Eindrapport enquêtecommissie - Lage Akkerweg hoog opgelopen
Tekst van het document
Begin december 2022 is er een gezamenlijk portefeuillehoudersoverleg Ruimtelijke Ontwikkeling, waarbij wethouder Swinkels en wethouder Kusters aanwezig zijn. Uit het verslag blijkt dat de optiebrieven op de agenda staan. Er wordt aangegeven dat de optiebrieven intern besproken zijn met het team Ruimtelijke Ontwikkeling (economie en grondzaken), alsmede extern met Nuva Keukens. In overleg met Nuva Keukens is het voorstel de optiebrieven gezamenlijk, namens de gemeente en Nuva Keukens, te verzenden. Bijgevoegd aan de agenda zijn de optiebrieven en kaveltekeningen. In de optiebrieven is, conform de suggestie van de medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken), de grondprijs van 2023 van € 172 per m², opgenomen. De wethouders gaan akkoord met de optiebrieven. Verder wordt afgesproken dat er een integraal voorstel over de bestemmingsplanwijziging en de verkoop van gronden aan het college wordt voorgelegd.
20/54
Half januari 2023 neemt de projectleider contact op met Nuva Keukens en een beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (economie) van de gemeente. Hij geeft hierbij aan dat de burgemeester de optiebrief namens de gemeente zal tekenen. Half februari 2023 worden de optiebrieven verstuurd naar Van Dongen Engineering, Ferro Fast en Berkvens. De projectleider ondertekent de brieven uiteindelijk zelf. In de opties is de prijs van € 172 per m² exclusief btw opgenomen. Verzocht wordt om de optie voor akkoord te ondertekenen en te retourneren. Kort na het verzenden van de optiebrieven geeft Van Dongen Engineering aan niet akkoord te zijn met de grondprijs van 2023 die opgenomen is in de optiebrief. Het bedrijf beroept zich op een eerdere afspraak met de projectleider, dat een tussentijdse gemeentelijke verhoging tijdens de uitwerking van de verkaveling niet wordt doorberekend. De projectleider reageert in eerste instantie ontkennend. Hij geeft aan dat gemeentelijke grond alleen te koop is tegen de door de gemeenteraad jaarlijks vastgestelde grondprijs. Hier kan volgens de projectleider niet van afgeweken worden. Daarnaast ontkent de projectleider een toezegging te hebben gedaan dat er een oude grondprijs zou kunnen gelden. Van Dongen Engineering uit zijn onvrede over de gang van zaken. Het bedrijf verwijst naar twee punten.
Ten eerste de mail van de projectleider van eind november 2022, waarin hij aangeeft dat de optie tot koop van gemeentegrond vastgelegd is. Ten tweede de programmabegroting 2023, waar de mogelijkheid opgenomen is voor de opties die voor 31 december 2022 liepen nog tot 1 april 2023 de prijs van 2022 te hanteren. Van Dongen Engineering geeft aan te verwachten dat ofwel de transactie vóór 1 april 2023 afgerond wordt, of dat er een verlenging komt omdat de vertraging niet op het bedrijf verhaald kan worden. De commissie stelt vast dat er inderdaad een uitzonderingsgrond is opgenomen in de begroting van 2023 voor de grondprijzen. Dit was eenmalig opgenomen met het oog op het project Goede Vaart. Uit de gesprekken blijkt dat deze uitzondering gold voor alle opties, om ervoor te zorgen dat alle transacties gelijkwaardig behandeld zouden worden. Half maart 2023 neemt de projectleider contact op met een medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) over de te hanteren grondprijs. In een mail stelt de projectleider dat de optiebrieven zijn uitgegaan met de grondprijs van 2023, € 172 per m², terwijl de optie al eind 2022 concreet per mail, met oppervlakte per optienemer, bevestigd en vastgelegd is.
De projectleider vraagt zijn collega Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) of hij op basis van de uitzonderingsgrond van de programmabegroting 2023, inderdaad de grondprijs van 2023 mag hanteren. In een reactie geeft de medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) aan, dat als de optie concreet vastgelegd is, de projectleider de uitgifteprijs uit 2022 mag/moet hanteren. Daarbij stelt de medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) dat deze wel op afzienbare termijn geaccepteerd en uitgevoerd moet worden, omdat het anders richting de raad niet uit te leggen is. In het verleden heeft de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling april als deadline aangehouden. Dat adviseert de medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) de projectleider ook. Daarna heeft de projectleider weer contact met Van Dongen Engineering. Het bedrijf ondertekent de optiebrief met de kanttekening dat er alleen ingestemd wordt met de verkaveling, niet met de grondprijs. De projectleider geeft per mail als reactie aan dat het de intentie is om de grondprijs van 2022 te werken, maar dat hij de volledige zekerheid nog niet kan geven. Op 6 april 2023 verstuurt de projectleider een mail naar alle betrokken bedrijven, Van Dongen Engineering, Ferro Fast, Berkvens en Nuva Keukens, om te melden dat de gemeentelijke grondprijs van 2022 (€ 154 per m²) aangehouden mag worden.
Op basis van de gesprekken heeft de commissie begrepen dat
21/54
de projectleider stelt dat hij samen met wethouder Swinkels mondeling de afweging heeft gemaakt de prijs van 2022 te hanteren. De reden hiervoor betrof onder meer de vorm en de ligging van de kavels, aldus de projectleider: het gaat om restpercelen. De heer Swinkels stelt dat hij op geen enkele manier geïnformeerd is over de afwijkende grondprijs en er dus ook niet mee heeft kunnen instemmen. De commissie heeft voor geen van beide standpunten ondersteunende informatie kunnen vinden. Wel stelt de commissie vast dat wethouder Kusters, portefeuillehouder grondzaken, niet op de hoogte was. De optiebrieven worden door de gemeente niet aangepast naar een versie met de grondprijs van € 154 per m². Ferro Fast ondertekent de originele optiebrief; het is onduidelijk op welke datum. Berkvens ondertekent de optiebrief niet. Na verdere navraag van de commissie wordt aangegeven dat de ambtelijke organisatie wel mondeling akkoord heeft ontvangen van Berkvens. Bestemmingsplan Het college besluit half juli 2023 het ontwerpbestemmingsplan Uitbreiding Lage Akkerweg ter inzage te leggen en de anterieure overeenkomst met Nuva Keukens te ondertekenen. Met de anterieure overeenkomst worden de verplichtingen van de gemeente en Nuva Keukens in de ontwikkeling van Bedrijventerrein Lage Akkerweg beschreven en wordt vastgelegd dat de gemeentelijke kosten op de initiatiefnemer worden verhaald.
In het collegevoorstel is aangegeven dat het plan de gemeente circa € 1,6 miljoen oplevert. Enkele dagen later wordt er een bericht in griffienieuws geplaatst over het ontwerpbestemmingsplan. Er wordt aangegeven dat er naast Nuva Keukens ook nog drie andere lokale bedrijven geholpen worden aan extra ruimte voor uitbreiding. Ten behoeve van de benodigde waterberging en landschappelijke inpassing wordt samen met Nuva Keukens, het waterschap en de gemeente een landschapspark ontworpen op de agrarische percelen tussen de Broekstraat en de Kanaaldijk N266. Niet alleen is dit een duurzame oplossing voor de berging van hemelwater, er ontstaat hierdoor ook een (openbaar) wandel- en verblijfspark waar bijvoorbeeld werknemers van het naastgelegen bedrijventerrein een wandeling kunnen maken. Eind juli 2023 bespreekt het college een ambtelijke memo met het voorstel om een versnelde procedure te doorlopen voor het vaststellen van het bestemmingsplan Uitbreiding Lage Akkerweg. Samenvattend is het de ambitie om de raad op 28 september 2023 het bestemmingsplan te laten vaststellen. Er wordt dan afgeweken worden van de gebruikelijke bestuurlijke cyclus, omdat het vast te stellen bestemmingsplan en het bijbehorende raadsvoorstel in de collegevergadering van 22 augustus behandeld moeten worden. Dit is voordat de termijn van terinzagelegging eindigt.
Ook de vergadering van het presidium vindt dan plaats voordat deze termijn is geëindigd. De commissie Ruimte van de raad vindt dan op 13 september plaats, de laatste dag van de terinzagelegging. Inhoudelijk worden er geen bezwaren verwacht over dit nieuwe bestemmingsplan. Uit de bestudeerde documentatie en gevoerde gesprekken stelt de commissie vast dat de aanleiding voor het versnelde proces de overeenkomst tussen de heer X en Nuva Keukens is, welke als deadline 1 oktober 2023 heeft. Als er vóór die tijd geen vastgesteld bestemmingsplan is, kan de grond niet passeren van de heer X naar Nuva Keukens, en komt de overeenkomst te vervallen. Dat zou ook problematisch zijn voor de gemeente. Het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan en de verkoop van de percelen zijn namelijk de kern van de vaststellingsovereenkomst tussen de
22/54
gemeente en de heer X. Er is dus een wederzijdse afhankelijkheid tussen de overeenkomst van de heer X en Nuva Keukens en de vaststellingsovereenkomst van de heer X en de gemeente. Het advies is daarom om vaststelling van het bestemmingsplan te agenderen voor de raadsvergadering van 28 september. Het college sluit zich bij het advies aan. Uit de gesprekken blijkt dat verschillende ambtenaren bestuurlijke druk hebben ervaren om deze versnelde procedure tot uitvoering te brengen. Op 22 augustus 2023 besluit het college tot het vaststellen van het bestemmingsplan Uitbreiding Lage Akkerweg, onder voorbehoud van eventuele nog te ontvangen zienswijzen. De raad besluit op 28 september 2023 over het bestemmingsplan. Uit de gesprekken blijkt dat de raad actief geïnformeerd is over de versnelde procedure voor het vaststellen van het bestemmingsplan. De anterieure overeenkomst met Nuva Keukens wordt op 23 november 2023 ondertekend door de burgemeester. Proces: koopovereenkomsten Begin maart 2023, als de optiebrieven net de deur uit zijn, wordt er voor het eerst over de koopovereenkomsten gesproken binnen de ambtelijke organisatie. Een beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (economie) neemt contact op met de coördinator Ruimtelijke Ontwikkeling. Deze geeft aan dat de ontwikkeling van Nuva Keukens zo ver is dat er overeenkomsten getekend kunnen worden.
De beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (economie) vraagt de coördinator wat hiervoor de procedures zijn: is het de bedoeling dat de burgemeester de overeenkomsten tekent en moeten de overeenkomsten dan geagendeerd worden in een portefeuillehoudersoverleg? De commissie heeft niet kunnen vaststellen wat het antwoord was. Vervolgens is er eind mei 2023 contact tussen wethouder Swinkels, Nuva Keukens, de projectleider en een beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (economie). Wethouder Swinkels geeft bij de projectleider en de beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (economie) via de mail aan dat de directeur van Nuva Keukens hem gebeld heeft. Hij wil graag door en overeenkomsten tekenen. Wethouder Swinkels vraagt of het klopt dat alleen de intentieovereenkomst met Nuva Keukens ondertekend is en de koopovereenkomst en anterieure overeenkomst nog niet. De projectleider geeft aan dat de intentieovereenkomst inderdaad ondertekend is. De anterieure overeenkomst ligt bij de jurist voor een juridische check en de koopovereenkomst moet de projectleider bespreken met een beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (economie) en een medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken). Verder geeft de projectleider aan dat het de planning is om in de maand juni met het ontwerpbestemmingsplan, de anterieure overeenkomst en de koopovereenkomsten naar het college te gaan.
Het ontwerpbestemmingsplan en de anterieure overeenkomst gaan uiteindelijk in de maand juli naar het college. Na het raadsbesluit over het bestemmingsplan eind september 2023 zet begin december 2023 een medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) de concept-collegebesluiten voor de verkoop van de gronden in het zaaksysteem van de gemeente. Op basis van de bestudeerde documentatie en gevoerde gesprekken stelt de commissie vast dat de concept-collegebesluiten verder niet hun weg vinden naar het college. Half januari 2024 zet het bestuurssecretariaat, op verzoek van de projectleider, een aantal opties voor het ondertekenen van verkoopcontracten in de agenda van Burgemeester Blok. Burgemeester Blok vraagt aan wethouder Swinkels en de projectleider welke
23/54
contracten het betreft. De projectleider licht toe dat het gaat over de verkoop van de gemeentelijke gronden op Bedrijventerrein Lage Akkerweg. De projectleider schrijft onder andere: ‘de concept koopovereenkomsten zijn gereed. Mijn collega … heeft de verkoopbesluiten ook gereed. Beide documenten zullen nog aan je voorgelegd worden’. De projectleider verwijst naar een medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) als ‘mijn collega’. Op basis van de bestudeerde documentatie en gevoerde gesprekken stelt de commissie vast dat wat projectleider aangeeft, niet is gebeurd. De koopovereenkomsten zijn nooit aan het college ter besluitvorming of ter inzage voorgelegd. De projectleider stelt dat wethouder Swinkels de koopovereenkomsten wel gezien heeft, maar daar is geen schriftelijke onderbouwing voor aangetroffen. Wethouder Swinkels stelt dat hij de koopovereenkomsten niet gezien heeft. Per 1 januari 2024 wijzigt de organisatiestructuur van de ambtelijke organisatie. Er is niet langer sprake van afdelingen, maar in plaats daarvan van domeinen. Het team Ruimtelijke Ontwikkeling wordt onderdeel van het domein Ruimte. Alle domeinen worden geleid door een domeinmanager. Het team Ruimtelijke Ontwikkeling wordt geleid door de teammanager, wie voorheen de functie van coördinator had.
Op 12 maart 2024 worden de koopovereenkomsten met Nuva Keukens, Ferro Fast en Berkvens ondertekend door de bedrijven en door burgemeester Blok namens de gemeente in aanwezigheid van Wethouder Swinkels. Met Van Dongen Engineering wordt geen koopovereenkomst getekend – dit bedrijf koopt enkel gronden van Nuva Keukens (die Nuva Keukens weer van de gemeente kocht). Met het ondertekenen van de koopovereenkomsten wordt de verkoop van de gronden definitief gemaakt. In de overeenkomsten wordt een prijs van € 154 per m² gehanteerd inclusief notariële overdrachtskosten. Dit is de grondprijs uit 2022. Burgemeester Blok ondertekent de contracten, terwijl het college hier nooit over besloten heeft. Een specifiek aandachtspunt in het koopcontract is dat de notariskosten voor rekening komen van de gemeente. Uit de gesprekken komt hierover geen eenduidig beeld naar voren. De ondernemers geven aan dat dit gebruikelijk is bij koopcontracten vrij op naam. Sommige medewerkers geven aan dat dit afwijkt van de algemene lijn van de gemeente. De commissie heeft dit echter niet kunnen verifiëren op basis van documenten. Ook de nota’s grondbeleid zeggen hier niets over. De commissie stelt vast dat in de koopovereenkomsten niets is opgenomen over vrij op naam (bijkomende kosten voor rekening van de verkoper (de gemeente) of kosten koper (bijkomende kosten op naam van de koper).
De commissie stelt vast dat het relatief lang duurt om tot de koopovereenkomsten te komen. Tussen het versturen van de optiebrieven (maart 2023) en het vaststellen van het bestemmingsplan Uitbreiding Lage Akkerweg (september 2023) verstrijken zes maanden. Om te komen tot de koopovereenkomsten (maart 2024) verstrijken weer zes maanden. Op basis van de gesprekken stelt de commissie vast dat er enkele inhoudelijke vraagstukken opgelost moesten worden. Het is voor de commissie echter niet duidelijk geworden waarom hier zo veel tijd voor nodig was. Het college besluit op 2 april 2024 over de raadsbrief om de raad te informeren over de verkoop van gronden aan drie bestaande, lokale bedrijven ten behoeve van de uitbreiding van deze bedrijven, passend binnen het vastgestelde bestemmingsplan Uitbreiding Lage Akkerweg. De
24/54
verwachting is dat de bouwactiviteiten in de tweede helft van 2024 gestart worden. Er zijn geen bedragen in de raadsinformatiebrief opgenomen en ook geen eventuele afwijkingen ten opzichte van het grondbeleid. Ook namen van bedrijven worden niet genoemd. Dit is, zo heeft de commissie begrepen, bij dergelijke transacties gebruikelijk.
4.2
Analyse en beoordeling
De grondprijs In algemene zin bepaalt de door de gemeenteraad vastgestelde nota grondbeleid de kaders voor het grondbeleid. Het college voert het grondbeleid uit binnen deze kaders en legt aan de raad gemotiveerd verantwoording af over de uitvoering van het grondbeleid. In zowel de nota grondbeleid 2018-2022 als 2023-2027 is het uitgangspunt voor de grondprijzen dat de raad, op voorstel van het college, in de begroting de grondprijzen vaststelt voor het komende jaar. Samenvattend: de raad bepaalt de grondprijzen. Gedurende het proces van het bepalen en vaststellen van de grondprijs waren er verschillende mogelijkheden om af te wijken van de door de raad vastgestelde grondprijzen:
-
-
-
Zo is er in de nota grondbeleid 2018-2022 een uitzonderingsgrond opgenomen voor incourante bedrijfspercelen. Dit gaat om percelen voor bedrijfsmatig gebruik maar die in vergelijking met ander percelen incourant zijn omdat het niet realistisch is om bij de verkoop de volledige uitgifteprijs in rekening te brengen. Een belangrijk punt hierbij is dat het college deze bedrijfspercelen toe moet wijzen: ‘Of een bepaalde situatie als incourant moet worden aangemerkt is van geval tot geval verschillend en is uitsluitende ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders’. De commissie stelt vast dat deze toewijzing bij de gronden aan de Lage Akkerweg niet heeft plaatsgevonden. Kortom: de verkochte percelen waren geen incourante bedrijfspercelen. Verder stelt de commissie vast dat tussen 2018 en 2024 nergens in de vigerende nota’s grondbeleid wordt gesproken over reststroken dan wel restpercelen in relatie tot de grondprijs; er was dus geen beleid hieromtrent. De uitzonderingsgrond aangaande incourante bedrijfspercelen bestaat in de grondnota 20232027 niet meer. Wel wordt in deze nota aangegeven dat gemotiveerd kan worden afgeweken van de door de raad vastgestelde grondprijzen, eventueel onderbouwd met een taxatie. In de nota wordt er verder niet op ingegaan welk proces hiervoor moet worden doorlopen.
De commissie meent dat als dit proces doorlopen zou worden, het college daar op zijn minst een besluit over had moeten nemen. Het college heeft bij de gronden aan de Lage Akkerweg geen enkel besluit genomen, waardoor er geen sprake is geweest van een gemotiveerde afwijking. Een eenmalige uitzondering die het college de mogelijkheid bood af te wijken van de door de raad vastgestelde prijzen was dat tot 1 april 2023, in 2022 geregistreerde opties op het prijspeil 2022 mochten blijven. Dit is de uitzonderingsgrond waar een van de bedrijven naar verwezen heeft en waar de gemeente het ambtelijk mee eens was. Hierdoor is de grondprijs van 2022 gehanteerd. Hiervoor geldt echter dat de koopovereenkomsten ruim na 1 april 2023 ondertekend zijn, namelijk in maart 2024. De gemeente heeft volgens de commissie ten onrechte een beroep gedaan op deze uitzondering.
In het kader van het laatste punt vindt de commissie het opmerkelijk dat de projectleider, toen hij de bedrijven de toezegging deed over het hanteren van de grondprijs van 2022, op de hoogte was dat de gemeente niet aan de voorwaarde kon voldoen van 1 april 2023. De mail, waarin de
25/54
projectleider aangeeft dat de prijzen van 2022 gehanteerd mochten worden, werd namelijk op 6 april 2023 verstuurd. Op dat moment was de uitzondering niet meer geldig. De vraag kan gesteld worden of er überhaupt sprake was van een geregistreerde optie, maar dat is niet relevant aangezien de deadline van 1 april 2023 al verstreken was. De commissie heeft geen uitwerking van het begrip geregistreerde optie aangetroffen. Volgens de commissie was er geen sprake van een geregistreerde optie omdat eind 2022 de optie niet duidelijk is vastgelegd. Een bericht in een mailtje over kaveltekeningen waarin de projectleider aangeeft dat het bedrijf een optie op de koop van gemeentegrond heeft, vindt de commissie geen geregistreerde optie. Een optiebrief is dat eventueel wel, maar die volgt pas maanden later. Volgens de commissie is het in dit kader niet relevant wanneer de gesprekken met de ondernemers zijn gestart. Wat betreft het door de gemeente betalen van de notariskosten is de commissie van mening dat, als het een beleidsuitgangspunt van de gemeente is om de notariskosten voor rekening van de koper te brengen, dit opgenomen had moet worden in de nota grondbeleid. Dit is niet het geval voor de nota’s grondbeleid 2018-2022 of 2023-2027.
De commissie stelt daarom dat er met het betalen van de notariskosten niet afgeweken is van een vastgesteld kader en de ambtelijke organisatie en het college dit daarom naar eigen inzicht konden invullen. Volgens de commissie is het wel gebruikelijk in een verkoopcontract aan te geven of er sprake is van kosten koper (bijkomende kosten op naam van de koper) of vrij op naam (bijkomende kosten voor rekening van de verkoper (gemeente)). Dit is, zo stelt de commissie vast, bij de koopcontracten niet gebeurd. De optiebrieven Het opstellen van de optiebrieven was een initiatief van de projectleider en voor de gemeente een onbekende stap. De nota’s grondbeleid maken er ook geen melding van. De projectleider omschrijft de optiebrief als een informele afspraak, waarvoor hij een ambtelijk mandaat had om deze te ondertekenen. De commissie ziet dit anders. De brief gaat concreet in op het verkopen van gemeentegrond voor een bepaalde grondprijs en tegen een aantal voorwaarden. Volgens de commissie gaat het hier om een privaatrechtelijke rechtshandeling, waarmee de gemeente gebonden werd. Aan degelijke handelingen moet een collegebesluit ten grondslag liggen. De burgemeester is conform de Gemeentewet vervolgens, als voorzitter van het college, bevoegd tot het uitvoeren van deze privaatrechtelijke rechtshandeling.
De burgemeester kan ook iemand mandateren voor de ondertekening, zoals een wethouder, gemeentesecretaris of ambtenaar. Binnen de gemeente Someren is dit geregeld met een mandaatregeling. Er lag echter geen collegebesluit ten grondslag aan de optiebrief; zo kon er ook niemand het mandaat hebben om te tekenen. De commissie stelt dat de projectleider niet het mandaat had om de optiebrieven te ondertekenen. Hij geeft zelf overigens ook in één van zijn mailwisselingen aan dat hij de burgemeester zou vragen de brief te ondertekenen. Proces binnen het college De commissie constateert dat het college tot medio 2023 op verschillende momenten betrokken is bij het dossier Lage Akkerweg. Van september 2022 tot juli 2023 neemt het college een besluit over de ondertekening van de intentieovereenkomst met Nuva Keukens, de vaststellingsovereenkomst met de heer X en de anterieure overeenkomst met Nuva Keukens. Bij deze collegevoorstellen is wethouder Swinkels telkens aangemerkt als portefeuillehouder. De intentieovereenkomst, vaststellingsovereenkomst en anterieure overeenkomst worden door de
26/54
burgemeester ondertekend, conform het mandaat dat de burgemeester hiervoor heeft volgens de Gemeentewet. Verder kiest het college op verzoek van wethouder Swinkels er ook voor om een versnelde procedure te doorlopen voor het ontwerpbestemmingsplan Uitbreiding Lage Akkerweg. De reden hiervoor is dat er een deadline van 1 oktober 2023 opgenomen is in de overeenkomst tussen de heer X en Nuva keukens. Bij het doorlopen van de reguliere procedure zou deze deadline van 1 oktober 2023 niet gehaald worden. Het college besprak het ontwerpbestemmingsplan daarom voordat de periode van ter inzagelegging afgelopen is. Ook de commissie Ruimte van de raad bespreekt het ontwerpbestemmingsplan al eerder. De commissie stelt dat het college hier op correcte wijze gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheden. Er zijn geen belangen geschaad omdat de zienswijzen meegenomen konden worden. De versnelde procedure vindt de commissie ook te rechtvaardigen vanwege de, voor het hele proces belangrijke, deadline van 1 oktober. Anders was wellicht de overeenkomst tussen de heer X en Nuva keukens niet doorgegaan en de claim van de heer X jegens de gemeente weer op tafel gekomen. Dit alles met als mogelijk gevolg dat alle met bedrijven voorbereide afspraken in het water zouden vallen. De grondtransacties en de daaraan verbonden prijs komen op twee momenten in beeld: bij de optiebrieven en koopovereenkomsten.
De vraag is vervolgens welk collegelid bestuurlijk verantwoordelijk was voor deze grondtransacties van de Lage Akkerweg. De commissie heeft eerder vastgesteld dat er door het college geen afspraken vastgelegd zijn over projectwethouderschap bij het dossier Bedrijventerrein Lage Akkerweg. Ook bij het aantreden van nieuwe collegeleden in juli 2022 en de bijbehorende portefeuillewissel worden er geen afspraken gemaakt over het projectwethouderschap. Dit betekent volgens de commissie dat wethouder Swinkels verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van Bedrijventerrein Lage Akkerweg en dat vanaf juli 2022 de verantwoordelijkheid voor de grondverkoop bij wethouder Kusters lag. Dit blijkt ook uit het feit dat zij gezamenlijk een portefeuillehoudersoverleg hebben in december 2022, waar de optiebrieven ter sprake komen. Kortom, zij hadden een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de verkoop van de gronden aan de Lage Akkerweg. Hoewel Burgemeester Blok half maart 2024 uiteindelijk de handtekening onder de overeenkomsten zet namens de gemeente, is het feit dat zij overeenkomsten met een verkeerde grondprijs ondertekent volgens de commissie haar niet aan te rekenen. De commissie stelt dat een burgemeester ervan uit moet kunnen gaan dat de ondertekening van dergelijke koopovereenkomsten goed voorbereid is door de verantwoordelijke portefeuillehouders en de ambtelijke organisatie.
De commissie constateert dat de besluitvorming van het college bij de optiebrieven en de koopovereenkomsten tekort is geschoten. Wat betreft de optiebrieven, is de commissie van mening dat deze ter besluitvorming aan het college voorgelegd hadden moeten worden. De gemeente wordt in de brief immers privaatrechtelijk gebonden. Dit is ten onrechte niet gebeurd. Wethouder Swinkels en wethouder Kusters hadden dit in het gezamenlijke portefeuillehouderoverleg van december 2022 kunnen signaleren. Beide wethouders hebben dit blijkbaar niet voor ogen gehad. Wat betreft de koopovereenkomsten, wordt in december 2022 in het portefeuillehoudersoverleg met wethouder Kusters en wethouder Swinkels afgesproken dat er een integraal collegevoorstel over de bestemmingsplanwijziging en de verkoop van de gronden aan het college voorgelegd
27/54
wordt. Het collegevoorstel over de bestemmingsplanwijziging komt in de zomer van 2023 wel, maar over de verkoop van de gronden wordt niets meer in de richting van het college gebracht. Dit terwijl het ambtelijk één tot twee keer aangekondigd werd bij wethouder Swinkels, wethouder Kusters en burgemeester Blok. De koopovereenkomsten binden de gemeente privaatrechtelijk en deze hadden voorgelegd moeten worden aan het college. Dit is ten onrechte niet gebeurd. De commissie is van mening dat er drie momenten waren waarop collegeleden hadden kunnen signaleren dat er nog geen collegebesluit over de overeenkomst was genomen. Ten eerste hadden wethouder Swinkels en wethouder Kusters bij het vaststellen van het bestemmingsplan kunnen signaleren dat er nog geen opvolging was gegeven aan een collegevoorstel over het verkopen van de gronden. Ten tweede hadden wethouder Swinkels en Burgemeester Blok bij het ondertekenen van de contracten in maart 2024 kunnen signaleren dat een collegebesluit ontbrak. Ten derde hadden wethouder Swinkels, wethouder Kusters en burgemeester Blok bij het collegebesluit over het verzenden van de raadsinformatiebrief kunnen signaleren dat aan de ondertekening van de koopovereenkomsten geen collegebesluit ten grondslag lag. De commissie stelt vast dat de collegeleden op geen van deze momenten hierop zijn aangeslagen.
De commissie constateert verder dat het college, in lijn met het coalitieakkoord, bij de start in juli 2022 de afspraak maakte om een vierogenprincipe te hanteren, waarbij het uitgangspunt was dat ten minste twee collegeleden betrokken zouden zijn bij belangrijke dossiers. Uit de gesprekken blijkt dat het vierogenprincipe, een afspraak uit het coalitieakkoord, in de loop van 2024 door het college sterk is afgeschaald omdat enkele wethouders de toegevoegde waarde van het meekijken niet inzagen en de werklast te hoog vonden worden. De commissie vindt dit een opmerkelijke gang van zaken zo kort na de start van het college en in het licht van eerdere kwesties bij de gemeente. De commissie constateert dat dit geen invloed gehad heeft op het dossier Bedrijventerrein Lage Akkerweg, omdat de koopovereenkomsten niet geagendeerd zijn in de portefeuillehoudersoverleggen of in collegebijeenkomsten. Proces tussen het college en de ambtelijke organisatie Net als in de eerste maanden van het proces wordt ook in deze periode niet duidelijk of het project Bedrijventerrein Lage Akkerweg een grote opdracht is, dat in projectvorm met een bestuurlijke en ambtelijke projectverantwoordelijke uitgevoerd wordt, of een kleinere opdracht waarbij een medewerker als opdrachtnemer verantwoordelijk is.
Hiermee handelt het college nog steeds niet in lijn met de in 2018 gemaakte afspraken over ambtelijk-bestuurlijke samenwerking. Mede hierdoor blijft het voor ambtenaren onduidelijk wat de rol is van wethouder Swinkels (Bedrijventerrein Lage Akkerweg) in relatie tot wethouders Kusters (grondzaken), temeer omdat er geen structurele portefeuillehoudersoverleggen waren met beide wethouders. De commissie constateert dat er veel contact is tussen wethouder Swinkels en de projectleider, maar dat de uitkomsten hiervan veelal niet vastgelegd worden. Omdat er geen formele overlegstructuur is, ontstaat er een zekere informele werkvorm rondom het dossier. De commissie vindt dit niet passend bij dit uitgebreide dossier waarbij ook de gemeente grond gaat verkopen aan derden. De commissie vindt dat de projectleider verantwoordelijk was voor het maken van werkafspraken en het vastleggen van uitkomsten uit gesprekken met de wethouder.
28/54
Een belangrijk voorbeeld dat uitkomsten van gesprekken niet vastgelegd werden, is het doen van een toezegging door de projectleider aan bedrijven de grondprijs van 2022 te hanteren. De projectleider stelt dat hij samen met wethouder Swinkels mondeling de afweging heeft gemaakt, hetgeen wethouder Swinkels ontkent. De commissie kan niet vaststellen wat er gebeurd is. De commissie vindt wel dat een dergelijke afwijking ten minste per mail vastgelegd dient te worden naar beide verantwoordelijke wethouders. Daarnaast had het ook verwerkt moeten worden in het zaaksysteem en hadden er nieuwe optiebrieven opgesteld moeten worden met de grondprijs van 2022. Deze hadden door de betrokken bedrijven ondertekend moeten worden. De commissie constateert dat ambtenaren bestuurlijke druk hebben ervaren bij de versnelde procedure voor het ontwerpbestemmingsplan. Hoewel de commissie begrijpt dat hier sprake was van tijdsdruk en mogelijk een hoge tijdsdruk, kan de commissie goed begrijpen dat hier bestuurlijke druk uitgeoefend is. Het was voor de gemeente van groot belang om voor 1 oktober 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan te komen. De commissie heeft niet vastgesteld dat er sprake was van onbehoorlijke en oneigenlijke bestuurlijke druk.
Proces binnen de ambtelijke organisatie De commissie vindt dat de uitvoering van het dossier Bedrijventerrein Lage Akkerweg door de ambtelijke organisatie rommelig verlopen is. Uit de gesprekken blijkt dat er onduidelijkheid was over wie er ambtelijk eindverantwoordelijk was voor het project en de projectleider aanstuurde. Sommigen verwijzen naar het afdelingshoofd Beleid, anderen naar de coördinator Ruimtelijke Ontwikkeling. De commissie vindt dat de ambtelijke organisatie dit beter had moeten vastleggen. De commissie constateert verder dat het gebrek aan gemeentelijke kaders voor de projectleider, gecombineerd met het beeld van anderen dat de projectleider op eigen expertise en ervaring kon leunen, een broedplek was voor fouten. Een eerste voorbeeld hiervan is het opstellen van de optiebrieven, zoals eerder beschreven. De commissie constateert dat dit geen gebruikelijke stap was in het dossier. Uit de gesprekken wordt duidelijk dat andere ambtelijke betrokkenen, maar ook collegeleden, het aanbieden van optiebrieven afwijkend vonden. Het verbaast de commissie dat de projectleider hier door niemand op aangesproken is en dat er niet is bijgestuurd. Een tweede voorbeeld hiervan is de administratieve verwerking in Djuma. De projectleider was niet goed bekend met het zaaksysteem en kreeg daar minimale begeleiding in.
Duidelijk is dat er zeer weinig van het dossier opgenomen werd in Djuma en als dit wel gebeurde, er sprake was van verschillende zaaknummers. Het valt de commissie op dat er gedurende het hele traject geen enkele controle is geweest of deze administratieve verwerking wel plaatsvond. De commissie vindt dat op dit punt de interne controlemechanismen gefaald hebben. De commissie vindt dat de betrokken ambtenaren verantwoordelijk waren om de koopovereenkomsten richting het college te brengen. Het is voor de commissie duidelijk dat de ambtelijke organisatie zelf op de hoogte was van het feit dat de overeenkomsten aan het college voorgelegd moesten worden. Dat blijkt niet alleen uit de stukken – het werd intern besproken in maart en december 2023 en aan bestuurders toegezegd in mei 2023 en januari 2024 – maar is ook in de gesprekken met betrokken ambtenaren onderschreven. De commissie constateert dat er kennelijk geen controlemechanismen binnen de gemeente waren die konden voorkomen dat een contract ondertekend werd zonder dat er een collegebesluit onder lag. De interne ambtelijke checks-and-balances waren kennelijk niet op orde.
29/54
De commissie heeft begrepen dat er verschillende wijzigingen voorgesteld zijn gedurende de looptijd van het dossier aangaande de werkprocessen over projectontwikkeling en de ontwikkeling van de organisatie. Voor het onderhavige dossier kwamen deze wijzigingen te laat. Informatievoorziening aan de raad De commissie constateert dat de raad, conform de werkwijze van de gemeente, geïnformeerd is door middel van een raadsinformatiebrief over de verkoop van de gronden. Ook is de raad voldoende geïnformeerd over het versnelde proces aangaande het ontwerpbestemmingsplan Uitbreiding Lage Akkerweg. Uit de gesprekken blijkt dat de raad op de hoogte was van de versnelde procedure om te komen tot het bestemmingsplan en dat de rol van de raad hiermee niet onder druk is komen te staan. De commissie constateert dat het college de raad niet heeft betrokken bij het afwijken van de door de raad vastgestelde grondprijs. Het college was zich echter hiervan op dat moment niet bewust omdat het college hierover nooit een besluit heeft genomen. Bij het afwijken van de budgettaire kaders dient het college dit voor te leggen aan de raad. De lijn is volgens de commissie verder dat bij rechtshandelingen met ingrijpende gevolgen voor de gemeente, de raad vooraf in de gelegenheid wordt gesteld wensen en bedenkingen in te brengen zoals in de Gemeentewet staat.
Hoewel het begrip ‘ingrijpende gevolgen’ nergens gedefinieerd is, meent de commissie dat het afwijken van de grondprijs als ingrijpend beschouwd kan worden. Dat betekent dus dat de raad vooraf in de gelegenheid gesteld had moeten worden om wensen en bedenkingen in te brengen. Proces tussen gemeente en bedrijven Met name Nuva Keukens vindt dat het proces bij de gemeente niet snel genoeg verloopt. Daarom nemen zij af en toe contact op met wethouder Swinkels. Uit de bestudeerde documentatie blijkt dat hij vooral procesmatig reageert en geen toezeggingen doet. Wethouder Swinkels zet zich actief in voor het versnellen van de procedure bij het bestemmingsplan, om deze vóór 1 oktober 2023 vast te kunnen stellen. De commissie vindt dit passen bij de rol van de wethouder, omdat er ook voor de gemeente een risico bestond als deze deadline niet gehaald zou worden. Er is daarnaast ook contact tussen de projectleider en de verschillende betrokken bedrijven. Uit de gesprekken blijkt dat veel van deze contacten mondeling zijn. Afspraken tussen de projectleider en de bedrijven zijn niet altijd vastgelegd per mail of in het zaaksysteem. De commissie constateert dat er daardoor bijvoorbeeld niet te achterhalen valt of er in 2022 ook een afspraak gemaakt is tussen de projectleider en een van de bedrijven in de zin van een geregistreerde optie.
30/54
5.
De hersteloperatie rondom de verkoop van de gronden aan de Lage Akkerweg, mei 2024-januari 2025 5.1
Bevindingen
De totstandkoming van het collegevoorstel over de ontdekte afwijkingen Half mei 2024 gaat een medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) aan de slag om de grondoverdracht voor te bereiden naar aanleiding van de afgesloten verkoopovereenkomsten. Zij kan de overeenkomsten niet vinden in het zaaksysteem. Zij ontdekt verder een aantal afwijkingen. Zo is de grondprijs uit 2022 gehanteerd in plaats van 2024 en dient de gemeente ten onrechte de notariële overdrachtskosten te betalen. Zij meldt dit op 15 mei 2024 eerst aan de projectleider en later die dag aan haar teammanager. Een week later, op 22 mei, meldt zij dit aan wethouder Kusters, de portefeuillehouder grondzaken. Op 28 mei signaleert wethouder Kusters in het college dat de verkoopovereenkomsten ondertekend zijn, maar niet in het college zijn geweest. Op basis van de gesprekken en de bestudeerde documentatie is het voor de commissie niet duidelijk of wethouder Kusters in het college de verkeerd gehanteerde grondprijs heeft gemeld. Wethouder Kusters doet het verzoek om een toelichting te ontvangen voor het college. De teammanager wordt gevraagd hier opvolging aan te geven. De medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) stelt vervolgens op verzoek van de teammanager een memo op, die half juni klaar is. Begin juli reageert de teammanager hierop met het verzoek een oplossing voor te stellen hoe het nu verder moet.
De teammanager geeft hierbij aan dat door ondertekening van de verkoopovereenkomst aan de ene kant de verwachting is gewekt dat de gemeente de percelen overdraagt. Aan de andere kant ontbreekt er een collegebesluit en zijn enkele voorwaarden ongebruikelijk. De medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) geeft aan bij de teammanager, domeinmanager en gemeentesecretaris dat zij de benodigde stappen zal uitvoeren om tot uitvoering over te gaan. Het memo is niet naar het college gestuurd omdat er volgens de gemeentesecretaris een collegevoorstel moest worden opgesteld om het college alsnog een besluit te laten nemen vanwege de afwijking van bestaand beleid. Daarom werd het actiepunt voor het opstellen van de memo ook afgevoerd van de actielijst van het college. De gemeentesecretaris vraagt de medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) om een collegevoorstel te schrijven. De medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) geeft echter aan dat zij hier te weinig van afweet en stelt voor de projectleider het collegevoorstel te laten schrijven. Half juli krijgt de projectleider de opdracht van de teammanager dit te doen, met de vraag dit begin augustus in te brengen in het college. Begin september vertrekt de gemeentesecretaris en wordt zij vervangen door twee directieleden, die samen de rol als waarnemend gemeentesecretarissen overnemen.
De domeinmanager Bedrijfsvoering neemt de taak van algemeen directeur op zich en de domeinmanager Ruimte neemt de taak van secretaris van het college op zich. Half september vraagt de teammanager naar de stand van zaken aangaande het collegebesluit, waarbij de projectleider aangeeft er mee begonnen te zijn. Op 4 oktober deelt de projectleider een eerste concept met de teammanager en een beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (economie). In de begeleidende mail vraagt de projectleider zich af of wethouder Kusters de volledige inhoud van memo, die eerder opgesteld is door de medewerker Ruimtelijke Ordening (grondzaken), kent. De projectleider stelt dat als dit inderdaad zo is, er in op moet worden genomen wie verantwoordelijk is voor de gesignaleerde afwijkingen in het dossier. De projectleider wijst naar twee medewerkers Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken), waarvan één
31/54
medewerker te weinig ervaring had met dergelijke dossiers en onvoldoende begeleid werd door de andere medewerker. De teammanager gaat hier niet op in. Op 9 oktober deelt de projectleider een conceptversie van het collegevoorstel met de teammanager, een beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (economie) en wethouder Swinkels. Wethouder Swinkels reageert dezelfde dag schriftelijk op dit voorstel met enkele suggesties. De teammanager geeft op 10 oktober aan dat zij het document nog onvoldragen vindt en dat het eerst in een portefeuillehoudersoverleg zou moeten worden besproken met wethouder Swinkels en wethouder Kusters. Zij vraagt de waarnemend gemeentesecretaris/secretaris van het college bij het portefeuillehoudersoverleg aan te sluiten. De projectleider past het collegevoorstel aan en stuurt het rond voor het portefeuillehoudersoverleg, dat enkele dagen later zou plaatsvinden. Vervolgens bericht de waarnemend gemeentesecretaris/secretaris van het college, kort voor de start van het overleg, dat het collegevoorstel nog niet rijp is en dat het portefeuillehoudersoverleg niet doorgaat. Het overleg is daarna niet meer gevoerd en het collegevoorstel is op 30 oktober direct naar het college gestuurd. Het collegevoorstel is tussen 9 oktober en 30 oktober op verschillende punten aangepast.
Zo zijn verschillende alinea’s over het bestemmingsplan, de waterberging, de verlegging van een andere straat en de grondexploitatie uit het collegevoorstel gehaald. Ook is toegevoegd dat in overleg met de portefeuillehouder Economische Zaken besloten is om de grondprijs uit 2022 aan te houden. Hoewel boven het collegevoorstel staat dat het besproken is met wethouder Swinkels, verklaart hij dat deze versie niet met hem besproken is. De behandeling van het collegevoorstel in het college Uiteindelijk gaat het collegevoorstel eind oktober naar het college, ter bespreking op 5 november 2024. In het document wordt uitgelegd waarom de prijs van 2022 gehanteerd is. De reden hiervoor is dat er nog een aantal gesprekken nodig bleken om tot een gedragen compromis te komen voor de exacte perceelsgrenzen bij de voornoemde bedrijven, en dat er meer tijd benodigd was voor onderzoek met betrekking tot archeologische waarden en waterberging. Om te benadrukken dat de uiteindelijke ontwikkeling ten voordele van alle partijen zou zijn, zetten alle betrokkenen stappen richting een gezamenlijke oplossing. Verder wordt in het document aangeven dat ambtenaren met wethouder Swinkels hebben besloten de grondprijs niet te indexeren en de notariële overdrachtskosten voor rekening van de gemeente te nemen.
Het voorstel om de koopovereenkomsten aan te gaan en daarbij af te wijken van het bepaalde in het gemeentelijk grondbeleid, heeft niet ter besluitvorming voorgelegen aan het college. Omdat dit niet gebeurd is, ontbraken de verkoopbesluiten aan de hand waarvan de notaris de overdracht van de gronden kan realiseren. Verder bleek volgens het collegevoorstel dat de ondertekening van de optiebrieven binnen het grondbeleid gelegenheid bood om de grondprijs van 2022 als uitgangspunt te nemen voor de koopovereenkomsten, omdat de gesprekken feitelijk reeds in oktober 2022 waren gestart. Daarna heeft het proces vertraging opgelopen, waardoor de koopovereenkomsten pas in 2024 gesloten konden worden. Deze vertraging was niet volledig aan de bedrijven te wijten en in overleg met wethouder Swinkels is daar volgens het collegevoorstel besloten om de grondprijs van 2022 aan te houden. Het college wordt gevraagd in te stemmen met de gesloten koopovereenkomsten met de grondprijs van 2022 en kennis te nemen van het doorlopen proces. Voor de collegevergadering stelt wethouder Kusters enkele vragen aan de betrokken ambtenaren en plaatst wethouder Swinkels een opmerking bij het collegevoorstel. Wethouder Kusters vraagt
32/54
zich onder meer af waarom hij niet is meegenomen in de besluitvorming hierover. Het antwoord van de ambtenaren luidt dat wethouder Swinkels steeds is aangemerkt als bestuurlijk opdrachtgever. Wethouder Swinkels plaatst als opmerking bij het collegevoorstel ‘ik heb de grondprijs niet bepaald. Was ambtelijk advies waar ik mee ingestemd heb’. Uiteindelijk komt het collegevoorstel op 5, 12 en 19 november in het college aan de orde. Tussendoor wordt het collegevoorstel op onderdelen aangepast. In de kern gaat de discussie in het college, zo heeft de commissie op basis van de gesprekken begrepen, over waar de fout lag: bij de ambtenaren, bij wethouder Swinkels die over Bedrijventerrein Lage Akkerweg ging, of bij wethouder Kusters die over het grondbeleid ging. Hierbij staan twee vragen centraal. De eerste vraag is of wethouder Swinkels in overleg met zijn ambtenaren heeft besloten de grondprijs uit 2022 te hanteren. De tweede vraag is of wethouder Swinkels wist dat dat het college voor ondertekening van de verkoopcontracten eerst een collegevoorstel moest ontvangen en een collegebesluit moest nemen. Wethouder Swinkels geeft uiteindelijk aan dat hij niet akkoord is gegaan met de grondprijs van 2022 en dat hij niet wist van het ontbreken van een collegevoorstel en -besluit.
Wethouder Swinkels stelt dat zijn opmerking, over instemmen met ambtelijk advies, betrekking heeft op het procesadvies van de projectleider om de koopovereenkomst, de anterieure overeenkomst en de intentieovereenkomst richting het college te brengen. Anderen interpreteren de opmerking van wethouder Swinkels dat hij in heeft gestemd met het hanteren van de grondprijs uit 2022. Op basis van de gesprekken stelt de commissie vast dat in november de sfeer in het college steeds verder verslechterde. In het verlengde van de zojuist genoemde vragen, ging de discussie ook over wat naar de raad te communiceren, omdat het afwijken van de grondprijs ook een raadsbevoegdheid zou zijn. Wethouder van Doorn en wethouders Kusters pleitten voor volledige openheid en dat de verantwoordelijkheid bij wethouders Swinkels lag. Burgemeester Blok en wethouder Swinkels pleitten voor meer algemene formuleringen, gericht op een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het hele college, zonder de namen van specifieke wethouders te noemen. In hun ogen hadden wethouder Kusters (grondzaken, omdat het over de grondprijs ging) en wethouder van Doorn (Personeel en Organisatie, omdat de ambtelijke organisatie fouten had gemaakt) ook een verantwoordelijkheid. Er ontstaat steeds meer onderling wantrouwen, collegeleden zijn beschuldigend naar elkaar en steeds meer op de persoon gericht.
Er wordt minder geluisterd naar elkaars argumenten. Wethouder van Doorn stelt de vraag of wethouders Swinkels persoonlijke banden heeft met de directeur van Nuva Keukens, wat wethouder Swinkels ontkent. Wethouder Swinkels heeft de indruk dat hij van de andere wethouders moet opstappen om de rust terug te brengen. Hij heeft de indruk dat zij denken dat hij liegt over zijn uitspraken waarin hij zegt dat hij van niets wist. Een deel van het college verwijt de waarnemend gemeentesecretaris/secretaris van het college, zo blijkt uit de gesprekken en bestudeerde documentatie, dat zij haar rol als adviseur van het college niet goed vervulde omdat zij zich als domeinmanager ruimte ook verantwoordelijk voelde voor wat er was gebeurd bij het team Ruimtelijke Ontwikkeling. Zij richtte zich in hun ogen meer op het uit de wind houden van de ambtelijke organisatie dan op het bij elkaar houden van het college. Een ander deel van het college, zo blijkt uit de gesprekken, verwijt de burgemeester eerder escalerend handelen in plaats van de-escalerend en verbindend handelen. Het laatste zou in hun ogen van een voorzitter van het college verwacht mogen worden.
33/54
De samenwerking tussen college en ambtelijke organisatie kwam ook steeds meer onder druk te staan. Wethouder Swinkels probeert, door vragen te stellen aan de betrokken ambtenaren, de feiten in beeld te krijgen over wat er gebeurd is. De directie geeft aan dat alle vragen van wethouder Swinkels en de antwoorden van de ambtenaren via hen dienen te verlopen. Argument is dat ambtenaren verplicht zijn om neutraal en onpartijdig te blijven. Zij proberen zo te voorkomen dat de onafhankelijkheid en integriteit van de ambtenaren in gevaar komen en dat verhoudingen op de werkvloer verstoord raken. De vragen van wethouder Swinkels worden uiteindelijk in zijn ogen niet beantwoord. Uiteindelijk besluit het college op 19 november in te stemmen met de grondprijs van 2022 en in te stemmen met de gesloten koopovereenkomsten. Collectief verklaart het college dat op basis van een gewekt gerechtvaardigd vertrouwen het college de verkoop van onderhavige gronden bestendigt. De collegeleden wethouder Kusters en wethouder van Doorn laten bij het besluit een dubbele aantekening opnemen dat zij niet akkoord zijn. Beide wethouders verklaren het niet eens te zijn met de procedure van totstandkoming van de grondprijs en de afhandeling van het bestuurlijk besluitvormingsproces. Wethouder Kusters voegt hieraan toe het niet eens te zijn omdat hij niet in positie is gebracht als portefeuillehouder Grondzaken.
De collegeleden burgemeester Blok en wethouder Swinkels zijn akkoord met een dubbele aantekening. Wethouder Swinkels geeft aan het niet eens te zijn met de totstandkoming van de grondprijs en de afhandeling van het bestuurlijk besluitvormingsproces. Burgemeester Blok geeft aan het niet eens te zijn met de manier waarop het bestuurlijk besluitvormingsproces is gelopen en betreurt het nietrechtmatig tot stand gekomen besluit over de grondprijs. De stemverhouding was zo gelijk (2-2) waarbij het besluit van de burgemeester de doorslag gaf. Er wordt gekozen voor een dubbele aantekening omdat deze dan openbaar kan worden gemaakt. Op 19 november beslist het college nog niet over de raadsinformatiebrief; dit gebeurt op 26 november. In deze week gaat de discussie tussen de collegeleden inclusief de waarnemend gemeentesecretaris over dezelfde punten als hierboven. Wethouder Kusters en wethouder van Doorn beweren dat wethouder Swinkels bij de projectleider ingestemd heeft de grondprijs van 2022 te hanteren, terwijl wethouder Swinkels blijft volhouden dat dit niet zo is. Verder beklaagt wethouder Swinkels zich dat hij geen antwoorden krijgt op zijn vragen aan ambtenaren om de feiten in beeld te krijgen.
Op basis van de gesprekken met raadsleden stelt de commissie vast dat veel raadsleden achteraf vinden dat zij met de raadsbrief van eind november wel erg laat geïnformeerd zijn, omdat de afwijkingen al een half jaar eerder ontdekt werden. Het advies van Pels Rijcken In de collegevergadering van 19 november wordt op initiatief van de burgemeester besproken een spoedklus uit te zetten bij het advocatenkantoor Pels Rijcken. Zij worden gevraagd uit te zoeken welk bestuursorgaan van de gemeente (college of raad) bevoegd is om af te wijken van de door gemeenteraad vastgestelde nota grondbeleid. Over de spoedklus neemt het college formeel geen besluit, ook niet over de vraagstelling. Twee dagen later volgen de bevindingen. Op hoofdlijnen concludeert Pels Rijcken dat het college het bevoegde gezag is om te besluiten over het aangaan van de overeenkomsten. Het college heeft hier echter niet over besloten. Daarnaast is de gemeenteraad niet in de gelegenheid gesteld om een oordeel te geven over het aangaan van een overeenkomst, waarin wordt afgeweken van de door de gemeenteraad gestelde kaders. Als
34/54
vervolgstappen geeft Pels Rijcken aan dat het college een besluit neemt over de overeenkomsten, en dat het college de raad informeert, waarbij wordt aangegeven waarom van de nota grondbeleid is afgeweken. De conceptbevindingen worden wel verspreid in het college, maar niet besproken. Er volgt ook geen reactie vanuit de gemeente naar Pels Rijcken. Uit mailwisselingen leidt de commissie af dat het de bedoeling was van de burgemeester dat het conceptadvies vervolmaakt zou worden tot een eindadvies omdat het advies gebaseerd zou zijn op onvolledige informatie. Zo ontbrak bijvoorbeeld informatie over de optiebrieven en de nota grondbeleid 20182022. Ook de externe onderzoeker die werd ingeschakeld om een feitenrelaas op te stellen heeft dit begin 2025 geadviseerd. Uiteindelijk is dit niet gebeurd, omdat het werd ingehaald door de ontwikkeling van het instellen van een raadsenquête. Ook, zo heeft de commissie begrepen op basis van de gesprekken, vonden wethouder Kusters en wethouder van Doorn de conclusie van Pels Rijcken duidelijk genoeg. In april 2025 maakt Pels Rijcken de conceptbevindingen definitief zonder het concept aan te passen. Het opstellen van het feitenrelaas door een externe onderzoeker In de collegevergadering van 19 november wordt op initiatief van de burgemeester besproken een externe onderzoeker een feitenrelaas te laten opstellen.
Hierover neemt het college formeel geen besluit, ook niet over de vraagstelling. De commissie heeft op basis van de gesprekken begrepen dat niet alle collegeleden het nut en de noodzaak ervan in zagen. De burgemeester was de opdrachtgever van de externe onderzoeker. In dit kader verstrekt de griffier op verzoek van de burgemeester een advies over het te doorlopen proces. Zij adviseert naar analogie van het stappenplan integriteitsmeldingen te handelen en de rol van het presidium te borgen met betrekking tot een eerste screening. De waarnemend gemeentesecretaris/algemeen directeur benadert dhr. De Kroon om het feitenrelaas op te stellen. De heer de Kroon is in het buitenland en is niet direct beschikbaar, maar wordt desondanks ingeschakeld. Per WhatsAppbericht geeft de waarnemend gemeentesecretaris/algemeen directeur hem namens de burgemeester de opdracht een onafhankelijk, objectief en verifieerbaar feitenrelaas op te stellen, inclusief tijdlijn. Hij benadrukt hierbij dat het geen onderzoek is. Het is niet de bedoeling interviews af te nemen. Tot 9 december ontvangt dhr. De Kroon te bestuderen documenten. De waarnemend gemeentesecretaris/algemeen directeur vraagt dhr. De Kroon drie dagen later, op 12 december, de eerste conclusies gereed te hebben.
Op 10 december meldt de burgemeester in het presidium dat zij naar analogie van het stappenplan integriteitsmeldingen opdracht heeft gegeven een objectief en verifieerbaar feitenrelaas op te stellen door een externe. De opdracht luidt: ‘Het onderzoeken van besluitvorming, transacties en betrokkenheid met betrekking tot de verkoop van gronden aan de Lage Akkerweg, inclusief het opstellen van een feitenrelaas en tijdlijn voor interne evaluatie. Van belang is dat een objectief, onafhankelijk en verifieerbaar feitenrelaas opgeleverd wordt.’ Op 12 december, einde ochtend, stuurt dhr. De Kroon zijn eerste concept naar de burgemeester en de waarnemend gemeentesecretaris/algemeen directeur. Na een eerste, snelle lezing geeft de burgemeester die middag aan de indruk te hebben dat dhr. De Kroon niet alle documentatie heeft gehad. De heer de Kroon geeft op 16 december zelf aan de indruk te hebben dat met niet al te veel inspanning de rapportage op essentiële onderdelen kan worden verbeterd. Hij stelt voor het concept voor te leggen aan de projectleider en wethouder Swinkels. Twee dagen later gaat de burgemeester akkoord met het voorstel van dhr. De Kroon. Op 20 december stuurt dhr. De Kroon het concept naar beide heren om te reflecteren en eventueel aanvullende documentatie te verstrekken. Dit gebeurt in verschillende rondes eind 2024/begin 2025. Op basis van deze nieuwe
35/54
informatie past dhr. De Kroon het document aan. Op 12 januari 2025 stuurt dhr. De Kroon het definitieve concept naar de burgemeester en gemeentesecretaris. Op 16 januari staat het feitenrelaas op de agenda van het presidium. Het wordt ter vergadering uitgereikt om te lezen. De burgemeester licht toe dat er geen concrete aanleiding was om te denken dat er sprake was van niet-integer handelen. Zij concludeert op basis van de uitkomsten ook dat er geen signaal is voor een integriteitsschending; de burgemeester ziet geen aanleiding tot een verder onderzoek naar integriteit. Na bespreking in het presidium is de procedure volgens het stappenplan doorlopen en eindigt deze. Het presidium geeft aan dat in het rapport informatie staat die op het moment van de raadsvergadering 12 december antwoord had kunnen geven op de vragen die er leefden. Daarna doet dhr. de Kroon nog enkele kleine aanpassingen en is het document op 21 januari definitief en wordt het een dag later naar de raad gestuurd. De beantwoording van de raadsvragen Al snel nadat de raad is geïnformeerd door middel van de raadsbrief, volgen raadsvragen. Bij de beantwoording hiervan staan de eerdere discussiepunten nog steeds overeind. De waarnemend gemeentesecretaris/secretaris van het college stelt vast dat de collegeleden niet op één lijn zitten.
Wederom vraagt wethouder Swinkels, om tot een goede beantwoording van de raadsvragen te komen, in gesprek te gaan met de projectleider, ook om antwoord te krijgen op de vragen die al lang bij hem leven. Het college vraagt de directie dit gesprek te organiseren. De directie vindt dat dit grote risico’s met zich meebrengt, omdat een gesprek plaatsvindt tussen een wethouder die zijn positie als bedreigd ervaart en een ambtenaar die door dezelfde wethouder als medeverantwoordelijk wordt beschouwd voor de ontstane situatie. De directie wil dat het gesprek alleen onder strikte voorwaarden wordt gevoerd. Zo is het de keuze van de projectleider om mee te werken. Ook mag hij zich hierbij (juridisch) laten bijstaan en dienen de vragen vooraf op papier te worden gezet. Wethouder Swinkels gaat niet akkoord met deze voorwaarden en het gesprek heeft dan ook niet plaatsgevonden. Wel doet wethouder Swinkels op 5 december in een brief aan de burgemeester en waarnemend gemeentesecretaris/secretaris van het college een officiële melding met het verzoek tot een onafhankelijk onderzoek. Hij heeft behoefte aan niet-betwistbare en verifieerbare informatie, feiten en omstandigheden om tot een transparant beeld te komen om het proces te kunnen reconstrueren.
Hij wil dit betrekken bij de raadsvragen en stelt voor om de raad hierover op 12 december op de hoogte brengen om te voorkomen dat het debat op basis van onvolledige informatie gaat plaatsvinden. Tevens suggereert hij dit onderzoek samen te voegen met het onafhankelijk op te stellen feitenrelaas. Uit de bestudeerde mailwisseling naar aanleiding van de melding stelt de commissie vast dat er verwarring ontstaat over wat de status van een officiële melding met een verzoek tot onderzoek door een wethouder. Burgemeester Blok antwoordt op 19 december op de melding van wethouder Swinkels dat de onafhankelijk onderzoeker contact zal opnemen met de heer Swinkels om ervoor te zorgen dat het feitenrelaas compleet is en dat zijn inbreng kan worden meegenomen. Na oplevering van het rapport zou burgemeester Blok contact opnemen met de heer Swinkels. Dit is niet meer gebeurd. Uiteindelijk gaat het college op 10 december akkoord met de antwoorden op de raadsvragen. Het college is verdeeld over de beantwoording van de raadsvragen met wethouder Swinkels en burgemeester Blok aan de ene kant en wethouder van Doorn en wethouder Kusters aan de andere kant. Op de vragen waar het college verdeeld over is, komt het college tot een compromis: op deze
36/54
vragen wordt als antwoord gegeven dat het college op dat moment het antwoord niet kan geven. Het gaat hierbij om vragen wie op de hoogte waren van de afspraken met de ondernemers om de grondprijs van 2022 te hanteren, wie er geoordeeld en besloten heeft over deze grondprijs en welke wethouder hiervoor verantwoordelijk was. Het gaat hierbij in het bijzonder over de rol van wethouder Swinkels. Op 12 december is het raadsdebat over de Lage Akkerweg waarin wethouder Swinkels zijn ontslag aanbiedt. Tevens neemt de raad de motie aan om een raadsenquête in te stellen. De brief van de ondernemingsraad (OR) Eind november 2024 ontvangt de OR signalen op van rumoer in de organisatie, maar weet de OR niet wat er precies speelt. Op 6 december stuurt de OR een brief naar wethouder van Doorn in zijn rol als portefeuillehouder P&O en de waarnemend gemeentesecretaris/secretaris van het college in haar rol als WOR-bestuurder. In de brief geeft de OR aan de weken daarvoor signalen binnen te hebben gekregen van ambtenaren die bestuurlijke druk ervaren. De signalen spreken mogelijk zelfs van onbehoorlijke druk en oneigenlijke druk. Dit baart de OR zorgen. Zij vragen hier aandacht voor en roepen op hier bewuster mee om te gaan om herhaling te voorkomen.