Bijlage Natuurvisie 2040
Tekst van het document
insecten, weidevogels en andere fauna. Op de nattere delen behouden en herstellen we (broek)bossen met elzen en wilgen, waar dood hout en een rijke ondergroei zorgen voor schuil- en voedselplekken voor talloze soorten. De hogere en drogere flanken van het beekdal krijgen een eigen rol binnen dit mozaïek. Hier behouden we karakteristieke houtsingels, heggen, akkers en hoogstamboomgaarden, die structuur en afwisseling bieden en bijdragen aan de biodiversiteit en identiteit van het landschap. Kleine geïsoleerde poelen en natte laagten worden aangelegd en onderhouden als voedsel- en voortplantingsplekken voor amfibieën en waterinsecten. Door dit samenspel ontstaat een gevarieerd en gradiëntrijk beekdallandschap dat via heggen, kruidenrijke graslanden en boomgaarden in verbinding staat met de hogere flanken. Op deze manier geven we vorm aan een robuust soortenrijk en aantrekkelijk beekdallandschap voor mens en natuur.
Er worden al diverse maatregelen uitgevoerd om onze waterlopen natuurvriendelijker in te richten, zoals het weer laten meanderen van beken, de aanleg van vispassages en ecologische verbindingszones en peilbeheer. Een mooi voorbeeld is het project ‘t Aa-dal Zuid’ van waterschap Aa en Maas, dat een optimale waterhuishouding combineert met aandacht voor natuurlijke processen, biodiversiteit, landschappelijke kwaliteit en cultuurhistorie.
Streefbeelden: elzen hakhoutzingels, inundatiemoeras en struweelranden
35 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Figuur 18: Streefbeeld Beekdallandschap - te versterken structuren en verbindingen
Natuurinclusieve kansen voor grondeigenaren In de tweede tabel op de volgende pagina staan een aantal thema’s vermeld met bijbehorend de maatregel en het ecologisch effect. Deze maatregelen zijn, zoals eerder genoemd, geheel vrijblijvend. In de laatste kolom staat vermeld op wat voor manier de gemeente een rol kan spelen.
36 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Streefbeeld beekdallandschap Vervangen door nieuwe versie
Uitgangspunt
Inrichting
Hydrologie en waterkwaliteit
Schoon, langzaam stromend grondwatergevoed beekwater is de basis.
Bijdrage aan opgave
Herstel van meanders en natuurlijke overstromingen verhoogt variatie in nat-droog. Voedselarm en kalkrijk water levert soortenrijke vegetaties. Sponswerking van de bodem van het beekdal benutten door te werken met de voorkeursvolgorde: vasthouden (water in de bodem laten infiltreren), bergen (in bijv. sloten, uiterwaarden) en alleen als het niet anders kan afvoeren. Een beekdal kent gradiënten: nat → vochtig → droog, en open grasland → struweel → bos.
Ruimtelijke variatie
Hoe meer van die overgangen behouden of hersteld worden, meer bufferzones aanleggen, hoe rijker de biodiversiteit. Beheer en dynamiek
Extensief graslandeheer en begrazing houden graslanden soortenrijk. Dood hout en open plekken in elzen- en wilgenbossen
Klimaatrobuuste landschappen
Soortenkeuze afstemmen op klimaatomstandigheden (droog, nat, heet)
Waterbodem sturend
Woningbouw, akkerbouw en fruitteelt zijn hier minder geschikt, door hoog grondwaterpeil.
Buiten bewegen
Fijne fiets- en wandelroutes met schaduw
Legenda
Natuurinclusieve kansen voor grondeigenaren
biodiversiteit klimaatadaptatie gezondheid In onderstaande tabel staan een aantal thema's vermeld met bijbehorend de maatregel en het ecologisch effect. Deze maatregelen zijn, zoals eerder genoemd, geheel vrijblijvend. In de laatste Figuur 19: Toelichting streefbeeld beekdallandschap kolom staat vermeld op wat voor manier de gemeente een rol kan spelen.
Thema
Vrijblijvende maatregel
Water en oevers
Natuurvriendelijke oevers, plasdraszones, behoud van overstromingsruimte
Graslanden en hooilanden
Extensief maaibeheer, late maaidata, geen kunstmestgebruik
Landschapselementen
Aanleg en onderhoud van houtsingels, elzensingels, poelen
Akkerranden en perceelranden
Bloemrijke randen, kruidenstroken langs waterlopen
Overgangszones en flanken
Behoud van heggen, boomgaarden en kleine landschapselementen op hogere delen
Samenwerking & bewustwording
Deelname aan agrarische collectieven, veldexcursies, kennisuitwisseling In gewaskeuze rekening houden met klimaatbestendige soorten
25
Natuurvisie Someren
Gewaskeuze
Figuur 20: Natuurinclusieve kansen voor grondeigenaren
37 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Ecologisch effect / doel
Versterking van waterkwaliteit, leefgebied voor amfibieën en moerasvogels Toename kruidenrijkdom, insecten, weidevogels Versterking structuur en leefgebied voor vleermuizen, vogels en insecten Voedselbron voor bestuivers, natuurlijke plaagbestrijders Versterking van overgangsbiotopen en landschapsidentiteit Draagvlak voor natuurvriendelijke bedrijfsvoering
Rol gemeente Faciliteren via landschapsprojecten en samenwerking met waterschap Ondersteunen via ANLb, promotie van biodivers beheer Helpen met beplantingsmateriaal en subsidie-informatie Stimuleren via kennisdeling en voorbeeldprojecten Opnemen in landschapsbeheerplannen, ondersteunen bij onderhoud Faciliteren, verbinden en waarderen van lokale initiatieven Stimuleren via kennisdeling en risicodialogen
4.3 Kampenlandschap Beschrijving Het Kampenlandschap is het oudste agrarische landschap dat we in Someren kennen. Het landschap wordt gekenmerkt door een onregelmatige patronen en een kleinschalige verkaveling met vaak grillig perceelvormen. In de loop der tijd heeft het landschap een meer open karakter gekregen. Van oorsprong kwamen hier echter veel meer landschapselementen voor, zoals houtsingels, struwelen en bosjes.
De bodemomstandigheden variëren van overwegend droog tot matig vochtig, met een zuurtegraad die van basisch tot licht zuur. Door de uiteenlopende wijze van grondgebruik werden de verschillen in condities binnen het landschap versterkt, waardoor een grote diversiteit aan milieus (van schraal grasland tot voedselrijke akkers) ontstond met een daarbij behorende verscheidenheid in plant- en diersoorten.
Waar boerderijen van oudsher vaak vrij of in kleine groepen bij elkaar lagen, bevinden ze zich nu vaker in dichtere linten, knopen en clusters. Bolle akkers en steilranden, ontstaan door eeuwenlang landbouwkundig gebruik, zijn typische kenmerken van dit cultuurlandschap. Tegelijkertijd maakt het moderne, intensieve agrarische gebruik van gronden deze elementen kwetsbaar.
Figuur 21: Overzichtskaart en sfeerbeelden kampenlandschap
38 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Streefbeeld Het kampenlandschap is een traditioneel cultuurlandschap met een lappendeken van kleine percelen, houtwallen, hagen, bosjes en akkers. Het wordt gekenmerkt door sterke kleinschaligheid, beslotenheid en afwisseling. Dit cultuurlandschap heeft de potentie om ecologisch zeer waardevol te zijn, mits de structuur behouden en versterkt wordt. We zien het kampenlandschap als een waardevol mozaïek met een hoge cultuurhistorische en ecologische waarde. Onze inzet richt zich op: • • •
kleinschalig en extensief beheer van gronden bloem- en kruidenrijke akkerranden die de soortenrijkdom én landschapsbeleving vergroten; de ontwikkeling van kruidenrijke vegetaties op gras- en hooilanden, door aangepast maaibeheer en verschraling van de bodem.
De structuur van het kampenlandschap wordt gedragen een breed scala aan landschapselementen zoals houtwallen, struwelen, zandpaden en solitaire eiken. Daarnaast ontleent het landschap haar identiteit aan de groene erven met hoogstamboomgaarden. Deze elementen willen we behouden en versterken. Ze vormen niet alleen een herkenbaar patroon, maar bieden ook nest- en schuilgelegenheid voor allerlei soorten vogels en zoogdieren. Daarnaast zetten we in op het behoud en herstel van poelen, vennen en andere kleine waterpartijen, die vaak in laagtes langs erven liggen en van groot belang zijn voor amfibieën en insecten.
Streefbeelden: knotwilgen naast sloten, houtsingels, halfopen-landschap
39 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Figuur 22: Streefbeeld Kampenlandschap - te versterken structuren en verbindingen
Natuurinclusieve kansen voor grondeigenaren In de tweede tabel op de volgende pagina staan een aantal thema’s vermeld met bijbehorend de maatregel en het ecologisch effect. Deze maatregelen zijn, zoals eerder genoemd, geheel vrijblijvend. In de laatste kolom staat vermeld op wat voor manier de gemeente een rol kan spelen.
40 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Uitgangspunt
Inrichting
Kleinschaligheid en afwisseling
Kleine percelen met diverse functies (akker, grasland, boomgaard) zorgen voor veel niches.
Bijdrage aan opgave
Afwisseling van open en besloten delen levert gradiënten die soorten aantrekken. Landschapselementen Beheer en gebruik
Houtwallen, singels, knotbomen en poelen zijn kernstructuren en essentieel voor fauna. Ze zorgen voor verbinding en dekking tussen percelen. Extensief gebruik (maaien, hooien, lichte begrazing) en weinig bemesting houden het soortenrijk. Traditioneel gebruik (hoogstamboomgaarden, kleine akkers) draagt bij aan variatie.
Zandpaden behouden
Bewegen in het groen
Zandpaden behouden zorgt voor leefgebied voor bijvoorbeeld de roodborsttapuit, patrijs en verschillende soorten wilde bijen en vlinders. Bovendien worden de paden recreatief door wandelaars, mountainbikers en ruiters gebruikt en kan regenwater makkelijk door de onverharde ondergrond infiltreren. Fietsverbindingen tussen natuurgebieden en kernen en wandelommetjes vanuit de kernen met als richtlijn minimaal 40% schaduw.
Legenda
biodiversiteit klimaatadaptatie Natuurinclusieve kansen voor grondeigenaren
gezondheid
In onderstaande tabelstreefbeeld staan eenkampenlandschap aantal thema's vermeld met bijbehorend de maatregel en het Figuur 23: Toelichting ecologisch effect. Deze maatregelen zijn, zoals eerder genoemd, geheel vrijblijvend. In de laatste kolom staat vermeld op wat voor manier de gemeente een rol kan spelen. Thema
Vrijblijvende maatregel
Akkers en bouwlanden
30
Inzaaien van bloemrijke akkerranden en behoud van akkerkruiden; beperken van kunstmest Natuurvisie Someren en pesticidengebruik
Graslanden en hooilanden
Extensief maaibeheer (laat maaien, afvoeren maaisel); gefaseerd beheer
Houtwallen en hagen
Behoud, herstel en gefaseerd onderhoud van houtwallen en hagen
Knot- en solitaire bomen
Onderhoud van oude knotwilgen en eiken; aanplant van solitaire bomen
Poelen en kleine waterpartijen
Herstel of aanleg van poelen en drinkplaatsen in laagtes
Erven en boomgaarden
Aanleg of herstel van hoogstamboomgaarden en bloemrijke erven
Ecologisch effect/ doel
Rol gemeente
Toename van insecten (bijen, vlinders), foerageergebied voor akkervogels (gele kwikstaart, patrijs) Bevordert bloemrijkdom en insectenrijkdom; biedt leefgebied aan vlinders, weidevogels en kleine zoogdieren Versterkt de landschapsstructuur; biedt nest- en schuilgelegenheid voor vogels, egels en vleermuizen Vergroot biodiversiteit (spechten, vleermuizen, uilen); behoud van karakteristiek kampenbeeld Leefgebied voor amfibieën (kamsalamander, bruine kikker) en insecten (libellen) Versterkt leefgebied voor vogels (steenuil, specht), insecten en kleine zoogdieren
Voorlichting en ondersteuning bij zaadmengsels; verwijzen naar subsidieregelingen of collectieven Faciliteren van kennisdeling en samenwerking met agrarische natuurverenigingen Ondersteuning via landschapsbeheerprogramma’s of plantacties; advies over streekeigen beplanting Organiseren van knotdagen of boomplantacties; subsidiëren van herstelprojecten Technische ondersteuning bij aanleg; samenwerking met waterschap of natuurcollectieven Stimuleren via erfbeplantingsregelingen en communicatie over streekeigen soorten
Figuur 24: Natuurinclusieve kansen voor grondeigenaren in het kampenlandschap
41 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
4.4 Oudere Heideontginningen Beschrijving Het oudere heideontginningslandschap kan gezien worden als een overgang tussen het kampenlandschap en de jongere heideontginningen. Ze liggen als een band van oost naar west tussen deze beide landschapstypen in. Rond 1900 zijn deze gebieden ontgonnen, in de vooruitstrevende pioniersgeest van die tijd. De ‘woeste’ heidegronden werden toen omgezet naar akker- of grasland. De landschappelijke lijnen zijn minder organisch en het landschap is iets grootschaliger dan het kampenlandschap. Rijke groenstructuren, lanen en bospercelen zijn hier kenmerkend. In tegenstelling tot het kampenlandschap zijn verschillen in natte en droge ondergrond hier minder zichtbaar.
De bodem in dit halfopen landschap is (zeer) voedselarm en kent een lichte tot sterke zuurgraad. Schrale vegetaties bieden hier leefruimte voor soorten die goed gedijen in voedselarme habitats.
Figuur 25: Overzichtskaart en sfeerbeelden oudere heideontginningen
42 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Streefbeeld
Ecologisch gezien kennen de oudere heideontginningen door het intensief agrarisch gebruik geen hoge soortenrijkdom, maar door een extensiever gebruik van gronden kunnen zij in potentie toch een hoge ecologische waarde bereiken. Om dit te bereiken kent de inrichting hier idealiter: •
•
Deze halfopen inrichting biedt ruimte aan zowel soorten van open agrarisch cultuurland, zoals akkeren weidevogels en akkerkruiden, als aan soorten die afhankelijk zijn van meer structuurrijke landschappen, zoals wilde bijen, vlinders, kleine zoogdieren en amfibieën.
een grotere variatie in landschappelijke structuren en gradiënten (droog–nat, voedselrijk–schraal, open–gesloten) behoud en herstel van kleinschalige landschapselementen
Extensieve akkers met akkerrandenbeheer, rijk aan bloemen en akkerkruiden, vormen een belangrijk leefgebied voor onder andere dagvlinders, sprinkhanen en diverse vaatplanten. Aangrenzend ontwikkelen we kruidenrijke hooilanden en extensief begraasde graslanden, die niet alleen diverse insecten aantrekken maar ook soorten als de haas ondersteunen. Houtwallen, bloemrijke akkerranden, bermen en slootkanten zorgen voor samenhang en ecologische verbindingen waardoor soorten zich door dit agrarische landschap kunnen verplaatsen. Behoud en aanplant van deze elementen verstevigt tegelijkertijd de landschappelijke herkenbaarheid en identiteit.
Streefbeelden: akkers, bosranden, struweelranden, groene erven
43 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Figuur 26: Streefbeeld Oudere heideontginningen - te versterken structuren en verbindingen
Natuurinclusieve kansen voor grondeigenaren In de tweede tabel op de volgende pagina staan een aantal thema’s vermeld met bijbehorend de maatregel en het ecologisch effect. Deze maatregelen zijn, zoals eerder genoemd, geheel vrijblijvend. In de laatste kolom staat vermeld op wat voor manier de gemeente een rol kan spelen.
44 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Uitgangspunt
Inrichting
Variatie in gebruik en beheer
Extensief akkerbeheer (graan, boekweit, haver, spelt, rogge) met akkerranden en braakstroken.
Soort/soortgroep
Extensief graslandbeheer: hooiland (1–2 keer per jaar maaien, afvoeren) en extensieve begrazing. Kleinschalige landschapselementen behouden en versterken
Houtwallen en singels: schuilplaatsen voor zoogdieren, broedplaatsen voor vogels, nectar voor insecten. Poelen en kleine waterpartijen: amfibieën (kamsalamander, heikikker), libellen. Kruidenrijke akkerranden en bloemrijke grasstroken: bijen, vlinders, akkervogels. Boomgroepen/solitaire bomen: broedplekken/nestlocaties voor vogels en vleermuizen.
Ecologische verbindingen Zandpaden behouden
Bewegen in het groen
Verbinden van percelen via houtwallen, heggen, slootranden en bloemrijke verbindingsstroken. Dit is een functioneel netwerk voor fauna. Zandpaden behouden zorgt voor leefgebied voor bijvoorbeeld de roodborsttapuit, patrijs en verschillende soorten wilde bijen en vlinders. Bovendien worden de paden recreatief door wandelaars, mountainbikers en ruiters gebruikt en kan regenwater makkelijk door de onverharde ondergrond infiltreren. Fietsverbindingen tussen natuurgebieden en kernen en wandelommetjes vanuit de kernen met als richtlijn minimaal 40% schaduw
Natuurinclusieve kansen voor grondeigenaren Legenda In onderstaande tabel biodiversiteit staan een aantal klimaatadaptatie thema's vermeld metgezondheid bijbehorend de maatregel en het
ecologisch effect. Deze maatregelen zijn, zoals eerder genoemd, geheel vrijblijvend. In de laatste Figuur staat 27: Toelichting streefbeeld oudere de heideontginningen kolom vermeld op wat voor manier gemeente een rol kan spelen. Thema
Vrijblijvende maatregel
Ecologisch effect / doel
Rol gemeente
Pionierplekken en zandige zones
Creëren of behouden van kleine open zandplekken op perceelranden of erven
Gemeente kan via voorlichting en beheerplannen stimuleren dat kleine kale plekken worden behouden
Overgangszones tussen akker en heide
Aanleggen van gradiënten met struweel, kruidenrijke randen of heideherstelstroken
Stimuleert pioniersplanten (muizenoor, zandblauwtje) en insecten (graafbijen, zandloopkevers) Verbindt open landbouwgebied met heide; bevordert soorten als roodborsttapuit, heivlinder en sprinkhanen Houdt vegetatie open, vergroot structuurvariatie, bevordert kruidenrijkdom Biedt foerageerplek voor bijen, vlinders en zangvogels
Gemeente kan maaibeheer aanpassen en samen met bewoners randen inzaaien
Vergroot broed- en schuilgelegenheid voor erfen bosrandsoorten
Gemeente kan natuurinclusieve erfmaatregelen promoten via subsidie of informatiecampagnes Kan worden opgenomen in gemeentelijk landschapsbeheer als voorbeeldproject
Lichte begrazing met inheemse rassen
Inzet van schapen of runderen (bijv. Brandrode rund, Drents heideschaap) op ruigere graslanden Faunaranden bij wegen en Aanleggen van bloemrijke, erven extensief beheerde randen langs zandwegen of erfgrenzen Nestkasten en Plaatsen van nestkasten, faunavoorzieningen vleermuiskasten of egelroutes bij erven en boomgroepen Beheer van oud hout en dood Laten liggen van hout omgevallen bomen of takkenrillen 35 Natuurvisie Someren aan perceelsranden Erfbeplanting met inheemse Gebruik van meidoorn, soorten hazelaar, lijsterbes, eik of sleedoorn rond erven Beperken van kunstlicht Minder nachtverlichting op erven of in veldgebieden
Bevordert insecten, mossen, schimmels en kleine zoogdieren Versterkt landschappelijk karakter en voedselbron voor vogels en insecten Bevordert nachtactieve fauna zoals vleermuizen, nachtvlinders en uilen
Faciliteren van kleinschalige proefprojecten met agrariërs en terreinbeheerders Gemeente kan samenwerking zoeken met herders of lokale veehouders
Gemeente kan beplantingslijsten opstellen en plantmateriaal aanbieden Gemeente kan lichtarme zones opnemen in buitengebiedsbeleid
Figuur 28: Natuurinclusieve kansen voor grondeigenaren in oudere heideontginningen 45 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
4.5 Jongere Heideontginningen Beschrijving In het zuiden van de gemeente liggen de jongere heideontginningen. Dit is het meest recente landschapstype van onze gemeente. De landbouwtechnieken waarmee dit landschap in de eerste helft van de twintigste eeuw is ontgonnen, waren een stuk moderner dan ten tijde van de oudere heideontginningen. Daardoor kennen de jongere heideontginningen een grootschalige opzet met rechtlijnige patronen en een ‘rationele’ verkavelingsstructuur – geschikt voor de inzet van de nieuwste landbouwmachines.
De zandbodem is opgehoogd, vlak gemaakt en door vermesting voedselrijk. De waterhuishouding is sterk gereguleerd door drainage en een op waterafvoer ingericht systeem. Deze combinatie bepaalt de ecologische mogelijkheden van het gebied en beïnvloedt welke plant- en diersoorten er goed kunnen gedijen.
Kenmerkend is het regelmatige en rechtlijnige wegenpatroon met monotone wegbeplanting (hoofdzakelijk Amerikaanse eik), de grote percelen, de grote mate van openheid en vergezichten. De overgangen naar omliggende bosgebieden zijn door de rechtlijnige perceelsgrenzen scherp. Er zijn enkele zeer waardevolle open gebieden met weinig tot geen aanwezige bebouwing. De doorgaans intensieve agrarische bedrijven in het gebied zijn vanaf grote afstand zichtbaar.
Figuur 29: Overzichtskaart en sfeerbeelden jonge heideontginningen
46 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Streefbeeld
Het jonge heideontginningslandschap verschilt ecologisch van het oudere ontginningstype. Het landschap werd op grootschalige en rationele wijze geschikt gemaakt voor landbouwkundig gebruik. De hiervoor minder geschikte percelen werden als houtproductiebos ingericht, veelal beplant met grove den dat als stuthout diende in de mijnen. Door de grootschalige ontstaanswijze en landgebruik mist dit landschapstype de kleinschaligheid die de oudere cultuurlandschappen wél kennen.
Met deze inrichting ontstaat een jong heideontginningslandschap dat volop leefruimte biedt aan de kenmerkende soorten van het open cultuurland – zoals patrijs, akker- en weidevogels en diverse soorten akkerkruiden – én aan soorten van meer halfopen gebieden, zoals zandblauwtje, diverse soorten wilde bijen, vlinders en amfibieën. Zo halen we maximale natuurwinst uit dit nog altijd hoogproductieve landbouwgebied.
De belangrijkste opgave is hier het aanbrengen van meer landschappelijke variatie een grootschalig, eentonig landschap. We streven hier naar meer verweving tussen het agrarisch gebruik en te ontwikkelen natuurwaarden. Onze inzet richt zich daarbij op: • • •
het herstel van heide- en schraalgraslandplekken; extensief akkerbeheer met akkerkruiden en bloemrijke akkerranden; herstel, aanleg en beheer van passende landschapselementen, zoals struweel, bosjes, kleine poelen en natte greppels;
Streefbeelden: bloemrijke akkerranden, struweelhagen, graslanden, natte ruigte en struweel
47 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Figuur 30: Streefbeeld jongere heideontginningen - te versterken structuren en verbindingen Natuurinclusieve kansen voor grondeigenaren In onderstaande tabel staan een aantal thema’s vermeld met bijbehorend de maatregel en het ecologisch effect. Deze maatregelen zijn, zoals eerder genoemd, geheel vrijblijvend. In de laatste kolom staat vermeld op wat voor manier de gemeente een rol kan spelen.
48 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Uitgangspunt
Inrichting
Herstel van heideen halfnatuurlijke graslandelementen
Invoegen van heiderestanten of plagplekken. Dit betreft leefgebied voor soortgroepen dagvlinders en reptielen, zoals de levendbarende hagedis;
Bos- en struweelranden divers maken
Overgangen van open naar gesloten structuren maken: zoom- en mantelbegroeiing;
Bijdrage aan opgave
Ontwikkeling van schrale graslanden. Dit is een groeiplaats voor soorten als knoopkruid en kruldistel en tevens belangrijk voor vlinders en bijen.
Struweelranden bieden dekking en voedsel voor vogels; Kleine bosjes of hakhoutpercelen. Water en natte elementen inbrengen
Poelen en natte greppels. Deze zijn cruciaal voor amfibieën (bastaardkikker, bruine kikker en kleine watersalamander) en libellen, zoals de gewone pantserjuffer; Bloemrijke oevers versterken de insectendiversiteit.
Extensieve landbouw integreren
Kleinschalige akkerstroken met granen en akkerranden; Kruidenrijke randen zorgen voor nectaraanbod voor bestuivers.
Verbindingen en mozaïek
Ecologische verbindingszones van bloemrijke stroken, houtwallen en heggen zorgen voor functionele corridors. Overgangen tussen open veld, heidefragmenten, natte zones en bosjes verhogen de soorten tussen de habitats.
Zandpaden behouden
Zandpaden behouden zorgt voor leefgebied voor bijvoorbeeld de roodborsttapuit, patrijs en verschillende soorten wilde bijen en vlinders. Bovendien worden de paden recreatief door wandelaars, mountainbikers en ruiters gebruikt en kan regenwater makkelijk door de onverharde ondergrond infiltreren. Fietsverbindingen tussen natuurgebieden en kernen en wandelommetjes vanuit de kernen met als richtlijn minimaal 40% schaduw
Bewegen in het groen
Legenda
biodiversiteit
klimaatadaptatie
gezondheid
Figuur 31: Toelichting streefbeeld jongere heideontginningen Natuurinclusieve kansen voor grondeigenaren In onderstaande tabel staan een aantal thema's vermeld met bijbehorend de maatregel en het ecologisch effect. Deze maatregelen zijn, zoals eerder genoemd, geheel vrijblijvend. In de laatste kolom staat vermeld op wat voor manier de gemeente een rol kan spelen. Thema Akkerranden en perceelovergangen Greppels en kleine waterlopen Struweelranden en singelbeplanting
40
Vrijblijvende maatregel Aanleggen van brede, bloemrijke akkerranden of graanranden met inheemse kruiden Behoud of herstel van natte greppels, watergangen en kleine poelen Aanleg van lage struweelranden met sleedoorn, meidoorn
Natuurvisie Someren
49 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Ecologisch effect / doel
Rol gemeente
Trekt bestuivers, akkerflora (korenbloem, klaproos) en akkervogels (patrijs, geelgors) aan Bevordert amfibieën (bruine kikker, kleine watersalamander) en insecten (libellen) Creëert dekking en nestgelegenheid voor soorten als
Stimuleren via agrarische collectieven en lokale zaadmengsels; voorlichting en monitoring ondersteunen Samenwerking met waterschap stimuleren; technische en financiële ondersteuning bieden Plantmateriaal en beplantingsadviezen aanbieden; samenwerking met lokale landschapsbeheerorganisaties
Thema Akkerranden en perceelovergangen Greppels en kleine waterlopen Struweelranden en singelbeplanting
Droge zandkoppen en schrale bermen
Faunaranden langs akkers Kleinschalige houtopslag en knotbeheer Natuurvriendelijk erfbeheer
Begrazing van ruige graslanden
Beperking van kunstlicht in buitengebied
Vrijblijvende maatregel Aanleggen van brede, bloemrijke akkerranden of graanranden met inheemse kruiden Behoud of herstel van natte greppels, watergangen en kleine poelen Aanleg van lage struweelranden met sleedoorn, meidoorn en lijsterbes langs akkers of wegen Behouden van schrale vegetaties of kale zandplekken Gefaseerd maaien van ruige stroken langs akkers en wegen Behoud van oude knotwilgen en periodiek knotten van houtige opslag Inrichting van erven met inheemse beplanting, bloemrijke borders, rommelhoekjes en zandige plekken Beperkte begrazing met lichte veedruk of extensieve rassen (bijv. Blaarkop, Kempisch schaap) Verminderen van nachtelijke verlichting op erven en schuren
Ecologisch effect / doel
Rol gemeente
Trekt bestuivers, akkerflora (korenbloem, klaproos) en akkervogels (patrijs, geelgors) aan Bevordert amfibieën (bruine kikker, kleine watersalamander) en insecten (libellen) Creëert dekking en nestgelegenheid voor soorten als roodborsttapuit, kneu en kleine zoogdieren Leefgebied voor pioniersplanten (zandblauwtje, muizenoor) en insecten (graafbijen, zandhagedis) Schuilgelegenheid en winterhabitat voor kleine zoogdieren en insecten Voedselbron en schuilplek voor vleermuizen, steenuil en insecten
Stimuleren via agrarische collectieven en lokale zaadmengsels; voorlichting en monitoring ondersteunen
Leefgebied voor egels, vleermuizen, zwaluwen, mussen en bijen
Promotie van natuurinclusieve erven via gemeentelijke erfcoach of inspiratiedocument
Zorgt voor structuurvariatie en bevordert kruidenrijke graslanden
Gemeente kan faciliteren via samenwerkingen met herders en agrarische natuurverenigingen
Verbetert leefgebied van nachtactieve fauna (vleermuizen, nachtvlinders)
Voorlichting en voorbeeldprojecten met ‘donkere zones’ of lichtarme routes
Samenwerking met waterschap stimuleren; technische en financiële ondersteuning bieden Plantmateriaal en beplantingsadviezen aanbieden; samenwerking met lokale landschapsbeheerorganisaties Gemeente kan schraal beheer stimuleren via bermbeheer of subsidies voor ecologisch onderhoud Voorbeeldfunctie via gemeentelijke wegbermen; stimuleren van participatie bij boeren Opnemen in erfbeplantingsprogramma’s; ondersteuning bij knotdagen of herplant
Figuur 32: Natuurinclusieve kansen voor grondeigenaren in jongere heideontginningen
41
Natuurvisie Someren
50
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
4.6 Dorpskernen, randen en linten Beschrijving Dit landschapstype omvat het bebouwde gebied: dorpskernen, wijken, dorpsranden, bedrijventerreinen en bebouwingslinten. Ecologisch gezien zijn dit cultuurlandschappen waar veel natuurwinst te behalen is met structuur, verbindingen en een natuurinclusieve inrichting. Someren kent een mix van oude en nieuwe kernen, gehuchten, wijken en bebouwingslinten. Wegen vormen de verbindende structuren met het omliggende landschap. De bijbehorende groenen waterstructuren spelen een belangrijke rol bij verkeersgeleiding, waterafvoer richting de beekdalen en als ecologische routes tussen de kernen in. De belangrijke laanstructuren zijn veelal onderbroken en lopen vanuit het buitengebied niet altijd door tot in de dorpen, maar stoppen aan de kernranden.
Figuur 33: Overzichtskaart en sfeerfbeelden dorpskernen, randen en linten
51
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Streefbeeld
De grootste potentie zit vooral in een natuurinclusieve inrichting van dorpskernen, het versterken van de laanstructuren en het accentueren van de dorpsranden. De balans tussen rood (bebouwing), groen en blauw vormt de basis voor een klimaatadaptieve en aantrekkelijke leefomgeving met een hoge biodiversiteit. In de dorpskernen zetten we onder andere in op: • natuurinclusief bouwen en inrichten, bijvoorbeeld door nestplaatsen te plaatsen voor huismus, gierzwaluw en vleermuis; • verdere vergroening van de openbare ruimte; • particulieren stimuleren om hun tuin te ontharden (tegel eruit, groen erin); • ruimte creëren voor waterberging in het groen en natuurlijk ingerichte en beheerde wadi’s; • realisatie van bloemrijke bermen met soorten als klaproos, margriet en knoopkruid die aantrekkelijk leefgebied voor bijen, vlinders en andere insecten vormen.
Binnen de bebouwingslinten leggen wij de nadruk op: • bloemrijke bermen en slootranden als nectarbron voor bestuivers en jachtgebied voor vleermuizen • groene erfafscheidingen in de vorm van (struweel) hagen in plaats van schuttingen, om soorten heggenmus, kneu en putter meer leefruimte te bieden • Boomrijen en knotwilgen die het landschappelijke karakter versterken en leefruimte bieden aan steenuil, specht en vleermuis De streefbeelden voor het dorpslandschap laten zien hoe we Basiskwaliteit Natuur kunnen bereiken in de bebouwde gebieden. Natuurinclusieve gebouwen en ingerichte ruimten en vergroening van de dorpskernen, kernranden en bebouwingslinten zijn hiervoor belangrijke ingrediënten. Op deze manier bouwen wij aan een groenblauw netwerk waarin typische ‘dorpsbewoners’ als kenmerkende soorten in het landschap profiteren.
Aan de dorpsranden creëren we een zachtere overgang naar het omliggende landschap door: • aanplant van extra bomen en boomgroepen, struiken, struweelhagen en houtwallen die voedsel en schuilgelegenheid bieden voor soorten als egel, roodborst en geelgors • realisatie van kruidenrijke graslanden en hooilanden met soorten als grote ratelaar en echte koekoeksbloem om vlinders en andere insecten te stimuleren • aanleg van poelen als leefgebied voor de kamsalamander, gewone pad en heikikker
Streefbeelden: groene openbare ruimte, moestuinen, groene en bloemrijke pleinen
52
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Figuur 34: Streefbeeld dorpskernen, randen en linten - te versterken structuren en verbindingen
Natuurinclusieve kansen voor grondeigenaren In onderstaande tabel staan een aantal thema’s vermeld met bijbehorend de maatregel en het ecologisch effect. Deze maatregelen zijn, zoals eerder genoemd, geheel vrijblijvend. In de laatste kolom staat vermeld op wat voor manier de gemeente een rol kan spelen.
53 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Bijdrage aan opgave
Uitgangspunt
Inrichting
Variatie en kleinschaligheid
Dorpsranden zijn vaak overgangszones: van bebouwd naar agrarisch of natuurlijk gebied. Die overgang kan juist een hoge soortenrijkdom dragen. Hoe meer gradiënten (open → struik → boom, droog → nat), hoe meer soorten zich kunnen vestigen. Klimaatadaptieve soorten aanplanten.
Groenblauwe dooradering
Kleine landschapselementen (hagen, houtwallen, sloten, poelen) zorgen voor ecologische verbindingen. Waterpartijen en sloten functioneren als stapstenen voor vissen, amfibieën, libellen.
Natuurinclusief bouwen en erven
Nestkasten, vleermuiskasten, egelpoortjes en bloemrijke tuinen versterken biodiversiteit in de bebouwde kom. Erfafscheidingen met hagen en heggen i.p.v. schuttingen. Dit zorgt voor verbinding en voedsel voor verschillende diersoorten.
Het dorp als spons
Geen onnodige verharding aanleggen. Voorkeursvolgorde hemelwater: hergebruik > vasthouden > bergen > afvoeren Wadi's zorgen tijdens piekbuien dat water tijdelijk kan worden opgeslagen en langzaam infiltreert. Deze kunnen natuurvriendelijk worden ingericht met verschillende planten (die gewend zijn aan wisselende waterstanden) of gecombineerd worden met speeltoestellen om spelen te bevorderen. Het afkoppelen van regenpijpen bij huizen zorgt ervoor dat water niet het riool inloopt, maar in het groen kan infiltreren wat goed is tegen wateroverlast en droogte. Grasbetontegels en waterdoorlatende verharding om regenwater in de bodem te laten infiltreren waar het valt. Aanvullende eisen voor waterberging staan in het Water- en rioleringsprogramma Someren.
Aangename kernen op hete dagen
Groen, zoals bomen, struiken, gras, groene gevels en groene daken en waterpartijen zorgen voor verkoeling op hete dagen door verdamping en schaduw. Minimaal 40% schaduw op fiets- en wandelpaden. Een groene plek (bijvoorbeeld een park) van minimaal 200m2 op maximaal 300 meter loopafstand.
Bewegen, spelen
Schone lucht
Legenda
Wandelroutes stimuleren om naar buiten te gaan. Goede voorbeelden zijn de Tomatenroute en de route bij het Grebbepark. Speeltuinen omringd door groen en van natuurlijke materialen stimuleren kinderen om te spelen in het groen. Bomen en struiken kunnen een luchtzuiverende werking hebben. Wel moet opgelet worden in drukke straten: dicht op elkaar geplante bomen kunnen de luchtdoorstroming daar juist belemmeren, waardoor uitlaatgassen blijven hangen (GGD Amsterdam, 2020).
biodiversiteit
klimaatadaptatie
gezondheid
Figuur 35: Toelichting streefbeeld dorpskernen, randen en linten
Natuurinclusieve kansen voor grondeigenaren
In onderstaande tabel staan een aantal thema's vermeld met bijbehorend de maatregel en het
46
54 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
ecologisch effect. Deze maatregelen zijn, zoals eerder genoemd, geheel vrijblijvend. In de laatste kolom staat vermeld op wat voor manier de gemeente een rol kan spelen. Thema
Vrijblijvende maatregel
Ecologisch effect / doel
Rol gemeente
Erfbeplanting en erfvergroening
Aanplanten van inheemse hagen, fruitbomen, gevelgroen en bloemrijke borders
Creëert leefgebied voor huismus, roodborst, egels, bijen en vlinders; versterkt dorpskarakter
Voorbeeldprojecten stimuleren; beplantingslijsten en plantmateriaal beschikbaar stellen
Natuurinclusieve erfvoorzieningen
Plaatsen van nestkasten, vleermuiskasten, egelroutes, insectenhotels en groen daken
Vergroot broed- en schuilmogelijkheden; verbetert populaties van gebouwbewonende soorten (gierzwaluw, vleermuis)
Gemeente kan informatie en kleine subsidies aanbieden; stimuleren via nieuwbouwrichtlijnen
Bloemrijke linten en bermen
Aanleggen of extensief beheren van bloemrijke bermen langs wegen, sloten en lintbebouwing
Voedselbron voor bestuivers; versterkt verbinding tussen dorpsrand en open landschap
Gemeente kan eigen bermbeheer ecologisch inrichten; samenwerking zoeken met bewoners of boeren
Poelen en kleine waterelementen
Aanleggen van poelen of ondiepe wadi’s bij erven en linten
Leefgebied voor kikkers, salamanders en libellen; verkoelend microklimaat
Faciliteren van aanleg via waterschap en agrariërs; technische ondersteuning bieden
Hagen en houtwallen als erfafscheiding
Gebruik van meidoorn, haagbeuk, liguster in plaats van harde schuttingen
Nestgelegenheid voor vogels (heggenmus, vink) en dekking voor kleine fauna
Promoten via voorlichtingscampagnes; voorbeeldprojecten bij gemeentelijke erven
Boomrijen en knotwilgen
Aanplanten en onderhouden van bomenrijen of knotbomen langs wegen en erfgrenzen
Biedt nest- en rustplaatsen voor steenuil, spechten, vleermuizen
Organiseren van knotdagen en onderhoudsregelingen met vrijwilligersgroepen
Kleinschalige teelt en erfakkertjes
Aanleggen van kleinschalige moestuinen of erfakkertjes met inheemse bloemenranden
Trekt bestuivers en kleine zoogdieren; vergroot lokale biodiversiteit en bewustwording
Faciliteren via dorpsinitiatieven of burgerparticipatie; educatieve projecten ondersteunen
Waterberging met natuurwaarde
Combineren van regenwateropvang met biodiversiteit (wadi’s, bloemenweides, vijvers)
Helder, ondiep water biedt leefgebied aan libellen en amfibieën
Gemeente kan voorbeeldlocaties in dorpsranden aanleggen en promoten
Lichtarm erfbeheer
Verminderen van nachtverlichting op erven, vooral nabij groenstructuren
Beschermt vleermuizen, nachtvlinders en uilen tegen lichtverstoring
Gemeente kan richtlijnen en voorbeeldprojecten voor lichtarm beleid opstellen
Voedselhagen en erfbiotopen
Aanplant van gemengde hagen met besdragende soorten (vlier, lijsterbes, sleedoorn)
Levert voedsel en schuilgelegenheid voor zangvogels en kleine zoogdieren
Gemeente kan plantmateriaal aanbieden via landschapsfondsen of boomplantacties
Figuur 36: Natuurinclusieve kansen voor grondeigenaren in kernen, randen en linten
47
55
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
05 Vervolg
Van visie naar programma
In deze Natuurvisie wordt een toekomstbeeld voor de natuur in 2040 gepresenteerd. Om te voorkomen dat we blijven steken in beleidsvoornemens, worden de ambities uit de visie vertaald naar concrete doelen, maatregelen en projecten. Hiervoor stellen we een apart uitvoeringsgericht programma op. In dit hoofdstuk geven we een doorkijk naar dit vervolgproces: we benoem de belangrijke uitgangspunten voor de programma-uitwerking en geven een eerste richting aan de uitvoeringaspecten, mogelijke financieringsbronnen, monitoring en communicatie. Leidende principes We werken het natuurbeleid uit vanuit vijf leidende principes. Deze vormen de basis voor de verdere concretisering van inspanningen en activiteiten in het programma: 1. 2. 3. 4. 5.
Bijdrage aan Basiskwaliteit Natuur als uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen Natuur, landelijk gebied en dorpen zijn met elkaar verbonden Mens en natuur zijn meer met elkaar verbonden Natuurinclusieve en klimaatadaptieve maatregelen gaan hand in hand Verankering van natuur in de gemeentelijke organisatie
1. Basiskwaliteit Natuur als uitgangspunt bij (ruimtelijke) ontwikkelingen Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen gebruiken we de systematiek van Basiskwaliteit Natuur als richtsnoer. We kijken daarbij naar de gesteldheid van bodem-, water- en ecosysteem en zetten in op: • natuurinclusieve inrichtingsconcepten en maatregelen; • optimale benutting van ecosysteemdiensten (diensten die de natuur levert); • een gebiedsgerichte samenwerking De vraag is steeds: hoe bereiken we Basiskwaliteit Natuur en hoe creëren we draagvlak en perspectief? De sleutel hiervoor ligt in samenwerking: binnen de gemeente, met andere overheden, inwoners, agrariërs, ondernemers en vrijwilligers. We geloven als gemeente dat we maximaal resultaat behalen als we elkaar opzoeken. Door lokaal het verschil te maken – in de straat, wijk, op het erf of in het landschap – bouwen we samen aan een veerkrachtige en robuuste (Basiskwaliteit) natuur.
57
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Samenwerking en gesprek vormen de basis van een gebiedsgerichte aanpak. In elk gebied (straat, buurt, dorp of landschap) betrekken we bewoners, grondeigenaren, beheerders en experts. Tijdens de gesprekken worden hun wensen, eisen en ideeën besproken. Ook worden zij betrokken bij de beoordeling van de huidige natuurkwaliteit in een gebied, het vaststellen van herstelmaatregelen, mogelijke koppelkansen en de uitvoering. Op deze manier richten we een efficiënt en helder proces in, met haalbare (maatwerk) oplossingen die passen bij de locatie én bij de gebiedspartners.
2. Natuur, landelijk gebied en dorpen zijn met elkaar verweven Het ecologisch waardevolle groen in de dorpen en de natuur in het omliggende landschap worden beter met elkaar verweven. We versterken de natuur door nieuwe groenblauwe verbindingen te ontwikkelen: van natuurgebieden, via het landelijk gebied tot in de dorpen. Knelpunten en kansen in deze ecologische verbindingen pakken we op. Een knelpunten- en kansenanalyse maakt deel uit van de verdere uitwerking en verbetering van de groenblauwe structuur van Someren. Deze verbindingen zijn er zowel voor de mens (recreatie, beleving, verkoeling) als voor plant en dier (voedsel, schuilgelegenheid, leefgebied). In de dorpen optimaliseren we het groen (inrichting en beheer). Mogelijke inspanningen • Signaleren en oplossen van knelpunten (versnippering, ‘blinde vlekken’) in de huidige ecologische structuur en benutten van kansen voor meer groenblauwe dooradering. • Vergroening van de kernen en de kernrandzones. • Adopteren van (landelijke) richtlijnen en stimuleringsmaatregelen voor natuurinclusief bouwen en inrichten. • Aansluiten bij en verder uitbouwen van samenwerkingsverbanden met gebiedspartners, zoals binnen het programma’s Brabant Behaagt, ErvenPlus en de Stimuleringsregeling Landschap (Stila).
3. Mens en natuur zijn meer met elkaar verbonden We dragen de groene identiteit van Someren actief uit en zetten in op een gezond leefklimaat voor inwoners. Natuurbeleving en natuureducatie zijn belangrijk om de inwoners en bezoekers – al op jonge leeftijd – in contact te brengen met natuur. Daarom investeren we in initiatieven die dit ondersteunen. bijvoorbeeld via het programma ‘Verbindende Venen’ in het kader van de transitie van het Nationaal Park De Groote Peel. Ook betrekken we inwoners meer bij beheer en onderhoud van groen, via bijvoorbeeld adoptieregelingen of ondersteuning van bewonersinitiatieven. Mogelijke inspanningen • Werken met ambassadeursoorten die een breed publiek aanspreken • Opstellen van een landschapsbiografie waarin de ontstaansgeschiedenis van het Somerense landschap verteld wordt. • Aanleg en promotie van recreatieve routes voor natuurbeleving, gekoppeld aan het groenblauwe netwerk. • Structurele communicatie via een overkoepelend platform, bijvoorbeeld de website Someren Natuurlijk Duurzaam • Inzetten op natuureducatie en vergroening van schoolpleinen
4. Natuurinclusieve en klimaatadaptieve maatregelen gaan hand in hand Werken aan (Basiskwaliteit) natuur betekent vanzelfsprekend ook werken aan een klimaatrobuuste inrichting. Aanleg en versterking van groen (en groenblauwe dooradering) kan – met de juiste soorten - bijdragen aan verkoeling, waterberging, het tegengaan van droogte én de biodiversiteit verhogen. Daarom is het belangrijk dat de vakdisciplines klimaatadaptatie en groen nauw samen optrekken in projecten, plannen en ruimtelijke ontwikkelingen.
Mogelijke inspanningen: • Instellen van een groennorm voor nieuwe ontwikkelingen. Bijvoorbeeld het streven naar minimaal 40% schaduw van bomen op loop- en fietsroutes en verblijfsplekken. • Een voorkeursvolgorde hanteren: waar mogelijk eerst natuurlijke maatregelen, daarna pas technische maatregelen om klimaatadaptatiedoelen te halen. • Werken vanuit het principe ‘groen, tenzij’ • Waterbergingsgebieden natuurinclusief inrichten • Vergroeningsacties met inwoners organiseren.
58
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
5. Verankering van natuur in de organisatie We verankeren het onderwerp natuur in al het beleid, processen en projecten. Dit vraagt om een andere manier van (samen)werken binnen de organisatie en met gebiedspartners en inwoners. Voldoende capaciteit, kennis en financiering zijn hierbij cruciaal. Mogelijke inspanningen • Gebruik maken van mogelijkheden onder de Omgevingswet om natuur zwaarder mee te laten wegen bij ruimtelijke keuzes. • Anticiperen op mogelijke extra wettelijke inspanningsvereisten vanuit de Europese Natuurherstelverordening • Basiskwaliteit Natuur opnemen in de op te stellen Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). • Basiskwaliteit Natuur en de groenblauwe (hoofd) structuur als belangrijkste fysieke drager daarvan stevig verankeren in het omgevingsplan.
Financiering In het vervolgproces verkennen we welke concrete inspanningen (maatregelen, projecten, aanvullende onderzoeken) nodig zijn om de doelen van de Natuurvisie te behalen – en passend zijn bij genoemde uitgangspunten voor het programma. De precieze inzet van (gemeentelijke) uitvoeringsmiddelen is afhankelijk is van het te doorlopen traject met gebiedspartners en inwoners, en externe factoren zoals bovenlokale beleidsontwikkelingen. Wanneer er duidelijkheid is over de benodigde inspanningen wordt er, als onderdeel van het programma, een financieringsstrategie opgesteld. In deze financieringsstrategie worden een aantal kernprincipes met betrekking tot de financiering beschreven. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het nemen van een financiële voorbeeldrol door de gemeente: investeringen die de gemeente doet moeten zorgen voor een vliegwieleffect. Maar ook het slimmer inzetten van bestaande budgetten. Ook wordt er waar mogelijk aansluiting gezocht bij regionale, provinciale en nationale regelingen en subsidiemogelijkheden. Omdat het daarbij vaak om incidentele bijdragen gaat, verkennen we of er voor de periode na 2027 aanvullende structurele middelen nodig zijn voor de uitvoering van het programma.
59
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Monitoring De Natuurvisie 2040 zet een langjarig veranderproces in gang. Een goede monitoring is cruciaal om de effecten van maatregelen te meten, ontwikkelingen goed in beeld te brengen en om te beoordelen of doelen worden behaald. Zo kunnen we tijdig bijsturen als dat nodig is. In het programma worden de doelen daarom zo concreet mogelijk (SMART) geformuleerd en worden er heldere keuzes gemaakt over de wijze van monitoring. Het kan helpen om bijvoorbeeld kritische prestatie indicatoren (KPI’s) te benoemen, maar minsten zo belangrijk is dat er een brede Somerense beweging op gang komt richting een natuurinclusieve gemeente. Communicatie Zowel in de aanloop naar het uitvoeringsgerichte programma als tijdens de uitvoering zelf is goede communicatie essentieel. Inwoners, gebiedspartners en het bestuur moeten continu weten: • • •
waar we naartoe werken; welke kansen er zijn om mee te doen; welke resultaten worden behaald.
Een communicatiestrategie maakt daarom onderdeel uit van de programma-uitwerking.
Bijlagen
Bijlage 1 Terugblik participatie en proces Een zorgvuldig proces met brede betrokkenheid Om te komen tot deze Natuurvisie zijn verschillende stappen doorlopen. Het participatieproces rondom de gelijktijdige actualisatie van het VAB NAF-beleid is gebruikt om bij – grotendeels – dezelfde groep stakeholders ook input voor de Natuurvisie op te halen. De klankbordgroep buitengebied is hiervoor om advies gevraagd. Dit is een onofficiële commissie met daarin vertegenwoordigers van: • ICAS • Dorpsoverleg Someren-Heide • Dorpsraad Someren-Eind • Dorpsoverleg Lierop • Lierop Leeft • Parkmanagement • OVS • OVS werkgroep recreatie • ZLTO • Summers Landschap • IVN • Zummere Power • BIZ Ook intern zijn (beleid)medewerkers en beheerders van een groot aantal beleidsterreinen via diverse werkvloersessies betrokken geweest bij de totstandkoming van de visie. Tot slot zijn andere organisaties, zoals de ZLTO en de GGAgebiedspartners, via diverse (bilaterale) sessies gevraagd om actief mee te denken. Drie participatieavonden Het participatieproces is opgedeeld in drie momenten van gesprek. Elk moment in een andere fase van het schrijven van de Natuurvisie, waarin steeds verder op detailniveau het gesprek is gevoerd. Tijdens het eerste moment, dat op 10 september 2025 in samenhang met de evaluatie van het VAB NAF-beleid is georganiseerd, is de aftrap van het participatieproces gegeven.
De doelstelling van de Natuurvisie, het belang ervan alsook een eerste schets van de opgaven is in opiniërende zin besproken. Met de opgehaalde eerste input is op 13 oktober 2025 een tweede verdiepingssessie georganiseerd. Hier is teruggeblikt op datgene wat er in de eerdere sessie aan bod gekomen is. Daarnaast is aan de hand van de geleverde input een stap gezet in de concretisering van de landschappelijke streefbeelden. Deze input is verwerkt in het uiteindelijke beleidsstuk.
61
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Tijdens het derde moment, een gezamenlijk met het VAB NAF-beleid georganiseerde bijeenkomst van de klankbordgroep op 19 november 2025, zijn de verwerkte resultaten gepresenteerd. Wederom is er een goed gesprek gevoerd, waarin laatste aandachtspunten en zorgen zijn gedeeld. Dit heeft aanleiding gegeven om een laatste gesprek te organiseren met de ZLTO om de laatste aandachtspunten te bespreken. De algemene feedback over het participatieproces is ook voor de Natuurvisie positief geweest. Iedereen is te spreken over de gang van zaken, de vele momenten van gesprek en de herkenning dat er met de input ook daadwerkelijk iets gedaan wordt. “De klankbordgroep heeft weer kunnen klankborden” is wat we van meerdere personen hebben terug gekregen.
Bijlage 1.1 Verslag participatiebijeenkomst 13 oktober 2025 (Viduro)
62
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
63 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
64 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
65
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
66
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
67
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
68
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
69
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
70
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
71
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
72
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
73 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Bijlage 1.2 Overzicht opgehaalde input participatiebijeenkomsten Besproken met de Klankbordgroep Buitengebied op 19 november 2025
Bijeenkomst 10 september 2025 – VAB NAF & natuurvisie
74 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
75
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
76
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
77
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
78
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Bijlage 2 Enquêteresultaten Natuurvisie
79
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
80
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Dilemma’s (vragen 6-10)
81
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Samenvatting overige opmerkingen: Groenbeheer stedelijk gebied: •
•
•
•
•
•
82
Kritiek op huidig beleid: Veel inwoners vinden dat het groenbeheer in Someren leidt tot een rommelige en onverzorgde uitstraling. Vooral het omvormen van plantsoenen naar grasvelden en het niet maaien van bermen wordt als een slechte investering en nadelig voor biodiversiteit ervaren. Onderhoud en uitstraling: Er is brede wens voor beter onderhoud van stoepen, perken en trottoirs. Onkruid wordt als storend ervaren en het dorp zou er netter uit moeten zien voordat nieuwe projecten worden gestart. Biodiversiteit en veiligheid: Hoewel biodiversiteit belangrijk wordt gevonden, mag dit niet ten koste gaan van veiligheid (zoals bij hoge beplanting langs fietspaden) of leefbaarheid (zoals muizen in hoog gras). Wens voor betrokkenheid en samenwerking: Sommige inwoners stellen voor om buurtbewoners te betrekken bij het onderhoud van groenstroken, eventueel met vergoeding. Ook wordt gepleit voor meer kennis bij uitvoerende partijen zoals Senzer. Groene initiatieven en alternatieven: Er is waardering voor initiatieven zoals plukbloemen en moestuinen, en suggesties voor herstel van struiken en insectvriendelijke beplanting in plaats van wadi’s en grasvelden. Groene stedelijke ontwikkeling: Er is voorkeur voor groene hoogbouw in het centrum in plaats van uitbreiding met nieuwe wijken. Het nieuwe centrumplan moet vooral inzetten op meer bomen en groen.
Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Bossen: •
•
•
•
•
Toegankelijkheid en draagvlak: Inwoners vinden dat natuur toegankelijk moet blijven voor recreatie, om draagvlak voor natuurbeheer te behouden. Er wordt gepleit voor realistisch beleid dat past bij de Nederlandse schaal en omstandigheden. Faciliteiten en veiligheid: Er is behoefte aan betere voorzieningen voor recreanten, zoals parkeerplaatsen bij populaire wandelroutes (bijv. Beuvenroute). Onveilige situaties en overlast voor bewoners moeten worden voorkomen. Handhaving in natuurgebieden: Loslopende honden, crossmotoren en scooters worden als bedreiging voor natuur en rust ervaren. Strengere handhaving wordt gewenst. Uitbreiding van natuurgebieden: In plaats van versnippering van natuurgebieden, willen inwoners dat braakliggende gronden (bijvoorbeeld bij Natura 2000-gebieden) worden omgevormd tot natuur. Minder evenementen nabij natuurgebieden wordt ook geadviseerd om de rust te bewaren. Bosbranden voorkomen: Actieve communicatie en bewustwording richting inwoners en toeristen wordt genoemd als belangrijk middel om bosbranden te voorkomen.
Agrarisch:
Overige:
•
•
•
•
•
•
•
Betrek boeren actief: Boeren worden gezien als cruciale partners in natuurbeheer. Ze hebben kennis van het buitengebied en zorgen al voor veel natuur. In plaats van uitkoop, moet samenwerking centraal staan. Waarde van landbouw: Er is bezorgdheid over het verdwijnen van landbouwgrond en de afhankelijkheid van voedselimport. Het omzetten van landbouwgrond naar natuur wordt als problematisch gezien, ook vanwege de impact op tropische bossen. Kritiek op gazonbeheer: Grasvelden in het buitengebied worden als ecologisch arm ervaren. Intensief sproeien met dieselaggregaten wordt als milieuonvriendelijk gezien. Er is een wens voor meer biodiversiteit in het grasbeheer. Natuurinclusieve landbouw: Inwoners pleiten voor landbouw die beter samengaat met natuur. Het verdwijnen van veehouderijen leidt nu tot intensieve akkerbouw, wat als een gemiste kans wordt gezien. Werkbaarheid en inkomen: Natuurbeleid moet werkbaar blijven voor agrarische en tuinbouwbedrijven, met oog voor een eerlijk inkomen. Groene inrichting en landbouw: Er is waardering voor natuurinclusieve oplossingen zoals bomen in weilanden, kleinschalige akkers met groene randen, poelen en zandpaden. Belangrijk is dat het werkbaar blijft voor een agrarisch dorp.
•
•
•
•
•
•
83 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Duurzaamheid en inrichting: Inwoners pleiten voor het stoppen met zonneparken zolang daken nog niet benut zijn. Gemeentegrond moet eerst vergroend worden (zoals tegels wippen) voordat bewoners aangesproken worden. Meer graskeien op parkeerplaatsen in plaats van beton of klinkers wordt gewenst. Wijkgericht werken en leefbaarheid: Suggesties zoals het autovrij maken van de Postelstraat en het creëren van groene rustplekken worden genoemd. Tegelijkertijd is er bezorgdheid over te smalle straten en te weinig parkeergelegenheid in nieuwe wijken. Afval en gedrag: Er wordt gevraagd om meer aandacht voor afvalproblematiek en opvoeding van jongeren en nieuwkomers om zwerfafval tegen te gaan. Windmolens en recreatiewoningen: Windmolens worden afgewezen vanwege landschapsverstoring en vogelsterfte. Ook is er zorg over het grote aantal recreatiewoningen in Someren. Samenwerking en participatie: Inwoners willen dat de gemeente samenwerkt met burgers en bedrijven, en openstaat voor initiatieven van onderop. De enquête wordt gezien als een goed voorbeeld van participatie. Verkeer en mobiliteit: Er wordt gepleit voor veilige, goed verlichte fietspaden, bijvoorbeeld op de Slievenstraat, en voor groene verbindingen tussen dorpen. Informatie en bewustwording: Inwoners willen beter geïnformeerd worden over natuurbeleid en de impact ervan.
Meepraten over keuzes in de buurt wordt als belangrijk gezien.
Bijlage 3 Begrippenlijst Basiskwaliteit Natuur Basiskwaliteit Natuur gaat om de condities (abiotische condities, inrichting en beheer) die algemene soorten nodig hebben om algemeen te blijven (Bron: Kennisdocument Basiskwaliteit Natuur, 2024).
Groenblauwe dooradering Een aaneengesloten netwerk van natuurlijke groene (droge) en blauwe (natte) landschapselementen. Groene elementen zijn onder andere bomenrijen, of houtsingels en heggen. Blauwe elementen zijn bijvoorbeeld beken, sloten en poelen.
Ecologisch beheer Ecologisch beheer is een manier van beheren van de openbare ruimte waarbij de natuur centraal staat. Het doel is om biodiversiteit te bevorderen, ecosystemen te versterken en natuurlijke processen zoveel mogelijk hun gang te laten gaan. Dit type beheer wordt vaak toegepast in bermen, parken, natuurgebieden en andere groene ruimtes.
Groenblauwe gebiedsgerichte Aanpak (GGA) In de Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak wordt (interbestuurlijk) samengewerkt in en nabij natuurgebieden aan integrale oplossingen voor een natuurherstel, voldoende water met een betere kwaliteit, een goede bodem en de toekomst van de landbouw.
Ecosysteemdienst Een ecosysteemdienst is een dienst die door een ecosysteem aan mensen wordt geleverd, zoals zuiver drinkwater, bestuiving van gewassen en recreatiemogelijkheden.
Klimaatadaptatie Het proces van aanpassing aan huidige of toekomstige klimaateffecten, zoals hitte, droogte en wateroverlast, om schade te beperken of te voorkomen en kansen te benutten.
Energietransitie De overgang van het gebruik van fossiele energie uit onder andere steenkool, aardolie en aardgas naar energie uit hernieuwbare bronnen zoals zon en wind.
Natuurarmoedegrens Het minimale niveau van ecologische kwaliteit dat nodig is om een gebied ecologisch functioneel te houden. Als de kwaliteit onder deze grens ligt, neemt de biodiversiteit af.
Groen Groen omvat al het onverharde oppervlak bedekt met planten, struiken en bomen, inclusief gazons, trapveldjes en heestervakken, groene gevels en groen op daken, al dan niet met natuurwaarde/ natuurfunctie. Groen dient meerdere functies. Deze zijn vaak gerelateerd aan menselijk gebruik. Recreëren, sporten, het ommetje met de hond, maar ook de aankleding van de buitenruimte is hier een voorbeeld van. Groenblauwe dienst Groenblauwe diensten zijn vrijwillige activiteiten die worden ondernomen door particuliere grondeigenaren en grondgebruikers, die gericht zijn op realisatie van maatschappelijke doelen op het terrein van natuur, landschap, waterbeheer en recreatief medegebruik.
84 Natuurvisie 2040 - Basis voor natuur in Someren
Overgangsgebieden Gebieden direct rondom Brabantse Natura 2000-gebieden (zoals de Groote Peel) liggen, waar de provincie extra maatregelen neemt voor natuurherstel, stikstofreductie en duurzaam grondgebruik.
Bijlage 4 Natuur in de omgevingsvisie Thema 5.1: Samen Someren Een beweegvriendelijke gemeente ‘Naast een veilige en snelle verbinding streven we ook zoveel mogelijk naar groene verbindingen. Dit kunnen de fietsroutes zijn, maar ook ommetjes vanuit de kern die onze inwoners stimuleren even een stukje te gaan wandelen. Een veilig voetpad in een fraaie omgeving zijn hiervoor belangrijke voorwaarden. In het participatieproces zijn door inwoners hiervoor al een aantal ideeën benoemd.’ Brede welvaart ‘Bij brede welvaart gaat het niet alleen om het vergroten van de (materiele) waarde, maar ook om het welzijn van mensen. Dat betekent dat we naast economische doelen, ook sociale en ecologische doelen nastreven. (…) We verbinden en verweven de thema’s gezondheid en brede welvaart in alle andere beleidsvelden.’ Thema 5.2: Aantrekkelijk wonen ‘De kwaliteiten van Someren als woongemeente zijn het dorpse gemeenschapsgevoel, de veiligheid, de nabijheid van natuurgebieden en het brede aanbod aan voorzieningen binnen handbereik. Hiermee onderscheiden onze dorpen zich regionaal in aantrekkelijkheid. Wij willen onze aantrekkingskracht verder versterken voor mensen die graag rustig landelijk willen wonen, maar wel dichtbij grootstedelijke voorzieningen en werk.’ De juiste woning op de juiste plek ‘We wonen in een mooie omgeving en dat koesteren we.
Daarom denken we bewust na over het principe ‘de juiste woning op de juiste plek’. Ons uitgangspunt is hiervoor dat inbreiding de voorkeur heeft boven uitbreiding (…) Naast de zoekgebieden die we in deze omgevingsvisie vaststellen denken we ook na over de nóg verdere toekomst en onderzoeken we welke locaties dan in aanmerking komen voor wonen, werken of recreëren. Principes als de draagkracht van het landschap en ‘bodem en water sturend’ vormen de basis voor deze verkenning.’ Zelf bouwen volgens Somerens DNA ‘Ongeacht voor wie of wat voor type woning er wordt gerealiseerd, we vinden duurzaamheid belangrijk. Daarom moeten alle nieuwbouwwoningen klimaatadaptief en duurzaam zijn en in 2050 ook 100% circulair.’ Aandacht voor leefbaarheid en de bestaande voorraad ‘Naast de woningen zelf vinden we bij nieuwe en bestaande woningen de omgeving belangrijk. We 85