CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

R - 6 Bijlage DEFINITIEF Integraal beheerplan bos en natuur 2026-2035 Someren (geanonimiseerd)

Commissie Ruimte 17 juni 2026, gemeente SomerenBij agendapunt: Ingekomen stukken/mededelingen18.937 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Integraal beheerplan Bos-

en

natuurterreinen

Gemeente Someren

Integraal beheerplan bos-

en natuurterreinen

Someren 2026-2035

Januari 2026

Opdrachtgever Gemeente Someren Wilhelminaplein 1 5711 EK Someren t (0493)494888 www. someren. nl

Opdrachtnemer Bosgroep Zuid Nederland Huisvenseweg 14 5591 VD Heeze t (040) 2066360 f (040) 2066361 www. bosgroepen. nl

Colofon

Opdrachtgever

Gemeente

Titel

Integraal beheerplan bos-

Status

Definitief

Datum

13 januari

Someren en

natuurterreinen

gemeente Someren

(geanonimiseerd) Contactpersoon

Projectnummer

© Coöperatieve

(geanonimiseerd) 21031325

Bosgroep Zuid-Nederland

U.A, December 2025

Bosgroep Zuid Nederland

Voorwoord De

gemeente

Someren

beschikt

over

waardevolle

zuiveren

bos-

de lucht, reguleren ecosysteemdiensten leveren: aan het recreatie, dragen bij welzijn van mens en dier van talloze planten- en diersoorten en spelen ze een karakteristieke landschap van Someren. ze

voor

Met

natuurgebieden

en

het water, …

tal

slaan CO2 op, bieden

Daarnaast

cruciale

die

rol

vormen

in

de

ze

het

beleving

van

ruimte

leefgebied van

het

dit

integraal beheerplan voor bos- en natuurterreinen geven we richting aan een samenhangend en toekomstgericht beheer voor de periode 2026-2035. Daarbij wordt rekening gehouden met ecologische, maatschappelijke en economische belangen die spelen binnen de In het gemeente. plan is nadrukkelijk aandacht voor actuele opgaven waar bos- en natuurbeheerders mee te maken hebben. Zo wordt de van vandaag de dag impact klimaatverandering en stikstofdepositie steeds duidelijker zichtbaar, onder meer in de verminderde vitaliteit van de bossen en de achteruitgang van karakteristieke vegetaties in heidegebieden. De noodzaak om onze natuur robuuster, veerkrachtiger en klimaatadaptief te maken, vormt daarom een belangrijk uitgangspunt binnen dit plan. Bosgroep Zuidbeheerplan is opgesteld door (geanonimiseerd) en en (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Nederland in samenwerking de gemeente Someren. Via (geanonimiseerd) stakeholdergesprekken is input verkregen van IVN Someren-Asten, Molen De Donck, Museum Den Evert, de WildBeheerEenheid (WBE) en alsook van de vertegenwoordigers van recreatiepark Landal, Natuurkampeerterrein de Lier, de mountainbikevereniging, de Hooijse hoeve, Wonder Woods en manege het Keelven. Door middel van een enquête is tevens de mening van de inwoners gevraagd in bosin de verdere over diverse onderwerpen en natuurbeheer, deze zijn meegenomen verwerking.

De Bosgroep is dan ook eenieder dankbaar die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van het plan. Het

Mn

Heeze, januari 2026

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos-

en

natuurterreinen gemeente

Someren

4

Bosgroep Zuid Nederland

Samenvatting De gemeente Someren beschikt

over ongeveer

1089 hectare bos

324 hectare natuurterreinen.

en

Tijdens het opstellen van het beheerplan werd er enerzijds een bureaustudie uitgevoerd en anderzijds een opstandsgewijze inventarisatie doorgevoerd in de bosgebieden. Hierbij lag de focus op de voorkomende boomsoorten hun leeftijd en hun aandeel in de boomlaag maar ook de aanwezigheid en ontwikkeling van de struiklaag de mate van bosverjonging en de variatie in sluitingsgraad van het kronendak werd opgenomen. ,

,

,

Uit de inventarisatie blijkt dat 69% van het bosareaal uit naaldhout bestaat voornamelijk grove den (48%) Corsicaanse den (14%) en douglasspar (12%). Loofboomsoorten bedekken in totaal 30% van de oppervlakte maar zijn voornamelijk als mengboomsoorten aanwezig. De graad van menging is eerder beperkt waarbij er in 36% van de opstanden één boomsoort meer dan 80% van het oppervlak beslaat. De leeftijdsopbouw toont dat de bossen relatief jong zijn slechts 1% van het bosareaal heeft bomen ouder dan 100 jaar. De sluiting van het kronendak en daaraan gelinkt de lichtcondities in de opstanden variëren sterk afhankelijk van de verschillende bostypen. Een goed (ontwikkelde) struiklaag ontbreekt in de meeste van de bosgebieden: op 32% van het oppervlakte zijn geen of nauwelijks struiken aanwezig op slechts 181% van het oppervlakte bedekken struiken meer dan 50% van de bosbodem. Dit is deels te wijten aan de dikke onverteerde strooisellaag onder naaldbossen waardoor ontkieming moeizaam verloopt maar ook vergrassing van de bodem door vermesting en verzuring speelt hierin een rol. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

natuurgebieden zijn niet systematisch geïnventariseerd maar globaal beschreven per natuurgebied: Beuven en omgeving jeneverbessengebied Gebergte de Keelvennen in het gebied de Somerense heide het Boksenbergven in het gebied de Boksenberg de Donck en de Vloeten. Vrijwel alle natuurterreinen zijn onderhevig aan verzuring vermesting en verdroging wat de kwaliteit en het functioneren van deze gebieden onder druk zet. Belangrijke aandachtspunten in het beheer van heideterreinen zijn structuurverbetering en soortentoename. De

,

,

,

,

,

,

,

Externe factoren zoals hoge stikstofdepositie en snelle klimaatverandering zetten zowel de bossen als natuurterreinen onder druk. De gebieden worden kwetsbaarder voor weersextremen ziekten plagen bodemverarming en -verzuring waardoor niet alleen soorten maar ook het functioneren van ecosystemen en de bijbehorende geleverde ecosysteemdiensten in het gedrang komen. Tegen deze achtergrond streeft de gemeente Someren naar de ontwikkeling van een veerkrachtig klimaatrobuust en divers bos- en natuurlandschap. Dit gebeurt enerzijds via ecosysteemgerichte ,

,

,

,

,

,

herstelmaatregelen zoals het vergroten van het netwerk van aftakelende en dode bomen en hydrologisch herstel en anderzijds door in te zetten op bosverjonging met aanplant van klimaatadaptieve soorten en herkomsten en het stimuleren van natuurlijke verjonging. ,

,

Om tot de meest treffende maatregelen in de verschillende gebieden te komen werd een visiekaart opgesteld. Hierin worden vier bostypes onderscheiden: multifunctioneel bos bos met meereisende soorten randzone Natura 2000 en natuurbos. Per type worden verschillende doelen vooropgesteld ,

,

,

,

afhankelijk van huidige bostype bodemtype hydrologie ligging ten opzicht van natuurkernen en het gebruik van het gebied door de recreant. Deze doelen worden vertaald naar maatregelen die in tijd en ruimte zijn uitgesplitst en zo praktische handvaten geven voor het bos- en natuurbeheer. ,

,

,

,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

5

Bosgroep Zuid Nederland

Inhoudsopgave Voorwoord

.......... .........................................................................................................................

Samenvatting

...... .........................................................................................................................

Hoofdstuk 1: Inleiding 1. 1 Kenschets

9

... .........................................................................................................................

9

.............................................................................................

9

....... .........................................................................................................................

9

1. 4 Leeswijzer

en

totstandkoming

.. .........................................................................................................................

Hoofdstuk 2: Gebiedsbeschrijving 2. 1 Bodem

en water

11

................................................................................................................

11

de potentieel natuurlijke vegetatie

...........................................

11

..................................................................................................................

11

en

,

2. 1. 2 Hydrologie

2. 1. 3 Potentieel natuurlijke vegetatie

...................................................................................

14

..........................................................................................

16

............................................................................................................

16

2. 2 Cultuurhistorie en archeologie 2. 2. 1 Cultuurhistorie 2. 2. 2 Archeologische

cultuurhistorische waardenkaart

en

2. 3 Beschrijving huidige situatie

....................................................

16

..............................................................................................

18

2. 4. Huidige situatie bosgebieden

...........................................................................................

18

.........................................................................................

18

......................................................................................................................

24

2. 4. 1 Boomsoortensamenstelling 2. 4. 2 Menging

2. 4. 3 Leeftijdsverdeling

en

ontwikkelingsfase

2. 4. 4 Sluiting van het kronendak 2. 4. 5 Aanwezigheid

van

......................................................................

24

..........................................................................................

26

de struiklaag

2. 4. 6 Dood hout ontwortelingsreliëf

.........................................................................................

31

.......................................................................................

33

.................................................................................................................

33

2. 5. Huidige situatie natuurterreinen

2. 5. 2 Jeneverbessen 2. 5. 3 Keelvennen

..................................................................................

35

.................................................................................................................

36

van

2. 5. 4 Boksenbergven

het Gebergte

............................................................................................................

2. 5. 5 Hooiland De Donck

.....................................................................................................

2. 6 Externe stressfactoren voor bos2. 7 Conclusies

37 37

en natuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38

.. .......................................................................................................................

38

....... .......................................................................................................................

38

2. 7. 2 Natuurterreinen

Projectnr: 21015875

en

dikke bomen

29 31

2. 4. 7 Bijgroei en dunningsniveau

e. o.

..................................................................................

..........................................................

,

2. 5. 1 Beuven

9

..............................................................................................

2. 1. 1 Reliëf bodemtypes

2. 7. 1 Bos

5

..................................................................................................................

1. 2 Aanleiding 1. 3 Doelen

4

...........................................................................................................

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

39

6

Bosgroep Zuid Nederland

Hoofdstuk 3: Beleid

....................................................................................................................

40

3. 1 Wet natuurbescherming

.....................................................................................................

40

3. 2 Natuurnetwerk Brabant

......................................................................................................

41

......................................................................................................................

41

3. 3 Natura 2000

Hoofdstuk 4: Visie en beheerdoelen

...........................................................................................

43

..............................................................................................................

43

............. .......................................................................................................................

43

4. 1 Beheertypenkaart 4. 2 Bos

4. 2. 1 Multifunctioneel bos

....................................................................................................

4. 2. 2 Bos met meereisende soorten

.....................................................................................

47

...............................................................................................

49

...................................................................................................................

50

4. 2. 3 Randzone Natura 2000 4. 2. 4 Natuurbos

4. 3 Natuurterreinen 4. 3. 1 Beuven

e. o.

.................................................................................................................

53

.................................................................................................................

53

4. 3. 2 Jeneverbessen 4. 3. 4 Keelvennen

het Gebergte

..................................................................................

55

.................................................................................................................

55

4. 3. 5 Boksenbergven

van

............................................................................................................

4. 3. 5 Hooiland De Donck

.....................................................................................................

4. 4. Natuur buiten de natuurkernen 4. 5

Recreatie

56 56

......................................................................................................................

56

...................................................................................................................

59

.....................................................................................................................

59

.. .......................................................................................................................

59

5. 1 Werkblokken

5. 2. 1 Bosverjonging 5. 2. 2 Blessen

56

........................................................................................

Hoofdstuk 5: Beheer

5. 2 Bosbeheer

46

.............................................................................................................

dunning

en

5. 2. 4 Verplegen

.....................................................................................................

64

...................................................................................................

64

...................................................................................................................

64

5. 2. 5 Ongewenste soorten 5. 2. 6 Dood hout

63

........................................................................................

van

verjongingen

59

5. 2. 8 Onderhoud recreatieve voorzieningen

.........................................................................

65

........................................................................................

65

5. 3 Natuurbeheer

....................................................................................................................

65

5. 3. 1 Begrazing

....................................................................................................................

65

5. 2. 9 Onderhoud

wegen

en

paden

5. 3. 2 Verwijderen houtachtige opslag

..................................................................................

66

chopperen

..................................................................................................

66

5. 3. 4 Beheer jeneverbessen

..................................................................................................

66

.................................................................................................................

67

5. 3. 3 Maaien

en

Hoofdstuk 6: Overige

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

7

Bosgroep Zuid Nederland

6. 1 Ongewenste soorten

.........................................................................................................

67

6. 3 Monitoring

. .......................................................................................................................

67

6. 4 Wildbeheer

. .......................................................................................................................

68

6. 5 Participatie educatie ,

6. 6 Inwonersenquête

afstemming met partners

............................................................

68

...............................................................................................................

68

en

6. 7 Stakeholdergesprekken

.....................................................................................................

6. 8 Behoud cultuurhistorische-

...................................

70

............................................................................................

71

en

archeologische waardevolle locaties

Hoofdstuk 7 begroting 2026-2035

69

Bijlage 1: Potentieel natuurlijke vegetatie

....................................................................................

Bijlage 2: Archeologische en cultuurhistorische waardenkaart

73

.....................................................

74

...........................................................................................

78

Bijlage 4: Calamiteitenroutes

......................................................................................................

81

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

Bijlage 3: Procedure boomveiligheid

8

Bosgroep Zuid Nederland

Hoofdstuk 1: Inleiding 1. 1 Kenschets De bos- en natuurterreinen van de gemeente Someren bevinden zich aan de westzijde van de gemeente. Hierin zijn vijf deelgebieden te onderscheiden van het zuiden naar het noorden is dit: de Boksenberg de Somerense heide de Lieropse heide het Gebergte en de Herselse heide (Figuur 1). Gemeente Someren bezit in het totaal 1413 ha aan bossen en natuurterreinen waarvan 1089 (77%) ha bos en 324 ha (23%) natuurterreinen waaronder heide (14%) vennen (6%) akker en ,

,

,

,

,

,

,

,

grasland (1%) lanen (1%) en zandverstuivingen ( < 1%). ,

1. 2 Aanleiding en totstandkoming Het vigerende beheerplan van de gemeente Someren is opgesteld voor de periode 2013-2023 en is inmiddels verlopen. Dit beheerplan borduurt verder op de reeds getroffen maatregelen tijdens de vorige beheerperiodes maar neemt de nieuwe inzichten over het beheren van de bos- en natuurterreinen mee bij het verwerken van een lange-termijn visie. ,

Deze rapportage is gebaseerd op een opstandsgewijze inventarisatie die in de zomer van 2020 is uitgevoerd en in juli 2025 is bijgewerkt. Deze tussentijdse inventarisatie had als doel het bijstellen van het actieve beheer naar aanleiding van (de effecten van) calamiteiten zoals de hagelstorm in 2016 en de extreem droge en warme zomer van 2018. De gegevens uit 2020 zijn nog steeds representatief voor de huidige situatie en zijn waar nodig geactualiseerd. Om de natuurterreinen in beeld te brengen zijn extra veldinventarisaties uitgevoerd in 2025. Verder is er gebruik gemaakt ,

topografische en historische kaarten maar ook van geo-informatiebronnen zoals de Algemene Hoogtekaart Nederland (AHN) satellietbeelden en bodem- en reliëfkaarten om de opbouw van het gebied in beeld te brengen. van

,

,

1. 3 Doelen

Onderliggende rapportage heeft als doel om het beheer voor de bos- en natuurterreinen van de gemeente Someren vast te leggen voor de komende 10 jaar. De belangrijkste thema’s waarmee rekening wordt gehouden zijn: ecologie klimaatweerbaarheid houtproductie en recreatie. ,

,

1. 4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het gebied beschreven aan de hand van de ondergrond en hydrologie maar ook de cultuurhistorie en archeologie. In dit hoofdstuk is een evaluatie van de huidige situatie van zowel het bos als de natuurterreinen opgenomen. Hoofdstuk 3 gaat in op het relevante beleidskader. In hoofdstuk 4 wordt de visie op het beheer van de terreinen uiteengezet. Hoofdstuk 5 beschrijft het beheer voor de bos- en natuurterreinen. In hoofdstuk 6 komen enkele aanvullende onderwerpen aan bod. Tot slot bevat hoofdstuk 7 de begroting voor de komende tien jaar. ,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

9

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 1: De bosgebieden en natuurterreinen van de gemeente Someren. Van het zuiden naar het noorden zijn verschillende deelgebieden te onderscheiden: de Boksenberg de Somerense heide de Lieropse heide het Gebergte en de Herselse heide. De kleinere afzonderlijke bosopstanden en/of natuurterreinen vallen onder overige terreinen. ,

,

Projectnr: 21015875

,

,

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

10

Bosgroep Zuid Nederland

Hoofdstuk 2: Gebiedsbeschrijving 2. 1 Bodem

en water

2. 1. 1 Reliëf bodemtypes en de potentieel natuurlijke vegetatie De bosgebieden en natuurterreinen van de gemeente Someren zijn gelegen binnen de Roerdalslenk. Gedurende de laatste ijstijd is er zand afgezet vervolgens zijn er door wind stuifduinen gevormd en ontstonden door uitstuiving tot op het grondwater en/of ondoorlatende leemlaagtes vennen in de dekzandgebieden. Zo is bijvoorbeeld het Beuven ontstaan (Figuur 2). Rondom het Beuven is in deze laagtes veen gevormd. De dekzanden zijn later opnieuw verstoven en hebben het reliëf veroorzaakt dat nog steeds duidelijk terug te vinden is rondom het Beuven in de Boksenberg en in het Gebergte. Het verval binnen de bos- en natuurterreinen loopt van ongeveer +2890 NAP (de Boksenberg) tot ongeveer +2000 NAP (de Herselse heide). ,

,

,

,

,

De bodems

binnen het projectgebied worden gekenmerkt door droge mineraal- en leemarme zandgronden (891%). Grote delen van het projectgebied bestaan uit veldpodzolen (409%) haarpodzolen (350%) en duinvaaggronden (132%). Op deze arme en droge bodemtypes zijn de mogelijkheden qua soortenrijkdom en bosontwikkeling beperkt. Rijkere en meer potentievolle bodems komen slechts sporadisch voor en worden voornamelijk aangetroffen nabij het Beuven waar moerige podzolgronden (12%) moeras (09%) en gooreerdgronden (05%) voorkomen. 05% van Bodemtypes die minder dan de gemeentelijke gebieden beslaan zijn gegroepeerd onder ‘overige’. Dit betreft onder andere beekeerdgronden lage enkeerdgronden en madeveengronden (Figuur 3). ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Tabel 1: bodemtypes met hun respectievelijke oppervlakte (ha) en aandeel (%)

Bodemtype Veldpodzolen Haarpodzolen Duinvaaggronden

Oppervlakte (ha)

Aandeel (%)

5768 4943 1858 887 230 172 121

409 350 132 61 16 12 09 05

,

,

,

Water Hoge zwarte enkeerdgronden Moerige podzolgronden

,

,

,

Moeras

,

Gooreerdgronden

74 81 14133 ,

Overige

,

Totaal

,

2. 1. 2 Hydrologie In de regio is al geruime tijd sprake

,

,

,

,

,

,

,

,

06 100% ,

structureel dalende grondwaterstand. Dit leidt tot verdroging van bos- en natuurgebieden met negatieve gevolgen voor biodiversiteit en de kwaliteit van ecosystemen. Hoewel verdroging een regionaal probleem is wordt het in Someren lokaal versterkt door de grootschalige bebossing in de vorige eeuw (zie paragraaf 2. 2. 1). In bossen wordt meer neerslag door bladeren en takken vastgehouden dan in open landschappen zoals heide of extensief landbouwgebied waardoor minder neerslag de bodem bereikt en de infiltratie van water beperkter is. Dit effect is groter bij altijdgroene naaldbomen die meer water onderscheppen dan loofbomen. van

een

,

,

,

,

Projectnr: 21015875

,

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

11

,

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 2: Hoogtekaart (Digital Terrain Model Algemene Hoogtekaart Nederland 4) van de bos- en natuurgebieden van de gemeente Someren. Het Beuven is een laagte in het landschap. Stuifduinen bevinden zich in deelgebied de Lieropse heide het Gebergte en de Boksenberg. ,

,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

12

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 3: Bodemtypes

Projectnr: 21015875

en

de heersende grondwatertrap (nummers I – VIII).

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

13

Bosgroep Zuid Nederland

In het afgelopen decennium zijn vrijwel alle sloten in de bossen en natuurterreinen gedempt om water langer in het landschap vast te houden. Het doel hiervan is om piekneerslag niet direct uit het gebied af te voeren maar juist langer te behouden zodat het water de kans krijgt om dieper in ,

de bodem te infiltreren. Grondwatertrappen vatten op een eenvoudige manier de gemiddeld hoogste en gemiddeld laagste grondwaterstand van een gebied samen. De verschillende grondwatertrappen en hun oppervlaktes binnen de bos- en natuurgebieden van de gemeente Someren zijn in Tabel 2 samengevat zie ook Figuur 3. Verre weg het grootste gedeelte van de gemeentelijke terreinen bevinden zich op droge tot zeer droge groeiplaatsen. ,

Tabel 2: Grondwatertrappen Someren

Grondwatertrap

II III IV V VI VII

en hun

oppervlakte(aandeel) in de bos-

Gemiddelde hoogste grondwaterstand (cm onder maaiveld)

Gemiddelde laagste grondwaterstand (cm onder maaiveld)

< 40

< 50

< 40

80-120 80-120 > 120 > 120

> 40 < 40

VIII Geen gegevens

en

40-80 > 80 > 140

natuurterreinen van de gemeente

Oppervlakte (ha)

Aandeel (%)

222 367 00 1364 1822 2439 6913 1006

16 26 00 97 129 173 490 71

,

,

,

,

,

-

,

-

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

2. 1. 3 Potentieel natuurlijke vegetatie Spontane vegetatie staat zonder menselijke invloed in evenwicht met de biotische en abiotische factoren van de standplaats. In gematigde streken zoals Nederland eindigt natuurlijke successie doorgaans in bos. De potentieel natuurlijke vegetatie (PNV) geeft aan welk bostype de climaxvegetatie op een standplaats zou vormen rekening houdend met bodemtype (2. 1. 1) en grondwatertrap (2. 1. 2). Door klimaatverandering en atmosferische depositie en de daarop volgende ziekten en soortenuitval staat de ontwikkeling richting PNV onder druk. De huidige trend is dat ,

,

,

PNV’s langzaam naar het noorden verschuiven. Omdat bossen zeer lange ontwikkelingstijden kennen moet bij de boomsoortselectie nu al naar het zuiden van Europa worden gekeken om zo te anticiperen op de verschuivingen in PNV. In Tabel 3 zijn de bostypes weergegeven voor de bosgebieden binnen de gemeente Someren. Bijlage 1 toont de bosgemeenschappen van de PNV op kaart. ,

Tabel 3: Potentieel natuurlijke vegetatie bosgemeenschappen. ,

Bosgemeenschappen

Oppervlakte (ha)

Aandeel (%)

9879 887 121 03

907 81 11 < 01

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

14

Droog berken-zomereikenbos

Vochtig berken-zomereikenbos Elzen-eikenbos Berken-elzenbroekbos

Projectnr: 21015875

,

,

,

,

,

,

,

,

Bosgroep Zuid Nederland

Droog berken-zomereikenbos beslaat met 907% veruit het grootste deel omdat alle veldpodzol haarpodzol- en duinvaaggronden met een hoge grondwatertrap (V) > hiertoe behoren. Binnen dit type is er echter nog duidelijke variatie: op duinvaaggronden is het bos schraler met lagere soortendiversiteit en groeikwaliteit terwijl podzolgronden met meer leem juist soortenrijker zijn. Deze rijkere locaties zijn in het verleden vaak bebost met meereisende soorten zoals douglas ,

,

,

,

fijnspar of lariks. Het vochtig berken-zomereikenbos komt

veld- en haarpodzolgronden met een lagere grondwatertrap (≤ V) die rondom het Keelven en in de slenk in het noorden van het deelgebied Lieropse heide. Elzen-eikenbos en berken-elzenbroekbos komen uitsluitend voor op de natste gebieden (grondwatertrap ≤ II). ,

Projectnr: 21015875

voor

op

terug te vinden zijn

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

15

,

Bosgroep Zuid Nederland

2. 2 Cultuurhistorie

en

archeologie

2. 2. 1 Cultuurhistorie De ontwikkeling van bos-

en natuurgebieden in de Someren is nauw verbonden met historische Tot in de 19e eeuw werd het landschap voornamelijk gekenmerkt door landgebruik. uitgestrekte heidevelden die in stand werden gehouden door het systeem van plaggenbemesting en schapenbegrazing. Heideplaggen werden uitgestoken en gebruikt als strooisel in potstallen waarna de vermengde mest diende ter verbetering van de voedselarme zandgronden. Dit extensieve landbouwsysteem vereiste grote oppervlakten heide. Op de stuifduinen in het deelgebied het Gebergte en de Lieropse heide was er her en der bebossing maar ook daar was vormen

van

,

,

,

geen

sprake van grote bosgebieden (Figuur 4A).

Met de introductie

van kunstmest in het begin van de 20ste eeuw veranderde het landschap: de landbouw werd intensiever en efficiënter waardoor er minder grond nodig was voor voedselproductie en de heidegronden vrijkwamen voor andere doeleinden. Tegelijkertijd nam de vraag naar hout toe met name voor militair gebruik en als stuthout in de mijnbouw. Dit leidde tot grootschalige bebossing van voormalige heidegebieden voornamelijk met snelgroeiende soorten zoals grove- en Corsicaanse den. Op Figuur 4B is zichtbaar dat in 1950 de bebossing in de deelgebieden Somerense en Lieropse heide toeneemt deze trend zet zicht voort totdat in 1980 (Figuur 4C) bijna alle gemeentelijke gronden met uitzondering van de schrale stuifduinen rondom het Beuven en het Gebergte bebost waren. Eind jaren ’70 ontstond door zandwinning het Keelven. ,

,

,

,

,

,

Vanaf het begin van de 21ste eeuw verschoof de focus naar multifunctioneel bosbeheer en natuurontwikkeling. Dit resulteerde in meer aandacht voor natuurwaarden herstel van heide- en vencomplexen en een grotere variatie aan bostypen. Zo ook werd het gebied rond het Keelven verder ontwikkeld voor de recreatie. De actuele (2024) topografische kaart toont dat de gemeente Someren een groot aandeel bosgebieden bezit maar dat ook vennen en heidegebieden hun plaats hebben (Figuur 4D). Hierover volgt meer gedetailleerde info in paragraaf 2. 3. ,

,

2. 2. 2 Archeologische en cultuurhistorische waardenkaart In Bijlage 2 is per deelgebied een kaart opgenomen

de aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden basis de de provincie Noord-Brabant. Bij voorkeur worden er geen beheermaatregelen uitgevoerd op of direct rondom locaties met hoge archeologische of cultuurhistorische waarde. Indien beheer toch nodig is worden aangepaste beheermaatregelen toegepast. ,

op

van

gegevens

met van

,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

16

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 4: Topografische kaarten van A) 1850

Projectnr: 21015875

,

B) 1950 C) 1980 ,

,

D) 2024.

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

17

Bosgroep Zuid Nederland

2. 3 Beschrijving huidige situatie Gemeente Someren bezit in het totaal 1. 413 hectare aan bossen en natuurterreinen waarvan 1. 089 (77%) hectare bos en 324 ha (23%) natuurterreinen waaronder heide (14%) vennen (6%) lanen (1%) zandverstuivingen ( < 1%) en overige beheertypes (1%). De verschillende beheertypes en hun aandeel zijn in meer detail weergegeven in Tabel 4 en Figuur 5. ‘Overig’ omvat beheertypes die elk minder dan 05 hectare beslaan waaronder nat schraalland kruiden- en faunarijk grasland ,

,

,

,

,

kruiden- en faunarijk akker hoog,

,

,

en

,

laagveenbos en beek- en bronbos.

Tabel 4: Natuurbeheertypes provincie Noord-Brabant

en

hun oppervlaktes in de Gemeente Someren.

Beheertype

Oppervlakte (ha)

Aandeel (%)

L01. 07 Lanen N05. 01 Moeras N06. 04 Vochtige heide N06. 05 Zwak gebufferd ven N06. 06 Zuur ven en hoogveen N07. 01 Droge heide N07. 02 Zandverstuiving

105 09 771 631 295 1233 37 ,

07% 01% 55% 45% 21% 87% 03%

N15. 02 Dennen- eiken en beukenbos N16. 01 Droog bos met productie N16. 02 Vochtig bos met productie Overig

560 9072 1287 121

40% 642% 91% 09%

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

2. 4. Huidige situatie bosgebieden Bij de opname van de bosstructuur wordt gekeken naar de boomsoortensamenstelling en de daarbij horende de leeftijdsverdeling en soortenmenging de dichtheid van het bos aanwezigheid van een struiklaag en het aandeel dood hout. Hoe meer variatie in welke vorm dan ook er binnen een bosgebied aanwezig is des te meer ecologische overgangen en (micro)habitats er zijn. Dit resulteert in een grotere potentiële natuurwaarde. Daarnaast is een structuurrijk gemengd bos ,

,

,

,

,

,

beter bestand tegen storm klimaatverandering en ziekten en plagen. ,

2. 4. 1 Boomsoortensamenstelling Een opstand bestaat uit een hoofdboomsoort

nevenboomsoorten en onderstandige bomen. De nevenboomsoorten of begeleidende boomsoorten komen in menging voor in de kroonlaag en in de onder-etages. Tijdens de inventarisatie zijn per opstand maximaal 5 boomsoorten en hun oppervlakteaandelen opgenomen. ,

,

,

Maar liefst 69% van het bosareaal van de gemeente Someren bestaat uit naaldbomen. Hiervan neemt grove den met 48% het grootste aandeel in gevolgd door Corsicaanse den met 14% douglasspar met 5% Japanse lariks met 1% en Oostenrijkse den met 1%. Fijnspar weymouthden thuja tsuga en Abies grandis beslaan ieder minder dan 05% van het bosareaal en zijn daarom gegroepeerd tot overig naaldhout. Figuur 7 is een voorbeeld van monotone dennenopstanden binnen de gemeente Someren. ,

,

,

,

,

,

,

Loofboomsoorten zijn op enkele opstanden na aanwezig als mengboomsoorten en beslaan 30% van het bos. Zo bestaat 12% van het bosoppervlak uit berk 7% uit inlandse eik en 4% uit zijn Amerikaanse eik. Ook hier de loofboomsoorten die afzonderlijk minder dan 05% beslaan ,

,

,

,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

18

Bosgroep Zuid Nederland

samengevoegd tot overig loofhout: zwarte els beuk acacia esdoorn es en tamme kastanje. Ook aanplant van zoete kers gewone esdoorn zomer- en winterlinde zwarte els en haagbeuk vallen binnen de categorie overig loofhout (Figuur 6). ,

,

Projectnr: 21015875

,

,

,

,

,

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

19

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 5: Natuurtypen van de bos-

Projectnr: 21015875

en

natuurgebieden

van

de gemeente Someren.

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

20

Bosgroep Zuid Nederland

4%

1% 1% 1% 1%

Grove den

2% Corsicaanse den 4%

Berk Inlandse eik

5%

Douglas 7%

Amerikaanse eik

48%

Overig terrein Overig loofhout 12%

Overig naaldhout Japanse lariks Oostenrijkse den 14% Kapvlakte

Figuur 6: Boomsoortensamenstelling in oppervlakteaandeel.

Hoewel het aandeel naaldhout erg hoog is is in de afgelopen 25 jaar sterk ingezet op de verloving van het bosareaal. In 1999 bestond het bos voor 88% uit naaldhout voornamelijk grove den (57%) gevolgd door Corsicaanse en Oostenrijkse den (24%) douglasspar en lariks (4%) fijnspar (3%) en ander naaldhout (1%). Slechts 12% bestond toen uit loofhout met Amerikaanse eik (4%) inlandse eik (4%) berk (2%) en overige soorten (2%). De toename van loofhout is het resultaat van intensievere bosverjonging waarbij berk als pionier een groot aandeel heeft. Ook het selectief bevoordelen van loofsoorten tijdens dunningen heeft bijgedragen. Kapvlaktes (1%) zijn recent aangelegde verjongingsgaten waar de jonge aanplant nog geen gesloten bos vormt of gebieden waar opstanden door calamiteiten zo sterk zijn uitgedund dat ze niet langer als bos worden beschouwd. Dit geldt bijvoorbeeld voor vakken met sterk verzwakte fijnsparren- of Japanse lariksopstanden waarbij (een deel van) het vak als kapvlakte is geïnventariseerd Overig terrein (2%) omvat overgangszones tussen natuurterreinen zoals heide of vennen en bosgebieden. Deze zones zijn noch als bosopstand noch als natuurterrein eenduidig te classificeren. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

.

,

,

,

In Figuur 8 is de boomsoort met het hoogste oppervlakteaandeel per vak weergegeven. Dit betekent echter niet dat de volledige opstand uit deze boomsoort bestaat.

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

21

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 7: Bosbeeld van relatief monotone dennenopstanden. Links: Corsicaanse dennen heide. Rechts: grove dennen nabij het Gebergte.

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

op

de Herselse

22

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 8: Hoofdboomsoort

Projectnr: 21015875

per

vakafdeling.

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

23

Bosgroep Zuid Nederland

2. 4. 2 Menging

Gemengde opstanden zijn opstanden waar meer dan één boomsoort aanzienlijk voorkomt. Sterk gemengde opstanden bieden verschillende voordelen: ze hebben een hogere biodiversiteit zijn doorgaans stabieler dan monoculturen en ze hebben een betere risicospreiding. Dit komt mede doordat ze minder gevoelig zijn voor ziektes en plagen die vaak specifiek één boomsoort treffen. Door de veranderingen in het klimaat – zoals toenemende kans op verdroging extreme neerslag en hevige stormen – wordt de gevoeligheid bij monoculturen nog versterkt. Ook zijn in de afgelopen jaren het aantal boomziekten- en plagen in Nederland toegenomen zoals bijvoorbeeld de letterzetter in fijnspar roetschorsziekte in esdoorn essentaksterfte bij essen en schimmelziekte Sphaeropsis bij m. n. grove den wat risicospreiding door een grotere soortensamenstelling noodzakelijk maakt. ,

,

,

,

,

,

Een gemengde opstand werd voorheen gedefinieerd als een bos waarbij de hoofdboomsoort een maximaal oppervlakteaandeel had van 80%. Ondertussen is deze definitie aangescherpt en spreekt men pas van een gemengd bos wanneer minimaal drie boomsoorten aanwezig zijn en waarbij geen enkele boomsoort een aandeel heeft van meer dan 50%. Voor de eenvoudigheid is de mengingsgraad in drie categorieën opgedeeld: wanneer één boomsoort maximaal 50% van het oppervlak beslaat is er goede menging bij een aandeel tussen de 50% en 80% is de menging matig en bij dominantie van één boomsoort op meer dan 80% van het oppervlak is de menging slecht (Tabel 5 Figuur 9). Wanneer ook het criteria van ten minste drie boomsoorten in rekening wordt gebracht daalt het oppervlak met goede menging van 1916 ha (176%) naar 1801 ha (165%). ,

,

,

,

Tabel 5: Menging

op

Categorie

50% 50-80%

Slechte menging

80%

>

,

,

basis van het oppervlakteaandeel van de hoofdboomsoort

Aandeel hoofdboomsoort <

,

Oppervlakte (ha)

Aandeel (%)

Voldoende menging

1916, 5092,

176% , 467% ,

Goede menging

3887,

357% ,

De mengboomsoorten in het kronendak

en de tweede boomlaag bestaan vooral uit inlandse eik berk en Amerikaanse eik ; plaatselijk komen ook douglasspar en Oostenrijkse den in hogere aantallen voor. Hoewel de menging nog beperkt is – slechts 176% van het areaal voldoet aan de ambitieuze definitie van gemengd bos en 643% vertoont enige menging – is sinds het beheerplan van 1999 veel vooruitgang geboekt. Toen bestond slechts 13% van het bos uit meer dan één boomsoort ongeacht de mengingsgraad.

,

,

,

,

2. 4. 3 Leeftijdsverdeling en ontwikkelingsfase Vanuit zowel ecologisch als bosbouwkundig

perspectief is een evenwichtige leeftijdsopbouw wenselijk zodat alle ontwikkelingsfasen van het bos in het gebied vertegenwoordigd zijn. Elke fase biedt specifieke ecologische niches die bijdragen aan de habitat- en soortendiversiteit. Zo is een bos in de stakenfase doorgaans dicht en donker terwijl een volwassen bos juist meer open plekken en dood hout bevat. Een min of meer gelijkmatige leeftijdsverdeling zorgt bovendien voor een stabiel dunningsniveau op lange termijn waardoor er continu hout als duurzame grondstof beschikbaar blijft. In Figuur 10 is de leeftijdsverdeling van het bos weergegeven met de oppervlakte per boomsoort. Voor iedere leeftijdscategorie is het oppervlakteaandeel (%) ,

,

,

,

weergegeven.

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

24

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 9: Aandeel

Projectnr: 21015875

van

de hoofdboomsoort per vak als indicatie voor de mengingsgraad.

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

25

Bosgroep Zuid Nederland

160

137% ,

125% 130% ,

,

140 120

)a ( hl 100 e e dn a a e

101% ,

93%

92%

,

,

82% ,

75%

71%

,

,

80

t

ka lv r e

p po

60

42% ,

40

19% ,

14%

20

,

04%

02%

01%

,

,

,

0

18

71

18

80

-

18

91

19

00

-

19

01

19

10

-

19

11

19

20

-

19

21

19

30

-

19

31

19

40

-

19

41

19

50

-

51

19

19

60

-

19

61

19

70

-

19

71

19

80

-

19

81

19

90

-

19

91

20

00

-

20

01

20

10

-

20

11

20

20

-

20

21

20

25

-

jaren Grove den Douglas Oostenrijkse den Figuur 10: Leeftijdsklassen

van

Corsicaanse den Amerikaanse eik Kapvlakte de boomvormers

,

Berk Overig loofhout Overig naaldhout

Inlandse eik Japanse lariks

opgedeeld in decennia.

De verdeling van boomsoorten en kiemjaren weerspiegelt de historische ontwikkeling van de Somerense bossen (zie 2. 2. 1). Minder dan 1% is ouder dan 100 jaar ; tot het begin van de 20e eeuw bestonden deze gronden hoofdzakelijk uit heide extensieve landbouw of braakliggende terreinen. Vanaf de jaren ’20 werd stapsgewijs bebost voornamelijk met grove en Corsicaanse den maar ook met Amerikaanse eik en douglasspar. Meer dan een derde van het huidige bos dateert van vóór 1960. Na een terugval in de jaren ’60 volgde in de jaren ’70 een tweede bebossings/verjongingsgolf. In de jaren ’90 stagneerde de bosverjonging opnieuw dit keer door het wegvallen van herplantsubsidies. Sinds 2010 ligt de nadruk op meer gevarieerde aanplant waarbij ook ,

,

,

,

,

loofboomsoorten een grotere rol spelen mede als resultaat van de uitgevoerde bosrevitaliseringsprojecten. De grote hoeveelheden verjonging uit de periode 2011-2020 is een gevolg van de hagelschade uit 2016: grote stukken bos waren beschadigd waardoor de kroonsluiting afnam en er opnieuw ruimte ontstond voor (natuurlijke) verjonging. ,

,

2. 4. 4 Sluiting van het kronendak De sluiting van het kronendak is geïnventariseerd als het percentage van de bodem dat bedekt zijn bij een denkbeeldige projectie van de boomkronen (Tabel 6 Figuur 11).

zou

Projectnr: 21015875

26

,

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

Bosgroep Zuid Nederland

Tabel 6: Sluitingsgraad van het bos

,

weergegeven

Definitie

Overscherming

Zeer dicht bos

> 150%

Dicht bos Gesloten bos Open bos Zeer open bos

100-150% 80-100% 50-80% < 50%

van

als het percentage overscherming in het kronendak.

het kronendak

Oppervlakte (ha)

Aandeel (%)

69 589 5653 2866 1713

06% 54% 516% 262% 156%

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Meer dan 418% van het bosareaal is (zeer) open bos waarbij het kronendak voor maximaal 80% in sluiting is. De relatief hoge aandelen open en zeer open bos in Someren komt niet zozeer door de leeftijd van het bos want oudere bosdelen met open kronendaken zijn er nauwelijks. De openheid hangt samen met het bostype waarbij opstanden aan de randen van heideterreinen (zoals in het Gebergte de Herselse heide de Somerense heide en de Lieropse heide) en bij vennen en poelen ,

,

,

,

,

,

(zoals nabij het Keelven en Beuven) fungeren als overgangszones van open natuur naar gesloten bos en daarmee een minder dicht kronendak hebben. Anderzijds zijn de (zeer) open opstanden ontstaan na calamiteiten zoals de hagelstorm uit 2016 of restanten van (deels) afgestorven en geruimde fijnsparopstanden. het bos kan worden getypeerd als gesloten bos waarbij de boomkronen net volledig gesloten kronendak vormen. In deze opstanden is er weinig variatie in lichttoetreding voor de ondergroei op veel plaatsen is deze zeer iel of zelfs geheel afwezig. Het hoge aandeel gesloten bos heeft te maken met de leeftijdsfasen waarin een groot deel van dit bos zich bevindt: bossen met een leeftijd tussen de 10-40 jaar worden gekarakteriseerd door een gesloten kronendak ook in de leeftijdsfase 40-60 zijn nog veel bossen in volledige kroonsluiting. Tijdens een reguliere dunning wordt het kronendak open gezet tot ongeveer 80% overscherming waarna het zich in ongeveer 5 jaar tijd terug herstelt tot de gesloten (100% overscherming) situatie. Ongeveer 52%

van

,

geen

,

,

,

Op 6% van het bosareaal is er een dicht of zeer dicht kronendak dit zijn de jongere opstanden die zich in de stakenfase bevinden. Het betreffen hoofdzakelijk monoculturen van grove den Corsicaanse den en in mindere mate douglasspar en Japanse lariks. Ook verjongingsgaten met natuurlijke verjonging van grove den en berk bevinden zich in deze dichte fase. De struiklaag in deze opstanden is over het algemeen geheel afwezig (Figuur 12). Idealiter komen de verschillende ,

,

sluitingsgraden verspreid over het gehele bosgebied voor.

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

27

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 11: Sluiting van het kronendak

Projectnr: 21015875

,

weergegeven

als percentage overscherming

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

van

het kronendak.

28

Bosgroep Zuid Nederland

2. 4. 5 Aanwezigheid van de struiklaag Een goed ontwikkelde struiklaag draagt bij aan de ecologische structuur en biodiversiteit van het bos. Ze vormt een tussenniveau tussen kruidlaag en boomlaag wat zorgt voor extra leefruimte en beschutting voor tal van dieren zoals vogels insecten en kleine zoogdieren. Daarnaast biedt de struiklaag voedsel in de vorm van bessen zaden en nectar en draagt ze bij aan de natuurlijke verjonging van het bos door jonge bomen en struiken te laten opgroeien. De struiklaag in Someren bestaat voornamelijk uit inheemse soorten zoals lijsterbes sporkehout hulst hazelaar en soms meidoorn maar ook uit uitheemse struiken zoals Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse krent. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

Tabel 7: Bedekkingspercentages

Bedekking struiklaag Oppervlakte (ha) Aandeel (%) Over 32%

de struiklaag zowel inheems als uitheems

van

,

0-1% 3489 ,

1-5% 2071 ,

5-25% 2092 ,

25-50% 1204 ,

50-75% 1397

320

190

192

110

128

,

,

,

75-100% 577 53

,

,

,

,

,

de oppervlakte is de struiklaag afwezig of zeer ijl aanwezig (0-1%) en over 19% van de oppervlakte is deze beperkt aanwezig (1-5%). Het ontbreken van een struiklaag wordt door verschillende processen in de hand gewerkt. Eerst en vooral is het merendeel van de bossen gesloten (kroonsluiting 80-100%) waardoor er te weinig licht op de bosbodem komt om struikvorming te stimuleren. Toch bij het vergelijken van Figuur 11 en Figuur 12 blijkt dat ook in een groot aandeel van de meer open bossen (kroonsluiting 50-80%) de struiklaag nauwelijks aanwezig is. Hier speelt vergrassing door het verzuren en vermesten van de bosbodem en in mindere mate heidevorming een rol. Grassen zoals pijpestrootje en bochtige smele of struikhei bedekken de bodem waardoor er geen ruimte is voor het ontkiemen van struiksoorten of de struiken na ontkieming snel verdrukt worden. Daarbij komt ook dat er op de bosbodem vaak voornamelijk onder de erg droge dennenbossen een dik onverteerd strooiselpakket aanwezig is. Dit strooiselpakket belemmert net zoals de dichte grasmatten het ontwikkelen van een struiklaag. Hoewel het tijdens de opname voor het beheerplan niet specifiek geïnventariseerd is spelen bovengenoemde oorzaken ook mee in het achterblijven van de natuurlijke bosverjonging. van

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Met relatief beperkte ingrepen kan de struiklaag zich al aanzienlijk ontwikkelen mits dit gebeurt binnen een bredere ecosysteemvisie. Het plaatselijk openen van het kronendak bevordert de groei ,

als lijsterbes en vuilboom op voorwaarde dat er geen dichte grasmat of dik zuur strooiselpakket aanwezig is. Het succes neemt toe wanneer in deze open plekken ook lichte bodemverwonding optreedt zodat minerale grond als kiembed vrijkomt. Aanvullend kunnen ontbrekende/aanvullende soorten zoals hazelaar Spaanse aak en Europese vogelkers actief worden ingebracht. van

soorten

,

,

,

,

Projectnr: 21015875

,

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

,

29

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 12: Het bedekkingspercentage van de struiklaag (zowel inheemse als uitheemse soorten).

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

30

Bosgroep Zuid Nederland

2. 4. 6 Dood hout ontwortelingsreliëf

dikke bomen Dood hout dikke bomen en ontwortelingsreliëf zijn belangrijke indicatoren voor de structuur en ecologische kwaliteit van bosgebieden (Figuur 13). Dood hout is een voortdurend veranderend microhabitat en vaak het rijkste habitat in bossen: ruim een derde van de biodiversiteit en circa de helft van de bosfauna is ervan afhankelijk. Het biedt nest- en schuilplaatsen en voedsel voor o. a. vogels vleermuizen insecten en schimmels. In Nederland is de helft van de 2. 500 bosbewonende geleedpotigen gebonden aan dood hout dat op zijn beurt weer een belangrijke voedselbron vormt voor andere soorten. ,

en

,

,

,

,

Figuur 13: Dood hout in het bos. Links: liggend dood hout. Rechts: ontwortelingsreliëf door een opstaande wortelkluit. cm DBH) zeggen iets over de structuur en diversiteit van een opstand. Daarnaast Dikke bomen (50 > zijn dit over het algemeen oude bomen waarin vaker holtes voorkomen en daardoor van belang voor een groot aandeel diersoorten. Ontwortelingsreliëf – omgevallen bomen met kluit – biedt waardevol microreliëf en microklimaten die niet kunstmatig te maken zijn. Daarom is het belangrijk om omgevallen bomen waar mogelijk te laten liggen. ,

,

Tijdens de inventarisatie is dood hout niet meegenomen. Maar aangenomen kan worden dat het aandeel dood hout van de bossen rond de 15m³ per ha zit op dit moment. Dit op basis van vergelijkbare bosgebieden in de regio. 2. 4. 7 Bijgroei en dunningsniveau Dunnen in bossen is noodzakelijk voor de ontwikkeling van een vitaal en stabiel bos. Door selectief bomen meer ruimte te geven kunnen ze grotere kronen en daarmee ook dikkere stammen vormen. Hierdoor stijgt het aantal dikke bomen sneller waardoor ook hun geassocieerde ecologische waarde sneller toeneemt. Daarnaast maakt selectieve kap het mogelijk om de ,

,

boomsoortensamenstelling bij te sturen door gewenste soorten te bevoordelen of door minder gewenste soorten te vervangen. Ook de leeftijdsopbouw speelt een rol: veel bossen bestaan uit gelijkjarige opstanden terwijl ongelijkjarigheid ecologisch waardevoller en stabieler is. Daarnaast ,

,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

31

Bosgroep Zuid Nederland

worden er bomen gekapt om veiligheidsredenen bomen langs wegen en paden.

,

bijvoorbeeld door het verwijderen van zwakke

Op basis van leeftijd (40 jaar of ouder) komt 65% (9306 ha) van de bosopstanden in aanmerking voor selectieve kap. Hoewel de hoeveelheid bijgroei sterk varieert tussen de verschillende bosopstanden wordt uitgegaan van een gemiddelde bijgroei van 45 m³ per hectare per jaar. Deze inschatting is niet gebaseerd op lokale metingen maar op vergelijkbare bosopstanden (met dezelfde boomsoorten en bodemtypes) in andere gebieden die door Bosgroep Zuid Nederland worden beheerd. Om enerzijds voldoende te kunnen sturen op de gewenste bossamenstelling en ,

,

,

,

anderzijds hout als duurzame grondstof te benutten zonder de staande houtvoorraad te laten afnemen wordt maximaal 80% van deze bijgroei geoogst. Over de looptijd van dit beheerplan (10 jaar) zal naar verwachting gemiddeld 49. 005 m³ hout bijgroeien. Rekening houdend met de leeftijd en een verjongingswens van 10% van de totale oppervlakte zal er komende periode 41. 877 m³ gedund worden. ,

,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

32

Bosgroep Zuid Nederland

2. 5. Huidige situatie natuurterreinen Binnen de eigendommen van de gemeente Someren zijn een aantal natuurterreinen aanwezig. Het grootste natuurterrein betreft het Beuven e.o. wat grotendeels binnen de begrenzing van Natura 2000-gebied Strabrechtse Heide & Beuven is gelegen. Daarnaast zijn er een aantal heide- en stuifzandterreinen en graslanden gelegen binnen de gemeentelijke eigendommen. Figuur 15 geeft de locaties van de natuurterreinen weer. In de volgende paragrafen is een beschrijving opgenomen van de diverse natuurterreinen. ,

2. 5. 1 Beuven e. o. Beuven e. o. bestaat grotendeels uit

een glooiend dekzandlandschap. Een groot deel hiervan is als N2000-gebied vanwege de karakteristieke vegetaties van schrale bodems. De hogere delen wordt gekenmerkt door droge heide en kleine stuifzanden en in de lagere delen door natte heide en vennen. De vennen en dan met name het Beuven herbergen bijzondere vegetaties. Het Beuven is met ongeveer 80 hectare het grootste heideven van Nederland. Binnen de gemeentelijke terreinen maar ook regionaal vormt het Beuven e. o. samen met de Strabrechtse Heide (Staatsbosbeheer) de belangrijkste natuurkern (Figuur 14). aangewezen

,

In het kader

,

het N2000-programma is recent het gehele gebied beoordeeld op de kwaliteit en de knelpunten die de gunstige staat van instandhouding beïnvloeden. Hieruit kwam sterk naar voren dat vrijwel het gehele gebied sterk verzuurd vermest en verdroogd is. Op het moment van het opstellen van de beoordeling werden 8 van de 10 beoordeelde vegetatietypen negatief beoordeeld. Ze waren achteruit gegaan in de afgelopen periode en er was geen zicht om tot een gunstige staat van instandhouding te komen met de maatregelen die nu genomen werden. van

,

De belangrijkste knelpunten zijn: 1. Algemene daling van de grondwaterstanden. Dit is een regionaal probleem. Een deel van de vennen en natte heide is inmiddels sterk verdroogd. 2. Verzuring door te veel stikstof op dit moment maar ook verzurende deposities uit het verleden. Hierdoor spoelen mineralen in de bodem uit en ontstaat er gebrek aan voedingstoffen voor planten en dieren. De diversiteit aan planten en dieren neemt

hierdoor af. 3.

Vermesting door stikstof waardoor in een deel van de vegetaties vergrassing optreedt en waardoor andere vegetaties verruigen. Hierdoor verdwijnen kenmerkende soorten.

Figuur 14: Noordelijk deel van de natuurkern Beuven

Projectnr: 21015875

e. o. dat

buiten de Natura 2000-begrenzing ligt.

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

33

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 15: Natuurgebieden in eigendom van de gemeente Someren

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

34

Bosgroep Zuid Nederland

Doordat de oorzaken voor de knelpunten zijn gelegen buiten het terrein zelf en er een apart N2000 beheerplan wordt opgesteld door de provincie worden de gebiedsoverstijgende maatregelen niet meegenomen in dit beheerplan. In de afgelopen 10 jaar is er een zeer intensief beheer gevoerd rondom het Beuven om de effecten van de verzuring vermesting en verdroging tegen te gaan. Inmiddels zijn vrijwel alle sloten gedempt binnen de bos- en natuurterreinen om zoveel mogelijk water te laten infiltreren. Hiervoor zijn ook randen van het bos gekapt om verdamping te verminderen en zo nog meer water vast te houden voor de kwetsbare vegetaties. Op dit moment is de enige nog te nemen grote maatregel voor de hydrologie binnen het terrein het verwijderen van de kades in het Beuven en het terugbrengen van de Peelrijt naar een omvang van voor 1986. ,

Ook is er in de afgelopen jaren begraasd (gescheperde schaapskudde) gebaggerd gechopperd en geplagd om zo de effecten van vermesting tegen te gaan. Daarnaast is er plaatselijk steenmeel aangebracht om de ergste bodemverzuring tegen te gaan en verdwenen mineralen weer aan te vullen. Alle maatregelen hebben plaatselijk effect maar in het algemeen gaat het systeem langzaam achteruit door de externe factoren. ,

,

2. 5. 2 Jeneverbessen van het Gebergte De deelgebieden het Gebergte en de Herselse heide bestaat voor een deel uit open vliegdennenbos met daartussen droge (stuifzand)heide delen met stuifzand en landduinen. De belangrijkste ecologische waarde zit in de jeneverbesstruwelen van het Gebergte (Figuur 16 en Figuur 17). De ,

(stuifzand)heide wordt gekarakteriseerd door zeer droge voedselarme bodems en reliëf met soorten en soorten als borstelgras buntgras struikhei. Daarnaast komen als en voor. terrein blauwvleugelsprinkhaan levendbarende hagedis hier Ook dit wordt sterk beïnvloed door externe factoren. ,

,

Figuur 16: Stuifzand

en

landduinen gelegen in het Gebergte.

De jeneverbesstruwelen

de heide zijn in de afgelopen jaren (2008-2023) gefaseerd vrijgezet waarbij delen van de (bos)bodem zijn geplagd en bekalkt. Jeneverbessen zijn gebaat bij een bepaalde mate van verstoring (dynamiek) in het landschap. De dynamiek in het gebied is echter beperkt door de bosontwikkeling wat het stuifzand heeft vastgelegd en waardoor bodemvorming heeft plaatsgevonden. Dit heeft ook tot vergrassing geleid. Naast de herstelmaatregelen is in 2020en

,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

35

,

Bosgroep Zuid Nederland

2024 geëxperimenteerd met schapenbegrazing rondom de jeneverbesstruwelen om door middel van vertrapping de kieming van jeneverbessen te bevorderen. De genomen maatregelen hebben geresulteerd in kieming en ontwikkeling van enkele zaailingen rondom de jeneverbesstruwelen. Schapenbegrazing is echter per 2024 stopgezet vanwege vraatschade aan jeneverbesstruwelen en onderdrukking van de ontwikkeling van kruidenvegetaties. De dynamiek wordt nu handmatig nagebootst door rondom de jeneverbesstruwelen de bodem te harken. Aan de oostzijde van het ,

,

gebied vindt intensief recreatief gebruik met motoren plaats wat zorgt dat het stuifzand hier open blijft. Voor behoud van de karakteristieke vegetatie dient vergrassing door pijpenstro en bochtige smele en verbossing door opslag in toom gehouden te worden. In het gebied zijn mogelijkheden voor ontwikkeling van opgaande bosranden aangezien de heide nu abrupt overgaat in bos. ,

,

Figuur 17: Jeneverbesstruwelen en droge heide in Gebergte. 2. 5. 3 Keelvennen De Keelvennen zijn gelegen in het deelgebied de Somerense heide

en

zijn in de jaren negentig de Strabrechtse Heide. De

aangelegd voor de zandwinning en als alternatief recreatiefgebied voor vennen worden omgeven door een heideterrein dat permanent wordt begraasd met Schotse hooglanders (Figuur 18).

Figuur 18: Droge heide met zandige plekken rondom het Keelven. Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

36

Bosgroep Zuid Nederland

Het Keelven is het grootste ven met een oppervlakte van ruim 6 hectare. Sinds 2023 wordt het Keelven ingezet als noodberging/klimaatbuffer voor piekafvoer van Peelrijt. De overige vennen zijn 1 tot 15 hectare groot waarvan een aantal vennen geïsoleerd in het bos liggen. Rondom de vennen is een overgang van vochtige naar droge heide aanwezig met open zandige plekken op de oevers. Op de oevers groeien soorten als gewone dophei kleine zonnedauw oeverkruid moerashertshooi en moeraswolfsklauw (Figuur 19). De oevervegetatie heeft in de winterperiode van 2023-2025 een flinke klap gekregen door de hoge waterstand waardoor grote delen zijn afgestorven. Op de hogere delen tussen de vennen in heeft droge heide zich ontwikkeld met soorten als struikhei buntgras borstelgras en stekelbrem. Op de overgang tussen vochtige naar droge heide zijn verschillende korstmossen aanwezig. Er is een beperkte structuurvariatie aanwezig rondom het Keelven en aangesloten vennen. Dit heeft onder andere te maken met het gebrek aan leeftijdsvariatie van de heide als ook de (jaarrond) begrazing met Schotse hooglanders. De begrazing heeft als doel het onderdrukken van pijpenstro en bochtige smele en behoud van open zandige plekken. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

Figuur 19: Moerashersthooi groeit op de oevers van het Keelven. 2. 5. 4 Boksenbergven Het bosgebied Boksenberg ligt in het zuidwesten van de gemeente Someren tegen het dal van de Sterkselsche Aa. Aan de westzijde sluit het direct aan op het bosgebied de Vroolijke Jager en de Pan in de gemeente Heeze-Leende. In het zuidelijk deel van de Boksenberg ligt het Knippendolse gat dat ook het Boksenbergven genoemd wordt. Brabant Water gebruikt dit ven voor het bergen van spoelwater. In het ven groeit fonteinkruid en diverse zeggensoorten en daarnaast zijn ,

,

Alpenwatersalamander levendbarende hagedis pantserjuffer veldkrekel waargenomen. In de zomer zakt het waterpeil sterk. Het ven is dicht omsloten door bos en aan de zuidzijde groeien op de waterlijn wilgen. De overgang van oever naar bos wordt gedomineerd door braam en er is struikhei spaarzaam aanwezig. Er zijn geen opgaande bosranden aanwezig. ,

,

tengere

en

2. 5. 5 Hooiland De Donck Ten zuiden van de Provinciale weg van Someren naar Heeze ligt naast de korenmolen Den Evert het bos- en natuurgebied De Donck. Dit gebied bestaat uit bospercelen vochtig hooiland meer gecultiveerd grasland en diverse recreatieve voorzieningen zoals het natuurtheater De Donck de schietvereniging en de scouting. Aan de oostzijde stroomt een watergang een zijtak van de Kleine Aa. In de natte bloemrijke hooilanden aan de noordzijde is de grondwaterstand in de winter en voorjaar hoog met water net onder of op maaiveld. In de zomer zakt de grondwaterstand echter ,

,

,

,

,

,

Projectnr: 21015875

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Someren

37

Bosgroep Zuid Nederland

Er groeien scherpe boterbloem echte koekoeksbloem en kruipend zenegroen maar ook witbol en pitrus die duiden op voedselrijke(re) omstandigheden. De wilgenstruwelen rondom de hooilanden zijn in de afgelopen jaren teruggezet om ruimte te geven aan ontwikkeling van kruidenrijke vegetaties. ver weg.

,

,

De greppels in de hooilanden zijn aan het verlanden. Aan de noord- en zuidzijde zijn diepe sloten aanwezig die de hooilanden draineren. Tegelijkertijd dient overtollig regenwater over maaiveld af te kunnen stromen om stagnatie met verzuring tot gevolg te voorkomen. Het hooiland aan de westzijde wordt gedomineerd door pitrus. Ook op de overgang naar bos is pitrus aanwezig en groeien braamstruwelen die duiden op hogere voedselrijkdom. ,

,

,

2. 6 Externe stressfactoren voor bos-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16704676/1