CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht ingekomen brieven aan de raad ter voorbereiding college

Gemeenteraad 3 april 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: In handen stellen van burgemeester en wethouders ter voorbereiding25.787 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

529 102 126 346

Met de leerwerkinfrastructuur bieden we ruimte aan werk(zoek)enden om te werken aan hun ontwikkeling op weg naar werk. We bieden (leer)werkplekken in een diversiteit aan werksoorten en werkomgevingen waaronder de leerlijnen, Productie en logistiek, Zorg, Horeca, Schoonmaak, Facilitaire diensten, Groen­ verzorging en Retail. We bieden daarbij de begeleiding die de werk(zoek)ende in die fase daarbij nodig heeft.

De kenmerken van deze werkplekken worden continue aangepast aan de behoefte van de doelgroep (klant centraal). De werkplekken worden via de participatiecoaches aangeboden aan werk(zoek)enden die afhankelijk zijn van een uitkering. In toenemende mate worden de (leer)werkplekken benut door niet-uitkeringsgerechtigden op zoek naar voor hen passend werk, waaronder VSO-PRO-leerlingen en jongeren die geen startkwalificatie hebben behaald. Daarnaast zien wij ook grote(re) instroom aan statushouders al dan niet in combinatie met een inburgeringstraject. Duurzame uitstroom naar een dienstverband bij een reguliere werkgever is het uiteindelijke doel. Als en zolang het nodig is, treedt Senzer op als werkgever middels dienstverband in de cao Aan de Slag (ADS). Plaatsing in een dienstverband bij Senzer vindt plaats op basis van een indicatie beschut werk, banenafspraak, of via de praktijkroute. Voor de medewerkers die op dit moment zijn geplaatst met een dienst­verband in de cao sociale werkvoorziening en met een indicatie beschut werk is regulier werk veelal niet haalbaar. De leerwerkinfrastructuur biedt aan hen zo lang als

48

10

1.2

Dienstverleningslijn Bieden van een leerwerkinfrastructuur (vervolg)

nodig is een dienstverband. Door het aanbieden van passende werksoorten en het verdergaand aanpassen van werkplekken onder andere door het inzetten van inclusieve technologie, bereiken deze werknemers in deze aangepaste werkomgeving de voor hen maximaal haalbare loonwaarde. Om deze leerwerktrajecten effectief te laten verlopen in combinatie met hoge werknemerstevredenheid brengen wij in 2026 focus aan door: • Op basis van de kenmerken van werk(zoek)enden het continu aanpassen van de beschikbare werkplekken binnen de leerwerkinfrastructuur; • Opdrachtgevers van de leerwerkinfrastructuur mee te nemen in de (consequenties van) focus op door- en uitstroom; • De verbetercyclus plan-do-check-act te implementeren in de I.O.P.’s (Individuele Ontwikkel Plannen); • Onze professionals te trainen in methodisch werken, volgens de principes van het integratief gedragsmodel (IGM) (integratief gedragsmodel) en planmatig werken; • Veranderingen te implementeren en succes te borgen en te delen volgens de principes van

waarderend werken; • Binnen een objectieve normstelling te sturen op ontwikkeling bij onze doelgroep, middels in-, door- en uitstroomprofielen per leerlijn; • De leidende gedragsprincipes in onze communicatie te vertalen met en naar de medewerkers en ze daardoor te laten ervaren dat werken in belangrijke mate bijdraagt aan het prettig en zelfverzekerd in het leven staan. De werkenden binnen de leerwerk- infrastructuur zijn geplaatst binnen diverse leerlijnen. Er is variatie in werkgeversconcepten betreft begeleiding van de medewerkers en wijze van verrekening van de loonvormende arbeid aan de werkgever, passend bij de kenmerken van de medewerkers, de werksoort en de werkomgeving. De verrekening kan plaatsvinden op basis van output, of gewerkte uren tegen een tariefstelling passend bij hun individuele of (bij groepsconcepten) gemiddelde loonwaarde. In 2026 leidt dit gemiddeld tot plaatsing van 1.124 productieve fte’s. Bij de gemiddelde deeltijdfactor van 0,8 zijn daarmee in 2026 binnen de leerwerk­ infrastructuur gemiddeld 1.403 personen met een dienstverband op voor hen op dat moment passend werk geplaatst.

11

1.3 Dienstverleningslijn Begeleiding naar zo regulier en duurzaam mogelijk werk

Dit is Kanters Onmogelijk is een woord dat ze bij Kanters niet kennen. Daardoor kunnen ze in Erp bijna alles. Zo trekken ze alle registers open om mensen aan werk te helpen in het groen. Ook kwetsbare jongeren. Bij Kanters doet iedereen mee!

1.3

Dienstverleningslijn Begeleiding naar zo regulier en duurzaam mogelijk werk

Welke dienstverlening biedt Senzer

• Aantal personen dat vanuit de uitkering

uitstroomt naar werk • Uitstroom uit de uitkering naar werk • Aantal uitkeringsgerechtigden met inkomsten uit parttime werk • Aantal uitkeringsgerechtigden met inkomsten uit parttime werk • Duurzame uitstroom uit de uitkering (> 12 maanden) • Aantal personen participatiewet in een traject naar werk • Aantal nuggers in traject naar werk (excl. VSNW) • Aantal nuggers uitgestroomd naar werk (excl. VSNW)

353 33% 407 8% 85% 2.441 170 100

• Aantal jongeren VSNW gestart met traject • Aantal jongeren VSNW uitgestroomd

70

naar werk, school en dagbesteding • Aantal geplaatste medewerkers in dienst bij reguliere werkgevers met loonkostensubsidie • Ontwikkeling volume geplaatste medewerkers met loonkostensubsidie in dienst bij regulier werkgevers • Aantal geplaatste medewerkers in dienst bij Senzer met loonkostensubsidie • Ontwikkeling volume geplaatste medewerkers in dienst bij Senzer met loonkostensubsidie • Aantal meldingen van ondernemers voor ondersteuning vanuit BBZ

50

411

7,6% 557

8,2% 250

Wat gaat Senzer daarvoor doen?

We zetten breed in op het gebied van werk en participatie, samen met netwerkpartners. Met de Participatiewet als middel bieden we kansen aan werkzoekenden. We ontwikkelen nieuwe concepten, (digitale) innovaties en creëren ruimte voor het ‘anders doen.’ We kijken tijdens diagnose breed naar de behoefte van de werkzoekende, zodat de juiste dienstverlening door Senzer geboden kan worden, of een warme doorverwijzing naar één van de samenwerkingspartners plaats kan vinden als dit (nog) niet aan de orde is. Onze focus ligt in de eerste plaats op het ondersteunen van de doelgroepen zoals genoemd in het Meerjarenplan Dienstverlening 2025-2028. Bijzondere aandacht gaat daarbij binnen de gebiedsteams uit naar de groepen die momenteel tot op nationaal niveau zorgen voor de grootste stijging van het bijstandsvolume. Dit zijn jongeren tot 27 jaar en statushouders. Voor deze twee groepen zijn respectievelijk een ‘Jeugdcoördinator’ en een ‘Regionale verbinder statushouder’ en expertgroepen benoemd. Binnen specialistische dienstverlening blijven we werken met een team Van School Naar Werk (VSNW) die focus hebben op het naar werk, school of dag­ besteding begeleiden van de kwetsbare jongeren.

13

1.3

Dienstverleningslijn (vervolg) Begeleiding naar zo regulier en duurzaam mogelijk werk

We bouwen voort op de fundamenten die zijn gelegd in de kaderbrief 2025 en de verschillende lopende initiatieven waaraan Senzer een bijdrage levert. Ook voor de psychisch kwetsbaren en personen met lage basisvaardigheden borgen we de vanuit eerdere pilots geleerde succesvolle dienstverlening.

Wij zien nog steeds een toename aan ondersteunings­ vragen van niet-uitkeringsgerechtigden voor de bemiddeling bij het vinden van voor hen passend werk. Ook in 2026 blijven ons proactief inzetten voor deze groep zodat ook zij kunnen werken aan een bestaanszekere toekomst.

In 2026 vindt afronding plaats van de pilot intensieve dienstverlening waaraan zo’n 90 personen hebben deelgenomen. De te houden evaluatie wijst uit of borging plaatsvindt in de basisdienstverlening. Dit geldt niet voor de samenwerking met partijen uit de arbeidsmarktregio. Die samenwerking is essentieel om in samenwerking tussen partijen en binnen de beschikbare middelen de dienstverlening te bieden, passend bij de behoefte van de klant. Om dit te realiseren, wordt er lokaal binnen de gebiedsteams intensiever samengewerkt.

Met ondersteuning van het programma ‘klantreis’ zetten we, ook binnen deze dienstverleningslijn, stappen in methodisch werken volgens het IGM en zetten stappen met de implementatie van instru­ mentengids EVA (instrumentengids EVA). We trainen onze professionals hierin, evenals de borging van planmatig, proces­matig en waarderend werken. In 2026 wordt, op basis van het dan beschikbare programma van eisen, een passend systeem dan wel licenties ingekocht en met de inrichting en implementatie een belangrijke stap gezet in het digitaliseren van onze re-integratie dienstverlening. We hebben daarbij nadrukkelijk aandacht voor de technologische mogelijkheden die in de komende periode worden uitgewerkt en willen deze met de te maken keuzes beschikbaar maken voor onze professionals en klanten.

14

1.4 Dienstverleningslijn Werkgeversdienst­ verlening

Dit is Ted Ted heeft onlangs de eerste voorzichtige stap richting werk gezet. Hij gaat nu eens per week naar een zorgboerderij in Someren. Zo is hij weer in een werkomgeving, bouwt hij vertrouwen op en kan hij nadenken over wat hij nu echt wil.

1.4

Dienstverleningslijn Werkgeversdienstverlening

Welke dienstverlening biedt Senzer?

• Aantal (unieke) inclusieve werkgevers in

het netwerk van Senzer 450 • Aantal (unieke) werkgevers, waar personen mbv bemiddeling van Senzer in een dienstverband nieuw zijn gestart 25 • Aantal (unieke) werkgevers dat heeft deelgenomen aan trainingen 80 • Tevredenheid werkgevers over de gevolgde training 7,5 • Aantal georganiseerde events 7 • Tevredenheid werkgevers over het event 7,5 • Aantal (unieke) werkgevers waar inclusieve onderzoeken/trajecten lopen 10 • Aantal (unieke) werkgevers die gebruik maken van het instrument jobcoaching 250 • Tevredenheid werkgevers over de ontvangen coaching 7,7

Wat gaat Senzer daarvoor doen?

We zetten in op duurzame relaties met werkgevers, zij zorgen voor de kansen in betaald (aangepast) werk. Door op een planmatige en methodische manier de werkgevers te ontzorgen in hun pad naar inclusief werkgeverschap, bereiken we een win-win situatie. We gaan het gesprek aan met de ondernemers en kijken vanuit hun perspectief naar de behoeften om te kunnen ondernemen én inclusief te zijn. De Vragen­ lijst Inclusief Ondernemen (VIO) is een startpunt om willen en kunnen in kaart te brengen en verder te adviseren omtrent het inzetten van instrumenten en diensten, die inzichtelijk zijn gemaakt middels instrumentengids DENNIS. We leggen de verbinding van buiten naar binnen en van binnen naar buiten om zo een robuuste en toekomstbestendige leerwerkinfrastructuur te creëren. Deze is onmisbaar om de aansluiting tussen onderwijs, werkgevers, en werkzoekenden te optimaliseren. Door een goede samenwerking en het leveren van maatwerk kunnen mensen zich in een veilige omgeving ontwikkelen en werkervaring opdoen.

Bij een stap ‘omhoog’, ‘omlaag’ of ‘opzij’ staat ons bemiddelingsteam tot de beschikking van de klant. Ook hier inventariseren we willen en kunnen en dromen we mee om uiteindelijk de best passende betaalde baan te vinden. Deze verbinding kan op meerdere manier tot stand komen, door het delen van onze kennis en expertise in de vorm van trainingen en door werkgevers bij elkaar te brengen met specifieke themabijeenkomsten. Door op een innovatieve manier naar arbeid, processen en mensen te kijken, kunnen we de brug tussen mens en functie slaan. Een vorm hierin kan inclusieve technologie zijn, die de mens ondersteunt om met een hogere loonwaarde te functioneren voor de werkgever of die een specifieke taak ondersteunt en daarmee gemakkelijker maakt. En wanneer de brug is geslagen gaan we door met het oog op duurzaamheid en ontwikkeling. Jobcoaches begeleiden een werknemer in hun groei en adviseren tegelijkertijd de werkgever als daar behoefte aan is.

16

2 Wat zijn de baten en lasten?

Dit is Agnieszka Agnieszka werkt Mainetti, een groepsdetachering van Senzer. Ze weet met haar uitstraling bij iedereen een lach op iemands gezicht te toveren. Wat ze zelf fijn vindt aan haar werk is dat collega’s haar altijd willen helpen met het leren van de taal.

Begroting (bedragen x € 1000)

I/S (*)

Begroting 2026

Gewijzigde begroting 2025

Concept jaarrekening 2024

76.183 12.586 983 26.163 9.040 42.722 1.324 11.473 -

76.065 11.878 1.145 27.029 7.392 41.930 1.259 11.717 -

71.807 9.726 120 27.731 6.445 12.517 27.281 1.199 12.373 992

180.473

178.415

170.191

14.107 397 2.343 79.163 13.294 30.814 2.825 384 34.599 399 900 -

13.584 795 1.788 89.590 31.708 2.627 34.502 583 900 -

15 13.090 1.027 2.563 88.456 414 33.882 2.316 30.346 12 730 1.040 486

179.225

176.075

174.377

-1.248

-2.340

4.187

22 64 177 542 442 -

22 64 320 318 1.243 372 -

22 -965 -222 -1.128 305 -650 -265 987 -1.110 3.861

1.248

2.340

834

-

-

5.021 1

LASTEN Buig uitkeringen / BBZ 2004 uitkeringen Buig loonkostensubsidies Participatiewet begeleidings- en overige kosten Loonkosten doelgroepen Detacheringskosten doelgroepen Loonkosten begeleidingsorganisatie Detacheringskosten begeleidingsorganisatie Afschrijvingskosten Overige kosten Incidentele lasten

S S I/S S S S S S I/S I

TOTAAL LASTEN BATEN Voorziening debiteuren SoZa (onttrekking) Toegevoegde waarde Huuropbrengsten Overige opbrengsten Buig-middelen uitkeringen Buig-middelen LKS Buig uitkeringen Tozo Wsw Beschut Rijksbijdrage sociale infrastructuur Bijdrage algemeen deel Vergoeding begeleidingskosten Overige subsidies Rentebaten Incidentele baten

I S S S S S S S S S I/S S S S I

TOTAAL BATEN

1) Betreft jaarcijfers voor de start van de accountantscontrole over 2024

RESULTAAT LASTEN - BATEN ONTTREKKING/DOTATIE RESERVES Bedrijfsrestaurant Montgomeryplein

S

Kapitaallasten programma Huisvesting korte termijn Informatievoorziening Opleiding, training, ontwikkeling Personele knelpunten Toekomstgerichte bedrijfsvoering Intertemporele middelen Innovatie Participatiewet Dekking overlopende Tozo lasten Compensatie gemeenten Impuls sociale infrastructuur Algemene reserve

S I I I I I I I I I I I

ONTTREKKING/DOTATIE RESERVES RESULTAAT

18

2. Wat zijn de baten en lasten? (vervolg) Toelichting op de begroting

Algemeen De begroting is geactualiseerd met alle bekende ontwikkelingen tot 20 februari 2025. Buig uitkeringen / Bbz 2004 uitkeringen Het gemiddeld aantal uitkeringen zal in 2026 naar verwachting uitkomen op 4.269 dossiers. Met een geraamd gemiddeld uitkeringsbedrag van € 17.848 levert dit € 76 miljoen aan uitkeringslasten op. Het gemiddeld uitkeringsbedrag ligt daarmee fors lager dan het landelijk gemiddelde (€ 18.712). Buig loonkostensubsidies In 2026 verstrekken we voor gemiddeld 736 fte aan LKS. Door inzet van Senzer (o.a. door jobcoaching en nazorg) komt de loonwaarde voor extern geplaatsten in 2026 uit op gemiddeld 55%. Voor de berekening van de LKS dient het wettelijk minimum loon (WML) als basis. Bij intern geplaatsten zijn deze lasten een bijdrage op de loon- en detacherings-kosten doelgroepen en worden daarop in mindering gebracht.

Participatiewet begeleidingskosten Senzer levert begeleiding van de doelgroepmedewerkers in de vorm van jobcoaching. Met een beperkt aantal opdrachtgevers is evenwel afgesproken dat zij zelf de begeleiding doen en hiervoor een vergoeding krijgen. Loon- en detacheringskosten doelgroepen Gemiddeld plaatsen we in 2026 564 fte met Wsw/ WIW dienstverbanden. Samen met de 560 fte intern geplaatste LKS-ers brengt dit de totale gemiddelde productieve capaciteit op 1.124 fte. De loonkosten bestaan uit het gemiddeld aantal fte per doelgroep maal het gemiddelde normbedrag van de cao van die doelgroep. Begeleid werken en Wsw worden verantwoord onder loonkosten, Cao Aan de slag en Wiw worden verant­ woord onder detacheringskosten (medewerkers zitten in respectievelijk Direct werk B.V. en Stichting Senzer). Detacheringskosten begeleidingsorganisatie De begeleidingsorganisatie bestaat in 2026 uit gemiddeld 459 fte. Deze worden begroot onder detacheringskosten begeleidings-organisatie, aangezien dit nagenoeg volledig wordt ingevuld vanuit Stichting Senzer.

Afschrijvingskosten Betreft jaarlijkse afschrijvingskosten op basis van aanwezige activa t-1. Overige kosten Overige kosten bestaan voor het grootste deel uit bedrijfsvoeringkosten. Daarnaast vallen hieronder enkele lasten die direct met uitvoering van de participatiewet te maken hebben zoals: collectief vervoer en projectmatige kosten ter ondersteuning van de uitvoering van de participatiewet. Incidentele lasten Incidentele lasten worden zoveel mogelijk begroot onder de andere lastencategorieën. Als dat niet mogelijk is worden ze geplaatst onder incidentele lasten. In bijlage 7 is een specificatie opgenomen van alle incidentele lasten en baten. Toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is bepaald op basis van recentste inzichten met betrekking tot volumes in de leerwerkinfrastructuur en bijstellingen op basis van loon- en prijsontwikkelingen.

19

2. Wat zijn de baten en lasten? (vervolg) Huuropbrengsten Onder huuropbrengsten zijn opgenomen de bedragen die volgen uit de verhuur van kantoorruimte Montgomeryplein/ Churchilllaan en productie­ omgevingen (doorleggen van huurlasten). Overige opbrengsten Betreft opdrachtverstrekking voor additionele dienstverlening. Buig-middelen Het nader voorlopige budget van het Rijk (oktober 2024) is opgenomen, verhoogd met de factor waarmee het macro budget van het Rijk stijgt van 2025 op 2026. Wsw Het Wsw budget is conform IU Participatie (sept 2024) overgenomen. Beschut Het Beschut budget is conform IU Participatie (sept 2024) overgenomen.

Rijksbijdrage sociale infrastructuur (nieuw) Met ingang van de meicirculaire 2025 ontvangen de gemeenten een extra (financiële) bijdrage aan de kosten voor de banen van mensen die niet vallen onder beschut werk, maar die tijdelijk aangewezen zijn op de infrastructuur van sociaal ontwikkel­ bedrijven. Conform de uitspraak in de kaderbrief wordt de omvang hiervan op basis van de laatst bekende informatie geraamd. Bijdrage algemeen deel De bijdragen van de gemeenten bestaat naast het doorzetten van de middelen voor bijstand/LKS, WSW en beschut werk uit een Bijdrage algemeen deel. Deze bijdrage dekt het saldo van baten en lasten en daarmee de uitvoeringslasten van Senzer die niet anderszins zijn gedekt. Voor het algemeen deel wordt alle gemeenten gevraagd eenzelfde percentage bij te dragen van de inkomsten die de gemeenten ontvangen binnen het cluster Participatie van de algemene uitkering in het gemeentefonds.

Overige subsidies Betreft subsidies voor de uitvoering van diverse projecten in de keten. Incidentele baten Incidentele baten worden zoveel mogelijk begroot onder de andere batencategorieën. Als dat niet mogelijk is worden ze geplaatst onder incidentele baten. In bijlage 7 is een specificatie opgenomen van alle incidentele lasten en baten. Dotaties aan en onttrekkingen uit de reserves Dit betreft incidentele baten en lasten met uitzondering van de onttrekkingen ter dekking van kapitaallasten. Voor een specificatie zie het overzicht Verloop reserves en weerstandsvermogen 2026-2029.

Grondslagen

De begroting is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoor­ding provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Ook is rekening gehouden met de uitgangspunten die genoemd zijn in de verordening Financieel beleid, beheer en organisatie Senzer 2023

20

2. Wat zijn de baten en lasten? (vervolg) van de Gemeenschappelijke Regeling Senzer, die is vastgesteld door het algemeen bestuur. Buig uitkeringen / Bbz 2004 Dit betreft de bruto bedragen aan uitkeringen. BUIG loonkostensubsidies Op grond van de bepaalde loonwaarde ontvangen de werkgevers een loonkostensubsidie die maximaal 70% van het Wettelijk Minimum Loon (WML) bedraagt inclusief vakantietoeslag rekening houdend met de deeltijdfactor van de werknemer. Dit bedrag wordt vermeerderd met 25% werkgeverslasten. Participatiewet begeleidings- en overige kosten Per gerealiseerde werkplek wordt een vergoeding voor de begeleiding verstrekt aan de werkgever of wordt jobcoaching aangeboden. Deze post betreft het totaal aan vergoedingen. Daarnaast worden hieronder de overige directe kosten van de re-integratie­ trajecten geboekt. Loon- en prijsontwikkelingen (LPO) Voor zover specifieke loonontwikkelingen bekend zijn op grond van cao’s, worden die toegepast.

Indicatoren Loonvoet sector overheid Prijs materiële overheidsconsumptie (imoc) Gewogen loon- en prijsindex (LPO)

Voor het overige wordt de LPO bepaald op basis van een gewogen index uit de bijlagen bij de Miljoenennota 2025. De wegingsfactor van de indices wordt bepaald door de verdeling van de totale lasten in de begroting van de gemeenschappelijke regeling over prijzen en lonen. Door de wegingsfactor te vermenigvuldigen met de index wordt een gewogen index verkregen. Voor Senzer geldt een wegingsfactor van loon 90% - prijs 10%. Loon- en detacheringskosten doelgroepen en begeleidingsorganisatie Dit betreft de over het jaar verschuldigde lonen inclusief vakantietoeslag aan respectievelijk Wsw, LKS-banen/beschut werken, Sociaal Werk, Ambtelijke en Wiw medewerkers en de daarmee

Wegingsfactor 90% 10%

2025

2026

5,30% 2,00%

3,90% 1,90%

4,97%

3,70%

samenhangende sociale lasten en pensioenpremie, verminderd met ontvangen ziekengeld en afdracht en kortingen. Loonkosten van medewerkers vanuit de Stichting respectievelijk de Direct Werk B.V. worden verantwoord onder detacheringskosten. Hierop worden eventueel ontvangen loonkostensubsidies in mindering gebracht. Afschrijvingskosten Op 13 april 2022 is de Notitie investeren, waarderen en afschrijven Senzer 2022 door het algemeen bestuur vastgesteld, met daarin de nodige afspraken over afschrijvingen. De waardering van de activa is gebaseerd op de historische kostprijs c.q. aanschafprijs verminderd met de afschrijvingen. Afschrijving vindt plaats op basis van een vast percentage van de historische kostprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde bij bestelauto’s en personenauto’s.

21

2. Wat zijn de baten en lasten? (vervolg) De afschrijving vindt plaats vanaf het boekjaar na het jaar van ingebruikname van het actief. Op grond wordt niet afgeschreven. Bij de waardering van de materiële vaste activa wordt rekening gehouden met een vermindering van hun waarde indien deze naar verwachting duurzaam is. De afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de verwachte economische gebruiksduur, in: • 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen en woonruimten • 25 jaar: renovatie en restauratie bedrijfsgebouwen en woonruimten • 15 jaar: technische installaties in gebouwen • 10 jaar: voorzieningen op terreinen, in gebouwen en inventaris • 6 jaar: bestelauto’s • 5 jaar: overige vervoers- en transport middelen, aanhang- en schaftwagens, gereedschappen • 4 jaar: personenauto’s • 3 jaar: mobiele telefonie, ICT randapparatuur, hard- en software.

Overige kosten De overige bedrijfskosten worden nominaal conform het stelsel van baten en lasten toegerekend aan de periode waarop deze betrekking hebben. Incidentele lasten Dit betreffen eenmalige kosten die niet het gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering. Toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is het saldo van de nettoomzet (opbrengst van aan derden geleverde goederen en diensten exclusief de over de omzet geheven belastingen en onder aftrek van kortingen), onder aftrek van direct daarmee verband houdende kosten voor uitbesteed werk, grond-/hulpstoffen. Huuropbrengsten Hieronder zijn opgenomen de huuropbrengsten van de lopende huurcontracten. De huuropbrengsten worden jaarlijks geïndexeerd. Overige opbrengsten Hieronder worden de opdrachtverstrekkingen voor additionele dienstverlening verantwoord.

Buig-middelen, Wsw, Beschut, Bijdrage algemeen deel De gemeentelijke bijdrage aan Senzer bestaat (conform Bijdrageverordening gemeenschappelijke regeling Senzer (officielebekendmakingen.nl) uit: a. het budget dat gemeenten ontvangen voor bijstand en loonkostensubsidies (Buig-middelen); b. het budget dat gemeenten ontvangen voor Wsw en beschutte arbeid, in de integratie-uitkering Participatie; c. een algemeen deel. De hoogte van de Buig-middelen voor het begrotings­ jaar wordt bepaald door de bedragen per gemeente voor het jaar t-1 te verhogen met groei van het macrobudget in het jaar t ten opzichte van t-1. Met ingang van 2026 vindt dit voor de uitkeringen en LKS afzonderlijk (meer verfijnd) plaats op basis van rekentool van Berenschot. Voor het laatst wordt in het jaar 2026 het eerder ontvangen intertemporeel voorschot hierop in mindering gebracht. De middelen voor Wsw en beschutte arbeid zijn vastgelegd in een integratie-uitkering en meerjarig bekend. Hieraan wordt toegevoegd de Rijksbijdrage sociale infrastructuur. Hiertoe is een aanpassing van

22

2. Wat zijn de baten en lasten? (vervolg) de Bijdrageverordening voorzien in 2025. Voor de dekking van de uitvoeringslasten ontvangen de gemeenten een algemene uitkering (Gemeente­ fonds), waarbinnen een cluster Participatie is opgenomen. De omvang daarvan wordt door Rijk bepaald en is bedoeld voor participatie-activiteiten en minimabeleid. Overige subsidies Hieronder worden de overige subsidie-inkomsten (zoals ESF, regionale subsidies) verantwoord. Dotaties aan en onttrekkingen uit voorziening groot onderhoud gebouwen De dotaties aan deze voorziening zijn onderbouwd met het Meerjarig Onderhoudsplan (MJOP) gebouwen (termijn 10 jaar) dat jaarlijks wordt geactualiseerd en in 2024 integraal is bijgewerkt. De dotatie voedt de voorziening van waaruit de geplande grote onderhouds­ werken worden betaald. Doel hiervan is meer gelijkmatige kosten over de jaren heen.

Algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000)

Begroting 2026

Gewijzigde begroting 2025

Concept jaarrekening 2024

Onvoorzien

-

-

Vennootschapsbelasting

-

-

34.502

30.346

-

59

900

1.040

10.183

8.930

Algemene dekkingsmiddelen Dividend Rente Overhead

Rentebaten De rentestanden zorgen ervoor dat het schatkist­ bankieren weer rente oplevert. Op basis van de liquiditeitsbegroting en de toekomstige marktrente (stand feb 2025) zijn de rentebaten voorzichtig en structureel opgenomen in de begroting. Incidentele baten Baten die niet voortvloeien uit de normale bedrijfs­ voering (o.a. incidentele lasten).

34.599 900 9.918

Dotaties aan en onttrekkingen uit reserves Voor de vorming, dotaties en onttrekkingen van reserves zijn besluiten van het algemeen bestuur vereist. Deze worden opgenomen in begroting dan wel begrotingswijzigingen. Voor de reserve toekomstgerichte bedrijfsvoering zijn aanvullende afspraken gemaakt. De programmatische inzet van deze middelen wordt voorafgegaan door business cases die aan het algemeen bestuur ter goedkeuring worden voorgelegd.

23

3 Paragrafen 3.a Weerstandsvermogen en risicobeheersing 27

3.b Financiering

3.c Bedrijfsvoering

31

34

3.d Onderhoud kapitaalgoederen 36

3.e Verbonden partijen 37

3.a

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Wat wil Senzer bereiken?

Senzer streeft ernaar om de gestelde doelen te bereiken en daarbij de risico’s te beheersen. Restrisico’s worden zoveel mogelijk afgedekt met het aanwezige weerstandscapaciteit. In de Notitie Reserves en voorzieningen zijn de streefwaarden voor de ratio weerstandsvermogen vastgelegd op 80-125%. De ratio weerstandsvermogen wordt bepaald door de aanwezige weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Deze bedraagt 92%. Daarbij is geen rekening gehouden met het rekeningresultaat 2024 en 2025 en het even­ tueel niet (volledig) hoeven inzetten van de algemene reserve als dekking voor de loon- en prijsontwikkeling 2025 (€ 0,4 miljoen).

Wat gaat Senzer daarvoor doen?

Binnen Senzer worden de materiële juridische en financiële risico’s in beeld gebracht en structureel gemonitord. De organisatie is er op ingericht om deze te beheersen, waarbij er altijd sprake zal zijn van een zekere restrisico die wordt afgedekt met de aanwezige weerstandscapaciteit. De meeste impact op de begrotingsuitvoering zit in de aan Senzer ter beschikking gestelde rijksmiddelen. Met name de buig en LKS- bijdragen kunnen nogal fluctueren binnen het jaar en over de jaren heen. De invloed hierop is zeer beperkt.

Benodigd weerstandsvermogen

bedragen x € 1000

Nr Omschrijving risico 1 Rijksfinanciering en economische- en arbeidsmarktontwikkeling in relatie tot aantal uitkeringen en corresponderende lasten 2 Lagere toegevoegde waarde: wegvallen opdrachten en/of druk op tariefstelling 3 Loon- en prijsontwikkeling die afwijkt van gehanteerde CPB-ramingen 4 Opname van opgebouwde verlofrechten in één jaar 5 Toekomstbestendige bedrijfsvoering 6 Bedrijfscontinuïteit (fysieke en cybersecurity risico's) 7 Wegvallen transitievergoeding Totaal

Aanwezige weerstandscapaciteit

bedragen x € 1000

Begroting Gewijzigde Concept begroting jaarrekening 2026 2025 2024 6.660

6.360

6.250

1.410 1.010 490 p.m. 160 225 9.955

1.360 990 480 p.m. 140 0 9.330

1.310 980 490 p.m. 150 0 9.180

Begroting Gewijzigde Concept begroting jaarrekening 2026 2025 2024

Omschrijving reserve Algemene reserve Resultaat huidig jaar voor zover bekend Totaal

9.198

9.198

9.571

-

-

5.021

9.198

9.198

14.592

Begroting Gewijzigde Concept begroting jaarrekening Resterend benodigd weerstandsvermogen bedragen x € 1000 2026 2025 2024 Benodigd weerstandsvermogen minus aanwezige weerstandscapaciteit Totaal

757

132

-5.412

25

3.a

Weerstandsvermogen en risicobeheersing (vervolg)

Weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit en risicoafdekking

1 Rijksfinanciering en economische- en

arbeids­markt­ontwikkeling in relatie tot aantal uitkeringen en corresponderende lasten Bijstellingen in de financiering (met name de BUIG) vanuit het Rijk, die lopende het begrotingsjaar worden doorgevoerd, hebben een grote impact op de begroting van gemeenten en begroting en meerjarenraming van Senzer. Aangezien deze bijstellingen lopende het begrotingsjaar worden doorgevoerd is het niet mogelijk om hier begrotingstechnisch voldoende rekening mee te houden en wordt een neerwaartse bijstelling hier als risico opgenomen. De CPB-ramingen en realisatiecijfers van het aantal bijstandsuitkeringen zijn meest bepalend voor de omvang van de BUIG. Het aantal uitbetaalde uitkerings­dossiers in het jaar t-2 is mede bepalend voor de uiteindelijke bijdrage, hetzelfde geld voor de uitbetaalde loonkostensubsidie in het jaar t-1. Ook kan de verdeling naar de regio anders komen te liggen, door regionale ontwikkelingen. Daarnaast kan de omvang van het aantal bijstands­ uitkeringen en de omvang van te verstrekken

loonkostensubsidies fluctueren en een positief dan wel negatief saldo tussen baten en lasten opleveren. De realisatie van afgelopen jaren laat zien dat een afwijking in de orde van grootte van 5% heel wel mogelijk is. De kans op een negatieve bijstelling wordt -mede gezien de gunstige ontwikkeling van de bijstands­volumes- ingeschat op 75%. Het risico komt bij een omvang van BUIG-LKS middelen van € 89 miljoen en het afdekken van twee begrotingsjaren uit op € 6,66 miljoen.

2 Lagere toegevoegde waarde: wegvallen

opdrachten en/of druk op tariefstelling Het risico van verdwijnen van opdrachten en detacheringen door toenemende concurrentie en/of een slechtere economische situatie (met name als gevolg van de coronacrisis) is reëel. Gevolg van het wegvallen van opdrachten en detacheringsovereenkomsten zijn lagere uitstroom en omzetverlies. Daarnaast heeft dit ook impact op de bedrijfsvoering vanwege extra effort voor het herplaatsen van de werknemers.

De kans op dit risico wordt gemiddeld tot hoog ingeschat (50%). De impact wordt geschat op 10% van de begrote toegevoegde waarde van € 14,1 miljoen. Dat levert een risico op van € 1,41 miljoen. Het risico wordt afgedekt voor twee begrotingsjaren. Om de risico’s zoveel mogelijk te beperken wordt actief ingezet op duurzame relaties met bestaande werkgevers, goede kwaliteit van dienstverlening en eerlijke prijsstelling. Loon- en prijsontwikkeling die afwijkt van gehanteerde CPB-ramingen Voor het berekenen van de loon- en prijsontwikkeling wordt uitgegaan van de CPB-ramingen die zijn opgenomen in de macro-economische verkenningen. Deze inschattingen worden meer dan een jaar van tevoren gemaakt. Jaarlijks zien we hier afwijkingen op en de impact schatten we op maximaal 1,5%. Bij een lastenomvang (exclusief buig-LKS) van € 90 miljoen en een kans van 75% bedraagt het af te dekken risico € 1,01 miljoen.

3

26

3.a

Weerstandsvermogen en risicobeheersing (vervolg)

4 Opname van de opgebouwde verlofrechten in

één jaar Alle medewerkers van Senzer tezamen hebben (eind 2024) 52.581 uren wettelijk verlof openstaan die niet financieel zijn afgedekt. Het risico bestaat dat in enig jaar meer dan gemiddeld verlof wordt opgenomen of uitbetaald waardoor de lasten in dat jaar hoger zijn dan in de reguliere exploitatie gedekt. Het risico wordt voor 2026 en toekomstige jaren ingeschat op 10% met een gemiddeld tarief van € 22 en is berekend op basis van eindstanden in 2024. Dit representeert een bedrag van € 0,11 miljoen. Daarnaast hebben de Wsw-medewerkers de mogelijkheid verlof te sparen om dit later op te nemen voor een langere aaneengesloten periode. Ter kwantificering van het maximale verlies van toegevoegde waarde wordt gerekend met € 5,92 per uur. Ultimo 2024 is het saldo 63.771 uren, wat een bedrag vertegenwoordigt van € 0,38 miljoen. Het totale risico op balansdatum bedraagt € 0,49 miljoen. Waar mogelijk wordt additioneel opgenomen verlof opgevangen door collega’s, dan wel wordt gekeken naar het prioriteren van werkzaamheden.

5 Toekomstbestendige bedrijfsvoering

De uitvoering van de programma’s digitalisering en huisvesting zijn financieel gedekt vanuit de reserve Toekomstgerichte bedrijfsvoering. Deze reserve is met besluitvorming in december 2024 door het algemeen bestuur aangevuld tot het niveau waarop beide programma’s kunnen worden uitgevoerd. De p.m. reservering zoals opgenomen in de begroting vervalt daardoor; het risico voor beide programma’s wordt bij jaareinde 2024 op nihil geschat. Senzer is doende om ook voor de huisvesting op lange termijn een uitgewerkt plan op te stellen dat naar verwachting in 2025 gereedkomt. De visie op de gewenste toekomstige huisvesting is reeds vastgesteld in 2024 en vastgelegd in het Strategisch Huisvestingsplan. Het nader uitgewerkte plan dient een concreet inzicht te geven in de haalbaarheid van die strategische visie, waarbij ook de financiering en begrotingstechnische consequenties worden geduid. Op dit moment zijn de consequenties nog niet in te schatten, maar uit het Strategisch Huisvestingplan blijkt wel dat voor de lange termijn de huidige situatie niet kan worden gecontinueerd. De p.m. heeft dan ook betrekking op huisvesting lange termijn.

27

3.a

Weerstandsvermogen en risicobeheersing (vervolg)

6 Bedrijfscontinuïteit (fysieke en cybersecurity

risico’s) Met de Covid-pandemie en de netwerkinbraak is nog een keer duidelijk geworden hoe afhankelijk Senzer is van de fysieke locatie en -dossiers alsook de toegang tot systemen en applicaties. Een calamiteit kan leiden tot niet verzekerde schade en ook leegloop aan uren die weer moeten worden ingehaald met overuren en/of inhuur. Aan niet verzekerde schade is een bedrag ingeschat van € 0,3 miljoen. Aan leegloopuren is het risico bepaald op vier weken, volledige sluiting tegen een gemiddeld uurtarief; circa € 2,8 miljoen. De kans wordt laag ingeschat; eens in de 20 jaar. Daarmee komt het risicobedrag op € 0,16 miljoen. Er is continue aandacht voor maatregelen ter voor­ koming of beperking van fysieke en/of digitale schade.

7 Wegvallen transitievergoeding

Per 1 juli 2026 vervalt in principe de compensatie op transitievergoedingen. Dit heeft enorme impact op de sociaal ontwikkelbedrijven en er wordt dan ook stevig gelobbyd voor een uitzonderingspositie of compensatie. Of deze er komt is erg onzeker. Vooralsnog wordt voor het jaar 2026 een half jaar gemis aan transitievergoedingen opgenomen in de risicoparagraaf. De impact is circa € 0,3 miljoen en de kans wordt geschat op 75%. Dat resulteert in een risicoafdekking van € 0,2 miljoen.

8 Overige

Naast voornoemde risico’s zijn er de nodige nieuwe of verscherpte risico’s voorzien voor de begroting 2026 en verder. Deze hebben betrekking op de financiering van lonen van de doelgroep (wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en ontwikkelingen cao) Aan de Slag) alsook aanpassing van de financiering van beschut werk. Deze zijn vooralsnog niet gekwantificeerd.

28

3.b

Financiering

Financiële kengetallen

Met ingang van het jaarbericht 2015 stelt het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), dat de kaders vormt voor de begroting en de jaarverslaglegging van publiek rechtelijke organen waartoe het werkbedrijf behoort, de opname verplicht van een aantal financiële kengetallen. In de tabel hiernaast treft u deze aan met een toelichting. De netto schuldquote saldeert de schulden en de meteen opeisbare tegoeden en zet die af tegen de baten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de posities met en zonder uitgezette leningen, omdat

een hoge schuldpositie met daar tegenover ook hoge uitzettingen vooralsnog niet problematisch hoeft te zijn. Senzer heeft geen uitgezette leningen. Het solvabiliteitsrisico is een indicatie omtrent de mate waarin het werkbedrijf aan zijn langlopende verplichtingen kan voldoen. Het is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen. Een percentage kleiner dan 50% duidt erop dat het vreemd vermogen groter is dan het eigen vermogen, hetgeen betekent dat Senzer in de toekomst zijn langlopende verplichtingen niet zelf kan voldoen.

Voor de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 zijn de structurele lasten en baten met elkaar in evenwicht.

Begroting 2026 -9%

Begroting 2027 -8%

Begroting 2028 -8%

Begroting 2029 -8%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-9%

-8%

-8%

-8%

Solvabiliteitrisico

45%

44%

44%

45%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0%

0%

0%

0%

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Kengetallen BBV Netto schuldquote

Structurele Exploitatieruimte Belastingcapaciteit

De structurele exploitatieruimte geeft de ruimte aan die in de structurele exploitatiebegroting van het werkbedrijf is opgenomen. Het percentage is positief zolang de structurele baten de structurele lasten overtreffen.

29

3.b

Financiering (vervolg)

Hieronder wordt ingegaan op de treasury-activiteiten, met als exponenten kasgeldlimiet en renterisiconorm. De toelichting hierop is een uitvloeisel van het Besluit Begroting en Verantwoordingprovincie en gemeenten (BBV) uit 2004 en betreft met name voor de gemeenschappelijke regeling verplichte onderdelen. De opmerkingen in dit kader moeten dan ook enkel en alleen in het licht van de gemeenschappelijke regeling worden gezien en verwijzen verder op geen enkele wijze naar de verschillende vennootschappen. De eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor het treasurybeleid blijft voorop staan. Dit is geregeld in de wet FIDO. Daarnaast heeft het algemeen bestuur in 2022 het treasurystatuut vast­ gesteld, waarin de regels zijn bepaald met betrekking tot deze taken. Overigens hebben de decentrale overheden met de komst van de wet op het schatkistbankieren praktisch geen handelingsruimte meer als het gaat om beheer van de financiële posities. De wet schrijft voor dat alle overtollige middelen dagelijks afgedragen dienen te worden aan de schatkistrekening. De financiële positie wordt dan ook dagelijks beoordeeld. Daaruit vloeien acties voort om te voorkomen dat we niet kunnen voldoen aan onze dagelijkse betalingsverplichtingen. Het schatkist­bankieren levert

na enkele jaren van een rentepercentage van nul, momenteel en in de voorziene toekomst weer de nodige rente op.

Kasgeldlimiet

Voor het beheersen van de renterisico’s op korte termijn dient Senzer de uitgangspunten van de kasgeldlimiet te hanteren. De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeenschappelijke regeling maximaal als gemiddelde netto vlottende schuld over een periode van drie maanden mag hebben. Indien Senzer deze limiet wenst te overschrijden, moet hiervoor toestemming worden verkregen bij Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Voor gemeenschappelijke regelingen is de kasgeldlimiet bepaald op 8,2% van het totaal­ bedrag van de begroting, waarbij een minimum van € 300.000 geldt. Voor de begroting 2026 betekent dit dat, bij een begrotingstotaal van € 180.473k en het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage van 8,2%, de kasgeldlimiet € 14.799k bedraagt. De laatste jaren heeft Senzer een positief saldo aan vlottende middelen gehad. Een overschrijding van de kasgeldlimiet is dan ook niet aan de orde.

30

4.b

Financiering (vervolg)

Renterisiconorm

Voor het beheersen van de renterisico’s op de lange termijn dient Senzer de renterisico’s in beeld te brengen voor de vaste schuld in relatie tot de renterisiconorm. Het renterisico op de vaste schuld wordt berekend door te bepalen welk deel van de portefeuille aan vaste schuld in enig jaar geherfinancierd moet worden door het aangaan van nieuwe leningen behorend tot de vaste schuld (herfinanciering), en voor welk deel van de vaste schuld de geldnemer een wijziging van de rente op basis van de leningsvoorwaarden niet kan beïnvloeden (renteherziening). De renterisiconorm kan worden berekend door een, bij ministeriële regeling, vastgesteld percentage (20% met een minimum van € 2,5 miljoen) te vermenig­ vuldigen met de totale lasten van de begroting. Het te lopen renterisico mag in beginsel de renterisiconorm niet overschrijden. Senzer zal in 2026 aan de renterisiconorm voldoen.

(Bedragen x € 1.000)

Renterisiconorm begrotingstotaal Variabelen renterisico(norm) (1)

Renteherzieningen

(2)

Aflossingen

(3) = (1+2)

Renterisico

(4)

2026

2027

2028

2029

-

-

-

-

Renterisiconorm

36.095

35.761

35.697

35.687

(5a) = (4>3)

Ruimte onder renterisiconorm

36.095

35.761

35.697

35.687

(5b) = (3>4)

Overschrijding renterisiconorm

-

-

-

-

180.473

178.807

178.483

178.435

Renterisiconorm (4a)

Begrotingstotaal

(4b)

Percentage regeling

20%

20%

20%

20%

(4) = (4a x 4b)

Renterisiconorm

36.095

35.761

35.697

35.687

Begrotingstotaal: de totale lasten op de begroting (Wet financiering decentrale overheden)

31

3.c

Bedrijfsvoering

Organisatie

Senzer voert voor de zeven deelnemende gemeenten sinds 2016 de Participatiewet en aanverwante wet- en regelgeving uit. De daarbij geformuleerde dienstverleningslijnen worden in de uitvoering ondersteund door het bedrijfsonderdeel Bedrijfsvoering.

Toekomstbestendige bedrijfsvoering

Mensgericht werken aan duurzame en innovatieve dienstverlening Mensen blijven belangrijk bij Senzer, zowel inwoners als medewerkers. Ook in 2026 wordt gebouwd aan stevige afdeling HR met een eigentijds HR-beleid. Zeven kernthema’s, waaronder duurzame inzetbaarheid en opleiden en ontwikkelen, blijven leidend. De programma’s ‘medewerkersreis’ en ‘klantreis’ krijgen verder vorm op basis van de in 2025 behaalde resultaten en verkregen inzichten. Ook op andere vakgebieden binnen Bedrijfsvoering wordt verder geprofessionaliseerd: bijvoorbeeld op de gebieden IT, financiën, inkoop en huisvesting.

Tevredenheid en werkbeleving Klanttevredenheid Geplaatste medewerkers met loonkostensubsidie in dienst bij regulier werkgevers

7,5

Uitkeringsgerechtigden en werkzoekenden

7,5

Werkgevers en opdrachtgevers

7,5

Werkbeleving medewerkers in dienst bij Senzer Begeleidingsorgansatie

7,5

Doelgroep

7,5

Huisvesting In 2025 is het programma Huisvesting ‘korte termijn’ succesvol afgerond; wat heeft geleid tot een toekomstbestendige en eigentijdse werkomgeving. Dit draagt bij aan een veilige, gezonde en productieve werkcultuur waarin medewerkers vitaal blijven en klanten en partners zich welkom voelen. De focus in 2026 ligt op de realisatie van het Strategisch Huisvestingsplan van Senzer.

Het doel blijft het realiseren van een uitzonderlijke klantbeleving. Daarvoor is een hoge medewerker tevredenheid voorwaardelijk. Sinds 2022 worden die structureel gemeten. Voor 2026 stelt Senzer zich het volgende ten doel:

32

3.c

Bedrijfsvoering (vervolg)

Digitalisering en gestructureerd werken

Ook in 2026 wordt hard gewerkt aan het realiseren van de digitale visie van Senzer. Een enorme, meer­ jarige opgave. Belangrijk is dat dit in samenhang gebeurt met de doorontwikkeling van het planmatig werken, procesmatig werken en waarderend werken bij Senzer.

Formatieontwikkeling

De gemiddelde formatie betrokken bij de basisdienstverlening is gestabiliseerd in 2024-2025. Dit blijft zo in 2026. Daarmee loopt het aardig in de pas met de volumes van de activiteiten, waar bijstand en LKS groeien en de leerwerkinfrastructuur afneemt. De additionele dienstverlening levert ook een vrij stabiel beeld. De formatie op extern gefinancierde ontwikkeltrajecten neemt af in 2026 met de afloop van een aantal projecten.

Financiële rechtmatigheid

Met ingang van het jaar 2023 geeft het dagelijks bestuur een verklaring af over rechtmatigheid in plaats van de accountant. In de jaarstukken zal het dagelijks bestuur dit doen conform de wettelijk voorgeschreven modelverantwoording. Verantwoording over en toelichting op de financiële rechtmatigheid worden bij de jaarstukken opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering. De concerncontroller stelt jaarlijks een intern controle plan op ten behoeve van de zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de infor­ matieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen en rapporteert hierover.

Fte begeleidingsorganisatie

2025

2026

2027

2028

2029

Gemiddeld

461,45

458,52

447,12

446,13

447,40

33

3.d

Onderhoud kapitaalgoederen

Meerjarenonderhoudplan (MJOP)

In 2024 is het MJOP geactualiseerd. Dit vormt de basis voor het te plegen onderhoud aan onze gebouwen voor de komende 10 jaar. In de voorziening groot onder­houd worden alleen de kosten van groot onderhoud opgenomen. Onder groot onderhoud wordt verstaan alle gebouw gebonden kosten en gebouw gebonden technische installaties kosten. Dit zijn terugkerende kosten die de conditie van het pand op peil houden. Investeringen worden geactiveerd, waarbij de richtlijnen gevolgd worden die in de finan­ ciële verordening zijn bepaald. Kosten klein onderhoud worden rechtstreeks in de winst- en verliesrekening verantwoord. Het algemeen bestuur beslist op grond van de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen over de lasten (dotaties) die voortvloeien uit het recente MJOP in de begroting en meerjaren­ raming. Het algemeen bestuur heeft eind 2024 ingestemd met de dotaties aan de voorziening groot onderhoud voor de jaren 2023 t/m 2032.

34

3.e

Verbonden partijen

Stichting Senzer fungeert als personeelsstichting. Tevens zijn hier de dienstverbanden in het kader van de (voormalige) Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) ondergebracht.

Senzer Direct Werk bv is ingericht voor dienstverbanden van medewerkers op weg naar werk vanuit de Participatiewet. Ook mensen met de indicatie Beschut Werk hebben hier hun dienstverband. Op de dienstverbanden binnen deze vennootschap is sinds 1 juli 2021 de cao Aan de Slag van toepassing.

Naam

Rechtsvorm

Vestigingsplaats

Publiek belang

Wijze van behartiging

Stichting Senzer

Stichting

Helmond

Senzer Direct Werk B.V.

Besloten vennootschap

Helmond

Participatiewet en Wet sociale werkvoorziening Participatiewet

100% vertegenwoordiging 100% deelneming

Naam (bedragen x € 1000)

EV begin 2026

EV eind 2026

VV begin 2026

VV eind 2026

Geschat resultaat 2026

Risico Senzer

Verwachting 2026

Stichting Senzer *

450

450

1.525

2.009

0

nihil Geen bijzonderheden

Senzer Direct Werk B.V. *

18

18

857

1.177

0

nihil Geen bijzonderheden

35

4 Meerjarenraming

Dit is Edwin Edwin kon via het bedrijfsrestaurant van Senzer weer laagdrempelig aan het werk. Later stelde de jobcoach een baan voor in het parkeerbeheer bij PCH. Erwin is een sociaal dier, dus dit paste goed bij hem. Hier werkt hij alweer twee jaar.

Meerjarenraming

(bedragen x € 1.000)

I/S*

2026

2027

2028

2029

S S I/S S S S I/S S I/S I

76.183 12.586 983 26.163 9.040 42.722 1.324 11.473 -

76.906 12.586 895 24.147 10.353 41.700 1.324 10.897 -

76.906 12.586 895 22.289 11.431 42.156 1.324 10.897 -

76.906 12.586 895 20.577 12.356 42.895 1.324 10.897 -

180.473

178.807

178.483

178.435

14.107 397 2.343 79.163 13.294 30.814 2.825 384 34.599 399 900 -

13.804 397 2.053 79.340 13.294 29.548 3.022 413 35.850 399 900 -

13.510 397 2.004 79.340 13.294 28.448 3.218 442 36.955 188 900 -

13.230 397 2.004 79.340 13.294 27.188 3.416 471 38.220 188 900 -

179.225

179.021

178.697

178.649

-1.248

214

214

214

22 64 177 542 442 -

22 64 -300 -

22 64 -300 -

22 64 -300 -

-

-

-

-

1.248 -

-214 -

-214 -

-214 -

I/S*

2026

2027

2028

2029

Structurele lasten Structurele baten Structureel resultaat

S S S

178.712 178.712 -

178.507 178.507 -

178.183 178.183 -

178.135 178.135 -

Incidentele lasten Incidentele baten Incidenteel resultaat

I I I

1.761 1.761 -

300 300 -

300 300 -

300 300 -

LASTEN Buig uitkeringen / BBZ 2004 uitkeringen Buig Loonkostensubsidies Participatiewet begeleiding- en overige kosten Loonkosten doelgroepen Detacheringskosten doelgroepen Loonkosten begeleidingsorganisatie Detacheringskosten begeleidingsorganisatie Afschrijvingskosten Overige kosten Incidentele lasten

TOTAAL LASTEN BATEN Toegevoegde waarde Huuropbrengsten Overige opbrengsten Buig-middelen uitkeringen Buig-middelen LKS Wsw Beschut Rijksbijdrage sociale infrastructuur Bijdrage algemeen deel Overige subsidies Rentebaten Incidentele baten

S S S S S S S S S S S I

TOTAAL BATEN RESULTAAT LASTEN - BATEN ONTTREKKING/DOTATIE RESERVES Bedrijfsrestaurant Montgomeryplein Kapitaallasten programma Huisvesting korte termijn Informatievoorziening Opleiding, training, ontwikkeling Personele knelpunten Toekomstgerichte bedrijfsvoering Intertemporele middelen Innovatie Participatiewet Dekking overlopende Tozo lasten Compensatie gemeenten Impuls sociale infrastructuur Algemene reserve

S S I I I I I I I I I I I

ONTTREKKING/DOTATIE RESERVES RESULTAAT / TE DEKKEN TEKORT Structurele lasten en baten

(bedragen x € 1.000)

37

5 Balans

Dit is Elianne Elianne kon met hulp van haar jobcoach starten in een tijdelijke functie als cmmunicatiemedewerker bij een project om mensen met een psychische kwetsbaarheid aan werk te helpen. Haar eigen kwetsbaarheid bleek een pluspunt. Dat beviel zo goed dat Elianne een vaste functie bij Senzer heeft aanvaard.

5. Balans Toelichting

Geprognosticeerde balansen (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Activa Materiele vaste activa

8.000

8.000

8.000

8.000

Financiele vaste activa

18

18

18

18

Voorraden

50

50

50

50

Liquide middelen

250

250

250

250

Uitzettingen < 1 jaar

33.310

32.413

32.627

32.841

Overlopende activa

3.000

3.000

3.000

3.000

Totaal debet

44.628

43.731

43.945

44.159

Algemene reserve

9.198

9.198

9.198

9.198

Bestemmingsreserves

10.929

10.033

10.247

10.460

-

-

-

-

Totaal eigen vermogen

20.128

19.231

19.445

19.659

Voorzieningen

3.500

3.500

3.500

3.500

Vaste schulden

-

-

-

-

Vlottende schulden

7.500

7.500

7.500

7.500

Overlopende passiva

13.500

13.500

13.500

13.500

Totaal credit

44.628

43.731

43.945

44.159

De geprognosticeerde balans laat een rustig verloop zien net als de afgelopen jaren. Het niveau aan investeringen en afschrijvingen blijven door de jaren heen redelijk in balans. Ook de liquiditeitsbegroting laat een stabiel saldo zien. De bestemmingsreserves worden in 2025 nog een keer integraal doorgelopen en voorzien van actuele bestedingsplannen. Incidentele bestedingen ten laste van bestemmingsreserves worde toegelicht bij incidentele baten en lasten. De overige posten laten zich moeilijk (meerjarig) inschatten en/of zijn erg afhankelijk van het moment.

Passiva Eigen vermogen

Resultaat huidig boekjaar

39

6 Verloop reserves en weerstandsvermogen

Dit is Anas Anas moest met zijn gezin vluchten van de oorlog in Syrië. Hij pakte daarna de draad van zijn oude beroep als schilder weer op. Door een hernia moest hij op zoek naar ander werk. En dat lukte. Hij is nu aan de slag als technisch tekenaar bij Enexis netbeheer.

40

6. Verloop reserves en weerstandsvermogen Verloop reserves

Stand

2026

2027

2028

2029

Stand

31-12-2025

dotatie onttrekking

dotatie onttrekking

dotatie onttrekking

dotatie onttrekking

31-12-2029

Bedrijfsrestaurant Montgomeryplein Kapitaallasten programma Huisvesting korte termijn Informatievoorziening Opleiding, training, ontwikkeling Personele knelpunten Toekomstgerichte bedrijfsvoering Intertemporele middelen Innovatie Participatiewet Dekking overlopende Tozo-lasten Impuls sociale infrastructuur Algemene reserve

149 901 417 372 396 5.722 177 767 972 1.195 1.110 9.198

-22 -64 -177 -542 -442 -

-22 -64 300 -

-22 -64 300 -

-22 -64 300 -

-

-

-

-

61 643 417 372 396 5.722 1.124 530 1.195 1.110 9.198

Totaal reserves

21.375

-1.248

214

214

214

20.769

Weerstandsvermogen

9.198

-

-

-

-

9.198

(bedragen x € 1.000)

41

6. Verloop reserves en weerstandsvermogen (vervolg) Toelichting

Bedrijfsrestaurant Montgomeryplein Dekking van de extra kapitaallasten verbouwing 2007/2008. Kapitaallasten programma Huisvesting k.t. Dekking van de extra kapitaallasten investeringen 2024 en 2025. Intertemporele middelen De middelen die Senzer in 2016/2017 als voorschot heeft ontvangen uit de Rijksmiddelen voor vergunninghouders wordt jaarlijks ingezet ter dekking van de daarmee samenhangende lasten. Het restant van de middelen loopt in 2026 uit de begroting. Innovatie Jaarlijks wordt er een bedrag aan inclusieve technologie gedoteerd. Ieder jaar wordt daarbij opnieuw bekeken óf en welke innovaties zich aandienen om de dienstverlening te moderniseren. Veelal wordt pas later in het jaar een concreet bestedingsvoorstel uitgewerkt. Zie verder bijlage 7.

Participatiewet Betreft een tweetal pilotprojecten. Intensieve samenwerking loopt nog door in 2026, de pilot 0-30 is dan gestopt, de lopende dossiers worden echter wel nog afgehandeld in 2026. Zie verder bijlage 7.

Voor een deel van bestemmingsreserves worden de bestedingsplannen in 2025 geactualiseerd en zo nodig bijgesteld. De bestedingsplannen worden vervolgens met begrotingsbijstellingen aangeboden aan het dagelijks en algemeen bestuur voor verdere besluitvorming. Bij het ontbreken van een bestedingsdoel zal de desbetreffende reserve worden opgeheven. Bijstellingen hebben aldus effect op de beginstanden van 2026 en mogelijk de bestedingen ten laste van de reserves in 2026.

42

7 Investeringen

Dit is Rovan Via Senzer kwam Rovan bij Tristo terecht. Tristo is een organisatie die statushouders de Nederlandse werknemersvaardigheden aanleert. Nu sorteert ze pakketjes bij DHL. De ideale baan om te combineren met haar inburgeringscursus.

7. Investeringen Investeringen

bedragen x € 1000 Gemiddeld 2027-2029

Begroting 2026 Gronden en terreinen

-

-

Woonruimten

-

-

185

14

-

-

Vervoermiddelen

300

345

Machines, apparaten en installaties

535

680

Overige materiële vaste activa

490

480

1.510

1.519

Bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

Totaal Senzer

Toelichting

In de begroting 2026 is het Meerjarig investeringsplan 2025-2028, zoals door het algemeen bestuur in december 2024 vastgesteld, integraal verwerkt en doorgetrokken voor 2029.

In 2026 zijn er geen noemenswaardige investeringen die er specifiek uitspringen. Het programma huis­ vesting korte termijn heeft er in 2024 en 2025 voor gezorgd dat de locatie Montgomeryplein/Churchilllaan weer bij de tijd is gebracht.

44

Bijlagen

Bijlage 1 - Totale bijdragen per gemeente Bijdragen Gemeenten 2026 Terugbetaling

bedragen in € BUIG Gemeente

Rijksbijdrage

intertemporele

Wsw

Beschut

middelen

Totaal

Verdeelsleutel

sociale

Algemeen

bijdragen

Algemene

infrastructuur

deel

gemeente

middelen

Asten

3.499.667

-11.561

1.349.698

104.185

15.521

1.382.434

6.339.944

4,00%

Deurne

8.600.198

-30.329

3.796.621

335.706

39.773

3.256.683

15.998.652

9,41%

Geldrop-Mierlo

12.751.206

-53.248

1.550.389

367.541

197.571

4.811.227

19.624.686

13,91%

Gemert-Bakel

7.561.866

-16.716

4.186.150

306.766

21.665

3.112.376

15.172.108

9,00%

Helmond

51.527.622

-21.120

16.004.757

1.504.891

37.833

18.545.268

87.599.251

53,60%

Laarbeek

4.765.421

-17.817

2.273.520

112.867

21.503

1.859.874

9.015.368

5,38%

Someren

3.928.346

-26.025

1.652.540

92.609

49.959

1.631.575

7.329.004

4,72%

Totaal

92.634.327

-176.816

30.813.675

2.824.565

383.824

34.599.437

161.079.012

100,00%

Bijdragen Gemeenten 2027 Terugbetaling

bedragen in € BUIG Gemeente

Rijksbijdrage

intertemporele

Wsw

Beschut

middelen

Totaal

Verdeelsleutel

sociale

Algemeen

bijdragen

Algemene

infrastructuur

deel

gemeente

middelen

Asten

3.499.667

0

1.284.990

111.485

16.702

1.432.028

6.344.872

3,99%

Deurne

8.600.198

0

3.647.268

359.229

42.798

3.385.996

16.035.490

9,44%

Geldrop-Mierlo

12.751.206

0

1.560.645

393.294

212.600

4.977.741

19.895.486

13,88%

Gemert-Bakel

7.561.866

0

3.894.453

328.261

23.313

3.231.300

15.039.194

9,01%

Helmond

51.527.622

0

15.404.223

1.610.339

40.711

19.194.174

87.777.069

53,54%

Laarbeek

4.765.421

0

2.093.001

120.775

23.139

1.932.220

8.934.556

5,39%

Someren

3.928.346

0

1.663.567

99.098

53.759

1.696.451

7.441.221

4,73%

Totaal

92.634.327

0

29.548.147

3.022.481

413.022

35.849.910

161.467.887

100,00%

46

Bijlage 1 - Totale bijdragen per gemeente (vervolg) Bijdragen Gemeenten 2028 Terugbetaling

bedragen in € BUIG Gemeente

Rijksbijdrage

intertemporele

Wsw

Beschut

middelen

Totaal

Verdeelsleutel

sociale

Algemeen

bijdragen

Algemene

infrastructuur

deel

gemeente

middelen

Asten

3.499.667

0

1.175.929

118.702

17.883

1.475.883

6.288.064

3,99%

Deurne

8.600.198

0

3.490.442

382.484

45.825

3.500.297

16.019.247

9,47%

Geldrop-Mierlo

12.751.206

0

1.523.495

418.754

227.635

5.124.982

20.046.072

13,87%

Gemert-Bakel

7.561.866

0

3.761.478

349.511

24.962

3.336.369

15.034.186

9,03%

Helmond

51.527.622

0

14.894.335

1.714.583

43.590

19.767.619

87.947.749

53,49%

Laarbeek

4.765.421

0

2.045.331

128.594

24.775

1.996.218

8.960.339

5,40%

Someren

3.928.346

0

1.557.073

105.513

57.561

1.753.725

7.402.218

4,75%

Totaal

92.634.327

0

28.448.083

3.218.141

442.231

36.955.093

161.697.876

100,00%

Bijdragen Gemeenten 2029 Terugbetaling

bedragen in € BUIG Gemeente

Rijksbijdrage

intertemporele

Wsw

Beschut

middelen

Totaal

Verdeelsleutel

sociale

Algemeen

bijdragen

Algemene

infrastructuur

deel

gemeente

middelen

Asten

3.499.667

0

962.503

126.003

19.066

1.526.140

6.133.379

3,99%

Deurne

8.600.198

0

3.309.372

406.010

48.858

3.630.158

15.994.596

9,50%

Geldrop-Mierlo

12.751.206

0

1.465.350

444.511

242.700

5.293.933

20.197.699

13,85%

Gemert-Bakel

7.561.866

0

3.582.406

371.009

26.614

3.456.286

14.998.181

9,04%

Helmond

51.527.622

0

14.542.397

1.820.046

46.474

20.425.544

88.362.084

53,44%

Laarbeek

4.765.421

0

1.899.845

136.503

26.415

2.068.919

8.897.103

5,41%

Someren

3.928.346

0

1.425.976

112.003

61.370

1.819.050

7.346.746

4,76%

Totaal

92.634.327

0

27.187.849

3.416.085

471.497

38.220.029

161.929.787

100,00%

47

Bijlage 2 – Specificatie bijstelling BUIG-middelen Bijstelling Buig-middelen uitkeringen (2025 -> 2026) bedragen in € Gemeente Asten Deurne Geldrop-Mierlo Gemert-Bakel Helmond Laarbeek Someren Totaal

Buig-uitkeringen 2025 2.966.115 6.801.329 10.802.643 6.008.265 44.020.956 3.717.353 3.151.451 77.468.112

Index macro budget 2026 (2,42%) 71.666 164.332 261.011 145.170 1.063.623 89.818 76.145 1.871.764

Incl index macrobudget 2026 3.037.782 6.965.661 11.063.654 6.153.435 45.084.579 3.807.171 3.227.595 79.339.876

Bijstelling Buig-middelen LKS (2025 -> 2026) bedragen in € Gemeente Asten Deurne Geldrop-Mierlo Gemert-Bakel Helmond Laarbeek Someren Totaal

Buig-LKS 2025 432.254 1.529.678 1.579.293 1.318.078 6.029.710 896.776 655.797 12.441.586

Index macro budget 2026 (6,85%) 29.631 104.859 108.260 90.354 413.334 61.474 44.955 852.866

Incl index macrobudget 2026 461.885 1.634.537 1.687.553 1.408.431 6.443.044 958.250 700.751 13.294.451

Toelichting

Met ingang van deze begroting worden de ontvangen Rijksmiddelen van de BUIG uitgesplitst in een deel bestemd voor dekking van de uitkeringslasten en een deel bestemd voor de dekking van de loonkosten­ subsidies (LKS). De grondslagen van beide zijn verschillend waarbij het deel dat betrekking heeft op de loonkostensubsidies direct gekoppeld is aan de uitgaven aan loonkostensubsidie in voorgaande jaren. De ontwikkeling en daarmee indexering van beide onderdelen is verschillend vanwege verschillende raming over de ontwikkeling van de uitkeringen en de ontwikkeling van de uitgaven aan loonkostensubsidie. Die ramingen zijn met hiernaast genoemde tabel ook direct inzichtelijk gemaakt.

Bijstelling Buig-middelen totaal (2025 -> 2026) bedragen in € Gemeente Asten Deurne Geldrop-Mierlo Gemert-Bakel Helmond Laarbeek Someren Totaal

Buig-totaal 2025 3.398.369 8.331.008 12.381.936 7.326.343 50.050.666 4.614.129 3.807.247 89.909.698

Index macro budget 2026 101.297 269.191 369.270 235.524 1.476.957 151.291 121.099 2.724.630

Incl index macrobudget 2026 3.499.667 8.600.198 12.751.206 7.561.866 51.527.622 4.765.421 3.928.346 92.634.327

48

Bijlage 3 – Verdeelsleutels bijdrage algemeen deel Cluster Participatie excl. minimabeleid 2026 bedragen in € Gemeente

Cluster

Verdeelsleutel

Participatie

aandeel

AU-GF

Senzer

Minimabeleid

Totaal

Totaal

Cluster

Gevraagde

Participatie

bijdrage

AU-GF

Asten

1.410.647

4,00%

1.045.281

2.455.928

1.382.434

Deurne

3.323.145

9,41%

2.055.128

5.378.274

3.256.683

Geldrop-Mierlo

4.909.415

13,91%

2.696.861

7.606.276

4.811.227

Gemert-Bakel

3.175.894

9,00%

1.956.358

5.132.253

3.112.376

Helmond

18.923.743

53,60%

8.905.697

27.829.440

18.545.268

Laarbeek

1.897.830

5,38%

1.280.989

3.178.819

1.859.874

Someren

1.664.873

4,72%

1.091.203

2.756.076

1.631.575

Totaal

35.305.548

100,00%

19.031.517

54.337.065

34.599.437

Totaal

Totaal

Cluster

Gevraagde

Participatie

bijdrage

Cluster Participatie excl. minimabeleid 2027 bedragen in € Gemeente

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15309061/2