13a. bijlage Programmabegroting 2023
Tekst van het document
337
257
397
-139
7.1
Volksgezondheid
771
855
849
6
RESERVEP2 Mutaties reserves prog. 02
-120
-1.165
-317
-848
17.473
17.390
18.794
-1.405
Totaal
34
Verschillenverklaring begroting 2023/2022 Taak- Omschrijving veld 4.2 Onderwijshuisvesting
Verschillenverklaring
4.3
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
Lagere baten uitgeleend personeel in het kader van de leerplichtwet (nadeel € 67.000). Daartegenover staan ook lagere personele lasten in het kader van de leerplichtwet (voordeel € 79.000). Per saldo voordeel € 12.000. Stijging kostenniveau voor het leerlingenvervoer, nadeel € 15.000.
5.1
Sportbeleid en Activering
5.2
Sportaccommodaties
Lagere investeringslasten dan in 2022 (voordeel € 130.000). Vanaf schooljaar 2023/2024 is de incidentele last met betrekking tot de samenwerking met LEEF en partners omgezet in een structurele (nadeel € 53.000) en ontvangen we bijdragen van de deelnemers aan het sportakkoord (voordeel € 13.000). In 2023 hogere lasten voor subsidies aan sportverenigingen als gevolg van indexering en omzetting van projectsubsidies in structurele subsidies (nadeel € 23.000). Overige mutaties (voordeel € 3.000) Lagere investeringslasten dan in 2022 (voordeel € 28.000). Hogere afschrijvingslast door renovatie kunstgrasveld (nadeel € 29.000). Ten opzichte van 2022 een hogere dotatie aan de voorziening accommodaties in 2023 (nadeel € 17.000).
5.3
Geen verschillen groter dan € 10.000.
5.4
Cult, presentatie, productie en participatie Musea
5.5
Cultureel erfgoed
Geen verschillen groter dan € 10.000.
5.6
Media
6.1
Samenkracht en burgerparticipatie
Hogere subsidie aan de bibliotheek, als gevolg van de indexering en de ophoging van de bijdrage van ruim € 13,- naar een bedrag € 15,- per inwoner (nadeel € 24.000). Lagere investeringslasten dan in 2022 (voordeel € 269.000). Hogere subsidiebijdrage aan welzijnsorganisaties, inclusief terugdraaien bezuinigingsopgave Onis (nadeel € 8.000). De bijdrage voor uitvoeringskosten aan de gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten is in 2023 hoger (nadeel € 70.000). Overige mutaties (nadeel €4.000)
6.3
Inkomensregelingen
6.4
Begeleide participatie
6.5
Arbeidsparticipatie
Vanaf 2023 wordt een participatiecoach ingezet (nadeel € 10.000). Overige mutaties (nadeel € 1.000).
6.6
Maatwerkvoorziening (WMO)
In 2023 zijn de zorgkosten lager dan in 2022 o.b.v. de prognose van de GR Peelgemeenten (voordeel € 192.000).
6.71
Maatwerkdienstverlening Lagere investeringslasten dan in 2022 (voordeel € 42.000). 18+ In 2023 hogere uitvoeringskosten voor de gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten (nadeel € 73.000). Daarnaast hogere zorgkosten op basis van de prognose van gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten (nadeel € 188.000). Overige mutaties (nadeel € 5.000).
6.72
Maatwerkdienstverlening Lagere investeringslasten dan in 2022 (voordeel € 79.000). 18In 2023 worden lagere uitvoeringskosten verwacht voor de gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten voor maatwerkdienstverlening 18- (voordeel € 49.000). Daarnaast ook lagere zorgkosten voor jeugdhulp op basis van de prognose Peelgemeenten (voordeel € 57.000).
6.81
Geëscaleerde zorg 18+
6.82
Geëscaleerde zorg 18-
In de kadernota 2023 zijn afschrijvingslasten opgenomen vanaf 2023 voor de toekomstige investeringen in het Integraal HuisvestingsPlan, nadeel € 100.000. Overige mutaties, voordeel € 5.000.
Geen verschillen groter dan € 10.000.
Lagere uitvoeringskosten Senzer in 2023 (voordeel € 61.000). Hogere kosten bijzondere bijstand i.v.m. wijziging norm van 110 naar 120 (nadeel € 60.000). Overige mutaties (nadeel € 18.000) In 2023 lagere kosten voor de sociale werkvoorziening (voordeel € 74.000).
Lagere investeringslasten dan in 2022 (voordeel € 32.000). In 2022 heeft de gemeente een incidentele uitbetaling ontvangen van centrumbudgetten Bescherm wonen tot en met 2021. Dit verklaart het verschil met 2023 (nadeel € 787.000). In 2023 worden hogere zorgkosten verwacht voor geëscaleerde zorg 18- op basis van de prognose van gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten (nadeel € 139.000).
35
7.1
Volksgezondheid
Geen verschillen groter dan € 10.000.
RES
Programma 02 Sociaal Domein
In 2023 zijn er minder onttrekkingen uit de reserves, daar nieuwe investeringen pas bij de 1e begrotingswijziging 2023 worden meegenomen. Het grootste verschil wordt echter veroorzaakt door de reserve kredietoverheveling. Overheveling van kredieten naar het volgende boekjaar vindt plaats via de decemberrapportage en is in de cijfers van 2022 nog niet meegenomen.
36
Investeringsposten In dit overzicht zijn een tweetal nieuwe investeringen opgenomen die wettelijk verplicht zijn en waar we als gemeente aan moeten voldoen. Overige nieuwe investeringen voor 2023 e.v. zijn niet in dit overzicht opgenomen; het investeringsprogramma voor 2023 wordt in een separaat voorstel opgenomen als onderdeel van de eerste begrotingswijziging 2023, waarin het programmaplan wordt geactualiseerd aan de hand van het College Werk Programma. De investeringen met een afschrijvingstermijn worden geactiveerd en via de kapitaallasten in de exploitatie opgenomen. Alle investeringen zonder afschrijvingstermijn worden volledig rechtstreeks in de exploitatie verantwoord. Deze eenmalige lasten worden uit de reserve gedekt. Taakveld
Naam investering
Afschr.
Investering
term
2023 2024 2025
2026
Programma 2. Sociaal domein 5.2
Renovatie kunstgrasveld Someren-Eind
10
350
5.2
Renovatie kunstgrasveld Lierop
10
350
5.2
Renovatie kunstgrasveld Someren-Dorp**
10
350
5.2
Renovatie multiveld korfbal Someren-Heide
10
125
5.2
Onderwijsleerpakket, meubilair Leerrijk en Ranonkel
10
Totaal programma
91 1.266
0
0
0
* Bedragen x € 1.000 ** 50% eigendom SV Someren
37
Toelichting Renovatie/vervanging toplagen kunstgras voetbal- en korfbalvelden De kunstgrasvelden van de voetbalverenigingen Someren-Eind, Someren-Dorp en Lierop zijn in 2023 10 jaar oud en dienen vervangen te worden. Ook het kunstgras van het multiveld bij korfbal Someren-Heide dient in 2023 vervangen te worden. Onderwijsleerpakket (OLP) en meubilair basisscholen Leerrijk en Ranonkel Als gemeente dienen we te voldoen aan de wettelijke verplichting om te zorgen voor een onderwijsleerpakket (OLP) en voldoende meubilair voor scholen die groeien.
Indicatoren programma Sociaal domein In onderstaande tabel worden de voorgeschreven indicatoren weergegeven. De gepresenteerde cijfers bij Begroting 2023 zijn, op basis van de BBV voorschriften, verplicht gelijk aan de laatst gepubliceerde gegevens op de site https://www.waarstaatjegemeente.nl/Dashboard/dashboard/besluit-begroting-en-verantwoording en geven dus geen prognose voor het boekjaar 2023. Beleidsindicatoren 1.
Verwijzingen Halt
Eenheid 2.
3.
4.
5.
6.
11
11
11
Vergelijkbare gemeente
10
10
10
Someren
0,67
0,52
0,69
Vergelijkbare gemeente
0,61
0,67
0,61
Someren
2,3
2,6
6,65
Vergelijkbare gemeente
2,5
2,4
5,37
Someren
1,5
0,08
0,71
Vergelijkbare gemeente
1.2
NB
0,39
Someren
3,3
2,43
2,21
Vergelijkbare gemeente
4,5
3,34
3,01
Someren
0,00
0
0
Vergelijkbare gemeente
2,5
1,1
2,5
Aantal per 1.000 inwoners
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte)
Eenheid
Someren
Aantal per 10.000 inwoners
Diefstallen uit woning
Eenheid
Begroting 2023
Aantal per 1.000 inwoners
Geweldsmisdrijven
Eenheid
Begroting 2022
Aantal per 1.000 jongeren
Winkeldiefstallen
Eenheid
Jaarwerk 2021
Aantal per 1.000 inwoners
Absoluut verzuim
38
Eenheid 7.
Relatief verzuim
Eenheid 8.
19
19
Someren
1,3
1,3
1,3
Vergelijkbare gemeente
1,3
1,3
1,3
Someren
51,7
47,4
51,7
Vergelijkbare gemeente
50,5
48,9
50,5
Someren
723,4
619,6
716,8
Vergelijkbare gemeente
666,3
553,1
673,5
Someren
1
nb
1
Vergelijkbare gemeente
1
nb
1
Someren
3
4
3
Vergelijkbare gemeente
4
4
4
Someren
72,0
72,0
72,0
Vergelijkbare gemeente
69,3
69,3
69,3
% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking
14. Werkloze jongeren
Eenheid
19
% kinderen tot 18 jaar
13. Netto arbeidsparticipatie
Eenheid
Vergelijkbare gemeente
% 12 t/m 21 jarigen
12. Kinderen in uitkeringsgezin
Eenheid
23
Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15-64 jaar
11. Jongeren met een delict voor de rechter
Eenheid
23
%
10. Banen
Eenheid
23
% deelnemers aan het VO en MBO onderwijs
Niet-sporters
Eenheid
Someren
Aantal per 1.000 leerlingen
Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)
Eenheid 9.
Aantal per 1.000 leerlingen
Someren
2
1,00
2
Vergelijkbare gemeente
1
1,00
1
18,8
22,6
18,8
22,0
26,3
22,0
Someren
3,4
4,1
55,3
Vergelijkbare gemeente
9,0
8,8
148,9
% 16 t/m 22 jarigen
15. Personen met een bijstandsuitkering Someren Vergelijkbare gemeente Eenheid
Aantal per 10.000 inwoners
16. Lopende re-integratievoorzieningen
Eenheid
Aantal per 1.000 / 10.000 inwoners van 15 – 64 jaar
17. Jongeren met jeugdhulp
Eenheid
8,3
6,3
10,0
Vergelijkbare gemeente
9,6
9,3
11,9
Someren
0,4
0,4
0,7
Vergelijkbare gemeente
1,0
1,0
nb
% van alle jongeren tot 18 jaar
18. Jongeren met jeugdbescherming
Eenheid
Someren
% van alle jongeren tot 18 jaar
39
19. Jongeren met jeugdreclassering
Eenheid
0,2
nb
Vergelijkbare gemeente
nb
0,2
0,4
Someren
530
68
570
Vergelijkbare gemeente
573
70
641
Someren
65
65
65
Vergelijkbare gemeente
137
136
136
Someren
11,1
11,1
11,1
nb
nb
22,9
Aantal per 10.000 inwoners
21. Omvang huishoudelijk restafval
Eenheid
nb
% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar
20. Cliënten met een maatwerkarrangement WMO
Eenheid
Someren
Kg/inwoner
22. Hernieuwbare elektriciteit
Vergelijkbare gemeente Eenheid
%
Verbonden Partijen In onderstaande tabel worden de publiekrechtelijke en/of privaatrechtelijke verbonden partijen van dit programma getoond. Publiek verbonden partij Naam
Plaats
Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten
Deurne
Senzer (handelsnaam van de uitvoeringsorganisatie Werkbedrijf Atlant de Peel)
Helmond
GGD Brabant Zuidoost
Eindhoven
Voor een uitgebreide toelichting van de Verbonden Partijen verwijzen we u naar: Paragraaf Verbonden Partijen
40
3. Bedrijfsvoering Het programma Bedrijfsvoering bestaat uit de ondersteunende processen binnen onze gemeente. Deze processen stellen mensen en middelen beschikbaar voor het primaire proces, dat producten en diensten levert aan burgers, bedrijven en instellingen. We noemen dit ook wel de PIOFACH: personeel, informatie, organisatie, financiën, algemene zaken, communicatie en huisvesting.
Financiën In onderstaande tabel zijn de lasten en baten per taakveld opgenomen, die aan dit programma verbonden zijn. Bedragen x 1.000
Jaarrek.
Nr.
2021
2022
2023
2024
2025
2026
18.308
12.136
11.966
10.979
10.640
10.136
1.040
1.300
1.236
1.236
1.236
1.236
7.468
2.108
823
810
881
881
881
881
3
5
5
5
5
5
Taakveld omschrijving
Lasten 0.1
Begroting
Bestuur
0.11 Resultaat van de rekening van B&L 0.2
Burgerzaken
0.3
Beheer overige gebouwen en gronden
0.4
Overhead
7.242
7.266
6.660
6.635
6.674
6.677
0.5
Treasury
234
35
35
35
35
35
0.61 OZB-woningen
157
159
137
137
137
137
0.62 OZB niet-woningen
104
70
63
63
63
63
0.64 Belastingen overig
6
4
4
4
4
4
0.8
Overige baten en lasten
3
334
2.433
1.713
1.503
1.009
0.9
Vennootschapsbelasting
1.209
45
513
272
103
90
-37.898 -39.280 -40.285
-37.486
999 Hulpkostenplaatsen Baten 0.1
Bestuur
0.11 Resultaat van de rekening van B&L
16 -43.375
-38.082
-9 -9.270
-2.110
0.2
Burgerzaken
-238
-248
-248
-248
-248
-248
0.3
Beheer overige gebouwen en gronden
-40
-53
-53
-53
-53
-53
0.4
Overhead
-62
-10
-10
-10
-10
-10
0.5
Treasury
-839
-1.026
-1.010
-1.001
-992
-992
0.61 OZB-woningen
-3.103
-2.931
-3.127
-3.275
-3.275
-3.275
0.62 OZB niet-woningen
-1.547
-1.398
-1.427
-1.497
-1.497
-1.497
0.64 Belastingen overig
-131
-96
-115
-115
-115
-115
-28.119
-29.137
-31.685
-32.968
-33.976
-31.174
0.7
Algemene uitkering & overige uitkeringen
41
0.8
Overige baten en lasten
-1.073
999 Hulpkostenplaatsen
-223
-113
-118
-121
-25.932 -28.300 -29.645
-27.350
-16
Saldo
-25.068
-25.946
Onttrekking aan reserve
-1.582
-856
-582
-315
-162
-118
Toevoeging aan reserve
577
7
7
7
7
7
-1.005
-850
-575
-308
-156
-111
Saldo
Totaal
-26.073 -26.796 -26.507 -28.609 -29.800 -27.461
Voor een nadere toelichting van de taakvelden verwijzen we u naar de website: vraagbaakiv3gemeenten
Bedragen x 1.000 Saldo per taakveld Jaarrekening Taakveld
Begroting
Verschil
2021
2022
2023
2022/2023
1.236
64
0.1
Bestuur
1.031
1.300
0.11
Resultaat van de rekening van B&L
-1.802
-1
0.2
Burgerzaken
584
561
632
0.3
Beheer overige gebouwen en gronden
-36
-48
-48
0.4
Overhead
7.180
7.256
6.650
606
0.5
Treasury
-605
-991
-975
-16
0.61
OZB-woningen
-2.946
-2.772
-2.991
219
0.62
OZB niet-woningen
-1.443
-1.328
-1.364
36
0.64
Belastingen overig
-125
-92
-111
19
0.7
Algemene uitkering & overige uitkeringen
-28.119
-29.137
-31.685
2.548
0.8
Overige baten en lasten
3
-739
2.210
-2.949
0.9
Vennootschapsbelasting
1.209
45
513
-468
999
Hulpkostenplaatsen -1.005
-850
-575
-275
-26.073
-26.796
-26.507
-288
RESERVEP3 Mutaties reserve prog. 03 Totaal
-1 -71
42
Verschillenverklaring begroting 2023/2022 Taak- Omschrijving Verschillenverklaring veld 0.1 Bestuur In 2022 is de investering in iPad's voor griffier, raads- en burgercommissieleden gedekt uit de algemene reserve (voordeel € 13.500). Lagere representatiekosten doordat in 2022 éénmalig een donatie aan Giro555 heeft plaatsgevonden voor Oekraïne, dit wordt gedekt uit de algemene reserve (voordeel € 19.500). Hogere salariskosten (nadeel € 21.500). Lagere storting pensioenvoorziening (voormalig) wethouders (voordeel € 58.000). Overige mutaties (nadeel € 5.000). 0.2 Burgerzaken De doorberekende lasten vanuit het team Publiekszaken zijn door loonstijgingen als gevolg van cao=wijzigingen € 79.000 hoger. Voordeel als gevolg van het incidenteel bijramen van het budget voor verkiezingen als gevolg van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 (voordeel € 8.000). 0.3 Beheer overige Geen verschillen groter dan € 10.000. gebouwen en gronden 0.4
Overhead
0.5
Treasury
0.61
OZB-woningen In 2023 is een lagere bijdrage geraamd voor Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) op basis van de begroting van BSOB 2023 (voordeel € 12.000). Op basis van de prognose van BSOB is er een hogere opbrengst geraamd voor de OZB-opbrengst van woningen (voordeel € 196.000). Voordeel als gevolg van de kredietoverheveling van de IP Waardering woningen o.b.v. gebruiksoppervlak (voordeel € 10.000); zie ook reserve kredietoverheveling. OZB nietIn 2023 is een lagere bijdrage geraamd voor Belastingsamenwerking Oost-Brabant woningen (BSOB) op basis van de begroting van BSOB 2023 (voordeel € 7.000). Op basis van de prognose van BSOB is er voor 2023 een hogere opbrengst geraamd voor de OZBopbrengst van niet-woningen (voordeel € 29.000). Belastingen Op basis van prognose BSOB is er voor 2023 een hogere belastingopbrengst geraamd overig voor hondenbelasting (voordeel € 19.000).
0.62
0.64 0.7
Algemene uitkering & overige uitkeringen
0.8
Overige baten en lasten
Lagere investeringslasten dan in 2022 (voordeel € 896.000). In 2023 worden er minder overhead lasten doorbelast naar projecten (nadeel € 33.000). Hogere personele lasten voornamelijk door loonstijging als gevolg van cao-wijziging (nadeel € 146.000). In de Zomernota 2022 is ten onrecht de bijdrage aan Bureau inkoop Zuid-Oost Brabant afgeraamd, dit wordt voor 2022 opgenomen in de Decemberrapportage 2022 (nadeel € 71.000). In 2022 is door de raad een krediet beschikbaar gesteld voor de audio visuele installatie van de raadszaal, dit zorgt voor een hogere kapitaallast voor 4 jaar vanaf 2023 (nadeel € 29.000). Hogere kapitaallasten I&A dienstverleningsmiddelen (activatie ICT-NML) (nadeel € 102.000). Hogere bijdrage aan gemeenschappelijke regeling op basis van begroting ICT-NML (nadeel € 69.000). In 2023 lagere lasten voor software ten opzichte van 2022 (voordeel € 30.000). Extra budget in 2022 voor aanschaf nieuwe hardware, in 2023 geen extra budget (€ 20.000 voordeel). Het nieuwe team informatievoorziening heeft meer inhuurbudget nodig in 2022 (nadeel € 29.000). De nieuwe Wet open overheid (WOO) is per mei 2022 in werking getreden geeft extra lasten (nadeel € 31.000), in de meicirculaire 2022 is een bedrag ontvangen voor het implementeren van de nieuwe wetgeving. Vanwege de inzet van een externe functionaris gegevensbescherming hogere lasten dan in 2022 (nadeel € 30.000).
In 2022 waren extra proceskosten geraamd i.v.m. de integriteitskwestie (voordeel € 78.000). Daarnaast is er in de zomernota 2022 incidenteel budget opgenomen voor de tijdelijke vervanging van afdelingshoofd Dienstverlening dit leidt tot een verschil met 2023 (voordeel € 65.000). In 2023 is geen budget benodigd voor het 3-jaarlijks personeelsuitstapje (voordeel € 35.000). In 2023 zijn er lagere rente-inkomsten geraamd voor de negatieve renteopbrengst van de aangetrokken geldlening (nadeel € 16.000).
De algemene uitkering in 2023 is hoger op basis van de meicirculaire 2022 (voordeel € 1.881.000). Hogere baten i.v.m. vrijval volume deel uit accres stelpost volumedeel (voordeel € 368.000). Overige verschillen per saldo worden veroorzaakt door verschillende maatstaven, accres en uitkeringsfactor (voordeel € 299.000). Conform de Kadernota 2023 is een stelpost opgenomen voor extra budget personele ontwikkelingen en behoud en werving van personeel (nadeel € 200.000). De gebruikelijke stelposten van € 95.000 voor inhuur personeel en € 106.000 voor (onvoorziene) loonsverhogingen conform de CAO zijn opgenomen in de Begroting 2023, maar afgeraamd in 2022 bij de Zomernota 2022 (nadeel € 201.000). De claims op de algemene uitkering, die vermeld staan in de meicirculaire 2022 zijn in 2023 als stelpost opgenomen (nadeel € 1.406.000). De in 2022 opgenomen stelpost rijksbijdrage jeugdzorgmiddelen is in 2023 vervallen daar deze uitkering inmiddels in de Algemene
43
0.9
RES
Uitkering verwerkt is (nadeel € 958.000). De hoogte van de stelpost onvoorzien is vanaf 2023 structureel € 20,- per inwoner, afgerond € 400.000, nadeel € 184.000. Vennootschaps- De last voor de vennootschapsbelasting is bijgeraamd tot een bedrag van € 513.000 als belasting gevolg van mutaties op de grondexploitaties (nadeel € 468.000). Er wordt uitgegaan van een last van 10% van de grondverkopen. Deze lasten worden gedekt uit de reserve Grondbedrijf. Programma 03 In 2023 zijn er minder onttrekkingen uit de reserves, daar nieuwe investeringen pas bij Bedrijfsvoering de 1e begrotingswijziging 2023 worden meegenomen. In 2023 vindt er een grotere onttrekking uit de reserve Grondbedrijf plaats voor de vennootschapsbelasting (zie taakveld 0.9). Het grootste verschil wordt echter veroorzaakt door de reserve kredietoverheveling. Overheveling van kredieten naar het volgende boekjaar vindt plaats via de decemberrapportage en is in de cijfers van 2022 nog niet meegenomen.
Investeringsposten In dit overzicht is de recapitulatie opgenomen van alle lopende investeringsprojecten vanuit het bestaande beleid voor het programma Bedrijfsvoering. Nieuwe investeringen voor 2023 e.v. zijn niet in dit overzicht opgenomen; het investeringsprogramma voor 2023 wordt in een separaat voorstel opgenomen als onderdeel van de eerste begrotingswijziging 2023, waarin het programmaplan wordt geactualiseerd aan de hand van het College Werk Programma. De investeringen met een afschrijvingstermijn worden geactiveerd en via de kapitaallasten in de exploitatie opgenomen. Alle investeringen zonder afschrijvingstermijn worden volledig rechtstreeks in de exploitatie verantwoord. Deze eenmalige lasten worden uit de reserve gedekt. Taak-
Afschr.
veld
Naam investering
term
Investering 2023
2024
2025
2026
Programma 3. Bedrijfsvoering 0.4
Realiseren nieuwe gemeentewerf
Totaal programma
PM 0
0
0
0
* Bedragen x € 1.000
Toelichting Realiseren nieuwe gemeentewerf De oude gemeentewerf (Kerkendijk) moet plaatsmaken voor nieuwbouw Groote Hoeven. Er wordt gezocht naar een nieuwe locatie, waarbij verbanden zijn met de definitieve oplossing voor de milieustraat en de samenwerking met Asten.
44
Indicatoren programma Bedrijfsvoering In onderstaande tabel worden de voorgeschreven indicatoren weergegeven. Deze indicatoren worden niet gepubliceerd op de site https://www.waarstaatjegemeente.nl/Dashboard/dashboard/besluit-begroting-en-verantwoording en zijn gebaseerd op de cijfers uit de desbetreffende jaarrekening en programmabegrotingen. Beleidsindicatoren 1. Formatie
Jaarwerk 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
6,38
5,79
6,27
NB
NB
NB
6,35
4,9
5,03
Vergelijkbare gemeente
NB
NB
NB
Someren
680
664
697
28,3 %
16,3 %
13,6 %
Someren Vergelijkbare gemeente
Eenheid
Fte per 1.000 inwoners
2. Bezetting
Eenheid
Someren
Fte per 1.000 inwoners
3. Apparaatskosten
Vergelijkbare gemeente Eenheid
Kosten per inwoner
4. Externe inhuur
Someren Vergelijkbare gemeente
Eenheid
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
5. Overhead
Someren
12,40 %
12,65 %
12,02 %
Vergelijkbare gemeente Eenheid
% van totale lasten
Verbonden Partijen In onderstaande tabel worden de publiekrechtelijke en/of privaatrechtelijke verbonden partijen van dit programma getoond. Publiek verbonden partij Naam
Plaats
ICT NML
Roermond
Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB)
Oss
Stichting Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuid-Oost Brabant (BIZOB)
Oirschot
Privaat verbonden partij Naam
Plaats
Brabant Water NV
Den Bosch
NV Bank Nederlandse Gemeenten
Den Haag
45
Voor een uitgebreide toelichting van de Verbonden Partijen verwijzen we u naar: Paragraaf Verbonden Partijen
Paragrafen
46
Paragraaf: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Informatie over het weerstandsvermogen is van belang om te weten of en in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Deze tegenvallers kunnen incidenteel en structureel van aard zijn, maar hebben altijd invloed op de financiële positie van de gemeente. Hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn is niet exact aan te geven. De omvang is afhankelijk van de (financiële) risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. De definitie van een risico = kans x effect.
Om inzicht te krijgen in de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen is het noodzakelijk om risico's te benoemen en te kwantificeren (benodigde weerstandscapaciteit) en deze vervolgens af te zetten tegen de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit).
Zichtbaar is dat risicomanagement, wat het onderwerp is van deze paragraaf, slechts 1 van de 3 pijlers is. De pijler dekking/sluitende begroting wordt nader toegelicht in het onderdeel Beschikbare weerstandscapaciteit. De pijler financiering komt aan de orde in de Paragraaf: Financiering.
Om een uitspraak te kunnen doen over de mate waarin de gemeente Someren financiële tegenvallers kan opvangen is inzicht nodig in: 1. De risico’s: met welke (materiële) risico’s hebben we te maken? 2. De buffer: hoe groot is onze “spaarpot” om deze risico’s op te kunnen vangen?
47
Weerstandsvermogen
Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit (buffer) / benodigde weerstandscapaciteit (risico’s) = 36.950.000 / 6.400.000 = 5,8. In onderstaande tabel wordt de waardering van de ratio weergegeven.
Waardering
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
Meer dan 2,0
Uitstekend
B
Tussen 1,4 en 2,0
Ruim voldoende
C
Tussen 1,0 en 1,4
Voldoende
D
Tussen 0,8 en 1,0
Matig
E
Tussen 0,6 en 0,8
Onvoldoende
F
Minder dan 0,6
Ruim onvoldoende
Er is geen norm bekend waaraan het weerstandsvermogen moet voldoen. Bij een ratio van 1,0 is de beschikbare weerstandscapaciteit gelijk aan de benodigde weerstandscapaciteit. Daarom is een ratio van minimaal 1,0 wenselijk. De ratio was in 2022 5,3 en komt nu uit op 5,8. Dit is volgens het overzicht uitstekend. Voor zover risico's zich daadwerkelijk voordoen en deze structureel van aard zijn, zullen deze in exploitatie worden verwerkt. Voor zover geen aanvullende structurele dekking aanwezig is kan als uiterste middel een beroep worden gedaan op de onbenutte belastingcapaciteit.
Beschikbare weerstandscapaciteit In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de geprognosticeerde beschikbare weerstandscapaciteit per 31-12-2023. Weerstandsvermogen
Stand 31-12-2023
1. Algemene reserve
33.836
2. Begrotingsruimte
414
3. Post onvoorzien
400
4. Stille reserves
p.m.
5. Onbenutte belastingcapaciteit
2.300
Totaal
36.950
Bedragen x € 1.000
48
Ad 1. Algemene reserve De algemene reserve vrij aanwendbaar wordt ingezet voor onvoorziene investeringen. Deze reserve kan worden ingezet ter dekking van risico's. Stand 31-12-2023 Algemene reserve vrij aanwendbaar
9.888
Vastgelegde algemene reserve
23.948
Totaal
33.836
Bedragen x € 1.000
Ad 2. Begrotingsruimte Als de begroting sluit met een positief saldo, is sprake van begrotingsruimte. Deze kan ingezet worden voor financiële tegenvallers. Als de begroting sluit met een negatief saldo heeft dit een nadelig effect op de begrotingsruimte.
Resultaat
414
Totaal
414
Bedragen x €1.000
Ad 3. Post onvoorzien De post onvoorzien is, op basis van de BBV, de verplichte reële structurele post ter dekking van niet voorziene uitgaven. We gaan uit van ongeveer € 20 per inwoner. Incidenteel
Structureel
Onvoorzien
0
400
Totaal
0
400
Bedragen x € 1.000
Ad 4. Stille reserves Stille reserves zijn niet-bedrijfsgebonden eigendommen van een gemeente met een hogere waarde in het economisch verkeer dan de boekwaarde. Stille reserves dragen bij aan de weerstandscapaciteit, omdat een deel van de eigendommen kan worden verkocht boven de boekwaarde. Hierdoor wordt winst gerealiseerd. Deze winst kan worden ingezet ter afdekking van financiële tegenvallers. Het betreft hier met name de overwaarde op het onroerend goed van de gemeente bestaande uit gebouwen en grond (inclusief ongeveer 1.400 ha bos en natuurterreinen).
49
Ad. 5 Onbenutte belastingcapaciteit De gemeente kan haar belastingen verhogen om financiële tegenvallers op te vangen. Het verschil tussen de opbrengsten bij maximale tarieven en de geraamde opbrengsten is de onbenutte belastingcapaciteit. Voor de afvalstoffen en riolering hanteert de gemeente een kostendekkend tarief en is er dus geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Voor de OZB wordt in de berekening uitgegaan van het jaar 2022, waarin het maximale tarief van de Woz-waarde 0,1729% bedraagt. Genoemd tarief wordt ook gehanteerd voor toelating tot artikel 12-status. In het geval de artikel 12-status de gemeente valt te verwijten, blijft het altijd mogelijk om lopende het artikel 12-traject belastingvoorschriften op te leggen. In de regel tot de huidige grens van 140% van het gemiddelde tarief, maar in uitzonderingsgevallen wordt een hogere opslag niet op voorhand uitgesloten. Wanneer het berekende gemiddelde OZB-tarief voor de gemeente lager is dan het percentage voor toelating tot artikel 12 is er in principe sprake van een onbenutte belastingcapaciteit, immers een verhoging van het OZB-percentage zal nodig zijn om voor een aanvullende uitkering in aanmerking te komen. In onderstaande tabel is bij benadering aangegeven welke opbrengst deze verhoging genereert.
In deze berekening is ervoor gekozen het verschil in percentage te vermenigvuldigen met de Woz-waarde van de woningen + de Woz-waarde van de niet-woningen. Bij een daadwerkelijke aanvraag zal een meer nauwkeurige berekening aan de orde zijn. Onbenutte belastingcapaciteit t.o.v. “artikel-12 norm 2023” OZB-percentage van de WOZ waarde voor toelating art.12
0,1729 %
Werkelijk gewogen percentage WOZ waarde gemeente
0,1135 %
Verschil
0,0594 %
Onbenutte belastingcapaciteit
€ 2.300.000
Bij de berekeningen is uitgegaan van de gebruikte totale WOZ waarde bij de vaststelling van de tarieven 2022. Het bedrag van € 2.300.000 geeft aan hoeveel de OZB baten nog maximaal verhoogd zouden moeten worden om te voldoen aan de artikel 12 norm.
Benodigde weerstandscapaciteit Alvorens tot identificatie van de risico’s over te gaan zullen deze eerst geïnventariseerd worden. Op basis van deze inventarisatie wordt een lijst samengesteld met onderkende risico’s. Deze risico’s zullen geanalyseerd en beoordeeld worden.
50
1.1 Analyse en beoordeling Voor de analyse en beoordeling van de risico’s is er een indeling gemaakt op basis van kansklassen en financiële gevolgen. Dit betekent dat we elk risico vertalen in geld. In onderstaande tabel worden de kansklassen toegelicht: Klasse
Risicopercentage
hoog
75
midden
50
laag
25
zeer gering
10
De indeling in de klassen is door de organisatie bepaald op basis van ervaring en verwachtingen. De klasse geeft aan hoe groot de kans is dat het risico zich voordoet. De klasse "zeer gering" is voorbehouden aan het specifieke risico bij de gegarandeerde leningen. Hoewel hier een zeker risico gelopen wordt, is dat risico door de gelaagdheid van de waarborgen, voor de gemeente Someren uiteindelijk uiterst miniem.
1.2 Beheersing risico's / monitoring Vooruitlopend op een inventarisatie van alle bestaande risico's zijn de belangrijkste hiervan in beeld gebracht en nader gekwantificeerd op basis van genoemde uitgangspunten. Daarnaast zijn de beheersmaatregelen voor de diverse risico's nader omschreven. Een en ander is samengevat in onderstaande tabel. Risico
Omschrijving
Beheersmaatregel
Risico score
Financieel effect
Economische Ontwikkelingen/ onzekerheid financiële positie gemeenten.
Het risico bestaat dat bij economische achteruitgang de inkomsten afnemen terwijl andere uitgaven toenemen. Enkele specifieke risico's (grondexploitatie en bijstandsuitgaven) zijn afzonderlijk benoemd.
Actuele informatieverstrekking via P&C-cyclus (Planning & Control), tijdig opstarten project bezuinigingen, actuele ontwikkelingen nauwlettend volgen.
midden
250
Cybercriminaliteit
De risico’s in verband met cybercriminaliteit zijn groot. Voorbeelden uit het recente verleden bij andere organisaties laten zien dat de financiële impact van een cyberaanval met ransomware of andere manieren van hacken groot zijn. Losgelden, die geëist worden, bedragen vaak honderdduizenden euro’s. Maar ook de bijkomende kosten van
Het implementeren van de maatregelen uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheid moet leiden tot een beperking van de risico’s. Toepassing van technische beschermingsmiddelen en het vergroten van het bewustzijn bij de medewerkers van de risico’s zijn daarbij de belangrijkste elementen.
hoog
750
51
het beheersen van een dergelijke crisis en de herstelkosten zijn aanzienlijk. Een totaal schadebedrag van 1 miljoen euro is reëel. De kans dat een dergelijk risico zich daadwerkelijk voordoet op enig moment is eveneens groot. Het genoemde bedrag is inclusief 50% van het weerstandsvermogen van ICT NML wat door de deelnemende gemeenten wordt opgevangen. Voor Someren is dit een bedrag van € 31.848. Kosten externe inhuur (o.a. door ziekteverzuim)
Het risico dat door extra werkzaamheden of vervanging wegens langdurige ziekte de kosten van externe inhuur niet opgevangen kunnen worden binnen de lopende begroting.
Bewaking via P&C cyclus. Onderuitputting personele kosten versus inhuur.
midden
300
Projecten
Pre contractuele fase, tijdsdruk, technische zaken, planschaderisico, kwaliteit overeenkomsten, inspraakreacties, zienswijzen, bezwaar- en beroepschriften zorgen voor opschorting c.q. herziening planontwikkeling. Juiste toepassing Wet ketenaansprakelijkheid / Grekening, Wet inleners aansprakelijkheid.
Formaliseren en bewaken interne procedures.
midden
500
Juridisering samenleving/niet tijdig verstrekken van informatie
Burger is mondiger, claimcultuur. Met juridische procedures zijn hoge kosten gemoeid.
Formaliseren en bewaken interne procedures.
midden
500
Afhankelijkheid ICT systemen en beveiliging informatie
Tijdige beschikbaarheid juiste ICT middelen: uitval computersystemen, stroomstoring. Bijv. internet valt uit, gemeente heeft verplichtingen in ketens, verstrekken info aan landelijke voorziening, bv BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen).
Uitbesteding van de werkzaamheden aan ICTNML. Formaliseren en bewaken interne procedures. Up-to-date houden integraal beveiligingsplan en optimaliseren uitwijkmogelijkheden. Optimaliseren technische mogelijkheden.
midden
500
52
Leningen u/g en garantieverstrekkingen
De gemeente staat garant voor circa 40 mln. aan leningen. Bij een eventueel faillissement van één van de partijen bestaat het risico dat de instelling het opgenomen geld niet kan terugbetalen of dat de gemeente als garant-steller het restantbedrag van de lening inclusief rente en kosten moet betalen. Veruit het grootste deel van de leningen (90%) heeft betrekking op de achtervangpositie WSW (Waarborgfonds Sociale Woningbouw) die wij als gemeente innemen. Een achtervang is een andere rol dan een directe garantstelling met een substantieel lager risicoprofiel. Voor de berekening van het risicoprofiel wordt om deze reden uitgegaan van 25% van het totale bedrag.
Interne procedures m.b.t. verstrekken van geldleningen, jaarlijkse controle op saldo geldleningen en garantieverstrekkingen met de diverse partijen, Waarborgfonds Sociale Woningbouw (2e achtervang).
zeer gering
1.000
De zekerheidsstructuur van het WSW bestaat uit drie lagen: - primair: de geldmiddelen van de corporatie (inclusief eventuele saneringssteun van het CFV, (Centraal Fonds Volkshuisvesting); - secundair: het garantievermogen van het WSW (= borgstellingsreserve WSW en de obligo’s van de andere corporaties); - tertiair: de achtervang positie van Rijk en de gemeenten. Calamiteiten
Calamiteiten, rampen met een grote impact en schade op de Somerense bevolking.
Het actueel houden van het beschikbare rampenplan. Regelmatig overleg met keten-partners (politie, brandweer), deelname aan vaccinatieprogramma's.
laag
250
Sociaal Domein als gemeentelijke taak
Voor de uitvoering van het sociaal domein zijn gemeenten verantwoordelijk. Dit zijn open einderegelingen, wat het risico in zich draagt dat er incidenteel in een jaar overschrijdingen kunnen voorkomen.
In tussentijdse rapportages inzicht geven in stand van zaken/ontwikkelingen.
midden
750
Verstrekking lening BNG Bank
Aan de BNG is een lening verstrekt waardoor jaarlijks een bedrag van 0,7 mln. aan renteinkomsten wordt gegenereerd. Bij voortijdige aflossing door de BNG zal compensatie moeten
Ontwikkelingen bij de BNG Bank nauwlettend volgen.
midden
350
53
worden gevonden voor de wegvallende rente-inkomsten. Herverdeling algemene uitkering uit het Gemeentefonds
De juiste gevolgen zijn nog steeds niet duidelijk. Waarschijnlijk zal er pas eind 2022 meer duidelijkheid komen. Voor het "ravijnjaar" 2026 zijn de ramingen ongewis omdat het Rijk zich niet wil vastleggen voor na de huidige kabinetsperiode.
Wij blijven de berichtgeving nauwlettend volgen.
laag
p.m.
Coronavirus (excl. sociaal domein)
Het COVID-19 (Corona) virus heeft naar verwachting effect op veel beleidsterreinen van de begroting 2023 en mogelijk voor de jaren daarna. Hoe groot de financiële impact zal zijn is onmogelijk te bepalen.
We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit.
hoog
250
Omgevingswet per 1-1-2023
De inwerkingtreding met ingang van 1 januari 2023 brengt risico's met zich mee. De burger wordt in een vroeger stadium betrokken bij de planvorming, en voor diverse bouwactiviteiten kan geen leges meer worden geheven. De verwachting is dat de toezichthoudende taken worden uitgebreid.
We proberen in nauwe samenwerking met de burgers de processen zo efficiënt mogelijk in te richten zodat de lasten zo laag mogelijk blijven
midden
250
Organisatie ontwikkelingstraject
Om het bestaansrecht, de eigenschappen en drijfveren van de organisatie vast te stellen wordt gestart met het bepalen van de missie, kernwaarden en visie van onze organisatie. Op basis van de resultaten zal een management filosofie worden vastgesteld. Hierna worden de uitgangspunten van de organisatie en de inrichting ervan bepaald, welke leiden tot de organisatieverandering.
In samenspraak met alle medewerkers en betrokkenen wordt het gehele proces zo zorgvuldig mogelijk doorlopen met externe begeleiding.
laag
p.m.
Crisis in de wereld
Door wereldwijde gebeurtenissen kan de instabiliteit toenemen en de leefbaarheid voor de inwoners nadelig worden beïnvloed.
Het treffen van de dan noodzakelijke maatregelen voor het welzijn van de inwoners.
hoog
750
Totaal
6.400
Bedragen x € 1.000
54
Kengetallen Inleiding Het beoordelen van de financiële positie van gemeenten is voor veel raadsleden en bestuurders een lastige aangelegenheid. Veel gemeenten willen zich onderling vergelijken, maar dat was tot op heden niet mogelijk door het ontbreken van standaard definities/kengetallen. Gezien het steeds toenemende belang van toekomstbestendigheid van gemeenten, een grotere druk op de doelmatigheid en een steeds verder complexer wordende omgeving (ontwikkeling van financiële producten, meer verbonden partijen, meer taken zoals bijvoorbeeld in het sociaal domein) is het belang van financieel inzicht in de financiële positie toegenomen. Om dit inzicht te bevorderen is het in het kader van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht om meer kengetallen op te nemen in de jaar- en begrotingsstukken. Een aantal hiervan worden met name genoemd. Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze van de kengetallen heeft geen functie als normeringsinstrument in het kader van financieel toezicht door de provincie. De invoering van de set kengetallen is voornamelijk bedoeld om raads- en bestuursleden meer inzicht te geven in de financiële positie en om vergelijkingen mogelijk te maken. De volgende kengetallen zijn voortaan verplicht voorgeschreven: 1a. netto schuldquote 1b. netto schuldquote gecorrigeerd met verstrekte leningen 2.
solvabiliteitsratio
3.
grondexploitatie
4.
structurele exploitatieruimte
5.
belastingcapaciteit
De kengetallen zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording geven nadere informatie over de financiële positie van de gemeente. De kengetallen geven het volgende beeld. Jaarstukken 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
-37%
13%
10%
voldoende
1% %
24%
21%
voldoende
2. Solvabiliteitsratio
65%
60%
61%
voldoende
3. Grondexploitatie
-4%
1%
-8%
voldoende
0,99%
0,44%
0,70%
voldoende
87%
97%
90%
voldoende
,99
%
1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
4. Structurele exploitatieruimte 5. Belastingcapaciteit
%
Waardering 2023
%
55
Ad 1a. netto schuldquote Inkomsten bepalen hoeveel schuld een gemeente kan dragen. Dit is goed te vergelijken met het afsluiten van een hypotheek. Hoeveel geld u kunt lenen, is afhankelijk van uw loon. Dat principe geldt ook voor gemeenten. De hoogte van de schuld die een gemeente kan dragen, hangt af van de hoogte van de inkomsten. Om hiervan een grove indicatie te krijgen wordt de netto schuldquote berekend. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De berekening van deze netto schuldquote gaat als volgt: trek de geldelijke bezittingen af van de schulden, de uitkomst is de netto schuld. Deel deze netto schuld vervolgens door de inkomsten. De uitkomst daarvan wordt uitgedrukt in procenten.
Netto schuldquote* = Netto schuld / Totale inkomsten (voor bestemming reserves) *Netto schuld als aandeel van de exploitatie
Een netto schuldquote tot 100% wordt beoordeeld als goed, tussen de 100% en 130% staan de signalen op oranje en boven de 130% is bijsturing gewenst. Voldoende
Tot 100%
Matig
Tussen 100% en 130%
Onvoldoende
Hoger dan 130%
De netto schuldquote voor 2023 komt uit op 10 procent. Ad 1b. netto schuldquote gecorrigeerd met verstrekte leningen Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel inals exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend, is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. Hoe lager deze percentages, hoe beter. In onderstaande grafieken zijn beide kengetallen grafisch weergegeven. De netto schuldquote gecorrigeerd voor 2023 komt uit op 21 procent.
56
57
Ad 2. Solvabiliteitsratio De "solvabiliteitsratio" geeft de mate aan waarmee de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen (bezittingen) in het totaal vermogen (bezittingen en schulden). Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder de gemeente en hoe hoger de weerbaarheid. De solvabiliteitsratio kan als volgt worden berekend.
Solvabiliteit = Eigen vermogen / Totaal vermogen
De volgende normen worden gehanteerd. Voldoende
>50%
Matig
Tussen 30% 50%
Onvoldoende
<30%
Vanaf 2022 is sprake van een dalende tendens. Dit is te danken aan het feit dat reserves worden ingezet voor investeringen c.q. bijdragen aan exploitaties. In onderstaande grafiek is het Solvabiliteitsratio zichtbaar. De solvabiliteitsratio voor 2023 bedraagt 61 procent.
58
Ad 3. Grondexploitatie Om te kunnen beoordelen in hoeverre de gemeente in staat is om de in grond geïnvesteerde middelen terug te kunnen verdienen wordt gebruikt gemaakt van het volgende kengetal.
Boekwaarde in- en nog niet in exploitatie zijnde gronden / Totaal geraamde baten
Voldoende
< 20 %
Matig
Tussen 20 en 35%
Onvoldoende
> 35 %
Vanaf 2021 is sprake van een afnemend percentage. Dit houdt in dat risico's ten aanzien van de grondexploitatie de komende jaren verder afnemen. Oorzaak hiervan is enerzijds dat er geen nieuwe grondexploitaties zijn voorzien en anderzijds dat de lopende grondexploitaties steeds verder worden afgebouwd waardoor risico's afnemen. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten of provincies leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of de grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd, dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio.
IFLO-norm Om meer inzicht te krijgen in de risico’s van de grondexploitatie wordt in onze gemeente de financiële situatie jaarlijks getoetst aan de IFLO-norm. IFLO is de afkorting van Inspectie Financiën Lokale en provinciale Overheden. De IFLO-norm relateert de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit aan de boekwaarden van de gronden die in exploitatie zijn genomen. De IFLO-norm is gebaseerd op het totaalbedrag van de volgende twee componenten:
-
10% van de boekwaarde van de gronden in exploitatie;
-
10% van de nog te maken kosten van de gronden in exploitatie.
59
Bij het toepassen van de IFLO-norm wordt per plan aangegeven wat het risico is bij de meest negatieve optie van scenario-ontwikkeling. Voor de berekening van de noodzakelijke omvang van de reserve wordt per plan uitgegaan van het hoogste berekende geldelijke risico. De minimale omvang van de algemene reserve grondbedrijf is gelijk aan de som van de hoogste risico’s per plan. Ultimo 2023 dient de algemene reserve grondbedrijf op basis van genoemde berekening minimaal € 4,7 miljoen te zijn. Hierbij is als worst case scenario vijf jaar uitstel van grondverkopen gehanteerd. De verwachte stand van de algemene reserve bedraagt dan per ultimo 2023 € 6,0 miljoen en voldoet daarmee aan de norm zoals deze in de grondnota is vastgesteld. Kengetal Grondexploitatie Als norm wordt een percentage lager dan 20 als voldoende beschouwd. Dus hoe lager de uitkomst, hoe gunstiger voor de financiële weerbaarheid. Voor het jaar 2022 bedraagt dit percentage 1,0. Voor 2023 is dat -8,0 en daarna is sprake van een lichte stijging, maar blijft het percentage voldoende. Dit impliceert een lichtte toename van de kwetsbaarheid van de grondexploitatie. Oorzaak hiervan is enerzijds dat enkele complexen worden afgesloten en de winstnemingen niet meer meegenomen worden in dit kengetal. In onderstaande grafiek is het kengetal Grondexploitatie zichtbaar.
60
Ad 4. Structurele exploitatieruimte Het kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. Er wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. Het hierdoor ontstane saldo wordt vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Het kengetal wordt berekend met behulp van de volgende formule.
Structurele exploitatieruimte / Totale baten voor bestemming
Hierbij worden de volgende normen worden gehanteerd. Voldoende
>0,6%
Matig
Tussen 0% en 0,6%
Onvoldoende
<0%
In 2022 is sprake van matig structurele ruimte. Vanaf 2023 wijzigt deze in voldoende structurele ruimte.
61
Ad 5. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft een indicatie van de onbenutte belastingcapaciteit. De OZB is voor gemeenten de belangrijkste bron van inkomsten. De onbenutte belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Op voorstel van het advies van de Commissie vernieuwing BBV (Besluit begroting en verantwoording) is ervoor gekozen om de belastingcapaciteit te relateren aan landelijk gemiddelde tarieven OZB. In de eerste plaats is voor een landelijk gemiddelde gekozen omdat over het algemeen geen maximum is gesteld aan belastingentarieven, zoals bij de OZB. Daarnaast geeft een gemiddeld tarief meer inzicht in de betekenis van de belastingcapaciteit voor de financiële positie dan wanneer het gerelateerd wordt aan het tarief om in aanmerking te komen voor de artikel 12 status. Ook is er vanuit de praktijk behoefte bij gemeenten en andere belanghebbenden om inzicht te hebben in de lokale tarieven van omliggende gemeenten. De hoogte van belastingtarieven komen dus niet in een vacuüm tot stand; er wordt daarbij rekenschap gegeven hoe de eigen lastendruk zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. De mate waarbij een tegenvaller kan worden bijgestuurd, wordt ook wel de wendbaarheid van de begroting genoemd.
Wanneer een gemeente te maken heeft met een hoge schuld en de structurele lasten hoger zijn dan de structurele baten en de woonlasten al relatief hoog zijn, dan is er minder ruimte om te kunnen bijsturen. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt berekend door de totale woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in een bepaald jaar te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het voorgaande jaar en uit te drukken in een percentage. In 2020 en 2021 komen we uit op 95% respectievelijk 87%. Dit betekent dat we onder het landelijk gemiddelde van 100% zitten. In 2022 zitten we met een percentage van 97% ook onder dit gemiddelde. De verwachting is dat dit in 2023 uitkomt op 90 procent. Zoals eerder aangegeven in deze paragraaf bedraagt de onbenutte belastingruimte, gerekend met de artikel 12-norm € 2.300.000.
Beoordelen samenhang kengetallen Uit de beschrijving van de verschillende kengetallen blijkt dat een afzonderlijk kengetal op zich weinig zegt over de financiële positie. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie. Afhankelijk van wat er aan eigen vermogen en baten tegenover de schuld staat, zal aflossing veel of juist weinig problemen opleveren. Zo hoeft een tegenvallende ontwikkeling geen negatieve invloed te hebben in de situatie dat de vrije structurele exploitatieruimte groot is of als men over voldoende ruimte in belastingcapaciteit beschikt. Het is dus, met andere woorden, niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven over de financiële positie.
62
De gemeente Someren beschikt nog steeds over een solide reservepositie en ondervindt geen problemen om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het structureel begrotingsevenwicht op termijn is voldoende. Er zijn wel zorgen over de ontwikkeling vanaf 2026 omdat het Rijk nog niet duidelijk heeft gemaakt wat de te verwachten Algemene uitkering voor de gemeente is.
63
Paragraaf: Lokale heffingen Deze paragraaf geeft een beschrijving van de lokale heffingen en belastingen, het kwijtscheldingsbeleid, een overzicht van de tarieven en opbrengsten en de hoogte van de lokale lastendruk. Tevens wordt ingegaan op de ontwikkelingen in de lokale heffingen in 2023.
Onderstaand is een overzicht van de opbrengsten weergegeven. Overzicht opbrengsten
2023
Onroerende-zaakbelasting
-4.535
Toeristenbelasting Rioolheffingen en rioolaansluitrecht
-313 -1.912
Hondenbelasting
-115
Gemeenteleges
-1.620
Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
-1.844
Totaal
-10.339
64
Onroerende-zaakbelasting (OZB) Eigenaren van woningen en niet-woningen en gebruikers van niet-woningen betalen belasting op basis van de WOZ waarde van de onroerende zaak waar zij eigenaar van zijn of die zij gebruiken. Voor de belastingaanslagen in 2023 is de WOZ waarde per 1 januari 2022 bepalend. Bij de behandeling van de kadernota 2023 heeft de raad unaniem een motie aangenomen om de extra verhoging van 5% in 2023 achterwege te laten. Deze motie is verwerkt in deze begroting. Voor 2023 wordt de OZB opbrengst alleen gecorrigeerd met de indexering van 2,7%. De OZB tarieven worden in de raadsvergadering van 15 december 2022 vastgesteld.
Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten De opbrengst is bestemd voor de inzameling en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen en is maximaal 100% kostendekkend op begrotingsbasis. Uitgangspunt bij de berekening van de tarieven is dat de vaste kosten verwerkt zijn in het vast tarief en de variabele kosten verwerkt zijn in het variabel tarief. De afvalstoffenheffing/reinigingsrechten worden geheven door middel van een vast recht in combinatie met een bedrag per lediging van een afvalcontainer (DIFTAR). Tijdens het opstellen van de primaire begroting 2023 zijn de budgetten met betrekking tot afval onvoldoende bekend en daarom worden de tarieven van de afvalstoffenheffing 2023 pas in december vastgesteld. In onderstaande grafiek zijn hierdoor uitsluitend de variabele tarieven per lediging van 2022 opgenomen. Het vast tarief per aansluiting voor 2022 was € 11,67 per maand.
65
Rioolheffing en rioolaansluitrecht Rioolheffing Met de rioolheffing worden de kosten verhaald, die de gemeente maakt voor de uitvoering van de zorgplichten voor afvalwater en voor hemel- en grondwater. Deze heffing mag hooguit kostendekkend zijn. In december 2020 is het gemeentelijk rioleringsplan 2021-2025 vastgesteld. In overeenstemming met dit plan worden de tarieven jaarlijks geïndexeerd. De indexering voor 2023 bedraagt 4,8%. In onderstaande grafiek zijn de tarieven 2021 tot en met 2023 opgenomen.
De rioolheffing wordt geheven van degene die op 1 januari eigenaar is van een WOZ object. Hiervoor is een directe of indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering niet noodzakelijk. De tarieven zijn gedifferentieerd naar woning, niet-woning en een “kwart”-tarief voor objecten met een vloeroppervlak dat kleiner is dan 40 m². Rioolaansluitrecht De aansluitkosten voor aansluiting op een gemengd stelsel en voor aansluiting op een gescheiden stelsel worden conform bestaand beleid verhoogd met het inflatiepercentage van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de tarieven worden vastgesteld.
Hondenbelasting Het doel van het hondenbeleid is vooral gericht op het verminderen van overlast. Het uitgangspunt is dat het hondenbeleid budgettair neutraal is. Dit betekent dat de hondenbelasting gelijk moet zijn aan de kosten voor maatregelen die de overlast moeten verminderen (hondentoiletten, hondenuitlaatstroken, inzet BOA en overige kosten). Voor honden die gehouden worden buiten de bebouwde kom hoeft geen hondenbelasting betaald te worden. De tarieven voor 2023 worden niet verhoogd ten opzichte van 2022.
66
In onderstaande grafiek zijn de tarieven hondenbelasting vermeld voor de jaren 2021 tot en met 2023.
Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven per persoon per overnachting in verblijfsaccommodaties (campings, hotels, bed & breakfasts enzovoort). Bij de heffing geldt geen restrictie dat het om een toeristische of recreatieve overnachtingen moet gaan. De toeristenbelasting van een belastingjaar wordt opgelegd en ingevorderd in het daarop volgende jaar. Vanaf 2021 worden er twee tarieven gehanteerd, hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen recreatieve overnachtingen waarop het verlaagde tarief van toepassing is en niet-recreatieve overnachtingen. Voor deze laatste categorie geldt het algemene tarief. Deze tarieven worden jaarlijks verhoogd met het CBS-indexcijfer over het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de tarieven zijn vastgesteld. In het verleden is afgesproken dat het tarief pas wordt verhoogd, wanneer de gecumuleerde verhogingen naar beneden afgerond op 5 eurocent uitkomt. Voor het belastingjaar 2023 komen de tarieven met de gecumuleerde verhogingen uit op € 1,35 (was € 1,30) respectievelijk € 2,05 (was € 2,00). In onderstaande grafiek is aantal overnachtingen per categorie weergegeven. Voor 2019-2021 zijn dit het werkelijk aantal overnachtingen (*) voor 2022 en 2023 het verwachte aantal (**).
(*): Nog niet alle aanslagen over 2021 zijn opgelegd, vermeld is de stand per ultimo juni 2022 (**): Aantal overnachtingen dat in de begroting 2022 en begroting 2023 zijn opgenomen
67
In onderstaande grafiek is de opbrengst toeristenbelasting per categorie vermeld. Voor 2019-2021 is dit het werkelijke opbrengst (*) voor 2022 en 2023 de begrote opbrengst (**). (*): Nog niet alle aanslagen over 2021 zijn opgelegd, vermeld is de stand per ultimo juni 2022 (**): Begrote bedrag dat in de begroting 2022 en begroting 2023 is opgenomen
68
Gemeenteleges De legesopbrengsten worden onderverdeeld in drie categorieën: •
algemene dienstverlening: deze categorie omvat onder meer het verstrekken van identiteitsbewijzen en reisdocumenten, rijbewijzen, het voltrekken van huwelijken en registratie van partnerschappen;
•
fysieke leefomgeving: de opbrengsten in deze categorie bestaan uit de leges voor het aanvragen van omgevingsvergunningen en wijzigingen van bestemmingsplannen;
•
Europese dienstenrichtlijn: hierbij gaat het om vergunningen voor de horeca, het organiseren van evenementen en gebruiksvergunningen brandveiligheid.
Per categorie mogen de totale begrote legesopbrengsten niet meer bedragen dan de begrote kosten (zie ook het onderdeel Berekening van kostendekkendheid). Aan de hand van de begrote legesopbrengsten worden de legestarieven berekend en door de raad in december vastgesteld. In onderstaande grafiek worden de geraamde opbrengsten per categorie leges (exclusief rijksleges)
over de jaren 2019 tot 2023 weergegeven.
69
Woonlasten regionaal en kwijtschelding
Woonlasten regionaal
Om meer inzicht te geven in de positie van de gemeente Someren is voor de woonlasten onderstaand overzicht opgenomen op regionaal niveau. Hierbij moet worden opgemerkt dat de verschillen in lastenpotentie tussen de gemeenten in belangrijke mate worden gecompenseerd door het verdeelsysteem van het gemeentefonds. Daardoor zijn de verschillen in tarieven tussen de gemeenten in belangrijke mate het gevolg van het verschil in kwantiteit en kwaliteit van de lokale voorzieningen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de beleidsuitvoering. Hierbij is een normerende, sturende en controlerende functie voor het bestuur weggelegd. Dit laatste niet alleen om de lastendruk te beheersen maar evenzeer om na te gaan of de burger waar voor zijn geld krijgt. In onderstaande grafiek zijn de woonlasten voor meerpersoonshuishouden 2022 in de regiogemeenten weergegeven. Deze gegevens zijn overgenomen uit de "Atlas van de lokale lasten 2022" die is uitgegeven door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO). In onderstaande grafiek worden de tarieven van de belastingdruk 2022 per woonruimte, met vergelijkingsjaar 2021 van de regiogemeenten weergegeven.
70
Kwijtschelding/minimaregeling
Op grond van de “Kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen gemeente Someren” kan kwijtschelding worden verleend voor het betalen van de afvalstoffenheffing. Of een belastingplichtige in aanmerking komt voor kwijtschelding, wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en vermogenstoets op grond van door het Rijk vastgestelde normen. Bij de berekening van de kwijtschelding worden de kosten van bestaan binnen een bepaalde bandbreedte gesteld op 90% van het inkomen van de belastingschuldige. Gemeenten mogen een ruimer kwijtscheldingsbeleid voeren door dit percentage te verhogen tot maximaal 100%. De gemeente Someren voert een ruimer kwijtscheldingsbeleid en gaat uit van 100%. De behandeling van kwijtscheldingsverzoeken wordt vanaf 2018 voor de gemeente Someren uitgevoerd door de Belastingsamenwerking Oost-Brabant. Jaarlijks wordt door ruim 100 belastingplichtigen uit de gemeente Someren kwijtschelding aangevraagd, naast de kwijtscheldingen die door BSOB automatisch worden verleend. Daarnaast kunnen bewoners een beroep doen op de minimaregeling.
Berekening van kostendekkendheid De leges die geheven worden voor door de gemeente geleverde producten en diensten mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Dat wil zeggen dat de begrote opbrengsten niet hoger mogen zijn dan de begrote kosten. Per legescategorie (titel) stellen we vast wat de verwachte kosten zijn. Aan de hand hiervan bepalen we de opbrengst en het tarief. Voor het bepalen van de kostprijs wordt gebruik gemaakt van de Activity Based Costing methode. Bij deze methode worden alle handelingen om te komen tot een prestatie onderzocht en vervolgens vermenigvuldigd met een uurtarief van de behandelend ambtenaar of team. Dit uurtarief wordt verhoogd met een opslag van 100% voor overhead*. De kostendekkendheid wordt vastgesteld per titel. Titel
Algemene dienstverlening Fysieke leefomgeving Europese dienstenrichtlijn
Kosten
Opbrengst
Percentage kostendekkendheid
€ 327.000
€ 304.000
92,9%
€ 1.562.000
€ 1.168.000
74,7%
€ 12.000
€ 8.000
66,6%
* Definitie overheadkosten volgens de “Notitie overhead van de commissie BBV”: Overheadkosten zijn de kosten die verhaald mogen worden welke weliswaar niet rechtstreeks samenhangen met de verleende dienst, maar wel in enig verband hiermee staan.
71
Paragraaf: Verbonden partijen Verbonden partijen betreffen organisaties en instellingen waarin een gemeente zowel een bestuurlijk als financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake als de gemeente de middelen, die aan een partij ter beschikking zijn gesteld, niet terugkrijgt bij faillissement van die partij of indien financiële problemen bij de derde partij kunnen worden verhaald bij de gemeente. Bij een bestuurlijk belang gaat het om het hebben van zeggenschap van de gemeente in een derde partij, hetzij omdat de gemeente een zetel in het bestuur heeft, hetzij omdat ze via aandelen mee kan stemmen. Vanwege deze belangen en daarmee gepaard gaande risico’s is het gewenst dat in de begroting en jaarstukken aandacht wordt besteed aan derde rechtspersonen, waarmee de gemeente Someren een bestuurlijke en financiële band heeft. In deze paragraaf worden deze nader toegelicht. De verbonden partijen worden hierbij opgesplitst in: 1. gemeenschappelijke regelingen 2. stichtingen / verenigingen 3. coöperaties / vennootschappen In onderstaand financieel overzicht wordt de bijdrage per verbonden partij getoond verdeeld per jaarschijf.
Financieel overzicht Jaar-
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
rekening
2022 na
2021
wijziging
2023
2024
2025
2026
Gemeenschappelijke regelingen Peelgemeenten
2.052
2.207
2.297
2.297
2.297
2.297
Werkbedrijf Atlant De Peel (Senzer)
677
998
1.059
1.059
1.059
1.059
Veiligheidsregio Brabant - Zuidoost
1.042
1.100
1.137
1.137
1.137
1.137
Belastingsamenwerking Oost - Brabant
382
312
355
355
355
355
Omgevingsdienst Zuidoost Brabant
661
610
862
862
862
862
Metropoolregio Eindhoven
271
274
281
281
281
281
GGD Brabant Zuidoost
703
676
741
741
741
741
ICT-NML
315
614
702
702
702
702
Blink
1.464
1.713
1.638
1.638
1.638
1.638
Totaal
7.567
8.504
9.072
9.072
9.072
9.072
222
109
109
109
109
109
Stichtingen en verenigingen Stichting Bureau Inkoop en aanbestedingen
72
Zuid-Oost Brabant (BIZOB) Stichting Beheer en Exploitatie Veiligheidshuis
5
5
5
5
5
5
Brabant Zuidoost
0
0
0
0
0
0
227
114
114
114
114
114
Coöperatieve Bosgroep Zuid-Nederland U.A.
39
52
49
49
49
49
NV Bank Nederlandse Gemeenten
-41
-39
-39
-39
-39
-39
Brabant Water NV
0
0
0
0
0
0
Totaal
-2
13
10
10
10
10
Totaal Vennootschappen en coöperaties
Bedragen X € 1.000
73
Gemeenschappelijke regelingen Naam
Blink
Vestigingsplaats
Helmond