8b Regels Bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
Tekst van het document
het agrarisch bedrijf is beëindigd, er worden geen agrarische activiteiten meer uitgeoefenden hervatting van de activiteiten ligt niet in de rede; de locatie moet binnen een bebouwingsconcentratie liggen; de wijziging naar een niet-agrarisch bedrijf draagt bij aan de bescherming, ontwikkeling en versterking van de onderkende omgevingskwaliteiten in de omgeving; de maximale oppervlakte van het nieuwe bestemmingsvlak 'Bedrijf' bedraagt 5.000 m2; aangetoond wordt dat de ontwikkeling ook op lange termijn past binnen de toegestane omvang; de gronden die niet worden omgezet naar de bestemming ' Bedrijf' krijgen dezelfde bestemming als de omliggende gronden; in het wijzigingsplan wordt: 1. de sloop van de overtollige bedrijfsbebouwing duurzaam verzekerd; 2. opgenomen welke specifieke gebruiksactiviteiten zijn toegestaan; 3. verantwoord dat het bedrijf ten hoogste een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking tot gevolg heeft.
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|42 h. i.
j. k. l.
de inrichting van het bestemmingsvlak bevordert een gunstige verhouding tussen bruto en netto ruimtebeslag; de ontwikkeling leidt niet tot: 1. een bedrijf, behorende tot de milieucategorie 3 of hoger; 2. twee of meer zelfstandige bedrijven; 3. een al dan niet zelfstandige kantoorvoorziening met een baliefunctie; 4. een al dan niet zelfstandige detailhandelsvoorziening. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen; stalling buiten gebouwen, buitenopslag en mestbewerking zijn niet toegestaan; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
4.7.6 Wijziging naar ‘Bedrijf’ voor statische opslag Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' voor het vestigen van een bedrijf met uitsluitend statische opslagactiviteiten. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b.
c. d. e. f. g. h.
het agrarisch bedrijf is beëindigd, er worden geen agrarische activiteiten meer uitgeoefend en hervatting van de activiteiten ligt niet in de rede; de maximale oppervlakte van het nieuwe bestemmingsvlak 'Bedrijf' bedraagt 5.000 m2, waarbij wordt aangetoond dat de ontwikkeling ook op lange termijn past binnen de toegestane omvang; de gronden die niet worden omgezet naar de bestemming 'Bedrijf' krijgen dezelfde bestemming als de omliggende gronden; de vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt met dien verstande dat er maximaal 1.000 m2 bedrijfsbebouwing mag worden behouden voor statische opslag; de sloop van de overtollige bedrijfsbebouwing is duurzaam verzekerd; buitenopslag en mestbewerking is niet toegestaan; opslag in kassen is niet toegestaan; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
4.7.7 Wijziging naar ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ met aanduiding ‘plattelandswoning’ Burgemeester en wethouders zijn bevoegd binnen de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' een bestaande agrarische bedrijfswoning te voorzien van een functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning'. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.
b. c. d.
er moet sprake zijn van een in werking zijnde landbouwinrichting, waar agrarische activiteiten worden verricht en waarbij de een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu of melding Activiteitenbesluit in werking moet zijn op het moment van toekennen van de aanduiding; er moet sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de aan te duiden plattelandswoning; de bouwregels van artikel 4.2.5, artikel 4.2.6 en artikel 4.2.7 zijn van overeenkomstige toepassing; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|43
Artikel 5 Agrarisch - Glastuinbouw 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
d.
e. f. g. h. i. j. k.
de uitoefening van één agrarisch bedrijf in de vorm van een grondgebonden landbouwbedrijf en/of een (glas)tuinbouwbedrijf; één bedrijfswoning per bestemmingsvlak, tenzij anders aangeduid; bij de agrarische doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken, installaties en voorzieningen op bedrijfsniveau, hieronder in ieder geval begrepen kassen, bedrijfsgebouwen (anders dan kassen), permanente en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, buffertanks, verwerkingsruimten, alsmede installaties voor (glas)tuinbouwproducten, waterbehandeling, warmtekrachtkoppeling en bestaande covergistingsinstallaties (met een verwerkingscapaciteit van maximaal 100 ton biomassa per dag); bewerking en/of verwerking van door het agrarisch bedrijf zelf voortgebrachte agrarische producten uitsluitend als ondergeschikte functie, tot maximaal 20% van de aanwezige kassen en bedrijfsgebouwen en in totaal niet meer dan 2.000 m2 per bedrijf, tenzij het bestaande gebruik als zodanig al een grotere omvang heeft dan geldt dit als maximum; productiegebonden detailhandel (verkoop van eigen producten), uitsluitend als ondergeschikte functie tot een maximum van 50 m2 bruto vloeroppervlakte; permanente en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen; aan huis verbonden beroepen conform de bepalingen in artikel 5.4.2; water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie;
landschapselementen, groenvoorzieningen, erfbeplanting en landschappelijke inpassing, hieronder tevens begrepen tuinen en erven; verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen, met dien verstande dat per hectare aan kassen ten minste 3 parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn; extensief recreatief medegebruik.
5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen a. b. c.
Op of in de voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 5.1 genoemde bestemming. De oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen bedraagt maximaal 90% van het bestemmingsvlak. De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
5.2.2 Bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen (anders dan kassen) gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a.
b. c. d. e.
bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen de vlakken met de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - andere bebouwing' met dien verstande dat per hectare glas maximaal 1.000 m2 bedrijfsgebouwen (anders dan kassen) gebouwd mag worden; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 8,00 m1; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m1; de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; de ontwikkeling voorziet in een goede verkeerskundige inpassing ten opzichte van de weg waaraan wordt gebouwd met name in verband met voldoende uitzicht in verband met de ontsluiting van het bouwperceel en voldoende parkeerruimte op het eigen bouwperceel;
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|44 f. g.
de ontwikkeling voorziet in een hydrologische afweging op basis van het principe 'hydrologisch neutraal ontwikkelen', zoals opgenomen in artikel 37.1; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
5.2.3 Kassen Voor het bouwen van kassen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f. g.
h. i.
mogen uitsluitend binnen de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kas' en 'specifieke bouwaanduiding - andere bebouwing' worden gebouwd; die bouwvlakken mogen volledig bebouwd worden; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 8,00 m1; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m1; de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; de afstand tot (bedrijfs)woningen van derden, niet gelegen binnen de bestemming, bedraagt minimaal 25 m1; de ontwikkeling voorziet in een goede verkeerskundige inpassing ten opzichte van de weg waaraan wordt gebouwd met name in verband met voldoende uitzicht in verband met de ontsluiting van het bouwperceel en voldoende parkeerruimte op het eigen bouwperceel; de ontwikkeling voorziet in een hydrologische afweging op basis van het principe 'hydrologisch neutraal ontwikkelen', zoals opgenomen in artikel 37.1; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor glastuinbouw Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor glastuinbouw gelden de volgende bepalingen: a.
b.
c. d.
de bouwhoogte van antenne- en lichtmasten mag niet meer bedragen dan 8,00 m1 met een afstand van ten minste 5,00 m1 tot de bestemmingsgrens en een afstand van ten minste 20 m1 tot de as van de weg; de bouwhoogte van andere bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen en buffertanks, is maximaal 2,50 m1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5,00 m1; de bouwhoogte van een buffertank is maximaal 12 m1, met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5,00 m1; de bouwhoogte van terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1,00 m 1 zijn en voor het overige maximaal 2,00 m1.
5.2.5 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
e. f. g.
per bestemmingsvlak is één bedrijfswoning toegestaan; de bedrijfswoning is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’; bij herbouw mag de bedrijfswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als er sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend; bij nieuwbouw van een bedrijfswoning moet aangetoond zijn dat deze bedrijfswoning noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt, door middel van een advies van de AAB, waarbij de noodzaak van deze bedrijfswoning niet het gevolg mag zijn van een eerder aanwezige maar inmiddels afgestoten andere bedrijfswoning; herbouw van een cultuurhistorisch waardevolle woning is alleen mogelijk indien dit is gericht op behoud en/of herstel van de cultuurhistorische waarden; de bedrijfswoning mag een inhoud hebben van maximaal 750 m3; indien de inhoud van de bestaande bedrijfswoning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|45 mag bedragen, dan geldt deze inhoud, als maximaal toegestaan. Bij herbouw geldt dat de woning tot maximaal de vergunde inhoud mag worden teruggebouwd; h. voor een cultuurhistorisch waardevolle woning geldt de totale inhoud van het oorspronkelijk opgerichte pand waaraan cultuurhistorische en/of monumentale waarden aan toegekend zijn op grond van een deskundigenrapport als de maximaal toegestane inhoud; i. de maximaal toegestane goothoogte is 6,00 m1; j. de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m1; k. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; l. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; m. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1. 5.2.6 Bijgebouwen behorende bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bijgebouwen bij de bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen per bedrijfswoning is maximaal 100 m 2; in afwijking van het bepaalde in sub a is voor woningen waar een specifieke oppervlakte bijgebouwen is aangeduid op de verbeelding, die oppervlakte toegestaan; de maximaal toegestane goothoogte is 3,00 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,50 m1; de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 1,00 m1 achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1; de maximale afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning bedraagt 20 m1.
5.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, behorende bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij de bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a.
b. c.
per bedrijfswoning mag één overkapping worden gebouwd met de volgende maatvoering: 1. oppervlakte niet meer dan 20 m2; 2. bouwhoogte niet meer dan 3,00 m1; 3. de overkapping moet op een afstand van ten minste 1,00 m1 achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; 4. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; 5. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m 1; 6. de maximale afstand tussen de overkapping en de woning bedraagt 20 m1; de bouwhoogte van overige bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen, is maximaal 2,50 m1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5,00 m1; de bouwhoogte van terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1,00 m1 zijn en voor het overige maximaal 2,00 m1.
5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijken voor een grotere oppervlakte bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.2 sub a voor het bouwen van een grotere oppervlakte aan bedrijfsgebouwen binnen de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kas'. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. b.
de maximale oppervlakte bedraagt 2.500 m2 aan bedrijfsgebouwen per hectare kassen; de noodzaak voor de grotere oppervlakte aan bedrijfsgebouwen dient aanwezig te zijn vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling of indien dit noodzakelijk is voor een facilitaire voorziening;
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|46 c.
de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
5.3.2 Afwijken voor een grotere goot- en bouwhoogte van kassen en overige bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.2 sub b, artikel 5.2.2 sub c, artikel 5.2.3 sub c en/of artikel 5.2.3 sub d voor een grotere goot- en/of bouwhoogte van kassen en overige bedrijfsgebouwen. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. b. c. d. e. f.
de goothoogte van kassen mag niet meer bedragen dan 10 m1; de bouwhoogte van kassen mag niet meer bedragen dan 14 m1; de goothoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 11 m 1; de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 15 m 1; de noodzaak voor de grotere goothoogte en/of bouwhoogte moet vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling aanwezig zijn; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
5.3.3 Afwijken van de bouwlocatie voor herbouw van een bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.5 sub c voor de herbouw van een bedrijfswoning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. b. c. d. e. f. g.
de nieuwe locatie ligt niet minder dan 5,00 m1 van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m1 uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd; de bedrijfswoning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande bedrijfswoning; de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering; de sloop van de oorspronkelijke bedrijfswoning is duurzaam verzekerd; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d. e. f. g. h.
het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens voor erotische dienstverlening; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of andere bedrijfsdoeleinden dan volgens de bestemmingsomschrijving zijn toegestaan; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden en bouwwerken voor andere bedrijfsdoeleinden dan volgens de bestemmingsomschrijving zijn toegestaan; het gebruik voor gronden en/of opstallen voor de vestiging, uitbreiding of omschakeling naar een veehouderij; het gebruik van gronden en/of opstallen voor een zelfstandige transportstalling, met uitzondering van waar dit op grond van de regels is toegestaan; het gebruik van opstallen voor het huisvesten van arbeidsmigranten;
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|47 i.
j. k.
het gebruik van opstallen, behoudens bedrijfswoningen, alsmede het gebruik van vrijstaande en/of aangebouwde bijgebouwen, niet vergund middels een omgevingsvergunning als zijnde een (onderdeel van de) woning, voor bewoning; het gebruik van gronden voor lawaaisporten; het plaatsen van zeecontainers;
tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 5.4.2 Aan huis verbonden beroep De uitoefening van aan huis verbonden beroepen is slechts toegestaan als ondergeschikte functie bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. b. c.
d. e. f. g. h.
de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend door één van de bewoners; de beroepsactiviteit mag in de bedrijfswoning en/of in een bijgebouw bij de bedrijfswoning worden uitgeoefend; de omvang van de beroepsactiviteiten mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfswoning en bijgebouwen bij de bedrijfswoning, tot een maximum van 150 m2; het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op een normale afwikkeling van het verkeer; het gebruik mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 37.4; detailhandel is niet toegestaan; reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding.
5.5 Afwijken van de gebruiksregels 5.5.1 Afwijken voor het huisvesten van arbeidsmigranten in een bedrijfswoning of bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.4.1 sub h voor de structurele of tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in een bedrijfswoning, in bestaande of direct vergunbare bedrijfsgebouwen of ten behoeve van alleen tijdelijke huisvesting in woonunits, (sta-)caravans of vergelijkbare onderkomens. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a.
b. c. d. e. f. g. h.
i. j.
deze huisvesting dient noodzakelijk te zijn uit een oogpunt van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de structurele of tijdelijke grote arbeidsbehoefte in het betreffende agrarisch bedrijf, waarover advies gevraagd kan worden aan de AAB; de huisvesting mag uitsluitend werknemers betreffen, die alleen binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn, werkzaamheden verrichten; de huisvestingslocatie voldoet aan de regels uit het bouwbesluit; de huisvesting (met meer dan 4 arbeidsmigranten) voldoet aan de SNF-normering en dit dient aangetoond te worden; per locatie mogen er in totaal maximaal 40 personen gehuisvest worden; bij huisvesting in een bedrijfswoning mogen maximaal 20 personen per locatie worden gehuisvest; bij huisvesting in een bedrijfsgebouw mogen maximaal 40 personen per locatie worden gehuisvest; huisvesting in woonunits, (sta-)caravans of vergelijkbare onderkomens is alleen toegestaan als het gaat om een aantoonbaar tijdelijke oplossing gedurende maximaal 6 maanden per kalenderjaar, waarbij de gemeente goedkeuring dient te geven over de kwaliteit en uiterlijk van de woonunit; bij tijdelijke huisvesting in woonunits, (sta-) caravans of vergelijkbare onderkomens dienen deze na afloop van de termijn (zoals bepaald onder sub h) te worden verwijderd; per woonunit mogen maximaal vier personen worden gehuisvest;
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|48 k. l. m. n. o.
p.
q. r. s. t.
de bouwhoogte van een woonunit mag niet meer bedragen dan 3,5 m1; de genoemde verblijven moeten worden geplaatst binnen het agrarische bestemmingsvlak; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform het beeldkwaliteitsplan buitengebied; het perceel dient bij structurele huisvesting landschappelijk ingepast te worden conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan buitengebied; parkeren dient volledig op eigen terrein plaats te vinden, waarbij de parkeervoorzieningen middels inrichtingsplan aangetoond worden en per huisvestingsplaats moet minimaal 0,7 parkeerplaats gerealiseerd te worden; in afwijking op sub e, sub f, sub g en sub j kan ten behoeve van piekmomenten in de vollegrondstuinbouw en glastuinbouw voor een periode van maximaal 6 maanden gemotiveerd worden afgeweken van maximaal aantal te huisvesten personen in woonunits of bestaande bebouwing.
De noodzaak dient jaarlijks aangetoond te worden en daarnaast zal voor wat betreft de huisvesting in woonunits voldaan moeten worden aan het bepaalde onder sub h; zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is niet toegestaan; er dient een nachtregister bijgehouden te worden; de beheerafspraken dienen vastgelegd te worden; er dient in het kader van de brandveiligheid voldaan te worden aan de (aanvullende) eisen bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur conform het Bouwbesluit, zoals geldend ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning.
5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.6.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. b. c.
het verwijderen van landschapselementen, landschappelijke inrichting en/of waterhuishoudkundige voorzieningen; het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, poelen en greppels; het aanleggen van oppervlakteverhardingen met een omvang van meer dan 500 m2.
5.6.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.6.1 is niet vereist voor: a. b.
werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning.
5.6.3 Toelaatbaarheid De in artikel 5.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a.
b.
geen afbreuk doen aan de waarden en kwaliteiten van de gronden, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen; (op bedrijfsniveau) hydrologisch neutraal worden uitgevoerd, conform artikel 37.1, voor wat betreft: 1. het oppervlaktewater;
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|49
c.
2. het grondwater; 3. de impact op de waterkwaliteit; het bevoegd gezag voorafgaand aan de vergunningverlening advies heeft ingewonnen en gekregen bij het betrokken waterschap ter toetsing van voorgestelde voorziening(en) aan de actuele wet- en regelgeving voor de onder sub b opgenomen criteria.
5.7 Wijzigingsbevoegdheid 5.7.1 Wijziging van ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ naar andersoortig agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' zonder de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij'. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c.
d.
het is aantoonbaar dat ter plaatse feitelijk niet langer sprake is van een glastuinbouwbedrijf; er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen; indien er sprake is van omschakeling naar een overig-agrarisch bedrijf gelden de volgende aanvullende voorwaarden: 1. de omvang van het nieuwe bestemmingsvlak bedraagt maximaal 1,5 hectare; 2. de ontwikkeling is noodzakelijke voor de agrarische bedrijfsvoering; 3. ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' dient de omschakeling bij te dragen aan een afname van de emissie van ammoniak, geur en fijnstof in het gebied; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
5.7.2 Wijziging naar 'Wonen' Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' wijzigen in de bestemming 'Wonen' voor zo ver het gaat om de agrarische bedrijfswoning met bijbehorende grond. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b.
c. d.
e. f. g. h.
i.
het glastuinbouwbedrijf is beëindigd en hervatting van de agrarische activiteiten ligt niet meer in de rede; het nieuwe bestemmingsvlak wordt gereduceerd tot de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijbehorend(e) bouwwerk(en), erf, tuinen en verhardingen tot maximaal 2.500 m2; de gronden die niet worden omgezet naar de bestemming 'Wonen' krijgen dezelfde bestemming als de omliggende gronden; de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt 250 m2, behoudens ingeval van toepassing van de sloopbonusregeling, zoals opgenomen in artikel 19.3.3, in welk geval de maximale oppervlakte bijgebouwen 350 m2 mag bedragen; splitsing in meerdere woonfuncties mag uitsluitend plaatsvinden als er sprake is van een splitsing overeenkomstig artikel 19.7.3; de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd tenzij de bebouwing cultuurhistorische, landschappelijke en/of architectonische waarde bezit; bewoning van (voormalige) bedrijfsgebouwen is niet toegestaan; er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van (milieu)onderzoek aangetoond dat het wijzigingsplan uitvoerbaar is; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
5.7.3 Wijziging naar ‘Wonen’ met aanduiding ‘wonen plus’ Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' te wijzigen in de bestemming 'Wonen' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' voor de vestiging van een kleinschalig bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2 zoals genoemd in
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|50 de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.
het glastuinbouwbedrijf is beëindigd en hervatting van de agrarische activiteiten ligt niet meer in de rede; b. het nieuwe bestemmingsvlak wordt gereduceerd tot de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijbehorend(e) bouwwerk(en), erf, tuinen en verhardingen tot maximaal 2.500 m2; c. de gronden die niet worden omgezet naar de bestemming 'Wonen' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' krijgen dezelfde bestemming als de omliggende gronden; d. de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt 250 m2, behoudens ingeval van toepassing van de sloopbonusregeling, zoals opgenomen in artikel 19.3.3, in welk geval de maximale oppervlakte bijgebouwen 350 m2 mag bedragen; e. de bedrijfsactiviteiten moeten plaatsvinden binnen de maximaal toegestane oppervlakte bebouwing; f. splitsing in meerdere woonfuncties is niet toegestaan; g. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd tenzij de bebouwing cultuurhistorische, landschappelijke en/of architectonische waarde bezit; h. bewoning van (voormalige) bedrijfsgebouwen is niet toegestaan; i. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 37.4; j. buitenopslag is niet toegestaan; k. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding; l.
er vindt geen onevenredige aantasting plaats van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; m. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van (milieu)onderzoek aangetoond dat het wijzigingsplan uitvoerbaar is; n. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2. 5.7.4 Wijziging naar ‘Bedrijf’ voor statische opslag Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' voor het vestigen van een bedrijf met uitsluitend statische opslagactiviteiten. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b.
c. d. e. f. g. h.
het agrarisch bedrijf is beëindigd, er worden geen agrarische activiteiten meer uitgeoefend en hervatting van de activiteiten ligt niet in de rede; de maximale oppervlakte van het nieuwe bestemmingsvlak 'Bedrijf' bedraagt 5.000 m2, waarbij wordt aangetoond dat de ontwikkeling ook op lange termijn past binnen de toegestane omvang; de gronden die niet worden omgezet naar de bestemming ' Bedrijf' krijgen dezelfde bestemming als de omliggende gronden; de vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt met dien verstande dat er maximaal 1.000 m2 bedrijfsbebouwing mag worden behouden voor statische opslag; de sloop van de overtollige bedrijfsbebouwing is duurzaam verzekerd; buitenopslag en mestbewerking is niet toegestaan; opslag in kassen is niet toegestaan; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|51
Artikel 6 Agrarisch met waarden - Abiotische waarden 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Abiotische waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
c. d. e. f. g.
al dan niet bedrijfsmatige agrarische doeleinden; het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige landschapswaarden in het algemeen en verder in het bijzonder: 1. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - aardkundig waardevol' voor het behoud van de aanwezige aardkundige waarden; 2. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - hydrologisch waardevol' voor het behoud en/of herstel van de hydrologische waarden van het gebied; 3. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde cultuurhistorisch waardevol' voor het behoud en/of herstel van aanwezige cultuurhistorische waarden; ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' tevens voor de instandhouding en ontwikkeling van een ecologische verbindingszone; ter plaatse van de functieaanduiding 'rijbak' tevens een buitenrijbaan voor paarden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; landschapselementen, groenvoorzieningen en landschappelijke inpassing; extensief recreatief medegebruik.
6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen a. b.
Op of in de voor 'Agrarisch met waarden - Abiotische waarden' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. In afwijking van het bepaalde in sub a mogen er wel terreinafscheidingen worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 1,00 m1.
6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Afwijken voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.1 sub a voor het toestaan van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. b. c.
d.
e. f. g.
deze voorzieningen zijn noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; deze voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan voor een volwaardig agrarisch bedrijf; de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen dienen te worden opgericht aansluitend aan de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' of 'Agrarisch - Glastuinbouw' ten behoeve waarvan de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen worden opgericht; de maximale hoogte van de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen bedraagt 3,00 m1, met uitzondering van hagelnetten waarvan de hoogte niet meer dan 5,00 m 1 mag bedragen; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische, cultuurhistorische en/of abiotische waarden worden niet onevenredig aangetast; tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan ter plaatse van het 'Natuur Netwerk Brabant'; tijdelijke voorzieningen zijn gedurende maximaal 6 maanden per kalenderjaar ter plaatse toegestaan.
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|52 6.4 Specifieke gebruiksregels 6.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; het aanleggen van oppervlakteverhardingen; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden en/of opstallen voor bewoning; het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; het gebruik van gronden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen; het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten;
tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. b. c. d. e.
het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; het verwijderen van landschapselementen; het verwijderen van onverharde wegen of paden; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het aanleggen van en/of verharden van wegen en/of paden.
6.5.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.5.1 is niet vereist voor: a. b.
werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning.
6.5.3 Toelaatbaarheid De in artikel 6.5.1 onder sub a tot en met sub d genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a.
verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend;
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|53 b.
het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen.
6.5.4 Toelaatbaarheid van verhardingen De in artikel 6.5.1 sub e genoemde omgevingsvergunning voor het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het aanleggen van en/of verharden van wegen en/of paden, kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a. b.
c. d. e.
f.
verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend; het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind; hydrologisch neutraal worden uitgevoerd op basis van het principe 'hydrologisch neutraal ontwikkelen', zoals opgenomen in artikel 37.1; niet leiden tot een oneigenlijke vergroting van enig aangrenzend bouwvlak; niet resulteren in een oppervlakteverharding(en): 1. voor veepaden groter dan 400 m2, welke uitsluitend zijn toegestaan op agrarische huiskavels; 2. voor overige verhardingen groter dan 200 m2; niet leiden tot meerdere afzonderlijk vergunde verhardingen per aaneengesloten agrarisch perceel.
6.6 Wijzigingsbevoegdheid 6.6.1 Wijziging naar ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ voor voorzieningen voor opslag van ruwvoer bij een veehouderij Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Abiotische waarden' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer' voor het oprichten van voerplaten, sleufsilo’s of andere voorzieningen voor de opslag van ruwvoer bij een veehouderij. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
f. g. h. i. j. k. l.
de voorzieningen zijn ten behoeve van de aangrenzende grondgebonden veehouderij; het bedrijf is vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate aangewezen op de opslag van ruwvoer; de bedoelde voorziening is noodzakelijk voor de agrarische bedrijfsvoering; de ruimte is binnen het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aantoonbaar niet aanwezig; de voorzieningen moeten direct aansluiten aan het bestemmingsvlak 'Agrarisch Agrarisch bedrijf' behorende bij de grondgebonden veehouderij waarvoor de voorzieningen worden gerealiseerd; de oppervlakte van de voorzieningen, niet zijnde gebouwen, bedraagt maximaal 5.000 m2; de oppervlakte van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' na realisatie bedraagt niet meer dan 2,0 hectare; de voorzieningen mogen alleen gebruikt worden voor de opslag van ruwvoer; de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is maximaal 2,00 m 1; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1; minimaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer' wordt
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|54 aangewend voor een goede landschappelijke inpassing conform de bepalingen uit artikel 37.2; m. dit artikel is niet van toepassing voor gronden binnen het 'Natuur Netwerk Brabant'. 6.6.2 Wijziging naar ‘Agrarisch met waarden - Abiotische waarden’ met aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming 'Agrarisch met waarden - Abiotische waarden' de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' toekennen voor het realiseren van permanente teeltondersteunende voorzieningen anders dan kassen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.
b. c.
d.
e.
f. g.
h.
het differentiatievlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen' sluit direct aan op een bestemmingsvlak 'Agrarisch Agrarisch bedrijf' of 'Agrarisch - Glastuinbouw' ten behoeve waarvan de teeltondersteunende voorzieningen worden gerealiseerd; de oppervlakte van het differentiatievlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' is maximaal 4,0 hectare; in afwijking van het bepaalde in sub b, bedraagt binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' de oppervlakte van het differentiatievlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' maximaal 3,0 hectare; de permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn ook op langere termijn noodzakelijk uit een oogpunt van de agrarische bedrijfsvoering. Ter zake wordt het advies van de AAB ingewonnen; wanneer permanente voorzieningen resulteren in een aaneengesloten afwaterend oppervlak, dienen deze te worden voorzien van een bergings- c.q.
infiltratievoorziening die aantoonbaar voldoende capaciteit heeft; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische, cultuurhistorische en/of abiotische waarden worden niet onevenredig aangetast; minimaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing conform de bepalingen uit artikel 37.2; dit artikel is niet van toepassing voor gronden binnen het 'Natuur Netwerk Brabant'.
6.6.3 Wijziging naar ‘Agrarisch met waarden - Abiotische waarden’ met aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - minicamping’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming 'Agrarisch met waarden - Abiotische waarden' de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - minicamping' toekennen voor het realiseren of uitbreiden van een minicamping. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.
b.
c.
d. e. f.
het betreft uitsluitend recreatief medegebruik voor kleinschalig kamperen op gronden die direct aansluiten aan een bestemmingsvlak, indien er geen ruimte is binnen het bestemmingsvlak, waar een minicamping al is toegestaan dan wel in combinatie met onderhavige wijziging via een omgevingsvergunning wordt toegestaan; per minicamping zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan. Stacaravans en trekkershutten, zijn uitsluitend toegestaan binnen de aangrenzende enkelbestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Bedrijf', 'Recreatie' of 'Wonen'; parkeer- en ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, zijn uitsluitend toegestaan binnen de aangrenzende enkelbestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Bedrijf', 'Recreatie' of 'Wonen'; de afstand tot de as van de weg dient ten minste 20 m1 te zijn; de afstand tot woningen van derden dient ten minste 50 m 1 te zijn; de afstand tot de bestemmingsgrens dient ten minste 5,00 m1 te zijn;
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|55 g. h. i.
er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2; dit artikel is niet van toepassing voor gronden binnen het 'Natuur Netwerk Brabant'.
6.6.4 Wijziging naar ‘Natuur’ en/of ‘Water’ Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Abiotische waarden' wijzigen in de bestemming 'Natuur' of 'Water' voor de ontwikkeling van nieuwe natuuren/of landschapselementen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.
b. c.
aan de ontwikkeling van nieuwe natuur en/of landschapselementen ligt een, door een deskundige opgesteld, en door het bevoegd gezag akkoord bevonden natuurontwikkelingsplan ten grondslag; er mag geen afbreuk worden gedaan aan andere belangen in de omgeving, zoals agrarische (bedrijfs)belangen; de ontwikkeling mag niet leiden tot onevenredig nadelige gevolgen voor de waterhuishouding en/of waterkwaliteit. Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan de besluitvorming hiervoor advies in bij het betrokken waterschap.
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|56
Artikel 7 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
c. d.
e. f. g. h. i. j.
al dan niet bedrijfsmatige agrarische doeleinden; het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige landschapswaarden in het algemeen en verder in het bijzonder: 1. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - aardkundig waardevol' voor het behoud van de aanwezige aardkundige waarden; 2. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde cultuurhistorisch waardevol' voor het behoud en/of herstel van aanwezige cultuurhistorische waarden; 3. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - visueel waardevol; openheid' voor het behoud van het open karakter van het landschap; ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' tevens voor de instandhouding en ontwikkeling van een ecologische verbindingszone; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 300' tevens voor de opslag van agrarische grondstoffen, producten en/of werktuigen voor het gebruik, beheer en onderhoud van de direct aangrenzende agrarische gronden; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 300' tevens voor het hobbymatig houden van dieren; ter plaatse van de functieaanduiding 'rijbak' tevens een buitenrijbaan voor paarden; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van water - overkluisde watergang' tevens overkluisde watergangen; water
en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; landschapselementen, groenvoorzieningen en landschappelijke inpassing; extensief recreatief medegebruik.
7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen a. b. c.
d.
Op of in de voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. In afwijking van het bepaalde in sub a mogen er wel terreinafscheidingen worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 1,00 m1. In afwijking van het bepaalde in sub a mag ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 300' een veldschuur aanwezig zijn onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte bedraagt maximaal 42 m2; 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 2,99 m1; 3. de goothoogte bedraagt maximaal 2,33 m1. Ter plaatse van de veldschuur genoemd onder sub c is het bouwen, herbouwen, verbouwen, nieuwbouwen, vervangen en/of uitbreiden van bouwwerken niet toegestaan.
7.3 Afwijken van de bouwregels 7.3.1 Afwijken voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.1 sub a voor het toestaan van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b.
deze voorzieningen zijn noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; deze voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan voor een volwaardig agrarisch bedrijf;
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|57 c.
d.
e. f. g.
de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen dienen te worden opgericht aansluitend aan de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' ten behoeve waarvan de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen worden opgericht; de maximale hoogte van de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen bedraagt 3,00 m1, met uitzondering van hagelnetten waarvan de hoogte niet meer dan 5,00 m1 mag bedragen; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische, cultuurhistorische en/of abiotische waarden worden niet onevenredig aangetast; tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan ter plaatse van het 'Natuur Netwerk Brabant'; tijdelijke voorzieningen zijn gedurende maximaal 6 maanden per kalenderjaar ter plaatse toegestaan.
7.4 Specifieke gebruiksregels 7.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; het aanleggen van oppervlakteverhardingen; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden en/of opstallen voor bewoning; het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; het gebruik van gronden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen; het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten;
tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. b. c. d. e.
het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; het verwijderen van landschapselementen; het verwijderen van onverharde wegen of paden; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het aanleggen van en/of verharden van wegen en/of paden.
7.5.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.5.1 is niet vereist voor:
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|58 a. b.
werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning.
7.5.3 Toelaatbaarheid De in artikel 7.5.1 onder sub a tot en met sub d genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a. b.
verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend; het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen.
7.5.4 Toelaatbaarheid van verhardingen De in artikel 7.5.1 sub e genoemde omgevingsvergunning voor het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het aanleggen van en/of verharden van wegen en/of paden, kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a. b.
c. d. e.
f.
verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend; het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind; hydrologisch neutraal worden uitgevoerd op basis van het principe 'hydrologisch neutraal ontwikkelen', zoals opgenomen in artikel 37.1; niet leiden tot een oneigenlijke vergroting van enig aangrenzend bouwvlak; niet resulteren in oppervlakteverharding(en): 1. voor veepaden groter dan 400 m2, welke uitsluitend zijn toegestaan op agrarische huiskavels; 2. voor overige verhardingen groter dan 200 m2; niet leiden tot meerdere afzonderlijk vergunde verhardingen per aaneengesloten agrarisch perceel.
7.6 Wijzigingsbevoegdheid 7.6.1 Wijziging naar ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ voor voorzieningen voor opslag van ruwvoer bij een veehouderij Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer' voor het oprichten van voerplaten, sleufsilo’s of andere voorzieningen voor de opslag van ruwvoer bij een veehouderij. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d.
de voorzieningen zijn ten behoeve van de aangrenzende grondgebonden veehouderij; het bedrijf is vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate aangewezen op de opslag van ruwvoer; de bedoelde voorziening is noodzakelijk voor de agrarische bedrijfsvoering; de ruimte is binnen het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aantoonbaar niet aanwezig;
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|59 e.
f. g. h. i. j. k. l.
de voorzieningen moeten direct aansluiten aan het bestemmingsvlak 'Agrarisch Agrarisch bedrijf' behorende bij de grondgebonden veehouderij waarvoor de voorzieningen worden gerealiseerd; de oppervlakte van de voorzieningen, niet zijnde gebouwen, bedraagt maximaal 5.000 m 2; de oppervlakte van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' na realisatie bedraagt niet meer dan 2,0 hectare; de voorzieningen mogen alleen gebruikt worden voor de opslag van ruwvoer; de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is maximaal 2,00 m1; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m 1; minimaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer' wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing conform de bepalingen uit artikel 37.2.
7.6.2 Wijziging naar ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ met aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' toekennen voor het realiseren van permanente teeltondersteunende voorzieningen anders dan kassen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.
b. c.
d.
e.
f. g. h.
het differentiatievlak met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen’ sluit direct aan op een bestemmingsvlak 'Agrarisch Agrarisch bedrijf' of 'Agrarisch - Glastuinbouw' ten behoeve waarvan de teeltondersteunende voorzieningen worden gerealiseerd; de oppervlakte van het differentiatievlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' is maximaal 4,0 hectare; in afwijking van het bepaalde in sub b, bedraagt binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' de oppervlakte van het differentiatievlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' maximaal 3,0 hectare; de permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn ook op langere termijn noodzakelijk uit een oogpunt van de agrarische bedrijfsvoering. Ter zake wordt het advies van de AAB ingewonnen; wanneer permanente voorzieningen resulteren in een aaneengesloten afwaterend oppervlak, dienen deze te worden voorzien van een bergings- c.q.
infiltratievoorziening die aantoonbaar voldoende capaciteit heeft; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische en/of cultuurhistorische waarden worden niet onevenredig aangetast; permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan ter plaatse van het 'Natuur Netwerk Brabant'; minimaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing conform de bepalingen uit artikel 37.2.
7.6.3 Wijziging naar ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ met aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - minicamping’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming ' Agrarisch met waarden Landschapswaarden' de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - minicamping' toekennen voor het realiseren of uitbreiden van een minicamping. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|60 a.
b.
c.
d. e. f. g. h.
het betreft uitsluitend recreatief medegebruik voor kleinschalig kamperen op gronden die direct aansluiten aan een bestemmingsvlak, indien er geen ruimte is binnen het bestemmingsvlak, waar een minicamping al is toegestaan dan wel in combinatie met onderhavige wijziging via een omgevingsvergunning wordt toegestaan; per minicamping zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan. Stacaravans en trekkershutten, zijn uitsluitend toegestaan binnen de aangrenzende enkelbestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Bedrijf', 'Recreatie' of 'Wonen'; parkeer- en ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, zijn uitsluitend toegestaan binnen de aangrenzende enkelbestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Bedrijf', 'Recreatie' of 'Wonen'; de afstand tot de as van de weg dient ten minste 20 m1 te zijn; de afstand tot woningen van derden dient ten minste 50 m 1 te zijn; de afstand tot de bestemmingsgrens dient ten minste 5,00 m1 te zijn; er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
7.6.4 Wijziging naar ‘Natuur’ en/of ‘Water’ Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' wijzigen in de bestemming 'Natuur' of 'Water' voor de ontwikkeling van nieuwe natuur- en/of landschapselementen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.
b. c.
aan de ontwikkeling van nieuwe natuur en/of landschapselementen ligt een, door een deskundige opgesteld, en door het bevoegd gezag akkoord bevonden natuurontwikkelingsplan ten grondslag; er mag geen afbreuk worden gedaan aan andere belangen in de omgeving, zoals agrarische (bedrijfs)belangen; de ontwikkeling mag niet leiden tot onevenredig nadelige gevolgen voor de waterhuishouding en/of waterkwaliteit. Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan de besluitvorming hiervoor advies in bij het betrokken waterschap.
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|61
Artikel 8 Bedrijf 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
bedrijven in milieucategorie 1 en 2, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; b. in afwijking van sub a is ter plaatse van een locatie waar een agrarisch verwant bedrijf of agrarisch-technisch hulpbedrijf is gevestigd en als dusdanig opgenomen in de tabel in artikel 8.2.1 sub d, uitsluitend een agrarisch verwant bedrijf of agrarisch-technisch hulpbedrijf toegestaan; c. in afwijking van sub a en sub b is ter plaatse van een locatie die is opgenomen in de tabel in artikel 8.2.1 sub d, ook de in die tabel opgenomen specifieke activiteit en bijbehorende hogere milieucategorie toegestaan; d. per bestemmingsvlak is één bedrijf toegestaan; e. in afwijking van het bepaalde onder sub d zijn er ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 313' twee bedrijven toegestaan; f. in afwijking van het bepaalde onder sub d zijn er ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 318' en 'specifieke vorm van bedrijf - 319' meerdere bedrijven toegestaan, met een maximale milieucategorie zoals in de tabel in artikel 8.2.1 sub d opgenomen of qua aard en omvang hieraan gelijk te stellen; g. productiegebonden detailhandel (verkoop van eigen producten), uitsluitend als ondergeschikte functie tot een maximum van 50 m 2 bruto vloeroppervlakte; h.