CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Milieueffectrapport NPRD - Deel A - Behoeften, alternatieven en effecten

Gemeenteraad 11 september 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Ter informatie37.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

5.5

Omgang met effecten van en naar buitenland Nederland staat niet op zichzelf qua opgaven en impact van wereldwijde trends. Daarom zijn effecten van en op met name buurlanden (België en Duitsland) waar relevant inzichtelijk gemaakt. In het MER is beschouwd wat de effecten van de behoeften van Defensie op het buitenland zijn, maar is ook beknopt beschouwd op welke wijze ontwikkelingen in het buitenland effect hebben op activiteiten van Defensie in Nederland. Dit staat beide in deel B beschreven.

blad 67 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

6.

Overzicht van de effecten en beoordeling van de bovenregionale behoeften

6.1

Behoefte I – Versterken en concentreren van ondersteunende eenheden

6.1.1

De behoefte in het kort De toegenomen dreiging door de veranderende geopolitieke omstandigheden buiten en binnen Europa van de afgelopen jaren vraagt om een verbeterde gereedheid en inzetbaarheid. Nu de politieke en internationale situatie is veranderd, kent Defensie meer budget, veel vacatures en er komen nog meer nieuwe functies bij. Om dit allemaal te realiseren wordt op alle vlakken gewerkt, door uitbreiding van de vuurkracht, het moderniseren van materieel, het vullen van vacatures en de basis op orde krijgen. Dit is een transformatie die ervoor moet zorgen dat Defensie verbonden kan vechten voor vrede en veiligheid, met eenheden die sneller en langer inzetbaar zijn. Personeel moet hierbij prettig kunnen samenwerken in moderne huisvesting die ondersteunend is aan de werkzaamheden die zij doen.

6.1.2

Overzicht van de alternatieven De drie grote opgaven voor de Landmacht (herstel en groei, concentreren en versterken en bemensing) en de resulterende ruimtevraag, dwingen tot een herbelegging van de ondersteunende eenheden. De druk op kazernes in Nederland neemt immers toe. Twee oplossingsrichtingen kunnen onderkend worden die zowel een oplossing bieden voor deze ruimtevraag, als invulling geven aan de drie opgaven van de Landmacht: 1. Concentreren op bestaande kazernes; 2. Concentreren op een nieuwe kazerne.

6.1.2.1

Concentreren op bestaande kazernes Middels een aantal criteria is onderzocht of het mogelijk is om de totale ruimtevraag van Defensie, van naar schatting een kleine 370 hectare, te concentreren op bestaande locaties. Ook is onderzocht of het mogelijk is om een deel van de ruimtevraag, namelijk de clustering van geneeskundige, operationele logistiek of information manoeuvre eenheden, in te passen op bestaande kazernes. Na het beschouwen van alle potentiële locaties in de regio blijkt dat er geen bestaande Defensieobjecten zijn die groot genoeg zijn om de gewenste volledige concentratie van ondersteunende eenheden te accommoderen. Wel zijn er twee locaties die mogelijk ruimte bieden voor concentratie van één keten van ondersteunende eenheden, en met een uitbreiding kunnen voldoen aan de volledige concentratiebehoefte. Het gaat om de Legerplaats Ermelo en de Legerplaats Stroe. Alternatief 1: versterken en concentreren van ondersteunende eenheden op Ermelo en Stroe Dit alternatief gaat uit van spreiding van de functies over de twee legerplaatsen Ermelo en Stroe. Door de functies te spreiden is er een beperkte uitbreiding van beide legerplaatsen benodigd. Hiervoor zijn verschillende uitbreidingsrichtingen gedefinieerd die onderzocht worden in het MER.

blad 68 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

figuur 6-2 Legerplaats Ermelo met uitbreidingsrichtingen

figuur 6-1 Legerplaats Stroe met uitbreidingsrichtingen

Alternatief 2: versterken en concentreren van ondersteunende eenheden op één locatie Bij dit alternatief worden de drie ketens geconcentreerd op één van de bestaande legerplaatsen Ermelo of Stroe. Om te voorzien in voldoende faciliteiten voor de drie ketens is uitbreiding van de legerplaatsen noodzakelijk.

figuur 6-4 Legerplaats Ermelo met uitbreidingsrichtingen

6.1.2.2

figuur 6-3 Legerplaats Stroe met uitbreidingsrichtingen

Concentreren op een nieuwe kazerne Een volledig nieuwe locatie biedt de mogelijkheid om alle eenheden op één plek in te passen. Bij de NRD zijn op basis van selectiecriteria geschikte locaties voor een nieuwe kazerne geïnventariseerd. Uit de inventarisatie komen drie potentiële locaties in Flevoland naar voren. Een vierde locatie in Flevoland is aangedragen in een eerder participatieproces. Een vijfde potentiële locatie zou een landbouwtransitiegebied in Nederland zijn. Voor dit alternatief zijn er daarom vijf varianten.

blad 69 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

732 ha

figuur 6-6 Alternatief Zeewolde-Gooiseweg

1.459 ha

figuur 6-8 Alternatief Zeewolde-Oosterwold

653 ha

figuur 6-5 Alternatief Zeewolde-Spiekweg

612 ha

figuur 6-7 Alternatief Biddinghuizen-Noord

Locatie binnen landbouwtransitiegebied Bij het ontwikkelen van de alternatieven die in de NRD zijn beschreven is gekeken naar de vereisten die gevolg zijn van de militaire operatie en naar de ruimtelijke mogelijkheden en beperkingen. Op hoofdlijnen is als oplossing voor de ruimtevraag de transitie in de landbouw naar voren gekomen. In het ontwerp Nationaal Programma Landelijk Gebied (gepubliceerd op 15-12-2023) werden deze gebieden in Nederland “gevoelige gebieden met zware (toekomstige) uitdagingen voor de landbouw” genoemd6. Op basis van de hypothese dat een kazerne een nieuwe drager kan zijn voor dergelijke gebieden, is onderzocht of deze gebieden opportuun zijn voor de nieuwvestiging van een kazerne. Op basis van de uitgevoerde analyse kan geconcludeerd worden dat een ruimtevraag van 500 hectare binnen “een gevoelig gebied met zware (toekomstige) uitdagingen voor de landbouw” tot grote negatieve sociale en milieueffecten leidt. Deze effecten zijn van dien aard dat niet gesproken kan worden van redelijkerwijs te beschouwen alternatieven. Alle gebieden hebben een grote historisch, natuurlijke, sociale en culturele waarde, voornamelijk ingegeven vanuit agrarisch oogpunt. De nieuwbouw van een kazerne zou zeer ingrijpende gevolgen hebben voor de hier aanwezige boerenbedrijven, de aanwezige burgerwoningen en het landschap.

De locaties zijn alle gelegen op korte afstand van de Veluwe. Het landschap is hier weliswaar herverkaveld, maar nog steeds bestaand uit een fijnmazig netwerk van agrarische linten, boerenerven, buurtschappen en boerenland. Een kazerne van 350 hectare zou per definitie inbreuk doen in dit systeem. Het natuurlijk systeem van de Veluwe kan profiteren van ingrijpende extensivering van agrarische activiteiten, maar daar staat een grote sociaalmaatschappelijke impact tegenover die zodanig omvangrijk is dat vanuit milieuperspectief niet gesproken kan worden van ‘redelijkerwijs te beschouwen alternatieven’. Om die reden worden de locaties niet nader meegenomen in het planMER.

6 Het kabinet Schoof I heeft het beleidsprogramma NPLG stopgezet, maar in deze analyse is de beleidsstatus niet relevant, omdat deze analyse

gaat om het onderzoeken van een locatie in een gebied zoals bedoeld werd in het NPLG. De aanduidingen zijn dus gebruikt in de analyse, wetende dat het NPLG geen beleidsstatus meer heeft.

blad 70 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

6.1.3

Overzicht van de belangrijkste effecten van de alternatieven In de volgende tabellen zijn de effectbeoordelingen van de beoordelingscriteria weergegeven voor de verschillende alternatieven.

6.1.3.1

Effectbeoordeling alternatief 1

Thema

Beschouwde aspecten

Beoordeling Ermelo A

Mobiliteit

Gezonde en veilige leefomgeving

Bodem

Water

Natuur

Landschap en erfgoed

Klimaatadaptatie

Ruimtegebruik

Energie Economie Defensiegebruik

B

C

Stroe

Ermelo

D

E

F

G

H

Stroe

I

J

K

Reistijd tot grote steden

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Reistijd tot oefenterreinen

0/+

0/+

0/+

0/+

+

+

+

0/+

0/+

+

+

Verkeersontsluitingsmogelijkheden

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

Congestie

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

-

-

-

-

Modal split

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Geluid

0/-

0/-

0/-

0/-

0

0

0/-

-

-

0

0

Luchtkwaliteit

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

-

-

0/-

0/-

Omgevingsveiligheid

0

0

0

0

0

0

0/-

0

0

0

0

Lichthinder

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

-

-

-

-

Hittestress

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

-

-

0/-

0/-

Trillinghinder

0/-

0/-

0/-

0/-

0

0

0

-

-

0

0

Impact van en op bodemsoort

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Bodemverontreiniging

0/+

0/+

0/+

0/+

0

0

0/+

0

0

0/+

0

Impact van en op bodemdaling

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Sponswerking

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Oppervlaktewater

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Grondwater

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Drinkwater

-

-

-

-

-

-

-

--

-

-

-

Keringen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Natura 2000

--

--

--

--

--

--

--

--

--

--

--

Natuurnetwerk Nederland

--

--

--

--

--

--

--

--

--

--

-

Beschermde soorten

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

0/-

Beschermde erfgoedwaarden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Landschap

-

-

--

--

-

-

-

--

--

-

0/-

Archeologie

-

-

-

--

-

-

-

-

--

-

-

Geomorfologie

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

Waterveiligheid

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Droogte

--

--

--

--

-

-

-

--

--

-

--

Regenbestendigheid

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Water en bodem sturend

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Recreatie

-

-

--

-

0/-

0/-

0/-

-

--

0/-

-

Landbouw

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Wonen

0

0

-

0

0/-

0

0

-

-

-

0

Grondeigendom

--

--

0/-

0/-

-

0

0

--

-

0/-

-

Energienetwerken

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Netcapaciteit

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

Spreiding rijkswerkgelegenheid

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Beschikbaar arbeidspotentieel

-

-

-

-

0

0

0

-

-

0

0

Geschiktheid voor dronegebruik

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

blad 71 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Thema

Beschouwde aspecten

Beoordeling Ermelo

(Rijks)Raakvlakken

Stroe

Ermelo

Stroe

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

Landschappelijke inpassing

-

-

-

--

--

--

--

-

--

--

-

Straling

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Impact op energiehoofdinfrastructuur

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Impact op woningbouwplannen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

blad 72 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

6.1.3.2

Effectbeoordeling alternatief 2 Thema

Beschouwde aspecten

Beoordeling Zeewolde Gooiseweg

Mobiliteit

Gezonde en veilige leefomgeving

Bodem

Water

Natuur

Landschap en erfgoed

Klimaatadaptatie

Ruimtegebruik

Energie Economie

Defensiegebruik

(Rijks)Raakvlakken

Zeewolde Spiekweg

Zeewolde Oosterwold

BiddinghuizenNoord

Reistijd tot grote steden

+

+

+

0/+

Reistijd tot oefenterreinen

+

++

+

0/+

Verkeersontsluitingsmogelijkheden

+

+

++

+

Congestie

--

--

0/-

0/-

Modal split

-

-

-

-

Geluid

0

0/-

0

0/-

Luchtkwaliteit

0/-

0/-

0/-

0/-

Omgevingsveiligheid

0

0

0

0

Lichthinder

-

0/-

-

0/-

Hittestress

0/-

0/-

0/-

0/-

Trillinghinder

0

0

0

0

Impact van en op bodemsoort

-

-

-

-

Bodemverontreiniging

0

0

0

0

Impact van en op bodemdaling

0

0

0

0

Sponswerking

0/-

0/-

0/-

0/-

Oppervlaktewater

-

0/-

-

-

Grondwater

-

-

-

-

Drinkwater

0/-

0/-

-

0

Keringen

0

0

0

0

Natura 2000

0/-

0/-

0/-

0/-

Natuurnetwerk Nederland

0

0/-

0

0

Beschermde soorten

-

-

-

-

Beschermde erfgoedwaarden

0

0

0

0/-

Landschap

-

-

-

0/-

Archeologie

0/-

0

0

0

Geomorfologie

0/-

0/-

0/-

0

Waterveiligheid

-

0/-

-

-

Droogte

0

0

0

0

Regenbestendigheid

-

0/-

-

-

Water en bodem sturend

0/-

0/+

0/-

0/-

Recreatie

0

-

0

0

Landbouw

-

-

-

-

Wonen

--

--

--

--

Grondeigendom

-

0/-

0/-

-

Energienetwerken

-

0

-

-

Netcapaciteit

0/-

0/-

0/-

0/-

Spreiding rijkswerkgelegenheid

+

+

+

+

Beschikbaar arbeidspotentieel

+

0

+

--

Geschiktheid voor dronegebruik

0

0

-

0/-

Landschappelijke inpassing

0

0

-

-

Straling

0

0

0

--

Impact op energiehoofdinfrastructuur

0

0/-

0/-

0

Impact op woningbouwplannen

0

0

--

0

blad 73 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Legerplaats Ermelo Concentratie van eenheden op legerplaats Ermelo leidt, bij uitbreiding van het terrein, tot grote negatieve milieueffecten. Dit heeft voornamelijk met eventuele bouw binnen het omliggende natuurgebied te maken. De locatie kent een relatief laag beschikbaar arbeidspotentieel. Binnen elke uitbreidingsrichtingen is een camping gelegen die bij een kazerne dient te verdwijnen. Vanuit milieuperspectief is voor de alternatieven van legerplaats Ermelo (uitbreidingsrichtingen A, B, C, D, H en I) geconcludeerd dat geen sprake is van realistisch uitvoerbare alternatieven. Legerplaats Stroe Concentratie van eenheden op Stroe leidt, evenals bij legerplaats Ermelo, tot grote negatieve milieueffecten. Dit heeft ook hier voornamelijk met omliggende natuur (Natura2000) te maken. Vanuit perspectief van de fysieke leefomgeving is voor de alternatieven van legerplaats Stroe (uitbreidingsrichtingen E, F, G, J en K) geconcludeerd dat geen sprake is van uitvoerbare alternatieven. Daarnaast gaat uitbreiding bij enkele uitbreidingsrichtingen ten koste van het bestaande oefenterrein. Zeewolde-Gooiseweg Locatie Zeewolde Gooiseweg heeft zeer vergelijkbare milieueffecten als Zeewolde Spiekweg, maar scoort vanuit landbouw en de effecten op landschap negatiever. De gronden binnen de zoeklocatie betreffen zogenaamde oergronden.

Dit zijn landbouwgronden die nog nooit gebruikt zijn door reguliere landbouw, maar alleen voor de biologische landbouw. Op wegen en kruispunten in de buurt van de locatie kunnen door de toename van verkeer knelpunten ontstaan. Een kazerne op de locatie Zeewolde-Gooiseweg heeft hiermee een negatief effect op de bereikbaarheid van de omgeving. Binnen het terrein zijn er circa 105 percelen gelegen. De Staat en Zelfstandig Bestuursorganen (ZBO’s) hebben minder dan 50 procent van het gebied in eigendom. Zeewolde-Spiekweg De locatie Zeewolde Spiekweg kent negatieve effecten op de aanwezige agrarische bedrijvigheid, woonfuncties en de aanwezige natuur. Ten opzichte van andere locaties heeft Zeewolde-Spiekweg daarbij relatief veel recreatie binnen en rondom het gebied waar negatieve effecten kunnen optreden. De reistijd tot oefen- en schietterreinen is vergeleken met andere locaties goed. Een kazerne op de locatie heeft daarentegen wel negatieve impact op de congestiesituatie in de omgeving. Zeewolde-Oosterwold Zeewolde Oosterwold interfereert mogelijk met de woningbouwplannen voor Oosterwold, maar heeft als milieuvoordeel dat de bestaande agrariërs in de referentiesituatie ook plaats dienen te maken.

Daarnaast speelt het voordeel van het nabij zijn van robuuste autoverbindingen en de nabijheid tot (potentiële) woningbouw (en daardoor arbeidspotentieel/woonmogelijkheden nabij de kazerne). Binnen het gebied is een waterwingebied gelegen. Het hele gebied is aangewezen als boringsvrije zone en Aanvullende Strategische Voorraad (ASV). De gehele zoeklocatie geldt als een no-flyzone voor drones, in tegenstelling tot de overige locaties. De grootschalige openheid van het landschap en de afwezigheid van groenstructuren maken het terrein relatief ongeschikt voor de landschappelijke inpassing van een kazerne. Biddinghuizen-Noord Locatie Biddinghuizen-Noord is, vergeleken met de andere locaties, matig bereikbaar en op afstand gelegen van grote hoeveelheden arbeidspotentieel. Daarnaast ligt de locatie binnen de invloedssfeer van Lelystad Airport. De ligging binnen 10 kilometer van Lelystad Airport belemmerd de frequentie-omgeving van het terrein. Het gebied wordt tevens doorsneden door een energienetwerk. Binnen het terrein zijn er circa 55 percelen gelegen. De Staat en Zelfstandig Bestuursorganen (ZBO’s) hebben minder dan 50 procent van het gebied in eigendom.

Evenals bij locatie Zeewolde-Oosterwold maken de grootschalige openheid van het landschap en de afwezigheid van groenstructuren het locatie Biddinghuizen-Noord relatief ongeschikt voor de landschappelijke inpassing van een kazerne.

6.1.4

Voorlopige conclusie ten behoeve van Zeef 1 Uit de effectbeoordeling kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • Concentratie van eenheden op Stroe en/of Ermelo leidt, bij uitbreiding van het terrein, tot grote negatieve milieueffecten. Dit heeft voornamelijk met eventuele bouw binnen het omliggende blad 74 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

•

•

natuurgebied te maken. Vanuit milieuperspectief dient voor deze alternatieven geconcludeerd te worden dat geen sprake is van uitvoerbare alternatieven. Voor de varianten binnen alternatief 3 (concentratie op een nieuwe locatie) geldt dat de milieueffecten beperkter (dan Stroe/Ermelo) zijn in aard en omvang. Een aantal belangrijke aandachtspunten zijn: o Alle locaties in Flevoland zijn onder NAP gelegen, en bovendien gelegen op een droogmakerij met (afhankelijk van de locatie) dikke kleilagen in de toplaag van de bodem. Voor eventuele oefenactiviteiten is dit bodemtype matig geschikt, gelet op effecten als bodemverdichting die op kunnen treden. o Zeewolde Spiekweg kent negatieve effecten op de congestiesituatie in de omgeving, de aanwezige agrarische bedrijvigheid, woonfuncties en de aanwezige natuur. o Zeewolde Gooiseweg heeft zeer vergelijkbare effecten als Zeewolde Spiekweg, maar scoort vanuit landbouw en de effecten op landschap negatiever. o Zeewolde Oosterwold interfereert mogelijk met de woningbouwplannen voor Oosterwold, maar heeft als milieuvoordeel dat de bestaande agrariërs in de referentiesituatie ook plaats dienen te maken. Daarnaast speelt het voordeel van het nabij zijn van robuuste autoverbindingen en de nabijheid tot (potentiële) woningbouw (en daardoor arbeidspotentieel/woonmogelijkheden nabij de kazerne).

o Biddinghuizen-Noord is, vergeleken met de andere locaties, matig bereikbaar en op afstand gelegen van grote hoeveelheden arbeidspotentieel. Daarnaast ligt de locatie binnen de invloedssfeer van Lelystad Aiport. Ten slotte is uit het onderzoek gebleken dat de variant ‘een landbouwtransitiegebied’ geen kansrijke variant is gebleken, gelet op de grote negatieve milieuimpact die met deze variant samenhangt. Zie voor deze analyse paragraaf 2.4.1 van dit rapport.

blad 75 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

6.2

Behoefte II – Extra locatie grootschalige munitieopslag

6.2.1

De behoefte in het kort De munitievoorraad wordt op langere termijn structureel fors opgehoogd om te kunnen voldoen aan de opgedragen (NAVO) taken. De capaciteit om munitie op te slaan zit hieraan gekoppeld, en moet dus meegroeien. Ook de NAVO-bondgenoten zijn hun krijgsmacht, inclusief munitievoorraden fors aan het uitbreiden. Diverse landen dreigen tegen hun opslagcapaciteit aan te lopen of willen voorraden gespreid positioneren. Nederland vormt over diverse assen ‘het achterland’ en ‘doorvoerhaven’, waardoor Nederland al dan niet tijdelijk munitieopslagcapaciteit aan bondgenoten kan aanbieden of daartoe gevraagd wordt. De huidige Nederlandse munitie-infrastructuur is niet ingericht op dit soort internationale militaire samenwerkingen. De huidige opdrachten voor munitieopslag zijn te faciliteren binnen de huidige complexen en infrastructuur. Verder doorgroeien is echter nauwelijks mogelijk. Defensie heeft nu circa 800 magazijnen verspreid over diverse locaties in Nederland in bezit. Voor de langere termijn is behoefte aan extra opslagmagazijnen op één locatie, die ruim en modern is ingericht. Ook schaalvergroting is gewenst, omdat bedrijfsprocessen hiermee beter kunnen worden ingericht.

6.2.2

Overzicht van de alternatieven De (acht) alternatieve locaties voor een extra locatie voor grootschalige munitieopslag zijn te zien in volgende figuren. Er is daarbij de mogelijkheid opengehouden om in plaats van één grote, twee middelgrote locaties te realiseren. Eén locatie heeft voor Defensie, uit het oogpunt van operationaliteit en bedrijfsvoering, de voorkeur. Dit betekent dat naast het onderzoek naar de impact van een grootschalige munitieopslag van zeventig hectare op de acht locaties ook gekeken is naar de impact van een ruimtebeslag van 35 hectare. Voor dit tweede alternatief, twee locaties van 35 hectare, is per locatie gekeken wat de meest optimale ligging (minste effect op woningen en/of natuur) is om zo de effecten te bepalen. Dit is als een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd bij de acht alternatieve locaties voor alle thema’s.

82 ha

104 ha

figuur 6-10 Locatie Biddinghuizen

figuur 6-9 Locatie Dalfsen

blad 76 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

80 ha

87 ha

figuur 6-16 Locatie Weerselo

figuur 6-15 Locatie Zevenaar

77 ha

76 ha

figuur 6-13 Locatie Zoelen-Oost

figuur 6-14 Locatie Toldijk

71 ha

108 ha

figuur 6-12 Locatie Zoelen-West

figuur 6-11 Locatie Staphorst

blad 77 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

6.2.3

Overzicht van de belangrijkste effecten van de alternatieven In volgende tabellen zijn de effectbeoordelingen van de beoordelingscriteria weergegeven voor de verschillende alternatieven.

6.2.3.1 Hoofdthema

Gezonde en veilige leefomgeving

Bodem en water

Natuur, landschap en historie

Mobiliteit

Klimaatadaptatie

Ruimtegebruik

Effectbeoordeling alternatief 1: één grote locatie Aspect

Biddinghuizen

Dalfsen

Weerselo

Zevenaar

Toldijk

Zoelen Oost

Zoelen West

Staphorst

Geluidbelasting op de omgeving

0

0

0

0

0

0

0

0

Geluidbelasting op stiltegebieden

0

0

0

0

0

0

0

0

Trillingen

0

0

0

0

0

0

0

0

Concentraties NO2 – PM10 PM2.5 op de activiteit

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0

Impact NO2 – PM10 -PM2.5 van de activiteit op de omgeving

0

0

0

0

0

0

0

0

Plaatsgebonden risico en groepsrisico op de activiteit

0

0

0/-

--

0

0/-

0

0

Woningen A, B en C-zones

-

--

--

--

--

--

--

0/-

Aardbevingen

0

0

0

0

0

0

0

0

Lichthinder

0

0

0

0

0

0

0

0

Bodemsoort en bodemdaling

0

0

0

0

0

0/-

0

0

Bodemkwaliteit

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

Oppervlaktewater, watersysteem

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0

Grondwater, inclusief kwel

-

0

-

0

-

0/-

0

0

Drinkwater

0

0

0

0

0

0

0

0

Waterkeringen

0

0

0

0

0

0

0

0

Natura 2000

0/-

0/-

-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

Natuurnetwerk Nederland

0

0

0

0

0/-

0

0

--

Beschermde soorten

-

0/-

-

0/-

-

0/-

0/-

--

Kansen voor natuurontwikkeling

++

0/+

+

0/+

++

0/+

0/+

+

Erfgoed

0

0

0

0

--

-

0

0

Landschap

0/-

0/-

0/-

-

-

-

-

0/-

Geomorfologie

0/-

0

0

0

0

--

--

0

Archeologie

0/-

0

-

0/-

0

0

0

0

Bereikbaarheid

++

++

+

++

+

++

++

+

Congestie

0

0

0

0

0

0

0

0

Infrastructuur

0/-

0

0

0

0/-

0

0

0

Waterveiligheid

-

0

+

-

0/-

-

-

0

Droogte

0

0/-

0/-

0

0

0/-

0

-

Regenbestendigheid

-

0

0

-

0/-

-

-

0

Water en bodem sturend

0/-

0/-

+

0/-

0/+

0

0

0

Recreatie

-

-

0

0

0/-

0

0

0/-

Landbouw

-

--

-

--

--

-

-

0/-

Grondeigendom

0/-

--

--

--

--

--

--

0/-

blad 78 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie Hoofdthema Energie Economie Defensiespecifiek

(Rijks)raakvlakken

6.2.3.2 Hoofdthema

Gezonde en veilige leefomgeving

Bodem en water

Natuur, landschap en historie

Aspect

Biddinghuizen

Dalfsen

Weerselo

Zevenaar

Toldijk

Zoelen Oost

Zoelen West

Staphorst

Energienetwerken

0/-

-

0

0

0/-

0

0

0

Netcapaciteit

-

0/-

0/-

-

-

-

-

-

Werkgelegenheid

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

Grootte

+

0

0/+

0

0

0

+

0

Ligging/afstand tot transportcorridor

0/+

0/+

--

0/-

--

--

--

0/+

Ligging in toekomstige laagvlieggebieden

0

0

0

0

-

-

-

0

Impact op toekomstige hoofdinfrastructuur

0

0

0

--

--

0

0

0

Evenwichtige spreiding van werkgelegenheid

0/+

0/+

+

0/-

0

0

0

0

Impact op woningbouwplannen

0

0

0/-

0

0

0

0

0

Effectbeoordeling alternatief 2: meerdere kleine locaties Aspect

Biddinghuizen

Dalfsen

Weerselo

Zevenaar

Toldijk

Zoelen Oost

Zoelen West

Staphorst

Geluidbelasting op de omgeving

0

0

0

0

0

0

0

0

Geluidbelasting op stiltegebieden

0

0

0

0

0

0

0

0

Trillingen

0

0

0

0

0

0

0

0

Concentraties NO2 – PM10 PM2.5 op de activiteit

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0

Impact NO2 – PM10 -PM2.5 van de activiteit op de omgeving

0

0

0

0

0

0

0

0

Plaatsgebonden risico en groepsrisico op de activiteit

0

0

0

--

0

0

0

0

Woningen A, B en C-zones

0/-

--

--

--

--

-

-

0/-

Aardbevingen

0

0

0

0

0

0

0

0

Lichthinder

0

0

0

0

0

0

0

0

Bodemsoort en bodemdaling

0

0

0

0

0

0

0

0

Bodemkwaliteit

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

Oppervlaktewater, watersysteem

0/-

0

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0

Grondwater, inclusief kwel

-

0

0/-

0

-

0

0

0

Drinkwater

0

0

0

0

0

0

0

0

Waterkeringen

0

0

0

0

0

0

0

0

Natura 2000

0/-

0/-

-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

Natuurnetwerk Nederland

0

0

0

0

0

0

0

-

Beschermde soorten

-

0/-

-

0/-

-

0/-

0/-

-

Kansen voor natuurontwikkeling

++

0/+

+

0/+

++

0/+

0/+

+

Erfgoed

0

0

0

0

--

0/-

0

0

Landschap

0/-

0/-

0/-

-

-

-

-

0/-

blad 79 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie Hoofdthema

Mobiliteit

Klimaatadaptatie

Ruimtegebruik

Energie Economie Defensiespecifiek

(Rijks)raakvlakken

Aspect

Biddinghuizen

Dalfsen

Weerselo

Zevenaar

Toldijk

Zoelen Oost

Zoelen West

Staphorst

Geomorfologie

0/-

0

0

0

0

--

--

0

Archeologie

0/-

0

-

0

0

0

0

0

Bereikbaarheid

++

++

+

++

+

++

++

+

Congestie

0

0

0

0

0

0

0

0

Infrastructuur

0/-

0

0

0

0/-

0

0

0

Waterveiligheid

-

0

+

-

0/-

-

-

0

Droogte

0

0/-

0/-

0

0

0/-

0

-

Regenbestendigheid

-

0

0

-

0/-

-

-

0

Water en bodem sturend

0/-

0/-

+

0/-

0/+

0

0

0

Recreatie

0

-

0

0

0/-

0

0

0

Landbouw

-

--

-

--

--

-

-

0/-

Grondeigendom

0/-

--

--

--

--

--

--

0/-

Energienetwerken

0/-

0/-

0

0

0/-

0

0

0

Netcapaciteit

-

0/-

0/-

-

-

-

-

-

Werkgelegenheid

0

0

0

0

0

0

0

0

Grootte

-

-

-

-

-

-

-

-

Ligging/afstand tot transportcorridor

0/+

0/+

--

0/-

--

--

--

0/+

Ligging in toekomstige laagvlieggebieden

0

0

0

0

-

-

-

0

Impact op toekomstige hoofdinfrastructuur

0

0

0

--

--

0

0

0

Evenwichtige spreiding van werkgelegenheid

0/+

0/+

+

0/-

0

0

0

0

Impact op woningbouwplannen

0

0

0/-

0

0

0

0

0

Biddinghuizen

Locatie Biddinghuizen heeft te maken met de aanwezigheid van enkele agrarische bedrijven. Daarnaast zijn er effecten te verwachten op landbouwgronden en zijn in de nabijheid van het gebied een pannenkoekenrestaurant, hoogspanningverbinding en provinciale weg gelegen. Deze functies bemoeilijken een munitieopslag. Een munitieopslag biedt daarentegen wel kansen voor natuurontwikkeling op de locatie. Dalfsen

Op locatie Dalfsen dienen in het meest negatieve geval 32 woningen worden geamoveerd. Daarnaast is sprake van een hoogspanningsverbinding door het gebied en gaat agrarische grond verloren. Locatie Dalfsen scoort hiermee zeer negatief op het aspect landbouw. Dit is tevens het geval bij de locaties Zevenaar en Toldijk. Weerselo

Weerselo scoort zeer negatief als het gaat om het aantal geraakte woningen (28), en daarnaast is sprake van verlies aan landbouwgrond, archeologische waarden en afstand tot transportcorridors. Locatie Weerselo is relatief dicht bij Natura 2000-gebieden gelegen die (deels) gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Een munitieopslag heeft negatieve effecten op deze gebieden. De komst van een munitieopslag kan wel een positieve bijdrage leveren aan werkgelegenheid in de regio. Zevenaar

Voor Zevenaar betreft het in het meest negatieve geval dat 33 woningen geraakt worden. Verder spelen er voor deze locatie zeer negatieve effecten op het gebied van waardevolle landbouwgrond en energieinfrastructuur.

blad 80 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Ook is de omgevingsveiligheid, het plaatsgebonden risico en groepsrisico op de activiteit, een aandachtspunt op de locatie. Toldijk

Het effect op het aantal woningen is het grootst in Toldijk (77). Daarnaast zijn er in de omgeving meerdere (rijks)monumenten gelegen. De combinatie van de negatieve effecten op aantal woningen, landschap, monumenten en landbouwgrond, maakt dat deze locatie vanuit het MER slecht scoort. Zoelen-Oost en Zoelen-West

De locaties Zoelen-Oost en -West scoren vergelijkbaar, en leiden er beide toe dat tussen de 21 en 25 woningen geamoveerd dienen te worden. Daarnaast gaat het om kwetsbaar gebied vanuit het perspectief van water, landschap en landbouw. De locaties bevinden zich geheel binnen aardkundig waardevol gebied. De locaties liggen op relatief grote afstand van raccordement ’t Harde en scoren hierdoor op ligging/afstand tot transportcorridor zeer negatief. Staphorst

Locatie Staphorst gaat voornamelijk ten koste van natuurwaarden. Het aantal te amoveren woningen blijft beperkt tot drie. Een groot deel van de locatie (circa zeventig procent) is aangewezen als NNN. De soortendiversiteit in het gebied is relatief hoog. De impact op natuurwaarden is hierdoor relatief groot op locatie Staphorst.

6.2.4

Voorlopige conclusie ten behoeve van Zeef 1 Uit de effectbeoordelingen kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • Aanzienlijke milieueffecten zijn in de meeste gevallen gekoppeld aan het aantal woningen dat in de nabijheid van de zoekgebieden gelegen is. Dit speelt op alle locaties een rol, maar het effect is het kleinst in Staphorst en Biddinghuizen. • Veel van de locaties (7 van de 8) zijn in landbouwgebieden gelegen, hetgeen betekent dat agrarische activiteiten in de plansituatie niet (en in de omgeving sterk verminderd) mogelijk zijn. • Gekoppeld aan effecten op agrarisch cultuurlandschap kunnen negatieve effecten optreden voor het (historisch) landschap, beschermde diersoorten en archeologische waarden. • De locaties Weerselo, Toldijk en Zoelen (zowel oost als west) zijn op afstand gelegen van transportcorridors, waardoor munitietransporten door nabijgelegen dorpen dienen te rijden voordat de transporten op het hoofdwegennet geraken. • Het verkleinen van locaties tot 35 hectare levert nauwelijks significante milieuwinst op bij de verschillende locaties. In plaats daarvan wordt de impact aanzienlijk groter doordat er op twee plekken negatieve effecten optreden. Vanuit milieuperspectief heeft het dus de voorkeur om één grote locatie te nemen, en niet meerdere kleine.

• Per locatie zijn de volgende gevolgen aanzienlijk: o Locatie Biddinghuizen heeft te maken met de aanwezigheid van enkele agrarische bedrijven. Daarnaast zijn er effecten te verwachten op landbouwgronden en zijn in de nabijheid van het gebied een pannenkoekenrestaurant, hoogspanningverbinding en provinciale weg gelegen. Deze functies bemoeilijken een munitieopslag. o Op locatie Dalfsen dienen in het meest negatieve geval 32 woningen worden geamoveerd. Daarnaast is sprake van een hoogspanningsverbinding door het gebied en gaat agrarische grond verloren o Weerselo scoort zeer negatief als het gaat om het aantal geraakte woningen (28), en daarnaast is sprake van verlies aan landbouwgrond, nabijgelegen natuurgebieden, archeologische waarden en afstand tot transportcorridors. o Voor Zevenaar betreft het in het meest negatieve geval dat 33 woningen geraakt worden. Verder spelen er voor deze locatie zeer negatieve effecten op het gebied van waardevolle landbouwgrond en energieinfrastructuur. o Het effect op het aantal woningen is het grootst in Toldijk (77). Dit in combinatie met grote negatieve effecten op landschap, monumenten en landbouwgrond, maakt dat deze locatie vanuit het MER slecht scoort.

blad 81 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

o

o o

De locaties Zoelen-Oost en -West scoren vergelijkbaar, en leiden er beide toe dat tussen de 21 en 25 woningen geamoveerd dienen te worden. Daarnaast gaat het om kwetsbaar gebied vanuit het perspectief van water, landschap en landbouw. Locatie Staphorst gaat voornamelijk ten koste van natuurwaarden. Het aantal te amoveren woningen blijft beperkt tot 3. Het effect van meerdere kleinere munitiecomplexen is significant groter dan één grotere locatie.

Concluderend zijn er op alle locaties aanzienlijke milieueffecten te verwachten: deze lopen uiteen van landbouw (alle locaties behalve Staphorst), natuur (Staphorst) tot impact op woningen (alle locaties, maar het minst in Staphorst en Biddinghuizen).

blad 82 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

6.3

Behoefte III – Nieuwe munitieopslag Snel Inzetbare Capaciteit (SIC)

6.3.1

De behoefte in het kort De NAVO vraagt om bij eenheden behorende munitie in containers gereed te hebben staan. Over deze zogenaamde ‘Snel Inzetbare Capaciteiten (SIC)’ zijn afspraken gemaakt met de NAVO. Hiervoor moet bij de eenheid horende munitie en bevoorrading in containers worden klaargezet, zodat kan worden voldaan aan de opgedragen notice to move (NTM). Deze NTM’s zijn de afgelopen jaren veel korter geworden en de hoeveelheid munitie die nodig is voor inzet is significant meer geworden. Om munitie op een snelle en efficiënte manier klaar te zetten is een nieuwe munitieopslag nodig om containers ten behoeve van SIC op te kunnen slaan. Munitie is hierbij het belangrijkste logistieke probleem, door wet- en regelgeving rondom het opslaan en verplaatsen hiervan. Wanneer de containers zonder afscherming (bunker, magazijn, ondergronds e.d.) worden geplaatst is er sprake van een gevarenzonering van 7,5 km. De containers mogen dan in clusters van maximaal vijf bijeen staan. De containers opslaan met afscherming heeft daarom de voorkeur, omdat dit de veiligheidszoneringen sterkt beperkt. Daarnaast zorgt dit ervoor dat de containers onder een stabiel klimaat opgeslagen staan. Een deel van de containers wordt nu opgeslagen in munitiemagazijnen. Het aantal magazijnen dat hiervoor kan worden ingezet is beperkt.

Voor de overige containers is gekeken of die in de buitenlucht zouden kunnen worden opgeslagen. Op grond van fysieke ruimte (opslag en intern transport), inwendige en omgevingsveiligheid en het negatieve effect dat ontstaat op de beleggingsmogelijkheden op de munitiemagazijnen in de nabijheid van beladen containers in de open lucht is de conclusie dat op een Defensielocatie geen mogelijkheden zijn om alle SIC-containers op te slaan. Op basis van de huidige opdracht vanuit de NAVO moeten er 480 containers kunnen worden gestald op een nieuwe locatie. Voor efficiënte bedrijfsvoering is clustering van logistieke activiteiten omtrent munitie wenselijk, maar niet noodzakelijk. Daarnaast is het wenselijk om de munitie zo min mogelijk te transporteren in verband met veiligheidsrisico’s. Deze criteria zorgen ervoor dat de veiligheidsrisico’s voor omwonenden aan transportassen beperkt wordt. Het zoekgebied is gericht op Noordoost-Nederland. Dit heeft te maken met de nabijheid tot Eemshaven, van waaruit overgeslagen wordt op land (of andersom). Het zoekgebied betreft door de afhankelijk van de Eemshaven: Friesland, Groningen, Drenthe en Noordelijk Flevoland.

6.3.2

Overzicht van de alternatieven In het planMER zijn acht locaties alternatieven onderzocht. Dit zijn de zes alternatieven uit de NRD in combinatie met twee extra alternatieven vanuit de zienswijzen en Nota van Antwoord voor een nieuwe locatie munitieopslag SIC. De acht alternatieven zijn op perceelsniveau ingetekend, zie volgende afbeeldingen. Hiervoor zijn onlogische hoeken afgesneden en bestaande structuren, zoals perceelsgrenzen gehanteerd. Eén locatie heeft de voorkeur van Defensie. Anders dan bijvoorbeeld bij behoefte II (nieuwe locatie voor grootschalige munitieopslag) is het qua efficiëntie en ruimtebeslag onwenselijk om een nieuw munitiecomplex voor SIC over twee locaties te verspreiden. Daarom is in de analyses van de acht locaties niet uitgegaan van een alternatief waar sprake is van meerdere kleinere locaties. Dit in afwijking met de NRD waarin nog over een alternatief met meerdere kleinere locaties werd gesproken. In het onderzoeksrapport is wel een analyse van de optimalisatiemogelijkheden van de locaties opgenomen. De acht locatie-alternatieven voor een nieuwe munitieopslag SIC zijn te zien in de volgende figuren.

blad 83 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

68 ha

figuur 6-17 Locatie-alternatief Lemmer

100 ha

figuur 6-22 Locatie-alternatief Kollumerwaard-Oost

130 ha

100 ha

figuur 6-21 Locatie-alternatief Slochteren

figuur 6-20 Locatie-alternatief Luddeweer

23 ha

figuur 6-18 Locatie-alternatief Exloo

55 ha

figuur 6-19 Locatie-alternatief Zweeloo

blad 84 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

11 ha

28 ha

figuur 6-24 Locatie-alternatief Kollumerwaard-West

6.3.3 Hoofdthema

Gezonde en veilige leefomgeving

Bodem en water

figuur 6-23 Locatie-alternatief Tjuchem

Overzicht van de belangrijkste effecten van de alternatieven Aspect Lemmer

Kollumer waardOost

Slochteren

Luddeweer

Exloo

Zweeloo

Kollumer waardWest

Tjuchem

Geluidbelasting op de omgeving

0

0

0

0

0

0

0

0

Geluidbelasting op stiltegebieden

0

-

0

0

0

0

-

0/-

Trillingsgevoelige omgeving

0

0

0

0

--

0

0

0

Concentraties NO2 – PM10 PM2.5 in het gebied

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

Impact NO2 – PM10 -PM2.5 van de activiteit op de omgeving

0

0

0

0

0

0

0

0

Plaatsgebonden risico en groepsrisico op de activiteit

0

0/-

0/-

0/-

0

0

0

-

Woningen A, B en C-zones

--

-

--

--

-

0/-

0

--

Ligging in aardbevingsgebied

0

0

0/-

0/-

0

0

0

0/-

Lichthinder

0

0

0

0

0

0

0

0

Bodemsoort en -daling

0

0/-

--

--

--

0

0

-

Bodemkwaliteit

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0

Oppervlaktewater

0/-

0

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

Grondwater, inclusief kwel

0/-

0

0

0

--

0/-

0

0

Drinkwater

0

0

0

0/-

0

0

0

0

Waterkeringen

0

0

0

0

0

0

0

0

Natura 2000

0/-

-

0/-

0/-

0/-

0/-

-

0/-

Natuurnetwerk Nederland

0

0

0

0

0/-

-

0

0

Beschermde soorten

0/-

-

0/-

-

-

-

-

0/-

Kansen voor natuurontwikkeling

0/+

0/+

0/+

++

++

++

++

0/+

blad 85 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie Hoofdthema

Aspect

Natuur, landschap en historie

Mobiliteit

Klimaatadaptatie

Ruimtegebruik

Energie Economie Defensiespecifiek

(Rijks)raakvlakken

Lemmer

Kollumer waardOost

Slochteren

Luddeweer

Exloo

Zweeloo

Kollumer waardWest

Tjuchem

Erfgoed

0

0

-

0

0

0

0

0

Landschap

0/-

0/-

-

-

--

-

0/-

0

Geomorfologie

0

0

0

0/-

0/-

0

0

0

Archeologie

0

0

0

0

0

0

0

0

Bereikbaarheid

-

0/+

0/+

+

0

0/-

0/+

+

Congestie

0

0

0

0

0

0

0

0

Infrastructuur

0

0/-

0

0

0

0

0/-

0

Waterveiligheid

0

-

--

--

0

0

-

-

Droogte

-

0

0/-

0

0

-

0/-

-

Regenbestendigheid

+

-

0/-

-

-

0

0

-

Water en bodem sturend

0/+

0

0/-

0/-

0/+

+

0

0/-

Recreatie

0

0

0

0

0

--

0

0

Landbouw

-

-

-

-

-

-

0

0

Grondeigendom

--

0/-

--

--

--

0/-

--

--

Energienetwerken

0/-

0

0

-

0

0

0

0/-

Netcapaciteit

-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

Werkgelegenheid

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

Grootte

++

++

++

++

0

++

0

--

Ligging/afstand tot andere munitiecomplexen

0

0

0

0

0/+

+

0

0

Ligging in toekomstige laagvlieggebieden

0

0

0

0

0

0

0

0

Impact op toekomstige hoofdinfrastructuur

-

0

0

0

0

0

0

--

Evenwichtige spreiding van werkgelegenheid

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

Impact op woningbouwplannen

0

0

0

0

0

0

0

0

Lemmer

De locatie Lemmer is, vergeleken met alle andere locaties, op grote afstand van Eemshaven gelegen, waardoor munitietransporten door dorpen en over bruggen plaats dient te vinden. De bereikbaarheid scoort hiermee slecht. Echter, ook voor de andere locaties zijn munitietransporten door dorpen noodzakelijk. Het aantal woningen binnen de A, B en C-zones is relatief hoog. Het effect op woningen in de omgeving is hiermee zeer negatief. Daarnaast is het gebied bij locatie Lemmer in beeld voor een nieuwe hoogspanningsverbinding, waardoor de locatie mogelijk interfereert met andere rijksbelangen. De regenbestendigheid van de locatie Lemmer is in vergelijking met andere locaties goed, dit wil zeggen dat de locatie niet gevoelig is voor wateroverlast. Kollumerwaard-Oost

Op locatie Kollumerwaard-Oost dienen enkele woningen geamoveerd te worden en heeft een munitieopslag impact op de aanwezige proefboerderij. Op minder dan 500 meter afstand is een Natura 2000-gebied gelegen, dat tevens is aangewezen als stiltegebied. De komst van een munitieopslag kan negatieve effecten hebben op de natuurwaarden in de omgeving. Slochteren

Locatie Slochteren is, evenals locatie Luddeweer, gelegen in het aardbevingsgebied, en heeft te maken met veel te amoveren woningen. Het gebied is daarbij in een waardevol landschap gelegen. Er liggen meerdere blad 86 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

monumenten binnen de B- en C-zones. Het gebied kent in vergelijking met andere locaties een negatief risicoprofiel met betrekking tot overstromingen. Het gebied kent een relatief hoge overstromingsdiepte bij zowel een kleine als middelgrote kans overstroming. Luddeweer

Locatie Luddeweer is evenals Slochteren gelegen binnen aardbevingsgebied. Door de zoeklocatie loopt een hoogspanningsverbinding. Locatie Luddeweer scoort hiermee slecht op het aspect energienetwerken. De bereikbaarheid is ten opzichte van andere locaties goed en scoort positief. Net als locatie Slochteren scoort Luddeweer slecht op het aspect waterveiligheid. Exloo

Locatie Exloo is gelegen in het landschap van Hondsrug & Hunze, wat een zeer uniek landschap binnen Nederland betreft. Er kunnen negatieve effecten optreden op de landschappelijke waarden in het gebied. Het aspect grondwater scoort tevens negatief, vanwege de sterke kwel- en infiltratiefunctie en de aanwezigheid van gevoelige grondwaterafhankelijke natuur. Ten opzichte van andere zoeklocaties betreft de trillingsgevoeligheid bij locatie Exloo een aandachtspunt door de aanwezigheid van radiotelescoop LOFAR. De komst van een munitieopslag kan negatieve effecten veroorzaken. Zweeloo

Locatie Zweeloo kent evenals locatie Exloo een relatief groot aantal te amoveren woningen en kent bovendien een grote aantasting van het landschap. In Zweeloo is aanvullend ook sprake van de nabijheid van recreatiegebieden. Locatie Zweeloo heeft hiermee aanzienlijke effecten op recreatie. De ligging/afstand tot andere munitiecomplexen is daarentegen wel positief beoordeeld. Kollumerwaard-West

Kollumerwaard-West heeft als enige locatie niet als gevolg dat woningen dienen gesloopt te worden. Hier spelen wel natuurwaarden en de nu aanwezige functie in het gebied. De locatie grenst direct aan Natura 2000-gebied Lauwersmeer. Met de komst van een munitieopslag kunnen negatieve effecten ontstaan op de aangrenzende natuur en stiltegebieden ten noorden van de locatie. Tjuchem

Locatie Tjuchem scoort zeer slecht op aantal woningen. Daarnaast is de locatie elf hectare in omvang en hiermee ontoereikend voor een munitieopslag. Een munitieopslag heeft negatieve impact op de toekomstige hoofdinfrastructuur. Er zijn plannen voor de aanleg van een waterstofnetwerk rondom het gebied waarmee de locatie interfereert. De bereikbaarheid is daarentegen wel positief beoordeeld, vanwege de nabijheid van hoofdinfrastructuur en de reistijd naar de Eemshaven.

6.3.4

Voorlopige conclusie ten behoeve van Zeef 1 Uit de effectbeoordelingen kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • Aanzienlijke milieueffecten zijn in de meeste gevallen gekoppeld aan het aantal woningen dat in de nabijheid van de zoekgebieden gelegen is. Dit speelt op alle locaties een rol, maar het effect is het kleinst in Kollumerwaard (Oost en West) en Zweeloo. • Op veel van de locaties is optimalisatie van de zoekgebieden goed mogelijk. Dit is weergegeven in hoofdstuk 11. Zo kan bijvoorbeeld locatie Lemmer van 16 naar 1 te amoveren woning geoptimaliseerd worden. • Veel van de locaties (6 van de 8) zijn in landbouwgebieden gelegen, hetgeen betekent dat agrarische activiteiten in de plansituatie niet (en in de omgeving sterk verminderd) mogelijk zijn. • Gekoppeld aan effecten op agrarisch cultuurlandschap kunnen negatieve effecten optreden voor het (historisch) landschap, beschermde diersoorten en archeologische waarden. • De locatie Lemmer is, vergeleken met alle andere locaties, op grote afstand van Eemshaven gelegen, waardoor munitietransporten door dorpen en over bruggen plaats dient te vinden. Ook voor de andere locaties zijn munitietransporten door dorpen noodzakelijk. • Per locatie zijn de volgende gevolgen aanzienlijk: o Locatie Biddinghuizen heeft te maken met de aanwezigheid van enkele agrarische bedrijven.

Daarnaast zijn er effecten te verwachten op landbouwgronden en zijn in de nabijheid van een hoogspanningsverbinding gelegen. blad 87 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

o o

o

o o

Op locatie Kollumerwaard-Oost dienen enkele woningen geamoveerd te worden en heeft een munitieopslag impact op de aanwezige proefboerderij. Locaties Slochteren en Luddeweer zijn gelegen in het aardbevingsgebied, hebben te maken met veel te amoveren woningen en zijn in bodemdalingsgebieden in een waardevol landschap gelegen. Locaties Exloo en Zweeloo kennen eveneens een relatief groot aantal te amoveren woningen en hebben bovendien aantastingen van het landschap. In Zweeloo is ook nog sprake van de nabijheid van recreatiegebieden. Kollumerwaard-West heeft als enige locatie niet als gevolg dat woningen dienen gesloopt te worden. Hier spelen wel natuurwaarden en de nu aanwezige functie in het gebied. Locatie Tjuchem scoort zeer slecht op aantal woningen en omliggende infrastructuur.

Concluderend zijn er op alle locaties aanzienlijke milieueffecten te verwachten: deze lopen uiteen van landbouw (alle locaties behalve Kollumerwaard-West en Tjuchem), natuur (Kollumerwaard-West) tot impact op woningen (alle locaties behalve Kollumerwaard-West).

blad 88 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

6.4

Behoefte IV – Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven (springterrein)

6.4.1

De behoefte in het kort De veranderende veiligheidssituatie laat zien dat steeds zwaardere explosieven (o.a. in Oekraïne) gebruikt worden. Ook kunnen momenteel niet alle trainingen en grotere inzet van defensie eenheden voldoende gefaciliteerd worden door het bestaande oefenspringterrein in Reek. Daardoor wordt steeds meer naar het buitenland afgeweken, maar ook daar (zeker bij NAVO-partners in Europa) neemt de druk toe, waardoor op termijn een onhoudbare situatie ontstaat. Hierdoor staat de operationele gereedheid van de eenheden die gebruik maken van het oefenterrein onder druk. Op dit moment is het terrein in Reek volledig volgepland. Er wordt voor veel basisopleidingen uitgeweken naar het buitenland omdat het huidige springterrein in Reek hier niet de capaciteit voor heeft. Wanneer de Landmacht volledig gevuld zou zijn, zijn er nog meer oefenmogelijkheden nodig. Als deze mogelijkheden niet in Nederland gerealiseerd kunnen worden, is het voor zowel de landmacht als andere krijgsmachtdelen een beperking in de gereedstelling. Met het versterken van de krijgsmacht en een voorziene groei van het personeelsbestand, wordt de toekomstige meerbehoefte geschat op 75% van de huidige behoefte, ofwel 1,75 keer zoveel ruimte als dat op dit moment beschikbaar is. Hiervoor is een tweede terrein nodig in Nederland.

6.4.2

Overzicht van de alternatieven De acht locatie-alternatieven voor een springterrein zijn te zien in volgende figuren.

618 ha

figuur 6-26 Locatie Swifterbant

597 ha

figuur 6-25 Locatie Lelystad

blad 89 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

649 ha

611 ha

figuur 6-28 Locatie Loenen

figuur 6-27 Locatie Nijverdal

740 ha

figuur 6-30 Locatie Arnhem-Rozendaal

374 ha

figuur 6-32 Locatie Kollumerwaard

673 ha

figuur 6-29 Locatie Wapenveld

566 ha

figuur 6-31 Locatie uitbreiding Reek

blad 90 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

6.4.3

Overzicht van de belangrijkste effecten van de alternatieven Beoordeling

Thema

Gezonde en veilige leefomgeving

Bodem en water

Natuur, landschap en historie

Mobiliteit

Klimaatadaptatie

Ruimtegebruik

Energie Economie

Defensiespecifiek

Aspect

Swifterbant

Lelystad

Nijverdal

Loenen

ArnhemRozendaal

Wapenveld

Kollumerwaard

Uitbreiding

Geluidbelasting op de omgeving

0/-

0/-

-

0

0

-

0/-

--

Geluidbelasting op stiltegebieden

0

0

0

-

--

0/-

--

0/-

Impact van piekgeluid

-

0/-

-

-

0/-

-

0/-

--

Trillingen

0/-

0/-

0/-

0/-

0

0/-

-

-

Luchtkwaliteit

0

0

0

0

0

0

0

0

Plaatsgebonden risico en groepsrisico op de activiteit

-

0/-

0

0/-

0/-

0/-

0/-

-

Omvang en aantal woningen A/B/C-zones

0/-

0/-

0/-

-

0

-

0/-

--

Lichthinder

0

0

0

0

0

0

0

0

Bodemsoort en -daling

0/-

0/-

0

0

0

0

0/-

0

Bodemkwaliteit

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

Oppervlaktewater

0/-

0/-

0

0

0

0

0/-

0/-

Grondwater

0

0

0

0

0

-

--

0/-

Drinkwater

0

0

0/-

--

0/-

0

0

0

Waterkeringen

0/-

0

0

0

0

0

0

0

Natura 2000

-

0/-

--

--

--

--

-

0/-

NNN

0/-

0/-

-

-

--

-

0

-

Beschermde soorten

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

Kansen voor natuurontwikkeling

++

++

0/+

0/+

0/+

0/+

++

0/+

Erfgoed

0

0

0

0

0

0

0

0

Reek

Landschap

-

-

-

-

-

-

-

-

Geomorfologie

0/-

0/-

0

0/-

0/-

0/-

0

0/-

Archeologie

-

0/-

0

0/-

0/-

0/-

0

0/-

Congestie

0

0

0

0

0

0

0

0

Waterveiligheid

0/-

0/-

0

0

0

0

0/-

0

Droogte

0

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0

0/-

Regenbestendigheid

0/-

0/-

0

0

0

0

0/-

0

Water en bodem sturend

0

0

0

0

0

0

0

0

Recreatie

-

-

--

--

--

--

-

-

Landbouw

--

--

0

0

0

0

--

0/-

Wonen

--

--

-

--

0/-

-

0/-

--

Grondeigendom

--

--

-

--

--

--

-

-

Begraafplaatsen

0

0

0

--

0

0

0

0

Energienetwerken

0/-

0

0

0/-

0

0

0

-

Netcapaciteit

-

-

0/-

-

-

-

0/-

-

Werkgelegenheid

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

Reistijd voor eenheden

+

+

0/+

++

++

++

0

+

Indicatieve 1.000m zone

0/+

+

++

+

++

++

0/+

0

Ligging in laagvlieggebieden

-

0

-

0/-

0

0

0

0

blad 91 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

(Rijks)raakvlakken

Beperkingengebieden luchtvaart

0

-

0

-

-

0

0

0/-

Impact op toekomstige hoofdinfrastructuur

--

0

0

0

0

0

0

0

Evenwichtige spreiding van werkgelegenheid

0

0

0

0

0

0

0

0

Impact op woningbouwplannen

0

0

0

0

0

0

0

0

Swifterbant

De locatie Swifterbant scoort met name op plaatsgebonden risico en groepsrisico op de activiteit slecht ten opzichte van andere locaties. De infrastructuur, hogedruk aardgasleiding, windturbines en propaangastanken vormen aandachtspunten. In het gebied is een belemmeringsstrook aanwezig en liggen brandaandachtsgebieden. Aanvullend zijn er vanuit de PEH plannen voor uitbreidingen van het hoogspanningsnet binnen het gebied. Een springterrein op locatie Swifterbant heeft daarmee negatieve impact op toekomstige hoofdinfrastructuur. Lelystad

Locatie Lelystad gaat voornamelijk ten koste van landbouwgronden. Daarentegen biedt de locatie, gezien de huidige inrichting, veel kansen voor natuurontwikkeling. Met name het aansluiten bij omliggende NNN-gebieden biedt kansen voor versterking van de natuur. De aanwezigheid van Lelystad Airport en het daarbij behorende gebruik van het luchtruim maakt dat er beperkingen gelden. Beperkingengebieden luchtvaart zijn ook aanwezig bij locaties Loenen en Arnhem-Rozendaal. Nijverdal

Locatie Nijverdal heeft relatief weinig negatieve effecten. De indicatieve 1.000 meter zone is relatief groot, en scoort hiermee zeer positief. Wel heeft deze locatie vanwege omliggende woningen negatieve impact op de geluidsbelasting op de omgeving. De locatie is in het zuiden onderdeel van een bestaand laagvlieggebied. Dit aspect scoort hierdoor net als locatie Swifterbant negatief. Loenen

Binnen de locatie Loenen is een waterwingebied aanwezig. Grote delen van de locatie vallen binnen het grondwater beschermingsgebied en het intrekgebied. Het effect op drinkwater is hierdoor als zeer negatief beoordeeld. Daarnaast is locatie Loenen gelegen naast Nationaal Ereveld Loenen. De geluidsbelasting van een springterrein op deze locatie heeft een zeer negatief effect op dit Nationaal Ereveld. Arnhem-Rozendaal

Een deel van de locatie Arnhem-Rozendaal ligt binnen een stiltegebied. De geluidscontouren van een springterrein overlappen ten dele met het stiltegebied. De komst van een springterrein heeft negatieve impact op de geluidsbelasting in het gebied. Het terrein is aangewezen als Natura 2000-gebied en is bijna geheel onderdeel van het NNN. Realisatie van een springterrein heeft impact op de omvang van het NNN-gebied. Deze aantasting betekent dat er een compensatieplicht bestaat. Hiermee scoort het aspect NNN bij locatie ArnhemRozendaal zeer negatief. Wapenveld

De gemiddelde grondwaterstanden in het gebied vormen een mogelijke beperking voor een eventueel springterrein op locatie Wapenveld. De reistijd voor eenheden is bij locatie Wapenveld als zeer goed beoordeeld. locaties Loenen en Arnhem-Rozendaal scoren eveneens zeer positief op reistijd voor eenheden. De indicatieve 1.000 meter zone is relatief groot en scoort hiermee tevens zeer positief. Kollumerwaard

Direct naast locatie Kollumerwaard ligt een stiltegebied, het Lauwersmeer. De komst van een springterrein heeft negatieve impact op de geluidsbelasting in dit gebied en is hierdoor als zeer negatief beoordeeld. Ten opzichte van andere zoeklocaties betreft de trillingsgevoeligheid bij locatie Kollumerwaard een aandachtspunt. Dit heeft te maken met de openheid van het landschap, de ondergrond en de hoge grondwaterstanden. De komst van een springterrein kan negatieve effecten veroorzaken met betrekking tot trillingen naar de omgeving. De hoge grondwaterstanden kunnen naast trillingen ook overlast veroorzaken met betrekking tot het gebruik van een springterrein. blad 92 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Uitbreiding Reek

Locatie Reek scoort zeer slecht op aantal woningen in de omgeving. Binnen de A-, B- en C-zones liggen relatief veel woningen ten opzichte van andere locaties. Daarbij wordt er in de huidige situatie al geoefend met explosieven waardoor er in de omgeving al een geluidsbron van schietgeluid aanwezig is. Uitbreiding van het springterrein brengt extra geluidsbelasting met zich mee in een omgeving met relatief grote bebouwingsdichtheid. Uitbreiding van het springterrein heeft tevens negatieve impact op de aanwezige leidingen die door het gebied heen lopen. Het aspect energienetwerken is hierdoor als negatief beoordeeld.

6.4.4

Voorlopige conclusie ten behoeve van Zeef 1 Een nieuw springterrein kan niet worden gerealiseerd in Nederland zonder aanzienlijke milieueffecten te veroorzaken. Dit geldt voor alle onderzochte locaties. Op hoofdlijnen geldt een tweedeling in de locaties: • Of het springterrein heeft een aanzienlijke impact op aanwezige ruimtegebruikers (woningen, agrarische bedrijven en agrarische grond (Swifterbant, Lelystad, Kollumerwaard, Reek). • Of het springterrein heeft een aanzienlijke impact op (zeer) waardevolle natuur en aanverwante belangen als recreatie en landschap (Nijverdal, Loenen, Arnhem-Rozendaal, Wapenveld en ook Reek).

blad 93 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

6.5

Behoefte V – Oefenen in verstedelijkt gebied

6.5.1

De behoefte in het kort Uit actuele gevechtssituaties volgt dat stedelijk gebied steeds vaker de locaties vormen voor het gevecht. Hiervoor is De NAVO stelt daardoor de eis dat militaire eenheden moeten kunnen optreden in verstedelijkt gebied. Defensie heeft meer oefengebied nodig om te kunnen trainen in verstedelijkt gebied. De verwachting is dat de verhouding tussen trainen in landelijk en stedelijk gebied 50/50 moet worden, terwijl dit nu 90/10 is.

Behalve oefenen in de strook, kan structureel in stedelijk gebied alleen worden getraind in Marnehuizen. Dit oefenterrein heeft heel weinig ruimte voor oefeningen. Defensie heeft dus behoefte aan een extra locatie van circa één km2 (100 hectare) om te kunnen oefenen in verstedelijkt gebied. Een dergelijke locatie is in het onderzoeksrapport ook wel een ‘oefendorp‘ genoemd.

6.5.2

Overzicht van de alternatieven Er zijn twee mogelijkheden voor de alternatieven. Eén is een al bebouwde locatie van Defensie omvormen naar een oefendorp. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan de locatie in Budel en het daar nabij gelegen oefenterrein. Een tweede alternatief is een onbebouwd terrein aanwenden voor de realisatie van een oefendorp. Gelet op de voorgenomen activiteiten (dronegebruik) vindt Defensie het alleen voorstelbaar om op bestaande oefenterreinen de oefenfaciliteiten uit te breiden of te creëren. De elf alternatieven voor het oefenen in verstedelijkt gebied zijn te zien in volgende figuren.

910 ha

figuur 6-33 Locatie-alternatief OT Leusderheide

100 ha

figuur 6-34 Locatie-alternatief Nassau-Dietz Kazerne

blad 94 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

1.110 ha

figuur 6-40 Locatie-alternatief OT Weerterheide

470 ha

figuur 6-38 Locatie-alternatief OT Rucphense Heide

1.480 ha

figuur 6-37 Locatie-alternatief OT Marnewaard

110 ha

figuur 6-39 Locatie-alternatief OT Crayelheide

470 ha

figuur 6-36 Locatie-alternatief OT Havelte-West

400 ha

figuur 6-35 Locatie-alternatief OT de Haar

blad 95 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

210 ha

360 ha

figuur 6-43 Locatie-alternatief OT de Vlasakkers

figuur 6-41 Locatie-alternatief OT Doorn-Driebergen

140 ha

figuur 6-42 Locatie-alternatief OT Vughtse Heide

6.5.3

Overzicht van de belangrijkste effecten van de alternatieven In volgende tabel zijn de effectbeoordelingen van de beoordelingscriteria weergegeven voor de verschillende locaties.

blad 96 van 216

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

OT DoornDriebergen

OT Vughtse Heide

(Rijks)raakvlakken

OT de Vlasakkers

Defensiespecifiek

OT de Haar

Energie

OT Marnewaard

Ruimtegebruik

OT HavelteWest

Klimaatadaptatie

OT Rucphense Heide

Mobiliteit

OT Crayelheide

Natuur, landschap en historie

OT Weerterheide

Bodem en water

Nassau-Dietz Kazerne

Gezonde en veilige leefomgeving

OT Leusderheide

Hoofdthema

Geluidsbelasting op de omgeving

---

0

0

0/-

-

--

0

0/-

--

--

--

Geluidsbelasting stiltegebieden

0

0

0

0

-

0

--

0

0

0/-

0

Luchtkwaliteit

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Omgevingsveiligheid

0/-

0/-

0

0

0

0

0

0

0

0/-

0

Licht

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Bodemsoort en bodemdaling

0

0

0

0

0

0

0/-

-

0

0

0

Bodemkwaliteit

-

0/-

0/-

0/-

0/-

-

0/-

0/-

-

-

0/-

Oppervlaktewater

0

0

0

0

0

0

0/-

0/-

0

0

0

Grondwater, inclusief kwel

0

0

0

0

0

0/-

--

--

0

0

0/-

Drinkwater

0

0

0

0

0/-

0/-

0

0

0/-

0/-

0

Waterkeringen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0/-

Natura 2000

0/-

-

--

0/-

-

-

-

-

0/-

0/-

-

Natuurnetwerk Nederland

0/-

-

--

--

-

0

0

0

0/-

--

--

Beschermde soorten

-

0/-

-

0/-

0/-

-

--

0/-

-

-

-

Erfgoed

0

0

0

0

0

0

0/-

0

0

0

-

Landschap

-

0

-

-

-

0/-

0

0/-

-

--

-

Geomorfologie

0/-

0/-

0/-

0

0

0/-

0

0

0/-

0/-

0

Archeologie

0/-

0/-

0/-

-

0/-

0/-

0

0/-

0/-

0/-

0/-

Mobiliteit

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Waterveiligheid

0

0

0

0

0

0

0/-

0

0

0

0

Droogte

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0

0/-

0/-

0/-

Regenbestendigheid

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Recreatie

0

0

-

-

0/-

0/-

0/-

0/-

0

--

--

Landbouw

0

0

0

0/-

0

0

0

0

0

0

0

Grondeigendom

0

0

0

0

0

0

0

0

0

-

0

Energienetwerken

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Netcapaciteit

0

0

0/-

0

0

0

0

0

0

0/-

0

Drones

0

0/-

--

0

0

0

0

0

0

0

0

Benaderingsruimte

++

++

++

--

-

0/-

++

0/-

--

--

--

Live firing en schietbaan

+

+

++

0/+

0/-

0

-

++

+

0/+

0/+

Passende inrichtingsmogelijkheden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mogelijkheden voor helikopters

+

0/-

0/-

0/+

0

0/+

+

0/+

+

0

0

Impact op toekomstige hoofdinfrastructuur

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Evenwichtige spreiding van werkgelegenheid

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Impact op woningbouwplannen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Impact op asielopvang

0

--

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Thema

blad 97 van 216

0

Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Op alle terreinen is in de referentiesituatie al sprake van militair gebruik (OT Doorn-Driebergen en OT Crayelheide overigens wel sterk minder). Dat maakt dat veel van de te verwachten effecten van een oefendorp in meer of mindere mate gelijk zijn aan de referentiesituatie. De grootste effecten zijn gekoppeld aan de bouw van huisjes/voorzieningen in beschermde natuurgebieden. Daarnaast kunnen enkele van de voorgenomen activiteiten geluidseffecten veroorzaken in de omgeving. OT Leusderheide OT Leusderheide heeft veel woningen in de nabijheid van het oefenterrein. De locatie scoort hiermee slecht op geluidsbelasting op de omgeving. De benaderingsruimte is vanwege de oppervlakte van het terrein daarentegen zeer positief. Tevens zijn er helikopterlandingsplekken aanwezig binnen het terrein. Nassau-Dietz Kazerne Nassau Dietzkazerne heeft vanuit milieuperspectief relatief weinig negatieve effecten. Wel heeft deze locatie in de huidige situatie gebruik als asielzoekerscentrum. De benaderingsruimte scoort vanwege de ligging naast OT Weerterheide zeer positief. OT Weerterheide OT Weerterheide is een Natura 2000-gebied en bestaat grotendeels uit stikstofgevoelige habitats. Het terrein is vrijwel volledig onderdeel van NNN. Op andere aspecten scoort OT Weerterheide daarentegen relatief goed.

Binnen het oefenterrein ligt schietbaan Weert waardoor het aspect life firing en schietbaan zeer positief scoort. Wel gelden er beperkingen voor dronegebruik. OT Crayelheide OT Crayelheide wordt in de huidige situatie niet militair gebruikt, is relatief klein en heeft hoge archeologische waarden. De komst van een oefenterrein kan leiden tot aantasting van de aanwezige archeologische monumenten en scoort hiermee zeer negatief. Daarbij is een groot deel van het terrein aangewezen als NNN. OT Rucphense Heide OT Ruchpense heide, OT Havelte-West, OT de Vlasakkers en Vughtse Heide scoren slecht op landschap, recreatief gebruik en worden al militair gebruikt, waardoor het gebruik uit de huidige situatie naar elders verplaatst dient te worden. OT Havelte-West OT Havelte-West heeft net als OT Leusderheide relatief veel woningen in de nabijheid wat een aandachtspunt vormt bij de ontwikkeling van een oefenterrein. Er zijn diverse locaties (licht) verontreinigd en er is sprake van restverontreinigingen van gesaneerde terreindelen. Ook is het terrein deels verdacht op de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Hiermee scoort het aspect bodemkwaliteit bij locatie OT Havelte-West negatief. OT Marnewaard OT Marnewaard scoort goed maar heeft al een oefendorp. Uitbreiding van dit oefendorp scoort vanuit milieuperspectief relatief goed, maar voldoet niet aan de behoefte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15837067/1