CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport enquêtecommissie - Lage Akkerweg hoog opgelopen

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Aanbieden rapport raadsenquête Lage Akkerweg.43.334 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Eindrapport enquêtecommissie: Lage Akkerweg hoog opgelopen

Titel:

Eindrapport enquêtecommissie: Lage Akkerweg hoog opgelopen

Versie:

Definitief eindrapport – 3 november 2025

Datum:

Aanbieding raad - 6 november 2025

Auteur(s):

Enquêtecommissie

Zaaknummer: 0847200771529

Inhoudsopgave Voorwoord.......................................................................................................................... 2 Samenvatting ..................................................................................................................... 3 1.

Inleiding .................................................................................................................... 5

2.

Overzicht van de gebeurtenissen tussen juni 2021 en januari 2025 rondom de verkoop van gronden aan de Lage Akkerweg .................................................................................... 9

3.

Verkoop van de gronden aan de Lage Akkerweg in relatie tot het grondbeleid, juni 2021maart 2022 ............................................................................................................... 13

4.

Totstandkoming van de overeenkomsten voor de verkoop van de gronden aan de Lage Akkerweg, maart 2022-mei 2024 ................................................................................. 19

5.

De hersteloperatie rondom de verkoop van de gronden aan de Lage Akkerweg, mei 2024januari 2025 ............................................................................................................. 31

6.

Conclusies, leerpunten en aanbevelingen ...................................................................... 43

Bijlage 1: feitenrelaas raadsenquête Someren ........................................................................ 1 Bijlage 2: toetsingskader informatievoorziening raad ............................................................... 1 Bijlage 3: toetsingskader kaders, normen, regels, procedures en afspraken grondbeleid .............. 1 Bijlage 4: overzicht geraadpleegde documentatie .................................................................... 1 Bijlage 5: overzicht geïnterviewde personen ........................................................................... 1

1/54

Voorwoord Eind november 2024 werd de gemeenteraad van Someren middels een raadsinformatiebrief ingelicht over de ontwikkelingen binnen het project Uitbreiding Bedrijventerrein Lage Akkerweg. Als gevolg van deze brief, heeft de raad in de raadsvergadering van 12 december 2024 unaniem een motie aangenomen tot het gebruikmaken van het lokale enquêterecht (raadsenquête) conform artikel 155a van de Gemeentewet. Er werd opgeroepen tot deze raadsenquête met als doel nader onderzoek te doen naar de in de raadsinformatiebrief genoemde kwesties. In de daaropvolgende periode is een voorbereidingscommissie aan de slag gegaan met het opstellen van een voorstel en het besluit tot het instellen van de raadsenquête. Op 30 januari 2025 heeft de gemeenteraad dit besluit genomen en vier raadsleden uit verschillende fracties benoemd als leden van de enquêtecommissie. Nu, tien maanden later, presenteert de enquêtecommissie het eindrapport met haar bevindingen. In het eindrapport (en de bijlagen) zijn de onderzoeksvragen beantwoord. Ook bevat het eindrapport aanbevelingen om processen binnen de gemeente (zowel ambtelijk als bestuurlijk) in de toekomst te verbeteren.

De enquêtecommissie hoopt dat dit rapport aanleiding vormt tot verbetering van onderlinge samenwerking en bestuurlijke processen binnen de gemeente, tot een effectiever functioneren van controlemechanismen en tot het versterken van eigenaarschap. Ook hoopt de commissie dat, nu de feiten zorgvuldig zijn onderzocht en vastgelegd, de raad en betrokkenen op basis hiervan met een gezamenlijke blik vooruit kunnen kijken. Voor het onderzoek heeft de commissie een groot aantal gesprekken gevoerd met betrokkenen, een omvangrijke hoeveelheid documenten bestudeerd en vele overleggen gepleegd. De commissie heeft haar werkzaamheden en overleggen in goede harmonie uitgevoerd. Raadsleden van verschillende fracties hebben binnen de commissie op constructieve en partijoverstijgende wijze samengewerkt. Het werk vergde veel tijd en inzet van de individuele leden, die zich allen met toewijding hebben ingezet voor een zorgvuldig proces. De enquêtecommissie wil haar dank uitspreken voor de ondersteuning bij het onderzoek en de totstandkoming van dit rapport. Zij dankt de vele betrokkenen die bereid waren tijd te nemen voor een interview. Ook spreekt de commissie haar dank uit aan de ambtelijke organisatie voor het beschikbaar stellen van de omvangrijke opgevraagde informatie. De commissie dankt ook de medewerkers van bureau Berenschot die haar op deskundige wijze hebben bijgestaan.

Ook dankt de commissie mevrouw Zegwaard voor haar inzet en werkzaamheden voor de commissie, die zij tot 23 april 2025 heeft vervuld. Haar werkzaamheden zijn beëindigd in verband met haar tijdelijk ontslag als lid van de Somerense gemeenteraad. Tot slot, maar zeker niet minder belangrijk, dankt de commissie de medewerkers van de raadsgriffie voor hun waardevolle ondersteuning, in het bijzonder de raadsgriffier en de raadsadviseur. Annelieke Huijerjans, Frans van der Kuijlen, Stef Kornuijt, Twan van den Boomen

2/54

Samenvatting Aanleiding voor de raadsenquête Op 12 maart 2024 kopen drie bedrijven gevestigd op Bedrijventerrein Lage Akkerweg grond van de gemeente Someren. Met deze koop, en de verkoop van grond door één van deze bedrijven aan een ander bedrijf, krijgen in totaal vier bedrijven de ruimte om uit te breiden en wordt een jarenlang traject tussen de gemeente en de bedrijven afgerond. De burgemeester ondertekent de koopovereenkomsten namens de gemeente. Op 15 mei 2024 ontdekt de ambtelijke organisatie dat het college niet besloten heeft over de koopovereenkomsten. Dat is wel noodzakelijk. Ook blijkt dat bij de grondverkoop de grondprijs van 2022 gehanteerd is. Dat is niet in lijn met het grondbeleid. De ambtelijke organisatie en het college zoeken daarom uit hoe dit heeft kunnen gebeuren en hoe dit hersteld kan worden. Op 25 november 2024 neemt het college alsnog een besluit over de koopovereenkomsten. Een dag later informeert het college de raad over de kwestie. Er is dan nog veel onduidelijk over hoe dit heeft kunnen gebeuren. Als de raad hierover op 12 december 2024 debatteert, kondigt wethouder Swinkels zijn vertrek aan. De raad besluit een raadsenquête in te stellen om onderzoek te doen naar het proces van de verkoop van de gronden op Bedrijventerrein Lage Akkerweg. Op 30 januari 2025 is een commissie door de raad benoemd en gestart met het onderzoek.

Uitvoering van de raadsenquête De hoofdvraag van het onderzoek luidt als volgt: hoe is het verloop van de gebeurtenissen in de verkoop van de gronden Bedrijventerrein Lage Akkerweg en de processen daaromheen tussen 9 juni 2021 en 30 januari 2025 geweest en welke lessen kan de gemeente daaruit trekken? Deze hoofdvraag valt uiteen in verschillende deelvragen. Om deze vragen te beantwoorden, heeft de commissie verschillende bevoegdheden ingezet, zoals het schriftelijk opvragen van informatie en het voeren van voorgesprekken met betrokkenen. De commissie heeft geen openbare verhoren afgenomen, omdat de commissie dit niet proportioneel vond.

Project Bedrijventerrein Lage Akkerweg goed voor de gemeente Het verkopen van gemeentegrond aan gevestigde bedrijven om uitbreiding mogelijk te maken was in lijn met het beleid van de gemeente voor Bedrijventerrein Lage Akkerweg. Het leverde de gemeente circa €1,6 miljoen op. Ook betrof het gemeentegrond die moeilijk verkocht kon worden en verviel er met de verkoop een claim richting de gemeente. Het was een omvangrijk en passend project dat een goede ontwikkeling op gang heeft gebracht.

Het college heeft niet altijd de juiste procedure gevolgd Bij verschillende overeenkomsten met bedrijven en het aanpassen van het bestemmingsplan heeft het college gehandeld in lijn met geldende regels, procedures en afspraken. Het contact tussen de bedrijven en collegeleden verliep in het algemeen goed. Het college heeft echter niet besloten over optiebrieven en de verkoopovereenkomsten, terwijl dat wel vereist was. De gemeente heeft bij het hanteren van de oude grondprijs uit 2022 niet het juiste proces doorlopen voor het afwijken van de grondprijs. Hiermee is niet gehandeld in lijn met geldende regels, procedures en afspraken.

3/54

De processen in het college zijn niet goed verlopen Er zijn in het college geen afspraken gemaakt over projectwethouderschap voor het Bedrijventerrein Lage Akkerweg. Daardoor is er onduidelijkheid ontstaan over de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het project. Nadat in het college bekend werd dat bij de koopovereenkomsten de regels en procedures niet zijn gevolgd, duurde het te lang voordat het college een herstelbesluit nam. De betrokken wethouders voelden geen urgentie. Er ontstond over het dossier tussen collegeleden wantrouwen en onenigheid; dit stond een simpele oplossing in de weg. Het college handelde niet als collegiaal bestuur. Dit is het hele college aan te rekenen. Bij het nemen van het herstelbesluit handelde het college niet in lijn met het eigen reglement van orde.

De samenwerking tussen college en ambtelijke organisatie is op onderdelen niet goed verlopen In het algemeen wisten collegeleden en ambtenaren elkaar goed te vinden. Het wantrouwen en de onenigheid binnen het college leidde ook tot wantrouwen tussen collegeleden en ambtenaren. De processen zijn op onderdelen niet goed uitgevoerd. Zo werd er te weinig vastgelegd en zijn wethouders niet altijd goed betrokken. De commissie constateert geen onbehoorlijke en oneigenlijke bestuurlijke druk richting ambtenaren.

De processen binnen de ambtelijke organisatie zijn op onderdelen niet goed verlopen De ambtelijke organisatie was te kwetsbaar ingericht. Er was geen vast projectteam en geen projectplan. Er werd veel zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en eigen inzicht van de externe projectleider gevraagd. Het ambtelijk opdrachtgeverschap was onduidelijk belegd. Een omissie is dat veel zaken niet zijn vastgelegd in het zaaksysteem. Interne controlemechanismen hebben gefaald. Het contact tussen de bedrijven en ambtenaren verliep in het algemeen goed, maar afspraken met bedrijven zijn niet altijd bevestigd per e-mail en zijn niet altijd vastgelegd in het zaaksysteem.

Het proces naar de raad is niet altijd goed verlopen Bij het vaststellen van het bestemmingsplan (september 2023) en het informeren van de raad over de verkoop van de gronden (maart 2024) is het proces naar de raad goed verlopen. Het college heeft de raad ten onrechte niet betrokken bij het afwijken van de door de raad vastgestelde grondprijs. Het college was zich hier echter op dat moment niet van bewust omdat het college hierover nooit een besluit heeft genomen. Het college had de raad eerder kunnen informeren over wat er bij het bepalen van de verkoopprijs was misgegaan. De informatievoorziening van het college aan de raad was op onderdelen niet volledig en onduidelijk.

Leerpunten en aanbevelingen Op basis van de onderzoeksresultaten komt de commissie met 24 leerpunten en aanbevelingen gericht op de (samenwerkings)processen binnen het college, tussen het college en de ambtelijke organisatie, binnen de ambtelijke organisatie, met bedrijven, en tussen het college en de raad.

4/54

1.

Inleiding 1.1

Achtergrond en aanleiding

In de gemeente Someren zijn begin 2024 gronden van de gemeente op het bedrijventerrein aan de Lage Akkerweg verkocht aan een aantal ondernemingen. Enkele maanden later zijn er zaken ontdekt die niet goed zijn gegaan bij deze verkoop die hersteld moesten worden. De raad is hierover door middel van een raadsinformatiebrief op 26 november 2024 geïnformeerd. Op 12 december 2024 voerde de raad een debat over de verkoop van de gronden. De portefeuillehouder heeft in deze raadsvergadering zijn ontslag ingediend. In het debat werd gedebatteerd over de constatering dat de gemeente gronden heeft verkocht aan drie bedrijven, waarbij er is afgeweken van de grondprijs zonder dat daaronder een college- of raadsbesluit lag ten tijde van het tekenen van de overeenkomsten. Verder werd vastgesteld dat er fouten zijn gemaakt en dat het college niet in volledigheid kon beantwoorden welke fouten er gemaakt zijn en door wie. Vervolgens is er een motie ‘Raadsenquête verkoop gronden Bedrijventerrein Lage Akkerweg’ ingediend, die unaniem aangenomen is. Hierin heeft de raad bepaald het proces rondom de verkoop van de betreffende gronden te gaan onderzoeken in een raadsenquête.

1.2

Vraagstelling en scope

De hoofdvraag van het onderzoek luidt als volgt: hoe is het verloop van de gebeurtenissen in de verkoop van de gronden Bedrijventerrein Lage Akkerweg en de processen daaromheen tussen 9 juni 2021 en 30 januari 20251 geweest en welke lessen kan de gemeente daaruit trekken? De hoofdvraag valt uiteen in de volgende deelvragen: 1. Hoe ziet het verloop van gebeurtenissen eruit in de verkoop van de gronden Bedrijventerrein Lage Akkerweg? Dit is de vraag naar een feitenrelaas en gaat over waarheidsvinding. In dit feitenrelaas moeten alle gebeurtenissen een plek krijgen die van belang zijn om te kunnen verklaren waarom de ambtelijke en bestuurlijke processen zich zo ontwikkeld hebben. Dit feitenrelaas richt zich op de periode tussen 9 juni 2021 en 30 januari 2025. Tevens worden de belangrijkste gebeurtenissen en beslismomenten aangegeven. Ook wordt aangegeven welke personen wanneer betrokken waren en in welke hoedanigheid. 2. Hoe heeft het college onderling en met de ambtelijke organisatie de verkoop van de gronden en de processen daaromheen vormgegeven en welke personen/functies hebben daarbij een sleutelrol gespeeld? Deze vraag gaat in op de rolinvulling van het college en de ambtelijke organisatie. De commissie wil een duidelijk beeld krijgen van de context, redenen en achtergronden van de gebeurtenissen die hebben geleid tot de verkoop van de gronden.

Het is een analytische vraag waarin de commissie zoekt naar verklarende factoren. De commissie kijkt naar samenwerking binnen het college en tussen het college en de ambtelijke organisatie. Wie hielden zich met de verkoop bezig? Welke afspraken waren hierover gemaakt? Welke procedures werden gevolgd en op basis van welke procedurele en juridische spelregels?

1

Als startdatum is voor 9 juni 2021 gekozen, omdat de Raad van State op deze dag uitspraak deed in de zaak omtrent het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Someren’. Als einddatum is voor 30 januari 2025 gekozen, omdat op deze dag de commissie voor de raadsenquête benoemd werd.

5/54

Specifiek wordt gekeken naar momenten van sturing of uitoefening van invloed door betrokken personen en op basis van welke overwegingen zij dit deden. De commissie brengt in kaart binnen welke kaders er werd gewerkt, of deze vastgelegd waren en hoe dit zich verhield tot de praktijk. 3. Hoe heeft de gemeente met de betrokken bedrijven en overige derde partijen of personen de verkoop en de processen daaromheen vormgegeven en welke personen/functies hebben daarbij een sleutelrol gespeeld? Deze vraag is vergelijkbaar met de vorige, maar in plaats van te focussen op de interne rolinvulling, richt deze vraag zich op de rolinvulling van de gemeente (bestuurlijk en ambtelijk) met vooral de betrokken bedrijven. Hoe zag het contact met eigenaren en overige betrokkenen eruit? Zijn er verwachtingen gewekt; zo ja, welke? Hoe zijn de overeenkomsten tot stand gekomen? Wie was daar op welk moment bij betrokken? Specifiek wordt gekeken naar momenten van sturing of uitoefening van invloed door betrokkenen van de gemeente en op basis van welke overwegingen zij dit deden. De commissie brengt in kaart binnen welke kaders er werd gewerkt, of deze vastgelegd waren en hoe dit zich verhield tot de praktijk. 4. Hoe is de informatievoorziening in de richting van de raad geweest? Deze vraag gaat in op de informatiestromen van het college naar de raad.

Aandachtpunt is of de informatievoorziening de raad in staat stelde om de kaderstellende en controlerende rol te vervullen. De commissie brengt in kaart binnen welke kaders er werd gewerkt, of deze vastgelegd waren en hoe dit zich verhield tot de praktijk. 5. Hoe verhouden de doorlopen processen zich tot de wettelijke kaders, geldende normen, regels, procedures en afspraken binnen de gemeente voor dergelijke transacties? Deze vraag is meer oordelend van aard. Met alle informatie is het de vraag of de bestuurlijke en ambtelijke doorlopen processen voldaan hebben aan de geldende normen, regels, procedures en afspraken. Wanneer dat niet zo is, kan op basis van de informatie verklaard worden waarom.

6. Welke leerpunten en aanbevelingen zijn er te formuleren? Ook in de toekomst zal er sprake zijn van verkoop van gronden aan derden door de gemeente Someren. Het is de vraag wat er geleerd kan worden van het handelen van de gemeente bij de verkoop van gronden en de processen daaromheen. Beantwoording van deze vraag leidt tot leerpunten en aanbevelingen met betrekking tot alle aspecten van de bestuurlijke en ambtelijke processen bij dergelijke grondverkopen. Een en ander is uiteraard afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek. Duidelijk is wel dat de leerpunten en aanbevelingen helpen bij het in de toekomst adequaat omgaan met vergelijkbare situaties. De leerpunten worden geadresseerd aan het college, de ambtelijke organisatie en eventueel de raad.

1.3

Uitvoering van de werkzaamheden

Op 30 januari 2025 is de commissie door de raad benoemd en is de commissie gestart met de werkzaamheden. De enquêtecommissie bestaat uit de volgende personen, afkomstig van verschillende politieke partijen. •

Annelieke Huijerjans (plaatsvervangend voorzitter tot 22 mei 2025, daarna voorzitter)

•

Frans van der Kuijlen (lid en plaatsvervangend voorzitter vanaf 22 mei 2025)

•

Stef Kornuijt (lid)

•

Twan van den Boomen (lid vanaf 22 mei 2025)

•

Ellen Zegwaard (voorzitter en lid tot en met 23 april 2025).

In totaal heeft de commissie 28 keer vergaderd. De commissie is ondersteund vanuit de griffie en onderzoeksbureau Berenschot. De uitvoering van de werkzaamheden van de commissie bestond uit drie fasen.

6/54

Fase 1: start- en oriëntatiefase (maart-april 2025) De eerste fase stond in het teken van voortvarend van start gaan: inlezen met behulp van de beschikbare stukken, de inkoop en aanbesteding van het onderzoeksbureau en de ondersteuning van de griffie. Verder voerde de commissie de volgende activiteiten uit: Informatieverzoek aan de ambtelijke organisatie. Met dit informatieverzoek heeft de commissie gebruikgemaakt van de bevoegdheid om schriftelijke informatie op te vragen. De commissie heeft alle informatie opgevraagd die zij verwachtte nodig te hebben om tot beantwoording van de onderzoeksvragen te komen. In de loop van het onderzoek zijn op verschillende momenten aanvullende informatieverzoeken ingediend. De commissie heeft alle informatie ontvangen die zij gevraagd heeft. Uitwerking onderzoeksvragen. Met de onderzoeksvragen is de scope van het onderzoek vastgesteld. De commissie heeft de raad op 22 april 2025 in een raadsbrief geïnformeerd over de onderzoeksvragen. Uitwerking plan van aanpak. In dit plan van aanpak ging de commissie in op de stappen uit fase 1 en de stappen die de commissie voorzag in fase 2. Ook gaf de commissie een vooruitblik naar fase 3, afhankelijk van te maken keuzes. De commissie heeft de raad op 22 april 2025 als bijlage bij de raadsbrief het plan van aanpak gestuurd. Uitwerking werkwijze commissie.

Deze werkafspraken waren voor intern gebruik en waren op de commissie gericht. Deze werkafspraken boden een waarborg voor de proceskwaliteit van het onderzoek en verschaffen inzicht in de werkwijze van de commissie. Dit droeg bij aan de transparantie van het proces waarbinnen de commissie haar taken uitoefende. Opstellen onderzoeksprotocol. Het protocol had met name als doel de te spreken personen vooraf te informeren over het onderzoek. Het document gaf inzicht over het onderzoek (vraagstelling, leden commissie, ondersteuning etc.), hoe de gesprekken gevoerd zouden gaan worden en hoe zou worden omgegaan met de verstrekte informatie. Fase 2: het verzamelen van alle informatie (mei-augustus 2025) In de tweede fase stond het verzamelen, organiseren en bestuderen van alle beschikbare informatie centraal. Daarnaast sprak de commissie met betrokkenen. De commissie voerde de volgende activiteiten uit: Bestuderen documenten en opstellen feitenrelaas. Na het ontvangen van alle documentatie zijn alle documenten bestudeerd. Vervolgens is een eerste versie van het feitenrelaas opgesteld. In het feitenrelaas is op chronologische volgorde een secure weergave gegeven van de feiten en betrokken personen en/of organisaties. Dit gaf een eerste beeld van het verloop van de gebeurtenissen. In bijlage 4 is een lijst opgenomen van bestudeerde documentatie. Voeren voorgesprekken.

In totaal heeft de commissie 24 gesprekken gevoerd met (voormalig) collegeleden, betrokken (voormalig) ambtenaren, betrokken bedrijven en een externe onderzoeker. Ook is een gesprek gevoerd met een vertegenwoordiger van elke raadsfractie. Een nadere specificatie van de geïnterviewden is te vinden in bijlage 5. Bijna iedereen is ingegaan op de uitnodiging voor een gesprek, met uitzondering van twee bedrijven. Zij gaven als reden dat hun inbreng minimaal zou zijn geweest. De commissie kon zich vinden in deze toelichting. De gesprekken hadden als doel inzicht te krijgen in de gebeurtenissen en het verloop van het proces. Voor elk gesprek is een leidraad opgesteld en van tevoren gestuurd naar de gesprekspartner. Bij elke gesprek was een delegatie van de commissie aanwezig. De duur van de gesprekken varieerde van 45 minuten tot ruim drie uur. Van elk gesprek is een verslag gemaakt en aan de respondent voorgelegd voor commentaar, dat vervolgens verwerkt is.

7/54

Alle gespreksverslagen zijn goedgekeurd. De gesprekken leverde weer veel nieuwe, door de respondenten nagestuurde, documentatie op. Deze documentatie is bestudeerd en verwerkt in een nieuwe versie van het feitenrelaas. Afweging openbaar horen. De raadsenquête is het zwaarste controle-instrument van de raad. Het is bedoeld voor het verkrijgen van alle feitelijke informatie over het door het college van burgemeester en wethouders gevoerde bestuur. Daarvoor mogen het controle-instrument en de bevoegdheden alleen proportioneel worden gebruikt. De raad heeft daarom bij het instellen van de raadsenquête besloten het onderzoek gefaseerd uit te voeren. Het gefaseerd inrichten van het onderzoek hield in dat aan het einde van fase 2 afgewogen zou worden of personen opgeroepen zouden worden voor een openbaar verhoor. Alles afwegend heeft de commissie besloten niemand openbaar te horen. In de eerste plaats was het onderzoeksdossier behoorlijk compleet. Het openbaar horen zou geen zekerheid bieden dat er meer informatie op tafel zou komen voor de beantwoording van de onderzoeksvragen. Daarom was de inschatting van de commissie dat het openbaar horen niets zou toevoegen aan de waarheidsvinding. In de tweede plaats meende de commissie in aanvulling hierop dat het niet proportioneel zou zijn om personen openbaar te verhoren.

Dit zou een te vergaande inbreuk zijn op de persoonlijke levenssfeer, gelet op alle informatie die voor handen is. Om deze reden meende de enquêtecommissie ook dat het niet proportioneel was om personen ‘publiekelijk verantwoording af te laten leggen’. De commissie heeft de raad op 4 september 2025 hierover geïnformeerd. Fase 3: analyse en rapportage (september-november 2025) Ten slotte is alle informatie geanalyseerd en is het eindrapport opgesteld. Concepten van het feitenrelaas en de feitelijke beschrijvende delen van het eindrapport zijn voorgelegd aan de ambtelijke organisatie voor een controle op feitelijke onjuistheden. Waar relevant is het rapport aangepast. Vervolgens is het definitieve rapport opgesteld.

1.4

Leeswijzer

Het rapport kent na deze inleiding vijf hoofdstukken en vijf bijlagen. Hoofdstuk 2 bevat een korte samenvatting van alle gebeurtenissen. Hoofdstuk 3 gaat in op de periode juni 2021 (uitspraak Raad van State) tot maart 2022 (besluit college over principeverzoek Nuva Keukens). Hoofdstuk 3 betreft vervolgens de periode maart 2022 tot mei 2024 (opstellen en ondertekenen overeenkomsten, ontdekking dat het afsluiten van de overeenkomsten niet goed is gegaan). Vervolgens gaat hoofdstuk 5 in op de hersteloperatie en het politiek bestuurlijke proces hier omheen en duurt tot en met januari 2025. In hoofdstuk 6 worden de onderzoeksvragen beantwoord, de algemene conclusies getrokken en leerpunten en aanbevelingen geformuleerd. In de vijf bijlagen zijn respectievelijk een feitenrelaas, twee toetsingskaders en overzichten van geraadpleegde documentatie en geïnterviewde personen opgenomen.

8/54

2.

Overzicht van de gebeurtenissen tussen juni 2021 en januari 2025 rondom de verkoop van gronden aan de Lage Akkerweg

In dit hoofdstuk vat de commissie kort de belangrijkste gebeurtenissen samen. Periode

Gebeurtenis

9 juni 2021

Uitspraak Raad van State over verschillende bezwaren rondom bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Someren’. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het Bedrijventerrein Lage Akkerweg. De uitspraak dwingt de gemeente Someren om delen van het bestemmingsplan opnieuw te overwegen.

Vanaf juni

Het college van de gemeente bestaat in het begin van de onderzoeksperiode

2021

uit burgemeester Blok, wethouder Swinkels en wethouder Maas. Burgemeester Blok is portefeuillehouder grondzaken (aan- en verkoop gronden), wethouder Swinkels is portefeuillehouder bedrijventerreinen en wethouder Maas is portefeuillehouder financiën en grondexploitaties.

18 augustus

Nuva Keukens, een van de bedrijven gevestigd op het Bedrijventerrein Lage

2021

Akkerweg, neemt contact op met de gemeente over de uitbreiding van het bedrijf.

19 oktober

Collegebesluit over het mogelijk maken van de verandering van de

2021

bestemming van (een deel van) de gronden van Bedrijventerrein Lage Akkerweg van ‘agrarisch’ naar ‘bedrijfsgronden’.

21 december

Collegebesluit over het proces om tot uitvoering van het project

2021

Bedrijventerrein Lage Akkerweg te komen, in het kader van het faciliteren van de uitbreiding van Nuva Keukens.

7 januari 2022

Nuva Keukens dient een principeverzoek in bij de gemeente om de uitbreiding van het bedrijf mogelijk te maken.

24 januari

Er start bij de gemeente een externe projectleider voor gebiedsontwikkeling

2022

Lage Akkerweg.

22 februari

Collegebesluit over het principeverzoek van Nuva Keukens. Het college

2022

besluit om onder voorwaarden medewerking te verlenen om met het planologisch kader aan de slag te gaan.

15 juni 2022

Wethouder Maas vertrekt uit het college van de gemeente Someren. Burgemeester Blok wordt portefeuillehouder financiën en wethouder Swinkels wordt portefeuillehouder grondzaken.

21 juli 2022

Het nieuwe college van de gemeente wordt geïnstalleerd. De portefeuille economische zaken, waaronder bedrijventerreinen, blijft bij wethouder Swinkels. Wethouder Kusters wordt portefeuillehouder financiën, grond- en vastgoedbeleid. De overige collegeleden, burgemeester Blok en wethouder van Doorn, hebben geen portefeuilles die raken aan de ontwikkeling van Bedrijventerrein Lage Akkerweg.

20 september

Collegebesluit om een intentieovereenkomst met Nuva Keukens op te stellen.

2022

Daarnaast wordt ook besloten om de uitbreiding van andere omliggende bedrijven (Van Dongen Engineering, Ferro Fast en Berkvens) mogelijk te maken.

9/54

10 november

Er is onderling mailcontact tussen de projectleider en een medewerker

2022

Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) over de te verstrekken opties aan de betrokken bedrijven. In de conceptbrieven wordt naar de grondprijs verwezen. In deze opties wordt de grondprijs van 2023 gehanteerd.

25 november

Er is mailcontact tussen de projectleider en Van Dongen Engineering, een van

2022

de bedrijven die met bestemmingsplanwijziging ook extra gronden verwerft, over de optie tot het kopen van gemeentegrond. Er wordt geen grondprijs genoemd in het mailcontact.

5 december

Er is een gezamenlijk portefeuillehoudersoverleg Ruimtelijke Ontwikkeling

2022

met wethouder Swinkels en wethouder Kusters. Er wordt onder andere akkoord gegeven op de optiebrieven Bedrijventerrein Lage Akkerweg, waarbij de grondprijs van 2023 opgenomen is.

16 februari

De optiebrieven worden gedeeld met de betrokken bedrijven (Van Dongen

2023

Engineering, Ferro Fast en Berkvens) namens de gemeente en Nuva Keukens. In de optiebrieven wordt de grondprijs van 2023 gehanteerd.

16 februari-

Het bedrijf Van Dongen Engineering geeft via de mail bij de projectleider aan

13 maart 2023

bezwaar te hebben tegen de grondprijs van 2023. Omdat de optie tot koop in 2022 vastgelegd is, verwacht hij dat de grondprijs van 2022 gehanteerd wordt. De projectleider gaat hier in eerste instantie niet in mee. Van Dongen Engineering beroept zich op een uitzonderingsgrond uit de programmabegroting 2023, waarbij voor opties uit 2022 tot 1 april 2023 de grondprijs van 2022 gehanteerd mag worden.

28 februari

Collegebesluit om in te stemmen met het ondertekenen van de

2023

vaststellingsovereenkomst met een van de appellanten uit de uitspraak van de Raad van State van juni 2021 en de intentieovereenkomst met Nuva Keukens.

14 maart 2023

De projectleider neemt contact op met de medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) om na te gaan of de uitzonderingsgrond waar Van Dongen Engineering zich op beroept, inderdaad gebruikt kan worden om de prijs van 2022 te hanteren. De medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) geeft aan dat dit inderdaad het geval is, mits de optie concreet vastgelegd is én het proces van verkoop van gronden vóór april 2023 afgerond is.

6 april 2023

De projectleider bevestigt via de mail richting alle betrokken bedrijven dat de grondprijs uit 2022 gehanteerd zal worden. Van Dongen Engineering heeft de optiebrief ondertekend, met een aantekening niet akkoord te gaan met de prijs van 2023. Ferro Fast heeft de optiebrief ondertekend, met de prijs van 2023. Berkvens heeft de optiebrief niet ondertekend, naar mondeling akkoord gegeven. Er worden geen nieuwe optiebrieven met de prijs van 2022 verzonden.

23 mei 2023

Ondertekening intentieovereenkomst tussen Nuva Keukens en de gemeente Someren. De burgemeester ondertekent de overeenkomst namens de gemeente.

18 juli 2023

Collegebesluit over het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan Uitbreiding Lage Akkerweg en het ondertekenen van de anterieure overeenkomst met Nuva Keukens.

10/54

22 augustus

Collegebesluit over het vaststellen van het bestemmingsplan Uitbreiding Lage

2023

Akkerweg en het aanbieden hiervan aan de raad.

28 september

Raadsbesluit vaststellen nota grondbeleid 2023-2027. Hiermee worden de

2023

kaders voor grondbeleid en de verkoop van gronden door de gemeente aangepast.

28 september

Raadsbesluit vaststellen bestemmingplan Uitbreiding Lage Akkerweg.

2023 23 november

Ondertekening anterieure overeenkomst tussen Nuva Keukens en de

2024

gemeente Someren. De burgemeester ondertekent de overeenkomst namens de gemeente.

12 maart 2024

De koopovereenkomsten met de betrokken bedrijven worden ondertekend.

20 maart 2024

Collegebesluit verzending raadsinformatiebrief, met daarin de mededeling over de verkoop van gronden passend bij het bestemmingsplan Uitbreiding Lage Akkerweg.

15-28 mei

Een medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) neemt het dossier

2024

over van een collega en ontdekt afwijkingen in de verkoopovereenkomsten van de gronden Lage Akkerweg. Dit wordt eerst intern gemeld (15 mei) en vervolgens bij de portefeuillehouder (22 mei) die hierover vragen stelt in het college (28 mei). Het college vraagt de ambtelijke organisatie om een en ander uit te zoeken.

28 mei-17 juli

Medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) stelt een memo op over

2024

wat er aan de hand is.

17 juli-

De gemeentesecretaris vraagt aan de medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling

30 oktober

(grondzaken) om op basis van de notitie een collegevoorstel te schrijven,

2024

omdat er afgeweken is van het beleid van de gemeente. De projectleider schrijft het voorstel. Het voorstel gaat op 30 oktober naar het college. Het college wordt gevraagd kennis te nemen van het doorlopen proces grondverkoop en in te stemmen met de koopovereenkomsten en grondprijs.

5-19 november

In drie vergaderingen behandelt het college het collegevoorstel. Tussendoor

2024

wordt het collegevoorstel aangepast en corresponderen collegeleden inclusief waarnemend gemeentesecretarissen onderling over wat er gebeurd is en wie hiervoor verantwoordelijk was. Uiteindelijk wordt er ingestemd met het afwijken van grondbeleid en de grondprijs met een dubbele aantekening van elk collegelid. Ingestemd wordt met de koopovereenkomst met een collectieve verklaring. Een besluit over de raadsinformatiebrief wordt aangehouden.

19-21

Pels Rijcken wordt gevraagd om een juridisch advies waar de bevoegdheid

november

lag af te wijken van de grondprijs. Het advies is twee dagen later klaar, maar

2024

wordt formeel in april 2025 afgerond.

20 november

Externe dhr. de Kroon wordt benaderd om een objectief en verifieerbaar

2024-22

feitenrelaas op te stellen. Hij start op 28 november en levert op 12 december

januari 2025

de eerste conceptversie op, die nog niet volledig is. Op 16 januari 2025 krijgt het presidium inzage in het definitieve conceptrapport. Op 22 januari 2025 levert dhr. de Kroon het finale rapport op, dat kort daarna naar de raad wordt gestuurd.

11/54

19-26

Totstandkoming raadsbrief waar uiteindelijk het college over besluit.

november

Tussendoor is er veel correspondentie tussen de collegeleden en de

2024

waarnemend gemeentesecretarissen over de juiste bewoordingen en analyse van gebeurtenissen.

28 november

Raadsfracties stellen vragen naar aanleiding van de raadsbrief. Op

2024-10

10 december stemt het college in met de beantwoording. Tussendoor is er

december

veel correspondentie tussen de collegeleden en de waarnemend

2024

gemeentesecretarissen over de juiste bewoordingen en juiste analyse van gebeurtenissen.

5 december

Wethouder Swinkels doet een officiële melding en dient een verzoek in bij de

2024

burgemeester voor een onafhankelijk onderzoek om feiten, omstandigheden en tijdspaden objectief, transparant en eenduidig in beeld te brengen. Er wordt niet tot een aanvullend onderzoek overgegaan.

6-10 december

De portefeuillehouder P&O ontvangt een brief van de OR met zorgen over

2024

bestuurlijk onbehoorlijke en oneigenlijke druk in vooral de laatste weken en informeert eerst het college en daarna het presidium daarover.

12 december

Wethouder Swinkels stapt op. Raadsdebat over het dossier. Raad besluit tot

2024

een raadsenquête.

30 januari

Raad besluit tot instelling enquêtecommissie.

2025

12/54

3.

Verkoop van de gronden aan de Lage Akkerweg in relatie tot het grondbeleid, juni 2021-maart 2022 3.1

Bevindingen

Context en aanleiding van de ontwikkeling van Bedrijventerrein Lage Akkerweg Bedrijventerrein Lage Akkerweg is het meest recent uitgegeven bedrijventerrein in de gemeente Someren. Het beleidsmatige uitgangspunt voor dit bedrijventerrein is sinds 2009 om het bedrijventerrein in gebruik te houden voor bedrijfshuisvesting en om de ruimtelijke kwaliteit van het terrein op niveau te houden. Dat betekent dat de huidige gebruikers op hun locatie optimaal hun bedrijfsvoering moeten kunnen uitoefenen. Hierin wil de gemeente de bedrijven faciliteren, onder andere door de ingebruikname van braakliggende stroken. Op 24 januari 2019 stelt de raad het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Someren’ vast, om bouwen gebruiksregels te actualiseren en digitale raadpleegbaarheid te verbeteren. Verschillende partijen stellen als reactie hierop beroep in. Relevant voor het onderzoek is het bezwaar van een van de grondeigenaren op Bedrijventerrein Lage Akkerweg, in dit onderzoek de heer X. In de kern komt zijn beroep erop neer dat het toewijzen van de bestemmingen ‘agrarisch-agrarisch bedrijf’ en ‘agrarisch’ onterecht is, omdat dit in strijd is met goede ruimtelijke ordening. De grond is immers ingesloten tussen gronden met een bedrijfsbestemming en gerealiseerde bedrijven. Op 9 juni 2021 doet de Raad van State uitspraak in de zaak omtrent de bezwaren van de heer X.

De Raad van State stelt hem in het gelijk. Als gevolg hiervan wordt het besluit van de gemeente vernietigd. Daarnaast geeft de Raad van State mee, dat als de gemeente in de toekomst dezelfde bestemming toe wil kennen, er een draagkrachtige motivering opgenomen moet worden waaruit blijkt dat er zwaarwegende redenen zijn om geen bedrijfsbestemming toe te kennen. Deze uitspraak maakt het noodzakelijk voor de gemeente om het bestemmingsplan op dit punt te herzien. De heer X is voornemens een claim in te dienen bij de gemeente vanwege de vertraging in de verkoop van zijn gronden. In dezelfde periode als dit beroep is er contact tussen het college, de ambtelijke organisatie en de bedrijven Nuva Keukens en Van Dongen Engineering gevestigd op Bedrijventerrein Lage Akkerweg. Beide bedrijven hebben de intentie uit te breiden en om gronden te verwerven van de gemeente en van de heer X. Van Dongen Engineering had in 2013 voor de vestiging van het bedrijf grond gekocht van de gemeente. Aangrenzend aan de kavel die Van Dongen Engineering van de gemeente kocht, lagen nog meer stukken grond in eigendom van de gemeente. In het toenmalige koopcontract is opgenomen, dat op het moment dat deze gronden onder optie zouden worden genomen, Van Dongen Engineering een eerste recht tot koop zou hebben. Er zijn toen geen afspraken gemaakt over de grondprijs van deze stukken gemeentegrond.

Er ontstaat een driehoeksverhouding tussen Nuva Keukens, Van Dongen Engineering en de gemeente omdat de grond waarop het eerste kooprecht van Van Dongen Engineering is gevestigd de beoogde uitbreiding van Nuva Keukens bemoeilijkt. Nuva Keukens zou de grond willen kopen van de gemeente en deels weer willen doorverkopen aan Van Dongen Engineering. Op deze wijze kan elk bedrijf uitbreiden en is de gemeente af van een aantal stukken grond. Dan zou Van Dongen Engineering wel moeten afzien van het eerste recht op koop van de gemeente. Zo vindt er in mei 2020 in ieder geval één gesprek plaats tussen de directeur van Nuva Keukens, Van Dongen Engineering, wethouder Swinkels en een beleidsmedewerker Economische Zaken.

13/54

Na de uitspraak van de Raad van State neemt in augustus 2021 Nuva Keukens opnieuw contact op met de gemeente. Het bedrijf wil graag verder in gesprek over hun uitbreiding op Bedrijventerrein Lage Akkerweg. Het gaat hierbij om het herbestemmen van de gronden van de heer X naar bedrijfsbestemming en het verkopen van enkele stroken gemeentegrond. Het idee van Nuva Keukens is dat de heer X af zal zien van zijn claim aan de gemeente als de gemeente het bestemmingplan aanpast en Nuva Keukens de mogelijkheid geeft de gronden te kopen van deze eigenaar. Daarnaast is Nuva Keukens ook geïnteresseerd in resterende stukken gemeentegrond. Het college van de gemeente Someren bestaat in augustus 2021 uit burgemeester Blok, wethouder Swinkels en wethouder Maas. Burgemeester Blok is portefeuillehouder grondzaken (aan- en verkoop gronden), wethouder Swinkels is portefeuillehouder bedrijventerreinen en wethouder Maas is portefeuillehouder financiën en grondexploitaties. Wethouder Swinkels lijkt in augustus 2021 in eerste instantie de juiste bestuurlijke gesprekspartner, maar in verband met zijn vakantie neemt burgemeester Blok dit van hem over. Wethouder Swinkels stuurt haar via e-mail een toelichting over de casus. Hij geeft aan dat de gemeente onder voorwaarden kan meewerken aan de ontwikkeling. Burgemeester Blok gaat, samen met een afdelingshoofd, in gesprek met Nuva Keukens.

In dit gesprek geeft Burgemeester Blok aan dat het college in beginsel een positieve grondhouding heeft tegenover het herbestemmen van de gronden en het verkopen van gemeentegrond. Actief en passief grondbeleid Het herbestemmen van gronden en het verkopen van gemeentegrond raakt aan het grondbeleid van de gemeente. In het uitvoeren van grondbeleid moet de gemeente zich verhouden tot verschillende wettelijke kaders, normen, regels, procedures en afspraken. Deze bestaan uit verplichtingen vanuit nationale wetgeving en gemeentelijk beleid in de vorm van de nota grondbeleid 2018-2022 en later de nota grondbeleid 2023-2027. Een van de nationale wettelijke kaders is dat gemeenten expliciet onderscheid moeten maken tussen actief grondbeleid en passief of faciliterend grondbeleid (hierna: passief grondbeleid). Dat doet de gemeente in de (in juni 2021 geldende) nota grondbeleid 2018-2022. Omdat de gemeente in het geval van Bedrijventerrein Lage Akkerweg zelf geen gronden gaat verwerven, is er sprake van passief grondbeleid. Bij passief grondbeleid heeft de gemeente een voorwaardenscheppende rol, door middel van het bestemmingsplan bij de ontwikkeling van de locatie. De gemeente treedt zelf niet op als marktpartij. De beleidsmedewerkers van het team Ruimtelijke Ontwikkeling nemen het dossier Bedrijventerrein Lage Akkerweg op zich.

Het team Ruimtelijke Ontwikkeling wordt gecoördineerd door een coördinator en is onderdeel van de afdeling Beleid, onder leiding van een afdelingshoofd/manager. Het team Ruimtelijke Ontwikkeling voert de gesprekken met Nuva Keukens en er is af en toe mailen telefonisch contact met het bedrijf. Nuva Keukens wendt zich incidenteel ook tot de collegeleden, burgemeester Blok en wethouder Swinkels, die het bedrijf in hun reacties verwijzen naar de ambtelijke organisatie. In oktober 2021 besluit het college voor het eerst over de mogelijke uitbreiding van Nuva Keukens. Het collegevoorstel is gericht op drie zaken. Ten eerste de intentie van het college om de bestemming van de percelen te wijzigen van agrarisch naar bedrijfsgronden. Ten tweede het verhalen van de plankosten op Nuva Keukens, namelijk de bovenwijkse kosten en anterieure kosten, via een anterieure overeenkomst. Ten derde een procesvoorstel, waarin het team

14/54

Ruimtelijke Ontwikkeling de eerste uitwerking van de plannen beoordeelt en na het sluiten van de intentieovereenkomst een projectleider inzet. Het college besluit tot het eerste punt, maar wijkt af van het tweede en derde punt. Wat betreft het verhalen van de plankosten, besluit het college om geen bovenwijkse kosten te verhalen op Nuva Keukens. Wat betreft het procesvoorstel, vindt het college dit niet passend bij passief grondbeleid. De ambtelijke organisatie wordt gevraagd om dit verder af te stemmen met de portefeuillehouder. In december 2021 volgt het collegebesluit over het proces. Het collegevoorstel schetst dat er onterecht van uit wordt gegaan dat bij passieve grondpolitiek, de werkzaamheden vanuit de gemeente beperkt zijn. Het uitvoeren van passief grondbeleid is relatief nieuw en onbekend voor de gemeente. De verschillende activiteiten vanuit de gemeente worden benoemd en er wordt aanbevolen dat dit extern belegd wordt, om zo waar nodig op- of af te kunnen schalen. Er wordt voorgesteld een tijdelijke projectleider in te huren die de benodigde gemeentelijke inzet en kennis organiseert.

Deze projectleider is verantwoordelijk voor het opstellen van een conceptintentieovereenkomst tussen de gemeente en Nuva Keukens, het opstellen van een projectontwikkelingsproces en het samenstellen van een intern gemeentelijk team, het opstellen van een realisatieovereenkomst en het opstarten van de projectontwikkeling. Het college stemt hiermee in. Het plan van de gemeente is eerst een intentieovereenkomst met Nuva Keukens op te stellen om de haalbaarheid te onderzoeken. Daarna zouden de afspraken in een realisatieovereenkomst worden vastgelegd die parallel zou lopen met het bestemmingsplanproces. Nuva Keukens heeft een iets ander proces voor ogen. Het bedrijf dient begin 2022 een principeverzoek in met het verzoek om de uitbreiding, door middel van een wijziging van het bestemmingsplan en het verkopen van gemeentegrond, mogelijk te maken. Het bedrijf doet dit omdat de gemeente dan wordt verplicht binnen bepaalde termijnen te reageren. Hierdoor kwam de tijdsdruk bij de gemeente te liggen. Het vervolgproces, waarbij er eerst een intentieovereenkomst gesloten wordt, is daarmee deels achterhaald. De ambtelijke organisatie gaat aan de slag met een collegevoorstel om op het principeverzoek te reageren. Principeverzoek van Nuva Keukens en aanbieding van gronden aan aanliggende bedrijven In februari 2022 volgt het derde collegebesluit in het dossier Lage Akkerweg.

Dit collegevoorstel heeft betrekking op het principeverzoek van Nuva Keukens, om de uitbreiding van het bedrijf mogelijk te maken. Uit het collegevoorstel blijkt dat er naast Nuva Keukens ook andere bedrijven op het terrein interesse hebben in uitbreiding, zoals Van Dongen Engineering en Ferro Fast. Het college besluit de gevraagde ontwikkeling van Nuva Keukens voorstelbaar te achten, een intentieovereenkomst en anterieure overeenkomst met Nuva Keukens op te stellen en de externe projectleider het voortouw te laten nemen in het maken van afspraken met Nuva Keukens en de aanliggende bedrijven. Het betrekken van alle aanliggende bedrijven is een stap die sinds november 2021 relevant geworden is voor de gemeente. Met de uitspraak van het Didam-arrest door de Nederlandse Hoge Raad op 25 november 2021 werd vastgelegd dat overheden die een onroerende zaak willen verkopen, in beginsel gelegenheid moeten bieden aan alle (potentiële) gegadigden om mee te dingen.

15/54

Start van de externe projectleider Eind januari 2022 start de externe projectleider (hierna ook: de projectleider) voor een opdracht van vier uur per week gedurende één jaar. De basis voor de opdracht is een offerte, uitgebracht door de projectleider, met een beschrijving van de werkzaamheden die in lijn zijn met het collegebesluit van eind 2021. De projectleider gaat aan de slag met het opstellen van de intentieovereenkomst en de reactie van de gemeente op het principeverzoek van Nuva Keukens. Er is geen opvolging gegeven aan de andere activiteiten waar het college eind 2021 over heeft besloten, zoals het opstellen van een projectontwikkelproces en het samenstellen van een intern gemeentelijk team. Het is de commissie niet duidelijk of de projectleider op de hoogte was van deze toezeggingen. De commissie stelt vast dat van de projectleider verwacht wordt dat hij op basis van eigen expertise en ervaring acteert en waar nodig de verschillende teams van de gemeente inschakelt, zoals het team Ruimtelijke Ontwikkeling en het team Openbare Ruimte. Er zijn, op het moment dat de projectleider start, geen gemeentelijke kaders voor een dergelijke projectontwikkeling inclusief grondverkoop, zoals een handboek dan wel een andere vorm van een procesbeschrijving. Hier wordt wel aan gewerkt, maar het handboek is pas in de loop van 2023 klaar.

Uit de gesprekken blijkt dat de projectleider beperkt ingewerkt is. In algemene zin was er volgens de gesprekspartners bij de ambtelijke organisatie weinig aandacht voor het inwerken van nieuwe collega’s, zowel externen als mensen die in dienst kwamen. Voor de projectleider is wethouder Swinkels de portefeuillehouder voor het dossier Bedrijventerrein Lage Akkerweg. In mei 2018 zijn er door het college en het management team (mt) afspraken gemaakt over de ambtelijk-bestuurlijke samenwerking. Hierin is de afspraak opgenomen dat grote opdrachten in een projectvorm uitgevoerd worden. Bij een project worden het doel, de middelen, het tijdpad inclusief terugkoppelmomenten en de bestuurlijke en ambtelijke projectverantwoordelijke vastgesteld. Kleinere opdrachten kennen een medewerker als opdrachtnemer, die verantwoordelijk is voor de uitvoering. In het geval van Bedrijventerrein Lage Akkerweg zijn er geen afspraken vastgelegd over het aanmerken van dit project als grote of kleine opdracht. Ook is nergens vastgelegd wie de bestuurlijk en/of ambtelijk projectverantwoordelijke is. Uit de gesprekken blijkt dat verschillende betrokkenen ervan uitgingen dat wethouder Swinkels bestuurlijk verantwoordelijk was vanuit een rol als projectwethouder.

Dat zou betekenen dat hij niet alleen verantwoordelijk was vanuit de portefeuille bedrijventerreinen, maar integraal voor het hele project, ook wanneer dit de portefeuilles van andere collegeleden raakte. Een besluit hierover is er echter nooit genomen door het college. Wethouder Swinkels bestrijdt zelf dat hij projectwethouder was. Plankosten In maart 2022 wordt er een ambtelijke notitie met het college gedeeld, op verzoek van het college, om het verhalen van alle gemeentelijke kosten die gemaakt worden in het kader van de uitbreiding van Nuva Keukens, verder toe te lichten. Deze nota beschrijft dat voor de uitbreiding van Nuva Keukens, het bedrijf en de gemeente een ruimtelijke procedure moeten doorlopen. Omdat er sprake is van een bouwplan, moet de gemeente het kostenverhaal verzekeren. Dat is wettelijk verplicht. Dit betekent dat alle kosten die de gemeente maakt ten behoeve van de ontwikkeling, worden doorgelegd aan de ontwikkelaar. Het college doet dit door middel van een intentieovereenkomst om een voorschot op de te maken plankosten te kunnen vragen, en een anterieure overeenkomst om de uiteindelijke gemaakte kosten te verrekenen.

16/54

De nota beschrijft dat het verhalen van de plankosten relatief weinig ingezet is door de gemeente Someren, aangezien dit onderdeel is van passief grondbeleid en de gemeente Someren dit nog weinig heeft toegepast.

3.2

Analyse en beoordeling

Proces binnen college Het college is in deze beginfase goed betrokken bij het dossier Bedrijventerrein Lage Akkerweg. De commissie vindt dat het college op de juiste momenten met een bestuurlijke vertegenwoordiging aanwezig is bij de gesprekken met de bedrijven. Daarnaast neemt het college, door middel van collegebesluiten, zelf de regie over de belangrijkste keuzes in het dossier zoals het verhalen van kosten en het te voeren proces. Alle besluiten zijn gebaseerd op ambtelijke advisering. Hiermee handelt het college in lijn met de in 2018 gemaakte afspraken over ambtelijk-bestuurlijke samenwerking. Ook vraagt het college om aanvullende informatie bij de ambtelijke organisatie bij onduidelijkheden, zoals de memo in maart 2022 over het kostenverhaal van de planontwikkeling. Het college neemt snel een besluit over het principeverzoek van Nuva Keukens. Het college handelt binnen de kaders van het Didam-arrest door meerdere bedrijven bij de verkoop te betrekken. Proces tussen het college en de ambtelijke organisatie Het college en de ambtelijke organisatie weten elkaar in de beginfase goed te vinden. Zo worden de gesprekken met Nuva Keukens in gezamenlijkheid gevoerd en de uitkomsten voorgelegd door middel van collegevoorstellen.

De commissie vindt het een omissie dat het college en de ambtelijke organisatie geen afspraken vastleggen over hoe zij naar Bedrijventerrein Lage Akkerweg kijken als project. Bijvoorbeeld of het gaat om een grote opdracht die in projectvorm met een bestuurlijke en ambtelijke projectverantwoordelijke wordt uitgevoerd, of om een kleinere opdracht. Hiermee handelt het college niet in lijn met de in 2018 gemaakte afspraken over ambtelijk-bestuurlijke samenwerking. Met de keuze voor een grote opdracht had het college ook expliciet moeten maken of er sprake was van projectwethouderschap. Doordat een keuze over het dossier ontbrak, was onduidelijk of wethouder Swinkels verantwoordelijk was vanuit zijn portefeuille bedrijventerreinen, of als bestuurlijke projectverantwoordelijke. Na de start van de projectleider worden er geen afspraken gemaakt over de samenwerking in het uitvoeren van het project. Aan de afspraak uit het collegebesluit van december 2021, het opstellen van een projectontwikkelproces, wordt geen opvolging gegeven. Het college en de ambtelijke organisatie hadden hier allebei een verantwoordelijkheid in, vindt de commissie. De ambtelijke organisatie had initiatief moeten nemen voor het opstellen van een projectplan. Het college had moeten signaleren dat het projectplan ontbrak.

De commissie constateert dat het uitvoeren van passief grondbeleid relatief nieuw en onbekend was voor de ambtelijke organisatie en het college. Mede in dit licht kan de commissie goed voorstellen dat er een externe projectleider werd ingezet. Proces binnen de ambtelijke organisatie De ambtelijke organisatie heeft zich in de beginfase ingezet voor een externe projectleider bij Bedrijventerrein Lage Akkerweg. Dat lukt. De commissie vindt dat deze projectleider vanuit de ambtelijke organisatie te weinig meekrijgt bij de start van zijn opdracht. Zo zijn er geen duidelijke

17/54

gemeentelijke kaders waarbinnen de projectleider moet werken. Ook wordt er geen gemeentelijk projectteam samengesteld voor het dossier. Daarmee wordt er veel zelfstandigheid en eigen inzicht van de projectleider gevraagd. De commissie concludeert dat de ambtelijke organisatie veel verantwoordelijkheid heeft neergelegd bij een externe projectleider, die in eerste instantie voor slechts vier uur in de week ingehuurd werd. De projectleider had uiteindelijk geen vast projectteam en geen duidelijke gemeentelijke kaders waarbinnen hij zijn werk moest uitvoeren. Het ambtelijk opdrachtgeverschap was onduidelijk. Hierdoor vindt de commissie dat de ambtelijke organisatie te kwetsbaar ingericht wordt voor deze complexe opdracht. Samenwerking tussen bedrijven Zowel collegeleden als ambtenaren hebben in de beginfase contact met Nuva Keukens. De commissie vindt dat dit goed verloopt. Collegeleden houden zich aan de afspraak dat bij overleg met derden altijd ambtelijke vertegenwoordiging/ondersteuning aanwezig zijn. Hiermee handelen zij in lijn met de in 2018 gemaakte afspraken over ambtelijk-bestuurlijke samenwerking. Van gesprekken worden doorgaans gespreksverslagen opgesteld die voorgelegd worden aan de bedrijven. Contact verloopt voornamelijk via e-mail. Wanneer er telefonisch contact is, wordt dit vervolgens via e-mail vastgelegd.

In deze fase neemt Nuva Keukens vaak direct contact op met burgemeester Blok of wethouder Swinkels om de gemeente tot spoed te manen. Uit de bestudeerde documentatie blijkt dat beiden (terecht) vooral procesmatig reageren en geen toezeggingen doen. De commissie vindt dit de correcte wijze om met bedrijven samen te werken als college en ambtelijke organisatie van een gemeente.

18/54

4.

Totstandkoming van de overeenkomsten voor de verkoop van de gronden aan de Lage Akkerweg, maart 2022-mei 2024 4.1

Bevindingen

De totstandkoming en ondertekening van de intentieovereenkomst en optiebrieven In de zomer van 2022 zijn er een aantal wisselingen in het college. Op 15 juni 2022 legt de heer Maas zijn rol als wethouder neer. Burgemeester Blok wordt portefeuillehouder financiën en wethouder Swinkels wordt portefeuillehouder grondzaken. Het college bestaat korte tijd uit twee leden. Op 21 juli 2022 wordt het nieuwe college geïnstalleerd. De portefeuille economische zaken, waaronder bedrijventerreinen, blijft bij wethouder Swinkels. Wethouder Kusters wordt portefeuillehouder financiën, grond- en vastgoedbeleid. De overige collegeleden, burgemeester Blok en wethouder van Doorn, hebben geen portefeuilles die raken aan de ontwikkeling van Bedrijventerrein Lage Akkerweg. In het coalitieakkoord 2022-2026 wordt afgesproken dat het college en de ambtelijke organisatie een vierogenprincipe hanteren. In de praktijk geeft het college hier onder andere invulling aan door gezamenlijke portefeuillehoudersoverleggen te organiseren. In september 2022 besluit het college over de intentieovereenkomst met Nuva Keukens. In het collegevoorstel wordt aangegeven dat het planproces flink op weg is, er een eerste conceptbestemmingsplan opgeleverd is en er goede gesprekken zijn gevoerd met alle omliggende bedrijven zodat ook zij een ontwikkeling kunnen doormaken.

De intentieovereenkomst beschrijft de belangrijkste zaken in het planproces. Daarnaast wordt vastgelegd dat alle gemeentelijke kosten door middel van de anterieure overeenkomst worden verhaald op de initiatiefnemer. Burgemeester Blok stelt enkele vragen over actieve informatievoorziening richting de raad. In de beantwoording wordt toegelicht dat de raad automatisch geïnformeerd wordt over het besluit van het college, maar dat de raad ook aanvullend geïnformeerd kan worden op verzoek van het college. Daartoe wordt niet verzocht. Het collegebesluit gaat akkoord, onder voorwaarde dat de heer X afziet van een claim jegens de gemeente en dat dit juridisch geborgd is. De gemeente wil dit vastleggen in een aparte overeenkomst met de heer X. Het ondertekenen van de intentieovereenkomst wordt daarom uitgesteld. In februari 2023 besluit het college over de vaststellingsovereenkomst met de heer X. Inmiddels is de koopovereenkomst tussen de heer X en Nuva Keukens getekend, zodat Nuva Keukens hier zijn uitbreiding op kan realiseren. In deze koopovereenkomst is een alinea opgenomen, waarin vastgelegd is dat de heer X de gemeente vrijwaart voor claims op de verkochte gronden. Deze vrijwaring heeft de gemeente ook verwerkt in een eigen overeenkomst met de heer X. De burgemeester ondertekent eind mei 2023 de intentieovereenkomst met Nuva Keukens namens de gemeente.

De ambtelijke organisatie gaat ondertussen aan de slag met het opstellen van overeenkomsten rondom de grondverkoop. In eerste instantie worden er optiebrieven opgesteld. Uit de gesprekken blijkt dat, zowel voor het college als de ambtelijke organisatie, de optiebrief bij de verkoop van bedrijfsgronden een onbekende stap was. De projectleider zag dit als een logische stap in een gebiedsontwikkeling waar meerdere bedrijven bij betrokken waren, om te voorkomen dat omliggende bedrijven alsnog in beroep zouden gaan tegen het ontwerpbestemmingsplan.

19/54

De projectleider stelt drie optiebrieven op, te ondertekenen door de gemeente en Nuva Keukens met respectievelijk Van Dongen Engineering, Berkvens en Ferro Fast waarin de gronden worden beschreven die de gemeente en Nuva Keukens gaat verkopen. Bij Van Dongen Engineering wordt tevens aangegeven dat Van Dongen Engineering afziet van het eerste recht op koop van de gemeente zoals in 2013 afgesproken. Verder is in de brief opgenomen dat de optie een looptijd heeft tot zes weken na publicatie van het ontwerp bestemmingsplan dat, zo staat in de brief, naar verwachting in maart/april ter visie ligt. Zoals hieronder beschreven wordt dit maanden later. Half oktober 2022 neemt een beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (economie) contact op met de coördinator Ruimtelijke Ontwikkeling met de vraag wie bij het opstellen van contracten binnen de ambtelijke organisatie een rol moet spelen. De beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (economie) ziet dat de projectleider het opstellen van de contracten zelf op wil pakken. Het lijkt de beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (economie) logischer dat de medewerkers Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) dit op zich nemen. Begin november 2022 neemt de projectleider contact op met de medewerkers Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken). Hij vraagt hen mee te kijken naar de concept-optiebrieven.

De projectleider stelt concreet de vraag welke lijn de gemeente Someren hanteert bij het bepalen van grondprijzen. Een medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) stuurt de concept-optiebrieven terug, met daarin in track changes verschillende wijzingen. Een van de wijzigingen is dat de medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) de grondprijs aanpast van 2022 naar 2023. Eind november neemt de projectleider contact op met Van Dongen Engineering om de laatste versie van de kaveltekening voor te leggen ten behoeve van de op te stellen optiebrief. Er wordt aangegeven dat de optiebrief in voorbereiding is en met de wethouder besproken zal worden. Van Dongen Engineering reageert met twee inhoudelijke suggesties. In een reactie geeft de projectleider onder andere aan: ‘Met deze optietekening hebben we in ieder geval vastgelegd dat jij de optie op de koop van de gemeentegrond hebt’. Van Dongen Engineering stelt dat er in deze periode een mondelinge afspraak gemaakt is met de projectleider over het hanteren van de grondprijs uit 2022, ook als de gemeente de prijs tussentijds zou verhogen. De commissie heeft geen documentatie gevonden die dit onderbouwt. In de mailwisseling wordt door de projectleider en Van Dongen Engineering niet concreet verwezen naar een te hanteren grondprijs. Er staan hierover ook geen afspraken in de mailwisseling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16193201/1