CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

R - 6 Bijlage DEFINITIEF Integraal beheerplan bos en natuur 2026-2035 Someren (geanonimiseerd)

Commissie Ruimte 17 juni 2026, gemeente SomerenBij agendapunt: Ingekomen stukken/mededelingen18.937 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

en natuur

Klimaatverandering bedreigt de vitaliteit en biodiversiteit van bos- en natuurgebieden ook in de gemeente Someren. Stijging van de gemiddelde jaartemperatuur en het vaker - en langduriger voorkomen van extreme droogte of nattigheid wordt al lang voorspeld maar de recente extremen kwamen toch nog als een verrassing. Voor de vegetatie worden de weersomstandigheden zwaarder zowel de ecologische als de economische waarden van onze bos- en natuurterreinen staan onder druk. Het meest zichtbare effect van klimaatsverandering is het verdwijnen van de fijnspar in slechts vijf jaar. Er wordt verwacht dat belangrijke boomsoort zoals grove den en de in mindere mate aanwezige Japanse lariks douglasspar en berk zich niet voldoende kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Voor de gemeente Someren is dit zorgwekkend: grove den beslaat nu nog 48% van het bosoppervlak. ,

,

,

,

De hoge stikstofdepositie zet de bos-

natuurgebieden onder druk. Enerzijds leiden de grote en het uitspoelen van essentiële voedingsstoffen voor hoeveelheden stikstof planten en dieren. Anderzijds ontstaat er een disbalans in de nutriëntenverhouding binnen planten waardoor hun vitaliteit afneemt. Daarnaast veroorzaakt het overschot aan stikstof vermesting: door de verrijking (en verzuring) van het systeem verdwijnen specialistische plantensoorten terwijl generalisten zoals pijpenstrootje en bochtige smele domineren. Dit probleem is op grote schaal zichtbaar. en

tot bodemverzuring

,

2. 7 Conclusies 2. 7. 1 Bos • De groeiplaatsen •

het bos zijn over het algemeen droog en voedselarm waardoor de boomsoortenkeuze beperkt is. Someren bezit 1089 ha bos waarvan het 69% uit naaldhout bestaat voornamelijk grove den Corsicaanse den en douglasspar. Loofboomsoorten bedekken in totaal 30% van de oppervlakte maar zijn voornamelijk als mengboomsoorten aanwezig. Op 643% van het bosareaal bedraagt het aandeel van de hoofdboomsoort minder dan 80%. Wanneer naar de meer ambitieuze definitie van menging gekeken wordt minstens drie soorten waarvan geen enkele meer dan 50% van het areaal beslaat voldoet slechts 110%. De leeftijdsopbouw van de opstanden weerspiegelt de historische ontwikkeling van de bosgebieden in Someren: de opstanden zijn relatief jong maar in de afgelopen 100 jaar is continu aan bosontwikkeling en verjonging gewerkt waardoor groeiplaatsen wel vaker ouder zijn dan 100 jaar. De meeste opstanden (516%) hebben een gesloten kronendak waardoor de bossen redelijk donker zijn. Open bossen zijn terug te vinden nabij heideterreinen en vennen. van

,

,

,

,

•

,

,

,

•

,

,

,

•

Projectnr: 21015875

,

,

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

38

Bosgroep Zuid Nederland

•

De struiklaag is slechts in beperkte mate aanwezig: op 32% van het oppervlakte zijn geen of nauwelijks struiken aanwezig. Op 181% van het oppervlakte bedekken struiken meer dan 50% van de bosbodem. ,

2. 7. 2 Natuurterreinen • De belangrijkste natuurwaarden zijn gelegen nabij het Beuven e. o. Het gebied is ecologisch zeer waardevol. Het terrein is aangewezen als N2000. • Vrijwel alle terreinen hebben te maken met vermesting verdroging en verzuring van externe factoren die de gunstige staat van instandhouding sterk beïnvloeden. De overige natuurterreinen liggen op dit moment vrij geïsoleerd. Hierdoor zijn aanwezige • ,

•

•

•

populaties van dier- en plantsoorten kwetsbaar. Een aantal heideterreinen zijn arm aan soorten en aan structuur het verdient de aanbeveling om beheer te richten op structuurverbetering en een toename in soorten. Er is potentie om stuifzanden uit te breiden in een aantal gebieden door inzet van gericht beheer. De overgang van open vegetaties naar bos is rondom een aantal natuurterreinen zeer abrupt. Ontwikkeling van opgaande bosranden biedt hier mogelijkheden.

Projectnr: 21015875

,

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

39

Bosgroep Zuid Nederland

Hoofdstuk 3: Beleid 3. 1 Wet natuurbescherming De omgevingswet (in werking vanaf 1 januari 2024) bundelt een groot aantal wetten

en

biedt een

gereedschapskist de fysieke leefomgeving beschermen benutten. Belangrijke aspecten binnen de omgevingswet gericht op bos- en natuurbeheer zijn: soortenbescherming gebiedsbescherming en bescherming van houtopstanden. De voormalige wet Natuurbescherming is vervat in de huidige Omgevingswet. te

om

en

,

Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantensoorten beschermd. Dit zijn soorten uit de Vogelen Habitatrichtlijnen die internationale bescherming kennen maar ook soorten van nationaal belang. Verder is de soortenbescherming voornamelijk gericht op het reguleren van flora- en fauna-activiteiten (activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten). Voorafgaand zo’n flora- en fauna-activiteit moet nagegaan worden of er mogelijk negatieve effecten op aanwezige dieren en planten zijn wat deze effecten zijn en hoe er maatregelen genomen kunnen worden om deze effecten te mitigeren. Dit is omschreven als de specifieke zorgplicht: de initiatiefnemer van een flora- en fauna-activiteit schat redelijkerwijs in wat de gevolgen van een activiteit zijn en treft indien nodig (vanzelfsprekende) voorzorgsmaatregelen. In de praktijk zijn de te nemen stappen vervat in de Gedragscode Natuurbescherming. Indien mitigerende maatregelen niet volstaan om de negatieve gevolgen op beschermde flora fauna of habitats te voorkomen moet er een ontheffing op de Omgevingswet worden aangevraagd. Meestal is de provincie hiervoor het bevoegd gezag terwijl de gemeente betrokken is bij activiteiten die een omgevingsvergunning vereisen. ,

,

,

,

,

Om

een

ontheffing te krijgen moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: • Er mag alleen worden afgeweken van de bepalingen als er geen alternatieve bevredigende oplossing voor handen is ; • Er moet sprake zijn van een in de wet genoemd belang. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat de belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid ; • Tenslotte mag geen afbreuk worden gedaan aan de gunstige staat van instandhouding ,

van een soort.

Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden of van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) valt ook binnen de omgevingswet. Verder kan de minister bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen en kan de provincie bijzondere provinciale natuurgebieden of landschappen aanwijzen. Houtopstanden Ook de bescherming van houtopstanden is vastgelegd in de omgevingswet. De omgevingswet en de specifieke zorgplicht gelden voor het vellen van houtopstanden herbeplanten en het verhandelen en bezit van houtproducten. De wet heeft alleen betrekking op houtopstanden die zich bevinden buiten de bebouwde kom wat er ongeveer op neer komt dat de rijksregels alleen gelden voor houtopstanden buiten stedelijk gebied. De bossen van de gemeente Someren bevinden zich buiten de komgrens en valt daarmee dus binnen de rijksregels voor bescherming van houtopstanden. ,

,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

40

Bosgroep Zuid Nederland

3. 2 Natuurnetwerk Brabant Het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is onderdeel van het landelijke Natuur Netwerk Nederland (NNN) en omvat bestaande en nieuwe Brabantse bos- en natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. De provincie Noord-Brabant heeft hiervoor een natuurbeheerplan opgesteld met een kaart van beheertypen die in aanmerking komen voor subsidie via het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Deze subsidie vergoedt standaard beheermaatregelen voor het behoud van natuurdoelen. Gemeenten kunnen alleen SNL-subsidie aanvragen voor terreinen die al vóór 2011 gesubsidieerd werden. Van de 14133 ha aan bos- en natuurgebieden is 13886 ha opgenomen binnen het Subsidiestelsel Natuur en Landschap. ,

,

,

3. 3 Natura 2000 Een deel van de bossen

natuurterreinen maken onderdeel uit van het Natura 2000-gebied Strabrechtse Heide en het Beuven (Figuur 20). Het is het grootste aaneengesloten heidegebied van Noord-Brabant en is van bijzondere betekenis voor Vochtige alluviale bossen Zeer zwakgebufferde vennen Natte heide en Structuurrijke droge heide. De laatste drie komen voor op het grondgebied van de gemeente Someren waarbij het Beuven zelf de gehele oppervlakte vormt van Zeer zwakgebufferde vennen. Daarnaast is het gebied ook nog aangewezen voor een aantal doelsoorten waarvan de Roerdomp en het Woudaapje ook gebonden zijn aan het Beuven. Door de aanwijzing als Natura 2000-gebied geldt er een strikte gebiedsbescherming voor het terrein en strenge regels en

,

,

voor

de instandhouding van de diverse habitattype.

Voor

het Natura 2000-gebied wordt door de provincie een beheerplan opgesteld waarin de belangrijkste maatregelen voor de instandhouding kwaliteitsverbetering en areaaluitbreiding van diverse habitattype staan opgenomen. De verwachting is dat dit beheerplan in 2026 wordt vastgesteld. ,

Figuur 20: De begrenzing van de verschillende deelgebieden binnen Natura 2000-gebied. Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

41

Bosgroep Zuid Nederland

3. 4 Boomveiligheid Een eigenaar van bos en natuur heeft een zorgplicht om schade aan derden en daarmee schuld- of risicoaansprakelijkheid te voorkomen. De eigenaar dient de bomen te onderhouden en deze

daarnaast regelmatig en systematisch te controleren op uitwendig zichtbare gebreken. Als maatstaf voor de omvang van deze zorgplicht kan worden genomen dat er evenredigheid is tussen de kosten van inspectie en onderhoud in verhouding tot de kans op schade: hoe kleiner de kans op schade (verder afgelegen en sporadisch bewandelde paden of houtopstanden) des te geringer de eisen aan inspectie en onderhoud. De zorgplicht is daarmee het intensiefst voor bomen langs openbare wegen of op andere drukbezochte locaties zoals langs fiets- en wandelpaden maar ook rondom gebouwen. Acute gevaren in de vorm van dode bomen en dode overhangende takken langs wegen paden en gebouwen dienen zo snel mogelijk te worden afgehandeld. ,

,

,

,

,

,

In de bosgebieden

in de landschapselementen van de gemeente Someren wordt er een boomveiligheidscontrole uitgevoerd in het jaar dat de houtoogst plaatsvindt. Dit wil dus zeggen dat ieder bosperceel in Someren eens in de vijf jaar gecontroleerd wordt. Gebieden met een hogere recreatiedruk zoals bossen rondom de scoutingterreinen of bosranden naast veelgebruikte fietspaden worden onderworpen aan een intensieve boomveiligheidscontrole. De procedure en bijhorende kaarten zijn terug te vinden in Bijlage 3: Procedure boomveiligheid. en

,

,

3. 5 Natuurvisie Someren De gemeente Someren

werkt aan een Natuurvisie waarin de wederzijdse impact tussen natuurgebieden en de samenleving centraal staat. Deze visie wordt in 2026 gepubliceerd. Leidend in deze visie is de kwaliteit van de natuur binnen de gemeente: is er kwalitatieve natuur aanwezig waar is ruimte voor verbetering hoe wordt dit getoetst en wat is de visie waar naartoe gewerkt wordt. De Natuurvisie is een overkoepelend document dat de reeds bestaande plannen als het Soortenmanagementplan (SMP) de uitvoering van ontsnipperende maatregelen de Landschapsinvesteringsregeling (LIR) en de gebiedsgericht aanpak (GGA) in bredere context plaats. De visie zoals vooropgesteld in dit integraal beheerplan komt overeen met de Natuurvisie al ligt in dit plan de nadruk op een meer praktische benadering waar de natuurvisie een strategisch document is.

,

,

,

,

,

,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

42

Bosgroep Zuid Nederland

Hoofdstuk 4: Visie en beheerdoelen 4. 1 Beheertypenkaart Bij het bepalen van de beheertype

de bos- en natuurterreinen is rekening gehouden met het huidige bos- en natuurtype en hun potentiële ontwikkeling (Figuur 22). Dit laatste is nauw verbonden met factoren zoals bodemtype en grondwatertrap maar ook met hun relatie tot andere bos- en natuurterreinen en de functie die ze vervullen voor de gemeenschap. voor

,

4. 2 Bos Het bos

van

de toekomst wordt in het algemeen beschreven als:

“Een veerkrachtig en vitaal bos waar wordt gestuurd op natuurlijke processen en dat een duurzame bijdrage levert aan rijke natuur duurzaam houtgebruik waterbuffering klimaatadaptatie natuurbeleving én CO2-vastlegging. ” ,

Het bos van de toekomst bevat

,

,

dood hout gesloten bosdelen. Hierdoor kan het bos verschillende functies vervullen en diverse ecosysteemdiensten leveren zoals houtproductie natuurbeleving en de opslag en filtering van CO₂ lucht en water (Figuur 21). Deze structuren en functies zijn niet overal in dezelfde mate aanwezig. Het is juist de variatie in tijd en ruimte die zorgt voor een goed functionerend geheel. en

open

een grote

variatie aan structuren zoals jonge en oude bomen

,

,

,

en

,

,

,

Binnen deze

visie onderscheiden we vier beheertypen voor de bossen: multifunctioneel bos meereisend soortenbos randzone N2000 en natuurbos. In de volgende paragrafen worden enkele algemeen geldende uitgangspunten toegelicht en wordt per type de visie en beheerdoelstellingen geformuleerd. ,

Figuur 21: Dwarsdoorsnede van het bos

Projectnr: 21015875

van

de toekomst

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

43

,

Bosgroep Zuid Nederland

Algemene doelstellingen voor de bosontwikkeling De klimaat- en stikstofproblematiek vormen aanleiding om in dit beheerplan strategieën op te nemen die de gevolgen beperken en de bos- en natuurterreinen versterken. Deze strategieën komen tevens overeen met de streefbeelden voor boslandschappen zoals opgenomen in de Natuurvisie Someren. De strategieën zijn: • Het inbrengen van klimaatbestendige soorten

en zuidelijke herkomsten van bestaande zodat er zaadbronnen ingebracht worden die beter bestand zijn tegen het toekomstige klimaat. Het bos heeft een lange ontwikkelingstijd vroegtijdig inbrengen van klimaatsoorten is noodzakelijk.

soorten

,

•

Vervangende soorten inbrengen om ecologische functie te borgen. Zowel grove den als berk zijn op dit moment belangrijke factoren in het ecosysteem maar gaan het waarschijnlijk zwaar krijgen in het toekomstige klimaat. Door nu reeds soorten in te brengen die een vergelijkbare positie innemen in het ecosysteem kunnen andere afhankelijke soorten alsook ecosysteemfuncties behouden blijven. ,

,

•

,

mogelijk inzetten op bodemherstel bijvoorbeeld door het inbrengen van rijkstrooiselsoorten of zogenaamde kwartiermakers. Rijkstrooiselsoorten zijn boom- of struiksoorten met goed afbreekbaar blad waardoor de strooisellaag sneller wordt omgezet. Tijdens dit afbraakproces komen nutriënten vrij die opnieuw door planten kunnen worden opgenomen wat bijdraagt aan het herstel van de bodemvruchtbaarheid. Voorbeelden zijn zoete kers gewone esdoorn vogelkers en linde. Kwartiermakers zijn soorten die de overgang van monotoon naaldbos – vaak gekenmerkt door een dikke moeilijk afbreekbare strooisellaag – naar een gemengd loofbos vergemakkelijken. Dankzij hun redelijk goed afbreekbare blad stimuleren zij het geleidelijk afbreken van de opgehoopte strooisellaag en creëren ze betere omstandigheden voor de vestiging van andere loofboomsoorten. Voorbeelden zijn berk en ratelpopulier. Tijdens dunningen en het realiseren van bosverjonging wordt er doorgaans alleen gewerkt met verjongingsgaten die maximaal tweemaal de boomhoogte hebben. Hierdoor blijft het bosklimaat ten alle tijden zoveel mogelijk behouden. Door de menging van boomsoorten in opstanden te vergroten neemt de weerbaarheid tegen calamiteiten sterk toe. Dit gebeurt niet alleen door soorten aan te planten maar ook door de huidige mengboomsoorten te bevoordelen bij dunningen.

Invasieve boomsoorten zoals de Amerikaanse eik worden alleen bevoordeeld als ze al dominant aanwezig zijn. Inzetten op hydrologisch herstel. Het verhogen van de infiltratiecapaciteit en het beter vasthouden van het water vergroot de veerkracht van de ecosystemen bij klimaatsextremen. Kwijnende en aftakelende bomen worden behouden om het aandeel dood hout te vergroten. Om het aandeel dood hout verder op te schalen kunnen bomen geringd worden. Het lange-termijndoel is om gemiddeld 30 m³ dood hout per hectare te hebben. Dood hout langs paden en wegen wordt om veiligheidsredenen verwijderd. Waar mogelijk worden geleidelijke overgangen tussen bos en open terrein ontwikkeld. Dit verhoogt de ecologische waarde en biedt meer leefruimte voor verschillende soorten. Waar

,

,

,

,

,

,

•

•

•

•

•

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

44

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 22: Beheerdoeltypenkaart gemeente Someren.

Projectnr: 21015875

op

basis

van

de visie

voor

de verschillende bosgebieden

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

van

de

45

Bosgroep Zuid Nederland

4. 2. 1 Multifunctioneel bos Binnen dit beheertype wordt er geen zwaar accent gelegd natuurwaarde productie en recreatie gaan hand in hand.

op

één bepaalde functie. Functies

,

De grootste uitdaging zit in het vergroten van de klimaatweerbaarheid. Er zal met name worden ingezet op het vergroten van de bosstructuur (menging en gelaagdheid) en het verhogen van het aantal soorten per opstand. Hierbij zullen ook soorten worden ingebracht uit zuidelijker Europa. Dit gaat niet alleen om nieuwe soorten maar ook zuidelijke herkomsten van soorten die nu al voorkomen. Door de variatie in bosstructuur en de grotere diversiteit aan boomsoorten zal het bosecosysteem beter bestand zijn tegen toekomstige weersextremen. ,

Over het algemeen zijn de bodems

dit beheertype voorkomt (podzolen en eerdgronden) arm schraal en droog waardoor er maar een beperkt aantal soorten geplant kunnen worden. De soortenkeuze vereist daarom zorgvuldigheid: rijkstrooiselsoorten worden vermeden terwijl strooiselneutrale minder eisende soorten de voorkeur krijgen. waar

,

,

,

Aandacht voor dood hout dikke bomen en overgangen naar openruimtes middels een brede bosrand met mantel-zoomvegetaties kunnen de ecologische waarde van dit beheertype laten toenemen. Daarnaast zullen er een aantal opstanden worden aangewezen waar geen beheer meer wordt gevoerd om zo ook ongestoorde bosontwikkeling de ruimte te geven. ,

Figuur 23: Referentiebeeld van een multifunctioneel bos.

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

46

,

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 24: Een multifunctioneel bos op de Herselse heide. De beheerdoelstellingen voor het beheertype zijn: • Dunning: er wordt niet meer dan 80% van de lopende bijgroei gedund. Kwijnende en dode

•

bomen blijven achter in het terrein. Uitzondering hierop zijn dode bomen door grootschalige calamiteiten. Verjonging: in de komende 10 jaar wordt ongeveer 10% van de oppervlakte verjongd. Binnen deze oppervlakte worden klimaatweerbare soorten of herkomsten geplant maar ook spontane verjonging wordt gestimuleerd. ,

•

Boomsoorten: o

Een groot deel van de aanplant wordt gerealiseerd met (nieuwe) zuidelijke soorten en herkomsten om zo de klimaatweerbaarheid te verhogen. Dit kunnen zowel ,

loofbomen als naaldbomen zijn. o Het aandeel berk en zomereik moet toenemen door zowel aanplant als spontane verjonging. Het aandeel loofhout wordt daarnaast aangevuld met soorten zoals ratelpopulier tamme kastanje zoete kers zwarte els esdoorn en diverse eiksoorten waar de bodem het toelaat. o Door zijn huidige aandeel blijft grove den een belangrijke boomsoort binnen de natuurlijke verjonging. Dit wordt aangevuld met aanplant van Corsicaanse den en zeeden vanwege hun klimaatrobuustheid. Struiklaag: er wordt gestreefd naar een goed ontwikkelde struiklaag op minimaal 30% van de oppervlakte. In de volgende beheerperiode wordt dit verhoogd naar 50% omdat een rijke struiklaag de biodiversiteit en het bosklimaat versterkt. ,

•

,

,

,

,

4. 2. 2 Bos met meereisende soorten De bossen binnen dit beheertype

worden gekarateriseerd door de brede en boomsoortensamenstelling. Hierdoor divers recreatief aantrekkelijk bos wat met name in het deelgebied de Somerense heide de intensieve recreatie ondersteund. De huidige lanenstructuur wordt behouden en waar mogelijk uitgebreid. De tweede locatie met dit beheertype ontstaat er een

,

,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

47

Bosgroep Zuid Nederland

is gelegen ten zuiden van Moorsel. Dit gedeelte van het bos is in het verleden al gebruik om exoten te planten

die een betere bodem nodig hadden.

Ook voor dit beheertype geldt dat de klimaatsverandering de grootste uitdaging is in de nabije toekomst. Door in te zetten op een zeer diverse aanplant van zuidelijke (nieuwe) soorten en herkomsten van reeds aanwezige soorten wordt er gewerkt aan een weerbaar bos. Plaatselijk worden deze soorten aangevuld met klimaatsoorten van een Europees-Aziatische herkomst of beeldbepalende soorten van elders. De locaties is zeer geschikt om nieuwe soorten en herkomsten te testen die mogelijk in de toekomst kunnen bijdrage aan het nog klimaatrobuuster van het gehele bos (Figuur 25). ,

Figuur 25: Referentiebeelden van meereisendesoortenbos. Links: gemengd eiken-beukenbos. Rechts: voormalige douglasopstand met inmenging van beuk en eik.

De beheerdoelstellingen voor het beheertype zijn: Dunning: Er wordt niet meer dan 80% van de lopende bijgroei gedund. Dunningen worden • alleen uitgevoerd om andere beheerdoelstellingen te realiseren en zijn geen doel op

zichzelf. •

•

Verjonging: In de komende 10 jaar wordt ongeveer 10% van de oppervlakte verjongd. Binnen deze oppervlakte worden klimaatweerbare soorten geplant waarbij spontane verjonging zich kan vestigen. Boomsoorten: o

Een groot deel van de aanplant wordt gerealiseerd met nieuwe zuidelijke soorten en herkomsten om zo de klimaatweerbaarheid te verhogen. Deze worden ,

aangevuld met soorten van een Europees-Aziatische herkomst of beeldbepalende soorten van elders. De beeldbepalende soorten worden alleen toegepast op zichtlocaties.

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

48

Bosgroep Zuid Nederland

o

Het aandeel inheemse loofbomen moet toenemen door zowel aanplant als spontane verjonging. Op de betere groeiplaatsen worden hiervoor soorten met rijkstrooisel

geselecteerd. Struiklaag: Er wordt gestreefd naar een goed ontwikkelde struiklaag op minimaal 50% van de oppervlakte. In de volgende beheerperiode wordt dit verhoogd naar 75% omdat een rijke struiklaag de biodiversiteit en het bosklimaat versterkt.

•

,

4. 2. 3 Randzone Natura 2000 Het beheertype is gelegen binnen het N2000-gebied met

een uitbreiding naar het westen. De bossen zullen worden gekenmerkt door hun open karakter met voornamelijk inheemse soorten.

De bossen zelf zijn niet aangewezen als beschermde waarden binnen het N2000-gebied maar hebben wel invloed op de aanwezige beschermde waarden. Dit voornamelijk doordat de bomen infiltratie van regenwater beïnvloeden en veel water verdampen. Door het bos kronendak van het bos vrij open te houden worden deze invloeden beperkt. ,

De droge

groeiplaatsen van dit beheertype zijn gevoelig voor klimaatsverandering. Hier zit dan ook beheeruitdaging de komende periode. De boomsoorten keuze is erg beperkt door de groeiplaats maar ook doordat er zoveel mogelijk gewerkt zal worden met inheemse en arme

de grootste

,

soorten.

Brede

het N2000-gebied waar van zeer open bos langzaam naar dichter bos gegaan zal worden en de aandacht voor het vergroten van het aandeel dood hout zal de ecologische waarden doen toenemen. overgangen

naar

De beheerdoelstellingen voor het beheertype zijn: • Dunning: er wordt niet meer dan 80% van de lopende overgangen naar N2000 extra worden open gemaakt. •

•

waarbij de

Verjonging: in de komende 10 jaar wordt ongeveer 10% van de oppervlakte verjongd. Binnen deze oppervlakte worden klimaatweerbare soorten geplant waarbij spontane verjonging zich kan vestigen. Boomsoorten:

zomereik moet toenemen. De eiken zullen deels worden geplant met een zuidelijke herkomst. Aanvullend worden soorten geplant als tamme kastanje ratelpopulier boswilg en zoete kers als de bodemomstandigheden dit toelaten. o Door zijn huidige aandeel blijft grove den een belangrijke boomsoort binnen de natuurlijke verjonging. Om in de toekomst een aandeel naaldhout te behouden worden Corsicaanse den en Zeeden geplant vanwege hun klimaatrobuustheid. o Opstanden van dicht naaldhout worden omgevormd omdat deze opstanden het grootste negatieve effect hebben op de infliltratie. Struiklaag: er wordt gestreefd naar een goed ontwikkelde struiklaag op minimaal 30% van de oppervlakte. In de volgende beheerperiode wordt dit verhoogd naar 50% omdat een rijke struiklaag de biodiversiteit en het bosklimaat versterkt. o

Het aandeel berk

,

•

bijgroei gedund

en

,

,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

49

Bosgroep Zuid Nederland

4. 2. 4 Natuurbos De bossen die behoren tot dit beheertype worden gekenmerkt door bijzondere natuurwaarden. Het grootste aangewezen stuk ligt in het Gebergte. Dit bosgebied wordt voornamelijk gekenmerkt door

de grote aanwezigheid van jeneverbes oude vliegdennen plaatselijke zandverstuivingen en bosheide. De overige stukken zijn alle natte bossen of landschappelijke bosjes in beekdalen. In het natuurbos staat het beheer ten diensten van het instand houden van de kenmerkende bijzondere natuurwaarden. Voor het Gebergte geldt dat het beheer voornamelijk is gericht op het behoud van de jeneverbes en de zandverstuivingen. Hiervoor wordt een groot deel van de opstanden zeer open gehouden. In het Gebergte zijn tevens een aantal zeer oude vliegdennen aanwezig die behouden moeten worden. In de nattere bossen staan natuurlijke processen centraal en richt het beheer zich meer op de randen in verband met veiligheid of het instandhouden van naast gelegen natuurtype. ,

,

Figuur 26: Streefbeeld van het droge natuurbos

Hoewel het Gebergte net als grote delen van het overige bos gevoelig zijn voor klimaatsverandering zal er niet gestreefd worden naar het inbrengen van nieuwe soorten. Het halfopen karakter van het bos kan in de toekomst waarschijnlijk voldoende instand worden gehouden met de reeds aanwezige eiken en andere aanwezige mengboomsoorten. Behoud van de verstuivingen en bosheide staat voorop.

Voor de overige bosjes geldt dat ze minder gevoelig zijn voor klimaatsverandering door de goede

vochthuishouding.

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

50

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 27: Streefbeeld vochtig natuurbos

De beheer doelstellingen voor het beheertype zijn: • Dunning: Dunning wordt binnen het Gebergte ingezet om de gewenste structuur en samenstelling te realiseren. Er wordt alleen geoogst wanneer dit bijdraagt aan de realisatie van de bos- en natuurdoelen. Oude en aftakelende bomen blijven behouden tenzij veiligheidsrisico’s ingrijpen vereisen. Verjonging: Op vochtigere terreindelen wordt gestuurd naar een ontwikkeling richting • vochtig eiken-beukenbos door actieve inbreng van soorten als wintereik ratelpopulier ,

,

,

boswilg en inheemse vogelkers. •

Boomsoorten:

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

51

Bosgroep Zuid Nederland

worden alleen inheemse soorten aangeplant. De voorkeur gaat uit naar autochtone herkomsten. Binnen de natuurbossen worden exoten actief verwijderd. o o Indien de ondergrond het toelaat worden ontbrekende rijkstrooiselsoorten zoals zoete kers aangeplant. In de struiklaag kan inheemse vogelkers hazelaar en meidoorn aangeplant worden. Op kleine schaal worden herkomsten uit warmere en drogere gebieden aangeplant o om klimaatweerbaarheid te verhogen. Struiklaag: buiten het Gebergte er wordt gestreefd naar een goed ontwikkelde struiklaag op minimaal 50% van de oppervlakte. In de volgende beheerperiode wordt dit doel verhoogd naar 75% omdat een rijke struiklaag bijdraagt aan biodiversiteit bosklimaat en structuur. Dood hout: kwijnende en aftakelende bomen worden behouden om het aandeel dood hout te vergroten. Waar nodig wordt geringd om dit aandeel verder op te schalen. Het langetermijndoel is gemiddeld 30–50 m³ dood hout per hectare. o

Er

,

,

•

,

•

Projectnr: 21015875

,

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

52

Bosgroep Zuid Nederland

4. 3 Natuurterreinen Binnen het object komen een aantal verschillende natuurtypen natuurterreinen kunnen als volgt gekarakteriseerd worden:

-en

terreinen

voor.

De toekomstige

“Open natuurterreinen met robuuste verbindingen tussen aangewezen natuurkernen waarbij habitats van karakteristieke soorten en vegetaties van heischrale milieus in stand worden gehouden en waar mogelijk verder ontwikkeld. Open geïsoleerde natuurkernen met soortenrijke overgangen naar de omringende bosgebieden. ” Met

houtachtige opslag verzuring en stikstofdepositie vormen de grootste problemen. Dit komt in zowel de kwaliteit van de stuifzand- en droge heiden als de vennen naar voren. In Hoofdstuk 2 is een algemene beschrijving van de natuurwaarden gegeven. Hieronder wordt per natuurtype de visie en doelen beschreven. name

,

4. 3. 1 Beuven e. o. Het Beuven e. o. is een gevarieerd terrein door de aanwezigheid van diverse natuurtypen. In het algemeen kan worden benoemd dat houtachtige opslag en vergrassing de grootste problemen zijn. Droge heide

Goed ontwikkelde droge heide bestaat voor tenminste 60% uit heidevegetaties of vegetaties gedomineerd door bochtige smele of pijpenstrootje. Verder komen jeneverbesstruwelen bremstruwelen en bomen verspreid voor. Ook zijn er kleine open zandige plekken en grazige vegetaties aanwezig. De heidevegetatie bestaat voor tenminste 30% uit struikheide kraaiheide en/of bosbessoorten al dan niet gemengd met gewone dophei. Karakteristieke soorten die voorkomen in dit type zijn: borstelgras buntgras dwergviltkruid gewone eikvaren grondster klein warkruid kruip- en stekelbrem zandblauwtje en verschillende korstmossen.

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Figuur 28: Referentiebeeld droge heide. Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

53

,

Bosgroep Zuid Nederland

Op dit moment is de droge heide goed ontwikkeld en de mate van vergrassing en verbossing beperkt. De huidige situatie moet gehandhaafd worden wat betreft vergrassing en structuurvariatie. Daarnaast dient houtachtige opslag te worden beperkt om het open karakter te behouden.

Vochtige heide Een goed ontwikkelde vochtige heide wordt bij voorkeur voor tenminste 60% gedomineerd door dwergstuiken of pijpenstrootje. Naast heide zijn er verspreid bomen en grazige vegetaties aanwezig kleine stilstaande wateren en open zandige tot venige plekken. De heidevegetatie bestaat voor tenminste 30% uit gewone dophei. Karakteristieke soorten die voorkomen in dit type zijn ; gevlekte orchis kleine zonnedauw ronde zonnedauw klokjesgentiaan moeraswolfsklauw beenbreek heidekartelblad eenarig wollegras veenpluis witte- en bruine snavelbies gewone- en noordse veenbies en verschillende veenmossen. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Figuur 29: Referentiebeeld vochtige heide. Op dit moment komt dopheide niet in grote dichtheden voor en goed ontwikkelde vegetaties met karakteristieke soorten zijn sporadisch aanwezig. Verbeteringen van de vegetatie kunnen worden

bereikt door chopperen

van vergraste

delen.

Vennen Zure vennen of hoogveenvennen worden gevoed door regenwater en hebben een matig zuur tot zuur karakter. Het water in deze vennen is soms bruin van kleur door humuszuren. De vennen kunnen lang vegetatieloos zijn en de oevers bestaan dan uit zeggensoorten of uit soorten van vochtige heide. Zowel in het water als op de oevers kunnen hoogveenvegetaties tot ontwikkeling komen. Karakteristieke soorten die in dit natuurtype voorkomen zijn onder andere: draadzegge drijvende egelskop klein blaasjeskruid kleine veenbes en witte snavelbies naast diverse soorten ,

,

,

,

veenmossen.

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

54

,

Bosgroep Zuid Nederland

Op dit moment

zijn goed ontwikkelde vegetaties met karakteristieke soorten aanwezig maar klap gehad van de hoge waterstanden in 2023-2025. Vergrassing en houtige opslag ,

hebben een op de oevers dient beperkt te worden.

Stuifzand Een zandverstuiving bestaat tenminste uit 50% onbegroeid stuivend zand met mos of korstmosbegroeiing. Her en der is ook begroeiing van buntgras aanwezig. Het gebied biedt kansen voor uitbreiding van stuifzand en aansluiting op het naastgelegen stuifzandcomplex op terrein van Staatsbosbeheer. Op de overgang van het stuifzand naar heide is korstmosvegetaties aanwezig. Doelstellingen Het Beuven e. o. vormt het grootste natuurterrein binnen de eigendommen van de gemeente Someren. Er komen verschillende typische soorten van schrale heidemilieus voor. De belangrijkste knelpunten voor dit gebied vormt de opslag van bomen en toenemende vergrassing als gevolg van stikstofdepositie. De belangrijkste beheermaatregelen en kansen voor dit terrein zijn gelegen in: • Het periodiek kleinschalig maaien van (vergraste) heide en het verwijderen van houtachtige opslag. Op deze wijze blijven standplaatsen en leefgebied van typische heidesoorten

behouden. •

•

•

schapenbegrazing voor structuurontwikkeling en onderdrukking vergassing door bochtige smele en pijpenstro. Eventuele uitbreiding van stuifzand met aansluiting op het naastgelegen stuifzandcomplex van Staatsbosbeheer. Ontwikkeling van opgaande bosranden met mantel- en zoomvegetatie. Inzetten

Deze knelpunten

van

kansen en beheermaatregelen sluiten zoals geformuleerd in de Natuurvisie Someren. ,

aan

bij het streefbeeld heidelandschap

4. 3. 2 Jeneverbessen van het Gebergte Het Gebergte is een reliëfrijk terrein dat wordt gekarakteriseerd door droge schrale bodems. De jeneverbesstruwelen op de droge zandkoppen zijn karakteristiek voor dit gebied en herbergen de belangrijkste natuurwaarde. In het algemeen vormt bodemvastlegging en vergrassing het grootste probleem voor het stuifzand. De belangrijkste beheermaatregelen en kansen voor het gebied zijn: ,

•

•

•

Bevorderen van jeneverbesverjonging door rondom de jeneverbesstruwelen de bodem handmatig te harken. Eventueel toepassing van bekalking. Behoud van het open landschap door het tegengaan van verbossing middels het verwijderen van opslag. Behoud kale bodems en beperken van vergrassing door pijpenstro en bochtige smele middels kleinschalig maaien van vergraste heide. Onder invloed van recreatie wordt een deel van de zandvlakte open gehouden. Wel is het van belang om de recreatiezonering in de gaten te houden.

4. 3. 4 Keelvennen Het gebied Keelvennen is een landschappelijk divers terrein met vennen en droge en vochtige heiden. In het algemeen vormen de beperkte structuurvariatie en vergrassing de grootste problemen. De belangrijkste beheermaatregelen en kansen voor het gebied zijn: • Jaarrond onderhoudsbegrazing met Schotse hooglanders om vergrassing te onderdrukken.

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

55

Bosgroep Zuid Nederland

•

Het periodiek kleinschalig maaien structuurvariatie.

•

Verwijderen van houtachtige opslag om het open karakter van het gebied te waarborgen. Inrichten van brede open stroken naast paden om een ecologische verbinding te vormen tussen de geïsoleerde vennen in het bos en het vennencomplex van het Keelven. Inrichting van de naast gelegen bosranden tot mantel- en zoomvegetaties.

•

•

chopperen

en

van

heide

en

behoeve

ten

oevers

van

,

4. 3. 5 Boksenbergven Het ven in bosgebied Boksenberg is sterk omsloten door bos. In het algemeen vormen de beperkte en vergrassing De oppervlakte verbraming de grootste problemen. belangrijkste beheermaatregelen voor het gebied zijn: Het periodiek maaien ter onderdrukking van braamontwikkeling en vergrassing. • ,

• •

Verwijderen van houtachtige opslag om het open karakter van het gebied te behouden. Inrichting van de naast gelegen bosranden tot mantel- en zoomvegetaties.

4. 3. 5 Hooiland De Donck De hooilanden zijn al redelijk bloemrijk met diverse soorten kruiden. Om de soortenrijkdom van de hooilanden in stand te houden en te laten toenemen is een actief beheer noodzakelijk. Het doel is ontwikkeling tot kruidenrijke hooilanden. Dit wordt bereikt door: • Periodiek maaien en afvoeren. • Terugzetten van de wilgenstruwelen rondom de hooilanden. •

Verbeteren van de hydrologie.

4. 4. Natuur buiten de natuurkernen Niet opgenomen in dit beheerplan maar tevens

ontzettend grote (ecologische) waarde zijn de zandpaden struwelen (bloemrijke) bermen houtkanten parken en tuinen binnen de gemeente Someren. Zij herbergen unieke habitats en soorten dragen bij aan de koolstofopslag reguleren het (stedelijk) microklimaat en hebben een positieve invloed op het welzijn van de mens. In de Natuurvisie Someren (2026) wordt de waarde van deze kleine landschapselementen uitvoerig beschreven en wordt ook de wisselwerking van deze elementen op de samenleving en andersom toegelicht. Het begrip Basiskwaliteit Natuur speelt hierin een centrale rol. van

,

,

,

,

,

,

,

,

,

4. 5 Recreatie Recreatie is in vrijwel het hele gebied mogelijk gematigde en extensieve zones ( Figuur 30). -

,

maar er wordt

,

onderscheid gemaakt in intensieve

Intensieve recreatie: De intensieve recreatieve zone is gelegen tussen de Provinciale weg en het Keelven. Binnen de intensieve zone is het voorzieningenniveau hoog: er is een grote

parkeerplaats met horeca waar diverse routes vertrekken. Ook het hondenlosloopgebied ‘Somerense heide’ bevindt zich hier. Enkel in deze intensieve recreatieve zone is ruimte voor activiteiten van groepen groter dan 25 personen. Grotere (sport)evenementen kunnen in dit gebied plaatsvinden. Normale recreatie: Kleinschalige (sport)activiteiten zoals hardlopen paardrijden en mountainbiken zijn mogelijk mits het individueel of in kleine groepen plaatsvindt. Ook natuurexcursies of rondleidingen over de historie van het gebied vinden hier plaats. Binnen ,

-

,

,

,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

56

Bosgroep Zuid Nederland

het Natura 2000-gebied is extra aandacht voor geleiding van de recreant om te voorkomen dat de recreatiedruk nadelige effecten heeft op de natuur. Extensieve recreatie: Een groot deel van de Lieropse heide met name het gebied rondom het Beuven is afgesloten middels een hekwerk waardoor het ontoegankelijk is voor de recreant. De doorgangen door dit terrein zijn zeer beperkt waardoor er rust en ruimte is voor soorten die verstoringsgevoelig zijn. Binnen deze zone vinden geen georganiseerde activiteiten plaats anders dan educatieve excursies. ,

-

,

,

,

Binnen de gemeente Someren vinden enkele (grootschalige) recreatieve initiatieven plaats op de bos- en natuurterreinen in de zone voor ‘normale recreatie’. Zo wordt er sedert 1965 de jaarlijkse

Kennedymars georganiseerd een wandeltocht die gedeeltelijk over het N2000 gebied de Strabrechtse heide loopt. De wandeltocht beperkt zicht tot de paden en loopt volledig buiten de omheining van de Strabrechtse heide. Ook de slipjacht (Hubertusjacht) is een jaarlijks evenement binnen de gemeente. De exacte route varieert per jaar maar loopt nooit door Natura 2000-gebied om de impact op kwetsbare natuur te beperken. ,

,

,

Naast de bovengenoemde zonering zijn er door de provincie vastgelegde stiltegebieden. Het Beuven en een aantal aangrenzende bosgebieden vallen binnen het stiltegebied Strabrechtse Heide. Het werkblok de Boksenberg valt grotendeels binnen het stiltegebied De Pan. In deze gebieden kunnen (kleinschalige) activiteiten plaatsvinden maar mogen ze de natuurlijke geluiden niet ,

Welke activiteiten wel en niet zijn toegestaan in een stiltegebied is opgenomen in de Omgevingsverordering van de provincie Noord-Brabant. verstoren.

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

57

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 30: Onderverdeling van de bos- en natuurgebieden in gewenste recreatiedruk: intensief normaal en extensief ,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

58

Bosgroep Zuid Nederland

Hoofdstuk 5: Beheer 5. 1 Werkblokken Het bosbeheer is verdeeld over vijf werkblokken (Figuur 31) waarbij ieder jaar de bosgebieden van één werkblok onder de loep genomen worden. In principe wordt er in één jaar achtereenvolgens geblest en geoogst zodat in de hieropvolgende winter geplant kan worden. Deze aanpak beperkt verstoring in de bos- en natuurgebieden in ruimte en tijd verbetert de recreatieve beleving en houdt kosten en opbrengsten in balans. De natuurterreinen worden in een aparte werkcyclus beheerd dat is afgesteld op de verschillende terreintype. ,

,

,

,

5. 2 Bosbeheer 5. 2. 1 Bosverjonging Bosverjonging is de komende beheerperiode

belangrijk onderdeel in het bosbeheer om de gewenste doelstellingen op het gebied van leeftijdsopbouw klimaatweerbaarheid en omvorming van naald- naar loofbos te realiseren. Het streven is om de komende 10 jaar 10% van het bos te verjongen. Dit komt neer op gemiddeld bijna 11 hectare per jaar wat een vrij grote opgave is. In het beginsel moet er naast het aanleggen van verjongingsgaten vooral worden gezocht naar locaties waar door calamiteiten of slecht ontwikkelde bosverjonging ruimte is om te planten. Omdat er zowel tussen de verschillende doeltypen als binnen één doeltype variatie is in het bos is er geen eenduidig ‘recept’ te geven voor de wijze van verjonging. Maatwerk door de beheerder is noodzakelijk. een

,

,

,

,

Bij aanplant ligt de nadruk

het klimaatbestendig maken van het bos zodat het beter bestand is de gevolgen van klimaatverandering op lange termijn. Hiervoor wordt ingezet op het introduceren van klimaatslimme boomsoorten of zuidelijke herkomsten van reeds aanwezige soorten met steeds oog voor de ecologische rol die een soort vervult binnen het bosecosysteem. Daarnaast speelt natuurlijke verjonging een belangrijke rol. Natuurlijke verjonging is effectief en kostenefficiënt om structuurvariatie te bevorderen maar biedt beperkte mogelijkheden om te sturen in soortensamenstelling en genetische variatie. Daarom is het noodzakelijk om de aanwezigheid van geschikte zaadbronnen te vergrote door actief nieuwe soorten en gene in te brengen. Bij het realiseren van verjonging hetzij natuurlijk of via aanplant wordt het bosmicroklimaat gewaarborgd. Hieronder zijn per bostype enkele aandachtspunten opgenomen en de belangrijkste richtlijnen uitgewerkt. tegen

weersextremen

op

,

en

,

,

,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

,

59

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 31: Werkblokindeling

Projectnr: 21015875

van

de bos-

en

natuurgebieden.

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

60

Bosgroep Zuid Nederland

Natuurbos De natuurbossen (Figuur 22) bestaan uit twee hoofdtypen: zeer droge arme heidebossen en wat vochtigere rijkere opstanden. In de heidebossen heeft bosverjonging geen prioriteit. Er is reeds voldoende structuurvariatie aanwezig deze wordt bepaald door de afwisseling van bosopstanden met open ruimten en door het pleksgewijs voorkomen van heide stuifzand en stuifduinen. Waar mogelijk wordt natuurlijke verjonging van zomereik en in mindere mate berk gestimuleerd mits dit niet ten koste gaat van de ontwikkeling van de heischrale vegetatie. Door de zeer arme bodem zijn er slechts enkele boomsoorten geschikt om aan te planten denk hierbij aan zomereik. Op de rijkere en vochtigere gronden ligt dit anders. Daar is bosverjonging wenselijk om de structuurvariatie en de soortendiversiteit te verhogen. Het beheer richt zich hier op het stimuleren van natuurlijke verjonging aangevuld met kleinschalige aanplant. Dit gebeurt bijvoorbeeld in verjongingsgroepen van circa 500 m² of door kloempen aan te planten onder open plekken van het kronendak (circa 100 m²). De soortenkeuze moet afgestemd worden op de aanplantlocatie hier kan gedacht worden aan tamme kastanje diverse eiksoorten (zomer- winter- mos- en donzige eik) haagbeuk fladderiep en zoete kers.

Net zoals in de drogere natuurbossen wordt de aanplant gerealiseerd met Europees inheemse soorten waarbij soorten uit de noord-zuid migratielijn de voorkeur behoeven. Enkel wanneer ecologische niches wegvallen door het verdwijnen van soorten en er binnen deze zuidelijke migratielijn géén waardige vervangende boomsoort gevonden kan worden zullen soorten uit de oostelijk Europa in overweging genomen worden. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Multifunctioneel bos In het multifunctionele bos is (actieve) verjonging erg belangrijk zowel voor de structuurvariatie als voor het waarborgen van bos voor de toekomst. Natuurlijke verjonging wordt gestimuleerd door open ruimtes in het bos te maken en een kiembed te realiseren. Door het beperkte aanbod van klimaatslimme zaadbomen is aanvullende aanplant met diverse soorten nodig om een gevarieerd en weerbaar bos voor de toekomst te realiseren. Leidend in de boomsoortenkeuze is de standplaats maar ook het (veranderende) klimaat speelt een grote rol. In eerste instantie wordt het huidige soortenpallet aangevuld met soorten uit de zuidelijke migratielijn (zie eerder) maar ook soorten uit het oosten van Europa worden in overwegen genomen. Concreet zal de natuurlijke verjonging van berk en zomereik aangevuld worden met onder andere aanplant van (een zuidelijke herkomst) kastanje esdoorn eiksoorten (zomer- mos- winter- en donzige eik) Oosterse beuk en eventueel ratelpopulier. De bodem is redelijk arm waardoor er slechts in beperkte mate meereisende boomsoorten en zogenoemde rijkstrooiselsoorten aangeplant kunnen worden. De natuurlijke verjonging van naaldhout bestaat uit de ‘klimaatverliezers’ douglasspar weymouthden Japanse lariks en grove den.

Om ook de ecosysteemdiensten specifiek van naaldhout te behouden kan aangeplant worden met soorten als zeeden Corsicaanse den en mogelijks diverse andere dennensoorten. Het meereisende soortenbos heeft een sterk recreatief karakter. Er kunnen daarom in beperkte maten beeldbepalende bomen geplant worden met soorten van buiten Europa. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Bij het realiseren

van verjonging zowel natuurlijke als aanplant wordt rekening gehouden met het bosmicroklimaat en de bosbodemontwikkeling. Zo worden er geen aanplantlocaties groter dan 05 ha gemaakt tenzij dit door calamiteiten in de hand gewerkt wordt en blijven er overstaanders aanwezig om schaduw te voorzien. Bodemverwonding wordt enkel toegepast ten behoeve van verjonging opdat de bosbodem zich kan ontwikkelen. ,

,

,

,

,

,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

61

Bosgroep Zuid Nederland

Meereisende soortenbos Het meereisende soortenbos wordt gekarakteriseerd door een rijkere bodem en gunstigere bosgroeiplaats. Dit maakt dat natuurlijke verjonging in grotere getalen en met een grotere diversiteit aanwezig is in het bos. Er moet ingezet worden op het stimuleren van deze natuurlijke verjonging en waar nodig aanvullen met ontbrekende soorten. Bij de keuze van soort en herkomst worden zowel soorten uit de zuidelijke (richting Spanje en Italië) als de oostelijke (richting de in kader van Balkan) migratielijn in overweging genomen worden. Belangrijk is om klimaatverandering in te zetten op risicospreiding en meerdere soorten in het systeem te brengen waarbij verschillende soorten eenzelfde ecologische functie vervullen. Denk hierbij aan rijkstrooiselsoorten als zoete kers linde en hazelaar aangeplant worden maar ook ‘nieuwe’ soorten als boomhazelaar donzige eik en Oosterse beuk om het systeem verder te diversifiëren. Ook naaldhoutverjonging wordt gestimuleerd en indien nodig verder aangevuld met aanplant ten behoeve van houtvoorziening voor de toekomst en het herbergen van specifieke ecosysteemdiensten. Denk hierbij aan soorten als Turkse zilverspar en mammoetboom. ,

,

,

,

,

,

,

Randzone Natura 2000 Deze bossen staan in functie van het Natura 2000-gebied de Strabrechtse en Lieropse heide. Om de infiltratie van neerslag te verhogen is verloving van de opstanden belangrijk. In de opstanden van voornamelijk grove den en Corsicaanse den kunnen zowel onder scherm als in (kleine) verjongingsgaten loofboomsoorten als zomereik berk tamme kastanje fladderiep en ratelpopulier vrijgesteld of aangeplant worden. ,

,

,

,

Tabel 11 Verjongingsstrategie per bostype Natuurbos Multifunctioneel bos

Meereisende soortenbos

Randzone Natura 2000

Oppervlakte

100-500 m²

001 , tot 05, hectare

100-500 m 2

Overstaanders behouden

Enkel aanplant in kleine oppervlakten overstaanders hier niet gewenst.

Ja , enkele.

Nee , verjonging

Bosmicroklimaat zo veel mogelijk in stand houden.

kleinschalig onder bos. Bosklimaat blijft altijd in stand.

Afhankelijk van

Afhankelijk van type

Nee

type verjonging

verjonging

4500 st/ha

4500 st/ha

4500 st/ha

bosplantsoen of 600 st/ha veren

bosplantsoen of 600 st/ha veren. Eventueel delen

bosplantsoen of 600 st/ha veren. Eventueel delen

uitrasteren.

uitrasteren.

001 , tot 05,

,

Bodemverwonding Aanplant

Aan

te

planten

boomsoort

Herkomst

Nee

,

Loofhout (kwartiermakers

Diverse

soorten met

loofboomsoorten in het vochtig natuurbos

neutraal strooisel en eiksoorten) en naaldhout.

Europees

Europees

Europees inheemse

Europees inheemse soorten

inheemse

soorten.

met een sterk ingeburgerd

soorten

met een sterk

ingeburgerd karakter in westelijk Europa.

,

Loofhout (rijkstrooiselsoorten diverse eiksoorten) en naaldhout.

4500 st/ha bosplantsoen of 600 st/ha veren. Eventueel delen uitrasteren

Eiksoorten in het droog natuurbos.

inheemse

Projectnr: 21015875

hectare Ja enkele. Bosklimaat zo veel mogelijk in stand houden

karakter in westelijk

soorten.

Soorten uit Soorten uit

zuidelijke

Loofhout ,

Europa.

zuidelijke en oostelijke

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

62

Bosgroep Zuid Nederland

migratielijn. Uitzonderijk soorten uit

Wildbescherming

Toevoegingen

Schonen na 4 jaar 5. 2. 2 Blessen

Ja

oostelijke migratielijn. Wildbescherming

Ja

migratielijn. Uitzonderlijk aangevuld met soorten van buiten Europa.

Wildbescherming en startbemesting rijkstrooisel soorten

Wildbescherming en startbemesting rijkstrooisel

Ja

Ja

soorten

dunning Jaarlijks wordt er in het werkblok van dat jaar een dunning uitgevoerd en worden maatregelen genomen t. b. v. bosverjonging. Bij een dunning worden selectief bomen verwijderd met als doel te sturen in de boomsoortensamenstelling en het vrijstellen van de kwalitatief beste bomen. Door lokaal bomen te verwijderen kan licht tot dieper in het bos doordringen zal de kruid- en struiklaag en natuurlijke verjonging van boomsoorten zich beter ontwikkelen wat bijdraagt aan het verhogen van de bosstructuur. Per opstand wordt er voor het blessen een visie opgesteld waarop gericht geblest wordt. In zijn algemeenheid kan van volgende richtlijnen en aandachtspunten uitgegaan worden: en

,

,

,

,

•

De selectie van bomen vindt plaats op basis van kwaliteitskenmerken (vitaal houtkwaliteit ,

gebreken …). Markante en kenmerkende geen

,

•

bomen

zichtlocaties blijven behouden

op

,

dit kunnen ook

exoten zijn. •

•

Tijdens het blessen worden dunningspaden aangegeven en ingemeten deze worden ook tijdens toekomstige dunningen zoveel mogelijk gebruikt. Er wordt maximaal 80% van de lopende bijgroei gedund in multifunctioneel bos en meereisende soortenbossen. In de natuurbossen ligt dit lager ca. 20% van de bijgroei over 80% van de oppervlakte mag geoogst worden. In de overige 20% van het oppervlakte mag 80% gedund worden. De benodigde oppervlakten voor verjongingen worden jaarlijks uitgezet ingemeten en verwerkt in de beheerkaart. Dode of minder vitale bomen binnen valbereik van wegen en paden worden afgezet en in het bos achtergelaten. Dikke dode loofbomen worden op hoogte afgezet. Bomen buiten het valbereik blijven behouden om het aandeel dood hout te laten toenemen. Alle werkzaamheden rondom boomveiligheid worden jaarlijks vastgelegd. Het aandeel dood hout wordt verder verhoogd door tijdens het blessen een aantal bomen aan te wijzen om geringd te worden. Deze worden zo geselecteerd dat ze nooit een gevaar kunnen veroorzaken voor recreanten. Waar mogelijk worden geleidelijke overgangen tussen bos en overige terreinen gemaakt (bosranden). ,

,

•

•

•

•

,

5. 2. 3 Houtoogst en begeleiding Bij alle dunningen wordt de vigerende natuurwetgeving in acht genomen en wordt er gewerkt volgens de op dat moment vigerende gedragscode. Vaste rust- en verblijfplaatsen worden vastgelegd en verwerkt in een database met flora- en faunagegevens. Tijdens werkzaamheden

worden alle beschermde elementen en stand- rust- en verblijfplaatsen van beschermde soorten gemarkeerd en ontzien. Bij voorkeur wordt deze data ook digitaal aangeleverd aan de aannemer ,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

63

Bosgroep Zuid Nederland

zodat deze de gegevens in het kaartsysteem van de machine kan inladen. Begeleiding van de houtoogst is nodig om te sturen op de gewenste ontwikkeling en het voorkomen van beschadigingen insporing in de bodem of dergelijke. ,

5. 2. 4 Verplegen van verjongingen Het succes van verjonging van doelsoorten

zowel via aanplant als natuurlijke verjonging is bepalend voor de toekomstige soortensamenstelling van het bos. Dit vraagt om een zorgvuldig beheer en opvolging. Waar nodig wordt jonge aanplant vrijgezet van concurrerende individuen en wordt binnen natuurlijke verjonging vroegtijdig geselecteerd. Ook het monitoren van de aanslag van (klimaatslimme) soorten is van groot belang zodat tijdig kan worden ingegrepen wanneer de vestiging achterblijft of ongewenste soorten de overhand dreigen te krijgen. ,

,

,

5. 2. 5 Ongewenste soorten Ongewenste soorten kunnen de bosontwikkeling

soortensamenstelling verstoren. Vooral zeer concurrentiekrachtige Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers belemmeren de ontwikkeling van natuurlijke verjonging en het ontstaan van een struik- en kruidlaag. Op kleine schaal vormt dit doorgaans geen groot probleem maar wanneer de verspreiding toeneemt of wanneer eerdere aanplant in het gedrang komt is ingrijpen noodzakelijk. Bij het uitvoeren van boswerkzaamheden is het daarom van belang alert te zijn op de aanwezigheid van ongewenste soorten zowel tijdens als na de ingreep. Indien nodig kunnen deze lokaal machinaal of handmatig worden bestreden om de gewenste ontwikkeling veilig te stellen. en

soorten , zoals

,

,

,

,

5. 2. 6 Dood hout

Zoals reeds beschreven in paragraaf 2.4.6 is dood hout een essentieel onderdeel van een gezond bosecosysteem. Op plekken waar op dit moment geen of onvoldoende dood hout aanwezig is kan actief dood hout worden gemaakt door het ringen of kloppen van bomen indien ze verder dan valafstand van paden staan. Waar mogelijk blijven ook omgewaaide bomen achter de omhoog getrokken wortels zorgen hier voor een microreliëf. Ook kwijnende bomen krijgen een plaats in het bosbeeld waar ze bijdragen aan allerlei stadia van dood hout (Figuur 32). ,

,

,

,

,

Figuur 32: De waarde van dood hout: habitat voor tal van soorten. Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

64

Bosgroep Zuid Nederland

5. 2. 7 Boomveiligheidscontrole

Jaarlijks wordt er een boomveiligheidscontrole uitgevoerd in de bossen van de gemeente. Hierbij wordt het werkblok gecontroleerd dat dat jaar aan de beurt is. Daarnaast zijn er nog intensieve stukken. De procedure boomveiligheid is opgenomen in Bijlage 3. 5. 2. 8 Onderhoud recreatieve voorzieningen De Somerense bossen trekken uiteenlopende gebruikersgroepen uit de regio aan. Deze groepen maken nu al gebruik van de aanwezige routes en voorzieningen. In de visie is een zoneringsvoorstel opgenomen dat aansluit bij de huidige situatie. Nieuwe initiatieven worden voortaan getoetst aan deze zoneringskaart. De bestaande recreatieve voorzieningen blijven jaarlijks onderhouden om de

kwaliteit te waarborgen. Tabel 12: Recreatievormen per zone. +: toegestaan -: niet toegestaan. *Loslopende honden zijn toegestaan in het hondenlosloopgebied niet in andere delen van de als intensief gemarkeerde zone. ,

,

groepsgrootte (aantal

Recreatievorm

personen) Zone

<5

5 -25

> 25

Wandelen

Hardlopen

Mountainbike

Paardrijden

loslopende honden

Motorcross

Intensief

+

+

+

+

+

+

+

(+)*

-

Normaal

+

+

-

+

+

+

+

-

-

Extensief

+

-

-

+

-

-

-

-

5. 2. 9 Onderhoud

wegen en paden Jaarlijks vindt er onderhoud aan wegen plaats. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan de calamiteitenwegen die tevens dienen als hoofdexploitatiewegen (Bijlage 4). Er wordt jaarlijks gecontroleerd op de staat van de calamiteitenroutes en aanvullend worden afspraken gemaakt met hulpdiensten (Veiligheidsregio Brabant – Zuid-Oost) over de te nemen maatregelen. Veelgebruikte wandel- en fietsroutes worden opgesnoeid wandelpaden worden waar nodig hersteld. ,

5. 3 Natuurbeheer Het overgrote deel

de natuurterreinen van de gemeente vallen binnen Natura 2000 en de meeste onderhoudswerkzaamheden worden dan ook binnen het provinciale Natura 2000programma uitgevoerd en gefinancierd. van

5. 3. 1 Begrazing Op alle heideterreinen vindt begrazing plaats met schapen dan wel Schotse hooglanders. Door de begrazing wordt vergrassing tegengegaan en ontstaat er meer microreliëf in de vegetatie. Rondom het Beuven en het Keelven wordt met Schotse hooglanders een basisbegrazing gerealiseerd welke ,

middels gescheperde schaapskuddes gericht wordt aangevuld. Doordat de runderen gebruik maken van vaste paadjes en ligplaatsen ontstaan er zandige structuren waar diverse planten- en diersoorten van gebruikmaken. Het hekwerk rondom het Keelven zal deze beheerperiode vervangen worden.

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

65

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 33: Begrazing op de nabij het Beuven. 5. 3. 2 Verwijderen houtachtige opslag

Ondanks de begrazing hebben vrijwel alle open natuurterreinen te maken met natuurlijke verbossing. Om dit proces tegen te gaan wordt periodiek de houtachtige opslag verwijderd. Op de heideterreinen gebeurt dit naast de werkzaamheden door vrijwilligers in een vaste 3-jarige werkblokindeling en langs de graslanden naar inzicht van de beheerder. ,

,

chopperen hooiland bij de Donck wordt jaarlijks gemaaid met de wetlandtrack waarbij het vrijkomende maaisel wordt afgevoerd. Daarnaast worden er periodiek stukken op de heide gemaaid of gechopperd om zo vergraste heide te herstellen. Bij voldoende droogval kan ook worden gekozen om venoevers te maaien of chopperen of gehele ven uit te maaien. 5. 3. 3 Maaien Het vochtige

en

,

5. 3. 4 Beheer jeneverbessen In Het Gebergte zijn veel jeneverbesstruiken aanwezig. Deze bijzondere soort verjongt zichzelf heel moeilijk. In het beheer zal de komende periode aanvullend aandacht zijn voor dit gebied. Er worden

kleinschalige beheeringrepen gedaan zoals bekalken opslag verwijderen en harken om zo de struiken vitaler te maken en te behouden. Daarnaast worden er stekken opgekweekt die plaatselijk worden ingebracht om de populatie te versterken. ,

Projectnr: 21015875

,

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

66

Bosgroep Zuid Nederland

Hoofdstuk 6: Overige 6. 1 Ongewenste soorten Invasieve plant- en diersoorten zijn exoten die schadelijk zijn voor onze inheemse ecosystemen zoals bijvoorbeeld Japanse duizendknoop bamboe watercrassula knikkende schroeforchis en grote waternavel. Deze invasieve soorten vertonen vaak een uitermate snelle groei waardoor ze de

,

,

,

,

,

ontwikkeling het voorkomen autochtone belemmeren de algemene biodiversiteit daalt. Vroege actie is vaak effectiever dan een afwachtende houding om deze invasieve soorten in toom te houden. Daarom worden zodra er soorten in het gebied worden aangetroffen die mogelijk verstorend kunnen worden de volgende stappen doorlopen: 1. De verspreiding van de soort wordt in kaart gebracht. 2. Er wordt een beheerstrategie opgesteld waarbij de haalbaarheid wordt getoetst en de beperkende omstandigheden in beeld worden gebracht. 3. Het beheer wordt opgestart om de invasieve soort op reeds gekende locaties te verwijderen. Indien dit niet mogelijk is wordt verdere verspreiding tegen gegaan door de populaties zo goed mogelijk te isoleren. 4. De gekozen strategie wordt geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. soorten

en

en

,

,

6. 2 Calamiteiten Uit het laatste IPCC-report blijkt dat de weersomstandigheden in West-Europa extremer worden onder klimaatsverandering. De hoeveelheid en intensiteit van stormen en zware windstoten zullen toenemen , droge

periodes zullen langer aanhouden waardoor de kans op bos- en natuurbrand toeneemt maar in periodes met neerslag zal de intensiteit toenemen waardoor (lokale) wateroverlast frequenter zal voorkomen. ,

Stormschade Na een storm wordt het volledige bos systematisch gecontroleerd op gevaarlijke situaties. De inspecties starten langs verharde openbare wegen gevolgd door de overige wegen en paden binnen het gebied waarbij drukbezochte locaties prioriteit krijgen. Indien er sprake is van direct gevaar worden paden afgesloten totdat de situatie veilig is. ,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16704676/1