchtcontouren van de werkzaamheden, op basis van het basisontwerp (GIS-analyse, verwachte materieelinzet) (aanlegfase)
Natura 2000
effecten op habitattypen en soorten Natura 2000-gebied (aanlegfase en gebruiksfase)
fase 1: kwalitatief bureauonderzoek op basis van de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden, verspreidingskaarten en dosis-effectrelaties uit literatuur (incl. kwantitatieve modelstudie draadslachtoffers met toepassing van het 1 % mortaliteitscriterium), in een globale Passende Beoordeling, aansluitend bij het detailniveau voor de voorkeursbeslissing (gebruiksfase en aanlegfase); kwantitatieve AERIUS-berekeningen voor de werkzaamheden voor alle onderzoeksalternatieven (verwachte materieelinzet) (aanlegfase) fase 2: kwalitatief bureauonderzoek en veldonderzoek in de definitieve Passende Beoordeling (en evt. ADC-toets) (gebruiksfase en aanlegfase); kwantitatieve AERIUSberekening van de werkzaamheden op basis van het basisontwerp (aanlegfase)
Natuur Netwerk Nederland (NNN) en overige
effecten op NNN en weidevogelleefgebieden (aanlegfase en gebruiksfase)
fase 1: kwalitatief bureauonderzoek op basis van (beleids)kaarten, dosis-effectrelaties uit literatuur, en kwantificeren oppervlakteverlies weidevogelleefgebieden (GIS-analyse) (aanlegfase en gebruiksfase)
gezondheid
natuur
32 | 42
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Definitief
Thema en aspect
Beoordelingscriterium
Methode fase 2: aansluiten bij de resultaten uit het mitigatie- en compensatieplan
beschermde gebieden overige soorten
effecten op beschermde soorten en Rode lijstsoorten (aanlegfase en gebruiksfase)
fase 1: kwalitatief bureauonderzoek op basis van verspreiding(kaarten) van soorten (ondersteunde oriënterende veldbezoeken bij onduidelijkheden vanuit de bureaustudies), dosis-effectrelaties uit literatuur en voorkomen van soorten in landschapstypen (biotopen) (aanlegfase en gebruiksfase) fase 2: aansluiten bij resultaten uit gericht soortenonderzoek in het veld (mitigatie- en compensatieplan) (aanlegfase en gebruiksfase)
houtopstanden
effecten op houtopstanden (aanlegfase en gebruiksfase)
fase 1: berekenen van het oppervlakteverlies (GIS-analyse) en uitvoeren van een waardebepaling met bureauonderzoek (aanlegfase en gebruiksfase) fase 2: aansluiten bij resultaten uit de bomeninventarisatie (aanlegfase en gebruiksfase)
landschap, cultuurhistorie, aardkunde en archeologie landschap tracéniveau
landschap lijnniveau
landschap mastniveau
cultuurhistorie
33 | 42
beïnvloeding van bestaande samenhangen die het landschappelijk hoofdpatroon bepalen (gebruiksfase)
fase 1: bepalen van de invloed op het landschappelijk hoofdpatroon (GIS-analyse op ligging/doorsnijding (lengte/oppervlakte)), veldbezoek, visualisaties), en uitvoeren van een waardebepaling met bureauonderzoek fase 2: aansluiten bij resultaten van fase 1, aangevuld met gerichte veldbezoeken (indien noodzakelijk)
kwaliteit tracé: vormgeving van het tracé van de lijn (gebruiksfase)
fase 1: bepalen van de kwaliteit van het tracé op basis van tracéringsprincipes fase 2: aansluiten bij resultaten van fase 1, aangevuld met gerichte veldbezoeken (indien noodzakelijk)
beïnvloeding gebiedskarakteristiek (gebruiksfase)
fase 1: bepalen van de invloed op gebiedskarakteristiek(en), (GIS-analyse ligging/doorsnijding (lengte/oppervlakte), veldbezoek en visualisaties), en uitvoeren van een waardebepaling met bureauonderzoek fase 2: aansluiten bij resultaten van fase 1, aangevuld met gerichte veldbezoeken (indien noodzakelijk)
beïnvloeding samenhang tussen specifieke elementen en hun context op lijnniveau (gebruiksfase)
fase 1: bepalen van de invloed op specifieke elementen en hun samenhang (GIS-analyse ligging/doorsnijding (lengte /oppervlakte), veldbezoek, visualisaties), en uitvoeren van een waardebepaling met bureauonderzoek fase 2: aansluiten bij resultaten van fase 1, aangevuld met gerichte veldbezoeken (indien nodig)
beïnvloeding van samenhang tussen specifieke elementen en hun context (gebruiksfase)
fase 1: niet van toepassing fase 2: bepalen van de invloed op specifieke elementen en hun samenhang (GIS-analyse ligging/doorsnijding (lengte /oppervlakte), veldbezoek, visualisaties), en uitvoeren van een waardebepaling met bureauonderzoek, aangevuld met gerichte veldbezoeken (indien nodig)
fysieke beïnvloeding specifieke elementen (gebruiksfase)
fase 1: niet van toepassing fase 2: bepalen van de fysieke beïnvloeding op specifieke elementen (GIS-analyse ligging/doorsnijding (lengte/oppervlakte), veldbezoek, visualisaties), en uitvoeren van een waardebepaling met bureauonderzoek, aangevuld met gerichte veldbezoeken (indien nodig)
invloed op historische (steden)bouw (gebruiksfase)
fase 1: bepalen van de invloed op historische (steden)bouw (GIS-analyse ligging, verwachte materieelinzet), en uitvoeren van een waardebepaling met bureauonderzoek fase 2: op basis van resultaten van fase 1, aangevuld met gerichte veldbezoeken (indien nodig)
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Definitief
Thema en aspect
Beoordelingscriterium
Methode
invloed op historische geografie (gebruiksfase)
fase 1: beoordelen van de invloed op historische geografie (GIS-analyse ligging/doorsnijding (lengte/oppervlakte), verwachte materieelinzet), en uitvoeren van een waardebepaling met bureauonderzoek fase 2: aansluiten bij resultaten van fase 1, aangevuld met gerichte veldbezoeken (indien nodig)
aardkunde
invloed op aardkundige waarden (aanlegfase)
fase 1: bepalen van de ligging van assets ten opzichte van aardkundige waarden en monumenten (GIS-analyse doorsnijding (lengte/oppervlakte), verwachte materieelinzet), uitvoeren van een waardebepaling met bureauonderzoek fase 2: op basis van resultaten fase van 1, al dan niet aangevuld met gerichte veldbezoeken (indien nodig)
archeologie
aantasting van bekende archeologische waarden (aanlegfase)
fase 1: bepalen van de ligging van assets ten opzichte van bekende waarden conform beleidskaarten (GIS-analyse doorsnijding (lengte/oppervlakte), verwachte materieelinzet), uitvoeren van een waardebepaling met een quickscan fase 2: uitvoeren nader bureauonderzoek conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, inclusief benodigde vervolgstappen (veld- en bodemonderzoek)
aantasting van verwachte archeologische waarden (aanlegfase)
fase 1: bepalen van de ligging van assets ten opzichte van bekende waarden conform beleidskaarten (GIS-analyse doorsnijding (lengte/oppervlakte), verwachte materieelinzet), uitvoeren van een waardebepaling met een quickscan fase 2: uitvoeren nader bureauonderzoek conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, inclusief benodigde vervolgstappen (veld- en bodemonderzoek)
externe veiligheid
invloed op plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden (gebruiksfase)
fase 1: bepalen van de ligging van assets binnen risicobronnen met bureauonderzoek fase 2: op basis van resultaten van fase 1, aangevuld op basis van het basisontwerp
nautische veiligheid
invloed op de nautische veiligheid (aanlegfase en gebruiksfase)
fase 1: bepalen van de effecten op scheepvaart(veiligheid) (GIS-analyse van assets) fase 2: op basis van resultaten van fase 1, aangevuld met een analyse van de gevolgen van aanlegwerkzaamheden voor de veilige afwikkeling van de scheepvaart
ontplofbare oorlogsresten
activiteiten in verdachte gebieden voor ontplofbare oorlogsresten (aanlegfase)
fase 1: niet van toepassing fase 2: bepalen van verdachte gebieden met kwalitatief bureauonderzoek op basis van historische data.
verkeersveilighei d
invloed op de verkeersveiligheid (aanlegfase)
fase 1: niet van toepassing fase 2: bepalen van de ligging van assets ten opzichte van uitvalswegen, en analyse op toename van verkeersintensiteiten in relatie tot de wegfunctie en huidig gebruik
waterveiligheid
invloed op waterkeringen (aanlegfase en gebruiksfase)
fase 1: bepalen van de ligging van assets binnen het invloedsgebied van waterkeringen (GIS-analyse doorsnijding (lengte/afstand)) fase 2: berekenen van de invloed op de faalmechanismen van de waterkeringen
invloed op waterveiligheid (overstromingsrisico) (aanlegfase en gebruiksfase)
fase 1: bepalen van de ligging van assets binnen gebieden met overstromingsrisico (GIS-analyse op overstromingsrisico en -diepte) fase 2: op basis van resultaten van fase 1, bepalen van de invloed op waterveiligheid in relatie tot o.a. overstromingsrisico en -diepte op basis van het basisontwerp
veiligheid
34 | 42
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Definitief
Thema en aspect
Beoordelingscriterium
Methode
recreatie
invloed op recreatie (gebruiksfase)
fase 1: bepalen doorkruising van recreatiegebieden en routes (GIS-analyse aantallen en lengte (parallelligging)) fase 2: op basis van resultaten van fase 1, aangevuld met gerichte veldbezoeken (indien nodig)
woonfuncties
effecten op woonfuncties (gebruiksfase)
fase 1: bepalen van het aantal woningen binnen de ZROstrook (GIS-analyse) fase 2: bepalen van het aantal woningen binnen de ZROstrook, op basis van het basisontwerp
werkfuncties
effecten op werkfuncties (gebruiksfase)
fase 1: bepalen van het oppervlakte bedrijven(terrein) dat doorsneden wordt (GIS-analyse oppervlakte) fase 2: bepalen van het aantal bedrijven dat beïnvloed wordt, op basis van het basisontwerp
landbouw
oppervlakteverlies landbouwareaal (gebruiksfase)
fase 1: berekenen van het oppervlakteverlies (GIS-analyse oppervlakte) en bepalen van de kwaliteit landbouwgrond (input uit bodem- en wateronderzoeken) fase 2: berekenen van het oppervlakteverlies (GIS-analyse oppervlakte) op basis van basisontwerp
lengte doorsnijding landbouwgrond (gebruiksfase en aanlegfase)
fase 1: bepalen mate van gebruiksbeperkingen van de landbouwgrond door de hangende lijnen (GIS-analyse) (input uit bodem- en wateronderzoeken) (gebruiksfase) fase 2: bepalen mate van gebruiksbeperkingen van de landbouwgrond door de hangende lijnen op basis van het basisontwerp (GIS-analyse) (input uit bodem- en wateronderzoeken) (aanlegfase en gebruiksfase)
effecten op windturbines, zonneparken en defensiefuncties (aanlegfase en gebruiksfase)
fase 1: bepalen van het aantal en aard van overige functies dat doorsneden wordt (GIS-analyse aantallen) fase 2: bepalen van het aantal en aard van overige functies dat (eventueel) gesaneerd moet worden, op basis van het basisontwerp
bodemkwaliteit
invloed op de bodemkwaliteit (aanlegfase en gebruiksfase)
fase 1: bepalen van de bodemkwaliteit op basis van historische data (GIS-analyse aantal doorsnijdingen verdachte gebieden) fase 2: aansluiten bij resultaten van fase 1, uitvoeren van veld- en bodemonderzoeken (indien nodig)
draagkracht
risico op zettingen (inklinken van de bodem) (aanlegfase en gebruiksfase)
fase 1: bepalen van de zettingsrisico’s op basis van bodemopbouw-informatie (GIS-analyse, lengte binnen risicogebieden) fase 2: aansluiten bij resultaten van fase 1, uitvoeren van veld- en bodemonderzoeken (indien nodig)
oppervlaktewate r
invloed op oppervlaktewater(kwaliteit) en waterberging (aanlegfase en gebruiksfase)
fase 1: bepalen invloed op de oppervlaktewater(kwaliteit) (GIS-analyse ligging/doorkruising (lengte/oppervlakte)), uitvoeren van een waardebepaling met bureauonderzoek fase 2: bepalen invloed op de oppervlaktewater(kwaliteit) op basis van het basisontwerp
toename verharding (gebruiksfase)
fase 1: niet van toepassing fase 2: berekenen van de toename van verhard oppervlak op basis van het basisontwerp
invloed op afgeleide effecten door veranderingen in grondwater (aanlegfase)
fase 1: bepalen van de omvang van grondwateronttrekking, op basis van kentallen en ontwerpuitgangspunten. Afgeleide effecten op basis van het bepalen beïnvloedingsgebied (GIS-analyse gevoelige gebieden en functies binnen beïnvloedingsgebied) fase 2: aansluiten bij de resultaten van het bemalingsadvies
gebruiksfuncties
overige functies (windturbines, zonneparken en defensie) bodem en water
grondwater
35 | 42
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Definitief
Thema en aspect
Beoordelingscriterium
Methode
invloed op waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en KRW-grondwaterlichamen (aanlegfase)
fase 1: bepalen van de omvang van grondwateronttrekking en grondwerk, op basis van kentallen en ontwerpuitgangspunten. (GIS-analyse waterwingebieden, grondwater-beschermingsgebieden en KRWgrondwaterlichamen binnen beïnvloedingsgebied) fase 2: aansluiten bij de resultaten van het bemalingsadvies
circulariteit
materiaalgebruik (gebruiksfase)
fase 1: berekenen van de materiaalomvang op basis van kengetallen en lengte tracé fase 2: berekenen op basis van het basisontwerp
klimaat
uitstoot CO2 tijdens (aanlegfase)
fase 1: berekenen op basis van kengetallen (verwachte materieelinzet) fase 2: berekenen op basis van het basisontwerp
duurzaamheid
5.2.1
Thema Gezondheid
In de effectenstudies onder het thema leefomgeving en gezondheid brengen we de mogelijke gezondheidseffecten tijdens en na de uitvoering van de hoogspanningsverbinding in beeld. Dit doen we aan de hand van meerdere onderzoeksaspecten, namelijk het aantal gevoelige gebouwen binnen de rekenafstanden van de magneetvelden en veranderingen in de geluidbelasting en luchtkwaliteit. Deze worden hieronder kort toegelicht. Magneetvelden Bij transport van elektriciteit via hoogspanningsverbindingen ontstaan magneetvelden (ook wel elektromagnetische velden of EM-velden). De sterkte van het magneetveld wordt uitgedrukt in microtesla (μT) en hangt direct samen met de hoeveelheid elektriciteit die door de elektriciteitsdraad gaat. De sterkte van het magneetveld hangt ook af van de afstand tot de bron van het magneetveld. Uit onderzoeken blijkt dat er statistisch een (geringe) verhoging van het aantal gevallen van leukemie voorkomt in de buurt van bovengrondse hoogspanningslijnen. Een oorzakelijk verband is niet aangetoond. Bij de aanleg van nieuwe verbindingen wordt zoveel mogelijk voorkomen dat er ‘gevoelige gebouwen’ in de zone komen te liggen waarbij het magneetveld sterker kan zijn dan 0,4 microtesla jaargemiddeld. Dit doen we uit voorzorg.
De term ‘gevoelige gebouwen’ verwijst naar gebouwen waar mensen langdurig (een dagelijks verblijf gedurende minimaal een jaar met een verblijftijd van 14 - 18 uur per dag) verblijven. Ook worden vanuit het voorzorgbeleid gebouwen waar kinderen verblijven (kinderdagverblijven, scholen en crèches) tot een ‘gevoelig gebouw’ gerekend. Verder treft TenneT bron- en afstandsmaatregelen aan nieuwe hoogspanningsverbindingen die het magneetveld zo beperkt mogelijk houden. Dit komt overeen met de herijking van het voorzorgbeleid voor bovengrondse verbindingen. In de planvorming voor de nieuwe verbinding houden we rekening met het geldende beleidsadvies hierover, zoals gepubliceerd op: http://www.rivm.nl/hoogspanningslijnen. In het plan-MER wordt gekeken naar de hoeveelheid gevoelige gebouwen binnen de rekenafstand van de magneetveldzone uit het herijkt voorzorgbeleid magneetvelden. Geluid Bovengrondse verbindingen (geleiders, masten en opstijgpunten) produceren op zichzelf geen geluid, maar door (omgevings)factoren kan geluid ontstaan dat wel te horen is in de omgeving (namelijk coronageluid en windfluiten). In bijlage I is een toelichting op deze termen opgenomen. Daarnaast kunnen geluidseffecten optreden door de werkzaamheden tijdens de aanlegfase van de hoogspanningsverbindingen.
36 | 42
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Definitief
Luchtkwaliteit Bij de bouwwerkzaamheden voor de hoogspanningsverbindingen wordt materieel ingezet. Dit kan gaan om graafmachines, maar ook om kranen en vrachtwagens voor het transport van materiaal. Bij de inzet van deze machines worden - bij gebruik van verbrandingsmotoren - fijnstof en gassen uitgestoten die veranderingen in de luchtkwaliteit kunnen veroorzaken. Daardoor kan de luchtkwaliteit tijdelijk verslechteren, met mogelijke gevolgen voor de gezondheid.
5.2.2
Thema Natuur
De ontwikkeling van de hoogspanningsverbinding kan tijdelijke of permanente effecten hebben op natuurwaarden. Een permanent effect kan direct zijn of indirect. Directe effecten zijn het ruimtebeslag van de nieuwe hoogspanningsverbinding, draadslachtoffers en barrièrewerking of versnippering van het leefgebied. Met draadslachtoffers bedoelen we de vogels die tegen de nieuwe lijnen van de hoogspanningsverbinding aanvliegen en daardoor overlijden. Indirecte effecten zijn verstoring door geluid, licht en trillingen, verzuring en vermesting door stikstofdepositie en verdroging door tijdelijke grondwaterbemalingen. Deze treden hoofdzakelijk in de aanlegfase op. Het effect op het thema natuur beoordelen we voor verschillende beschermingsregimes van de Omgevingswet (met onder andere beschermde gebieden, beschermde soorten, beschermde houtopstanden). Daaronder vallen bijvoorbeeld ook de effecten op weidevogelleefgebieden. We kijken ook breder naar de effecten op het ecosysteem. We krijgen hiermee inzicht in de effecten op soorten die niet binnen de bescherming van Natura 2000, NNN of beschermde soorten vallen, maar die mogelijk wel permanente effecten ondervinden.
5.2.3
Thema Landschap, cultuurhistorie, aardkunde en archeologie
Om het effect op het landschap te bepalen analyseren we op meerdere schaalniveaus wat de invloed is van de hoogspanningsverbinding. Het beoordelingskader maakt voor landschap onderscheid in effecten op tracéniveau (landschappelijk hoofdpatroon), lijnniveau (gebiedskarakteristiek) en mastniveau (alleen projectMER). Hierbij houden we rekening met andere aanwezige verbindingen, functies en waarden die onderdeel uitmaken van het landschap. Het effect is afhankelijk van de aanwezige gebiedskarakteristiek(en), zoals de openheid van het landschap. Ook wordt het effect op specifieke elementen en de samenhang beoordeeld. Dit zijn onderdelen die bijvoorbeeld in de Nationale Landschappen, Brabantse Landschappen, Limburgs Landschap of Natuurnetwerk Nederland (NNN) benoemd zijn als landschappelijke kernkwaliteiten. Bij het aspect cultuurhistorie beoordelen we het effect op beschermde stads- en dorpsgezichten, historische (steden)bouw en historische geografie. De effecten hierop worden bepaald op basis van gemeentelijke en provinciale cultuurhistorische waarden- en beleidskaarten. Deze worden aangevuld met ander relevant bronmateriaal. Aardkundige waarden zijn onderdelen in het landschap die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van een gebied (bijvoorbeeld geologische opbouw en hoogteverschillen).
Archeologische waarden zijn overblijfselen (in stad en landschap) van menselijke activiteit uit het verleden. Bodemingrepen kunnen de aardkundige waarden en archeologische waarden aantasten. De effecten op archeologische (verwachtings)waarden worden bepaald aan de hand van recent en relevant bronmateriaal, zoals gemeentelijke en provinciale archeologische verwachtings- en waardenkaarten, AMK-terreinen1 en de Erfgoedatlas.
1
AMK staat voor Archeologische Monumentenkaart.
37 | 42
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Definitief
5.2.4
Thema Veiligheid
Het thema veiligheid is tweeledig. Aan de ene kant worden eventuele gevaren voor mensen tijdens de aanleg- en gebruiksfase van het project onderzocht. Denk hierbij aan effecten op de veiligheid in het verkeer of op primaire en regionale waterkeringen. Aan de andere kant worden externe veiligheidsfactoren beschouwd die een invloed kunnen hebben op de hoogspanningsverbinding zelf, zoals risicovolle activiteiten in de omgeving (activiteiten die door de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen een risico voor de omgeving vormen) of de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in de bodem. Ook wordt het overstromingsrisico ter plaatse van de te realiseren assets beoordeeld.
5.2.5
Thema Gebruiksfuncties
Bij het beoordelen van de onderzoeksalternatieven kijken we naar de effecten van de hoogspanningsverbinding op de aanwezige en toekomstige gebruiksfuncties in een gebied. Bijvoorbeeld de effecten op bedrijvigheid, landbouw, recreatie, wonen en verkeer. Zo kan de bestaande of toekomstige functie van een recreatielocatie veranderen, als hier een bovengrondse hoogspanningsverbinding in of langs wordt aangelegd. Daarom brengen we in beeld wat de gebruiksfuncties zijn waar de onderzoeksalternatieven mee overlappen, wat de effecten hiervan zijn en in welke mate sprake is van oppervlakteverlies en/of gebruiksbeperkende effecten. Ook worden hier afgeleide effecten vanuit andere thema’s beschreven. Denk bijvoorbeeld aan afgeleide effecten op landbouw door effecten op bodem en water. Dit thema ziet ook op de interactie tussen bestaande en geplande windturbines en zonneparken. De geplande windturbines en zonneparken volgen uit de RES’en (zie paragraaf 2.4). Ten slotte onderzoeken we de effecten op defensie. Denk hierbij aan de effecten op militaire terreinen of laagvlieggebieden van defensie.
5.2.6
Thema Bodem en water
Bij het thema bodem beoordelen we het effect van een onderzoeksalternatief op de draagkracht van de bodem en het effect op bodemkwaliteit. Het thema water beoordeelt het effect op grond- en oppervlaktewater. Het plaatsen van hoogspanningsverbindingen, met de masten en bijbehorende funderingen, heeft mogelijk effect op deze thema’s, doordat er graafwerkzaamheden, boringen en/of bemalingen nodig zijn. Binnen dit thema toetsen we de effecten ook aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). De effecten op bodem en water kunnen daarnaast mogelijk afgeleide effecten hebben op andere thema’s. De afgeleide effecten van bodem en water worden beschouwd onder de andere thema’s, zoals ‘landbouw’ bij gebruiksfuncties. Het in beeld brengen van de milieueffecten van de voorgenomen netuitbreiding draagt bij aan het streven om rekening te houden met bodem en water in de ruimtelijke ordening. Dit staat beschreven in de kamerbrief ‘Brief Water en Bodem’.
5.2.7
Thema Duurzaamheid
Voor het thema duurzaamheid onderzoeken we twee onderzoeksaspecten: circulariteit en klimaat De onderzoeksalternatieven kunnen verschillen in de mate van circulariteit. Dit houdt in dat er bij de productie nagedacht wordt over het hergebruik van de producten of onderdelen ervan. Het hangt dus samen met de hoeveelheid en het type materiaal dat nodig is om een nieuwe verbinding te realiseren. De hoeveelheid en soorten materialen die nodig zijn om een nieuwe verbinding aan te leggen, hangt af van het tracé van de alternatieven. Zo kan het ene onderzoeksalternatief langer zijn waardoor we meer materiaal nodig hebben dan een korter tracé van een ander onderzoeksalternatief.
38 | 42
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Definitief
5.3
Wijze van beoordelen
Voor de beoordeling van de onderzoeksalternatieven maken we gebruik van een klasse-indeling met zeven categorieën. De scores lopen van sterk negatief (--) tot sterk positief (++), zodat er bij de afweging een duidelijk onderscheid mogelijk is tussen de alternatieven en varianten. Het beoordelingskader brengt hiermee de onderscheidende effecten tussen de onderzoeksalternatieven in beeld in het plan-MER. Daarnaast kunnen we met het beoordelingskader de risico’s en kansen van het uiteindelijk gekozen voorkeursalternatief in beeld brengen in het project-MER. In tabel 5.2 staat een algemene beschrijving en kleurcodes van de zeven categorieën. In het plan-MER en project-MER maken we dit voor elk beoordelingscriterium specifiek. Dan is het duidelijker wanneer er sprake is van een verbetering of verslechtering.
Tabel 5.2 Voorbeeld van de zeven categorieën en kleurcodes voor het beoordelen van effecten
Score
Betekenis
Wanneer toegekend
--
sterk negatief effect
effecten die door hun aard, omvang en schaal leiden tot een sterke verslechtering van het milieu ten opzichte van de referentiesituatie. Dit zijn vaak effecten die (onherstelbare) schade toebrengen aan het systeem of tot een normoverschrijding leiden
-
negatief effect
effecten die door hun aard, omvang en schaal leiden tot een verslechtering van het milieu ten opzichte van de referentiesituatie. Er treedt geen onherstelbare schade op voor het systeem en eventuele normen worden niet overschreden
0/-
beperkt negatief effect
effecten die door hun aard, omvang en schaal leiden tot een beperkte verslechtering van het milieu ten opzichte van de referentiesituatie. Er treedt geen onherstelbare schade op voor het systeem, eventuele normen worden niet overschreden en/of de effecten zijn te beperken of voorkomen door mitigatie
0
neutraal effect
geen of nauwelijks effecten op het milieu ten opzichte van de referentiesituatie
0/+
beperkt positief effect
effecten die bijdragen aan geringe verbetering van de milieukwaliteit ten opzichte van de referentiesituatie
+
positief effect
effecten die bijdragen aan verbetering van de milieukwaliteit ten opzichte van de referentiesituatie
++
sterk positief effect
effecten die bijdragen aan sterke verbetering van de milieukwaliteit ten opzichte van de referentiesituatie
Het MER bevat objectieve effectbeschrijvingen en -beoordelingen. De beschrijvingen en beoordelingen per onderzoeksalternatief zijn door experts opgesteld. De beoordeling is ten opzichte van de referentiesituatie, zodat de onderscheidende effecten duidelijk zijn. We kennen geen weging toe aan de verschillende criteria. De scores per hoofdthema en toegepaste criteria gebruiken we als hulpmiddel voor het proces van de afweging. Uit de effectbeoordelingen kan volgen dat mitigatie of compensatie nodig is. Ook dit is onderdeel van de milieuonderzoeken in het plan-MER, zodat dit kan worden meegenomen in de afweging om tot een voorkeursalternatief te komen. Nadere uitwerking van de daadwerkelijke maatregelen volgt in de planuitwerkingsfase (het project-MER). Ten slotte beschrijft het MER ook de leemten in kennis van de milieuonderzoeken.
39 | 42
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Definitief
6 INTEGRALE EFFECTENANALYSE Het planMER levert milieuinformatie voor de Integrale Effectenanalyse (IEA). Naast de effecten op het thema milieu vinden er ook nog effectenstudies plaats op andere thema’s: techniek, toekomstvastheid, omgeving en kosten. In de IEA zetten we de belangrijkste resultaten uit deze effectenstudies naast elkaar. De IEA brengt daarmee de bepalende effecten (grote en/of onderscheidende effecten) vanuit de verschillende thema’s overzichtelijk in beeld. Dit faciliteert de integrale afweging en besluitvorming door de ministers over het tracé voor de hoogspanningsverbinding. Afbeelding 6.1 toont de vijf thema’s van de IEA.
Afbeelding 6.1 Schematisch overzicht van de stappen om van de IEA te komen tot een voorkeursbeslissing
Voor elk van deze vijf thema’s verzamelen we de benodigde informatie over de onderzoeksalternatieven. Zo levert bijvoorbeeld het plan-MER input voor het onderdeel milieu en zijn technische analyses en berekeningen input voor de onderdelen techniek en toekomstvastheid. Voor elk thema in de IEA liggen er dus bepaalde onderzoeken en analyses ten grondslag met daarin de informatie over de verschillende
40 | 42
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Definitief
alternatieven op dat specifieke onderwerp. Tabel 6.1 laat zien hoe de thema’s een plek krijgen in de IEA en welke onderzoeken of rapportages bij de vijf thema’s horen.
Tabel 6.1 Wijze waarop de thema’s uit het afwegingskader een plek krijgen in de IEA Thema
Onderzoek/rapport
Op welke wijze vindt de vertaling naar de IEA plaats?
analyse uitvoerbaarheid risicoanalyse complexiteit
onderscheidende beoordeling en grote kansen/risico’s van de onderzoeksalternatieven ten aanzien van: bereikbaarheid leveringszekerheid technische complexiteit uitvoerbaarheid beheer en onderhoud, en veiligheid
analyse toekomstvastheid
onderscheidende beoordeling en grote kansen/risico’s van de onderzoeksalternatieven ten aanzien van: uitbreidbaarheid (mogelijkheden voor toekomstige capaciteitsuitbreiding) flexibiliteit (mate waarin met de oplossing ingespeeld kan worden op zowel toekomstige ontwikkelingen in het hoogspanningsnetwerk als veranderende externe omstandigheden)
participatieverslag (verantwoording participatieproces)
benoemen van de belangrijkste en onderscheidende aandachtspunten van de onderzoeksalternatieven: zorgen, kansen en wensen vanuit omgevingspartijen meekoppelkansen
kostenramingen en nota’s van onderzoeksalternatieven
-
milieueffectrapport onderliggende onderzoeken
-
in beeld brengen van de investeringskosten en LCC (life cycle costs) van de onderzoeksalternatieven kwalitatieve onderbouwing van belangrijkste verschillen zoals tracélengtes en complexe boringen onderscheid tussen de effecten van de onderzoeksalternatieven volledig overzicht effecten in het MER, selectie van grote en/of onderscheidende effecten in de IEA
In de IEA vatten we per thema de belangrijkste informatie uit de onderliggende onderzoeken en rapportages samen. Dit gaat om de onderscheidende effecten tussen de onderzoeksalternatieven, oftewel de maatgevende verschillen van één onderzoeksalternatief ten opzichte van de andere onderzoeksalternatieven. De IEA maakt geen weging tussen de verschillende effecten en maakt ook geen afweging naar een voorkeursalternatief. De IEA presenteert enkel op een overzichtelijke manier de informatie zodat de alternatieven vergeleken kunnen worden. Hiermee helpen we bij de integrale afweging die de ministers moeten maken. Op basis van deze integrale afweging kunnen de ministers een keuze maken voor het voorkeursalternatief. Het voorkeursalternatief bestaat uit de nieuwe bovengrondse 380 kV-verbinding. Tijdens het opstellen van de ontwerp-voorkeursbeslissing vraagt de minister van KGG (als projectminister) advies aan de lokale en regionale overheden. Dit kan één gezamenlijk advies zijn, als de regionale overheden het eens zijn, maar het kunnen ook meerdere adviezen zijn. Deze leggen we samen met de IEA en bijbehorende onderzoeken (zoals het plan-MER) aan de ministers voor. Het is aan de ministers om een afweging en een keuze te maken voor een voorkeursalternatief, op basis van de aangeleverde informatie en het advies van de regionale overheden.
41 | 42
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Definitief
7 REACTIES OP HET CONCEPT-NRD Met een reactie kan iedereen die zich bij dit project betrokken voelt laten weten wat zij vinden van de concept-NRD. Iedereen kan reacties indienen. In deze fase kunnen reacties ingediend worden die betrekking hebben op: - de reikwijdte van het plan-MER. Deze concept-NRD beschrijft welke alternatieven op dit moment in beeld zijn om in het plan-MER te onderzoeken. Met een reactie kunnen andere realistische alternatieven aangedragen worden om te onderzoeken; - het detailniveau van het plan-MER en project-MER. De concept-NRD presenteert het beoordelingskader. Dat is een overzicht van milieuthema’s waar de alternatieven op worden beoordeeld. Ook wordt beschreven op welke wijze en met welk detailniveau de effectbeoordeling gebeurt. Met een reactie kunnen milieuthema’s worden aangedragen die nu niet in het beoordelingskader zijn opgenomen of kunnen wijzigingen in de onderzoeksmethodiek voorgesteld worden. De reacties worden behandeld in een nota van antwoord. Hierin staat hoe er met elke reactie omgegaan wordt. Hoe kunnen reacties ingediend worden? Deze concept-NRD ligt ter inzage van 16 mei 2025 tot en met 26 juni 2025. Iedereen die dat wil kan binnen deze termijn een reactie indienen bij Bureau Energieprojecten van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), een uitvoeringsorganisatie van het ministerie van KGG.
Bureau Energieprojecten ontvangt uw reactie bij voorkeur digitaal. Dat kan via www.rvo.nl/netuitbreiding-maasbracht-eindhoven. Ook kunnen reacties per post opgestuurd worden naar het adres: Postbus 93144, 2509 AC Den Haag Reacties kunnen ook mondeling gegeven worden tijdens de reactieperiode via Bureau Energieprojecten, op werkdagen van 09.00 uur tot 12.00 uur, telefoonnummer: 088 042 47 47.
42 | 42
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Definitief
Bijlage(n)
I BIJLAGE: TERMENLIJST
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Bijlage I | Definitief
Tabel I.1 Termenlijst Term
Definitie
A Aardkundige waarden
Geologische, geomorfologische en bodemkundige verschijnselen die iets zeggen over de natuurlijke ontstaanswijze van ons landschap.
ADC-toets
Toets om een vergunning te krijgen als significant negatieven effecten (bijvoorbeeld op een Natura 2000 gebieden) niet uitgesloten zijn. ADC staat voor alternatieven, dwingend openbaar belang en compensatie.
AERIUS
Een rekentool waarmee de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000gebieden wordt berekend.
Alternatief
Een alternatief is een mogelijke manier waarop een nieuwe verbinding kan worden gerealiseerd. Een alternatief bestaat uit een tracé voor een met een beschrijving van de vormgeving.
Alternatieven ontwikkeling
Het proces van de totstandkoming van de alternatieven. Hierbij wordt er getrechterd van een groot zoekgebied naar concrete alternatieven waarbinnen een hoogspanningsverbinding mogelijk is.
Archeologie
De wetenschap die zich bezighoudt met alle aspecten uit samenlevingen uit het verleden aan de hand van de sporen van het menselijk leven die bewaard zijn gebleven in of op de bodem. Archeologie kan gezien worden als ondergrondse cultuurhistorie, maar wordt in dit onderzoek als apart onderzoeksaspect beschouwd.
Autonome ontwikkeling
De te verwachten ontwikkelingen in het gebied die hoe dan ook plaatsvinden, ook als het project niet wordt uitgevoerd. Het gaat om plannen en projecten waarvoor het besluit, bij het publiceren van deze concept-NRD, al is genomen of waarvan de besluitvorming in een vergevorderd stadium is.
B Bemaling
Het onttrekken van (grond)water om een droge omgeving te creëren om te kunnen ontgraven of te kunnen bouwen.
Beoordelingscriteria
De criteria aan de hand waarvan de (milieu)effecten worden beschreven en beoordeeld.
Beoordelingskader
Een tabel met de thema’s, criteria en aspecten waar de alternatieven in de milieueffectonderzoeken op beoordeeld worden, en de methodes waarop dit gebeurt.
Bevoegd gezag
Een of meer overheidsinstanties die bevoegd zijn om over de activiteit van de initiatiefnemer het besluit te nemen als uit de wetgeving volgt dat een ruimtelijk besluit nodig is. Bij dit project zijn de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) het bevoegd gezag.
Bodemonderzoek
Een onderzoek naar de kwaliteit en conditie van de bodem. Zo wordt er bijvoorbeeld in kaart gebracht of er sprake is van bodemverontreiniging.
Bovenregionale
Infrastructuur zoals snelwegen, kanalen, spoorverbindingen of energie-infrastructuur die twee of
infrastructuur
meer regio’s met elkaar verbinden.
Bundelen
Het traceren, inpassen en/of bouwen van een nieuwe verbinding naast een bestaande hoogspanningsverbinding of naast andere bovenregionale infrastructuur.
Bureauonderzoek
Onderzoek vanaf kantoor op basis van openbare databronnen. Er wordt geen nieuwe data verzameld.
C Circuit
Drie onafhankelijke elektriciteitvoerende kabels of kabelbundels.
Combineren
Het traceren, inpassen en/of bouwen van bestaande en nieuwe hoogspanningsverbindingen samen in één nieuwe mast.
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Bijlage I | Definitief
Term
Definitie
Commissie voor de
Onafhankelijk orgaan van deskundigen dat adviseert over de inhoud en kwaliteit van een
milieueffectrapportage
milieueffectrapport en de concept-NRD. De Commissie bemoeit zich niet met de besluitvorming en maakt geen keuze tussen de alternatieven of varianten; dit is de taak van het bevoegd gezag.
Corona-effect /
Onder bepaalde omstandigheden (mist) kunnen elektrostatische ontladingen in een
Coronageluid
hoogspanningsverbinding optreden die gepaard gaan met een licht knetterend geluid.
Cultuurhistorie
De zichtbare sporen van menselijk handelen in het landschap. Hierbij gaat het om de kenmerken in het landschap die de historische relatie tussen mens en landschap laten zien. Onder cultuurhistorie worden de vakgebieden historische geografie en bouwhistorie verstaan. Archeologie wordt in dit plan-MER als apart aspect behandeld (zie ook: archeologie).
Cumulatie
Stapeling van gelijksoortige effecten door verschillende oorzaken, bronnen of projecten.
D Draadslachtoffers
Vogels die gewond of dood zijn als gevolg van een aanvaring met een hoogspanningslijn.
Dosis-effectrelatie
De verandering in een effect op een organisme, veroorzaakt door verschillende blootstellingsniveaus (of doseringen).
Draagkracht (bodem)
De draagkracht bepaalt de stabiliteit van de bodem en daarmee het effect van fysische belasting op de bodem. Bodems met een lage draagkracht krijgen eerder te maken met verzakkingen of inklinking.
E Elektriciteit
Elektrische elektriciteit is beweging van elektronen (negatieve elektrische ladingen) in een geleider, bijvoorbeeld een metaaldraad die onder elektrische spanning staat. De intensiteit van de elektriciteit of elektriciteitsterkte wordt uitgedrukt in ampère (A).
F Foerageergebied
Gebied waar dieren regelmatig terugkomen voor het vinden van voedsel.
G Gebiedskarakteristiek
Elementen in het landschap en de onderlinge samenhang die kenmerkend zijn voor een gebied.
GIS
Een geografisch informatiesysteem (GIS) is een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geo-informatie kan worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd, geïntegreerd en gepresenteerd.
Grondwaterbescherming-
Een grondwaterbeschermingsgebied is de buitenste schil rondom een waterwingebied. Voor het
gebied
grondwaterbeschermingsgebied gelden regels om het grondwater niet te vervuilen.
H Historische geografie
Wetenschap die zich bezighoudt met de historische dimensie van geografische verschijnselen.
Historische stedenbouw
De combinatie tussen historisch gegroeide ruimtelijke structuren en historische bebouwing, zoals (delen van) dorpen en steden.
Hoogspanningsnetwerk
Elektriciteitsnetwerk met een spanning boven 100 kV.
Hoogspanningsstation
Plaats waar hoogspanningsverbindingen onderling zijn verbonden (en waar ook de koppeling mogelijk is met elektriciteitscentrales). Ook wel aangeduid als koppelstation of transformatorstation. Bij koppelingen tussen verbindingen met verschillende voltages zijn transformatoren noodzakelijk.
Hoogspanningsverbinding
Verbinding tussen twee punten waardoor elektriciteit getransporteerd kan worden. Bij hoogspanning kan het gaan om verschillende voltages: 110 kV, 150 kV, 220 kV en 380 kV. De hoogspanningsverbindingen zijn bedoeld om grote hoeveelheden elektriciteit te transporteren van de productielocaties naar de gebieden waar het verbruik plaatsvindt.
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Bijlage I | Definitief
Term
Definitie
I Initiatiefnemer
Een publieke of private partij die een project wil uitvoeren. In dit project is TenneT de initiatiefnemer van de netuitbreiding.
Integrale Effectanalyse (IEA)
De Integrale Effectanalyse (IEA) is een rapport waarin de impact van de alternatieven voor de 380 kV-netuitbreiding wordt beschreven en waarmee de alternatieven integraal met elkaar worden vergeleken.
Instandhoudings-
Doelstellingen ten aanzien van de instandhouding van de leefgebieden, natuurlijke habitats of
doelstelling
populaties in het wild levende dier- en plantensoorten. Het kan daarbij gaan om doelstellingen ten aanzien van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het natuurschoon of de natuurwetenschappelijke betekenis van het gebied.
K Kabel (hoogspanning)
Een geleider met een kunststof isolatielaag, geschikt om elektriciteit te transporteren bij een hoge spanning.
kV
KiloVolt = (1000 Volt).
KRW-grondwater
Een grondwaterlichaam is volgens de definitie van de Kaderrichtlijn Water (KRW) een
lichamen
afzonderlijke grondwatermassa met een eenduidig te omschrijven chemische en kwantitatieve toestand.
L Landelijke ring
Het hoogspanningsnetwerk van TenneT is opgebouwd rondom een centrale ringstructuur. In deze ringstructuur zijn de hoogspanningsstations Diemen-Breukelen-Krimpen-GeertruidenbergEindhoven-Maasbracht-Dodewaard-Doetinchem-Hengelo-Zwolle-Ens-Lelystad-Diemen opgenomen en onderling verbonden.
Landschapsvisie
De landschapsvisie analyseert en waardeert de ruimtelijke kwaliteit in het zoekgebied en vormt een kader voor de landschappelijke strategie voor de nieuwe hoogspanningsverbinding.
Leveringszekerheid
Samenspel van het lange termijn evenwicht tussen vraag en aanbod van elektriciteit en de conditie van het netwerk. Is er in de markt op termijn voldoende aanbod mogelijk om aan de geschatte vraag naar elektriciteit te voldoen en is er voldoende transportcapaciteit om de elektriciteit te transporten.
Lijn (hoogspanning)
Een geleider zonder isolatielaag, geschikt om hoog in een mast op te hangen (geïsoleerd van de aarde). Op die manier kan de lijn elektriciteit transporteren bij een hoge spanning. Een lijn kan alleen bovengronds toegepast worden.
M Magneetveld
Het natuurkundige verschijnsel dat ontstaat wanneer er elektrische elektriciteit door een geleider loopt. De veldsterkte wordt uitgedrukt in microtesla (µT).
Magneetveldzone
De zone rondom hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger kan zijn dan 0,4 microtesla.
Meekoppelkansen
Een meekoppelkans is een (bovenwettelijke) maatregel of project dat raakt aan de verkenning van TenneT/KGG en (in)direct bijdraagt aan de doelstellingen daarvan. Bij meekoppelen gaat het om het meenemen van aanvullende doelstellingen van partijen (zowel overheden als derden) in de regio om daarmee meerwaarde te creëren. Een meekoppelkans kan bijvoorbeeld kansen bieden om de leefbaarheid te verbeteren, problemen in de directe omgeving op te lossen, werk met werk te maken of andere kwaliteiten en functies toe te voegen.
Microtesla (μT)
Een miljoenste deel van een tesla, de eenheid waarmee magneetvelden worden uitgedrukt. Strikt genomen wordt met microtesla de magnetische inductie aangegeven, maar in de praktijk wordt dit vaak magnetische veldsterkte genoemd.
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Bijlage I | Definitief
Term
Definitie
MIEK
Het meerjarenprogramma infrastructuur energie en klimaat beschrijft de energie infrastructuurprojecten die het kabinet wil ontwikkelen om zo versneld bij te dragen aan het verduurzamen van de industrie.
Milieueffectrapportage
Procedure voor de milieueffectrapportage. Ook wel mer-procedure.
(mer) Milieueffectrapport (MER)
Het rapport waarin de resultaten van de milieubeoordeling van de onderzoeksalternatieven vastgelegd worden.
Milieuthema’s
Onderdelen van het milieu waarop de effecten van de nieuw aan te leggen verbinding worden onderzocht en de alternatieven met elkaar worden vergeleken. De milieuthema’s die in MER onderzocht worden zijn opgenomen in het beoordelingskader in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en worden verder gespecificeerd in het MER.
Mitigerende maatregelen
Maatregelen waarmee wordt beoogd de eventuele schadelijke gevolgen die rechtstreeks uit een plan of project voortvloeien te voorkomen of te verminderen.
N Natura 2000-gebied
Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. Het netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992).
NNN
Natuurnetwerk Nederland. Een landelijk netwerk van grote en kleine bestaande en nog aan te leggen natuurgebieden die verbonden zijn door natuurverbindingen waarbinnen flora en fauna zich kunnen handhaven, verplaatsen en uitbreiden.
Netcongestie
Situatie waarin de vraag naar transport van elektriciteit (zowel bij de aanbieder als de afnemer) groter is dan de transportcapaciteit van het elektriciteitsnetwerk.
Netbeheerder
De instantie die (op basis van wettelijke regels) verantwoordelijk is voor het beheer van het hoogspanningsnetwerk. In Nederland is TenneT de netbeheerder van het hoogspanningsnetwerk (110 kV en hoger).
Nota ruimte
De nieuwe Nota Ruimte is een nationale omgevingsvisie zoals bedoeld onder de Omgevingswet.
Notitie
De notitie onderzoeksalternatieven beschrijft de stappen die zijn gezet in de
Onderzoeksalternatieven
alternatievenontwikkeling. Dit is het proces om te komen van het onderzoeksgebied naar de
(NOA)
onderzoeksalternatieven en welke uitgangspunten hierbij zijn gebruikt.
Notitie Reikwijdte en
Eerste stap in de mer-procedure waarbij de reikwijdte en het detailniveau van het MER wordt
Detailniveau (NRD)
aangegeven.
NOVI
De nationale omgevingsvisie (NOVI) is een strategisch beleidsdocument dat de langetermijnvisie van de overheid op het gebruik en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in een land beschrijft.
O Omgevingswet
De Omgevingswet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. En regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Met de Omgevingswet wordt gestreefd naar integrale besluitvorming.
Omgevingsverordening
Een omgevingsverordening bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving.
Ontplofbare oorlogsresten
Explosieven en munitie uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog die in de bodem zijn achtergebleven.
Onderzoeksalternatieven
Mogelijke alternatieven die realistisch worden geacht op basis van de kansen en belemmeringen, de traceringsprincipes en een globale beoordeling van de IEA-thema’s.
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Bijlage I | Definitief
Term
Definitie
Overstromingsrisico
Een overstromingsrisico is het product van de kans dat er een overstroming plaatsvindt en de gevolgen die zo`n overstroming kan hebben.
P Passende beoordeling
Een verdiepend ecologisch onderzoek waarin onderzocht en onderbouwd wordt of een plan of project afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, al dan niet met inzet van mitigerende maatregelen, significante negatieve effecten kan hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden.
Plaatsgebonden risico
Dit is de kans per jaar dat 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof.
Plan-MER
Milieueffectrapport over milieueffecten van het plan (de verschillende alternatieven).
Plan-mer
Procedure om te komen tot een plan-MER.
Planuitwerkingsfase
De planuitwerkingsfase volgt na het vaststellen van een voorkeursalternatief door de minister, de voorkeursbeslissing. In deze fase wordt het voorkeursalternatief (VKA) in detail uitgewerkt tot een ontwerp en een ruimtelijk-planologisch besluit (‘het projectbesluit’).
Programma NOVEX
Het programma Nationale Omgevingsvisie Extra (NOVEX) scherpt de NOVI aan en beschrijft de stappen die genomen moeten worden om tot de uitvoering te komen. In het Programma NOVEX komt elke provincie met een voorstel van de verdeling van ruimteclaims van de verschillende nationale en decentrale opgaven, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit.
Programma VAWOZ
Binnen het programma Verbindingen Aanlanding Wind op Zee 2031-2040 (programma VAWOZ) wordt onderzocht hoe de energie van (nog te bouwen) windparken op zee het beste aan land gebracht kan worden. Dit noemen we aanlanden.
Projectbesluit
Besluit dat in de planuitwerkingsfase van het project opgesteld wordt op basis van de Omgevingswet. In het projectbesluit legt het bevoegd gezag vast op welke manier dit het project wordt uitgewerkt. Er staat in elk geval in hoe het project eruit ziet, welke maatregelen getroffen worden om het project te realiseren en welke maatregelen getroffen worden om nadelige gevolgen voor de omgeving te beperken.
Projectgebied (ook wel
Het gebied waartussen een oplossing redelijkerwijs gevonden moet worden. Het projectgebied
plangebied)
is altijd kleiner dan het studiegebied.
Project-MER
Milieueffectrapport over milieueffecten van het project (het voorkeursalternatief).
Project-mer
Procedure om te komen tot een project-MER.
Projectprocedure
Het instrument voor het Rijk, de provincies en de waterschappen om complexe projecten met een publiek belang mogelijk te maken en zorgvuldig voor te bereiden.
R Referentie(situatie)
De situatie waarin het plangebied/projectgebied blijft zoals het is en er geen maatregelen worden genomen.
RES
Hoeveel en waar grootschalig zonne- en windenergie opwekt gaat worden staat in de Regionale Energiestrategie, of kortweg RES. Gemeenten, provincies en waterschappen stelden 30 energieregio's in Nederland samen die elk een bod doen voor de hoeveelheid op te wekken duurzame energie.
Ruimtelijke procedure
Een procedure waarbij regels en vergunningen worden toegepast om beslissingen te nemen over de ontwikkeling of verandering van een bepaald gebied.
S
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Bijlage I | Definitief
Term
Definitie
Spanning
Potentiaalverschil tussen twee punten. De hoogte van de spanning wordt uitgedrukt in Volt (V). Het hoogspanningsnetwerk in Nederland kent een spanning van 110.000 V, 150.000 V, 220.000 V en 380.000 V, ofwel 110 kV, 150 kV, 220 kV en 380 kV.
Studiegebied
Het studiegebied wordt bepaald door de te verwachten effecten (onder andere landschap, natuur en geluid) van de te onderzoeken alternatieven. Dit gebied is altijd groter dan het projectgebied. De omvang van het studiegebied kan per onderzoekthema (effect) verschillen.
Sturende ontwerpprincipes
Voorkeuren waar tijdens de alternatievenontwikkeling zoveel mogelijk rekening mee is gehouden. Hiervoor geldt dat de effecten van een hoogspanningsverbinding worden onderzocht in het plan-MER.
T Technische
Brengt de technische knelpunten in beeld die relevant zijn voor nadere uitwerking na de
knelpuntenanalyse
alternatievenontwikkeling. Daarnaast stelt de technische knelpuntenanalyse een aantal technische eisen aan de verbindingen die aan de basis staan van de alternatievenontwikkeling.
Tracé
De route die een hoogspanningsverbinding aflegt.
Transformatoren
Elektrisch apparaat dat de spanning van elektriciteit kan verhogen of verlagen om het geschikt te maken voor verschillende toepassingen.
Transportcapaciteit
Hoeveelheid elektriciteit dat door een net getransporteerd kan worden.
Trekmast
Trekmasten trekken de kabels in horizontale richting en staan daarom vaak op de knikken van het tracé.
U Uitgangspunten
Vertrekpunten die de basis vormen voor het ontwikkelen van de alternatieven voor de hoogspanningsverbindingen.
Uitsluitende
Bepalen de haalbaarheid en maakbaarheid van een verbinding. Een verbinding moet binnen een
ontwerpprincipes
alternatief niet op voorhand niet technisch uitvoerbaar of niet vergunbaar zijn.
V Vakwerkmast
(Hoogspannings-)mast, opgebouwd uit een open raamwerk van stalen spanten.
Variant
Lokaal andere mogelijkheid binnen een alternatief.
Veldonderzoeken
Het verzamelen, analyseren en interpreteren van primaire data, ofwel nieuwe informatie. Een voorbeeld is het uitvoeren van bodemonderzoek door boringen te doen.
Voorstel voornemen en
In dit document leggen TenneT en het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) het
participatie (V&P)
voornemen uit en beschrijven zij het participatietraject tot aan het publiceren van de definitieve notitie reikwijdte en detailniveau (NRD).
Vermogen
Maat voor de hoeveelheid energie per tijdseenheid. De hoeveelheid vermogen die door een hoogspanningsverbinding getransporteerd kan worden is het product van spanning en stroomsterkte en wordt uitgedrukt in MVA (megavolt-ampère; ofwel 1 miljoen voltampère).
Voorkeursalternatief (VKA)
Het voorkeursalternatief is het alternatief (de oplossing) dat na zorgvuldige afweging van effecten op milieu, omgeving, techniek, kosten, toekomstvastheid en ruimtelijke kwaliteit de voorkeur heeft van het bevoegd gezag.
Voorkeursbeslissing (VKB)
Het voorkeursalternatief wordt vastgesteld door het nemen van een voorkeursbeslissing door de minister van KGG. De voorkeursbeslissing wordt ter inzage gelegd (samen met het planMER).
Voornemen (of
De ontwikkeling of activiteit die de initiatiefnemer van plan is om uit te voeren.
voorgenomen activiteit)
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Bijlage I | Definitief
Term
Definitie
W Waterkeringen
Primaire waterkeringen houden het water uit zeeën, meren en rivieren tegen en voorkomen overstromingen. Regionale waterkeringen bieden bescherming tegen overstroming vanuit binnenwater, zoals kanalen en regionale rivieren.
Waterveiligheid
Waterveiligheid gaat over de bescherming tegen overstromingen. Dit gebeurt met waterkeringen zoals dijken en duinen. En ook door het beheren van onze waterwegen zoals rivieren en meren.
Waterwingebieden
Gebieden waarin de waterbedrijven grondwater oppompen voor de productie van drinkwater.
Weidevogelleefgebieden
Gebieden die in de provinciale omgevingsverordening zijn aangewezen ter bescherming van weidevogels.
Z Zettingen
Bodemdaling als gevolg van een bovenbelasting, bijvoorbeeld door het gewicht van een aangebrachte ophoging of een verlaagde grondwaterstand.
Zoekgebied
Het gebied waarbinnen wordt gezocht naar een mogelijke tracés voor de realisatie van de 380 kV-netuitbreiding.
ZRO-strook
De ZRO-strook is de zakelijk recht overeenkomst die TenneT afsluit met de eigenaar van de grond waar de hoogspanningsverbinding op ligt. TenneT gebruikt deze strook voor de aanleg en het onderhoud van de nieuwe hoogspanningsverbinding. Het is van belang dat deze strook vrij blijft van obstakels zoals hoge bomen of bouwwerken.
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Bijlage I | Definitief
II BIJLAGE: NOTITIE ONDERZOEKSALTERNATIEVEN
E-MERGE | 141946-B.6/25-006.419 | Bijlage II | Definitief
Netuitbreiding 3e en 4e circuit Maasbracht - Eindhoven 380 kV Notitie Onderzoeksalternatieven Bijlage van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau TenneT TSO B.V. 25 april 2025
Project Opdrachtgever
Netuitbreiding 3e en 4e circuit Maasbracht - Eindhoven 380 kV TenneT TSO B.V.
Referentie
Notitie Onderzoeksalternatieven Bijlage van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Definitief 25 april 2025 141946/25-006.451
Projectcode
141946
Document
Status Datum
Dit document is geautoriseerd en intern aantoonbeer vrijgegeven conform het kwaliteitsmanagementsysteem van E-MERGE. Het kwaliteitsmanagementsysteem van E-MERGE is gecertificeerd op basis van ISO 9001.
Adres
E-MERGE Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem is gecertificeerd op basis van ISO 9001.
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming, noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Tekst- en datamining van (delen van) dit document, evenals enige verwerking of reproductie ervan door middel van kunstmatige intelligentie technologieën is uitdrukkelijk niet toegestaan, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Dit document (of delen ervan) mag niet worden verveelvoudigd en/of anderszins worden gebruikt op enigerlei wijze voor het trainen van kunstmatige intelligentie technologieën, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Geen aansprakelijkheid wordt aanvaardt voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Context
5
1.2
Wat zijn onderzoeksalternatieven?
5
1.3
Samenhang met andere documenten
6
1.4
Leeswijzer
6
2
PROCES ALTERNATIEVENONTWIKKELING
7
2.1
Overzicht van het ontwerpproces in relatie tot de projectprocedure
7
2.2
Ontwikkelen van de onderzoeksalternatieven
8
2.3
Omgevingsproces
9
3
UITGANGSPUNTEN EN ZOEKGEBIED
10
3.1
Uitgangspunten
10
3.2
Zoekgebied
10
4
VAN ZOEKGEBIED NAAR ONDERZOEKSALTERNATIEVEN
12
4.1
Traceringsprincipes
12
4.2
Combineren van traceringsprincipes: drie onderscheidende alternatieven
16
4.3
De onderzoeksalternatieven
17
5
ONDERZOEKSALTERNATIEF WEST
19
5.1
Beschrijving alternatief West
19
5.2
Ontwerpkeuzes
20
6
ONDERZOEKSALTERNATIEF MIDDEN
23
6.1
Beschrijving alternatief Midden
23
6.2
Ontwerpkeuzes
24
7
ONDERZOEKSALTERNATIEF OOST
27
7.1
Beschrijving alternatief Oost
28
7.2
Ontwerpkeuzes
28
Laatste pagina
29
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Kaarten
9
II
Landschapsvisie
47
1 INLEIDING Deze Notitie Onderzoeksalternatieven (NOA) beschrijft de onderzoeksalternatieven en de ontwikkeling hiervan voor een nieuwe bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen de bestaande hoogspanningsstations in Maasbracht en Eindhoven (Daalakkersweg).
1.1
Context
Het planproces voor de nieuwe hoogspanningsverbinding wordt volgens de projectprocedure doorlopen. In samenhang wordt ook de wettelijke procedure van de milieueffectrapportage (mer) doorlopen. Het doel van de mer is om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de voorbereiding en vaststelling van besluiten. In de verkenningsfase onderzoekt TenneT mogelijke tracéalternatieven voor de nieuwe hoogspanningsverbinding. Op basis van een integrale afweging volgt aan het einde van de verkenningsfase een beslissing over het voorkeursalternatief. Afbeelding 1.1 geeft de procedure op hoofdlijnen weer.
Afbeelding 1.1 Projectprocedure en mer-procedure op hoofdlijnen
1.2
Wat zijn onderzoeksalternatieven?
De onderzoeksalternatieven zijn redelijke en onderscheidende tracés voor de nieuwe hoogspanningsverbinding die in de verkenningsfase worden onderzocht. De onderzoeksalternatieven bestaan uit grove lijnen, die indicatieve tracés aangeven. Een redelijk alternatief: - draagt bij aan het behalen van de projectdoelstellingen; - geeft informatie die nuttig is voor de besluitvorming; - is niet strijdig met wettelijke kaders of harde beleidsuitgangspunten. Daarnaast is een redelijk alternatief op basis van de huidige informatie haalbaar, maakbaar en betaalbaar. In de plan-MER-fase worden de tracés geoptimaliseerd op basis van de resultaten van de verschillende (milieu)onderzoeken.
5 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
1.3
Samenhang met andere documenten
Voornemen & Participatieplan (V&P) Deze NOA bouwt voort op de kaders en uitgangspunten die in het gepubliceerde Voornemen & Participatieplan (V&P) zijn vastgelegd. Dit V&P is op 4 oktober 2024 gepubliceerd op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). In het V&P is ook het zoekgebied voor de nieuwe hoogspanningsverbinding gedefinieerd. Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) De NOA is geen losstaand document, maar is een bijlage van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD beschrijft de onderzoeksaanpak voor de milieueffectrapportage, met een beschrijving van de inhoud (reikwijdte) en diepgang (detailniveau) van de onderzoeken. Landschapsvisie De landschapsvisie geeft input voor de alternatievenontwikkeling door een analyse van het landschap en ontwikkeling van bijbehorende traceringprincipes. Verder identificeert de landschapsvisie kansen in het gebied om in een volgende fase verder te kijken hoe de alternatieven hierop mogelijk aan kunnen sluiten. De landschapsvisie is een levend document: gedurende de verkenningsfase zal het worden verrijkt, aangepast en doorgroeien naar een ruimtelijke kwaliteitskader. De landschapsvisie 1.0 is aan deze NOA toegevoegd in bijlage II.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft het proces van alternatievenontwikkeling en de samenhang van alternatievenontwikkeling met het omgevingsproces. Hoofdstuk 3 vermeldt de uitgangspunten die staan beschreven in het V&P en presenteert het zoekgebied. Hoofdstuk 4 beschrijft de traceringsprincipes die zijn toegepast en geeft een overzicht van de drie onderzoeksalternatieven en de verschillende varianten. Tot slot gaan hoofdstuk 5, 6 en 7 in op de onderzoeksalternatieven, en worden de gemaakte ontwerpkeuzes onderbouwd. De kaarten in deze NOA zijn op groot formaat toegevoegd in bijlage I.
6 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
2 PROCES ALTERNATIEVENONTWIKKELING Het ontwerpen van een nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding verloopt in verschillende stappen, van globaal naar gedetailleerd. Het ontwerpproces is een doorlopend proces dat loopt van de publicatie van het V&P tot het definitieve projectbesluit. Het zoekgebied voor de nieuwe bovengrondse 380 kVhoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven is in het V&P vastgesteld. Gedurende het proces wordt het ontwerp steeds verder uitgewerkt. In het definitief projectbesluit worden het tracé en de mastlocaties vastgelegd.