CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Algemene motivering

Gemeenteraad 11 september 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen wijziging Omgevingsplan Buitengebied Someren - deelgebied 5.29.423 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Binnen de functie ‘Agrarisch grondgebruik’ zonder waarden zijn tijdelijke teeltvoorzieningen toegestaan, binnen de gebiedsaanwijzingen ‘Abiotisch waardevol’ en ‘Landschappelijk waardevol’ zijn extra voorwaarden gesteld aan het toestaan van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen worden voor maximaal zes maanden toegestaan. Aansluitend aan een agrarisch bedrijfsfunctievlak kan een differentiatievlak worden opgenomen bij behoefte aan permanente teeltondersteunende voorzieningen, ook hieraan zijn extra voorwaarden verbonden. Er zijn veel verschillende verschijningsvormen van teeltondersteunende voorzieningen. Daarom is het van belang een goede afweging op maat te maken die rekening houdt met de specifieke kenmerken van de voorziening en de locatie. De voorzieningen mogen de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig aantasten. Daarnaast dienen de teeltondersteunende voorzieningen te worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing. 51

4.3.4.4 Huisvesting arbeidsmigranten Het beleid voor huisvesting van arbeidsmigranten (2020) is vastgesteld voor zowel de huisvesting van tijdelijke (short stay) als permanent huisvestingsmogelijkheden voor tijdelijke arbeidsmigranten (mid stay). Veel Brabantse bedrijven zijn afhankelijk van arbeidsmigranten. Zo ook Someren. In Someren zijn minstens 800 arbeidsmigranten werkzaam. Er zijn mogelijkheden opgenomen in de regels van het omgevingsplan. Hoeveel en waar huisvesting plaats kan vinden is helemaal afhankelijk van de specifieke situatie en type voorziening. Naast de binnenplanse mogelijkheden worden in de beleidsnota ‘Huisvesting arbeidsmigranten 2020’ extra opties aangeboden met de bijhorende randvoorwaarden. Voor het buitengebied en deze wijziging geldt dat huisvesting in een burgerwoning of plattelandswoning en huisvesting bij het agrarisch bedrijf zelf mogelijk is in beperkte mate. Grootschalige huisvesting bij een bedrijf of elders moet altijd via een buitenplanse ontwikkeling. De regels uit de beleidsnota ‘Huisvesting arbeidsmigranten’ waren al in de bestemmingsplannen vertaald via het Paraplu-bestemmingplan ‘Huisvesting arbeidsmigranten 2021’. Deze regels verhuizen beleidsneutraal naar het voorliggende omgevingsplan.

4.3.4.5 Plattelandswoningen In het tijdelijke deel van het omgevingsplan van Someren is van rechtswege een voormalige wijzigingsbevoegdheid voor het college opgenomen die het mogelijk maakte om een agrarische bedrijfswoning om te zetten naar een plattelandswoning. Hoewel deze bevoegdheid als dusdanig niet meer toegepast kan worden moet er wel getoetst worden aan deze criteria (uit artikel 4.7.7 van het bestemmingsplan Buitengebied). De voorwaarden uit voornoemde artikel blijven dus onverkort van toepassing: a. Er moet sprake zijn van een in werking zijnde landbouwinrichting, waar agrarische activiteiten worden verricht. b. Er moet sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de plattelandswoning. c. De normale bouwregels voor woningen zijn van toepassing. Van belang is dat onder de omgevingswet er geen sprake meer is van een ‘plattelandswoning’. De wetgever heeft de mogelijkheid opgenomen om voor bepaalde milieuaspecten een ‘voormalige functionele binding’ toe te kennen aan een gevoelig gebouw. Die status maakt het gevoelige gebouw voor die milieuaspecten niet-gevoelig. De ‘voormalige functionele binding’ komt dus in plaats van de ‘plattelandswoning’. De gemeente zal daarnaast in het omgevingsplan of middels een omgevingsvergunning ook toestemming moeten geven voor bewoning van de bedrijfswoning door een derde.

Dat gebruik is immers in principe ook strijdig met de gebruiksregels van een agrarische bedrijfswoning. Wanneer een initiatiefnemer een ruimtelijke motivering levert waaruit blijkt dat er aan de bovenstaande voorwaarden wordt voldaan kan de gemeente een werkingsgebied ‘voormalige functionele binding’ toekennen. In deze wijziging is één locatie opgenomen waar de voormalige functionele binding als nieuw werkingsgebied wordt toegevoegd. Het betreft Lieropsedijk 66. Dit is nader gemotiveerd in paragraaf 5.2.3 en in bijlage 3 bij deze motivatie.

52

4.3.5 Overige aspecten van de leefomgeving 4.3.5.1 Ruimte voor ruimte-woningen Op 24 november 2021 heeft de gemeenteraad de gewijzigde toepassingsregels voor ruimte voor ruimte-woningen vastgesteld. Deze regels leggen de voorwaarden voor toepassing van een ruimte voor ruimte-woning vast. Ook wijst deze regeling de zoekgebieden aan voor locaties om de landschappelijke kwaliteit en waardevolle open gebieden beter te waarborgen. Bij het waarborgen van de landschappelijke kwaliteit dient er een bijdrage te worden geleverd aan de beeldkwaliteit van het buitengebied. In de toepassingsregels zijn algemene voorwaarden voor het bouwen van een ruimte voor ruimte woning opgenomen. Bij het oprichten van een ruimte voor ruimte-woning zal er bij de wijziging van het omgevingsplan worden getoetst aan deze toepassingsregels. In het omgevingsplan worden de woningen die vallen onder de toepassingsregels van ruimte voor ruimte aangeduid middels een afwijkende omgevingsnorm voor de inhoud van de woning en de oppervlakte aan bijgebouwen binnen het functievlak ‘wonen’ met de specifieke aanduiding ‘ruimte-voor-ruimte’. 4.3.5.2 Beleidsnota Noodwoningen Op basis van het tijdelijke deel van het omgevingsplan is in het buitengebied een aantal locaties aangeduid als ‘noodwoning’.

De Beleidsnota Noodwoningen 2018 bevat een overzicht van de meeste noodwoningen in het buitengebied en een evaluatie van het beleid van 1990 tot 2018. Het gros van de noodwoningen is momenteel definitief geregeld, maar er zijn nog enkele situaties die onder het overgangsrecht vallen of helaas niet eerder zijn betrokken in de inventarisaties. Voor die gevallen blijft het beleid uit 2018, dus inclusief de evaluatie en voorgestelde aanpassingen, van toepassing. Vastgelegde noodwoningen (aangeduid in de bestemmingsplannen) met een bestaand recht hebben de mogelijkheid om de noodwoning en bijgebouwen om te zetten naar een reguliere woonfunctie. Een woning met standaard maatvoering van 750 m 3 aan inhoud van de woning en 100 m 2 aan bijgebouwen. Noodwoningen zonder zelfstandige functie of titel, zoals noodwoningen bij een agrarisch bedrijf, kunnen alleen tot zelfstandige woning worden omgezet als er een volledige ruimtevoor-ruimte titel wordt gekocht. Tot slot wordt er een tegenprestatie vereist bij het omzetten naar een reguliere woning. Er wordt hierbij aansluiting gezocht op de sloopbonusregeling. Voor de herbouw van de woning op een andere locatie moet een berekening worden overlegd van de huidige en toekomstige waarden om de hoogte van de tegenprestatie te bepalen.

In het omgevingsplan wordt de reeds aangeduide noodwoningen overgenomen en behouden reeds bestemde noodwoningen hun reguliere functie ‘wonen’. 4.3.5.3 Beleid zonnepanelen De omgevingsverordening Noord-Brabant biedt mogelijkheden tot het realiseren van zonneparken in het buitengebied wanneer er kan worden aangetoond dat zonnepanelen op daken en de opwekking van duurzame energie in stedelijk gebied niet toereikend is. In 2017 heeft de gemeente Someren beleid opgesteld ten behoeve van zonneparken in het buitengebied om op een eenduidige wijze met de aanvragen om te gaan. Hierbij is er besloten dat het belangrijk is om te kijken naar de locatie alsmede de landschappelijke inpassing die aan de zonnepanelen ontwikkeling verbonden zit. In 2018 en 2020 zijn de regels omtrent het realiseren van een zonnepark verder uitgewerkt.

53

Op 29 september 2022 is de beleidsnotitie ‘uitvoering amendement 24 mei 2022’ vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin is opgenomen hoe de gemeente omgaat met zonnepanelen voor particulier gebruik. In beginsel moeten de zonnepanelen op het dak worden geplaatst. Als er aangetoond kan worden dat dit niet mogelijk is (bijvoorbeeld door een met riet gedekt dak), kan er gekeken worden naar het plaatsen van de zonnepanelen op de grond. Dit dient dan wel gerealiseerd te worden binnen de woonfunctie en volgens de regels omtrent bouwwerken (geen gebouw zijnde), welke zijn opgenomen in het omgevingsplan. Als de initiatiefnemer kan aantonen dat er binnen de woonfunctie op de grond ook geen geschikte mogelijkheden zijn wat betreft het plaatsen van zonnepanelen, kan er gekeken worden naar zonnepanelen buiten de woonfunctie. Hierbij geldt wel dat het maximum oppervlakte aan zonnepanelen 40 m2 mag bedragen en de bouwhoogte maximaal 1,8 meter is. De gemeente biedt wel mogelijkheden om van voorgaande regels af te wijken wanneer dit goed gemotiveerd wordt. Op basis van de LIR betreft het plaatsen van zonnepanelen een categorie 3ontwikkeling, wat betekent dat er naast een goede landschappelijke inpassing ook een aanvullende tegenprestatie in de vorm van kwaliteitsverbetering geleverd moet worden.

In het omgevingsplan worden alleen de mogelijkheden binnen de functievlakken zoals die al bestaan overgenomen c.q. gerespecteerd. De beperkte omvang en ligging binnen het functievlak ‘wonen’ maakt de meeste opties vergunningsvrij. Andere mogelijkheden moet buiten het omgevingsplan om mogelijk gemaakt worden.

4.3.6 Deelconclusie gemeentelijk beleid Geconcludeerd mag worden dat er geen nieuwe of gewijzigde regels in het omgevingsplan zijn opgenomen ten aanzie van de gemeentelijke belangen van de beleidsstukken van de gemeente Someren. De gegeven beleidsstukken met de daarbij horende doelen en ambities hebben vorm gekregen in het omgevingsplan. De regels zijn in lijn met de doelen en de ambities van de gemeente en er is dus sprake van evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.4 Conclusie beleidskaders De beleidskaders die zijn gegeven voor het opstellen van het omgevingsplan van deelgebied 5 voldoen aan de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving en de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening. De ontwikkelingen en regels zijn in lijn met het gemeentelijke beleid voor het buitengebied. Rekening houdend met de genoemde beleidskaders kan er geconcludeerd worden dat er sprake is van evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

54

5 Ontwikkelingen in deelgebied 5 Het is noodzakelijk dat het omgevingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het omgevingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en de overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Met het oog op toetsing en handhaving is een retrospectieve toets dan ook belangrijk. De uitgevoerde inventarisaties en geconstateerde strijdigheden hebben op diverse locaties geleidt tot een aanpassing. Om recht te doen aan een goede ruimtelijke ordening binnen het plangebied wordt daarom aangegeven in welke situaties een nieuwe functie, werkingsgebied en/of omgevingsnorm is gegeven aan percelen, waarmee de strijdige situatie wordt gelegaliseerd. Deze lijst met aanpassingen noemen we een retrospectieve toets.

5.1 Overzicht wijzigingen na inventarisatie Alle aanpassingen in het omgevingsplan worden op perceelsniveau toegelicht in deze paragraaf. De aanpassingen zijn opgedeeld in de volgende categorieën: Algemeen beleid voor de leefomgeving Overzicht wijzigingen na inventarisatie  Functie ‘Agrarisch grondgebruik’  Functies ‘Agrarisch bedrijf’ en ‘Veehouderij’  Functies ‘Bedrijf’ en ‘Bedrijf - Nutsvoorziening’  Functie ‘Horeca’  Functie ‘Natuur’  Functie ‘Maatschappelijk’  Functie ‘Recreatie’  Functie ‘Wonen’ Nieuwe ontwikkelingen

paragraaf 5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.1.6 5.1.7 5.1.7 5.2

Per functie worden de wijzigingen beschreven en verantwoord. Tevens is per wijziging aangegeven of deze is voorzien van een ruimtelijke motivering. Is de wijziging niet voorzien van een ruimtelijke motivering dan wordt in de tabel aangegeven waarom deze wijziging heeft plaatsgevonden. Een deel van de legalisaties en ruimtelijke ontwikkelingen in deelgebied 5 is voorzien van een ruimtelijke motivering. In de afzonderlijke ruimtelijke motiveringen is per ontwikkeling specifiek aangegeven of deze voldoet aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Voor de nieuwe ontwikkelingen in paragraaf 5.2 is de locatiegerichte motivatie een verplicht aan te leveren onderdeel. Die zijn in de bijlagen van deze motivatie opgenomen.

5.1.1 Functie ‘Agrarisch grondgebruik’ Op de onderstaande percelen zijn de volgende wijzigingen aangebracht: Locatie

Wijziging

Motivatie

Perceel N 523

Het werkingsgebied ‘veldschuur’ opnemen.

Op basis van overgangsrecht wordt er een werkingsgebied voor een veldschuur

55

Perceel N 483

Het werkingsgebied ‘schuilgelegenheid' opnemen.

Perceel N 468

Het werkingsgebied ‘veldschuur’ opnemen.

Perceel N 131

Het werkingsgebied ‘schuilgelegenheid' opnemen.

Perceel N 236 (Meerdijk 10)

Het werkingsgebied ‘schuilgelegenheid' opnemen.

Perceel N 65

Het werkingsgebied ‘veldschuur’ opnemen.

Het werkingsgebied ‘schuilgelegenheid' opnemen. Perceel N 34

Het werkingsgebied ‘schuilgelegenheid' opnemen.

opgenomen. Op basis van vergund recht wordt er een werkingsgebied voor een schuilgelegenheid opgenomen. Op basis van overgangsrecht wordt er een werkingsgebied voor een veldschuur opgenomen. Op basis van overgangsrecht wordt er een werkingsgebied voor een schuilgelegenheid opgenomen. Op basis van overgangsrecht wordt er een werkingsgebied voor een schuilgelegenheid opgenomen. Op basis van overgangsrecht wordt er een werkingsgebied voor een veldschuur opgenomen. Op basis van overgangsrecht wordt er een werkingsgebied voor een schuilgelegenheid opgenomen. Op basis van overgangsrecht wordt er een werkingsgebied voor een schuilgelegenheid opgenomen.

TABEL 10. WIJZIGINGEN FUNCTIE AGRARISCH GRONDGEBRUIK

5.1.2 Functies ‘Agrarisch bedrijf’ en ‘Veehouderij’ Op de onderstaande percelen zijn de volgende wijzigingen aangebracht: Locatie

Wijziging

Motivatie

Beuvenlaan 1

Maatschappelijke bestemming op perceel M669 verwijderen en hiervoor de functie 'Àgrarisch grondgebruik’ met thematische gebiedsaanwijzing ‘landschappelijk waardevol' opnemen. Binnen het functievlak op de woning op Elenburgweg 5 een werkingsgebied ‘noodwoning’ opnemen.

De functie ‘Maatschappelijk’ wordt aangepast (verkleind) naar functie ‘Agrarisch grondgebruik’ om aan te sluiten op feitelijke situatie.

Elenburgweg 5-7

Heesterdijk 2

Binnen het gehele functievlak het werkingsgebied ‘productiegerichte paardenhouderij' opnemen.

Uit eerdere inventarisaties en uit eerdere correspondentie vanuit de gemeente blijkt dat er sprake is van een noodwoning op Elenburgweg 5. Deze noodwoning is in de voorgaande plannen nooit als zodanig opgenomen, wat nu wordt hersteld middels het werkingsgebied ‘noodwoning’. Op de locatie is een met vergunning opgerichte paardenhouderij aanwezig, deze wordt expliciet opgenomen in het omgevingsplan.

56

Heiveldsestraat 14

Regeling opnemen voor pensionstalling: ter plaatse van het werkingsgebied ‘nietagrarische nevenfunctie 500’ een kleinschalige nevenactiviteit in de vorm van pensionstalling voor maximaal 2 paarden. Regeling opnemen voor eigen bedrijf voor onderhoud, montage en klussen elders in de maximale milieucategorie 2: ter plaatse van het werkingsgebied ‘nietagrarische nevenfunctie 501’.

Op de locatie worden met een vergunning tot stand gebrachte niet-agrarische nevenfuncties uitgeoefend. Het betreft een pensionstalling voor maximaal 2 paarden en een kleinschalig niet-agrarisch bedrijf voor onderhoud, montage en klussen elders. Deze functies wordt expliciet opgenomen in het omgevingsplan.

Het functievlak van vorm veranderen om de bestaande tuin en oprit er binnen te leggen.

Op de locatie liggen een tuin en oprit ten behoeve van het agrarische bedrijf (bedrijfswoning) buiten het functievlak op gronden met een agrarische gebiedsfunctie. Er vindt een vormverandering plaats, zodat deze voorzieningen binnen het functievlak komen te liggen. Volgens de LIR wordt dit gezien als een categorie 2-ontwikkeling. Als tegenprestatie wordt de locatie voorzien van een landschappelijke inpassing.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Voor de vormverandering van het functievlak wordt een landschappelijke inpassing gerealiseerd. Deze wordt opgenomen in het omgevingsplan en daarmee geborgd. Op basis van vergund recht wordt een werkingsgebied voor de statische opslag opgenomen.

Werkingsgebied voor ‘statische opslag 500’ opnemen.

Het functievlak van vorm veranderen om de bestaande bouwwerken en tuin er binnen te leggen.

Op de locatie liggen bestaande bouwwerken en een tuin ten behoeve van het agrarische bedrijf (agrarische bedrijfswoning) buiten het functievlak op gronden met een agrarische gebiedsfunctie. Er vindt een vormverandering plaats, zodat deze voorzieningen binnen het functievlak komen te liggen. Volgens de LIR wordt dit gezien als een categorie 2-ontwikkeling. Als tegenprestatie wordt de locatie voorzien van een landschappelijke

57

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Heiveldsestraat 27

Omgevingsnorm maximaal aantal woonheden: 2 verwijderen.

Omgevingsnorm maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 119 m². Hoijserstraat 8

Regeling voor de veehouderij verwijderen.

Hoolstraat 6

Functie ‘Openbaar gebied’ opnemen voor de toegangsweg.

Houtbroekstraat 6-8

inpassing. Voor de vormverandering van het functievlak wordt een landschappelijke inpassing gerealiseerd. Deze wordt opgenomen in het omgevingsplan en daarmee geborgd. Op de locatie is feitelijk één bedrijfswoning aanwezig. De locatie is in het verleden verbonden geweest met een andere locatie (gekoppeld bouwvlak), waar ook een bedrijfswoning is opgericht. Middels een kennelijke verschrijving is onterecht een maatvoering voor twee bedrijfswoningen opgenomen. Dit wordt hersteld door de omgevingsnorm t.b.v. het maximaal aantal wooneenheden niet op te nemen. Hierdoor is er één bedrijfswoning toegestaan. Op basis van vergund recht wordt er een omgevingsnorm van 119 m² aan bijgebouwen opgenomen. Op de locatie is al geruime tijd geen sprake meer van een veehouderij. Hierdoor wordt de locatie niet meer als zodanig opgenomen. Om aan te sluiten op de feitelijke situatie wordt aan de toegangsweg naar de locatie een functie ‘Openbaar gebied’ toegekend.

Het functievlak van vorm veranderen om de bestaande bouwwerken en tuin er binnen te leggen.

Op de locatie liggen bestaande voorzieningen ten behoeve van het agrarische bedrijf buiten het functievlak op gronden met een agrarische gebiedsfunctie. Er vindt een vormverandering plaats, zodat deze voorzieningen binnen het functievlak komen te liggen. Volgens de LIR wordt dit gezien als een categorie 2-ontwikkeling. Als tegenprestatie wordt de locatie voorzien van een landschappelijke inpassing.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Voor de vormverandering van het functievlak wordt een landschappelijke inpassing gerealiseerd. Deze wordt opgenomen in het omgevingsplan en daarmee geborgd. Ambtshalve aanpassingen van het

Het functievlak van vorm

58

veranderen om recht te doen aan de bestaande situatie.

functievlak en werkingsgebieden naar aanleiding van omissies in het voorgaande bestemmingsplan.

Regeling opnemen voor verplichting tot aanleggen ‘aarden wal'

De specifieke regeling uit het voorgaande bestemmingsplan voor de aarden wal wordt toegevoegd aan het werkingsgebied voor de landschappelijke inpassing aangezien deze onderdeel uitmaakt van het landschappelijke inpassingsplan.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Houtbroekstraat 9

Het functievlak van vorm veranderen.

Op deze locatie geldt een landschappelijke inpassingsplicht bij het vigerende tijdelijke omgevingsplan, gebaseerd op het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2014 herziening Houtbroekstraat 8’. De landschappelijke inpassing wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Zie verdere toelichting onder paragraaf 5.2.2 en de ruimtelijke motivering in bijlage 2.

Regelingen opnemen het agrarische bedrijf, de productiegerichte paardenhouderij en de inrit buiten het functievlak. Omgevingsnormen opnemen voor afwijkende bouwhoogten t.b.v. een bestaande stal. Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen. Het werkingsgebied voor de sloopverplichting opnemen.

Kromvenweg 18-18a

Laan ten Boomen 29

Het werkingsgebied voor de sanering van verharding opnemen Binnen het gehele functievlak het werkingsgebied ‘productiegerichte paardenhouderij' opnemen. Het functievlak van vorm veranderen om de bestaande

Op de locatie is een met vergunning opgerichte paardenhouderij aanwezig, deze wordt expliciet opgenomen in het omgevingsplan. Op de locatie liggen bestaande bouwwerken ten behoeve van het

59

Lieropsedijk 64-66

bouwwerken er binnen te leggen en aansluiting te zoeken bij de bestaande landschappelijke inpassingsverplichting.

agrarische bedrijf buiten het functievlak op gronden met een agrarische gebiedsfunctie. Er vindt een vormverandering plaats, zodat deze voorzieningen binnen het functievlak komen te liggen en deze daarnaast beter aansluit op de bestaande landschappelijke inpassing. Volgens de LIR wordt dit gezien als een categorie 2-ontwikkeling. Als tegenprestatie wordt de locatie voorzien van een landschappelijke inpassing.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Voor de vormverandering van het functievlak wordt een landschappelijke inpassing gerealiseerd. Deze wordt opgenomen in het omgevingsplan en daarmee geborgd. Op de locatie is een met vergunning opgerichte paardenhouderij aanwezig, deze wordt expliciet opgenomen in het omgevingsplan.

Binnen het gehele functievlak het werkingsgebied ‘productiegerichte paardenhouderij' opnemen. Voor de bedrijfswoning op Lieropsedijk 66 het werkingsgebied ‘voormalige functionele binding’ opnemen.

Meervensedijk 15

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen. Het functievlak van vorm veranderen om de bestaande bouwwerken, oprit en tuin er binnen te leggen.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Otterdijk 3

Binnen het gehele functievlak het

Zie verdere toelichting onder paragraaf 5.2.4 en de ruimtelijke motivering in bijlage 3.

Op de locatie liggen bestaande voorzieningen ten behoeve van het agrarische bedrijf buiten het functievlak op gronden met een agrarische gebiedsfunctie. Er vindt een vormverandering plaats, zodat deze voorzieningen binnen het functievlak komen te liggen. Volgens de LIR wordt dit gezien als een categorie 2-ontwikkeling. Als tegenprestatie wordt de locatie voorzien van een landschappelijke inpassing. Voor de vormverandering van het functievlak wordt een landschappelijke inpassing gerealiseerd. Deze wordt opgenomen in het omgevingsplan en daarmee geborgd. Op de locatie is een met vergunning

60

Slievenstraat 64

Slievenstraat 74

werkingsgebied ‘productiegerichte paardenhouderij' opnemen. De bestemming Groen op perceel M696 aanpassen naar de functie Natuur.

opgerichte paardenhouderij aanwezig, deze wordt expliciet opgenomen in het omgevingsplan. De bestemming Groen wordt niet meer gebruikt. Op basis van de bestaande situatie de bestemming gewijzigd naar de functie Natuur.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Op deze locatie geldt een landschappelijke inpassingsplicht bij een vergunning uit 2022. De landschappelijke inpassing wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Hierbij geldt dat daar waar de verplichting was ingetekend op grond van derden, deze niet is opgenomen in het plan. De regeling voor de sleufsilo's is in 2011 niet goed opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Om dit te herstellen is de regeling aangepast: ter plaatse van het werkingsgebied ‘opslag ruwvoer’ is het oprichten van voerplaten, sleufsilo’s en/of andere voorzieningen voor de opslag van ruwvoer toegestaan.

De voormalige functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch overige voorzieningen' aanpassen naar het werkingsgebied ‘opslag ruwvoer’.

TABEL 11. WIJZIGINGEN FUNCTIES AGRARISCH BEDRIJF EN VEEHOUDERIJ

5.1.3 Functies ‘Bedrijf’ en ‘Bedrijf - Nutsvoorziening’ Op onderstaande percelen met een niet-agrarische bedrijfsfunctie zijn wijzigingen aangebracht. De functie wordt als volgt gewijzigd: Locatie

Wijziging

Motivatie

Heesvenstraat 21-21a

Wijziging naar de functie ‘Wonen’ en ‘Recreatie’.

Op deze locatie is een cultuurhistorisch waardevolle bedrijfswoning aanwezig welke wordt gesplitst in twee wooneenheden. De ene helft van de woning (met omliggende gronden) krijgt de functie ‘Wonen’. De andere helft van de woning en de huidige bedrijfsloods krijgen de functie ‘Recreatie’, ten behoeve van het bestaande recreatieve bedrijf. Het deel van de woning binnen de functie ‘Recreatie’ blijft de bedrijfswoning bij het recreatieve bedrijf.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Houtbroekdijk 18-18a-20

Functievlak vergroten ten

Zie verdere toelichting onder paragraaf 5.2.1 en de ruimtelijke motivering in bijlage 1. Op de locatie liggen bestaande

61

behoeve van bestaande situatie.

voorzieningen ten behoeve van het bedrijf buiten het functievlak op gronden met een agrarische gebiedsfunctie. Er vindt een vergroting van het functievlak plaats, zodat deze voorzieningen binnen het functievlak komen te liggen. Volgens de LIR wordt dit gezien als een categorie 3ontwikkeling. Als tegenprestatie wordt de locatie voorzien van een landschappelijke inpassing.

Werkingsgebied voor buitenopslag opnemen.

Op de gronden die worden toegevoegd aan het functievlak ‘Bedrijf’ wordt ook een werkingsgebied opgenomen ten behoeve van buitenopslag. Er is onderbouwd dat deze buitenopslag voldoet aan de eisen zoals gesteld in het beleid. Als tegenprestatie wordt de locatie ook hiervoor voorzien van een landschappelijke inpassing.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Houtbroekdijk 30

Functievlak vergroten ten behoeve van bestaande situatie.

Omgevingsnorm opnemen voor maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 125 m².

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Voor de vergroting van het functievlak en het toevoegen van het werkingsgebied ‘buitenopslag’ wordt een landschappelijke inpassing gerealiseerd. Deze wordt opgenomen in het omgevingsplan en daarmee geborgd. Op de locatie liggen bestaande voorzieningen ten behoeve van het bedrijf buiten het functievlak op gronden met een agrarische gebiedsfunctie. Er vindt een vergroting van het functievlak plaats, zodat deze voorzieningen binnen het functievlak komen te liggen. Volgens de LIR wordt dit gezien als een categorie 3ontwikkeling. Als tegenprestatie wordt de locatie voorzien van een landschappelijke inpassing. Het vergroten van het oppervlak aan bijgebouwen bij een bedrijfswoning wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 3-ontwikkeling. Er wordt als tegenprestatie een landschappelijke inpassing aangelegd.

Voor de vergroting van het functievlak en het vergroten van het oppervlak aan

62

Slievenstraat 35-37 (perceel M196)

Slievenstraat 52

Werkingsgebied voor buitenopslag opnemen.

Omgevingsnorm opnemen voor maximum oppervlakte aan bedrijfsgebouwen: 531 m². Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

bijgebouwen wordt een landschappelijke inpassing gerealiseerd. Deze wordt opgenomen in het omgevingsplan en daarmee geborgd. Op een deel van het perceel M196 is sprake van een bedrijfsmatige inrichting in de vorm van buitenopslag. Deze inrichting is gekoppeld aan het agrarisch verwante bedrijf op Slievenstraat 35-37. Voor deze opslaglocatie zijn vergunningen verleend en zijn in de voorbereiding van het opstellen van het bestemmingsplan Buitengebied 1998 toezeggingen gedaan. Voor deze bestaande situatie wordt een werkingsgebied opgenomen ten behoeve van buitenopslag. Middels het werkingsgebied ‘buitenopslag 501’ wordt ook geborgd dat deze gronden enkel mogen worden gebruikt ten dienste van het agrarische verwante bedrijf op Slievenstraat 35-37. Op basis van vergund recht wordt er een omgevingsnorm van 531 m² aan bedrijfsgebouwen opgenomen. Op deze locatie geldt een landschappelijke inpassingsplicht bij een projectbesluit uit 2009. De landschappelijke inpassing wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd.

TABEL 12. WIJZIGING FUNCTIES BEDRIJF EN BEDRIJF – NUTSVOORZIENING

5.1.4 Functie ‘Natuur’ Op onderstaande percelen met een natuurfunctie zijn wijzigingen aangebracht. De functie wordt als volgt gewijzigd: Locatie

Wijziging

Motivatie

Perceel M 780

Werkingsgebied 'clubhuis hondensportvereniging' opnemen.

Op het perceel M 780 is sprake van een vergund bouwwerk ten behoeve van een clubhuis van een hondensport vereniging. Op basis van dit vergunde recht wordt er een werkingsgebied opgenomen die het bouwwerk en het gebruik hiervan rechtvaardigt.

TABEL 13. WIJZIGING FUNCTIE NATUUR

63

5.1.5 Functie ‘Maatschappelijk’ Op onderstaande percelen met een maatschappelijke functie zijn wijzigingen aangebracht. De functie wordt als volgt gewijzigd: Locatie

Wijziging

Motivatie

Laan ten Boomen 30

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Meervensedijk 4

Omgevingsnorm opnemen voor maximum oppervlakte aan bedrijfsgebouwen: 274 m².

Op deze locatie geldt een landschappelijke inpassingsplicht bij een vergunning uit 2022. De landschappelijke inpassing wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Op basis van vergund recht wordt er een omgevingsnorm van 274 m² aan bedrijfsgebouwen opgenomen.

TABEL 14. WIJZIGING FUNCTIE MAATSCHAPPELIJK

5.1.6 Functie ‘Recreatie’ Op onderstaande percelen met een recreatieve functie zijn wijzigingen aangebracht. De functie wordt als volgt gewijzigd: Locatie

Wijziging

Motivatie

Moorsel 1

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Moorsel 3 - 3A

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Philipsbosweg 7 - 7a

Het werkingsgebied ‘opslag kampeermiddelen’ opnemen.

Op deze locatie geldt een landschappelijke inpassingsplicht bij het voorgaande bestemmingsplan 'Moorsel 1 Lierop'. De landschappelijke inpassing wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Op deze locatie geldt een landschappelijke inpassingsplicht bij het voorgaande bestemmingsplan 'Herziening Moorsel 3 Lierop'. De landschappelijke inpassing wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Functieaanduiding 'manege' verwijderen, aangezien deze achterhaald is. Ter plaatse van de aanduiding 'manege' wordt de bebouwing aangeduid ten behoeve van opslag voor kampeermiddelen van vaste campinggasten.

Werkingsgebied ‘centrumvoorzieningen’ van vorm veranderd. Philipsbosweg 9

Functievlak ‘Recreatie’ vergroten.

Op basis van vergund recht het werkingsgebied 'centrumvoorzieningen' gelijk gelegd aan de bestaande bouwwerken. Op de locatie liggen bestaande voorzieningen ten behoeve van het recreatiebedrijf buiten het functievlak op gronden met een natuurfunctie. Er vindt

64

een vergroting van het functievlak plaats, zodat deze bestaande, met vergunning tot stand gekomen, voorzieningen binnen het functievlak komen te liggen Werkingsgebied 'groepsaccommodatie' opnemen.

Op basis van vergund recht is het werkingsgebied 'vakantiehuisje' aangepast naar 'groepsaccommodatie 503'.

Werkingsgebied ‘inrit' opnemen binnen de functie natuur.

Om aan te sluiten op de feitelijke situatie wordt aan de toegangsweg naar de locatie een werkingsgebied ‘inrit 501’ toegekend.

TABEL 15. WIJZIGING FUNCTIE RECREATIE

5.1.7 Functie ‘Wonen’ Hieronder zijn de percelen met de functie ‘Wonen’, waar wijzigingen zijn aangebracht ten opzichte van het geldende plan Buitengebied, opgesomd. Op basis van het beleid zijn er keuzes gemaakt voor de geconstateerde strijdigheden. De functie wordt als volgt gewijzigd: Locatie

Wijziging

Motivatie

Perceel M 1175

Functie ‘Wonen’ verwijderen en functie ‘Openbaar gebied’ opnemen voor het volledige perceel.

Met de functiewijziging wordt er aangesloten op de feitelijke situatie. Het openbaar gebied wordt als zodanig bestemd en een specifieke regeling voor het plantsoen wordt opgenomen.

Functie ‘Groen’ vervangen voor de functie ‘Openbaar gebied’.

Berkeindje 5

Het werkingsgebied ‘plantsoen’ opnemen. Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Berkeindje 5a

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Berkeindje 7

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Berkeindje 7b

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Aan het bestemmingsplan ‘Berkeindje/Vaarsehoefweg’ is een landschappelijke inpassing gekoppeld. Deze verplichting wordt opgenomen in dit omgevingsplan en daarmee geborgd. Aan het bestemmingsplan ‘Berkeindje/Vaarsehoefweg’ is een landschappelijke inpassing gekoppeld. Deze verplichting wordt opgenomen in dit omgevingsplan en daarmee geborgd. Aan het bestemmingsplan ‘Berkeindje/Vaarsehoefweg’ is een landschappelijke inpassing gekoppeld. Deze verplichting wordt opgenomen in dit omgevingsplan en daarmee geborgd. Aan het bestemmingsplan ‘Berkeindje/Vaarsehoefweg’ is een landschappelijke inpassing gekoppeld. Deze

65

Berkeindje 9

Vergroting van het woonfunctievlak

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Berkeindje 9a

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Boomen 13

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 187 m²’ opnemen.

Bulterweg 1, 3 en 5

verplichting wordt opgenomen in dit omgevingsplan en daarmee geborgd Een deel van de tuin ligt buiten het functievlak ‘Wonen’. Het vergroten van het woonbestemmingsvlak wordt gezien als een categorie 3-ontwikkeling volgens de LIR. Hiervoor wordt een tegenprestatie in de vorm van een landschappelijke inpassing geleverd. Voor de vergroting van het woonbestemmingsvlak wordt een landschappelijke inpassing geleverd. Deze inpassing wordt opgenomen in het omgevingsplan en daarmee geborgd. Aan het bestemmingsplan ‘Berkeindje/Vaarsehoefweg’ is een landschappelijke inpassing gekoppeld. Deze verplichting wordt opgenomen in dit omgevingsplan en daarmee geborgd. Het vergroten van het oppervlak aan bijgebouwen bij een woning wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 3-ontwikkeling. Er wordt als tegenprestatie een landschappelijke inpassing aangelegd. Zie toelichting in § 4.3.2.2.

Opnemen werkingsgebied ‘paardenbak’ aansluitend aan het woonfunctievlak.

Aangrenzend aan de woonfunctie is een rijbak gesitueerd. Deze rijbak past binnen de gemeentelijke regelgeving en krijgt in het omgevingsplan een aanduiding.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Voor het opplussen van de bijgebouwen en het opnemen van de rijbak wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Het bestemmingsplan 'Hoijserstraat 13' wordt overgenomen en de bouwregels worden aangepast en omgeschreven naar het omgevingsplan.

Het bestemmingsplan 'Hoijserstraat 13' overnemen.

Functievlak ‘Wonen’ opsplitsen op basis van kadastrale grenzen.

Om aan te sluiten bij de algemene werkwijze omtrent de woonfunctie, wordt het functievlak gesplitst in drie losse woonfunctievlakken o.b.v. de kadastrale

66

Bulterweg 7

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

De Wertstraat 1

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 163 m²’ opnemen.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

De Wertstraat 15

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 188 m²’ opnemen.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Ekelhofweg 6

Functievlak ‘Wonen’ van vorm veranderen.

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 214 m²’ opnemen.

grenzen. In 2022 is voor het oprichten van een woonhuis een vergunning verleend, waar een landschappelijke inpassingsplicht aan gekoppeld is. Deze landschappelijke inpassing wordt in dit omgevingsplan opgenomen. Op basis van overgangs-/vergund recht wordt een omgevingsnorm opgenomen voor de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen. In 2021 is voor het uitbreiden van een garage een vergunning verleend, waar een landschappelijke inpassingsplicht aan gekoppeld is. Deze landschappelijke inpassing wordt in dit omgevingsplan opgenomen. Het vergroten van het oppervlak aan bijgebouwen bij een woning wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 3-ontwikkeling. Er wordt als tegenprestatie een landschappelijke inpassing aangelegd. Zie toelichting in § 4.3.2.2. Voor het opplussen van de bijgebouwen wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Op de locatie bevindt zich een gedeelte van de bebouwing en verharding buiten het woonfunctievlak op gronden met een functie ‘Natuur’. Hiervoor dient het woonfunctievlak van vorm veranderd te worden. Het van vorm veranderen van het woonfunctievlak wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 2ontwikkeling, waarvoor de locatie voorzien moet worden van een goede landschappelijke inpassing.

Zie toelichting in § 4.3.2.3. Het vergroten van het oppervlak aan bijgebouwen bij een woning wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 3-ontwikkeling. Zie toelichting in §

67

Heesterdijk 8

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 252 m²’ opnemen.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Heesterdijk 11

Heesterdijk 13

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 350 m²’ opnemen.

4.3.2.2. Gezien de unieke situatie op het perceel wordt als tegenprestatie geen landschappelijke inpassing aangelegd. Om toch bij te dragen aan een kwaliteitsverbetering van het landschap vindt de tegenprestatie plaats middels een storting in het BIO-fonds. Het vergroten van het oppervlak aan bijgebouwen bij een woning wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 3-ontwikkeling. Zie toelichting in § 4.3.2.2. Voor het opplussen van de bijgebouwen wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Het vergroten van het oppervlak aan bijgebouwen bij een woning wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 3-ontwikkeling. Zie toelichting in § 4.3.2.2.

Het functievlak “Wonen” verkleinen naar de kadastrale grenzen.

Door een verkleining van het woonfunctievlak is er sprake van een LIR categorie 2-ontwikkeling, aangezien de te leveren tegenprestatie uitkomt onder de € 1.000,-. Hierdoor moet de locatie voorzien worden van een goede landschappelijke inpassing.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Voor het opplussen van de bijgebouwen en het aanpassen van het woonfunctievlak wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Het bestemmingsplan 'Hoijserstraat 13' wordt overgenomen en de bouwregels worden aangepast en omgeschreven naar het omgevingsplan.

Het bestemmingsplan 'Heesterdijk 13' overnemen.

Aanpassen woonfunctievlak o.b.v. kadastrale grenzen.

Om recht te doen aan de feitelijke situatie wordt het functievlak gelijk gelegd aan de kadastrale grens tussen Heesterdijk 11 en

68

13. Deze aanpassing van het woonfunctievlak wordt gezien als een LIR categorie 2-ontwikkeling, aangezien de te leveren tegenprestatie uitkomt onder de € 1.000,-. Hierdoor moet de locatie voorzien worden van een goede landschappelijke inpassing. Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Heieind 6

Het werkingsgebied ‘overtollige bebouwing’ opnemen.

Heieind 10-10A

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Heieind 12

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 159 m²’ opnemen.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

De bestaande landschappelijke inpassingsverplichting uit het bestemmingsplan 'Heesterdijk 13' wordt overgenomen en deze voorziet ook in een goede landschappelijke inpassing voor het aanpassen van het woonfunctievlak. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. De overmaat aan vergunde of overgangsrechtelijke beschermde bebouwing wordt beperkt in bouwen en gebruik. Zie toelichting in § 4.3.2.2. Aan het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren, wijzigingsplan Heieind 10 Someren’ en bij de vergunning voor de restauratie en splitsing van het woonhuis uit 2021, is een landschappelijke inpassingsplicht gekoppeld. Deze landschappelijke inpassing wordt in dit omgevingsplan opgenomen. Op de locatie is 139 m² aan vergunde dan wel overgangsrechtelijk beschermde bebouwing aanwezig welke niet volledig is opgericht ten behoeve van de woonfunctie. Daarnaast wordt 20 m² aan bijgebouwen opgeplust. Het vergroten van het oppervlak aan bijgebouwen wordt hier gezien als een categorie 2-ontwikkeling in het kader van de LIR, aangezien een deel overgangsrechtelijk beschermd is en voor het overige de te leveren tegenprestatie uitkomt onder de € 1.000,-. Hierdoor moet de locatie voorzien worden van een goede landschappelijke inpassing. Zie toelichting in § 4.3.2.2. Voor het positief bestemmen van de bijgebouwen wordt een landschappelijke

69

Heieind 16

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 102 m²’ opnemen.

Heieind 18

Het functievlak ‘Wonen’ vergroten.

Heiveldsestraat 15

Het werkingsgebied ‘overtollige bebouwing’ opnemen.

Heiveldsestraat 21

Het functievlak ‘Wonen’ vergroten.

Hogeweg 54

inpassing geleverd. Deze inpassing wordt opgenomen in het omgevingsplan en daarmee geborgd. Op basis van overgangs-/vergund recht wordt een omgevingsnorm opgenomen voor de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen. Een deel van de tuin ligt buiten het woonfunctievlak. De situatie dateert van voor het huidige bestemmingsplan. Het vergroten van het woonfunctievlak wordt gezien als een categorie 1-ontwikkeling volgens de LIR, aangezien deze onder de 1.500 m² blijft. Hiervoor hoeft geen tegenprestatie te worden geleverd. Zie toelichting in § 4.3.2.3. De overmaat aan vergunde of overgangsrechtelijke beschermde bebouwing wordt beperkt in bouwen en gebruik. Zie toelichting in § 4.3.2.2. Een deel van de tuin ligt buiten het woonfunctievlak. De situatie dateert van voor het huidige bestemmingsplan. Het vergroten van het woonbestemmingsvlak wordt gezien als een categorie 2ontwikkeling volgens de LIR. Hierdoor moet de locatie voorzien worden van een goede landschappelijke inpassing. Zie toelichting in § 4.3.2.3.

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 171 m²’ opnemen.

Het vergroten van het oppervlak aan bijgebouwen bij een woning wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 3-ontwikkeling. Zie toelichting in § 4.3.2.2.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Voor het vergroten van het woonfunctievlak en het positief bestemmen van de bijgebouwen wordt een landschappelijke inpassing geleverd. Deze inpassing wordt opgenomen in het omgevingsplan en daarmee geborgd. Het vergroten van het oppervlak aan bijgebouwen bij een woning wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 3-ontwikkeling. Zie toelichting in § 4.3.2.2.

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 159 m²’ opnemen.

Werkingsgebied

Voor het opplussen van de bijgebouwen

70

‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Hogeweg 55

Het functievlak ‘Wonen’ vergroten.

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 124 m²’ opnemen.

Hogeweg 56

Het functievlak ‘Wonen’ vergroten.

Hoijserstraat 13

Het bestemmingsplan 'Hoijserstraat 13' overnemen.

Functievlak ‘Wonen’ opsplitsen op basis van kadastrale grenzen.

Hoijserstraat 15A

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 191 m²’ opnemen.

Hoijserstraat 17

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 145 m²’ opnemen.

wordt een landschappelijke inpassing geleverd. Deze inpassing wordt opgenomen in het omgevingsplan en daarmee geborgd. Naast de landschappelijke inpassing wordt een deel gestort in het BIO-fonds. Een aantal voorzieningen t.b.v. de woning liggen buiten het woonfunctievlak. De situatie dateert van voor het huidige bestemmingsplan. Het vergroten van het woonfunctievlak wordt gezien als een categorie 1-ontwikkeling volgens de LIR, aangezien deze onder de 1.500 m² blijft. Hiervoor hoeft geen tegenprestatie te worden geleverd. Zie toelichting in § 4.3.2.3. Op basis van overgangs-/vergund recht wordt een omgevingsnorm opgenomen voor de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen. Een deel van de tuin ligt buiten het woonfunctievlak. De situatie dateert van voor het huidige bestemmingsplan. Het vergroten van het woonfunctievlak wordt gezien als een categorie 1-ontwikkeling volgens de LIR, aangezien deze onder de 1.500 m² blijft. Hiervoor hoeft geen tegenprestatie te worden geleverd. Zie toelichting in § 4.3.2.3. Het bestemmingsplan 'Hoijserstraat 13' wordt overgenomen en de bouwregels worden aangepast en omgeschreven naar het omgevingsplan. Om aan te sluiten bij de algemene werkwijze omtrent de woonfunctie, wordt het functievlak gesplitst in drie losse woonfunctievlakken o.b.v. de kadastrale grenzen.

Op basis van overgangs-/vergund recht wordt een omgevingsnorm opgenomen voor de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen. Het vergroten van het oppervlak aan bijgebouwen bij een woning wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 3-ontwikkeling. Zie toelichting in § 4.3.2.2.

71

Het werkingsgebied ‘overtollige bebouwing’ opnemen.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen. Hoijserstraat 19

Functievlak ‘Wonen’ van vorm veranderen.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Houtbroekdijk 10

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 116 m²’ opnemen.

Houtbroekdijk 11

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte bijgebouwen: 391 m²’ opnemen.

De omgevingsnorm ‘maximum inhoud woning: 1.800 m³’ opnemen. Houtbroekdijk 12-14

De omgevingsnorm ‘maximum aantal wooneenheden: 2’ opnemen. Het werkingsgebied ‘veldschuur’ opnemen.

Houtbroekdijk 25

Functievlak ‘Wonen’ vergroten.

De overmaat aan vergunde of overgangsrechtelijke beschermde bebouwing wordt beperkt in bouwen en gebruik. Zie toelichting in § 4.3.2.2. Voor het opplussen van de bijgebouwen wordt een landschappelijke inpassing geleverd. Deze inpassing wordt opgenomen in het omgevingsplan en daarmee geborgd. Om meer recht te doen aan de bestaande situatie dient het woonfunctievlak van vorm veranderd te worden. Het van vorm veranderen van het woonfunctievlak wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 2-ontwikkeling, waarvoor de locatie voorzien moet worden van een goede landschappelijke inpassing. Zie toelichting in § 4.3.2.3. Voor het aanpassen van het woonfunctievlak wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Op basis van overgangs-/vergund recht wordt een omgevingsnorm opgenomen voor de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen. Op basis van overgangs-/vergund recht wordt een omgevingsnorm opgenomen voor de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen. Op basis van overgangs-/vergund recht wordt een omgevingsnorm opgenomen voor de maximaal toegestane inhoud van de woning. Op basis van vergund recht wordt er een omgevingsnorm opgenomen voor twee woningen. Op de locatie is een veldschuur aanwezig welke al voor 1976 is opgericht.

De veldschuur wordt op basis van het overgangsrecht positief bestemd. Een aantal voorzieningen t.b.v. de woning liggen buiten het woonfunctievlak. Om meer recht te doen aan de bestaande

72

situatie dient het woonfunctievlak vergroot te worden. Het vergroten van het woonfunctievlak wordt gezien als een categorie 2-ontwikkeling volgens de LIR, aangezien deze onder de 1.500 m² blijft. Hierdoor moet de locatie voorzien worden van een goede landschappelijke inpassing. Zie toelichting in § 4.3.2.3. Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Houtbroekdijk 27

Functievlak ‘Wonen’ vergroten.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Houtbroekdijk 28

Functievlak ‘Wonen’ van vorm veranderen.

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 162 m²’ wordt opgenomen.

Voor het vergroten van het woonfunctievlak wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing. Daarnaast dient het plan als alternatief beplantingsplan op de bestaande verplichting. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Een aantal voorzieningen t.b.v. de woning liggen buiten het woonfunctievlak. Om meer recht te doen aan de bestaande situatie dient het woonfunctievlak vergroot te worden tot 1.800 m². Het vergroten van het woonfunctievlak wordt gezien als een categorie 3-ontwikkeling volgens de LIR. Voor het vergroten van het woonfunctievlak wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing. Daarnaast dient het plan als alternatief beplantingsplan op de bestaande verplichting. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Een deel van de bijgebouwen en de tuin liggen buiten het woonfunctievlak. Het betreft een vergund bouwwerk en de situatie dateert van voor het huidige bestemmingsplan. De vormverandering van het woonfunctievlak wordt gezien als een categorie 2-ontwikkeling volgens de LIR. Hierdoor moet de locatie voorzien worden van een goede landschappelijke inpassing. Zie toelichting in § 4.3.2.3. Op basis van vergund recht dient de omgevingsnorm voor het maximum aan bijgebouwen aangepast te worden.

Daarnaast wordt het oppervlak opgeplust voor de reeds aanwezige overige

73

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Houtbroekdijk 29

Functievlak ‘Wonen’ vergroten zonder bouwmogelijkheden.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Houtbroekdijk 6

Functievlak ‘Wonen’ vergroten zonder bouwmogelijkheden.

bebouwing. Het vergroten van het oppervlak aan bijgebouwen bij een woning wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 3-ontwikkeling. Zie toelichting in § 4.3.2.2. Voor het van vorm veranderen van het woonfunctievlak en voor het opplussen van de bijgebouwen wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Een aantal voorzieningen t.b.v. de maatschappelijke functie (wonen-plus) liggen buiten het woonfunctievlak. Om meer recht te doen aan de bestaande situatie dient het woonfunctievlak vergroot te worden. Om te voorkomen dat er extra bouwmogelijkheden ontstaan wordt op het deel wat vergroot wordt een werkingsgebied opgenomen voor een bebouwingsvrije zone. Het vergroten van het woonfunctievlak wordt gezien als een categorie 2-ontwikkeling in het kader van de LIR, aangezien de te leveren tegenprestatie uitkomt onder de € 1.000,-. Hierdoor moet de locatie voorzien worden van een goede landschappelijke inpassing. Voor het vergroten van het woonfunctievlak wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing. Daarnaast dient het plan als alternatief beplantingsplan op de bestaande verplichting. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd.

Een deel van de tuin ligt buiten het woonfunctievlak. De situatie dateert van voor het huidige bestemmingsplan. Om meer recht te doen aan de bestaande situatie dient het woonfunctievlak vergroot te worden. Om te voorkomen dat er extra bouwmogelijkheden ontstaan wordt op het deel wat vergroot wordt een werkingsgebied opgenomen voor een bebouwingsvrije zone. Het aanpassen van het woonbestemmingsvlak wordt gezien als

74

een categorie 2-ontwikkeling in het kader van de LIR. Hierdoor moet de locatie voorzien worden van een goede landschappelijke inpassing. Zie toelichting in § 4.3.2.3. Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Kerkweg 20

Functievlak ‘Wonen’ vergroten.

De functie ‘Natuur’ toevoegen.

Kerkweg 21

Het werkingsgebied ‘overtollige bebouwing’ opnemen.

Kerkweg 35

Het werkingsgebied ‘overtollige bebouwing’ opnemen.

Kouterstraat 5

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 180 m²’ opnemen.

Kouterstraat 7

Functievlak ‘Wonen’ vergroten.

Werkingsgebied

Voor het aanpassen van het woonfunctievlak wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Een aantal voorzieningen t.b.v. de woning liggen buiten het woonfunctievlak. Om meer recht te doen aan de bestaande situatie dient het woonfunctievlak vergroot te worden. Het vergroten van het woonfunctievlak wordt gezien als een categorie 3-ontwikkeling volgens de LIR. Zie toelichting in § 4.3.2.3. Voor het vergroten van het woonfunctievlak wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een natuurontwikkeling op het naastliggende perceel. Een deel van de locatie krijgt hiervoor de functie ‘Natuur’. De overmaat aan vergunde of overgangsrechtelijke beschermde bebouwing wordt beperkt in bouwen en gebruik. Zie toelichting in § 4.3.2.2. De overmaat aan vergunde of overgangsrechtelijke beschermde bebouwing wordt beperkt in bouwen en gebruik. Zie toelichting in § 4.3.2.2. Op basis van overgangs-/vergund recht wordt een omgevingsnorm opgenomen voor de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen. Een aantal voorzieningen t.b.v. de woning liggen buiten het woonfunctievlak. Om meer recht te doen aan de bestaande situatie dient het woonfunctievlak vergroot te worden. Het vergroten van het woonfunctievlak wordt gezien als een categorie 3-ontwikkeling volgens de LIR.

Zie toelichting in § 4.3.2.3. Voor het vergroten van het woonfunctievlak

75

Kouterstraat 11

Kromvenweg 20

Laan ten Boomen 31

‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd.

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 175 m²’ opnemen.

Op basis van overgangs-/vergund recht wordt een omgevingsnorm opgenomen voor de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen. De groenbestemming wordt niet meer toegepast en is gewijzigd naar de functie ‘Agrarisch grondgebruik’.

In plaats van de groenbestemming wordt functie ‘Agrarisch grondgebruik’ opgenomen. Het functievlak ‘Wonen van vorm veranderen en uitbreiden.

Op basis van vergund recht en om meer recht te doen aan de bestaande situatie dient het woonfunctievlak vergroot te worden. Het vergroten van het woonfunctievlak wordt gezien als een categorie 3-ontwikkeling volgens de LIR.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Voor het aanpassen van het woonfunctievlak wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Op basis van vergund recht dient het woonfunctievlak vergroot te worden. Aangezien het hier gaat om een bestaande situatie, wordt geen kwaliteitsverbetering van het landschap verreist.

Functievlak ‘Wonen’ vergroten.

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 798 m²’ opnemen.

Op basis van overgangs-/vergund recht wordt een omgevingsnorm opgenomen voor de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen.

Het werkingsgebied ‘veldschuur’ opnemen.

Op de locatie is een bouwwerk aanwezig welke met vergunning is opgericht, deze wordt door middel van een werkingsgebied positief bestemd als veldschuur. Op de locatie is een met vergunning opgerichte veldschuur aanwezig. De veldschuur wordt door middel van een werkingsgebied positief bestemd als veldschuur.

Het werkingsgebied ‘veldschuur’ opnemen.

76

Lieropsedijk 60

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 150 m²’ opnemen.

Lieropsedijk 68

Functievlak ‘Wonen’ van vorm veranderen.

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 250 m²’ opnemen.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Het werkingsgebied ‘veldschuur’ opnemen.

Lieropsedijk 70

Functievlak ‘Wonen’ van vorm veranderen en vergroten met een gedeelte zonder bouwmogelijkheden.

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen:

Op basis van overgangs-/vergund recht wordt een omgevingsnorm opgenomen voor de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen. Op basis van vergund recht dient het woonfunctievlak vergroot te worden. Aangezien het hier gaat om een bestaande situatie, wordt geen kwaliteitsverbetering van het landschap verreist. Op de locatie is 250 m² aan vergunde dan wel overgangsrechtelijk beschermde bebouwing aanwezig welke niet volledig is opgericht ten behoeve van de woonfunctie. Het vergroten van dit oppervlak aan bijgebouwen wordt gezien als een categorie 2-ontwikkeling in het kader van de LIR. Hierdoor moet de locatie voorzien worden van een goede landschappelijke inpassing. Voor het opplussen van de bijgebouwen wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Op de locatie is een met vergunning opgerichte veldschuur aanwezig. De veldschuur wordt door middel van een werkingsgebied positief bestemd als veldschuur. Een aantal voorzieningen t.b.v. de woning liggen buiten het woonfunctievlak. Om meer recht te doen aan de bestaande situatie dient het woonfunctievlak vergroot te worden. Om te voorkomen dat er extra bouwmogelijkheden ontstaan wordt op een deel van wat vergroot wordt een werkingsgebied opgenomen voor een bebouwingsvrije zone.

Het vergroten van het woonfunctievlak wordt gezien als een categorie 3-ontwikkeling volgens de LIR. Zie toelichting in § 4.3.2.3. Het oppervlak wordt opgeplust voor de reeds aanwezige bebouwing. Het vergroten

77

320 m²’ opnemen.

van het oppervlak aan bijgebouwen bij een woning wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 3ontwikkeling. Zie toelichting in § 4.3.2.2.

Opnemen werkingsgebied ‘paardenbak’ aansluitend aan het woonfunctievlak.

Aangrenzend aan de woonfunctie is een rijbak gesitueerd. Deze rijbak past binnen de gemeentelijke regelgeving en krijgt in het omgevingsplan een aanduiding. Voor het opplussen van de bijgebouwen wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Op de locatie is 179 m² aan vergunde dan wel overgangsrechtelijk beschermde bebouwing aanwezig welke niet volledig is opgericht ten behoeve van de woonfunctie. Het vergroten van dit oppervlak aan bijgebouwen wordt gezien als een categorie 2-ontwikkeling in het kader van de LIR. Hierdoor moet de locatie voorzien worden van een goede landschappelijke inpassing.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Meervensedijk 8

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 179 m²’ opnemen.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Meervensedijk 9

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte bijgebouwen: 178 m²’ opnemen.

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Voor het opplussen van de bijgebouwen wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee geborgd. Op basis van vergund recht dient de omgevingsnorm voor het maximum aan bijgebouwen aangepast te worden. Daarnaast wordt het oppervlak opgeplust voor de reeds aanwezige overige bebouwing. Het vergroten van het oppervlak aan bijgebouwen bij een woning wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 3-ontwikkeling. Zie toelichting in § 4.3.2.2. Voor het opplussen van de bijgebouwen wordt een kwaliteitsverbetering geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing. Het beplantingsplan wordt in het omgevingsplan opgenomen en daarmee

78

Moorsel 5

Het werkingsgebied ‘veldschuur’ opnemen.

Het werkingsgebied ‘schuilgelegenheid' opnemen.

Moorsel 7

Werkingsgebied ‘landschappelijke inpassing’ opnemen.

Oeijenbraak 2

Het werkingsgebied ‘atelier’ opnemen binnen de functie ‘Natuur’. Functievlak ‘Wonen’ van vorm veranderen.

Oeijenbraak 8

De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte aan bijgebouwen: 121 m²’ opnemen.

geborgd. Op de locatie is een overgangsrechtelijk beschermde veldschuur aanwezig. De veldschuur wordt door middel van een werkingsgebied positief bestemd als veldschuur. Op de locatie is een overgangsrechtelijk beschermde schuilgelegenheid aanwezig. De schuilgelegenheid wordt door middel van een werkingsgebied positief bestemd als schuilgelegenheid. Op basis van een alternatief beplantingplan, t.o.v. een verplichting uit het voorgaande bestemmingsplan, is het werkingsgebied voor de landschappelijke inpassing aangepast. Het werkingsgebied ‘atelier’ wordt opgenomen op basis van vergund recht. Op basis van vergund recht dient het woonfunctievlak vergroot te worden. Aangezien het hier gaat om een bestaande situatie, wordt geen kwaliteitsverbetering van het landschap verreist. Het vergroten van het oppervlak aan bijgebouwen bij een woning wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 3-ontwikkeling. Zie toelichting in § 4.3.2.2. Gezien de unieke situatie op het perceel wordt als tegenprestatie geen landschappelijke inpassing aangelegd. Om toch bij te dragen aan een kwaliteitsverbetering van het landschap vindt de tegenprestatie plaats middels een storting in het BIO-fonds.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15608614/3