CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Milieueffectrapport NPRD - Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket

Gemeenteraad 11 september 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Ter informatie41.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

blad 24 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Spreiding Het laatste perspectief kijkt in totaal (voor alle locatiespecifieke en bovenregionale behoeften) naar de spreiding van de Voorkeursalternatieven. Hierbij is gekeken naar zowel de geografische spreiding als spreiding over de bestaande functies die mogelijk moeten verdwijnen. Zo kan beoordeeld worden of sprake is van een evenwichtige verdeling over land en functie. De drie extra perspectieven geven nadere informatie voor de definitieve keuze voor een Voorkeursalternatief per behoefte, maar ook voor het definitieve pakket aan locaties voor in het NPRD. In totaal levert de informatie vanuit het nader onderzoek en de drie extra perspectieven (alsmede de zes bestaande perspectieven) voldoende inzicht voor een trechtering in Zeef 2 naar Voorkeursalternatieven en daarmee naar een Voorkeurspakket voor het NPRD, zie figuur 2-2.

figuur 2-2 Aangescherpte perspectieven en aanvullend onderzoek biedt informatie voor trechtering in Zeef 2 naar Voorkeursalternatieven

blad 25 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

3.

Zeef 1 – Trechtering naar enkele kansrijke alternatieven In dit hoofdstuk is voor alle bovenregionale behoeften en de locatiespecifieke behoeften waar sprake is van meerdere uitbreidingsalternatieven beschreven hoe tot kansrijke en niet kansrijke alternatieven is gekomen. De basis voor deze trechtering in Zeef 1 is voornamelijk op de resultaten van het planMER-onderzoek gebaseerd. Deze zijn samengevat in MER deel A te lezen en in meer detail in de diverse bijlagenrapportages. Op basis van de resultaten van het verrichte onderzoek is door Defensie een keuze gemaakt in kansrijke alternatieven en niet meer kansrijke alternatieven. Deze overwegingen zijn daarna afgestemd met alle andere ministeries, waarna deze ambtelijk afgestemd en daarna bestuurlijk zijn vastgesteld.

3.1

Behoefte I – Versterken en concentreren van ondersteunende eenheden De Kazerne voor de ondersteunende eenheden is vooral bedoeld voor geneeskundige, logistieke en verbindingsdienst-eenheden. Deze eenheden zullen vanaf de kazerne hun werk doen, wat bestaat uit onderhoudswerkzaamheden, oefeningen, maar ook het volgen van opleidingen. Op de kazerne zullen ongeveer 7.000 personen werkzaam zijn, waarvan ongeveer de helft op de kazerne wordt gelegerd en de andere helft dagelijks van huis naar werk zal reizen. De kazerne zal beschikken over kantoren, lesgebouwen en opslagruimten voor bijvoorbeeld uitrusting en voertuigen. Ook zullen er sportfaciliteiten, een bedrijfsrestaurant en legering worden gebouwd. Om de militairen volledig te kunnen trainen voor hun taak, zal ook een schietbaan worden aangelegd. Hier zal op werkdagen dagelijks gebruik van worden gemaakt. Het aangrenzende oefenterrein zal worden gebruikt voor oefeningen op groeps- en pelotonsniveau. Dit zijn oefeningen waarbij enkele tientallen personen en een tiental voertuigen betrokken zijn. Dit vindt voor het grootste deel op werkdagen, tijdens kantooruren plaats.

3.1.1

Inzicht in de impact van de perspectieven op de alternatieven In het MER deel A zijn de effecten van het versterken en concentreren van ondersteunende eenheden op één locatie voor zes alternatieven in beeld gebracht. In tabel 3-1 zijn de alternatieven op de impact op het betreffende thema onderling gerangschikt conform de systematiek zoals beschreven in paragraaf 2.3. Per perspectief is de rangschikking kort toegelicht. Daarna is in paragraaf 3.1.2 beschreven hoe de eerste trechtering in Zeef 1 naar de kansrijke alternatieven voor deze behoefte heeft plaatsgevonden. tabel 3-1: Beoordeling op perspectieven alternatieven versterken en concentreren van ondersteunende eenheden

Alternatief

Water en bodem

Natuur

Ermelo

!

Stroe

!

Woonomgeving

Landbouw

Landschap en cultuur

Raakvlakken

Zeewolde - Spiekweg Zeewolde - Gooiseweg Zeewolde - Oosterwold Biddinghuizen

Relatieve beoordeling (links minste impact – rechts meeste impact)

Perspectief – Water en bodem Vanuit het perspectief Water en Bodem scoren de locaties in de Flevolandse polder duidelijk slechter dan de locaties op de Veluwe. Uit het onderzoek blijkt dat op de Flevolandse alternatieven risico’s kunnen bestaan op het gebied van opbarsten, wateroverlast en bodemdaling. Ook is sprake van een groter overstromingsrisico, dat niet aanwezig is bij de locaties Ermelo en Stroe. De locatie Spiekweg is minder slecht beoordeeld dan de overige drie locaties, omdat in dit gebied de waterdiepte bij een mogelijke overstroming kleiner is dan bij de overige

blad 26 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

locaties. De locaties Stroe en Ermelo liggen in een gebied dat is aangemerkt als intrekgebied en als licht aandachtspunt is benoemd. De locaties Spiekweg, Oosterwold en Gooiseweg liggen in een boringsvrije zone. Perspectief – Natuur De locaties Stroe en Ermelo zijn beide omgeven door kwetsbare en tevens stikstofgevoelige natuur (Natura 2000). Het onderzoek laat zien dat een uitbreiding buiten de huidige perceelsgrens op beide locaties leidt tot zeer grote negatieve effecten op natuur. Deze negatieve effecten zijn zodanig van omvang dat de verwachting is dat deze niet passend te maken zijn binnen de vigerende natuurwetgeving. Op drie van de vier Flevolandse locaties zijn geen grote effecten op natuur te verwachten. Uitzondering is de locatie Spiekweg die slechter scoort dan de overige drie locaties, omdat het gelegen is een netwerk van natuurgebieden waarvan aantasting niet geheel te voorkomen is. Perspectief – Woonomgeving Vanuit het perspectief Woonomgeving scoort het alternatief Oosterwold relatief het slechtst, omdat hier mogelijk de meeste woningen moeten verdwijnen. Echter, het beschouwde gebied is ruim groter dan de benodigde aantal hectares. Bij een passend aantal hectare is het aantal te amoveren woningen waarschijnlijk ongeveer gelijk aan die van de locaties Gooiseweg (12) en Biddinghuizen (13). Dit aantal is kleiner (9) bij de locatie Spiekweg.

Bij Stroe moeten de minste woningen verdwijnen. Het alternatief Ermelo scoort relatief slecht, vanwege de milieueffecten voor de kern Ermelo als gevolg van extra transportbewegingen. De milieueffecten van transportbewegingen op woningen zijn voor de andere alternatieven substantieel kleiner. Bovendien leidt uitbreiding op de locatie Ermelo in een aantal varianten tot het verdwijnen van een recreatiepark. Perspectief – Landbouw De locaties Zeewolde-Spiekweg, Zeewolde-Gooiseweg en Biddinghuizen gaan ten koste van landbouwgrond met relatief hoge vruchtbaarheid en opbrengst en scoren vanuit dit perspectief zeer slecht. Voor de locatie ZeewoldeOosterwold is de weging minder negatief, omdat deze landbouwgronden al voorzien zijn voor grootschalige woningbouw. De locatie Spiekweg is ook relatief minder negatief, omdat hier netto minder landbouwgrond hoeft te verdwijnen dan bij de locaties Gooiseweg en Biddinghuizen. De locaties Ermelo en Stroe gaan niet ten koste van landbouwareaal en scoren dus het minst slecht. Perspectief – Landschap en cultuur De locaties Ermelo en Stroe hebben grote negatieve effecten op landschap en cultuurhistorie, omdat uitbreiding van de kazerne hier ten koste zal gaan van het natuurlijk waardevol landschap Veluwe. Beide gebieden zijn daarnaast ook archeologisch en cultuurhistorisch zeer relevant.

Ook op de Flevolandse locaties heeft de realisatie van een nieuwe kazerne effecten op het landschap, maar leidt dit niet tot een wezenlijke verandering van het polderlandschap. Ook zijn hier geen op nationaal niveau beschermde cultuurhistorische waarden aanwezig. De locaties op de Veluwe scoren hier dus slechter dan de locaties in Flevoland. Perspectief – Raakvlakken Voor de locatie Oosterwold is een grote woningbouwopgave voorzien; onderzocht zal moeten worden in hoeverre deze ontwikkeling combineerbaar is met de vestiging van een nieuwe grote Defensiekazerne. De locatie Spiekweg ligt nabij de Nijkerkerbrug. De wegvakken en diverse kruisingen zijn al overbelast of zitten daar tegenaan in de referentiesituatie. Door de realisatie van de nieuwe kazerne neemt de congestie toe tot mogelijk matige tot zware congestie in de spits. De overige locaties hebben geen conflicten met andere rijksbelangen.

3.1.2

Selectie van kansrijke alternatieven Het planMER-onderzoek laat zien dat de negatieve effecten op de maatgevende aspecten in Stroe en Ermelo zodanig van omvang zijn dat de uitvoerbaarheid in het gedrang komt. Uitbreiding van de locaties Stroe en Ermelo in Natura 2000 doorstaat naar verwachting de ADC-toets in het kader van natuurwetgeving niet. Het alternatief Biddinghuizen Noord scoort zeer negatief op de perspectieven Woonomgeving, landbouw en water en bodem. Ook ligt de locatie relatief ver van andere defensielocaties en is daarmee minder goed bereikbaar. Tenslotte valt ook het alternatief Zeewolde-Gooiseweg af, omdat de locatie dezelfde aandachtspunten heeft als de locatie Spiekweg en nergens beter scoort dan deze locatie. Deze locatie kan daarom nooit een terugvaloptie zijn.

blad 27 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Zeewolde – Spiekweg en Zeewolde – Oosterwold scoren relatief het minst slecht op alle thema’s in het planMERonderzoek. Ook voldoen de locaties aan de wens van Defensie om voor deze behoefte een centrale locatie te gebruiken. Daarom zijn deze locaties als ‘kansrijk’ betiteld. Het alternatief Zeewolde-Spiekweg scoort van deze twee locaties in de breedte het gunstigst (minst slecht). Voor de afwikkeling van het extra verkeer zijn nader onderzoek en (mogelijk) maatregelen nodig bij de (kruisingen nabij de) Nijkerkerbrug. Het alternatief Zeewolde-Oosterwold scoort vergelijkbaar met de andere alternatieven in Flevoland op geohydrologische effecten, maar onderscheidt zich omdat de extra verkeersbelasting in mindere mate tot knelpunten of investeringen leidt. Een belangrijk aandachtspunt voor het vervolgonderzoek is of de realisatie van een nieuwe kazerne samen kan gaan met de op deze locatie voorziene woningbouw. De twee ‘kansrijke’ alternatieven zijn verder onderzocht in Zeef 2, ook naar de mogelijkheden om het gebruik op deze locaties te optimaliseren teneinde de effecten op de omgeving te beperken. Voor de overige niet kansrijke locaties is optimalisatie van mogelijke effecten op de omgeving niet mogelijk of wordt een te geringe meerwaarde verwacht en zijn deze niet verder onderzocht. In figuur 3-1 zijn de resultaten van de beoordeling op de zes perspectieven te zien.

figuur 3-1 Beoordeling alternatieven in Zeef 1 op de zes perspectieven voor behoefte I

3.2

Behoefte II – Extra locatie grootschalige munitieopslag Medewerkers van het Munitiebedrijf zijn van maandag tot en met vrijdag op de locatie aanwezig en zorgen ervoor dat munitie op een veilige manier wordt in-, op-, en uitgeslagen. Dit begint bij de levering van nieuwe munitie. Deze wordt door onze mensen uitvoerig getest zodat we zeker weten dat het veilig te gebruiken is en veilig opgeslagen kan worden. Als de munitie eenmaal ligt opgeslagen, wordt de munitie onder een zeer streng regime beheerd. Daarbij wordt de munitie periodiek geïnspecteerd en onderhouden. Onafhankelijke instanties controleren regelmatig of het strenge beheerregime in voldoende mate wordt gevolgd. Wanneer de operationele eenheden munitie nodig hebben, leveren wij deze als het moet binnen een paar uur aan hen uit. Wij zorgen ervoor dat de transportdocumenten op orde zijn, de munitie verzendgereed is en uiteindelijk veilig wordt getransporteerd. Dagelijks vinden er transporten van munitie plaats van en naar het complex. Dit zal zichtbaar in de omgeving. Ook hiervoor gelden strenge eisen vanuit de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen om de transporten zo veilig als mogelijk te laten verlopen.

blad 28 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

3.2.1

Inzicht in de impact van de perspectieven op de alternatieven In deel A van dit MER zijn de effecten van de realisatie van een grootschalige munitieopslag voor acht alternatieven in beeld gebracht. In tabel 3-2 zijn de alternatieven op de impact op het betreffende thema onderling gerangschikt conform de systematiek zoals beschreven in paragraaf 2.3. Per perspectief is de rangschikking kort toegelicht. Daarna is in paragraaf 3.2.2 beschreven hoe de eerste trechtering in Zeef 1 naar de kansrijke alternatieven voor deze behoefte heeft plaatsgevonden. tabel 3-2: Beoordeling op perspectieven alternatieven grootschalige munitieopslag

Alternatief

Water en bodem

Natuur

Woonomgeving

Landbouw

Landschap en cultuur

Raakvlakken

Biddinghuizen Dalfsen Weerselo Zevenaar Toldijk Zoelen – Oost Zoelen – West Staphorst

Relatieve beoordeling (links minste impact – rechts meeste impact)

Perspectief – Water en bodem Op het perspectief Water en bodem scoort de locatie Biddinghuizen minder goed dan de overige locaties. Dit komt door aandachtspunten op het gebied van overstromingsrisico, kwel en infiltratiecapaciteit. In mindere mate spelen vergelijkbare problemen op de locaties Zevenaar en Zoelen-Oost. De locaties Weerselo en Staphorst kennen de minste aandachtspunten. Perspectief – Natuur De locatie Staphorst scoort op het perspectief natuur als slechtste. Dit komt doordat het de enige locatie is die grotendeels in natuurgebied ligt. Zowel om als in het zoekgebied liggen natuurgebieden die onderdeel uitmaken van de NNN. Bij de verdere uitwerking moet blijken in hoeverre een munitieopslag mogelijk is zonder natuurwaarden significant aan te tasten. Tegelijkertijd kunnen er ook meekoppelkansen zijn om de natuurwaarden te versterken. De locaties Zoelen-West, Zoelen-Oost, Zevenaar en Dalfsen scoren het best, omdat hier geen natuurgebieden in of net naast gelegen is. De locaties Biddinghuizen, Weerselo en Toldijk scoren minder goed dan deze vier locaties, omdat hier NNN-gebied naast of deels in de zoekgebieden liggen. Perspectief – Woonomgeving Vanuit veiligheidsperspectief is het nodig om de woningen in de zogenaamde A- en B-zone rond de nieuwe munitieopslag te amoveren.

Het aantal woningen dat potentieel in deze A- en B-zone ligt is daarmee een belangrijk beoordelingscriterium voor de locatiekeuze, hoewel het aantal in vervolgstudies nog kan afnemen. De locaties Dalfsen (mogelijk maximaal 33 woningen), Zevenaar (mogelijk maximaal 33 woningen) en Toldijk (maximaal 74 woningen) scoren het slechtst. Ook de locaties Weerselo (mogelijk maximaal 24 woningen), ZoelenOost (mogelijk maximaal 21 woningen) en Zoelen-West (mogelijk maximaal 25 woningen) leiden tot een potentieel grote amoveringsopgave. De locaties Biddinghuizen (mogelijk maximaal 6 woningen) en Staphorst (mogelijk maximaal 4 woningen) scoren duidelijk het beste op dit aspect. De locatie Biddinghuizen is relatief iets slechter gescoord, omdat hier ook sprake is van omlegging van de provinciale weg N305 wat mogelijk tot meer impact op huizen in de omgeving heeft. In deel A is ook gekeken naar optimalisatiemogelijkheden binnen de zoekgebieden om het aantal te amoveren woningen te reduceren. Voor de onderlinge score op dit perspectief maakt dit echter niet uit. Een verdere optimalisatie is beschouwd voor de kansrijke alternatieven in Zeef 2. Perspectief – Landbouw De locatie Staphorst scoort het beste op het aspect landbouw, omdat deze locatie verhoudingsgewijs een beperkte impact op agrarische gronden heeft. Vanwege de relatief lagere vruchtbaarheid van de bodem scoort blad 29 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

de locatie Weerselo minder slecht dan de overige alternatieven. De locatie Zoelen-Oost scoort ook iets minder slecht, omdat hier wel landbouwgronden, maar geen bedrijven in het gebied gevestigd zijn. Op alle andere locaties zorgt een nieuwe grootschalige munitieopslag voor verhoudingsgewijs grotere negatieve effecten op het landbouwkundig gebruik. Bij dit perspectief geldt, net als bij natuur, dat het verschil tussen de relatief minst slecht scorende locatie (Staphorst) en de overige zeven locaties groot is. Daarom is één stap in de classificatie ‘overgeslagen’. Perspectief – Landschap en cultuur De locaties Zoelen-Oost en Zoelen-West liggen in een aardkundig zeer waardevol gebied en herbergen monumenten. Op de locaties Toldijk en Zevenaar is ook sprake van aantasting van respectievelijk cultuurhistorische waarden en archeologische waarden. Op deze locaties is het landschap als zeer hoge kwaliteit gewaardeerd. Op de locatie Biddinghuizen is naast landschappelijke aantasting sprake van enige aardkundige en archeologische waarden. Op de overige locaties is ook sprake van sterke aantasting van het landschap, maar hier zijn geen andere waarden (archeologisch, aardkundig of cultuurhistorisch) waardoor deze relatief minder slecht scoren op dit perspectief.

Perspectief – Raakvlakken De realisatie van een grootschalige munitieopslag kan op de locaties Zevenaar en Toldijk conflicteren met Rijksplannen op het gebied van buisleidingen, waterstofnetwerk en netverzwaring. Deze locaties scoren daarmee op dit aspect slechter dan de overige locaties. Tijdens het onderzoek is gebleken dat op de locatie Dalfsen de aanwezigheid van de 380kV-hoogspanningsleiding in de zogenaamde ‘A-zone’ rond de opslag een groot risico vormt voor de munitie die moet worden opgeslagen. Voor het alternatief Weerselo geldt dat in de C-zone mogelijk een nieuwbouwplan gerealiseerd kan gaan worden. Daarom is ook als aandachtspunt in de blauwtinten opgenomen.

3.2.2

Samenvattend overzicht en selectie van kansrijke alternatieven Het planMER-onderzoek laat zien dat drie ‘kansrijke’ locaties (Biddinghuizen, Weerselo en Staphorst) over de breedte van de onderzochte aspecten relatief goed/beter scoren ten opzichte van de overige ‘niet kansrijke’ locaties (Dalfsen, Zevenaar, Toldijk, Zoelen-Oost en Zoelen-West). Het hoge aantal te amoveren woningen geldt voor de ‘niet kansrijke’ locaties als zwaarwegend aspect om deze alternatieven niet verder te onderzoeken, vanwege de heftige impact hiervan op de maatschappij. Daarnaast zijn er bij deze alternatieven grote negatieve effecten op landbouw (alle vijf), strijdigheid met rijksbelangen op het gebied van het energienetwerk (Zevenaar, Toldijk en Dalfsen) en negatieve effecten op waardevol landschap (Zoelen-Oost, Zoelen-West en Zevenaar). De locatie Staphorst scoort op alle aspecten het minst slecht, behalve op het aspect natuur. Realisatie van de behoefte op deze plek brengt aantasting van het Natuurnetwerk Nederland met zich mee, en gelijktijdig een mogelijke aantasting van het recreatiegebied. De locatie is goed bereikbaar, ligt op een goede afstand tot Veenhuizen, beschikt over voldoende ruimte en betreft een bestaande munitieopslag. De locatie Biddinghuizen scoort over de breedte van het MER-onderzoek goed, met voldoende ruimte, goede ontsluiting, en het minste te amoveren woningen na Staphorst.

De locatie heeft een provinciale weg (N305) en een 380kv-hoogspanningsverbinding in de directe nabijheid, maar optimalisatie binnen deze beperkingen is mogelijk. Wel dient mogelijk de N305 omgelegd te worden. De haalbaarheid en effecten van deze omlegging zijn onderdeel van het nader onderzoek in Zeef 2. In Weerselo kunnen de zones van het locatie-alternatief mogelijk worden geoptimaliseerd, zodat minder woningen geamoveerd moeten worden. Desondanks zal het aantal nog steeds hoger zijn dan op de andere twee kansrijke locaties. De drie ‘kansrijke’ alternatieven zijn verder onderzocht in Zeef 2, ook naar de mogelijkheden om het gebruik op deze locaties te optimaliseren teneinde de effecten op de omgeving te beperken. Voor de overige niet kansrijke locaties is optimalisatie van mogelijke effecten op de omgeving niet mogelijk of wordt een te geringe meerwaarde verwacht en zijn deze niet verder onderzocht. In figuur 3-2 zijn de resultaten van de beoordeling op de zes perspectieven te zien.

blad 30 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

figuur 3-2 Beoordeling alternatieven in Zeef 1 op de zes perspectieven voor behoefte II

3.3

Behoefte III – Nieuwe munitieopslag Snel Inzetbare Capaciteit (SIC) Defensie moet klaar staan voor de dreigingen van nu en in de toekomst. Daarom groeit Defensie en is er meer ruimte nodig voor munitieopslag. Defensie bewaart munitie in beveiligde munitieopslaglocaties die voldoen aan strikte veiligheidseisen. Binnen de NAVO zijn afspraken gemaakt zodat operationele eenheden van Defensie snel kunnen worden ingezet ingeval van een conflict. De munitie die daarbij nodig is moet dan ook direct beschikbaar zijn, zodat snel kan worden gereageerd op crises. Om deze munitie snel beschikbaar te hebben is een nieuwe munitieopslag nodig dicht bij de Eemshaven in Noord-Nederland. Vanuit daar wordt de munitie getransporteerd naar het crisisgebied. Er vinden in beperkte mate transporten van munitie plaats tussen het terrein en andere locaties. Dit kan toenemen indien de veiligheidssituatie in de wereld daarom vraagt.

3.3.1

Inzicht in de impact van de perspectieven op de alternatieven In het MER deel A zijn de effecten van de realisatie van een nieuwe munitieopslag Snel Inzetbare Capaciteit (SIC) voor acht alternatieven in beeld gebracht. In tabel 3-3 zijn de alternatieven op de impact op het betreffende thema onderling gerangschikt conform de systematiek zoals beschreven in paragraaf 2.3. Per perspectief is de rangschikking kort toegelicht. Daarna is in paragraaf 3.3.2 beschreven hoe de eerste trechtering in Zeef 1 naar de kansrijke alternatieven voor deze behoefte heeft plaatsgevonden. tabel 3-3 Beoordeling op perspectieven alternatieven nieuw munitieopslag SIC

Alternatief

Water en bodem

Natuur

Woonomgeving

Landbouw

Landschap en cultuur

Raakvlakken

Lemmer Kollumerwaard-Oost Slochteren Luddeweer Exloo Zweeloo Kollumerwaard-West Tjuchem

Relatieve beoordeling (links minste impact – rechts meeste impact)

blad 31 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Perspectief – Water en bodem Vanuit het perspectief Water en bodem scoort het alternatief Exloo het minst positief. Op deze locatie stuit de realisatie van een munitieopslag op aandachtspunten op het gebied van bodemdaling, grondwater en waterkeringen. Daarna scoren de alternatieven Slochteren, Luddeweer en in mindere mate Tjuchem relatief slechter. Dit komt door de (aanzienlijke) bodemdaling en mogelijk overstromingsrisico. Bij de overige alternatieven zijn minder aandachtspunten aanwezig. Perspectief – Natuur De aanleg en de activiteiten hebben impact op natuur. De impact per alternatief verschilt onderling. Vanwege de ligging in en naast Natuurnetwerk Nederland en de aanwezigheid van beschermde soorten scoort het alternatief Zweeloo relatief het slechtst op het perspectief Natuur. Ook bij Exloo ligt Natuurnetwerk Nederland in/nabij het gebied en is een grote soortendichtheid flora en fauna aanwezig. Het alternatief Kollumerwaard-West ligt direct naast een Natura 2000-gebied (Vogelrichtlijngebied) wat een aandachtspunt is (vanwege de aard van deze behoefte is de impact als beperkt ingeschat). Dit geldt ook voor Kollumerwaard-Oost, maar omdat hier een veel groter gebied is waarbinnen de behoefte gerealiseerd kan worden, is dit minder negatief beoordeeld.

Op de overige locaties komen in bepaalde mate beschermde soorten voor, maar is dit niet als een groot aandachtspunt geclassificeerd. Perspectief – Woonomgeving Vanuit het perspectief Woonomgeving scoren de alternatieven Luddeweer, Exloo en Tjuchem als slechtste, omdat op deze locaties mogelijk negen woningen moeten worden geamoveerd en veel woningen binnen de C-zone vallen. Het alternatief Zweeloo scoort minder slecht, maar leidt nog steeds tot het mogelijk amoveren van twee woningen en relatief veel woningen in de C-zone. Bij de alternatieven Lemmer en Slochteren moet mogelijk één woning worden geamoveerd. Bij de alternatieven in Kollumerwaard is geen amovering van woningen nodig, deze scoren dus relatief het beste. Perspectief – Landbouw De alternatieven Kollumerwaard-Oost, Slochteren, Luddeweer, Exloo en Zweeloo gaan ten koste van relatief vruchtbare landbouwgronden en scoren daarmee relatief het slechtste vanuit het perspectief Landbouw. Ook het alternatief Lemmer bestaat deels uit agrarisch bouwland, maar op een relatief iets minder vruchtbare bodem. De alternatieven Kollumerwaard-West en Tjuchem scoren het beste, omdat deze locaties niet ten koste gaan van landbouwgrond.

Perspectief – Landschap en cultuur Vanuit het perspectief Landschap en cultuur scoren de locaties Slochteren, Exloo en Zweeloo het slechtste, omdat de bouw van een munitieopslag hier leidt tot de forse aantasting van het bestaande landschap. Ook bij de alternatieven Lemmer, Kollumerwaard-Oost en Luddeweer is sprake van een negatief effect op het landschap en/of cultuurhistorische waarden, maar hier is de aantasting kleiner of het landschap minder waardevol. Op de locaties Kollumerwaard-West en Tjuchem is geen sprake van significante aantasting van waardevol landschap. Perspectief – Raakvlakken Vanuit het perspectief Raakvlakken zijn voor de alternatieven geen negatieve effecten bekend op de uitvoering van andere Rijksopgaven. Enkel voor het alternatief Tjuchem speelt de mogelijke interferentie met de aanleg van het waterstofnetwerk in dit gebied.

3.3.2

Samenvattend overzicht en selectie van kansrijke alternatieven De locaties Slochteren, Luddeweer, Exloo, Zweeloo en Tjuchem scoren op verschillende beoordelingscriteria relatief slecht en zijn daarmee niet kansrijk voor de ontwikkeling van een nieuw munitiecomplex voor Snel Inzetbare Capaciteit (SIC). Bij de locaties in Midden-Groningen (Slochteren, Luddeweer en Tjuchem) zorgen aspecten als bodemdaling, te amoveren woningen en effecten op waardevol landschap en/of vruchtbare landbouwgrond ervoor dat de alternatieven niet kansrijk zijn. Bij het alternatief Exloo zijn de negen te amoveren woningen en de aantasting van het landschap zwaarwegende negatieve effecten. Voor Zweeloo zorgen de aantasting van het landschap, de te amoveren woningen en hinder voor recreatiebedrijven ervoor dat het alternatief niet kansrijk is.

blad 32 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

De ‘kansrijke’ locaties Lemmer, Kollumerwaard-Oost en Kollumerwaard-West scoren relatief gunstig op het perspectief Woonomgeving: zo hoeven er voor de alternatieven Kollumerwaard Oost en West geen woningen geamoveerd te worden. Voor Lemmer moeten drie woningen geamoveerd worden; hoewel dit een zeer ingrijpende keuze zou zijn is het aantal relatief laag vergeleken de locaties die als ‘niet kansrijk’ zijn gerekend. De drie ‘kansrijke’ locaties scoren ook relatief minste slecht op de andere perspectieven ten opzichte van de ‘niet kansrijke’ locaties in het planMER onderzoek. Zo hebben veel ‘niet kansrijke’ locaties te maken met ernstige vormen van bodemdaling en negatieve effecten op de natuur. Deze spelen nauwelijks tot minder op de ‘kansrijke’ locaties. Aandachtspunt voor het alternatief Kollumerwaard-Oost is de impact op de landbouwgrond, waaronder een proefboerderij. De drie ‘kansrijke’ alternatieven zijn verder onderzocht in Zeef 2, ook naar de mogelijkheden om het gebruik op deze locaties te optimaliseren teneinde de effecten op de omgeving te beperken. Voor de overige niet kansrijke locaties is optimalisatie van mogelijke effecten op de omgeving niet mogelijk of wordt een te geringe meerwaarde verwacht en zijn deze niet verder onderzocht. In figuur 3-3 zijn de resultaten van de beoordeling op de zes perspectieven te zien.

figuur 3-3 Beoordeling alternatieven in Zeef 1 op de zes perspectieven voor behoefte III

3.4

Behoefte IV – Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven (springterrein) Het springterrein is nodig om oefeningen met explosieven mogelijk te maken. Het oefenterrein is bedoeld om meer capaciteit voor Defensie-eenheden te bieden, maar ook om uitgebreidere oefeningen met explosieven mogelijk te maken. Denk hierbij niet alleen aan het gebruik van zwaardere explosieven, maar ook het gebruik van explosieven in een tactisch scenario. Een voorbeeld hiervan zou kunnen zijn dat militairen moeten oefenen om een brug op te blazen. Hier zal enkele dagen voorbereiding voor nodig zijn, waarna één grote explosie plaatsvindt. Oefeningen met lichtere explosieven kunnen enkele keren per dag plaatsvinden. Het terrein zal zo worden ingericht dat overlast van de explosies zo veel mogelijk beperkt wordt. Denk hierbij aan aanleg van geluidswallen en het planten van bebossing. De explosies zullen omwille van de veiligheid en het

blad 33 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

verminderen van de impact op de omgeving middenin het terrein plaatsvinden. Het terrein zal ongeveer 40 weken per jaar op werkdagen, vrijwel altijd tijdens kantooruren in gebruik zijn.

3.4.1

Inzicht in de impact van de perspectieven op de alternatieven In het MER deel A zijn de effecten van de realisatie van een grootschalige munitieopslag voor acht alternatieven in beeld gebracht. In tabel 3-4: Beoordeling op perspectieven alternatieven oefenen en trainen met explosieventabel 3-4 zijn de alternatieven op de impact op het betreffende thema onderling gerangschikt conform de systematiek zoals beschreven in paragraaf 2.3. Per perspectief is de rangschikking kort toegelicht. Daarna is in paragraaf 3.4.2 beschreven hoe de eerste trechtering in Zeef 1 naar de kansrijke alternatieven voor deze behoefte heeft plaatsgevonden. tabel 3-4: Beoordeling op perspectieven alternatieven oefenen en trainen met explosieven

Alternatief

Water en bodem

Natuur

Woonomgeving

Landbouw

Landschap en cultuur

Raakvlakken

Swifterbant Lelystad Nijverdal Loenen Arnhem-Rozendaal Wapenveld Kollumerwaard Uitbreiding Reek

Relatieve beoordeling (links minste impact – rechts meeste impact)

Perspectief – Water en bodem Vanuit het perspectief Water en Bodem is het onderscheid tussen de alternatieven relatief beperkt. Bij het alternatief Kollumerwaard zijn mogelijk aandachtspunten rondom het grondwater als gevolg van het springen met explosieven. Ook bij de andere alternatieven zijn aandachtspunten aanwezig. Het springen met explosieven kan negatieve effecten op het gebied hebben zoals mogelijke bodemverontreiniging, een hoog waterpeil, aanwezigheid van waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden en/of Kaderrichtlijn Water (KWR)-gebieden. Vlak na het alternatief Kollumerwaard scoren de alternatieven Swifterbant en Lelystad slechter, vanwege de optelsom van effecten op het gebied van bodemdaling, bodemkwaliteit, oppervlaktewater en (in het geval Swifterbant) de aanwezigheid van een waterkering. De overige alternatieven scoren gelijk, zonder een duidelijk relatief minst slecht scorend alternatief. Perspectief – Natuur Vanuit het perspectief Natuur is een duidelijke tweedeling zichtbaar tussen de alternatieven. De vier locaties op de Veluwe – Nijverdal, Loenen, Arnhem-Rozendaal en Wapenveld – scoren zeer negatief vanwege de ligging in en nabij Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland. De alternatieven Swifterbant en Kollumerwaard scoren slechter dan de alternatieven Lelystad en Uitbreiding Reek, vanwege de ligging in de nabijheid van Natura 2000gebieden.

Lelystad is relatief minst slecht beoordeeld vanwege een klein percentage Natuurnetwerk Nederland in het gebied dan bij de uitbreiding van Reek. Perspectief – Woonomgeving Bij het alternatief ‘Uitbreiding Reek’ dienen de meeste woningen geamoveerd te worden (24). Ook bij het alternatief Swifterbant (12) is dit aantal relatief hoog. Hierbij zijn tevens aandachtspunten rondom de ligging aan de A6 hetgeen ook mogelijke consequenties heeft. Daarom zijn deze twee alternatieven relatief het slechtst gescoord. Bij Lelystad (7) en Loenen (8) dienen ook diverse woningen geamoveerd te worden. Dit is een hoger aantal dan bij Wapenveld (3) en Nijverdal (2). Het aantal is het laagst (1) bij Arnhem-Rozendaal en Kollumerwaard. Perspectief – Landbouw Voor het perspectief Landbouw is dezelfde tweedeling zichtbaar als bij het perspectief Natuur. De vier alternatieven rondom de Veluwe scoren ditmaal relatief goed, omdat zij niet ten koste gaan van blad 34 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

landbouwgronden. De locaties Swifterbant, Lelystad en Kollumerwaard gaan ten koste van agrarische bedrijven en landbouwgrond met een relatief hoge vruchtbaarheid en opbrengstpotentie en scoren dus slecht vanuit dit perspectief. Ook bij het alternatief Uitbreiding Reek dienen bij de realisatie van het explosievenspringterrein agrarische percelen uit gebruik worden genomen. Echter, een deel van deze percelen is al in omvorming naar natuurwaarden. Daarom is hier de beoordeling minder negatief. Perspectief – Landschap en cultuur Op alle alternatieven heeft de ontwikkeling van een explosievenspringterrein negatieve effecten op het perspectief Landschap en Cultuur. Hierin zijn de alternatieven in meer of mindere mate gelijk beoordeeld. Het alternatief Kollumerwaard heeft verder geen belangrijke aandachtspunten op aspecten als erfgoed, geomorfologie en archeologie. Dit geldt wel voor de overige alternatieven. Hierbij scoren het alternatief Loenen (vanwege de ligging van het Nationale Ereveld op korte afstand van het zoekgebied), het alternatief Swifterbant (vanwege de hoge archeologische waarden die aanwezig zijn in een deel van het gebied) en het alternatief Arnhem-Rozendaal (vanwege de status als Nationaal Park Veluwezoom) relatief het slechtst. Perspectief –Raakvlakken Op het perspectief Raakvlakken zijn drie alternatieven met een negatievere impact op ‘Raakvlakken’.

Bij Lelystad gaat het om mogelijke interferentie met Lelystad Airport. Voor het alternatief Swifterbant geldt dat door het zoekgebied een uitbreiding van het hoogspanningsnet is voorzien. Ook grenst de locatie aan A6, hetgeen met luide knallen op het terrein een aandachtspunt kan zijn voor de verkeersveiligheid . Dit laatste geldt ook voor Loenen en Arnhem-Rozendaal. Bij Arnhem-Rozendaal is ook mogelijke interferentie met Terlet als aandachtspunt voor dit perspectief relevant..

3.4.2

Samenvattend overzicht en selectie van kansrijke alternatieven De alternatieven bij deze behoefte IV kunnen grofweg in twee typen gebieden onderscheiden worden. Alternatieven die bestaan uit landbouwgrond en alternatieven in Natura 2000-gebieden. De uitbreiding van Reek neemt hier een middenpositie in. De effecten op de perspectieven natuur en landbouw zijn daarom sterk wisselend. Het mogelijk moeten amoveren van woningen is een zwaarwegend perspectief voor Defensie. De alternatieven Reek en Swifterbant scoren hier relatief het slechtst op. Bovendien kennen deze alternatieven nog andere (grote) aandachtspunten, waardoor ze als niet kansrijk voor een voorkeursalternatief zijn beschouwd na deze Zeef 1. De alternatieven Arnhem-Rozendaal en Kollumerwaard scoren op dit perspectief met maximaal 1 te amoveren woningen relatief het minst slecht op. Ook scoren Kollumerwaard en Arnhem-Rozendaal in het planMER relatief minder slecht als het gaat om geluidshinder voor omwonenden. Van de onderzochte alternatieven is er het minste potentiële geluidsoverlast in Arnhem-Rozendaal en Kollumerwaard. Beide alternatieven hebben diverse aandachtspunten. Het alternatief Kollumerwaard bijvoorbeeld op grondwater, het nabijgelegen Natura 2000gebied en een significant areaal landbouwgrond.

Het alternatief Arnhem-Rozendaal heeft (grote) aandachtspunten vanwege de ligging in Natura 2000, landschap en recreatie. Het alternatief Lelystad heeft een groot aandachtspunt op het gebied landbouw en daarnaast moeten maximaal zeven woningen geamoveerd worden (al is hier nog optimalisatie voor mogelijk). De effecten op natuur zijn het minst negatief van de onderzochte alternatieven. De alternatieven Nijverdal, Wapenveld en Loenen hebben naast de grote impact op Natura 2000 (waar ze in liggen) meer aandachtspunten dan het alternatief Arnhem-Rozendaal. Zo zijn meer woningen te amoveren, respectievelijk twee, drie en acht. Ook is meer potentiële geluidshinder aanwezig op de omgeving en is bij Loenen een militair ereveld nabij gelegen. Per saldo zijn de alternatieven Arnhem-Rozendaal, Kollumerwaard en Lelystad relatief de minst slecht scorende alternatieven (wel allen met diverse grote aandachtspunten) en zijn deze als kansrijk voor beoordeling in Zeef 2 aangemerkt. Hierbij is ook in ogenschouw genomen dat bij deze drie alternatieven zowel vanuit landbouwperspectief en natuurperspectief kansrijke opties in zitten. In figuur 3-4 zijn de resultaten van de beoordeling op de zes perspectieven te zien.

blad 35 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

figuur 3-4 Beoordeling alternatieven in Zeef 1 op de zes perspectieven voor behoefte IV

3.5

Behoefte V – Oefenen in verstedelijkt gebied Het oefendorp zal ongeveer 45 weken per jaar dagelijks in gebruik zijn, in sommige gevallen ook ’s nachts en/of in het weekend. Er zal hierbij gebruik worden gemaakt van onder andere oefenmunitie en rookgranaten. In dit oefendorp moet een compagnie, een eenheid van ongeveer 150 militairen, kunnen oefenen. Het oefendorp bestaat uit huizen, wegen en gebouwen als bijvoorbeeld winkels of kantoren. De militairen krijgen hier les en de gelegenheid om procedures en technieken met voertuigen, wapens en drones te oefenen. Het onbebouwde, beboste deel van het terrein zal deels in gebruik blijven op de huidige manier, maar zal ook moeten dienen als benaderingsroute om te oefenen in het nieuwe oefendorp, waar de militaire activiteit van Defensie het grootst zal zijn.

3.5.1

Inzicht in de impact van de perspectieven op de alternatieven In het MER deel A zijn de effecten van de realisatie van een nieuw oefendorp voor elf alternatieven in beeld gebracht. In Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. zijn de alternatieven op de impact op het betreffende thema onderling gerangschikt conform de systematiek zoals beschreven in paragraaf 2.3. Per perspectief is de rangschikking kort toegelicht. Daarna is in paragraaf 3.5.2 beschreven hoe de eerste trechtering in Zeef 1 naar de kansrijke alternatieven voor deze behoefte heeft plaatsgevonden. Voor deze behoefte is vanwege het grotere aantal alternatieven een ‘extra’ beoordelingsmogelijkheid (donkerste kleur blauw) opgenomen. Zo is voorkomen dat te weinig onderscheidend vermogen aangeduid kon worden.

blad 36 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie tabel 3-5: Beoordeling op perspectieven alternatieven oefenen in verstedelijkt gebied

Alternatief

Water en bodem

Natuur

Woonomgeving

Landbouw

Landschap en cultuur

Raakvlakken

Leusderheide Nassau-Dietz kazerne Weerterheide Crayelheide Rucphense Heide Havelte West Marnewaard De Haar Vlasakkers Doorn-Driebergen Vughtse Heide

Relatieve beoordeling (links minste impact – rechts meeste impact)

Perspectief – Water en bodem Vanuit het perspectief Water en bodem scoren de alternatieven De Haar en Marnewaard het slechtste, omdat hier zowel een mogelijke bodemdaling als negatieve effecten op het gebied van grondwateroverlast en KRWwaterlichamen of KRW-oppervlaktewater aan de orde is. Ook de alternatieven Rucphense Heide en Havelte West kennen een negatieve beoordeling vanuit het aspect water. Rucphense Heide ligt in een waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied. Havelte West is onderdeel van een grondwaterschermingsgebied en drinkwaterintrekgebied en kent mogelijk grondwateroverlast. Het alternatief Vughtse Heide kent beperkte aandachtspunten op het gebied van grondwater en waterveiligheid. De overige alternatieven hebben geen aandachtspunten vanuit het perspectief Water en bodem. Perspectief – Natuur Alle alternatieven hebben negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Het slechtst scoren de alternatieven Weerterheide en Vughtse Heide, die voor het grootste deel bestaan uit Natura 2000 en/of Natuurnetwerk Nederland. De relatief minste impact is op de Vlasakkers en De Haar. Hier is procentueel het minste areaal aan NNN of Natura 2000 dat geraakt wordt. De overige alternatieven liggen tussen deze groepen alternatieven in.

Hierbij hebben de alternatieven Doorn-Driebergen, Rucphense Heide, Crayelheide en de NassauDietz kazerne meer oppervlak Natuurnetwerk Nederland dan bij de alternatieven Havelte-West en Marnewaard. De Leusderheide wordt gekenmerkt door diverse bijzondere soorten, waaronder de zandhagedis. Perspectief – Woonomgeving Vanuit het perspectief Woonomgeving is geluidsoverlast een belangrijk beoordelingsaspect. Een nieuw oefendorp zal bij de alternatieven Vughtse Heide en Havelte West mogelijk leiden tot geluidshinder op een substantiële hoeveelheid woningen. Ook de alternatieven Doorn-Driebergen, Leusderheide en de Vlasakkers scoren relatief slecht op dit perspectief. De alternatieven Nassau Dietz-kazerne, Weerterheide en Marnewaard scoren het beste op dit perspectief, omdat hier de minste woningen in de omgeving zijn gelegen. De overige alternatieven zitten hier qua geluidhinder op de omgeving tussenin. Perspectief – Landbouw Voor alle alternatieven zijn vanuit het perspectief Landbouw niet of nauwelijks negatieve effecten aanwezig. Het alternatief Crayelheide scoort slechter dan de overige alternatieven, omdat in dit alternatief landbouwpercelen liggen. Het effect is niet slechter beoordeeld, omdat het enkele percelen betreft.

Perspectief – Landschap en cultuur Vanuit het perspectief Landschap en cultuur heeft de ontwikkeling van oefendorp negatieve effecten op waardevol landschap in veel alternatieven. Van de alternatieven scoren de alternatieven Crayelheide en Vughtse Heide relatief het slechtst. Bij de Crayelheide doet het oefendorp afbreuk aan historisch landschappelijke sporen blad 37 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

van het voormalige Celtic Field en aantasting van een archeologisch monument. Bij de Vughtse Heide zijn enkele rijksmonumenten aanwezig. De alternatieven Nassau-Dietz kazerne en Marnewaard scoren relatief het beste, omdat hier al bebouwing aanwezig is (met name de Nassau-Dietz kazerne) en de afwezigheid van significante waarden (met name Marnewaard). In het geval van de Marnewaard betreft het een uitbreiding van het bestaande oefendorp, bij de Nassau Dietz kazerne betreft het ander gebruik en inrichting van al bebouwd terrein. Na deze twee alternatieven volgt De Haar met relatief beperktere impact op de omgeving. De overige vijf alternatieven scoren relatief gemiddeld. Perspectief – Raakvlakken Voor alle alternatieven, op de Nassau Dietz kazerne na, is geen sprake van interferentie met andere (Rijks)belangen. Een nieuw oefendorp op de Nassau Dietz kazerne is alleen mogelijk als overeenstemming bereikt wordt met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) om het huidig gebruik te beëindigen.

3.5.2

Samenvattend overzicht en selectie van kansrijke alternatieven Voor de Nassau-Dietz kazerne geldt dat dit alternatief relatief minder slecht scoort in de milieubeoordeling. Zo is er sprake van bestaande bouw en minder impact op de leefomgeving. Nu doet de kazerne dienst als asielzoekerscentrum, een functie die niet verenigbaar is met een oefendorp op dezelfde locatie. Samen met het COA zullen de mogelijkheden om deze locatie in gebruik te nemen moeten worden verkend. Ook het oefenterrein Weerterheide scoort relatief minder slecht ten opzichte van de andere alternatieven in het planMER onderzoek. Een mogelijk knelpunt voor dit alternatief is de ligging in Natura2000. Omdat het een Vogelrichtlijngebied (met wel nabij gelegen stikstofgevoelige habitats) betreft en er in de huidige situatie al militair gebruik plaatsvindt is een oefendorp niet op voorhand uitgesloten. Nader onderzoek is nodig om vast te stellen of het realiseren van een oefendorp vanuit natuuroogpunt haalbaar is. Oefenterrein De Haar scoort in de breedte minder goed dan de vorige twee locaties, maar is wel kansrijk. Aandachtspunten liggen primair op het gebied van bodem en water. Daarnaast is op oefenterrein De Haar ook een locatiespecifieke uitbreidingsbehoefte. De vraag is of deze behoefte combineerbaar is met een oefendorp. Dit geldt ook voor de Weerterheide.

Nader inzicht in het perspectief Defensiegebruik (in Zeef 2) is nodig om hierover meer duidelijkheid te geven. Het alternatief Marnewaard scoort vergelijkbaar met De Haar bij de milieubeoordeling. Ook hier liggen de aandachtspunten vooral op het gebied van bodem en water. Een belangrijk nadeel van dit alternatief is dat het een uitbreiding van het bestaande oefendorp zou betekenen. De meerwaarde van de uitbreiding en de spreiding zal nader verkend worden in zeef 2. Oefenterrein Leusderheide scoort in de breedte goed in de milieubeoordeling en is daarom tot de kansrijke alternatieven gerekend. Dit alternatief beschikt over voldoende benaderruimte om het oefendorp te benaderen. De belangrijkste mogelijke knelpunten bij het alternatief Leusderheide zijn de mogelijke verdringing van bestaande defensieactiviteiten, hinder voor de omgeving en conflicten met andere ruimteclaims in de omgeving. Ook zijn hier aandachtspunten voor natuur (bijvoorbeeld hier is grootste populatie zandhagedissen van Nederland gesitueerd) De alternatieven Crayelheide, Rucphense Heide, Havelte West, Vlasakkers, Doorn-Driebergen en Vughtse Heide vallen af in Zeef 1, omdat zij vanuit meerdere perspectieven negatieve effecten hebben op de leefomgeving.

Ook geldt voor deze locaties bovendien dat zij, in tegenstelling tot de kansrijke locaties, niet over voldoende ruimte beschikken voor een goede benadering van het oefendorp. Omdat de overige alternatieven allemaal aandachtspunten hebben die kunnen leiden tot uitsluitsel is gekozen om alle vijf kansrijke alternatieven mee te nemen in het onderzoek van Zeef 2. De vijf ‘kansrijke’ alternatieven zijn verder onderzocht in Zeef 2, ook naar de mogelijkheden om het gebruik op deze locaties te optimaliseren teneinde de effecten op de omgeving te beperken. Voor de overige niet kansrijke locaties is optimalisatie van mogelijke effecten op de omgeving niet mogelijk of wordt een te geringe meerwaarde verwacht en zijn deze niet verder onderzocht. In figuur 3-5 zijn de resultaten van de beoordeling op de zes perspectieven te zien.

blad 38 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

figuur 3-5 Beoordeling alternatieven in Zeef 1 op de zes perspectieven voor behoefte V

3.6

Behoefte VI – Amfibisch oefengebied Om kleinschalige landingen op meerdere locaties te kunnen oefenen is het noodzakelijk om op meerdere plekken langs de Nederlandse kust amfibisch te kunnen landen. Daarbij is het ook van belang dat het achterliggende terrein soms een meer stedelijk karakter heeft en soms meer groen. Dit is noodzakelijk om onze Mariniers te trainen om met verschillende terreinen om te gaan zoals zij die ook over de hele wereld tegen kunnen komen. Door de verdeling over meerdere locaties zal er aantal keer per jaar op een locatie getraind worden. Veelal zullen dit kleinschalige trainingen zijn waarbij een landingsvaartuig op het strand komt personeel uitstapt, weer instapt en daarna weer weg vaart. Die trainingen worden soms ondersteund met helikopters en onbemande systemen. blad 39 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Bij grotere oefeningen op niveau 4 en 5 (100-350 militairen) zullen er meer landingsvaartuigen, personeel, kleine voertuigen, onbemande systemen en helikopters deelnemen aan de oefening. Dit soort oefeningen duren over het algemeen ook langer dan 24 uur. In deze periode zullen de mariniers aan land gaan met vaartuigen en helikopters en daarna snel en stil doorgaan naar het achterland om hun opdracht uit te voeren. Het omgekeerde is ook mogelijk waarbij kleine eenheden naar de kust komen om opgepikt te worden door een landingsvaartuig of helikopter.

3.6.1

Inzicht in de impact van de perspectieven op de alternatieven In het MER deel A zijn de effecten van het mogelijk maken van een amfibisch oefengebied voor zeven alternatieven in beeld gebracht. In tabel 3-6 zijn de alternatieven op de impact op het betreffende thema onderling gerangschikt conform de systematiek zoals beschreven in paragraaf 2.3. Per perspectief is de rangschikking kort toegelicht. Daarna is in paragraaf 3.6.2 beschreven hoe de eerste trechtering in Zeef 1 naar de kansrijke alternatieven voor deze behoefte heeft plaatsgevonden. tabel 3-6: Beoordeling op perspectieven alternatieven amfibisch oefengebied

Alternatief

Water en bodem

Natuur

Woonomgeving

Landbouw

Landschap en cultuur

Raakvlakken

Petten Vliehors Marnehuizen Ouddorp Oostvoorne Maasvlakte Groote Keeten

Relatieve beoordeling (links minste impact – rechts meeste impact)

Perspectief – Water en bodem Vanuit het perspectief Water en bodem is er weinig onderscheid tussen de zeven alternatieven. De alternatieven Petten, Groote Keeten, Vliehors en Marnehuizen scoren licht slechter dan de andere drie alternatieven vanwege de aanwezigheid van KRW-oppervlaktewaterlichamen. Perspectief – Natuur De alternatieven Petten, Groote Keeten, Ouddorp en Oostvoorne scoren relatief zeer slecht vanuit het perspectief Natuur. De vier alternatieven liggen in kwetsbare Natura 2000-gebieden waar (zeer) significant negatieve effecten op kwetsbare beschermde flora en fauna niet uit te sluiten zijn. Ook alternatief Vliehors heeft negatieve effecten op het omliggende Natura 2000-gebied, maar scoort beter omdat dit gebied al in gebruik is als oefenterrein voor Defensie. De alternatieven Marnehuizen en Maasvlakte II scoren vanuit natuurperspectief het beste, omdat deze niet in Natura 2000-gebied gelegen zijn (alleen indirecte effecten). Perspectief – Woonomgeving Het alternatief Oostvoorne scoort vanuit het perspectief Woonomgeving relatief het slechtste, vanwege de aanwezigheid van vakantieparken op korte afstand en ook het aantal woningen binnen een straal van 250 meter is het grootst van alle alternatieven. Ook bij het alternatief Petten, Ouddorp en Groote Keeten vormen vakantieparken, woningen en campings in de omgeving aandachtspunten.

De alternatieven Vliehors, Marnehuizen en Maasvlakte II hebben vanuit het perspectief Woonomgeving de minste negatieve effecten (geen woningen in de omgeving aanwezig) en scoren dus het beste. Perspectief – Landbouw Vanuit het perspectief Landbouw is er weinig onderscheid tussen de alternatieven. Vanwege de aanwezigheid van enkele landbouwpercelen in het gebied scoren de alternatieven Petten, Ouddorp en Oostvoorne licht slechter dan de alternatieven Vliehors, Marnehuizen en Maasvlakte II.

blad 40 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Perspectief – Landschap en cultuur De alternatieven Petten, Groote Keeten, Oostvoorne en Ouddorp hebben negatieve effecten op natuurlijk historische landschappen en scoren daarom het slechtste vanuit het perspectief Landschap en cultuur. Vanwege de beleefbaarheid van de natuur bij het Zwanenwater is het alternatief Petten relatief het slechtst beoordeeld. De alternatieven Marnehuizen en Maasvlakte II zorgen niet voor aantasting van landschappelijke of cultuurhistorische waarden en scoren het beste. Bij de alternatieven Vliehors en Marnewaard vormen mogelijke effecten op UNESCO-gebied De Waddenzee een aandachtspunt. Perspectief – Raakvlakken Vanuit het perspectief Raakvlakken scoren de alternatieven Marnehuizen (voorkeursgebied voor ontwikkeling van grootschalige elektrolyse) en Maasvlakte II (plannen/projecten energiestructuur) slechter dan de overige vier alternatieven.

3.6.2

Samenvattend overzicht en selectie van kansrijke alternatieven Binnen het planMER onderzoek kwam het perspectief natuur als onderscheidende aspect het meest duidelijk naar voren voor trechtering. Bij het amfibisch oefenen wordt er vanuit zee op het strand ‘geland’ en ‘doorgestoten’ naar achterliggend gebied. Veel van het Nederlandse kustlandschap is kwetsbaar natuurgebied. De alternatieven Petten, Groote Keeten, Ouddorp en Oostvoorne liggen in een dergelijk kwetsbaar gebied en scoren daarom zeer negatief als het gaat om de effecten op natuur. Samen met de negatieve effecten op woningen, vakantieparken en campings en de aantasting van waardevol historisch landschap heeft dit geleid tot de constatering dat deze alternatieven niet kansrijk zijn. De kansrijke locaties scoorden in het planMER aanzienlijk minder slecht op het aspect van natuur dan de niet kansrijke locaties. De locatie Marnehuizen beschikt over de mogelijkheid van betreding op eigen (Defensie) oefenterrein en de mogelijkheid te oefenen in een atypisch trainingsgebied. Voor het alternatief Maasvlakte II - ingebracht door de provincie Zuid Holland - geldt dat er geringe impact op natuur zal optreden. Al eerder hebben mariniers geoefend in de haven van Rotterdam en is deze ervaring voor zowel de omgeving als Defensie goed bevallen.

Hierbij moet echter niet gedacht worden aan een permanente locatie, maar meer aan enkele oefeningen per jaar waarover nader afgestemd kan worden. Hierdoor zijn de effecten, ook op economisch belangrijke activiteiten, waarschijnlijk goed te beheersen. Het alternatief Vliehors is ook kansrijk. Dit is een bestaand defensieterrein, waar nu al wordt geoefend door de luchtmacht. Natuur is een belangrijk aandachtspunt waar nader onderzoek voor nodig is om de effecten op de natuur te mitigeren. Op die manier kan de toenemende impact op natuur beperkt worden. Voor Defensie is wenselijk om de basistrainingen, naast die nu op het strand van Texel plaatsvinden, ook op een vergelijkbare plek nabij de haven van Den Helder te kunnen oefenen. De Vliehors is daar niet geschikt voor. Dit geldt ook voor Marnehuizen en de Maasvlakte II. Deze zijn vanwege de aard van hun omgeving niet geschikt voor dergelijke trainingsdoeleinden. Van de andere beschouwde alternatieven is Groote Keeten wel kansrijk, maar dan alleen als geland wordt en geen doorstoting plaatsvindt. Dit alternatief is namelijk relatief dichtbij Texel in tegenstelling tot de andere alternatieven (zeker in het zuidwesten). Bij Groote Keeten gaat het alleen om het strand en de strandopgang, niet om de duinenrij. Deze suboptie is ook meegenomen naar Zeef 2.

In figuur 3-6 zijn de resultaten van de beoordeling op de zes perspectieven te zien.

blad 41 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

figuur 3-6 Beoordeling alternatieven in Zeef 1 op de zes perspectieven voor behoefte VI

3.7

Behoefte VII – Gegarandeerde havencapaciteit Host Nation Support Als “gateway to Europe” speelt Nederland met haar zeehavens en uitstekende achterlandverbindingen een belangrijke rol in de ontvangst en doorvoer van militair materieel en voorraden van NAVO-bondgenoten. Hiervoor is er behoefte aan gegarandeerde havencapaciteit voor het lossen van rollend materieel en ook voor voorraden in containers. Hier valt ook de grootschalige overslag van munitie in containers onder. Onder vredesomstandigheden wordt op deze faciliteiten en diensten enkele keren per jaar, gedurende een periode van enkele weken, een beroep gedaan. Deze HNS-operaties worden ruim van te voren aangevraagd en gepland. Partner bedrijven in de havens kunnen zich hier goed op voorbereiden en capaciteit vrijmaken en inplannen. De activiteiten vinden plaats in havens die ver van bewoond gebied liggen en wijken niet af van reguliere havenactiviteiten. In geval van een dreigend conflict bestaat de mogelijkheid dat er vaker, langduriger en met een kortere aanvraagtijd een beroep gedaan wordt op havencapaciteit. Om hieraan te kunnen voldoen wanneer dat nodig is, is er behoefte aan gegarandeerde havencapaciteit: een haventerrein onder beheer van Defensie dat te allen tijde ingezet kan worden.

Hierbij is het overigens niet ondenkbaar dat dit terrein buiten de HNS operaties om door derden wordt gebruikt voor reguliere havenactiviteiten.

blad 42 van 331

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel B - Perspectieven en trechtering naar een Voorkeurspakket projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

3.7.1

Inzicht in de impact van de perspectieven op de alternatieven In het MER deel A zijn de effecten van gegarandeerde havencapaciteit in het kader van Host Nation Support voor vijf alternatieven in beeld gebracht. In een vooronderzoek zijn deze locaties geselecteerd uit twintig potentiële locaties op basis van de aspecten veiligheid, beschikbare infrastructuur en eerdere samenwerkingen. In tabel 3-7 zijn de alternatieven op de impact op het betreffende thema onderling gerangschikt conform de systematiek zoals beschreven in paragraaf 2.3. Per perspectief is de rangschikking kort toegelicht. Daarna is in paragraaf 3.7.2 beschreven hoe de eerste trechtering in Zeef 1 naar de kansrijke alternatieven voor deze behoefte heeft plaatsgevonden. tabel 3-7: Beoordeling op perspectieven alternatieven gegarandeerde havencapaciteit Host Nation Support

Alternatief

Water en bodem

Natuur

Woonomgeving

Landbouw

Landschap en cultuur

Raakvlakken

Vlissingen – 3 Vlissingen – 4 Maasvlakte – 3 Eemshaven – 1 Eemshaven – 6

Relatieve beoordeling (links minste impact – rechts meeste impact)

Perspectief – Water en bodem Alle alternatieven liggen hoog genoeg om bij mogelijke overstromingen grotendeels boven water te blijven. De locaties in de Eemshaven hebben hierbij een groter overstromingsrisico dan de locaties in Vlissingen en zijn daarom als relatief slechtst gescoord. De locatie op de Maasvlakte II kent geen berekend overstromingsrisico en scoort daarmee relatief het gunstigst. Perspectief – Natuur Alle alternatieven liggen niet in natuurgebied, maar wel in de nabijheid van Natura 2000-gebieden. De alternatieven in Vlissingen en de Maasvlakte scoren vanuit het perspectief Natuur relatief slechter dan de alternatieven in de Eemshaven, omdat rondom deze twee havens meer en daarnaast meer stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in de nabijheid liggen. Bij de Eemshaven is de Waddenzee uiteraard wel een gevoelig gebied voor verstoring. Perspectief – Woonomgeving (hier vooral op veiligheid gebaseerd) Omdat alle alternatieven gelegen zijn op grootschalige industrieterreinen zijn de effecten op woningen zeer klein en niet onderscheidend. Het aspect omgevingsveiligheid is ook onder dit perspectief meegenomen. Het alternatief Maasvlakte-3 springt er in vanuit dit perspectief Veiligheid positief uit, omdat het de enige locatie is waar vanuit alle veiligheidsaspecten scenario 1 - het plaatsen van de totale behoefte - mogelijk is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15837066/1