6a.1 Voorlopige jaarstukken 2020 ODZOB
Tekst van het document
b.
Samen Sterk in Brabant (SSiB). De boa’s van SSiB hebben diverse acties gehouden. In meerdere natuurgebieden is met het uitschrijven van PV’s opgetreden. Er zijn extra werkzaamheden verricht in verband met Covid-19. SSiB brengt regelmatig nieuwsflitsen uit over de werkzaamheden en heeft dit voorjaar een website gelanceerd: www.ssibbrabant.nl.
c.
Programmamanagement. Er zijn kwartaalrapportages opgesteld om de voortgang te monitoren. Op basis van nieuwe projectvoorstellen is het Programma 2021 samengesteld.
d.
Het AB van september 2020 heeft om nadere uitwerking van het Rekenkameronderzoek gevraagd (plan van aanpak). Hiervoor heeft de ODZOB ondersteuning geboden bij de overleggen van stuurgroep en projectgroep, het opstellen van het procesplan en uitwerking procesplanning en communicatie.
Covid-19 Uit bovenstaande lijst blijkt dat op veel terreinen goede resultaten zijn behaald. Bij een aantal projecten en werkzaamheden zijn niet alle geplande activiteiten gerealiseerd of hebben projecten vertraging opgelopen, als gevolg van de problematiek van Covid-19. Dit betreft onder andere de uitrol van de klimaatroute App en daarnaast zijn er ook minder bijeenkomsten gerealiseerd bij de projecten ondermijning en omgevingsatlas. Werkzaamheden zijn dan deels verplaatst naar 2021. Soms hebben werkzaamheden een hogere prioriteit gekregen, bijvoorbeeld het oprichten van een specifiek Covid-team binnen de ODZOB voor ondersteuning van toezichthouders en handhavers in de praktijk. Wat kost het? De werkelijke baten komen overeen met de geraamde baten van ruim € 1,2 mln. Het uiteindelijke verschil wordt veroorzaakt door de tariefcorrectie die is doorgevoerd. De gerealiseerde lasten, die enerzijds bestaan uit gerealiseerde ureninzet voor dit programma en anderzijds uit externe kosten (zoals de bijdrage aan Samen Sterk in Brabant) zijn hoger dan was voorzien in de begroting. Jaarstukken 2020
19
JAARSTUKKEN 2020
Programma Collect ieve t aken
* bedragen x 1€ Begrot ing 2020 na wijziging
Realisat ie 2020 vóór t ariefscorrect ie
Realisat ie 2020 na t ariefscorrect ie
Afwijking realisat ie na t ariefscorrect ie t .o.v. begrot ing
Baten
1.222.145
1.222.145
1.204.965
-17.180
Totaal baten
1.222.145
1.222.145
1.204.965
-17.180
Lasten
969.210
1.022.035
1.022.035
52.826
Totaal lasten
969.210
1.022.035
1.022.035
52.826
Tot aal saldo van bat en en last en
252.935
200.110
182.930
-70.005
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
0
Ontrekkingen aan reserves
0
0
0
0
252.935
200.110
182.930
-70.005
Bat en
Last en
Gerealiseerde result aat
Een nadere toelichting op de ontwikkeling van baten en lasten van dit programma is opgenomen onder paragraaf 3.4.1. 2.3.4
Algemene dekkingsmiddelen
Hieronder is het overzicht m.b.t. de algemene dekkingsmiddelen opgenomen. Deze post omvat met name doorbelasting van garantiesalarissen en personeel gerelateerde kosten aan latende partijen (=partijen die bij de oprichting van de ODZOB personeel ingebracht hebben). Algemene dekkingsmiddelen
* bedragen x 1€ Begrot ing 2020 na wijziging
Realisat ie 2020 vóór t ariefscorrect ie
Realisat ie 2020 na t ariefscorrect ie
Afwijking realisat ie na t ariefscorrect ie t .o.v. begrot ing
Baten
50.000
64.578
64.578
14.578
Lasten
0
0
0
0
50.000
64.578
64.578
14.578
Omschrijving
Saldo Algemene dekkingsmiddelen
Zie paragraaf 3.4.1 voor een nadere toelichting op de hiervoor gepresenteerde cijfers. 2.3.5
Kosten van de Overhead
Volgens BBV dienen overheadkosten afzonderlijk te worden begroot en verantwoord. Zij maken aan de lastenkant geen deel meer uit van de beleidsprogramma’s. Zo wordt meer inzicht gegeven in de totale kosten van overhead voor de gehele organisatie. Om te kunnen vaststellen welke kosten tot de overhead kunnen worden gerekend, is in het BBV een definitie van de overhead geïntroduceerd. Deze definitie luidt: “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Door deze definitie te gebruiken kan een eenduidig inzicht worden gegeven in de kosten die direct zijn toe te rekenen aan bepaalde beleidsprogramma’s / taakvelden. De volgende kosten zijn tot de overheadkosten gerekend:
leidinggevenden primair proces (hiërarchisch);
financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie;
P&O/HRM;
inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement);
Jaarstukken 2020
20
JAARSTUKKEN 2020
interne en externe communicatie (behalve klantcommunicatie);
juridische zaken (bedrijfsvoering, of bedrijfsvoeringstaak op afdeling);
bestuurszaken en bestuursondersteuning;
informatievoorziening en automatisering (ICT) (voor zover niet direct toe te rekenen);
facilitaire zaken en huisvesting;
DIV;
managementondersteuning primair proces.
Het programma overhead kent geen baten aangezien de overheadkosten niet rechtstreeks bij de deelnemers in rekening gebracht worden, maar via de tariefstelling op de andere programma’s die tegen integrale tarieven bij de deelnemers in rekening worden gebracht. De begrotingswijziging op dit programma betreft de aanbesteding en inrichting van een nieuw VTH-systeem. Anders dan de reguliere kosten van een dergelijke systeem, zijn deze projectmatige kosten ondergebracht onder de overhead.
Wat kost het? Kost en van de overhead
Omschrijving
* bedragen x 1€ Begrot ing 2020 na wijziging
Realisat ie 2020 vóór t ariefscorrect ie
Realisat ie 2020 na t ariefscorrect ie
Afwijking realisat ie na t ariefscorrect ie t .o.v. begrot ing
Baten
0
0
0
0
Lasten
6.651.792
6.654.891
6.654.891
3.099
Saldo kost en van de overhead
-3.099
-6.651.792
-6.654.891
-6.654.891
Toevoeging aan reserves
0
0
0
0
Ontrekking aan reserves
539.000
210.805
210.805
-328.195
-6.112.792
-6.444.086
-6.444.086
-331.294
Gerealiseerde result aat
Zie paragraaf 3.4.1 voor een nadere toelichting op de hiervoor gepresenteerde cijfers. 2.3.6
Heffing Vennootschapsbelasting
Op basis van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen geldt per 1 januari 2016 een belastingplicht voor overheidsondernemingen. Dit betekent dat vanaf dat moment overheden mogelijk over de winst van (een deel van) hun activiteiten vennootschapsbelasting (Vpb) dienen af te dragen. Het gaat daarbij om (geclusterde) activiteiten die voor de VPB kwalificeren als onderneming en waar geen objectvrijstellingen op van toepassing zijn. Deze wetgeving is ook van toepassing op de ODZOB. Een aantal activiteiten die de ODZOB verricht komen in aanmerking voor VPB-heffing. Het gaat hier om een beperkt bedrag zoals in onderstaande tabel gepresenteerd. De gepresenteerde last betreft de aangifte over 2020. Bedrag van de heffing voor de vennoot schapsbelast ing (VPB)
Omschrijving
* bedragen x 1€
Begrot ing 2020 na wijziging
Realisat ie 2020 vóór t ariefscorrect ie
Realisat ie 2020 na t ariefscorrect ie
Afwijking realisat ie na t ariefscorrect ie t .o.v. begrot ing
Baten
0
0
0
0
Lasten
15.000
2.185
2.185
-12.815
Saldo heffing voor de VPB
-15.000
-2.185
-2.185
12.815
Zie paragraaf 3.4.1 voor een nadere toelichting op de hiervoor gepresenteerde cijfers.
Jaarstukken 2020
21
JAARSTUKKEN 2020
2.3.7
Onvoorzien
De ODZOB heeft een post onvoorzien ad. € 75.000 in de begroting opgenomen. Deze post is niet aangesproken. Bedrag voor onvoorzien
* bedragen x 1€ Afwijking realisat ie na t ariefscorrect ie t .o.v. begrot ing
Begrot ing 2020 na wijziging
Realisat ie 2020 vóór t ariefscorrect ie
Realisat ie 2020 na t ariefscorrect ie
Baten
0
0
0
0
Lasten
75.000
0
0
-75.000
Saldo onvoorzien
-75.000
0
0
75.000
Omschrijving
2.4
Paragrafen
In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten is opgenomen dat in de Programmabegroting en daarmee ook in de verantwoording tenminste de volgende paragrafen opgenomen dienen te zijn:
Lokale heffingen;
Weerstandsvermogen en risicobeheersing;
Onderhoud kapitaalgoederen;
Financiering;
Bedrijfsvoering;
Verbonden partijen;
Grondbeleid.
2.4.1
Lokale heffingen
De ODZOB is door enkele deelnemers gemandateerd om in het kader van het vergunningverleningsproces leges te heffen. Voor zover er in die gevallen bij de vergunningverlening leges verschuldigd zijn, neemt de directeur van de ODZOB een heffingsbesluit aan de hand van regelgeving/tarifering van de deelnemer. Aan de hand van dit heffingsbesluit int de deelnemer zelf de betreffende leges. De bepaling van de hoogte én de inning van de leges vindt daarmee plaats door het bevoegd gezag. 2.4.2 2.4.2.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding
In de financiële verordening is geregeld dat de kaders voor het financieel risicomanagement (te weten: het opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen en de gewenste weerstandscapaciteit) zijn vastgelegd in een nota “weerstandsvermogen en risicomanagement”, welke eveneens door het Algemeen Bestuur is vastgesteld. 2.4.2.2
Weerstandsvermogen
Bufferfunctie/egalisatiefunctie In artikel 36 lid 4 van de GR is ten aanzien van een negatief resultaat het volgende bepaald:
Jaarstukken 2020
22
JAARSTUKKEN 2020
“Het algemeen bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele: a.
af te boeken van reserves, voor zover aanwezig;
b.
ten laste te brengen van de deelnemers naar rato van ieders afname (=omzet) in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.”
Dit betekent dat elke deelnemer naar proportie van zijn omzet deelneemt in bovengenoemde risico’s. In beginsel hoeft de ODZOB niet zelf te beschikken over een buffer om financiële risico’s op te vangen. Er kan immers een beroep gedaan worden op de deelnemers. Dit is evenwel vanuit praktisch oogpunt niet gewenst. Een negatief exploitatieresultaat zou steeds bij de deelnemers tot begrotingsoverschrijding dan wel begrotingswijziging met alle vertraging en verstoring van dien leiden. Om adequaat en effectief te kunnen reageren op de financiële risico’s zal de ODZOB moeten beschikken over een financiële buffer die dienst doet als een “egalisatiereserve”. Hierdoor is de ODZOB in staat om risico’s (binnen de door de deelnemers vooraf gestelde kaders) zelf op te vangen zonder dat dit leidt tot verstoring bij de deelnemers. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als de middelen en mogelijkheden waarover de ODZOB kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Het is een buffer om er voor te zorgen dat de organisatiedoelstellingen niet in gevaar komen, als risico’s werkelijkheid worden. Conform de uitgangspunten van de nota “weerstandsvermogen en risico management”, rekent de ODZOB alleen de algemene reserve tot de weerstandscapaciteit.
Overigens kent de begroting ook een kleine post om niet specifiek begrote kosten te dekken: de post onvoorzien ten bedrage van € 75.000. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de ODZOB loopt. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in zowel de omvang en de achtergronden van de mogelijke risico’s als ook in de beschikbare weerstandscapaciteit. De ratio tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit (op basis van geïnventariseerde risico’s) bepaalt het weerstandsvermogen van de ODZOB.
𝑅𝑎𝑡𝑖𝑜 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑣𝑒𝑟𝑚𝑜𝑔𝑒𝑛 =
𝐵𝑒𝑠𝑐ℎ𝑖𝑘𝑏𝑎𝑟𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 𝐵𝑒𝑛𝑜𝑑𝑖𝑔𝑑𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡
Als deze ratio kleiner is dan 1, betekent dit dat de impact van de geïnventariseerde risico’s groter is dan de beschikbare weerstandscapaciteit. Het niet afgedekte deel van de risico’s zou door de deelnemers naar verhouding van hun deelname in het risico (= naar rato van ieders afname, zie bovenstaand onder het kopje “bufferfunctie/egalisatiefunctie”) meegenomen moeten worden in hun eigen risicoparagraaf. De ODZOB hanteert geen norm of streefwaarde voor het weerstandsvermogen. Op basis van informatie uit de onderstaande paragrafen resulteert ultimo 2020 een ratio van 1,05. Algemene reserve Zoals eerder in deze paragraaf werd toegelicht zal de ODZOB, om adequaat en effectief te kunnen reageren op de financiële risico’s, moeten beschikken over een financiële buffer in de vorm van een algemene reserve. Hierdoor is de ODZOB in staat om risico’s (binnen de door de deelnemers vooraf gestelde kaders) zelf op te vangen zonder dat dit leidt tot verstoring bij de deelnemers. Jaarstukken 2020
23
JAARSTUKKEN 2020
Het nadeel van een algemene reserve bij een gemeenschappelijke regeling is dat de deelnemers niet zelf over deze middelen kunnen beschikken. Naarmate deelnemers participeren in meerdere gemeenschappelijke regelingen weegt dit nadeel zwaarder voor de deelnemers. Daarom is het van belang de algemene reserves van de diverse GR-en beperkt te houden en aan vaste richtlijnen te koppelen. In samenwerking met de 4 regionale GR-en is een algemene regel ontwikkeld voor het bepalen van de gewenste hoogte van de algemene reserve. Bij deze methodiek wordt de streefwaarde van de algemene reserve gebaseerd op het totaal van de baten in de begroting van de GR, zodat de hoogte eenvoudig te herkennen is voor de deelnemers. Het totaal van de baten wordt gehanteerd omdat het totaal van de baten een relatief stabiel beeld geeft in de meerjarenbegroting. Er wordt gewerkt met een staffel zodat de hoogte van de totale baten in de begroting niet voortdurend invloed heeft op de hoogte van de aan te houden algemene reserve. De volgende staffel is vastgesteld: Bepalen st reefwaarde Algemene reserve Totaal baten Van
* bedragen x 1€
Streefwaarde Algemene reserve Tot
Minimum
Maximum
0
4.999.999
150.000
5.000.000
9.999.999
300.000
300.000 600.000
10.000.000
19.999.999
600.000
1.200.000
20.000.000
29.999.999
1.200.000
1.500.000
30.000.000
39.999.999
1.500.000
2.000.000
40.000.000
59.999.999
2.000.000
2.400.000
60.000.000
79.999.999
2.400.000
3.200.000
80.000.000
99.999.999
3.200.000
4.000.000
Op basis van de begroting 2020 toont deze staffel een maximum streefwaarde voor de omvang van de algemene reserve voor de ODZOB van €1,5 mln. Dit geldt ook voor de begroting 2021 en 2022. In deze paragraaf wordt uiteengezet hoe de algemene reserve zich ontwikkelt t.o.v. deze streefwaarde. De algemene reserve bedraagt ultimo 2020 € 1,76 mln. De algemene reserve is in 2020 hoger dan maximale streefwaarde die volgens deze richtlijn geldt. Naar verwachting is de verdere ontwikkeling als volgt: Boekjaar 2020
Algemene reserve per begin 2020
Onttrekkingen in 2020
Algemene reserve per eind 2020
€ 2,11 mln. -/- € 0,35 mln. € 1,76 mln.
Boekjaar 2021
Algemene reserve per begin 2021
Resultaat 2020 (na belasting) volgens actuele inzichten
Uitgestelde onttrekkingen uit 2020 in 2021*
Algemene reserve per eind 2021
€ 1,76 mln. € 0,35 mln. -/- € 0,91 mln. € 1,20 mln.
*In het eerste kwartaal van 2021 worden er voorstellen gedaan aan het Algemeen Bestuur wegens de in 2020 opgelopen vertraging bij de implementatie van het VTH-systeem en het programma Omgevingswet.
Jaarstukken 2020
24
JAARSTUKKEN 2020
2.4.2.3
Risicomanagement
Risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen. Hierdoor kunnen goed onderbouwde keuzes gemaakt worden met betrekking tot:
welke risico’s gedragen kunnen worden?;
welke beheersmaatregelen kunnen getroffen worden?;
welke middelen moeten, ter afdekking van risico’s, gereserveerd worden?;
De wijze waarop met risico’s wordt omgegaan kent de volgende alternatieven:
vermijden (bijvoorbeeld: stoppen met bepaalde activiteiten);
beheersen (bijvoorbeeld: maatregelen treffen door processen, procedures of organisatiecultuur aan te passen);
overdragen (bijvoorbeeld: verzekering afsluiten of activiteit uitbesteden);
accepteren.
Verzekerde risico’s De ODZOB heeft een aantal risico’s overgedragen door de volgende verzekeringen af te sluiten:
Aansprakelijkheid bedrijven (Dekking voor Personen- en zaakschade voor een bedrag van maximaal € 5 mln. per aanspraak, gelimiteerd tot € 10 mln. per verzekeringsjaar. Dekking vermogensschade maximaal € 5 mln. per aanspraak, gelimiteerd tot € 10 mln. per verzekeringsjaar);
Goed werkgeverschap (dekking € 2,5 mln. per aanspraak);
Rechtsbijstand;
Computer- en elektronicaverzekering;
Inboedelverzekering (inclusief huurdersbelang);
Reconstructie administratie;
Zakenreisverzekering;
Autoverzekering.
Risico’s Het management van de ODZOB inventariseert jaarlijks de risico’s waaraan de ODZOB is blootgesteld. Ook in het kader van de opstelling van de jaarrekening 2020 en begroting 2022 is deze inventarisatie uitgevoerd. Een tabel met de uitkomsten van de inventarisatie is opgenomen in bijlage 2. In deze tabel zijn alle risico’s opgenomen die niet binnen de normale bedrijfsvoering opgelost kunnen worden, in de gehanteerde methodiek alle risico’s met een score groter of gelijk aan 6 (totale verwachtingswaarde € 1,8 mln.). De risico’s met een score van 5 of lager (totale verwachtingswaarde € 0,4 mln.) zijn niet in deze tabel opgenomen aangezien aangenomen is dat deze binnen de normale bedrijfsvoering opgevangen kunnen worden. Opgemerkt dient te worden dat de tabel inzicht geeft in de verwachtingswaarde van de risico’s. Wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet zal het effect groter zijn dan de verwachtingswaarde. Voor een goede interpretatie van de risico’s dient in ogenschouw genomen te worden dat een van de risico’s bestaat uit de mogelijkheid dat deelnemers gaan bezuinigen. Dit risico dat door de deelnemers zelf sterk beïnvloedbaar is, kan leiden tot minder opbrengsten bij de ODZOB.
Jaarstukken 2020
25
JAARSTUKKEN 2020
De verwachtingswaarde hiervan is € 0,14 mln. Dit risico wordt overigens voor een deel afgedekt door het feit dat de ODZOB werkt met een flexibele schil, waardoor de kosten gedeeltelijk aangepast kunnen worden wanneer de vraag afneemt. Tevens is dit risico ingeperkt doordat in de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) is opgenomen dat deelnemers de opdrachtverlening op het gebied van verzoektaken slechts binnen bepaalde grenzen kunnen verminderen. De verwachtingswaarde van de resterende risico’s bedraagt € 1,66 mln. Hier tegenover staat ultimo 2020 een algemene reserve van de dienst van € 1.760.415 (voor resultaatbestemming). Ervan uitgaande dat in 2021 de uitgestelde onttrekkingen uit de algemene reserve alsnog worden gerealiseerd leidt dit tot een lagere buffer ter afdekking van de geïnventariseerde risico’s. Tegen deze achtergrond is het aan te bevelen om tijdig maatregelen te treffen om het weerstandsvermogen voldoende robuust te houden, bijvoorbeeld door een bestemming van het resultaat over 2020 ten gunste van de algemene reserve. 2.4.2.4
Kengetallen
Volgens het besluit tot wijziging van het BBV van 15 mei 2015 dient de ODZOB in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen op te nemen. Dit teneinde de transparantie te vergroten. De kengetallen en bijbehorende beoordeling volgen onderstaand. Kenget allen Realisat ie Begrot ing Realisat ie 2019 2020 2020 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
-7,7% -7,7% 41,6% 0,0% n.v.t. n.v.t.
-1,8% -1,8% 30,4% 0,0% n.v.t. n.v.t.
-7,2% -7,2% 34,9% 0,0% n.v.t. n.v.t.
Netto schuldquote Netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de ODZOB ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatief percentage geeft aan dat er per saldo geen sprake is van een netto schuld maar een positief saldo. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Aangezien de ODZOB geen verstrekte leningen heeft, is dit kengetal gelijk aan de ongecorrigeerde versie. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de ODZOB in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van de ODZOB bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Met de keuze van het AB om de algemene reserve te maximeren en ook de bestemmingsreserves te reguleren is indirect ook gekozen om niet te sturen op de solvabiliteitsratio.
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de ODZOB heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Jaarstukken 2020
26
JAARSTUKKEN 2020
De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Bij de ODZOB is geen sprake van grondexploitatie en daarmee is dit kengetal niet van toepassing. Belasting capaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. De ODZOB heeft geen mogelijkheid tot het heffen van opcenten of OZB. Het kengetal voor belasting capaciteit is daarmee niet van toepassing voor de ODZOB dan wel is gelijk aan nul. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie De kengetallen van de ODZOB zijn in lijn met de positie van de ODZOB als gemeenschappelijke regeling. De organisatie heeft in de eerste jaren van haar bestaan een beperkt eigen vermogen opgebouwd en is gedeeltelijk gefinancierd met vreemd vermogen. Dit komt tot uiting in de solvabiliteitsratio. Voor de toekomst wordt de uitkomst van de solvabiliteitsratio voor een belangrijk deel bepaald door het beleid t.a.v. de opbouw van de algemene reserve.
Door de algemene reserve te maximeren en de bestemmingsreserves te reguleren is indirect besloten om niet te sturen op de solvabiliteit. Ultimo 2019 en 2020 is de solvabiliteit hoger dan gebruikelijke aangezien besloten is om over 2019 geen tariefcorrectie toe te passen zodat de algemene reserve vergroot wordt opdat in 2020 en 2021 daar gebruik van gemaakt kan worden voor de financiering van het nieuwe VTH-systeem en eventueel voor de voorbereiding van op de omgevingswet. De structurele exploitatieruimte is een ratio die voor de ODZOB slechts beperkte informatiewaarde heeft. Dit was vanwege het feit dat het moeilijk te beoordelen was of de structurele baten zich ook daadwerkelijk als structureel zouden gedragen omdat de deelnemers grote vrijheid kenden om opdrachten al dan niet bij de ODZOB te plaatsen. Met de vaststelling van de nieuwe DVO (dienstverleningsovereenkomst) zijn de mogelijkheden voor deelnemers om hun verzoektaken plotseling substantieel te verlagen wat ingeperkt. Hiermee is de informatiewaarde van het genoemde kengetal (structurele exploitatie ruimte) in betekenis toegenomen maar nog altijd beperkt. 2.4.3
Onderhoud kapitaalgoederen
De activa bestaan voornamelijk uit kantoorinvesteringen zoals inventaris, computers, software e.d. Onderhoud van software en hardware is opgenomen in de normale exploitatiebegroting. De omvang en samenstelling van de activa is van dien aard dat verder geen invulling aan deze paragraaf wordt gegeven. 2.4.4
Financiering
Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) is het opnemen van een financieringsparagraaf en de begroting en jaarrekening voorgeschreven. Met de financieringsparagraaf wordt beoogd de transparantie van het treasurybeleid en –beheer te vergroten en meer inzicht te geven in de (financierings-)risico’s. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de voorgeschreven informatie over kasgeldlimiet en renterisiconorm. Tevens wordt inzicht gegeven in de wijze van financiering als ook in de wijze waarop omgegaan wordt met overtollige liquide middelen.
Jaarstukken 2020
27
JAARSTUKKEN 2020
2.4.4.1
Rentevisie
Gezien de geringe invloed van de renteontwikkeling op de rekening van de ODZOB, is geen lange termijn rentevisie opgenomen. 2.4.4.2
Rentetoerekening
In het BBV is opgenomen dat de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken inzicht moet geven in:
de rentelasten;
het renteresultaat;
de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten.
Om dit inzicht te verschaffen is onderstaand schema opgenomen:
Renteschema
* bedragen x 1€
a
De externe rentelast over de korte en lange financiering
b
De externe baten (idem)
1.652 0
Saldo rentelasten en rentebaten c1 c2 c3
1.652
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
0 0 0 0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1
Rente over eigen vermogen
d2
Rente over vreemd vermogen
1.652 0 0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
1.652
e
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
f
Renteresultaat op taakveld Treasury
0 1.652
In dit schema is conform de aanbeveling in de BBV-notitie rente 2017 de aan de taakvelden toegerekende rente in mindering gebracht op de externe rentelasten die drukken op het taakveld Treasury. De aan taakvelden toe te rekenen rente wordt geheel aan het taakveld overhead toegerekend. Dit als gevolg van het feit dat vrijwel alle activa van de ODZOB volgens de definitie van het BBV gerelateerd zijn aan het taakveld overhead. 2.4.4.3
Kasgeldlimiet
Ter beperking van het renterisico op de netto-vlottende schuld (schulden met een looptijd van minder dan één jaar) heeft de wetgever de kasgeldlimiet vastgesteld. Zo wordt voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct een relatief grote impact hebben op de rentelasten tijdens een boekjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het begrotingstotaal. Jaarstukken 2020
28
JAARSTUKKEN 2020
Het saldo van vlottende schulden en vlottende middelen wordt afgezet tegen het begrotingstotaal. Voor 2020 bedraagt deze norm € 1,77 mln. Aangezien de vlottende schuld van de ODZOB lager was dan de vlottende middelen, bleef de ODZOB ruimschoots binnen deze norm. Voor specificatie, zie onderstaande tabel: Kasgeldlimiet
* bedragen x 1 € 2019
KW 1 2020
KW 2 2020
KW 3 2020
KW 4 2020
- opgenomen gelden < 1 jaar
-
-
-
-
-
- schuld in rekening courant
-
-
-
-
-
- door derden gestorte gelden < 1 jaar
-
-
-
-
-
- overige schulden/overlopende passiva
2.054.703
1.872.130
1.520.291
834.133
746.266
Kasgeldlimiet 1
2
Vlottende schuld
- overlopende passiva
4.942.738
6.570.327
8.222.589
3.688.652
2.690.601
Totaal vlottende schuld
6.997.441
8.442.457
9.742.879
4.522.785
3.436.867
Vlottende middelen - contante gelden in kas - tegoeden rekening courant
-
-
-
-
8.359.064
8.968.421
2.640.874
1.216.412 1.919.438
249.226
187.997
397.591
1.775.710
3.100.718
5.331.368
7.532.001
1.751.555
1.787.527
14.687.400
13.878.429
16.898.012
6.168.139
4.923.377
3.1 Totaal netto vlottende schuld (1 -/- 2)
-7.689.959
-5.435.972
-7.155.133
-1.645.354
-1.486.510
3.2 Toegestane kasgeldlimiet
1.766.596
1.766.596
1.766.596
1.766.596
1.575.117
Ruimte (3.2 -/- 3.1)
9.456.555
7.202.568
8.921.729
3.411.951
3.061.627
Begrotingstotaal
21.543.859
21.543.859
21.543.859
21.543.859
19.208.738
Normpercentage
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
1.766.596
1.766.596
1.766.596
1.766.596
1.575.117
- overige uitstaande tegoeden - overlopende activa Totaal vlottende middelen 3
11.337.456
Toets kasgeldlimiet
Berekening t oegest ane kasgeldlimiet
Norm
2.4.4.4
Renterisiconorm
Ter beperking van het renterisico op vaste schuld heeft de wetgever de renterisiconorm vastgesteld. De renterisiconorm heeft tot doel het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (=schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door onder andere het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningenportefeuille. De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag van de langlopende schuld dat binnen een gegeven jaar verplicht moet worden afgelost, of waarvan de rente moet worden herzien, maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Het renterisico op de vaste schuld in een jaar wordt als volgt berekend: de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. De ODZOB heeft sinds de laatste aflossing in 2017 geen vaste schuld meer. Daarmee voldoet de ODZOB automatisch aan de norm zoals ook uit onderstaande tabel blijkt.
Jaarstukken 2020
29
JAARSTUKKEN 2020
Renterisiconorm
* bedragen x 1 € 2020
2019
Variabelen 1
Renteherzieningen
0
0
2
Aflossingen
0
0
3
Renterisico (1+2)
0
0
4
Renterisiconorm
4.308.772
3.841.748
5a Ruimte onder risiconorm
4.308.772
3.841.748
5b Overschrijding risiconorm
n.v.t.
n.v.t.
Begrotingstotaal
21.543.859
19.208.738
Percentage 20%
4.308.772
3.841.748
Minimumbedrag conform regeling
2.500.000
2.500.000
Berekening rent erisiconorm (4)
2.4.4.5
Leningen, kredietfaciliteiten en schatkistbankieren
Leningen en kredietfaciliteiten De ODZOB had in 2020 toegang tot een rekening courant krediet bij BNG van € 1,8 mln. Schatkistbankieren/tijdelijk overtollige middelen Tijdelijk overtollige middelen worden d.m.v. schatkistbankieren bij het rijk gestald. Voor verdere toelichting, zie paragraaf 3.3.2. 2.4.5 2.4.5.1
Bedrijfsvoering Personeel en organisatie
Zoals in de begroting 2020 is aangegeven is kwaliteit het bestaansrecht van de ODZOB. Investeren in kennis, kunde en competenties van de ODZOB-medewerkers is daarom ook een van de speerpunten. Veel aandacht besteden we aan persoonlijke ontwikkeling, opleiding en scholing. Het totale opleidingsbudget bedroeg in 2020 € 284.000 (circa 2% van de totale loonsom). De daadwerkelijke opleidingskosten bleven in 2020 beduidend achter bij de raming; in totaal is er € 196.000 uitgegeven aan opleidingen, trainingen en coaching. De (beperkende) maatregelen als gevolg van de Corona-crisis zijn hier debet aan. Toch is er in 2020 een start gemaakt met opleidingen in het kader van de Omgevingswet. Naar aanleiding van de Strategische Personeelsplanning (SPP) is invulling gegeven aan gezamenlijk met de andere Brabantse omgevingsdiensten opstarten van een Vergunningverleners in opleiding (VIO) traject. Er zijn zes overwegend startende professionals begonnen in een leerwerktraject van 10 maanden tot vergunningverlener, dit is afgerond in oktober 2020. Dit voorziet op termijn in de groeiende behoefte aan ervaren vergunningverleners. De huidige arbeidsmarkt is dusdanig krap dat het heel moeilijk is om ervaren vergunningverleners aan te trekken. 2020 was het jaar van Corona en dit heeft veel invloed op hoe de ODZOB werkt; dit is duidelijk anders geworden.
Het vele thuiswerken en dus op afstand vergt veel van eenieder. De aandacht voor en de verbinding met elkaar te houden was een uitdaging. Desalniettemin is alles doorgelopen en zijn er vele initiatieven geweest om de verbinding zo optimaal mogelijk te houden. .
Jaarstukken 2020
30
JAARSTUKKEN 2020
Organisatieontwikkeling In 2020 is doorgepakt op de implementatie van het organisatieontwikkelingstraject. Aanleiding van dit traject was enerzijds de constatering van management en medewerkers dat de groei van de organisatie leidde tot een aantal knelpunten, en anderzijds de inhoudelijke uitdagingen waar de ODZOB de komende jaren voor staat (Omgevingswet, modernisering van het toezicht, optimaal gebruik maken van de digitale mogelijkheden in de VTH-werkzaamheden, integrale samenwerking met ketenpartners, et cetera). Speerpunten van de organisatieontwikkeling zijn het tonen van eigenaarschap, kwaliteits- en omgevingsbewustzijn, nauwere samenwerking tussen diverse specialismen en het optimaal inzetten van de grote variëteit aan talenten in onze organisatie. Daarvoor zijn medewerkers geclusterd in zelforganiserende teams. Deze teams maken allemaal een traject van teamontwikkeling door, waarbij elk team kijkt naar:
de aanwezige kwaliteiten en competenties
op basis hiervan bepaalde taken onderling (her)verdeelt en
een ambitie formuleert om de kwaliteit van producten en werkprocessen te verbeteren, de samenwerking te intensiveren en zo voor te sorteren op de transitie naar de Omgevingswet.
Ook is het MT aan een specifiek management development programma begonnen. De trajecten vergen veel van de medewerkers én het management van de ODZOB. Aan de ene kant geven we ruimte aan medewerkers om het werk op een goede manier in te vullen en zichzelf verder te ontwikkelen en aan de andere kant is er ook een duidelijke kaderstelling, waarbij ze heel doelgericht opereren in lijn met de visie en plannen. Personeelsbezetting Bezetting
* aantallen x 1 Fte
Bezet t ing in Ft e's
Begroot primair 2020
Begroot na wijziging 2020
Gerealiseerde gemiddelde bezet t ing 2020
Ult imo 2020
Gerealiseerde gemiddelde bezet t ing 2019
Dienstverband
162,4
162,4
170,2
174,4
Inhuur / payroll
39,3
47,6
48,8
45,3
158,2 63,0
TOTAAL bezet t ing in FTE's
201,7
210,0
219,1
219,7
221,3
De gemiddelde personele bezetting lag in 2020 op 219 fte. Hiervan had 77% een vast ambtelijk dienstverband en 23% betrof tijdelijke inhuur. De werkelijke bezetting eind december bedroeg bijna 220 fte in een verhouding van 80% vast en 20% flexibel. Dit strookt met de uitgangspunten van de begroting 2020. De tijdelijke inhuur bestaat voor ongeveer de helft uit medewerkers met een payroll contract en voor de helft inhuur via detacheringsbureaus. De intentie bij de meeste payroll medewerkers is om ze bij gebleken geschiktheid na de inhuur periode vast in dienst te nemen.
Jaarstukken 2020
31
JAARSTUKKEN 2020
Ziekteverzuim Ziekte - Verzuimpercentage
Ziekte - Verzuimfrequentie
8,0 7,0
5,0 4,0
Totaal in de maand
3,0
Totaal cumulatief
2,0
Target
Frequente
Percentage
6,0
1,0 0,0
2,0 1,8 1,6 1,4 1,2 1,0 0,8 0,6 0,4 0,2 0,0
Totaal cumulatief
In 2019 lag het ziekteverzuimpercentage op 4,6%. In de eerste maanden van het afgelopen jaar liep dit op tot 6,5% Na de zomer daalde het ziekteverzuim naar 5,0 %. Uit deze cijfers blijkt dat het Covid-19 virus ook medewerkers van de ODZOB raakte. De meldingsfrequentie is gedaald van 1,43 (2019) naar 1,0 aan het einde van 2020. Arbo De ODZOB wil een werkgever zijn waarbij de medewerkers zich op hun plek voelen, goed en veilig kunnen functioneren en zich kunnen ontplooien. Een van de prioriteiten uit het plan van aanpak was de voorlichting aan (nieuwe) medewerkers. In 2020 is dit punt opgepakt. Er is een document opgesteld genaamd “Veilig werken bij de ODZOB”. Daarnaast zijn er door de preventiemedewerkers bijeenkomsten georganiseerd voor nieuwe medewerkers, waarin de Arbo-veiligheidsregels bij de ODZOB toegelicht werden. Verder zijn werkinstructies opgesteld in samenwerking met de teams en zijn de taakrisico analyses met de verschillende teams nagenoeg afgerond. 2.4.5.2
Huisvesting en facilitair
In 2020 is de klimaatinstallatie aangepast waardoor er nu een optimale luchtverversing is. Ook zijn de oude groepenkasten vervangen. Door de verhuurder is de brandmeldinstallatie vervangen en is in het gehele pand alle nood- en transparantverlichting in LED uitgevoerd. Het wagenpark is niet uitgebreid want met de komst van Covid-19 is de bezettingsgraad veel lager geworden. Extra reden om samen te gaan werken met de gemeente Eindhoven m.b.t. het deelvervoer, zodat er wellicht minder auto’s nodig zijn en efficiënter gebruik gemaakt kan worden van de parkeervoorzieningen. In 2020 is een aantal contracten, waaronder dat van de koffieautomaten, met 1 jaar verlengd. Ook is er veel aandacht besteed aan extra hygiëne in het kantoorpand en persoonlijke beschermingsmiddelen ter voorkoming van besmetting met Covid-19. Het was nog niet haalbaar om PMD (Plastic verpakkingen, Metalen verpakkingen en Drinkpakken) als aparte afvalstroom in te voeren via onze huidige afvalverwerker. In 2021 wordt dit verder onderzocht.
2.4.5.3
Kwaliteit
De ODZOB heeft het leveren van kwaliteit hoog geprioriteerd. Wij investeren steeds in voldoende capaciteit met de juiste kwaliteit. We zorgen dat we voldoen aan de VNG-kwaliteitscriteria. Maar we zijn ook continu bezig met het verbeteren van onze dienstverlening. Dat vraagt om brede en diepgaande kennis, goede (regionale) samenwerking, heldere processen en waarborging van informatie hierover in de systemen en onze hele organisatie. We leggen hierover verantwoording af.
Jaarstukken 2020
32
JAARSTUKKEN 2020
In december 2020 is de rapportage over het voldoen van de ODZOB aan de kwaliteitscriteria geactualiseerd. De ODZOB voldoet zelfstandig aan de criteria voor vergunningverlening bouw RO, bouwfysica, vergunningverlening milieu, juridische aspecten vergunningverlening, casemanagement, juridische aspecten handhaving, bodem, bouwstoffen en water, toezicht en handhaving bouw RO, toezicht en handhaving milieu, juridische aspecten afwijkingsbesluiten, constructieve veiligheid, externe veiligheid, cultuur historie, bouwakoestiek, geluid, BOA, sloop en asbest, groen en ecologie, toezicht en handhaving groene wetten en luchtkwaliteit. Voor de volgende criteria voldoet de ODZOB in samenwerking met VRZOB en TMO (team metingen en onderzoek van de OMWB; brandveiligheid, afvalwater en TH bodem. Stedenbouw en inrichting openbare ruimte voert de ODZOB niet uit. Voor ketentoezicht voldoet de ODZOB nog niet geheel en hiervoor wordt in samenwerking met OMWB en ODBN een project uitgevoerd. Voor energie en duurzaamheid is een nieuwe medewerker aangenomen die moet nog formeel worden beoordeeld. De verwachting is dat de ODZOB hiermee ook voldoet aan dit criteria. De ODZOB heeft in 2020 aan alle deelnemers een inhoudelijke jaarrapportage afgegeven over de VTHtaken (uit 2019).
De ervaring die is opgedaan bij de realisatie van de jaarverslagen is meegenomen bij de aanbesteding van het nieuwe VTH-systeem, dat met bijna alle deelnemers uit de regio gezamenlijk aanbesteed is. Dit systeem moet toereikend zijn om te monitoren t.b.v. de toekomstige jaarrapportages. Verder hebben wij in 2020 de processen onder de Omgevingswet (Ow) in beeld gebracht, inclusief instructies. Hierbij is ingezet op het terugbrengen van het aantal zaakprocessen naar de landelijke standaarden en het doorvoeren van meer uniformiteit en onderlinge samenhang om efficiënter te kunnen gaan werken. De processen worden ondersteund door het nieuwe VTH-systeem. We hebben in 2020 ook een start gemaakt met regionale afspraken over het gebruik van dezelfde zaaktypes, samenwerkingsmomenten in de ketenprocessen en uitwisseling van locatiegegevens. Daarnaast zijn wij doorgegaan met de interne kwaliteitsmonitoring. Deze is gericht op drie onderdelen, namelijk:
inhoudelijk, toegespitst op doorlooptijden, wel/niet halen van wettelijke termijnen, inhoudelijke afhandeling, werkvoorraad etc.;
data, toegespitst op de kwaliteit van de gegevens, zoals wel/niet vastgelegd in de locatiedossiers en omgevingsdossiers, die van toepassing zijn bij een inrichting;
zaakdossiers, toegespitst op met name de vindbaarheid in IZIS en Squit en de volledigheid van documenten in een zaak. Bij deze categorie zijn met name ook de toepassing van de archiefeisen van belang.
Vanuit de monitoring wordt onderzocht of werkinstructies rondom informatiemanagement duidelijk zijn en de organisatie hier ook naar handelt. De kwaliteitsmonitoring is een blijvend onderdeel in onze organisatie. Ieder team heeft dit periodiek op de agenda staan. In 2020 is de opzet voor een Kwaliteitsvisie ontwikkelt. Hierin leggen we ons beeld over wat wij kwaliteit vinden vast. Vanuit de visie ontstaan programmalijnen met een aanpak voor verbeteringen. Met de visie als basis kunnen toekomstige kwaliteitsambities geprioriteerd en doorgevoerd worden. In 2021 wordt deze naar verwachting vastgesteld. Bij de visie hoort ook een kwaliteitscyclus, waarmee we waarborgen dat er regelmatig gereflecteerd wordt op de doelen en waar nodig in de uitvoering bijgestuurd kan worden. Jaarstukken 2020
33
JAARSTUKKEN 2020
Relatie met de Kwaliteitsvisie heeft het Arena rapport “De Staat van het Mandaat”. Hierin staan efficiency aanbevelingen, waarvan het bestuur de ODZOB opdracht gegeven heeft deze uit te voeren. Het project is al opgestart en er zijn een aantal varianten voor het insteken van machtiging en mandaat door het AB omarmd. Naar verwachting resulteert dit project niet alleen in een efficiëntere werkwijze, maar ook in een minder foutgevoelig proces, waardoor een aanzienlijke kwaliteitsverbetering gerealiseerd kan worden. 2.4.5.4
ICT
In 2020 lag de focus van team ICT op de regionale aanbesteding en implementatie van het VTH-systeem. De aanbesteding is het eerste kwartaal van 2020 in de markt gezet, de opdracht is gegund aan Genetics B.V.. Doordat het proces, ook i.v.m. Corona, vertraging heeft opgelopen, is afgesproken dat Genetics in 2 fasen het VTH-systeem oplevert: uiterlijk 1 januari 2021 leveren ze de inrichting op voor onze regio (die we SAVOB, samen voor Oost Brabant) hebben genoemd, alsmede de training van functioneel beheerders. Uiterlijk 1 mei 2021 volgt een volledig werkende applicatie die Powerbrowser 2020 heet. Er zijn in 2020 een regionaal projectteam en een stuurgroep gevormd die uit vertegenwoordigers van de verschillende sub-regio’s bestaan. Beiden zien toe op de implementatie van Powerbrowser. Naast de implementatie van het VTH-systeem was het verbeteren van de informatiebeveiliging een speerpunt. De ODZOB richt de informatiebeveiliging steeds meer conform de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) in. Hiervoor zijn in 2020 diverse stappen gezet. Er is beleid, een uitvoeringsprogramma en een calamiteitenplan opgesteld. Daarnaast is een security scan en een nulmeting naar de kennis van de medewerkers op dit gebied uitgevoerd. Op basis van de resultaten van dit onderzoek worden aanpassingen doorgevoerd. Verder is de website digi-toegankelijk gemaakt. 2.4.5.5
Vennootschapsbelasting
Op basis van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen geldt per 1 januari 2016 belastingplicht voor overheidsondernemingen, zoals de ODZOB. Een klein deel van de huidige activiteiten van de ODZOB komt voor heffing van vennootschapsbelasting in aanmerking. Dit betreft activiteiten waarbij de ODZOB structureel als ondernemer handelt. Het betreft hier nagenoeg uitsluitend de werkzaamheden die de ODZOB uitvoert in opdracht van derden. 2.4.6
Verbonden partijen
Visie op en beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen Het begrip verbonden partij is in artikel 1, eerste lid, onderdeel b van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) als volgt gedefinieerd: “Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.” De ODZOB neemt vanaf 1 januari 2018 deel in de Stichting Bizob. Aangezien de ODZOB zowel een bestuurlijk belang (niet via deelname in het bestuur, maar via vertegenwoordiging in de Vergadering van Aangeslotenen) als een financieel belang heeft, is Bizob als verbonden partij opgenomen. De ODZOB heeft op dit moment geen voornemens om deel te gaan nemen in andere partijen. Informatie betreffende verbonden partij Bizob: a)
Wijze waarop de ODZOB een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt. De ODZOB heeft een bestuurlijk belang in Bizob door vertegenwoordiging in het overleg van aangeslotenen. Het financiële belang van de ODZOB bestaat niet uit een niet terugvorderbare inleg, maar bestaat uit een afnameverplichting van een aantal dagdelen waarvoor de ODZOB een financiële vergoeding dient te verstrekken.
Jaarstukken 2020
34
JAARSTUKKEN 2020
Deze afname kan jaarlijks maximaal met 15% verlaagd worden. Als het bestuur van Bizob voorziet dat niet aan de opeisbare verplichtingen voldaan kan worden, zal het bestuur een plan opstellen en presenteren aan de vergadering van aangeslotenen. Bij een tekort (niet zijnde de situatie zoals voorgaand beschreven) kan het bestuur besluiten de dagvergoeding met terugwerkende kracht te verhogen; b)
het belang dat de ODZOB in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar. De ODZOB had zich begin dit jaar gecommitteerd aan een afnameverplichting van 1 dag per week gedurende 42 weken. Gebaseerd op de tarieven uit de meerjarenraming van Bizob betekent dit een bijdrage van de ODZOB van circa € 26.000. In de loop van het jaar heeft de ODZOB zich gecommitteerd om een uitgebreider dienstenpakket af te nemen. Dit betekent een verplichting tot afname van 126 dagen. Dit betekent een bijdrage van ongeveer € 76.000. Eens per twee kalenderjaren kan een verzoek tot wijziging van het aantal af te nemen dagen worden ingediend. Er zijn op het moment van opstellen van deze begroting geen voornemens of aanleidingen om de afnameverplichting aan te passen;
c)
volgens de concept balans van Bizob bedraagt het eigen vermogen ultimo 2020 € 974.598 en het vreemd vermogen € 1.008.732;
d)
het financiële resultaat over 2020 bedraagt volgens de concept staat van baten en lasten € 568.702;
e)
de eventuele risico’s als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de verbonden partij voor de financiële positie van de ODZOB hebben betrekking op de mogelijke aanpassing van de tarieven zoals onder a) beschreven. Indien sprake is van een tekort, moet het Bestuur van Bizob een plan van aanpak presenteren aan de Vergadering van Aangeslotenen. Het tekort komt zo veel als mogelijk voor rekening van de reserve. Daarnaast kan het Bestuur de Aangeslotenen verzoeken om de dagvergoeding met terugwerkende kracht te verhogen (maar niet verplichten o.g.v. regelgeving omtrent stichtingen. Bij blijvend tekort zal dit leiden tot het faillissement van Bizob). Een verdere risico-inventarisatie van de organisatie zelf was op het moment van opmaken van de jaarstukken van de ODZOB nog niet bekend.
De ODZOB heeft op dit moment geen voornemens om deel te gaan nemen in andere partijen. 2.4.7
Grondbeleid
De ODZOB heeft geen activiteiten of bezittingen die een grondbeleid noodzakelijk maken. Daarom is aan deze paragraaf verder geen invulling gegeven.
Jaarstukken 2020
35
JAARSTUKKEN 2020
3
Jaarrekening
De jaarrekening bestaat uit de balans en resultatenrekening met toelichting. in paragraaf 3.1 is de balans weergegeven. Paragraaf 3.2 toont het overzicht van baten en lasten. In paragraaf 3.3 en 3.4 worden de respectievelijke toelichtingen gegeven.
3.1
Balans per 31 december 2020 * bedragen x 1 € ACTIVA
Ult imo 2020
Ult imo 2019
PASSIVA
Vast e act iva Immat eriële vast e act iva Mat eriële vast e act iva Investeringen met een economisch nut Financiële vast e act iva
0
0
Eigen vermogen
2.429.098
2.429.098
Algemene reserve
1.760.414
1.200.000
783.744
942.588
Bestemmingsreserve
314.541
314.541
783.744
942.588
Resultaat boekjaar voor bestemming
354.143
914.557
0
0
783.744
Voorzieningen
Vast e schulden, met een rent et y pische loopt ijd van één jaar of langer
Onderhanden werk
0
0
0
0
942.588
Vlot t ende act iva Voorraden
Ult imo 2019
Vast e passiva
Voorziening voor personeelskosten Totaal vaste activa
Ult imo 2020
Binnenlandse banken 0
0
0
0
4.161.857
2.862.263
1.765.792
1.877.204
2.386.146
966.643
9.919
18.416
Totaal vaste financieringsmiddelen
0
0
0
0
2.429.098
2.429.098
Vlot t ende passiva Uit zet t ingen met een rent et y pische loopt ijd kort er dan 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; overige vorderingen Liquide middelen Banksaldi Overlopende act iva
254.728
249.769
254.728
249.769
1.751.555
1.787.527
De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Europese overheidslichamen
0
0
- het Rijk
0
0
- overige Nederlandse overheidslichamen
0
0
1.399.528
1.455.103
Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
Net t o vlot t ende schulden, met een rent et y pische loopt ijd kort er dan 1 jaar
834.133
722.447
834.133
722.447
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
3.688.652
2.690.601
761.480
457.784
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
2.927.172
2.232.817
Overige schulden
352.027
332.424
Totaal vlottende activa
6.168.139
4.899.559
Totaal vlottende passiva
4.522.785
3.413.049
TOTAAL ACTIVA
6.951.883
5.842.147
TOTAAL PASSIVA
6.951.883
5.842.147
Jaarstukken 2020
36
JAARSTUKKEN 2020
3.2
Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
Overzicht van bat en en last en
* bedragen x 1€ Begrot ing 2020 primair
Begrot ing 2020 na wijziging
Realisat ie 2020 vóór t ariefscorrect ie
Realisat ie 2020 na t ariefscorrect ie
Bat en
Last en
Saldo
Bat en
Last en
Saldo
Bat en
Last en
Saldo
Bat en
Last en
Saldo
20.271.714
14.371.858
5.899.856
20.271.714
15.094.358
5.177.356
21.993.579
15.150.433
6.843.145
21.560.002
15.150.433
6.409.568
Programma Programma Dienstverlening Programma Collectieve taken
1.222.145
969.210
252.935
1.222.145
969.210
252.935
1.222.145
1.022.035
200.110
1.204.965
1.022.035
182.930
Totaal programma's
21.493.859
15.341.068
6.152.791
21.493.859
16.063.568
5.430.291
23.215.724
16.172.469
7.043.255
22.764.967
16.172.469
6.592.498
50.000
0
50.000
50.000
0
50.000
64.578
0
64.578
64.578
0
Algemene dekkingsmiddelen - Overige algemene dekkingsmiddelen
64.578
50.000
0
50.000
50.000
0
50.000
64.578
0
64.578
64.578
0
64.578
0
6.112.792
-6.112.792
0
6.651.792
-6.651.792
0
6.654.891
-6.654.891
0
6.654.891
-6.654.891
Kosten van de overhead Bedrag van de heffing voor de VPB
15.000
-15.000
2.185
-2.185
0
75.000
-75.000
0
75.000
-75.000
0
0
0
0
0
0
21.543.859
0
21.543.859
0
21.543.859
22.805.359
-1.261.500
23.280.301
22.829.545
450.757
22.829.545
22.829.545
0
Onttrekking algemene reserve: VTH-applicatie
0
0
0
0
-539.000
539.000
0
-210.805
210.805
0
-210.805
210.805
Onttrekking algemene reserve: Omgevingswet
0
0
0
0
-722.500
722.500
0
-143.338
143.338
0
-143.338
143.338
Totaal toevoeging en ontrekking aan reserves
0
0
0
0
-1.261.500
1.261.500
0
-354.143
354.143
0
-354.143
354.143
21.543.859
21.543.859
0
21.543.859
21.543.859
0
23.280.301
22.475.402
804.900
22.829.545
22.475.402
354.143
Bedrag onvoorzien Totaal saldo van baten en lasten
0
15.000
-15.000
0
2.185
-2.185
0
Toevoeging en ont rekking reserves
Gerealiseerde result aat
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat zowel de baten als de lasten van de ODZOB hoger waren dan begroot. Het resultaat over 2020 bedraagt € 354.143. In paragraaf 3.4 wordt toelichting gegeven op dit overzicht.
3.3 3.3.1
Toelichting op de balans Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Algemeen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) daarvoor aan provincies en gemeenten geeft. De waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten. Tenzij anders is vermeld worden de activa gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop deze betrekking hebben. Vaste Activa De activa zijn onder te verdelen in immateriële-, materiële- en financiële vaste activa. Immateriële vaste activa De ODZOB bezit geen immateriële vaste activa. Materiële vaste Activa De materiele vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de van derden ontvangen investeringsbijdragen en afschrijvingen. De verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van het product of dienst en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Afschrijving vindt lineair plaats op basis van de geschatte economische levensduur. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
Gronden en terreinen:
n.v.t.
Woonruimten:
n.v.t.
Bedrijfsgebouwen:
10 jaar (of einde huurcontract indien dit eerder is)
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken:
n.v.t.
Vervoermiddelen:
5 jaar
Jaarstukken 2020
37
JAARSTUKKEN 2020
Machines, apparaten en installaties:
Apparaten
5 jaar
Hardware
4 jaar
Overige materiële vaste activa
Software
4 jaar
Inventaris
5 jaar
De afschrijving start bij in gebruik name van een actief. Een en ander is in lijn met de door het Algemeen Bestuur in de nota Investeren, waarderen en afschrijven vastgestelde afschrijvingstabel. Financiële vaste activa De ODZOB bezit geen financiële vaste activa. Vlottende activa De vlottende activa zijn onder te verdelen in voorraden, uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar, liquide middelen en overlopende activa. De vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorraden Onder de post voorraden wordt door de ODZOB uitsluitend de waarde van onderhanden werk verantwoord. Onder onderhanden werk worden producten opgenomen die na afronding tegen een vaste prijs geleverd worden. Dit onderhanden werk wordt gewaardeerd tegen de vervaardigingskosten (met een maximum van de opbrengstwaarde) die tot balansdatum voor de betreffende producten zijn gemaakt, gecorrigeerd voor eventuele voorschotfacturen die voor de betreffende producten zijn verzonden. Afhankelijk van het saldo van beiden verschijnt de post onderhanden werk aan de debet- dan wel aan de creditzijde van de balans. De vervaardigingskosten omvatten de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals het aantal bestede uren tegen integrale kostprijs). Uitzettingen met een looptijd < 1 jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Voor verwachte oninbaarheid wordt een correctie aangebracht. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Vaste passiva De vaste passiva zijn eigen vermogen, de voorzieningen, en de vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer. Vaste passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Voor zover het Algemeen Bestuur gedurende het jaar besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt.
Jaarstukken 2020
38
JAARSTUKKEN 2020
Uit het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de effecten van de besluiten van het Algemeen Bestuur volgt een resultaat na bestemming. Dit wordt als een separate post van het eigen vermogen gepresenteerd. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen en verliezen die niet exact bekend zijn, maar redelijkerwijs geschat kunnen worden en worden gevormd voor risico's die hierop van toepassing zijn. Daarnaast kunnen voorzieningen worden gevormd ter egalisatie van lasten. De ODZOB kent op dit moment geen voorzieningen. Vaste schulden De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van een jaar of langer. De vaste schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen. Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn kortlopende schulden en overlopende passiva opgenomen. Kortlopende schulden Hieronder worden onderhanden werk, te betalen aan openbare lichamen en overige schulden verantwoord. De waarderingsgrondslagen voor onderhanden werk zijn bij de activa weergegeven. De overige posten worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Baten en lasten algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.
Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden verwerkt indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Een uitzondering vormen overlopende posten uit hoofde van jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Deze worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Een voorbeeld daarvan is de verplichting wegens verlofdagen. Indien echter de verplichting sterk fluctueert, zal de last (of bate) die gerelateerd is aan deze fluctuatie in het jaar van ontstaan opgevoerd worden en zal de toename van de verplichting op de balans opgevoerd worden. 3.3.2 3.3.2.1
Toelichting op de balans per 31 december 2020 Activa
Vaste activa Immateriële vaste activa De ODZOB bezit geen immateriële vaste activa.
Jaarstukken 2020
39
JAARSTUKKEN 2020
Materiële vaste activa Het BBV onderscheidt 3 soorten materiele vaste activa:
activa met een economisch nut;
activa met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van kosten een heffing kan worden geheven;
investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
De ODZOB kent uitsluitend materiële vaste activa van de eerste categorie. Onderstaand overzicht toont de samenstelling van deze materiele vaste activa en het bijbehorende verloop over het afgelopen boekjaar. Staat van materiële vaste activa Omschrijving
* bedragen x € 1 Boekwaarde per 1-1-2020
Afschrijvingen DesBijdragen van Invest eringen Afschrijvingen Desinvest eringen derden invest eringen
Boekwaarde per 31-12-2020
Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen
373.750
73.315
0
-70.474
0
0
376.591
Machines, apparaten en installaties
401.388
94.354
0
-170.098
0
0
325.644
Overige materiële vaste activa
167.450
3.621
0
-89.562
0
0
81.509
Tot aal
942.588
171.290
0
-330.134
0
0
783.744
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
De ODZOB heeft geen materiële activa met erfpachtcontracten. De in de bovenstaande tabel getoonde investeringen zijn in onderstaande tabel afgezet tegen het beschikbare budget: Investeringen
* bedragen x € 1 Omschrijving
Rest ant krediet 2019
Begrot ing primair 2020
Begrot ing na wijziging 2020
Invest eringen 2020
Rest ant krediet 2020
Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen
73.315
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Machines, apparaten en installaties
94.354
Overige materiële vaste activa
3.621
Tot aal invest eringen
307.899
280.000
280.000
171.291
416.608
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de investeringen binnen het geraamde budget zijn gerealiseerd. Het onder bedrijfsgebouwen getoonde investeringsbedrag van € 73.000 betreft o.a. in rekening gebrachte posten betreffende de aanpassing luchtbehandeling (€ 57.000) en aanpassingen groepenkast (€ 15.000). De investeringen getoond onder machines, apparaten en installaties van € 94.000 bestaan o.a. uit investeringen in een geluidmeter (€ 9.000), computer hardware (€ 22.000), digitaal vergaderen (€ 23.000) en tablets en smartphones (€ 39.000). De investeringen opgenomen onder overige materiële vaste activa van € 4.000 betreffen uitgaven t.b.v. de aanschaf van enkele nieuwe bureaustoelen. De in 2020 gemaakte kosten voor het nieuwe VTH-systeem zijn niet geactiveerd. Het betreft de aanschaf van licenties, zonder dat er eigendommen worden verkregen. Het restantkrediet van € 416.608 wordt overgeheveld naar 2021. Financiële vaste activa De ODZOB heeft geen financiële vast activa.
Jaarstukken 2020
40
JAARSTUKKEN 2020
Vlottende activa Voorraden De ODZOB heeft geen voorraden. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De volgende posten zijn op de balans opgenomen: * bedragen x 1 € Ult imo 2020
Ult imo 2019
Vorderingen op openbare lichamen
1.765.792
1.877.204
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
2.386.146
966.643
Overige vorderingen
9.919
18.416
Tot aal uit zet t ingen
4.161.857
2.862.263
Omschrijving
Van de vorderingen op openbare lichamen heeft voor 86% betrekking op deelnemers in de gemeenschappelijke regeling. Het betreft hier voornamelijk de facturen inzake uitvoering van wettelijke en verzoektaken. De overige 14% heeft betrekking op vorderingen op niet-deelnemers. De vorderingen zijn relatief jong. Op balansdatum is 95% van de vorderingen jonger dan 30 dagen. Geen vordering is meer dan 6 maanden oud. De ODZOB werkt in de loop van het jaar met voorschotfacturatie voor de werkprogramma’s. Na afloop van het jaar worden de eindafrekeningen opgesteld en verzonden. Volgens de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) neemt de opdrachtgever binnen zes weken na ontvangst van zijn eindafrekening een beslissing over de acceptatie hiervan. De post uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar betreft de aanhouding van liquide middelen bij het rijk in het kader van schatkistbankieren. Conform de overeenkomst met Agentschap van de Generale Thesaurie worden overtollige middelen in de vorm van een rekeningcourant bij het rijk ondergebracht. Onderstaande analyse geeft inzicht in de mate waarin de ODZOB de drempelbedragen (maximumbedrag dat niet afgestort hoeft te worden bij het rijk in het kader van schatkistbankieren) gebruikt heeft.