5a. Vaststellen van bestemmingsplan Smulderslaan 46 - Toelichting
Tekst van het document
3.3.4.1 Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen Op basis van het principebesluit zijn een aantal adviespunten aangedragen bij de uitwerking van het plan. Deze punten worden navolgende uitgewerkt. Volwaardigheid van het bedrijf De volwaardigheid van een bedrijf is een aspect van belang omdat de kans op ongewenst planalogische gevolgen groot is indien er twijfel is over de volwaardigheid. Immers wanneer na enkele jaren blijkt dat een bedrijf niet volwaardig genoeg is om een inkomen mee te verwerven, dan blijft in vrijwel alle gevallen de woning wel bewoond. Echter indien deze woning dan bewoond wordt door iemand die niet meer bij het bedrijf betrokken, omdat het bedrijf niet meer bestaat, levert dat een strijdige situatie met de regels van het bestemmingsplan. Dat is een situatie die niet wenselijk is voor het bevoegd gezag. In dit geval echter, met een bedrijf van 5.120 vleesvarkens en 17.272 gespeende biggen is de sprake van ruim volwaardig bedrijf. In artikel 1.162 volwaardig agrarisch bedrijf is dit begrip als volgt gedefinieerd:
Getoetst aan deze begripsbepalingen van het bestemmingsplan is sprake van een volwaardig agrarisch bedrijf, omdat de heer van Santvoort voor deze locatie behalve de bedrijfsleider nog 2 andere werknemers in dienst heeft. De volwaardigheid van het bedrijf is benoemd als een van de voorwaarden in het principebesluit. Dit punt is tevens beoordeeld door de AAB. De totale omvang van de bedrijven(Nuland, Vinkel en Someren) van de initiatiefnemer zijn meegenomen in het advies. Het verzoek omvat de bouw van een bedrijfswoning waar de bedrijfsleider gaat wonen. Dit punt is tevens beoordeeld door de AAB. In paragraaf 2.2 is het advies van de AAB uitgewerkt. Toezicht op de dieren, werkzaamheden en beschikbaarheid voor werkzaamheden buiten de gebruikelijke arbeidsuren. Op het bedrijf worden vleesvarkens en gespeende biggen gehouden. De gespeende biggen komen op een gewicht van circa 8 kg op het bedrijf en worden gehouden tot een gewicht van circa 25 kg.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
“een agrarisch bedrijf dat de arbeidsomvang heeft van één volledige arbeidskracht en waarvan de continuïteit ook op langere termijn in voldoende mate is verzekerd zowel in bedrijfseconomisch opzicht als op milieu hygiënische verantwoorde wijze”.
24
Vervolgens gaan ze naar de vleesvarkensafdelingen waar ze gehouden worden tot een gewicht van circa 110-120 kg, waarna de dieren worden geslacht. Deze dieren moeten verzorgd worden, voortdurend toezicht op de dieren is noodzakelijk. Voor het goed uitvoeren van de werkzaamheden zijn 2 werknemers in dienst, de bedrijfsleider stuurt deze mensen aan, hiervoor is zijn voortdurende aanwezigheid op het bedrijf noodzakelijk. Verder dient er snel iemand ter plekke te zijn in het geval van storingen op de apparatuur om snel en adequaat te kunnen ingrijpen. Hiervoor is snelle aanwezigheid ter plekke noodzakelijk. Ook worden dieren, voer en mest van en naar het bedrijf vervoert. Voor een deel buiten de gebruikelijke arbeidsuren. Wanneer iemand bij het bedrijf woont kunnen deze werkzaamheden beter en adequater worden uitgevoerd Toezicht op het bedrijf en de installaties Ter voorkoming van diefstal is continu toezicht in de vorm van aanwezigheid van mensen op en rond het bedrijf noodzakelijk. Verder is toezicht noodzakelijk om te voorkomen dat er mensen ongewenst en met verkeerde bedoelingen het bedrijf betreden. Bevorderen van de sociale cohesie Het bedrijf is een onderdeel van het buitengebied van Someren, door de aanwezigheid van een bedrijfswoning zorgen de mensen die in deze woning wonen voor sociale samenhang tussen en met de andere bewoners van het buitengebied.
De aanwezigheid van mensen maakt het leven voor de andere buurtbewoners ook prettiger. Mensen helpen elkaar en kunnen elkaar ook ergens op aanspreken. Op deze manier kan een ergernis simpel worden opgelost, wanneer een bedrijf alleen overdag bevolkt en dan ook nog het grootste deel van de dag in de stallen, dan kan een ogenschijnlijk kleine ergernis uitgroeien tot een groot debacle. Het advies van de AAB om basis van volwaardigheid omschrijft dat het bedrijf na de huidige renovatie voldoet aan de geldende milieuregelgeving. Het bedrijf is in bedrijfseconomisch opzicht op langere termijn in voldoende mate verzekerd doordat het bedrijf een ruim bovengemiddelde omvang heeft en beschikt over merendeels moderne en courante bedrijfsbebouwing. Het oordeel van de AAB is dat het bedrijf aan de Smulderslaan 46 binnen afzienbare tijd een volwaardig agrarisch bedrijf zal zijn. De noodzaak van de bedrijfswoning is vanuit de optiek van toezicht noodzakelijk geconcludeerd door de AAB.
In het principebesluit staat genoteerd dat de ontwikkeling landschappelijk ingepast dient te worden aangesloten bij de richtlijnen uit het beeldkwaliteitsplan. Ten behoeve van de bedrijfswoning is een landschappelijke inpassing opgesteld door Paul Schrama Tuinontwerp in opdracht van initiatiefnemer opgesteld in juni 2020. Hierbij is verzocht het plan uit te werken op basis van de volgende uitgangspunten: -
Beplanting aansluitend op het landschap Uniforme uitstraling van het bedrijf Extensief gras aan linkerkant van het bedrijf voor bereikbaarheid en zonnepanelen i.v.m. Eikenprocessierups geen eiken aanplanten Een geheel van privétuin en erfbeplanting
Op basis van deze uitgangspunten is navolgende tekening gemaakt wat de landschappelijke inpassing weergeeft. Voor een gedetailleerdere weergave van het landschappelijke inpassingsplan, zie bijlage 3.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
3.3.4.2 Landschappelijke inpassing
25
26
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Op de tekening is te zien dat het bedrijf is verschillende vakken. Elk vak heeft een plaatsaanduiding met korte omschrijving. Vak A Extensief gras (963 m2) met 18 bomen Op de bredere strook, rechts langs de bebouwing extensief gras met daarop 18 bomen. (willekeurig geplant) Vak B Houtsingel (162 m2) Rechts achter de privetuin een beplantingsstrook met lage soorten en enkele boomvormers Vak C Houtsingel (295 m2) Links voor het bedrijf een strook beplanting voor gedeeltelijke camouflage van het bedrijf. Meerdere lage soorten die een dichte bossage vormen. Bomen in deze strook is geen optie. Vak D Extensief gras (480 m2) Aan de linkerkant van het bedrijf is een smalle strook. In verband met berijkbaarheid gebouwen en geplande zonnepanelen word deze strook extensief gras. Om dezelfde redenen extensief gras in he verlengde van de oprit. Vak E Houtsingel (603 m2) Achter het bedrijf komt een beplantngsstrook met verschillende soorten Privétuin (698 m2) Rond de privétuin een kniphaag van Acer Campestre Verdere invulling nader te bepalen. (Af te stemmen met bewoners bij ingebruikname) Conclusie landschappelijke inpassing Op basis van de aandachtspunten en het landschappelijke inpassingsplan kan de conclusie getrokken worden dat het voornemen landschappelijk ingepast wordt. Door het gebruik van verschillende beplantingsstroken op het erf sluit het aan op het landschap.
Tevens zorgt dit voor een uniforme uitstraling van het bedrijf. In vak D (linkerkant van het bedrijf) wordt extensief gras gesitueerd waarmee het voldoet aan het aandachtspunt. Tevens worden verschillende bomen gebruikt zijnde geen eiken. Het landschappelijk inpassingsplan is opgenomen in bijlage 3. In de regels van dit bestemmingsplan is geborgd dat deze landschappelijke aanpassing wordt aangelegd en duurzaam in stand worden gehouden.
De gemeente Someren heeft regels voor kwaliteitsverbetering van het landschap vastgelegd in de ‘Landschapsinvesteringsregeling Gemeente Someren 2018’. De gemeente Someren heeft hierin normbedragen vastgesteld voor te hanteren bestemmingsplanwaarden voor kwaliteitsverbetering van het landschap. Voor de omvang van de kwaliteitsverbetering is het van belang te bepalen in welke categorie een ontwikkeling ingedeeld kan worden. Er worden drie categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen onderscheiden:
Categorie 1: ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor geen (extra kwaliteitsverbetering van het landschap is vereist (geen landschappelijke inpassing en evenmin ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist). Categorie 2: ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn, maar waarbij het gaat om ontwikkelingen die een (zeer) beperkte invloed op het landschap hebben (alleen landschappelijke inpassing vereist).
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
3.3.5 Landschapsinvesteringsregeling Gemeente Someren 2018
27
Categorie 3: ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn en waarbij sprake is van een (substantiële) invloed op het landschap (zowel landschappelijke inpassing als ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist).
Onderhavige ontwikkeling betreft een categorie 3 ontwikkeling, aangezien er waarde wordt toegevoegd aan de bestemming evenals bouwmogelijkheden door het mogelijk maken van de ontwikkeling van een bedrijfswoning bij het agrarische bedrijf. Op basis van de landschapsinvesteringsregeling geldt bij een categorie 3 ontwikkeling 20% geïnvesteerd moet worden in het landschap óf gestort moet worden in het BIO-fonds. Deze kwaliteitsverbetering dient te geschieden bovenop de verplichte inpassing. Voor meer informatie omtrent de landschappelijke inpassing zie paragraaf 3.3.4.2.
Figuur: Uitsnede van rekentool LIR met bestemmingswinst van beoogde ontwikkeling bedrijfswoning
Op basis bovenstaande is initiatiefnemer voornemens om een bijdrage te leveren in het gemeentelijke BIO-fonds à €2.463,00. Het oppervlak voor de kwalitatieve verbetering binnen het plangebied is beperkt waardoor initiatiefnemer kiest voor een storting in het BIO-fonds. Conclusie kwaliteitsverbetering Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in ‘Landschapsinvesteringsregeling Gemeente Someren 2018’. In de regels van dit bestemmingsplan is geborgd dat wordt voorzien in de kwalitatieve bijdrage.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Het te investeren bedrag wordt bepaald op basis het aantal vierkante meters van het bestemmingsvlak. Navolgende figuur geeft een beeld van de berekening voor de kwaliteitsverbetering van het landschap binnen het plangebied.
28
Hoofdstuk 4 – Ruimte en milieuaspecten
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
In het voornemen wordt een bedrijfswoning gesitueerd aan de Smulderslaan 46. Bij de realisatie van deze woning moet uitgesloten worden dat dit geen mogelijke effecten heeft voor omliggende bedrijven. Navolgend is een luchtfoto weergeven met omliggende veehouderijen bedrijven aangeduid.
29
4.1 Bedrijven en milieuzonering Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met milieuzoneringen om zodoende de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Voor een scala aan milieubelastende activiteiten zijn richtafstanden aangegeven in de VNG-publicatie. In de lijsten wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Daarbij omvat categorie 1 de lichtste en categorie 6 de zwaarste vormen van bedrijvigheid. De richtafstanden gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven.
Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Toetsing plan In het algemeen wordt door middel van het aanbrengen van een zonering tussen bedrijvigheid en woonbebouwing de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Someren, waar sprake is van een matige functiemenging. Rondom het plangebied zijn de gronden voornamelijk agrarisch in gebruik. Daarnaast komen diverse functies voor zoals woonfuncties en diverse bedrijven. Derhalve wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied. Op basis van de ligging in gemengd gebied mogen de richtafstanden met één afstandstap worden teruggebracht. De beoogde bedrijfswoning is geen functie die volgens de (indicatieve) brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gezoneerd dienen te worden ten opzichte van milieugevoelige functies in de omgeving. Medewerking aan dit project is pas mogelijk indien blijkt dat een goed woon- en leefklimaat in de bedrijfswoning gegarandeerd is en de nieuwe bedrijfswoning omliggende bedrijven in de omgeving niet in hun activiteiten frustreert.
Melkveehouderij Smulderslaan 44a (fokken en houden van rundvee), afstand bedraagt 92 meter Melkveehouderij Smulderslaan 50 (fokken en houden van rundvee), afstand bedraagt 152 meter Intensieve veehouderij Smulderslaan 51 (fokken en houden van varkens), afstand bedraagt 172 meter
Voor een melkveehouderij (fokken en houden van rundvee) gelden dat op basis van de indicatieve bedrijvenlijst de volgende richtafstanden moeten worden aangehouden in een gemengd gebied voor de relevante milieuaspecten:
Geur: 50 meter Stof: 10 meter Geluid: 10 meter Gevaar: 0 meter
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
De volgende milieubelastende functies bevinden zich in de omgeving van de bedrijfswoning (gemeten vanaf de situering van de gevel van de woning ten opzichte van de betreffende bouwvlakken):
30
Voor een intensieve veehouderij (fokken en houden van varkens) gelden dat op basis van de indicatieve bedrijvenlijst de volgende richtafstanden moeten worden aangehouden in een gemengd gebied voor de relevante milieuaspecten:
Geur: 100 meter Stof: 10 meter Geluid: 30 meter Gevaar: 0 meter
Voor wat betreft het aspect geur geldt tevens een afzonderlijke regeling op basis van de Wet geurhinder en veehouderij. Voor meer informatie zie paragraaf 4.3.
4.2 Geluidhinder Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de realisatie van geluidsgevoelige objecten, dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een geluidzone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidbelasting op deze gebouwen of terreinen. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidzone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt Een bedrijfswoning is aan te merken als een geluidsgevoelige functie. De bedrijfswoning is niet gelegen binnen een geluidszone van industrie en spoorwegen. De bedrijfswoning is wel gelegen binnen de geluidzone van de Smulderslaan (60 km/u). Echter, gelet op het feit dat de Smulderslaan een
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Gelet op de afstand van de bedrijfswoning tot het betreffende bouwvlak van de melkveehouderijen en intensieve veehouderij kan worden geconcludeerd dat aan de richtafstanden wordt voldaan wat betreft de diverse milieuaspecten. Er kan derhalve gesteld worden dat ter plaatse van de bedrijfswoning sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat en dat bestaande inrichtingen in de omgeving niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd.
31
doodlopende weg is met enkel bestemmingsverkeer voor de aanliggende (agrarische) bedrijfsdoeleinden is het aannemelijk dat door deze lage verkeersintensiteiten de geluidbelasting ten gevolge van het werkverkeer ter plaatse van de te realiseren bedrijfswoning de voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde niet worden overschreden. Cumulatie in het kader van de Wgh is verder niet aan de orde. Geconcludeerd wordt dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de realisatie van het planvoornemen.
4.3 Wet geurhinder en veehouderij Geur kan hinder veroorzaken in de leefomgeving. Wanneer deze hinder inderdaad ondervonden wordt, kan dit zelfs invloed hebben op de gezondheid. Geurhinder dient daarom zoveel mogelijk beperkt te worden door regels te stellen aan de uitstoot van geuremissies en bepaalde afstanden aan te houden ten opzichte van geurgevoelige objecten. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) kent bescherming toe aan geurgevoelige objecten. Hierbij gaat het in het algemeen om gebied bestemd voor wonen en verblijf. De nieuwe bedrijfswoning betreft derhalve een geurgevoelig object. Onder de werkingssfeer van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) heeft de gemeenteraad van Someren op 29 september 2010 een gemeentelijk geurbeleid vastgesteld: de geurgebiedsvisie en geurverordening. De laatste aanpassing van het gemeentelijke geurbeleid is van juni 2017. De geurbelasting in het kader van het eigen bedrijf behoeft niet beschouwd te worden. De geurbelasting van omliggende veehouderijen wel. Op basis van artikel 3, lid 2 van de Wet geurhinder en veehouderij dient een geurgevoelig object op een afstand van minimaal 50 meter van andere veehouderijen te worden gesitueerd.
In de nieuwe bedrijfswoning kan een acceptabel woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Andersom leidt de realisatie van de bedrijfswoning niet tot een belemmering van de bedrijfsvoering van omliggende veehouderijen.
4.4 Wet ammoniak en veehouderij Zeer kwetsbare natuur (Wav-gebieden) De Wet ammoniak en veehouderij (Wav) vormt een onderdeel van de ammoniakregelgeving voor dierenverblijven van veehouderijen. Deze regelgeving heeft als doel de ammoniakuitstoot in heel Nederland terug te dringen. Voor een aantal gebieden geldt extra beleid met als doel de ammoniakdepositie op die gebieden - de zeer kwetsbare gebieden- te verminderen. De zeer kwetsbare gebieden worden door de Provincie aangewezen. De inrichting is niet gelegen in een zeer kwetsbaar gebied (Wav-gebied) of een zone van 250 meter daar omheen. Het dichtstbijgelegen Wav-gebied is gelegen op ca. 1054 m afstand. De Wet Ammoniak en Veehouderij stelt geen aanvullende criteria.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
De Wet geurhinder en veehouderij schrijft dat bedrijfswoningen bij een agrarische bedrijf niet worden gekenmerkt als geurgevoelig object bij de berekening van geurbelasting, maar wel als geurgevoelig object bij de vaste afstanden. De meest nabijgelegen veehouderij betreft de Melkveehouderij op de locatie Smulderslaan 44a. De afstand van de bedrijfswoning tot aan de uiterste hoek van het bouwvlak van deze veehouderij bedraagt 92 meter. Aan de vaste afstandseis wordt derhalve voldaan. Als deze veehouderij in de toekomst wil uitbreiden zal deze veehouderij rekening moeten houden met de aanwezigheid van de bedrijfswoning binnen het plangebied. Emissiepunten van (nieuwe) stallen moeten verder dan 50 meter van de bedrijfswoning af gesitueerd worden.
32
Figuur: ligging initiatieflocatie (gele bolletje) t.o.v. Wav-gebieden Bron: provincie Kaartbankbrabant.nl
Toetsing plan
De wet ammoniak en veehouderij geen toetsingskader is bij de bouw van (bedrijfs-) woningen.
4.5 Ecologie
Gebiedsbescherming De projectlocatie is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, ‘Strabrechtse Heide & Beuven’ en ‘Weerter- en Budelerbergen & Ringelsven’ bevinden zich beiden op circa 4 kilometer afstand ten noordwesten en zuiden van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een bedrijfswoning betreft bij een bestaand agrarisch bedrijf, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten, met name tijdens de aanlegfase maar ook door een toename aan verkeersbewegingen in de toekomstige situatie. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied tijdens de aanlegfase en gebruiksfase is niet uit te sluiten. Derhalve is er een vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening uitgevoerd of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt. De resultaten van het onderzoek worden hieronder kort beschreven. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapportage in bijlage 4.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Natuurwetgeving De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de ‘Wet natuurbescherming’ (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
33
Figuur: Ligging Natura2000-gebieden t.o.v. bedrijf initiatiefnemer (rode bolletje)
Natuurnetwerk Natuurnetwerk is sinds 2013 de naam van de ecologische hoofdstructuur (EHS). Dit is een samenhangend netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden in Nederland. Het vormt een belangrijk onderdeel van het natuurbeleid. Streven is de biodiversiteit in Nederland ten minste te stabiliseren, en dus verdere achteruitgang tegen te gaan: het door de EU aanvaarde standstillbeginsel. Sinds 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor natuurbeleid en de verdere ontwikkeling en beheer van het Natuurnetwerk. De inrichting ligt niet in of direct nabij een gebied aangewezen als Natuurnetwerk. De inrichting ligt op ca. 1.040 meter van het dichtstbijzijnde gebied dat onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura2000 gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Voor meer informatie wordt verwezen naar de notitie en stikstofdepositieberekeningen in de bijlage van deze toelichting.
34
Figuur: Ligging Natuurnetwerk t.o.v. locatie initiatiefnemer (rode cirkel) Bron: kaartbankbrabant.nl
Soortenbescherming Gezien de huidige situatie van het plangebied als grasveld dat regelmatig wordt gemaaid in combinatie met de ligging bij een agrarisch bedrijf, ver verwijderd van natuurgebieden, worden bijzondere dieren/of plantensoorten ter plaatse niet verwacht. Er bevinden zich tevens geen nestelmogelijkheden voor broedvogels. Het terrein vormt hoogstens een incidenteel verblijfsgebied voor grondgebonden zoogdieren zoals egel, mol en konijn. Tevens kunnen er algemene amfibieënsoorten incidenteel verblijven zoals bruine kikker en gewone pad. Dit betreffen zogenaamde A-soorten in de Wnb, waarvoor in Noord-Brabant een vrijstelling geldt in geval van een ruimtelijke ontwikkeling of beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wn): deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de bouw van de bedrijfswoning worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied moeten worden verplaatst.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Beschermde houtopstanden Binnen het plangebied zijn geen houtopstanden gelegen met een dusdanig beschermingsniveau op basis van de Wet natuurbescherming dat deze een belemmering vormen voor onderhavige ontwikkeling. De aanwezige bomenlanen van (Amerikaanse) Eiken ter plaatse van de Smulderslaan vormen een cultuurhistorisch waardevol landschapselement. Met de beoogde ontwikkeling wordt de kenmerkende laanbeplanting niet aangetast, aangezien de woning op voldoende afstand wordt gerealiseerd van dit kenmerkende landschapselement.
35
4.6 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Someren is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Derhalve is in het kader van onderhavig planvoornemen een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Toetsing project In dit geval wordt op niet geroerde maagdelijke grond gebouwd. Deze grond is al vele jaren in gebruik. Bij de bouw van een bedrijfswoning is een bodemonderzoek nodig. Ten behoeve van deze bouw is een verkennend bodemonderzoek opgesteld door Archimil op verzoek van initiatiefnemer. De resultaten van het onderzoek worden hieronder kort beschreven. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapportage in bijlage 5. Het onderzoek toont aan dat de bovenlaag en onderlaag niet zijn verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. Het grondwater is licht verontreinigd en de hypothese nietverdachte locatie kan worden aangenomen op basis van de onderzoeksresultaten.
Op pagina 17 van het rapport wordt geschreven dat er geen restricties gesteld te worden aan toekomstige bouwactiviteiten op de onderzochte locatie. Gezien de concentratie aan zware metalen is het uitvoeren van een nader onderzoek niet aan de orde. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater. Voor het overige kan op basis van het verkennend bodemonderzoek geconcludeerd worden dat de milieu hygiënische conditie van de bodem geen belemmering vormt voor onderhavig bestemmingsplan. De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond kunnen wel bij grondafvoer beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.
4.7 Archeologie en Cultuurhistorie Algemeen Sinds de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) per 1 september 2007 is de gemeente verantwoordelijk voor het archeologiebeleid en heeft de provincie zich hiervan teruggetrokken. In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect archeologie in ruimtelijke plannen. De uitgangspunten van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg zijn als volgt: de archeologische waarden dienen zoveel mogelijk in de bodem te worden bewaard; er dient vroeg in het proces van de ruimtelijke ordening al rekening te worden gehouden met het aspect archeologie. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Een aantal onderdelen van de Monumentenwet 1988 gaat over naar de Omgevingswet. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven deze onderdelen van kracht binnen het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Voor archeologie gaat het onder meer om: het meewegen van het archeologische belang bij het opstellen van bestemmingsplannen; de mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning ter bescherming van archeologie;
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
4.7.1. Archeologie
36
de mogelijkheid van de Minister van OCW om bij (dreigende) schade aan archeologische monumenten na een toevalsvondst voorschriften te stellen aan de uitvoering de werkzaamheden of die stil te leggen; de mogelijkheid van het bevoegd gezag of de Minister van OCW om toegang tot een terrein af te dwingen om archeologisch onderzoek te kunnen doen. Gemeentelijk beleid De gemeente Someren heeft ervoor gekozen om in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz, 2007) en de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008) een eigen gemeentelijk archeologiebeleid te formuleren. In 2015 is het beleid geactualiseerd. Ter onderbouwing van het beleid is een onderzoek gedaan naar de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeente. Dit heeft geresulteerd in de Archeologiekaart van Someren. Deze is tot stand gekomen op basis van een zogenoemd archeologisch bureauonderzoek van het gehele grondgebied van Someren. Er is een breed scala van bronnen gebruikt, variërend van bodemkundige, geomorfologische en historische aarten tot overzichten van bekende vindplaatsen, informatie van de heemkundekring, literatuurstudie, veldwaarnemingen en resultaten uit opgravingen.
De Archeologiekaart van Someren is een combinatie van een archeologische waarden en verwachtingenkaart, bestaande uit een achttal analysekaarten en een archeologische beleidskaart (kaart 9), waarin de archeologische waarden en verwachtingen samenkomen en worden voorzien van beleidsregels. In de gemeentelijke bestemmingsplannen worden de gebieden met een archeologische (verwachtings)waarde middels een dubbelbestemming archeologie aangeduid en worden hiervoor ter bescherming van het bodemarchief nadere planregels opgesteld. Bij de voornoemde kaartenset hoort onderhavige toelichting, die naast een landschappelijk, archeologisch en historisch overzicht, een onderbouwing bevat van de keuzes en indeling op de beleidskaart.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
In de separate beleidsnota archeologie worden de beleidsuitgangspunten en -achtergronden van het archeologiebeleid beschreven. Daarnaast is daarin een instrumentarium aangereikt dat dient ter implementatie van het beleid. Beleidskaart en beleidsnota vormen samen de noodzakelijke basis voor het archeologiebeleid van de gemeente. Met deze documenten is de gemeente Someren in staat om op verantwoorde wijze een archeologiebeleid te implementeren dat een juiste balans weet te vinden tussen een goede omgang met het archeologisch erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen.
37
Toetsing De voorgenomen activiteiten vinden plaatsen in de “categorie 6: gebieden met een lage archeologische verwachting” volgens de Archeologische verwachtingen en waardenkaart 2015 van Someren. Voor dit categorie 6-gebied geldt dat deze in het vigerende bestemmingsplan niet zijn opgenomen, aangezien
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Archeologische verwachtingen en waardenkaart 2015
38
er sprake is van een lage archeologische verwachting. Voor deze gebieden zijn geen ondergrenzen of een aanlegvergunning van toepassing. Een Archeologisch onderzoek is derhalve niet benodigd.
4.7.2. Cultuurhistorie Onderhavig planvoornemen is gelegen in het gebied van een ‘jonge heideontginning’. Dit relatief jong ontgonnen landschap heeft geen of nauwelijks cultuurhistorische waarden. De omgeving wordt getypeerd door regelmatige en rechtlijnige patronen binnen relatief grootschalige gebieden met verre zichten. Structurerend in het landschap zijn de aanwezige bomenlanen van (Amerikaanse) Eiken. Deze laanbeplanting is in de gehele omgeving aangeduid als historisch groen. Met de beoogde ontwikkeling wordt de laanbeplanting niet aangetast, aangezien de woning op voldoende afstand wordt gerealiseerd van dit kenmerkende landschapselement.
4.8 Notitie handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0
De volgende uitgangspunten worden in de notitie gehanteerd: Uit voorzorg voorkomen dat door nieuwe aanvragen de endotoxine advieswaarde wordt overschreden en daar waar deze al overschreden wordt voorkomen dat de overschrijding toeneemt; Bedrijfsontwikkeling op alle varkens- en pluimveehouderijen die leiden tot een hogere (fijnstof)emissie kunnen gevolg hebben dat nieuwe overschrijdingen ontstaan of bestaande overschrijdingen worden vergroot; Bedrijfsontwikkeling in een veedicht gebied kunnen als gevolg van cumulatie van de endotoxine uitstoot tot gevolg hebben dat nieuwe overschrijdingen ontstaan of bestaande overschrijdingen worden vergroot; Andere veehouderijsectoren emitteren relatief weinig fijn stof en de bijdrage aan een mogelijke overschrijding van de adviesgrenswaarde door cumulatie is beperkt; Een grote mate van overschrijding van de endotoxine advieswaarde, individueel danwel door cumulatie in een gebied, kan reden zijn om na te denken over een vermindering van fijnstofendotoxine emissie van de veehouderij; Voorzorg in het belang van de gezondheid van omwonenden is de drijfveer voor deze notitie.
Inhakend op de lopende ontwikkeling van een landelijk endotoxinen toetsingskader zijn op basis van metingen en modelberekeningen afstandsgrafieken opgesteld voor vleeskuikens, leghennen en vleesvarkens, waarbij de fijnstofemissie in kg/jaar is gerelateerd aan een minimale afstand in meters.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Het bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO) heeft een Notitie handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid opgesteld (25 november 2016). Deze notitie bevat als hulpmiddel voor bevoegde gezagen een systematiek om de endotoxineblootstelling van omwonenden van veehouderijen te beoordelen en helpt bevoegde gezagen om vergunningaanvragen te toetsen aan de adviesgrenswaarde van 30 EU/m3 endotoxinen.
39
Afstandsgrafiek leghennen:
De varkenshouderijen aan de Limburglaan 7 en Smulderslaan 50 worden bepaald aan de hand van de afstandsgrafiek bij vleesvarkens. De locatie Smulderslaan 45 is een pluimveebedrijf en zal worden getoetst aan de grafiek leghennen. De afstanden wordt bepaald vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt tot zijnde de te bouwen bedrijfswoning. De afstanden zijn weergeven in navolgende kaart.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Afstandsgrafiek vleesvarkens
40
Limburglaan 7 Smulderslaan 51 Smulderslaan 46
PM10 (kg/jaar) 383 565 1002
berekende afstand (m) 126 149 183
Werkelijke afstand (m) 420 210
PM10 invullen (kg/jaar) 2288
berekende afstand (m) 162
Werkelijke afstand (m) 240
PM10 invullen (kg/jaar)
berekende afstand (m)
Werkelijke afstand (m)
4394
402
Leghennen
Smulderslaan 45 Vleeskuikens
Michelslaan 17
430
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Varkens
41
Toetsing Uit voorgaande grafiek kan afgeleid worden dat bij de aangevraagde bedrijfswoning een minimale afstand tot woningen van 126 meter voor de Limburglaan 7, 149 meter voor de Smulderslaan 51, 162 meter voor de Smulderslaan 45 en 402 meter voor de Michelslaan 17 moet worden aangehouden om aan de adviesgrenswaarde van 30 EU/m 3 endotoxinen te voldoen. Voor alle drie locaties wordt voldaan aan de minimale afstand en wordt voldaan aan de advieswaarde.
4.9 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de ‘Wet luchtkwaliteit’ in werking getreden. Met de 'Wet luchtkwaliteit' wordt de wijziging van de Wet milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen (Hoofdstuk 5 titel 2 Wm, Stb. 2007, 414) bedoeld. De Wet luchtkwaliteit is primair gericht op het voorkomen van effecten op de gezondheid van mensen. In bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit zijn grenswaarden opgenomen waarmee rekening moet worden gehouden bij beslissingen in het kader van o.a. de Wet Milieubeheer. In deze bijlage zijn grenswaarden opgenomen van de jaargemiddelde concentraties voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxides, fijnstof (PM10 en PM2,5), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, ozon, lood, nikkel, arseen en cadmium. Tevens is voor stikstofdioxide en fijn stof PM10 een maximaal aantal toegestane dagen opgenomen waarop de (24-)uurgemiddelde concentratie overschreden mag worden (overschrijdingsdagen genoemd). De grenswaarden geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan, dat op een aangegeven tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt en waar die kwaliteit al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand gehouden moet worden. Deze grenswaarden zijn overgenomen van de Wereld Gezondheid Organisatie.
Besluit ‘Niet in betekenende mate’ In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Wanneer een uitbreiding 'niet in betekenende mate' bijdraagt kan de vergunning alsnog verleend worden. Dit volgt uit art. 5.16 Wm en het Besluit NIBM. Per 1 augustus 2009 geldt als NIBM 3% van de grenswaarde. Voor fijnstof komt dit neer een toename van 1,2 microgram op het beoordelingspunt.
Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft:
Aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Verdere toetsing is dan niet nodig. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het 3% criterium, bijvoorbeeld met berekeningen. Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het Ministerie van I&M in samenwerking met InfoMil een NIBMrekentool ontwikkeld.
Handreiking fijn stof voor veehouderijen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning milieu of een OBM fijnstof in principe verlenen, als er geen overschrijding van de grenswaarden plaatsvindt. Is dat wel het geval, dan kan de vergunning
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden (dit volgt uit artikel 4, lid 1 van het Besluit NIBM.
42
alleen verleend worden, als de luchtkwaliteit door het project niet of niet in betekenende mate verslechtert. Met rekenprogramma ISL3a kan berekend worden of de bijdrage NIBM is. Veehouderijen zijn niet opgenomen in de Regeling NIBM. Voor veehouderijen heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in mei 2010 de “handreiking fijn stof voor veehouderijen gepubliceerd. Uit de handreiking blijkt dat het niet altijd noodzakelijk is om met behulp van een berekening vast te stellen of er sprake is van NIBM. Als hulpmiddel is een vuistregel opgesteld waarmee aangetoond kan worden dat een uitbreiding/oprichting van een veehouderij NIBM is. Te Beschermen Objecten (TBO’s) De Regeling beoordeling luchtkwaliteit (RBL) bevat voorschriften over metingen en berekeningen om de concentratie en depositie van luchtverontreinigende stoffen vast te stellen. Voor het bepalen van de rekenpunten speelt het ‘blootstellingscriterium’ een rol. Het blootstellingscriterium houdt in dat de luchtkwaliteit alleen wordt beoordeeld op plaatsen waar een significante blootstelling van mensen plaatsvindt. Het gaat dan om een blootstellingsperiode, die in vergelijking met de middelingstijd van de grenswaarde (jaar, etmaal, uur) significant is. De RBL geeft aan dat beoordeling niet hoeft plaats te vinden op: plaatsen waar het publiek geen toegang heeft en waar geen bewoning is.
bedrijfsterreinen of terreinen van industriële inrichtingen. Dit omvat mede de (eigen) bedrijfswoning. Hieruit volgt dat ter plaatse van woningen van derden moet worden getoetst aan de relevante grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit. In het kader van de bedrijfswoning moet de bedrijfswoning worden getoetst in de ISL3a berekening van de omliggende veehouderijen. Derhalve is een luchtkwaliteit onderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek worden hieronder kort samengevat. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige resultaten in bijlage 6.
Zeezoutcorrectie Volgens artikel 5.19 van de Wet luchtkwaliteit kunnen bij het beoordelen de van nature in de lucht aanwezige concentraties die niet schadelijk zijn voor de gezondheid van de mens buiten beschouwing gelaten worden. Hiervoor is een plaatsafhankelijke correctie mogelijk, welke in bijlage 5 van de ministeriële regeling ‘Beoordeling luchtkwaliteit 2007’ is vermeld. Dit houdt in dat bij overschrijding van de grenswaarden de berekende jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM 10) verminderd mag worden met het aandeel zeezout. Ook stelt de Wet luchtkwaliteit eisen aan het aantal keren dat het 24uurgemiddelde mag worden overschreden. Deze mag bij overschrijding ook gecorrigeerd worden. Op 20 november 2012 is een wijziging van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 in de Staatscourant gepubliceerd. Het onderdeel voor de zeezoutaftrek is op 21 november 2012 in werking getreden. In kolom 8 en 9 staan de zeezoutcorrecties van deze aanvraag. De jaargemiddelden uit kolom 3 en 6 mogen met deze getallen gecorrigeerd worden. In deze aanvraag wordt er geen gebruik gemaakt van de zeezoutcorrectie. Dubbeltellingcorrectie Bij veel veehouderijen is de emissie van de huidige situatie al (uitgevlakt) in de achtergrond-concentratie verwerkt. Als u de emissie van de aangevraagde situatie optelt bij de achtergrond-concentratie telt u (ISL3a) de veehouderij dubbel mee.
Hierdoor vindt er dus een overschatting van de werkelijke concentratie plaats. Hiervoor mag er gecorrigeerd worden. Er is een correctiemethode ontwikkeld om concentratiegegevens van fijnstof voor de gridcel waarbinnen het bedrijf gelegen is te corrigeren. In deze aanvraag wordt er geen gebruik gemaakt van de dubbeltellingcorrectie.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Toetsing In het uitgevoerde onderzoek zijn omliggende veehouderijen Smulderslaan 44a, Smulderslaan 45, Smulderslaan 51, Michelslaan 17 en Limburglaan 7 als bron ingevoerd.
43
Onderzoeksresultaten Uit bijgevoegde ISL3A-berekening blijkt dat op de Te Beschermen Objecten (TBO’s) geen overschrijdingen, van zowel de jaargemiddelde concentratie als het aantal overschrijdingsdagen van de etmaalgemiddelde concentratie, plaatsvinden. De wettelijke normen voor PM10 zijn: • Jaargemiddelde concentratie 40 μg/m3 • Maximaal 35 overschrijdingsdagen van 50 μg/m3 De fijnstofconcentratie op de bedrijfswoning is 20.46 μg/m3 en een overschijding van 9.2 dagen. Daarmee voldoet het voornemen aan de Wet milieubeheer en EU-richtlijn luchtkwaliteit van 31,2 μg/m3. De Werelgezondheidsorganisatie (WHO) advieswaarde is gesteld op 20 μg/m3. De jaarlijke concentratie overschrijdt deze advieswaarde minimaal.
4.10 Verkeer en parkeren Uitgangspunt van de gemeente Someren is dat elke initiatiefnemer van bouwplannen zorgdraagt voor zijn eigen parkeeroplossing en dat een nieuw bouwinitiatief geen parkeerproblemen in de omgeving mag veroorzaken. Op basis van de richtlijnen van het parkeerbeleid dient te voorzien in 3 parkeervoorzieningen op eigen terrein voor wat betreft een vrijstaande woning/ bedrijfswoning in het buitengebied.
Figuur: impressie parkeervoorzieningen bedrijfswoning
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Binnen de inrichting is voldoende parkeergelegenheid aanwezig voor bezoekers en medewerkers van het bedrijf. In het geval waarin meerdere vrachtwagens tegelijkertijd het bedrijf aandoen, is er binnen het bouwblok ruimte om deze te herbergen. Er is voldoende erfverharding aanwezig in de beoogde situatie om meerdere vrachtwagens elkaar te laten passeren. Binnen het terrein behorende tot de bedrijfswoning is voldoende ruimte voorhanden om te voldoen in voldoende parkeervoorzieningen voor de bedrijfswoning. Binnen het plangebied wordt voorzien in de realisatie van 3 parkeerplaatsen. Hiermee wordt voldaan aan de richtlijnen van het parkeerbeleid. In het kader van een omgevingsvergunning aanvraag voor de activiteit bouwen worden de exacte locatie en maatvoeringen van de parkeervoorzieningen nader uitgewerkt.
44
Het bedrijf ligt aan de Smulderslaan 46 en wordt ontsloten via twee uitritten: één van het bedrijf en één van de bedrijfswoning. Het verkeer dat zich op de Smulderslaan bevindt, bestaat uit voornamelijk bestemmingsverkeer naar de omliggende agrarische bedrijven en woningen. Het plan leidt tot geen uitbreiding van bedrijfsactiviteiten enheeft geen consequenties voor de wegenstructuur. Onderhavige ontwikkeling leidt niet tot een substantiële verhoging van de verkeersintensiteit op Smulderslaan of wegen in de omgeving en heeft daarmee geen consequenties voor de verkeersveiligheid. Conclusie: het plangebied beschikt over voldoende parkeergelegenheid en wordt goed ontsloten.
4.11 Gezondheid Effecten op de volksgezondheid betreffen niet alleen dierziekten en zoönosen, maar ook geurhinder en fijn stofbelasting. In de voorgaande hoofdstukken en paragrafen is ingegaan op de omgeving van het bedrijf en op geur en fijn stof. Daaruit volgt onder meer dat het bedrijf in een dun bevolkt buitengebied ligt, op een afstand van 1,5 kilometer van de dichtbijgelegen woonkern. Tevens is daaruit gebleken dat de afstand van het bedrijf tot omliggende bebouwing dusdanig is, dat wordt voldaan aan de geldende normen en dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden geborgd. Momenteel is zijn er geen wettelijke afstandsvereisten of normeringen vastgesteld door de overheid, omdat de onderzoeksresultaten hiervoor nog geen aanleiding geven. Besmettingsgevaar wordt geregeld in de wetgeving voor volksgezondheid. De Wet milieubeheer bevat hoogstens een aanvullend toetsingskader voor onderwerpen die in de wetgeving voor volksgezondheid zijn geregeld.
De Afdeling hanteert de lijn dat de mogelijke besmetting van dierziekten vanwege nabijgelegen agrarische bedrijven een mee te wegen belang is bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Tegelijkertijd stelt de Afdeling dat de bestrijding van besmettelijke dierziekten zijn regeling primair vindt in andere wetgeving en dat daarnaast aan een omgevingsvergunning voorschriften kunnen worden verbonden om de gevolgen voor de volksgezondheid te voorkomen dan wel te beperken. Wel dient in het kader van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat onderzocht te worden of een plan niet zodanige risico’s voor de volksgezondheid meebrengt dat dit onvoldoende gewaarborgd is. Op het bedrijf wordt een hoge gezondheidsstatus nagestreefd en worden strenge hygiënemaatregelen toegepast door: • bedrijfsbezoekers mogen alleen het bedrijf betreden als zij gedoucht hebben; • bedrijfbezoekers mogen de 48 uur voorafgaand aan het bedrijfsbezoek niet op andere bedrijven zijn geweest. Conclusie: in de voorgaande paragrafen is ingegaan op geur, luchtkwaliteit en endotoxinen. Gezien de daarin al geconstateerde afstand van de inrichting tot omliggende gevoelige objecten en het effect van de bedrijfswoning op omliggende veehouderij, is het risico voor de volksgezondheid vanwege dit plan verwaarloosbaar, als er daarmee al een verband gelegd kan worden.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Ten aanzien van gezondheidsrisico’s in relatie tot veehouderijbedrijven heeft de gezondheidsraad het advies “Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen” opgesteld (30 november 2012). Hierin wordt gesteld dat het niet bekend is tot welke afstand omwonenden van veehouderijen verhoogde gezondheidsrisico’s lopen. Daarom is er niet op wetenschappelijke gronden één landelijke ‘veilige’ minimumafstand vast te stellen tussen veehouderijen en woningen. Afstanden, meteorologische omstandigheden en de lokale bebouwing en beplanting kunnen van invloed zijn op de gezondheidsrisico’s. Op basis van de beschikbare kennis acht de gezondheidsraad het te vroeg om een uitspraak te kunnen doen over de eventuele negatieve gezondheidseffecten van zulke beduidend lagere blootstellingniveaus.
45
Mede gezien de geconstateerde afstand van de inrichting tot omliggende gevoelige objecten en de hoge gezondheidsstatus op het bedrijf, is het risico voor de volksgezondheid vanwege dit plan verwaarloosbaar. Wederom, als er daarmee al een verband gelegd kan worden.
4.12 Waterhuishouding Beleidskader
Provincie Noord-Brabant Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Het belangrijkste gezamenlijke punt uit de Europese, landelijke en provinciale beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: - vasthouden – bergen – afvoeren (waterkwantiteit); - voorkomen – scheiden – zuiveren (waterkwaliteit). In de provincie Noord-Brabant is dit beleid vertaald in de Structuurvisie 2010 en de Interim omgevingsverordening. In de structuurvisie komen over het onderwerp water de volgende aspecten aan bod - Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; - Een betere waterveiligheid door preventie; - Koppeling van waterberging en droogtebestrijding; De watertoets en de wijze waarop de provincie daar mee omgaat is beschreven in het Provinciaal Milieu en Waterplan (PMWP). Provinciale Staten hebben op 18 december 2015 het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 – 2021 ‘Samen naar een duurzaam gezonde en veilige leefomgeving in Brabant vastgesteld (PMWP).
Hiermee zijn twee aparte provinciale plannen samengevoegd, te weten het voormalige ‘PWP 2010-2015’ en het ‘Provinciale Milieuplan 2012-2015’. Het doel van dit plan is het creëren van een gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant, waarin we veilig kunnen wonen en waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen. Het aspect water maakt hier onderdeel van uit. Kort gezegd gaat het PMWP voor: - voldoende water voor mens, plan en dier; - schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); - bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; - verduurzaming van de grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in hun PMWP stelt. De PMWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend. Voor wat betreft het plangebied geldt dat het plangebied niet is gelegen in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, regionale waterberging danwel reservering waterberging. Zoals weergeven in navolgende afbeelding heeft het plangebied in de Iov de waterhuishoudkundige norm ‘Wateroverlast buiten Stedelijk gebied’ toegewezen gekregen.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
EU- en Rijksniveau De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven middels de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven.
46
Figuur: Uitsnede Iov Kaart 8 ‘Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en –berging’ met aanduiding plangebied
Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema’s. • Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen); • Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater; • Natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren; • Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen; • Mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik. Het waterschap staat voor een aantal complexe uitdagingen, die zij in veel gevallen niet alleen kan realiseren. Deze uitdagingen geven invulling aan de verbinding van water met de maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom zet het waterschap sterk in op samenwerking. In het Waterbeheerplan nodigt het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven.
Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met al de partners in het gebied wil uitbouwen en ‘grenzeloos’ organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid. Middels de Keur van Waterschap De Dommel, welke in werking is getreden op 1 maart 2015, is bepaald bij welke ontwikkelingen mitigerende maatregen getroffen moeten worden. Deze mitigerende
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Waterschap De Dommel Waterschap de Dommel is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied. Het waterbeheerplan 'Waardevol Water' beschrijft de doelen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Milieu en Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan. Meer dan voorheen wil het waterschap inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied.
47
maatregelen kunnen onder andere bestaan uit het treffen van een retentievoorziening. De Keur van Waterschap De Dommel schrijft voor dat voor een toename van minder dan 500 m² verhard oppervlak geen mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze mitigerende maatregelen zijn altijd van toepassing bij elke toename van het verhard oppervlak, indien de locatie is gelegen in een keurbeschermingsgebied of attentiegebied. Het plangebied is niet gelegen in een dergelijk gebied. Vanaf 1 januari 2022 geldt binnen het werkgebied van het Waterschap De Dommel het nieuwe Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5). Hiermee beoogt het waterschap de watertransitie in gang zetten: een aanpak die moet zorgen voor een toekomstbestendig watersysteem. Het WBP5 is op dit moment in ontwikkeling en ligt als ontwerp ter inzage. Gemeente Someren: Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2021’ (vGRP 2018-2022) In het ‘Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2021’ (vGRP 2018-2022) is voor een periode van vijf jaar het beleid ten aanzien van riolering en stedelijk water van de gemeente Someren vastgelegd. Het vGRP 2018-2022 is vastgesteld door de raad op 20 december 2017. Algemeen uitgangspunt qua waterbeleid is dat de verbeteringen en optimalisaties die de afgelopen jaren in de riolerings- en waterbergingszorg zijn ingezet, worden doorgezet in de komende planperiode.
De gemeente Someren wil daarbij op de meest doelmatige manier invulling geven aan het beheer en onderhoud. Ook in Someren is de landelijke trend zichtbaar dat bewoners en bedrijven voor- en achtertuinen (steeds meer) verharden. Hierdoor wordt extra verhard oppervlak op de riolering aangesloten, waardoor afkoppelinspanningen van de gemeente deels te niet worden gedaan. De gemeente heeft dan ook de ambitie om bewoners en bedrijven te stimuleren het regenwater zoveel mogelijk op eigen perceel vast te houden. Naast dat dit het hydraulisch functioneren van de riolering ten goede komt draagt het onder andere bij aan het bestrijden van verdroging, ondersteunen van biodiversiteit en het tegengaan van hittestress. Voor nieuwbouw (en herbouw) geldt dat het afvalwater en hemelwater gescheiden moet worden ingezameld. De gemeente stimuleert hydrologisch neutraal bouwen om de uitdagingen van het veranderende klimaat tegen te gaan. Hierbij is de trits vasthouden – bergen – afvoeren van toepassing. Uitgangspunt is dat bij nieuwe ontwikkelingen geen hemelwater op de riolering wordt aangesloten; hydrologisch neutraal bouwen. Voor een nadere uitwerking van de watervoorzieningen in onderhavig plan zie navolgende sub paragraaf.
De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied (en omgeving), kunnen het beste beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: grondwater, oppervlaktewater, ecosysteem, hemel- en afvalwater. Grondwater Het plangebied heeft een hoogteligging gelijk aan ca. 26,4 m + N.A.P. De bodem bestaat vanaf maaiveld tot circa 1,0 m beneden maaiveld voornamelijk uit matig fijn, zwak tot matig siltig, zwak tot matig humeus zand. Hieronder bestaat de bodem uit matig fijn tot matig grof, zwak siltig zand. Op basis van de beschikbare literatuur- en veldgegevens wordt voor de planlocatie vooralsnog ingeschat dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) is gelegen op 1,2 meter beneden maaiveld. Tijdens het uitgevoerde bodemonderzoek is een grondwaterstand gemeten op circa 2 m beneden maaiveld. De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Kenmerken van het watersysteem
48
Oppervlaktewater Op basis van de leggerkaart van het waterschap is binnen het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig. Direct grenzend aan het bedrijfsperceel is oppervlaktewater aanwezig (zie licht blauwe lijn in navolgende afbeelding). In het kader van het planvoornemen wordt voorzien in de realisatie van een hemelwaterinfiltratievoorziening. Voor meer informatie zie navolgende sub paragraaf.
Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden. In het kader van de omgevingsvergunning aanvraag voor de activiteit bouwen wordt de afvalwatervoorziening nader uitgewerkt. Hemelwater Op basis van de Keur van de drie Brabantse waterschappen Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta, geldt voor plannen met een verhardingstoename kleiner dan 500 m², dat deze zijn vrijgesteld van compensatie. In het voorliggende geval is er sprake van een totaal verhardingstoename van groter dan 500 m². De woning met garage heeft een oppervlakte van 280 m 2 en de verharding is 260 m2. Het totale oppervlakte bedraagt derhalve 540 m2. In het kader van het planvoornemen zal het hemelwater niet worden afgevoerd via het riool, maar worden afgekoppeld. Op eigen terrein worden infiltratievoorzieningen gerealiseerd voor de afkoppeling van het hemelwater. Voor hemelwaterafvoer naar oppervlaktewater gelden de bepalingen uit de Keur 2015 (Partiele herziening 2018) van het Waterschap; art. 15 van de Algemene regels resp.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Afvalwater In de rondom de planlocatie gelegen wegen is een traditioneel vrij verval gemengd rioolstelsel gelegen.
49
art 13 van de Beleidsregels. Voor nieuw verhard oppervlak is het uitgangspunt hierbij dat een bergings-/infiltratievoorziening wordt aangelegd met 60 mm (60 liter per m 2) berging. De manier waarop het hemelwater wordt geïnfiltreerd is in dit stadium nog niet voldoende uitgewerkt om dit uitgebreid te kunnen beschrijven. De richtlijnen, zoals hierboven beschreven, dienen in elk geval in acht te worden genomen, zodat de infiltratievoorzieningen voldoende capaciteit hebben om de maatgevende buien op te vangen en te infiltreren in de bodem. Dit betekent dat de te realiseren waterbergingsruimte berekend wordt door de toename van het afvoerend verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met 0,06 m. Het verhard oppervlak bedraagt in de toekomstige situatie in totaal 540 m 2. De minimale waterberging/-infiltratiecapaciteit dient (540 m2 x 0,06 =) 32,4 m3 te bedragen. De exacte wijze waarop het hemelwater zal worden geïnfiltreerd, zal nader worden uitgewerkt in het kader van de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor het bouwen. Hiertoe is in het kader van onderhavig bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 6.2 en 9.1 in de planregels behorende bij dit bestemmingsplan. Een globale impressie en locatie van de hemelwatervoorziening is weergeven in navolgende afbeelding.