R - 9 Bijlage Concept-NRD-380kV-Netuitbreiding-Maasbracht-Eindhoven
Tekst van het document
2.1
Overzicht van het ontwerpproces in relatie tot de projectprocedure
Tabel 2.1 geeft een overzicht van het uitwerkingsniveau van het ontwerp van de nieuwe hoogspanningsverbinding in de verschillende projectfasen. De tabel illustreert dat per fase in het ontwerpproces met een indicatieve afbeelding.
Tabel 2.1 Uitwerkingsniveau per projectfase Fase
Toelichting uitwerkingsniveau
Kennisgeving Voornemen en Participatie
In het V&P is het zoekgebied voor de nieuwe hoogspanningsverbinding vastgelegd. Dit zoekgebied bevindt zich tussen de twee bestaande 380 kV-hoogspanningsstations Maasbracht in de gemeente Maasgouw en Eindhoven (Daalakkersweg) in de gemeente Eindhoven.
Verkenningsfase - stap 1 (NRD)
In de NOA worden de onderzoeksalternatieven vastgelegd. Dit zijn onderscheidende redelijke tracés. Deze bestaan uit een globale beschrijving, maar leggen nog niet vast waar de nieuwe hoogspanningsverbinding gaat komen. De onderzoeksalternatieven worden in de NRD opgenomen.
Verkenningsfase - stap 2 (plan-MER)
In de volgende projectfase worden de onderzoeksalternatieven op milieueffecten onderzocht en beoordeeld. Dit is het plan-MER. Naast het milieubelang worden onder andere ook de kosten, omgevingsbelangen, techniek en toekomstvastheid van de onderzoeksalternatieven onderzocht in de Integrale Effect Analyse (IEA). De opgehaalde informatie uit deze onderzoeken leidt tot verfijning van de onderzoeksalternatieven. Ontwerpend onderzoek en participatie hebben een belangrijke rol bij het optimaliseren van de alternatieven. Door deze ontwerpstap in te bouwen zorgen we ervoor
7 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
Illustratie uitwerkingsniveau
Fase
Toelichting uitwerkingsniveau
Illustratie uitwerkingsniveau
dat we zo-optimaal-mogelijk-ontworpen-alternatieven meenemen naar de besluitvorming. Voorkeursbeslissing
Aan het einde van de verkenningsfase wordt een voorkeursalternatief vastgelegd door de bevoegde ministers. Hierin spreken de ministers de voorkeur uit voor één tracé tussen Maasbracht en Eindhoven. Het tracé uit de voorkeursbeslissing bestaat uit een lijn met schuifruimte, zodat het ontwerp in de planuitwerkingsfase verder geoptimaliseerd kan worden.
Planuitwerkingsfase (project-MER)
In de planuitwerkingsfase wordt het ontwerp van de hoogspanningsverbinding uitgewerkt tot een definitief tracé bestaande uit een lijn, locaties van masten en daadwerkelijk benodigde fysieke ruimte. Hiervoor worden aanvullende veld- en bodemonderzoeken uitgevoerd. In deze fase worden ook de grondeigenaren bij het proces betrokken.
Projectbesluit
Met het projectbesluit eindigt het ontwerpproces voor de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven. Hierna volgt de daadwerkelijk uitvoering van het project.
2.2
Ontwikkelen van de onderzoeksalternatieven
In deze projectfase worden de onderzoeksalternatieven ontwikkeld. Dit is een ontwerpproces. De oplossingsruimte binnen het zoekgebied is eerst getrechterd. Vervolgens zijn de onderzoeksalternatieven ingetekend. De alternatievenontwikkeling kent de volgende stappen: - het vertrekpunt van de alternatievenontwikkelingen zijn de uitganspunten zoals vastgelegd in het V&P. Deze zijn ook opgenomen in hoofdstuk 3.1 van deze NOA; - in eerste instantie zijn op basis van verkennende bureaustudies de knelpunten en kansen in het zoekgebied in beeld gebracht voor de onderwerpen milieu en planologie, landschap en techniek: · de technische eisen stellen de randvoorwaarden voor het ontwerp: - kruisingen met andere hoogspanningsverbindingen worden zo veel mogelijk vermeden; - de lengte van de nieuwe hoogspanningsverbinding wijkt tot circa 10 % af van de lengte van de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven; · de opgestelde landschapsvisie beschrijft de landschapskenmerken en geeft richting waar en hoe de nieuwe hoogspanningsverbinding in het landschap kan worden ingepast; · belemmeringen en kansen op het gebied van milieu, omgeving en (toekomstig) ruimtegebruik zijn in beeld gebracht in een kaartanalyse; - door met deze informatie het zoekgebied verder in te delen blijft er een zogeheten oplossingsruimte over.
In deze oplossingsruimte zijn eerste concepten voor onderzoeksalternatieven ingetekend door toepassen van ontwerpend onderzoek; - specifieke aandachtspunten langs deze eerste concepten zijn nader onderzocht. Dat heeft geleid tot aanscherping en optimalisatie van de onderzoeksalternatieven. Bovenstaand proces is een stapsgewijs proces, waarbij elke stap voortbouwt op de voorgaande. Hierbij is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van informatie uit verkennende bureaustudies, maar is ook gebruik gemaakt van expert judgement. In deze NOA zijn nog geen effecten van alternatieven onderzocht; de effecten worden onderzocht in de plan-MER-fase.
8 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
2.3
Omgevingsproces
In het V&P is het belang van omgevingsparticipatie aangegeven. Het doel van de participatie is om samen met mensen en partijen uit de omgeving te komen tot goede besluitvorming voor de netuitbreiding, op basis van een zorgvuldige belangenafweging. Gedurende het ontwerpproces zijn er verschillende momenten waarop belanghebbenden hun mening kunnen geven over het project, kunnen meedenken of ideeën kunnen aandragen. Ook bij de totstandkoming van de onderzoeksalternatieven heeft inbreng van de omgeving plaatsgevonden. Tijdens de terinzagelegging van het V&P zijn er 86 reacties ingediend. De aandachtspunten en voorstellen voor alternatieven zijn meegenomen in het ontwerpproces van de onderzoeksalternatieven. De reactienota geeft antwoord op de ingediende reacties. De reactienota wordt gelijktijdig met de concept-NRD gepubliceerd. Daarnaast hebben sessies met stakeholders plaatsgevonden waarin de voorstellen voor onderzoeksalternatieven besproken zijn. Deze stakeholders waren overheden en organisaties voor onder andere milieu, landbouw en natuurbeheer. Deze stakeholders hebben gebiedsinformatie aangeleverd en hebben voorstellen gedaan voor aanpassingen en optimalisaties van de voorgestelde onderzoeksalternatieven. Daarbij hebben zij de mogelijkheid gekregen om hun voorkeuren, bezwaren en zorgen te uiten.
Tijdens de terinzagelegging van de concept-NRD kunnen belanghebbenden deze NOA nalezen en voorzien van reacties. Mede op basis van deze reacties wordt de NRD, en daarmee ook de NOA najaar 2025 definitief gemaakt. Ook in de vervolgfasen van het project worden er diverse momenten georganiseerd voor participatie. Het participatieplan zal gedurende de procedure worden geactualiseerd. De meest actuele versie is in te zien op de website van de RVO.
9 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
3 UITGANGSPUNTEN EN ZOEKGEBIED 3.1
Uitgangspunten
De uitgangspunten voor het tracé van de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding zijn in paragraaf 2.4 van het V&P vastgelegd en toegelicht. Deze uitgangspunten vormen het vertrekpunt voor de alternatievenontwikkeling. Het gaat om de volgende uitgangspunten: - de 380 kV-hoogspanningsverbinding ligt tussen de bestaande 380 kV-hoogspanningsstations Maasbracht en Eindhoven (Daalakkersweg); - de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding wordt in principe bovengronds aangelegd; - alleen tracéalternatieven zijn onderdeel van de verkenning. Andere oplossingsrichtingen (zoals alternatieve vormen van energietransport of -opslag of alternatieve locaties voor begin- en/of eindstations) zijn geen onderdeel van deze verkenning en worden dan ook niet beoordeeld; - de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding wordt als aparte verbinding aangelegd en mag niet op één mast worden gecombineerd met de bestaande 380 kV-verbinding tussen Maasbracht en Eindhoven of met bestaande 150 kV-verbindingen; - de lengte van de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding wijkt tot circa 10% af van de lengte van de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven; - de 380 kV-hoogspanningsverbinding vermijdt waar mogelijk gevoelige gebouwen en kruist geen stadsen dorpskernen; - de 380 kV-hoogspanningsverbinding vermijdt waar mogelijk beschermde natuurgebieden; - de 380 kV-hoogspanningsverbinding kruist
zo min mogelijk andere hoogspanningsverbindingen; - rechtstand, het vermijden van bochten of knikken in het tracé, wordt zoveel mogelijk toegepast om impact op het landschap te beperken; - de nieuwe mastenrij wordt bij voorkeur parallel aangelegd aan bestaande infrastructuur; - de oplossing voor de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding wordt binnen het zoekgebied gezocht.
3.2
Zoekgebied
Afbeelding 3.1 toont de kaart van het zoekgebied. Het zoekgebied voor de nieuwe 380 kVhoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven strekt zich uit van het hoogspanningsstation in Maasbracht tot aan het hoogspanningsstation in Eindhoven. Aan de westzijde wordt het gebied begrensd door de snelweg A2. Aan de oostzijde wordt het gebied begrensd door de bestaande 380 kVhoogspanningsverbinding richting Dodewaard, en door de A67. Het zoekgebied ligt deels in de provincie Limburg en deels in de provincie Noord-Brabant.
10 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
Afbeelding 3.1 Kaart van het zoekgebied
11 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
4 VAN ZOEKGEBIED NAAR ONDERZOEKSALTERNATIEVEN 4.1
Traceringsprincipes
Door de kansen en belemmeringen in beeld te brengen blijft de oplossingsruimte binnen het zoekgebied over. De volgende traceringsprincipes zijn toegepast: - vermijden van stads- en dorpskernen; - zoveel mogelijk vermijden van Natura 2000-gebieden; - goede landschappelijke inpassing; - bundelen met bestaande infrastructuur (waar mogelijk en zinvol). De traceringsprincipes geven invulling aan de uitgangspunten. Stads- en dorpskernen Stads- en dorpskernen worden vermeden bij het ontwerpen van de onderzoeksalternatieven. Hiermee wordt invulling gegeven aan het voorzorgbeleid magneetvelden van de Nederlandse overheid. Afbeelding 4.1 toont de stads- en dorpskernen in het zoekgebied. Het voorzorgbeleid is erop gericht om, zo veel als redelijkerwijs mogelijk, te voorkomen dat burgers langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden. De magneetveldzone is het gebied aan weerszijden van een hoogspanningsverbinding waarbinnen de jaargemiddelde sterkte van het magneetveld groter is dan 0,4 microtesla.
12 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
Afbeelding 4.1 Kaart van stads- en dorpskernen binnen het zoekgebied
Natuurgebieden (Natura 2000) Verstoring van natuurwaarden in beschermde natuurgebieden is niet toegestaan zonder gegronde reden. In het bijzonder voor Natura 2000 geldt een strenge bescherming. Bij de alternatievenontwikkeling zijn Natura 2000-gebieden daarom zoveel mogelijk vermeden. In de plan-MER-fase wordt in meer detail gekeken naar de beschermde natuurgebieden en worden bijvoorbeeld ook het Natuur Netwerk Nederland (NNN), weidevogelgebieden en de Groenblauwe mantel beschouwd. Afbeelding 4.2 presenteert de Natura 2000-gebieden binnen het zoekgebied.
13 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
Afbeelding 4.2 Kaart van Natura 2000-gebieden
Landschappelijke inpassing Impact op het landschap moet zo veel mogelijk worden voorkomen, door: - zo veel mogelijk een rechte lijn te volgen. Door rechtstand is de hoogspanningslijn visueel minder opvallend dan een bochtig tracé; - rekening te houden met de verschillende landschapstypen. Afbeelding 4.3 laat de verschillende landschappen binnen het zoekgebied zien. Afhankelijk van het landschap heeft het de voorkeur dat de lijn aansluit, of contrasteert met het landschappelijk hoofdpatroon: · maasterrassenlandschap: volg niet de grillige landschappelijke hoofdstructuren van de Maas en de oude Maasarmen, omdat het niet past bij de aard van het landschap. Kruis deze zo kort mogelijk, waarbij bundeling met bestaande infrastructuur gewenst is; · beekdalenlandschap: volg niet de loop van beken, beekdalen en bebouwingsstructuur (op de rand van de beekdalen en hogere gronden), omdat het niet past de aard en schaal van het open en kleinschalige landschap. Zo kort mogelijk kruisen heeft de voorkeur; · velden- en kampenlandschap: volg niet de landschappelijke hoofdstructuur, omdat het niet past bij de aard van het kleinschalige landschap; · bos- en mozaïeklandschap: volg de lange, rechte paden van het jonge productiebos en vermijd het volgen van het landschappelijke hoofdpatroon van het kleinschalige open-gesloten landschap.
Voorkom kruising van de bijzondere veenrestvlakte De Groote Peel (nationaal park), stuifduinen, grote open heidegebieden, oudere bossen en landgoederen; · veenontginningen: volg, bij voorkeur over een lange lengte, de rationele vormen van de veenontginningen, gekenmerkt door regelmatige blokverkaveling en rechte wegen;
14 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
·
heideontginningen: volg de rechte wegen en regelmatige blokverkaveling, bij voorkeur over een lange lengte. Geef voorrang aan rechtstand van de lijn, boven het meegaan met hoeken in verkavelingspatroon.
Afbeelding 4.3 Landschapstypen binnen het zoekgebied
Bundeling met bestaande infrastructuur De nieuwe mastenrij wordt bij voorkeur parallel aangelegd aan bestaande infrastructuur in het zoekgebied. Zo worden de verschillende hinderaspecten gebundeld. Bundeling wordt, waar mogelijk en zinvol, zo veel mogelijk opgezocht. Bij het bundelen met een bestaande hoogspanningsverbinding geldt een tussenafstand van ongeveer 70 m, zodat bij omvallen van één van de masten de andere verbinding niet uitvalt. Afbeelding 4.4 laat de kansenkaart netwerken uit de landschapsvisie zien (bijlage II). Hierop is te zien welke bovenregionale infrastructuur binnen het zoekgebied kansen biedt voor bundeling. Ook het ecologisch netwerk is weergegeven: door deze te volgen zijn er mogelijk kansen voor het creëren van meerwaarde, door deze te kruisen kan mogelijke negatieve impact worden geminimaliseerd.
15 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
Afbeelding 4.4 Kansenkaart netwerken
4.2
Combineren van traceringsprincipes: drie onderscheidende alternatieven
Op basis van de traceringsprincipes ontstaan drie onderscheidende alternatieven voor de nieuwe bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding: - een tracé aan de westzijde van het zoekgebied, ‘alternatief West’. Het hoofdprincipe voor dit alternatief is bundeling met de A2 in het zuidelijk deel. Alternatief West verlaat station Maasbracht in westelijke richting en nadert station Eindhoven vanuit het zuiden. Het tracé ligt westelijk van de Strabrechtse Heide; - een tracé door het midden van het zoekgebied, ‘alternatief Midden’. Het hoofdprincipe voor dit alternatief is bundeling met de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding Maasbracht – Eindhoven. Alternatief Midden nadert station Eindhoven vanuit het oosten; - een tracé aan de oostzijde van het zoekgebied, ‘alternatief Oost’. Het hoofdprincipe voor dit alternatief is bundeling met de A67. Alternatief Oost verlaat station Maasbracht in noordelijke richting en nadert station Eindhoven vanuit het oosten. Het tracé ligt oostelijk van de Groote Peel. Afbeelding 4.5 presenteert een kaart van de onderzoeksalternatieven. Volgstructuren zijn zo veel mogelijk opgezocht. Beekdalen en ecologische verbindingen worden zo kort mogelijk gekruist.
16 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
Afbeelding 4.5 De drie onderscheidende alternatieven
4.3
De onderzoeksalternatieven
Afbeelding 4.6 laat het overzicht van de onderzoeksalternatieven zien. De hoofdstukken 5, 6 en 7 geven een uitgebreide beschrijving van de onderzoeksalternatieven, inclusief een toelichting van de gemaakte keuzes gedurende de alternatievenontwikkeling. Varianten Om mogelijke knelpunten te vermijden of om een afweging tussen verschillende traceringsprincipes mogelijk te maken zijn ook varianten van de onderzoeksalternatieven ontwikkeld. Het tracé van een variant wijkt af, maar de hoofdprincipes van het alternatief blijven van toepassing. In het plan-MER worden varianten als volwaardig alternatief beschouwd en onderzocht. Combinaties van de onderzoeksalternatieven zijn ook mogelijk.
De volgende varianten zijn opgenomen (zie afbeelding 4.6): - voor alternatief West is een variant opgenomen die de smalle corridor over het bedrijventerrein tussen Weert en Nederweert vermijdt; - voor alternatief Midden is een variant opgenomen om voor het vertrek vanuit station Maasbracht de mogelijkheid open te houden voor zowel een vertrek in westelijke als in noordelijk richting (ten oosten van de Clauscentrale); - voor alternatief Midden is een variant opgenomen die de smalle corridor tussen Someren en Asten vermijdt; - voor alternatief Oost zijn twee varianten opgenomen die gedeeltelijk bundelen met de bestaande hoogspanningsverbinding Maasbracht - Eindhoven om zo een afweging tussen het rechtstandsprincipe en het bundelingsprincipe mogelijk te maken.
17 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
Afbeelding 4.6 De onderzoeksalternatieven voor de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding Maasbracht - Eindhoven
18 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
5 ONDERZOEKSALTERNATIEF WEST Dit hoofdstuk beschrijft alternatief West en de ontwerpkeuzes die daarbij zijn gemaakt. Dit alternatief volgt de lijn van de snelweg A2 en het kanaal Wessem-Nederweert, en loopt ten westen van de Strabrechtse Heide. Paragraaf 5.1 beschrijft het alternatief en paragraaf 5.2 gaat in op de gemaakte ontwerpkeuzes. Afbeelding 5.1 toont dit alternatief als een doorgetrokken oranje lijn op de kaart. De variant is aangeduid met een stippellijn. In het plan-MER worden varianten als volwaardig alternatief beschouwd en onderzocht.
Afbeelding 5.1 Kaart van alternatief West
5.1
Beschrijving alternatief West
Het alternatief begint bij het 380 kV-hoogspanningsstation in Maasbracht en loopt in westelijke richting langs de rand van de dorpskern van Brachterbeek. In dit gebied, tussen het hoogspanningsstation Maasbracht en de Clauscentrale, is erg weinig ruimte. Hier zijn al verschillende hoogspanningsverbindingen aanwezig: naar de Clauscentrale en de bestaande verbinding Maasbracht - Eindhoven. Deze liggen al dicht langs de kern van Brachterbeek. Dit is te zien in het ingezoomde kader linksonder in afbeelding 5.1.
19 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
In de plan-MER-fase wordt in meer detail onderzocht hoe hier een nieuw bovengronds tracé kan worden ingepast. Ook de bestaande verbindingen moeten daarbij worden verplaatst. Uitgangspunt is dat er geen nieuwe gevoelige gebouwen binnen de magneetveldzone komen te liggen. Alternatief West volgt de snelweg A2 vanaf de Maaskruising tot aan Weert. Het alternatief loopt het gehele zuidelijk deel van het zoekgebied parallel aan de snelweg. Het kanaal Wessem-Nederweert ligt hier ook parallel aan de snelweg. Dit is een relatief leeg gebied, wel liggen er enkele losliggende woningen. Ten zuiden van Nederweert liggen enkele buurtschappen dicht langs de snelweg, waar het tracé langs loopt. Tussen Weert en Nederweert kruist het tracé, net als de A2, een bedrijventerrein. Langs deze snelweg is slechts een smalle corridor aanwezig waar de nieuwe hoogspanningsverbinding doorheen moet. Het ingezoomde kader rechts in afbeelding 5.1 laat dit mogelijk knelpunt zien. Om dit mogelijk knelpunt te vermijden is een variant opgesteld, die als stippellijn is weergegeven in afbeelding 5.1. Het ontwerp van de variant is erop gericht om de woningen en het bedrijventerrein tussen Weert en Nederweert te vermijden, en loopt daarom met een grote boog om het bebouwde gebied bij Nederweert en Ospel. De variant volgt de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding Maasbracht Eindhoven tot voorbij Ospel.
Ten noorden van Weert volgt het tracé niet meer de A2, maar gaat met een bocht om het Natura 2000gebied Weerter- en Budelerbergen & Ringselven heen. Het natuurgebied wordt langs de oostzijde gepasseerd. Ten noorden daarvan buigt het tracé af naar het westen. Na het kruisen van de spoorlijn Eindhoven-Weert en de bestaande 150 kV-hoogspanningsverbinding Maarheeze - Eindhoven Oost, buigt het tracé af naar het noorden, waar het tussen de plaatsen Heeze en Leende door loopt. Het Natura 2000gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux, dat langs de snelweg A2 ligt, wordt zo vermeden. Het tracé nadert het 380 kV-hoogspanningsstation in Eindhoven vanuit het zuiden. In het gebied tussen Eindhoven en Geldrop ligt een cultuurhistorisch waardevol gebied en een bedrijventerrein. Deze worden gekruist. Langs de rand van het Dommeldal sluit het tracé aan op het hoogspanningsstation in Eindhoven. Het bovenste ingezoomde kader in afbeelding 5.1 laat zien dat de ruimte hier beperkt is. Dit gebied vormt dus een mogelijk knelpunt.
5.2
Ontwerpkeuzes
Deze paragraaf beschrijft de belangrijke ontwerpkeuzes die zijn gemaakt voor alternatief West. Ontwerpkeuze rond Natura 2000-gebied Weerter- en Budelerbergen & Ringselven Voor het ontwerpen van een tracé aan de westzijde van het zoekgebied moet het Natura 2000-gebied Weerter- en Budelerbergen & Ringselven worden gepasseerd. Hiervoor zijn de volgende mogelijkheden onderzocht (zie afbeelding 5.2): 1 volgen van de A2: het Natura 2000-gebied is in twee delen gesplitst door de snelweg. Langs de snelweg is een smalle corridor aanwezig die geen onderdeel uitmaakt van het Natura 2000-gebied. Echter, door de snelweg te volgen komt het tracé bij de woonkern van Maarheeze uit. Binnen het zoekgebied is het niet mogelijk om de woonkern te passeren zonder deze te kruisen. Dit is in strijd met het traceringsprincipe om stads- en dorpskernen niet te kruisen. Daarom bundelt dit alternatief tussen Weert - Nederweert en Maarheeze niet met de A2; 2 volgen van de bestaande 150 kV-hoogspanningsverbinding: de bestaande 150 kVhoogspanningsverbinding kruist het Natura 2000-gebied Weerter- en Budelerbergen & Ringselven. Het volgen van deze verbinding betekent dat er bos gekapt moet worden. Dit leidt vermoedelijk tot significante negatieve effecten op de natuurwaarden.
Daarom volgt het tracé hier niet de bestaande 150 kV-hoogspanningsverbinding; 3 oostelijk van het Natura 2000-gebied: ten oosten van het natuurgebied is de meeste oplossingsruimte. Daarom is het tracé daar ingetekend;
20 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
4
westelijk van het Natura 2000-gebied: ten westen van het natuurgebied is niet mogelijk omdat dit ver buiten het zoekgebied valt. Deze optie is niet te zien in afbeelding 5.2.
Alternatief West loopt dus ten oosten van Natura 2000-gebied Weerter- en Budelerbergen & Ringselven.
Afbeelding 5.2 Ontwerpkeuze bij Natura 2000-gebied Weerter- en Budelerbergen & Ringselven
Ontwerpkeuze bij Leende en Heeze Het gebied rond de woonkernen van Leende en Heeze vormt een tweede aandachtsgebied voor een alternatief aan de westzijde van het zoekgebied. Dit aandachtsgebied is zichtbaar in afbeelding 5.3. Vanuit het bundelingsprincipe is er een kans om te bundelen met de A2 en de bestaande 150 kVhoogspanningsverbinding. Om de woonkernen van Heeze en Leende te passeren zijn vier mogelijkheden onderzocht: 1 volgen van de A2: de woonkern van Leende grenst direct aan de snelweg A2, waardoor het onmogelijk is om deze binnen het zoekgebied te passeren zonder de woonkern te kruisen. Daarnaast ligt het Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux, ten noorden van Leende, dicht langs de snelweg. Er is geen ruimte om hier een nieuwe hoogspanningsverbinding in te passen zonder daarbij de natuurwaarden in het gebied negatief te beïnvloeden; 2 volgen van de bestaande 150 kV-hoogspanningsverbinding: de bestaande 150 kVhoogspanningsverbinding kruist met de woonkernen van Heeze en Geldrop. Dit is in strijd met het traceringsprincipe om stads- en dorpskernen te vermijden; 3 ten oosten van Heeze: in het gebied tussen Heeze en de Strabrechtse Heide bevinden zich waardevolle landschappelijke elementen zoals: · het beekdal van de Kleine Dommel; · het beschermde rijksmonument kasteel Heeze met zijn omliggende bossen en landerijen.
Dit gebied is dus ongeschikt om een hoogspanningsverbinding in te passen. Verder naar het oosten ligt het Natura 2000-gebied Strabrechtse Heide & Beuven. Het doorkruisen van Natura 2000-gebieden wordt zo veel mogelijk vermeden. Het tracé loopt dus niet ten oosten van Heeze;
21 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
4
tussen Heeze en Leende: tussen Leende en Heeze is de meeste oplossingsruimte om de woonkernen en natuurgebieden in dit aandachtsgebied te ontwijken of zoveel mogelijk te vermijden.
Alternatief West loopt op basis van bovenstaande conclusies door het gebied tussen de woonkernen van Leende en Heeze door.
Afbeelding 5.3 Ontwerpkeuze bij Leende en Heeze
22 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
6 ONDERZOEKSALTERNATIEF MIDDEN Dit hoofdstuk beschrijft alternatief Midden en de ontwerpkeuzes die daarbij zijn gemaakt. Het belangrijkste principe van dit alternatief is bundeling met de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven. Paragraaf 6.1 beschrijft het alternatief en in paragraaf 6.2 worden de gemaakte ontwerpkeuzes toegelicht. Afbeelding 6.1 toont het alternatief als een doorgetrokken blauwe lijn op de kaart; de varianten zijn aangeduid met een stippellijn. In het plan-MER worden varianten als volwaardig alternatief beschouwd en onderzocht.
Afbeelding 6.1 Kaart van alternatief Midden
6.1
Beschrijving alternatief Midden
Het vertrek vanaf het 380 kV-hoogspanningsstation Maasbracht is erg complex vanwege de beperkte oplossingsruimte. Dit mogelijke knelpunt is zichtbaar in het onderste ingezoomde kader in afbeelding 6.1. Voor dit alternatief zijn twee mogelijkheden voor het vertrek vanuit het station in Maasbracht: - vanaf het 380 kV-hoogspanningsstation Maasbracht in westelijke richting, langs de dorpskern van Brachterbeek. Dit is de doorgetrokken lijn in afbeelding 6.1. In dit gebied, tussen het hoogspanningsstation Maasbracht en de Clauscentrale, is erg weinig ruimte. Hier zijn al verschillende
23 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
-
hoogspanningsverbindingen aanwezig: naar de Clauscentrale en de bestaande verbinding Maasbracht Eindhoven. Deze ligt al dicht langs de kern van Brachterbeek. In de plan-MER-fase wordt in meer detail onderzocht hoe hier een nieuw bovengronds tracé kan worden ingepast. Ook de bestaande verbindingen moeten daarbij worden verplaatst. Uitgangspunt is dat er geen nieuwe gevoelige gebouwen binnen de magneetveldzone komen te liggen. Het tracé loopt ten westen van de Clauscentrale. Alternatief Midden volgt de A2 over de Maas en buigt na het passeren van de Maasplassen af om aan te sluiten op de bestaande 380 kV-verbinding Maasbracht - Eindhoven aan de westzijde; vanaf het 380 kV-hoogspanningsstation Maasbracht in noordelijke richting, ten oosten van de Clauscentrale. Deze variant is als stippellijn weergegeven in afbeelding 6.1. Er zijn hier al vier bestaande hoogspanningsverbindingen: 1 150 kV Maasbracht - Clauscentrale; 2 380 kV Maasbracht - Dodewaard; 3 150 kV Maasbracht - Helden; 4 150 kV Maasbracht - Buggenum. Ook bij een tracé ten oosten van de Clauscentrale is het noodzakelijk om bestaande verbindingen te verplaatsen. Een mogelijke oplossing is het ondergronds brengen van de 150 kVhoogspanningsverbindingen tot voorbij de maaskruising. Het tracé volgt de bestaande 380 kVhoogspanningsverbinding Maasbracht - Dodewaard langs Heel.
Bij de kruising met de 150 kVhoogspanningsverbinding Nederweert - Buggenum buigt het naar het westen en sluit het aan op de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding Maasbracht - Eindhoven aan de oostzijde. Dat betekent dat een kruising met de bestaande verbinding nodig is.
Het tracé volgt de bestaande hoogspanningsverbinding dwars door het zoekgebied. Een parallel tracé aan de oostzijde of aan de westzijde van de bestaande verbinding is mogelijk. Het tracé loopt tussen de plaatsen Someren en Asten door en ten noorden van Someren maakt het tracé een bocht naar het westen. Om de smalle corridor tussen de woonkernen Someren en Asten te vermijden, is een variant ontwikkeld die Someren aan de westzijde passeert. Deze variant is als stippellijn weergegeven in het midden van afbeelding 6.1. De variant buigt al ruim voor Someren af en kruist voornamelijk agrarisch landschap waarna het weer aansluit op het alternatief ten hoogte van Lierop. In de te overbruggen verkavelingsstructuur zijn veel losse woningen en vakantieparken aanwezig. Ten westen van Lierop kruist het tracé de A67, waarna het tracé verder in westelijke richting loopt. Daarna doorkruist het tracé het bosgebied ten oosten van Geldrop. Vanaf het Eindhovens kanaal loopt het tracé tussen Geldrop en Nuenen door, om tenslotte het Dommeldal over te steken. Een zo kort mogelijke kruising heeft de voorkeur om het waardevolle beekdallandschap zo min mogelijk aan te tasten. De ruimte voor de aanlanding van de nieuwe hoogspanningsverbinding bij het station in Eindhoven is beperkt, zoals is te zien in het bovenste ingezoomde kader in afbeelding 6.1. De aanlanding vormt dus een mogelijk knelpunt.
Met dit alternatief wordt een oostelijke aanlanding van het station onderzocht.
6.2
Ontwerpkeuzes
Deze paragraaf beschrijft de belangrijke ontwerpkeuzes die zijn gemaakt voor alternatief Midden. Ontwerpkeuze bij Heel Vanuit het bundelingsprincipe is er een kans om te bundelen met de bestaande 380 kVhoogspanningsverbinding Maasbracht - Eindhoven. Echter, het is niet mogelijk de verbinding vanaf het station direct te volgen. Sinds de aanleg van deze verbinding in de jaren '70 is het gebied veranderd. Zo zijn er tegenwoordig uitgestrekte plassen rondom de dorpen Heel en Panheel als resultaat van grindafgravingen, zoals het Polderveld, de Boschmolenplas en de Lange Vlieter. De situatie bij de plassen is zichtbaar in afbeelding 6.2.
24 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
De afstand van oever tot oever van de plassen is te groot om in één keer te overspannen, waardoor er kunstmatige eilanden voor masten nodig zijn. Dit is echter niet maakbaar, omdat de werkschepen de Boschmolenplas niet kunnen bereiken en uit de technische analyses blijkt dat de grindafgravingen te diep zijn. Het tracé volgt dus niet de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding vanuit het vertrek bij het station in Maasbracht. In plaats daarvan worden twee varianten onderzocht: één langs de snelweg A2 en één langs de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding Maasbracht - Dodewaard. Deze varianten staan beschreven in paragraaf 6.1.
Afbeelding 6.2 Ontwerpkeuze bij Heel
Ontwerpkeuze bij Mierlo De bestaande 380 kV-verbinding loopt door de woonkern van Helmond, zoals te zien is in afbeelding 6.3, en kan dus niet worden gevolgd. De woonkernen van Helmond en Mierlo zijn tegen elkaar aangegroeid. Dat betekent dat de oplossingsruimte ten zuiden van Mierlo ligt. Er is een mogelijkheid om bundeling met de snelweg A67 op te zoeken. Om bij het station Eindhoven uit te komen loopt het tracé door het bos tussen Mierlo en Geldrop.
25 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
Afbeelding 6.3 Ontwerpkeuze bij Mierlo
26 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
7 ONDERZOEKSALTERNATIEF OOST Dit hoofdstuk beschrijft alternatief Oost en de ontwerpkeuzes die daarbij zijn gemaakt. Het hoofdprincipe van dit alternatief is een oostelijke passage van de Groote Peel en bundeling met de A67. Paragraaf 7.1 beschrijft het alternatief en paragraaf 7.2 licht de gemaakte ontwerpkeuzes toe. Afbeelding 7.1 toont het alternatief als een doorgetrokken paarse lijn op de kaart; de varianten zijn aangeduid met een stippellijn. In het plan-MER worden varianten als volwaardige alternatief beschouwd en onderzocht.
Afbeelding 7.1 Kaart van alternatief Oost
27 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
7.1
Beschrijving alternatief Oost
Zoals beschreven in paragraaf 5.1 en 6.1 is het vertrek vanaf het 380 kV-hoogspanningsstation Maasbracht complex omdat er weinig ruimte is. Dit mogelijke knelpunt is zichtbaar in het onderste ingezoomde kader in afbeelding 7.1. Het tracé loopt vanaf station Maasbracht in noordelijke richting, ten oosten van de Clauscentrale. Er zijn hier al vier bestaande hoogspanningsverbindingen: 1 150 kV Maasbracht - Clauscentrale; 2 380 kV Maasbracht - Dodewaard; 3 150 kV Maasbracht - Helden; 4 150 kV Maasbracht - Buggenum. Om hier een nieuw tracé in te passen is het noodzakelijk om ook bestaande verbindingen te verplaatsen. Een mogelijke oplossing is het ondergronds brengen van de 150 kV-hoogspanningsverbindingen tot voorbij de maaskruising. Het tracé volgt de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding Maasbracht - Dodewaard tussen Heel en Beegden door. Bij de kruising met de 150 kV-hoogspanningsverbinding (Nederweert - Buggenum) bundelt het oostelijk tracé met deze verbinding. Het tracé komt daarmee aan de oostzijde van de bestaande 380 kVhoogspanningsverbinding (Maasbracht - Eindhoven) uit. Voor het tracé naar Meijel, ten oosten van de Groote Peel, zijn meerdere varianten op het alternatief mogelijk. De varianten staan als stippellijnen weergegeven in afbeelding 7.1.
Hierdoor kunnen verschillende perspectieven worden afgewogen, zoals rechtstand en het bundelingsprincipe: - het tracé volgt een zo recht mogelijke lijn richting Meijel, waarbij verschillende natuurgebieden en beken worden gekruist; - de eerste variant volgt de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding Maasbracht - Eindhoven een stuk naar het noorden en buigt vervolgens af naar het oosten richting Meijel; - de tweede variant bundelt langer met de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding. Ten zuiden van Natura 2000-gebied De Groote Peel buigt het tracé af naar het oosten richting Meijel. Deze variant is langer, maar kruist minder natuurgebieden. Het tracé passeert het nationaal park De Groote Peel aan de oostzijde. Het tracé vervolgt in noordelijke richting tot de A67. Daar buigt het tracé af naar het westen om te bundelen met de A67. Hier loopt het tracé tussen Asten en Ommel door. De beschikbare ruimte is hier beperkt, maar het lijkt mogelijk om hier nog een nieuwe hoogspanningsverbinding in te passen. Door de A67 verder naar het westen te volgen kruist het tracé met de bestaande 380 kVhoogspanningsverbinding. Ten oosten van Geldrop doorkruist het tracé een bosrijk gebied. Het tracé nadert het 380 kV-hoogspanningsstation Eindhoven vanuit het oosten. Vanaf het Eindhovens kanaal loopt het tracé tussen Geldrop en Nuenen door, om tenslotte het Dommeldal over te steken.
Een zo kort mogelijke kruising heeft de voorkeur om het waardevolle beekdallandschap zo min mogelijk aan te tasten. De ruimte voor de aanlanding van de nieuwe hoogspanningsverbinding bij het station in Eindhoven is beperkt, zoals is te zien in het bovenste ingezoomde kader in afbeelding 7.1. De aanlanding vormt dus een mogelijk knelpunt. Met dit alternatief wordt een oostelijke aanlanding van het station onderzocht.
7.2
Ontwerpkeuzes
Deze paragraaf beschrijft de belangrijke ontwerpkeuzes die zijn gemaakt voor alternatief Oost. Ontwerpkeuze langs de oostelijke rand van het zoekgebied Voor het ontwerpen van een tracé aan de oostzijde van het zoekgebied is een tracé gebundeld met de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding Maasbracht - Dodewaard onderzocht. Echter, in het gebied
28 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
rond Buggenum en Haelen is veel energie-infrastructuur aanwezig, met zes verschillende (bovengrondse) hoogspanningsverbindingen dicht bij de kernen van deze dorpen. Dit is weergegeven in afbeelding 7.2. Hierdoor is het niet mogelijk om hier een nieuw tracé te ontwikkelen: de ruimte tussen de 380 kVhoogspanningsverbinding Maasbracht - Dodewaard en de woonkern van Haelen is te klein. Om het knelpunt bij Haelen te omzeilen, is een tracé ten westen van Haelen onderzocht. Dit tracé loopt vanaf Beegden door het Leudal en bundelt ten noorden van Nunhem met de bestaande 380 kVhoogspanningsverbinding. Echter, dit alternatief wordt niet als kansrijk ingeschat om de volgende redenen: - impact op natuurwaarden: er zijn belangrijke natuurwaarden in het Leudal, zowel binnen het Natura 2000-gebied als in de omliggende natuurgebieden die deel uitmaken van NNN; - aantasting beekdallandschap: het tracé kruist meerdere beken, waarmee het waardevolle beekdallandschap wordt aangetast; - langer tracé: een tracé langs de buitenrand van het zoekgebied is veel langer dan de bestaande verbinding. Daarnaast zijn de windturbines in dit gebied een aandachtspunt.
Afbeelding 7.2 Ontwerpkeuze langs de oostelijke rand van het zoekgebied
Gezien deze bezwaren wordt een tracé gebundeld met de 380 kV-hoogspanningsverbinding naar Dodewaard als onhaalbaar beschouwd. De oplossingsruimte is gezocht richting het midden van het zoekgebied. Het alternatief loopt daarom ten westen van Heythuysen en Roggel.
29 | 29
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Definitief
Bijlage(n)
I BIJLAGE: KAARTEN
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Bijlage I | Definitief
A67 als volgstructuur
Ecologische verbindingen versterken
Ecologische verbindingen versterken
Kanalen als volgstructuur
Kleinschalig landschap versterken
N266 als volgstructuur
Aansluiten op energienetwerk N275 als volgstructuur
Spoor als volgstructuur
Ecologische verbindingen versterken
Hoogspanningslijnen als volgstructuur
II BIJLAGE: LANDSCHAPSVISIE
E-MERGE | 141946-C.4/25-006.451 | Bijlage II | Definitief
Landschapsvisie Netuitbreiding Maasbracht - Eindhoven definitief - 25 april 2025 TenneT TSO B.V.
Project Opdrachtgever
Netuitbreiding 3e en 4e circuit Maasbracht - Eindhoven 380 kV TenneT TSO B.V.
Referentie
Landschapsvisie Definitief 25 april 2025 141946-C.5/25-006.472
Projectcode
141946
Adres
E-MERGE Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer KvK 38030751
Document Status Datum
Het kwaliteitsmanagementsysteem is gecertificeerd op basis van ISO 9001.
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming, noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Geen aansprakelijkheid wordt aanvaardt voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door geleverde document.
INHOUDSOPGAVE 1.
INTRODUCTIE
3
4.
RUIMTELIJKE VISIE EN TRACERINGSPRINCIPES 41
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Doel Landschapsvisie Relatie met andere documenten Lagenbenadering Leeswijzer
3 4 4 5 5
4.1 4.2
Ruimtelijke visie Traceringsprincipes
VERVOLGSTAPPEN
44
2.
BELEIDSKADERS EN VISIE
7
BRONNEN
45
2.1
8
2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
Landschap en hoogspanningsnet - visie en richtlijnen voor landschappelijke inpassing Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Programma NOVEX Programma Mooi Nederland Omgevingsvisie Limburg Landschapskader Noord- en Midden-Limburg Omgevingsvisie Noord-Brabant Gebiedspaspoort Brabant Conclusie
3.
L ANDSCHAPSANALYSE
17
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
Landschapsanalyse voor het projectgebied Eindhoven en de Kempen De Peel De Maasvallei Infrastructuur Kwaliteiten in het landschap Kansen in het landschap Conclusie
17 19 23 27 31 33 34 38
9 9 10 11 12 12 13 14
41 43
Bestaande 380 kV verbinding bundelt over een lange lengte met de Zuid-Willemsvaart (bron: googlemaps)
2 | 45
E-MERGE | 141946-C.5/25-006.472 | Definitief
1
Afbeelding 1.1 Globaal aangegeven zoekgebied voor de nieuwe hoogspanningsverbinding (bron: KGG en TenneT)
INTRODUCTIE 1.1
Aanleiding
Het gebruik en transport van elektriciteit in Nederland neemt al tientallen jaren toe. Hierdoor wordt het hoogspanningsnet in Nederland steeds zwaarder belast. Door de energietransitie zal deze ontwikkeling de komende jaren versneld doorzetten en groeit de vraag naar elektriciteit. Volgens berekeningen van TenneT, blijkt dat de transportcapaciteit van de bestaande 380 kVhoogspanningsverbinding tussen de hoogspanningsstations Eindhoven-Oost en Maasbracht na 2030 onvoldoende is. Verdere capaciteitsvergroting van deze bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding is niet mogelijk. TenneT heeft de wettelijke taak om de leveringszekerheid van elektriciteit op het transportnet (110 kV en hoger) te waarborgen. Dit kan alleen door middel van een grootschalige uitbreiding van het hoogspanningsnet tussen de hoogspanningstations Eindhoven-Oost en Maasbracht. Komt de netuitbreiding er niet, dan hebben netbeheerders problemen om alle producenten en gebruikers van capaciteit te voorzien en komt de leveringszekerheid in gevaar. Dit zou betekenen dat een aanzienlijk deel van de ontwikkelingen, die voorzien zijn in deze regio, niet gefaciliteerd kunnen worden, zoals het uitbreiden en verduurzamen van woningen, verduurzaming van industrie en economische ontwikkelingen.
De berekeningen van TenneT wijzen uit dat een verzwaring van bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding (1e en 2e circuit) onvoldoende is om de knelpunten in het hoogspanningsnet toekomstbestendig op te lossen. Daarom
3 | 45
E-MERGE | 141946-C.5/25-006.472 | Definitief
is een nieuwe 380 kV-verbinding nodig die station Maasbracht verbindt met station Eindhoven-Oost. Op deze manier kan TenneT blijven voldoen aan de wettelijke taak om de leveringszekerheid van elektriciteit op het transportnet toekomstbestendig te waarborgen. Het project dat TenneT hiervoor is gestart is de 380 kV-Netuitbreiding Maasbracht - Eindhoven (3e en 4e circuit).
Levend document De landschapsvisie is een ‘levend document’. Dit betekent dat dit document (Concept 02 - 14 februari 2025) in ontwikkeling is en nu de eerste gemaakte stappen laat zien. Gedurende de verkenningsfase zal dit document worden verrijkt en aangepast.
1.2
Doel landschapsvisie
Realisatiefase Tijdens de realisatiefase vormt de landschapsvisie en -plan de leidraad voor ontwerpopgaven die gedurende het ontwikkelingsproces nog in beeld komen. Hiermee wordt de nieuwe hoogspanningsverbinding, zoveel mogelijk ingepast aansluitend op de landschappelijke waarden. Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de instandhouding van de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied, en deze worden, waar mogelijk, versterkt. Indien nodig worden er voor de aanbesteding aanvullende ruimtelijke kwaliteitsproducten opgesteld. Afbeelding 1.2 Overzicht projectfasen in relatie tot de MER-procedure.
De landschapsvisie analyseert en waardeert de ruimtelijke kwaliteit en dient als ontwerp- en toetskader voor de verschillende onderzoeksalternatieven. Ruimtelijke kwaliteit is belangrijk in alle projectfasen en speelt een belangrijke rol in het ontwerpproces. Verkenningsfase In de verkenningsfase geeft de landschapsvisie input voor de ontwikkeling en verfijning van onderzoeksalternatieven, die landen in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en Notitie Onderzoeksalternatieven (NOA). Hiervoor wordt ontwerpend onderzoek ingezet om de tracering- en inrichtingsprincipes verder uit te werken. Op basis van beleid, maar ook samen met de overheden worden in het omgevingsproces kansen verkend en in kaart gebracht. In het plan-MER worden de verschillende onderzoeksalternatieven onderzocht, beoordeeld en met elkaar vergeleken. Tevens wordt in deze fase gekeken hoe de onderzoeksalternatieven verder kunnen worden geoptimaliseerd met behulp van mitigerende maatregelen en kansen vanuit de omgeving die meegenomen kunnen worden tijdens het project. Deze informatie maakt onderdeel uit van de beslisinformatie op basis waarvan de minister, aan het einde van de verkenningsfase, een keuze kan maken voor het voorkeursalternatief (VKA).
Planuitwerkingsfase In de planuitwerking wordt het vastgestelde voorkeursalternatief, inclusief mogelijke mitigerende maatregelen en kansen vanuit de omgeving, uitgewerkt in een aangescherpte landschapsvisie en een landschapsplan. Dit landschapsplan zal de inrichting, ontwikkeling en beheer van het projectplan visualiseren. Daarbij verschuift de aandacht van de inpassing op tracé- en lijnniveau naar een gedetailleerde uitwerking op mastniveau van het voorkeurstracé. 4 | 45
E-MERGE | 141946-C.5/25-006.472 | Definitief
1.3
Relatie met andere documenten
Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) De eerste fase van het plan-MER is het opstellen van een notitie over de inhoud van het plan-MER, de NRD. De NRD is de onderzoeksagenda voor het planMER. De NRD beschrijft wat er in het milieueffectrapport onderzocht gaat worden en tot in welk detail. Het beantwoordt de vragen welke milieueffecten we onderzoeken, welke alternatieven we onderzoeken en hoe we deze gaan onderzoeken. Notitie Onderzoeksalternatieven (NOA) In deze notitie zijn verschillende onderzoeksalternatieven voor de hoogspanningsverbinding globaal uitgewerkt. De landschapsvisie (concept 02 - 14 februari 2025) geeft input aan de Notitie Onderzoeksalternatieven (NOA). De NOA beschrijft de stappen die zijn gezet in de alternatievenontwikkeling, het proces om te komen van het onderzoeksgebied naar de onderzoeksalternatieven en welke uitgangspunten hierbij zijn gehanteerd. Deze onderzoeksalternatieven worden onderzocht op milieueffecten in het plan-MER en de effectenstudies. Het plan-MER en de effectenstudies worden in het kader van de Integrale Effectenanalyse (IEA) uitgevoerd.
Ook andere bureauonderzoeken, naast deze landschapsvisie, zijn uitgevoerd tijdens de alternatievenontwikkeling en als input gebruikt voor de NOA. Dit bestond uit een ecologisch onderzoek en een onderzoek naar technische knelpunten. Deze studies zijn gebruikt om richting te geven aan de alternatievenontwikkeling en knelpunten vroegtijdig inzichtelijk te maken.
1.4
Lagenbenadering
Kenmerken, kwaliteiten en kansen voor het gebied zijn in deze landschapsvisie geanalyseerd met behulp van de Lagenbenadering (afbeelding 1.3). De lagenbenadering is een manier om naar de ruimte te kijken. De eerste laag, de ondergrond, bestaat uit het natuurlijke bodem- en watersysteem. Deze laag heeft een lange ontstaansgeschiedenis waar veranderingen veel tijd kosten, denk aan eeuwen. De tweede laag, de netwerklaag, bestaat uit verkeers-, groene & blauwe- en energienetwerken. Deze laag legt de toekomst voor een langere tijd vast, vaak op de schaal van 20 tot 80 jaar. De derde laag, de occupatielaag, toont menselijke activiteiten en de fysieke neerslag daarvan, bijvoorbeeld verstedelijkingspatronen. Deze laag is onderhevig aan een hoge veranderingssnelheid, vaak binnen een generatie, 10 tot 40 jaar. De hoogspanningslijn bevindt zich op de netwerklaag. Redenerend vanuit het natuurlijke bodem- en watersysteem, is het wenselijk dat de netwerklaag en de occupatielaag logisch op de ondergrondlaag geplaatst worden. Zodat water en bodem sturend worden in ruimtelijke keuzes. Afbeelding 1.3 De lagenbenadering waterbodem sturend, Peter Dauvellier en Deltares (2021)
5 | 45
E-MERGE | 141946-C.5/25-006.472 | Definitief
1.5
Leeswijzer
De landschapsvisie is als volgt opgebouwd: - hoofdstuk 2 beschrijft op hoofdlijnen de belangrijkste richtlijnen uit de landschapsvisie van TenneT en het beleid van het Rijk en de provincies; - hoofdstuk 3 beschrijft de ontstaansgeschiedenis en landschappelijke karakteristieken van het projectgebied; - hoofdstuk 4 is de ruimtelijke visie met traceringsprincipes, waaraan het ontwerp op regionaal schaalniveau van de tracering moet voldoen.