CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

7b.2 Jaarstukken 2020 GGD Brabant-Zuidoost

Commissie Burger en Bestuur 10 juni 2021, gemeente SomerenBij agendapunt: Informatie over jaarstukken GGD Brabant Zuidoost28.079 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

62

Taakveld:

Preventief gezondheidsonderzoek van leerlingen van het speciaal onderwijs

Monitoren van de ontwikkeling (lichamelijk, psychisch, sociaal, cognitief, spraak-taal) van het kind in zijn leefomgeving en het ondersteunen van ouders en kinderen bij vragen over de ontwikkeling of de opvoeding. Realisatie 2019 Aantal kinderen

732

Aantal uitgevoerde

376

Raming 2020 1030

Realisatie 2020 705 239

contactmomenten

Deze gegevens zijn van het laatste schooljaar met de oude werkwijze. Vanaf schooljaar 20-21 wordt gewerkt met cohorten oproepen van de leeftijdscategorie van groep 2 en groep 7. Door de corona zijn helaas ook niet alle kinderen gezien die we normaal zouden zien. Daarom zijn de dossiers van de gemiste contactmomenten door onze jeugdartsen getrieerd en is daarbij gekeken of we het kind op korte termijn willen zien (dan wordt er een onderzoek op indicatie gedaan), of dat deze kan wachten tot het volgende reguliere cohortcontactmoment.

63

Taakveld:

Onderzoek op indicatie

Een contactmoment op indicatie vindt plaats als doelen niet binnen het regulier contactmoment zijn bereikt, doordat de beschikbare tijd van het reguliere contactmoment ontoereikend is gebleken. Daarnaast op verzoek (door jeugdige zelf, door ouders, door anderszins betrokkenen of door een (collega) JGZ-medewerker. Ouders/verzorgers van kinderen en/of jeugdigen waar een extra contactmoment geïndiceerd is op grond van signalen of bevindingen, die nader onderzocht en besproken moeten worden. Signalen of bevindingen welke de indicatie vormen voor een contactmoment op indicatie worden geconstateerd:

• tijdens reguliere contactmomenten van de JGZ • door de ouders of jeugdige zelf • door van externe, betrokken professionals • door school (leerkracht, intern begeleider, multidisciplinair overleg) Het doel van het Contactmoment op Indicatie is vergelijkbaar met die van de reguliere contactmomenten, dus: longitudinale individuele monitoring (en kortdurende) begeleiding, vroegtijdige opsporing (aangeboren) aandoeningen en afwijkingen, immunisatie, anticiperende voorlichting en opvoedingsondersteuning Specifieke contactmomenten op indicatie vinden plaats in het kader van: -

Ziekteverzuim. Leerlingen van het VO die bekend zijn met langdurig, frequent of bijzonder ziekteverzuim kunnen uitsluitend na bespreking in en op verzoek van een MDO aangemeld worden voor een onderzoek in het kader van schoolverzuim door een arts JGZ. Doel van dit onderzoek is vraagverheldering, het onderzoek maakt altijd onderdeel uit van een meervoudige aanpak.

-

Bieden van licht pedagogische hulp

-

Toeleiding naar zorg Realisatie 2019

Aantal kinderen waarmee een gesprek is gevoerd (alle

Realisatie 2020

10.193

10.414

582

1.247

leeftijden en alle schoolsoorten opgeteld) Check gesprekken

64

Taakveld:

Zorgteam basis- en voortgezet onderwijs

Ondersteuning van de school in het uitvoeren van haar zorgtaken door aan te sluiten bij de zorgstructuur van de school. Goede analyse van vraag of zorg over kind c.q. gezin en inschatting of een en ander behoort bij de natuurlijke variatie in de ontwikkeling van een kind of dat er reden is tot verdere actie Eenduidige afspraken wie, wat, wanneer doet - één kind, één gezin, één plan.

Realisatie 2019

Raming 2020

Realisatie 2020

Aantal scholen BO

260

247 = 100%

246

Aantal scholen VO

67

41 = 100%

53

Aantal scholen SO (VO

51

39 = 100%

33

en BO) Aan alle scholen is een professional van de JGZ gekoppeld. Deze maakt met school afspraken over de deelname aan de zorgstructuur en de verbinding met leerkrachten. Door de coronacrisis is de rol van JGZ op de scholen groter geworden. Zij vervullen ook een verbindende factor tussen de Corona afdeling en de scholen. JGZ is daardoor ook het eerste aanspreekpunt bij Coronavraagstukken.

65

Taakveld:

Lokale activiteiten

Een bijdrage leveren aan het opstellen en uitvoeren van lokaal jeugd/gezondheidsbeleid. Realisatie 2019

Doelstelling 2020

Realisatie 2020

JGZ’ers sluiten lokaal aan bij

Opstellen en uitvoeren

In iedere regio wordt er

netwerkoverleggen en op

activiteitenplan door het lokale

aangesloten bij

thema’s die relevant zijn.

team in samenwerking met

netwerkoverleggen. Verdieping

partners.

op deze doelstelling blijft ook in 2021 belangrijk. De rol van de JGZ is per gemeente anders binnen het sociaal domein. Een gericht activiteitenplan met doelstellingen kan de positie verder verstevigen. Corona heeft in deze als vertragende factor gewerkt voor 2020.

De trend in de gemeentes is een behoefte aan generalisten in een team die hulpverlening toepassen. De primaire preventierol vanuit de JGZ krijgt hierin weinig aandacht.

66

Ambulancezorg

In de regio Brabant-Zuidoost is de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost de vergunninghouder voor de ambulancezorg. De uitvoering van het ambulancevervoer is belegd bij de GGD Brabant-Zuidoost. Er is vanuit de besturen van de GGD en de Veiligheidsregio bij VWS een verzoek ingediend om de vergunning over te dragen aan de GGD.

67

Taakveld:

Spoedeisende ambulancezorg

Bij spoedeisende zorgvragen is de ambulancezorg (deskundig team van verpleegkundige en chauffeur) zo spoedig mogelijk ter plaatse. De verpleegkundig centralist van de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) neemt zorgvragen aan, vraagt uit en bepaalt óf er een ambulance komt en met welke urgentie. De intentie is zorg verlenen en, indien noodzakelijk, de patiënt vervoeren. De situatie ter plaatse is bepalend voor wat er vervolgens gebeurt: zorg verlenen en vervoeren, alleen zorg verlenen of verwijzen naar een andere zorgverlener. Naast spoed vervoer wordt ook het complexe besteld vervoer uitgevoerd; dat is vervoer van patiënten tussen het woon- of verblijfadres en zorginstellingen voor diagnostiek, therapie of opname. Realisatie 2019

Raming 2020

Realisatie 2020

# uren paraatheid

100.759

102.000

104.447

# ritten spoed en 1e hulp

37.854

38.250

36.227

# ritten besteld vervoer

5.638

6.750

5.813

% spoedritten A1 met een

93,9%

94,0%

94,2%

0,4%

0,4%

0,3%

97,7%

97,5%

98,7%

aankomsttijd < 15 minuten * *Waarvan effect inzet First Responders % spoedritten A2 met een aankomsttijd <30 minuten

De Coronapandemie zorgde ook bij de Ambulancezorg voor uitdagende omstandigheden. Er was tijdens de twee ‘piekperiodes’ onder andere sprake van langere uitvraagtijden op de meldkamer (specifieke uitvraagprotocollen), langere wachttijden bij de ziekenhuizen en extra tijdsbesteding voor het aantrekken van beschermende kleding. Maar een rustiger straatbeeld (gedeeltelijke lockdown) zorgde ook voor een licht lagere vraag naar ambulancevervoer. Het aantal ritten was daarom wat lager dan geraamd. In de tweede jaarhelft (meting eerste jaarhelft onbekend) was van het aantal ritten circa 7% Corona-gerelateerd. Tijdens de piekmomenten was dit bijna 15%. Ondanks de Corona-uitdaging zijn de ‘percentages A1 en A2 op tijd’ in 2020 verder verbeterd ten opzichte van voorgaande jaren. Hogere paraatheid als gevolg van lichte groei in het personeelsbestand en meer inhuur van flexibele capaciteit droeg hier aan bij. Om de landelijke A1-norm van 95% structureel te kunnen behalen is nog altijd een groei nodig van 15 fte. Voor 2021 is wederom een toename in de bezetting voorzien, maar de arbeidsmarkt voor ambulanceverpleegkundigen blijft krap. Met de realisatie van de opkomstlocaties in Leende (maart) en P&R Eindhoven Zuid (eind 2020) is wel een grote stap gezet voor meer optimale spreiding van de ambulances. Ook dit is zeer belangrijk voor verdere verbetering van de aanrijtijden.

68

Taakveld:

Rapid Responder

Een Rapid Responder is een ervaren ambulanceverpleegkundige met een compacte personenauto die is uitgerust met de benodigde apparatuur om acute spoedeisende hulp te verlenen. Een Rapid Responder kan geen patiënten vervoeren. Realisatie 2019

Raming 2020

Realisatie 2020

# uren paraatheid

519

550

391

# ritten

356

375

206

Sinds enkele jaren wordt de Rapid Responder minder frequent ingezet. Door krapte in de paraatheid worden de Rapid-verpleegkundigen veelal ingeroosterd in combinatie met een ambulancechauffeur, zodat er door dit team ook spoedeisend kan worden opgetreden, inclusief vervoeren van de patiënt.

Taakveld:

Zorgambulance

De zorgambulance, in de dagelijkse praktijk ook wel besteld vervoer genoemd, levert zorg en vervoert patiënten tussen het woon- of verblijfadres en zorginstellingen voor diagnostiek, therapie of opname. De zorgambulance wordt ingezet bij gepland laag-complex vervoer en bemand met lager opgeleide medewerkers en is daardoor goedkoper. Realisatie 2019

Raming 2020

Realisatie 2020

# uren paraatheid

11.385

11.500

11.719

# ritten

5.324

5.500

5.614

Sinds de uitbreiding van het aantal zorgambulances van 3 naar 5 (eind 2018) en de separate zorgplanning op de meldkamer (2019) groeit de inzet van de zorgambulance gestaag verder. Belangrijk neveneffect van de frequentere inzet van de zorgambulance is de ontlasting van de spoedambulances, waardoor deze meer beschikbaar zijn voor de A1- en de A2-ritten.

69

Aanvullende taken op het terrein van de Publieke Gezondheid

Taakveld:

Rijksvaccinatieprogramma

Alle kinderen in Nederland hebben recht op gratis vaccinaties tegen een aantal ziekten, zoals de bof, mazelen en rode hond. Deze worden gegeven volgens de richtlijnen van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). Onderstaand de gegevens per gemeente. Hierbij valt op dat er bij BMR en D(K)TP een lichte daling zichtbaar is, maar bij HPV een sterke stijging. MenACWY is voor het eerst uitgevoerd dus hier zijn nog geen trendgegevens zichtbaar.

70

Taakveld:

Lijkschouwingen en euthanasieverklaringen

Het vaststellen van een natuurlijke of niet-natuurlijke dood, toetsen euthanasie aan zorgvuldigheidseisen in de wet. Realisatie 2019

Raming 2020

Realisatie 2020

# Lijkschouwingen

402

525

460

# Euthanasieverklaringen

227

325

361

# NODO meldingen

23

28

# Uitgebreid postmortaal onderzoek

2

7

# Uitstel begraven/cremeren

19

27

Niet uitgevraagd

Niet uitgevraagd

Mate van tevredenheid van politie en justitie over de GGD rapportages

71

Taakveld:

Forensische diensten

Nakomen van de contractuele afspraken met de politie.

Realisatie 2019

Raming 2020

Realisatie 2020

# consulten arrestantenzorg fysiek

1.488

1.400

1540

# forensische verrichtingen/adviezen

402

650

913

bloedproeven

409

DNA onderzoek

48

Geneeskundige verklaring

9

Letselbeschrijving

25

Ondersteuning en advies

366

Onderzoek verborgen middelen

7

Psychische beoordeling

4

Zedenonderzoek

45

Mate van tevredenheid van politie en

Niet uitgevraagd

Niet uitgevraagd

justitie over de GGD rapportages Arrestantenzorg 1.146 fysieke consulten en 394 telefonische consulten. Het aantal forensische verrichtingen is exponentiel gestegen. Derhalve een uitsplitsing in taken voor het monitoren van deze aantallen.

72

Taakveld:

Publieke Gezondheid Asielzoekers

Het bewaken, beschermen en bevorderen van de publieke gezondheid in de opvangcentra.

Realisatie 2019

Doelstelling 2020

Realisatie 2020

De GGD voert preventie-activiteiten uit

Het nakomen van

Bij JGZ 4-18 jarigen hebben

in de opvangcentra in onze regio. Tussen

overeengekomen

52 intakes plaatsgevonden,

1 okt 2018 en 1 okt 2019 zijn voor het

afspraken met COA

57 medische onderzoeken, 0

opvangcentrum in Budel in opdracht van

(AZC’s), gemeenten

PGO’s, 53 contactmomenten

het COA de volgende taken uitgevoerd:

(noodopvang) en

op indicatie en

• Jeugdgezondheidszorg 4–19 jaar: 86

ketenpartners.

69 contactmomenten RVP.

intakes, 76 medische onderzoeken, 91

In het kader van

PGO’s en 40 extra contactmomenten

infectieziektenbestrijding zijn

op indicatie. (Los van de

31 meldingen gedaan en

massavaccinaties is) 42 keer een

hebben twee interventies

individuele afspraak geweest in het

plaatsgevonden n.a.v.

kader van het RVP.

uitbraken.

• Algemene infectieziekten bestrijding: 9

Er heeft 1 individueel SOA

meldingen van meldingsplichtige

consult plaatsgevonden en er

infectieziekten.

1 heeft hygiëne inspectie

• TBC-bestrijding: i.v.m. overgang naar

plaatsgevonden.

nieuw, landelijk patiënten systeem TBC

Er hebben 5

zijn er hierover geen cijfers beschikbaar.

groepsbijeenkomsten

• Er is 1 hygiëne-inspectie uitgevoerd.

gezondheidsbevordering

• Daarnaast hebben 14 bijeenkomsten

plaatsgevonden waaraan 102

gezondheidsbevordering

personen hebben

plaatsgevonden

deelgenomen.

• Jeugdgezondheidszorg 4–19 jaar: 25

Voor de TBC screeningen bij

intakes, 15 medische onderzoeken, 7

asielzoekers verwijzen we

extra contactmomenten op indicatie

naar het product TBC. De realisaties zijn lager dan

*Cijfers zijn van laatste kwartaal 2018

in 2019 a.g.v. Corona

en de eerste 3 kwartalen 2019

(minder asielzoekers en beperkende maatregelen). Mate van tevredenheid van COA en gemeenten over geleverde diensten

73

Taakveld:

Uitvoering van taken in het kader van de Wet Verplichte GGZ

Onderbouwing:

Gemeenten in Nederland moeten per 1 januari 2020 voorzieningen treffen, zodat iedereen (elke burger of professional) bij de gemeente kan melden dat een bepaalde persoon mogelijk verplichte zorg nodig heeft, er naar aanleiding van deze melding een verkennend onderzoek uitgevoerd kan worden ter voorbereiding van een zorgmachtigingsprocedure. Acht gemeenten in de regio Z.O. Brabant hebben deze taken op contractbasis inbesteed bij de GGD.

Doel:

De wetgever beoogt het volgende: verhogen van de kwaliteit van verplichte en niet verplichte zorg (beter aansluiten bij wensen en mogelijkheden doelgroep), verplichte zorg voorkomen (preventie en vroegtijdig signaleren), verplichte zorg als uiterste middel inzetten, versterken van de rechtspositie van de doelgroep, gemeenten creëren randvoorwaarden voor maatschappelijke deelname door deze doelgroep (wederkerigheid).

Wat houdt het in?

Werkwijze

•

Instellen van een meldpunt voor niet acute

Het meldpunt is op werkdagen (maandag t/m

zorgmeldingen;

vrijdag, uitgezonderd feestdagen) tussen 9.00 en

Aanname en triage van niet acute

17.00 uur telefonisch bereikbaar voor het

zorgmeldingen;

aannemen van meldingen. Melders kunnen

Het uitvoeren van verkennende onderzoeken

daarnaast via de website van de GGD 7 x 24 uur

naar aanleiding van niet acute zorgmeldingen;

meldingen te doen.

Het aanvragen van zorgmachtigingen bij het

De GGD voert uiterlijk 1 werkdag na de melding

Openbaar Ministerie;

een triage uit op de ingekomen melding waarbij

Het verzamelen en delen van

de aannemelijkheid wordt beoordeeld dat het

monitorgegevens die betrekking hebben op

gedrag van betrokkene waarover gemeld wordt

voornoemde punten.

ernstig nadeel kan veroorzaken, er sprake is van

• • • •

een psychische stoornis en dat verplichte zorg nodig is. Indien de triage van de melding dat uitwijst start een verkennend onderzoek waarin deze criteria nader worden onderbouwd. Het verkennend onderzoek wordt afgerond binnen 14 dagen na datum van melding. 74

Indien het verkennend onderzoek daartoe aanleiding geeft dient de GGD bij het Openbaar Ministerie een verzoek in voor de afgifte van een zorgmachtiging. De GGD schakelt bij de uitvoering van bovenstaande werkzaamheden deskundig personeel in en rapporteert per kwartaal over het aantal ontvangen meldingen, aantal uitgevoerde verkennende onderzoeken, aantal aangevraagde zorgmachtigingen, een kwalitatieve analyse, signaleren van mogelijke verbeteringen. Indien verplichte zorg niet aan de orde is maar er wel degelijk zorg nodig is wordt betrokkene en/of melder actief toegeleid naar de meest passende zorg. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de lokale zorgstructuren binnen de gemeente. Meldingen die vanuit het landelijke meldpunt bij de GGD binnenkomen en die niet betrekking op de 8 gemeenten waarvoor wij deze taken uitvoeren, verwijzen we actief door naar de betreffende gemeente Resultaat 2020 In 2020 zijn bovenstaande taken uitgevoerd voor Eindhoven, Best, Nuenen, Son & Breugel, GeldropMierlo, Oirschot, Cranendonck en Heeze-Leende. Het betreft een nieuwe taak. Eind 2020 is de uitvoering geëvalueerd en inmiddels hebben de 8 gemeenten besloten de uitvoering door de GGD te continueren. Resultaten: -

163 meldingen binnengekomen en beoordeeld (betrekking hebbend op 153 unieke personen) 66 verkennende onderzoeken uitgevoerd 43 zorgmachtigingen aangevraagd

Er is een deskundig team opgebouwd (4 personen), een netwerk opgebouwd met samenwerkingsparters en de werkwijze is uitgewerkt en geborgd. Ketenpartners zijn bevraagd over onze dienstverlening en daar komt een positief beeld uit.

75

Taakveld:

Wijk GGD’er

Onderbouwing:

De Wijk GGD’er is een contracttaak die door de gemeenten Veldhoven en Waalre is afgenomen van de GGD.

Doel:

Het organiseren van de meest passende zorg en ondersteuning voor personen (en hun directe sociale omgeving) die verward of onbegrepen gedrag vertonen of die gedoe/overlast geven. Ontlasten van wijkagenten t.a.v. de E33 meldingen. Afname van ervaren overlast in de buurt.

Wat houdt het in?

Werkwijze

•

In samenwerking met ketenpartners (zoals

De Wijk GGD’er neemt niet de rol van de

wijkagenten, sociale wijkteams, huisarts,

hulpverlener over die al betrokken is bij de client.

woningcorporatie enz.) organiseert de Wijk

De Wijk GGD’er zoekt waar nodig naar creatieve

GGD’er de hulp of ondersteuning die nodig is

oplossingen en naar ongebaande paden

aan personen die tot deze doelgroep behoren

Interventies vanuit de Wijk GGD’er richten zich,

en hun directe sociale omgeving (familie,

afhankelijk van de aard van de casus, op de

buurt ed.).

persoon in kwestie, diens sociale omgeving of op

De Wijk GGD’er gaat samen met de wijkagent

de hulpverlening die reeds in beeld is (verbetering

actief op zoek naar situaties waar sprake is

van de bestaande ondersteuning).

van recidive en waar (nog) geen adequate

De Wijk GGD’er heeft een brede verpleegkundige

ondersteuning wordt geboden of waar het

achtergrond met kennis van somatiek, psychiatrie

versterken van het draagvlak van de

en verslavingszorg.

omgeving nodig is.

De Wijk GGD’er werkt vanuit de GGD outreachend

De interventies van de Wijk GGD’er bevinden

in uw gemeente en is in uw lokale netwerk

zich op het snijvlak van veiligheid, wonen en

ingebed.

•

•

zorg. •

Indien nodig meldt de Wijk GGD’er de persoon in kwestie aan bij het meldpunt WvGGZ (te beoordeling of een vorm van gedwongen zorg nodig is).

•

Het streven is om in een zo vroeg mogelijk stadium zicht te krijgen op de ondersteuningsbehoefte en escalatie van de situatie of in de buurt/ sociale omgeving te voorkomen.

76

Resultaat 2020 In beide gemeenten betrof het een pilot die uitgebreid geëvalueerd is. Uit de evaluatie blijkt dat de meerwaarde van de wijk GGD’er zit in de vroege signalering en snelle inzet, neutrale houding, voorkomen van zwaardere zorg, toeleiden naar de juiste hulpverlening, verlaging van de werkdruk van de politie, duurzame oplossingen die aansluiten bij behoeften van cliënten. Cijfers 2020 (beiden gemeenten samen): -

252 meldingen, 228 geregistreerde cliënten, 243 trajecten gestart waarvan 152 gesloten;

-

158 actieve trajecten waarvan 82 gesloten en 89 consultieve trajecten waarvan 70 gesloten;

-

Gemiddelde duur van een actief traject: 46 dagen (variatie van 0 tot 241 dagen).

-

Gemiddelde duur van een consultief traject: 29 dagen (variatie van 0 – 114 dagen).

Er is een tevredenheidspeiling gedaan onder ketenpartners en dat laat een positief beeld zien. Op basis van de evaluatie en de resultaten hebben de gemeenten Veldhoven en Waalre besloten om de Wijk GGD’er te continueren.

77

Taakveld:

GGD Academy

Onderbouwing:

Netwerkpartners benaderen de GGD met kennis- en opleidingsvragen voor hun professionals op het gebied van publieke gezondheid. Workshops voor professional zijn bovendien een vorm waarmee de GGD haar missie en taakstelling kan realiseren.

Doel:

Netwerkpartners met een passende vraag trainen op het gebied van publieke gezondheid in brede zin.

Wat houdt het in?

Werkwijze

Door middel van trainingen de kennis en

Ontwikkelen, aanbieden, uitvoeren en evalueren

vaardigheden van professionals vergroten op

van trainingen op de volgende thema’s:

thema’s binnen de publieke gezondheid.

-

Gezonde seksuele ontwikkeling en

Doelgroepen: professionals werkzaam i de

seksueel grensoverschrijdend gedrag bij

volgende sectoren:

kinderen

-

Gezondheidszorg

-

Pedagogisch beleid in beeld

-

Onderwijs

-

Meldcode kindermishandeling en huiselijk

-

Welzijn

-

Jongerenwerk / jeugdzorg

-

Veerkracht en positieve gezondheid

-

Kinderopvang

-

Verbinden met eenzaamheid

-

Gemeenten

-

Voedselveiligheid en hygiëne in de

-

Veiligsheidsdomein

geweld

kinderopvang of kleine woonvormen -

Suïcidepreventie (gatekeeperstraining)

-

Verslavingspreventie.

Resultaat 2020 Vanwege de corona crisis is 2020 anders gelopen dan gepland. De coördinatoren van de GGD Academy zijn tijdens de eerste maanden van de crisis ingezet bij het KCC plus en het BCO team. Een groot deel van het jaar konden live trainingen niet doorgaan. Hieronder een toelichting van wat er in 2020 is ontwikkelt en gegeven. Live trainingen -

Er zijn 2 training ‘moeilijke gesprekken met ouders’ gegeven aan de kinderopvang. Hieraan namen in totaal 16 personen deel. De gemiddelde waardering van de deelnemers was 4.5 op een schaal van 5.

-

Er is een pilottraining ‘een goed gesprek over eenzaamheid’ gegeven. Deze is ontwikkelt in samenwerking met Fontys Hogescholen vanuit een ZonMw subsidie. Hieraan namen 8 personen deel.

78

Online aanbod We hebben online mogelijkheden verkend en uitgeprobeerd. Dit heeft geresulteerd in: -

Een serie van vijf filmpjes voor vrijwilligersorganisaties hoe zij hun werkzaamheden kunnen hervatten, rekening houdende met de coronaregels (na eerste lockdown).

-

Een online themabijeenkomst suïcidepreventie bij armoede en schulden voor professionals in de sociaal economische sector. Hieraan namen in totaal 73 personen deel.

-

Een online gatekeeperstraining (suïcidepreventie) waaraan 8 personen deelnamen. De training is verzorgd door externe trainers van 113 en werd beoordeeld met 4.2 op een schaal van 5.

-

Een online pilottraining ‘een goed gesprek over eenzaamheid’ met 7 deelnemers, gefinancieerd vanuit ZonMw subsidie.

Vanuit de Academy hebben we ook collega’s ondersteund bij het geven van webinars en/of online workshops. Nieuw aanbod Er zijn twee nieuwe workshops opgenomen in het trainingsaanbod, namelijk: -

Een roker aanspreken, hoe doe je dat? voor organisaties die hun terrein rookvrij hebben gemaakt.

-

Workshop meldkamer ambulancezorg voor zorgprofessionals of leken (2 varianten).

79

Contracttaken Gezondheidsbevordering

Contracttaak en -partij

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Steunpunt Mantelzorg

Is conform afspraken

Is conform afspraken uitgevoerd;

Opdrachtgever:

uitgevoerd; krijgt vervolg in

krijgt vervolg in 2021

gemeente Eindhoven

2020 Steunpunt mantelzorg werkt ook voor de gemeente Valkenswaard

Regio coördinatie

Is tot mei 2019 uitgevoerd

Afgerond

Statushouders

conform afspraak. Contract is

Opdrachtgever: VWS/VNG

afgerond

Project seksuele diversiteit

Is conform afspraken

Is conform afspraken uitgevoerd;

Opdrachtgever: gemeente

uitgevoerd; krijgt vervolg in

krijgt vervolg in 2021

Eindhoven en Helmond

2020

Jeugdimpuls

Is conform afspraken

Is conform afspraken uitgevoerd;

Opdrachtgever:

uitgevoerd; krijgt vervolg in

krijgt vervolg in 2021 Uitbreiding

Scholen in de regio

2020

naar seksualiteit en gezondheid

Jong Helmond Lekker

Is conform afspraken

Is conform afspraken uitgevoerd.

Gezond

uitgevoerd; Contract is

Contract is afgerond

Opdrachtgever: stichting JHLG

afgerond Ketenaanpak overgewicht in 2021 gecontinueerd

Regionaal suïcide

Is conform afspraken

Is conform afspraken uitgevoerd;

preventieproject (inclusief

uitgevoerd; krijgt vervolg in

krijgt vervolg in 2021

STORM)

2020

Opdrachtgever: bestuur

Preventieve gezondheid

Is conform afspraken

Is conform afspraken uitgevoerd;

Asielzoekers

uitgevoerd

krijgt vervolg in 2021

Gastlessen

Is conform afspraken

Is grotendeels conform afspraken

Opdrachtgever: scholen

uitgevoerd

uitgevoerd veelal in de vorm van

Opdrachtgever: COA

webinars of digitale bijeenkomsten; krijgt vervolg in 2021 Weerbaarheid

Is conform afspraken

Opdrachtgever: verschillende

uitgevoerd

Is conform afspraken uitgevoerd

Gemeenten 80

Alcohol- en drugsmonitor

Is conform afspraken uitgevoerd

Opdrachtgever: Someren

Onderzoek transitie

In 2020 aanvang mee gemaakt en

jeugdzorg

wordt voortgezet in 2021

Opdrachtgever: Someren

Onderzoek Cliëntervaring

In een aantal gemeenten

WMO en jeugdzorg:

aanpassing agv Corona. Wordt in

Opdrachtgever:

2021 opnieuw uitgevoerd

verschillende gemeenten

Onderzoek mantelzorg:

Afgerond

Gemeente Son en Breugel Onderzoek armoede:

Afgerond

Gemeente Son en Breugel Project Nu niet zwanger

In 2020 aanvang mee gemaakt en

Gemeente Helmond

wordt voortgezet in 2021 Is conform afspraken uitgevoerd;

Project Rookvrije generatie

krijgt vervolg in 2021 Is conform afspraken uitgevoerd;

Project Rookvrije sportclubs

krijgt vervolg in 2021

Subsidie ZonMW In gesprek over

Is conform afspraken uitgevoerd;

eenzaamheid

krijgt vervolg in 2021

Subsidie ZonMW

81

Contracttaken Jeugdgezondheidszorg

Contracttaak en -partij

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Alcohol voorlichting en advies:

Is conform afspraken

Is conform afspraken

Opdrachtgever:

uitgevoerd

uitgevoerd. Corona heeft

Gemeenten:

gedurende het gehele jaar

Gemert-Bakel, Someren, Deurne en

een rol gespeeld in de

Reusel-De Mierden

uitvoering van contracttaken hierdoor zijn er over de gehele linie wel minder uren inzet geweest dan gepland

Kindermishandeling: voorlichting

Is conform afspraken

Is conform afspraken

Opdrachtgever:

uitgevoerd

uitgevoerd

Leerplichtontheffing:

Is conform afspraken

Is conform afspraken

Opdrachtgever:

uitgevoerd

uitgevoerd. Corona heeft

gemeenten via RAAK

diverse gemeenten

gedurende het gehele jaar een rol gespeeld in de uitvoering van contracttaken hierdoor zijn er over de gehele linie wel minder uren inzet geweest dan gepland.

Centrum voor Jeugd en gezin/Lokaal

Is conform afspraken

Is weinig vraag naar geweest.

Ondersteuningsteam/Centrum voor

uitgevoerd

Verantwoording en

Maatschappelijke Dienstverlening

verwachting 2021 besproken

Opdrachtgever:

met gemeente.

Gemeenten: Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, HeezeLeende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-De Mierden, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre Jeugdarts in expertteam

Is conform afspraken

Is weinig vraag naar geweest.

uitgevoerd

Verantwoording en verwachting 2021 besproken met gemeente.

82

3.3 Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage is in de primaire programmabegroting vastgesteld op € 16,77 per inwoner. Middels de 1e bestuurlijke begrotingswijziging (bestuursopdracht) is een stijging van de gemeentelijke bijdrage vastgesteld van totaal € 773.000 waardoor de werkelijke bijdrage per inwoner over 2020 € 17,77 bedraagt. Bijdrage per inwoner Monitoren, signaleren en

Prim. Begroting 2020

Werkelijk 2020

1.220.000

1,55

1.220.000

1,55

1.595.000

2,03

1.595.000

2,03

335.000

0,43

335.000

0,43

60.000

0,08

60.000

0,08

5.275.000

6,72

5.275.000

6,72

465.000

(0,87)

465.000

(0,87)

280.000

0,36

280.000

0,36

4.405.000

5,61

4.405.000

5,61

773.000

1,00

14.408.000

17,77

adviseren Uitvoerende taken gezondheidsbescherming Publieke gezondheid bij incidenten, rampen en crises Toezicht houden Jeugdgezondheidszorg Pubercontactmoment JGZ* Aanvullende taken Publieke Gezondheid Overhead Eenmalige bijdrage bestuursopdracht Bijdrage (per inwoner)

13.635.000

16,77

* per 2016 is het pubercontactmoment (pcm) van de contracttaken overgeheveld naar het gezamenlijke takenpakket. Het wordt echter niet o.b.v. een bijdrage per inwoner gefinancierd maar o.b.v. de verdeelsleutel zoals door VWS gehanteerd voor de verdeling van de middelen naar de gemeenten. In bovenstaande tabel is wel het totaal bedrag pcm 2020 inclusief bijbehorende overhead (€ 673.000) herrekend naar een bedrag per inwoner (0,87), in de totaaltelling van het bedrag per inwoner is deze, om verwarring met de bedragen in de bijlagen te voorkomen, niet opgenomen.

83

3.4 Overzicht gerealiseerde baten en lasten GGD exploitatierekening 2020

Realisatie 2020

Publieke Gezondheid

51.018.623

Ambulancezorg

25.793.026

Baten

77.498.341

Publieke Gezondheid

42.011.655

Ambulancezorg

20.199.468

Directe Lasten

62.897.815

Publieke Gezondheid

7.841.918

Ambulancezorg

5.066.111

Overhead Lasten

12.908.029

Publieke Gezondheid

28.214

Ambulancezorg

108.000

Vennootschapsbelasting

136.214

Publieke Gezondheid Ambulancezorg Totaal saldo van baten en lasten

1.136.836 419.447 1.556.283

Publieke Gezondheid

829.000

Ambulancezorg

59.000

Toevoeging aan reserve (-)

888.000

Publieke Gezondheid

205.280

Ambulancezorg

70.727

Onttrekking aan reserve (+)

276.007

Publieke Gezondheid

513.116

Ambulancezorg

431.174

Gerealiseerd resultaat

944.290

* Publieke gezondheid omvat alle pijlers behalve de pijler ambulance zorg.

84

4.

Paragrafen

4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Volgens artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat het weerstandsvermogen uit de relatie tussen: •

De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en de mogelijkheden waarover kan worden beschikt om niet begrote kosten te dekken.

•

Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de GGD in staat is niet structurele financiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit gevolgen heeft voor het bestaande takenpakket. De omvang van het weerstandsvermogen is afhankelijk van het risicoprofiel van de GGD. Dit profiel geeft het totaal van risico’s met een substantiële impact die gedekt moeten kunnen worden met de beschikbare weerstandscapaciteit. De kwantificering van de risico’s op basis van een kans- en impact-inschatting vindt plaats via een zogenaamde risico-inventarisatie, die jaarlijks wordt opgesteld. De inventarisatie per begin 2021 (zie ook paragraaf 4.1.2.) resulteert in een benodigde weerstandscapaciteit van ca. € 2.300.000 voor het programma Publieke Gezondheid en ca. € 2.100.000 voor Ambulancezorg.

4.1.1 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het geheel van middelen en mogelijkheden waarover de GGD beschikt om niet begrote substantiële kosten te dekken. Binnen de GGD kan alleen de Algemene Reserve als weerstandscapaciteit worden aangemerkt. Volgens de BBV vallen onder de weerstandscapaciteit ook de bestemmingsreserves en de voorzieningen. Dit zijn echter financiële middelen die gevormd zijn ter dekking van al voorziene risico’s en gebeurtenissen die niet opgenomen worden in de risico-inventarisatie. Overigens is het wel zo dat voor wat betreft de bestemmingsreserves het bestuur kan besluiten deze reserves een andere bestemming te geven. De voorzieningen hebben als doel om de kosten in de jaarlijkse exploitatie te egaliseren en/of bestaande verplichtingen te verantwoorden. De begrotingspost ‘Onvoorzien’ komt in de begroting van de GGD niet meer voor, zo is in 2015 bij de vaststelling van de Notitie Weerstandsvermogen & risicomanagement, Reserves & Voorzieningen en Post Onvoorzien besloten. Er wordt onder de personeelskosten nog wel een stelpost van 1% van de begrote omzet geraamd voor ‘risico’s personele kosten’. De post dient de facto als dekking van noodzakelijke (ziekte-)vervangingen. De Algemene Reserve is bedoeld als buffer voor onvoorziene uitgaven.

85

Hiermee kunnen onder andere schommelingen in de jaarlijkse exploitaties worden opgevangen, zodat niet elk jaar voor relatief beperkte bedragen een afrekening met de gemeenten hoeft plaats te vinden. De Algemene Reserve heeft een meerjarige functie. Eerder is besloten dat, gegeven de financieringsstructuur, voor de beide programma’s afzonderlijke algemene reserves worden aangehouden. Het bestuur heeft eerder vastgesteld dat het weerstandsvermogen niet direct tot het niveau van de risico-inventarisatie hoeft te worden aangevuld, maar dat de kaders en staffels zoals vastgesteld in de beleidsnotitie Kaders P&C-documenten 4GR-deel 2 hiervoor leidend zijn. Gegeven de omzet 2020 (exclusief Corona) is dan voor PG een kaderstellende bandbreedte van toepassing van minimaal € 600.000 en maximaal € 1.200.000 en voor AZ van minimaal € 1.200.000,- en maximaal € 1.500.000,-. Het wordt hierbij echter aan het Algemeen Bestuur van de Verbonden Partij overgelaten of die bandbreedte volledig wordt ingevuld, aangezien dit organisatie-specifiek is en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten. Een laag weerstandsvermogen betekent wel dat financiële tegenvallers van enige omvang niet uit de algemene reserve kunnen worden opgevangen. De Algemene Reserve wordt hoofdzakelijk gevuld door middel van eventuele voordelige exploitatieresultaten.

In 2019 en 2020 zijn er, in het kader van de uitvoering van de bestuursopdracht, onttrekkingen gedaan aan de Algemene Reserve PG. Dit betreft met name projectkosten ter voorbereiding op de integratie van JGZ 0-4 per 1-1-2021, waarbij de doelstelling en verwachting is dat de reserve de komende jaren met positieve resultaten hierop weer kan worden aangevuld. Na vaststelling van deze jaarrekening bedraagt de Algemene Reserve PG exclusief de resultaatbestemming 2020 ca. € 370.000 en voor AZ € 1.200.000; na resultaatbestemming 2020 *) zal de reserve PG

ca.€ 550.000 en AZ ca. € 1.400.000 bedragen. Mochten er zich de komende

jaren echter voor een hoger bedrag tekorten voordoen dan deze saldi, dan dragen de gemeenten daarvan het financiële risico, ieder naar rato van het inwoneraantal. *) onder voorbehoud definitieve besluitvorming bestuur

4.1.2 Risicomanagement Om risico's te beheersen wordt door de GGD BZO actief risicomanagement ontwikkeld. Elk trimester staat het management in de marap-gesprekken nadrukkelijk stil bij de ontwikkeling en ontstaan van relevante risico's, en welke maatregelen genomen moeten worden deze risico's te beperken. Daarnaast is het risicomanagement een belangrijk element in het nieuwe HKZcertificeringsschema. Als belangrijkste risico’s worden gezien:

86

Stijging van kosten Het risico dat de loon- en materiële kosten sneller stijgen dan de in de begroting opgenomen indexering van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke takenpakket en/of het NZA-budget voor ambulancezorg, en dat deze niet in de daaropvolgende jaren wordt rechtgetrokken. In de budgetafspraken met gemeenten is vastgelegd dat voor de berekening van de gemeentelijke bijdragen een vooraf overeengekomen index wordt toegekend en dat daarop geen nacalculatie wordt toegepast. Hierdoor ontstaat het risico dat de kosten meer stijgen dan de inkomsten. Dit risico bestaat ook bij Ambulancezorg omdat de indexering van het budget bij Ambulancezorg niet plaatsvindt op basis van de werkelijke kostenontwikkeling in de sector en dus ook af kan wijken. Gezien de recente ontwikkelingen m.b.t. de loonkostenontwikkeling (m.n. ABP-premie) waardoor aanzienlijke tekorten (zijn) ontstaan is dit risico op dit moment als hoger in te schatten. Het risico dat door fusie, reorganisatie, conflicten etc. er wachtgelden/frictiekosten dienen te worden uitbetaald die niet door gemeenten, derden of de lopende exploitatie worden gedekt. In de Gemeenschappelijke Regeling is vastgelegd dat alleen bij vermindering van de bijdragen de gemeente(n) gehouden zijn de kosten die daar een gevolg van zijn te vergoeden.

In andere situaties komen die kosten ten laste van de reguliere exploitatie van de GGD, die daarvoor echter geen ruimte biedt. Het risico dat als gevolg van (belasting)wet- en regelgeving de kosten meer dan gemiddeld stijgen en/of tot een naheffing leiden. Hierbij concreet te denken aan zaken zoals de invoering van de Vennootschapsbelasting voor overheidsinstellingen, het risico van belastingheffing i.v.m. overschrijding van de Werkkostenregeling en sinds 2020 als gevolg van de WNRA het toegenomen risico om transitievergoedingen te betalen. Maar ook het toegenomen risico op naheffingen vanwege achteraf vast te stellen premiepercentages en vanwege eventuele andere foutieve toepassing weten regelgeving die achteraf wordt geconstateerd. Toegenomen regeldruk maken dit risico pregnanter. Toenemende arbeidsmarktkrapte bij specifieke functies betekent dat vaker tijdelijk een andere invulling van de taakuitvoering moet worden georganiseerd (bv duurder personeel van derden / ZZP inhuren) om de noodzakelijke dienstverlening op peil te houden. Onvoldoende Budget Het risico dat om de paraatheid van de Ambulancezorg te handhaven er, bv vanwege een hoog ziekteverzuim of een groot personeelsverloop, te weinig budget is om de vervangingskosten te dekken. Daarnaast bestaat m.b.t. ambulancezorg een algemeen exploitatierisico op de omvangrijke materiële kosten.

In 2012 en 2013 heeft de situatie van hoge vervangingskosten zich voorgedaan en heeft dit tot (aanzienlijke) tekorten geleid van in totaal ca € 800.000. 87

Er mag vanuit gegaan worden dat een dergelijke ernstige verstoring binnen een afzienbare periode tot adequate maatregelen leidt; eventueel met ondersteuning van verzekeraars die daar ook een rol en belang in hebben en dit in het verleden ook hebben getoond met incidentele aanvullende financiering. In het uiterste geval kan ook besloten worden om de paraatheid, en dus het niveau van dienstverlening, terug te brengen om daarmee binnen de budgettaire kaders te blijven. Uitvoering van noodzakelijke activiteiten zonder financiering Het risico dat door een ramp bij PG veel extra inzet nodig is en/of waardoor het reguliere werk in gevaar komt. Bij een grotere ramp zal de inzet van de GGD wellicht groot zijn terwijl de kosten van die inzet mogelijk niet volledig kunnen worden verhaald. De huidige Corona-crisis is een voorbeeld van een dergelijke situatie; de daarvoor toegekende vergoedingsregeling vanuit VWS geeft op dit moment vertrouwen dat alle extra kosten vergoed worden, de omvang van de inschatting hoeft derhalve niet aangepast te worden. Er bestaat echter wel het risico op meer werk en kosten op de langere termijn als gevolg van een algemene verslechterde gezondheidssituatie van de inwoners in onze regio. Het risico dat verplichte landelijke wet- en regelgeving bij PG leidt tot activiteiten waarvan de kosten nog niet zijn opgenomen in de begroting.

Het risico bestaat dat de GGD verplicht is om, in het kader van (nieuwe) wet- en regelgeving, bepaalde taken uit te voeren zonder dat daar meteen voldoende middelen tegenover staan. Te denken valt hierbij aan de besluitvorming door de centrale overheid zoals die bij de decentralisaties, gepaard gaande met een efficiencykorting. Extra kosten door organisatieverandering Het risico dat, wanneer de vergunning voor ambulancevervoer niet meer aan de GGD wordt toegekend, een deel van centrale overhead niet meer wordt gedekt. Dit risico is momenteel minimaal en afgenomen nu de minister heeft aangegeven geen openbare aanbesteding te gaan invoeren. Onlangs is daarbij overigens ook de overdracht van de vergunning van de Veiligheidsregio naar de GGD aangevraagd bij VWS. Bij integrale overgang van AZ naar een andere organisatie zal er naar verwachting ook een overdracht van overheadtaken en -medewerkers plaats vinden. Ten aanzien van de achterblijvende ongedekte overhead (zoals directie, huisvesting ed.) wordt dan veelal wel een afbouwregeling van enkele jaren getroffen, maar daarna ontstaat een dekkingsprobleem als geen nieuwe activiteiten met externe financiering kunnen worden ontplooid en/of kosten kunnen worden bespaard.

Extra kosten door verandering taakuitvoering Het risico dat er (door externe ontwikkelingen) een wijzing in de taakinhoud optreedt waardoor er tijdelijk meerkosten ontstaan. Bij wijziging van een taakinhoud zullen er wellicht tijdelijk meerkosten zijn waarvoor geen budget in de begroting is opgenomen. Hierbij valt te denken aan situaties zoals met de Q-koorts. 88

Extra kosten door afname van markttaken Het risico dat door marktomstandigheden er tijdelijk ongedekte kosten blijven bij de contracttaken voor het rijk en derden. Bij deze contracttaken moet gedacht worden aan betaalde activiteiten voor instellingen, bedrijven, het Rijk en particulieren. In tegenstelling tot de gemeentelijke contracttaken ontstaat bij afname of beëindiging van deze financiering een risico van ongedekte kosten. Bij de gemeentelijke contracttaken is, conform afspraken in de Gemeenschappelijke Regeling, de opzeggende gemeente gehouden de daaraan verbonden frictiekosten te vergoeden. Aangezien het personeel dat belast is met de uitvoering van deze contracttaken voor een groot deel bestaat uit vast personeel, zullen er bij een lagere omzet c.q. het geheel afstoten van deze taken kosten zijn waarvoor geen financiële dekking meer is. Beveiliging en (onder-)verzekering Het risico dat toegewezen schadeclaims niet volledig worden afgedekt door de afgesloten verzekeringen. De normale bekende risico’s voor de GGD zijn afgedekt middels afgesloten verzekeringen. Jaarlijks wordt bezien of deze nog afdoende dekking bieden. Toch blijft er een rest risico bestaan dat in het weerstandsvermogen dient te worden afgedekt. Het risico dat er zich ICT-beveiligingsproblemen voordoen.

Hierbij te denken aan risico's van stroomuitval, cybercrime en andere situaties waarin systemen uitvallen en/of gegevens (tijdelijk) niet beschikbaar zijn of dat er schade ontstaat vanwege misbruik. De omvang van dit risico neem toe als gevolg van de komende uitbreiding met JGZ 0-4 en de inschatting dat het risico op hacken en de omvang van de schade toeneemt Verbonden Partijen Het risico dat bij liquidatie van een der verbonden partijen er claims aan de GGD zullen zijn. Uit een analyse per verbonden partij komt geen specifiek te duiden risico voort. Desalniettemin wordt een algemeen risico ingeschat voor deze en andere niet formele samenwerkingsverbanden; deze laatste nemen namelijk steeds meer toe. Overige incidentele tegenvallers Het risico verbonden aan de verkoop en het terug-huren van de Callenburgh. Zoals bij de besluitvorming omtrent de verkoop- en huurovereenkomst is vastgesteld, bestaat voor de GGD tot ca 2023 een risico dat een beperkt deel van de uitgestelde betaling van de verkoopopbrengst niet ontvangen zou worden. Het risico dat er zich nog overige (personele) tegenvallers zullen voordoen waarmee nog geen rekening is gehouden. Deze post wordt de facto gedekt door hiervoor in de jaarlijkse begroting bij de personele kosten een stelpost op te nemen. 89

4.1.3 Financiële kengetallen Op grond van een wijziging in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient in de begroting en jaarrekening voortaan de ontwikkeling van een aantal voorgeschreven financiële kengetallen te worden opgenomen en toegelicht. Concrete normen zijn hiervoor nog niet voorhanden, die zullen naar verwachting in de toekomst op basis van ervaring ontstaan, waardoor deze kengetallen meer betekenis gaan krijgen. Nu geeft alleen de ontwikkeling in de tijd een indicatie, waarbij de kengetallen voor de begroting gebaseerd worden op geprognosticeerde balansgegevens hetgeen een bepaalde onnauwkeurigheid met zich meebrengt. De voorgeschreven kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing, omdat er geen activiteiten m.b.t. grondexploitatie en heffing van gemeentelijke belastingen uitgevoerd worden door de GGD Brabant-Zuidoost.

Kengetallen

Realisatie

Begroting

Realisatie

2019

2020

2020

Netto schuldquote

7,0%

10,2%

1,4%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte

7,0%

10,2%

1,4%

Solvabiliteitsrisico

16,1%

14,3%

12,6%

Structurele exploitatieruimte

-0,3%

0,2%

1,0%

leningen

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de GGD ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote wordt uitdrukt in een percentage van de totale baten. Het solvabiliteitsrisico betreft de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen en geeft inzicht in de mate waarin de GGD in staat is aan zijn financiële verplichtingen op de langere termijn te voldoen. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de GGD heeft in de eigen exploitatie, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bovengenoemde kengetallen worden voor de realisatie 2020 sterk beïnvloedt door de kosten en balansposities vanwege de Corona-kosten en de financiering daarvan. Met name de netto schuldquote geeft daardoor een vertekend beeld.

90

4.2 Onderhoud kapitaalgoederen 4.2.1 Beleidskader De GGD streeft naar een optimale staat van haar kapitaalgoederen. Hiervoor is onderhoud van deze kapitaalgoederen noodzakelijk. Het beleid voor het onderhoud van kapitaalgoederen kent vijf onderdelen. Te weten; gebouwen, machines, apparaten en installaties, hard- en software en vervoermiddelen. 4.2.2 Gebouwen Er is een Spreiding- en Beschikbaarheidsplan voor Ambulancezorg opgesteld. Er is voor gekozen om alle benodigde panden te huren. De GGD had 2 ambulanceposten in eigendom, maar deze zijn inmiddels afgestoten waardoor geen gebouwen meer in eigendom zijn. De verhuizingen als gevolg van het Spreiding en Beschikbaarheidsplan staan toegelicht in paragraaf 4.4 Bedrijfsvoering bij Huisvesting. Het beheer en onderhoud van de gehuurde gebouwen is voor rekening van de verhuurder, met uitzondering van kleine reguliere onderhoudswerkzaamheden aan de binnenkant en het binnen schilderwerk. 4.2.3 Machines, apparaten en installaties Voor de waardevolle ondersteunende machines, apparaten en installaties zijn voor een groot deel onderhoudscontracten aanwezig. Voor de overige machines, apparaten en installaties met een beperkte waarde en waarvan er slechts een beperkt aantal aanwezig zijn, zijn geen onderhoudscontracten aanwezig.

4.2.4 Hard- en software Voor de optimale beschikbaarheid van hard- en software zijn voor de belangrijke bedrijfsapplicaties dienstverleningsovereenkomsten gesloten. Voor het onderhoud van hard- en software wordt geen voorziening gevormd. Alle kosten komen ten laste van de exploitatie. De kosten voor onderhoud op hard- en software bestaan vooral uit het aanschaffen en verlengen van softwarelicenties. 4.2.5 Vervoermiddelen Voor voertuigen van de ambulancedienst worden onderhoudscontracten afgesloten. Hierin worden kosten van periodiek preventief onderhoud, reparatie als gevolg van normaal zorgvuldig gebruik en het treffen van maatregelen tegen normale slijtage gedekt. Maandelijks wordt hiervoor een vast bedrag betaald aan de leverancier van de diensten. Deze kosten komen ten laste van de exploitatie. Overige reparaties en het eigen risico bij schadeherstel worden ook rechtstreeks in de exploitatie verwerkt. Voor het onderhoud aan ambulances, piketauto’s en dienstauto’s is conform regelgeving geen voorziening gevormd. In het onderstaand overzicht staan werkelijke kosten die zijn gemaakt voor het onderhoud aan kapitaalgoederen. 91

Kapitaalgoederen

Realisatie 2020

Gebouwen

192.100

Machines, apparaten en installaties

140.900

Hard- en software

1.713.700

Vervoermiddelen

382.600

Totaal

2.429.300

4.3 Financiering

4.3.1 Beleidskader Op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheid (FIDO) dient de GGD jaarlijks in de jaarrekening verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid inzake de treasuryfunctie. Het beleid voor de treasuryfunctie van de GGD is vastgelegd in het treasurystatuut, door het Algemeen Bestuur vastgesteld op d.d. 06-12-2017. 4.3.2 Rentebeleid De renterisico’s bij het aantrekken en uitzetten van geldmiddelen worden beperkt door de overeengekomen rentepercentages bij de transactie te baseren op de actuele rentestand en de rentevisie van de geldverstrekker (Bank Nederlandse Gemeenten). De korte rente is ook in 2020 historisch laag. De korte rente is lager dan de lange rente. Op basis hiervan is het uitgangspunt de financieringsbehoefte eerst te dekken met de maximale kasgeldlimiet en de resterende behoefte te dekken met langlopende leningen. Met deze aanpak wil de GGD zorgen voor zo laag mogelijke financieringskosten, rekening houdend met het risicoprofiel. Hierbij wordt de GGD door de treasury afdeling van de gemeente Eindhoven ondersteund. 4.3.3 Financieel Risicobeheer Door een actief risicobeheer probeert de GGD de financiële risico’s te beperken. In het treasurystatuut zijn richtlijnen en limieten voor het risicobeheer opgenomen. De GGD hanteert de normen die in de Wet FIDO zijn bepaald.

Het niveau van de kasgeldlimiet is gelimiteerd op 8,2% van de begrote lasten, de renterisiconorm houdt in dat voor maximaal 20% van het begrotingstotaal, langlopende leningen per jaar kunnen worden afgelost. De norm beoogt een evenwichtige opbouw van de leningen in de tijd. De provincie toetst de kasgeldlimiet en de renterisiconorm in het kader van het financieel toezicht.

4.3.4 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een door de Wet FIDO voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld met een rente typische looptijd van korter dan een jaar.

92

Als grondslag voor de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt 8,2% van de jaarbegroting aangehouden. Indien de werkelijke omvang lager is dan de wettelijk toegestane omvang, is er sprake van ruimte; indien de werkelijke omvang hoger is, dan is er sprake van overschrijding. Conform de wettelijke kasgeldlimiet kan de GGD de financieringsbehoefte tot een bedrag van € 3.624.000,- dekken met kortlopende leningen. Gezien de lagere rentevoet van kortlopende ten opzichte van langlopende leningen is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de toegestane norm. In onderstaande overzicht wordt de kasgeldlimiet van 2020 weergegeven.

Kasgeldlimiet

Werkelijk 2019

Werkelijk 2020

Totaal lasten

40.150.000

44.200.000

Wettelijk kasgeldlimiet (8,2%)

3.292.000

3.624.000

Netto vlottende schuld

-1.775.000

511.000

Ruimte onder(+)/boven(-) kasgeldlimiet

5.067.000

3.113.000

Daarmee heeft de GGD voldaan aan de kasgeldlimiet. 4.3.5 Renterisiconorm De renterisiconorm benadrukt vooral het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en van de renterisico’s. De berekening van het renterisico is een benadering van het te lopen of het gelopen renterisico. Zowel bij een overschrijding als een onderschrijding van de renterisiconorm zal de GGD (en vervolgens de toezichthouder) zich een oordeel moeten vormen over de consequenties. De renterisiconorm bepaalt het feitelijke renterisico op de langlopende lening. Jaarlijks mogen de renterisico’s van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. In 2020 is de ruimte onder de renterisiconorm € 8.791.800,-. Renterisiconorm

Werkelijk 2019

Werkelijk 2020

1. Begrotingstotaal per 1 januari

40.150.000

44.200.000

2. Renterisiconorm (20%)

8.030.000

8.840.000

-

-

46.300

48.200

-

-

Ruimte onder renterisiconorm (2-5)

7.983.700

8.791.800

Ruimte boven renterisiconorm (5-2)

-

-

3. Netto renteherziening langlopende leningen 4. Betaalde aflossing 5. Renterisico langlopende leningen (3+4)

Daarmee heeft de GGD voldaan aan de renterisiconorm. 4.3.6 Bedrag aan middelen buiten de Rijks schatkist Het schatkistbankieren houdt in dat GGD BZO de overtollige liquide middelen boven het drempelbedrag aan moet houden bij het ministerie van Financiën. 93

Voor openbare lichamen met een begrotingstotaal kleiner of gelijk aan € 500 mln. is het drempelbedrag gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal. Het begrotingstotaal op 1 januari 2020 is € 44.200.000,-. Op basis van dit bedrag is het drempelbedrag € 332.000. Het gemiddelde van aangehouden liquide middelen in het jaar 2020 buiten de schatkist is € 221.000, waarmee per saldo voldaan is aan de norm. Bedrag aan middelen buiten de Rijks

Werkelijk 2020

schatkist 1. Begrotingstotaal per 1 januari

44.200.000

2. Drempelbedrag 0,75% van begrotingstotaal

332.000

3. Werkelijke middelen buiten schatkist

221.000

Ruimte onder het drempelbedrag (2-3)

111.000

Ruimte boven het drempelbedrag (3-2)

-

4.3.7 Financieringsbehoefte Met betrekking tot de liquiditeitsontwikkeling is de financieringsbehoefte in 2020 € 7.524.700,geweest. Vaste activa worden gefinancierd met lang vreemd vermogen voor zover eigen middelen daar niet toereikend voor zijn. In het volgende overzicht is de boekwaarde vergeleken met de langlopende leningen. Financieringsbehoefte

Saldo 1-

Bestem.

Toe-

Ont-

Vrijval

Saldo 31-

1-2020

resultaat

voeging

trekking

Reserves

2.864.100

944.300

888.000

276.000

-

4.420.400

Voorzieningen

1.141.100

-

126.000

133.500

92.600

1.041.000

Langlopende leningen

1.682.900

-

-

48.300

-

1.634.600

Totaal beschikbaar

5.688.100

7.096.000

Boekwaarde activa

8.072.600

7.524.700

Financieringstekort

2.384.500

428.700

12-2020

Beschikbare financieringsmiddelen:

Uit het overzicht ‘financieringsbehoefte’ blijkt dat de boekwaarde investeringen (vaste activa) bijna volledig wordt gefinancierd met lang vreemd vermogen, reserves en voorzieningen. Het financieringstekort wordt gefinancierd met kortlopende schulden. 4.3.8 Leningenportefeuille De leningenportefeuille toont de ontwikkeling van leningen o/g en leningen u/g in 2020 (zie overzicht ‘leningenportefeuille’).

94

Leningenportefeuille Stand per 1 januari 2020 Nieuwe leningen Reguliere aflossing Vervroegde aflossing Stand per 31 december 2020

Leningen o/g Mutaties

Gem. rente

1.682.865

4,16%

48.233 1.634.632

4,16%

De stand van de leningenportefeuille o/g is afgenomen met € 1.682.865,- naar € 1.634.632,- per 31 december 2020. De reguliere aflossingen betreffen aflossingen op de langlopende lening. De omvang van de leningenportefeuille u/g is nihil, omdat GGD geen uitzettingen heeft uitstaan.

4.3.9 EMU-saldo Decentrale overheden moeten in hun jaarrekening een berekening opnemen van het zogenoemde EMU-saldo over het begrotingsjaar. EU-lidstaten mogen een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product. Hiervan is in Nederland 0,5% voor de decentrale overheden. De EMU-systematiek is anders dan het baten-lastenstelsel; bij een sluitende exploitatie kan toch een negatief EMU-saldo ontstaan, vandaar deze afzonderlijke berekening. De berekening laat voor 2020 een positief saldo zien.

1+ 2+ 3+ 45+ 6a + 6b 78a + 8b 910 11 -

Berekening EMU-saldo Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan/onttrekking uit reserves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan voorzieningen ten laste van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Bijdragen Rijk, provincies, EU en overigen mbt de investeringen die niet via de exploitatie lopen Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in vaste activa (tegen verkoopprijs) De boekwinst op desinvesteringen in vaste activa Aankoop grond, bouw-, woonrijp maken e.d. ( met derden en niet via de exploitatie) Opbrengsten uit verkoop van grond (tegen verkoopprijs) De boekwinst op grondverkopen Betalingen ten laste van de voorzieningen (met derden) Betalingen die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves Boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen

2020 1.556.300 1.816.700 126.000 1.283.900 2.000 133.500 -

EMU-saldo

2.083.600

4.4 Bedrijfsvoering 4.4.1 Organisatie De 21 gemeenten in Brabant-Zuidoost hebben gezamenlijk de GGD opgericht in de vorm van een gemeenschappelijke regeling. Het Algemeen Bestuur bestaat uit een wethouder per deelnemende gemeente. Het Dagelijks Bestuur van de GGD bestaat uit acht leden en wordt gevormd uit het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur is taakstellend en controlerend. 95

De taken en bevoegdheden van de besturen en directie liggen vast in de gemeenschappelijke regeling en de organisatieverordening. De activiteiten van de GGD werden uitgevoerd door vier sectoren. Deze werden ondersteund door de stafsectoren Bedrijfsondersteuning en Strategie en ontwikkeling. Het organogram van de GGD ziet er als volgt uit:

Directie/ MT

Medisch eindverantwoordelijke Medisch manager

Controller

Ambulancezorg

Bedrijfsondersteuning

Jeugdgezondheids-zorg

Algemene Gezondheidszorg

Strategie en ontwikkeling

Gezondheidsbevordering

Ambulancevoorziening

4.4.2 Bestuursopdracht aan GGD Het algemeen bestuur van de GGD heeft in 2018 aan de directeur van de GGD een bestuursopdracht gegeven om te komen tot een robuuste en wendbare organisatie. Belangrijkste onderdelen van deze opdracht zijn de integratie van JGZ 0-4 binnen de GGD, de ontwikkeling van een drielagen naar een tweelagen structuur, de implementatie van Lean principes en zelforganisatie en het verbeteren van de bedrijfsvoering van de GGD. De GGD hoopt met de bestuursopdracht ruimte vrij te maken voor ontwikkeling en de weerstandpositie te versterken. Dit veranderingsproces is een meerjarig proces. Door de Coronacrisis is er vertraging opgetreden in dit veranderingsproces, met name in de verbetering van de bedrijfsvoering, implementatie van Lean en de transformatie naar een tweelagenstructuur en zelforganisatie. In het integratieproces JGZ is wel voortgang geboekt en de ambitie is gehaald om per 1.1.2021 de taken, mensen en middelen JGZ 0 – 4 van ZuidZorg en Zorgboog over te nemen (zie ook elders in dit verslag). De GGD heeft Lean als filosofie omarmd. Lean staat voor resultaatgericht werken en continu verbeteren en neemt klantwaarden als vertrekpunt. Elk onderdeel en elke laag in de organisatie gaat hiermee aan de slag.

In 2020 is gekeken naar de PDCA-cyclus en hebben we geconstateerd dat met name de Check @ Act onvoldoende ontwikkeld zijn en dat Lean nog onvoldoende geborgd is in de lijn. Via een pilot is aan de hand van 5 stappen gewerkt aan een eerste prestatiedoorbraak gericht op ons Klant Contact Centrum. Tevens zijn de Lean principes toegepast bij de inrichting en werkwijze van onze Corona teststraten. Voorts is een implementatie aanpak voor Lean vanaf 2021 ontwikkeld. 96

De tweelagenstructuur en de tweehoofdige directie worden per 1.1.2021 ingevoerd. De voorbereidingen zijn daarvoor getroffen. Er is een houtkoolschets en roadmap gemaakt voor de nieuwe structuur en werkwijze en een tweede directeur is door het bestuur benoemd (vanuit de integratie JGZ meegekomen). Tevens is de interne mandaatregeling aangepast. De implementatie van de tweelagenstructuur en zelforganisatie wordt vanaf 2021 opgepakt.

4.4.3 Personeel De GGD Brabant-Zuidoost had in 2020 gemiddeld 412,82 fte (502 personen) in dienst. In het onderstaande overzicht is de formatie verdeeld over de Publieke Gezondheidszorg en Ambulancezorg. Gemiddelde personele bezetting 2020

Aantal

Aantal

personen

fte

Publieke Gezondheidszorg

276

205,19

Ambulancezorg

208

Ambulancezorg FLO

18

Subtotaal Ambulancezorg

226

207,63

Totaal

502

412,82

De GGD Publieke Gezondheidszorg kent in 2020 een verlooppercentage van 11,1%. Dit is licht gedaald ten opzichte van 2020 (verlooppercentage 12%). Bij de Ambulancezorg is het verlooppercentage 6,2 %. Dit is een daling ten opzichte van het jaar hiervoor (9,1%). Alle medewerkers die uit dienst gaan, wordt een exitgesprek aangeboden. De gemiddelde leeftijd in 2020 van de medewerkers van de GGD Publieke Gezondheidzorg is 48 en bij de Ambulancezorg (ex FLO) 46 jaar. Arbeidsmobiliteit 1. Loopbaanontwikkeling -

In 2020 hebben 47 medewerkers (vrijwillig) gebruik gemaakt van de diensten van het Loopbaancentrum. Veertien trajecten lopen door in 2021. De begeleiding varieerde van kortdurende trajecten (1 a 2 gesprekken) tot intensieve (3 -10 gesprekken). De loopbaanvragen waren uiteenlopend waaronder: -

Vrijwillige of verplichte oriëntatie op eigen of ander werk binnen of buiten de organisatie.

-

Begeleiding naar ander werk.

-

Sollicitatie- en netwerkadvies.

-

Vanuit afloop tijdelijk dienstverband korte oriëntatie, solliciteren en netwerken.

-

Oriëntatie op passende studie.

-

Onderzoek en verdieping eigen functie (POP).

-

Coaching bij re-integratie, studenten AZ, werkbegeleiders AZ, verbeteren communicatie, omgaan met verlies functie of baan.

-

Bemiddeling en coaching, incidenteel op verzoek van teammanager. 97

2. Re-integratie Onder re-integratie verstaan we de activiteiten die worden uitgevoerd bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebrek. We maken hierbij onderscheid in re-integratie spoor 1: re-integratie in eigen of andere (aangepast) functie binnen de GGD; spoor 2: re-integratie in ander werk buiten de GGD. Één medewerker ontvingen in 2020 1e en 2e spoorbegeleiding. In februari 2021 volgt overdracht naar externe begeleiding. Daarnaast ontving één medewerker een 1 e spoorbegeleiding. Deze medewerker is hersteld en heeft daarna een loopbaantraject gevolgd. Dit traject is succesvol afgerond, de medewerker heeft inmiddels een andere baan. 3. Van Werk Naar Werk (VWNW) -

Herplaatsingstrajecten boventalligheid In 2019 is 4,3 fte boventalligheid ontstaan binnen de functie assistentes JGZ. Daarvan waren in 2020 nog 3 medewerkers bovenformatief. Deze medewerkers zijn allen intern herplaatst.

-

Er waren in 2020 5 te herplaatsen WW-ers: 2 binnen de Publieke Gezondheid en 3 binnen Ambulancezorg. Binnen de Publieke Gezondheid ontving 1 ex-medewerker externe begeleiding. Deze medewerker heeft een nieuwe baan gevonden. De andere begeleiding is ook afgerond (na het 1e kwartaal 1 2021 vervalt van deze kandidaat de sollicitatieverplichting. Bij de Ambulancezorg ontvingen 3 chauffeurs begeleiding. Twee hiervan maakt momenteel geen gebruikt meer van de WW, 1 ontvangt nog een aanvullende WW uitkering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10189878/1