Eindrapport enquêtecommissie - Lage Akkerweg hoog opgelopen
Tekst van het document
Wethouder van Doorn stelt op dezelfde dag een conceptbrief op, gericht aan het college en de raad, en stuurt deze aan burgemeester Blok, de directie en de griffier met het verzoek de brief uiterlijk de eerstvolgende dinsdag te delen met het presidium. In deze conceptbrief legt wethouder van Doorn een verband tussen de brief van de OR over bestuurlijke druk en het vastlopende proces aangaande het beantwoorden van de raadsvragen over het dossier Lage Akkerweg. Hij verzoekt de raad een debat te organiseren met als doel de schade voor de gemeente Someren te beperken. Op 10 december bespreekt het college het schrijven van wethouder van Doorn. In het college wordt aangegeven, zo heeft de commissie op basis van de gesprekken begrepen, dat de conceptbrief impliciet verwijtend van toon is naar met name burgemeester Blok en wethouder Swinkels. Naar aanleiding hiervan wordt de oorspronkelijke brief herzien. De relatie met het dossier Lage Akkerweg, de vertraging van de beantwoording van de raadsvragen en de melding dat een bestuurder heeft verzocht om een extern onderzoek, haalt wethouder van Doorn eruit. Wel doet wethouder van Doorn melding over de signalen van de OR en biedt hij de raad de mogelijkheid aan mee te denken over de wijze van samenwerking binnen, en informatievoorziening vanuit de bestuurlijke organisatie, om de bestendigheid van het bestuur te verbeteren.
Op dezelfde avond bespreekt het presidium de nieuwe brief van wethouder van Doorn. Het presidium geeft aan een voorkeur te hebben voor het agenderen van de brief in een besloten raadsvergadering. Het is dan aan de raad hoe de brief verder wordt besproken (openbaar of achter gesloten deuren). De brief is in beslotenheid besproken en de raad heeft besloten geheimhouding op te leggen voor de brief. Op basis van de gesprekken stelt de commissie vast dat de collegeleden en de waarnemend gemeentesecretaris signalen van onbehoorlijke en oneigenlijke druk niet specifiek herkennen in relatie tot het dossier Lage Akkerweg in het najaar van 2024. De commissie kan op basis van de gesprekken niet vaststellen dat de meest betrokken ambtenaren in deze periode op dit dossier onbehoorlijke en oneigenlijke druk hebben ervaren.
37/54
5.2
Analyse en beoordeling
Proces binnen het college Eind mei 2024 is voor alle collegeleden duidelijk dat er bij de Lage Akkerweg verkoopovereenkomsten zijn gesloten zonder collegebesluit. Terecht besluit het college dit door ambtenaren te laten uitzoeken. De ambtenaren doen hier lang over (dit wordt hierna beschreven). Het valt de commissie op dat het daarna tot begin oktober vanuit het college, en in ieder geval vanuit de (meest betrokken) wethouders Swinkels (Bedrijventerrein Lage Akkerweg) en wethouder Kusters (Grondzaken) zo lang stil blijft. Er wordt niet of nauwelijks navraag gedaan over hoe de fout kan worden hersteld. Kennelijk wordt er geen urgentie gevoeld vanuit het college. Dit terwijl het college eind mei al op de hoogte was van het ontbreken van een verkoopbesluit door het college. Bovendien wist in ieder geval wethouder Kusters dat er daarnaast een afwijkende grondprijs was gehanteerd. Het proces over het nemen van het herstelbesluit en het informeren van de raad en het debat hierover duurt in totaal zes weken. De commissie constateert dat het college het erover eens is dat er een herstelbesluit wordt genomen. De contracten waren immers getekend. Verder ontstaat er gedurende het hele proces van eind oktober tot 12 december 2024 grote onenigheid in het college.
Het gaat hierbij om de vraag wie verantwoordelijk is voor het feit dat er een oude grondprijs is gehanteerd, of de raad hierover een besluit had moeten nemen, wie verantwoordelijk is voor het feit dat het college geen verkoopbesluit heeft genomen en hoe hierover met de raad te communiceren (raadsbrief, antwoorden op raadsvragen). De emoties lopen hierbij hoog op. De toon wordt verwijtend naar elkaar. Er is onderling wantrouwen. Er ontstaan in het college kampen tussen de wethouders van Doorn en wethouder Kusters en wethouder Swinkels en burgemeester Blok, waarbij de waarnemend gemeentesecretaris/secretaris van het college zich op een aantal momenten voegt bij het eerste kamp. Alle collegeleden dragen in de ogen van de commissie, in hun houding en gedrag, eerder bij aan het verder escaleren van de situatie dan het de-escaleren. De commissie rekent het ontsporen van het proces het hele college aan. De commissie heeft de indruk dat het zaadje hiervoor al eerder was geplant. Er was, los van het dossier Lage Akkerweg, geen goede sfeer in het college. In de kern ging de discussie over de schuldvraag, ‘Wie was waarvoor verantwoordelijk’, waarbij de pijlen van het kamp van Doorn/Kusters zich richtten op Swinkels. De commissie is van mening dat het college met enige politieke wil gemakkelijk een oplossing had kunnen vinden.
Drie collegeleden hadden een verantwoordelijkheid op zich kunnen nemen: wethouder Swinkels als verantwoordelijke voor de Lage Akkerweg, wethouder Kusters als verantwoordelijke voor Grondzaken en burgemeester Blok als voorzitter van het college. Geen van allen hebben zich eerder in 2024, toen de raadsbrief uitging over de Lage Akkerweg, gerealiseerd dat er geen verkoopbesluit was genomen in het college. Het delen van de verantwoordelijkheid zou ook een mooie uiting zijn geweest van het collegiaal bestuur, dat een college van B en W zou moeten zijn, maar waar het hier in het geheel aan ontbroken heeft. Uiteindelijk wordt over het collegebesluit gestemd, waarbij de uitslag 2-2 is met een doorslaggevende stem van de burgemeester. Alle collegeleden maken gebruik van een dubbele aantekening zodat de overwegingen naar buiten kunnen worden gebracht. Doorgaans wordt dit gebruikt als een collegelid ergens tegen is, niet voor. De Gemeentewet bevat geen bepalingen over het gebruik van een dubbele aantekening. Wel is het gebruikelijk dat dit is opgenomen in een reglement van orde van het college van B en W. Het reglement van de gemeente Someren stamt
38/54
uit 1995 en de commissie stelt vast dat hierin niets is opgenomen over de mogelijkheid van een dubbele aantekening. Zo bezien heeft het college niet in lijn gehandeld met het reglement van orde. Om enige grip te krijgen op de situatie neemt burgemeester Blok het initiatief tot twee acties die de commissie goed kan begrijpen: het inschakelen van Pels Rijcken voor een juridisch advies en het inschakelen van een externe onderzoeker (dhr. De Kroon) voor het maken van een objectief en verifieerbaar feitenrelaas. De commissie vindt echter beide processen rommelig verlopen. Opdrachtformuleringen worden niet duidelijk opgesteld en niet verankerd in een collegebesluit. Eindrapportages worden niet in het college behandeld. Het advies van Pels Rijcken blijft hangen als concept en wordt niet afgerond. Pels Rijcken krijgt niet alle relevante informatie om tot een advies te komen. De heer De Kroon is met vakantie, krijgt toch de opdracht en moet dan in een paar dagen al een eerste concept opleveren.
Op basis van de bestudeerde e-mails en de gevoerde gesprekken constateert de commissie dat er van de kant van de burgemeester als bestuurlijk opdrachtgever, van de kant van de (waarnemend) gemeentesecretaris als ambtelijk opdrachtnemer/contactpersoon en van de kant van de projectleider en wethouder Swinkels als betrokkenen geen invloed is uitgeoefend op het werk van Pels Rijcken en de heer De Kroon. Wethouder Swinkels doet in december 2024 een officiële melding bij burgemeester Blok en de waarnemend gemeentesecretaris met het verzoek tot een onafhankelijk onderzoek. De commissie vindt het doen van deze officiële melding verwarrend. Een officiële melding gaat doorgaans over een vermeende integriteitsschending. Daarvoor heeft de gemeente een stappenplan hoe hiermee om te gaan. Dit geldt niet voor een officiële melding met het verzoek voor een extern onderzoek. De commissie snapt dat over deze melding verwarring ontstaat bij de ontvangers hoe hiermee om te gaan, ook omdat extern onderzoeker De Kroon bezig is met het opstellen van het feitenrelaas. Uiteindelijk wordt eerst het proces van de heer De Kroon afgewacht waarbij hem de ruimte wordt gegeven in contact te komen met de heer Swinkels. Dit vindt de commissie een logische stap.
Uiteindelijk wordt de officiële melding niet afgehecht, wat volgens de commissie wel passend zou zijn geweest, ook na het aftreden van de heer Swinkels als wethouder. Proces tussen college en ambtelijke organisatie Tussen eind mei en eind september 2024 is de ambtelijke organisatie bezig te achterhalen wat er gebeurd is en bezig met het voorbereiden van een collegebesluit. De commissie vindt het een omissie dat de meest betrokken wethouders, Swinkels en Kusters, hier niet bij worden betrokken, dan wel tussendoor op de hoogte worden gesteld hoe het uitzoekwerk verloopt. Er lijkt van beide zijden weinig besef van urgentie. In principe is het portefeuillehoudersoverleg het voorportaal voordat een voorstel naar het college gaat. Daarom is het logisch dat er een portefeuillehoudersoverleg wordt georganiseerd met wethouder Swinkels en wethouder Kusters om het collegevoorstel te bespreken. Op het laatste moment gaat dit niet door. De commissie vindt het onbegrijpelijk dat het overleg niet op een ander moment wordt gevoerd en dat uiteindelijk deze stap is overgeslagen. Parallel aan de toenemende spanningen binnen het college nemen ook de spanningen tussen collegeleden en de ambtelijke organisatie toe. De onder druk staande wethouder Swinkels gaat bij zijn ambtenaren op zoek naar informatie over wat er feitelijk gebeurd is.
39/54
Op de prangende vraag of wethouder Swinkels op de hoogte was van het hanteren van de grondprijs uit 2022, blijft de projectleider stellen dat wethouder Swinkels toestemming heeft gegeven, terwijl wethouder Swinkels stelt van niet. Op basis van alle bestudeerde documenten stelt de commissie vast dat wethouder Swinkels niet schriftelijk of per e-mail hierover is bericht. De commissie kan niet vaststellen of dit mondeling gebeurd is. Door het verschil van inzicht ontstaat er ook wantrouwen tussen wethouder Swinkels en de ambtelijke organisatie. De waarnemend gemeentesecretarissen proberen grip te houden op de samenwerking tussen wethouder Swinkels en de ambtenaren. Eerst in november, als er wordt afgesproken om alle vragen van wethouder Swinkels en antwoorden van de ambtenaren via de waarnemend gemeentesecretarissen te laten verlopen. Begin december mag wethouder Swinkels uitsluitend met de projectleider spreken onder bepaalde voorwaarden, namelijk dat de projectleider zelf mag kiezen of hij mee wil werken aan een gesprek en zich juridisch mag laten bijstaan, dat de integriteitscoördinator aansluit en dat de vragen vooraf schriftelijk op papier worden gezet. Het gesprek mag alleen over deze vragen gaan en de integriteitscoördinator mag het gesprek beëindigen mocht de situatie daarom vragen.
De commissie vindt dat met deze voorwaarden onvoldoende rekening gehouden is met de positie van wethouder Swinkels. De consequentie hiervan is dat wethouder Swinkels volgens de commissie niet de informatie kreeg waar hij wel recht op had. Ook ontstond er zo een ongelijke informatiepositie ten opzichte van de andere collegeleden die wel informatie konden verkrijgen van betrokken ambtenaren. Op basis van de gesprekken stelt de commissie vast dat de druk die ambtenaren zouden ervaren van wethouder Swinkels, geen onbehoorlijke of oneigenlijke druk was. Wel was het een lastige tijd voor de samenwerking tussen ambtenaren en collegeleden. Aan de andere kant kan de commissie vanwege de politieke spanningen wel voorstellen dat de waarnemende (en onervaren) gemeentesecretarissen de ambtenaren probeerden te beschermen. De commissie is van oordeel dat de positie van de waarnemend gemeentesecretaris/secretaris van het college erg lastig was. Aan de ene kant moest zij als waarnemend collegesecretaris het college neutraal bedienen en aan de andere kant was zij ook als domeinmanager de leidinggevende van de meest betrokken ambtenaren, en wilde zij voor haar eigen mensen staan. In de eerder geschetste politieke context kwam zij in een bijna onmogelijke spagaat terecht. Het college had haar niet in deze positie moeten brengen.
Begin december stuurt de OR een brief naar wethouder van Doorn als portefeuillehouder P&O waarin zorgen worden geuit over door ambtenaren ervaren onbehoorlijke en oneigenlijke druk door bestuurders. In de brief wordt geen relatie gelegd met het dossier Lage Akkerweg. In dit proces is volgens de commissie sprake van rolvervaging. In de eerste plaats dient de OR een dergelijke brief te richten aan de WOR-bestuurder, in dit geval de waarnemend gemeentesecretaris/secretaris van het college. Gezien de inhoud van de brief zou zij dan de portefeuillehouder P&O en het college kunnen informeren. In de tweede plaats ontstaat de rolvervaging bij de portefeuillehouder zelf. Hij stuurt als reactie uiteindelijk een brief naar het presidium voor een eventuele bespreking in de raad. Hij vraagt hierin aan de raad om over de kwestie mee te denken. Volgens de commissie is dit niet de rol van de raad noch de taak van de wethouder om deze brief naar het presidium te sturen. Wethouder Van Doorn had eerst met de WOR-bestuurder en de OR in overleg moeten gaan. Daarna had de raad eventueel kunnen worden geïnformeerd.
40/54
Ten slotte vindt de commissie dat wethouder van Doorn met zijn eerste conceptreactie op de ORbrief, gestuurd naar het college, te hard van stapel is gelopen door direct een verband te leggen met het dossier Lage Akkerweg en de beantwoording van de raadsvragen. Terecht is dit later gecorrigeerd in het college. Dit te meer de commissie op basis van bestudeerde documentatie en gevoerde gesprekken niet heeft vastgesteld dat er bij het dossier Lage Akkerweg sprake was onbehoorlijke en oneigenlijke druk door bestuurders. Proces binnen de ambtelijke organisatie Tussen eind mei en december 2024 zijn de ambtelijk medewerkers vooral bezig collegestukken voor te bereiden, vragen te beantwoorden van wethouders en raadsvragen te beantwoorden. Aanvankelijk stelt een medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) een notitie op over de afwijkingen. Daarna wordt de projectleider gevraagd een collegevoorstel op te stellen. De commissie vindt dat het ambtelijk proces om tot een collegevoorstel te komen te langzaam en stroperig verloopt. De commissie heeft niet de indruk dat alle betrokken ambtenaren onder leiding van een leidinggevende eendrachtig aan het samenwerken waren om het ‘varkentje te wassen’. De commissie constateert dat er weinig commitment is en dat niemand eigenaarschap vertoont.
Ambtenaren lijken nauwelijks bewust van enige urgentie, terwijl die er zowel inhoudelijk (de transactie moest geformaliseerd worden) als politiek-bestuurlijk wel was. Zo duurt het een keer drie weken voordat er op een intern concept gereageerd wordt. Zes weken nadat een deadline is verlopen wordt eens gevraagd hoe het er mee staat (‘antwoord: ik ben begonnen’). Het wantrouwen binnen het college en van met name wethouder Swinkels naar de ambtenaren hielp de onderlinge ambtelijke samenwerking niet. Wat in het algemeen ook niet hielp in deze periode is dat de documenten en correspondentie niet goed (verschillende zaaknummers) of helemaal niet waren vastgelegd of soms achteraf pas werden vastgelegd. Het opstellen van het collegevoorstel, de raadsinformatiebrief en de antwoorden op raadsvragen is een lastig proces omdat het college het oneens is met elkaar. De commissie vindt het positief dat de waarnemend gemeentesecretaris/secretaris van het college in deze periode steeds meer werkzaamheden naar zich toe trok, omdat zij het beste zicht had wat er in het college gebeurde en ook om de ambtenaren te beschermen tegen de met elkaar oneens zijnde wethouders. Informatievoorziening aan de raad Het college informeert de raad formeel eind november door middel van een raadsbrief.
Het college kiest er, volgens de commissie ten onrechte, in overleg met de ambtelijke organisatie niet voor de raad eerder te informeren dat het college de raad niet in positie heeft gebracht bij het afwijken van het grondbeleid bij de prijsbepaling in de verkoopovereenkomsten. In ieder geval wethouder Kusters was eind mei hiervan al op de hoogte. Dit had bijvoorbeeld in juni 2024 gekund, achter gesloten deuren in het presidium, met de mededeling dat een en ander nog uitgezocht zou worden hoe het heeft kunnen gebeuren. Kennelijk hebben het college en de ambtelijke organisatie het voorval politiek-bestuurlijk zodanig getaxeerd dat het eerder communiceren niet opportuun zou zijn. Tot eind november waren enkele raadsleden informeel op hoofdlijnen op de hoogte over wat zich in het najaar in het college afspeelde. Naar aanleiding van de raadsbrief stellen diverse partijen schriftelijke vragen. De beantwoording daarvan leidt in het college tot intensieve discussies. Het
41/54
college komt bij enkele vragen niet op één lijn. Dit is het geval bij de vragen die gaan over welk collegelid verantwoordelijk is voor de ontstane situatie. Er wordt uiteindelijk voor gekozen aan te geven dat ‘het antwoord op deze vraag nu niet kan worden gegeven’. De commissie constateert dat, inhoudelijk gezien, de raadsbrief en de antwoorden op de raadsvragen een weergave zijn van een compromis van de onenigheid binnen het college. Er was meer en betere informatie voorhanden, maar het college kwam er niet uit op welke wijze deze informatie moest worden verstrekt. Zo bezien was de informatievoorziening aan de raad op onderdelen niet volledig en onduidelijk. Het blijft met name onduidelijk welke wethouder(s) verantwoordelijk was/waren voor de zaken die mis zijn gegaan. De antwoorden op de raadsvragen dienen volgens het reglement van orde binnen tien dagen te worden verstrekt. Deze termijn is met enkele dagen overschreden. Zo bezien is de raad niet tijdig geïnformeerd. De commissie vindt tien dagen een goed uitgangspunt, maar bij complexe dossiers ook kort. Daarnaast heeft de raad half januari 2025 het eindrapport van de externe onderzoeker de heer de Kroon ontvangen. Dit rapport bevatte feitelijke en objectieve informatie die deels verdere inkleuring gaven aan de raadsbrief en de antwoorden op de raadsvragen.
Achteraf bezien was het volgens de commissie misschien beter geweest wat meer tijd te kopen en het debat in de raad te voeren op basis van meer informatie, zoals het rapport van de heer De Kroon. De burgemeester informeert het presidium van de raad op 10 december over de opdracht aan de heer De Kroon en half januari over de resultaten. Zij volgt in de communicatie over de opdracht niet precies wat in de opdrachtverlening aan de heer De Kroon staat: het opstellen van een objectief en verifieerbaar feitenrelaas op basis van documenten. Zij informeert het presidium omdat zij naar analogie het stappenplan volgt bij het vermoeden van een integriteitsschending. Bij de afronding geeft zij aan dat de screening geen signaal geeft dat een integriteitsschending aan de orde is. Zij ziet geen aanleiding tot een verder onderzoek naar integriteit. De commissie constateert op basis van de gesprekken dat door deze communicatie van de burgemeester onduidelijkheid is ontstaan onder raadsleden. In ieder geval een deel van de leden van het presidium had de indruk dat er een integriteitsonderzoek plaatsvond naar wellicht wethouder Swinkels. Dit was echter niet de opdracht aan de heer de Kroon. De burgemeester zegt naar analogie van het stappenplan integriteitsmelding te handelen maar de facto klopt dit niet.
Zo bezien had zij het presidium niet van tevoren hoeven te informeren en ook niet achteraf het rapport hoeven te delen als er na de eerste screening niet wordt overgegaan tot een feitenonderzoek. Alles overziend vindt de commissie het informeren van het presidium over de vraagstelling en het resultaat van het onderzoek vanuit een procesmatig oogpunt gezien de politieke situatie goed, maar verder was de communicatie van de burgemeester verwarrend.
42/54
6.
Conclusies, leerpunten en aanbevelingen
6.1
Beantwoording van de onderzoeksvragen
Onderzoeksvraag 1 Hoe ziet het verloop van gebeurtenissen eruit in de verkoop van de gronden Bedrijventerrein Lage Akkerweg? Beantwoording Bij de scope van de raadsenquête is bepaald 9 juni 2021 als startdatum te kiezen, omdat op deze dag de Raad van State uitspraak deed in de zaak omtrent het bestemmingsplan bedrijventerrein Someren. Deze uitspraak dwong de gemeente om de toegewezen bestemming van een deel van de gronden aan het Bedrijventerrein Lage Akkerweg te herzien. Dit maakte voor bedrijven daar de weg vrij om uit te breiden waarbij ook gronden in eigendom van de gemeente betrokken konden worden. Als einddatum is 30 januari 2025 gekozen omdat op dat moment de enquêtecommissie benoemd werd en de raadsenquête van start ging. Het verloop van de gebeurtenissen is kort samengevat in hoofdstuk 2. Het feitenrelaas in bijlage 1 geeft een chronologische weergave van de feiten en betrokken functionarissen en organisaties. Het feitenrelaas is voornamelijk gebaseerd op (concept)documenten, e-mailverkeer en WhatsAppberichten.
Onderzoeksvragen 2 en 5 Hoe heeft het college onderling en met de ambtelijke organisatie de verkoop van de gronden en de processen daaromheen vormgegeven en welke personen/functies hebben daarbij een sleutelrol gespeeld? Hoe verhouden de doorlopen processen zich tot de wettelijke kaders, geldende normen, regels, procedures en afspraken binnen de gemeente voor dergelijke transacties? Beantwoording: vormgeving en processen binnen het college In de periode juni 2021-maart 2022 neemt het college besluiten over belangrijke keuzes voor de ontwikkeling van het Bedrijventerrein Lage Akkerweg in lijn met de uitspraak van de Raad van State. Wethouder Swinkels is hiervoor verantwoordelijk. Het college besluit onder meer over het principeverzoek van Nuva Keukens om uit te breiden. De commissie concludeert dat het college binnen de kaders van het Didam-arrest handelt door de bedrijven rondom de gemeentegrond te betrekken bij de grondverkoop. Het college besluit over de vormgeving van het proces in lijn met passieve grondpolitiek, zoals beschreven in de nota’s grondbeleid. De keuze van het college om gemeentegrond te verkopen aan gevestigde bedrijven, om uitbreiding van deze bedrijven mogelijk te maken, sluit aan bij het in 2009 vastgestelde beleid voor Bedrijventerrein Lage Akkerweg. Alle besluiten zijn gebaseerd op ambtelijke advisering.
Dit is in lijn met de in 2018 gemaakte afspraken over ambtelijk-bestuurlijke samenwerking. In de periode maart 2022-mei 2024 komen diverse overeenkomsten tot stand. In deze periode besluit het college over de intentie- en anterieure overeenkomst met Nuva Keukens en de vaststellingsovereenkomst met de grondeigenaar (de heer X) die door de Raad van State in het gelijk was gesteld. Wethouder Swinkels is hiervoor verantwoordelijk.
43/54
Het college neemt hier besluiten over. De burgemeester ondertekent de overeenkomsten, conform het mandaat dat de burgemeester hiervoor heeft volgens de Gemeentewet. De commissie concludeert dat het college bij deze overeenkomsten in lijn met wet- en regelgeving handelt. Wat betreft het bestemmingsplan besluit het college een versnelde procedure te doorlopen. Het college besluit over het bestemmingsplan voordat de periode van ter inzagelegging afgelopen is. Het college kiest voor deze versnelde procedure omdat anders de deadline van 1 oktober 2023 niet wordt gehaald waardoor de claim van de heer X jegens de gemeente weer op tafel zou kunnen komen. Dit zou weer tot gevolg kunnen hebben, dat alle met bedrijven voorbereide afspraken in het water zouden vallen, met als gevolg dat de ontwikkeling van het Bedrijventerrein Lage Akkerweg inclusief de verkoop van de gemeentegronden niet door zou kunnen gaan. De commissie concludeert dat het college op correcte wijze gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheden. De versnelde procedure is te rechtvaardigen: er zijn geen belangen geschaad omdat de zienswijzen meegenomen konden worden. Daarnaast was er ook voor de gemeente een groot belang de deadline van 1 oktober te halen.
De commissie concludeert dat het college nalaat het project Bedrijventerrein Lage Akkerweg te benoemen als grote of reguliere opdracht zoals was afgesproken in 2018 over ambtelijkbestuurlijke samenwerking. Daardoor heeft het college ook geen expliciete keuze gemaakt over het projectwethouderschap. Hierdoor was onduidelijk of wethouder Swinkels bestuurlijk verantwoordelijk was vanuit zijn portefeuille bedrijventerreinen of als projectverantwoordelijke. Er zijn in het college geen afspraken vastgelegd over het projectwethouderschap bij het dossier Bedrijventerrein Lage Akkerweg. Dit betekent dat wethouder Swinkels verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van Bedrijventerrein Lage Akkerweg en dat de verantwoordelijkheid van de grondverkoop vanaf juli 2022 bij wethouder Kusters lag. Kortom: wethouder Swinkels en wethouder Kusters hadden een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de verkoop van de gronden aan de Lage Akkerweg. Hoewel burgemeester Blok half maart 2024 uiteindelijk de handtekening onder de overeenkomsten zet, zijn eventuele fouten die zouden worden gemaakt volgens de commissie niet haar verantwoordelijkheid. De commissie stelt dat een burgemeester ervan moet kunnen uitgaan dat deze ondertekening goed voorbereid wordt door de verantwoordelijke portefeuillehouders en ambtelijke organisatie.
De commissie concludeert dat de besluitvorming van het college bij de optiebrieven en de verkoopovereenkomsten tekort is geschoten. De optiebrieven zijn volgens de commissie zonder mandaat ambtelijk ondertekend door de projectleider. Omdat de gemeente in deze overeenkomsten zich privaatrechtelijk bindt, had het college hierover een besluit moeten nemen. Dit is ten onrechte niet gebeurd. Het college handelde hierdoor niet in lijn met de Gemeentewet. Wethouder Swinkels en wethouder Kusters hadden dit bij de ambtenaren kunnen signaleren in het gezamenlijke portefeuillehouderoverleg hierover. Beide wethouders hebben dit blijkbaar niet voor ogen gehad. Het college heeft ten onrechte niet over de verkoopovereenkomsten besloten, terwijl er verschillende ambtelijk signalen zijn geweest richting de wethouders Swinkels en Kusters en burgemeester Blok dat er een collegevoorstel zou komen. De commissie concludeert dat wethouder Swinkels, wethouder Kusters en burgemeester Blok op geen van deze signalen zijn aangeslagen.
44/54
De commissie stelt op basis van de nota’s grondbeleid vast dat de raad de grondprijzen bepaalt. Op basis van deze nota’s en voor 2023 op basis van de gemeentebegroting waren er mogelijkheden om van deze lijn af te wijken. De commissie concludeert dat het college geen besluiten heeft genomen om af te wijken (besluit om gemotiveerd af te wijken, besluit om incourante bedrijfspercelen) dan wel dat de projectleider ten onrechte een beroep heeft gedaan op een uitzondering (door het hanteren van de oude grondprijzen). Eind mei 2024 is voor alle collegeleden duidelijk dat er bij de Lage Akkerweg verkoopovereenkomsten zijn gesloten zonder collegebesluit en besluit het college terecht dit door ambtenaren te laten uitzoeken. Het duurt vervolgens tot begin oktober voordat een eerste ambtelijk concept voor het herstelbesluit wethouder Swinkels bereikt. De meest betrokken wethouders, Swinkels en Kusters, doen geen navraag bij de ambtenaren hoe de fout kan worden hersteld. De commissie concludeert dat de betrokken wethouders geen urgentie voelden, terwijl het college eind mei al de hoogte was van het ontbreken van een verkoopbesluit door het college en in ieder geval wethouder Kusters daarnaast wist dat er een afwijkende grondprijs was gehanteerd. Het proces over het nemen van het herstelbesluit en het informeren van de raad hierover duurt in totaal zes weken.
De commissie constateert dat het college het erover eens is dat er een herstelbesluit wordt genomen. De commissie stelt vast dat er gedurende dit proces grote onenigheid is binnen het college. Het gaat hierbij om de vraag wie verantwoordelijk is voor het feit dat er een oude grondprijs is gehanteerd, of de raad hierover een besluit had moeten nemen, wie verantwoordelijk is voor het feit dat het college geen verkoopbesluit heeft genomen en hoe hierover met de raad te communiceren. De emoties lopen hoog op, de toon is verwijtend naar elkaar en er is onderling wantrouwen. Er ontstaan in het college twee kampen. De commissie concludeert dat alle collegeleden eerder bijgedragen hebben aan het verder escaleren van de situatie dan aan het de-escaleren daarvan. De commissie rekent het ontsporen van het proces het hele college aan, terwijl de commissie van mening is dat het college met enige politieke wil gemakkelijk tot een oplossing had kunnen komen als alle drie betrokken bestuurders (wethouder Swinkels, wethouder Kusters en Burgemeester Blok) een verantwoordelijkheid op zich hadden genomen. Het zou een mooie uiting zijn geweest van het collegiaal bestuur, waar het hier in het geheel aan ontbroken heeft. Bij het herstelbesluit maken alle collegeleden gebruik van een dubbele aantekening.
De commissie concludeert dat het college niet in lijn met het reglement van orde van het college heeft gehandeld. Burgemeester Blok neemt het initiatief Pels Rijcken in te schakelen voor een juridisch advies en een externe onderzoeker (dhr. De Kroon) voor het opstellen van een feitenrelaas. Hoewel de commissie de intentie van de burgemeester onderschrijft, concludeert de commissie dat beide processen rommelig zijn verlopen. De opdrachtformuleringen worden niet duidelijk opgesteld en niet verankerd in een collegebesluit. Eindrapportages worden niet in het college behandeld. Het concept advies van Pels Rijcken blijft hangen. De informatieoverdracht naar Pels Rijcken en de heer de Kroon verloopt niet soepel. De commissie concludeert dat collegeleden noch ambtenaren invloed hebben uitgeoefend op beide externen.
45/54
Ten slotte concludeert de commissie dat ook de opvolging van de officiële melding met het verzoek tot een onafhankelijk onderzoek van wethouder Swinkels rommelig verloopt. In de eerste plaats ontstaat er terecht verwarring bij de ontvangers over het doen van deze melding, te meer er een onderzoek was gestart. De gemeente heeft een stappenplan voor een melding over een vermeende integriteitsschending, geen stappenplan over een melding voor het doen van een onderzoek. In de tweede plaats wordt de officiële melding aanvankelijk volgens de commissie terecht gevoegd bij het lopende onderzoek, maar vervolgens volgens de commissie ten onrechte niet afgehecht met de heer Swinkels. Beantwoording: vormgeving en processen tussen college en ambtelijke organisatie De commissie concludeert dat de samenwerking tussen college en ambtelijke organisatie slecht is verlopen. Omdat het college geen besluit heeft genomen over het projectwethouderschap, is het voor ambtenaren onduidelijk wat de rol is van wethouder Swinkels (Bedrijventerrein Lage Akkerweg) in relatie tot wethouders Kusters (Grondzaken). Hoewel het college besluit een ambtelijk projectteam te vormen en een projectontwikkelingsproces op te stellen, concludeert de commissie dat dit ambtelijk niet wordt uitgevoerd.
Op dit moment had ook de keuze kunnen worden gemaakt voor de status van een grote opdracht, zoals was afgesproken in 2018 over ambtelijk-bestuurlijke samenwerking. De commissie concludeert dat in de periode juni 2021-maart 2024 het college en de ambtelijke organisatie elkaar in de dagelijkse praktijk goed weten te vinden. Vanaf de start van de externe projectleider is er veel contact tussen hem en wethouder Swinkels, wat veelal informeel verloopt. Er wordt hier weinig of niets over vastgelegd. De commissie beoordeelt dit als weinig passend bij de omvangrijke opgave. De projectleider is verantwoordelijk voor het vastleggen van werkafspraken en uitkomsten uit gesprekken met de wethouder. Een belangrijk voorbeeld hiervan is het doen van een toezegging door de projectleider aan bedrijven de grondprijzen van 2022 te hanteren. Omdat niet is vastgelegd of wethouder Swinkels hiermee akkoord was, kan de commissie niet vaststellen wat er gebeurd is. Het is een omissie dat dit niet per e-mail is voorgelegd aan beide wethouders en niet is vastgelegd in het zaaksysteem. Tussen eind mei en eind september 2024 is de ambtelijke organisatie bezig te achterhalen wat er gebeurd is en is de ambtelijke organisatie een collegebesluit aan het voorbereiden. De commissie concludeert dat hierbij het proces tussen college en ambtelijke organisatie niet goed verloopt.
De ambtenaren betrekken de wethouders Swinkels en wethouder Kusters onvoldoende bij dit proces. Beide wethouders doen weinig of geen navraag bij de ambtenaren. Er lijkt van beide zijden weinig besef van urgentie. Ten onrechte wordt een concept-collegevoorstel niet in een portefeuillehoudersoverleg met beide wethouders besproken. Parallel aan de toenemende spanningen binnen het college nemen de spanningen tussen collegeleden en ambtelijke organisatie ook toe. Ook hier ontstaat wantrouwen met name tussen wethouder Swinkels, die op zoek gaat naar informatie wat er feitelijk gebeurd is, en de ambtenaren. In dit verband stellen de waarnemend gemeentesecretarissen voorwaarden aan het contact tussen ambtenaren en wethouder Swinkels. De commissie concludeert dat met de voorwaarden die gesteld worden aan een gesprek tussen wethouder Swinkels en de projectleider, er onvoldoende rekening is gehouden met de positie van wethouder Swinkels. De commissie ziet
46/54
het als een consequentie van dit alles dat wethouder Swinkels niet de informatie kreeg waar hij wel recht op had, terwijl andere collegeleden wel antwoorden op hun vragen konden krijgen. Verder concludeert de commissie dat de waarnemend gemeentesecretaris in het proces tussen het college en de ambtelijke organisatie in een onmogelijke spagaat kwam als enerzijds secretaris van het college en anderzijds als domeinmanager en leidinggevende van de meest betrokken ambtenaren. Begin december stuurt de OR een brief naar wethouder van Doorn als portefeuillehouder P&O waarin zorgen worden geuit over signalen dat ambtenaren onbehoorlijke en oneigenlijke druk door bestuurders ervaren. De commissie concludeert in dit kader rolvervaging. De OR richt deze brief ten onrechte aan de portefeuillehouder P&O en niet aan de WOR-bestuurder. Wethouder van Doorn stuurt ten onrechte een brief naar de raad met de vraag om mee te denken. Volgens de commissie is dit niet de rol van de raad noch de taak van de wethouder. De commissie concludeert dat er in de onderzochte periode voor dit dossier geen sprake is geweest van onbehoorlijke en oneigenlijke bestuurlijke druk. De commissie constateert dat ambtenaren bestuurlijke druk hebben ervaren bij de versnelde procedure voor het ontwerpbestemmingsplan, maar ziet dit niet als onbehoorlijk of oneigenlijk.
De periode november-december 2024 was wel een lastige tijd in de samenwerking tussen college en ambtelijke organisatie. Beantwoording: vormgeving en processen binnen ambtelijke organisatie De commissie concludeert dat de ambtelijke organisatie te kwetsbaar was ingericht voor deze omvangrijke en relatief nieuwe opgave. De projectleider had geen vast projectteam en geen duidelijke gemeentelijke kaders waarbinnen hij zijn werk moest uitvoeren. Het ambtelijk opdrachtgeverschap en de aansturing van de projectleider waren onduidelijk belegd. Door dit alles werd er veel zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en eigen inzicht van de projectleider gevraagd. Als gevolg hiervan, concludeert de commissie, is de uitvoering rommelig verlopen en zijn er fouten gemaakt waarbij interne controlemechanismen gefaald hebben. Een eerste voorbeeld hiervan is het opstellen van de optiebrieven; dit betrof een afwijkende stap binnen de gemeente ten opzichte van de nota’s grondbeleid. Het gaat hierbij om een privaatrechtelijke rechtshandeling, waarmee de gemeente gebonden werd aan het verkopen van gemeentegrond voor een bepaalde grondprijs. Ten onrechte zijn deze zonder mandaat ambtelijk ondertekend door de projectleider en heeft het college hierover geen besluit genomen.
Een tweede voorbeeld is dat er een toezegging wordt gedaan af te wijken van een grondprijs op een moment (na 1 april 2023) dat dit niet kon. Ook is niet duidelijk vastgelegd met bedrijven dat de oude grondprijzen gehanteerd zouden worden. Een derde voorbeeld betreft de omissie dat de koopovereenkomsten niet zijn vastgesteld in het college. De betrokken ambtenaren waren er mede voor verantwoordelijk dat er verkoopovereenkomsten werden ondertekend zonder besluitvorming van het college. Een vierde voorbeeld is dat veel zaken niet of onduidelijk zijn vastgelegd in het zaaksysteem. Dit wreekt zich later als gereconstrueerd moet worden wat er gebeurd is. De commissie concludeert dat het ambtelijk proces, om tot een collegevoorstel te komen voor het herstelbesluit, in november 2024 te lang en stroperig verloopt. Er is weinig commitment en er wordt amper eigenaarschap vertoond. Ambtenaren lijken zich nauwelijks bewust van enige urgentie. Het wantrouwen en de onenigheid binnen het college en van wethouder Swinkels naar de ambtenaren hielp de onderlinge ambtelijke samenwerking niet. Het opstellen van het
47/54
collegevoorstel, de raadsinformatiebrief en de antwoorden op raadsvragen zijn voor de ambtenaren daarom een lastig proces geweest. Onderzoeksvragen 3 en 5 Hoe heeft de gemeente met de betrokken bedrijven en overige derde partijen of personen de verkoop en de processen daaromheen vormgegeven en welke personen/functies hebben daarbij een sleutelrol gespeeld? Hoe verhouden de doorlopen processen zich tot de wettelijke kaders, geldende normen, regels, procedures en afspraken binnen de gemeente voor dergelijke transacties? Beantwoording In het algemeen onderhielden wethouder Swinkels en de projectleider de contacten met de bedrijven. De commissie concludeert dat het contact tussen de bedrijven en de gemeente, ambtelijk en bestuurlijk, in het algemeen goed verloopt. Collegeleden houden zich aan de afspraak dat er bij overleggen met derden altijd ambtelijke vertegenwoordiging/ondersteuning aanwezig zijn. Hiermee handelen zij in lijn met de in 2018 gemaakte afspraken over ambtelijk-bestuurlijke samenwerking. Als collegeleden direct door bedrijven worden benaderd, dan reageren zij terecht procesmatig en doen zij geen toezeggingen. In de eerste maanden van de onderzochte periode worden van de gesprekken met bedrijven doorgaans gespreksverslagen opgesteld, die voorgelegd worden aan de bedrijven. Contact verloopt voornamelijk via e-mail.
Wanneer er telefonisch contact is, wordt dit vervolgens via e-mail vastgelegd. In de periode april 2022-maart 2024 worden de contacten tussen de bedrijven en met name de projectleider intensiever en informeler, veelal ook mondeling. De commissie concludeert dat afspraken tussen de projectleider en de bedrijven niet altijd bevestigd zijn per mail en niet worden vastgelegd in het zaaksysteem. Hierdoor kon later bijvoorbeeld niet achterhaald worden of er in 2022 ook een afspraak gemaakt is tussen de projectleider en een van de bedrijven in de zin van een geregistreerde optie. Onderzoeksvragen 4 en 5 Hoe is de informatievoorziening in de richting van de raad geweest? Hoe verhouden de doorlopen processen zich tot de wettelijke kaders, geldende normen, regels, procedures en afspraken binnen de gemeente voor dergelijke transacties? Beantwoording In 2023 heeft de raad een besluit genomen over het bestemmingsplan. De raad was op de hoogte van de versnelde procedure. De commissie concludeert dat de raad haar besluitvormende rol goed heeft kunnen vervullen. Ook is de raad conform de werkwijze van de gemeente in maart 2024 geïnformeerd over de verkoop van de gronden. De commissie concludeert dat het college de raad ten onrechte niet betrokken heeft bij het afwijken van de door de raad vastgestelde grondprijs.
Dat had vanwege het budgetrecht wel gemoeten, en ook omdat de commissie meent dat het afwijken van de grondprijs als ingrijpend beschouwd kan worden, waarbij het de regel is dat de raad vooraf in de gelegenheid wordt gesteld
48/54
om wensen en bedenkingen in te brengen. Het college was zich echter op dat moment hiervan niet bewust omdat het college hierover nooit een besluit heeft genomen. Het college informeert de raad eind november 2024 over het herstelbesluit. Ten onrechte kiest het college er niet voor de raad eerder te informeren over het feit dat het college de raad niet in positie heeft gebracht bij het afwijken van het grondbeleid bij de prijsbepaling in de verkoopovereenkomsten. In ieder geval wethouder Kusters was eind mei hiervan al op de hoogte. Naar aanleiding van de raadsbrief over het herstelbesluit stellen diverse partijen schriftelijke vragen. De antwoorden op de raadsvragen dienen volgens het reglement van orde binnen tien dagen te worden verstrekt. Deze termijn is met enkele dagen overschreden. Vanuit dit oogpunt is de raad niet tijdig geïnformeerd. De commissie vindt tien dagen een goed uitgangspunt, maar bij complexe politiek-bestuurlijke kwesties ook kort. Achteraf bezien was het volgens de commissie beter geweest het debat in de raad te voeren op basis van meer informatie zoals het rapport van de heer de Kroon. Op enkele raadsvragen wordt geen antwoord gegeven omdat het college niet op één lijn zit. De commissie concludeert dat daarom de informatievoorziening aan de raad op onderdelen niet volledig en onduidelijk is.
Met name blijft onduidelijk welke wethouder verantwoordelijk was voor de zaken die zijn misgegaan. De burgemeester informeert het presidium van de raad over de opdracht aan de heer De Kroon en later over de resultaten. De commissie concludeert dat het informeren van het presidium over de vraagstelling en resultaat van het onderzoek procesmatig gezien goed is, maar vindt verder de communicatie van de burgemeester verwarrend. Hierdoor is het voor een deel van de raadsleden onduidelijk of er nu wel of geen integriteitsonderzoek plaatsvond.
6.2
Algemene conclusies
Kort samengevat luiden de algemene conclusies als volgt. Het verkopen van gemeentegrond aan gevestigde bedrijven om uitbreiding mogelijk te maken was in lijn was met het beleid van de gemeente voor Bedrijventerrein Lage Akkerweg. Het leverde de gemeente circa € 1,6 miljoen op. Het was een omvangrijk en passend project en heeft een goede ontwikkeling op gang gebracht. De invulling van de passieve grondpolitiek, het betrekken van andere ondernemers conform het Didam-arrest, het besluiten over het principeverzoek, de intentie- en anterieure overeenkomst met Nuva Keukens, het besluit over de vaststellingsovereenkomst met de heer X en het besluit over het bestemmingsplan verlopen in lijn met geldende regels, procedures en afspraken. Er zijn in het college geen afspraken gemaakt over projectwethouderschap Bedrijventerrein Lage Akkerweg. Dit betekent dat de wethouders Swinkels en Kusters voor respectievelijk Bedrijventerrein Lage Akkerweg en de grondverkoop verantwoordelijk waren. Het college heeft niet besloten over de optiebrieven en de verkoopovereenkomsten. De gemeente heeft bij het hanteren van de oude grondprijs uit 2022 niet het juiste proces doorlopen voor het afwijken van de grondprijs. Hierdoor is niet in lijn met geldende regels, procedures en afspraken gehandeld.
49/54
Eind mei wist het college dat er geen collegebesluit was over de verkoopovereenkomsten en wist in ieder geval wethouder Kusters van het afwijken van de grondprijs. Het vervolg proces wordt niet adequaat opgepakt. Het proces om tot een herstelbesluit te komen duurt te lang. Dit is onder meer een gevolg van onvoldoende urgentie besef en eigenaarschap bij de betrokken bestuurders en ambtenaren. Het college handelt in het proces om tot een herstelbesluit te komen, tot het opstellen van de raadsinformatiebrief hierover en tot de beantwoording van raadsvragen niet als collegiaal bestuur. Dit rekent de commissie het hele college aan. Bij het herstelbesluit handelt het college bovendien niet in lijn met het eigen reglement van orde. De processen rondom de inschakeling van Pels Rijcken voor een juridisch advies, de inschakeling van de heer de Kroon voor het opstellen van een feitenrelaas en de opvolging van de officiële melding met het verzoek tot een onafhankelijk onderzoek van wethouder Swinkels verlopen rommelig. Bij de behandeling van de brief van de OR ontstaat rolvervaging bij zowel de OR als wethouder van Doorn. In het algemeen weten collegeleden en ambtelijke organisatie elkaar goed te vinden.
De processen tussen het college en de ambtelijke organisatie zijn op onderdelen echter niet goed uitgevoerd (te veel informele contacten, te weinig vastgelegd, wethouders niet altijd goed betrokken, te stringente voorwaarden voor contact tussen ambtenaren en wethouder Swinkels, lastige dubbele positie van de waarnemend gemeentesecretaris). De commissie constateert geen onbehoorlijke en oneigenlijke bestuurlijke druk richting ambtenaren. Het wantrouwen en de onenigheid binnen het college leiden ook tot spanningen tussen collegeleden en ambtenaren. Dit hielp ook niet bij de onderlinge ambtelijke samenwerking. De processen binnen de ambtelijke organisatie zijn op onderdelen niet goed verlopen. De ambtelijke organisatie was te kwetsbaar ingericht. Er was geen vast projectteam en geen projectplan. Er werd veel zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en eigen inzicht van de projectleider gevraagd. Er zijn verschillende fouten gemaakt waarbij interne controlemechanismen gefaald hebben. Het ambtelijk opdrachtgeverschap was onduidelijk belegd. Het contact tussen de bedrijven en de gemeente verloopt ambtelijk en bestuurlijk in het algemeen goed. Collegeleden handelen zoals afgesproken. Afspraken met bedrijven zijn niet altijd bevestigd per mail en niet altijd vastgelegd in het zaaksysteem.
Het college heeft begin 2024 de raad ten onrechte niet betrokken bij het afwijken van de door de raad vastgestelde grondprijs. Het college was zich echter op dat moment niet hiervan bewust omdat het college hierover nooit een besluit heeft genomen. Het college had de raad eerder in juni 2024 kunnen informeren over wat er bij het bepalen van de verkoopprijs was misgegaan. De informatievoorziening van het college aan de raad was op onderdelen niet volledig en onduidelijk. De communicatie van de burgemeester aan de raad over het opstellen van het feitenrelaas door een externe onderzoeker was verwarrend.
50/54
6.3
Leerpunten en aanbevelingen
Onderzoeksvraag 6 Welke leerpunten en aanbevelingen zijn er te formuleren? Beantwoording In de beantwoording van de eerdere onderzoeksvragen komen verschillende punten naar voren die niet goed zijn gegaan. De commissie formuleert daarom verschillende leerpunten. Vervolgens worden er enkele aanbevelingen gedaan. Proces binnen het college •
Er is geen besluit genomen door het college over eventueel projectwethouderschap. Neem in de toekomst bij dossiers, waarbij een grondtransactie plaatsvindt, altijd een besluit of er een projectwethouder aangewezen wordt. In het Handboek Bouwproces Projectontwikkeling wordt beschreven dat er een projectopdracht vastgesteld moet worden door het college. Het zou passen om in die stap ook een keuze te maken over projectwethouderschap.
•
De verhoudingen in het college verslechteren als er een herstelbesluit over het dossier Lage Akkerweg genomen moet worden en bij het beantwoorden van raadsvragen. Het college dient bij politiek-bestuurlijk gevoelige kwesties het collegiaal bestuur voorop te laten staan.
•
Bij het herstelbesluit maken alle collegeleden gebruik van een dubbele aantekening, terwijl dit construct niet opgenomen is in het reglement van orde van het college. Besluit over de wenselijkheid van deze constructie. Actualiseer het reglement van orde uit 1995 en pas, indien wenselijk, op dit punt het reglement aan.
•
De opdrachten aan Pels Rijcken en dhr. De Kroon verlopen rommelig. Veranker dergelijke opdrachtformuleringen uitgezet door het college in een collegebesluit. Behandel de eindrapportage in het college.
•
Het college heeft de coalitieafspraak over het vierogenprincipe terzijde gelegd, zonder hier een besluit over te nemen. Neem over het afwijken van dergelijke coalitieafspraken een collegebesluit en informeer de raad hierover.
•
Bij privaatrechtelijke rechtshandelingen is op basis van de nota grondbeleid niet altijd duidelijk wanneer de raad wel of niet om een zienswijze dient te worden gevraagd. Maak dit duidelijk.
•
Voorkom bij het benoemen van een waarnemend gemeentesecretaris uit de eigen organisatie een opeenstapeling van rollen en verantwoordelijkheden.
Samenwerking tussen het college en de ambtelijke organisatie •
Er was zowel bij collegeleden als bij ambtenaren onduidelijkheid over de invloed van incourante bedrijfspercelen, dan wel reststroken gemeentegrond, op de grondprijs. Verduidelijk dit in de nota grondbeleid: zowel wanneer hier sprake van is, als de invloed die dit het heeft op de grondprijs.
•
Er was onduidelijkheid over de mogelijkheid om notariskosten als gemeente zelf te betalen. Maak dit duidelijk in de nota grondbeleid: zowel of dit mogelijk is en zo ja, in welke situaties.
51/54
•
De constructie van optiebrieven was onbekend voor de gemeente en ongebruikelijk bij grondtransacties. Besluit over de wenselijkheid van deze constructie. Indien wenselijk: neem het op in de nota grondbeleid en het Handboek Bouwproces Projectontwikkeling.
•
In het dossier Bedrijventerreinen Lage Akkerweg verloopt het contact tussen de ambtelijke organisatie en het college veelal informeel. Leg afspraken met het college en met wethouders vast en registreer ze in het zaaksysteem.
•
Richt een goed portefeuillehoudersoverleg in en maak hiervan verslagen.
•
De koopovereenkomsten zijn ondertekend door de burgemeester zonder dat hier een collegebesluit aan ten grondslag lag. Maak het collegebesluit over de overeenkomsten een standaardonderdeel van het dossier. Richt een controlemechanisme in zodat voor ondertekening voor betrokken duidelijk is dat er een besluit aan ten grondslag ligt.
•
Het collegevoorstel voor een herstelbesluit is niet met de betrokken wethouders besproken voordat het in het college ingebracht werd. Leg vast dat collegevoorstellen alleen ingebracht kunnen worden in het college, nadat deze in een portefeuillehoudersoverleg geagendeerd en besproken zijn.
Ambtelijke organisatie •
Interne controlemechanismen hebben bij het dossier Bedrijventerreinen Lage Akkerweg gefaald. Neem de werkwijze van de gemeente bij grondtransacties op in lijn met het Handboek Bouwproces Projectontwikkeling. Geef speciale aandacht aan de controlemechanismen. Beleg deze verantwoordelijkheid duidelijk bij een functionaris en houd rekening met de integrale management verantwoordelijkheid van leidinggevenden.
•
Er is weinig vastgelegd over het dossier in het zaaksysteem. Herzie de werkwijze voor archivering in het zaaksysteem. Leg de herziene werkwijze vast maak dit onderdeel van het inwerken van alle nieuwe medewerkers, ook als zij extern ingehuurd worden.
•
Er is in dit dossier geen projectteam gevormd en geen projectontwikkelproces opgesteld. In het Handboek Bouwproces Projectontwikkeling wordt beschreven hoe dit ingevuld wordt binnen de gemeente Someren. Het zou niet mogelijk moeten zijn om hier zonder motivering van af te wijken. Breid het handboek uit met het proces van grondverkoop. Zorg ervoor dat het handboek doorleefd wordt door de ambtenaren. Maak duidelijk wie welke verantwoordelijkheid heeft.
•
Er is bij dit dossier geen ambtelijk opdrachtgeverschap of aansturing voor de externe projectleider belegd. Maakt hierover altijd een keuze. In het Handboek Bouwproces Projectontwikkeling wordt beschreven dat er een projectopdracht vastgesteld moet worden door het college. Het zou passen om in die stap ook een keuze te maken over ambtelijk opdrachtgeverschap.
Samenwerking met bedrijven •
Contact met de betrokken bedrijven verliep in toenemende mate informeel en mondeling. Neem contactmomenten met bedrijven altijd op in het zaaksysteem. Leg afspraken met bedrijven schriftelijk vast en neem ze op in het zaaksysteem.
Informatievoorziening richting de raad •
Het college heeft, na het constateren van de afwijkingen in de verkoopovereenkomsten, te lang gewacht met het informeren van de raad. Het college en de raad dienen afspraken te maken over de informatievoorziening bij politiek-bestuurlijk gevoelige dossiers.
Aanbevelingen •
Het Handboek Bouwproces Projectontwikkeling biedt belangrijke handvaten om fouten in de toekomst te voorkomen. De commissie adviseert de ambtelijke organisatie naar aanleiding van het onderzoek het handboek op een aantal punten aan te scherpen. De
52/54
commissie adviseert het college en de ambtelijke organisatie om deze papieren werkelijkheid ook in de praktijk te brengen. •
De kaders van de nota grondbeleid zijn deels duidelijk. De commissie adviseert het college naar aanleiding van het onderzoek de kaders op een aantal punten aan te scherpen.
•
De laatste afspraken over ambtelijk-bestuurlijke samenwerking stammen uit 2018. In 2023 is er kort aandacht voor in de besturingsfilosofie, maar worden er geen nieuwe afspraken gemaakt. De commissie adviseert het college en de ambtelijke organisatie naar aanleiding van het onderzoek om deze afspraken te herzien en aan te scherpen, bijvoorbeeld op het gebied van interne controlemechanismen, de invulling van integraal management door leidinggevenden en door geen functies opeen te stapelen
•
Afspraken maken tussen het college en de raad rondom informatievoorziening bij politiekbestuurlijk gevoelige dossiers raakt aan de actieve informatieplicht zoals beschreven in de Gemeentewet. De commissie adviseert de raad en het college om dit nader uit te werken in een notitie over de invulling van de actieve informatieplicht.
53/54
54/54
Bijlage 1: feitenrelaas raadsenquête Someren Datum
Gebeurtenis
Toelichting
09-06-
Uitspraak van de
De uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) betreft het bestemmingsplan
2021
Raad van State over
‘Bedrijventerrein Someren’, vastgesteld door de gemeenteraad op 24 januari 2019. Dit plan voorziet in een nieuwe
het
planologische regeling voor het bedrijventerrein ten oosten van de kern van Someren. Het doel was onder andere
bestemmingsplan
het actualiseren van verouderde bouw- en gebruiksregels en het verbeteren van digitale raadpleegbaarheid.
voor ‘Bedrijventerrein
Verschillende partijen, waaronder ondernemers en eigenaren van percelen binnen het plangebied, hebben beroep
Someren’
ingesteld tegen het bestemmingsplan. Relevant voor het onderzoek is het bezwaar van één appellant, de heer X, dat de bestemmingen ‘Agrarisch-Agrarisch bedrijf’ en ‘Agrarisch’ aan zijn gronden onterecht zijn, omdat bij de raad bekend is dat hij voor deze gronden een bedrijfsbestemming wenst. Dit besluit moet van de RvS worden vernietigd en er moet een nieuw besluit genomen worden. Mocht de gemeenteraad dezelfde bestemming toe willen kennen, dan moet er een draagkrachtige motivering opgenomen worden waaruit blijkt dat er zwaarwegende redenen zijn om geen bedrijfsbestemming toe te kennen. De raad wordt opgedragen om binnen 40 weken na de uitspraak een nieuw besluit te nemen ten aanzien van de vermelde plandelen. Naar aanleiding van deze uitspraak van de RvS worden de gesprekken tussen de gemeente en de partijen van het Bedrijventerrein Lage Akkerweg opnieuw opgestart.
juni 2021
Samenstelling van
Het college van de gemeente Someren bestaat in het begin van de onderzoeksperiode uit burgemeester Blok,
het college
wethouder Swinkels en wethouder Maas. Burgemeester Blok is onder andere portefeuillehouder Grondzaken (aanen verkoop van gronden), wethouder Swinkels is onder andere portefeuillehouder Bedrijventerreinen en wethouder Maas is onder andere portefeuillehouder Financiën en Grondexploitaties.
18-08-
Afspraak tussen
De directeur van Nuva Keukens neemt per e-mail contact op met burgemeester Blok. Hij verzoekt haar een
2021 t/m
Nuva Keukens en
afspraak in te plannen, aangaande de ontwikkeling van zijn bedrijven. Intern binnen de gemeente wordt er gezocht naar een goede ambtelijke en bestuurlijke vertegenwoordiging, gezien de afwezigheid van verschillende
1/50
21-08-
burgemeester Blok
betrokkenen in verband met vakanties. Wethouder Swinkels geeft per e-mail een toelichting op de casus. Hij geeft
2021
komt tot stand
aan dat de gemeente onder voorwaarden kan meewerken.
24-08-
Gesprek tussen
Bij dit gesprek zijn vanuit de gemeente Someren een afdelingshoofd en burgemeester Blok aanwezig. In het
2021
Nuva Keukens en de
gesprek maakt Nuva Keukens kenbaar graag hun bedrijf in Someren te willen blijven exploiteren en daartoe de
gemeente
aanpalende percelen van de heer X aan de Lage Akkerweg te willen verwerven. Het betreft de gronden waarvoor de RvS de gemeente verplicht heeft om een nieuw besluit te nemen over de bestemming. Voor Nuva Keukens is de bestemming ‘bedrijvigheid’ in plaats van ‘agrarisch’ randvoorwaardelijk voor de uitbreiding. In het gesprek wordt (onder voorbehoud van besluitvorming van het college) het volgende afgesproken:
• • •
•
De gemeente heeft een positieve grondhouding ten aanzien van het verkopen van een aantal stroken grond, tegen een marktconform tarief, eveneens gelegen aan de Lage Akkerweg. De gemeente heeft de intentie om de bestemming van de percelen aan de Lage Akkerweg te wijzigen van ‘agrarisch’ naar ‘bedrijfsgronden’. De gemeente dient daarbij wel gevrijwaard te worden van een (mogelijke) schadeclaim van de grondeigenaar, die door de RvS in het gelijk is gesteld. In het verslag wordt door een adviseur van deze grondeigenaar in een later toegevoegde noot bevestigd dat er geen claim zal volgen richting de gemeente Someren indien de grond verkocht wordt en het bestemmingsplan veranderd wordt. Ook worden er enkele afspraken gemaakt over het type bouw, het Fonds Bovenwijkse voorzieningen en uitbreidingsplannen van aangelegen bedrijven.
Procesmatig wordt afgesproken dat de medewerkers Ruimtelijke Ontwikkeling (economie en grondzaken) worden verzocht om de besluitvorming door het college in nadere afstemming met Nuva Keukens nader voor te bereiden. 24-08-
Mailcontact tussen
De directeur van Nuva Keukens neemt naar aanleiding van het gesprek contact op met het aanwezige
2021 t/m
Nuva Keukens en de
afdelingshoofd van de gemeente. In eerste instantie om te bevestigen dat de heer X zal afzien van een claim
02-09-
gemeente
richting de gemeente Someren, indien de gronden verkocht kunnen worden door Nuva Keukens en het
2021
bestemmingsplan gewijzigd wordt. Vervolgens om te vragen of een bijdrage aan het Fonds Bovenwijkse Voorzieningen vanuit Nuva Keukens richting de gemeente noodzakelijk zal zijn. Hiervoor wordt de directeur van Nuva Keukens naar de coördinator Ruimtelijke Ontwikkeling verwezen. Zij geeft aan dat het vraagstuk aan het college voorgelegd zal worden.
2/50
De directeur van Nuva Keukens neemt ook contact op met burgemeester Blok. Hij geeft bij haar aan dat een bijdrage aan het Fonds Buitenwijkse Voorzieningen naar zijn inzicht niet verplicht is en dat deze kosten de voortgang van de ontwikkeling zouden kunnen bemoeilijken. Als reactie hierop geeft burgemeester Blok aan: ‘U mag erop vertrouwen dat het college met alle zorgvuldigheid een besluit zal namen, met inachtneming van alle regels en omstandigheden’. 19-10-
Collegevoorstel en
Het collegevoorstel verwijst naar het gesprek van 24 augustus 2021 tussen de gemeente en Nuva Keukens over de
2021
collegebesluit over
verwerving van gronden van de heer X. Er wordt een toelichting gegeven over de historie tussen de gemeente en
het proces en
de heer X en er wordt verwezen naar de uitspraak van de RvS.
kostenverhaal op Nuva Keukens
Het voorstel aan het college beschrijft op welke manier het kostenverhaal vormgegeven kan worden en op welke manier het project verder opgepakt kan worden. Met ‘kostenverhaal’ wordt dan bedoeld: het verhalen van de gemeentelijke kosten op de initiatiefnemer bij ontwikkeling van het project door de directeur van Nuva Keukens. Het college besluit: ‘1. de intentie aan te nemen om de bestemming van de percelen aan de Lage Akkerweg te wijzigen van agrarisch in bedrijfsgronden 2. alle werkelijk gemaakte en te maken gemeentelijke kosten in rekening te brengen en dit in een anterieure overeenkomst te borgen 3. niet in te stemmen met het voorstel om daarom de bovenwijkse kosten, tezamen met alle overige op de initiatiefnemer te verhalen gemeentelijk kosten, te borgen via een anterieure overeenkomst (privaatrechtelijk) 4. niet in te stemmen met het stappenplan/vervolgproces onder 8. Uitvoering. Betreft passieve grondpolitiek. Vervolgproces nader bespreken met poho. Met dit besluit wordt een langlopend dossier afgesloten. Daarom graag aandacht voor communicatie naar de gemeenteraad en het juiste moment daarvan.’ Het collegebesluit wijkt af van het voorstel. In het voorstel worden de kosten op Nuva Keukens verhaald door middel van een combinatie van bovenwijkse kosten en anterieure kosten.