R - 8 Bijlage Jaarrekening 2024 - GGD Brabant-Zuidoost
Tekst van het document
Bijzondere Zorg heeft tevens een belangrijke signaal-en brugfunctie in situaties waarbij verschillende partijen uit het zorg- en veiligheidsdomein, met elk hun eigen belangen, culturen en werkwijzen met elkaar verbonden dienen te worden om zo tot maatwerkoplossingen te komen. Wijk GGD’ers In 2023 is de pilot wijk-GGD in Best en Oirschot van start gegaan en deze is na een succesvolle evaluatie gecontinueerd in 2024 waarin de verdere doorontwikkeling van het concept wijk-GGD en de aansluiting op de bestaande infrastructuur in beide gemeenten centraal stond. Daarnaast is een nieuwe pilot wijk-GGD in Son en Breugel en Nuenen van start gegaan. De eerste bevindingen waren positief en hierop is opnieuw subsidie aangevraagd en toegekend om de pilot met zeker 2 jaar te verlengen waarbij eveneens de verdere doorontwikkeling en inbedding in de infrastructuur een belangrijk doel is.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
26
Daarnaast zijn enkele lopende contracten verlengd en is de kracht van het concept wijk-GGD opnieuw bewezen. Anno 2025 is de wijk-GGD in 8 gemeenten actief. Dit betreffen de gemeenten Eindhoven, Veldhoven, Waalre, GeldropMierlo, Nuenen, Son en Breugel, Best en Oirschot. Als rode draad liep in 2024 het optimaliseren van processen rondom gegevensuitwisseling met ketenpartners; een complex proces wat vele uitdagingen kent. In 2023 werd de wet WAMS controversieel verklaard, deze wet haakt in op de problematiek rondom gegevensuitwisseling. Ondanks dat de wet is uitgesteld hebben we geïnvesteerd in het voorsorteren op mogelijke consequenties. Sinds mei 2023 komen alle zorgmeldingen vanuit politie ten aanzien van de inzet omtrent personen met verward gedrag voor de bij het meldpunt aangesloten gemeentes bij de GGD binnen. Dit is een waardevolle stap in de verdere samenwerking met de politie. In 2024 is geïnvesteerd in de samenwerking met politie om dit proces verder onder de aandacht te brengen bij de verschillende politie-teams en verder te stroomlijnen en tot passende doorverwijzingen te komen. De samenwerking met de politie komt verder tot uiting in de zeer actieve deelname aan de projectgroep ‘Versterking zorg en politie op straat’, in samenwerking met Ambulancezorg, gemeente en GGzE.
In 2024 is hier verder een vervolg aan gegeven, is subsidie toegekend door ZonMW voor het project 'straattriage’ en zijn alle voorbereidingen getroffen om in januari 2025 van start te kunnen gaan. Bij straattriage wordt een duo, gevormd door een politieagent en een zorgprofessional van oftewel de GGD oftewel de crisisdienst van de GGzE, aan een melding gekoppeld. Samen beoordelen zij de situatie en bepalen welke interventie nodig is. Door veiligheid en zorg aan de voorkant te combineren beogen we een snelle(re) inschatting te maken of en zo ja welke (vervolg)hulp nodig is. We streven ernaar hiermee een sneller en beter passend vervolg te geven aan de meldingen die bij de politie binnenkomen en hiermee de politie ook te ontlasten. Naast tijdige signalering en toeleiding naar passende hulp beogen we ook tekorten en hiaten in het zorglandschap te kunnen identificeren en adresseren.
Stijging aantal meldingen Er zijn ruim 1.700 meldingen binnengekomen en opgepakt door het meld- en adviespunt Zorgwekkend Gedrag en de Wijk-GGD’ers in 2024. Het aantal meldingen ten opzichte van voorgaande jaren laat wederom een duidelijke stijging zien. Daarnaast zien we dat inwoners en ketenpartners de GGD goed weten te vinden voor consultatie en advies. Het afgelopen jaar heeft Bijzondere Zorg zo'n 600 consultatievragen beantwoord. Er wordt zodoende een belangrijk appèl gedaan op het team door verschillende ketenpartners om mee te denken in casuïstiek. Het gaat dan om complexe problematiek al dan niet in combinatie met overlast, zorgverlamming of hiaten in het aanbod. De grootste aanmelder is de politie met gemiddeld zo'n 90 meldingen per maand. Publieke Gezondheidszorg voor Asielzoekers In 2024 verbleven asielzoekers in veertien opvanglocaties van het COA in onze regio. Deze opvanglocaties bevonden zich in Budel, Deurne, Eindhoven (3x), Geldrop (2x), Helmond (2x), Nuenen, Oirschot, Son & Breugel, Veldhoven en Waalre. De GGD heeft voor deze asielzoekers in opdracht van het COA de volgende zorg verleend: •
In het kader van de JGZ voor 0 tot 18-jarigen zijn er 1.790 contactmomenten geweest waarbij 622 kinderen gezien zijn
•
In het COL (aanmeldcentrum) in Budel zijn screeningen op TBC uitgevoerd bij de nieuwe instroom van asielzoekers
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
27
•
In het kader van infectieziektebestrijding zijn drie uitbraken gemeld bij de GGD en zijn op advies van de GGD door het COA passende maatregelen genomen
•
Er zijn 13 individuele SOA-consulten gegeven
•
Bij de opvanglocaties hebben 15 hygiëne inspecties plaatsgevonden
•
Er zijn 53 groepsvoorlichtingen gehouden waaraan 428 asielzoekers deelnamen. De voorlichting in verschillende talen betrof de thema’s stress en spanning, gezondheidszorg in Nederland, zelfzorg, opvoeding, seksuele gezondheid, leefstijl/middelengebruiken hygiëne
Forensische Geneeskunde Vanaf 1 januari 2024 werkt het team forensische geneeskunde conform het centrummodel waarbij de GGD Brabant-Zuidoost de regievoerende GGD is. De samenwerking heeft als primair doel te kunnen voorzien in de behoefte aan dekking van forensisch geneeskunde binnen het gehele verzorgingsgebied. De samenwerking heeft verder ten doel de uitvoering van taken op het gebied van forensisch geneeskunde op het vereiste kwalitatieve niveau en op een zo efficiënt en effectief mogelijk wijze uit te voeren onder andere met het oog op passende besteding van overheidsmiddelen. De samenwerking heeft voorts ten doel een voor de forensisch geneeskundige beroepsgroep aantrekkelijk werkgebied (kwantitatief en kwalitatief) te organiseren; Het team forensische geneeskunde bestaat uit: •
Forensisch artsen
•
Basisartsen
•
Artsen in opleiding tot forensisch arts
•
(forensisch) Verpleegkundigen
Forensische Geneeskunde omvat: •
Forensisch Medische expertise (FME)
•
Lijkschouw
•
Medische Arrestanten Zorg
Forensisch Medische Expertise: Binnen de Forensisch Medische Expertise voert een forensisch arts verschillende werkzaamheden uit. Zo verzamelt de forensisch arts sporen en bewijsmateriaal in verschillende situaties. Bijvoorbeeld DNA bij slachtoffers en verdachten van zedendelicten. En bij alcoholverkeerscontroles kan de arts of verpleegkundige bloed afnemen. In sommige gevallen heeft het slachtoffer of de verdachte lichamelijk letsel (bijvoorbeeld een wond of blauwe plek). Een forensisch arts is getraind dit letsel vast te leggen (zowel schriftelijk als fotografisch), te typeren en te duiden en hierover een letselrapportage op te stellen. Deze rapportage kan dan bijvoorbeeld gebruikt worden in een rechtszaak. Forensisch medisch expertise bij kinderen (FMEK) vraagt om specifieke kennis en vaardigheden, en is daarmee een verbijzondering van de forensisch medische expertise. Forensisch medisch expertise wordt ingezet in opdracht van politie en Justitie.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
28
Lijkschouw: Soms bestaat er twijfel over de aard van een overlijden: is het overlijden natuurlijk of niet? In dat geval wordt de forensisch arts, die is benoemd tot gemeentelijk lijkschouwer, gevraagd om het lichaam te schouwen en vast te stellen of er sprake is van natuurlijke of niet-natuurlijke dood. Een niet-natuurlijke dood is bijvoorbeeld dood door een ongeval, misdrijf, zelfmoord of medisch foutieve behandeling. Euthanasie (levensbeëindiging op verzoek door een behandelend arts) is ook een vorm van niet-natuurlijk overlijden. Hierbij controleert de forensisch arts of de euthanasieprocedure juist is doorlopen. Uitvoering van de lijkschouw vindt plaats in opdracht van gemeenten, waarbij de lijkschouw een verantwoordelijkheid is en blijft voor de gemeenten. Medische Arrestanten Zorg: Medische zorg voor arrestanten is de acute medische basiszorg voor een verdachte die is aangehouden en op het politiebureau of arrestantencomplex is ingesloten. Wanneer arrestanten ziek zijn of onder invloed van drank of drugs, schakelt de politie de forensisch arts in. Die levert medische zorg: bijvoorbeeld het voortzetten van medische zorg die al was ingezet vóór de arrestatie. Ook kan de forensisch arts advies geven aan politie of het verantwoord is de arrestant te verhoren of op te sluiten. Uitvoering van de medische arrestantenzorg vindt plaats in opdracht van politie.
In de politieregio zijn totaal 11.922 verrichtingen uitgevoerd door het team forensische geneeskunde. Hiervan hebben 1.328 verrichtingen betrekking op het Centrum Seksueel Geweld Brabant Oost waarin wij een actieve rol hebben met een coördinator, casemanagers, forensisch verpleegkundige, forensisch artsen, ondersteuning en stuurgroep voorzitter. De cijfers die hieronder getoond worden hebben uitsluitend nog betrekking op het gebied van GGD Brabant-Zuidoost. •
Lijkschouw, bekostigd vanuit de gemeentelijke bijdrage: -
Lijkschouwing (exclusief euthanasie): 564 keer uitgevoerd. De afgelopen jaren neemt de groei in lijkschouwen toe. Voor heel de regio zitten we op gemiddeld 20 lijkschouwen per week bij overledene van gemiddeld 71 jaar. Dit is de afgelopen jaren iets gegroeid. Er zijn voor Brabant Oost gemiddeld 3 suïcides per week.
-
Euthanasie toetsing: 431 keer Voor heel de regio zitten we op gemiddeld 15 euthanasien per week bij overledenen van gemiddeld 71 jaar. Dit is de afgelopen jaren iets gegroeid, de leeftijd waarop een euthanasie wordt uitgevoerd is ook toegenomen.
-
Melding dood minderjarige: 36 keer.
-
Collegiaal overleg overlijden: 437 keer. Voor heel de regio zitten we op gemiddeld 14 per week, waarbij de leeftijdsgroep 80+ een substantieel aandeel is van de cliënten.
•
Lijkenpas/uitstel begraven 326 keer
Forensisch medische Expertise: is 1.698 keer uitgevoerd, waarvan 1.571 bloedproeven. Dit zijn er weer meer dan de jaren ervoor. Voor heel de regio zitten we gemiddeld op 44 bloedafnames per week, deze worden voornamelijk door de verpleegkundige uitgevoerd. Forensische Medische Expertise is een verzamelbegrip voor alles waar uitsluitend het forensisch team bevoegdheden heeft. Denk hierbij ook aan zedendelict onderzoek, letselbeschrijvingen, enz.
Medische Arrestantenzorg (inclusief telefonisch overleg): 2.085 consulten, deze blijven redelijk stabiel.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
29
Samenwerking voor de FMEKK (forensische medische expertise kinderen en kwetsbare personen) neemt ook toe. Deze samenwerking is tussen het team Forensische Geneeskunde, Veilig Thuis, Catharina ziekenhuis en indien noodzakelijk districtsrecherche. Crisisplan en crisisorganisatie GGD Het Integrale Crisisplan van de GGD is in 2023 geactualiseerd en per 1 januari 2024 door het Directieteam vastgesteld. Ook de bijlagen bij het integrale Crisisplan zijn geactualiseerd, waaronder de agenda van het crisisteam en de taakkaarten voor de sleutelfunctionarissen. Continuïteit van crisistaken is steeds meer geborgd in het reguliere integrale riskmanagement van de GGD. Samen met de GHOR is het project ‘zorgrisicoprofiel’ in de regio afgerond, de GGD heeft hierin een bijdrage geleverd. De GGD heeft evenals voorgaande jaren piketfuncties geleverd t.b.v. de GHOR (O-DPG, ACG, OvD, HIN). Binnen de GGD-crisisorganisatie is in 2024 extra nadruk gelegd op het beoefenen van het toepassen van het crisismanagementmodel door de voorzitter van de operationele crisisteams IZB en PSH. Binnen het IZB-traject van Pandemische Paraatheid is afgestemd en samengewerkt met de adviseur Crisisbeheersing Daarnaast zijn de inhoudelijke crisisprocessen beoefend. Psychosociale hulpverlening (PSH) bij rampen en incidenten In 2024 zijn 33 meldingen bij het PSH-piketteam van de GGD binnengekomen.
Het ging om suïcides (9), zedenzaken (3), noodlottig ongeval en onverwacht overlijden (9), moord (3) en overige (9). PSH heeft bij de helft van deze meldingen de psychosociale hulpverlening gecoördineerd, bij de andere meldingen advies gegeven. 2.1b
Publieke Gezondheid – Covid-19:
Voor de opzet van de najaarscampagne Covid-19 vaccinatie (van 16 september t/m 6 december) is er een nieuwe strategie gevolgd. Deze strategie berust op 2 belangrijke pijlers die tot doel hadden om de corona vaccinatie laagdrempelig en gemakkelijk toegankelijk te maken voor de in aanmerking komende doelgroepen. •
Locatielandschap met de focus op een evenredige spreiding van vaccinatielocaties (13 voor GGDBZO).
•
Pro-actief uitnodigen (PAU); met een uitnodiging op tijd/datum/locatie. Personen uit de doelgroep 60+ die geen PAU ontvingen kregen een uitnodiging met de mogelijkheid om digitaal of telefonisch een afspraak bij een locatie (dichtbij) te maken.
Voor deze campagne is onze vaste locatie in Woensel in gebruik genomen. Deze locatie is ingericht om grootschaliger vaccineren mogelijk te maken. Tijdens de campagne zijn 3 lijnen ingericht, waarmee ruim 900 mensen per dag konden worden gevaccineerd. Tevens wordt deze A locatie ingezet in zijn HUB functie, waarbij dagelijks B locaties in de regio worden bevoorraad met vaccin en toebehoren. Hiermee zijn we in staat geweest geografische spreiding in locaties mogelijk te maken en daarmee gedurende de campagne voor vrijwel alle inwoners van BZO een covid vaccinatie laagdrempelig en dichtbij huis aan te bieden. De griepprikgroep 60- en de zorgmedewerkers werden door de landelijke media opgeroepen een afspraak te maken. Instellingen zonder medische dienst werden door een mobiel team van de GGD bezocht voor een coronavaccinatie van bewoners. De instellingen werden daarvoor actief benaderd of konden zichzelf melden. In totaal zijn ca. 70 instellingen in onze regio bezocht voor het vaccineren van bewoners en, indien gewenst, zorgmedewerkers.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
30
De 4 ziekenhuizen in regio Brabant-Zuidoost zijn door de GGD benaderd voor covidvaccinaties van zorgpersoneel op de ziekenhuislocatie. Alle 4 ziekenhuizen hebben hiervan gebruik gemaakt en zijn bezocht door een mobiel team van de GGD. Niet mobiele thuiswonende personen die tot de doelgroep behoren, konden zich melden voor een vaccinatie aan huis. Deze vaccinaties werden verzorgd door een mobiel team van de GGD. In totaal zijn ca. 2.100 vaccinaties bij niet mobiele thuiswonenden toegediend. Door GGD Brabant-Zuidoost werden tijdens de campagne in totaal 129.492 Covidvaccinaties toegediend. De vaccinatiegraad percentages lopen op van 29% bij de 60-65 jarigen tot 66% bij de 80-85 jarigen. Evenals het vorig jaar is de vaccinatiegraad in onze regio een kleine 4% boven het landelijk gemiddelde. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de vaccinatiegraad in onze regio per geboortecohort: Geboortecohort
Vaccinatiegraad najaarsronde 2024
1934 en eerder
52%
1935 - 1939
62%
1940 - 1944
66%
1945 - 1949
65%
1950 - 1954
57%
1955 - 1959
45%
1960 - 1964
29%
De term ’vaccinatiegraad najaarsronde 2024’ betekent: het percentage inwoners dat een coronaprik heeft ontvangen vanaf 16 september 2024. Het maakt hierbij niet uit of het gaat om een basisserieprik of om een herhaalprik. In geheel 2024 was er ook de mogelijkheid om medische reden (bijvoorbeeld in geval van een stamceltransplantatie), met een verwijzing van een behandelend arts, een covidvaccinatie te ontvangen. Dit was de zogenaamde basiscapaciteit, buiten de najaarscampagne 2024. Door de sterk teruggedrongen beschikbare financiële ruimte vanuit VWS was slechts beperkt initiatief mogelijk om meer inspanningen te leveren om alle doelgroepen te bereiken voor een covidvaccinatie. Hetgeen overigens wel een uitdrukkelijke oproep was vanuit de gezondheidsraad en als zodanig werd overgenomen in de opdracht van VWS naar de GGD-en. Bij GGD Brabant-Zuidoost konden desondanks toch twee goed bezochte informatiemomenten worden georganiseerd en werden, in het kader van een pilot, weekmarkten bezocht in Eindhoven en Helmond om informatie te geven over Covid en vaccinaties.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
31
2.2.
Ambulancezorg
De minister heeft de GGD in 2021 aangewezen als de (enige) houder van de Ambulancezorg in onze regio (voorheen lag de vergunning voor de Ambulancezorg bij de Veiligheidsregio). In 2024 zijn in totaal 56.648 ritten uitgevoerd (55.674 in 2023, +1.7%), waarvan 1.021 ritten een spoedeisend (AO) en 28.100 ritten een spoedeisend (A1) karakter hadden en 10.569 ritten besteld vervoer waren (10.995 in 2022). Van deze ritten waren 2.882 ritten psychiatrisch spoedvervoer (A0, A1+A2) en 344 psychiatrisch besteld vervoer (B). Een toename van 6,7%% t.o.v. 2023. Een ambulance heeft in het geval van een hoog spoedeisend karakter (A0 inzet) gemiddeld een 8:15 minuten nodig om bij het slachtoffer te komen. Gemiddeld 96,7% van de A0-inzetten is binnen de rijtijdnorm van 15 minuten uitgevoerd (inclusief aanname en uitgifte door de meldkamer) Een ambulance heeft in het geval van een spoedeisend karakter (A1 inzet) gemiddeld een 9:35 minuten nodig om bij het slachtoffer te komen. Gemiddeld 93,9% van de A1-inzetten is binnen de rijtijdnorm van 15 minuten uitgevoerd (inclusief aanname en uitgifte door de meldkamer). Dat percentage is 0.3% lager dan in 2023. Het percentage A2-inzetten dat binnen de rijtijdnorm van 30 minuten heeft plaatsgevonden bedroeg 98,6 % (norm is 95%); dit percentage is hetzelfde dan 2023.
In het tweede kwartaal van 2024 is er gestart met de implementatie van een A.I. tool, genaamd Seconds, op Meldkamer Brabant Oost. Per 1 november is de tool volledig geïmplementeerd. Het doel van de tool is het ondersteunen van de centralisten op de meldkamer bij het efficiënt spreiden en inzetten van ambulances in onze regio. In 2025 wordt gestart met de implementatie in Meldkamer Bergen op Zoom, deze implementatie wordt echter geleid door onze buurregio. In 2025 wordt de tool verder gefinetuned n.a.v. feedback en ervaringen in de praktijk. In 2024 is tevens gestart met gesprekken met huisartsen van huisartsenpost Brabant Oost voor de inzet van de PA/VS in de huisartsenzorg. Er is van beide kanten de intentie uitgesproken dit verder te gaan onderzoeken. In 2025 zal dit verder worden uitgewerkt. In 2024 is de nieuwe post in Helmond gebouwd en in gebruik genomen. Deze locatie is volledig duurzaam gebouwd. Voor de post in Hapert is de huurovereenkomst getekend en is de aanbesteding gestart. Verwachting is dat in het derde kwartaal van 2025 deze post gereed is en in gebruik genomen kan worden. Daarnaast is de intentie om ook nog een tweede post in het oosten van de regio te bouwen. Hiervoor zijn oriënterende gesprekken gestart eind 2024. In het 4e kwartaal heeft het managementteam van Ambulancezorg een aantal thema’s beschreven voor de visie op de Ambulancezorg in 2030.
Ieder thema heeft een kartrekker. Binnen deze thema’s zijn een aantal korte termijn ontwikkelingen beschreven maar ook lange termijn ontwikkelingen. In 2025 zal gestart worden met uitvoer geven aan deze thema’s. Voorbeelden van deze thema’s zijn onder andere: duurzaamheid, opleiden in de toekomst, innovatie en digitalisatie; en samenwerking binnen de keten.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
32
2.3.
Gemeentelijke bijdrage
De gemeentelijke bijdrage per inwoner 2024 is in de primaire programmabegroting vastgesteld op € 21,007 per inwoner. Middels de 1e bestuurlijke begrotingswijziging (betreft aanpassing van inwonerbijdrage i.v.m. uitbreiding van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP)) is een stijging van de gemeentelijke bijdrage vastgesteld waardoor de werkelijke bijdrage per inwoner over 2024 uiteindelijk € 21,254 bedraagt. De inwonerbijdrage JGZ 0-4 per kind wordt in de begroting per gemeente berekend tegen het vastgestelde tarief per kind en het voor elke gemeente meest recent bekende aantal kinderen in de leeftijdscategorie 0 - 4. Conform de afspraak bij de JGZ-integratie wordt echter per gemeente definitief afgerekend tegen het werkelijk aantal kinderen per 1 januari van het begrotingsjaar. In de begroting 2024 is uitgegaan van in totaal 30.121 kinderen terwijl er dat in werkelijkheid 30.161 bleken te zijn. Bijdrage per inwoner
Prim. Begroting 2024
Werkelijk 2024
Monitoren, signaleren en adviseren
1.560.000
1,94
1.560.000
1,94
Uitvoerende taken
2.045.000
2,55
2.045.000
2,55
430.000
0,53
430.000
0,53
75.000
0,10
75.000
0,10
7.380.000
9,18
7.578.000
9,43
Pubercontactmoment JGZ*
792.000
(0,99)
792.000
(0,99)
Aanvullende taken Publieke
360.000
0,45
360.000
0,45
Overhead
5.025.000
6,27
5.025.000
6,27
Bijdrage (per inwoner)
17.667.000
21,007
17.865.000
21,254
Bijdrage JGZ 0-4 per kind
14.392.000
14.411.000
TOTAAL
32.059.000
32.276.000
gezondheidsbescherming Publieke gezondheid bij incidenten, rampen en crises Toezicht houden Jeugdgezondheidszorg
Gezondheid
* per 2016 is het pubercontactmoment (pcm) van de contracttaken overgeheveld naar het gezamenlijke takenpakket. Het wordt echter niet o.b.v. een bijdrage per inwoner gefinancierd maar o.b.v. de verdeelsleutel zoals door VWS gehanteerd voor de verdeling van de middelen naar de gemeenten. In bovenstaande tabel is wel het totaalbedrag pcm 2024 inclusief bijbehorende overhead (€ 792.000) herrekend naar een bedrag per inwoner (0,99), in de totaaltelling van het bedrag per inwoner is deze, om verwarring met de bedragen in de bijlagen te voorkomen, niet opgenomen.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
33
2.4.
Overzicht gerealiseerde baten en lasten
GGD exploitatierekening 2024
Realisatie 2024
Publieke Gezondheid
55.907.800
Ambulancezorg
34.878.719
Baten
90.786.519
Publieke Gezondheid
42.084.500
Ambulancezorg
29.091.424
Directe Lasten
71.175.924
Publieke Gezondheid
13.212.886
Ambulancezorg
5.488.429
Overhead Lasten
18.701.315
Publieke Gezondheid Ambulancezorg
119.732 -
Vennootschapsbelasting
119.732
Publieke Gezondheid
490.682
Ambulancezorg
298.866
Totaal saldo van baten en lasten
789.548
Publieke Gezondheid
390.946
Ambulancezorg
76.000
Toevoeging aan reserve (-)
466.946
Publieke Gezondheid Ambulancezorg
1.106.980 34.628
Onttrekking aan reserve (+)
1.141.608
Publieke Gezondheid
1.206.716
Ambulancezorg Gerealiseerd resultaat
257.494 1.464.210
* Publieke gezondheid omvat alle pijlers behalve de pijler ambulance zorg.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
34
3. Financiële paragrafen 3.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Volgens artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat het weerstandsvermogen uit de relatie tussen: •
De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en de mogelijkheden waarover kan worden beschikt om niet begrote kosten te dekken
•
Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie
Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de GGD in staat is niet structurele financiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit gevolgen heeft voor het bestaande takenpakket. De omvang van het weerstandsvermogen is afhankelijk van het risicoprofiel van de GGD. Dit profiel geeft het totaal van risico’s met een substantiële impact die gedekt moeten kunnen worden met de beschikbare weerstandscapaciteit. De kwantificering van de risico’s op basis van een kans- en impact-inschatting vindt plaats via een zogenaamde risicoinventarisatie, die jaarlijks wordt opgesteld. De inventarisatie per begin 2025 (zie ook paragraaf 3.1.2) resulteert in een benodigde weerstandscapaciteit van circa € 2.700.000 voor het programma Publieke Gezondheid en circa € 2.200.000 voor het programma Ambulancezorg. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het geheel van middelen en mogelijkheden waarover de GGD beschikt om niet begrote substantiële kosten te dekken. Binnen de GGD kan alleen de Algemene Reserve als weerstandscapaciteit worden aangemerkt. Volgens de BBV vallen onder de weerstandscapaciteit ook de bestemmingsreserves en de voorzieningen. Dit zijn echter financiële middelen die gevormd zijn ter dekking van al voorziene risico’s en gebeurtenissen die niet opgenomen worden in de risico-inventarisatie.
Overigens is het wel zo dat voor wat betreft de bestemmingsreserves het bestuur kan besluiten deze reserves een andere bestemming te geven. De voorzieningen hebben als doel om de kosten in de jaarlijkse exploitatie te egaliseren en/of bestaande verplichtingen te verantwoorden. De begrotingspost ‘Onvoorzien’ komt in de begroting van de GGD niet meer voor, zo is in 2015 bij de vaststelling van de Notitie Weerstandsvermogen & risicomanagement, Reserves & Voorzieningen en Post Onvoorzien besloten. Er wordt onder de personeelskosten initieel nog wel een stelpost van circa € 400.000 geraamd voor ‘risico’s personele kosten’. De post dient de facto als dekking van noodzakelijke (ziekte-)vervangingen. De Algemene Reserve is bedoeld als buffer voor onvoorziene uitgaven. Hiermee kunnen onder andere schommelingen in de jaarlijkse exploitaties worden opgevangen, zodat niet elk jaar voor relatief beperkte bedragen een afrekening met de gemeenten hoeft plaats te vinden. De Algemene Reserve heeft een meerjarige functie. Eerder is besloten dat, gegeven de financieringsstructuur, voor de beide programma’s afzonderlijke algemene reserves worden aangehouden.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
35
Het bestuur heeft eerder vastgesteld dat het weerstandsvermogen niet direct tot het niveau van de risicoinventarisatie hoeft te worden aangevuld, maar dat de kaders en staffels zoals vastgesteld in de beleidsnotitie Kaders P&C-documenten 4GR-deel 2 hiervoor leidend zijn. Gegeven de omzet 2024 (exclusief crises-financieringen) is dan voor Publieke Gezondheid een kaderstellende bandbreedte van toepassing van minimaal € 2.000.000 en maximaal € 2.400.000 en voor Ambulancezorg van minimaal € 1.500.000 en maximaal € 2.000.000. Het wordt hierbij echter aan het Algemeen Bestuur van de Verbonden Partij overgelaten of die bandbreedte volledig wordt ingevuld, aangezien dit organisatie-specifiek is en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten. Een laag weerstandsvermogen betekent wel dat financiële tegenvallers van enige omvang niet uit de algemene reserve kunnen worden opgevangen. De Algemene Reserve wordt hoofdzakelijk gevuld door middel van eventuele voordelige exploitatieresultaten. Na vaststelling van de resultaatbestemming uit de jaarrekening 2023, maar exclusief de resultaatbestemming over het jaar 2024, bedraagt de Algemene Reserve Publieke Gezondheid circa € 2.300.000 en voor Ambulancezorg circa € 1.750.000.
Mochten er zich de komende jaren echter voor een hoger bedrag tekorten voordoen dan deze saldi, dan dragen de gemeenten daarvan het financiële risico, ieder naar rato van het inwoneraantal. Risicomanagement Om risico's te beheersen wordt door de GGD Brabant-Zuidoost actief risicomanagement ontwikkeld. Periodiek staat het management in de Marap-gesprekken nadrukkelijk stil bij de ontwikkeling en ontstaan van relevante risico's, en welke maatregelen genomen moeten worden om deze risico's te beperken. Als belangrijkste risico’s worden gezien: Stijging van kosten Het risico dat de loon- en materiële kosten sneller stijgen dan de in de begroting opgenomen indexering van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke takenpakket en/of het NZA-budget voor ambulancezorg, en dat deze niet in de daaropvolgende jaren wordt rechtgetrokken. In de budgetafspraken met gemeenten is vastgelegd dat voor de berekening van de gemeentelijke bijdragen een vooraf overeengekomen index wordt toegekend en dat daarop geen nacalculatie wordt toegepast. Hierdoor ontstaat het risico dat de kosten meer stijgen dan de inkomsten. Dit risico bestaat ook bij Ambulancezorg omdat de indexering van het budget bij Ambulancezorg niet plaatsvindt op basis van de werkelijke kostenontwikkeling in de sector en dus ook af kan wijken. Gezien de recente ontwikkelingen m.b.t. de loonkostenontwikkeling (m.n.
CAO en inflatie & energieprijs), is dit risico pregnant, hoewel tot op heden gemeenten/bestuurders deze stijgingen (bij Publieke Gezondheid) hebben vergoed.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
36
Het risico dat door fusie, reorganisatie, conflicten etc. er wachtgelden/frictiekosten dienen te worden uitbetaald die niet door gemeenten, derden of de lopende exploitatie worden gedekt. In de Gemeenschappelijke Regeling is vastgelegd dat alleen bij vermindering van de bijdragen de gemeente(n) gehouden zijn de kosten die daar een gevolg van zijn te vergoeden. In andere situaties komen die kosten ten laste van de reguliere exploitatie van de GGD, die daarvoor echter geen ruimte biedt. Het risico dat als gevolg van (belasting)wet- en regelgeving de kosten meer dan gemiddeld stijgen en/of tot een naheffing leiden. Hierbij concreet te denken aan zaken zoals de invoering van de Vennootschapsbelasting voor overheidsinstellingen, het risico van belastingheffing i.v.m. overschrijding van de Werkkostenregeling en sinds 2020 als gevolg van de WNRA het toegenomen risico om transitievergoedingen te betalen. Maar ook het toegenomen risico op naheffingen vanwege achteraf vast te stellen premiepercentages en vanwege eventuele andere foutieve toepassingen in wet- en regelgeving die achteraf worden geconstateerd. Toegenomen regeldruk maakt dit risico pregnanter.
Toenemende arbeidsmarktkrapte bij specifieke functies betekent dat vaker tijdelijk een andere invulling van de taakuitvoering moet worden georganiseerd (bv duurder personeel van derden/ZZP inhuren) om de noodzakelijke dienstverlening op peil te houden. Onvoldoende Budget Het risico dat om de paraatheid van de Ambulancezorg te handhaven er, bv vanwege een hoog ziekteverzuim of een groot personeelsverloop, te weinig budget is om de vervangingskosten te dekken. Daarnaast bestaat m.b.t. ambulancezorg een algemeen exploitatierisico op de omvangrijke materiële kosten. In het verleden heeft de situatie van hoge vervangingskosten zich voorgedaan en heeft dit tot (aanzienlijke) tekorten geleid. Gezien de exploitatieresultaten van de afgelopen 10 jaren (gemiddeld genomen steeds sluitend tot licht positief), neemt dit risico relatief gezien (de kans-inschatting) wel af. Er mag vanuit gegaan worden dat een dergelijke ernstige verstoring binnen een afzienbare periode tot adequate maatregelen leidt; eventueel met ondersteuning van verzekeraars die daar ook een rol en belang in hebben en dit in het verleden ook hebben getoond met incidentele aanvullende financiering. In het uiterste geval kan ook besloten worden om de paraatheid, en dus het niveau van dienstverlening, terug te brengen om daarmee binnen de budgettaire kaders te blijven.
Uitvoering van noodzakelijke activiteiten zonder financiering Het risico dat door een ramp bij PG veel extra inzet nodig is en/of waardoor het reguliere werk in gevaar komt. Bij een grotere ramp zal de inzet van de GGD wellicht groot zijn terwijl de kosten van die inzet mogelijk niet volledig kunnen worden verhaald. De Covid-19-, MPOX- en Oekraïne-crises zijn voorbeelden van een dergelijke situatie; de daarvoor toegekende vergoedingsregelingen vanuit het Rijk geven op dit moment vertrouwen dat alle extra kosten vergoed worden, de risico-inschatting verandert derhalve daardoor niet. Er bestaat echter wel het risico op meer werk en kosten op de langere termijn als gevolg van een algemene verslechterde gezondheidssituatie van de inwoners in onze regio na een ramp.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
37
Het risico dat verplichte landelijke wet- en regelgeving bij PG leidt tot activiteiten waarvan de kosten nog niet zijn opgenomen in de begroting. Het risico bestaat dat de GGD verplicht is om, in het kader van (nieuwe) wet- en regelgeving, bepaalde taken uit te voeren zonder dat daar meteen voldoende middelen tegenover staan. Te denken valt hierbij aan de besluitvorming door de centrale overheid zoals die bij de decentralisaties, gepaard gaande met een efficiencykorting. Dit risico kan middels het wendbaarheidsbudget in de jaarlijkse begroting (deels) worden afgedekt/beperkt. Extra kosten door organisatieverandering Het risico dat, wanneer de aanwijzing voor ambulancevervoer niet meer aan de GGD wordt toegekend, een deel van centrale overhead niet meer wordt gedekt. Dit risico is momenteel minimaal omdat de aanwijzing (voorheen vergunning genoemd) voor het uitvoeren van ambulancevervoer in onze regio in 2021 aan de GGD is toegekend. Daarmee vervalt de oorspronkelijke grond voor dit risico. In theorie bestaat dit risico echter nog steeds, bv in het geval van wanprestatie door de GGD of bij onvoorziene wijziging van wet- of regelgeving. Bij integrale overgang van AZ naar een andere organisatie zal er naar verwachting ook een overdracht van overheadtaken en -medewerkers plaats vinden.
Ten aanzien van de achterblijvende ongedekte overhead (zoals directie, huisvesting ed.) wordt dan veelal wel een afbouwregeling van enkele jaren getroffen, maar daarna ontstaat een dekkingsprobleem als geen nieuwe activiteiten met externe financiering kunnen worden ontplooid en/of kosten kunnen worden bespaard. Extra kosten door verandering taakuitvoering Het risico dat er (door externe ontwikkelingen) een wijzing in de taakinhoud optreedt waardoor er tijdelijk meerkosten ontstaan. Bij wijziging van een taakinhoud zullen er wellicht tijdelijk meerkosten zijn waarvoor geen budget in de begroting is opgenomen. Hierbij valt te denken aan situaties zoals met de Q-koorts. Dit risico kan middels het wendbaarheidsbudget in de jaarlijkse begroting (deels) worden afgedekt /beperkt. Extra kosten door afname van markttaken Het risico dat door marktomstandigheden er tijdelijk ongedekte kosten blijven bij de contracttaken voor het rijk en derden. Bij deze contracttaken moet gedacht worden aan betaalde activiteiten voor instellingen, bedrijven, het Rijk en particulieren. In tegenstelling tot de gemeentelijke contracttaken ontstaat bij afname of beëindiging van deze financiering een risico van ongedekte kosten. Bij de gemeentelijke contracttaken is, conform afspraken in de Gemeenschappelijke Regeling, de opzeggende gemeente gehouden de daaraan verbonden frictiekosten te vergoeden.
Aangezien het personeel dat belast is met de uitvoering van deze contracttaken voor een groot deel bestaat uit vast personeel, zullen er bij een lagere omzet c.q. het geheel afstoten van deze taken kosten zijn waarvoor geen financiële dekking meer is. Gezien de aanzienlijke omzettoename van de afgelopen jaren en een daarmee gepaard gaande toegenomen risicospreiding, neemt dit risico relatief gezien (de kans-inschatting) wel af.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
38
Beveiliging en (onder-)verzekering Het risico dat toegewezen schadeclaims niet volledig worden afgedekt door de afgesloten verzekeringen. De normale bekende risico’s voor de GGD zijn afgedekt middels afgesloten verzekeringen. Jaarlijks wordt bezien of deze nog afdoende dekking bieden. Toch blijft er een rest risico bestaan dat in het weerstandsvermogen dient te worden afgedekt. Het risico dat er zich ICT-beveiligingsproblemen voordoen. Hierbij te denken aan risico's van stroomuitval, datalek, cybercrime/hacken en andere situaties waarin systemen uitvallen en/of gegevens (tijdelijk) niet beschikbaar zijn of dat er schade ontstaat vanwege misbruik. Vanwege toegenomen (inzicht in de) externe dreiging en ervaringen (o.a. datalek Covid), geconstateerde achterstand in informatiebeveiliging in combinatie met de grote hoeveelheid persoonsgegevens die de GGD zowel bij PG als AZ beheert, wordt de kans op dit risico substantieel hoger ingeschat. Inmiddels zijn en worden nog maatregelen genomen om het niveau van informatiebeveiliging verder te verhogen en dit risico te mitigeren waarvoor gemeenten met ingang van 2023 de inwonerbijdragen hebben verhoogd. Verbonden Partijen Het risico dat bij liquidatie van een der verbonden partijen er claims aan de GGD zullen zijn. Uit een analyse per verbonden partij komt geen specifiek te duiden risico voort.
Desalniettemin wordt een algemeen risico ingeschat voor deze en andere niet formele samenwerkingsverbanden; deze laatste nemen namelijk steeds meer toe. Het risico dat er zich nog overige (personele) tegenvallers zullen voordoen waarmee nog geen rekening is gehouden. Dit risico wordt de facto gedekt door hiervoor in de jaarlijkse begroting bij de personele kosten een stelpost op te nemen. Financiële kengetallen Op grond van een wijziging in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient in de begroting en jaarrekening de ontwikkeling van een aantal voorgeschreven financiële kengetallen te worden opgenomen en toegelicht. Concrete normen zijn hiervoor niet voorhanden, waardoor alleen de ontwikkeling in de tijd een indicatie geeft. De kengetallen voor de begroting worden gebaseerd op geprognosticeerde balansgegevens, hetgeen een bepaalde onnauwkeurigheid met zich meebrengt.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
39
De voorgeschreven kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing, omdat er geen activiteiten m.b.t. grondexploitatie en heffing van gemeentelijke belastingen uitgevoerd worden door GGD BrabantZuidoost. Kengetallen
Realisatie
Begroting
Realisatie
2023
2024
2024
Netto schuldquote
-0,5%
1,3%
-2,2%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte
-0,5%
1,3%
-2,2%
Solvabiliteitsratio
16,6%
23,7%
20,8%
Structurele exploitatieruimte
0,4%
1,0%
-0,1%
leningen
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de GGD ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote wordt uitdrukt in een percentage van de totale baten. Het solvabiliteitsrisico betreft de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen en geeft inzicht in de mate waarin de GGD in staat is aan zijn financiële verplichtingen op de langere termijn te voldoen. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de GGD heeft in de eigen exploitatie, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bovengenoemde kengetallen worden voor de realisatie van 2024 nog beïnvloed door de (uitloop van) kosten en balansposities vanwege de Covid-19-kosten en de financiering daarvan. Met name de netto schuldquote en het solvabiliteitsrisico geven daardoor een vertekend beeld ten opzichte van de begrote en werkelijke cijfers over 2024. 3.2.
Onderhoud kapitaalgoederen
Beleidskader De GGD streeft naar een optimale staat van haar kapitaalgoederen. Hiervoor is onderhoud van deze kapitaalgoederen noodzakelijk. Het beleid voor het onderhoud van kapitaalgoederen kent vier onderdelen. Te weten; ‘Gebouwen’, ‘Machines, apparaten en installaties’, ‘Hard- en software’ en ‘Vervoermiddelen’. Gebouwen De GGD heeft geen gebouwen in eigendom maar heeft ervoor gekozen om alle benodigde panden te huren. Wel is sprake van investeringen in gebouwen die langjarig gehuurd worden; deze zijn geactiveerd als zogenaamd huurdersbelang in de categorie ‘Gebouwen'. Het beheer en onderhoud van de gehuurde gebouwen is voor rekening van de verhuurder; alle kosten die door de GGD gemaakt worden hebben betrekking op kleine reguliere onderhoudswerkzaamheden aan de binnenkant en het binnen schilderwerk. Hier is vooralsnog geen onderhoudsvoorziening voor noodzakelijk.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
40
Machines, apparaten en installaties Voor de waardevolle ondersteunende machines, apparaten en installaties zijn voor een groot deel onderhoudscontracten aanwezig. Voor de overige machines, apparaten en installaties met een beperkte waarde en waarvan er slechts een beperkt aantal aanwezig zijn, zijn geen onderhoudscontracten aanwezig. Hard- en software Voor de optimale beschikbaarheid van hard- en software zijn voor de belangrijke bedrijfsapplicaties dienstverleningsovereenkomsten gesloten. Voor het onderhoud van hard- en software wordt geen voorziening gevormd. Alle kosten komen ten laste van de exploitatie. Vervoermiddelen Voor voertuigen van de ambulancedienst worden onderhoudscontracten afgesloten. Hierin worden kosten van periodiek preventief onderhoud, reparatie als gevolg van normaal zorgvuldig gebruik en het treffen van maatregelen tegen normale slijtage gedekt. Maandelijks wordt hiervoor een vast bedrag betaald aan de leverancier van de diensten. Deze kosten komen ten laste van de exploitatie. De overige reparaties en het eigen risico bij schadeherstel worden ook rechtstreeks in de exploitatie verwerkt. Voor het onderhoud aan ambulances, piketauto’s en dienstauto’s is conform regelgeving geen voorziening gevormd. In onderstaand overzicht staan de werkelijke kosten die zijn gemaakt voor het onderhoud aan kapitaalgoederen. Kapitaalgoederen
Realisatie 2024
Gebouwen
281.698
Machines, apparaten en installaties
169.772
Hard- en software
70.466
Vervoermiddelen
517.294
Totaal
3.3.
1.039.230
Financiering
Beleidskader Op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheid (FIDO) dient de GGD jaarlijks in de jaarrekening verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid inzake de treasuryfunctie. Het beleid voor de treasuryfunctie van de GGD is vastgelegd in het treasurystatuut, waarvan de laatste geactualiseerde versie door het Algemeen Bestuur is vastgesteld op 14-12-2022. Rentebeleid De renterisico’s bij het aantrekken en uitzetten van geldmiddelen worden beperkt door de overeengekomen rentepercentages bij de transactie te baseren op de actuele rentestand en de rentevisie van de geldverstrekker (Bank Nederlandse Gemeenten). Zowel de rentes op kortlopende als op langlopende financiering vertonen in de loop van 2024 een dalende trend. In 2024 is deze renteontwikkeling voor de GGD niet van invloed geweest daar er geen noodzaak was om kort- of langlopende middelen aan te trekken om in een financieringsbehoefte te voorzien.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
41
Bij het bepalen van het rentebeleid wordt de GGD ondersteund door de Treasury afdeling van de gemeente Eindhoven; door steeds de rentevisie te actualiseren, wil de GGD zorgen voor zo laag mogelijke financieringskosten, rekening houdend met het risicoprofiel. Financieel Risicobeheer Door een actief risicobeheer probeert de GGD de financiële risico’s te beperken. In het treasurystatuut zijn richtlijnen en limieten voor het risicobeheer opgenomen. De GGD hanteert de normen die in de Wet FIDO zijn bepaald. Het niveau van de kasgeldlimiet is gelimiteerd op 8,2% van de begrote lasten, de renterisiconorm houdt in dat voor maximaal 20% van het begrotingstotaal, langlopende leningen per jaar kunnen worden afgelost. De norm beoogt een evenwichtige opbouw van de leningen in de tijd. De provincie toetst de kasgeldlimiet en de renterisiconorm in het kader van het financieel toezicht. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een door de Wet FIDO voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld met een rente typische looptijd van korter dan een jaar. Als grondslag voor de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt 8,2% van de jaarbegroting aangehouden. Indien de werkelijke omvang lager is dan de wettelijk toegestane omvang, is er sprake van ruimte; indien de werkelijke omvang hoger is, dan is er sprake van overschrijding.
Conform de wettelijke kasgeldlimiet kan de GGD de financieringsbehoefte tot een bedrag van € 6.515.000 aanvullen met kortlopende leningen. In onderstaand overzicht wordt de kasgeldlimiet van 2024 weergegeven. Kasgeldlimiet
Werkelijk 2023
Werkelijk 2024
Totaal lasten
67.960.000
79.455.000
Wettelijk kasgeldlimiet (8,2%)
5.573.000
6.515.000
Netto vlottende schuld
-15.282.000
-13.476.000
Ruimte onder(+)/boven(-) kasgeldlimiet
20.855.000
19.991.000
Daarmee is voldaan aan de kasgeldlimiet. Renterisiconorm De renterisiconorm benadrukt vooral het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en van de renterisico’s. De berekening van het renterisico is een benadering van het te lopen of het gelopen renterisico. Zowel bij een overschrijding als een onderschrijding van de renterisiconorm zal de GGD (en vervolgens de toezichthouder) zich een oordeel moeten vormen over de consequenties. De renterisiconorm bepaalt het feitelijke renterisico op de langlopende lening. Jaarlijks mogen de renterisico’s van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. In 2024 is de ruimte onder de renterisiconorm berekend op € 15.891.000.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
42
Renterisiconorm
Werkelijk 2023
Werkelijk 2024
1. Begrotingstotaal per 1 januari
67.960.000
79.455.000
2. Renterisiconorm (20%)
13.592.000
15.891.000
-
-
4. Betaalde aflossing
54.500
57.000
5. Renterisico langlopende leningen (3+4)
54.500
57.000
Ruimte onder renterisiconorm (2-5)
13.537.500
15.834.000
Ruimte boven renterisiconorm (5-2)
-
-
3. Netto renteherziening langlopende leningen
Daarmee is voldaan aan de renterisiconorm. Bedrag aan middelen buiten de Rijksschatkist Het schatkistbankieren houdt in dat GGD Brabant-Zuidoost de overtollige liquide middelen boven het drempelbedrag aan moet houden bij het ministerie van Financiën. Voor openbare lichamen met een begrotingstotaal kleiner of gelijk aan € 500 mln. is het drempelbedrag gelijk aan 2% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1.000.000 bedraagt. Het begrotingstotaal op 1 januari 2024 is € 79.455.000. Op basis van dit bedrag is het drempelbedrag € 1.589.100. Het gemiddelde van aangehouden liquide middelen in het jaar 2024 buiten de schatkist is € 253.000, waarmee per saldo voldaan is aan de norm. Bedrag aan middelen buiten de Rijks schatkist
Werkelijk 2024
1. Begrotingstotaal per 1 januari 2024
79.455.000
2. Drempelbedrag
1.589.100
3. Werkelijke middelen buiten schatkist
253.000
Ruimte onder het drempelbedrag (2-3)
1.336.100
Ruimte boven het drempelbedrag (3-2)
-
Financieringsbehoefte Met betrekking tot de liquiditeitsontwikkeling was de financieringsbehoefte in 2024 ruim € 9,2 miljoen. Vaste activa worden gefinancierd met lang vreemd vermogen voor zover eigen middelen daar niet toereikend voor zijn. In het volgende overzicht is de boekwaarde vergeleken met de langlopende leningen.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
43
Financieringsbehoefte
Saldo
Bestem.
Toe-
Ont-
Vrijval
Saldo
1-1-2024
result
voeging
trekking
Reserves
6.956.500
1.464.200
467.000
905.600
236.000
7.746.100
Voorzieningen
1.986.600
-
864.300
4.400
93.000
2.753.500
Langlopende leningen
1.477.600
-
-
56.800
-
1.420.800
Totaal beschikbaar
10.420.700
11.920.400
Boekwaarde activa
9.231.900
9.172.800
Financieringstekort(-)
+1.188.800
+2.747.600
31-12-2024
Beschikbare financieringsmiddelen:
/overschot(+)
Uit het overzicht ‘financieringsbehoefte’ blijkt dat de boekwaarde investeringen (vaste activa) wordt gefinancierd met lang vreemd vermogen, reserves en voorzieningen. Leningenportefeuille De leningenportefeuille toont de ontwikkeling van leningen o/g en leningen u/g in 2024 (zie overzicht ‘leningenportefeuille’). Stand per 1 januari 2024
Mutaties
Gem. rente
1.477.557
4,16%
Nieuwe leningen Reguliere aflossing
56.774
Vervroegde aflossing Stand per 31 december 2024
1.420.783
4,16%
De stand van de leningenportefeuille o/g is afgenomen van € 1.477.557 naar € 1.420.783 per 31 december 2024. De reguliere aflossingen betreffen aflossingen op de langlopende lening. De omvang van de leningenportefeuille u/g is nihil; de GGD heeft geen uitzettingen uitstaan. EMU-saldo Decentrale overheden moeten in hun jaarrekening een berekening opnemen van het zogenoemde EMU-saldo over het begrotingsjaar. EU-lidstaten mogen een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product. Hiervan is in Nederland 0,5% voor de decentrale overheden. De EMU-systematiek is anders dan het baten-lastenstelsel; bij een sluitende exploitatie kan toch een negatief EMUsaldo ontstaan, vandaar deze afzonderlijke berekening. De berekening laat voor 2024 een positief saldo zien.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
44
3.4.
Bestuur, organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering
Bestuur Bestuur en directie GGD De GGD wordt bestuurd vanuit de 21 gemeenten via een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. Het Algemeen Bestuur bestaat uit de 21 wethouders volksgezondheid. Uit het Algemeen Bestuur is een Dagelijks Bestuur gevormd van 7 leden. Het AB en DB hebben in 2024 elk zes keer vergaderd. De genomen beslissingen door het AB zijn voorbereid in het DB en vooraf met ambtenaren besproken. Belangrijke besluiten in 2024 betroffen het vaststellen van de begroting 2025, twee begrotingswijzigingen 2024, de jaarstukken 2023 (incl. resultaatbestemming), het klachtenjaarverslag 2023, het jaarverslag archiefbeheer 2023 (incl. verbeterpunten), de beleidsnotitie Misbruik en Oneigenlijk gebruik en de Kadernota 2026. Ook zijn de financiële verordening en controleverordening opnieuw vastgesteld n.a.v. nieuwe rechtmatigheidsregels. De in 2023 aangepaste gemeenschappelijke regeling is ter vaststelling voorgelegd aan de 21 colleges. Alle colleges zijn akkoord gegaan en in augustus 2024 is de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling gepubliceerd. Deze regeling is per 1 juli 2024 van kracht. De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op versterking van de positie van de gemeenteraden (zienswijze procedure uitgebreid).
In verband met vertrek van de GGD bestuursvoorzitter (Cathalijne Dortmans, wethouder gemeente Helmond) medio 2024 heeft het Algemeen Bestuur Veronique Zeeman (wethouder gemeente Best) benoemd als voorzitter van het GGD-bestuur. Zij was voorheen Secretaris en die rol is medio 2024 overgenomen door Samir Toub (wethouder gemeente Eindhoven). De nieuwe directeur van de GGD is per 1 april 2024 in dienst getreden. In verband met het vertrek van de plaatsvervangend directeur (aankomend pensioen) en het komend pensioen van de Directie- en Bestuurssecretaris in 2025 is het profiel van deze laatste functie opnieuw beschreven en verzwaard (is tevens plaatsvervangend Directeur Publieke Gezondheid). De nieuwe (Ambtelijk) Secretaris/plaatsvervangend DPG is (intern) geworven en per 1 januari 2025 in dienst getreden. Het Dagelijks Bestuur heeft het Organisatiebesluit en de Mandaatregeling naar aanleiding van deze organisatieverandering opnieuw vastgesteld.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
45
Tot slot heeft op 4 december 2024 een bestuurlijke werkconferentie plaatsgevonden waaraan de leden van het Algemeen Bestuur en de ambtenaren Publieke Gezondheid van de 21 gemeenten hebben deelgenomen. Er is gesproken over de betekenis en gevolgen van de schaalsprong in onze regio voor de GGD en over een heroriëntatie op de taken van de GGD in relatie tot de bezuinigingen die vanaf 2026 verwacht worden en de schaalsprong die de komende jaren verwacht wordt in de regio Brabant-Zuidoost. Er zijn processtappen afgesproken voor deze heroriëntatie die in 2025 gaat lopen.
Organisatieontwikkeling Zelforganisatie en continu verbeteren Zelforganisatie en Lean continu verbeteren zijn leidende principes die richting geven aan het handelen van onze medewerkers omdat we ervan overtuigd zijn dat ze niet alleen meer autonomie en ontwikkelingsmogelijkheden bieden aan onze professionals, maar ook leiden tot een verbeterde zorgkwaliteit voor onze inwoners. Uiteindelijk stelt dit ons in staat om een grotere maatschappelijke impact te realiseren. Een belangrijke mijlpaal in 2024 was de succesvolle afronding van het leiderschapsprogramma 'Effectief leiderschap bij zelforganiserende teams'. Dit programma heeft onze leidinggevenden toegerust met de vaardigheden en inzichten die nodig zijn om zelforganiserende teams effectief te ondersteunen en te begeleiden. Om de mate van zelforganisatie van onze teams te monitoren, hebben we teamscans ingezet. Deze scans bieden ons, via overzichtelijke dashboards, waardevolle inzichten in de mate van zelforganisatie en teamvolwassenheid. Hierdoor kunnen we niet alleen de vooruitgang volgen, maar ook specifieke ontwikkelthema's per team identificeren. Ter ondersteuning van dit proces hebben we een aantal interne teamcoaches opgeleid om teams te begeleiden bij hun groei naar meer zelforganisatie. Lean blijft een belangrijke pijler in onze manier van werken om duurzaam te verbeteren.
Ons eigen ‘Leanteam’ faciliteert en enthousiasmeert medewerkers door middel van trainingen met als doel om Lean-principes te integreren in het dagelijkse werk van elke medewerker, waardoor zij in staat zijn zelfstandig kleine procesverbeteringen door te voeren. Een concreet voorbeeld van de impact van Lean is de invoering van dag- en weekstarts in steeds meer teams. Deze korte, gefocuste bijeenkomsten hebben geleid tot een verbetering in de efficiëntie van onze overlegstructuren. We zien een afname in de totale vergadertijd, terwijl de communicatie over teamresultaten is verbeterd. Dit sluit naadloos aan bij onze ambities op het gebied van zelforganisatie. De combinatie van zelforganisatie en Lean continu verbeteren stelt ons in staat om flexibeler en efficiënter te opereren, met focus op kwaliteitsverbetering en medewerkerstevredenheid. We zijn ervan overtuigd dat deze aanpak ons ook in de komende jaren zal helpen om onze dienstverlening verder te optimaliseren en onze maatschappelijke impact te vergroten.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
46
Personeel De GGD Brabant-Zuidoost had in 2024 gemiddeld 683,4fte (864 personen) in dienst. In het onderstaande overzicht is de formatie verdeeld over de Publieke Gezondheidszorg en Ambulancezorg. Gemiddelde personele bezetting 2024
Aantal
Aantal
personen
fte
Publieke Gezondheidszorg
610
454,0
Ambulancezorg
254
229,4
Totaal
864
683,4
Loopbaanontwikkeling In 2024 hebben 45 medewerkers (vrijwillig) gebruik gemaakt van de diensten van het Loopbaancentrum. Hiervan lopen 6 trajecten door in 2025, de overige zijn afgerond. De begeleiding varieerde van kortdurende (1 à 2 gesprekken) tot intensieve trajecten (3-10 gesprekken). De loopbaanvragen waren uiteenlopend waaronder: •
Vrijwillige of verplichte oriëntatie op eigen of ander werk binnen of buiten de organisatie
•
Begeleiding naar ander werk
•
Sollicitatie- en netwerkadvies
•
Oriëntatie op passende studie
•
Onderzoek en verdieping eigen functie (POP)
•
DISC profiel
•
Coaching
Verder heeft de loopbaanadviseur 3 oud-medewerkers in de WW begeleid naar werk. Dit heeft bij 1 oud-medewerker geleid tot een nieuwe baan. 6 oud-medewerkers met een aanvullende WW zijn gevolgd in hun inspanningsverplichting. Bij 7 oud-medewerkers eindigden de WW-rechten of andere uitkering in 2024. Re-integratie Onder re-integratie verstaan we de activiteiten die worden uitgevoerd bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebrek. We maken hierbij onderscheid in re-integratie: •
Spoor 1: re-integratie in eigen of andere (aangepast) functie binnen de GGD.
•
Spoor 2: re-integratie in ander werk buiten de GGD.
Aantallen 1e en 2e spoor afgerond in 2024: 2
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
47
Social Return/participatiewet Resultaten 2024
Participatiewet
Re-integratie- /werkervaringsplaats
Medewerkers van andere werkgevers
0
Uitkeringsgerechtigden/UWV *
13 WW 9 WIA
1 Wajong 0 WWB Inzet WSW-bedrijf (Ergon, e.d.)
Autopoetsers via Ergon
Vrijwilligers Stages (studie)
10 18
Stageplaatsen
27
Co-assistenten en GEZEP co-schap
21
*exclusief covid organisatie Door het jaar heen investeert de GGD in netwerkgesprekken met werkzoekenden, snuffelstages, sollicitatieadvies, etc. Ziekteverzuim In 2024 was het verlagen van het verzuim een HR speerpunt. 2024
Ziekteverzuim (excl. vangnet en excl. zwangerschapsverlof)
Publieke gezondheid
6,3%
Ambulancezorg
6,3%
Het ziekteverzuim was overall in 2024 6,3% (exclusief zwangerschap). Dit is een daling t.o.v. van het jaar 2023 (6,8%), mede door de intensivering van het verzuimbeleid. Om dit te bereiken hebben we zowel het beleid aangepast (o.m. verzuimprotocol) als geïnvesteerd in interventies gericht op verzuimgedrag en -bewustzijn bij managers en medewerkers. Verder is de arbodienstverlening met de nieuwe arbodienst ingericht. Arbeidsomstandigheden In 2024 is er verdere invulling gegeven aan de speerpunten die in overleg met de directie zijn bepaald mede naar aanleiding van de RI&E uit 2022. Deze speerpunten zijn: •
BHV-organisatie GGD breed
•
Psychosociale Arbeidsbelasting (PSA)
•
Vaccinatiebeleid
•
Psychosociale nazorg
Op voornoemde onderwerpen zijn inmiddels meerdere acties uitgezet, gepland en/of al deels doorgevoerd. Acties worden structureel gemonitord tijdens meetings van een preventiemedewerker met de verantwoordelijke actiehouder. Aan de hand van het concept ARBO Jaarplan en het meerjarige beleidsplan ARBO 2024 t/m 2027 zijn de diverse Arborisico's toegekend aan actiehouders. Verder is besloten om een Arbo-coördinator aan te gaan stellen voor de verdere Arbobeleidsontwikkeling en RIE.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
48
Overige ontwikkelingen In 2024 zijn o.m. de volgende HR-resultaten bereikt: •
De continue dialoog (een eigentijdse HR-cyclus) is ontwikkeld en geïmplementeerd.
•
Procesoptimalisatie van meerdere HR-processen (BIG registratie, studiefaciliteiten en arbeidsvoorwaarden).
•
Verdere inrichting en implementatie BI tool HR voor datagedreven werken leidinggevenden en adviseurs.
•
Regeling zakelijk reizen, CO2 registratie, WKR.
•
HR-omgeving intranet (JIP).
Informatie & Automatisering Structuur De afdeling I&A werkt steeds meer vanuit een duidelijke visie, die ondersteunend is aan de missie en visie van de organisatie. Deze visie wordt jaarlijks herijkt en in 2024 is de lijn van de vorige jaren dan ook structureel doorgetrokken. Dit zorgt voor een duidelijke ontwikkelagenda met heldere prioriteiten. Het besturingsmodel binnen I&A is succesvol en deze structuur is geborgd in nieuwe functiebeschrijvingen. Het team opereert volwassen en dit leidt tot een steeds betere dienstverlening. Voor het derde jaar op rij scoren zij ruim boven de 8 op klanttevredenheid. Data gedreven werken Het dataplatform, waar in 2022 de basis voor gelegd is, is verder uitgebouwd. Steeds meer bronnen zijn ontsloten, en daarmee ook diverse dashboards gecreëerd. De uitdaging blijft wel dat sommige bronnen lastig te ontsluiten blijken en dit lijkt steeds vaker een politieke oorzaak te hebben dan een technische. Vanuit het perspectief van informatieuitwisseling in de zorg is dit een zorgelijke ontwikkeling, want optimaal datagedreven werken kan alleen bij betrouwbare en beschikbare data. De basis voor datagedreven werken is binnen een aantal domeinen van de GGD gelegd, al zal er in 2025 meer aandacht besteed moeten worden om dit ook echt in de haarvaten van de organisatie te laten komen.
Dat dit prioriteit heeft blijkt ook uit het gegeven dat datagedreven werken één van de programmalijnen wordt. Continuïteit & Beveiliging In 2024 is steeds meer van de on-premises infrastructuur uitgefaseerd of naar de cloud gemigreerd. Dit is conform planning en binnen budget gerealiseerd. Voor 2025 verwachten we ook de laatste componenten te ontmantelen, waardoor alleen nog de minimale infrastructuur lokaal aanwezig blijft. Dit komt de IT-continuïteit en daarmee de bedrijfscontinuïteit ten goede. Er is met ingang van 2023 structureel budget toegevoegd om de beveiliging van onze IT-omgeving te verbeteren. Aangezien het goed beveiligen een continu proces is en we hier serieus veel tijd aan besteden zien we ook dat dit het gewenste effect heeft en we goed in control zijn. Het werken aan bewustzijn van onze medewerkers is hierin een constant punt van aandacht. Uiteraard zijn de dreigingen van (vooral) buitenaf steeds groter aan het worden en blijft dit een van de belangrijkste aandachtspunten voor de komende jaren. Kwaliteit & dataveiligheid De uitdagingen op het gebied van informatievoorziening zijn groot en kennen een grote complexiteit. Om aan alle weten regelgeving te kunnen voldoen is samenwerking binnen de eigen GGD, maar ook met regionale en landelijke partners essentieel. Daar werken we constant aan.
De informatiemanagers hebben hier vanuit I&A een essentiële rol in en dragen hier in de regionale en landelijke setting aan bij.
Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV
49
De ingezette ontwikkeling van informatiemanagement is in 2024 wel verbeterd ten opzichte van vorig jaar maar de eerder geconstateerde complexiteit brengt dat dit een ontwikkeling is waarbij een langere adem nodig is. De benodigde volwassenheid op dit onderwerp blijft uitdagend bij leveranciers en in de publieke sector in het algeheel. De landelijke ontwikkelingen leken ons hierin te gaan ondersteunen maar met de nieuwe richting van het nieuwe kabinet is het twijfelachtig geworden of deze ontwikkeling door zal zetten. Inmiddels zijn we als GGDBZO in 2024 voor de gehele organisatie NEN7510 gecertificeerd en dit is gezien al deze uitdagingen een mooie prestatie. De benodigde samenwerking met de functionaris gegevensbescherming, risicomanagement coördinator, kwaliteitsadviseurs, privacy officers en de security officer zijn duidelijk aanwezig en hebben tot dit mooie resultaat geleid. Ondanks dit mooie resultaat maken we ons wel degelijk zorgen over de haalbaarheid voor toekomstige ontwikkelingen die o.a. de WEGIZ en EHDS met zich mee zullen brengen. Hier ligt een grote noodzaak om naar landelijke samenwerkingen te kijken om dit betaalbaar en uitvoerbaar te houden terwijl we als GGD op dit punt zelf verantwoordelijk zullen blijven voor het voldoen aan deze wettelijke normen en kwaliteitskaders.