CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

8b Regels Bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

Commissie Ruimte 9 juni 2021, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied Someren Deelgebied 341.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - geluidsscherm 300' en 'specifieke vorm van bedrijf - geluidsscherm 301' een geluidsreducerende voorziening; i. één bedrijfswoning, tenzij anders aangeduid in de tabel in artikel 8.2.1 sub d; j. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - plattelandswoning' tevens het wonen in de bedrijfswoning door derden die geen relatie hebben met de inrichting; k. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - buitenopslag 300’ tevens buitenopslag in de vorm van het plaatsen en gebruiken van containers ten behoeve van het ter plaatse gevestigde bedrijf; l. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden; m. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; n. landschapselementen, groenvoorzieningen, erfbeplanting en landschappelijke inpassing, hieronder tevens begrepen tuinen en erven; o. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; p. nutsvoorzieningen; q. extensief recreatief medegebruik. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Algemeen a. b. c. d.

Op of in de voor 'Bedrijf' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 8.1 genoemde bestemming. De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2. De oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen bedraagt maximaal 90% van het bestemmingsvlak. Er mag worden gebouwd overeenkomstig de volgende tabel en de navolgende bouwregels:

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|62

8.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f. g.

de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsbebouwing mag niet meer zijn dan in de tabel in artikel 8.2.1 sub d is aangegeven; de maximaal toegestane goothoogte is 4,50 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte is 8,00 m1; de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; de afstand tot de as van de weg is ten minste 20 m1; in afwijking van het bepaalde onder sub b is ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwregels 303' de maximale toegestane goothoogte 8,00 m1.

8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor bedrijfsdoeleinden Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, voor bedrijfsdoeleinden gelden de volgende bepalingen: a.

reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding;

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|63 b. c.

de bouwhoogte van andere bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen, is maximaal 2,50 m1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5,00 m1; de bouwhoogte van terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1,00 m1 zijn en voor het overige maximaal 2,00 m1.

8.2.4 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a.

per bestemmingsvlak is het aantal bedrijfswoningen toegestaan zoals opgenomen in de tabel in artikel 8.2.1 sub d; b. ter plaatse van de bouwaanduiding 'twee-aaneen' zijn uitsluitend twee aaneen gebouwde woningen toegestaan; c. bij herbouw mag de bedrijfswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als er sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend; d. bij nieuwbouw van een bedrijfswoning moet aangetoond zijn dat deze bedrijfswoning noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt, waarbij de noodzaak van deze bedrijfswoning niet het gevolg mag zijn van een eerder aanwezige maar inmiddels afgestoten andere bedrijfswoning; e. herbouw van een cultuurhistorisch waardevolle woning is alleen mogelijk indien dit is gericht op behoud en/of herstel van de cultuurhistorische waarden; f. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3; g. indien de inhoud van de bestaande bedrijfswoning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of mag bedragen, dan geldt de bestaande inhoud als maximaal toegestaan. Bij herbouw geldt dat de woning tot maximaal de vergunde inhoud mag worden teruggebouwd; h.

voor een cultuurhistorisch waardevolle woning geldt de totale inhoud van het oorspronkelijk opgerichte pand waaraan cultuurhistorische en/of monumentale waarden aan toegekend zijn op grond van een deskundigenrapport als de maximaal toegestane inhoud; i. de maximaal toegestane goothoogte is 6,00 m1; j. de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m1; k. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; l. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; m. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m 1. 8.2.5 Bijgebouwen behorende bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bijgebouwen behorende bij de bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f. g. h.

de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen per bedrijfswoning is maximaal 100 m 2; de maximaal toegestane goothoogte is 3,00 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,50 m1; de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 1,00 m1 achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m 1; de maximale afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning bedraagt 20 m1.

8.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, behorende bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij de bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a.

per bedrijfswoning mag één overkapping worden gebouwd met de volgende maatvoering: 1. oppervlakte niet meer dan 20 m2; 2. bouwhoogte niet meer dan 3,00 m1;

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|64 de overkapping moet op een afstand van ten minste 1,00 m1 achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; 4. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; 5. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m 1; 6. de maximale afstand tussen de overkapping en de woning bedraagt 20 m1; de bouwhoogte van overige bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen, is maximaal 2,50 m1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5,00 m1; de bouwhoogte van terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1,00 m1 zijn en voor het overige maximaal 2,00 m1; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - geluidsscherm 300' is een geluidsreducerende voorziening toegestaan met een hoogte van maximaal 2,30 m 1; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - geluidsscherm 301' is een geluidsreducerende voorziening toegestaan met een hoogte van maximaal 4,00 m1. 3.

b. c. d. e.

8.3 Afwijken van de bouwregels 8.3.1 Afwijken voor een grotere goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.2 sub b en/of artikel 8.2.2 sub c voor een afwijkende goot- en/of bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat de goothoogte ten hoogste 6,00 m1 mag bedragen en de bouwhoogte ten hoogste 10 m1 mag bedragen. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. b. c.

de noodzaak vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.

8.3.2 Afwijken van de bouwlocatie voor herbouw van een bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.4 sub c voor de herbouw van een bedrijfswoning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. b. c. d. e. f. g.

de nieuwe locatie ligt niet minder dan 5,00 m1 van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m1 uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd; de bedrijfswoning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande bedrijfswoning; de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering; de sloop van de oorspronkelijke bedrijfswoning is duurzaam verzekerd en dit is ook geborgd; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.

8.4 Specifieke gebruiksregels 8.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c.

het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening;

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|65 d. e. f. g. h.

i. j. k.

het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of andere bedrijfsdoeleinden dan volgens de bestemmingsomschrijving zijn toegestaan; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van opstallen voor het huisvesten van arbeidsmigranten; het gebruik van opstallen, behoudens bedrijfswoningen, alsmede het gebruik van vrijstaande en/of aangebouwde bijgebouwen, niet vergund middels een omgevingsvergunning als zijnde een (onderdeel van de) woning, voor bewoning; het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; het gebruik van gronden voor tijdelijke en permanente teeltondersteunende voorzieningen; het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten;

tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 8.4.2 Voorwaardelijke verplichting geluid In aanvulling van het bepaalde in artikel 8.1 sub j is het gebruik van de bedrijfswoning met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - plattelandswoning’, door derden die geen relatie met de inrichting hebben, alleen toegestaan als ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - geluidsscherm 300' een geluidsreducerende voorziening wordt gerealiseerd, met een hoogte van minimaal 2,30 m1 in een gesloten uitvoering en een minimale massa van 10 kg/m3. 8.5 Afwijken van de gebruiksregels 8.5.1 Afwijken voor statische opslag als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.1 sub d en artikel 8.4.1 sub e voor statische opslag als nevenfunctie bij een bedrijf. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. b. c. d. e. f.

het bedrijf functioneert als zodanig en blijft dit ook in voldoende mate doen wanneer ter plaatse sprake is van statische opslag; de maximale oppervlakte die wordt gebruikt voor de statische opslag is 1.000 m 2; er dient gebruik gemaakt te worden van bestaande bebouwing; buitenopslag is uitgesloten; opslag in kassen is uitgesloten; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.

8.5.2 Afwijken voor kleinschalige nevenfuncties Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.1 sub e voor kleinschalige nevenfuncties bij een bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. b. c. d. e. f. g.

het bedrijf functioneert als zodanig en blijft dit ook in voldoende mate doen wanneer ter plaatse sprake is van een kleinschalige nevenfunctie; de activiteiten worden uitgevoerd door de bewoners van de betreffende locatie; de maximale oppervlakte die wordt gebruikt voor de kleinschalige nevenfunctie is 350 m 2; er dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande bebouwing; detailhandel is uitgesloten; buitenopslag is uitgesloten; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|66 8.5.3 Afwijken voor buitenopslag Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.1 sub d voor buitenopslag bij een bedrijf. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. b. c.

de buitenopslag plaatsvindt binnen het bestemmingsvlak van het betreffende bedrijf; de opslag is noodzakelijk voor het ter plaatse aanwezige bedrijf; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.

8.5.4 Afwijken voor een minicamping als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.4.1 sub f voor het toestaan van een minicamping als nevenfunctie bij een agrarisch verwant bedrijf, geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende locatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b.

c. d. e. f. g. h.

er zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan, waaronder maximaal vijf stacaravans; voor ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, is maximaal 100 m2 bebouwing toegestaan. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande bebouwing; parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 37.4; de afstand tot de weg is ten minste 20 m1; de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m1; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.

8.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.6.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. b. c.

het verwijderen van landschapselementen, landschappelijke inrichting en/of waterhuishoudkundige voorzieningen; het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, poelen en greppels; het aanleggen van oppervlakteverhardingen met een omvang van meer dan 500 m 2.

8.6.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.6.1 is niet vereist voor: a. b.

werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning.

8.6.3 Toelaatbaarheid De in artikel 8.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a.

geen afbreuk doen aan de waarden en kwaliteiten van de gronden, zoals omschreven in:

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|67

b.

c.

1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen; (op bedrijfsniveau) hydrologisch neutraal worden uitgevoerd, conform artikel 37.1, voor wat betreft: 1. het oppervlaktewater; 2. het grondwater; 3. de impact op de waterkwaliteit; het bevoegd gezag voorafgaand aan de vergunningverlening advies heeft ingewonnen en gekregen bij het betrokken waterschap ter toetsing van voorgestelde voorziening(en) aan de actuele wet- en regelgeving voor de onder sub b opgenomen criteria.

8.7 Wijzigingsbevoegdheid 8.7.1 Wijziging naar ‘Wonen’ Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Bedrijf' met de daarbij behorende en rechtsreeks verbonden gebruiks- en bouwaanduidingen wijzigen in de bestemming 'Wonen', voor zover het gaat om de bedrijfswoning met de bijbehorende grond. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.

f. g. h. i.

j.

het bedrijf is beëindigd en hervatting van de bedrijfsactiviteiten is niet toegestaan; bewoning van bedrijfsgebouwen is niet toegestaan; het bestemmingsvlak wordt gereduceerd tot de voormalige bedrijfswoning met bijgebouwen, erf, tuin en verharding en heeft een omvang van maximaal 2.500 m 2; de overige gronden van het voormalige bestemmingsvlak 'Bedrijf' krijgen dezelfde bestemming als de omliggende gronden; de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt 100 m2, behoudens ingeval van toepassing van de sloopbonusregeling, zoals opgenomen in artikel 19.3.3. Dan mag de maximale oppervlakte bijgebouwen 350 m2 bedragen; splitsing in meerdere woonfuncties mag uitsluitend plaatsvinden als er sprake is van een splitsing overeenkomstig artikel 19.7.3; voor het overige wordt ook voldaan aan de bepalingen van artikel 19 'Wonen'; de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd tenzij de bebouwing cultuurhistorische, architectonische en/of landschappelijke waarden bezit; er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek aangetoond dat het plan uitvoerbaar is; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|68

Artikel 9 Bedrijf - Nutsvoorziening 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

nutsvoorzieningen van algemeen en openbaar belang; voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval begrepen (ondergrondse) kabels en leidingen, openbare verlichting, bewegwijzering en straatmeubilair; water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; landschapselementen, groenvoorzieningen en landschappelijke inpassing; verhardingen en (onverharde) paden.

9.2 Bouwregels 9.2.1 Algemeen a. b. c.

Op of in de voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 9.1 genoemde bestemming. De oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen bedraagt maximaal 90% van het bestemmingsvlak. De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.

9.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b.

c. d. e.

het gezamenlijke oppervlak van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 30 m2; In afwijking van het bepaalde in sub a is het aanwezige oppervlak aan bedrijfsgebouwen toegestaan indien ter plaatse reeds meer bedrijfsgebouwen aanwezig zijn en deze rechtmatig tot stand zijn gekomen. Het aanwezige oppervlak geldt dan als maximaal toelaatbaar oppervlak; de maximaal toegestane goothoogte van gebouwen is 3,00 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen is 5,50 m1; de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn.

9.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor bedrijfsdoeleinden Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.

het gezamenlijke oppervlak van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 20 m2; de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen, is 6,00 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte van terreinafscheidingen is 2,00 m1; overkappingen zijn niet toegestaan voor de voorgevelrooilijn.

9.3 Specifieke gebruiksregels 9.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c.

het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening;

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|69 d. e. f. g. h. i. j.

het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of andere bedrijfsdoeleinden dan volgens de bestemmingsomschrijving zijn toegestaan; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden en/of opstallen voor bewoning; het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; het gebruik van gronden voor tijdelijke en permanente teeltondersteunende voorzieningen; het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten;

tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan.

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|70

Artikel 10 Bos 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

e. f. g. h.

bosbouwkundige doeleinden voor het behoud van duurzaam bosgebied en de groeiplaats ter plaatse; behoud, herstel en/of ontwikkeling van natuurgebieden en leefgebied van daar voorkomende soorten; ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' tevens de instandhouding en ontwikkeling van een ecologische verbindingszone; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bos - multifunctioneel bos' tevens voor: 1. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van natuurwaarden in het algemeen en van de op de verbeelding aangeduide natuurwaarden in het bijzonder; 2. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van abiotische en landschapswaarden; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van water - overkluisde watergang' tevens overkluisde watergangen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; bestaande verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik en/of onderhoud; extensief recreatief medegebruik.

10.2 Bouwregels Op of in de voor 'Bos' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. 10.3 Afwijken van de bouwregels 10.3.1 Afwijken voor kleine bouwwerken Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 10.2 voor het toestaan van wildrasters, terreinafscheidingen en andere daarmee vergelijkbare kleine bouwwerken, geen gebouw zijnde, met dien verstande dat de maximale bouwhoogte 3,00 m1 bedraagt. 10.4 Specifieke gebruiksregels 10.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d. e.

het aanleggen van oppervlakteverhardingen; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten;

tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan.

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|71 10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. b. c. d. e. f. g.

het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, allen dieper dan 0,50 m1, hieronder ook begrepen de aanleg van (buis)leidingen; het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; het verwijderen van landschapselementen; het verwijderen, aanleggen en/of (half)verharden van onverharde wegen of paden; het verwijderen van gewassen en beplanting, anders dan landschapselementen, voor zover deze deel uitmaken van het 'Natuur Netwerk Brabant'; het aanbrengen van enig andere (oppervlakte-)verharding en/of halfverharding.

10.5.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.5.1 is niet vereist voor: a. b.

werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning.

10.5.3 Toelaatbaarheid De in artikel 10.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a. b.

c.

verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend; het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen; hydrologisch neutraal worden uitgevoerd op basis van het principe 'hydrologisch neutraal ontwikkelen', zoals opgenomen in artikel 37.1.

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|72

Artikel 11 Horeca 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

een horecabedrijf met bijbehorende voorzieningen; één bedrijf per bestemmingsvlak; één bedrijfswoning, tenzij anders aangeduid in de tabel in artikel 11.2.1 sub d; het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; landschapselementen, groenvoorzieningen, erfbeplanting en landschappelijke inpassing; verhardingen, hieronder begrepen tevens terrassen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen; extensief recreatief medegebruik.

11.2 Bouwregels 11.2.1 Algemeen a. b. c. d. Code sh-300

Op of in de voor 'Horeca' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 11.1 genoemde bestemming. De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2. De oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen bedraagt maximaal 90% van het bestemmingsvlak. Er mag worden gebouwd overeenkomstig de volgende tabel en de navolgende bouwregels: Adres Boerenkamplaan 43-45

Bedrijfswoning 1

Maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing 450 m²

11.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f.

de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsbebouwing mag niet meer zijn dan in de tabel in artikel 11.2.1 sub d is aangegeven; de maximaal toegestane goothoogte is 6,00 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m1; de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; de afstand tot de bestemmingsgrens mag niet minder dan 5,00 m1 zijn; de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m 1.

11.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor horecadoeleinden Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor horecadoeleinden gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.

het gezamenlijke oppervlak van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 20 m2; de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen, is 6,00 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte van terreinafscheidingen is 2,00 m1; overkappingen zijn niet toegestaan voor de voorgevelrooilijn.

11.2.4 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen:

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|73 a. b. c. d.

e. f. g. h. i.

per bestemmingsvlak is het aantal bedrijfswoningen toegestaan zoals opgenomen in de tabel in artikel 11.2.1 sub d; bij herbouw mag de bedrijfswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als er sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend; bedrijfswoningen mogen een inhoud hebben van maximaal 750 m3; indien de inhoud van de bestaande bedrijfswoning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of mag bedragen, geldt deze inhoud als maximaal toegestaan. Bij herbouw geldt dat de woning tot maximaal de vergunde inhoud mag worden teruggebouwd; de maximaal toegestane goothoogte is 6,00 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m1; de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1.

11.2.5 Bijgebouwen behorende bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bijgebouwen bij de bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen per bedrijfswoning is maximaal 100 m 2; in afwijking van het bepaalde onder sub a is voor bedrijfswoningen waar een specifieke oppervlakte bijgebouwen is aangeduid op de verbeelding, die oppervlakte toegestaan; de maximaal toegestane goothoogte is 3,00 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,50 m1; de maximale afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning bedraagt 20 m 1; bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 1,00 m1 achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; de afstand tot de as van de weg is tenminste 15 m 1; de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn.

11.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, behorende bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij de bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a.

b. c.

per bedrijfswoning mag één overkapping worden gebouwd met de volgende maatvoering: 1. oppervlakte niet meer dan 20 m2; 2. bouwhoogte niet meer dan 3,00 m1; 3. de overkapping moet op een afstand van ten minste 1,00 m1 achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; 4. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; 5. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1; 6. de maximale afstand tussen de overkapping en de woning bedraagt 20 m 1; de bouwhoogte van overige bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen, is maximaal 2,50 m1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5,00 m1; de bouwhoogte van terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1,00 m 1 zijn en voor het overige maximaal 2,00 m1.

11.3 Afwijken van de bouwregels 11.3.1 Afwijken voor een grotere goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 11.2.2 sub b en/of artikel 11.2.2 sub c ten behoeve van een afwijkende goot- en/of bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat de goothoogte ten hoogste 7,50 m 1 en de bouwhoogte ten hoogste 12,50 m1 mag bedragen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.

de noodzaak vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond;

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|74 b. c.

de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.

11.3.2 Afwijken van de bouwlocatie voor herbouw van een bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 11.2.4 sub b ten behoeve van de herbouw van een bedrijfswoning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g.

de nieuwe locatie ligt niet minder dan 5,00 m1 van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m1 uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd; de bedrijfswoning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande bedrijfswoning; de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering; de sloop van de oorspronkelijke bedrijfswoning is duurzaam verzekerd; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.

11.4 Specifieke gebruiksregels 11.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d. e. f. g. h.

i. j.

het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of andere bedrijfsdoeleinden dan volgens de bestemmingsomschrijving zijn toegestaan; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van opstallen voor het huisvesten van arbeidsmigranten; het gebruik van opstallen, behoudens bedrijfswoningen, alsmede het gebruik van vrijstaande en/of aangebouwde bijgebouwen, niet vergund middels een omgevingsvergunning als zijnde een (onderdeel van de) woning, voor bewoning; het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten;

tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 11.5 Afwijken van de gebruiksregels 11.5.1 Afwijken voor verhuur van fietsen/rijtuigen als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 11.4.1 sub f voor het als nevenfunctie verhuren van fietsen, rijtuigen e.d. vanuit de bestaande (of vergunbare) bebouwing door de bewoner(s) van de betreffende locatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.

parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 37.4;

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|75 b.

de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.

11.5.2 Afwijken voor bed and breakfast als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 11.4.1 sub f voor het als nevenfunctie exploiteren van een bed and breakfast door de bewoner(s) van de betreffende locatie in de bestaande (of vergunbare) bebouwing. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f.

de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; er mag geen toename van bebouwingsoppervlak plaatsvinden ten behoeve van de bed and breakfast activiteiten; de maximale overnachtingscapaciteit van een bed and breakfast is 10 personen; parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 37.4; er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.

11.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.6.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. b. c.

het verwijderen van landschapselementen, landschappelijke inrichting en/of waterhuishoudkundige voorzieningen; het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, poelen en greppels; het aanleggen van oppervlakteverhardingen met een omvang van meer dan 500 m2.

11.6.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.6.1 is niet vereist voor: a. b.

werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning.

11.6.3 Toelaatbaarheid De in artikel 11.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a.

b.

geen afbreuk doen aan de waarden en kwaliteiten van de gronden, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen; (op bedrijfsniveau) hydrologisch neutraal worden uitgevoerd, conform artikel 37.1, voor wat betreft: 1. het oppervlaktewater; 2. het grondwater; 3. de impact op de waterkwaliteit;

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|76 c.

het bevoegd gezag voorafgaand aan de vergunningverlening advies heeft ingewonnen en gekregen bij het betrokken waterschap ter toetsing van voorgestelde voorziening(en) aan de actuele wet- en regelgeving voor de onder sub b opgenomen criteria.

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|77

Artikel 12 Maatschappelijk 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

b. c. d. e. f. g.

maatschappelijke doeleinden met bijbehorende maatschappelijke en culturele voorzieningen en specifieke activiteiten zoals opgenomen in de tabel in artikel 12.2.1 sub d; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk 300' uitsluitend religieuze doeleinden; het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; landschapselementen, groenvoorzieningen, erfbeplanting en landschappelijke inpassing, hieronder tevens begrepen (gemeenschappelijke) tuinen en erven; verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; extensief recreatief medegebruik.

12.2 Bouwregels 12.2.1 Algemeen a. b. c. d.

Op of in de voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 12.1 genoemde bestemming. De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2. De oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen bedraagt maximaal 90% van het bestemmingsvlak; Er mag worden gebouwd overeenkomstig de volgende tabel en de navolgende bouwregels:

Code

Adres

Bedrijfswoning

Specifieke activiteit

sm-300

Brugstraat 3

0

Kapel voor religieuze doeleinden

Maximale oppervlakte bebouwing 50 m²

12.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f.

de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing mag niet meer zijn dan in de tabel in artikel 12.2.1 sub d is aangegeven; de maximaal toegestane goothoogte is 4,50 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte is 8,00 m1; de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1.

12.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor maatschappelijke doeleinden Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor maatschappelijke doeleinden gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

het gezamenlijke oppervlak van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 20 m2; de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen, is 6,00 m1; de bouwhoogte van terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1,00 m 1 zijn en voor het overige maximaal 2,00 m1;

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|78 d.

overkappingen zijn niet toegestaan voor de voorgevelrooilijn.

12.3 Afwijken van de bouwregels 12.3.1 Afwijken voor een grotere goot- en bouwhoogte van gebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 12.2.2 sub b en/of artikel 12.2.2 sub c voor een afwijkende goot- en/of bouwhoogte van gebouwen voor maatschappelijke doeleinden. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. b. c. d. e.

de goothoogte bedraagt maximaal 6,00 m1; de bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m1; de noodzaak vanuit de maatschappelijke doeleinden is aangetoond; de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de gebouwen in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.

12.4 Specifieke gebruiksregels 12.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of andere bedrijfsdoeleinden dan volgens de bestemmingsomschrijving zijn toegestaan; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden en/of opstallen voor bewoning; het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; het gebruik van gronden voor tijdelijke en permanente teeltondersteunende voorzieningen; het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten;

tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 12.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. b. c.

het verwijderen van landschapselementen, landschappelijke inrichting en/of waterhuishoudkundige voorzieningen; het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, poelen en greppels; het aanleggen van oppervlakteverhardingen met een omvang van meer dan 500 m2.

12.5.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12.5.1 is niet vereist voor werken en/of werkzaamheden: NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|79 a. b.

werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning.

12.5.3 Toelaatbaarheid De in artikel 12.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a.

b.

c.

geen afbreuk doen aan de waarden en kwaliteiten van de gronden, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen; (op bedrijfsniveau) hydrologisch neutraal worden uitgevoerd, conform artikel 37.1, voor wat betreft: 1. het oppervlaktewater; 2. het grondwater; 3. de impact op de waterkwaliteit; het bevoegd gezag voorafgaand aan de vergunningverlening advies heeft ingewonnen en gekregen bij het betrokken waterschap ter toetsing van voorgestelde voorziening(en) aan de actuele wet- en regelgeving voor de onder sub b opgenomen criteria.

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|80

Artikel 13 Natuur 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

d. e. f. g.

bosbouwkundige doeleinden voor het behoud van duurzaam bosgebied en de groeiplaats ter plaatse; behoud, herstel en/of ontwikkeling van natuurgebieden en leefgebied van daar voorkomende soorten; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - hydrologisch waardevol' tevens waterhuishoudkundige doeleinden ten behoeve van de natuurwaarden in het algemeen en verder de hydrologische waarden; ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' de instandhouding en ontwikkeling van een ecologische verbindingszone; water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; bestaande verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik en/of onderhoud; extensief recreatief medegebruik.

13.2 Bouwregels Op of in de voor 'Natuur' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. 13.3 Afwijken van de bouwregels 13.3.1 Afwijken voor kleine bouwwerken Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 13.2 voor het toestaan van wildrasters, terreinafscheidingen en andere daarmee vergelijkbare kleine bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c.

De maximaal toegestane bouwhoogte van terreinafscheidingen is 2,00 m1; De maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, niet zijnde terreinafscheidingen is 3,00 m1; Het maximaal toegestane oppervlak van bouwwerken, niet zijnde terreinafscheidingen is 10 m2.

13.4 Specifieke gebruiksregels 13.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d. e.

het aanleggen van oppervlakteverhardingen; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten;

tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan.

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|81 13.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. b. c. d. e. f. g.

het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, allen dieper dan 0,50 m1, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen; het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, poelen en greppels; het verwijderen van landschapselementen; het verwijderen van onverharde wegen of paden; het verwijderen van gewassen en beplanting, anders dan landschapselementen, voor zover deze deel uitmaken van het 'Natuur Netwerk Brabant'; het aanleggen van verharde of onverharde wegen of paden dan wel het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen.

13.5.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.5.1 is niet vereist voor: a. b.

werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning.

13.5.3 Toelaatbaarheid De in artikel 13.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a. b.

c.

verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend; het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen; hydrologisch neutraal worden uitgevoerd op basis van het principe 'hydrologisch neutraal ontwikkelen', zoals opgenomen in artikel 37.1.

13.6 Wijzigingsbevoegdheid 13.6.1 Wijziging naar ‘Water’ Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Natuur' met de daarbij behorende aanduidingen wijzigen in de bestemming 'Water' voor de aanleg van nieuwe waterlopen en/of waterstaatkundige voorzieningen en doeleinden. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b.

er wordt geen afbreuk gedaan aan andere belangen in de omgeving; wanneer sprake is van gronden met de bestemming 'Natuur' die deel uitmaken van het 'Natuur Netwerk Brabant', moet voor een wijziging in de bestemming 'Water' voldaan worden aan de regels die de Interim omgevingsverordening in dit kader stelt.

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|82

Artikel 14 Recreatie 14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

d. e. f. g.

recreatieve doeleinden met bijbehorende recreatieve voorzieningenen en specifieke activiteiten zoals opgenomen in de tabel in artikel 14.2.1 sub d; één bedrijfswoning, tenzij anders aangeduid in de tabel in artikel 14.2.1 sub d; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie 300' tevens dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van een visvijver en verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van vakantiewoningen, met daarbij ondersteunende horeca; water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; landschapselementen, groenvoorzieningen, erfbeplanting en landschappelijke inpassing, hieronder tevens begrepen tuinen en erven; verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen.

14.2 Bouwregels 14.2.1 Algemeen a. b. c. d.

Op of in de voor 'Recreatie' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 14.1 genoemde bestemming. De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2. De oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen bedraagt maximaal 90% van het bestemmingsvlak. Er mag worden gebouwd overeenkomstig de volgende tabel en de navolgende bouwregels:

Code

Adres

sr-300

Brugstraat 9-9b

Bedrijfs woning 1

Specifieke activiteit Visvijvers, vakantiewoningen

Maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing 360 m² + 40 vakantiewoningen met een vloeroppervlakte van 45 m² op de begane grond

14.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b.

c.

d. e. f.

de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsbebouwing mag niet meer zijn zoals aangegeven in de tabel in artikel 14.2.1 sub d; de maximaal toegestane goothoogte voor een: 1. kantine/clubgebouw bedraagt 3,50 m1; 2. vakantiewoning bedraagt 4,50 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte voor een: 1. kantine/clubgebouw bedraagt 6,00 m1; 2. vakantiewoning bedraagt 7,00 m1. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1.

14.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor recreatieve doeleinden Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken voor recreatieve doeleinden gelden de volgende bepalingen:

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

Ondersteunende horeca 360 m²

|83 a. b.

c. d. e.

reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding; de bouwhoogte van andere bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen, antenne- en lichtmasten en speeltoestellen is maximaal 4,50 m1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5,00 m1; de bouwhoogte van terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1,00 m1 zijn en voor het overige maximaal 2,00 m1; de bouwhoogte van antenne- en lichtmasten mag maximaal 8,00 m1 zijn; de bouwhoogte van speeltoestellen mag maximaal 10 m 1 zijn.

14.2.4 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

d. e.

f. g. h. i. j.

per bestemmingsvlak is het aantal bedrijfswoningen toegestaan zoals aangegeven in de tabel in artikel 14.2.1 sub d; bij herbouw mag de bedrijfswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als er sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend; bij nieuwbouw van een bedrijfswoning moet aangetoond zijn dat deze bedrijfswoning noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt, waarbij de noodzaak van deze bedrijfswoning niet het gevolg mag zijn van een eerder aanwezige maar inmiddels afgestoten andere bedrijfswoning; de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3; indien de inhoud van de bestaande bedrijfswoning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of mag bedragen, dan geldt de bestaande inhoud als maximaal toegestaan. Bij herbouw geldt dat de woning tot maximaal de vergunde inhoud mag worden teruggebouwd; de maximaal toegestane goothoogte is 6,00 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m1; de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m 1.

14.2.5 Bijgebouwen behorende bij de bedrijfswoning Ten aanzien van bijgebouwen gelden de volgende bouwregels: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen per bedrijfswoning is maximaal 100 m 2; in afwijking van het bepaalde onder sub a is voor bedrijfswoningen waar een specifieke oppervlakte bijgebouwen is aangeduid op de verbeelding, die oppervlakte toegestaan; de maximaal toegestane goothoogte is 3,00 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,50 m1; de maximale afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning bedraagt 20 m 1; bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 1,00 m1 achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; de afstand tot de as van de weg is tenminste 15 m 1; de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn.

14.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, behorende bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij de bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a.

per bedrijfswoning mag één overkapping worden gebouwd met de volgende maatvoering: 1. oppervlakte niet meer dan 20 m2; 2. bouwhoogte niet meer dan 3,00 m1; 3. de overkapping moet op een afstand van ten minste 1,00 m1 achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; 4. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1;

NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01

bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3

|84

b. c.

5. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m 1; 6. de maximale afstand tussen de overkapping en de woning bedraagt 20 m1; de bouwhoogte van overige bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen, is maximaal 2,50 m1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5,00 m1; de bouwhoogte van terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1,00 m1 zijn en voor het overige maximaal 2,00 m1.

14.3 Afwijken van de bouwregels 14.3.1 Afwijken voor een grotere goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.2.2 sub b en/of artikel 14.2.2 sub c voor een afwijkende goot- en/of bouwhoogte van bedrijfsgebouwen. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. b. c. d. e.

de goothoogte bedraagt maximaal 6,50 m1; de bouwhoogte bedraagt maximaal 12 m1; de noodzaak vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.

14.3.2 Afwijken van de bouwlocatie voor herbouw van een bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.2.4 sub b voor de herbouw van een bedrijfswoning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. b. c. d. e. f. g.

de nieuwe locatie ligt niet minder dan 5,00 m1 van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m1 uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd; de bedrijfswoning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande bedrijfswoning; de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering; de sloop van de oorspronkelijke bedrijfswoning is duurzaam verzekerd; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.

14.4 Specifieke gebruiksregels 14.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d. e. f. g.

het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of andere bedrijfsdoeleinden dan volgens de bestemmingsomschrijving zijn toegestaan; het gebruik van opstallen voor het huisvesten van arbeidsmigranten; het gebruik van opstallen, behoudens bedrijfswoningen, alsmede het gebruik van vrijstaande en/of aangebouwde bijgebouwen, niet vergund middels een omgevingsvergunning als zijnde een (onderdeel van de) woning, voor bewoning;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10233606/1