Notulen Besluitvormende Raadsvergadering 9 februari 2023.pdf
Tekst van het document
In de memo is er deels antwoord gegeven op onze vragen wat betreft de MERprocedure, maar -ook aangezien wij eventueel straks een amendement willen indienen hierover nog wel de vraag wat de gevolgen zijn als wij als raad aangeven dat wij wel een MER-procedure zouden willen? Wat zijn de gevolgen daarvan op het verdere proces, behalve dan dat de eventuele milieueffecten wel worden meegenomen en dat in het verdere proces die omwoners verplicht moeten worden meegenomen? Los van die twee punten, wat zijn verder nog de effecten voor het proces? Verder hadden wij nog vragen over het eventueel opstellen van minder ruime kaders voor dit toch wel zeer globale bestemmingsplan. Meneer Lucas begon er net al over. Het is een zeer globaal bestemmingsplan waar wij in basis oké mee zijn, waar wij als raad ook voor zouden zijn. Wat ons betreft zijn ze op sommige aspecten iets te los. Ik noem een greep: de duurzame buitenruimte, de groene daken, parkeerplaatsen, hoogtes.
Kunnen wij aanpassingen brengen op deze kaders bijvoorbeeld over parkeerplaatsen op het maaiveld, biodiversiteit, groene daken? Zit er speelruimte in om hierin de projectontwikkelaars uit te dagen? Wat zijn hier de verdere gevolgen van? Kunnen wij als raad later nog terugkomen op onze kaders, mochten deze alsnog iets te knellend blijken te zijn? In het verlengde daarvan: er is in het stuk nu opgenomen dat er wordt gestreefd naar cultuur inclusieve gebieden een streven naar groene gevels en daken. Hoe ziet de wethouder dit streven voor zich? Wanneer is hieraan voldaan? En belangrijker: waarom is gekozen om op dit onderwerp genoegen te nemen met een streven en niet gewoon een verplichting hiertoe zoals op andere punten wel is gedaan? Er was net ook een vraag gesteld door meneer Vrakking geloof ik, die een soort van half was gesteld. Ik ga hem helemaal stellen aan de wethouder. Er staat schijnbaar in een stuk dat er wordt gestreefd naar appartementen groter dan 70 vierkante meter. Ook hierbij: waarom streven? Waarom dan niet een harde grens? Hoe groot is de kans dat er toch appartementen komen die kleiner zijn dan 70 vierkante meter? Dan heb ik die voor mijn collega er ook ingefietst. Als laatste over de participatie.
Het moge duidelijk zijn dat er een hoop inwoners zijn -en ik zie er ook vanavond weer een hele hoop- waarbij het vertrouwen in de politiek toch op zijn minst een klein beetje beschadigd is door wat hier vanavond en hiervoor afgaand 14
allemaal gebeurd is. Hoe is het college van plan om dit beschadigde vertrouwen te herstellen? Ik kan me ook zeer goed voorstellen dat iedereen die vanavond hier zit en vanavond eventueel online meekijkt het spoor een beetje bijster is over hoe rommelig dit allemaal verloopt en hoe het kan dat er een plan straks waarschijnlijk gaat worden aangenomen op zijn minst ter besluitvorming voorkomt waar een groot gedeelte van de raad aangeeft niet in staat is om daadwerkelijk een oordeel erover te kunnen vellen? Hoe gaat u dit vertrouwen richting ons als raad en daarna de samenleving als geheel herstellen? Dank u wel. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank u wel. Het verbaast mij dat mevrouw Ter BeekSuijkerbuijk de vragen richting college stelt van hoe denkt u het vertrouwen te herstellen? Ik denk dat dat een vraag zou moeten zijn voor ons allemaal, van iedere partij, maar niet specifiek gericht op het college. MEVROUW TER BEEK-SUIJKERBUIJK (GL): Mochten wij straks nog in de gelegenheid zijn om daadwerkelijk een opiniërend raadsgedeelte te hebben, waarbij we in discussie gaan met elkaar, zou ik dat zeer graag van alle aanwezige partijen horen, absoluut. Ik werp de handschoen en ik ben benieuwd wie hem oppakt. Dank u wel. VOORZITTER: Heel goed. Dank u wel, mevrouw Ter Beek-Suijkerbuijk. U sprak namens de fractie van GroenLinks. Meneer Dijkhuizen, u spreekt namens de fractie van de CU-SGP.
De wethouder mompelt de vraag: "Komt het amendement of de motie van GroenLinks nog?", maar dat had mevrouw Ter Beek-Suijkerbuijk al aangekondigd: die komt na de beantwoording van een aantal vragen. DE HEER DIJKHUIZEN (CU-SGP): Voorzitter, dank u wel. Vreemd dat we toch met elkaar in behandeling gaan terwijl er zoveel discussie over is. Als we dan gaan, gaan we ook maar. Geachte voorzitter, beste leden van de raad, betrokken omwonenden, bezorgde bewoners en overige betrokkenen, vanavond besluiten we over de zogenaamde visie op de Dalweg, de visie over het gebied rondom dit huis, het voormalig politiebureau en de zo geliefde sporthal Beukendal. We nemen een besluit over een gebied dat ooit leeg en open was, een gebied waar slechts grasland het oostelijk deel van Soest met het westelijk deel verbond. Weinigen zullen het zich nog herinneren, maar onze voorgangers en deze raad van Soest hebben onder aanvoering van de destijds heersende baron Bentinck, burgemeester baron Bentinck, in 1967 het besluit genomen om het eens zo groene grasland te gebruiken voor de bouw van een grote sporthal. Daarmee werd een begin gemaakt van de langzaam maar zekere bebouwing van dit Dalweg gebied. 20 jaar later, voorzitter, in 1987 besloten wederom onze voorgangers in de gemeenteraad van Soest om naast Beukendal een groot politiebureau te bouwen.
Niet veel later, in 1990 werd het huidige gemeentehuis gebouwd. Ondertussen verrees ook het zwembad, het voormalig medisch centrum en de verpleeg- en verzorgingshuizen aan de overkant. Je zou kunnen zeggen: voor de bebouwing van het gebied ging in 1987 de kurk van de fles. Vandaag, beste voorzitter, staat onze gemeenteraad opnieuw voor een misschien wel legendarisch besluit. Over vele tientallen jaren zal men na alle waarschijnlijkheid nog steeds stilstaan bij het besluit wat wij hier vanavond met elkaar nemen, namelijk het wel of niet bouwen van appartementencomplex in dit gebied, het Dalweg gebied. Destijds was Beukendal hard nodig. Onze sporters zochten onderdak. Nu, met het bijna gereed zijn van de nieuwe sporthal, is dit onderdak voor sporters gewaarborgd. Ze hoeven niet meer te zoeken. Echter, vele Soesters missen het perspectief op wonen. Vele starters hebben op de huidige woningmarkt vrijwel geen enkele kans. Veel mensen met een smalle beurs zijn wanhopig op zoek naar een plek om te wonen. De woningnood is enorm. Het leed dat schuilgaat achter deze woningnood moeten we ook niet onderschatten. Het gemis aan perspectief maakt veel mensen radeloos. Kinderen -en het is al genoemd door één van mijn voorgangers- die lang het huis uit hadden willen gaan maar nog steeds noodgedwongen thuis wonen, hebben het zwaar.
Ouders die nog steeds met kinderen thuis zitten, terwijl die kinderen eigenlijk al een volledig eigen, zelfstandig leven leiden, is een situatie die om oplossingen vraagt. Vorige week hebben veel omwonenden als insprekers in deze zaal gezeten. Wij hebben hun zorgen en hun bezwaren gehoord. Sommige argumenten waren sterker dan de andere, maar allemaal waren ze waar. Beste insprekers, uw woorden hebben ons niet onberoerd gelaten. Wij hebben u gehoord. Wij hebben uw wensen over het behoud van het dorpse karakter gehoord. Uw zorgen over het verlies van zon en licht. Uw zorgen over woongenot hebben we gehoord. Uw zorgen over bouwconstructies. We hebben ook uw oproep om als gekozen volksvertegenwoordigers te handelen en de roep om de inwoners te dienen gehoord. Dat tezamen met alle bekende -en zoals vanavond al eerder is gezegd - ook wel met de misschien minder bekende, onbekende feiten, waarvoor we te weinig tijd hebben gehad om ze echt tot ons te nemen, nemen we vanavond een besluit. Liever hadden we nog iets 15
meer tijd gekregen. De CU-SGP heeft altijd geroepen dat we huizen nodig hebben. We hebben ook steeds gezegd dat we die graag bouwen op plaatsen waar dat kan. Dit gebied is er wat ons betreft zo eentje. Onze voorgangers besloten ooit, zoals gezegd, om het groen deels in te ruilen voor bebouwing. Zij gaven door dat besluit perspectief aan onze inwoners. Wij zien ook graag dat we buiten de rode contouren van Soest zouden gaan bouwen op plaatsen waar dat voor de hand ligt, waar dat aansluit bij bestaande situaties. Het is jammer dat het huidige college die weg blijft afsluiten. Er is geen ander perspectief dan binnenstedelijk door te ontwikkelen. Heden hebben wij de sporthal en het politiebureau niet meer nodig. De tijd heeft het letterlijk en figuurlijk ingehaald. Er is een nieuwe tijd. Een tijd waarin veel mensen op drift zijn. Vandaag, voorzitter, sprak ik met diverse mensen in een park in Utrecht. Ze leven in tentjes. Mensen als u en ik. Anders gezegd: mensen die een baan hebben of misschien hun baan zijn verloren, of mensen die nog studeren, mensen die in scheiding liggen, mensen die al dan niet buiten hun schuld dakloos zijn geworden, mensen die in auto's leven, op stations bivakkeren, in portieken slapen. Mensen zoals u en ik. Dit is een tijd waarin veel mensen wanhopig op zoek zijn naar een woning. Met dit plan verandert deze omgeving.
Met dit plan zal dit gebied dichter bebouwd worden dan voorheen. Toch zien we dat ook dit plan meer groen terug levert. We moeten de hoogte in. Dat kan wat ons betreft niet anders. Het kan in dit gebied. Met de bouw van maximaal 250 woningen, waarvan de helft voor onze inwoners met een smalle beurs toegankelijk wordt, bieden we weer perspectief. Het is niet genoeg. Toch zullen veel inwoners hoop putten als dit plan doorgang vindt. Voorzitter, u hoort in mijn betoog dat onze fractie positief is over dit plan. Zoals eerder gezegd: we hebben echt nog wel wat open eindjes. We hebben echt nog wel wat zorgen over de regie, over de kaders, over de financiële zaken of andere zaken, maar los van dat alles zijn wij van mening dat het college met de diverse aanpassingen zoals verwoord in de zienswijzen voldoende heeft geprobeerd om van dit gebied een mooi en leefbaar woongebied te maken. We roepen het college op om een goede regie te blijven voeren over de verdere uitwerking. De belangen van de omwonenden daar waar kan zorgvuldig mee te wegen en vooral betrokken te blijven bij hen. Wij vertrouwen erop dat met dit grote plan, evenals in 1967, de Soester inwoners gediend zullen worden, dat jongeren en ouderen en alles er tussenin een passende plek zullen vinden in dit gebied. We sluiten met dit plan een periode af en tegelijkertijd begint een prachtig woonperspectief te gloren.
Wij erkennen dat dit voor de direct omwonenden ingrijpend kan zijn. Wij erkennen dat voor sommige omwonenden dit plan misschien wel een grote ramp is en tegelijk willen we hoop en perspectief bieden aan diegenen die helemaal niets hebben om in te wonen. Aan dat perspectief, voorzitter, houden we ons vast. Daarom stemmen wij vanavond ondanks alle mitsen en maren in met dit plan. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Dijkhuizen. U sprak namens de fractie van de CU-SGP. Ik heb nog een tweetal fracties niet gehoord. Ik ga kijken of die het woord wensen. Meneer Paauw namens GGS. DE HEER PAAUW (GGS): Voorzitter, dank u wel. Sedert de start van het vorige college is de ontwikkeling van dit hele gebied onderdeel geweest van het gemeentelijk apparaat. Er zijn heel veel mensen bij betrokken geweest, heel veel uren en er is geïnvesteerd door ons als gemeenschap om tot een goed plan te komen. Echter steeds als er ergens een plan om woningbouw wordt getracht te realiseren, komen er allerlei bedenkingen om de hoek kijken, zoals de omwonenden van het betreffende plan. Bouwen heeft gevolgen voor de directe omgeving. Helaas is dat niet altijd uit te sluiten.
Daarom moeten wij bij het opstellen van het bestemmingsplan als fractie altijd kijken: komt er een goede ruimtelijke ordening? Zijn de gevolgen voor de omgeving niet onevenredig veel? Zeker, wij erkennen dat als je ergens gaat bouwen dat er gevolgen zijn. We hebben op 17 december 2020 als gemeenteraad de gebiedsvisie Dalweg vastgesteld voor dit hele gebied rond de Dalweg. Het Dalweg gebied moet aantrekkelijk, levendig, herkenbare plek en een groene uitstraling worden. Op de gronden ten noorden van de Dalweg een globaal bestemmingsplan zoals het er nu voorligt. Uitwerkingsplichtig komt dat nog straks bij een vergunningaanvraag. Het bestemmingsplan samen met het uitvoeringsdocument zijn de richtlijnen om dat uiteindelijke plan op tafel te krijgen. De omwonenden en iedereen kan daar nog wat van vinden. Voor ons is belangrijk dat er een groot aantal woningen worden gerealiseerd. Zeker ook met het betoog van de heer Dijkhuizen, die we net hoorden over de nood die er is voor woningen. Wij willen daar als GGS graag aan meewerken. Zeker als je bedenkt dat we straks na 2030 mogelijk in de randen van Soest iets willen doen.
Laatst waren wij op een regiobijeenkomst en de gedeputeerde zei: "Ik wil best ruimte geven in het buitengebied, maar gemeente, realiseer je wel dat je alles in het werk hebt moeten stellen dat je binnenstedelijk uiterst heb ontwikkelt." Dan mag de hoogte niet worden vergeten. Als raad moeten wij laten meewegen of de omgeving niet onevenredig nadelig gevolgen ondervinden en toekomstbestendige ontwikkelingen door kunnen gaan. Mede daarom is het voor onze fractie belangrijk om goed te kijken: hoe is de participatie geweest en wat heeft het van resultaat opgedaan? We hebben kunnen vaststellen uit de 16
rapportage dat er heel veel aanpassingen zijn gekomen op het oorspronkelijke plan. Zo blijven alle bestaande houtwallen bestaan, hoogte accent ter plaatse van de politiebureau is verlaagd van tien naar acht, de bouwgrenzen direct geleden DE HEER VRAKKING (GGS): U somt op dat college een vijftal aanpassingen heeft gedaan in het aanvankelijk ingediende plan. Het oorspronkelijke plan ging uit van 150 woningen. Dan was die hele hoogbouw die bij het tweede plan naar voren kwam een overvraging. De aanpassing daarop is een gevolg daarvan. Erkent u dat het oorspronkelijke plan uitging van 150 woningen of zegt u: "Nee, het oorspronkelijke plan ging uit van twaalf hoog, tien hoog, acht hoog en daar hebben ze wat mee gedaan"? DE HEER PAAUW (GGS): Ik zie dat laatste dat er is gebeurd. Dat er door invloed van omwonenden en de participatie het aantal lagen in het huidige plan zijn aangepast ten opzichte van een eerder plan. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Dat zie ik zelf ook, maar dat was mijn vraag niet. Mijn vraag was of het oorspronkelijk plan uit ging van 150 woningen en daarbij dus die hele hoogbouw helemaal niet noodzakelijk was, maar later toegevoegd is. Inderdaad, ik constateer met u dat het dan alsnog is aangepast na participatie.
DE HEER PAAUW (GGS): We kunnen erover discussiëren hoe het tot stand gekomen is, maar ik denk dat het van belang is dat wij vanavond staan voor een opgave, dat we moeten kijken waar we zoveel mogelijk kunnen bouwen. Als u wilt zoeken naar we moeten naar minderen hoe is het oorspronkelijk plan geweest? Ooit is er gezegd: "Er moet een bouwplan komen", dus we begonnen eigenlijk met nul. In het totale proces, en dat gaat met alle plannen zo, ga je in wezen wat wijzigingen maken en dat is dan een gevolg van het proces. VOORZITTER: Nu ga ik ingrijpen, want het wordt het een heen- en weertje. Nee, maar ik heb nog steeds geen antwoord op mijn vraag gehad. Dan ga ik het u straks uitleggen, want ik heb het antwoord op de vraag heel goed gehoord. Na de inbreng, tenzij meneer Baks nog wil, gaan we toch schorsen en dan kan ik het u graag verder toelichten. Meneer Paauw, gaat u verder. DE HEER PAAUW (GGS): De heer Vrakking zei al dat er vijf aanpassingen waren in dat oorspronkelijke plan. De bouwgronden, direct gelegen aan de laagbouw van de woningen van de Heetakker en de Soesterengweg, zijn vergroot. Ook is opvallend dat het aangepaste plan drie woonlagen bij de laagbouw komen. Niet meer die hogere situatie. Wij concluderen na het bestuderen van het uiteindelijk gewijzigde voorstel dat er rekening gehouden is met de input van de omwonenden en denk ik ook aanzienlijk.
Veel zorgen om de hoogbouw zien wij ook terug bij de inspraakreactie van de stichting Vrienden van de Eng waarbij de oproep was: beschermde horizon. Onze fractie heeft kunnen vaststellen aan de hand van de ontvangen visualisatie, met correcte maatvoeringen en hoogteverschillen in het plangebied, dat de uiteindelijke horizon weinig tot niet wordt aangepast. Dat is een geruststelling. In de visie staat duidelijk aangegeven dat er een basisgedachte is. Het moet een uniek, groen en landschappelijke kwaliteit uitstralen van Soest. Niet de gebouwen zijn het startpunt maar het groen en het landschap. Dat stelt ons zeer tevreden dat dat het uitgangspunt is geweest. Tijdens de opiniërende raad afgelopen donderdag werd nog eens duidelijk dat omwonenden niet blij zijn met hoogbouw. Wij begrijpen dat, maar wij moeten ook kijken naar het algemeen belang, wat wij als raadslid moeten dienen. Er zijn echter meer belangen. Die hebben we mee laten wegen. Eén daarvan is kijken waar we meer woningbouw kunnen realiseren binnen de rode contouren. Voor is ons belangrijk: er wordt met sfeer in het plangebied gedomineerd, waarin door weggetjes een stukje leefbaarheid komt en dat er uiteindelijk een beter landschap komt waar de biodiversiteit kan worden vergroot. We realiseren ons vanavond dat we een historisch besluit nemen. Een unieke ontwikkeling binnen een dorp.
Welke gemeente kan zeggen dat je binnen in het dorp zo een grote uitbreiding kan realiseren? We kunnen dat pas beoordelen als alles klaar is. Misschien over een tiental jaar. Niet bouwen was destijds het standpunt, maar nu moeten we mee om de inwoners een goede huisvesting te geven. Dit is de start waar wij in mee doorgaan. De open ruimtes die er ontstaan, moet een stukje leefbaarheid geven voor alle inwoners die zich daar mogen vertoeven. We zullen in een later stadium gaan besluiten hoe het huis van de samenleving dit gebied compleet gaat maken. Voorzitter, ik wil graag nog even reageren op de verschillende amendementen en moties die zijn ingediend. D66, de hoogtebeperking: gezien de financiële consequenties -en D66 geeft dat maar beperkt aan- zijn wij er geen voorstander van om die lagen eraf te halen. POS, afstand van de woningen: wij denken dat we daar een stukje duidelijkheid moeten geven en daarom staat het juist in dit plan. Wij zijn geen 17
voorstander van deze motie. Dan de motie van POS en CU-SGP, voorrang van eigen burgers: dat is een hele sympathieke motie, maar ik zit eigenlijk met het volgende verhaal. We hebben dezelfde discussie bij de gemeentewerf op de Molenstraat waar we ook uiteindelijk hebben gezegd: "Daar moet minimaal 50% naar Soester inwoners gaan." Ik dacht dat we dat allemaal hadden geregeld, maar dat blijkt misschien niet zo te zijn. Misschien kan het college daar nog eens even duidelijk uitleg over geven. Voorzitter, dat was mijn bijdrage. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Paauw. U sprak namens de fractie van GGS. Ik kijk naar meneer Baks of hij behoefte heeft om in deze termijn nog een bijdrage te leveren. Ja hoor, voorzitter. Dan heeft u het woord. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank u wel. Ik moet zeggen: ik heb wel de behoefte om nu iets te zeggen, maar ik heb niks voorbereid. Ik ben ervan uitgegaan bij het voorstel om het raadsvoorstel aan te houden dat de meerderheid van de raad dat wel zou steunen, dus heb ik daar niks in voorbereid. Ik bedacht vanavond dat ik op het moment dat het plan in stemming komt ik een uitgebreide stemverklaring zal geven, of ik voor of tegen het plan stem en waarom. VOORZITTER: Dat is duidelijk en dat recht heeft u altijd. Dan hebben nu alle fracties hun bijdrage geleverd. Het is nu tien voor half tien op onze klok. Ik schors tot vijf over half tien.
VOORZITTER: Dames en heren van de raad, ik heropen iets later dan afgesproken de vergadering. Ik geef het woord aan het college van B&W bij monde van wethouder Treep. WETHOUDER TREEP: Dank u wel, voorzitter. Een complex besluit, dat is het wel. Dat zie ik aan u vanavond en ik zag het vorige week aan de inwoners die inspraken omdat het inderdaad ingrijpend is in Soest. Een groot aantal woningen binnenstedelijk. Als je al jarenlang met elkaar onderweg bent, en dat zijn we, is het wel eens lastig om terug te halen: waar kwamen weken weer vandaan? Hoe zat die gebiedsvisie ook weer in elkaar? Wat is er onderweg veranderd? Hetzij door inwonersparticipatie, hetzij door informatiebijeenkomsten die we met u hebben gehouden en hetzij bij het uiteindelijk tot stand komen van een uitwerkingsdocument waarin de tenderprocedure kon starten. We komen tot dit globaal bestemmingsplan. Dan ook nog daarna lag het bestemmingsplan in augustus/september ter inzage en op basis daarvan zienswijzen waardoor weer veranderingen doorgevoerd kunnen worden die het plan ten goede komen. Dat is nogal een lange race voor ons allemaal. Al die tijd heeft het college en het ambtelijk apparaat achter de schermen doorgewerkt om de opdracht die we van u hebben gekregen, de kaders die we van u hebben gekregen, zo goed mogelijk te vertalen in dit bestemmingsplan. Dat is wat voorligt.
De vraag aan u is: zijn die kaders goed vertaald? Het zijn er nogal wat. Met de gebiedsvisie in 2020 vastgesteld heeft u ook de grondexploitatie vastgesteld, de financiële kaders. Heel belangrijk. Daar hebben we ook ons aangehouden. Ook door de zienswijzen en de wijzigingen die zijn doorgevoerd, moet je daar rekening mee houden, moet je blijven bij dat wat we met elkaar hebben afgesproken. We houden ons aan parkeernormen, aan doelgroepenverordening zodat iedereen in Soest een kans krijgt om de woning te krijgen die past bij zijn budget. We kijken naar groen, omdat we graag verdiept wilden parkeren. We kijken ook naar groen, omdat we graag willen dat mensen ontspannen kunnen wonen, zowel mensen aanpalend aan het gebied als mensen in het gebied zelf, de toekomstige bewoners die nu vandaag geen stem hebben, maar die ook dadelijk in een woning zitten en uitkijken naar hun buren die in een ander appartementengebouw wonen. Die afstanden zijn minstens zo bepalend. Vele kaders dus. Ik hoop dat we aan alle voldoen. We hebben gezien in de onderzoeken die we hebben uitgevoerd dat er geen significante verslechtering is, geen significante negatieve effecten op het milieu. Doordat we die onderzoeken hebben uitgevoerd, komen wij ook niet aan de voorwaarden om überhaupt een MER op te kunnen leggen. Wij hebben dat in de memo beschreven, want dat was u toegezegd.
Wij komen daar niet voor in aanmerking. We kunnen het niet opleggen. Dat was wel het geval geweest als je wel significante milieueffecten zou hebben gehad, maar dat is niet aan de orde. Het aantal woningen is minstens zo belangrijk en dat hoor ik u ook zeggen: maak gebruik binnen de kaders hoeveel u er kunt bouwen, wie er dan komt wonen en in welke doelgroepen. Vele knoppen. We hebben dat eerder aan u laten zien. Heel veel radertjes die gaan draaien op het moment dat je ergens aan gaat sleutelen. Nu -en dat heb ik u vorige week verteld en onderstreept met de memo- het valt binnen die kaders, een hele opgave. We hebben ook laten zien: als je er woningen afhaalt omdat je hoogtes belangrijk vindt, heeft dat direct consequenties op de financiën. Altijd. Ongeacht of je twee, vier of zes lagen eraf haalt. Hoe meer lagen je eraf haalt, hoe meer je aantast aan de vastgelegde beeldkwaliteit. U noemde het zelf ook: 54% heeft destijds gezegd: "We willen graag speelse gebouwen, variërend in hoogte die echt smaller zijn aan de bovenkant. "Hoe dat er precies uitziet, weten we niet. We weten wel dat het 18
belangrijk gevonden werd. Op het moment dat je te veel lagen naar beneden zakt, gaat dat kader verloren. Dat betekent dat je terug moet naar je uitwerkingsdocument, naar je beeldkwaliteit, en dan kan je de tender opnieuw doen. Voor alle partijen, ook de partijen die nu zijn afgevallen. Hoeveel dat er nou precies zijn in die bovenste lagen kunnen we natuurlijk niet met zekerheid zeggen. We hebben immers geen plan, we hebben geen plaatje, we weten niet of er tien, 20 of twee zijn of één heel groot penthouse. We weten het niet. We weten wel dat de bovenste lagen invloed hebben op de grondexploitatie. Wijzelf hebben in de memo getracht een soort bandbreedte mee te geven. Dat is niet één op één te vertalen van als ik dan ietsje meer of een laagje daar, dan is dat zoveel woningen en dat is dan zoveel ton in de kosten. Zo kunt u dat niet bekijken. Het doet wel iets met de grex en anders met de beeldkwaliteit, dus met uw kaders. Daarmee geef ik indirect een reactie op het amendement van D66 waarvan wij zeggen: "Als je terug van tien naar acht lagen gaat, kom je ook aan het financiële kader." Dat lijkt ons niet verstandig. Daarmee geef ik ook reactie op u, meneer Stormbroek, omdat u zei: "Waarom niet eerder in zo’n memo laten zien wat er gebeurt als je bijvoorbeeld terug naar zes lagen gaat?" We hebben het nu gewoon eens op een rijtje gezet, ook na de zienswijzen.
Groene kaders waren er ook. U vroeg naar de houtwallen. De houtwallen hebben een extra bescherming in dit plan. Ze hebben zelfs in de verbeelding een lettertje gekregen, maar ze vallen binnen onze monumentale, een zeer waardevolle groenstructuur en waar je niet aan mag komen. Door ze zo duidelijk op de kaart te zetten, zijn ze ook daadwerkelijk beschermd. Die toezegging heeft u. Ik moet even zoeken. Ik heb alles natuurlijk door elkaar geschreven. Ik beantwoord ze door ook te kijken naar uw moties en amendementen. U bent allemaal afgeleid. Ik snap nu waarom. VOORZITTER: Ik heb van mijn leven nog niet zulke grote kroketten gezien, kan ik zeggen. WETHOUDER TREEP: Welkom in de snackbar. Laat ik dan maar bij het amendement over horeca verder gaan, geloof ik. VOORZITTER: Ik zal even onderbreken voor de kijkers. Enige hilarisch moment, want wij hebben altijd zo rond de klok van tien, maar nu ietsjes eerder, een kleine versnapering opdat de raad fris blijft voor zijn beraadslagingen. Ze gaan overigens ook naar de publieke tribune. Wees gerust. U kunt ook een kaassoufflé kiezen. Er zijn ook vega-kroketten. Dat voor de politieke correctheid. Vandaar onze bode die dat zo vriendelijk kwam brengen die daar de halve avond aan gewerkt heeft. Hij liep vol in beeld en had dat niet in de gaten. Gaat u verder, mevrouw Treep. WETHOUDER TREEP: Dank u wel en eet smakelijk.
Ik associeer het direct met horeca, dus ik ga naar het amendement van de heer Vrakking. U vraagt eigenlijk het woord alcoholische toe te voegen en aan de dag periode toe te voegen van acht tot tien. Ambtshalve hebben wij voorgesteld in de nota van zienswijze om een wijziging door te voeren. Eén daarvan was het schrappen van het woord alcoholvrij. Dat betekent dat alcohol dan ook is toegestaan. Daarmee is een deel van uw voorstel ingewilligd. De tijd wilt u toevoegen van acht tot tien. Die wilden we juist schrappen. Vooral ook omdat -nu is ook al bijna de klok van tien- we hier wel vaker zitten tot wat later. Die mogelijkheid wilden wij graag openhouden en dat past dan bij cultuur ondersteunende horeca, wat dat dan ook is. Vooralsnog zijn wij dat zelf. Ik zie het rondgaan. Ik heb antwoord gegeven op de MER aan GroenLinks. Afstanden tot woningen is de motie van POS. Die gaat over de optimalisatie om te komen tot een goede afstand van de woningen aan de Heetakker en het Raadhuisplein, het appartementengebouw tot aan het eerste nieuwe appartement. Ik zou hem breder willen trekken, meneer Stormbroek. Ja, we moeten in gesprek met de ontwikkelaar om voor iedereen een hele fijne woonomgeving te maken, zowel voor bestaande bewoners en ook voor de toekomstige bewoners, waardoor je alle gebouwen op een goede afstand van elkaar wil houden.
Dat betekent dat je niet zomaar voor de Heetakker alle woningen naar verder naar achter kan duwen, want dan heb je een beperking aan de andere kant, omdat we nou eenmaal ingesloten worden door de Dalweg en de Beukenlaan. In die zin zoeken wij naar een optimale leefomgeving voor alles en iedereen en zullen we natuurlijk altijd in onze regierol, u als raad maar ook wij als college, met die ontwikkelaar in gesprek moeten en de bewoners zullen daar zelf ook toe in de gelegenheid worden gesteld om zelf te kijken en te beoordelen: is dit optimaal genoeg? U heeft ook een motie ingediend over voorrang aan de Soester inwoners. Een hele sympathieke motie. Ik heb links en rechts al gehoord dat de raad grotendeels die sympathiek deelt. Ik constateer één ding in de constateringen, maar dat staat echt los van uw oproep. Begrijp me goed. Dat gaat over de eerste drie punten. Dat is wat technisch. U maakt een constatering over de Huisvestingswet, maar die is er nog niet en de eerste is nog niet van kracht. Zodra dat wel zou zijn -en daar zouden we dan toe moeten besluiten- zou dat ook van toepassing zijn op de Dalweg. Dat is een kanttekening die ik wil maken bij uw constateringen, maar niks zegt over uw verzoek. Ik zou u willen vragen om hem aan 19
te houden tot we de doelgroepenverordening bespreken, waar dit weer ter sprake komt. Ik begrijp wel echt uw verzoek. U heeft allemaal gevraagd -en dat kwam ook vorige week ter bespreking- van hoe zijn wij nou als raad nog verbonden aan dit project als het naar het college gaat voor verdere uitwerking? Ik heb u toen gezegd: en daarmee mevrouw Flinterman vorige week beantwoord, maar ik zal nu reageren op de ondersteunende motie om die oproep nog eens extra te doen. Ja, ik omarm deze motie, omdat ik zeker heel graag wil, namens het hele college, dat u betrokken bent bij de verdere uitwerking. Op verschillende momenten zullen we bij u terugkomen zodra we een besluit hebben over het bestemmingsplan. Dan start de volgende fase en dan start ook de inrichting van hoe we dat het beste naar u toe kunnen brengen en met u kunnen bespreken. Uw oproep ondersteunt dat in deze vorm. Daarmee heb ik bij mijn weten aardig wat beantwoord. Als dat niet zo is, hoor ik dat krijg. VOORZITTER: Ja, aardig wat is natuurlijk nooit voldoende, zal ik maar zeggen. Ik zie dat er een aantal mensen zijn die... Dan ga ik formeel over naar de tweede termijn. In de tweede termijn ga ik vragen of u de vragen die niet precies beantwoord zijn -daar waar ze technisch zijn, is dat het recht van het college om dat niet te beantwoorden op dit moment, daar waar ze inhoudelijk zijn of bestuurlijk zijn- kan dat wel.
Dan kunt u dat nog vragen. Het is wellicht handig als u alle moties en amendementen voor zover u er nog niet op gereageerd heeft ook gelijk mee te nemen. Wethouder Treep, u kunt weer keurig netjes gaan zitten. Dan ga ik inventariseren wie er het woord wenst allemaal voor de tweede termijn. Ik dacht dat ik mevrouw Ter Beek-Suijkerbuijk had gezien. Ik dacht dat ik meneer Vrakking had gezien, mevrouw Flinterman. Dat is het vooralsnog. Meneer Stormbroek ook nog. Gelukkig hebben we vier ogen hier. Ik geef het woord aan mevrouw Ter Beek-Suijkerbuijk namens de fractie van GroenLinks. MEVROUW TER BEEK-SUIJKERBUIJK (GL): Dank u wel voor de beantwoording van de vraag over de MER. Die was heel duidelijk. Daar verder niks over. We hadden nog wel wat vragen gesteld over het eventueel verruimen van de kaders, wat daar de mogelijkheden in zijn, wat daar de gevolgen van zijn van een eventuele inperking juist. Sorry.
Belangrijker: op moment dat wij de kaders wat nauwer maken, kunnen wij daar eventueel later nog op terugkomen wanneer de eventuele projectontwikkelaar niet aan deze kaders kan voldoen? De andere vraag over natuurinclusief gebied: waarom is hier opgenomen dat het gaat om een streven? Wanneer is voldaan aan het streven en belangrijker: waarom is niet gewoon verplicht gesteld en is er gekozen om voor het woordje streven? Ook nog de vraag over het streven naar niet kleiner dan 70 vierkante meter. Ook hierbij: waarom is het een streven en welke mogelijkheden heeft u om ervoor te zorgen dat hier echt daadwerkelijk aan wordt voldaan? Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Ter Beek-Suijkerbuijk. Meneer Vrakking. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Dank u wel. Dank u wel voor de beantwoording van het amendement. Dat is voor mij voldoende en ik denk dat ik het amendement niet eens in stemming hoef te brengen. Ik kan er wel mee akkoord gaan. Wat betreft mijn vragen, heb ik op beide vragen geen antwoord gehad. Ik wil de vragen nog wel even herhalen. Misschien dat door het door elkaar schrijven het onleesbaar is geworden. Mijn vraag was naar aanleiding van de toelichting op minder lagen per gebouw, dat het college in de beantwoording had aangegeven dat door het verwijderen van de woonlagen er een extra gebouw van zes lagen teruggebouwd moet worden.
Zonder dat extra gebouw wordt er nog steeds boven het streefgetal van die 200 uitgekomen. Het streefgetal is aanvankelijk 200. Daar heb ik geen antwoord op gehad. De tweede vraag is ook naar aanleiding van het verlagen van het gebouw. Dan wordt in het antwoord gegeven dat het directe consequenties heeft voor het kader groenbeleid groenkwaliteit. Mijn vraag was: kunt u iets meer preciseren wat er aan groen kwaliteit verloren gaat, waar volgens mij het verlagen van de hoge appartementen juist het groen en de groenkwaliteit meer zal benadrukken wat juist een winst voor de groenkwaliteit zou betekenen. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Vrakking, voor de toelichting. Mevrouw Flinterman, D66. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog wat verduidelijkende vragen aan de wethouder in haar antwoord over het verlagen van de tien hoog naar de acht hoog. U zegt: "Te veel lager naar beneden, dan gaat het kader verloren." Ik neem aan dat twee lagen naar beneden niet te veel is. Ik begrijp niet zo goed waarom het kader dan verloren zou gaan. Ik snap dat lagen eraf halen van invloed is op de grondexploitatie, maar ik heb niet gehoord dat de inschatting die wij gemaakt hebben zeven woningen en zeven ton ver bezijden de waarheid zou zijn als we twee lagen van de tien hoog af zouden halen. Ik vraag me ook nog af: heeft u 20
overwogen -het gaat natuurlijk niet alleen om geld in dit plan, het gaat ook om het maatschappelijk belang wat we hier hebben. Het gaat er niet alleen om of we onder aan de streep op nul uitkomen of op een plus uitkomen misschien wel. Het gaat er ook omdat we een mooi plan maken waar iedereen zich een beetje in kan vinden, waar zoveel mogelijk woningen zijn, maar waar ook de impact op een hele beeldbepalende plek in Soest goed over nagedacht is. Als het betekent dat je daarmee dus VOORZITTER: Meneer Paauw, u hoeft uw kaartje niet per se mee te nemen. Dan is alleen uw naam niet in beeld, maar ik noem u toch wel. DE HEER PAAUW (GGS): Mevrouw Flinterman, ik wil toch van u weten: "Haal er een paar lagen af." Dat heeft consequenties in de grondslag. Waar gaat u dat van betalen? MEVROUW FLINTERMAN (D66): Het is een globaal bestemmingsplan, meneer Paauw. Dat heeft u zelf meerdere malen ook aangegeven. Je zou verwachten dat bij een globaal bestemmingsplan je als raad daar ook nog een beetje in kan sturen, dat er speelruimte is. Je kan zeggen: "Misschien dit of misschien dat." Die indruk krijg ik niet helemaal. Een globaal bestemmingsplan is ook dat er geen ontwerp is.
Daar gaat de projectenontwikkelaar straks over en die kan kijken: wat wordt mij hier voorgelegd en hoe kan ik dat met de grex die ervoor ligt tot een mooi plan maken? Als het betekent dat het met die twee lagen die we eraf halen -om nog specifieker antwoord te geven op uw vraag- niet lukt, is de overweging misschien dat we die zeven ton ergens anders vandaan moeten halen, maar in ieder geval de keuze hebben gemaakt. Dat is de verduidelijkende vraag die ik aan de wethouder wilde stellen. Dat is een politieke keuze in het afwegen van de belangen bij dit plan. DE HEER PAAUW (GGS): Dank u voor uw antwoord. Dan toch: wij proberen als raad kaders mee te geven aan het college om dat zo goed mogelijk aan te vullen en daar zijn we dan met zijn allen straks kwaad over als dat niet komt. Nu gaat u ze maar los geven. Dat vind ik onverstandig om het op deze manier te doen. Dank u wel. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Mag ik u nog even antwoord geven? Gaat u verder. Ik wil wel even zeggen dat u mij nu allerlei woorden in de mond legt en dingen die ik helemaal niet heb gezegd. Ik zeg alleen minimale ingreep, meneer Paauw, maximaal effect, zodat het vanaf De Eng zeker niet zichtbaar is en dat we een minder hoog gebouw krijgen. Ik denk dat heel veel mensen daar blij mee zouden zijn. Afwegen van belangen en kijken wat dat kost binnen de grex die er ligt. We laten helemaal niet alles los.
Nee, ik zou niet durven. Die grex hebben we toch samen vastgesteld. Dat was nog even een verduidelijkende vraag die ik aan de wethouder had, aan het college had. VOORZITTER: Ja, heel goed. Ik ging u bijna corrigeren. Dat hoorde u aankomen. Dank u wel, mevrouw Flinterman, namens de fractie van D66. Meneer Stormbroek namens de fractie van POS. DE HEER STORMBROEK (POS): Ik zou een klein moment van schorsing willen aanvragen. Dat kan. VOORZITTER: Dat is uw recht. En klein moment is een paar minuten? Vijf minuten. We schorsen tot vijf over tien. VOORZITTER: Dames en heren van de raad, zou ik u mogen vragen om uw plekken in te nemen? Zou dat ook de fractie van het CDA, Soest 2002, VVD, GroenLinks, GGS...Ik heb ze allemaal gehad. Ik heropen deze vergadering. Ik geef het woord aan de heer Stormbroek die de schorsing heeft aangevraagd namens de fractie van POS. DE HEER STORMBROEK (POS): Dank u wel, voorzitter. Ik heb inderdaad even om schorsing gevraagd aangaande de motie voorrang eigen inwoners om daar toch wat duidelijkheid over te krijgen van waar die staat in het hele verhaal. Samen met mede-indiener, meneer Dijkhuizen van de CU-SGP, en een aantal anderen, waaronder de wethouder, zijn wij even gaan overleggen. Ik heb begrepen dat het hem vooral zit in de nieuwe Huisvestingswet van minister De Jonge die officieel nog niet is aangenomen. Daar gaat het ons uiteindelijk niet om.
Het gaat ons om het verzoek wat er ligt. De motie passen we in die zin aan dat we alle constateringen eruit halen. Die brengen we niet een stemming, alleen het dictum. De motie wordt aangepast met de constateringen eruit, maar het verzoek aan het college blijft hetzelfde om het maximale mogelijke
21
te doen om de woningen aan de Dalweg die er komen -hoeveel het ook mogen worden- naar Soesters gaan. Ik wil hem graag in stemming brengen. VOORZITTER: Dat is dan ook gelijk een antwoord op de vraag die ik had willen stellen, want u was de laatste in de rij die ik had. Ik ga er gemakshalve vanuit dat niemand meer het woord wenst, want niemand had zich aangemeld. Dan geef ik nu wethouder Treep namens het college van B&W het woord in de beantwoording. WETHOUDER TREEP: Gezien het aantal vragen behandel ik ze graag in de volgorde zoals ze gesteld zijn, te beginnen bij GroenLinks. U vraagt: "Hoe kunnen we de kaders inperken, om ze nauwer te maken”. We hebben natuurlijk binnen de kaders gehandeld en die zijn allemaal gestoeld op vastgesteld beleid door u als raad. Dan hebben we ook echt iets om hard neer te kunnen leggen. Alles wat daarbovenop komt, natuur inclusief streven. We hebben niet een specifiek duurzaamheidsbeleid voor woningbouw en natuur inclusiviteit. Zolang we dat niet hebben, kunnen we die eis ook niet zo hard als kader opnemen. Dan is het een ambitie. Hetzelfde geldt voor het streven naar appartementen met een bepaalde maatvoering. Dat geldt dus op meerdere fronten waar u het woord streven tegenkomt. Dan is dat omdat we daar geen beleid hebben wat daaronder ligt, waardoor je dat zo sterk kan stellen. Meneer Vrakking, u vroeg naar minder lagen per gebouw.
Waarom moet er dan een extra gebouw komen? Als kader hebben we een doelgroepenverordening waarin we de goede mix willen houden van woningsoorten. Op het moment dat je te veel lagen eraf zou halen, kom je echt aan die mix. Als je dan ook nog zou willen zeggen: "We willen toch zo veel mogelijk woningen bouwen", kom je in de knel en dan zou je die lagen direct kunnen projecteren op de grond. Dan krijg je een nieuw gebouw erbij wat dan weer niet voldoet aan de groene kaders, want we hebben gezegd: "Maximaal 40% bebouwen en zoveel mogelijk groen tussen die gebouwen." Dat komt dan onder spanning te staan. Dat is dus los van of je nou 200 als streefaantal wil hebben of dat je precies naar die aantallen toe wil werken. Het komt onder druk te staan op meerdere fronten. Voor de directe groenkwaliteit kunt u bijvoorbeeld denken als u de appartementen aan de bovenkant eraf haalt -dat zijn zeer waarschijnlijk de wat duurdere appartementen- maar we wilden ook heel graag verdiept parkeren. Dat moet wel betaald worden uit de financiën. Vaak zit dat nou net in de opbrengst van die duurdere appartementen. Dan komt ook weer dat groen onder druk te staan, want dan zouden we weer terug gaan parkeren op het maaiveld. Mevrouw Flinterman, in alle gevallen komt de grex onder druk te staan. Dan is dat een ander kader dan dat we hadden.
We zakken in de min, ongeacht één, twee, drie woningen eraf of lagen. Dan hebben we een ander kader waar we mee dealen. Dan moet u bereid zijn om dat op te hoesten en de grondexploitatie anders vast te stellen. Nu hebben wij gezegd: "Binnen alles wat er nu ligt, in dit globale bestemmingsplan, past het binnen de grex. Alles wat je eraf haalt, tast het aan." Dat is wat we in het memo ook hebben opgeschreven. Uw vragen daar heeft u zelf al antwoord op gegeven. VOORZITTER: Ik heb de antwoorden van meneer Vrakking denk ik wel gehoord, maar daar is hij kennelijk niet helemaal tevreden over. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Ik heb ze niet gehoord. VOORZITTER: Ik geef u één kans en daarna is klaar. Meneer Vrakking. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Dank u wel. Ik heb natuurlijk wel gehoord wat de wethouder zei, maar dat is met een zijwaartse beweging toch geen antwoord geven op mijn vraag. Wat ik heb verstaan, is dat er zo veel mogelijk woningen gebouwd worden. Dat is het uitgangspunt in plaats van de streefwaarden 200. Als je dat inderdaad wil doen, dat begrijp ik ook wel, zal je bij moeten bouwen en dat gaat ten koste van het groen. Mijn vraag was: uitgaande van het streefgetal en je zou er twee lagen afhalen volgens variant B, zouden dat 34 woningen zouden zijn en zul je nog op 216 komen.
Daarvan uitgaande heb ik gezegd: "Dan hoef je dus niet een gebouw bij te bouwen." Dat sluit meteen op de tweede vraag: groen onder druk. U zegt dat de bovenste twee lagen eraf moeten dat zijn de dure appartementen. Dat begrijp ik ook helemaal. Dan praat u over het financieren van de parkeerplaatsen, maar bij variant B haal je niet die hele dure woningen weg en je voldoet nog steeds aan het aantal 216. Als je niet gaat bijbouwen, is dat ook niet nodig, want binnen de grex is dat mogelijk. U heeft het zelf verleden week gezegd: 160 en dan donderen we eronder. VOORZITTER: Meneer Vrakking, ik stel vast dat u het gewoon niet eens bent met de wethouder. Dat is iets anders, omdat u vanuit andere getallen uitgaat dan waar het college mee moet rekenen. 22
U heeft wel antwoord op uw vraag gekregen. U heeft een andere interpretatie over de inhoud van het onderwerp, maar dat valt buiten de politieke beraadslaging. Nee, ik ben uw voorzitter van de raad. U gebruikt de getallen als voorbeeld om aan te halenwaarom de wethouder u geen antwoord geeft. De wethouder heeft het antwoord gegeven wat ze op basis van het globale bestemmingsplan kan geven. Ik kan niet anders vaststellen dan dat u het welles-nietesspelletje wilt voeren. U bent het er gewoon niet mee eens. Dat is uw goed recht. Dat moet u doen, maar dan gaat u de beraadslaging daar verder niet mee belasten. Ik heb u de kans gegeven omdat ik dacht dat u het antwoord niet gehoord had. Ik begrijp uit uw vraagstelling dat u het gewoon niet eens bent met de beantwoording. Dat kan. Dat is uw goed recht. Dat gezegd hebbende: we hebben deze bespreking zo procedureel gemaakt dat u de gelegenheid heeft om met elkaar van gedachten te wisselen. Ik weet dat GroenLinks gezegd heeft dat ze dat heel letterlijk genomen hebben, die knip, en dat ze nu nog over een aantal onderwerpen met elkaar het debat in wil, als dat zo aangeraakt is. Ik ga nu vragen, en dat komt wellicht aan bij het punt van orde van mevrouw Ter Beek-Suijkerbuijk, of u met elkaar over één of meerdere onderwerpen in debat wil. Mevrouw Ter Beek-Suijkerbuijk met een punt van orde.
MEVROUW TER BEEK-SUIJKERBUIJK (GL): Ik ben aan het nadenken. Ik wou eigenlijk een schorsing aanvragen om even te beraden op eventuele amendementen naar aanleiding van de antwoorden die we hebben gehad. Graag een korte schorsing van tien minuutjes om en nabij. Ik hoop het kort te houden voor iedereen. VOORZITTER: Dat is goed. Dan schorsen we voor tien minuten en kunnen we daarna kijken op welke wijze we de behandeling voortzetten. VOORZITTER: Dames en heren, ik heropen deze vergadering. Het was, ik zou zeggen, een stief kwartiertje, maar dat was kennelijk nodig. Ik heb begrepen dat de fractie van GroenLinks bij monde van mevrouw Ter Beek-Suijkerbuijk nog iets gaat toevoegen. MEVROUW TER BEEK-SUIJKERBUIJK (GL): Dank u wel. Ik heb mijn best gedaan het kort te houden, maar dat is het nadeel als je van een deel van de vragen pas vanavond beantwoord krijgt. Snel nog een amendement besproken en uit de grond moet worden gestampt. Als het goed is, komt het zo op het scherm. De partijen van GroenLinks en POS hebben samen nog een amendement voorbereid als het gaat om de totale bouwhoogtes. Ik zal beginnen met het dictum. In het bestemmingsplan te verwerken dat in het gehele plangebied voor alsnog niet meer dan zes bouwlagen, in totaal niet meer dan 200 woningen mogelijk gemaakt worden.
Dit deels om tegemoet te komen aan alle omwonenden die hun vraagtekens hebben gesteld op beide hoogtes en om qua hoogte aan te sluiten bij de omringende bebouwing. Ik kan me voorstellen dat jullie de vraag hebben over waarom niet meer dan 200? Om te voorkomen dat de torens daardoor breder worden en vooral ook om te voorkomen dat daardoor de woningen in de torens zelf kleiner worden gemaakt, om alsnog aan een hoger aantal te komen. Aangezien het college constant ook zelf aangeeft als streefwaarde 200 woningen te hebben, hebben wij deze als maximaal gehandhaafd. Zoals ik zei, namens de partijen POS en GroenLinks. VOORZITTER: Dan verklaar ik nu dat dit amendement ook onderdeel uitmaakt van de beraadslaging. Dan kom ik terug op de procedure opmerking dat u nu met elkaar in debat kunt. Ik denk dat het verstandig is als u het toestaat dat ik de wethouder nog even kort om advies vraag. Zij heeft alle andere amendementen en moties inmiddels van advies voorzien.
Kunt u daar gelijk op reageren, wethouder Treep, namens het college van B&W? WETHOUDER TREEP: Ik heb steeds geantwoord in het kader van de kaders en heb u in de memo uitgelegd dat het terugbrengen naar één hoogte van alle gebouwen in strijd is met wat er uit de participatie is gekomen, dat je daarmee een ander type bouw krijgt die niet voldoet aan het verspringen in hoogtes van gebouwen, wat wel opgenomen is een beeldkwaliteitsplan. Dit amendement is verdergaand. Dat betekent dat we terug moeten naar een tekentafel. Dat is de consequentie, zoals we ook in het memo hebben opgeschreven, dat wij opnieuw een uitwerkingsdocument moeten maken en opnieuw een tenderprocedure moeten lopen en dat wij twee jaar vertraging oplopen, inclusief dan ook nog de bijhorende kosten, de grex, maar ook twee jaar ondersteuning om dat dan weer voor elkaar te krijgen. Dat is een korte reactie. Ik ontraad dit. Dank u. VOORZITTER: Amendement, wilde u waarschijnlijk zeggen. Dat is helder. Dan komen we nu bij mijn procedurevraag van kort voor de schorsing. Wilt u nog met elkaar over onderwerpen in 23
gesprek of ga ik nu even kijken in welke volgorde wij welke moties en amendementen gaan behandelen? Ik zie dat mevrouw Flinterman. Wilt u wel of niet het woord? Als u uw vinger opsteekt, denk ik meestal dat u het woord wil. Het was toch een goede gedachte. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Niet zozeer het woord om een debatonderwerp aan te dragen, maar nog even om mijn vraag aan het begin van deze avond te stellen, met name aan Soest 2002. Die heeft nog geen uitleg gegeven over hun standpunt, hoe ze gaan stemmen. Ik heb niet bij de verkiezingen op Soest 2002 gestemd, zoals u misschien begrijpt, maar ik kan me voorstellen dat het voor uw achterban ook wel prettig is om te weten waarom u eerst tegen was en nu voor bent. Tenminste, daar ga ik wel vanuit. Ik hoor het graag. VOORZITTER: Meneer Weldink namens de fractie van Soest 2002. DE HEER WELDINK (SOEST2002): Voor of tegen? Wij zijn altijd voor het plan geweest. We waren alleen tegen de visie. Jan heeft zich gisteren nog op zijn mobieltje de stem van Karen laten horen waar zij een heel betoog hield tegen deze visie. Dat wil niet zeggen dat wij tegen het plan zijn. Wij zijn tegen de manier waarop. Het plan zelf, hebben wij ook vaak tegen Aukje gezegd, vinden wij een prachtig plan. VOORZITTER: Daar ga ik ingrijpen. We spreken elkaar hier met achternamen aan. DE HEER WELDINK (SOEST2002): Sorry.
Ik heb net een uitleg gegeven waarom wij in het begin van de week amendementen wilden invullen. Wij dachten ook serieus dat met een conceptueel plan je dat plan kon veranderen, maar na het lezen van de memo en het gesprek met de wethouder kwamen we erachter dat het plan gewoon al in kannen en kruiken is en dat we misschien beter hadden moeten opletten tijdens het maken van de visie waar wij ook op tegen waren. Is dat een duidelijk beantwoord? VOORZITTER: Ik heb hem begrepen en ik zie mevrouw Flinterman ook, dus zij moet daar heel gerust mee zijn. Dat is een heldere positie. Zijn er nog andere onderwerpen die u met elkaar wensen te bespreken? Als dat niet het geval is, schors ik nu voor één minuut. Ik moet even kijken in welke volgorde ik de zaak in stemming ga brengen. VOORZITTER: Ik heropen deze vergadering. De volgorde die ik hier heb staan, is dat ik begin met de amendementen en daarna de moties. Ik ga allereerst vragen of de indiener hem wil handhaven of niet. Als ik goed geluisterd heb naar de fractie van GroenLinks heeft u geen amendement ingediend over de MER. Dat is correct. Die kan eruit. Dan hebben we een amendement van D66. Eigenlijk komt daarvoor het amendement wat u heeft ingediend. Afhankelijk van de uitkomst van die stemming komt het amendement van D66. Die wilt u indienen. Dan heb ik hier nog staan een amendement van de heer Vrakking.
Ik dacht dat ik hem hoorde zeggen: "Laat maar waaien." Die hoef ik niet in stemming te brengen. Ik vertaal het wat populair. Neemt u me niet kwalijk. U heeft er een hoop energie in gestopt. Dan kom ik bij de moties. Daar is de volgorde volgens mij niet zo belangrijk, want ze sluiten elkaar niet uit. Dan doe ik dat gewoon volgens de wijze waarop ze in uw... Ik heb drie moties. Blijft die van POS over de Heetakker staan? Ja. Dan POS en CU-SGP voorrang eigen inwoners blijft staan, veronderstel ik. Ja. Dan het actief blijven informeren van de raad. Heeft die voldoende de toezegging van de wethouder of blijft die staan? Wilt u hem in stemming? Blijven staan. Dan gaan wij in die volgorde de stemming doen. Dan ga ik dat even uitleggen aan de tribune hoe dat dan gaat. Ik breng achtereenvolgens eerst de amendementen en dan de moties, dat is conform het reglement van orde, in stemming. Ik doe dat in principe fractiegewijs tenzij er over een onderwerp hoofdelijke stemming wordt aangevraagd. Als er een hoofdelijke stemming wordt aangevraagd, gaan we in dezelfde volgorde zoals we dat net gedaan hebben bij het proceduredebat uw stem afroepen. Dan wacht ik tot de techniek mij verder gaat helpen. We laten het dictum zien op het moment dat er een stemming komt. We beginnen met het amendement. Ik ga uit van fractiegewijze stemming, tenzij iemand dat anders aangeeft.
Of dat er een stemverklaring is, dat er wel of niet compleet gestemd wordt. Ik begin met het amendement van GroenLinks en POS. Meneer Vrakking. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Zoals u vanavond zult hebben begrepen, wijk ik soms nog wel eens af van de fractie. Ik denk dat het verstandig is om het niet per fractie te doen.
24
VOORZITTER: We kunnen het ook anders afspreken. Als ik u gewoon apart aanspreek. Anders moet ik voor alles 27 namen afroepen. Als u zegt: "Ik wil voor alles anders stemmen", vraag ik u gewoon apart. Is dat ook goed? DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Prima. VOORZITTER: Dat is net zo effectief. Dan het nieuwe amendement van GroenLinks en POS. Ik begin altijd aan deze zijde. Het amendement gaat over het beperken in bouwhoogte en in het maximeren van het aantal woningen. Als u zegt "voor", stemt u voor dit amendement. Als u stemt tegen, stemt u tegen dit amendement. Dat laatste betekent dat het originele voorstel niet wordt gewijzigd. Ik kijk rond. De fractie van GGS. Tegen. De fractie van POS. Het zal u niet geheel verbazen. Wij zijn voor. CDA. Een korte stemverklaring. Er worden twee ongelijksoortige dingen gekoppeld. Het is jammer. Daarom kunnen wij niet instemmen. De fractie van BurgerBelangen. Met dezelfde verklaring als het CDA: tegen. Meneer Vrakking. Ik sluit me aan bij het CDA en de heer Baks: tegen. Soest 2002. Tegen. CU-SGP. Tegen. VVD. Tegen. GroenLinks. Voor. D66. Tegen. PvdA. Tegen. VOORZITTER: Met 5 stemmen voor en 22 stemmen tegen is dit amendement verworpen. Dan kom ik bij het amendement wat in uw bundeltje staat onder A2. Hij komt zo in beeld. Hij is zoals in beeld. Ik ga weer rond. U kunt u meelezen. De fractie van GGS. Tegen. POS. Dan zijn we hier maar voor. CDA.
Dan zijn we hier maar voor. BurgerBelangen. Die wil ook mee voor. Meneer Vrakking. Ik moet helaas tegenstemmen omdat ik gedeeld had bij de huidige gebouwencomplex van acht hoog er twee afgingen en dat is het niet. Dus tegen. Soest 2002. Tegen. CU-SGP. Tegen. VVD. Tegen. GroenLinks. Dan hier maar voor. D66. Voor. PvdA. Tegen. VOORZITTER: Met 9 stemmen voor en 18 stemmen tegen is dit ook dit amendement verworpen. Dan gaan we naar de moties en dat is de motie van de fractie van POS. Die komt nu ook voor. Dat helpt toch wel bij de stemming, denk ik. Bovendien kan mij dan nooit meer het verwijt treffen dat ik te snel ben. Dat gaat over de optimalisaties. Dan ga ik weer dezelfde ronde maken. GGS. Tegen. POS. Prachtige motie! Van harte voor. CDA. Voor. BurgerBelangen. Voor. De heer Vrakking. Voor. Soest 2002. Voor. CU-SGP. Tegen. VVD. Tegen. VOORZITTER: Even wachten. We moeten even goed bij schrijven. Niet alleen ik ben moe. MEVROUW STERENBERG (VVD): Voorzitter van de orde, er heeft een wisseling in de motie die getoond werd op het scherm plaatsgevonden. Er was eerst een andere motie zichtbaar, dus dat kan daartoe hebben geleid dat partijen een stem hebben gedaan wat niet de intentie was. Eerst leek alsof je aan het stemmen was voor woningen voor Soesters.
25
VOORZITTER: Dan doe ik de stemming opnieuw. DE HEER STORMBROEK (POS): Nee, die stond gewoon voor toen we begonnen. Met alle respect, maar die stond gewoon voor. MEVROUW STERENBERG (VVD): Ik heb echt de tekst ook gezien voor woningen voor Soesters. VOORZITTER: Ik vind dat de stemming zorgvuldig moet plaatsvinden. Als één van de fracties het gevoel heeft dat er verkeerd gestemd zou kunnen worden, vind ik dat we de stemming zouden moeten herroepen. DE HEER GROOTHUIS (SOEST2002): Correct. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Ik wil daar bezwaar tegen maken. Het is wel vaker voorgekomen dat iemand per ongeluk iets verkeerd zei. Zodra een ander gestemd heeft, kan hij dat niet meer corrigeren. VOORZITTER: Dat is bij hoofdelijke stemmingen zo, maar volgens mij kan ik als er onduidelijkheid is over welke motie in stemming is en als dat ligt aan de techniek, ga ik toch de stemming opnieuw doen om te kijken en dat zou zomaar verschil kunnen uitmaken. Ik begin opnieuw. Ik kijk nu naar de motie. Heeft iedereen nu dezelfde motie voor? Dan ga ik opnieuw. GGS: Tegen. POS. Nog steeds voor. CDA. Voor. BurgerBelangen. Voor. De heer Vrakking. Ik ben wat verward, maar het gaat om deze motie. Daar ben ik voor. Soest 2002. Tegen. CU-SGP. Tegen. VVD.Tegen. GroenLinks. Voor. D66. Tegen. PvdA. Tegen. VOORZITTER: Met 8 voor en 19 tegen is deze ook verworpen. Dan voorrang eigen inwoners.
We gaan het op scherp doen. Ik wil echt dat het zorgvuldig en goed gaat. Dit is de goede. Ik wilde zeggen: de motie voorrang eigen inwoners ingediend door de POS-fractie en de fractie van de CUSGP. Dan vraag ik nu: GGS. Van harte voor. POS. Dank u wel, meneer Paauw. Van harte voor. CDA. Voor. BurgerBelangen. Voor. De heer Vrakking. Voor. Soest 2002. Voor. CU-SGP. Voor. VVD. Voor. GroenLinks. Voor. D66. Niet unaniem, vrees ik. Wij zijn tegen. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Ik zal even uitleggen waarom we dat vinden. Er is een huisvestingsverordening. Er komt een nieuwe doelgroepverordening. Er komt een nieuwe wet aan. Wij vinden dat je die richtlijn moet aanhouden en niet per project moet gaan kijken hoe je dat gaat toewijzen. Houd gewoon de regels aan en als de doelgroepenverordening er is, kunnen we dit weer opnieuw bekijken. Vooralsnog tegen, hoewel heel sympathiek en heel logisch. Vooralsnog tegen telt niet bij de stemming. Ik tel u als tegen. Is dat goed? PvdA. Voor. VOORZITTER: Dank u wel. Met 25 stemmen voor, 2 stemmen tegen is deze motie aangenomen. Dan de motie informeren constateren raad, ga ik even kijken. Is die scherp? Motie actief blijven informeren en consultatie in raad, VVD, Soest 2002, GGS en Partij van de Arbeid.
26
Fractie van GGS. Voor. POS. Het is een beetje een mager verhaal, maar ja, voor dan. Je kan hierbij ook niet tegen zijn, geloof ik. CDA. Voor. BurgerBelangen. Voor. De heer Vrakking. Beter iets van niks, dus ik stem voor. Soest 2002. Voor. CU-SGP. Voor. VVD. Voor. GroenLinks. Een hele mooie constatering. Beter iets dan niets. Voor. D66. Ik zou me daarbij aan willen sluiten en dan ook nog even zeggen: dat is natuurlijk een hele grote open deur. Wethouder heeft hem eigenlijk ook al overgenomen. Je kan alleen maar voor stemmen. PvdA. Voor. VOORZITTER: Die is unaniem aangenomen. Volgens mij zijn we dan onder de moties heen. Meneer Baks. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Voorzitter, wellicht vervelend, maar ik zou graag voor u tot stemming overgaat van het voorliggende eindvoorstel een kleine schorsing willen van een minuut of vijf. VOORZITTER: Dat is natuurlijk het voorrecht van ieder raadslid. Ik vind dat niet vervelend, want dat hoort bij de beraadslagingen. We schorsen voor vijf minuten. VOORZITTER: Dames en heren, ik heropen deze vergadering conform de gebruiken die wij in dit huis hebben. Degene die de schorsing heeft aangevraagd, krijgt als eerst het woord, meneer Baks. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank u wel, voorzitter. Ik maak gelijk van de gelegenheid gebruik om een stemverklaring af te geven.
Ondertussen hebben wij hier als drie partijen overlegt wie, wat en waar geargumenteerd en waarom we tegen dit plan aankijken. Uiteindelijk kom ik dan met een stemverklaring. Mijn buurman en buur-buurman zullen dat ook doen. Het begon zo mooi vanavond, voorzitter, met de bijdrage van de heer Dijkhuizen. Bij zo een ingrijpend plan hebben we het samen gedaan. Samen is het motto van deze raadsperiode en op die manier van samen doen hebben we het ook vijf jaar gedaan, tot een aantal weken geleden. Toen begonnen er zich al kleine scheurtjes te kenmerken. Als partij die mee heeft ondertekend, het coalitieprogramma, had ik een andere opstelling van de coalitiepartijen verwacht. We hadden gedacht ook geconsulteerd te worden. Ook gevraagd te worden van joh, hoe kijk je hier en daar tegenaan? Kun je in onze beredenering mee? Dat is anders dan vanmorgen gebeld worden door één van de coalitiepartijvoorzitters van welke informatie heb je nog nodig om vanavond ook mee in te stemmen? Dat is voor mij drie stappen te ver. Dat was jammer. Dat is ook jammer in het hele proces.
Dat bracht mij vanavond in een spagaat van wat ga ik nou doen? Als we met het college afspreken dat zij maandag ons informatie toespelen en komen vervolgens met het verzoek om dat woensdag te mogen doen en dan gisteren komen met de laatste informatie, dacht ik dat het niet raar was als ik dan vanavond ook een paar dagen, zeg 30, uitstel vraag om ook de tijd te krijgen om na te denken. Dat verdorie net de coalitiepartijen dan menen mij die tijd niet te moeten geven, stelt mij bijzonder teleur. Zeker in het hele proces tot nu toe, waarin wij niet één keer geconsulteerd zijn. Dan kom ik uiteindelijk bij een afweging, voorzitter, waarbij ook BurgerBelangen vindt, net zoals iedereen, dat er in Soest gebouwd moet worden en dat je alle ruimtes die je hebt dan ook moet benutten, dus ook de ruimte rond het Dalweggebied. Zou ik diep vanuit mijn hart tegen willen stemmen op grond van de procedure en de manier waarop een aantal partijen het gevoel oproepen als ware weer vier jaar terug in de tijd, zegt mijn ratio: "Nee, jongens. We moeten daar bouwen. We zitten met een globaal bestemmingsplan waarvan niemand weet hoe het er uiteindelijk uit komt te zien." Dat is wennen, de hele regie uit handen geven. Desondanks zal BurgerBelangen voor het voorliggende voorstel stemmen met de opmerkingen die ik daarbij gemaakt heb. Dank u wel, voorzitter.