Milieueffectrapport NPRD - Deel A - Behoeften, alternatieven en effecten
Tekst van het document
De benaderingsruimte is, evenals OT Leusderheide, OT Weerterheide en de Nassau-Dietz Kazerne zeer goed. De soortendiversiteit en -dichtheid is relatief hoog. Een oefenterrein op de locatie heeft negatieve impact op de beschermde soorten in het gebied. De hoge grondwaterstand binnen OT Marnewaard vormen een aandachtspunt, evenals de geluidsbelasting op het naastgelegen stiltegebied. OT de Haar OT De Haar is relatief klein en wordt al door Defensie gebruikt. Net als bij OT Marnewaard vormt de hoge grondwaterstand een aandachtspunt. In de ondergrond zijn moerige lagen aanwezig. Er bestaat een risico op bodemdaling. Het aspect bodemsoort en bodemdaling scoort hiermee relatief slecht. Vanwege de aanwezigheid van naastgelegen schietbaan Witten scoort OT de Haar (zeer) positief op life firing en schietbaan. OT de Vlasakkers OT de Vlasakkers scoort vanuit milieuperspectief relatief goed. Binnen het terrein is een verontreiniging aanwezig en het gebied is (deels) verdacht op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. De bodemkwaliteit is hierdoor als negatief beoordeeld. Er zijn helikopterlandingsplekken binnen het gebied aanwezig wat positief scoort. Benaderingsruimte is daarentegen afwezig. blad 98 van 216
Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
OT Doorn-Driebergen OT Doorn-Driebergen is een bebost gebied, wordt niet door Defensie gebruikt en heeft daardoor grote negatieve effecten. Met name landschap en recreatie zullen negatieve effecten ondervinden van de komst van een oefendorp. OT Vughtse Heide De locatie OT Vughtse Heide kent relatief veel recreatie in de huidige situatie. De komst van een oefendorp maakt dat er beperkingen nodig zijn waardoor dit een negatieve impact heeft op recreatie. Er is geen geschikte benaderingsruimte aanwezig rondom het terrein. Dit aspect scoort, evenals bij OT Crayelheide, OT Vlasakkers en OT Doorn-Driebergen, zeer negatief.
6.5.4
Voorlopige conclusie ten behoeve van Zeef 1 Uit de effectbeoordelingen kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • Op alle terreinen is in de referentiesituatie al sprake van militair gebruik (OT Doorn-Driebergen en OT Crayelheide overigens wel sterk minder). Dat maakt dat veel van de te verwachten effecten van een oefendorp in meer of mindere mate gelijk zijn aan de referentiesituatie. De grootste effecten zijn gekoppeld aan de bouw van huisjes/voorzieningen in beschermde natuurgebieden. Daarnaast kunnen enkele van de voorgenomen activiteiten geluidseffecten veroorzaken in de omgeving. • Per locatie zijn de volgende milieueffecten relevant: o OT Leusderheide heeft veel woningen in de nabijheid van het oefenterrein. o Nassau Dietzkazerne heeft vanuit milieuperspectief relatief weinig negatieve effecten. Wel heeft deze locatie in de huidige situatie gebruik als asielzoekerscentrum. o OT Weerterheide is een Natura 2000-gebied, maar scoort op andere aspecten relatief goed. o OT Crayelheide wordt in de huidige situatie niet militair gebruikt, is relatief klein en heeft hoge archeologische waarden. o OT Ruchpense heide, OT Havelte-West, OT de Vlasakkers en Vughtse Heide scoren slecht op landschap, recreatief gebruik en worden al militair gebruikt, waardoor het gebruik uit de huidige situatie naar elders verplaatst dient te worden.
o OT De Haar is relatief klein en wordt al door Defensie gebruikt. o OT Doorn-Driebergen is een bebost gebied, wordt niet door Defensie gebruikt en heeft daardoor grote negatieve effecten. o OT Marnewaard scoort goed maar heeft al een oefendorp. Uitbreiding van dit oefendorp scoort vanuit milieuperspectief goed, maar voldoet niet aan de behoefte. Concluderend zijn er op alle locaties aanzienlijke milieueffecten te verwachten. De grootste milieueffecten zijn te verwachten op de terreinen waar in de referentiesituatie geen sprake is van militair gebruik. Na filtering van die locaties bestaan er verschillen tussen de locaties. Die worden voornamelijk ingegeven door natuurwaarden en hinder voor de omgeving.
blad 99 van 216
Milieueffectrapport Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deel A - De behoeften, alternatieven en effecten projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
6.6
Behoefte VI – Amfibisch oefengebied
6.6.1
De behoefte in het kort De Koninklijke Marine heeft grote behoefte aan mogelijkheden om amfibisch te kunnen trainen en oefenen in Nederland. Kleine tactische landingen op groepsniveau zijn mogelijk op het bestaande oefenterrein op Texel (De Hors). De Hors heeft geen tactische mogelijkheden: de oefeningen zijn uitsluitend gericht op het aanleren van de technische vaardigheden van het aanlanden. Dit gebeurt dagelijks voor opleiding- en trainingsdoeleinden met landingsvaartuigen en eenheden (mariniers en voertuigen). Grotere oefeningen met een hogere moeilijkheidsgraad zijn nog niet mogelijk in Nederland. Dit betreft onder andere het ‘doorstoten’ na de landing naar een target (in een oefengebied). Het onderzoek naar een nieuwe locatie spitst zich toe op oefeningen op niveau 4 en 5. Dit betekent dat de basistrainingen afgewerkt blijven worden op De Hors in Texel, maar er een nieuw terrein nodig is om ongeveer tien keer per jaar te oefenen. Dit betekent dat er geen toegewijd Defensieterrein nodig is, maar een terrein waar op incidentele basis geoefend mag worden. Hierbij geldt dat het in de regel juist níét de bedoeling is om met zwaar materieel grootschalig te oefenen op land.
6.6.2
Overzicht van de alternatieven In de NRD zijn Petten, Marnewaard, Vliehors en Maasvlakte opgenomen als locatie-alternatief. Voor locatiealternatief Maasvlakte zijn aanvullend twee alternatieve locaties in beeld gekomen. De Maasvlakte is aangelegd om de (concurrentie)positie van de Mainport Rotterdam in het belang van de Nederlandse economie. Een amfibisch oefengebied op de Maasvlakte is in strijd met die doelstelling van het gebied. Dit heeft geleid tot twee te onderzoeken alternatieven die niet binnen het havengebied vallen maar wel voldoen aan de behoefte van Defensie om in deze regio een oefenterrein te creëren. Dit zijn de locatie-alternatieven Ouddorp en Oostvoorne. Hierbij dient opgemerkt te worden dat deze gebieden onderdeel zijn van het Natura 2000-netwerk en significant negatieve milieueffecten daardoor op voorhand te verwachten zijn. Tijdens de informatiebijeenkomst in Noord-Holland is Defensie voor het locatie-alternatief Petten gewezen op de ligging in dit gebied van Natura 2000-gebied Het Zwanenwater. Op basis hiervan heeft Defensie toegezegd dat in overleg met de gemeente Schagen zal worden gezocht naar een aanpassing van dit locatie-alternatief. Uit het overleg is gevolgd dat de locatie Groote Keeten onderzocht zal worden. De zeven locatie-alternatieven voor een amfibisch oefengebied zijn te zien in volgende figuren.
990 ha
figuur 6-45 Locatie-alternatief Petten
1.670 ha
figuur 6-44 Locatie-alternatief Schietrange Vliehors
blad 100 van 216