5a. Vaststellen van bestemmingsplan Smulderslaan 46 - Toelichting
Tekst van het document
Overleg Waterschap de Dommel Het Waterstap stemt in met het bestemmingsplan in het kader van de watertoetsprocedure als onder andere onderstaande punten worden aangepast. Dit plan gaat op een goede manier om met de waterhuishoudkundige belangen. In de toekomstige situatie zal een waterberging worden gerealiseerd op eigen terrein, boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). In de regels een voorwaardelijke verplichting waterberging opgenomen in artikel 6.2 en 9.1 Het Waterschap de Dommel vraagt aandacht voor het vervolg van het planvoornemen. In het vervolgtraject of bij de omgevingsvergunning is er aandacht nodig voor de nadere uitwerking van de waterberging. Denk eventueel aan een (landelijke) leegloop en noodoverloop. De vertraagde afvoer van hemelwater kan uitkomen op de c-watergang ten oosten van het plangebied. Daarnaast adviseert het Waterschap om de aan te leggen dam met duikers, voor het woonhuis en bedrijf in de cwatergang, om deze voldoende groot te maken zodat de water aan- en afvoer gegarandeerd blijft. Tot slot, het Waterschap heeft om enkele tekstuele aanpassingen in deze paragraaf gevraagd. Deze feedback is verwerkt.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Figuur: impressie locatie hemelwatervoorziening
50
Conclusie Gelet op de te realiseren waterbergingscapaciteit en de voorwaardelijke verplichting in de planregels kan geconcludeerd worden dat het plan in lijn is met de voorwaarden van het beleid van het Waterschap de Dommel en het gemeentelijke waterbeleid. Gezien het bovenstaande zijn er ten aanzien van de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied geen belemmeringen voor de beoogde woningbouw.
4.13 Externe veiligheid Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met het aspect externe veiligheid. Daartoe moeten de risico’s voor de bevolking, die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten, in beeld worden gebracht. Hiertoe worden bij risicovolle activiteiten risicocontouren aangebracht. Een risicocontour (ofwel plaatsgebonden risico) geeft aan hoe groot in de omgeving de overlijdenskans is door een ongeval met een risicobron: binnen de contour is het risico groter, buiten de contour is het risico kleiner.
In directe omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. De als ‘overig’ aangeduide inrichtingen die het meest in de buurt van de inrichting liggen, is een vleeskuikenbedrijf. Het invloedgebied van de propaantank aan de Michelslaan 17 reikt niet tot het plangebied.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Bij de realisering van dit plan is geen sprake van risicovolle activiteiten. Onderstaande figuur geeft de aanwezigheid van andere risicovolle inrichtingen in de omgeving weer.
51
Verder is het plangebied niet gelegen binnen een (hinder)zone of werkstrook van hoofdleidingen of kabels. Er liggen geen hoofdleidingen voor olie, gas of water en geen hoogspanningsleidingen in of nabij het plangebied, waarmee rekening zou moeten worden gehouden. Conclusie: in de directe omgeving van het plangebied zijn geen belemmeringen op het gebied van externe veiligheid die aan de voorgenomen bedrijfswoning in de weg staan.
4.14 Leidingen en infrastructuur Er zijn blijkens het geldende bestemmingsplan en de risicokaart op of rond het plangebied geen kabels of leidingen gelegen met een bestemmingsplanplichtige beschermingszone die van invloed zou kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling.
4.15 Duurzaamheid In het kader van duurzaamheid zal de beoogde bedrijfswoning gerealiseerd worden met inachtneming van duurzame materialen en een passende positionering (zuinig ruimtegebruik). Daarnaast wordt er gewerkt volgens de laatste stand der techniek om het energiegebruik tot een minimum te beperken.
4.16 Milieueffectrapportage Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluit-vorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) ontwikkeld. Bij “grotere” oprichtingen kan de gemeente eisen dat er bij de milieu aanvraag een milieu-effectrapport (MER) bijgevoegd wordt. De MER-plicht vloeit voort uit Europese richtlijnen. Bij het bestaan van een MER-plicht mag de vergunningsaanvraag pas in procedure worden gebracht als de voorafgaande MER-procedure is afgerond. De MER geeft een beeld wat de milieugevolgen bij een gewenste oprichting zijn. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is binnen het Nederlands recht het beoordelingskader om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen.
In onderdelen C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r. staat omschreven voor welke activiteiten, plannen of besluiten het Besluit m.e.r. van toepassing is. Daaruit volgt dat er een m.e.r(beoordelings)plicht geldt voor een oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren als deze boven een bepaalde drempelwaarde uitkomt. Deze drempelwaarden zijn voor de onderdelen C14 en D14 in onderstaande tabellen weergegeven.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Besluit m.e.r: drempelwaarden m.e.r.-(beoordelings)plicht
52
Toetsing plan De realisatie van een bedrijfswoning wordt niet benoemd in onderdelen C en D van de bijlage van de Besluit m.e.r.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
Conclusie: gezien de aard en omvang van het plan wordt verwacht dat dit plan niet leidt tot aanzienlijke milieueffecten, geldt er geen m.e.r.-plicht.
53
Hoofdstuk 5 – Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht.
5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Ingevolge artikel 1.3.1. van het Bro dienen Burgemeester en Wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of er een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in artikel 1.3.1. Bro bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12 lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en langs elektronische weg. Inspraak Voor dit bestemmingsplan wordt geen inspraakprocedure gehouden. Het plan wordt rechtstreeks als ontwerp ter inzage gelegd, waarbij eenieder de mogelijkheid heeft om een zienswijze op het plan in te dienen. Mocht een bestemmingsplan toch aanleiding geven om inspraak te verlenen, dan kunnen Burgemeester en Wethouders met het delegatiebesluit (op grond van artikel 156 van de Gemeentewet) alsnog besluiten om inspraak te verlenen op basis van een voorontwerp-plan. Hiervoor kan aanleiding bestaan bij politiek of maatschappelijk gevoelige kwesties. Hiervan is geen sprake bij onderhavig bestemmingsplan. Er wordt dan ook geen mogelijkheid tot inspraak geboden. Wel heeft eenieder de mogelijkheid een zienswijze tegen het ontwerpplan in te dienen. Vooroverleg Volgens artikel 3.1.1.
Bro dient vooroverleg te worden gevoerd met diensten van het Rijk, provincie en het waterschap. Deze instanties kunnen aangeven dat in bepaalde gevallen vooroverleg niet noodzakelijk is.
Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan zal gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze periode heeft eenieder de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. De resultaten van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemming worden hier te zijner tijd beschreven. Binnen twaalf weken na de terinzagelegging wordt het bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad. Dit vastgestelde plan wordt eveneens ter inzage gelegd. Gedurende de terinzagelegging kan beroep tegen het plan worden ingesteld bij de Raad van State. Dit kan uitsluitend worden gedaan door personen die ook tijdig een zienswijze tegen het ontwerp hebben ingediend.
5.2 Economische uitvoerbaarheid Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. Dit wordt enerzijds bepaald door de financiële haalbaarheid van het plan en anderzijds door de wijze van kostenverhaal door de gemeente (grondexploitatie).
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
In het kader van onderhavig plan zijn geen nationale belangen in het geding. Vooroverleg met de Rijksoverheid is dan ook niet noodzakelijk. In het kader van het planvoornemen wordt ten behoeve van het vooroverleg een voorontwerp bestemmingsplan aangeboden bij de Provincie Noord-Brabant en het Waterschap De Dommel. Afgezien van enkele ontwerpsuggesties en tekstuele aanpassingen hebben de reacties geen aanleiding gegeven tot wijziging van het bestemmingsplan. Het vooroverlegverslag is geanonimiseerd toegevoegd aan de bijlagen, zie bijlage 7.
54
Financiële haalbaarheid De opdrachtgever fungeert als de financiële drager van het onderhavige plan. De voorgenomen ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarvoor reeds de benodigde financiële middelen zijn gereserveerd. De gemeente beperkt zich tot het verlenen van planologische medewerking aan de uitvoering van het plan en draagt geen financiële risico’s voor de realisatie.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
De kosten voor zowel onderhavige procedure, als de kosten voor de realisering van het plan zelf, zijn volledig voor rekening van de initiatiefnemer. Ook eventuele claims met betrekking tot planschade zijn voor rekening van initiatiefnemer die daartoe een overeenkomst met de gemeente Someren zal sluiten. Ook eventuele kosten van openbare nutsvoorzieningen komen volledig voor rekening van initiatiefnemer. Voor het doorlopen van de procedure voor het wijzigen van het bestemmingsplan zullen leges in rekening worden gebracht aan de initiatiefnemer. De gemeente Someren hoeft geen gelden te reserveren. De economische uitvoerbaarheid is hierdoor aangetoond.
55
Hoofdstuk 6 – Juridische plantoelichting 6.1 Planopzet en systematiek De in deze toelichting beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die (digitaal) bindend is voor overheid en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels. De topografische basis voor de bestemmingsplanverbeelding wordt gevormd door de meest actuele Grootschalige Basiskaart van Nederland (GBKN/GBK) aangevuld met kadastrale gegevens.
De juridische basis, opzet en systematiek van dit bestemmingsplan sluiten aan op het onherroepelijke bestemmingsplan ‘Buitengebied Deelgebied 2’ van de gemeente Someren (NL.IMRO.0847.BP02018021-VS01). Relevante delen uit het bestemmingsplan Buitengebied zijn min of meer onveranderd overgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Daar waar deze afwijken van nieuwe regelgeving is dit aangepast.
6.2 Opbouw van de regels De regels van dit bestemmingsplan zijn opgezet volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) en bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsrege ls, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.
Ten opzichte van de huidige regels zijn geen veranderingen nodig voor de realisatie van een bedrijfswoning. Echter is een wijziging in de aanduidingen benodigd waarbij de aanduiding “maatvoering maximaal aantal wooneenheden: 0 “wordt omgezet in aanduiding “maatvoering maximaal aantal
wooneenheden: 1”.
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
6.3 Bestemmingen
56
Bijlagen Principebesluit gemeente Someren Positief AAB advies Landschappelijke inpassing Stikstofdepositie berekeningen (Aerius Calculator) Rapport Verkennend Bodemonderzoek Fijnstofberekening (ISL3a) Vooroverlegverslag Planregels (separaat)
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
57
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
1. Principebesluit gemeente Someren
58
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
2. Positief AAB advies
59
Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Someren t.a.v. mw. N. Pullens Afdeling Beleid
(verzonden per e-mail)
Uw kenmerk
Ons nummer
Datum
e-mail, N. Pullens
BA 9559
24 april 2020
Behandeld door
Onderwerp
Bijlage
H. Gerlings/TS
Geacht College, Naar aanleiding van uw schrijven van 12 maart 2020, inzake het verzoek van de heer B. van Santvoort, Smulderslaan 46 in Somerenheide, delen wij u het volgende mede. Op basis van overleg met de heer B. van Santvoort, de door uw gemeente toegezonden stukken en nader onderzoek komt de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen tot de volgende bevindingen. Bedrijfsbeschrijving De heer B. van Santvoort exploiteert op drie locaties een bedrijfsvoering in de varkenshouderij. De ouderlijke bedrijfslocatie betreft de Kerkdijk 7/9 te Nuland, welke bedrijfslocatie hij in 2014 heeft overgenomen van zijn ouders. B. van Santvoort woont aan de Kerkdijk 9, zijn moeder woont aan de Kerkdijk 7. In 2015 is aan de Van Rijckevorselweg 4 te Vinkel een ouder varkenshouderijbedrijf overgenomen. In 2018 is aan de Smulderslaan 46 te Someren een vleesvarkensbedrijf overgenomen. Kerkdijk 7/9 Nuland Sinds de nieuwbouw van stallen in 2006 en 2007 worden op het bedrijf nagenoeg 700 zeugen gehouden met bijbehorende biggen. Het betreft een vermeerderingsbedrijf dat met een weekcyclus werkt. Het bedrijf werkt met een Piëtrain eindbeer om tot zwaarder bevleesde biggen te komen. De afzet hiervan is mede gericht op de export naar Duitsland.
Verder is bij het bedrijf op huurbasis cultuurgrond betrokken enerzijds voor de afzet van mest en anderzijds voor enige winning van gras dat wordt verkocht aan de paardenhouderij.
BA 9559 Blad 2
Van Rijckevorselweg 4 Vinkel Het bedrijf aan de Van Rijckevorselweg 4 betreft, met uitzondering van een biggenstal, hoofdzakelijk oudere gedateerde bebouwing. De intentie ten tijde van de aankoop van dit bedrijf was om de zeugenhouderij op deze locatie te beëindigen en om nieuwbouw te plegen voor de opfok van grote aantallen gespeende biggen. In die opzet zou het aantal zeugen aan de Kerkdijk 7/9 worden uitgebreid en zouden hier geen gespeende biggen meer worden gehouden. Tot heden hebben aan de Van Rijckevorselweg 4 geen ontwikkelingen plaatsgevonden en is de oude bebouwing in gebruik voor het houden van een 700-tal vermeerderingszeugen. Er worden onderhandelingen gevoerd over de verkoop van de locatie ten behoeve van de hervestiging van een agrarisch dienstverlenend bedrijf. Smulderslaan 46 Someren In 2018 is aan de Smulderslaan 46 te Someren een bestaand varkenshouderijbedrijf aangekocht. Dit bedrijf is gevestigd op een kavel van 1.50 ha. Voor deze locatie is vergunning verleend voor het houden van 5120 vleesvarkens en 17272 gespeende biggen welke stalcapaciteit voor het merendeel in 2010 opgerichte bedrijfsbebouwing betreft. De nieuwbouwstallen uit 2010 betreffen twee verdiepingenstallen. In eerste instantie is na de aankoop in 2018 de vleesvarkensstal verhuurd. Inmiddels staan de stallen tijdelijk leeg en wordt gewerkt aan de renovatie ervan. B.
van Santvoort lichtte toe dat de stallen destijds dermate summier en goedkoop zijn gebouwd dat renovatie en het alsnog installeren van de ontbrekende gedeelten van de inrichting noodzakelijk zijn. Onderdelen die onderhanden worden genomen betreffen de technische installaties, waaronder de brijvoerinstallatie en de luchtwassers, gedeelten van de vloeruitvoering en een gedeelte van de hokinrichting. B. van Santvoort lichtte toe dat, zodra over enkele maanden de renovatie is afgerond, gestart wordt met het opleggen van gespeende biggen. De op te leggen gespeende biggen zullen merendeels 6/7 weken later als vleesbig het bedrijf weer verlaten en worden geplaatst op vleesvarkensbedrijven in het buitenland. Een kleiner gedeelte van de gespeende biggen kan in de vleesvarkensstal aan de Smulderslaan 46 worden afgemest. Verzoek Het verzoek omvat de bouw van een bedrijfswoning aan de Smulderslaan 46 te Someren. De bedoeling is dat hierin de bedrijfsleider gaat wonen die verantwoordelijk is voor de dagelijkse gang van zaken op het bedrijf. In verband met de naderende opstart vindt momenteel de personeelswerving plaats en wordt ook de alarmering van de ventilatie en de voerapparatuur in orde gemaakt. B. van Santvoort wees op het belang van toezicht op de levende have op het bedrijf, en op het belang van tijdig ingrijpen in het geval van een ventilatie alarm.
Daarnaast hecht hij aan het algemeen toezicht op het bedrijf en op de beschikbaarheid van een bedrijfsleider voor de aansturing van de dagelijkse gang van zaken op het bedrijf. Ook vindt een aantal transporten, waaronder met name de afvoer van vleesvarkens naar het slachthuis, plaats buiten de gebruikelijke werktijden. Advies Op basis van de voorgaande bevindingen komt de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen tot de volgende conclusie. Het ingediende verzoek betreft de bouw van een bedrijfswoning aan de Smulderslaan 46 te Someren. Volwaardigheid In het geldend bestemmingsplan wordt een volwaardig agrarisch bedrijf omschreven als “een agrarisch bedrijf dat een arbeidsomvang heeft van één volledige arbeidskracht en waarvan de continuïteit ook op langere termijn in voldoende mate is verzekerd zowel in bedrijfseconomisch opzicht als op milieuhygiënisch verantwoorde wijze”. De feitelijke agrarische bedrijfsvoering op deze locatie dient, gelet op de huidige renovatie van het bedrijf, nog te worden opgestart. Na deze renovatie/aanpassing voldoet het bedrijf aan de geldende milieuregelgeving en is wat dat aangaat de continuïteit ervan verzekerd. De economische resultaten in de varkenshouderij kunnen van jaar tot jaar sterk variëren. Om die reden vormt in bedrijfseconomisch opzicht het langere termijn perspectief uitgangspunt. In dat kader kan worden vastgesteld
BA 9559 Blad 3
dat het een bedrijf betreft met een ruim bovengemiddelde omvang dat merendeels beschikt over moderne en courante bedrijfsbebouwing. De Adviescommissie is van oordeel dat de continuïteit van het bedrijf in bedrijfseconomisch opzicht ook op langere termijn in voldoende mate is verzekerd. In het geval het bedrijf met de vergunde aantallen dieren operationeel wordt zal sprake zijn van een agrarisch bedrijf met een arbeidsbehoefte van circa 3 volwaardige arbeidskrachten. Dit houdt in dat ook bij een niet volledige benutting van de stalcapaciteit de bedrijfsvoering aan de Smulderslaan 46 een arbeidsbehoefte heeft van tenminste één volledige arbeidskracht. De Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen is van oordeel dat aan de Smulderslaan 46 binnen afzienbare tijd een volwaardig agrarisch bedrijf operationeel zal zijn. Noodzaak bedrijfswoning Ten aanzien van de noodzaak van een bedrijfswoning overweegt de Adviescommissie dat het een volwaardig agrarisch bedrijf betreft waar levende have wordt gehouden. Deze levende have behoeft dagelijks monitoring en verzorging. Hoewel voor de monitoring van storingen aan ventilatie apparatuur primair een goed werkend alarmsysteem van belang is, is ook voor de bedrijfswoning een rol weggelegd in het toezicht op de veestapel. De bedrijfsvoering als geheel in overweging nemende is de Adviescommissie van mening dat een bedrijfswoning noodzakelijk is.
Conclusie Samenvattend is de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen van oordeel dat aan de Smulderslaan 46 een volwaardig agrarisch bedrijf is gevestigd waarbij een bedrijfswoning noodzakelijk is vanuit optiek van toezicht. Graag ontvangen wij een kopie van het schrijven van de gemeente, waarin de genomen beslissing aan de aanvrager wordt medegedeeld.
Hoogachtend, ADVIESCOMMISSIE AGRARISCHE BOUWAANVRAGEN
H. Gerlings secretaris
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
3. Landschappelijke inpassing
60
Vak
Behhergroep / Type
Afmeting
Plantverband
Soort
Plantmaat / kwaliteit
Hoeveelheid/stuks
A
Extensief gras met bomen
n.v.t.
Afstand 8 meter
Betula pendula (ruwe berk)
14-16 met draadkluit
18 stuks
Driehoeksverband 1,25x1,00
Ilex aquifolium (hulst, 5x)
Struikvormers
130 stuks
Gelijke menging
Viburnum Opulus (gelderse roos, 10x)
Wortelegoed 60-80
Prunus avium (wilde kers, 15x)
Ilex 125/150 met kluit
Gelijke verdeling B
Houtsingel
20,00 x 7,00 meter
Cornus sanguineum (rode kornoelje, 15x) Prunus Spinosa (sleedoorn, 20x) Sorbus Aucuparia (lijsterbes, 15x) Amelanchier Lamarkii (krent, 15x) Rosa Rugosa (rimpelroos, 15x) Aronia x prunifolia (appelbes, 20x) C
Houtsingel
50,00 x 5,00 meter
Driehoeksverband 1,25x1,00
Ilex aquifolium (hulst, 25x)
Struikvormers
Gelijke menging
Viburnum Opulus (gelderse roos, 30x)
Wortelegoed 60-80
Prunus avium (wilde kers, 20x)
Ilex 125/150 met kluit
240 stuks
Cornus sanguineum (rode kornoelje, 25x) Prunus Spinosa (sleedoorn, 20x) Sorbus Aucuparia (lijsterbes, 35x) Amelanchier Lamarkii (krent, 35x) Rosa Rugosa (rimpelroos, 25x) Aronia x prunifolia (appelbes, 25x) D
Extensief Gras
Verschillende breedtes
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
480m2
500 stuks
1 x per jaar maaien, maaisel verwijderen E
Houtsingel
Verschillende breedtes
Driehoeksverband 1,25x1,00
Viburnum Opulus (gelderse roos, 25x)
Struikvormers
603 m2
Gelijke menging
Prunus avium (wilde kers, 50x)
Wortelegoed 60-80
Cornus sanguineum (rode kornoelje, 35x)
Ilex 125/150 met kluit
Prunus Spinosa (sleedoorn, 40x) Sorbus Aucuparia (lijsterbes, 50x) Amelanchier Lamarkii (krent, 35x) Rosa Rugosa (rimpelroos, 40x) Corylus avellana (hazelaar, 40x) Fraxinus Excelsior (gewone es, 45x) Alnus incana (witte els, 50x) Betula pendula (ruwe berk, 50x) Rhamnus frangula (vuilboom, 40x) F (privé)
Knip- en scheerhaag
lxbxh = 0,50x 1,25x103 meter
op een rij 4/meter
Acer Campestere (veldesdoorn)
Wortelegoed 80-100
412 stuks
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
4. Stikstofdepositie berekeningen (Aerius Calculator)
61
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Bouw en gebruik woning Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RTBWQt9Jbrgw (19 februari 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Santvoort
Smulderslaan 46, 5712 PN Someren
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bouw en gebruik woning
RTBWQt9Jbrgw
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
19 februari 2021, 10:08
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
9,40 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Transportbewegingen ten behoeve van de bouw van de bedrijfswoning en gebruik bedrijfswoning
Bouw en gebruik woning
RTBWQt9Jbrgw (19 februari 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Bouw en gebruik woning
Emissie Bouw en gebruik woning
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
Transport Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
8,18 kg/j
-
< 1 kg/j
Gebruiksfase Wonen en Werken | Woningen
Resultaten
Bouw en gebruik woning
RTBWQt9Jbrgw (19 februari 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Transport 175227, 373739 < 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Bouw en gebruik woning
NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
Standaard
Licht verkeer
Aantal voertuigen Stof
Emissie
150,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
2.800,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
STAGE IV, 56 <= kW < 75, bouwjaar 2015 (Diesel)
Werktuigen
2.750
0
0,0 NOx NH3
8,18 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Resultaten
Werktuigen 174931, 373841 8,18 kg/j < 1 kg/j
Bouw en gebruik woning
Gebruiksfase 174932, 373838 3,0 m 0,000 MW Continue emissie < 1 kg/j
RTBWQt9Jbrgw (19 februari 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Bouw en gebruik woning
RTBWQt9Jbrgw (19 februari 2021) pagina 5/5
Postzegelbestemmingsplan “Smulderslaan 46 Someren”
5. Rapport Verkennend bodemonderzoek
62
Bodem en Bouwstoffen
Verkennend Bodemonderzoek Smulderslaan 46 Someren rapport 3576R001-4
datum: opdrachtgever:
28 juli 2020 De heer B.L.J. van Santvoort, Kerkdijk 9, 5391 KA Nuland.
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
I
VERANTWOORDING
P. Heesakkers Adviseur
Ing. B. van den Bosch Teamleider
Archimil B.V. Koningsplein 18, 5721 GJ Asten, Tel.nr. 0493-671818 – Faxnr. 0493-671800, Email: info@archimil.nl Archimil BV, Laagheidehof 5, 5804 XB Venray, telnr. 0478-515736 Rabobank Iban NL70RABO01636.28.580, Kvk nr. 17159750
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
II
SAMENVATTING Voor een verklaring van de gebruikte terminologie met betrekking tot eventuele verontreinigingen verwijzen wij naar de ‘Circulaire Bodemsanering 2013’ en het ‘Besluit bodemkwaliteit’. Op een terrein aan de Smulderslaan 46 te Someren is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Nederlandse norm NEN 5740. De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente
Someren
Adres
Smulderslaan 46 te Someren
Kadastraal
Sectie: G
Nr: 4566 (ged.)
Coördinaten
X: 174.933
Y: 373.842
Oppervlakte onderzoekslocatie
Ca. 1500 m2
Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de resultaten van het vooronderzoek van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Op basis van de in het vooronderzoek verzamelde gegevens is de locatie als nietverdacht beschouwd. Veld- en laboratoriumwerkzaamheden zijn derhalve uitgevoerd conform de strategie onverdacht uit de NEN 5740. Uit het onderzoek volgt dat de grond uit de bovenlaag (0,08-0,80 m-mv) evenals de grond uit de onderlaag (0,5-2,4 m-mv) niet verontreinigd is met één van de componenten waarop is onderzocht. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, cadmium en nikkel. De hypothese niet-verdachte locatie kan worden aangenomen op basis van de onderzoeksresultaten. Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij op dat er ons inziens, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld hoeven te worden aan toekomstige bouwactiviteiten op de onderzochte locatie. Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
III
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1
INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK ................................................................................ 1
2
VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 3 2.1 GEOGRAFISCHE GEGEVENS.......................................................................................................... 3 2.2 HUIDIG EN VOORMALIG BODEMGEBRUIK ........................................................................................ 3 2.2.1 Milieuvergunningen ........................................................................................................... 4 2.2.2 Bodemonderzoeken........................................................................................................... 5 2.3 TOEKOMSTIG GEBRUIK .............................................................................................................. 5 2.4 BODEMOPBOUW EN (GEO-)HYDROLOGIE ......................................................................................... 5 2.4.1 Algehele bodemkwaliteit................................................................................................... 6 2.4.2 PFAS................................................................................................................................ 6 2.5 CONCLUSIE VOORONDERZOEK ..................................................................................................... 7
3
OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK.......................................................................... 8 3.1 3.2 3.3
OPZET BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 8 ANALYSEPAKKETTEN ................................................................................................................ 8 UITVOERING BODEMONDERZOEK .................................................................................................. 8
4
WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE ........................................................................10
5
RESULTATEN...............................................................................................................................11 5.1 VELDWERK GROND .................................................................................................................. 11 5.2 AANPASSING ONDERZOEKSOPZET .............................................................................................. 11 5.3 VELDWERK GRONDWATER ........................................................................................................ 11 5.4 ANALYSERESULTATEN ............................................................................................................. 11 5.4.1 Grondmengmonsters ....................................................................................................... 11 5.4.2 Grondwatermonsters ...................................................................................................... 12
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...........................................................................................13
TABELLEN ...........................................................................................................................................14 Bijlage 1 ............................................................................................................ overzichtstekening Bijlage 2 .................................................................................................................. vooronderzoek Bijlage 3 ............................................................................................................locatie en boringen Bijlage 4 ........................................................................................................................ boorstaten Bijlage 5 ............................................................................................................. analyseresultaten Bijlage 6 ........................................................................................................................ referenties
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
1
1
INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK
In verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van een bedrijfswoning aan de Smulderslaan 46 te Someren is door de heer B.L.J. van Santvoort schriftelijk opdracht verleend om een verkennend bodemonderzoek op bovengenoemde locatie uit te voeren. Het doel van het onderzoek bestaat uit het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de grond en het freatische grondwater op het te onderzoeken terrein. Voor de milieuhygiënische verklaring kan dit onderzoek dienen als bewijs voor de kwaliteit van de ontvangende bodem (Regeling bodemkwaliteit artikel 4.3.4) in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van NEN 5740 [2] conform de BRL2000 met bijhorende protocollen van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsboring Bodemonderzoek [3]. De grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de parameters welke opgenomen zijn in het NEN-pakket of op eventueel verdachte componenten. De analyseresultaten zijn getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering 2013 [8]. Het rapport is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de verzamelde gegevens van de onderzoekslocatie en/ of de daaromheen liggende percelen, welke tijdens het vooronderzoek naar voren zijn gekomen. De opzet en uitvoering van het onderzoek worden besproken in hoofdstuk 3.
In hoofdstuk 4 wordt het toetsingskader van de resultaten gepresenteerd waarna in hoofdstuk 5 de gevonden resultaten besproken zullen worden. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de conclusies besproken en worden enkele aanbevelingen gedaan. De in de tekst aangehaalde literatuurbronnen zijn opgenomen in bijlage 6. Contactpersonen voor de opdrachtgever waren de heren B. van Santvoort en J. Thijs van For Farmers Farmconsult.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
2
Luchtfoto onderzoekslocatie en omgeving
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
2
3
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek met betrekking tot het bodemonderzoek is uitgevoerd op het standaardniveau, conform NEN 5725. Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over de locatie van het bodemonderzoek, door het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente, houden van interviews, uitvoeren van terreininspectie en archiefonderzoek. De te verzamelen informatie heeft betrekking op het voormalige gebruik, het huidige gebruik, het toekomstige gebruik, de bodemopbouw, de geohydrologische situatie en financieel-juridische aspecten. Hiervoor worden de volgende informatiebronnen geraadpleegd: milieuvergunningdossiers, archief bodemonderzoeken, etc. In bijlage 2 is een overzicht weergegeven van deze (geraadpleegde) informatiebronnen en de verkregen informatie. Op basis van de verzamelde informatie wordt het veld- en chemisch onderzoek goed voorbereid en wordt de onderzoekshypothese voor het verkennend of nader bodemonderzoek opgesteld. Ook worden de resultaten van het vooronderzoek gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.
2.1 Geografische gegevens De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht:
Gemeente
Someren
Adres
Smulderslaan 46 te Someren
Kadastraal
Sectie: G
Nr: 4566 (ged.)
Coördinaten
X: 174.933
Y: 373.842
Oppervlakte onderzoekslocatie
Ca. 1500 m2
Op de onderzoekslocatie is er voor zover bekend geen sprake van een calamiteit of overtreding van voorschriften in het kader van de Wet Milieubeheer en/of Wet Bodembescherming en/of andere milieuregelgeving. 2.2 Huidig en voormalig bodemgebruik De onderzoekslocatie is onbebouwd en verhard met klinkers. Het onderzoeksterrein is voor zover bekend niet opgehoogd (geweest) met bodemvreemde materialen zoals puin, sintels of gebroken asfalt. Op de onderzoekslocatie hebben voor zover bekend geen olietanks in of op de bodem gelegen. Er zijn geen gegevens bekend omtrent eventuele activiteiten of calamiteiten op de onderzoekslocatie welke geleid kunnen hebben tot een bodemverontreiniging.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
4
Uit de historische kaarten (bron: http://www.topotijdreis.nl) blijkt dat direct ten noorden van de locatie vanaf het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw de varkensstallen aanwezig zijn. Tussen 2005 en 2015 heeft een uitbreiding plaatsgevonden van de westelijke stal.
Omstreeks 1930
1976
1993
2015
2.2.1 Milieuvergunningen Ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe nabijheid zijn in het verleden diverse vergunningen verleend, meldingen ingediend en/of controles uitgevoerd. Voor zover hier potentieel bodembedreigende activiteiten of opmerkingen zijn staan deze in onderstaand overzicht vermeld: 25-07-1986 05-07-1999 25-11-2005 17-01-2009 28-06-2011 02-04-2013
Archimil BV
Uitbreidingsvergunning voor een varkenshouderij Revisievergunning Revisievergunning voor het in werking hebben van twee luchtwassers Vervaldatum vorige vergunning, door het niet tijdig realiseren van de vergunde situatie Revisievergunning voor het in werking hebben van meerdere luchtwassers Omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een varkenshouderij
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
5
2.2.2 Bodemonderzoeken In het archief van de gemeente Someren noch in het eigen archief van Archimil zijn gegevens bekend van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken op deze locatie. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Smulderslaan Aangezien in het buitengebied veelvuldig zinkassen zijn toegepast als erf- en wegverharding is, voor de vervanging van de asbesthoudende waterleidingen, een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in briefrapport BB-170327, Archimil, d.d. 18-05-2017. Het traject westelijk van de Brabantlaan dient als sterk verontreinigd te worden beschouwd met zware metalen, evenals de zuidelijke berm van het traject oostelijk van de Brabantlaan. In de noordelijke berm van het traject tussen de Brabantlaan en de Kerkendijk worden overwegend lichte verontreinigingen aangetroffen. Bij één van de boringen is een sterke verontreiniging aangetroffen. Ter plaatse van de sterk verontreinigde terreindelen is de vervanging door middel van tijdelijke uitplaatsing als sanering onder BUS uitgevoerd. De sanering is milieukundig begeleid en geëvalueerd door Archimil in rapport GK-180400, d.d. 11 juli 2018. 2.3 Toekomstig gebruik Op het onderzoeksterrein zal in de nabije toekomst een bedrijfswoning worden gebouwd. Het bodemgebruik van omliggend terrein zal ongewijzigd blijven.
2.4 Bodemopbouw en (geo-)hydrologie Het te onderzoeken terrein heeft een hoogteligging gelijk aan ca. 26,4 m + N.A.P. De opbouw van de ondergrond is schematisch weergegeven in figuur A. Figuur A: opbouw ondergrond.
Formatie van Boxtel Formatie van Sterksel Formatie van Stramproy
Archimil BV
Zwak siltig fijn tot matig grof zand Grof zand en grind Uiteenlopende korrelgroottes, met plaatselijke leem, grind en kleilagen
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
6
De freatische grondwaterspiegel bevindt zich op circa 2,0 m-mv. De stromingsrichting van het freatische grondwater is globaal (noord)oostelijk gericht. De stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal noordoostelijk gericht. Voorgenoemde geohydrologische gegevens zijn ontleend aan de grondwaterkaart van Nederland [6]. 2.4.1 Algehele bodemkwaliteit De onderzoekslocatie ligt binnen de zone buitengebied van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Someren (d.d. 11-01-2012). Binnen deze zone voldoet de kwaliteit van onverdachte locaties aan de achtergrondgehalten. Opgemerkt wordt dat PFAS nog niet is opgenomen in de bodemkwaliteitskaart, zodat deze per 1 oktober j.l. buiten werking gesteld is. De gemeente Someren maakt gebruik van een goedgekeurde bodemfunctieklassenkaart (d.d. 09-112011). Hierin heeft de locatie de functie Buitengebied toegekend gekregen. Van de regio zuidoost Brabant, noord- en midden Limburg is bekend dat er zich verhoogde achtergrondwaarden aan zware metalen in het grondwater manifesteren. Deze zijn enerzijds toe te schrijven aan uitloging uit deze verhardingen van zinkassen en depositie van zware metalen door het productieproces van deze zinkassen in de fabriek in Budel-Dorplein (diffuse verontreinigingen). Wanneer dit het geval is op een locatie zal de stof zink overheersen bij de verontreinigingen.
Een andere bron van verontreiniging met zware metalen in het grondwater zijn de chemische processen die optreden wanneer anaeroob grondwater opkwelt. Doordat in de bodem ijzerhoudende lagen aanwezig zijn kunnen zware metalen in oplossing gaan en in het grondwater terechtkomen. Over het algemeen zijn arseen en nikkel overheersende componenten wanneer deze situatie zich voordoet. 2.4.2 PFAS In het rapport “Aanwezigheid PFAS in Nederland Deelrapport B Verdachte locaties” 2 is een overzicht opgenomen van potentiële risico-locaties voor het voorkomen van PFAS-verbindingen. Voor de locatie van herkomst is geen sprake van een bronlocatie. Opgemerkt wordt dat op basis van recente gegevens de bovengrond van een groot deel van Nederland mogelijk in lichte mate verontreinigd is met PFASverbindingen1 en dat uitspoeling naar de ondergrond kan plaatsvinden. Door het ministerie is een tijdelijk handelingskader PFAS opgesteld (versie 2 juli 2020) voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie, waarbij een achtergrondwaarde van 1,9 µg/kgds (PFOA) danwel 1,4 µg/kgds (overige PFAS) is vastgesteld 3. De gezamenlijke omgevingsdiensten in Brabant hebben eind 2019 tijdelijke lokale achtergrondwaarden opgesteld welke, zolang een gemeente geen bodemkwaliteitskaart heeft, gebruikt kunnen worden als toepassingsnorm voor de ontvangende bodem 4.
Hierin is ondermeer een lokaal verhoogd gehalte PFOA vastgesteld van 1,1 µg/kgds.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
7
1
https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/grond-bagger/handelingskader-pfas/tijdelijk/ https://www.expertisecentrumpfas.nl/images/Handelingskader/DDT219-1-18-008.228-rapd-Voorkomen_PFAS_in_Nederland__deelrapport_B_Verdachte_locaties_-_definitief.pdf 3 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2020/07/03/bijlage-geactualiseerd-tijdelijkhandelingskader/bijlage-geactualiseerd-tijdelijk-handelingskader.pdf 4 https://odzob.nl/file-download/download/public/1570 2
2.5 Conclusie vooronderzoek Het vooronderzoek heeft zich gericht zich op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. Op basis van bovenstaande gegevens kan de locatie vooralsnog als onverdacht worden beschouwd. Bekend is dat in het grondwater diffuus verhoogde gehalten aan zware metalen aanwezig kunnen zijn. Op basis van de historische informatie is er vooralsnog geen aanleiding om een overschrijding van de normen uit het Tijdelijke handelingskader voor PFAS te verwachten. Onderzoek dient plaats te vinden conform de strategie onverdacht niet-lijnvormig (ONV-NL) uit NEN 5740. In bijlage 3 is een tekening van de geografische afbakening van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek opgenomen.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
3
8
OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK
3.1 Opzet bodemonderzoek Conform de strategie onverdacht niet-lijnvormig (ONV-NL) uit de NEN 5740 worden verspreid over de onderzoekslocatie onderstaand aantal boringen en peilbuizen geplaatst. Aantal boringen En boring tot grondwater 1)
Boring tot 0,5 m
Aantal te analyseren (meng)monsters. Grond Grondwater
En boring met peilbuis
Bovengrond 6
1
1
1
Ondergrond 1
1
1) Indien de grondwaterspiegel zich ondieper dan 1,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 1,0 m. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 2,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 2,0 m.
Van elke 50 cm bodemlaag of van iedere bodemlaag afzonderlijk worden tot de freatische grondwaterspiegel representatieve monsters genomen. De boringen worden gelijkmatig over de te onderzoeken locatie verdeeld volgens een systematisch patroon. In bijlage 3 is een situatieschets opgenomen waarin de plaatsen van de boringen en de peilbuizen zijn aangegeven. 3.2 Analysepakketten De toegepaste NEN-pakketten bestaan uit: Grond: standaardpakket grond: Droge stof, Metalen (Ba,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale Olie (GC) (C10 - C40), PAK (10 VROM), PCB (7) Grondwater: standaardpakket grondwater: Metalen (Ba,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale olie (GC), Aromaten (BTEXN), Styreen, VOCl (11), Vinylchloride, 1,1 Dichlooretheen, 1,1-Dichloorpropaan, 1,2-Dichloorpropaan, 1,3-Dichloorpropaan, Bromoform
Ter bepaling van de achtergrond- en interventiewaarden wordt tenminste één representatief grond(meng)monster onderzocht op het gehalte aan lutum en organisch stof. 3.3 Uitvoering bodemonderzoek De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd volgens de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infra Kwaliteitsborging Bodemonderzoek [4]. De activiteiten bestaan uit: 1. het uitvoeren van een globale locatie-inspectie; 2. het verrichten van de boringen en 3. het plaatsen van de peilbuis; 4. het bemonsteren van de grond en het grondwater; 5. visueel en organoleptisch onderzoek van de monsters.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
9
De grondboringen worden voor zover mogelijk met handkracht uitgevoerd waarbij gebruik wordt gemaakt van een ongelakte Edelmanboor met een diameters van 6 tot 12 cm. Er wordt voor zover mogelijk geen werkwater gebruikt. Na elke boring wordt het boormateriaal met leidingwater schoongemaakt. Voor het plaatsen van de peilbuis wordt geboord tot circa 1,5 meter beneden de freatische grondwaterspiegel. Het materiaal van de buis is slagvast P.V.C.. Het geperforeerde gedeelte wordt omgeven door een gewassen, paraffinevrije filterkous en gegloeid en gezeefd filtergrind. Het nietgeperforeerde gedeelte wordt met de oorspronkelijke grond omstort. Het boorgat wordt afgedicht met een laag zwelklei van ca. 50 cm. De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters worden uitgevoerd door een AS3000 geaccrediteerd laboratorium. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de voorbehandelings-, opwerkings-, en analysemethoden zoals beschreven in de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infra Kwaliteitsborging Bodemonderzoek [4].
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
4
10
WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE
Bij de beoordeling en interpretatie van de resultaten is gebruik gemaakt van de circulaire bodemsanering 2013. Deze circulaire definieert streefwaarden, achtergrondwaarden, interventiewaarden en tussenwaarden voor de beoordeling van de concentratieniveaus van diverse verontreinigingen in grond en grondwater. In onderstaand overzicht worden deze toegelicht: - de Achtergrondwaarde (grond) of Streefwaarde (grondwater) geeft het niveau aan waarbij, volgens de huidige inzichten, sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In geval er curatief gehandeld moet worden, geeft deze waarde het niveau aan dat bereikt moet worden om de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier of plant heeft, volledig te herstellen; - de interventiewaarde (I) geeft het niveau aan waarbij de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant, ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Bij gehalten boven deze waarde is normaliter sprake van een ernstige verontreiniging en zal moeten worden bekeken of sanering urgent is; - de tussenwaarde (T = [S + I] / 2) bevindt zich op de helft tussen de streef- en interventiewaarde. Boven deze waarde is in ieder geval, en onder deze waarde afhankelijk van bepaalde factoren zoals bodemtype, een nader onderzoek gewenst. Deze waarden zijn afhankelijk van de grondsoort.
Op basis van het lutum en het organische stofgehalte van de onderzochte grond, wordt een correctie uitgevoerd op de waarden zoals die voor een standaardbodem (lutum= 25% en humus= 10%) zijn vastgesteld. Om de mate van verontreiniging weer te geven wordt in dit rapport de onderstaande terminologie gebruikt: - niet verontreinigd concentratie lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde; - licht verontreinigd concentratie hoger dan de achtergrondwaarde, maar lager dan of gelijk aan de tussenwaarde; - matig verontreinigd concentratie hoger dan de tussenwaarde, maar lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; - sterk verontreinigd concentratie hoger dan de interventiewaarde. Specifiek voor verontreinigingen met zware metalen ten gevolge van zinkassen in projectgebied de Kempen zijn in de Regeling Uniforme Saneringen terugsaneerwaarden vastgesteld voor wonen met moestuin (ABdKM) en wonen met siertuin (ABdK-S). Deze normen zijn verruimd ten opzichte van de algemene terugsaneerwaarden zoals deze eerder in de bodemgebruikswaarden waren vastgelegd en die sinds 1 oktober 2008 zijn vervangen door de achtergrondwaarden (AW), maximale waarden voor wonen (MWW) en maximale waarden voor industrie (MWI) uit het besluit bodemkwaliteit. Voor asbest is alleen een interventiewaarde vastgesteld, er is geen achtergrondwaarde vastgesteld.
De interventiewaarde voor vaste bodem ligt op 100 mg/kgds (concentratie serpentijn plus 10 x concentratie amfibool). De interventiewaarde is gelijk aan de hergebruikswaarde voor asbest in puin.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
5
11
RESULTATEN
5.1 Veldwerk grond De grondmonsters zijn op 18 juni 2020 onafhankelijk van de opdrachtgever genomen door de heer V. Burgers (erkend monsternemer SIKB 2001). Voor een beschrijving van de opgeboorde grond ter plaatse wordt verwezen naar de boorstaten (bijlage 4). Bij geen van de monsters is een verdachte en/ of afwijkende geur waargenomen. In de bovengrond van boring 105 is een sterke bijmenging met zintuiglijk zuiver beton aangetroffen. Voor het overige zijn geen bijmengingen aangetroffen welke kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De aangetroffen bijmenging met zuiver beton (geen slooppuin) behoeft ons inziens niet als asbestverdacht te worden beschouwd. Zintuiglijk zijn geen bijmengingen met asbest aangetroffen in of op de bodem. Een onderzoek conform NEN5707 wordt op basis hiervan dan ook niet noodzakelijk geacht. 5.2 Aanpassing onderzoeksopzet Op basis van de zintuiglijke waarnemingen is er geen noodzaak tot aanpassing van de geplande onderzoeksopzet gebleken. 5.3 Veldwerk grondwater De peilbuis is op 18 juni 2020 geplaatst en voorgepompt. Het grondwater is op 2 juli 2020 nogmaals voorgepompt en vervolgens bemonsterd door de heer V. Burgers (erkend monsternemer SIKB 2002). De in het veld bepaalde gegevens met betrekking tot het grondwater staan vermeld in het volgende overzicht: Peilbuis nr.
Filterstelling (m-mv)
Datum
Gw-stand (m-mv)
pH
Ec (µS/cm)
Troebelheid (FTU)
Opmerkingen
101.1
2,45 – 3,45
2 juli 2020
1,86
5.62
324
212
Sterke rottingsgeur, Gws >50cm gezakt
Wanneer een watermonster troebel is (> 10 FTU), dus losgespoelde gronddeeltjes bevat, is er een kans dat er gronddeeltjes worden geanalyseerd in plaats van het grondwater. (An)organische stoffen (die zich hebben gehecht aan de gronddeeltjes) kunnen daardoor de analyseresultaten beïnvloeden. Bij bemonstering is het grondwaterniveau meer dan 50 cm gezakt (tot 2,58 cm-mv). Hierdoor is het grondwater in het filterdeel in contact gekomen met lucht waardoor mogelijk de resultaten van vluchtige componenten beïnvloed kunnen zijn.
5.4 Analyseresultaten De resultaten van de analyses van de grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn weergegeven in de tabellen. Tevens zijn de analyserapporten opgenomen in bijlage 5. 5.4.1 Grondmengmonsters Van de grondmonsters zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen twee mengmonsters samengesteld welke zijn onderzocht op de componenten uit het standaardpakket voor grond. Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
Mengmonster bg og
12
Monsters (cm-mv) 101: 8-55 & 55-80, 103: 8-55, 104: 8-55, 105: 8-55, 106: 8-55, 107: 8-55 101: 90-140 & 140-190 & 190-240, 102: 50-100 & 100-150 & 150-200
Analyseresultaat <AW
Bodemkwaliteit Achtergrondwaarden
<AW
Achtergrondwaarden
Uit de toetsingstabellen volgt dat de onderzochte mengmonsters niet verontreinigd zijn met één van de componenten uit het standaardpakket. 5.4.2 Grondwatermonsters Het grondwater is onderzocht op de componenten uit het standaardpakket voor grondwater. In onderstaande tabel zijn de getoetste resultaten weergegeven. Peilbuis 101.1.1
Filtertraject (m-mv) 2,45 – 3,45
Analysepakket Standaardpakket
Analyseresultaat Barium, cadmium, nikkel >S
De lichte verhogingen met zware metalen kunnen worden beschouwd als diffuus verhoogde gehalten. Gelet op het diffuse karakter en de beperkte overschrijding van de streefwaarde achten wij een nader onderzoek of het treffen van sanerende maatregelen niet noodzakelijk.
Foto’s onderzoekslocatie – d.d. 18 juni 2020
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
6
13
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Het onderzoek heeft betrekking op het terrein gelegen aan de Smulderslaan 46 te Someren. Het doel van een verkennend bodemonderzoek is door een relatief geringe inspanning een inzicht te verkrijgen van de bodemgesteldheid. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: 1. 2. 3. 4.
De grond uit de bovenlaag (0,08-0,80 m-mv) is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. De grond uit de onderlaag (0,5-2,4 m-mv) is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, cadmium en nikkel. De hypothese niet-verdachte locatie kan worden aangenomen op basis van de onderzoeksresultaten.
Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij het volgende op: 1. 2.
3.
Archimil BV
Ons inziens behoeven er, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld te worden aan toekomstige bouwactiviteiten op de onderzochte locatie. Gelet op de aangetroffen concentratie aan zware metalen in het grondwater is het uitvoeren van een nader onderzoek naar de herkomst volgens de Circulaire Interventiewaarden Bodemsanering niet noodzakelijk. Aangezien direct contact met het grondwater niet te verwachten is blijft het risico uit oogpunt van volksgezondheid en milieuhygiëne beperkt. Het is echter raadzaam om geen freatisch grondwater te gebruiken voor consumptieve doeleinden, zoals het besproeien van gewassen en/of drenken van dieren. Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
28 juli 2020 rapportnummer: 3576R001-4
14
TABELLEN
Archimil BV voert zijn bodemonderzoeken zorgvuldig en volgens de geldende normen uit. Elk bodemonderzoek is echter gebaseerd op een beperkt aantal grondboringen: ten opzichte van het totale bodemvolume is slechts een klein deel (chemisch) onderzocht. Het is dus mogelijk dat plaatselijk afwijkingen in de bodem voorkomen, of dat zich verontreinigende stoffen in de bodem bevinden die niet met dit onderzoek naar voren zijn gekomen. Een bodemonderzoek is een momentopname en heeft een beperkte geldigheid: na monstername kan immers een nieuwe verontreiniging geïntroduceerd zijn, terwijl een mobiele verontreiniging zich misschien verplaatst. Archimil BV acht zich dan ook niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
3576R001 Vbo Smulderslaan 46 Someren
Analyse
Eenheid
18-06-2020 Vincent Burgers 2020093561 18-06-2020 24-06-2020
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
1
GSSD
Oordeel
9,13 15,22 15,22 33,48 28,7 18,26 106,5
<=AW
35
190
190
500
5000
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,003 0,003 0,003 0,003 0,003 0,003 0,003 0,0213
<=AW
0,0049
0,02
0,04
0,5
1
<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35
0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35
<=AW
0,5
1,5
6,8
40
40
3,2
Altijd toepasbaar
Gebruikte afkortingen
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde Vereiste rapportagegrens
IW
Interventiewaarde
920 13 190 190 36 190 100 530 720
<3,0 <5,0 <5,0 <11 6,6 <6,0 <35
1, 101: 8-55, 101: 55-80, 107: 8-55, 106: 8-55, 105: 8-55, 104: 8-55, 103: 8-55
RG Eis
210 200
4,3 190 190 4,8 190 100 530 720
47,17 0,517 6,526 18,1 0,0492 1,05 7,424 19,91 102,1
Monster
Achtergrondwaarde
0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
1,2 35 54 0,83 88
<=AW
20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20
<20 0,31 <3,0 9,2 <0,050 <1,5 <4,0 13 46
11427621
<= AW
IW
87,3 2,3
Analytico-nr
Gestandaardiseerd gehalte
Industrie
87,3 2,3 97 3,2
1
AW
Wonen
Uitgevoerd
Nr.
GSSD
AW
2,3 3,2
Legenda
Eindoordeel:
RG Eis
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
<=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW
BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
3576R001 Vbo Smulderslaan 46 Someren
Analyse
Eenheid
18-06-2020 Vincent Burgers 2020093561 18-06-2020 24-06-2020
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds