8b Regels Bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
Tekst van het document
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|85 h. i. j. k. l.
het gebruik van gronden en/of opstallen voor horeca; het gebruik voor recreatief nachtverblijf van andere bebouwing dan stacaravans, vakantiehuisjes en trekkershutten; het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; het gebruik van gronden voor tijdelijke en permanente teeltondersteunende voorzieningen; het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten;
tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 14.5 Afwijken van de gebruiksregels 14.5.1 Afwijken voor ondersteunende horeca als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.4.1 sub h voor ondersteunende horeca als nevenfunctie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g. h.
de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; er mag geen toename van bebouwingsoppervlak plaatsvinden ten behoeve van de ondersteunende horeca; de activiteit mag uitsluitend uitgevoerd worden door de bewoner(s) van de betreffende locatie; de oppervlakte van de voorziening voor ondersteunende horeca bedraagt maximaal 100 m2, inclusief terras; parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 37.4; de afstand tot de weg is ten minste 20 m1; de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m1; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
14.5.2 Afwijken voor een minicamping als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 14.4.1 sub i voor het toestaan van een minicamping die bedrijfsmatig geëxploiteerd wordt door het ter plaatse gevestigde recreatiebedrijf. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. b.
c. d. e. f. g. h.
er zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan, waaronder maximaal vijf stacaravans; voor ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, is maximaal 100 m2 bebouwing toegestaan. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande bebouwing(smogelijkheden); parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 37.4; de afstand tot de weg is ten minste 20 m1; de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m1; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
14.5.3 Afwijken voor bed and breakfast als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.4.1 sub i voor het exploiteren van een bed and breakfast door de bewoner(s) danwel exploitant van de betreffende locatie in de bestaande (of vergunbare) bebouwing. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|86 a. b. c. d. e. f.
de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; er mag geen toename van bebouwingsoppervlak plaatsvinden ten behoeve van de bed and breakfast activiteiten; de maximale overnachtingscapaciteit van een bed and breakfast is 10 personen; parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 37.4; er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
14.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.6.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. b. c.
het verwijderen van landschapselementen, landschappelijke inrichting en/of waterhuishoudkundige voorzieningen; het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, poelen en greppels; het aanleggen van oppervlakteverhardingen met een omvang van meer dan 500 m 2.
14.6.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.6.1 is niet vereist voor werken en/of werkzaamheden: a. b.
werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning.
14.6.3 Toelaatbaarheid De in artikel 14.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a.
b.
c.
geen afbreuk doen aan de waarden en kwaliteiten van de gronden, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen; (op bedrijfsniveau) hydrologisch neutraal worden uitgevoerd, conform artikel 37.1, voor wat betreft: 1. het oppervlaktewater; 2. het grondwater; 3. de impact op de waterkwaliteit; het bevoegd gezag voorafgaand aan de vergunningverlening advies heeft ingewonnen en gekregen bij het betrokken waterschap ter toetsing van voorgestelde voorziening(en) aan de actuele wet- en regelgeving voor de onder sub b opgenomen criteria.
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|87
Artikel 15 Sport 15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
sportdoeleinden, met de daarbij behorende ondersteunende functies, daaronder in ieder geval begrepen ondersteunende horeca tijdens sportactiviteiten in verenigingsverband; voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval begrepen (ondergrondse) kabels en leidingen, openbare verlichting, bewegwijzering en straatmeubilair; water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; landschapselementen, groenvoorzieningen, erfbeplanting en landschappelijke inpassing; verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen.
15.2 Bouwregels 15.2.1 Algemeen a. b. c. d.
Op of in de voor 'Sport' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 15.1 genoemde bestemming. De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2. De oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen bedraagt maximaal 90% van het bestemmingsvlak. Er mag worden gebouwd overeenkomstig de volgende tabel en de navolgende bouwregels:
Code
Adres
Specifieke activiteit
ss-300
Potakkerweg 21-2527
Sportpark Potakkerweg
Maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing 3.365 m²
15.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen voor sportdoeleinden gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f.
de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing mag niet meer zijn dan in de in artikel 15.2.1 sub d opgenomen tabel is aangegeven; de maximaal toegestane goothoogte is 4,50 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte is 6,00 m1; de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1.
15.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor sportdoeleinden Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte van bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen, is maximaal 3,00 m1; de afstand van bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen, tot de bestemmingsgrens bedraagt ten minste 5,00 m1; de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2,00 m1; de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 18 m1; de bouwhoogte van ballenvangers bedraagt maximaal 6,00 m1;
15.2.4 Bedrijfswoningen Het bouwen van bedrijfswoningen is niet toegestaan.
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|88 15.3 Afwijken van de bouwregels 15.3.1 Afwijken voor een grotere goot- en bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.2 sub b, artikel 15.2.2 sub c, artikel 15.2.3 sub a en/of artikel 15.2.3 sub c voor een afwijkende goot- en/of bouwhoogte van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. b. c. d. e. f. g.
de goothoogte voor gebouwen bedraagt ten hoogste 6,00 m1; de bouwhoogte voor gebouwen bedraagt ten hoogste 10 m 1; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde terreinafscheidingen, bedraagt maximaal 4,00 m1; de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt maximaal 3,00 m1; de noodzaak voor de afwijking is vanuit de een adequate en zorgvuldige bedrijfsvoering aangetoond; de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
15.4 Specifieke gebruiksregels 15.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of voor andere bedrijfsdoeleinden dan volgens de bestemmingsomschrijving zijn toegestaan; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden en/of opstallen voor bewoning; het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; het gebruik van gronden voor tijdelijke en permanente teeltondersteunende voorzieningen; het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten; het gebruik van gronden en/of opstallen voor horeca;
tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. b.
het verwijderen van landschapselementen, landschappelijke inrichting en/of waterhuishoudkundige voorzieningen; het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, poelen en greppels;
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|89 c.
het aanleggen van oppervlakteverhardingen met een omvang van meer dan 500 m2.
15.5.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.5.1 is niet vereist voor: a. b.
werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning.
15.5.3 Toelaatbaarheid De in artikel 15.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a.
b.
c.
geen afbreuk doen aan de waarden en kwaliteiten van de gronden, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen; hydrologisch neutraal worden uitgevoerd, conform artikel 37.1, voor wat betreft: 1. het oppervlaktewater; 2. het grondwater; 3. de impact op de waterkwaliteit; het bevoegd gezag voorafgaand aan de vergunningverlening advies heeft ingewonnen en gekregen bij het betrokken waterschap ter toetsing van voorgestelde voorziening(en) aan de actuele wet- en regelgeving voor de onder sub b opgenomen criteria.
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|90
Artikel 16 Tuin 16.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
extensief recreatief medegebruik; tuinen; het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; landschapselementen, groenvoorzieningen, erfbeplanting en landschappelijke inpassing; onverharde paden.
16.2 Bouwregels 16.2.1 Algemeen a. b.
Op of in de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Gronden met de bestemming 'Tuin' worden niet aangemerkt als erf, zoals bedoeld in artikel 1, bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht.
16.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b.
c.
d.
op of in deze gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd; in afwijking van het bepaalde onder sub a mogen op de gronden uitsluitend terreinafscheidingen worden gebouwd met een bouwhoogte van: 1. maximaal 1,00 m1 voor de voorgevelrooilijn; 2. maximaal 2,00 m1 achter de voorgevelrooilijn. in afwijking van het bepaalde onder sub a mogen ter plaatse van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - afwijkende maatvoering overige bouwwerken’ overige bouwwerken worden opgericht met een maximale bouwhoogte van 3,00 m1; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
16.3 Specifieke gebruiksregels 16.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d.
het aanleggen van oppervlakteverhardingen; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor bewoning;
tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan.
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|91
Artikel 17 Verkeer 17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
wegverkeer en verkeerskundige doeleinden; verharde en onverharde wegen, alsmede fiets- en voetpaden; verharde en onverharde verkeers- en erfontsluitingen; voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval begrepen (ondergrondse) kabels en leidingen, rioleringen, openbare verlichting, bewegwijzering en straatmeubilair; e. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - primaire groenstructuur' tevens het behoud en de bescherming van landschapselementen; f. ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' tevens de instandhouding en ontwikkeling van een ecologische verbindingszone; g. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van water - overkluisde watergang' tevens overkluisde watergangen; h. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - particuliere weg' uitsluitend een particuliere weg; i. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - onverharde weg' uitsluitend een onverharde weg; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; k. ter plaatse van de functieaanduiding 'vaarweg' tevens voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen voor de scheepvaart met daarbij behorende voorzieningen zoals stuwen, sluizen, bruggen, bewegwijzering en bebording, dijken, oevers en onderhoudswegen; l.
landschapselementen, groenvoorzieningen en landschappelijke inpassing, hieronder ook begrepen bermen en (berm)beplanting; m. parkeren en daarbij horende voorzieningen; n. extensief recreatief medegebruik. 17.2 Bouwregels 17.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 17.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
er mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 17.1 genoemde bestemming; er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 8,00 m1; voor terreinafscheidingen geldt een maximale bouwhoogte van 2,00 m1.
17.3 Specifieke gebruiksregels 17.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d.
het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor horeca;
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|92 e.
f.
het opslaan en opgeslagen houden van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen;
tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. b.
het verwijderen van landschapselementen ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - primaire groenstructuur'; het verharden van wegen ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - onverharde weg'.
17.4.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 17.4.1 is niet vereist voor: a. b.
werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning.
17.4.3 Toelaatbaarheid De in artikel 17.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a.
b.
c.
geen afbreuk doen aan de waarden en kwaliteiten van de gronden, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - primaire groenstructuur': 1. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de primaire groenstructuur, zoals bedoeld in artikel 17.1 sub e; en 2. is geborgd dat er landschapselementen met eenzelfde oppervlakte worden terug geplant, ter vervanging van de te verwijderen elementen; geen sprake is van aantasting van cultuurhistorische waarden en natuurwaarden van de onverharde wegen, waartoe wordt de terreinbeheerder gehoord.
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|93
Artikel 18 Water 18.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
g. h. i. j.
waterhuishoudkundige doeleinden; waterhuishoudkundige doeleinden ten behoeve van de natuurwaarden in het algemeen; waterhuishoudkundige doeleinden en voorzieningen ten behoeve van aan- en afvoer van water voor landbouw en natuur; het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede natuurvriendelijke oevers; water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; ter plaatse van de functieaanduiding 'vaarweg' tevens voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen voor de scheepvaart met daarbij behorende voorzieningen zoals stuwen, sluizen, bruggen, bewegwijzering en bebording, dijken, oevers en onderhoudswegen; ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' de instandhouding en ontwikkeling van een ecologische verbindingszone; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van water - overkluisde watergang' tevens overkluisde watergangen; ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van water - gietwatervoorziening en/of piekberging’ voor gietwatervoorziening en/of piekberging; extensief recreatief medegebruik.
18.2 Bouwregels 18.2.1 Algemeen Op of in de voor 'Water' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 18.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
er mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 18.1 genoemde bestemming; er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 8,00 m1; voor terreinafscheidingen geldt een maximale bouwhoogte van 2,00 m1.
18.2.3 Bouwen ten dienste van de vaarweg In afwijking van artikel 18.2.1 en artikel 18.2.2 mogen ter plaatse van de functieaanduiding 'vaarweg' gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de `vaarweg’ worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: a.
b.
gebouwen, zoals wachthuisjes, installatieruimten, onderhoudsgebouwen en dergelijke mogen worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouw niet groter is dan 35 m2; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4,50 m1; 3. het gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen, binnen de functieaanduiding 'vaarweg', niet meer bedraagt dan 200 m2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals sluizen, bruggen, afmeerpalen, borden en dergelijke mogen worden gebouwd, mits: 1. de maximale bouwhoogte niet meer bedraagt dan 12 m 1.
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|94 18.3 Afwijken van de bouwregels 18.3.1 Afwijken voor het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 18.2 voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten dienste van de bestemming. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b.
de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 3,00 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, specifiek ten dienste van waterberging, ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van water - gietwatervoorziening en/of piekberging’ is 4,00 m1.
18.4 Specifieke gebruiksregels 18.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d.
het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten; het dempen van waterlopen;
tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan.
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|95
Artikel 19 Wonen 19.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
e. f. g. h. i. j. k. l.
wonen; ter plaatse van de functieaanduiding ‘bed & breakfast’ tevens een verblijfsrecreatieve voorziening in de vorm van bed and breakfast; aan huis verbonden beroepen conform de bepalingen in artikel 19.4.2; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' is één kleinschalig bedrijf toegestaan in de milieucategorieën 1 en 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering, van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - praktijkruimte 300' tevens een praktijkruimte ten behoeve van een dierenartspraktijk toegestaan; ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' tevens de instandhouding en ontwikkeling van een ecologische verbindingszone; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - huisvesting arbeidsmigranten 300' tevens de huisvesting van maximaal 20 arbeidsmigranten; het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; landschapselementen, groenvoorzieningen, erfbeplanting en landschappelijke inpassing, hieronder tevens begrepen tuinen en erven; verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen;
extensief recreatief medegebruik.
19.2 Bouwregels 19.2.1 Algemeen Voor het bouwen op of in de voor 'Wonen' aangewezen gronden gelden de volgende algemene bepalingen: a. b. c.
d. e. f. g.
h.
er mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 19.1 genoemde bestemming; per bestemmingsvlak is maximaal één woning toegestaan; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - overtollige bebouwing' is het bouwen, herbouwen, verbouwen, nieuwbouwen, vervangen en/of uitbreiden van bouwwerken niet toegestaan; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2; de oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen bedraagt maximaal 90% van het bestemmingsvlak; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - praktijkruimte 300' is een praktijkruimte met een maximum oppervlakte van 204 m² toegestaan; ter plaatse van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding uitgesloten - gebouwen’ en 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwregels 302' is het oprichten van gebouwen niet toegestaan; gronden met de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwregels 302' worden niet aangemerkt als erf, zoals bedoeld in artikel 1, bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht.
19.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende bepalingen: a.
een woning mag een inhoud hebben van maximaal 750 m3;
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|96 b.
in afwijking van het bepaalde in sub a is ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' een inhoud van maximaal 900 m3 toegestaan; c. in afwijking van het bepaalde in sub a en sub b is ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum inhoud woning' de in de verbeelding opgenomen maximale inhoud toegestaan; d. indien de inhoud van een bestaande woning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of meer mag bedragen, geldt de bestaande inhoud als maximaal toegestaan. Bij herbouw geldt dat de woning tot maximaal de vergunde inhoud mag worden teruggebouwd; e. voor een cultuurhistorisch waardevolle woning geldt de totale inhoud van het oorspronkelijk opgerichte pand waaraan cultuurhistorische en/of monumentale waarden toegekend zijn op grond van een deskundigenrapport als de maximaal toegestane inhoud; f. bij herbouw mag een woning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als sprake is van uitbreiding daar direct aansluitend op; g. herbouw van een cultuurhistorisch waardevolle woning is alleen mogelijk indien dit is gericht op het behoud en/of herstel van de cultuurhistorische waarden; h. de maximaal toegestane goothoogte is 6,00 m1; i. de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m1; j.
de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; k. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; l. in afwijking van het bepaalde in sub k is ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' de afstand van de woning tot de bestemmingsgrens ten minste 8,00 m1; m. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1; n. in afwijking van het bepaalde in sub k, sub l en sub m moet ter plaatse van een op de verbeelding weergegeven gevellijn de woning achter deze gevellijn worden gerealiseerd; o. ter plaatse van de bouwaanduiding 'twee-aaneen' zijn uitsluitend twee aaneen gebouwde woningen toegestaan; p. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' dient de voorgevel als dove gevel te worden uitgevoerd; q. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel 300' dienen zowel de voorgevel als de eerste verdieping van de zuidoostelijke zijgevel als dove gevels te worden uitgevoerd; r. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel 301' dienen de in de verbeelding aangeduide gevels als dove gevels te worden uitgevoerd; s. in afwijking van het bepaalde onder sub h is ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwregels 300' de maximale toegestane goothoogte 4,50 m1; t.
in afwijking van het bepaalde onder sub i is ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwregels 300' de maximale toegestane bouwhoogte 8,00 m1; u. in afwijking van het bepaalde onder sub j dient ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwregels 300' de dakhelling tussen de 30 en 70 graden te zijn; v. indien op het perceel een bouwvlak aanwezig is, dient het hoofdgebouw binnen het bouwvlak gebouwd te worden. 19.2.3 Bijgebouwen behorende bij de woning Voor het bouwen van (vrijstaande) bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b.
de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen per woning is maximaal 100 m2; in afwijking van het bepaalde onder sub a is ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' een oppervlakte aan bijgebouwen van 150 m2 toegestaan;
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|97 c.
in afwijking van het bepaalde onder sub a en b is ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum oppervlakte bijgebouw' de in de verbeelding opgenomen maximale oppervlakte toegestaan; d. in afwijking van het bepaalde onder sub a, b en c zijn ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - overtollige bebouwing' de bestaande, met vergunning tot stand gekomen en/of overgangsrechtelijk beschermde voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen toegestaan; e. de maximaal toegestane goothoogte is 3,00 m1; f. de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,50 m1; g. de maximale afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning bedraagt 20 m 1; h. bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 1,00 m1 achter de voorgevelrooilijn van de woning te worden gebouwd; i. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; j. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m 1; k. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; l. in afwijking van het bepaalde onder sub h dienen ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwregels 300' bijgebouwen op een afstand van ten minste 3,00 m1 achter de voorgevelrooilijn van de woning te worden gebouwd; m.
in afwijking van het bepaalde onder sub k dient ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwregels 300' de dakhelling tussen de 30 en 70 graden te zijn; n. in afwijking van het bepaalde onder sub i bedraagt ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwregels 301' de afstand tot de bestemmingsgrens aan de zuidelijke zijde ten minste 3,00 m1. 19.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij woning gelden de volgende bepalingen: a.
b. c.
per bedrijfswoning mag één overkapping worden gebouwd met de volgende maatvoering: 1. de oppervlakte van de overkapping is maximaal 20 m2; 2. de maximaal toegestane bouwhoogte is 3,00 m1; 3. de overkapping moet op een afstand van ten minste 1,00 m1 achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; 4. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; 5. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1; 6. de maximale afstand tussen de overkapping en de woning bedraagt 20 m1; de bouwhoogte van overige bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen, is maximaal 2,50 m1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5,00 m1; de bouwhoogte van terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1,00 m1 zijn en voor het overige maximaal 2,00 m1.
19.3 Afwijken van de bouwregels 19.3.1 Afwijken voor een grotere inhoud van de woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 19.2.2 sub a, artikel 19.2.2 sub b en/of artikel 19.2.2 sub c voor het toestaan van een uitbreiding van de maximaal toegestane inhoud van een woning tot maximaal 900 m3. Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a.
per m3 uitbreiding dient telkens minimaal het aantal m2 zoals opgenomen in onderstaande tabel te worden gesloopt. De te slopen bebouwing dient legaal opgericht te zijn of krachtens overgangsrecht te zijn toegelaten; Type landschap
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
Aantal m2 te slopen bebouwing om 1,00 m3 extra bebouwing mogelijk te maken
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|98 Natuur Netwerk Brabant Kampenlandschap Beekdallandschap Oude heideontginningen Jonge heideontginningen Bebouwingsconcentraties b.
c. d. e. f. g.
1 1⅔ 1⅔ 2 2⅓ 1⅔
in afwijking op sub a kan, indien de sloopbank leeg is, een grotere inhoud van de woning mogelijk worden gemaakt door toepassing van de Landschapsinvesteringsregeling Someren; de locatie waar bebouwing wordt gesloopt kan slechts één keer worden ingezet voor de toepassing van deze regeling; de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning en de directe omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
19.3.2 Afwijken van de bouwlocatie voor herbouw van een woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 19.2.2 sub f voor de herbouw van een woning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. b. c. d. e. f. g.
de nieuwe locatie ligt niet minder dan 5,00 m1 van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m1 uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd; de woning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande woning; de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning en zijn directe omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering; de sloop van de oorspronkelijke woning is duurzaam verzekerd; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
19.3.3 Afwijken voor een grotere oppervlakte bijgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 19.2.3 sub a, artikel 19.2.3 sub b en artikel 19.2.3 sub c voor het toestaan van een uitbreiding van de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen tot maximaal 350 m 2. Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a.
per m2 uitbreiding dient telkens minimaal het aantal m2 zoals opgenomen in onderstaande tabel te worden gesloopt. De te slopen bebouwing dient legaal opgericht te zijn of krachtens overgangsrecht te zijn toegelaten; Type landschap Natuur Netwerk Brabant Kampenlandschap Beekdallandschap Oude heideontginningen Jonge heideontginningen Bebouwingsconcentraties
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
Aantal m2 te slopen bebouwing om 1,00 m2 extra bebouwing mogelijk te maken 1 2 2 3 3½ 2
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|99 b.
c. d. e. f. g.
in afwijking op sub a kan, indien de sloopbank leeg is, een grotere oppervlakte aan bijgebouwen mogelijk worden gemaakt door toepassing van de Landschapsinvesteringsregeling Someren; de oppervlakte te slopen bebouwing op de locatie waar bebouwing wordt gesloopt kan slechts één keer worden ingezet voor de toepassing van deze regeling; de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning en de directe omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
19.4 Specifieke gebruiksregels 19.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d. e.
f. g. h.
i. j. k. l.
het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf, met dien verstande dat: 1. aan huis verbonden beroepen zijn toegestaan overeenkomstig het bepaalde in artikel 19.4.2; 2. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan overeenkomstig het bepaalde in artikel 19.7.1; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van opstallen voor het huisvesten van arbeidsmigranten; het gebruik van opstallen, behoudens woningen, alsmede het gebruik van vrijstaande en/of aangebouwde bijgebouwen, niet vergund middels een omgevingsvergunning als zijnde een (onderdeel van de) woning, voor bewoning; het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; het gebruik van gronden voor tijdelijke en permanente teeltondersteunende voorzieningen; het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten; het gebruik van gebouwen als geurgevoelig object, inclusief het vergunningvrij gebruiken van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg conform Bijlage
II Artikel 2 lid 22 van het Besluit omgevingsrecht, ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - geurgevoelige objecten';
tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 19.4.2 Aan huis verbonden beroep De uitoefening van aan huis verbonden beroepen is slechts toegestaan als ondergeschikte functie bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. b.
de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend door één van de bewoners; de beroepsactiviteit mag in de woning en/of in een bijgebouw bij de woning worden uitgeoefend;
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3
|100 c.
d. e. f. g. h.
de omvang van de beroepsactiviteiten mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijgebouwen bij de woning, tot een maximum van 150 m2; het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op een normale afwikkeling van het verkeer; het gebruik mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 37.4; detailhandel is niet toegestaan; reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding.
19.4.3 Voorwaardelijke verplichting a.
b.
In aanvulling van het bepaalde in artikel 19.2.2 is het ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaarde bouwen 300’, ‘specifieke vorm van wonen voorwaarde bouwen 301’ en ‘specifieke vorm van wonen - voorwaarde bouwen 302’ alleen toegestaan een woning te bouwen, te gebruiken en in stand te houden onder de voorwaardelijke verplichting dat: 1. een karakteristieke gevelwering (Ga;k) wordt toegepast zodat te allen tijde aan de binnenwaarde van 33 dB wordt voldaan; 2. bij de woningindeling ten minste voldoende verblijfsruimte(n) aan de zijde van de geluidsluwe gevel gelegen dienen te zijn. Dit geldt voor ten minste 50% van het aantal verblijfsruimten of 50% van het oppervlakte van het verblijfsgebied; 3. de maatregelen zoals genoemd in sub a en b in stand worden gehouden. In aanvulling van het bepaalde in artikel 19.2.2 is het ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 300’ alleen toegestaan een woning te bouwen, te gebruiken en in stand te houden onder de voorwaardelijke verplichting dat: 1. er een landschappelijk inpassingsplan wordt opgesteld conform de richtlijnen, zoals omschreven in Bijlage 61; 2. de landschappelijke inpassing, conform het landschappelijk inpassingsplan als bedoeld onder sub 1, is uitgevoerd en als dusdanig in stand wordt gehouden; 3.
er een infiltratievoorziening met een capaciteit van 41,55 m3 is gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
19.5 Afwijken van de gebruiksregels 19.5.1 Uitsluiting voor het afwijken van de gebruiksregels Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - overtollige bebouwing' zijn de afwijkingsbevoegdheden zoals genoemd in artikel 19.5.2 tot en met artikel 19.5.10 niet van toepassing, tenzij de sloop van overtollige bebouwing duurzaam is verzekerd. 19.5.2 Afwijken voor kinderopvang en/of dagbesteding als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 19.4.1 sub e voor het exploiteren van kinderopvang en dagbesteding door de bewoner(s) van de betreffende locatie als ondergeschikte nevenfunctie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d.
de activiteiten vinden plaats binnen de bestaande bebouwing; de activiteiten leiden niet tot een onevenredige verkeersaantrekkende werking en/of overlast; de activiteiten mogen geen milieuhinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende woningen en bedrijven; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 37.2.
NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3