Ontwerpbestemmingsplan_Officierscasino Soesterberg
Tekst van het document
Doorwerking planinitiatief In de omgeving van het plangebied bevinden zich veel bestaande woningen en is geen gezoneerde industrie en/of spoorwegverkeer aanwezig. Nader onderzoek naar zowel industrielawaai en/of spoorwegverkeerlawaai is derhalve niet noodzakelijk. Het plangebied ligt binnen de geluidscontouren van zowel de Kampweg als de Rijksweg A28, derhalve is voor onderhavig bestemmingsplan een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. In het onderzoek is ook bekeken of de ontwikkeling invloed heeft op het geluidsniveau bij bestaande woningen aan de Kampweg en Kamerlingh Onneslaan. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 10. In het onderzoek is ook de geldende 'Nota geluidbeleid' van de gemeente Soest betrokken. De Kamerlingh Onneslaan gaat na 30 meter vanaf de kruising met de Kampweg in beide richtingen over in een 30 km/uur zone en heeft daarom formeel gezien geen geluidszone. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidsbelasting afkomstig van deze wegvakken wel bepaald.
56
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’ Resultaten akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai binnen het plangebied Uit onderzoek blijkt dat op de westelijke gevel van het appartementengebouw A sprake is van een geluidsbelasting van 50 dB ten gevolge van de Kampweg. Op de westelijke geval van gebouw B wordt met 48 dB net voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Op de overige gevels van gebouw A en op de gevels van gebouw B en C wordt overal ruim voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De geluidsbelasting vanwege de Kamerlingh Onneslaan bedraagt ten hoogste 40 dB en van de A28 ten hoogste 45 dB (inclusief correctie conform artikel 110g Wgh). Hiermee wordt voor beide wegen voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
Resultaten akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai bestaande woningen vanwege de Kampweg en Kamerling Onneslaan Vanwege de ontwikkelingen binnen het plangebied zal de verkeersgeneratie in en rondom het plangebied toenemen. Middels akoestisch onderzoek is beoordeeld wat de geluidsbelasting is in de huidige situatie (zonder plan) en de toekomstige situatie vanwege de Kampweg en de Kamerlingh Onneslaan. Kampweg Uit onderzoek blijkt dat de hoogste toename van de geluidsbelasting ten opzichte van de huidige situatie 1,29 dB bedraagt voor de woning aan de Kampweg 26. Zowel in de huidige als toekomstige situatie is met een geluidsbelasting van respectievelijk 52 en 54 dB sprake van een acceptabel woonen leefklimaat. Maatgevend voor de woningen direct aan de Kampweg is de Kampweg 12. In de bestaande situatie bedraagt de geluidsbelasting (afgerond) ten hoogste 60 dB. In de toekomstige situatie is er sprake van een toename van 0,78 dB, de geluidsbelasting zal daarmee 61 dB bedragen. In de toekomst zal de maximale rijsnelheid van de Kampweg wordt gewijzigd van 50 km/uur naar 30 km/uur, zoals toegelicht in paragraaf 2.3.4. Er is dan overal sprake zijn van een afname van de geluidsbelasting ten opzichte van de huidige situatie.
Kamerling Onneslaan Uit onderzoek blijkt dat de hoogste toename van de geluidsbelasting ten opzichte van de huidige situatie 0,75 dB bedraagt voor de woning aan de Kampweg 38. Zowel in de huidige als toekomstige situatie is met een geluidsbelasting van respectievelijk 14 en 15 dB sprake van een acceptabel woonen leefklimaat. Maatgevend voor de woningen nabij de Kamerling Onneslaan is de Vliegtuiglaan 1. In de bestaande situatie bedraagt de geluidsbelasting 57 dB. In de toekomstige situatie is er sprake van een afname van 0,24 dB en zal de geluidsbelasting 57 dB bedragen. Het menselijk gehoor kan verschillen in geluidsniveaus tot 1 dB niet of nauwelijks waarnemen, derhalve kan gesteld worden dat het bestaande woon- en leefklimaat niet aangetast wordt Conclusie Het treffen van geluidwerende maatregelen aan de Kampweg stuit op overwegende bezwaren van financiële, verkeerskundige en stedenbouwkundige aard. Er wordt voldaan aan de voorwaarden van het gemeentelijk geluidsbeleid ten aanzien van hogere waarde. Het bevoegd gezag dient conform het gemeentelijk geluidsbeleid voor de westgevel van gebouw A (ter plaatse van de rekenpunten GA-W01 t/m GA-WA06) een hogere waarde van 50 dB vast te stellen.
Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan bovendien geconcludeerd worden dat de ontwikkelingen binnen het plangebied en het extra verkeer op de Kampweg en Kamerlingh Onneslaan niet zal leiden tot een onaanvaardbare geluidssituatie ter plaatse van de bestaande woningen. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
(ontwerp)
57
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’
5.6
Luchtkwaliteit
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer, titel 5.2; ofwel de Wet luchtkwaliteit. Het uitgangspunt bij ruimtelijke planvorming is dat een project niet leidt tot overschrijding van luchtkwaliteitsnormen. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden opgenomen voor een aantal stoffen die als verontreiniging in de lucht voorkomen. In de praktijk richt de aandacht zich vooral op de stoffen stikstofdioxide en fijnstof (PM10 en PM2,5). Van deze stoffen komen in Nederland concentraties voor die in de buurt van de grenswaarde liggen. De overige stoffen die in bijlage 2 zijn genoemd liggen over het algemeen ver onder de grenswaarden. De grenswaarden van de stikstofdioxide en fijnstof zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet.
Stof
Grenswaarde
Geldig
Stikstofdioxide (NO2) Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
Vanaf 2015
Fijn stof (PM10)
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
Vanaf 11 juni 2011
24-uurgemiddelde concentratie
Max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m3
Vanaf 11 juni 2011
Jaargemiddelde concentratie
25 µg/m3
Fijn stof (PM2,5)
Toetsing van
Tabel 1 Grenswaarden Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit uitoefenen indien: de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d). In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied.
Met grof stof wordt rekening gehouden bij de milieuzonering, dit wordt niet in het kader van luchtkwaliteit meegenomen. Besluit niet in betekenende mate (nibm) De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate, ofwel niet in betekenende mate (nibm), leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. In het Besluit niet in betekenende mate (nibm) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: Een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; Een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of niet meer dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen.
58
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’ Door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is in samenwerking met Kenniscentrum InfoMill een rekentool ontwikkeld waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen aan de luchtkwaliteitseisen kan worden vastgesteld. Alleen het extra aantal voertuigbewegingen en het aandeel vrachtverkeer worden ingevoerd. Voor de overige invoergegevens is de NIBM-tool uitgegaan van worst-case omstandigheden. Met deze beperkte invoergegevens wordt vastgesteld of een plan 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan luchtverontreiniging.
Doorwerking plangebied De verschillende waarden en concentraties van stoffen in de lucht wordt gemonitord. Deze waarden zijn beschikbaar en inzichtelijk op de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Aan de hand van deze tool is zichtbaar dat de luchtkwaliteit in de huidige situatie van voldoende kwaliteit is. De ontwikkelingen binnen het plangebied, circa 107 zorgkamers en circa 104 appartementen, liggen ver beneden de drempelwaardes van het 'besluit niet in betekende mate' waardoor er geen negatief effect op de luchtkwaliteit ter plaats te verwachten valt. In figuur 17 is een uitsnede van de NSL - monitoringstool toegevoegd. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.
Figuur 17: PM10 en N02 concentratie. Plangebied rood omlijnd (bron: NSL monitoringstool viewer)
(ontwerp)
59
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’
5.7
Bedrijven- en milieuzonering
In het kader van de Wet milieubeheer en op basis van het principe 'een goede ruimtelijke ordening' moet in nieuwe situaties rekening gehouden worden met (wenselijke) afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. In de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009) is een lijst met richtafstanden opgenomen. Deze lijst bevat een overzicht van milieubelastende activiteiten en de daarbij behorende richtafstanden voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De genoemde richtafstanden moeten bij voorkeur worden aangehouden tot milieugevoelige functies, zoals woningen. De grootste richtafstand is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. De categorieën zijn als volgt: Milieucategorie
Gemengd gebied
Rustige woonwijk
1
0 meter
10 meter
2
10 meter
30 meter
3.1
30 meter
50 meter
3.2
50 meter
100 meter
4.1
100 meter
200 meter
4.2
200 meter
300 meter
Tabel 2: richtafstanden VNG - brochure De richtafstanden gaan uit van gemiddelden. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden uitgevoerd, dan kan gemotiveerd worden aangegeven wat de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting is. Het projectgebied kan aangemerkt worden als een rustige woonwijk. Het waar nodig scheiden van milieubelastende activiteiten en milieugevoelige gebieden en functies bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: Het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Doorwerking planinitiatief Met het project worden geen bedrijfsactiviteiten mogelijk gemaakt. Het project maakt een combinatie van zorg en wonen (met bijbehorende voorzieningen) mogelijk. De functie van het gebouw en perceel wijzigen daarbij. Nu zijn functies verwant aan de activiteiten van defensie in het gebouw en op het perceel mogelijk. Rondom het projectgebied zijn vooral woningen gesitueerd. In de aangrenzende woonwijken zijn enkele bedrijfsfuncties gevestigd en aan de zuidoostzijde van het plangebied, aan de Kampweg, is het militaire Centrum voor Mens en Luchtvaart gevestigd.
De nabij gelegen bedrijven zijn op figuur 18 aangeduid met een rode cirkel. In de regels van het vigerende bestemmingsplan is opgenomen dat op deze percelen bedrijven met milieucategorie 1 en 2 zijn toegestaan. De richtafstanden voor bedrijven met deze milieucategorie zijn ten hoogste 30 meter. Geconcludeerd kan worden dat aan de richtafstanden uit de VNG-brochure wordt voldaan. In het overige deel van het plangebied zijn geen bedrijven gelegen die van invloed zijn op het projectgebied. Het milieuaspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
60
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’
Figuur 18: Projectgebied (geel omcirkeld) ten opzichte van nabij gelegen kantoren en bedrijven (rood omcirkeld)
5.8
Kabels en leidingen
Er kunnen planologisch relevante kabels en/of leidingen in het plangebied liggen. Ze kunnen ook in de omgeving voorkomen. Voorbeelden zijn hoofdnutsvoorzieningen. Dit kunnen leidingen voor het transport van giftige, brandbare en/of ontplofbare stoffen zijn. Daarnaast zijn aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen en afvalwaterleidingen ook voorbeelden. Deze leidingen worden bestemd als ze voorkomen in het gebied. Met het geldende bestemmingsplan kan worden vastgesteld welke maatregelen, overleggen en/of rapporten nodig zijn voor een ruimtelijke ontwikkeling. Op basis van het geldende bestemmingsplan kan dan vastgesteld worden welke maatregelen, overleggen en/of rapporten noodzakelijk zijn om een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken. Doorwerking planinitiatief Op basis van het geldende bestemmingsplan 'Soesterberg' kan geconcludeerd worden dat er binnen en direct rondom het plangebied geen planologisch relevante kabels en/of leidingen aanwezig zijn. Er kunnen ook niet planologisch relevante kabels en leidingen binnen het plangebied liggen. Voor het plangebied is daarom een KLIC-melding gedaan. In het plangebied zijn enkele reguliere huisaansluitingen aanwezig voor gas, water, elektra en data. Dit zijn geen planologisch relevante kabels en/of leidingen. Initiatiefnemer zal voorafgaand aan de werkzaamheden met de desbetreffende leidingbeheerders afstemming zoeken.
Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.
(ontwerp)
61
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’
5.9
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid voor de omgeving van een inrichting met gevaarlijke stoffen en/of transport van gevaarlijke stoffen. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. Daarbij kunnen de volgende bronnen worden onderscheiden: Inrichtingen: risico's van onder andere tankstations met LPG, gevaarlijke stoffen (PGS-15)opslagplaatsen en ammoniakkoelinstallaties; Transport van gevaarlijke stoffen over de weg; Transport van gevaarlijke stoffen per spoor; Transport van gevaarlijke stoffen over het water; Transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een denkbeeldige persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De norm (één op één miljoen per jaar) geldt voor kwetsbare objecten als grenswaarde en voor beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Dit betekent dat er als gevolg van een ongeval - in theorie - per jaar slechts één persoon op een miljoen mensen mag overlijden. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is de kans op een ongeval met veel dodelijke slachtoffers. Hierbij wordt gekeken naar de werkelijk aanwezige bevolking en de verspreiding van die bevolking rond een risicobron.
Bepaald wordt hoe groot de kans is op tien, honderd of meer slachtoffers tegelijk onder die bevolking. Groepsrisicoberekeningen beogen maatschappelijke ontwrichting inzichtelijk te maken. Het groepsrisico is afhankelijk van de omvang van het ongeval. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet het groepsrisico worden verantwoord (VGR). Vanzelfsprekend speelt de hoogte van het groepsrisico een rol, ook de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid maken onderdeel uit van de verantwoordingsplicht. De risicomaten zijn vastgelegd in diverse besluiten en beleidsnota's. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen, zoals deze op dit moment luiden (REVI II), zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen vastgelegd. De normstelling voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (voor zowel weg, spoor als water) is gebaseerd op de Nota Risico Normering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS) die reeds is vervallen. De nota heeft geen wettelijk bindende werking, maar is niet vrijblijvend. Voor buisleidingen geldt sinds 1 januari 2012 de regeling 'Besluit externe veiligheid buisleidingen'.
Doorwerking plangebied Nieuwe woningen en zorgeenheden worden in de wet aangemerkt als 'kwetsbare objecten', waardoor dit aspect nader beschouwd dient te worden. In figuur 19 is een uitsnede van de risicokaart weergegeven. Er ligt slechts één risicobron, de A28, nabij onderhavig plangebied. De A28 is opgenomen in de regeling basisnet. Er vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over deze weg. De PR 10 -6 bedraagt slechts 13 meter bezien vanaf het hart van de weg, zoals in onderstaande afbeelding te zien rijkt deze niet tot onderhavig plangebied. Het plaatsgebonden risico vormt dus geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling. Op basis van de risicokaart en het vigerende bestemmingsplan 'Soesterberg' ligt de locatie niet in het invloedsgebied van een transportroute, buisleiding en/of een inrichting. Het groepsrisico vormt dus geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling. Nader onderzoek naar externe veiligheid is niet aan de orde. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.
62
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’
Figuur 19 Risicobronnen nabij het plangebied (plangebied rood omlijnd) (bron: risicokaart.nl)
(ontwerp)
63
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’
5.10
Water
Nationaal waterbeleid In de afgelopen decennia heeft Nederland meerdere keren te kampen gehad met wateroverlast. Dit heeft geresulteerd in een omslag in het waterbeleid en het denken over water. Het kabinet heeft in december 2000 voor het Waterbeleid 21e eeuw drie uitgangspunten opgesteld, te weten: anticiperen in plaats van reageren niet afwentelen van waterproblemen op het volgende stroomgebied, maar handelen volgens de drietrapsstrategie van vasthouden-bergen-afvoeren en meer ruimtelijke maatregelen naast technische ingrepen. Belangrijk onderdeel in het waterbeleid is de watertoets. Nieuwe plannen en projecten moeten worden getoetst aan de effecten op veiligheid, wateroverlast en verdroging. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen. Het Waterbeleid 21e eeuw richt zich derhalve primair op het voorkomen van wateroverlast door overstroming vanwege veel neerslag in een korte tijd. Hieruit volgen richtlijnen voor de ruimtelijke inrichting van het gebied om wateroverlast tegen te gaan en de mogelijke technische maatregelen die kunnen worden ingezet, ingedeeld in de voorkeursvolgorde van vasthouden, bergen en afvoeren.
De doelstelling van deze maatregelen is een afvoer te krijgen die niet groter is dan de landbouwkundige afvoer. Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Een belangrijke verandering na het in werking treden van de Waterwet is de onderverdeling in het bevoegde gezag met betrekking tot directe en indirecte lozingen. Alle indirecte lozingen vallen onder het Wabo bevoegde gezag (gemeente en provincie). Alle directe lozingen vallen onder het bevoegde gezag voor de Waterwet (waterschappen voor de regionale wateren en Rijkswaterstaat voor de Rijkswateren). De directe lozingen vallen onder de Waterwet (Wtw). De indirecte lozingen zijn opgegaan in de Wet milieubeheer (Wm) en vallen inmiddels onder de omgevingsvergunning (Wabo).
Provinciaal waterbeleid Het provinciaal beleid is onder andere verwoord in het ‘Provinciaal Bodem-, Water- en Milieuplan Utrecht 2016-2021’ (verder: PMWP). Het PMWP staat voor samenwerken aan een provincie waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Het plan vormt de strategische basis voor het Utrechtse waterbeleid en waterbeheer, voor de korte en lange termijn. Het Waterplan houdt rekening met duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het is een breed gedragen beleidsplan, omdat het tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met veel belanghebbende (water)partijen. Door de provincie zijn grondwaterbeschermingsgebieden vastgesteld. De planlocatie bevindt zich juist tussen de gebieden Soestduinen (noordoost) en Beerschoten (west).
Beleid waterschap Vallei en Veluwe Het plangebied valt binnen het beheersgebied van waterschap Vallei en Veluwe. Het waterbeleid is neergelegd in het waterbeheerprogramma 2016-2021 ‘Partnerschap als watermerk'. Het waterbeheerplan is een strategisch document, gebaseerd en afgestemd op de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Waterplan en het Provinciaal Waterplan. Hierin staan de doelen en de wijze om deze te behalen weergegeven. Omdat bij een neerslaggebeurtenis het watersysteem dan wel de leefomgeving moet blijven functioneren is het uitgangspunt dat de neerslag die valt niet meer belasting mag veroorzaken dan dat er bij een onverharde situatie zou zijn geweest. Bij het bepalen van de maatgevende bui is uitgegaan van de neerslaggebeurtenissen die door het KNMI zijn bijgehouden. Daarbij zijn meerdere neerslaggebeurtenissen aan te wijzen (korte en langere buien).
64
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’ Gemeentelijk waterbeleid Door de gemeente Soest is, in samenwerking met de gemeente Baarn, een gemeentelijk water- en rioleringsplan Baarn en Soest 2018-2022 opgesteld. Uit het waterplan volgt dat door de ligging van Soesterberg op een stuwwal sprake is van grondwateraanvulling (infiltratie) en dat door de grondopbouw geen oppervlaktewater aanwezig is. In het gemeentelijk water- en rioleringsplan vastgelegd dat bij nieuwbouwplannen waterneutraal’ ontworpen dient te worden. Uitgangspunt in het huidige beleid van gemeente is dat planontwikkeling moet aansluiten bij een duurzaam en toekomstbestendig integraal waterbeheer.
Doorwerking planinitiatief Water is een belangrijk aspect binnen de ruimtelijk ordening. Om het aspect water op de juiste manier te betrekken binnen het bestemmingsplan is nader onderzoek verricht. Het uitgevoerde wateronderzoek inclusief infiltratieonderzoek is in z'n volledigheid toegevoegd als bijlage 4. Bestaande situatie In de huidige situatie is het plangebied gedeeltelijk verhard. In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen watergangen aanwezig. Het plangebied is verder niet gelegen in een gebied dat is aangewezen als boringsvrije zone, grondwaterbeschermingsgebied, reserveringsgebied waterberging of ecologische verbindingszone. Op de locatie zijn een tweetal gebouwen aanwezig. Te weten het te behouden Officierscasino (circa 2.130 m2) en het te slopen noordelijk bijgebouw (circa 750 m2). Beoogde nieuwe situatie Het noordelijke bijgebouw zal worden gesloopt. Er is sprake van vervangende nieuwbouw van circa 2538 m2 bebouwd verhard oppervlak. De gehele noordelijke bebouwing zal worden onderkelderd, waardoor de bebouwing gezien moet worden als bebouwd terrein. Er vindt eerst sloop plaats waardoor alle nieuwbouw als toename wordt gezien. Aanvullend zal rondom de bebouwing de verharding worden vervangen. De oppervlakte van de toekomstige gebouw A bedraagt 4.970 m 2. Aan de zuidzijde van het hoofdgebouw zal een gebouw van circa 893 m2 worden gebouwd.
Het terrein is nu voor ongeveer 20% verhard met klinkers, het overige deel is momenteel onverhard. Rondom de bebouwing zal de oppervlakte bestratingen gelijk blijven. Aangezien de bestemming van de te behouden bebouwing wijzigt wordt het totaal aan bebouwd oppervlak als ‘nieuw verhard oppervlak’ beschouwd. Derhalve is sprake van een nieuw verhard oppervlak van circa 2969 m 2. Verspreid over het gehele plangebied zal circa 3.466 m2 verharding en 1.174 m2 halfverharding worden aangelegd bestaand uit o.a. rijwegen, parkeerplaatsen en (wandel)paden. Grondwater De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) is, op basis van gegevens van het DINO-loket, circa 4,4 m +NAP en 13 m-mv. Uit een recent uitgevoerd verkennend bodemonderzoek volgt dat tot 0,7-1,0 m-mv sprake is van zwak ziltig en zwak grindig matig fijn zand. Vanaf 0,7-1,0 m-mv is sprake van matig grof zand. Afvalwater Het vuilwater wordt aangesloten op de bestaande riolering in Soesterberg. Deze heeft voldoende capaciteit voor het verwerken van het vuilwater van de extra woningen. Door de afkoppeling van het regenwater van het hoofdgebouw zal sprake zijn van een afname van het vuilwateraanbod. Vervuiling van het regenwater dient te worden voorkomen door het gebruik van duurzame materialen en productiewijzen voor te schrijven. Dit wordt getoetst bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen.
(ontwerp)
65
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’ Uitwerking eis toekomstige waterhuishouding Het hemelwater en vuilwater dient gescheiden te worden ingezameld. Conform het beleid van de gemeente Soest geldt voor een infiltratievoorziening met een statische berging op zandgronden een berging van 25-30 mm/m2. Hierbij wordt rekening gehouden met een noodvoorziening wanneer de berging vol is. Het regenwater van gebouw B (hoofdgebouw) en gebouw C (uitbreiding) wordt volledig geïnfiltreerd. Gebouw A zal gedeeltelijk worden voorzien van een daktuin, welke zal dienen als retentiedak. Het retentiedak heeft een vertragingsfactor van 100 L/m 2 ofwel een bergingscapaciteit van 100 mm. Aangezien de bergingscapaciteit van de retentiedaken groter is dan de benodigde berging van de infiltratievoorziening behoeft dit deel, in lijn met het beleid van waterschap Vallei en Veluwe, niet te worden meegenomen in de bepaling van de benodigde berging. Aan de zuidzijde wordt een hellingsbaan aangelegd, welke de toegang vormt tot de parkeergarage. Vanwege de belasting door verkeer zal dit deel van het verhard oppervlak worden aangesloten op het vuilwaterriool. Voor het overige wordt het regenwater geïnfiltreerd binnen het plangebied. Het hemelwater dat ter plaatse van de (half)verhardingen (totaal 4.640 m2) valt zal afstromen naar de omliggende groene omgeving.
Indien klinkers of tegels als verharding worden toegepast zal een beperkt deel direct infiltreren. Gelet op de goede doorlatendheid van de bodem zal het infiltreren in de omliggende groene omgeving, evenals tijdens de huidige situatie, niet tot wateroverlast leiden. Ten slotte zal centraal in het plangebied een wadi aangelegd worden, welke zal dienen als overstroom-/noodvoorziening voor de infiltratievoorzieningen. Op basis van de vergelijking tussen de bestaande en toekomstige situatie zal het verhard oppervlak toenemen met circa 12.579 m2 (7.939 m2 bebouwing en 4.640 m2 verhardingen). Het regenwater van 5.853 m2 (bebouwd terrein, zonder retentiedak) dient te worden geïnfiltreerd. Hiervoor dient een infiltratievoorziening te worden aangelegd waarin tenminste 175,7 m3 regenwater kan worden geborgen. In onderstaande tabel is berekening helder uiteengezet.
Tabel 3: berekening verhard oppervlak herontwikkeling Officierscasino Soesterberg
Conclusie Op de locatie zal een oppervlak van circa 7.939 m2 worden bebouwd, waarvan 1.863 m2 wordt voorzien van retentiedaken. Rondom de bebouwing zal 4.640 m 2 (half)verharding worden aangelegd, welke zal afwateren op omliggend groen. Op basis van de bergingsopgave van 30 mm dient een infiltratievoorziening te worden aangelegd met een volume van tenminste 175,7 m 3. Gelet op de doorlatendheid van de bodem (rapport Archimill, PH-190828, d.d. 20 januari 2020) en de omvang van het plangebied is de inpassing van infiltratievoorzieningen goed mogelijk. Voor de infiltratie van hemelwater zijn diverse varianten toepasbaar, zoals reeds genoemd. Met de voorgestelde invulling van het watersysteem voldoet het planinitiatief aan het beleid van de gemeente Soest.
66
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’
5.11
Verkeer en parkeren
Het toevoegen van 104 appartementen en een woonzorgcomplex met 107 kamers genereert extra verkeersstromen en heeft effect op het bestaande wegennet. Hieronder volgt een beschrijving van de verkeerskundige aspecten in relatie tot het plangebied.
5.11.1 Verkeersgeneratie In het kader van de planontwikkeling is door adviesbureau Royal HaskoningDHV een verkeerskundig rapport opgesteld met een analyse van de impact die het planinitiatief heeft op de verkeersintensiteiten in Soesterberg (zie bijlage 11). Wegcategorisering De wegen in de bebouwde kom van Soesterberg hebben een verblijfsfunctie en hebben op termijn alle een maximum snelheid van 30km/u. De Kampweg is aangewezen als erftoegangsweg en heeft naast een verblijfsfunctie ook een functie voor de bereikbaarheid van de aangrenzende woonwijken (Erf-toegangsweg type A). De afwaardering van de wegen naar 30 km per uur leidt onder meer tot een herverdeling van een deel van het verkeer over de diverse wegen binnen de bebouwde kom en daardoor tot een wijziging van het huidige verkeersbeeld. Autonome toename verkeersintensiteiten tot 2030 De gemeente Soest beschikt voor de prognose van de verkeersintensiteiten over het "Verkeersmodel Regio Amersfoort". Dit model is opgesteld in opdracht van Rijkswaterstaat Midden Nederland, provincie Utrecht en de gemeenten Amersfoort, Leusden, Woudenberg, Nijkerk, Baarn en Soest. Het verkeersmodel geeft inzicht in de huidige verkeersstromen en intensiteiten, maar geeft ook een prognose voor de toekomst (prognosejaar 2030).
Het verkeersmodel gaat voor een scenario zonder de ontwikkeling van het Officierscasino uit van de volgende intensiteiten in prognosejaar 2030 (dit zijn de bewegingen in beide rijrichtingen bij elkaar opgeteld): Kampweg, ter hoogte van de bestaande inrit van het Officierscasino 1.850 mvt/etmaal Kampweg, na de kruising met de Kamerlingh Onneslaan ri. A28 2.770 mvt/etmaal Kampweg, ter hoogte van kruispunt Rademakerstraat/Banningstraat 2.350 mvt/etmaal Toename verkeersintensiteiten tot 2030 als gevolg van planinitiatief Het verkeersmodel gaat voor een scenario inclusief de ontwikkeling van het Officierscasino uit van de volgende intensiteiten in prognosejaar 2030: Kampweg, ter hoogte van de bestaande inrit van het Officierscasino 2.310 mvt/etmaal Kampweg, na de kruising met de Kamerlingh Onneslaan ri. A28 3.080 mvt/etmaal Kampweg, ter hoogte van kruispunt Rademakerstraat/Banningstraat 2.805 mvt/etmaal De berekening van HaskoningDHV geeft aan dat ter hoogte van het Officierscasino de verkeersbewegingen toenemen met 460 en ter hoogte van het kruispunt met de Rademakerstraat met 465 verkeersbewegingen. Conclusie HaskoningDHV concludeert dat de huidige wegprofielen de toekomstige verkeersintensiteiten goed kunnen verwerken. Op alle betrokken wegen blijft de intensiteit ruim onder de 5.000 mvt/etmaal.
De verwachte verkeerssituatie voldoet volgens HaskoningDHV ook aan de eisen vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid.
(ontwerp)
67
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’
5.11.2 Parkeren Parkeerbeleid gemeente Soest De parkeerbehoefte dient te worden bepaald aan de hand van de parkeernormen die zijn vastgelegd in de 'Nota parkeernormen auto en fiets, 4e herziening' van de gemeente Soest, zoals vastgesteld op 14 oktober 2021. In deze nota zijn per functie en type de parkeernormen in tabellen opgenomen. Er kan gekozen worden voor de reguliere parkeernorm ( ) of voor de parkeernorm inclusief een oplossing met fiets parkeren ( ). In voorliggend bestemmingsplan en het beoogde bouwplan is gekozen voor toepassing van de parkeernorm inclusief fietsparkeren. Wonen Gebouw A valt binnen de bestemming 'Wonen-Gestapeld' waarvoor onderstaande normen gelden. In het beoogde bouwplan is gekozen voor toepassing van de parkeernorm inclusief fietsparkeren.
Tabel 5: parkeernomen bestemming wonen gemeente Soest Maatschappelijk Het woonzorgcomplex (gebouw B en C) valt binnen de bestemming Maatschappelijk, type zorgwoningen. Hiervoor geldt een parkeernorm van 0,6 per zorgkamer.
Tabel 6: parkeernormen maatschappelijke functies gemeente Soest Voor gemeenschappelijke ruimtes in een woonzorgcomplex gelden geen parkeernormen voor zover deze ruimtes uitsluitend bestemd zijn voor (de verzorging van) bewoners of direct daaraan gekoppelde activiteiten en deze ruimtes niet door derden worden gebruikt. Het multifunctionele gebruik van een deel van de grote zaal van het Officierscasino wordt binnen de systematiek van de Parkeernota getypeerd als "wijkcentrum" en kwalificeert als ondergeschikte functie.
68
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’ Doorwerking planinitiatief In de parkeergarage onder het woongebouw worden 104 parkeerplaatsen exclusief toegewezen aan de bewoners van de appartementen. Alle overige parkeerplaatsen van het woongebouw alsmede die van het woonzorgcomplex zijn openbaar toegankelijk en beschikbaar voor dubbelgebruik. Voor het planinitiatief is een parkeerbalans opgesteld, zie bijlage 12. Uit deze berekening volgt een benodigd aantal van 219 parkeerplaatsen. Copijn Landschapsarchitecten heeft in samenwerking met architectenbureau Kollhoff & Pols een terreininrichtingsplan opgesteld. De oorspronkelijke oprijlaan wordt als hoofdentree gehandhaafd. De parkeerplaatsen op maaiveld zijn dusdanig ingepast dat het aanwezige groen gerespecteerd wordt. Het hart van het gehele kavel is vrijgehouden van parkeren waardoor een open verblijfsruimte in het park kan worden gecreëerd. Figuur 20 geeft een impressie van de toekomstige parkeersituatie op maaiveld.
Figuur 20 Inrichtingsvoorstel parkeerplaatsen op maaiveld (bron: Copijn) Conclusie Het woongebouw beschikt over een ondergrondse parkeergarage met 141 plaatsen voor bewoners en bezoekers. Verder zijn op maaiveld ter plaatse van de toegangsroute naar de parkeergarage 15 parkeerplaatsen opgenomen. Deze zijn bedoeld voor bezoekers van het woongebouw, daarmee komt het totaal aantal parkeerplaatsen voor wonen op 156, waarvan 52 openbaar toegankelijk. Het woonzorgcomplex beschikt in totaal over 67 openbaar toegankelijke parkeerplaatsen. Een belangrijk deel van die plaatsen ligt in het bosareaal langs de Kamerlingh Onneslaan. De gehele ontwikkeling voorziet daarmee in 156 plaatsen (wonen) + 67 plaatsen (zorg) = 223 autoparkeerplaatsen op eigen terrein. Daarvan zijn 119 plaatsen beschikbaar voor dubbelgebruik en zijn in de parkeergarage 104 plaatsen exclusief gereserveerd voor de bewoners.
Parkeerlocaties binnen het plangebied Gebouw A - ondergrondse parkeergarage
141
Gebouw A - op maaiveld
15
subtotaal Gebouw B/C
156 67
Subtotaal
67
Totaal
223
Tabel 7: Parkeervoorzieningen binnen het plangebied
(ontwerp)
69
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’ Op basis van de parkeernota zijn 219 parkeerplaatsen benodigd, er worden in totaal 223 parkeerplaatsen aangelegd. Op basis van de parkeerbalans wordt geconcludeerd dat het plan voldoet aan de gemeentelijke Parkeernota.
5.11.3 Wijzigingsbevoegdheid Officierscasino In de regels van voorliggend bestemmingsplan wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee de bestemming 'Maatschappelijk' gewijzigd kan worden naar een woonbestemming. Het bevoegd gezag kan de bestemming wijzigen als wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden. Eén voorwaarde is dat voldaan moet zijn aan de Parkeernota. Een woonbestemming heeft een andere parkeerbehoefte dan de bestemming "Maatschappelijk". Om te beoordelen of aan de Parkeernota kan worden voldaan is als eerste verkenning een concept planopzet gemaakt voor zelfstandige wooneenheden in het Officierscasino (gebouw B en C). Het resultaat is weergegeven in tabel 8.
Functie
Aantal
Parkeernorm
Totaal
Appartement (60 - 80 m2)
9
1,5
13,5
Appartement (80 - 120 m2)
19
1,8
34,2
Appartement (>120 m2)
8
2
16
Totaal (afgerond)
64
Tabel 8: globale parkeerbehoefte wijzigingsbevoegdheid Op basis van de concept planopzet is de parkeerbehoefte voor 36 woningen in totaal 64 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte voor het hele plangebied van het Officierscasino wordt in dat geval 236 parkeerplaatsen. Het planinitiatief zoals omschreven in hoofdstuk 4 omvat reeds 223 parkeerplaatsen. Aanvullend zijn in het kader van de wijzigingsbevoegdheid dan nog 13 extra parkeerplaatsen nodig. Deze kunnen in een openbaar toegankelijke parkeerkelder onder gebouw C gerealiseerd worden. Op basis van deze verkenning is de conclusie dat bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid voldaan kan worden aan de geldende Parkeernota. Een ontwikkeling met circa 36 woningen is inpasbaar als alternatief voor de bestemming "Maatschappelijk". Er zijn geen belemmeringen voor de geplande herontwikkeling en vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
70
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’
5.12
Stikstofemissie
Beleid Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) – dat juli 2015 van kracht werd – berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit leidde tot een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden die bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op (stikstofgevoelige habitattypen in) Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunningplichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb). Oftewel, ook relatief kleinschalige projecten dienen zorgvuldig op hun stikstofdepositie getoetst te worden om aan Europese regelgeving te kunnen voldoen.
Sinds de vernieuwing van AERIUS Calculator kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op relevant Natura 2000-gebied. Daarbij dient zowel de bouw/aanlegfase als de gebruiksfase doorgerekend te worden. Doorwerking plangebied Om de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan te toetsen is een Aerius-berekening uitgevoerd. Deze berekening is toegevoegd als bijlage 13. Hierbij is voor het planinitiatief op de locatie Kampweg 51 te Soesterberg de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000-gebieden berekend, uitgaande van de aanleg en het gebruik van 110 appartementen en 110 zorgwoningen alsmede ondergeschikte horeca. Bij deze berekeningen is voor de zekerheid enige marge aangehouden ten opzichte van het werkelijke (lagere) aantal appartementen en zorgwoningen in het planinitiatief. Conclusie In de berekening is uitgegaan van een worst-case scenario qua emissiewaarden. Desondanks blijkt dat de stikstofdepositie zowel in de realisatiefase als in de gebruiksfase voor geen van de Natura 2000-gebieden groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. De conclusie is dat het planinitiatief geen bijdrage levert aan de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden en er geen beletsel is voor de uitvoering van het planinitiatief.
(ontwerp)
71
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’
5.13
Bomeneffect analyse
5.13.1 Inventarisatie plangebied door Koenders & Partners Om de situatie binnen het plangebied in kaart te brengen heeft Koenders & Partners BV in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf een bomeninventarisatie uitgevoerd. Het rapport (met projectnummer: 170345) dateert van 23 maart 2018 en is toegevoegd als bijlage 14. Uit de bomenkaart van Soest blijkt dat het gehele terrein is aangewezen als categorie 1, namelijk bomenstructuren/parkwijk. Hierdoor is voor kappen van bomen in het plangebied een vergunning nodig indien de stamomtrek op 1,3 meter boven maaiveld meer is dan 30 cm.
5.13.2 Inventarisatie plangebied en Bomeneffecten analyse door Copijn Tijdens de planuitwerking is vastgesteld dat de inventarisatie van Koenders & Partners op een aantal punten afwijkt van de werkelijke situatie. In opdracht van de initiatiefnemer heeft Copijn Tuin - en Landschapsarchitecten de bomen in het plangebied opnieuw ingemeten (zie bijlage 14) en heeft bovendien een bomeneffectanalyse (BEA) uitgevoerd. Ten behoeve van de inpassing van de bouwvlakken, de wegen en de parkeervoorzieningen, is er voor gekozen om drie categorieën bomen te definiëren: 1. zeer waardevolle bomen of boomgroepen met een hoge toekomstverwachting en goede vorm; 2. twijfelbomen/ kwetsbare bomen (waardevolle bomen met een minder goede vorm en/of minder hoge toekomstverwachting); 3. niet te behouden/ niet duurzame bomen (dit zijn bomen die door hun vorm en conditie binnen 5 jaar problemen zullen geven en daardoor niet zinvol zijn in te passen). Daarnaast zijn er de overige bomen, waarbij behoud als uitgangspunt geldt maar die op zichzelf niet als specifiek waardevol zijn aan te merken. Een deel van deze bomen is daarbij als oorspronkelijk te kwalificeren, terwijl een ander deel is te kwalificeren als exoten (bomen die pas in een veel later stadium in het gebied terecht zijn gekomen, zoals bijvoorbeeld de Amerikaanse eik).
Het uitgangspunt is dat gezonde bomen worden behouden maar dat, indien bomen toch voor de aanleg van wegen of parkeervoorzieningen moeten wijken, getracht wordt dit primair via de kap van exoten op te lossen. De oorspronkelijke bomen krijgen in dat geval meer ruimte om verder te groeien. De bomenanalyse heeft tot een kwalificatie/indeling van de bomen binnen het plangebied geleid. In de rapportage in bijlage 15 is een volledige bomenlijst inclusief beoordeling opgenomen. Op basis van de aanbevelingen uit het rapport zijn het bouwplan en het terreinontwerp uitgewerkt. Voor de inpassing van bebouwing en terreinvoorzieningen geldt het volgende. Gebouwen De ruimte rondom de bouwvlakken van gebouw A en C zoals aangegeven in de Nota van Uitgangspunten is beperkt. De bouwvlakken zijn in het planinitiatief nu zo gepositioneerd dat er vrijwel overal minimaal 5 m afstand tussen gebouw en bomen overblijft. Wegen en parkeervoorzieningen De aanleg van wegen en parkeerplaatsen op maaiveld vraagt maatwerk. Het planinitiatief gaat uit van het handhaven van de aanwezige infrastructuur en de bestaande ontsluitingen op de openbare weg. In de groenzone langs de Kamerlingh Onneslaan wordt het parkeren ingepast tussen de bomen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat gezonde bomen behouden worden.
Indien voor de aanleg van het parkeren toch een boom gekapt moet worden, dan dient bij voorkeur te worden gekozen voor een exoot in plaats van een oorspronkelijke boom. Aan de hand van de uitgevoerde BEA is het parkeren op deze wijze zorgvuldig in het terrein ingepast. In figuur 21 is het voorlopig ontwerp van het terreinplan opgenomen.
72
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’ Planologische bescherming waardevolle bomen In de regels en op de verbeelding zijn de exacte locaties van de parkeerplaatsen en wegen specifiek bestemd voor verkeer. Daarmee wordt gewaarborgd dat de wegen en parkeerplaatsen op de aangegeven plek worden gerealiseerd. De omliggende bosrand heeft de bestemming 'Bos - Bostuin' waarin is vastgelegd dat voor de kap van bomen een vergunning noodzakelijk is. Aanvullend op de APV beschermt voorliggend bestemmingsplan de waardevolle bomen vanwege hun natuur-, cultuur- en landschapswaarden in relatie tot de omgeving en het Rijksmonument. In het planinitiatief worden groenstructuren en waardevolle bomen behouden. In lijn met de Nota van Uitgangspunten wordt het zicht op de monumentale voorgevel van het Officierscasino hersteld c.q. verbeterd. De uitgevoerde bomen effecten analyse zal bij de nadere uitwerking van de plannen alsmede bij de uitvoering van de bouwwerkzaamheden als uitgangspunt worden gehanteerd.
Figuur 21: Positionering bouwvlakken op basis van inmeting Copijn Tuin - en Landschapsarchitecten
(ontwerp)
73
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’
5.14
Niet - ontplofte explosieven
Ten behoeve van de ruimtelijke ontwikkeling binnen het plangebied is een vooronderzoek naar explosieven uitgevoerd. Het volledige vooronderzoek van ECG is toegevoegd als bijlage 16. Doorwerking plangebied Op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal wordt geconcludeerd dat er op een tweetal locaties in het onderzoeksgebied sprake is van een verhoogde kans op het aantreffen van conventionele explosieven. Op het sportveld (GIS ID 1) hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog twee luchtafweergeschutsopstellingen (FLAK's) gestaan en in het bosareaal (GIS ID 2) aan de zijde van de Kamerlingh Onneslaan lijkt een loopgraaf aanwezig te zijn geweest. De gebieden die als 'verdacht' zijn aangemerkt, zijn weergegeven op figuur 22. In de verdachte gebieden kan munitie uit de periode 1940-1945 in gedumpte toestand worden aangetroffen. Ter hoogte van de geschutsopstellingen (GIS ID 1) kan geschutmunitie worden verwacht vanaf 2 cm. Ter hoogte van de loopgraaf (GIS ID 2) bestaat een verhoogd risico op het aantreffen van KKM, geweer- en handgranaten, munitie voor granaatwerpers en raketten. Op het sportveld wordt in de toekomst een appartementengebouw gerealiseerd inclusief ondergrondse parkeergarage. Voor het sportveld concludeert ECG dat een deel van het als 'mogelijk verdacht' aangemerkte gebied toch als onverdacht kan worden aangemerkt.
Hier is in 1981 namelijk een logiesgebouw gerealiseerd en zijn destijds graafwerkzaamheden uitgevoerd. Over de hoeveelheden zijn geen feitelijk onderbouwde uitspraken te doen. Derhalve dient het opsporingsproces voortgezet te worden in als verdacht aangewezen gebieden, dit zal voorafgaand aan toekomstige graaf- en bouwwerkzaamheden moeten plaatsvinden. Voor de locatie van de loopgraaf concludeert ECG dat ook hier graafwerk is uitgevoerd vanwege de plaatsing van een barak in 1953. Dit gebouw heeft hier meerdere decennia gestaan en is eind vorige eeuw gesloopt. Door het ontbreken van informatie over de exacte maatvoering en positie van de barak kan de locatie van de loopgraaf niet direct als 'onverdacht' worden aangemerkt. Deze locatie ligt in het bosareaal langs de Kamerlingh Onneslaan op een plek waar geen bouwwerkzaamheden zijn voorzien. Op basis van het uitgevoerde historische onderzoek is een plan van aanpak opgesteld om voorafgaand aan de graaf- en bouwwerkzaamheden de aanwezigheid van conventionele explosieven nader te onderzoeken. Het bevoegd gezag heeft het plan van aanpak goedgekeurd en zal toezien op een juiste uitvoering. Hiermee is de ruimtelijke uitvoerbaarheid en de veiligheid voor zowel de toekomstige inwoners als omwonenden veiliggesteld.
74
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’
Figuur 22: CE-Bodembelastingkaart plangebied (bron: ECG)
5.15
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
In het Besluit m.e.r. is opgenomen wanneer een project mer-beoordelingplichtig is. De beoogde ontwikkeling past binnen bijlage D (categorie 11.2) van het Besluit m.e.r. Gezien de omvang van het plan worden de drempelwaarden uit kolom 2 van bijlage D (categorie 11.2) niet gehaald en kan worden volstaan met een zogenoemde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Door de wijziging in de wetgeving per juli 2017 dient ook in deze gevallen door het bevoegd gezag een besluit te worden genomen dat geen volledige mer-procedure benodigd is. Hiervoor is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld op basis van de toelichting van het bestemmingsplan. De aanmeldnotitie is toegevoegd als bijlage 17 Het bevoegd gezag, in deze het college van burgemeester en wethouders, dient voorafgaand aan de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan te besluiten dat het doorlopen van een volledige m.e.r. procedure niet noodzakelijk is. De aanmeldnotitie vormt de onderbouwing voor het nemen van dit besluit.
(ontwerp)
75
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische en bestuurlijke aspecten
Inleiding
In hoofdstuk 4 is de planopzet beschreven. In hoofdstuk 5 is aangetoond dat er geen beletsel is voor de uitvoering van het planinitiatief. De volgende stap is het treffen van een juridische regeling, die de invulling mogelijk maakt. Dit hoofdstuk beschrijft deze regeling. In de inleiding wordt het karakter van dit bestemmingsplan beschreven. In paragraaf 6.2 wordt een toelichting gegeven op de regels, waarbij de hoofdstukindeling van de regels wordt gevolgd.
6.2
Opbouw van regels
Het bestemmingsplan bestaat uit een (digitale) verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen moeten in onderlinge samenhang worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels over het gebruik gekoppeld. Daarnaast zijn er algemene regels en overgangs- en slotregels opgenomen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten weer, die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is, waar mogelijk, gedetailleerd van opzet aangezien in dit gebied de onderlinge belangenafweging nauw luistert. Wel is waar mogelijk de regeling wat globaler en zijn de nodige flexibiliteitsbepalingen ingebouwd, met name de afwijkings- en wijzigingsbevoegdheid (ex artikel 3.6 Wro). Hiermee kan worden ingespeeld op veranderings- en ontwikkelingswensen en behoeften van niet-ingrijpende aard en omvang. Hierna wordt nader ingegaan op de delen van de regels en, in voorkomend geval, op de verbeelding, die nadere toelichting behoeven.
6.2.1
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 van de regels geeft de inleidende regels. Hier worden de in het bestemmingsplan voorkomende begrippen gedefinieerd en wordt de wijze van meten toegelicht.
76
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’ 6.2.2
Bestemmingsregels
Onderhavig bestemmingsplan wijzigt de bestaande bestemming en functie van het plangebied. Binnen het plangebied staan de functies wonen en zorg centraal. Derhalve is ervoor gekozen het plangebied de bestemmingen 'Wonen - Gestapeld' en 'Maatschappelijke' toe te kennen. De overige gronden binnen het plangebied hebben de bestemming 'Bos - Bostuin' en 'Verkeer' gekregen.
Artikel 3
'Bos - Bostuin'
De groene omlijsting van het plangebied krijgt de bestemming 'Bos - Bostuin'. De groenstructuren liggen op particuliere grond maar hebben een cultuur- en landschappelijke waarde die behouden dient te blijven. Dit draagt bij aan het beleid van de gemeente dat is gericht op het behoud van de bosachtige uitstraling van het gehele woongebied. Cultuurhistorisch gezien is de Kampweg één van de sorties van de Weg der Wegen. Het terrein van het Officierscasino is hier geen onderdeel van en is daarom ook niet als zodanig aangeduid op de verbeelding. De bomenstructuur langs de Kampweg is geen onderdeel van de lanenstructuur van de Kampweg maar ondersteunt die laanstructuur wel. Het handhaven hiervan wordt gezien als aanvulling op de cultuurhistorische belevingswaarde van de Kampweg en dient behouden te blijven. Bovenstaande belangen worden middels de bestemming 'Bos - Bostuin' planologische beschermd. Binnen deze bestemming zijn aanvullend ook tuinen, parkeervoorzieningen, infiltratievoorzieningen, paden en perceelontsluitingen toegestaan indien de natuur- cultuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden aangetast. De bescherming van de natuur- cultuur- en landschapswaarden is planologisch geregeld middels een binnenplanse aanlegvergunningverplichting.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bomen te vellen, daarom is een aantal werkzaamheden gekoppeld aan een omgevingsvergunning. Werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het onderhoud en de aanleg van het landschapsinrichtingsplan zijn uitgesloten van deze omgevingsvergunningplicht.
Artikel 4
'Maatschappelijk'
Maatschappelijke voorzieningen gericht op een woonzorgvoorziening, dit is met een nadere aanduiding vastgelegd. De gronden zijn daarmee specifiek bestemd voor onzelfstandige woonruimten (inclusief bijbehorende voorzieningen) voor specifieke doelgroepen die vanwege hun fysieke en/of psychische gesteldheid niet zonder 24-uurszorg kunnen. Bij de woonzorgvoorzieningen zijn (ondergeschikt) tevens functie-ondersteunende horeca en het gebruik als wijkcentrum toegestaan. Het Officierscasino blijft op deze wijze beschikbaar voor de inwoners van Soest(erberg). De bestemming 'Maatschappelijk' kent een wijzigingsbevoegdheid waarmee het bevoegd gezag, onder voorwaarden, de bestemming kan wijzigen naar een woonbestemming. Indien de bestemming 'Maatschappelijk' gewijzigd wordt in wonen, dient te worden voldaan aan de Nota Parkeernormen.
Artikel 5
'Verkeer'
De in het plangebied aanwezige wegen en parkeervoorzieningen hebben de algemene bestemming 'Verkeer' gekregen. De bestemming 'Verkeer' is zorgvuldig geplaatst om het waardevolle groen te behouden. Hierbij is rekening gehouden met de uitkomst van de bomeneffect analyse (BEA). Binnen deze verzamelbestemming zijn ook bermen, trottoirs, fiets- en voetpaden, en hieraan ondergeschikte groenvoorzieningen opgenomen.
(ontwerp)
77
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’ Artikel 6
'Wonen - Gestapeld'
Het appartementengebouw met de daarbij behorende tuinen en erven en in samenhang daarmee de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn bestemd als 'Wonen - Gestapeld'. In deze bestemming is het appartementengebouw op de verbeelding vastgelegd in één groot bouwvlak. De maximale goot- en bouwhoogte van woningen zijn op de verbeelding vastgelegd. De regels voorzien niet in het realiseren van bijbehorende bouwwerken, daar is gezien de omvang van het bouwvlak ten opzichte van het bestemmingsvlak onvoldoende ruimte voor. Aan de bestemming 'Wonen - Gestapeld' is tevens de aanduiding 'specifieke vorm van wonen-gestapeld - openheid' toegevoegd. Het gaat specifiek om de gronden direct rondom het nieuwe woongebouw welke als achtererf aangeduid worden in de zin van artikel 2 van bijlage II van het Bor. Deze aanduiding is toegevoegd om vergunningsvrije bouwwerken uit te sluiten en hiermee verrommeling door erfafscheidingen tegen te gaan. De realisatie van erfafscheidingen zou afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit die nagestreefd wordt met het inrichtingsplan, dat is niet wenselijk. Met deze regeling worden de in het landschapsinrichtingsplan voorziene open zichtlijnen rondom het woongebouw en naar de directe omliggende open groene ruimte gewaarborgd.
Een aanvullende onderbouwing waarom deze regeling is toegepast is reeds in hoofdstuk 4 aan de orde gekomen. Beroep aan huis Het uitoefenen van een beroep aan huis, zoals dat in de begripsomschrijvingen is omschreven, is als recht toegestaan in de bestemming 'Wonen-Gestapeld'. Om te voorkomen, dat de beroepsuitoefening de woonfunctie zou kunnen overheersen, is deze aan een maximale vloeroppervlakte gebonden binnen de woning en de bijbehorende bouwwerken. Woningdifferentiatie De gemeente Soest heeft op 14 oktober 2021 de Doelgroepenverordening gemeente Soest 2021 vastgesteld. Met deze doelgroepenverordening wordt de realisatie van voldoende betaalbare woningen nagestreefd. Deze doelstellingen zijn in voorliggend bestemmingsplan planologisch vastgelegd. In het artikel Wonen-Gestapeld is daarom vastgelegd dat minimaal 20% van het totaal aantal wooneenheden binnen de bestemming bestaat uit sociale huur, middenhuur en/of sociale koop conform de voorwaarden uit de Doelgroepenverordening.
Artikel 7
'Waarde - Archeologie lage verwachting'
De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie lage verwachting' regelt de bescherming van de archeologische waarden in de bodem. In de gebieden met een lage archeologische verwachtingswaarde is geen nieuwe bebouwing of grondbewerking toegestaan indien het graafwerk dieper gaat dan 30 centimeter en het betreffende oppervlakte bovendien meer dan 10.000 m 2 omvat.
Artikel 8
'Waarde - Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht
Het gemeentelijk beschermd dorpsgezicht is vastgelegd in de dubbelbestemming ‘Waarde – Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht’. In dit gebied kunnen nadere eisen aan de situering en afmeting van de bebouwing worden gesteld vanwege het beschermde dorpsgezicht. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning nadere eisen stellen aan de omvang en situering van bouwwerken vanwege de instandhouding van de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende ruimtelijke structuur en stedenbouwkundige kwaliteit van het beschermde dorpsgezicht. Voorliggend bestemmingsplan neemt de bescherming over uit het voorheen vigerende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan maakt ter plaatse geen bouw- en/of sloopwerkzaamheden mogelijk die het beschermd dorpsgezicht kunnen aantasten.
78
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan ‘Officierscasino Soesterberg’ 6.2.3
Algemene regels
Artikel 9
'Anti dubbeltelregel'
In de regels is een bepaling opgenomen om te voorkomen dat gronden die bij een eerder bouwplan al in aanmerking zijn genomen voor het toestaan van het bouwplan, nogmaals worden meegeteld. Artikel 10'Algemene bouwregels ' In deze regel zijn algemene bouwregels opgenomen, die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Zo is er een regel opgenomen, die waarborgt dat er bij het bouwen wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Daarnaast is er een regel, die bepaalt dat van het plan afwijkende maatvoering, die in het verleden is vergund ook mag worden aangehouden en dus niet onder het overgangsrecht komt. Artikel 11
'Algemene gebruiksregels '
In de algemene gebruiksbepaling wordt voor een aantal zaken expliciet aangegeven dat deze als strijdig gebruik worden aangemerkt en daarmee onder het verbod vallen zoals opgenomen in artikel 2.1 van de Wabo. Als in een bepaald geval strijdig gebruik (met bijvoorbeeld de doeleindenomschrijving van een bestemming of met een verleende vrijstelling wordt geconstateerd), dan is er sprake van een overtreding waartegen kan worden opgetreden.
Seksinrichtingen als strijdig gebruik Aangezien seksinrichtingen vanaf 1 oktober 2000 als een normale bedrijfs-/dienstverlenende activiteit worden aangemerkt, moet het bestemmingsplan zich expliciet uitspreken over het al of niet bieden van mogelijkheden voor vestiging van dergelijke inrichtingen. De gemeente Soest kent de regeling dat seksinrichtingen in alle bestemmingsplannen zijn uitgesloten met uitzondering van een bestaande massagesalon aan de Lange Brinkweg. Dergelijke inrichtingen zijn niet gewenst. Ze zijn dan ook expliciet voor alle overige bestemmingen als strijdig gebruik aangemerkt.
Artikel 12
'Algemene aanduidingsregels'
Het plan bevat een algemene aanduidingsregel 'geluidzone - snelweg'. Ter plaatse van de aanduiding mogen in afwijking van de bestemming Maatschappelijk geen nieuwe woningen of andere geluidgevoelige gebouwen worden gebouwd. Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van deze regel indien uit onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten vanwege het snelwegverkeerslawaai niet hoger zal zijn dan de verkregen of daarbij te verkrijgen hogere grenswaarde. Het plan bevat een algemene aanduidingsregel 'kwalitatieve verplichting inrichtingsplan' om de realisatie van het inrichtingsplan correct te borgen. De algemene aanduidingsregel bepaald dat de gronden binnen het plangebied gebruikt mogen worden indien het inrichtingsplan gerealiseerd is en in stand gehouden wordt. Het inrichtingsplan is opgenomen als bijlage bij de regels. Artikel 13